Vloeronderhoud: van een krakende vloer tot een vloer die niet waterpas ligt
Bijna elk vloerprobleem begint bij dezelfde vraag: wat ligt er precies en waar rust het op. Een houten balklaag, een betonvloer op zand, een systeemvloer uit de jaren zestig en een granito vloer uit de jaren dertig vragen alle vier een andere aanpak, ook al zie je aan de bovenkant hetzelfde. Kijk daarom eerst onder de vloer of in de kruipruimte, meet dan het vocht en de vlakheid, en kies pas daarna je materiaal. Wie die volgorde omdraait, egaliseert een vloer die nog beweegt of nog nat is.

Alle gidsen over vloeren onderhouden
Asbest vloerbedekking
Asbest in vloerbedekking zit zelden in de bovenkant en bijna altijd in de onderlaag: een grijsbeige kartonrug onder oud vloerzeil,…
Optrekkend vocht vloer
Optrekkend vocht is vocht dat via poreus metselwerk of een oude vloerplaat omhoog kruipt uit de bodem. Het herken je…
Grenen vloer behandelen
Een grenen vloer behandelen valt uiteen in twee beslissingen: hoe ver je terugschuurt en waarmee je afwerkt. Grenen is zacht…
Eerst uitzoeken wat voor vloer er eigenlijk ligt
Een vloer die kraakt, een vloer die schuin afloopt en een vloer waar een zwaar aquarium op moet, vragen alle drie hetzelfde antwoord: waar ligt hij op en hoe dik is hij. Zonder dat antwoord kies je materiaal op gevoel. Welke soorten er zijn en hoe ze zich verhouden, staat in ons overzicht van vloeren en vloerafwerkingen; hier gaat het om de vloer die je al hebt liggen.
De snelste manier om erachter te komen is niet de bouwtekening maar de vloer zelf. Til een luik op, haal een hoek vloerbedekking los of ga met een koplamp de kruipruimte in. Een bestektekening laat zien wat de bedoeling was en niet wat er is gebouwd, en juist bij vloeren wijkt dat vaker af dan je zou denken.
Met je oren kom je ook een eind. Klinkt het hol en veert de vloer licht onder je voeten, dan ligt er een houten balklaag met planken of platen. Klinkt het dof en hard en beweegt er niets, dan zit je op beton of op een gemetselde vloer. Een hol geluid op een steenachtige vloer betekent meestal niet dat er een holle ruimte onder zit, maar dat de bovenste laag van zijn ondergrond is losgelaten.
De bouwperiode zegt daarna veel, al is er geen jaartal waarop het omslaat. Grofweg geldt dat begane grondvloeren van voor de jaren dertig hout zijn, of een dunne cementlaag op stenen en zand. Wanneer betonnen vloeren gebruikelijk werden, verschilt per streek en per bouwer, maar na de oorlog is beton de standaard en vanaf de jaren zestig kom je steeds vaker systeemvloeren tegen. Staat er op de tekening een dato vloer, een perfora vloer, een stalton vloer of een cusveller vloer, dan gaat het om zo'n vrijdragende systeemvloer: elementen die van muur tot muur overspannen zonder steunpunt daartussen. In een jaren 50 woning kan het nog alle kanten op, dus daar is kijken de enige zekerheid.
| Vloertype | Waaraan je hem herkent | Bouwperiode | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| Houten balklaag met planken | Veert licht, klinkt hol, balken om de 50 tot 80 cm | Tot ongeveer 1960 op de begane grond, tot nu op de verdieping | Beperkte draagkracht, kraken en contactgeluid, koude vloer zonder isolatie |
| Betonvloer op zand, ook wel vloer op staal of vloer op grondslag | Massief, koud, geen kruipruimte eronder | Aanbouwen, garages, schuren, nieuwbouw | Vocht van onderaf als er geen folie onder ligt |
| Betonvloer boven een kruipruimte | Massief, luik in de vloer, ruimte van 50 cm of meer eronder | Vanaf ruwweg 1950 | Ventilatie van de kruipruimte en optrekkend vocht |
| Kanaalplaatvloer | Strakke onderkant met naden om de 1,20 meter | Vanaf ongeveer 1970 | Kanalen niet aanboren, de druklaag heel laten |
| Holle baksteen vloer of gemetselde vloer | Rijen holle bakstenen tussen betonnen ribben, goed te zien vanuit de kruipruimte | Ruwweg 1930 tot 1975 | Als verdiepingsvloer betrouwbaar, in een natte kruipruimte roest de wapening |
| Systeemvloer met een merknaam zoals Dato, Perfora, Stalton, Hydroliet of Cusveller | Cassettes of ribben met vulstukken, de naam staat op de bouwtekening | Naoorlogse bouw tot in de jaren tachtig | Draagkracht is maatwerk en zonder de originele berekening niet op te zoeken |
| Cellenbeton vloer | Lichte witte platen, met een handzaag te zagen | Renovatie, aanbouwen, dakvloeren | Licht en isolerend, maar gevoelig voor puntlast en beperkt in overspanning |
| Zwaluwstaart vloer | Geprofileerde staalplaat met beton erop, meestal in renovatie boven de kruipruimte | Vanaf de jaren tachtig | Dikte en overspanning volgen uit de tabel van de leverancier |
| Granito of terrazzo op een dun betonlaagje | Harde geslepen laag met steenslag, daaronder stenen en zand | Jaren 20 tot 50 | Er zit geen folie en geen isolatie onder, en boren gaat zo door de laag heen |
| Stampbeton of aarden vloer | Aangestampte leem, zand of schrale specie | Oude schuren, kelders, boerderijen | Altijd vochtig, alleen bruikbaar met een nieuwe vloer met folie erboven |
Wat een vloer kan dragen
De vraag hoeveel gewicht een betonnen vloer kan dragen komt bijna altijd op met een concrete aanleiding: een aquarium, een kluis, een pelletkachel of een volle boekenwand. Voor woningen wordt tegenwoordig gerekend met 1,75 kN per vierkante meter, ongeveer 175 kilo, plus een puntlast van 3 kN. Oudere vloeren zijn vaak op 150 kilo per vierkante meter berekend, met andere veiligheidsfactoren, waardoor het in de praktijk op ongeveer hetzelfde neerkomt.
Die 175 kilo is geen plafond dat nergens overschreden mag worden. Het is een verdeelde belasting over de hele overspanning, en op elke vloer staan stukken waar vrijwel niets op rust. Een aquarium van 350 kilo met een grondvlak van 1,60 bij 0,40 meter drukt lokaal hard, maar de vloer eromheen draagt mee. Zet zoiets tegen een dragende muur en dwars op de overspanning, want daar is het moment in de vloer het kleinst.
Als vuistregel telt een puntlast midden op de overspanning ongeveer twee keer zo zwaar als dezelfde last verdeeld over de hele vloer. Dat verklaart waarom een zware kast langs de muur nooit een probleem is en dezelfde kast midden in de kamer wel aandacht verdient. Bij een systeemvloer houdt het rekenen op: die vloeren zijn maatwerk en zonder de oorspronkelijke berekening kom je nooit aan een hard getal. Wat wel helpt, is kijken wat er echt ligt en of er scheuren of doorbuiging zichtbaar zijn.
Wil je een houten vloer verstevigen, dan zijn er drie routes die werken. Een tweede balk naast de bestaande, doorgebout met M10 om de 40 centimeter, verdubbelt de sterkte van die ene balk. Een onderslagbalk halverwege de overspanning halveert de overspanning en dat scheelt in doorbuiging aanzienlijk meer dan in sterkte. Extra plaatmateriaal maakt de vloer vlakker en verdeelt puntlasten beter, maar een slappe balklaag wordt daar niet sterker van.
| Wat je wilt plaatsen | Ruwe last | Waar je op let |
|---|---|---|
| Aquarium van 200 liter met meubel en bodem | Rond 300 kg op 1,2 bij 0,4 meter | Tegen een dragende muur, dwars op de balken of de ribben |
| Tweepersoons waterbed | 600 tot 800 kg over ruim 4 vierkante meter | Verdeeld, dus zelden een probleem op beton; op hout eerst laten beoordelen |
| Volle boekenkast van 2 meter breed | 250 tot 400 kg | Langs een muur zetten, niet midden op de overspanning |
| Ligbad van 180 liter met bader | Rond 400 kg op weinig steunpunten | Op een houten vloer altijd extra balken of een raamwerk eronder |
| Houtkachel of pelletkachel met vloerplaat | 150 tot 250 kg | Puntlast op vier pootjes, dus lastverdelend plateau eronder |
| Wasmachine met droger erop | Rond 150 kg plus trillingen | Trillingen zijn het echte probleem op hout, niet het gewicht |
| Zolder als opslagruimte | Reken op 100 kg per vierkante meter aan spullen | Balklagen van zolders zijn vaak lichter uitgevoerd dan de verdiepingsvloer |
| Kluis of gereedschapskast | 200 tot 500 kg op minder dan een halve vierkante meter | Dit is de klassieke puntlast waar je een constructeur voor belt |
Hoogteverschil, gaten en een vloer die niet vlak ligt
Er zijn twee verschillende klachten die vaak door elkaar lopen. Een vloer die niet vlak is heeft bulten en kuilen over korte afstand, en dat merk je aan een rammelende kast of een laminaat dat klikt. Een vloer die niet waterpas ligt loopt over de hele lengte schuin af, wat je pas ziet als er een knikker gaat rollen. Leg een rei van twee meter op tien plekken neer en meet met een spie of een duimstok hoeveel licht eronder zit, en zet met een laser de hoogtes uit langs de wanden.
In een oud huis is een scheve vloer eerder regel dan uitzondering. Twee centimeter verschil over vijf meter is na honderd jaar zetting normaal. Een schuine vloer recht maken kan, maar het kost mortel, hoogte en gewicht, en op een verdiepingsvloer telt dat gewicht mee in de draagkracht. Meestal kun je zo'n hoogteverschil beter plaatselijk oplossen en het afschot met rust laten. De vloer verlagen om dezelfde hoogte terug te winnen is zelden een optie, want daarvoor moet je in de constructie zagen.
Wil je gaten in de vloer opvullen, dan bepaalt de diepte de methode. Tot een paar millimeter werk je met egaliseermiddel, daarboven met uitvlakmortel en vanaf drie centimeter met zandcement. Reken bij zandcement op ongeveer 20 kilo droge mortel per centimeter dikte per vierkante meter, zodat je in één keer genoeg in huis hebt. Een vloer opvullen met cement alleen werkt niet: zonder zand krimpt en scheurt het.
Het detail dat het verschil maakt tussen een reparatie die blijft zitten en een die na een jaar loskomt, heet aanbranden. Je maakt een waterig papje van cement en water, meer melk dan yoghurt, en smeert daarmee de schoongemaakte en vooraf bevochtigde ondergrond in. Daar breng je de mortel meteen op, terwijl het papje nog nat is. Droogt het papje voortijdig op, dan bevochtig je het opnieuw in plaats van er droog overheen te werken.
Bij elke nieuwe laag hoort dilateren. Zet een randstrook langs alle wanden en onderbreek een groot vlak in de deuropeningen, zodat de laag kan werken zonder tegen het metselwerk te duwen. Zonder die vrije rand loopt de spanning in de dekvloer op tot hij ergens scheurt.
Wil je de vloer verhogen om een drempel weg te werken, of maak je een verhoogde vloer om leidingen in kwijt te kunnen, houd dan alles in de gaten wat op de oude hoogte staat afgesteld. Deuren gaan schuren over de vloer, drempels en dorpels verdwijnen, radiatorleidingen komen te laag en de onderste traptrede wordt lager dan de rest. Dat laatste voelt onprettig en is bij meer dan een halve centimeter verschil direct merkbaar, dus reken die trede na voordat je begint.
| Hoogteverschil | Wat je gebruikt | Waar het misgaat |
|---|---|---|
| Tot 3 mm | Egaliseermiddel, dun uitgegoten over een voorgestreken vloer | Egaline verdraagt geen beweging in de ondergrond |
| 3 tot 10 mm | Zelfnivellerende egaline | Te weinig voorstrijken, waardoor de laag zijn water kwijtraakt aan de ondergrond |
| 10 tot 30 mm | Uitvlakmortel of vezelversterkte egaline | In lagen werken in plaats van in één keer |
| 30 tot 80 mm | Zandcement dekvloer, ongeveer 20 kg per cm per vierkante meter | Niet aanbranden, geen randstrook, en te snel laten drogen |
| 80 mm en meer | Isolatie of schuimbeton als vulling met een dekvloer erop | Het extra gewicht op een verdiepingsvloer wordt vergeten |
| Hele ruimte 2 cm ophogen | Droge dekvloerelementen of platen op een uitvullaag | Deuren, drempels en de onderste traptrede kloppen niet meer |
| Hele ruimte 10 cm ophogen | Regelwerk van balkjes met isolatie ertussen en platen erop | Er ontstaat een holle ruimte waar niets meer bij kan |
| Gat in een houten vloer | Een plaat op opgeschroefde latten tussen de balken, geen mortel | Mortel op hout scheurt altijd, hoe goed je het ook aanmaakt |

Lees de uitleg uit de afbeelding
Egaliseren lost alleen een hoogteverschil op. Het herstelt niet automatisch beweging of een vochtprobleem.
- Vlak: geen hinderlijke hoogteverschillen
- Controleer met de meetmethode en tolerantie van de nieuwe vloer. Een ondervloer of afwerking kan lokale bulten en kuilen niet onbeperkt opvangen.
- Stijf en draagkrachtig: geen ongewenste beweging
- Losse planken, doorbuiging of een zwakke dekvloer vragen eerst herstel. Een dunne egalisatielaag maakt een te slappe draagconstructie niet sterk.
- Droog en geschikt voor de afwerking
- Controleer restvocht en de benodigde voorbereiding volgens het gekozen systeem. Een droge bovenkant bewijst niet dat de hele vloer aan de grenswaarde voldoet.
Pas wanneer alle drie kloppen, kies je de voorbereiding en nieuwe afwerking. Een vlak oppervlak alleen is geen complete ondergrondcontrole.
Kraken, trillen en geluid door de vloer
Kraken is bijna altijd wrijving. Een plank die langs een spijker beweegt, twee planken die tegen elkaar schuren of een balk die tegen het metselwerk tikt. Talkpoeder of grafietpoeder in de naad haalt die wrijving er tijdelijk uit en werkt vaak enkele weken tot een paar maanden, want het poeder zakt weg en verdicht. Als tussenoplossing is dat prima, als reparatie niet.
Wat wel blijft werken is vastzetten. Schroef de plank in de balk met schroeven van 4,5 bij 45 millimeter, voorgeboord zodat het hout niet splijt, en zet twee schroeven per balk in plaats van één. Kraakt het tussen de plank en de balk, dan helpt een lijmblokje of een wig vanaf de onderkant beter dan nog een schroef van boven. In oude vloeren zitten soms spanveren tussen de balken, bedoeld om gekrompen planken op te sluiten. Zijn die veren verzakt, dan is opnieuw vastschroeven de route, want naspannen lukt niet.
Een vloer die meebeweegt als je erover loopt is iets anders dan een vloer die kraakt. Dat is doorbuiging door een te grote overspanning, en dat los je op met een extra steunpunt of een verzwaarde balk. Kraakt een pvc-vloer, dan zit het probleem meestal in de ondervloer: een plaat die niet is vastgeschroefd, korrels zand onder de klikvloer of een ondergrond die niet vlak genoeg was.
Bij geluid tussen woningen loont het onderscheid tussen contactgeluid en luchtgeluid. Contactgeluid is de hak, de stoel en de stofzuiger, en dat gaat door de constructie. Luchtgeluid is stemgeluid en muziek, en daar helpt massa tegen. Wil je contactgeluid verminderen, dan is een zwevende dekvloer de sterkste maatregel: 40 tot 50 millimeter cementdekvloer op isolatieplaten, volledig los van de wanden met een randstrook. Voor de geluidsisolatie van een betonnen vloer levert zo'n estrich het meeste op, en in een jaren 30 woning met een houten balklaag ligt de winst in massa en in een verend opgehangen plafond. Isolatie tussen de balken doet iets voor luchtgeluid, maar tegen contactgeluid vrijwel niets; wat daar wel bij komt kijken lees je bij het isoleren van een houten vloer tussen de balken.
| Klacht | Wat het meestal is | Wat er echt helpt |
|---|---|---|
| Krakende vloer, hout op hout | Plank schuift langs de spijker | Voorboren en vastschroeven in de balk, twee schroeven per balk |
| Krakende vloer, snelle noodgreep | Wrijving in de naad | Talkpoeder in de naad, met de wetenschap dat het weken tot maanden werkt |
| Pvc-vloer kraakt | Losse ondervloerplaat of zand onder de klikvloer | Plaat vastschroeven, vloer opnemen en de ondergrond stofvrij maken |
| Vloer beweegt bij lopen | Te grote overspanning van de balklaag | Onderslagbalk of een tweede balk naast de bestaande |
| Contactgeluid naar de buren beneden | Harde vloer die contact maakt met de constructie | Zwevende dekvloer of een ondervloer met minimaal 10 dB verbetering |
| Contactgeluid in een jaren 30 woning | Houten balklaag die op de bouwmuur ligt | Zwaardere plaatvloer, isolatie tussen de balken en een verende ophanging van het plafond |
| Galm in de kamer zelf | Kale wanden en een harde vloer | Tapijt, gordijnen of kurk op de muur; dit dempt in de kamer, niet naar de buren |
| Geluiddempende vloer op zolder | Lichte balklaag met dunne platen | Zwaardere plaat, isolatie tussen de balken en de plaat niet doorlopen tot tegen de wand |
Pvc en vinyl: naden, bobbels, vlekken en vocht
Pvc werkt met temperatuur. Bij kou krimpt het en gaan naden openstaan, bij warmte zet het uit en worden diezelfde naden weer dichtgedrukt. Dat verklaart waarom kiertjes in een verlijmde pvc-vloer in de winter opvallen en in de zomer verdwijnen. Bij een verlijmde vloer is het opvullen van de naden met voegenpasta in de kleur van de vloer de enige nette reparatie, want er valt niets meer aan te schuiven.
Het moment waarop je dat doet bepaalt het resultaat. Vul je in de zomer, dan is de naad op zijn smalst en drukt de vloer de pasta er bij de eerste koude periode weer uit. Wacht tot de vloer koud staat, meestal in de winter, en vraag de leverancier of de pasta blijvend flexibel is. Een harde vulling in een naad die blijft werken, komt hoe dan ook een keer los.
Bolt de vloer op of golft hij, dan is er bijna altijd iets misgegaan met vocht of met ruimte. Verlijmde pvc op een dekvloer die nog restvocht afgeeft, laat los en komt omhoog. De gangbare grenswaarden zijn 2,0 procent CM voor een cementgebonden dekvloer en 1,8 procent als er vloerverwarming in zit, en voor anhydriet 0,5 en 0,3 procent. Klik-pvc zonder voldoende dilatatie langs de wanden duwt zichzelf omhoog zodra het uitzet, dus houd rondom vijf tot acht millimeter vrij en klem de vloer niet vast onder een zware keuken.
Zonlicht is de derde oorzaak. Een donkere pvc-vloer achter glas kan flink warm worden en groeit dan meer dan de dilatatievoeg aankan. In een serre, onder een overkapping en in een tuinkamer is pvc daarom zelden een gelukkige keuze, ook als de fabrikant het toestaat. Meer over de eigenschappen van deze vloeren en de verschillen met laminaat vind je op de pagina over vloertypen en hun afwerking.
| Probleem met pvc | Oorzaak | Aanpak |
|---|---|---|
| Kieren en naden in een verlijmde vloer | Krimp bij lagere temperatuur | Voegenpasta in de juiste kleur, aanbrengen in de koude periode |
| Naden in een klikvloer | Vloer is als geheel verschoven of geklemd | Dilatatie herstellen langs de wanden en in de doorgangen |
| Vloer bolt op | Restvocht in de dekvloer of te weinig dilatatie | Vocht meten, vloer plaatselijk opnemen, dilatatie vergroten |
| Bobbels in een verlijmde vloer | Lijm heeft niet gehecht op een stoffige of vochtige ondergrond | Opnemen, ondergrond stofvrij maken en voorstrijken, opnieuw verlijmen |
| Gele vlekken | Reactie tussen rubber en de weekmakers in de toplaag | Niet te verhelpen; rubber weghalen en de vlek accepteren of het deel vervangen |
| Vocht en schimmel onder de vloer | Optrekkend vocht of een lekkage | Vloer eraf, oorzaak wegnemen en pas terugleggen als het droog gemeten is |
| Krassen | Zand en grind onder schoenen en poten | Vilt, een grote schoonloopmat en een dikkere toplaag bij vervanging |
| Vloer kraakt bij lopen | Ondervloer los of vuil onder de vloer | Plaatmateriaal vastschroeven en de ondergrond schoon opleveren |
Vocht van onderaf, ventilatie en ongenode gasten
Een vochtige vloer verraadt zich meestal aan de randen. Donkere plekken langs de muur, een zoutrand op het beton of een plint die opbolt wijzen op vocht dat via de fundering omhoog komt. Wat daar aan de hand is en welke maatregelen echt iets doen, staat in onze gids over optrekkend vocht in de vloer herkennen en aanpakken. Een impregneermiddel is daar geen antwoord op: dat is bedoeld tegen vlekken van bovenaf en houdt geen vochtdruk uit de bodem tegen.
Voordat je iets dichtmaakt, meet je. De goedkoopste test is een stuk plastic van een halve meter dat je met tape rondom luchtdicht op de vloer plakt en een etmaal laat liggen. Zit er daarna condens aan de onderkant of is de vloer eronder donker geworden, dan geeft de vloer vocht af en heeft nieuwe vloerbedekking geen zin. Vloerbedekking en pvc sluiten dat vocht op, waarna schimmel onder de vloer een kwestie van tijd is.
In de kruipruimte draait alles om lucht en om een afgedekte bodem. Een dampfolie over de bodem, of een laag schelpen, remt de verdamping uit de grond flink, en de ventilatieroosters in de gevel moeten vrij liggen. Zitten ze dicht met blad of zand, dan gaat de kruipruimte muf ruiken en trekt het vocht de vloer in. Muizen onder de vloer komen via diezelfde openingen binnen: los dat op met roosters met gaas van vijf millimeter en dicht de kieren rond leidingdoorvoeren met staalwol en mortel, in plaats van de ventilatie helemaal af te sluiten.
Het warmteverlies van een niet geïsoleerde vloer boven een kruipruimte merk je aan je voeten en op de rekening, en dat koude oppervlak trekt condens aan. Een kale betonvloer of een houten vloer zonder isolatie zit ergens rond een Rc van 0,15 tot 0,3 m²K/W, en daarmee gaat in een ongeïsoleerd huis ruwweg tien tot twintig procent van de warmte door de vloer weg. Isolatie tegen de onderkant of tussen de balken pakt beide aan. Welke opbouw waar past en wat de valkuilen zijn, hebben we uitgewerkt bij het isoleren van de vloer boven een kruipruimte. De groene of roze platen die je daarvoor ziet liggen zijn geëxtrudeerd polystyreen, dat vocht nauwelijks opneemt en daarom onder een vloer op zand goed op zijn plaats is.
| Wat je ziet of ruikt | Waarschijnlijke oorzaak | Eerste stap |
|---|---|---|
| Donkere randen langs de buitenmuur | Optrekkend vocht via fundering of metselwerk | Kruipruimte inspecteren en de hoogte van het grondwater bekijken |
| Muffe lucht bij het luik | Slecht geventileerde kruipruimte | Roosters vrijmaken en bodemfolie of schelpen aanbrengen |
| Witte uitbloei op de betonvloer | Zouten die met vocht meekomen uit de ondergrond | Droog afborstelen, oorzaak van het vocht opsporen, niet met zuur behandelen |
| Schimmel onder pvc of tapijt | Vocht dat niet weg kan onder een dampdichte vloer | Vloer opnemen, laten drogen en pas terugleggen na een geslaagde folietest |
| Condens op een serrevloer | Damp uit een zandpakket onder tegels | Dampremmende folie aanbrengen onder de vloeropbouw |
| Geritsel onder de vloer | Muizen via de ventilatieopeningen | Gaas van 5 mm in de roosters en doorvoeren dichten met staalwol en mortel |
| Koude voeten en tocht langs de plint | Ongeïsoleerde vloer met luchtlekken | Isoleren en de aansluiting vloer op muur luchtdicht maken |
| Zachte balkkoppen bij de muur | Vocht in het metselwerk rond de oplegging | Direct laten beoordelen, want dit raakt de draagkracht |
Granito, terrazzo, graniet en marmer opknappen
Granito en terrazzo zijn hetzelfde: cement met steenslag, ter plaatse gestort en daarna geslepen. Graniet is natuursteen dat in platen wordt gezaagd, en dat gedraagt zich anders. Wie dat verschil kent, koopt ook het juiste middel, want een vloer met cement als bindmiddel verdraagt geen zuur. Azijn, schoonmaakazijn en zure sanitairreinigers vreten het cement tussen de korrels weg en laten een dof, ruw vlak achter.
Een oude granieten vloer uit de jaren 30 is meestal niet versleten maar vervuild. Onder het zeil zit vaak nog lijm, en daarboven een laag was of boenmiddel die grijs is geworden. De route die werkt: eerst lijmresten weg met een lijmverwijderaar die geschikt is voor steenachtige vloeren, daarna reinigen met een zuurvrije grondreiniger, goed naspoelen en minstens 48 uur laten drogen. Pas dan breng je een impregneermiddel met kleurverdieper aan. Verwacht geen spiegel: granito heeft van huis uit een matte tot zijdeglanzende uitstraling en dat is precies zoals het hoort.
Wie een oude vloer terug wil laten blinken, denkt al snel aan polijsten. Een granieten vloer polijsten en een granito vloer polijsten zijn allebei slijpen met diamant in oplopende korrels, van 50 tot ver boven de 1500, met water erbij. Op een klein oppervlak kan dat met de hand of met een haakse slijper met polijstschijven, maar de moeilijkheid zit niet in het slijpen. Het zit in het aansluiten op de rest van de vloer: een opgeknapt vlak van een halve meter blijft bijna altijd zichtbaar omdat de glans en de kleur van het cement net anders uitvallen.
Een terrazzo vloer maken of een bestaande granito vloer uitbreiden, bijvoorbeeld waar een oud keukenblok stond, is werk voor een terrazzowerker. Die stort de nieuwe strook aan, slijpt hem in met de oude vloer en kan de korrelmix benaderen. Diep ingetrokken vlekken krijgt ook een vakman er niet uit, dus vraag dat vooraf. De nadelen van travertin als vloer zitten in de open poriën, die zich vullen met vuil en die je gevuld en geïmpregneerd moet houden. Een marmeren vloer opknappen loopt weer anders: doffe plekken in marmer zijn etsplekken van zuur, en die poets je er niet uit. De ervaringen met beton ciré lopen om een andere reden uiteen: die laag is maar 2 tot 3 millimeter dik en kopieert elke scheur en elke dilatatie uit de ondergrond. Zoek je iets met dezelfde uitstraling zonder gietwerk, dan zijn keramische tegels met terrazzomotief een serieus alternatief; de aanpak daarvan staat bij het zetten van vloertegels.
| Vloersoort | Wat jij zelf kunt doen | Wat je aan een specialist overlaat |
|---|---|---|
| Granito of terrazzo | Lijmresten weghalen, zuurvrij reinigen, impregneren met kleurverdieper | Slijpen en polijsten van de hele vloer, aanhelen van ontbrekende stukken |
| Granieten tegels of platen | Reinigen met een neutraal middel, kleine krassen wegwerken met een polijstpasta | Herpolijsten van een dof geworden vloer, want dat gaat met watergekoelde machines |
| Marmer | Stofvrij houden, direct opnemen wat zuur is, neutraal reinigen | Etsplekken wegslijpen en kristalliseren |
| Travertijn of travertin | Poriën gevuld houden en impregneren tegen vlekken | Opnieuw vullen en schuren als de open poriën zich met vuil hebben gezet |
| Betonvloer binnen | Reinigen, schuren met diamant en afwerken met betonverf of een vloercoating | Machinaal polijsten tot een gesloten oppervlak |
| Beton ciré | Onderhouden met de bijbehorende zeep en de coating bijwerken | Aanbrengen zelf, want de laag is 2 tot 3 mm en kopieert elke scheur eronder |
Houten vloeren behandelen, lichter maken en vlekken
Een houten vloer lichter maken lukt zelden met schuren alleen, want de kleur zit in het hout en niet in een laagje erop. Voor grenen is white wash de klassieke route: eerst logen om de gele ondertoon te breken, daarna een wit gepigmenteerde olie. Voor grey wash werkt dezelfde methode met grijs pigment, al slaat grenen daarbij nogal eens groenig uit. Test dat altijd eerst op een losse plank of in een hoek onder de kast. De volledige aanpak per middel staat in onze gids over het behandelen van een grenen vloer.
De nadelen van een white wash vloer noemt bijna niemand vooraf. Het wit vult de nerf, en juist daar hoopt vuil zich op. Plaatselijk bijwerken valt op omdat de nieuwe olie lichter is dan de verweerde plek eromheen. Terug naar naturel is praktisch niet te doen: het pigment zit millimeters diep in het hout en komt er ook met schuren niet helemaal uit.
Tropische soorten vragen weer iets anders. Jatoba is roodbruin en wordt onder invloed van licht juist donkerder; lichter maken lukt hooguit een halve tint met een witte olie, en verder alleen met een dekkende laag. Het onderhoud bestaat verder uit hardwaxolie bijwerken, en omdat de soort sterk werkt met de luchtvochtigheid houd je de kamer het liefst tussen de 45 en 60 procent. Merbau bevat looistoffen die met water uitbloeden en gele randen geven, dus ontvet en droog werken is hier geen bijzaak. Afzelia laten vergrijzen lukt buiten onder uv-licht prima, terwijl datzelfde hout binnen alleen maar donkerder wordt. Voor eiken werkt logen met een witte onderhoudsolie het best, want onder een gewone blanke lak vergeelt eiken juist.
Zie je voetstappen op een geoliede vloer, dan is de olie op die plek uitgelopen en niet verzadigd. Een onderhoudsolie of een refresher lost dat op zonder schuren, mits je hem gelijkmatig aanbrengt en de overmaat binnen de opgegeven tijd afneemt. Bij een visgraat vloer in de hal is zand de grootste vijand: een mat van minstens twee stappen lang scheelt meer dan welke onderhoudsbeurt ook. Meer over constructie, leggen en herstel van houten vloeren vind je op de pagina over de houten vloer en zijn balklaag.
Tapijt en vloerbedekking: leggen, spannen en weghalen
Er zijn drie manieren om vloerbedekking vast te leggen en ze sluiten elkaar uit. Volledig verlijmen is het stevigst en het minst gevoelig voor bobbels. Spijkerlatten langs de wanden in combinatie met ondertapijt geeft de meeste veerkracht en is later eenvoudig te verwijderen, maar je hebt een kniespanner en een tapijtbeitel nodig. Los leggen werkt alleen in een kleine ruimte met veel meubels erop.
Wat je niet moet doen is alleen de randen lijmen. Dat lijkt een verstandige tussenweg, maar bij warm weer zet het tapijt uit en dan komen er bulten in het midden die je er niet meer uit krijgt. Ga je lijmen, lijm dan het hele vlak. De ondergrond hoeft daarvoor niet kaal te zijn: vlak, droog en schoon is genoeg, en oude lijmresten mogen blijven zitten zolang ze vlak zijn en niet loslaten.
Tapijt op maat snijden doe je pas als het ligt, dus snij het eerst een paar centimeter te ruim. Voor een naad zonder zichtbare overgang leg je beide banen een paar centimeter over elkaar, snijd je met een haakmes in één haal door beide lagen langs een stalen lineaal, en haal je de twee reepjes weg. De twee kanten sluiten dan exact op elkaar aan. Leg zo'n naad onder een deur die dicht kan, dan valt hij helemaal weg. Met dorpelstrippen in de doorgangen is het makkelijker en bij dik of gemêleerd tapijt vaak ook netter.
Voor het weghalen van oude vloerbedekking huur je een tapijtstripper. Bij bouwmarkten als Gamma staat er meestal een in het verhuurschap. Voordat je begint met schuren of droog krabben: asbest onder tapijt is geen zeldzaamheid, en ook oud zeil, oude vinyltegels en de zwarte bitumenlijm daaronder kunnen het bevatten. Waaraan je dat herkent en hoe je verder moet, lees je bij asbest in vloerbedekking en vloerlijm. Dat uitzoeken kost een middag en scheelt in het slechtste geval een besmet huis.
| Bevestiging | Geschikt voor | Gereedschap | Later te verwijderen |
|---|---|---|---|
| Volledig verlijmen | Grote ruimtes, zware belasting, kantoorstoelen | Lijmkam, roller, haakmes | Moeizaam, lijmresten blijven achter |
| Alleen randen lijmen | Vrijwel niets | Lijm en kwast | Eenvoudig, maar je krijgt bulten bij warm weer |
| Spijkerlatten met ondertapijt | Woonkamers en slaapkamers met veerkrachtig comfort | Kniespanner, tapijtbeitel, tacker | Heel eenvoudig |
| Zelfklevend ondertapijt met lijm erop | Renovatie waarbij je de vloer wilt sparen | Roller en haakmes | Goed, de zelfklevende laag hecht bewust matig |
| Dubbelzijdige tape langs de randen | Kleine kamers, tijdelijke oplossingen | Roller | Eenvoudig |
| Nieten en lijmen op de trap | Trapbekleding en lopers | Tacker, lijm, haakmes | Redelijk, mits je de nieten er allemaal uit haalt |
| Los leggen | Kleine kamers met veel meubilair | Haakmes | Direct |
Vloeren in de serre, schuur, bijkeuken en voortent
Een serre op tuintegels die op zand liggen, is vragen om condens. Uit dat zandpakket komt dag en nacht damp, en die slaat neer op het glas en op het koudste vlak in de ruimte. De goedkope oplossing is een stevige PE-folie over de bestaande tegels, met daarop opnieuw tegels of een houten raamwerk met isolatie ertussen. Een serre vloer aanleggen die wel klopt, vraagt een echte opbouw van een vloer op zand: folie, isolatieplaten, een gewapende betonvloer en daarop een dekvloer.
Bij die betonvloer worden twee dingen vaak overschat. Tien centimeter is voor een serrevloer ruim voldoende; vijftien centimeter hoort bij een vorstrand of een fundering en niet bij het vloerveld zelf. En het rekenwerk valt mee: vijf bij drie meter met een dikte van tien centimeter is anderhalve kuub beton, niet drie. Het krimpnet leg je niet op de bodem van de bekisting maar op ongeveer tweederde van de hoogte, want het vangt krimpscheuren op en heeft geen dragende functie.
Staat je huis op palen, dan hoort een aanbouw of serre dat ook te doen. Zakt de aanbouw wel en het huis niet, dan scheurt de aansluiting open en kan het glas het begeven. Bij een vloer met vorstrand graaf je tot ongeveer 60 centimeter onder maaiveld. Pak die vorstrand rondom in met isolatie, want een kantplank alleen onderbreekt de koudebrug niet. Houd de bovenkant van de betonvloer boven het maaiveld en vermijd horizontale naden onder maaiveld richting de woning.
Bij de aansluiting van een hsb-wand op de vloer komt daar nog een detail bij, en dat detail is bij houtskeletbouw net zo bepalend als de fundering zelf. De onderregel van het hsb hoort ruim boven maaiveld te blijven, dus zet er een laag cellenbeton of kalkzandsteen onder met een waterkerende laag eronder. Zonder die sperlaag trekt het vocht via het metselwerk in de houten wand. Leg folie zowel onder als boven de isolatieplaten, en gebruik in de strokenfundering wapening van rond 8 boven en onder.
Een verhoogde vloer in een voortent leg je op tegels en niet op het gras. Pallets zijn daarvoor een goedkoop alternatief, mits je ze op tegels zet en er een plaat overheen legt, want een pallet vloer alleen is te grof om op te lopen.
Komt er vloerverwarming in de serre of aanbouw, reken dan de verdeler mee. Een extra groep vraagt vaak een grotere of tweede verdeler, en het systeem moet daarna opnieuw gevuld en ontlucht worden; hoe dat gaat staat bij het bijvullen en ontluchten van de cv-installatie. Ligt er een boom over de overkapping of tuinkamer heen, dan is een groene aanslag op de vloer onvermijdelijk. Schrobben helpt een seizoen, terwijl het terugsnoeien van de takken die eroverheen hangen het bij de bron aanpakt.
| Ruimte | Vloeropbouw die werkt | Veelgemaakte fout |
|---|---|---|
| Serre of tuinkamer | Folie, isolatie, 10 cm gewapend beton, dekvloer met eventueel vloerverwarming | Rechtstreeks op tegels op zand bouwen, met condens als gevolg |
| Schuur of tuinhuis | 10 tot 15 cm gestabiliseerd zand, folie, 10 cm beton met een krimpnet | Beton storten zonder folie, waardoor de vloer altijd vochtig blijft |
| Schuurvloer die waterdicht moet zijn | Folie onder de vloer, een kimafdichting bij de wand en een coating erop | Alleen een coating aanbrengen op een vloer die van onderaf vocht krijgt |
| Bijkeuken of washok | Waterbestendige afwerking, opstaande kimafdichting, vloer op afschot bij een put | Een houten vloer onder een wasmachine zonder extra ondersteuning |
| Garage | Betonvloer met een 2-componenten coating, aangebracht op een olievrije ondergrond | Coaten over oude olievlekken, waarna de laag loslaat |
| Voortent op een seizoenplaats | Verhoogde vloer op tegels als voetjes, regels van 45 bij 70 mm, daarop underlayment of osb | Hout direct op het gras, zodat het van onderaf wegrot |
| Overkapping buiten | Tegels, keramiek of hardhouten vlonderdelen | Pvc onder een overkapping, dat uitzet in de zon en loslaat door vocht |
| Paardenstal | Vlak aangedrukte ondergrond met rubbermatten en afschot naar een goot | Losse zandbodem zonder afwatering |
| Wijnkelder onder de vloer | Geventileerde put met een geïsoleerd luik in de vloer | Een sparing maken in een systeemvloer zonder berekening |
Osb, underlayment en platen op zolder
Osb als vloer is populair omdat het goedkoop is en meteen af kan lijken. Er zitten twee addertjes onder. Twaalf millimeter is te dun om over balken te leggen: over een balklaag op 50 tot 60 centimeter hart op hart wil je minstens 18 millimeter, en 22 millimeter loopt merkbaar rustiger. Twaalf millimeter is bruikbaar als toplaag op een bestaande vlakke vloer, en dan nog met alle naden ondersteund.
Het tweede addertje is de afwerking. Osb heeft grove spanen die verf ongelijk opnemen, dus glad wordt het nooit helemaal. Reken op twee lagen primer met schuren ertussen en daarna twee lagen vloerlak, en accepteer dat de structuur zichtbaar blijft. Behandel altijd beide zijden en de kanten, want een plaat die je alleen aan de bovenkant afsluit trekt hol. Het praktische bezwaar merk je pas later: gemorst drinken zakt tussen de spanen en is er met dweilen niet meer uit te krijgen.
Underlayment van 12 millimeter is bedoeld als egaliserende laag op een bestaande vloer, niet als constructieve vloer. Schroef het in een raster van 20 tot 25 centimeter, langs de randen dichter, met de naden verspringend en 2 millimeter vrij van de wanden. Multiplex van 18 millimeter watervast verlijmd is de keuze voor vochtige ruimtes. Mdf hoort niet op een vloer thuis: het zuigt vocht op, zet uit en heeft in de plaat vrijwel geen sterkte over de lengte.
Maak je een luik in de vloer of een vloer boven een dichtgemaakt trapgat, dan blijft de opening bij voorkeur tussen twee balken. Schroef latjes van 30 bij 50 millimeter aan de binnenzijde als sponning voor het deksel. Moet er een balk worden onderbroken, dan hoort daar een raveelbalk met balkschoenen omheen; een balk die alleen in het kopse hout is gespijkerd houdt het niet. Achter een knieschot laat je de isolatie doorlopen en leg je losse platen, zodat je er later nog bij kunt. Wordt die ruimte opslag, kijk dan eerst naar de draagkracht van de balklaag; hoe je die zonder isolatieverlies aanpakt staat bij een houten vloer isoleren en tegelijk verstevigen.
| Plaatmateriaal | Zinvolle dikte | Waarvoor | Beperking |
|---|---|---|---|
| Osb/3 | 18 tot 22 mm over balken, 12 mm als toplaag | Zoldervloer, slaapkamervloer, ondervloer | Grof oppervlak, lastig schoon te houden, zwelt op bij vocht |
| Underlayment | 12 mm | Egaliserende laag onder pvc, laminaat of tapijt | Geen dragende functie, moet dicht geschroefd worden |
| Multiplex watervast | 18 mm | Vochtige ruimtes, trap- en luikconstructies | Duurder dan osb en spaanplaat |
| Spaanplaat V313 | 18 tot 22 mm | Droge zolder- en verdiepingsvloeren | Onherstelbaar bij een lekkage |
| Mdf | Niet gebruiken als vloer | Meubels en aftimmerwerk | Zuigt vocht op en heeft weinig sterkte over de lengte |
| Sandwichpanelen | Volgens leverancier | Stallen, tijdelijke opbouw, geïsoleerde vloerdelen | Puntlasten drukken de kern in |
| Steenschotten | Ruw hout van ongeveer 20 mm | Zolderberging, tijdelijke vloer, werkvloer | Splinters en ongelijke dikte, dus schuren en vastschroeven |
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Hoeveel gewicht kan een betonnen vloer dragen?
Voor woningen wordt gerekend met 1,75 kN per vierkante meter, ongeveer 175 kilo, plus een puntlast van 3 kN. Oudere vloeren zijn vaak op 150 kilo per vierkante meter berekend, met andere veiligheidsfactoren, waardoor het praktisch op hetzelfde uitkomt. Dat getal is een verdeelde belasting en geen maximum per plek: naast een zwaar meubel staat altijd vloer waar bijna niets op rust. Bij een systeemvloer zonder de originele berekening kom je nooit aan een hard maximum, en dan is de veilige route het gewicht tegen een dragende muur en dwars op de overspanning zetten.
Hoe vul ik een gat in de vloer op?
De diepte bepaalt het materiaal. Tot een paar millimeter is egaliseermiddel genoeg, tot drie centimeter werk je met uitvlakmortel en daarboven met zandcement of beton. Maak de randen schoon en ruw, bevochtig de ondergrond en brand hem aan met een waterig papje van cement en water. Breng de mortel aan terwijl dat papje nog nat is, in één werkgang, en rei af tussen twee latjes op de gewenste hoogte. Zit het gat in een houten vloer, gebruik dan geen mortel maar een plaat op opgeschroefde latten tussen de balken.
Wat is de verhouding zand en cement voor een dekvloer?
Voor een zandcement dekvloer houd je 1 deel cement op 4 tot 5 delen scherp zand aan, met net genoeg water om de specie in je hand tot een bal te kunnen knijpen. Voor beton is de gangbare verhouding 1 deel cement op 2 delen zand en 3 delen grind. Te veel water is de meest gemaakte fout: het maakt verwerken makkelijker en het eindresultaat zwakker. Kant-en-klare zakken uit de bouwmarkt hebben de verhouding al goed en vragen alleen nog water, dus daar hoef je geen cement of grind bij te doen.
Hoe kan ik een vloer 1 of 2 cm ophogen?
Met een uitvlakmortel of vezelversterkte egaline die geschikt is voor die laagdikte, of droog door de vloer op te hogen met platen op een uitvullaag. Nat werken geeft een naadloos vlak en is bij vloerverwarming de gebruikelijke route. Droog werken is lichter en meteen beloopbaar, wat op een verdiepingsvloer of in een flat het gewicht scheelt. Reken bij beide gevallen na of de deuren nog open kunnen, of de dorpels meegaan en of de onderste traptrede niet te laag wordt.
Hoe lang moet een dekvloer drogen voordat er vloerbedekking op kan?
Als vuistregel heeft een cementdekvloer een week per centimeter nodig voor de eerste vier centimeter, en daarboven duurt het aanzienlijk langer. Die vuistregel geldt bij normale temperatuur en gematigde luchtvochtigheid, dus een koude kamer of een gesloten ruimte rekt de tijd flink op. Doorslaggevend is niet de kalender maar de meting: onder 2,0 procent CM mag er een vloer op, met vloerverwarming onder 1,8 procent, en bij anhydriet liggen de grenzen op 0,5 en 0,3 procent. In ons overzicht met droogtijden per soort dekvloer en egaline staan de gangbare producten naast elkaar.
Hoe verhelp ik een krakende vloer, en helpt talkpoeder?
Talkpoeder in de naad haalt de wrijving tussen twee planken er tijdelijk uit en werkt vaak enkele weken tot een paar maanden. Als noodgreep voor een slaapkamer boven een kinderkamer is dat prima, als reparatie niet, want het poeder zakt weg. Blijvend werkt vastzetten: voorboren en per balk twee schroeven van 4,5 bij 45 millimeter door de plank in de balk. Kraakt het tussen plank en balk, dan doet een lijmblokje of een wig vanaf de onderkant meer dan nog een schroef van bovenaf.
Wat helpt tegen contactgeluid in een jaren 30 woning?
In die woningen ligt een houten balklaag met de koppen in de bouwmuur, waardoor elke stap zich rechtstreeks doorzet. De maatregel met het meeste effect is een zwevende opbouw: een zware plaatvloer op isolatiestroken, volledig los van de wanden, of een cementdekvloer van 40 tot 50 millimeter op isolatieplaten als het gewicht kan. Isolatie tussen de balken doet iets voor stemgeluid en muziek, en vrijwel niets tegen loopgeluid. Een verend opgehangen plafond in de ruimte eronder is de aanvulling die het meeste toevoegt.
Kun je naden in een pvc vloer opvullen?
Bij een verlijmde vloer wel, met voegenpasta in de kleur van je vloer. Bij een klikvloer heeft dat weinig zin, want daar zijn de naden een teken dat de vloer als geheel is verschoven of ergens klem zit; daar los je het op door de dilatatie langs de wanden te herstellen. Vul altijd in de koude periode, want dan staan de naden op hun breedst. Vraag bij de leverancier na of de pasta blijvend flexibel is, anders komt de vulling er bij de eerste warme zomer weer uit.
Waarom bolt mijn pvc vloer op of golft hij?
Er zijn drie gebruikelijke oorzaken. De eerste is restvocht in de ondergrond, waardoor de lijm loslaat en de banen omhoog komen. De tweede is te weinig dilatatie: een klikvloer die rondom tegen de plint of tegen een keukenblok klemt, kan bij uitzetting alleen omhoog. De derde is warmte, bijvoorbeeld door zon achter glas op een donkere vloer. Meet eerst het vocht, controleer daarna of de vloer overal vijf tot acht millimeter vrij ligt, en kijk of er ergens een zwaar meubel op staat dat de vloer vasthoudt.
Hoe krijg ik gele vlekken uit een pvc vloer?
Die krijg je er niet uit. Gele verkleuring onder een deurmat met rubberen rug, onder een bureaustoelmat of onder wieltjes ontstaat doordat stoffen uit het rubber reageren met de weekmakers in de toplaag. De verkleuring zit ín het materiaal en niet erop, dus schrobben en bleekmiddel helpen niet en beschadigen de vloer alleen maar. Voorkomen kan wel: kies matten met een geweven of vilten rug en wielen die als geschikt voor pvc verkocht worden.
Wat kost het om een granito of granieten vloer te laten polijsten?
Bij kleine oppervlakken betaal je vooral het voorrijden en het opbouwen van de machines. Voor een hal van ongeveer twee vierkante meter kom je in de praktijk uit op een minimumbedrag van rond de 500 euro, en offertes tot bijna 1000 euro exclusief btw voor zo'n vlak zijn geen uitzondering. Voor grotere oppervlakken zakt de prijs per vierkante meter fors: rond de 3000 euro voor twaalf vierkante meter is een reëel bedrag. De verschillen tussen bedrijven en regio's zijn groot, dus vraag er drie op en laat ze langskomen.
Hoeveel tapijt heb ik nodig voor een trap?
Reken per trede de aantrede plus de optrede bij elkaar op. Samen is dat meestal 45 tot 50 centimeter, dus een rechte trap van dertien treden vraagt ongeveer zes tot zes en een halve meter loper. Bekleed je de hele trap in een baan van 80 centimeter breed, dan zit je op ruwweg vijf vierkante meter. Bij een kwartslag of wisseltreden tel je er 10 procent bij op voor het passen, en koop alles uit dezelfde rol, want tussen partijen zit vaak net verschil in kleur.
Hoe kaal moet een trap zijn voor vloerbedekking?
Kaal hout hoeft niet, maar vlak en vrij van obstakels wel. Haal alle oude nieten en spijkers eruit, want één achtergebleven kop schuurt binnen een half jaar door de rug van het nieuwe tapijt heen. Lijmresten mogen blijven zitten zolang ze vlak zijn. Krakende of losse treden schroef en lijm je eerst vast, omdat je daar later niet meer bij kunt. Zit er een dikke, brokkelige laklaag op de neuzen, schuur die dan glad zodat het tapijt daar niet in een paar maanden doorslijt.
Kun je tapijt op een trap beter nieten of lijmen?
Een tacker in de binnenhoek van elke trede geeft grip zonder dat je de trap onherstelbaar dichtsmeert, en de nieten verdwijnen uit het zicht in die hoek. Lijmen hecht beter op een gladde, dichte trede, maar bij dun tapijt slaat lijm door naar de bovenzijde en later krijg je de resten er nauwelijks af. In de praktijk houdt de combinatie het langst: een dunne lijmrups op het horizontale deel en nieten in de hoek tussen aantrede en optrede.
Is bouclé tapijt geschikt voor de trap?
Bouclé heeft lussen die niet zijn doorgesneden, en op het vlakke deel van de trede slijt dat mooi gelijkmatig. De zwakke plek zit op de neus: gaat daar één lus stuk, dan trekt hij door tot ver over de trede. Kies daarom een dichte kwaliteit met kleine lussen en een stevige rug, en vraag naar de gebruiksklasse, want een trap telt als zwaar belast. Een lus die is losgetrokken knip je vlak af in plaats van hem eruit te trekken. Bij een hond of een kat die aan de trap krabt, houdt snijpool zich beter.
Hoe krijg ik bobbels uit tapijt?
Dat hangt af van hoe het ligt. Bij volledig verlijmd tapijt is een bobbel een plek waar de lijm niet gehecht heeft; die snijd je open, je brengt er lijm onder en rolt hem plat. Bij tapijt op spijkerlatten is een bobbel het gevolg van te weinig spanning, en dan haal je het aan één zijde los en span je opnieuw met een kniespanner vanuit het midden naar de randen. Bulten die in de zomer ontstaan bij tapijt dat alleen langs de randen is gelijmd, krijg je er alleen uit door het alsnog helemaal vast te zetten.
Hoe krijg je olie van de vloer?
Op beton zakt olie in de poriën en daar haal je hem niet uit met een doek. Strooi absorptiekorrels of kattenbakkorrels op de vlek, laat het een dag staan en veeg het op. Wat dan nog donker is behandel je met een alkalische ontvetter en een stevige borstel, en daarna spoel je met veel water na. Op een houten vloer werk je met een absorberend kompres van talkpoeder; op een geoliede vloer valt een vetvlek meestal weg door plaatselijk bij te oliën. Wil je de vloer daarna coaten, dan moet de olie er echt uit, want op een vette ondergrond hecht geen coating.
Wat zijn de nadelen van een white wash vloer?
Het witte pigment gaat de nerf in, en juist daar hecht vuil zich, waardoor looppaden sneller opvallen dan bij een naturel geoliede vloer. Plaatselijk bijwerken laat vrijwel altijd een verschil zien, omdat verse witte olie lichter is dan de omgeving. Op grenen slaat wit soms iets groenig uit door de gele ondertoon van het hout, dus test eerst op een losse plank. Het grootste nadeel is dat de keuze bijna onomkeerbaar is: het pigment zit millimeters diep en gaat er ook met schuren niet volledig uit. Welke middelen op grenen werken en in welke volgorde ze op elkaar horen, staat bij de opbouw van loog, olie en pigment op grenen.
Wat is een goedkope vloer voor de zolder?
Osb van 18 millimeter op de bestaande balklaag is het gebruikelijke antwoord, met underlayment als je er later nog iets overheen wilt leggen. Schroef in plaats van spijker, houd de naden op een balk en laat 2 millimeter vrij langs de wanden. Kijk wel eerst naar de balklaag zelf, want zoldervloeren zijn vaak lichter uitgevoerd dan een verdiepingsvloer en gaan meebewegen zodra er echt spullen op komen. In een appartement gelden bovendien de eisen van de vereniging van eigenaren, ook voor een zolder.
Is een holle baksteen vloer bij aankoop van een huis een probleem?
Als verdiepingsvloer meestal niet. De problemen met dit soort gemetselde vloeren spelen vooral op de begane grond boven een vochtige kruipruimte, waar de wapening in de ribben kan gaan roesten. Op de verdieping komt die vloer niet met dat vocht in aanraking en gaan ze in de praktijk decennia probleemloos mee. Let wel op twee dingen: de overspanning is beperkt, dus draagmuren aanpassen vraagt altijd een berekening, en een eventuele druklaag moet intact blijven. Nieuwe scheidingswanden op zo'n vloer maak je licht, bijvoorbeeld in houtskeletbouw of cellenbeton.
Mag ik zelf door de vloer naar de kruipruimte boren?
Dat mag, maar niet blind. In de vloer kunnen vloerverwarmingsslangen zitten en eronder lopen water-, elektra- en gasleidingen. Zet de vloerverwarming een uur aan en zoek de slangen op met een warmtebeeldcamera, of boor vlak langs de muur waar leidingen zelden liggen. In een systeemvloer boor je niet zomaar door een rib of door de druklaag heen. Raak je toch een gasleiding, verlaat dan het huis, bel het storingsnummer van de netbeheerder en laat het herstel aan een erkende installateur over.