Badkamer ventilator zonder stroom: wat werkt wel en wat niet
Lucht verplaatsen kost energie, en dat is meteen de kern van het probleem: een ventilator zonder stroom bestaat wel, maar hij zuigt niets af. Wat zonder elektriciteit werkt is natuurlijke trek door een bestaand kanaal, aangevuld met toevoerlucht via een rooster en een spleet onder de deur. Wil je echte afzuiging, dan zijn er twee routes die zelden bekeken worden: de motor buiten de badkamer hangen in het kanaal, of voeding aftakken van het lichtpunt dat er meestal wél is. Een ventilator op batterijen of een powerbank haalt bij benadering niet het debiet dat een badkamer nodig heeft.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Tweepolige spanningstester, geen neonschroevendraaier
- Multimeter voor het meten tussen de klemmen
- Boormachine met diamantkernboor van 102 of 127 mm voor de muurdoorvoer
- Sleuvenfrees of muurbeitel als de leiding weg moet werken
- Gatenzaag van 100 of 125 mm voor een plafond- of wandplaat
- Draadstripper en kleine schroevendraaierset
- Waterpas en potlood
Materiaal
- Badkamerventilator met de juiste IP-aanduiding voor de plek
- Installatiebuis met VD-draad, of YMvK 3x1,5 mm² of 4x1,5 mm²
- Lasklemmen en een spatwaterdichte aansluitdoos buiten de zones
- Kanaalbuis van 100 of 125 mm, liefst glad in plaats van flexibel
- Buitenrooster of muurdoorvoer met terugslagklep
- Overstroomrooster of een deur die 1 tot 2 cm vrij hangt van de vloer
- Kit of purschuim om de doorvoer luchtdicht af te werken
Wat mensen bedoelen met een ventilator zonder stroom
Achter deze vraag zitten twee verschillende situaties. In de eerste ligt er geen leiding in de buurt van de badkamer en wil je toch afzuiging. In de tweede hangt er al een toestel, maar er komt geen spanning op en het ding doet niets.
De oplossing verschilt, de natuurkunde niet. Vocht uit een ruimte krijgen betekent lucht verplaatsen, en dat kost energie die ergens vandaan moet komen: uit wind, uit een temperatuurverschil, of uit het stopcontact. Wat er in een woning aan groepen, aders en leidingen ligt en hoe je dat leest, staat in onze uitleg over de basis van elektra in huis.
Er is nog een derde variant: er is wel stroom, maar je mag of wilt niets aan de bedrading doen, bijvoorbeeld in een huurwoning. Dan blijft de vraag hetzelfde, alleen valt de route via de meterkast af en werk je met wat er al hangt.
Eén conclusie kunnen we vooraf geven. Een tafel- of USB-ventilator die lucht rondblaast is geen afzuiging. Hij verspreidt de damp door de ruimte in plaats van hem naar buiten te brengen, waardoor het vocht alsnog neerslaat op de koudste plek.
Ventileren zonder elektriciteit in de badkamer
Zonder stroom in de ruimte zelf blijven er meer mogelijkheden over dan de meeste mensen denken. De truc zit erin dat de motor niet per se in de badkamer hoeft te hangen, en dat een deel van het werk door natuurkunde gedaan kan worden.
Natuurlijke trek werkt via een verticaal kanaal naar het dak. Warme, vochtige lucht is lichter dan de buitenlucht en stijgt, en hoe groter het temperatuurverschil en hoe hoger het kanaal, hoe sterker dat effect. In de winter merk je dat duidelijk, op een warme zomerdag valt de trek vrijwel stil.
Wat daarbij vaak vergeten wordt: afvoer zonder toevoer bestaat niet. Zit de badkamerdeur strak in de sponning en zit er geen rooster, dan komt er geen lucht bij en gebeurt er niets, hoe mooi het kanaal ook is. Een spleet van 1 tot 2 centimeter onder de deur of een overstroomrooster is bij natuurlijke ventilatie de goedkoopste winst die er is. Dezelfde afweging speelt bij afzuiging in een badkamer zonder stroomaansluiting, waar we dieper op het kanaal zelf ingaan.
| Oplossing | Wat het doet | Wat je er realistisch van mag verwachten | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Bestaand ventilatiekanaal met rooster | Warme lucht stijgt door een verticaal kanaal naar het dak | In koud weer merkbaar, op een windstille zomerdag bijna niets | Rooster en kanaal moeten schoon en vrij zijn, anders trekt er niets |
| Rooster in het kozijn plus een spleet onder de deur | Zorgt voor doorstroming van droge lucht naar de natte ruimte | Verkort de tijd dat de spiegel beslagen blijft duidelijk | Zonder toevoerlucht werkt geen enkele vorm van afvoer |
| Windgedreven kap op het bestaande kanaal | Wind maakt onderdruk boven het kanaal en trekt lucht mee | Bij wind een echte versterking, op een stille dag geen winst | Alleen zinvol op een vrij kanaal, en montage gebeurt op het dak |
| Buisventilator in het kanaal op zolder of in een kast | De motor hangt buiten de badkamer, op een plek met stroom | Volwaardige mechanische afzuiging zonder elektra in de natte ruimte | Hang hem op rubber en zet een demper in het kanaal tegen gebrom |
| Centrale ventilatiebox met een kanaal naar de badkamer | Zuigt meerdere natte ruimtes af vanaf één punt | De nette oplossing zodra je toch gaat verbouwen | Het kanaal moet er wel doorheen kunnen, dat bepaalt de haalbaarheid |
| Ventilator op 12 volt met de trafo buiten de badkamer | Alleen laagspanning in de natte ruimte, netspanning blijft erbuiten | Volwaardig, en toegestaan op plekken waar 230 volt niet mag | De trafo hoort droog, bereikbaar en buiten de zones te hangen |
| Ventilator gevoed vanaf het bestaande lichtpunt | Gebruikt de voeding die er al hangt, meestal in het plafond | Meestal de snelste route naar echte afzuiging | Voor naloop na het uitgaan van het licht is een extra ader nodig |
| Ventilator op batterijen, powerbank of accu | Draait wel, maar met een fractie van het benodigde vermogen | Ruim onvoldoende voor het debiet dat een badkamer nodig heeft | Reken het door met de tabel verderop voordat je iets koopt |
| Luchtontvochtiger in de ruimte | Haalt vocht uit de lucht zonder dat er een kanaal nodig is | Werkt, maar vraagt zelf stroom en een stopcontact | Lost geen luchtjes op en is geen vervanging voor ventilatie |
Test in twee minuten of je bestaande kanaal nog trekt. Houd een velletje wc-papier tegen het rooster terwijl de deur op een kier staat. Blijft het niet plakken, dan zit het kanaal dicht of ontbreekt de toevoerlucht, en dan heeft een nieuwe kap op het dak geen zin.
Waarom een ventilator op batterijen of zon het niet redt
Een badkamerventilator van 100 millimeter trekt in bedrijf zo'n 12 tot 20 watt. Zuinige modellen met een gelijkstroommotor komen lager uit, rond de 5 watt, maar dat is het gunstigste geval. Reken voor een gewone douchebeurt met naloop op ongeveer een half uur draaien.
Zet dat naast wat er in een batterij zit en het beeld wordt snel duidelijk. Vier AA-batterijen bevatten samen ongeveer 15 wattuur, genoeg voor één uur draaien op 15 watt, en daarna zijn ze op. Dat is niet een kwestie van een betere batterij kopen: het verschil met netspanning is een factor duizend in beschikbare energie, niet een paar procent.
Bij zonne-energie speelt er nog iets anders. Douchen doe je vroeg in de ochtend of 's avonds, en dat zijn precies de momenten waarop een klein paneel niets levert. Zonder accu erbij staat het toestel stil op het moment dat je hem nodig hebt.
| Energiebron | Wat er ongeveer in zit | Draaitijd bij 15 watt | Waar het in de praktijk op stukloopt |
|---|---|---|---|
| Vier AA-batterijen, alkaline | Ongeveer 15 wattuur | Ongeveer een uur | Elke week nieuwe batterijen, en het vermogen zakt terwijl ze leeglopen |
| Powerbank van 10.000 mAh | Ongeveer 37 wattuur | Twee tot drie uur | Levert 5 volt, dus je zit vast aan kleine USB-waaiers met weinig debiet |
| Loodaccu 12 volt, 7 Ah | Ongeveer 84 wattuur | Vijf tot zes uur | Moet regelmatig geladen worden, en laden gebeurt buiten de badkamer |
| Zonnepaneeltje van 10 Wp met kleine accu | In de zomer 30 tot 50 wattuur per dag, in december een fractie daarvan | Overdag voldoende, 's avonds nagenoeg niets | De opbrengst is het laagst in het seizoen waarin condens het grootst is |
| USB-tafelventilator van 2,5 watt | Zoveel als de powerbank levert | Uren, maar zonder effect | Blaast lucht rond in plaats van naar buiten, het vocht blijft binnen |
| Netspanning via een bestaand lichtpunt | Onbeperkt | Altijd, ook met naloop | Vraagt eenmalig werk aan de bedrading, daarna nooit meer omkijken |
Een accu of powerbank hoort niet in een natte ruimte. Lithiumcellen en damp gaan slecht samen, en een oplader in de badkamer valt sowieso buiten wat daar aan materiaal is toegestaan. Staat er toch iets te laden, zet het dan buiten de zones en buiten het spatbereik.
Hoeveel lucht er echt weg moet
Voordat je een toestel kiest, wil je weten hoeveel er verplaatst moet worden. Voor nieuwbouw ligt de eis voor een badruimte op 14 liter per seconde, ongeveer 50 kubieke meter per uur. Voor een toiletruimte is dat 7 liter per seconde, ongeveer 25 kubieke meter per uur. Bij bestaande bouw liggen de eisen lager, maar als richtgetal voor wat werkt zijn deze waarden bruikbaar.
Let op het verschil tussen wat er op de doos staat en wat je overhoudt. Fabrikanten geven het debiet vrijblazend op, dus zonder kanaal. Zodra er drie meter buis en twee bochten achter zitten, houd je daar in de praktijk grofweg een derde tot de helft minder van over.
Een tweede punt is de doorsnede. Een toestel van 125 millimeter dat rustig draait is stiller en zuiniger dan een toestel van 100 millimeter dat op zijn tenen loopt, want het geluid zit in de luchtsnelheid. Op welke hoogte het afzuigpunt hoort en welke andere maten in een badkamer gangbaar zijn, vind je in onze tabel met standaardmaten in huis.
| Situatie | Wat er per uur weg moet | Wat daarbij past | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Toiletruimte zonder raam | 25 tot 50 m³ per uur | Basismodel van 100 mm, liefst met naloop | Kort kanaal, anders houd je van het debiet weinig over |
| Badkamer tot 6 m² met alleen een douche | 50 tot 75 m³ per uur | Toestel van 100 mm, rond 90 m³ per uur vrijblazend | Met kanaal zit je dan net op de eis, dus niet krapper kiezen |
| Badkamer van 6 tot 10 m² met bad en douche | 100 tot 150 m³ per uur | Toestel van 125 mm of een model met twee standen | Een lage basisstand met een hoge stand tijdens het douchen werkt prettig |
| Badkamer zonder raam | Zelfde debiet, maar langer doordraaien | Toestel met naloop van 15 tot 30 minuten | De damp uit de tegels en handdoeken komt pas na het douchen vrij |
| Kanaal langer dan 3 meter of meer dan twee bochten | Reken op 30 tot 50 procent verlies | Een maat groter kiezen of gladde buis in plaats van flexibel | Elke bocht van 90 graden telt als 1 tot 2 meter extra kanaal |
| Wasdroger zonder warmtepomp in dezelfde ruimte | Fors meer, deze geeft veel vocht af | Aparte afvoer voor de droger, niet op hetzelfde kanaal | Twee toestellen op één kanaal werken elkaar tegen |
Stroom naar de ventilator brengen als er niets ligt
In vrijwel elke badkamer hangt een lamp, en daarmee ligt er een voedingspunt in het plafond. Dat is bijna altijd de kortste route naar een werkende ventilator, veel korter dan een nieuwe leiding vanuit de meterkast.
Aftakken van het lichtpunt kan op twee manieren. De simpele variant zet de ventilator parallel aan de lamp: licht aan betekent ventilator aan, licht uit betekent meteen stoppen. De betere variant gebruikt een toestel met naloop, en dat vraagt drie aders naar het toestel: een permanente fase, de geschakelde fase van de lichtschakelaar en de nul. Zonder die permanente fase kan de naloopmodule na het uitgaan van het licht niets meer doen.
Welke kabel of draaddikte hier past, hangt af van de plek en de manier waarop je hem legt. Voor een toestel van hooguit 25 watt is 1,5 mm² ruim voldoende, en de vraag is vooral of het VD-draad in buis wordt of een mantelkabel. Onze draad- en kabelkiezer per situatie zet die keuze naast elkaar. Wil je weten of de groep het erbij kan hebben, dan reken je dat na met de groepencalculator voor het vermogen per groep, al valt een ventilator daar nauwelijks op.
Ga je toch sleuven frezen, doe dat dan in dezelfde ronde als het overige werk. Het stucwerk in de badkamer moet er daarna overheen, en dat werk wil je één keer doen. Bij een grotere ingreep loont het om de hele volgorde van een badkamer verbouwen erbij te pakken, want leidingwerk en kanalen liggen voor de tegelzetter erin.
Een nieuwe groep bijplaatsen is geen doe-het-zelfklus. Werk vóór de aardlekschakelaar, aan de hoofdschakelaar of aan de bekabeling achter de hoofdzekering hoort bij een installateur. Aftakken achter een bestaande groep die spanningsloos is gemaakt en gecontroleerd, is een andere zaak.
Zones en IP-waarde: waar de ventilator mag hangen
In een badkamer bepaalt niet je smaak waar een elektrisch toestel mag komen, maar de afstand tot bad en douche. De ruimte is verdeeld in zones, en per zone geldt wat voor materiaal daar mag hangen en welke bescherming tegen water het moet hebben.
De IP-aanduiding leest van links naar rechts: het eerste cijfer gaat over stof, het tweede over water. Een X betekent dat er voor dat cijfer niets is vastgesteld, dus IPX4 en IP44 zeggen over water hetzelfde. Voor een badkamerventilator is IPX4, spatwaterdicht van alle kanten, de gebruikelijke ondergrens.
Wat er verder geldt is niet vrijblijvend: de groep waarop het toestel zit hoort beveiligd te zijn met een aardlekschakelaar van 30 milliampère. Voor de precieze indeling van de zones en wat daarbinnen aan wandcontactdozen mag, gaan we verder in ons stuk over een stopcontact in de badkamer plaatsen. Twijfel je over het toestel zelf, dan is de handleiding leidend: de fabrikant geeft aan voor welke zone het is vrijgegeven.
| Zone | Waar dat is | Wat daar mag hangen | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Zone 0 | In het bad of de doucheput zelf | Alleen 12 volt laagspanning, waterdicht, uitdrukkelijk vrijgegeven | Praktisch nooit de plek voor een ventilator |
| Zone 1 | Recht boven bad of douche, tot 225 cm boven de vloer | Minstens IPX4, en 12 volt laagspanning is hier de veilige keuze | De trafo van een 12 volt toestel hoort buiten de zones |
| Zone 2 | 60 cm rondom zone 1, dus net naast bad en douche | Minstens IPX4 op 230 volt, mits de groep een aardlek van 30 mA heeft | Hier hangt in de praktijk de meeste badkamerventilatoren |
| Buiten de zones | De rest van de ruimte, bijvoorbeeld boven de deur | Gewoon materiaal, met verstand gekozen | De IP-eis vervalt, spatwater en damp blijven een reëel punt |
| Hoogte in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Daar zit de vochtigste lucht | Laag afzuigen werkt niet, want warme damp stijgt |
Er komt geen spanning op de ventilator: zo zoek je het na
Hangt het toestel er al en gebeurt er niets, ga dan van groot naar klein. Eerst de groep, dan de schakelaar, dan de klemmen in het toestel, en pas als laatste de motor zelf. Andersom werken kost tijd en levert vaak een onnodig nieuw toestel op.
Meet met een tweepolige spanningstester en niet met een neonschroevendraaier. Zo'n schroevendraaier reageert ook op influentiespanning van een ader die er losjes naast ligt, en dan meet je een fase die geen enkele stroom kan leveren. Met een tweepolige tester of een multimeter tussen fase en nul weet je wat er werkelijk staat.
Kom je in een oudere woning uit op zwarte, rode of grijze aders, ga dan niet af op de kleur maar op de meting. Welke kleuren in welke periode voor fase, nul en aarde zijn gebruikt, hebben we op een rij gezet bij de oude kleuren in elektra herkennen.
De derde draad voor de naloop
Veel toestellen hebben drie klemmen: L voor de permanente fase, N voor de nul en een derde klem die met S, T of LT is aangeduid voor de geschakelde fase. Zit er maar één fasedraad, dan kan de elektronica na het uitgaan van het licht niet meer nalopen, want de voeding valt op datzelfde moment weg.
Ligt er echt maar twee aders en kun je er geen derde bij trekken, dan blijft er één nette oplossing over: een toestel met een ingebouwde vochtsensor dat permanent gevoed wordt en zichzelf inschakelt. Dat vraagt dan juist geen geschakelde ader, maar wel een blijvende fase.
Wat een zoemende motor je vertelt
De kleine axiaalventilatoren in badkamers werken vrijwel altijd met een spleetpoolmotor. Die heeft geen aanloopcondensator, dus een zoemend toestel dat niet draait is geen kwestie van een condensator vervangen. Er zit dan koppelverlies in het lager door aangekoekt stof en zeepdamp.
Neem het toestel van de muur, haal de waaier eraf en maak beide met een kwastje en wat spiritus schoon. Loopt de as daarna soepel met de hand rond, dan draait hij weer. Blijft hij zwaar, dan is vervangen goedkoper dan doorzoeken.
| Wat je ziet | Wat het meestal is | Wat je doet |
|---|---|---|
| Ventilator dood, licht in de badkamer doet het ook niet | De groep staat uit of de aardlekschakelaar is gevallen | Groep inschakelen, valt hij opnieuw uit, zoek dan eerst de fout |
| Licht brandt, ventilator blijft stil | Geen geschakelde ader op de klem, of het toestel staat verkeerd geklemd | Meet op de klemmen tussen fase en nul terwijl het licht aan is |
| Draait alleen mee met het licht en stopt meteen | Toestel zonder naloop, of de naloop staat op de kortste stand | Naloop instellen, of een model met permanente fase toepassen |
| Blijft draaien en gaat nooit meer uit | Vochtsensor te gevoelig afgesteld voor deze ruimte | Drempel hoger zetten, of terug naar sturing via de schakelaar |
| Zoemt wel, maar de waaier draait niet | Vastgelopen lager door stof en vet, er staat gewoon spanning op | Waaier reinigen, blijft het zoemen, dan is het toestel op |
| Draait, maar er wordt geen lucht afgevoerd | Terugslagklep dichtgeplakt, kanaal verstopt of geen toevoerlucht | Klep vrijmaken, kanaal controleren, deur op een kier bij het testen |
| Aardlekschakelaar valt zodra de ventilator start | Vocht in de aansluitdoos of een beschadigde ader | Spanningsloos maken, doos openen, laten drogen en de isolatie nazien |
| Wordt heet en slaat na een tijdje af | Vervuilde waaier of een geblokkeerd kanaal, de motor loopt zwaar | Toestel schoonmaken en het kanaal over de hele lengte controleren |
Kanaal, doorvoer en terugslagklep
De ventilator krijgt vaak de schuld van iets wat in het kanaal misgaat. Het toestel kan hooguit zo goed werken als de weg naar buiten toelaat, en die weg is meestal het zwakste onderdeel.
Gebruik gladde buis waar het kan. Flexibele aluminiumslang die niet strak is uitgetrokken werkt als een rem: de ribbels remmen de luchtstroom af en een doorhangende slang verzamelt condenswater op het laagste punt. Loopt het kanaal door een koude zolder, isoleer het dan, anders condenseert de damp in de buis en druppelt het water terug naar het toestel.
De doorvoer door de gevel maak je met een kernboor van 102 of 127 millimeter, met een licht afschot naar buiten van ongeveer een centimeter per meter. Zet er een buitenrooster met terugslagklep op, want zonder klep blaast de wind koude lucht terug de badkamer in. Werk de doorvoer aan de binnenzijde luchtdicht af, en houd rekening met het waterdichte systeem als je nog bezig bent met de badkamer waterdicht maken: een gat door de smeerlaag is een gat waar vocht in de constructie kan trekken.
Controleer de klep jaarlijks. Vet en zeepdamp maken de scharnierende lipjes plakkerig, en een klep die dicht blijft zitten geeft precies het beeld van een ventilator die wel draait maar niets doet.
Houd tijdens het testen een velletje papier tegen het rooster met de badkamerdeur op een kier. Blijft het papier hangen, dan is er echt afvoer. Valt het bij een gesloten deur naar beneden, dan is niet je toestel te zwak maar ontbreekt de toevoerlucht.
Ventilator in een toilet zonder stroom
Een toiletruimte heeft dezelfde vraag in het klein. Het benodigde debiet is ongeveer de helft van dat van een badkamer, er komt weinig waterdamp vrij en het gaat vooral om luchtjes. Dat maakt de oplossing zonder stroom hier realistischer dan in een doucheruimte.
Zit er een bestaand kanaal, dan is een schoon rooster met voldoende doorlaat plus een spleet onder de deur vaak al genoeg. Ontbreekt het kanaal, dan is een doorvoer naar de gevel met een rooster het alternatief, en werkt het alleen als de druk aan beide zijden verschilt. Een ventilator in een toilet zonder stroom bestaat dus wel, maar het is dan natuurlijke ventilatie en geen motor.
Wil je toch mechanisch afzuigen, dan is het lichtpunt boven de spiegel of aan het plafond ook hier de dichtstbijzijnde voeding. Een klein toestel met een naloop van tien minuten dekt in een toilet vrijwel alles af. Zit het toilet naast de badkamer, dan kan één buisventilator op zolder beide ruimtes afzuigen, mits je de kanalen met een goede verdeling samenbrengt.
Een detail dat verrassend veel uitmaakt: de deur. Een toiletdeur die tot op de tegels sluit maakt van de ruimte een gesloten doos, en dan blijft de lucht staan wat je verder ook doet.
Condens beperken helpt meer dan een groter toestel
Vocht slaat neer op de koudste vlakken in de ruimte. Hoe kouder de tegels, de spiegel en de buitenmuur, hoe meer damp er condenseert en hoe langer je moet afzuigen om het weer weg te krijgen. Een warme badkamer wordt sneller droog dan een koude, ook bij precies dezelfde ventilator.
Dat is de reden dat een verwarmde vloer hier zoveel doet. De tegels blijven boven het dauwpunt, waardoor de damp minder kans krijgt om neer te slaan en de vloer na het douchen zichzelf droogt. Wat daarbij komt kijken staat in ons stuk over vloerverwarming in de badkamer.
Twee gewoontes helpen net zo goed als hardware. Laat de deur na het douchen op een kier staan zodat er lucht bij kan, en trek de douchewand of het gordijn uit elkaar, want water dat blijft staan verdampt en moet daarna alsnog worden afgevoerd. Wie de damp met een trekker van de wand haalt, hoeft er ook minder uit te ventileren.
Blijft er ondanks alles zwarte aanslag in de hoeken komen, dan is het probleem zelden alleen de ventilatie. Dan gaat het om een koudebrug of om vocht dat via de constructie binnenkomt, en dat los je niet op met een sterker toestel.
Zo breng je voeding naar een badkamerventilator
Deze volgorde werkt bij een badkamer of toilet waar wel een lichtpunt is maar geen aparte aansluiting voor een ventilator.
-
Bepaal eerst waar de lucht naartoe kan
Zoek het bestaande kanaal, of bepaal waar een doorvoer door de gevel kan komen. Dit is de bepalende stap, want zonder afvoerweg heeft de rest geen zin. Meet de lengte en tel de bochten, want die bepalen welk debiet je overhoudt.
-
Kies het punt waar je de voeding vandaan haalt
In de meeste badkamers is dat het lichtpunt in het plafond. Kijk of er een permanente fase beschikbaar is naast de geschakelde ader, want die bepaalt of naloop mogelijk is. Zit de aansluitdoos in een natte hoek, verplaats hem dan naar een plek buiten de zones.
-
Schakel de groep uit en controleer dat het spanningsloos is
Zet de betreffende groep uit en meet daarna op de aders zelf met een tweepolige tester. Een schakelaar die op uit staat is geen bewijs, want een verkeerd aangesloten schakelaar kan in de nul zitten in plaats van in de fase. Kom je in de meterkast verder dan de groepen zelf, stop dan en bel een installateur.
-
Leg de leiding naar de plek van het toestel
Werk met VD-draad in installatiebuis of met een mantelkabel. Losse draad zonder buis onder het stucwerk is niet toegestaan en levert bij een latere boring direct gevaar op. Houd de leiding uit de zones rond bad en douche waar dat kan.
-
Boor de doorvoer en monteer het kanaal
Boor met een kernboor van 102 of 127 millimeter en houd een licht afschot naar buiten aan, ongeveer een centimeter per meter. Zet gladde buis in plaats van een slap hangende flexslang. Monteer buiten een rooster met terugslagklep zodat wind geen koude lucht terugblaast.
-
Sluit het toestel aan op de juiste klemmen
De nul op N, de permanente fase op L en de geschakelde ader op de klem die de fabrikant daarvoor aanwijst, meestal S, T of LT. Fase en nul verwisselen is niet toegestaan, ook niet als het toestel daarna ogenschijnlijk gewoon draait. Bij een klasse II toestel zonder aardklem sluit je de aardader netjes af in de doos in plaats van hem los te laten hangen.
-
Stel de naloop in en controleer of hij echt afzuigt
Zet de naloop op vijftien tot dertig minuten, in een toilet is tien minuten genoeg. Schakel de groep in en houd een velletje papier tegen het rooster, met de deur op een kier. Blijft het papier hangen, dan doet de installatie wat hij moet doen.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je het toestel dichtmaakt
Uit de praktijk
Een toestel dat draait terwijl er niets wordt afgezogen
Een ventilator die hoorbaar loopt maar de spiegel niet vrij krijgt, heeft bijna altijd een probleem verderop in de luchtweg. De drie oorzaken die je in deze volgorde nakijkt zijn een terugslagklep die door zeepdamp en vet aan elkaar plakt, een kanaal dat is dichtgezet met stof of een vogelnest, en het ontbreken van toevoerlucht.
Die laatste is de meest voorkomende en tegelijk de minst zichtbare. Met een deur die strak in de sponning valt en zonder rooster kan er geen lucht bij, en dan draait de motor zich stuk op een gesloten ruimte. Het toestel klinkt dan zwaarder dan normaal en het geluid verandert merkbaar zodra je de deur opent. Dat verschil in geluid is de snelste test die er is.
Naloop die niet werkt omdat er maar twee aders liggen
Een toestel met naloop dat pardoes uitgaat op het moment dat het licht uitgaat, is niet defect en niet verkeerd ingesteld. Er ligt dan alleen een geschakelde fase en een nul, waardoor de voeding van de elektronica op hetzelfde moment wegvalt als het lichtsignaal.
Naloop vraagt een permanente fase op L en de geschakelde ader op de aparte klem. Kun je geen derde ader bijtrekken, dan is het alternatief een toestel dat permanent gevoed wordt en met een eigen vochtsensor bepaalt wanneer het aangaat. Wat niet werkt is de twee aders doorverbinden in de hoop dat het toestel het zelf uitzoekt: dan staat de ventilator permanent aan.
Condens in het kanaal die terugloopt naar het toestel
Water dat uit een ventilator druppelt of een bruine kring op het plafond rond de behuizing komt zelden van de douche zelf. Het is condens uit het kanaal: warme, vochtige lucht koelt af in een niet-geïsoleerde buis op een koude zolder, en het water zakt terug naar het laagste punt.
Twee dingen halen dit weg. Isoleer het kanaal over het koude deel van het traject, zodat de damp pas buiten afkoelt. Leg de buis daarnaast met afschot naar buiten toe, ongeveer een centimeter per meter, en haal de doorhangers eruit door de slang strak op te hangen. Een lus die naar beneden hangt is een waterslot dat zich vult.
Veelgemaakte fouten
Een tafelventilator inzetten als afzuiging
Een ventilator die lucht rondblaast verplaatst het vocht alleen naar een andere hoek van dezelfde ruimte. De damp slaat dan neer op de koudste plek in plaats van dat hij naar buiten gaat. Zonder een weg naar buiten wordt een badkamer niet droger, hooguit gelijkmatiger nat.
Rekenen op een accu of powerbank voor echte afzuiging
Het verschil tussen wat er in een batterij zit en wat een ventilator per uur vraagt is een factor van honderden. Vier AA-batterijen zijn na ongeveer een uur draaien leeg. Wie dit toch probeert, koopt meestal een klein USB-waaiertje dat te weinig debiet levert om iets te veranderen.
Losse draad zonder buis wegwerken onder het stucwerk
VD-draad hoort in installatiebuis, ook over een korte afstand naar een ventilator. Zonder buis kun je later niets meer vervangen, en bij een boring voor een spiegel of haakje zit je zo in een spanningvoerende ader. Een mantelkabel mag wel rechtstreeks, maar dan wel de juiste soort.
Flexibele slang met te veel bochten gebruiken
Een niet-uitgetrokken aluminiumslang met drie bochten kan de opbrengst halveren. De ribbels remmen de luchtstroom, en elke bocht van 90 graden telt in de praktijk als één tot twee meter extra kanaal. Gladde buis met zo min mogelijk richtingveranderingen scheelt meer dan een groter toestel.
De toevoerlucht vergeten
Afvoer zonder toevoer werkt niet, ongeacht het vermogen van de motor. In een gesloten badkamer bouwt de ventilator onderdruk op en verplaatst hij nauwelijks lucht. Een spleet van 1 tot 2 centimeter onder de deur of een overstroomrooster kost bijna niets en maakt het verschil.
Het toestel laag in de ruimte hangen
Warme, vochtige lucht stijgt, dus vlak boven de vloer of halverwege de wand zuig je vooral droge lucht af. Het afzuigpunt hoort hoog te zitten, ongeveer 20 tot 30 centimeter onder het plafond. Hetzelfde geldt voor een rooster bij natuurlijke ventilatie.
De terugslagklep nooit meer bekijken
Zeepdamp en vet maken de lipjes van de klep na een paar jaar plakkerig, waarna hij dicht blijft zitten. De ventilator draait dan tegen een gesloten klep aan, wordt warm en verplaatst niets. Eén keer per jaar openen en schoonmaken houdt het debiet op peil.
Veelgestelde vragen
Bestaat er een badkamer ventilator zonder stroom die echt werkt?
Een motor zonder energiebron bestaat niet, dus in die zin niet. Wat wel werkt is natuurlijke ventilatie: een verticaal kanaal naar het dak dat op temperatuurverschil trekt, eventueel versterkt met een windgedreven kap. Dat levert een wisselend resultaat dat in de winter beter is dan in de zomer. Wil je een vast debiet, dan is er stroom nodig, al mag de motor buiten de badkamer hangen.
Hoe krijg ik afzuiging als er geen elektra in de buurt van de badkamer ligt?
Kijk eerst naar het lichtpunt, want daar zit vrijwel altijd voeding. Vanaf die aansluitdoos is de afstand naar een plek voor de ventilator meestal een paar meter. Kan dat echt niet, dan is een buisventilator in het kanaal op zolder de nette oplossing: de motor hangt dan op een plek met stroom en in de badkamer zie je alleen een rooster. Een derde route is een 12 volt toestel met de trafo buiten de natte ruimte.
Wat verbruikt een elektrische ventilator badkamer per jaar?
Een gangbaar toestel van 100 millimeter trekt 12 tot 20 watt. Draait hij twee uur per dag, dan kom je op ongeveer 11 kilowattuur per jaar bij 15 watt. Een zuinig model met een gelijkstroommotor zit rond de 5 watt en komt dan op nog geen 4 kilowattuur. In verhouding tot de schade die vocht en schimmel aanrichten is dat verbruik verwaarloosbaar, dus laat hem gerust nalopen.
Mag ik een elektrische badkamer ventilator aansluiten op de lichtgroep?
Dat mag en het gebeurt volop, want het vermogen van een ventilator is klein genoeg om nauwelijks te tellen op een verlichtingsgroep. De voorwaarde is dat die groep beveiligd is met een aardlekschakelaar van 30 milliampère, wat in een badkamer sowieso geldt. Wil je naloop, dan heb je naast de geschakelde ader ook een permanente fase op die groep nodig.
Wat is een goede oplossing voor een ventilator toilet zonder stroom?
In een toiletruimte gaat het om ongeveer 25 kubieke meter per uur en om luchtjes in plaats van waterdamp, dus natuurlijke ventilatie komt hier verder dan in een badkamer. Een schoon kanaalrooster met voldoende doorlaat en een spleet onder de deur is vaak al genoeg. Ontbreekt een kanaal, dan is een doorvoer naar de gevel met een rooster met terugslagklep het alternatief. Wil je mechanisch afzuigen, dan is het lichtpunt ook hier de dichtstbijzijnde voeding.
Kan een ventilator zonder stroom op een powerbank of accu draaien?
Technisch kan het, praktisch is het geen oplossing. Een powerbank van 10.000 mAh bevat ongeveer 37 wattuur, genoeg om een toestel van 15 watt twee tot drie uur te laten draaien. Bovendien leveren powerbanks 5 volt, waardoor je aangewezen bent op kleine waaiers die te weinig lucht verplaatsen. Reken daarbij dat een accu of oplader niet thuishoort in een ruimte met damp.
Waarom slaat de aardlekschakelaar eruit zodra de ventilator aangaat?
Bijna altijd is er een lekweg naar aarde ontstaan door vocht. Dat zit meestal in de aansluitdoos of achter het toestel, waar damp is binnengetrokken en zich op de klemmen heeft afgezet. Maak de groep spanningsloos, open de doos en laat alles goed drogen voordat je verder zoekt. Blijft het probleem na drogen, dan is de isolatie van een ader beschadigd of is het toestel intern nat en aan vervanging toe.
Mag een ventilator recht boven de douche hangen?
Boven bad of douche zit je tot 225 centimeter hoogte in zone 1, en daar geldt minstens IPX4 en zijn de eisen aan het toestel strenger. De veilige route is een uitvoering op 12 volt laagspanning met de trafo buiten de zones, op een droge en bereikbare plek. Een toestel op 230 volt hoort daar alleen als de fabrikant het uitdrukkelijk voor die zone vrijgeeft. Wat er in de rest van de ruimte mag, staat in onze uitleg over stopcontacten en zones in de badkamer.
Hoeveel kubieke meter per uur heb ik nodig voor mijn badkamer?
Voor nieuwbouw geldt 14 liter per seconde voor een badruimte, ongeveer 50 kubieke meter per uur, en 7 liter per seconde voor een toilet. Als richtgetal werkt dat ook in bestaande bouw prima. Houd er rekening mee dat het opgegeven debiet vrijblazend is gemeten: met drie meter kanaal en twee bochten houd je een derde tot de helft minder over. Kies daarom liever een maat ruimer dan precies op de eis.
Helpt een raam openzetten net zo goed als afzuiging?
Op een winderige of koude dag verplaatst een openstaand raam meer lucht dan menige ventilator, dus ja, dan helpt het goed. Het probleem is de onbetrouwbaarheid: bij windstil en zacht weer gebeurt er weinig, en in de winter jaag je de warmte de ruimte uit. Als enige voorziening in een badkamer zonder raamrooster is het te wisselvallig, als aanvulling is het prima.
Kan ik de ventilator gewoon meeschakelen met het licht?
Dat kan en het is de simpelste aansluiting: twee aders vanaf het lichtpunt en klaar. Het nadeel is dat de ventilator stopt op het moment dat je het licht uitdoet, terwijl de damp uit de tegels en de handdoeken juist daarna nog vrijkomt. Een toestel met naloop van vijftien tot dertig minuten haalt veel meer vocht weg, en dat vraagt een derde ader met een permanente fase.
Waarom zoemt mijn ventilator wel maar draait hij niet?
Er staat dan spanning op de motor, dus het is geen elektrisch probleem in de leiding. Deze kleine axiaalventilatoren hebben een spleetpoolmotor zonder aanloopcondensator, dus er valt ook geen condensator te vervangen. De oorzaak is vrijwel altijd een lager dat vastloopt door aangekoekt stof en zeepdamp. Haal de waaier eraf, maak alles schoon met een kwastje en wat spiritus en probeer of de as met de hand soepel ronddraait.
Wanneer je beter een vakman belt
Het aansluiten van een ventilator achter een bestaande groep die je spanningsloos hebt gemaakt en gecontroleerd, is werk dat je met de nodige zorg zelf kunt doen. Er zijn wel vier momenten waarop je beter stopt.
Het eerste is de meterkast zelf. Een groep bijplaatsen, werk aan de aardlekschakelaar of iets aan de bekabeling achter de hoofdzekering hoort bij een installateur. Daar zit spanning die je niet kunt uitschakelen en die niet vergeeft.
Het tweede is een doorvoer door een dragende muur of door het dak. Bij een kernboring in een dragende constructie wil je weten wat er in de wand zit, en een dakdoorvoer betekent werken op hoogte met een dakdekker die de waterdichte aansluiting maakt.
Het derde is een ventilatieschacht in een oudere flat of woning van voor 1994. Kanaalplaten en afdichtingen in dat soort schachten kunnen asbesthoudend materiaal bevatten, en dan is boren of slopen niet iets om zelf uit te proberen. Laat het eerst inventariseren.
Het vierde is aanhoudende schimmel die na goede ventilatie terugkomt. Dan gaat het om een koudebrug of om vocht dat via de constructie binnendringt, en dat is een bouwkundig probleem dat je met geen enkele ventilator oplost.