2 houten balken verbinden: verlengen, verdubbelen en koppelen
Twee houten balken verbinden gaat op drie manieren: in de lengte verlengen, naast elkaar verdubbelen tot één zwaardere balk, of haaks aan elkaar koppelen. Een las in de lengte hoort boven een steunpunt te liggen, want een kopse naad draagt zelf niets. Naast elkaar koppelen doe je met constructieschroeven of doorgaande bouten in twee verspringende rijen, niet met spaanplaatschroeven. Draagt de balk een vloer, een dak of een muur, dan hoort er een berekening onder.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Accuboormachine met koppelinstelling, of een slagmoersleutel voor bouten
- Houtboren voor voorboren, plus een lange boor voor doorgaande bouten
- Twee of drie lijmklemmen of schroefklemmen
- Timmermanspotlood, rolmaat en een lange rei of draad om de lijn te controleren
- Waterpas of laser om de bovenkanten gelijk te stellen
- Handzaag of cirkelzaag voor het pasmaken van de kopse kanten
- Steeksleutel of dop voor de moeren
Materiaal
- Constructieschroeven met torx-aandrijving, deeldraad of volledige draad
- Doorgaande bouten M10 of M12 met moer en grote onderlegringen
- Multiplex of stalen koppelplaten voor een las
- Balkschoenen of hoekankers met de bijbehorende kamnagels
- Constructielijm D4 of pu-lijm voor een verlijmde las
- Bitumenstrook of epdm als scheidingslaag op metselwerk
Wat de balk draagt bepaalt de verbinding
Voordat je nadenkt over schroeven of bouten, wil je weten wat er op de balk rust. Een regel onder een steiger van pallets mag anders behandeld worden dan een vloerbalk waar je bed op staat. Wat er komt kijken bij dragend werk staat in ons overzicht over dragende balken en liggers, en dat is de eerste plek om te kijken als je twijfelt.
Er zijn drie soorten verbindingen en ze doen alle drie iets anders. Verlengen betekent dat je twee balken in elkaars verlengde koppelt, en dat is de zwaarste opgave. Verdubbelen betekent dat je twee balken tegen elkaar zet zodat ze samen meer dragen dan elk apart. Koppelen betekent haaks aansluiten, bijvoorbeeld een kinderbalk in een moerbalk of een regel tegen een stijl.
Het verschil zit in de krachten. Bij verdubbelen wil je dat de twee delen niet ten opzichte van elkaar kunnen schuiven. Bij verlengen wil je dat de naad geen buiging hoeft op te nemen. En bij haaks koppelen wil je dat de kopse kant van de ene balk ergens op rust en niet aan schroeven hangt.
Blijkt de overspanning te groot voor hout, dan houdt zelf uitzoeken op. Een stalen ligger is dan de logische stap, en de maatvoering en het gewicht van een HEA 260 geeft een goed beeld van wat dat in de praktijk betekent.
| Wat je wilt bereiken | Verbinding die past | Bevestiging | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| Een balk verlengen boven een muur of poer | Overlap naast elkaar, of stomp met koppelplaten aan beide zijden | Constructieschroeven in twee rijen, of doorgaande bouten M10 | De naad hoort boven het steunpunt te liggen, niet ernaast |
| Een balk verlengen midden in de overspanning | Geen doe-het-zelfverbinding, hier hoort een berekende las | Stalen strippen of een verlijmde schuine las volgens opgave | Dit is het geval waarin je een constructeur belt |
| Twee balken naast elkaar tot één zwaardere balk maken | Verdubbeling over de volle lengte | Constructieschroeven of bouten, verspringend in twee rijen | Beide delen moeten op hetzelfde steunpunt landen |
| Een balk haaks in een andere balk laten landen | Balkschoen, of een traditionele pen-en-gatverbinding | Kamnagels in alle gaten van de schoen | Nooit alleen schroeven door de zijkant in de kopse kant |
| Een regel plat op een balk leggen | Direct op elkaar, met de nerf in dezelfde richting | Deeldraadschroeven die de delen tegen elkaar trekken | Verspringend schroeven, anders splijt de onderste balk |
| Een demontabele verbinding, bijvoorbeeld in een pergola | Doorgaande bouten of houtdraadbouten | Bout met moer, ring aan beide zijden | Hout krimpt, dus na een jaar de moeren nog eens aandraaien |
| Twee balken in een hoek van 90 graden in het platte vlak | Halfhoutse verbinding of een hoekanker | Schroeven door het lipvlak, of een verzinkt hoekanker | Een halfhoutse las halveert de hoogte, dus ook de sterkte |
Bij een dragende constructie hoort een berekening. Vloerbalken, dakbalken, een balk boven een doorbraak en alles wat metselwerk draagt vallen daaronder. Het wijzigen van een dragende constructie is vergunningplichtig en een constructeur bepaalt de maat, de oplegging en het aantal bevestigingsmiddelen. Zelf twee balken aan elkaar schroeven en hopen dat het genoeg is, is precies de plek waar dit misgaat.
Twee balken in de lengte aan elkaar verbinden
Een balk verlengen voelt als het simpelste van de drie, en het is juist het lastigste. Twee kopse kanten tegen elkaar dragen niets: kopshout houdt schroefdraad slecht vast en een naad kan geen buiging opnemen. Alles wat de verbinding sterk maakt moet dus van het materiaal eromheen komen.
De verbinding die altijd werkt, is de las boven een steunpunt. Laat de twee balken elkaar overlappen boven de muur, de poer of de stijl waar ze op rusten, met de zijkanten tegen elkaar. Wij houden per zijde minstens twee keer de balkhoogte overlap aan, met een ondergrens van dertig centimeter. Dat is een vuistregel uit de praktijk, geen norm, en bij een berekende vloer staat de overlap in de opgave.
Moet de las stomp blijven, bijvoorbeeld omdat de balken in één lijn moeten liggen, dan komen er koppelplaten aan beide zijden. Multiplex van achttien millimeter of stalen strippen, aan weerskanten dezelfde lengte, en het schroefpatroon aan elke kant van de naad gelijk. De platen nemen de buiging over die het hout ter plaatse van de naad niet kan leveren. Voor de keuze van het plaatmateriaal helpt ons overzicht over houtsoorten en plaatmateriaal.
Rust de balk op een poer van beton, dan wil je die poer zwaar genoeg maken. Met de rekenhulp voor beton zie je hoeveel kuub je voor een poer of een strook nodig hebt, inclusief het aantal zakken.
De schuine las en de zwaluwstaart
In oud werk kom je verlengingen tegen die met een schuine las zijn gemaakt, soms met een haak of een zwaluwstaart erin gestoken. Zo'n las werkt doordat het contactvlak veel groter is dan een kopse naad en doordat de vorm de delen tegen elkaar houdt. Zaag je hem zelf, dan is een helling van ongeveer één op zes tot één op acht gangbaar, verlijmd en met een paar bouten door het lasvlak. Het is mooi werk, maar zonder een goede zaagmal en veel geduld haal je de pasnauwkeurigheid niet die de las juist sterk maakt.
Leg de twee balken naast elkaar op de grond en kijk over de bovenkant. Bijna elke balk is licht krom. Leg de bolle kant altijd omhoog, dan zakt de balk onder belasting naar recht toe in plaats van dieper door.
Balken naast elkaar verdubbelen tot één geheel
Twee balken naast elkaar dragen alleen samen als ze niet ten opzichte van elkaar kunnen schuiven. Buigt een balk door, dan rekt de onderkant en drukt de bovenkant in. Zitten er twee losjes tegen elkaar, dan doet elke balk dat voor zich en heb je twee halve balken in plaats van één dubbele. De bevestiging moet die schuifkracht overbrengen, en daarom staat er niet één schroef om de meter maar een patroon over de hele lengte.
Wij werken met twee rijen bevestigingsmiddelen, verspringend ten opzichte van elkaar, om en om hoog en laag. Een enkele rij in het midden geeft veel te weinig grip op de schuifkracht. Twee rijen die precies boven elkaar in dezelfde nerf zitten, geven splijtrisico. Verspringen lost allebei op.
Bij de steunpunten zet je er extra bij. De schuifkracht is aan de uiteinden het hoogst en in het midden het laagst, dus twee schroeven binnen de eerste vijftien centimeter zijn geen overdaad. Verdubbel je een vloerbalk om een verende vloer stijver te maken, dan is wat er onder een houten vloer speelt een goede tweede leesbeurt, want vaak zit de veer niet in de balk maar in de oplegging.
| Balkhoogte | Rijen bevestiging | Hart-op-hart in de lengte | Wat wij hier gebruiken |
|---|---|---|---|
| Tot 100 mm | Eén rij, licht verspringend hoog en laag | 250 tot 300 mm | Constructieschroeven 6 x 100 tot 6 x 120 mm |
| 100 tot 150 mm | Twee rijen, verspringend | 300 mm | Constructieschroeven 6 x 120 tot 8 x 140 mm |
| 150 tot 200 mm | Twee rijen, verspringend | 250 tot 300 mm | Constructieschroeven 8 x 160 mm of bouten M10 |
| 200 tot 250 mm | Twee rijen, plus extra bij de opleggingen | 250 mm | Doorgaande bouten M10 of M12 met grote ringen |
| Boven 250 mm | Twee rijen volgens opgave | Volgens berekening | Bouten, en een constructeur die het patroon bepaalt |
Zet de twee balken eerst met twee lijmklemmen strak tegen elkaar en draai daarna pas de eerste schroeven in. Trek je de spleet dicht met de schroeven zelf, dan komt de kop diep in het hout te staan en houd je een naad over waar water en vuil in blijft zitten.
Balken verbinden met schroeven of met bouten
De vraag welke schroef erin moet, is bij balken verbinden met schroeven de vraag die het vaakst fout beantwoord wordt. Een spaanplaatschroef is gehard en daardoor bros: hij houdt goed in trek maar knapt bij een zijdelingse belasting. Een constructieschroef is taaier, heeft een dikkere kern en is gemaakt om afschuiving op te nemen. Voor een verbinding die iets draagt, is dat verschil de hele reden dat de een wel mag en de ander niet.
Binnen de constructieschroeven is er nog een keuze. Een schroef met deeldraad heeft een glad deel onder de kop en trekt de twee delen daarmee tegen elkaar. Een schroef met volledige draad trekt niets aan, maar houdt de delen over de hele lengte vast en werkt beter waar de balken al strak tegen elkaar zitten. Voor het verdubbelen van balken werkt de deeldraadschroef prettiger.
Doorgaande bouten zijn de sterkste optie en ook de enige die je later weer los krijgt. De regel bij bouten in hout is dat het gat hooguit een millimeter ruimer is dan de bout, en dat er aan beide kanten een grote onderlegring zit. Hout is zacht en een kleine ring drukt zich er onder belasting gewoon in. Draai daarom stevig aan, maar niet zo hard dat de ring in het hout verdwijnt.
| Bevestiging | Waar hij goed in is | Voorboren | Vuistregel voor de maat |
|---|---|---|---|
| Spaanplaatschroef | Niets dragends, hoogstens tijdelijk fixeren | In hardhout altijd | Niet gebruiken in een verbinding die belast wordt |
| Constructieschroef met deeldraad | Twee delen tegen elkaar trekken en houden | Vurenhout niet, hardhout wel | Door het eerste deel heen plus minstens 6 x de diameter erin |
| Constructieschroef met volledige draad | Delen die al strak op elkaar liggen, en schuine plaatsing | Vurenhout niet, hardhout wel | Zo lang mogelijk zonder aan de andere kant uit te komen |
| Tellerkopschroef | Beslag en platen met grote gaten | Meestal niet | De kop moet vlak op het beslag liggen, niet erin zakken |
| Houtdraadbout | Zwaar beslag op één zijde vastzetten | Altijd, met de kerndiameter als boormaat | Draad minstens 8 x de diameter in het tweede deel |
| Doorgaande bout M10 of M12 | Zware verdubbelingen en demontabel werk | Ja, gat hooguit 1 mm ruimer dan de bout | Ringen met een diameter van ongeveer 3 x de boutmaat |
| Kamnagel in een balkschoen | Balkschoenen en hoekankers vastzetten | Nee | Alle gaten vullen, meestal een nagel van 4,0 mm dik |
Een balkschoen werkt alleen met de nagels waarvoor hij ontworpen is. De gaten zitten er niet voor de sier: het beslag haalt zijn sterkte uit het aantal en de plaats van de nagels. Vul dus alle gaten en gebruik kamnagels of de door de fabrikant genoemde schroeven. Een halfvolle schoen met een paar spaanplaatschroeven erin draagt een fractie van wat er op de verpakking staat.
Voorboren, randafstanden en splijten voorkomen
Hout splijt in de richting van de nerf, en een schroef is een wig die dat splijten uitlokt. Twee dingen bepalen of het misgaat: hoe dicht je bij een rand of kopse kant zit, en of je hebt voorgeboord. Bij een balk van vier euro is een scheur vervelend, bij een balk die je net op maat hebt gezaagd voor een oplegging kost het je het hele stuk.
Onze werkwijze bij randafstanden: minstens tien keer de schroefdiameter tot de kopse kant, minstens vijf keer tot de lange zijde, en de schroeven onderling in de nerfrichting ook zeker tien keer de diameter uit elkaar. Bij een schroef van acht millimeter zit je dan op tachtig millimeter tot het kopse einde. Dit is een praktische aanhoudsmaat, want in een berekende constructie leest de constructeur de precieze afstanden uit de norm.
Voorboren doe je met de kerndiameter van de schroef, dus het gladde deel zonder de draad. Voor de meeste constructieschroeven komt dat neer op ongeveer zeventig procent van de nominale diameter. In vurenhout kun je met een schroef met snijpunt vaak zonder, in hardhout nooit. In de kopse kant boor je altijd voor, ook in vuren.
| Houtsoort | Voorboren | Bevestiging die past | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| Vuren en grenen, constructiehout | Meestal niet nodig bij een schroef met snijpunt | Verzinkte constructieschroeven | Binnen prima, buiten roest een verzinkte schroef op den duur |
| Douglas en lariks | Voorboren bij de kopse kant en dicht bij de rand | Rvs A2 buiten, verzinkt binnen | Beide soorten bevatten looizuur en geven zwarte vlekken rond staal |
| Geïmpregneerd vuren | Als vuren | Rvs of thermisch verzinkt | De koperzouten tasten dun verzinkte schroeven aan |
| Hardhout zoals azobé en bangkirai | Altijd, met de kerndiameter | Rvs A2 of A4, of bouten | Zonder voorboren draait de schroefkop er gewoon af |
| Eiken | Altijd | Rvs, nooit gewoon staal | Looizuur en staal geven blijvende blauwzwarte vlekken |
| Gelamineerd hout en lvl | Volgens opgave van de fabrikant | Constructieschroeven, vaak met een voorgeschreven patroon | De lijmlagen bepalen waar je wel en niet mag boren |
| Multiplex koppelplaat | Bij dunne platen niet, dicht bij de rand wel | Korte constructieschroeven of bouten | Buiten alleen watervast verlijmd multiplex gebruiken |
Stel het koppel van je accuboormachine laag in en draai de laatste slagen op gevoel. Een schroef die je met vol vermogen doortrekt, draait het hout onder de kop kapot, en daarmee verdwijnt precies de grip die de verbinding strak houdt.
Lijm in een houtverbinding: wanneer wel en wanneer niet
Lijm kan een verbinding tussen twee balken flink sterker maken, maar alleen onder voorwaarden waar je in een klus zelden aan voldoet. Een lijmnaad wil volledig contact, gelijkmatige druk over de hele lengte en hout dat droog en schoon is. Op een balk van vier meter betekent dat om de dertig centimeter een klem, en dat heeft bijna niemand liggen.
Kopshout lijmen heeft geen zin. De vaten in het hout staan daar open en zuigen de lijm weg, dus de naad blijft hongerig en droogt uit tot een breekbaar laagje. Twee balken kopse kant tegen kopse kant lijmen levert daarmee vrijwel geen sterkte op, hoe duur de lijm ook was.
Waar lijm wel iets doet, is bij het verdubbelen en bij een schuine las. Zijvlak op zijvlak geeft een groot langshoutvlak en dat is waar lijm sterk in is. Gebruik dan een lijm die tegen vocht kan, D4 of pu, en klem tot de lijm echt hard is. Zie de lijm als extraatje boven op de schroeven, niet als vervanging ervan, want een lijmnaad die je niet kunt controleren wil je niet als enige zekerheid.
Pu-lijm schuimt op tijdens het uitharden en dat schuim heeft nauwelijks sterkte. Een dikke laag maakt de verbinding dus niet beter, alleen viezer. Dun aanbrengen op één vlak en flink klemmen levert het meeste resultaat.
Verbindingen die buiten staan of nat kunnen worden
Buiten verliest een verbinding zelden zijn sterkte door de kracht, maar door het vocht. Water dat in een naad blijft staan, houdt het hout langdurig nat, en daar begint houtrot. De naad tussen twee verdubbelde balken is precies zo'n plek: een spleet van een halve millimeter zuigt water op en droogt maanden niet meer op.
De oplossing zit in de detaillering. Laat de naad niet bovenop liggen waar regen op valt, of zet er een afdekker overheen. Landt een balk op metselwerk of beton, leg dan een strook bitumen of epdm tussen het hout en de steen, want steen geeft optrekkend vocht rechtstreeks door aan de kopse kant van de balk. En zaag kopse kanten af onder een lichte helling zodat water eraf loopt.
Voor de bevestiging betekent buiten: rvs of een dikke zinklaag. Een elektrolytisch verzinkte schroef heeft een laag van enkele micrometers en die schraapt bij het indraaien voor een groot deel weg. Wat een zinklaag wel en niet kan hebben, staat in ons stuk over gegalvaniseerd en verzinkt staal. Bij kozijnhout en aansluitingen op gevelwerk speelt hetzelfde vochtprobleem, zie het vervangen van houten kozijnen.
Krimp, werkend hout en verbindingen die losraken
Vers constructiehout uit de bouwmarkt kan flink nat zijn. Binnen droogt dat hout in de loop van een stookseizoen door naar een veel lager vochtgehalte, en daarbij krimpt het. Die krimp zit vrijwel volledig in de breedte en de hoogte: in de lengte gebeurt er zo weinig dat je het niet merkt.
Voor je verbinding heeft dat twee gevolgen. Een balk van twintig centimeter hoog kan in de hoogte een paar millimeter kleiner worden, dus bouten die je vandaag strak zet, zitten na een winter losser. Draai ze na een stookseizoen nog eens na. Het tweede gevolg is scheurvorming: zet je een balk over de volle hoogte stijf vast tussen twee stalen platen, dan kan het hout niet krimpen en scheurt het in plaats daarvan.
Daarom houden wij de groep bevestigingsmiddelen liever compact in de hoogte en verspreid in de lengte. Twee rijen dicht bij elkaar met veel afstand daartussen in de lengterichting laat het hout werken. Geef nieuw hout ook een paar weken de tijd in de ruimte waar het komt te liggen voordat je alles definitief vastzet.
Loop je toch onder de vloer te werken, pak dan meteen de rest mee. Een houten vloer isoleren is nooit makkelijker dan wanneer de balken al bloot liggen, en een vloer die aan de bovenkant hol ligt, vraagt eerder om het egaliseren van de vloer dan om zwaardere balken.
Kijk voordat je boort wat er door de balk loopt. In vloerbalken zitten vaak kabels en leidingen door een boorgat, en een lange constructieschroef vindt die zonder moeite. Bij twijfel over de bedrading die je tegenkomt, lees dan eerst hoe je kabels en aders veilig verbindt voordat je iets doorknipt of verplaatst.
Zo koppel je twee balken tot één geheel
Deze volgorde geldt voor het verdubbelen van twee balken naast elkaar en werkt met kleine aanpassingen ook voor een overlappende las boven een steunpunt.
-
Stel vast wat de balk draagt
Rust er een vloer, een dak of metselwerk op, dan hoort er een berekening onder de maat en het bevestigingspatroon. Verander dan niets voordat een constructeur ernaar heeft gekeken. Bij een niet-dragende regel of een tuinconstructie kun je gewoon verder.
-
Leg het hout klaar en bepaal de bolle kant
Kijk over beide balken heen en markeer welke kant hol en welke bol is. De bolle kant gaat omhoog, zodat de balk onder belasting naar recht toe zakt. Laat vers hout een paar weken acclimatiseren in de ruimte waar het komt te liggen.
-
Zaag de kopse kanten pas en controleer de oplegging
Beide delen moeten op hetzelfde steunpunt landen, anders draagt er maar één. Wij houden minstens zeven centimeter oplegging aan op metselwerk, en leggen daar een strook bitumen of epdm tussen het hout en de steen tegen optrekkend vocht.
-
Klem de balken strak tegen elkaar
Zet drie of vier klemmen over de lengte en stel de bovenkanten met een waterpas gelijk. De spleet moet dicht zijn voordat de eerste schroef erin gaat. Lijm je mee, breng de lijm dan nu dun aan op één vlak en klem meteen.
-
Teken het schroefpatroon af
Twee rijen, verspringend hoog en laag, ongeveer om de dertig centimeter. Houd minstens tien keer de schroefdiameter afstand tot de kopse kant en vijf keer tot de lange zijde. Zet bij elk steunpunt twee extra schroeven binnen de eerste vijftien centimeter, want daar is de schuifkracht het grootst.
-
Boor voor waar het nodig is
In hardhout, bij de kopse kant en bij doorgaande bouten boor je altijd voor. Gebruik voor schroeven de kerndiameter, ongeveer zeventig procent van de nominale maat. Bij bouten mag het gat hooguit één millimeter ruimer zijn dan de bout zelf.
-
Draai de bevestiging aan met gevoel
Zet het koppel van de machine laag en draai de laatste slagen rustig. De kop hoort net vlak te liggen, niet weggezonken in het hout. Bij bouten komt er aan beide zijden een grote onderlegring, met een diameter van ongeveer drie keer de boutmaat.
-
Controleer en kom er later op terug
Loop de verbinding na op scheuren rond de schroefkoppen en op een naad die toch is opengebleven. Draai bouten na een stookseizoen nog eens na, want het hout krimpt in de hoogte en dan komt de verbinding losser te staan.
Betoncalculator
Van kuub naar zakken, kruiwagens en emmers, met de mengverhouding erbij. Open de volledige betoncalculator
Voordat je de verbinding definitief vastzet
Uit de praktijk
Een verdubbelde balk die onder belasting begint te kraken
Een tikkend of krakend geluid dat terugkomt zodra er iemand overheen loopt, wijst bij een verdubbelde balk vrijwel altijd op te weinig bevestiging in de lengte. De twee delen schuiven onder belasting een fractie langs elkaar en veren daarna terug, en dat hoor je.
De oorzaak is bijna altijd hetzelfde: één rij schroeven in het midden, met veel te grote tussenafstand. Zo'n rij houdt de balken netjes tegen elkaar, maar neemt nauwelijks schuifkracht op. Wat helpt is bijzetten in twee verspringende rijen tot ongeveer dertig centimeter hart-op-hart, met extra bevestiging in de eerste vijftien centimeter bij elk steunpunt.
Blijft het kraken na het bijzetten, dan zit het geluid meestal niet in de balk maar in de oplegging. Hout dat droog op steen ligt en daarbij een halve millimeter beweegt, geeft precies zo'n tik. Een strook bitumen of een stukje epdm onder de kop van de balk maakt daar in één keer een einde aan.
Schroefkoppen die tijdens het indraaien afbreken
Een schroef die halverwege stopt en waarvan de kop bij doordraaien afknapt, zegt twee dingen: het hout is te hard voor deze schroef, of er is niet voorgeboord. In azobé, bangkirai en eiken gebeurt dat al bij de tweede of derde schroef.
Er speelt ook een materiaalkwestie. Een geharde spaanplaatschroef is bros, en bros staal breekt in plaats van te vervormen. Een constructieschroef is taaier en houdt dat wringen wel uit, maar ook die heeft in hardhout een voorgeboord gat nodig, met de kerndiameter als boormaat.
Een afgebroken kop krijg je er zelden nog uit. De praktische route is de rest van de schroef laten zitten, hem net onder het oppervlak wegsteken en er vijf centimeter verderop een nieuwe naast zetten. Boor daarbij niet in dezelfde nerflijn, want een tweede gat vlak achter het eerste maakt een splijtlijn.
Een las die na een winter openstaat
Een verbinding die bij het maken strak zat en een half jaar later een spleet van een paar millimeter laat zien, is bijna altijd een kwestie van vocht. Constructiehout uit het schap kan behoorlijk nat zijn, en tijdens het eerste stookseizoen droogt het door naar binnenklimaat.
Die krimp zit in de hoogte en de breedte, niet in de lengte. Een balk van twintig centimeter hoog wordt daardoor merkbaar lager, terwijl de bouten op hun plaats blijven. De klemkracht valt weg en de naad komt open te staan.
Wat hier werkt is tweeledig. Geef nieuw hout eerst een paar weken de tijd in de ruimte waar het komt te liggen, en kies bij voorkeur bouten in plaats van schroeven op de plekken die je later nog wilt kunnen aandraaien. Na één stookseizoen loop je de moeren nog een keer na en daarna staat het.
Veelgemaakte fouten
Spaanplaatschroeven gebruiken in een dragende verbinding
Een spaanplaatschroef is gehard en daardoor bros. Hij houdt prima in trek, maar bij een zijdelingse belasting knapt hij zonder waarschuwing af. Voor het verbinden van balken horen er constructieschroeven of doorgaande bouten in, met een dikkere kern en taaier staal.
Schroeven in de kopse kant als draagverbinding
Kopshout houdt schroefdraad slecht vast, want de draad snijdt daar door de vezels heen in plaats van eromheen. Een balk die aan schroeven door de kopse kant hangt, komt op termijn los. Gebruik hier een balkschoen, een oplegging of een pen-en-gatverbinding.
Alle bevestiging in één rechte lijn zetten
Schroeven die precies boven elkaar in dezelfde nerf staan, werken samen als een perforatie. Het hout splijt dan langs die lijn, vaak pas weken later. Verspringend werken in twee rijen kost niets extra en haalt dat risico weg.
De las midden in de overspanning maken
Precies in het midden van een overspanning is de buiging het grootst, en een naad kan geen buiging opnemen. Wie daar last, maakt een scharnier. De verbinding hoort boven een steunpunt te liggen, of er hoort een berekende lasconstructie met platen te komen.
Bouten zonder grote onderlegringen aandraaien
Hout is zacht en de moer of de boutkop drukt zich er zonder ring gewoon in. De klemkracht is daarmee na een paar maanden weg. Een ring met een diameter van ongeveer drie keer de boutmaat verdeelt de druk over genoeg oppervlak.
Een balkschoen half vullen
De gaten in beslag horen allemaal een nagel te krijgen. Het aantal en de plaatsing bepalen wat de schoen draagt, dus vier nagels in een schoen die er twaalf vraagt, geeft ruwweg een derde van de sterkte. Gebruik ook de voorgeschreven kamnagels en geen willekeurige schroeven.
Vers, nat hout meteen stijf vastzetten
Nat constructiehout krimpt in de hoogte terwijl de bevestiging op zijn plaats blijft. Zit de balk over de volle hoogte klem tussen platen of bouten, dan kan hij niet krimpen en scheurt hij. Laat het hout eerst wennen en houd de groep bevestigingsmiddelen compact in de hoogte.
Verzinkte schroeven in geïmpregneerd hout of eiken
De koperzouten in verduurzaamd hout en het looizuur in eiken, douglas en lariks tasten een dunne zinklaag aan. Je ziet het aan zwarte strepen rond de schroefkop, en het eindigt met een schroef die in de kern is weggeroest. Buiten hoort daar rvs in.
Veelgestelde vragen
Hoe kun je 2 houten balken verbinden zodat het echt sterk is?
Dat hangt af van de richting. Wil je verlengen, dan laat je de balken elkaar overlappen boven een steunpunt en schroef je ze over die overlap aan elkaar. Wil je verzwaren, dan zet je ze naast elkaar over de volle lengte en verbind je ze met twee verspringende rijen constructieschroeven of bouten. Een kopse naad tussen twee balken draagt op zichzelf niets, ongeacht hoeveel schroeven je erin draait.
Kun je balken verbinden met schroeven of moeten het bouten zijn?
Met schroeven kan prima, mits het constructieschroeven zijn en er genoeg in zitten. Bouten zijn sterker per stuk, zijn later weer los te draaien en zijn de logische keuze bij balkhoogtes vanaf ongeveer twintig centimeter of bij zware belasting. Bij een berekende constructie staat in de opgave welk bevestigingsmiddel erin hoort en in welk patroon, en daar wijk je niet van af.
Welke schroeven gebruik je om twee balken te verbinden?
Constructieschroeven met torx-aandrijving, meestal in de maten 6 x 120 tot 8 x 160 millimeter. Kies een schroef met deeldraad als je de balken nog tegen elkaar moet trekken en volledige draad als ze al strak op elkaar liggen. Buiten neem je rvs, zeker in geïmpregneerd hout, eiken, douglas en lariks, want die tasten een dunne zinklaag aan.
Hoeveel schroeven heb je nodig om balken aan elkaar te verbinden?
Als vuistregel werken wij met twee verspringende rijen op ongeveer dertig centimeter hart-op-hart, met bij elk steunpunt twee extra schroeven binnen de eerste vijftien centimeter. Op een balk van vier meter kom je zo op ruim twintig schroeven per verbinding. Het klinkt veel, maar de schuifkracht tussen twee verdubbelde balken loopt over de hele lengte en niet op een paar punten.
Hoe lang moet de overlap zijn als ik een balk verleng?
Wij houden minstens twee keer de balkhoogte overlap aan per zijde van het steunpunt, met een ondergrens van dertig centimeter. Bij een balk van twintig centimeter hoog wordt dat dus veertig centimeter aan weerskanten. Dat is een praktische aanhoudsmaat en geen norm: bij een dragende vloer of een dak bepaalt de constructeur de overlap en het aantal bevestigingsmiddelen.
Moet je voorboren bij het verbinden van balken?
In vurenhout kun je met een constructieschroef met snijpunt vaak zonder. In hardhout zoals azobé, bangkirai en eiken boor je altijd voor, anders draait de kop eraf of splijt het hout. Boor met de kerndiameter van de schroef, ongeveer zeventig procent van de nominale maat. In de kopse kant boor je ook in vuren voor, want daar splijt hout het snelst.
Kun je twee balken verbinden met lijm?
Alleen zijvlak op zijvlak, en dan als aanvulling op schroeven of bouten. Een lijmnaad vraagt volledig contact en druk over de hele lengte, dus om de dertig centimeter een klem. Kopshout lijmen levert vrijwel geen sterkte op, want het open vaatwerk zuigt de lijm weg. Gebruik buiten een lijm die tegen vocht kan, D4 of pu, en zie de lijm nooit als vervanging van de mechanische bevestiging.
Wat is de sterkste verbinding tussen twee houten balken?
Voor de meeste situaties is een overlap boven een steunpunt met doorgaande bouten de sterkste en meest betrouwbare oplossing. Traditioneel gaat het nog verder met een verlijmde schuine las of een zwaluwstaart, en die zijn in theorie mooier, maar ze staan of vallen bij pasnauwkeurigheid die je zonder mal moeilijk haalt. Sterkte begint bovendien niet bij de verbinding maar bij de oplegging: een balk die goed rust, hoeft minder van zijn verbinding te vragen.
Mag ik een dragende balk zelf verlengen of verdubbelen?
Uitvoeren mag je zelf, bepalen wat er nodig is niet. Het aanpassen van een dragende constructie is vergunningplichtig en vraagt een berekening van een constructeur, die de balkmaat, de oplegging en het bevestigingspatroon vastlegt. Ons overzicht over constructiewerk in en om het huis geeft aan waar die grens per klus ligt. Bij twijfel of een balk draagt, ga je uit van dragend.
Hoe verbind ik balken haaks op elkaar?
Met een balkschoen of een hoekanker, en niet met schroeven door de zijkant in de kopse kant. De kopse kant houdt schroefdraad slecht vast, dus die verbinding zakt op termijn uit. Vul alle gaten van de schoen met de voorgeschreven kamnagels. In zwaar timmerwerk kom je in plaats daarvan een pen-en-gatverbinding tegen, waarbij de kinderbalk in de moerbalk rust en een pen alleen de plaats vasthoudt.
Welke schroeflengte heb ik nodig bij een balk van 63 bij 175 millimeter?
Bij het naast elkaar verdubbelen van twee van die balken gaat de schroef door 63 millimeter heen en moet hij daarna nog minstens zes keer zijn diameter in het tweede deel pakken. Bij een schroef van acht millimeter is dat 48 millimeter, dus kom je op ongeveer 120 millimeter of langer uit. Een schroef van 8 x 140 millimeter is hier een gangbare keuze en blijft ruim binnen de totale dikte.
Waarom komt mijn verbinding na een jaar los te zitten?
Dat is bijna altijd krimp. Vers constructiehout droogt tijdens het eerste stookseizoen door en krimpt daarbij in de hoogte en de breedte, terwijl de bouten op hun plaats blijven. De klemkracht valt weg en de naad komt open. Draai de moeren na een stookseizoen nog eens aan en laat nieuw hout voortaan een paar weken acclimatiseren voordat je het definitief vastzet.
Wanneer je beter een vakman belt
Het schroefwerk zelf is goed te doen, maar de beoordeling ervoor is dat lang niet altijd. Er zijn vier momenten waarop je iemand erbij haalt.
Het eerste is elke balk die een vloer, een dak of metselwerk draagt. Het aanpassen van een dragende constructie is vergunningplichtig en de maat, de oplegging en het aantal bevestigingsmiddelen horen uit een berekening te komen. Een constructeur doet dat in een uurtje en dan weet je het.
Het tweede is een las die niet boven een steunpunt kan liggen. Dat is een berekende verbinding met platen of strippen, en de plaats van elk bevestigingsmiddel doet er dan toe.
Het derde is een balk die zichtbaar doorbuigt, scheurt over de lengte of bij de oplegging is weggerot. Verdubbelen lost dan het gevolg op en niet de oorzaak, en die oorzaak kan zomaar in de fundering of in een vochtprobleem zitten.
Het vierde is werken op hoogte of onder een tijdelijk gestutte constructie. Stutten uitrekenen en plaatsen is vakwerk, want de stut moet de last aankunnen én ergens op landen die dat ook kan. Bij dat soort werk bel je een aannemer of constructeur voordat je de eerste balk lostrekt.