Stankafsluiter kiezen, plaatsen en weer aan het werk krijgen
Een stankafsluiter is een bocht of bakje waar altijd een laagje water in blijft staan, en dat water houdt de rioollucht tegen. Stinkt het toch, dan ontbreekt de afsluiter of loopt het waterslot leeg doordat de leiding te weinig lucht kan happen. Welke je nodig hebt hangt af van de plek: een klok in een doucheput, een vlakke inzetsifon in een douchegoot en een HWA-sifon van 80 mm onder de regenpijp. Haal een stankafsluiter er nooit uit om het water sneller weg te laten lopen, want dan zet je je badkamer open op het riool.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Schuifmaat of een meetlint, om binnenmaten te meten
- Waterpomptang
- Fijne pvc-zaag of een ijzerzaag
- Halfronde vijl en schuurpapier om zaagbramen weg te halen
- Ontstoppingsveer van 8 of 10 mm, bij voorkeur een flexibele
- Natte-en-droge stofzuiger
- Emmer en een schep
- Zaklamp en eventueel een inspectiecamera
- Boortje van 1,5 mm, alleen als laatste redmiddel
Materiaal
- HWA-sifon 80 mm voor onder de regenpijp
- Losse reukafsluiter of klok voor een ronde vloerput
- Inzetsifon voor de douchegoot, merkgebonden
- Rubberen afsluitdop in de maat van de opening
- Rubber manchetten en een verloopstuk 75 naar 80 mm
- Pvc-lijm voor de verbindingen die vast mogen
- Glijmiddel of zeepwater voor rubberringen
- Sanitairkit voor een dop die niet mag verschuiven
Wat een stankafsluiter doet en waarom het waterslot leegloopt
Een stankafsluiter, ook wel sifon of reukafsluiter genoemd, is een bocht of bakje waar na elke spoelbeurt water in blijft staan. Dat laagje water sluit je afvoer af van het riool, want lucht komt er niet doorheen. Hoe die luchtstroom door de rest van je leidingen loopt, staat in ons overzicht over de afvoer en riolering in huis.
Binnen hoort een waterslot ongeveer vijftig millimeter hoog te zijn. Die maat is niet willekeurig gekozen, want bij die hoogte houdt de afsluiter stand tegen de druk- en zuigschommelingen die door een standleiding trekken. Veel vlakke inzetsifons in douchegoten halen die vijftig millimeter niet en blijven steken op twintig tot dertig millimeter.
In sommige oude, vlakke doucheputten staat zelfs maar een centimeter water. Dat verschil telt zwaarder dan het lijkt: een waterkolom van een centimeter komt neer op ongeveer één millibar. Een minieme onderdruk in de leiding tilt zo'n slot dus al op, terwijl je bij vijftig millimeter vijf keer zoveel zuigkracht nodig hebt.
Er zijn vier redenen waarom er ineens stank uit een afvoer komt. Er zit geen stankafsluiter in, het waterslot wordt leeggezogen door onderdruk, het wordt weggedrukt door overdruk, of het water is verdampt omdat de afvoer wekenlang niet gebruikt is.
Aan het patroon kun je vaak al aflezen welke van de vier het is. Verdamping ruik je na een vakantie of in een logeerdouche, leegzuigen ruik je juist meteen nadat er elders in huis is doorgespoeld. Ruik je het overal en niet bij één afvoer, dan zoek je verder dan de sifon en helpt onze aanpak bij rioollucht in huis opsporen je sneller op het spoor.
Een afvoer die je zelden gebruikt, zoals een vloerput in de garage of de douche in een vakantiewoning, houd je stankvrij met een liter water en een eetlepel slaolie. De olie gaat op het water drijven en remt de verdamping, waardoor het waterslot maanden blijft staan in plaats van weken.
De soorten stankafsluiter en waar ze thuishoren
Een stankafsluiter voor de afvoer van een wastafel ziet er heel anders uit dan een stankafsluiter voor het riool buiten, maar het principe is overal hetzelfde. Er moet water blijven staan op een plek waar het niet vanzelf weg kan lopen. Wat verschilt, is de hoeveelheid water en de manier waarop je erbij kunt om schoon te maken.
Binnen kom je vier typen tegen. De buissifon of bekersifon onder een wastafel of gootsteen, de klok in een ronde vloerput, de vlakke inzetsifon in een douchegoot en de droge stankafsluiter met een rubber klep die opengaat zodra er water op staat. Die laatste heeft geen water nodig en is daarom prettig in een berging of garage waar maandenlang niets doorheen loopt.
Buiten werk je met grovere onderdelen. Onder de regenpijp zit een HWA-sifon in de vorm van een zwanenhals, in de tuin een klokput of kolk, en tussen hemelwaterafvoer en riool soms een ontlastput met stankafsluiter die tegelijk zand en blad opvangt. Wat ze gemeen hebben, is dat ze allemaal vervuilen en dus bereikbaar moeten blijven.
| Type stankafsluiter | Waar hij zit | Hoogte waterslot | Waar het meestal misgaat |
|---|---|---|---|
| Buissifon of bekersifon | Onder wastafel, gootsteen en wasmachine-aansluiting | Ongeveer 50 mm | Loopt leeg door onderdruk als de leiding te weinig lucht krijgt |
| Klok in een ronde vloerput | Doucheput, vloerput in bijkeuken en cv-ruimte | 30 tot 50 mm | De klok wordt eruit gehaald omdat het water dan sneller wegloopt |
| Vlakke inzetsifon | Douchegoot en inbouwdrain | 20 tot 30 mm | Weinig water, dus snel leeggezogen en snel vol haar |
| Droge stankafsluiter met rubber klep | Vloerput in garage, kelder of berging | Werkt zonder water | De klep gaat vastzitten door vuil, vet of kalk |
| HWA-sifon of zwanenhals | In de grond onder de regenpijp | 50 tot 80 mm | Vult zich met blad en zand, of bevriest als hij te ondiep ligt |
| Klokput of straatkolk | Tuin, terras en onder een uitloop | 50 mm en meer | Zand van het terras vult de put langzaam op |
| Ontlastput met stankafsluiter | Tussen hemelwaterafvoer en riool | 50 mm en meer, met overstort | Het deksel wordt dichtgestraat en is niet meer te openen |
| Zelfgemaakte constructie van twee bochten | In de grond, meestal bij hemelwater | Wisselend en niet gecontroleerd | Geen ontstoppingsdop, dus een verstopping betekent opgraven |
Stankafsluiter voor de doucheput en het doucheputje
Een ronde doucheput heeft bijna altijd een losse klok als stankafsluiter. Dat is het kunststof of metalen kapje dat je onder het rooster tegenkomt, met sleuven aan de onderkant. Het water loopt onder de rand door omhoog en over de rand naar de uitloop, en juist die omweg vormt het waterslot.
Zo'n klok past meestal maar op één manier. Vaak is één steun korter dan de andere, of er zit een uitsparing die precies over een verhoging in de put valt. Krijg je hem niet op zijn plek, draai hem dan een kwartslag verder in plaats van hem met kracht aan te drukken.
Ontbreekt de klok, dan hoef je zelden de hele put te vervangen. Koop je een nieuw doucheputje met stankafsluiter, dan zit die klok er los bij, en los nabestellen kan meestal ook. Fabrikanten leveren losse deksels, roosters en reukafsluiters na, en er zijn universele reukafsluiters voor putten met een rooster van 100 tot 150 mm. Ze bestaan in een korte uitvoering van rond de 30 mm en een lange van rond de 48 mm, en de lange past alleen in een put die diep genoeg is.
Meet daarom altijd de binnenmaat van de put en niet de buitenmaat van het rooster. Dat scheelt vaak een centimeter of meer, en met een centimeter verschil past er niets. Voor de gangbare maten van afvoeren en aansluitingen in huis kun je terecht in ons overzicht met standaardmaten en maatvoering.
Er is nog een detail dat mensen verrast. Een kunststof klok die je zelf van een stuk buis met een dop maakt, gaat drijven zodra de put volloopt. Het rooster of deksel moet hem daarom op zijn plaats houden, anders komt hij bij de eerste flinke waterstroom omhoog. Hoe je de put verder schoonhoudt en vervangt, staat bij het doucheputje schoonmaken en vervangen.
| Onderdeel | Gangbare maat | Waterslot | Waar je op let bij het kopen |
|---|---|---|---|
| Ronde doucheput in de vloer | Rooster 100 tot 150 mm, uitloop 50 mm | 30 tot 50 mm | Meet de binnenmaat van de put, niet het rooster |
| Losse reukafsluiter of klok | Kort rond 30 mm hoog, lang rond 48 mm hoog | Zo hoog als de klok toelaat | De lange versie past alleen in een diepe put |
| Douchegoot of inbouwdrain | Inzetsifon rond 80 mm breed | 20 tot 30 mm | Merkgebonden, meet lengte, breedte en hoogte |
| Wastafel | Aansluiting 32 mm | 50 mm | Buissifon, of een platte sifon bij weinig ruimte |
| Gootsteen en wasmachine | Aansluiting 40 of 50 mm | 50 mm | De wasmachineslang hoort in een aansluiting met waterslot |
| Regenpijp van pvc | 80 mm | 50 tot 80 mm | Een HWA-sifon van 80 mm ligt in bijna elke bouwmarkt |
| Regenpijp van zink | 80 mm rond of 70 bij 100 mm | Via een verloop op 80 mm pvc | Het zink steekt in de pvc-pijp, niet andersom |
| Liggende riolering in de grond | 110 of 125 mm | 50 mm en meer | Een bestaande 75 mm leiding eerst verlopen naar 80 mm |
Weet je het merk van je doucheput of drain niet, leg het onderdeel dan op een vel papier met een liniaal ernaast en fotografeer het recht van boven. Met die foto en drie maten kan een sanitairgroothandel bijna altijd zeggen welke reukafsluiter erin hoort, terwijl een omschrijving in woorden zelden genoeg is.
De stankafsluiter van een douchegoot en van een Easy Drain
Een stankafsluiter voor een drain of douchegoot werkt anders dan een klok in een put. In de goot ligt een los kunststof bakje of kapje dat je eruit kunt tillen, meestal rond de acht centimeter breed, en dat vormt het waterslot. De stankafsluiter van een douchegoot van Easy Drain, ook geschreven als easydrain, herken je aan het grijze kapje met een uitneembaar stopje erin, direct onder het rooster.
Omdat zo'n goot laag inbouwt, is er weinig hoogte voor water. Twintig tot dertig millimeter is normaal, en dat is precies waarom een stankafsluiter in de douche gevoeliger is voor stank dan een gewone sifon onder een wastafel. Dezelfde onderdruk die een wastafelsifon nauwelijks merkt, trekt een vlakke goot al half leeg.
Het tweede zwakke punt is haar. Drie haren en een klodder zeep vormen samen een pluk die precies in de nauwe doorgang van het waterslot blijft hangen. Daarom hoort een goot net als een sifon onder de wastafel elke maand even open en schoon, en is een goot die je nooit opent binnen een jaar een probleemgeval.
Haal het kapje er niet uit om het water sneller te laten lopen. Dat werkt, want je haalt de weerstand weg en de lucht kan meteen ontsnappen, maar je hebt dan een open verbinding met het riool onder je douchevloer liggen. De volgende bewoner staat daar jaren later nog mee in zijn maag.
Zoek je een vervangende inzetsifon, dan is de maat belangrijker dan het merk. Meet de lengte, de breedte en de hoogte van de uitsparing in de goot en zoek daarop, want er zijn universele inzetsifons die in veel goten passen. Lukt dat echt niet, dan is een nieuwe drain met bijpassend waterslot uiteindelijk goedkoper dan een half jaar improviseren.
Een gaatje boren in het kapje is een laatste redmiddel, geen eerste stap. Boor je erin, dan haal je de afdichting deels weg en kan er lucht uit het riool door. Blijkt achteraf dat er gewoon een haarprop in de leiding zat, dan heb je een onderdeel beschadigd dat je niet meer heel krijgt. Sluit eerst een verstopping uit.
Als de stankafsluiter van de douchegoot niet werkt
De klacht die we het vaakst tegenkomen: met de stankafsluiter erin loopt het water traag weg of stroomt de goot zelfs over, en zonder de afsluiter loopt alles als een trein. De reflex is dan om het waterslot de schuld te geven. In verreweg de meeste gevallen is er echter een beginnende verstopping verderop in de leiding.
Dat klinkt tegenstrijdig, want zonder sifon loopt het toch prima? Dat komt doordat de sifon de leiding luchtdicht afsluit. Zit er verderop een halve prop, dan kan de lucht die het wegstromende water voor zich uit duwt geen kant op, en dus stokt het water. Haal je de sifon eruit, dan ontsnapt die lucht via de goot en loopt het weer.
Het klotsende geluid dat je hoort als je het kapje optilt, is precies die opgesloten lucht die ontsnapt. Daarna loopt het een tijdje goed, tot de druk opnieuw opbouwt. Dat verschijnsel is dus een aanwijzing en geen verklaring.
De goede eerste stap is mechanisch ontstoppen met een flexibele veer van 8 of 10 mm. Die slingert zich door een haakse bocht heen, terwijl een stugge veer daar blijft steken. Zit de prop nog verder weg, dan komt er een dun hogedrukslangetje aan te pas en is een ontstoppingsbedrijf sneller klaar dan jijzelf.
Pas als de leiding schoon is en het probleem blijft, ga je naar de beluchting kijken. Borrelende wastafels boven zijn een sterke aanwijzing dat het riool te weinig lucht kan happen, en dan helpt een beluchter op de afvoer of een sifon met ingebouwde beluchter op de wastafel ernaast.
| Wat je merkt | Meest waarschijnlijke oorzaak | Wat je als eerste doet |
|---|---|---|
| Zonder sifon loopt het goed, met sifon niet | Beginnende verstopping verderop in de leiding | Veer van 8 of 10 mm door de afvoer draaien |
| Goot loopt vol, na optillen van het kapje een klots en dan loopt het weer | Opgesloten lucht tussen waterslot en prop | Ontstoppen, niet meteen gaan boren |
| Wastafels boven borrelen als de douche loopt | Te weinig beluchting in de standleiding | Ontspanning en standleiding nakijken |
| Stank meteen nadat er elders is doorgespoeld | Waterslot wordt leeggezogen door onderdruk | Beluchter plaatsen of een dieper waterslot kiezen |
| Stank na twee weken weg geweest te zijn | Verdamping van het waterslot | Water bijvullen, scheutje olie erop |
| Stank vooral bij warm weer of harde wind | Ontspanningsleiding mondt ongelukkig uit | Uitmonding op het dak en de hemelwaterafvoer nakijken |
| Water blijft in de goot staan na het douchen | Te weinig afschot van goot of leiding | Waterpas leggen en het afschot controleren |
| Sifon staat maar half vol water | Waterslot deels weggetrokken | Beluchting nakijken voordat je iets vervangt |
Stankafsluiter voor de regenpijp en de hemelwaterafvoer
In veel oudere wijken is de riolering niet gescheiden en loost de regenpijp gewoon op het vuilwaterriool. Zit er dan geen waterslot tussen, dan komt de rioollucht via de hemelwaterafvoer naar buiten. Je ruikt het bij de dakgoot, bij de regenpijp zelf en soms bovenop een plat dak, en dat laatste is vervelend als de uitmonding vlak bij een raam ligt. Een aparte stankafsluiter voor de dakgoot bestaat overigens niet: het waterslot hoort altijd onderin, in de grond bij de aansluiting op het riool.
De oplossing is een HWA-sifon, ook wel hwa-stankafsluiter genoemd: een zwanenhals van 80 mm die je in de grond onder de regenpijp zet. Zo'n stankafsluiter voor de regenpijp ligt bij Gamma en andere bouwmarkten gewoon in het schap, en er zijn uitvoeringen met een schroefdop aan de onderkant om hem te legen. Kies bij voorkeur de versie met zo'n dop, want een sifon buiten vult zich met blad, mos en zand.
Loopt je bestaande leiding in 75 mm, dan verloop je eerst naar 80 mm in plaats van te improviseren met bochten. Een echte sifon stroomt beter door dan een zelfgebouwde constructie en heeft bijna altijd een reinigingsmogelijkheid.
Leg de sifon diep genoeg. Ligt hij vlak onder de bestrating, dan rusten de tegels op de buis en vriest het waterslot in een strenge winter dicht. Kom je met graven niet dieper omdat de fundering uitloopt, zet de sifon dan verderop aan de liggende leiding en ga met een haakse bocht en een stuk 80 mm buis vanaf de regenpijp die kant op.
Over lijmen bestaat verwarring, en terecht, want beide keuzes hebben een prijs. Lijm je alles, dan kun je bij een verstopping niets meer los krijgen. Lijm je niets, dan sijpelt er water uit de verbindingen en zoeken boomwortels dat vocht op, waarna ze de buis binnengroeien en de verbinding uit elkaar drukken.
De werkbare middenweg is dit: lijm de verbindingen in de grond die vast mogen blijven en houd één punt los, bij voorkeur het insteken van de regenpijp in de sifon. Zit je in een omgeving die verzakt, dan zijn rubber manchetten een betere keuze dan lijm, want die nemen beweging op. Ligt je hele grondleiding er slecht bij, kijk dan eerst bij riolering vervangen voordat je één onderdeel vernieuwt.
Blijft er water op het dak staan of komt er telkens zand mee naar beneden, dan zit het probleem hogerop. Hoe je dat aanpakt, lees je bij het afschot van een plat dak.
Twee grenzen bij dit werk. Om te zien hoe de leiding boven loopt, moet je op een ladder of het dak. Werken op hoogte doe je met een goed opgestelde ladder of een steiger, en bij een schuin dak of een dak zonder randbeveiliging laat je dat over aan iemand met het juiste materieel. En kom je bij een woning van voor 1994 een harde, dofgrijze cementachtige regenpijp of rioolbuis tegen, dan kan die asbestcement bevatten. Zaag, boor en schuur daar niet in, maar laat het materiaal eerst onderzoeken.
Een stankafsluiter in een rioolbuis van 110 mm plaatsen
Een situatie die vaker voorkomt dan je zou denken: er staat een verticale rioolbuis van 110 mm in de grond, daar loost een afvoerput of een regenpijp bovenop, en de installateur heeft nooit een waterslot aangebracht. De verbinding is dan kaarsrecht open naar het riool en dus stinkt het.
Je hoeft daarvoor niet alles open te breken. Op zo'n verticale buis kun je een klokputje rechtstreeks aansluiten, en die zijn er in alle maten en kwaliteiten. Past de aansluiting niet precies, dan werkt een verloopstuk met een dikke rubberring aan de buitenzijde uitstekend: dat schuif je in de 110 mm buis en daar zet je het putje bovenop.
Wil je in één keer meer regelen, dan is een ontlastput met stankafsluiter de nettere oplossing. Zo'n put met stankafsluiter combineert drie dingen: het waterslot tegen de stank, een bezinkbak waarin zand en blad achterblijven, en een overstort zodat het water bij een verstopping op een voorspelbare plek over de rand loopt in plaats van in de fundering.
Er is één ding dat je eerst moet uitzoeken, en dat wordt vaak overgeslagen. Een open 110 mm buis die omhoog steekt kan de ontspanningsleiding van je riolering zijn, de leiding waardoor het riool lucht haalt. Zet je daar een waterslot in, dan ben je van de stank af maar kan het riool op een andere plek gaan borrelen of leegzuigen.
Controleer daarom of er nog een leiding is die boven het dak uitkomt. Hoe dat systeem in elkaar zit en welke maat er nodig is, staat bij de standleiding en de ontspanning van het riool. Kom je onderweg oude, bruingeglazuurde buizen tegen, dan heb je te maken met gresbuis en die vraagt een eigen aanpak bij het aansluiten.
Zet nooit twee stankafsluiters achter elkaar in dezelfde leiding. Tussen de twee waterslotten sluit je een luchtbel op die nergens heen kan, waardoor het water niet meer doorstroomt en je het probleem alleen maar groter maakt. Eén waterslot per afvoertak is genoeg.
Zelf een stankafsluiter maken van bochten
Als er voor jouw maat geen kant-en-klare sifon te vinden is, kun je er een bouwen van bochten. In de grond bij een hemelwaterafvoer gebeurt dat regelmatig, met twee haakse bochten of met vier bochten van 45 graden, zo gezet dat er een dal in de leiding ontstaat waarin water blijft staan.
Het werkt, maar er zitten nadelen aan die je vooraf moet meewegen. Een zelfgebouwd dal heeft geen inspectiedop, dus bij een verstopping moet je opnieuw graven. De doorstroming is minder gunstig dan bij een fabriekssifon, waardoor zand van het terras zich sneller ophoopt tot het waterslot dichtslibt. En je weet niet precies hoe hoog je waterslot uitpakt.
Er is bijna altijd een kant-en-klare oplossing, ook als de maat vreemd lijkt. Voor 75 mm buis is een verloopstuk naar 80 mm vaak sneller en goedkoper dan drie bochten met lijm. Voor een oud putje met een gat van twintig millimeter waar geen sifon in past, is een rubberen afsluitdop de juiste route: vijl het gat netjes rond en druk de dop erin, eventueel met een veeg sanitairkit tegen verschuiven.
Bouw je hem toch zelf, houd dan drie dingen aan. Zorg dat de aanvoer en de afvoer niet op dezelfde hoogte zitten maar dat de uitgaande zijde iets lager ligt, zet een ontstoppingsstuk met schroefdop op het diepste punt, en gebruik manchetverbindingen op minstens één plek zodat je het geheel later los kunt halen.
Een goed uitgevoerde bochtenconstructie kan jarenlang probleemloos werken. We komen buiten regelmatig een T-stuk met een 45-graden bocht tegen dat zonder dat iemand het bedoeld had precies als stankafsluiter én als zandvang dienstdoet.
Als de stank niet uit de stankafsluiter komt
Voordat je onderdelen gaat vervangen, is het handig om vast te stellen dat de sifon werkelijk de boosdoener is. Een riool moet tochten: er hoort een leiding te zijn die boven het dak uitkomt waardoor de lucht kan ontsnappen. Zit die er niet, of eindigt hij ergens halverwege, dan zoekt de lucht de weg van de minste weerstand en dat is jouw afvoer.
Een klassiek geval is een hemelwaterafvoer die vroeger doorliep naar een hoger dak en gaandeweg de ontspanning van het riool is geworden. De regenpijp is dan de schoorsteen van je riolering, en die mag niet uitmonden vlak bij een raam dat je open kunt zetten of bij een ventilatierooster.
Ook een dichtgezet deksel op een ontstoppingsput geeft precies deze klacht. Zit het deksel scheef of ontbreekt de rubber afdichting, dan komt de lucht daar naar buiten en ruik je het in de tuin of via een kier in de kruipruimte.
Een andere veelvoorkomende bron is de wasmachine. Een afvoerslang die los in een standpijp hangt zonder waterslot geeft rioollucht in de bijkeuken, ook als alle andere sifons in orde zijn.
Dan is er nog de badkamer zelf. Een losgeraakte kitrand rond een douchebak lijkt op stank uit de afvoer, terwijl het water dan langs de bak in de vloer trekt en daar gaat ruiken. Loop de mogelijkheden systematisch af, want in dat rijtje staat vaak de werkelijke oorzaak. Meer voorbeelden en een aanpak per ruimte vind je onder sanitair en loodgieterswerk.
Zo plaats je een stankafsluiter onder een regenpijp die op het riool loost
Deze volgorde geldt voor een pvc-regenpijp van 80 mm die in de grond op de riolering is aangesloten.
-
Stel eerst vast of deze pijp de ontspanning van je riool is
Kijk of er nog een andere leiding boven het dak uitkomt. Loopt deze regenpijp door naar een hoger dakvlak, dan is de kans groot dat je riool via deze pijp lucht haalt. Zet er dan niet zomaar een waterslot in, want dan verplaats je het probleem naar de sifons binnen. Blijf voor deze controle van het dak af en kijk vanaf de grond of vanaf een goed opgestelde ladder, of laat iemand met de juiste uitrusting kijken.
-
Graaf de aansluiting vrij en meet wat er ligt
Leg de bocht onder de regenpijp helemaal bloot, tot je de liggende leiding ziet. Meet de buitendiameter van de regenpijp en van de grondleiding, meestal 80 mm en 110 of 125 mm. Kijk meteen hoeveel ruimte je in de diepte hebt, want een uitlopende fundering kan je tegenhouden.
-
Kies de sifon en pas hem droog
Neem een HWA-sifon van 80 mm met een schroefdop aan de onderkant. Leg de sifon met de bijbehorende bocht droog in de sleuf en kijk of de regenpijp er zonder spanning in valt. Past hij niet, dan is het nu nog eenvoudig om voor een andere uitvoering of een extra verloop te kiezen.
-
Zaag de buis af en haal de bramen weg
Zaag met een fijne zaag haaks af en vijl de rand rondom af. Een braam schuurt bij het insteken de rubberring stuk, en dan lekt de verbinding precies op de plek die je straks niet meer ziet. Twijfel je bij een oude, harde en dofgrijze buis of het pvc is, stop dan en laat het materiaal onderzoeken voordat je zaagt, want asbestcement komt in woningen van voor 1994 nog voor.
-
Zet de sifon zo dat de schroefdop bereikbaar blijft
Draai de sifon met de reinigingsdop naar boven of naar de kant waar je later kunt graven. Wordt er een terras overheen gelegd, leg dan een tegel los boven dit punt of maak er een luikje. Wie de dop dichtstraat, ontdekt bij de eerste verstopping dat de hele bestrating eruit moet.
-
Bepaal per verbinding of je lijmt of een manchet gebruikt
Lijm de verbindingen die definitief mogen zijn, en houd het insteken van de regenpijp in de sifon los. Zo kun je de pijp later omhoog trekken en de sifon met een waterstofzuiger leegzuigen. In grond die verzakt gebruik je rubber manchetten in plaats van lijm, want die vangen beweging op zonder te scheuren.
-
Vul de sifon en test met veel water tegelijk
Giet de sifon vol tot het water over de knik loopt, zodat het waterslot meteen staat. Gooi daarna een paar emmers water in de dakgoot of op het dak en kijk waar het langs de verbindingen naar buiten komt. Een enkele druppel per jaar is geen ramp, een straaltje wel.
-
Vul aan en houd de sifon vorstvrij
Vul de sleuf aan met zand, aangestampt in lagen van een decimeter, zodat de leiding niet gaat zakken. Zorg dat er voldoende grond boven de sifon zit, want een waterslot vlak onder de tegels vriest in een strenge winter dicht. Ligt de sifon gedwongen ondiep, dek hem dan af met een plaat isolatiemateriaal.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de sleuf dichtgooit of de goot terugplaatst
Uit de praktijk
Een Easy Drain die na anderhalf jaar ineens overstroomde
Een douchegoot had anderhalf jaar zonder mankeren gewerkt en liep daarna soms volledig vol tot het water over de rand stroomde. Rooster eraf, het grijze kapje optillen en er klonk een klots, waarna het meteen weer wegliep. Met het stopje uit het kapje speelde het probleem niet, en met het kapje er helemaal uit ook niet.
De voor de hand liggende raad was een gaatje van 1,5 mm in het stopje boren, klein genoeg om geen rioollucht door te laten maar groot genoeg om de druk te laten ontsnappen. Dat is precies de verkeerde eerste stap. Dat een probleem ineens na anderhalf jaar opduikt, wijst niet op een ontwerpfout maar op iets wat langzaam is dichtgegroeid.
Bij een vergelijkbare goot in een ander huis werd eerst machinaal ontstopt en zat er een flinke haarbal voorbij de eerste haakse bocht, buiten het bereik van een handveer. Daarna liep de afvoer weer normaal en was er niets aan de sifon veranderd. Het kapje was mooi heel gebleven en er kwam geen stank bij.
Een doucheput met een opening van precies twintig millimeter
Bij een doucheput zat een rechthoekig bakje met een schot en daarin een rond gat van twintig millimeter, met daarachter direct de rioolaansluiting. Geen enkele losse sifon uit het schap paste, want zelfs de kleinste was nog te groot voor die opening. Het waterslot dat het bakje maakte, was hooguit een centimeter hoog.
Het gat bleek geen plek voor een sifon te zijn. Het is een opening waar je een ontstoppingsveer doorheen steekt, en er hoort een rubber dopje in. Een eerdere bewoner had dat dopje er waarschijnlijk uitgehaald omdat de afvoer traag liep: zonder dop kan de lucht ontsnappen en stroomt het water beter door.
De oplossing was een rubberen afsluitdop van twintig millimeter, het gat rond en glad gevijld en de dop erin gedrukt. Daarmee was de stank weg. Het trage weglopen bleef en dat zat, zoals verwacht, in de leiding erachter en niet in de put. Met een cameraatje op een flexibele steel was in tien minuten te zien waar de vernauwing zat.
Een regenpijp die stonk vlak onder een slaapkamerraam
Bij een plat dak was de hemelwaterafvoer op het riool aangesloten, en met enige regelmaat kwam er rioollucht uit de pijp. Dat gebeurde ongelukkig genoeg net onder het raam van een slaapkamer. De eerste gedachte was om er een sifon tussen te zetten, tussen de regenpijp en de leiding in de grond.
Bij het uitzoeken bleek er meer aan de hand. Deze afvoer liep in de oude situatie door naar het dak erboven en deed daarmee dienst als ontspanningsleiding van de riolering. Een sifon ertussen zetten haalt dan wel de stank weg, maar neemt tegelijk de beluchting van het hele systeem weg, met borrelende sifons en leeggezogen waterslotten als resultaat.
De nette route is dan tweeledig. De luifel krijgt een eigen afvoer met een sifon, aangesloten op de bestaande leiding in de grond. En de doorgaande leiding naar het hogere dakvlak blijft in stand als ontspanning, zodat het riool blijft tochten. Een camera-inspectie liet vooraf zien hoe de leidingen werkelijk liepen, en dat scheelde gokwerk.
Een T-stuk vol zand onder een nieuw aan te leggen terras
Bij het opgraven van een hemelwaterafvoer kwam een merkwaardige constructie tevoorschijn: een T-stuk met een 45-graden bocht die het water eerst omlaag en dan weer omhoog stuurde, voor de helft gevuld met zand en grind van het dak. Dat leek in eerste instantie een fout van de aannemer.
Het tegendeel was waar. Die knik werkt als stankafsluiter en het T-stuk vangt tegelijk het zand op dat van het dak meespoelt. Zat dat zand er niet, dan lag het verderop in de riolering op een plek waar je er veel moeilijker bij komt. In de dop van het T-stuk zat bovendien een ontstoppingsopening.
De keuze ging vervolgens over het terras dat eroverheen zou komen. Het volledig dichtvoegen zou betekenen dat de sifon nooit meer bereikbaar was. Het is opgelost door de verbindingen met manchetten te maken in plaats van te lijmen, zodat de pijp los te halen is, en door de sifon met een waterstofzuiger schoon te houden. Rond de dakafvoer is het grind door een grove zeef gehaald zodat alleen het grove materiaal terugging, en over het gat in de dakbedekking ligt een tegel op nokjes.
Veelgemaakte fouten
De klok of het schotje eruit halen omdat het water dan beter wegloopt
Het werkt onmiddellijk, en dat maakt het zo verleidelijk. Je haalt de weerstand weg en de lucht kan meteen ontsnappen, dus het water verdwijnt met een slok. Wat je ervoor terugkrijgt is een open verbinding tussen je douchevloer en het riool, en een traag lopende afvoer waarvan de werkelijke oorzaak gewoon blijft zitten.
Meteen een gaatje boren in het kapje van de douchegootsifon
Een gaatje van 1,5 mm laat druk ontsnappen en is te klein voor merkbare stank, maar het is onomkeerbaar. In veel gevallen blijkt achteraf dat er een haarprop verderop zat, en dan heb je een onderdeel beschadigd dat je alleen als geheel kunt vervangen. Ontstop eerst en boor pas als de leiding aantoonbaar schoon is.
Chemische ontstopper gebruiken bij een luchtprobleem
Loopt het water zonder waterslot prima weg, dan is de leiding niet volledig verstopt en doet een fles ontstopper weinig. Het middel blijft in het waterslot staan, tast rubberringen en oudere verbindingen aan, en je moet er daarna nog voorzichtig in werken. Een veer haalt een haarprop wel weg.
Twee stankafsluiters achter elkaar in dezelfde leiding zetten
Een put met een klok die vervolgens op een sifon in de grond uitkomt, sluit tussen beide waterslotten een luchtbel op. Die lucht kan geen kant op, dus het water stroomt niet meer door en je krijgt precies de klacht die je wilde oplossen. Eén waterslot per afvoertak is genoeg.
Een waterslot in de hemelwaterafvoer zetten zonder te kijken waar de ontspanning zit
Een regenpijp die op het riool loost, is in oudere situaties vaak stiekem de ontluchting van het hele systeem geworden. Zet je daar een sifon in en is er nergens anders een leiding die boven het dak uitkomt, dan gaan de sifons binnen borrelen en leeglopen. Controleer dat eerst en zoek daarna pas een sifon uit.
De sifon zo wegwerken dat je er nooit meer bij kunt
Een sifon buiten vult zich met blad, mos en zand, dus hij moet ooit open. Wordt er een gevoegd terras overheen gelegd zonder losse tegel of luikje, dan betekent de eerste verstopping dat de bestrating eruit moet. Leg minstens één tegel los boven de reinigingsdop en maak een foto met maten voordat je alles dichtlegt.
De maat afleiden van het rooster in plaats van van de put
Een rooster van 150 mm zegt weinig over de binnenmaat waar de reukafsluiter in moet vallen. Het verschil is vaak een volle centimeter en daarmee past er niets. Meet de binnendiameter en de vrije hoogte onder het rooster, en neem bij een goot ook de lengte en de breedte van de uitsparing mee.
Veelgestelde vragen
Wat is een stankafsluiter precies?
Een stankafsluiter is een bocht of een bakje in de afvoer waarin na elke spoelbeurt een laagje water achterblijft. Dat water sluit de leiding luchtdicht af, zodat de lucht uit het riool niet je huis in kan. De namen sifon, reukafsluiter, waterslot en stankslot verwijzen allemaal naar hetzelfde principe, alleen de vorm verschilt per plek in huis.
Waarom stinkt mijn douche terwijl er wel een stankafsluiter in zit?
Dan staat het waterslot waarschijnlijk niet vol. Bij een vlakke inzetsifon in een douchegoot is het slot maar twintig tot dertig millimeter hoog, en een kleine onderdruk in de leiding trekt dat er al deels uit. Een tweede mogelijkheid is verdamping als je de douche wekenlang niet gebruikt hebt. Vul de sifon bij en let erop of hij binnen een dag weer leeg is, want dan zit het probleem in de beluchting.
Welke stankafsluiter past op een doucheput?
Bij een ronde doucheput is dat een losse klok of reukafsluiter die onder het rooster valt. Ze zijn er in een korte uitvoering van rond de dertig millimeter en een lange van rond de achtenveertig millimeter, en welke past hangt af van de vrije hoogte in de put. Meet daarvoor de binnendiameter van de put en de diepte onder het rooster, en niet de buitenmaat van het rooster zelf.
De stankafsluiter van mijn douchegoot werkt niet, wat kan ik doen?
Kijk eerst of het water zonder de sifon wel goed wegloopt. Is dat zo, dan zit er meestal een beginnende verstopping verderop, waardoor de lucht die het water voor zich uit duwt geen kant op kan. Draai er een flexibele veer van acht of tien millimeter doorheen, want die komt door een haakse bocht heen. Blijft het probleem na het ontstoppen bestaan, dan kijk je naar de beluchting van de leiding en niet naar de sifon.
Hoe kan ik de stankafsluiter van een doucheput vervangen?
Neem het rooster eruit, til de oude klok eruit en maak de put helemaal schoon, ook onder de rand waar het water doorheen loopt. Meet daarna de binnenmaat en de hoogte, en koop een reukafsluiter die daarin past. Bij het terugplaatsen valt de klok vaak maar op één manier goed, doordat één steun korter is of doordat er een uitsparing over een verhoging in de put moet. Vul de put daarna met water en controleer of het waterslot blijft staan.
Bestaat er een stankafsluiter voor een rioolbuis van 110 mm?
Ja, en je hoeft daarvoor niets open te breken. Op een verticale buis van 110 mm sluit je een klokputje rechtstreeks bovenop aan, en past dat niet strak, dan schuif je er eerst een verloopstuk met een dikke rubberring in. Een ontlastput met stankafsluiter is de nettere variant, want die vangt tegelijk zand op en heeft een overstort. Ga wel eerst na of die buis niet de ontspanning van je riolering is.
Heb ik een stankafsluiter nodig op de regenpijp?
Dat hangt ervan af waar de regenpijp op uitkomt. Loost hij op het gemengde riool, dan is een waterslot nodig, anders komt de rioollucht via de regenpijp en de dakgoot naar buiten. Loopt het water gewoon de tuin in of naar een infiltratiekrat, dan is er niets nodig. Ruik je stank bij de regenpijp, dan is dat het duidelijkste teken dat de aansluiting op het riool zit en dat er geen waterslot in zit.
Waar koop ik een stankafsluiter voor de regenpijp?
Een HWA-sifon van 80 mm ligt bij Gamma en de andere bouwmarkten in het schap bij de afvoermaterialen, en een sanitairgroothandel heeft meer uitvoeringen. Let bij het kiezen op twee dingen: een schroefdop aan de onderkant om de sifon te kunnen legen, en de aansluitmaat van je pijp. Heb je een zinken regenpijp, dan steek je die met een verloop in de pvc-sifon, en niet andersom.
Kun je zelf een stankafsluiter maken?
Dat kan met twee haakse bochten of met vier bochten van vijfenveertig graden, zo gezet dat er water in een dal blijft staan. Het werkt, maar je hebt geen ontstoppingsdop en de doorstroming is minder gunstig, dus zand en blad blijven sneller liggen. Voor een bestaande leiding van vijfenzeventig millimeter is een verloop naar tachtig millimeter met een gewone sifon vrijwel altijd de betere keuze, want die stroomt beter door en is te reinigen.
Wat is een ontlastput met stankafsluiter?
Dat is een put die je tussen de hemelwaterafvoer en het riool zet en die drie dingen tegelijk doet. Hij houdt met een waterslot de rioollucht tegen, hij vangt in een bezinkbak het zand en het blad op dat van het dak meekomt, en hij heeft een overstort zodat het water bij een verstopping op een voorspelbare plek over de rand loopt. Je maakt hem leeg met een waterstofzuiger, dus het deksel moet bereikbaar blijven.
Hoe vaak moet ik een stankafsluiter schoonmaken?
Een douchegoot of doucheputje wil je elke maand even open hebben, want haar en zeep vormen samen binnen enkele weken een pluk die precies in de nauwe doorgang blijft hangen. De sifon onder een wastafel kan een paar keer per jaar toe. Een sifon in de tuin haal je één keer per jaar leeg, het liefst in het najaar als het blad van de bomen is. Zo blijft het waterslot ook echt een waterslot.
Mag een stankafsluiter in de grond zitten?
Buiten is dat gebruikelijk, want de HWA-sifon onder een regenpijp en de klokput in een terras liggen allebei ondergronds. Twee voorwaarden gelden wel. Hij moet diep genoeg liggen zodat het waterslot in de winter niet dichtvriest en de bestrating niet op de buis rust, en de reinigingsdop of het deksel moet bereikbaar blijven. Leg daarom minstens één tegel los boven dat punt of maak er een luikje.
Wanneer je beter een vakman belt
Een stankafsluiter plaatsen of vervangen is werk dat je met wat geduld zelf doet. Er zijn wel vier situaties waarin je beter iemand belt.
De eerste is een riolering waarvan je niet weet hoe hij loopt. Voordat je een waterslot in een hemelwaterafvoer zet, wil je weten of die leiding de ontspanning van je riool is. Een camera-inspectie brengt dat in een uur in beeld en voorkomt dat je een stankprobleem inruilt voor leeggezogen sifons door het hele huis.
De tweede is werk aan de leiding die boven het dak uitkomt. Dat betekent werken op hoogte, en op een schuin dak of langs een dakrand zonder beveiliging hoort dat bij iemand met de juiste steiger of hoogwerker.
De derde is een verdachte buis. Kom je in een woning van voor 1994 een harde, dofgrijze cementachtige regenpijp of rioolbuis tegen, laat die dan onderzoeken voordat er in gezaagd of geboord wordt, want asbestcement kwam in dit soort leidingen voor.
De vierde is een leiding die verzakt, gescheurd of ingegroeid is met wortels. Dan lost een nieuwe sifon niets op en gaat het over de leiding zelf, met graafwerk tot aan de erfgrens en soms afstemming met de gemeente over het deel onder de stoep.