Een perilex verlengsnoer maken, kopen en veilig gebruiken
Een perilex verlengsnoer is soepel rubbersnoer van 5 x 2,5 mm2 met aan de ene kant een perilex stekker en aan de andere kant een perilex koppeling, pen voor pen op elkaar doorverbonden. Voor een machine die je af en toe verplaatst is dat een prima oplossing, voor een fornuis dat jarenlang op dezelfde plek staat niet: dan verplaats je de contactdoos of vervang je het aansluitsnoer. Verlengen met een kroonsteentje in een keukenkastje doe je nooit, en een opgerold snoer rol je altijd helemaal af voordat je zestien ampère gaat trekken.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Striptang voor soepele aders van 1,5 tot 4 mm2
- Kabelmes of afbreekmes om de rubbermantel in te snijden
- Kleine platte schroevendraaier van 3 mm voor de klemschroeven
- Kruiskopschroevendraaier PZ1 en PZ2 voor de kap en de trekontlasting
- Krimptang voor adereindhulzen
- Multimeter met doorbelfunctie
- Tweepolige spanningszoeker van het duspol-type
- Rolmaat
Materiaal
- Rubbersnoer 5 x 2,5 mm2, type H07RN-F, in de gewenste lengte
- Perilex stekker, 16 A, vijfpolig
- Perilex koppeling, ook wel contrastekker genoemd
- Adereindhulzen 2,5 mm2
- Kabelklemmen of een kabelkoker om het snoer weg te werken
- Isolatietape om de bundel bij elkaar te houden tijdens de montage
Wanneer een verlengsnoer de goede oplossing is
Een perilex verlengsnoer hoort bij apparatuur die je verplaatst: een lasapparaat, een kolomboor, een compressor of een fornuis dat tijdens een verbouwing tijdelijk ergens anders staat. De achtergrond bij wat er allemaal achter zo'n vijfpolige contactdoos kan zitten, staat in ons overzicht over krachtstroom en perilex aansluiten.
Waar het misgaat is de andere toepassing: een ingebouwd fornuis waarvan het snoer net te kort is. Dat komt vaker voor dan je zou denken, zeker bij een tweedehands keuken waarvan het kookgedeelte in een nieuwe opstelling belandt. Een verlengsnoer verdwijnt dan achter een kastwand en niemand komt er de eerste tien jaar meer bij.
Een soepel snoer is geen vervanging voor een vaste leiding. Het is niet bevestigd, het kan schuren, de stekkerverbinding kan er half uitzakken en je ziet dat niet omdat er een kast voor staat. Bij zestien ampère per fase is een half contact genoeg om een stekker bruin te laten aanlopen.
De vuistregel die wij aanhouden: kun je er morgen nog bij zonder gereedschap, dan mag het een snoer zijn. Moet je er een kast voor uitbouwen, dan hoort er een vaste kabel of een verplaatste contactdoos te liggen.
| Situatie | Wat wij zouden doen | Waarom |
|---|---|---|
| Aansluitsnoer van het fornuis is een halve meter te kort | Het hele aansluitsnoer vervangen door een langer exemplaar | Eén doorlopend snoer, geen verbinding halverwege |
| Snoer is twee meter te kort achter een ingebouwde keuken | De contactdoos verplaatsen met een vaste kabel van 5 x 2,5 mm2 | De verbinding zit in buis of achter de plint en ligt vast |
| Machine in de schuur die je af en toe verrijdt | Rubberen verlengsnoer, helemaal afgerold bij gebruik | Daar is een verplaatsbaar snoer voor gemaakt |
| Tijdelijke opstelling tijdens een verbouwing | Verlengsnoer, zichtbaar gelegd en op looproutes afgedekt | Tijdelijk mag los liggen, mits je erbij kunt |
| Vaste machine op vijftien meter in een werkplaats | Vaste leiding leggen met een eigen contactdoos naast de machine | Een snoer van vijftien meter blijft nooit netjes liggen |
| Aansluiting buiten of in een natte ruimte | Geen perilex maar een vijfpolige CEE-set met spatwaterdichte kap | Perilex materiaal is bedoeld voor binnen en droog |
Meet eerst hoeveel je werkelijk tekortkomt voordat je iets bestelt. Bij een fornuis dat vijftig centimeter mist is een nieuw aansluitsnoer van twee meter vaak goedkoper en altijd netter dan een verlengsnoer met twee extra contactovergangen.
De twee meter waar iedereen over struikelt
Wie gaat zoeken naar het verlengen van perilex komt vroeg of laat de bewering tegen dat een snoer maximaal twee meter mag zijn. Die grens leeft hardnekkig, maar als algemene regel klopt hij niet. Er is geen bepaling die zegt dat elk soepel snoer bij twee meter ophoudt.
Waar het vandaan komt is wel te volgen. Fabrikanten schrijven voor hun eigen apparaat vaak een maximale lengte van het aansluitsnoer voor, en die zit meestal rond de anderhalve tot twee meter. Dat is een fabrieksvoorschrift voor dat apparaat, geen norm voor elk snoer in huis. De echte grenzen waar je wel op moet letten zijn andere: de doorsnede in verhouding tot de stroom, de spanningsval over de lengte en de vraag of het snoer bereikbaar blijft.
De reflex die we het vaakst tegenkomen is een kroonsteentje in een keukenkastje, met wat isolatietape eromheen. Dat is de slechtste van alle opties. Een kroonsteen is niet trekvast, de schroeven lopen los bij warmte, er zit geen behuizing omheen en de verbinding draagt wel de volle stroom van de kookgroep. Moet je toch onderweg verbinden, dan hoort daar een gesloten lasdoos met vijf klemmen omheen die bereikbaar blijft. Hoe je de aders in zo'n aansluiting verdeelt, hangt af van wat er achter je contactdoos ligt, en dat lees je bij het aansluiten van perilex op twee fasen.
Maak nooit een verlengsnoer met aan beide kanten een stekker. Zodra je de ene stekker in de contactdoos steekt, staan de pennen van de andere kant onder spanning en die kun je gewoon aanraken. Aan de ene kant hoort een perilex stekker, aan de andere kant een koppeling met contactbussen.
Welk snoer je gebruikt en hoe lang het mag worden
Voor een verlengsnoer neem je soepel rubbersnoer, in de praktijk H07RN-F 5 x 2,5 mm2. Dat is de zwarte, dikke kabel die je ook onder machines ziet zitten. Rubber blijft in de kou soepel, is bestand tegen schuren over een betonvloer en tegen een beetje olie.
Wat je hier juist niet gebruikt is installatiekabel zoals VMVK of XMVK. Die is vlak en stug en heeft massieve aders die na een paar keer oprollen breken bij de klemmen. Installatiekabel is bedoeld om vast te leggen, en dat is precies het tegenovergestelde van wat een verlengsnoer doet. Wil je juist wel een vaste kabel leggen naar een verplaatste contactdoos, dan is de keuze tussen VMVK, XMVK en YMVK per situatie het eerste wat je uitzoekt.
De lengtes in de tabel hieronder komen uit de gebruikelijke rekenregel dat je over de hele installatie ongeveer drie procent spanningsval accepteert. Ze gelden voor het snoer alleen, terwijl de vaste leiding vanaf de meterkast er nog bij komt. Houd daarom marge aan en reken zelf na als je in de buurt komt.
Nog een verschil dat mensen verrast: een driefasenmachine op 400 volt mag veel langer aan hetzelfde snoer dan een Nederlandse kookgroep. Bij een kookgroep van tweemaal 230 volt loopt de stroom heen over de fase en terug over de nul, waardoor je twee keer de lengte aan weerstand hebt.
| Doorsnede | Machine op 400 volt, 16 A | Kookgroep 2 x 230 volt, 16 A per fase | Waar je tegenaan loopt |
|---|---|---|---|
| 5 x 1,5 mm2 | Tot ongeveer 35 meter bij 10 A | Niet gebruiken bij 16 A per fase | Wordt merkbaar warm onder volle belasting |
| 5 x 2,5 mm2 | Tot ongeveer 60 meter | Tot ongeveer 30 meter | De standaardmaat voor perilex, past in elke stekker |
| 5 x 4 mm2 | Tot ongeveer 95 meter | Tot ongeveer 50 meter | Stug snoer, controleer of de wartel er nog omheen past |
| 5 x 6 mm2 | Ruim boven de honderd meter | Tot ongeveer 75 meter | Past meestal niet meer in een perilex stekker |
Meet de route met een stuk touw voordat je snoer afrolt, en tel de bochten mee. Een snoer dat langs een plint en om een deurpost loopt is altijd een tot twee meter langer dan de rechte lijn die je in gedachten had.
Stekker, koppeling en wat er op welke pen hoort
Aan de kant van de wandcontactdoos komt een perilex stekker met pennen, aan de kant van het apparaat een perilex koppeling met bussen. Beide zijn er in een vijfpolige uitvoering voor 16 ampère. Zwaardere apparatuur dan dat hoort niet op perilex maar op een CEE-aansluiting.
Bij het maken van een verlengsnoer hoef je niet te weten welke pen bij jou de fase is en welke de nul. Je verbindt gewoon pen voor pen door: 1 op 1, 2 op 2, 3 op 3, 4 op 4 en het aardcontact op het aardcontact. Wat er aan de ene kant binnenkomt, komt aan de andere kant op precies dezelfde plek weer naar buiten.
Dat verandert zodra je aan het eind geen koppeling maar een wandcontactdoos monteert, of zodra je een aansluitsnoer voor een kookplaat bedraadt. Dan moet je wel weten wat er ligt, en dan ga je meten. Bij een perilex stekker met vier draden op twee fasen zie je hoe die verdeling er in een Nederlandse keuken meestal uitziet.
De aardader krijgt in de stekker altijd een paar centimeter extra lengte. Trekt iemand ooit aan het snoer en begeeft de trekontlasting het, dan schieten de stroomvoerende aders los en houdt de aarde het als laatste vol.
| Aansluitpunt | Wat er in een Nederlandse keuken meestal op zit | Aderkleur in een standaard vijfaderig snoer |
|---|---|---|
| Pen 1 | Eerste fase van de kookgroep | Bruin |
| Pen 2 | Tweede fase van de kookgroep | Zwart |
| Pen 3 | Derde fase bij echte krachtstroom, bij een kookgroep vaak leeg | Grijs |
| Pen 4 | Nul | Blauw |
| Aardcontact | Aarde, altijd aangesloten | Groengeel |
De verdeling in de tabel is een gangbaar beeld, geen voorschrift. Welke functie op welke pen zit, is bij perilex nergens dwingend vastgelegd en verschilt per woning. Ga daar bij een verlengsnoer dus niet van uit, maar verbind pen voor pen door en meet na.
Kant en klaar kopen of zelf samenstellen
In het schap van een bouwmarkt als de Gamma liggen vrijwel altijd de losse onderdelen: een perilex stekker, een perilex koppeling en rubbersnoer dat per meter van de rol gaat. Een compleet, kant-en-klaar perilex verlengsnoer ligt er lang niet altijd, want de vraag is klein en de lengtes lopen te veel uiteen. Dat verschilt per filiaal, en online is het aanbod duidelijk breder.
Zelf samenstellen heeft één praktisch voordeel: je bepaalt de lengte zelf. Een kant-en-klaar snoer is vaak vijf of tien meter terwijl je er drie nodig hebt, en de overtollige meters rol je op. Juist die opgerolde meters zijn het probleem, want daar zit de warmte.
Let bij het kopen op de klemconstructie in de stekker. De ruimere modellen hebben schroefklemmen waar 4 mm2 net in past en een wartel die om een dikkere mantel sluit; de goedkoopste modellen stoppen bij 2,5 mm2. Staat er op de verpakking niets over de kabeldiameter, houd dan 2,5 mm2 aan.
Kijk ook naar de kap. Een stekker met een schuine kabelinvoer laat het snoer langs de plint weglopen in plaats van er recht uit te steken, en dat scheelt bij een fornuis dat strak tegen de wand moet.
| Onderdeel | Waar je op let | Wat je er ongeveer voor betaalt |
|---|---|---|
| Perilex stekker 16 A | Schroefklemmen, wartel passend bij je manteldikte | 12 tot 22 euro |
| Perilex koppeling | Vijfpolig, klapdeksel is niet nodig voor binnen | 15 tot 28 euro |
| Rubbersnoer H07RN-F 5 x 2,5 mm2 | Per meter van de rol, let op de aanduiding op de mantel | 4 tot 8 euro per meter |
| Adereindhulzen 2,5 mm2 | Doosje gemengd is meestal voordeliger dan één maat | 5 tot 12 euro per doos |
| Kabelkoker of plintgoot | Breed genoeg voor een ronde mantel van 15 tot 18 mm | 6 tot 15 euro per meter |
| Kant-en-klaar snoer van drie meter | Controleer of er echt 2,5 mm2 in zit | 70 tot 120 euro |
Meten voordat je monteert, en waarom kleuren overnemen misgaat
De verleiding is groot om de bestaande wandcontactdoos open te schroeven en de kleuren daaruit over te nemen in je nieuwe stekker. Dat lijkt logisch en gaat toch regelmatig mis, want de bedrading in de doos zegt niets over de nummering van de pennen die je in handen hebt. In oudere installaties kom je bovendien aders tegen die ooit met de verkeerde kleur zijn doorgetrokken.
Voor een recht verlengsnoer is de aanpak eenvoudiger dan mensen denken. Leg stekker en koppeling naast elkaar op tafel, zoek op beide de nummering die in het kunststof gegoten staat en werk aders één voor één af. Na elke ader controleer je met de doorbelfunctie van je multimeter of pen 1 werkelijk doorverbonden is met bus 1 en met niets anders.
Wil je aan het eind een wandcontactdoos monteren in plaats van een koppeling, dan verandert het verhaal. Dan moet je weten welke pen fase is en welke nul, en dat meet je in de bestaande doos met een tweepolige spanningszoeker: tussen twee pennen 400 volt betekent twee echte fasen, 0 volt betekent twee groepen op dezelfde fase. Hoe je die uitkomst leest en wat hij betekent voor het aantal nuldraden, werken we uit bij perilex op twee fasen aansluiten.
Werk daarbij spanningsloos. Zet de groep uit, controleer met de spanningszoeker dat er echt niets meer op staat en leg de zekering of automaat zo neer dat niemand hem terugzet terwijl jij eraan werkt.
Een verwisselde aarde merk je vaak pas als het misgaat. Zet je de groengele ader per ongeluk op de nulpen en de blauwe op het aardcontact, dan kan het apparaat gewoon draaien terwijl de behuizing via de nul is verbonden. In het gunstigste geval slaat de aardlekschakelaar meteen aan. Meet daarom altijd na.
Belasting, warmte en het opgerolde snoer
Een perilex aansluiting is doorgaans gezekerd op 16 ampère per fase. Bij een kookgroep van tweemaal 230 volt komt dat neer op ongeveer 3,7 kilowatt per fase, samen ruim 7 kilowatt. Dat is geen theoretische belasting: een inductieplaat met vier zones op de boostfunctie trekt dat er echt uit.
Al die stroom loopt door je snoer en dat snoer moet zijn warmte kwijt. Ligt het opgerold, dan warmen de windingen elkaar op en loopt de temperatuur in het midden van de rol op tot ver boven wat de isolatie op den duur verdraagt. Rol een verlengsnoer daarom altijd volledig af voor gebruik, ook als je maar twee meter nodig hebt. De overige meters leg je in een losse slinger op de vloer, niet in een strakke rol.
Ken je het werkelijke vermogen van je apparaat niet, kijk dan op het typeplaatje aan de achterkant of onder de klep. Staat daar een vermogen dat dicht bij de grens van de groep zit, dan is het de moeite om na te rekenen hoeveel je er op die groep nog bij kunt hangen; onze rekenhulp voor het vermogen per groep doet dat in een paar velden.
Voel na twintig minuten koken aan de stekker, de koppeling en de eerste halve meter snoer. Handwarm is normaal. Te heet om vast te houden betekent een slecht contact of een te dunne ader, en dan haal je de stekker eruit en zoek je het uit voordat je verder kookt.
| Wat je voelt of ziet | Wat er meestal aan de hand is | Wat je eraan doet |
|---|---|---|
| Stekker handwarm na een uur koken | Normaal gedrag bij hoge belasting | Niets, wel jaarlijks even controleren |
| Stekker te heet om vast te houden | Slecht contact of een losgelopen klemschroef | Spanning eraf, kap open, alle schroeven natrekken |
| Bruine verkleuring rond één pen | Overgangsweerstand, het contact is aan het inbranden | Stekker vervangen, ook de contactbus controleren |
| Snoer warm over de hele lengte | Te dunne doorsnede voor deze belasting | Zwaarder snoer, of de belasting verlagen |
| Snoer heet in het midden van de rol | Opgerold gebruikt, de warmte kan er niet uit | Volledig afrollen voordat je belast |
| Zoemend of knetterend geluid bij de doos | Vonkend contact, dit kan tot brand leiden | Direct stoppen en de aansluiting laten nakijken |
Het snoer wegwerken zonder er een vaste installatie van te maken
Een verlengsnoer dat los over een keukenvloer slingert is niet de bedoeling, maar het volledig inbouwen ook niet. De middenweg is het snoer geleiden en beschermen op een manier die je later weer ongedaan kunt maken. Een kunststof kabelkoker langs de plint of tegen de achterwand van een kast doet dat goed, en die vind je in elke bouwmarkt in verschillende breedtes.
Kies een koker die ruim genoeg is voor een ronde mantel van vijftien tot achttien millimeter. Wringen levert een geknikt snoer op en precies op die knik komt later de breuk. Bevestig de koker met schroeven in plaats van met tape, want tape laat na een zomer in een warme keuken gegarandeerd los.
Houd de route weg bij warmte en vocht. Achter een oven of langs een vaatwasser is geen goede plek: de een geeft warmte af, de ander kan lekken. Loopt het snoer door een gat in een kastwand, werk dat gat dan af met een doorvoertule of een stukje slang, anders schuurt de scherpe rand langzaam door de mantel heen.
De hoogte van de contactdoos zelf verdient ook aandacht als je hem verplaatst. Achter een kast op werkbladhoogte kom je er niet bij, terwijl je juist bij een perilex aansluiting af en toe wilt kunnen kijken. In onze tabel met standaardhoogtes voor stopcontacten en aansluitpunten staan de maten die in de meeste keukens werken. Wat er bij dit soort keuzes verder komt kijken, verzamelen we op onze pagina over elektra in en om het huis.
Leg een lus van dertig centimeter extra snoer achter het apparaat en zet die met een kabelklem los vast. Moet het fornuis er ooit uit om erachter schoon te maken, dan heb je speling en trek je niet aan de stekker.
Zo maak je een perilex verlengsnoer
Deze volgorde geldt voor een snoer met een perilex stekker aan de ene kant en een perilex koppeling aan de andere kant.
-
Bepaal lengte en doorsnede
Meet de route na met een stuk touw, inclusief bochten en de lus achter het apparaat. Neem 5 x 2,5 mm2 als je op 16 ampère per fase zit. Blijf je onder de tien meter, dan is die maat ruim voldoende en past hij zonder gedoe in elke perilex stekker.
-
Leg stekker en koppeling open op tafel
Draai beide kappen los en zoek de nummering die in het kunststof gegoten staat: 1, 2, 3, 4 en het aardteken. Leg ze in dezelfde stand naast elkaar neer. Zo zie je tijdens het bedraden in één oogopslag of je aan beide kanten op hetzelfde nummer zit.
-
Strip de mantel en laat de aarde langer
Snijd de rubbermantel over ongeveer zes centimeter in de lengte in, met het mes van de aders af, en knip de mantel weg. Knip de vier stroomvoerende aders op maat en laat de groengele ader een centimeter of twee langer. Die moet bij trekbelasting als laatste loskomen.
-
Zet de trekontlasting op de mantel
Schuif het snoer door de wartel of onder de klembeugel en draai die aan op de rubbermantel, nooit op de losse aders. Trek daarna stevig aan het snoer. Beweegt er iets binnenin, dan zit de klem te ruim en trek je de aders er op termijn uit de klemmen.
-
Werk de aders af met adereindhulzen
Strip acht tot tien millimeter en krimp op elke soepele ader een adereindhuls. Losse draadjes onder een schroefklem geven een slecht contact en één weggeschoten draadje tussen twee klemmen is genoeg voor kortsluiting. Een gekrompen huls houdt de bundel bij elkaar en blijft ook na jaren op spanning.
-
Bedraad beide uiteinden pen voor pen gelijk
Zet bruin op 1, zwart op 2, grijs op 3, blauw op 4 en groengeel op het aardcontact, en doe dat aan de andere kant precies zo. Draai elke schroef stevig aan en trek daarna aan elke ader afzonderlijk. Een ader die meegeeft, is niet vast genoeg.
-
Meet het snoer door voordat je de kappen sluit
Zet je multimeter op doorbellen en controleer per pen of hij verbinding maakt met dezelfde bus aan de andere kant en met geen enkele andere. Controleer daarna het aardcontact apart. Deze meting kost twee minuten en vangt de kruisverbinding af die je later niet meer terugvindt.
-
Belast het snoer de eerste keer bewust
Rol het snoer volledig af, sluit het apparaat aan en zet het twintig minuten op flinke belasting. Voel daarna aan de stekker, de koppeling en het eerste stuk snoer. Handwarm is goed, te heet om vast te houden betekent dat je terug moet naar de klemmen.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Controleer dit voordat je het snoer in gebruik neemt
Uit de praktijk
Een tweedehands kookgedeelte waarvan het snoer twee meter tekortkwam
Uit een overgenomen keuken kwam een kookgedeelte met een perilex stekker aan een snoer van ongeveer drie meter. In de nieuwe opstelling zat de perilex contactdoos aan de andere kant van het aanrecht en ontbrak er zo'n twee meter. Het eerste plan was een stuk snoer ertussen zetten met een kroonsteentje in het onderkastje.
Dat is precies de verbinding die je later niet meer terugvindt en die wel de volle kookgroep draagt. Wat hier gedaan is: een kabel van 5 x 2,5 mm2 vanaf de bestaande contactdoos langs de plint naar de nieuwe positie, in een kabelkoker en om de vijftig centimeter vastgezet. Op de nieuwe positie kwam de contactdoos, en het originele snoer van het fornuis ging er zonder verlenging in.
Het kostte een halve dag en een meter of vier kabel. Het alternatief, een verlengsnoer dat achter een dichtgezette kastwand verdwijnt, was in twee uur klaar geweest en had de rest van de tijd niemand meer kunnen controleren.
De kleuren uit de bestaande contactdoos overnemen
Bij dezelfde klus lag de vraag voor de hand: kan ik de bestaande wandcontactdoos openschroeven en die kleuren gewoon overnemen in de nieuwe stekker en de nieuwe doos? Het tekeningetje bij de stekker was niet te volgen en de bestaande doos leek de simpelste bron van waarheid.
Dat gaat op twee manieren mis. Ten eerste zegt de bedrading in de doos niets over de nummering op het onderdeel dat jij in handen hebt. Ten tweede is in een perilex installatie niet dwingend vastgelegd welke functie op welke pen zit, dus je kunt een kleur zien en toch de verkeerde aanname doen.
De aanpak die wel werkt: voor een recht verlengsnoer negeer je de functie helemaal en verbind je pen voor pen door, waarna je alles doorbelt met een multimeter. Monteer je aan het eind een wandcontactdoos, dan meet je eerst in de bestaande doos met een tweepolige spanningszoeker welke pennen spanning voeren en waar de nul zit. Meet je tussen twee pennen 400 volt, dan heb je twee echte fasen. Meet je 0 volt, dan zitten beide groepen op dezelfde fase.
Een zelfgemaakt snoer waarbij de aardlek meteen aansloeg
Een zelf in elkaar gezet verlengsnoer voor een kolomboor gooide de aardlekschakelaar eruit op het moment dat de stekker erin ging, nog voordat de machine aanstond. De reflex was om de aardlekschakelaar te verdenken, want die was al eens eerder onverwacht gegaan.
De oorzaak zat in het snoer. De stekker en de koppeling waren op twee verschillende avonden gemonteerd, en aan de tweede kant waren de groengele en de blauwe ader verwisseld. Daarmee hing de aarde van de machine aan de nul van de installatie en liep er stroom over de aardleiding, wat een aardlekschakelaar van 30 milliampère per definitie ziet.
Doorbellen met de multimeter had dit in twee minuten aan het licht gebracht. Sindsdien maken wij een snoer altijd in één keer af en meten we voordat de kappen dichtgaan, met de stekker en de koppeling in dezelfde stand naast elkaar op tafel.
Veelgemaakte fouten
Verlengen met een kroonsteentje in een keukenkastje
Een kroonsteen is niet trekvast, heeft geen behuizing en zijn schroeven lopen los onder de warmte die zestien ampère meebrengt. Achter een kastwand ziet niemand dat het contact aan het inbranden is. Hoort er echt een verbinding onderweg, dan zit die in een gesloten lasdoos die bereikbaar blijft.
Twee stekkers aan één snoer zetten
Het lijkt handig om aan beide kanten een stekker te hebben, want dan past hij altijd. Maar zodra de ene stekker in de contactdoos zit, staan de pennen van de andere kant blank onder spanning en die kun je aanraken. Aan het apparaatuiteinde hoort een koppeling met contactbussen.
Installatiekabel gebruiken in plaats van soepel snoer
VMVK of XMVK is bedoeld om vast te leggen. De massieve aders knikken bij het oprollen en breken na verloop van tijd af, meestal net binnen de stekker waar je het niet ziet. Voor iets wat beweegt neem je rubbersnoer met gevlochten aders.
Het snoer opgerold gebruiken
Een rol van vijf meter waarvan je er twee nodig hebt, blijft vaak gewoon liggen zoals hij ligt. De windingen warmen elkaar op en in het hart van de rol loopt de temperatuur ver op. Bij een kookgroep op volle belasting is dat geen theoretisch risico. Volledig afrollen kost tien seconden.
De klemmen aandraaien op de losse draadjes
Soepele aders bestaan uit tientallen dunne draadjes. Zonder adereindhuls wringen ze onder de schroef weg en houd je nog maar de helft van het contactoppervlak over. Dat is precies hoe een stekker warm wordt en uiteindelijk bruin verkleurt rond één pen.
De trekontlasting over de aders zetten
Wie de mantel te ver wegknipt, klemt de wartel om de losse aders in plaats van om het rubber. Bij de eerste keer struikelen over het snoer komt de trekkracht dan op de klemmen te staan. De mantel hoort een centimeter of één binnen de behuizing door te lopen tot voorbij de klem.
Een verlengsnoer als permanente oplossing achter een fornuis
Het werkt en het is snel klaar, maar daarna verdwijnt de verbinding achter een kast waar niemand nog bij kan. Een snoer met twee extra contactovergangen is geen vaste installatie. Verplaats liever de contactdoos of vervang het aansluitsnoer door een langer exemplaar.
Aannemen dat perilex overal hetzelfde bedraad is
De ene woning heeft drie echte fasen op de doos, de andere twee groepen op dezelfde fase, en soms staat er maar één fase op. Wie de bedrading van een kennis overneemt zonder zelf te meten, kan met twee nullen op één klem eindigen. Bij een recht verlengsnoer speelt dit niet, bij een contactdoos aan het eind wel.
Veelgestelde vragen
Mag je een perilex snoer zomaar verlengen?
Verlengen mag, maar niet op elke manier. Een stuk snoer ertussen zetten met een kroonsteentje in een kastje is de variant die je nooit moet doen: die verbinding is niet trekvast, niet omsloten en niet meer te controleren. Wat wel kan, is een compleet verlengsnoer met een perilex stekker aan de ene kant en een koppeling aan de andere, of een gesloten lasdoos met vijf klemmen die bereikbaar blijft. Voor iets wat permanent achter een fornuis verdwijnt, is het verplaatsen van de contactdoos de nettere oplossing.
Klopt het dat een perilex verlengsnoer maximaal twee meter mag zijn?
Als algemene regel klopt dat niet. Er is geen bepaling die zegt dat een soepel snoer bij twee meter ophoudt. Wat er wel achter zit: fabrikanten schrijven voor hun eigen apparaat vaak een maximale lengte van het aansluitsnoer voor, en die ligt vaak rond anderhalve tot twee meter. Dat is een voorschrift voor dat apparaat. De grenzen waar jij op moet letten zijn de doorsnede in verhouding tot de zekering, de spanningsval over de lengte en de vraag of het snoer bereikbaar en onbeschadigd blijft liggen.
Verkoopt de Gamma een perilex verlengsnoer?
De losse onderdelen liggen er vrijwel altijd: een perilex stekker, een perilex koppeling en rubbersnoer per meter van de rol. Een compleet, kant-en-klaar perilex verlengsnoer is geen vast schapartikel, omdat de vraag klein is en de gewenste lengtes te veel verschillen. Dat verschilt per filiaal en online is de keuze duidelijk groter. Zelf samenstellen heeft als voordeel dat je precies de lengte krijgt die je nodig hebt, en overtollige meters zijn bij een verlengsnoer juist een nadeel.
Welk snoer gebruik ik voor een verlengsnoer perilex?
Soepel rubbersnoer van 5 x 2,5 mm2, in de praktijk aangeduid als H07RN-F. Dat is de zwarte ronde kabel met vijf gevlochten aders die je ook onder machines aantreft. Rubber blijft in de kou soepel en verdraagt schuren over een betonvloer. Gebruik hier geen installatiekabel zoals VMVK of XMVK: die is bedoeld om vast te leggen, heeft massieve aders en die breken na een paar keer oprollen af, meestal net in de stekker waar je het niet ziet.
Hoe lang mag een perilex verlengsnoer worden?
Dat hangt af van de doorsnede en van wat erachter hangt. Met 5 x 2,5 mm2 blijf je bij een driefasenmachine op 400 volt tot een meter of zestig binnen ongeveer drie procent spanningsval, en bij een Nederlandse kookgroep van tweemaal 230 volt tot ongeveer dertig meter. Bij een kookgroep loopt de stroom heen over de fase en terug over de nul, waardoor je twee keer de lengte aan weerstand hebt. Ga je verder, dan stap je over op 4 mm2 en wordt een vaste leiding meestal de betere keus. In de tabel met doorsnedes per lengte en stroom zie je wat er in jouw situatie uitkomt.
Moet ik weten welke pen de fase is als ik zelf een verlengsnoer maak?
Voor een recht verlengsnoer niet. Je verbindt pen voor pen door: 1 op 1, 2 op 2, 3 op 3, 4 op 4 en aarde op aarde. Wat er aan de ene kant binnenkomt, komt aan de andere kant op dezelfde plek naar buiten, ongeacht welke functie er in jouw huis op zit. Zodra je aan het uiteinde een wandcontactdoos monteert of een aansluitsnoer voor een kookplaat bedraadt, verandert dat en moet je wel meten. Hoe je dat doet, staat bij het aansluiten van een perilex stekker met vier draden.
Kan ik een perilex verlengsnoer op een haspel gebruiken?
Er bestaan geen gangbare haspels met perilex materiaal, en dat is maar goed ook. Opgerold snoer kan zijn warmte niet kwijt en bij zestien ampère per fase loopt de temperatuur in het hart van de rol flink op. Gebruik dus los snoer en rol het volledig af voordat je belast, ook als je maar een klein stuk nodig hebt. De overtollige meters leg je in een ruime slinger op de grond en niet in een strakke rol achter de kast.
Mag een perilex verlengsnoer achter een ingebouwd fornuis blijven liggen?
Liever niet. Een snoer met twee extra contactovergangen dat achter een dichtgezette kastwand verdwijnt, kan niemand meer controleren, terwijl juist daar de warmte ontstaat. Kom je een halve meter tekort, vervang dan het aansluitsnoer van het apparaat door een langer exemplaar. Kom je meer tekort, verplaats dan de contactdoos met een vaste kabel van 5 x 2,5 mm2 langs de plint of in een buis. Dat is meer werk, maar het blijft de rest van de levensduur van de keuken in orde.
Kan ik van perilex naar een CEE krachtstroomstekker verlopen?
Technisch kun je zo'n verloopsnoer maken, maar er zit een addertje onder. Een rode vijfpolige CEE-stekker hoort bij een machine die drie echte fasen van 400 volt verwacht. Zit er achter jouw perilex contactdoos een Nederlandse kookgroep van tweemaal 230 volt op dezelfde fase, dan krijgt die machine niet wat hij nodig heeft en gaat een draaistroommotor niet of verkeerd draaien. Meet dus eerst tussen de pennen: 400 volt betekent echte fasen, 0 volt betekent dezelfde fase. Wat er in jouw meterkast ligt, lees je bij ons overzicht over krachtstroom en perilex.
Kan ik aan het eind van een perilex verlengsnoer een gewoon stopcontact zetten?
Een gewoon 230 volt stopcontact aftakken van een perilex aansluiting kan technisch, maar je hangt dan een randaarde stopcontact achter een zekering van zestien ampère die daar niet voor bedoeld is en je moet exact weten welke pen de fase is en welke de nul. Voor een tijdelijke werkplek is dat geen goede constructie. Wil je op die plek 230 volt, dan is een aparte groep of een bestaand stopcontact in de buurt de verstandiger route.
Wat kost een perilex verlengsnoer?
Zelf samenstellen komt voor een snoer van drie meter meestal uit tussen de 45 en 90 euro. De stekker kost ongeveer 12 tot 22 euro, de koppeling 15 tot 28 euro en rubbersnoer van 5 x 2,5 mm2 rekent 4 tot 8 euro per meter. Een kant-en-klaar exemplaar van dezelfde lengte ligt daar meestal boven. Controleer bij een kant-en-klaar snoer wel of er werkelijk 2,5 mm2 in zit en niet 1,5 mm2, want dat scheelt in prijs en in belastbaarheid.
Waarom slaat de aardlekschakelaar aan zodra ik mijn zelfgemaakte snoer inplug?
Bijna altijd zit er een ader verwisseld. De klassieker is de groengele op de nulpen en de blauwe op het aardcontact aan één van de twee uiteinden. De aarde van het apparaat hangt dan aan de nul van de installatie, er loopt stroom over de aardleiding en een aardlekschakelaar van 30 milliampère ziet dat direct. Haal de stekker eruit, open beide kappen en bel elke pen door met een multimeter. Pen 1 hoort verbinding te maken met bus 1 en met niets anders.
Wanneer je beter een vakman belt
Een verlengsnoer maken en doormeten is werk dat je zelf kunt doen, zolang je met beide kappen open begint en met een multimeter eindigt. Er zijn vier momenten waarop wij ermee zouden stoppen.
Het eerste is alles achter de hoofdzekering in de meterkast. Een nieuwe kookgroep bijleggen, een automaat plaatsen of de aardlekschakelaar aanpassen is werk voor een installateur, want daar zit een deel van de installatie dat je niet spanningsloos kunt maken.
Het tweede is het moment dat je met de spanningszoeker geen eenduidig beeld krijgt. Meet je op de ene pen wel en op de andere geen spanning terwijl je drie fasen verwacht, of blijft er spanning staan nadat je de groep hebt uitgezet, dan is er iets aan de hand dat je niet moet wegredeneren.
Het derde is een aansluiting die zichtbaar warm is geweest: bruin verkleurd kunststof rond een pen, een vervormde contactbus of een geur van gesmolten materiaal in de doos. Dan is de wandcontactdoos zelf ook verdacht en hoort de aansluiting nagekeken te worden voordat er weer belasting op komt.
Het vierde is een verlenging naar een schuur of garage over langere afstand. Een kabel de tuin door vraagt om een grondkabel op de juiste diepte, een eigen groep en een aardvoorziening die klopt. Dat is geen verlengsnoer meer, dat is een uitbreiding van je installatie.