Gasfornuis aansluiten en je kookplaat op de juiste groep
Een gasfornuis sluit je aan met een gekeurde slang op de gaskraan die het dichtst bij de aansluiting van het toestel zit, en met gastape op de schroefdraad van de koppeling maar niet op de wartels van de slang zelf. Bij een elektrische kookplaat draait alles om twee gegevens van het typeplaatje: de aansluitwaarde en het aantal fasen. Een Nederlandse kookgroep werkt met twee keer dezelfde fase en heeft daarom twee losse nuldraden, een krachtgroep heeft echte fasen en kan met één nul toe. Verwissel je die twee, dan kookt de plaat gewoon terwijl de nuldraad zwaarder belast wordt dan hij aankan.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Verstelbare sleutel en een steeksleutelset voor de wartels van de gasslang
- Tweepolige spanningszoeker (duspol), geen spanningszoeker met een lampje in de steel
- Multimeter om te controleren welke ader waar uitkomt
- Krimptang voor adereindhulzen, ook voor dubbele hulzen
- Striptang en zijkniptang
- Set kleine platte schroevendraaiers voor het aansluitblok
- Plantenspuit met water en afwasmiddel voor de lektest
- Zaklamp en een telefoon om het aansluitschema te fotograferen
- Trekveer als er nog draad door de buis moet
Materiaal
- Gekeurde gasslang van 60, 80, 100 of 120 cm met gele ring en chromen wartels
- RVS gasslang als de slang langs of achter een oven loopt
- Comfortaansluiting met pakking, meestal een wartel M24 x 1,5
- Gele gastape volgens EN 751-3, niet de dunne witte tape voor water
- Perilex stekker van 16 ampère met trekontlasting
- Perilex wandcontactdoos met een diepe inbouwdoos
- Vijfaderige kabel of losse VD-draden van 2,5 mm2
- Adereindhulzen in de maat van de aders, plus enkele dubbele hulzen
Eerst vaststellen wat je precies aansluit
Een fornuis en een kookplaat zijn niet hetzelfde, en dat verschil stuurt de hele klus. Een fornuis is een vrijstaand toestel met een oven eronder, een kookplaat ligt los in het aanrechtblad en heeft de oven vaak ergens anders zitten. Bij gas bepaalt dat verschil welke slang je mag gebruiken, bij elektra bepaalt het vooral hoeveel vermogen er door de groep moet.
Pak daarom als eerste het typeplaatje of de installatiehandleiding erbij en zoek de aansluitwaarde en het aantal fasen op. Die twee gegevens bepalen of je met een gewone contactdoos toekomt, of dat er een perilex met een eigen groep aan te pas moet komen. Welke plaat bij welk keukenblad past en waar je bij de aanschaf op let, staat in ons overzicht over kookplaten en wat er bij een nieuwe plaat komt kijken.
Bij gas zie je nog een tweede scheidslijn. Een losse gaskookplaat zonder oven eronder mag je met een gewone rubberen gasslang aansluiten, maar zodra er een oven onder of achter zit wordt die slang te warm en hoort er een RVS slang. Dat is geen detail, want een rubberslang die jarenlang tegen een warme ovenwand aan ligt droogt uit en gaat scheuren.
Bij elektrisch koken is het spannendste getal de aansluitwaarde. Een gewone inductieplaat van 60 centimeter zit rond 7,2 tot 7,4 kilowatt en past nog net op een Nederlandse kookgroep. Een brede plaat van 80 of 90 centimeter zit vaak op 11 kilowatt en kan alleen op een krachtgroep met drie fasen.
| Wat je aansluit | Wat dat meestal vraagt | Waar je op let |
|---|---|---|
| Gasfornuis met oven | Gaskraan met gekeurde slang en een geaard stopcontact voor de oven of de ontsteking | Langs een oven alleen een RVS slang |
| Losse gaskookplaat | Gaskraan met gekeurde slang, geen zware elektrische groep nodig | Rubberslang mag, mits hij vrij hangt en nergens knikt |
| Inductie kookplaat 60 cm, 7,2 tot 7,4 kW | Kookgroep of krachtgroep met een perilex wandcontactdoos | Twee keer 16 ampère levert 7,36 kW, dus het past krap |
| Inductie kookplaat 80 of 90 cm, 11 kW | Krachtgroep met drie fasen | Op een kookgroep past dit vermogen niet |
| Keramisch fornuis of keramische plaat | Meestal perilex, soms één fase met begrensd vermogen | De aansluitwaarde beslist, niet de manier van verwarmen |
| Vrijstaand elektrisch fornuis | Perilex, of randaarde als de aansluitwaarde laag genoeg is | Kijk of de fabrikant een stekker meelevert of niet |
| Kookplaat met geïntegreerde afzuiging | Kookgroep of krachtgroep, plaat en motor samen op één aansluiting | Vermogen is in het menu van het toestel te begrenzen |
Fotografeer het typeplaatje en de sticker met het aansluitschema voordat het toestel op zijn plek staat. Zodra de plaat in het blad ligt of het fornuis tussen de kasten staat, lees je die sticker niet meer. Met het volledige typenummer, dus inclusief de letters achter het cijfer, vind je bij vrijwel elke fabrikant de installatiehandleiding als pdf.
Gasfornuis aansluiten op de gaskraan
De aansluiting van een gasfornuis bestaat uit drie onderdelen: de koppeling op het toestel, de slang en de gaskraan. Bij het toestel zit meestal een verloopkoppeling in de doos, ook wel comfortaansluiting genoemd. Die schroef je op de schroefdraad van het fornuis, en daarop past pas de Nederlandse gasslang met zijn wartel van M24 x 1,5.
Het punt waar bijna iedereen over struikelt, is waar de tape wel en niet hoort. Op de schroefdraad tussen het toestel en de koppeling gaat gastape, en ook tussen de gaskraan en de leiding waarin hij gedraaid zit. Tussen de koppeling en de wartel van de slang gaat juist geen tape, want daar dicht een rubberen ring af en tape houdt die ring van zijn zitting.
Gebruik daarbij gele gastape volgens EN 751-3 en niet de dunne witte tape uit het loodgietersschap. Die gele tape is dikker en is toegelaten voor gas. Welke slangen er zijn, hoe lang ze mogen zijn en hoe je aan het jaartal ziet dat vervangen nodig is, hebben we uitgewerkt bij de gasslang van een gasfornuis.
Plaats de slang daarna zo kort en zo recht mogelijk. Zit de aansluiting van het fornuis links, gebruik dan ook de gaskraan links, want een slang die achter het toestel langs naar de andere kant loopt komt langs de warme ovenwand. Draai de wartels met de hand aan tot ze pakken en geef ze daarna met een sleutel nog ongeveer een kwartslag, want doordraaien vervormt de rubberring en dan lekt het alsnog.
De koppeling die niet meegeleverd is
Regelmatig zit er geen verloopkoppeling in de doos, zeker bij toestellen die tweedehands van eigenaar wisselden of die niet speciaal voor de Nederlandse markt verpakt zijn. Op het fornuis zit dan een conische schroefdraad volgens ISO 7-1, en daar past de slang niet zomaar op.
Wat je nodig hebt is een gaskoppeling met pakking die aan de ene kant op die schroefdraad past en aan de andere kant een wartel M24 x 1,5 heeft. Let op dat de moer aan de toestelzijde dikker is uitgevoerd dan die van een gewone M24-koppeling uit de bouwmarkt. De maten lijken op elkaar maar ze zijn niet uitwisselbaar, dus neem de oude koppeling of een foto met het typenummer mee naar de winkel.
Gasfornuis aansluiten op een gasfles
Een fornuis dat voor aardgas gemaakt is, werkt niet zomaar op een gasfles. Propaan en butaan hebben een andere verbrandingswaarde en een andere druk, dus er hoort een ombouwset met andere inspuiters in en er moet een drukregelaar op de fles die bij het toestel past. Staat die ombouwset niet in de handleiding vermeld, dan is het toestel er niet geschikt voor.
Gebruik verder een gasslang die voor flessengas is goedgekeurd en zet de fles altijd rechtop op een vlakke ondergrond. Propaan is zwaarder dan lucht en zakt bij een lek naar het laagste punt, dus een fles hoort nooit in een kelder of boven een kruipruimteluik. Draai de kraan van de fles dicht zodra je klaar bent met koken.
| Type slang | Waar hij mag | Lengtes | Levensduur |
|---|---|---|---|
| Rubberen gasslang met gele ring en chromen wartels | Losse gaskookplaat zonder oven eronder | 60, 80, 100 en 120 cm | Jaartal staat op de slang, uiterlijk tien jaar later vervangen |
| RVS gasslang met gasgekeurde wartels | Fornuis met oven, en overal waar het warm wordt | 60 tot 150 cm | Geen vervaltermijn, wel controleren op knikken |
| Slang voor flessengas | Propaan of butaan met een passende drukregelaar | Meestal 80 tot 150 cm | Bij campinggebruik veel sneller aan vervanging toe |
| Vaste gasleiding met knelkoppeling | Toestel dat niet meer verplaatst wordt | Op maat | Werk voor een installateur |
Draai de hoofdkraan van het gas dicht voordat je iets losdraait. Controleer elke koppeling na afloop met zeepsop uit een plantenspuit en kijk of er belletjes ontstaan, ook aan de kant van de gaskraan. Zoek nooit met een vlam. Ruik je gas en verdwijnt dat niet meteen, draai dan de hoofdkraan dicht, zet ramen open, bedien geen schakelaars of stekkers en bel het landelijke storingsnummer voor gas, 0800 9009.
De groep in de meterkast: kookgroep of krachtgroep
Voor elektrisch koken liggen er in Nederland twee soorten groepen, en die lijken van buiten op elkaar omdat er in beide gevallen een perilex aan het eind zit. Het verschil zit in wat er door de kabel loopt.
Een kookgroep, ook wel fornuisgroep genoemd, bestaat uit twee eindgroepen van 16 ampère op dezelfde fase, met twee nuldraden erbij. Een krachtgroep heeft echte fasen die onderling 120 graden verschoven zijn en kan daarom met één nuldraad toe.
Dat onderscheid is de kern van bijna elk aansluitprobleem. Bij een krachtgroep heffen de stromen in de nul elkaar deels op, waardoor er nooit meer door de nul loopt dan door één fase. Bij een kookgroep gebruik je twee keer dezelfde fase, dus daar tellen de stromen in de nul juist bij elkaar op tot maximaal 32 ampère.
Daarom moeten de twee nullen van een kookgroep tot in het aansluitblok van de plaat gescheiden blijven. Een aardlekautomaat bewaakt de fasen en niet de nul, dus een nuldraad van 2,5 mm2 waar 32 ampère doorheen kruipt schakelt nergens af en wordt langzaam heet. Dat is precies het scenario waarbij een kabel in de muur of in de wandcontactdoos wegsmeult.
Achter de kookgroepautomaat hoort verder niets anders te hangen dan die ene perilex. Andere keukenapparatuur krijgt een eigen groep, zoals dat ook gebeurt bij het aansluiten van een vaatwasser. Ligt er nog geen leiding, dan hoort er in de meeste woningen een loze buis van 19 mm van de meterkast naar de keuken te lopen.
| Soort groep | Bedrading | Maximaal vermogen | Beveiliging |
|---|---|---|---|
| Kookgroep of fornuisgroep, 2x230 V | 2 fasen op dezelfde fase, 2 nullen en aarde | Ongeveer 7,36 kW | Twee automaten van 16 A die in één handeling uitschakelen |
| Krachtgroep met 3 fasen | 3 fasen, 1 nul en aarde | Ongeveer 11 kW | Vierpolige aardlekautomaat |
| Krachtgroep waarvan 2 fasen benut | 2 fasen aangesloten, 1 nul en aarde, derde fase afgemonteerd | Ongeveer 7,36 kW | Vierpolige aardlekautomaat |
| Eén fase van 16 A | 1 fase, 1 nul en aarde | Ongeveer 3,6 kW | Aardlekautomaat van 16 A |
| Nog aan te leggen leiding | 5 x 2,5 mm2 kabel of losse VD-draden door een 19 mm buis | Bepaald door de automaat | Vier draden mogen door 16 mm, vijf niet |
Ga je nog draad trekken, kies dan 2,5 mm2 en een buis van 19 mm. Vijf draden van 2,5 mm2 passen niet in een buis van 16 mm, want dan kom je boven de toegestane vullingsgraad uit. Een kant en klare XMVK-kabel krijg je zelden door een bestaande buis heen, losse VD-draden met een trekveer lukken meestal wel.
Inductie kookplaat aansluiten op 2 groepen
De vraag komt vaak op dezelfde manier binnen: in de keuken liggen al twee groepen voor de stopcontacten, en de nieuwe inductieplaat vraagt 7,2 kilowatt. Kan die plaat dan niet gewoon op die twee bestaande groepen? Het antwoord is nee, en dat heeft twee redenen die los van elkaar staan.
De eerste is dat er achter een kookgroep alleen de perilex mag hangen. Bestaande keukengroepen voeden ook je koffiezetapparaat en je waterkoker, en die deel je niet met een kookplaat.
De tweede reden is dat een kookgroep in één handeling uitschakelbaar moet zijn, dus met twee automaten die met een koppelstuk aan elkaar zitten. Voor de gangbare merken bestaat daar een kant en klare brug voor.
Er is nog een valkuil die er van buiten prima uitziet. Twee bestaande eindgroepen die achter verschillende aardlekschakelaars zitten laten zich niet samenvoegen tot een kookgroep. Zodra je de nuldraden van die twee groepen in de plaat aan elkaar verbindt, loopt er retourstroom via de verkeerde aardlekschakelaar terug en schakelt er één af, of allebei.
Wat wel werkt in die situatie is een echte kookgroep achter één automaat, of in een woning met drie fasen een krachtgroep met een vierpolige aardlekautomaat. Dat laatste heeft de voorkeur, want dan ligt de installatie meteen klaar voor elke plaat tot 11 kilowatt. Ruimte tekort in de kast los je vaak op door een weinig belaste groep samen te voegen of de beltrafo in een apart kastje te hangen.
Verbind op een kookgroep nooit de twee nulklemmen van de plaat met elkaar door. Het toestel werkt daarna gewoon, dus je merkt er niets van, maar er kan tot 32 ampère door één nuldraad van 2,5 mm2 gaan lopen. Geen enkele automaat grijpt daarop in, omdat de nul niet bewaakt wordt.
Perilex aansluiten: welke draad op welke pin
Een perilex wandcontactdoos heeft vijf contacten: drie voor de fasen, één voor de nul en één voor de aarde. Bij een krachtgroep worden ze ook precies zo gebruikt. Bij een kookgroep ligt het anders, want dan komen er twee nullen binnen en doet het contact dat normaal fase 1 heet dienst als tweede nul.
Daar zit meteen het grootste risico van deze klus. Er is geen landelijke afspraak over welk contact bij een kookgroep de tweede nul draagt, dus je moet aan beide kanten dezelfde keuze aanhouden.
Een kookplaat aansluiten op perilex begint daarom bij de wandcontactdoos en niet bij de stekker: schroef hem open, kijk welke ader op welk contact zit en maak er een foto van. Pas als je dat weet, kun je de perilex stekker aansluiten op de kookplaat.
Meet daarna na met een tweepolige spanningszoeker. Een spanningszoeker met een lampje in de steel gaat ook gloeien op een nul waar via een apparaat spanning op staat, en dan lees je het verkeerd af. Tussen twee echte fasen meet je 400 volt, tussen fase en nul 230 volt, en op een kookgroep meet je tussen de twee fasecontacten juist bijna niets omdat het dezelfde fase is.
De afwerking bepaalt of het jaren goed blijft. Zet op elke ader een adereindhuls, gebruik een dubbele huls als er twee blauwe draden onder één klem moeten en zorg dat het snoer in de trekontlasting van de stekker zit.
Dezelfde zorgvuldigheid als bij het aansluiten van een stopcontact geldt hier extra, want er staat veel meer stroom op. Een contactdoos die los onder het keukenkastje ligt met een open achterkant hoort netjes vastgezet te worden.
Wat er aan de plaat zelf zit, verschilt per merk. Sommige platen komen met een vast snoer van vier aders, andere met een los snoer van vijf draden zonder stekker, en bij de inductieplaten van Ikea zit er meestal helemaal geen stekker in de doos. Je moet die perilex stekker dan zelf aansluiten op de inductie, en dat mag ook gewoon.
| Ader | Functie | Op een kookgroep met 2 fasen en 2 nullen | Op een krachtgroep met 3 fasen |
|---|---|---|---|
| Bruin | Eerste fase | Op het contact van fase 2 | Op L1 |
| Zwart | Tweede fase | Op het contact van fase 3 | Op L2 |
| Grijs | Derde fase | Niet aanwezig, dit contact draagt de tweede nul | Op L3, of afgedopt als de plaat twee fasen gebruikt |
| Blauw | Nul | Eerste nul op het N-contact | De enige nul, op het N-contact |
| Tweede blauw | Tweede nul | Op het contact dat als tweede nul bedraad is | Niet nodig, nulklemmen in de plaat overbruggen |
| Geel en groen | Aarde | Op de aarde | Op de aarde |
Bedraad de wandcontactdoos altijd volledig, ook als de plaat maar twee fasen gebruikt. Die ene extra ader kost bijna niets en betekent dat je over tien jaar een plaat van 11 kilowatt kunt neerleggen zonder opnieuw te gaan trekken. In de stekker laat je dan simpelweg één pen onbedraad.
2 fase kookplaat aansluiten op 3 fase
Dit is de meest gestelde vraag rond kookplaten en het antwoord is geruststellend: dat kan gewoon. Een 2 fase kookplaat aansluiten op een 3 fase perilex doe je door één pen in de stekker niet te bedraden. Voor de plaat maakt het niet uit welke van de drie fasen je overslaat, want hij ziet alleen twee spanningen van 230 volt ten opzichte van de nul.
Voor je meterkast maakt die keuze wel verschil. Kijk welke fase in huis al het zwaarst belast is en laat die eruit.
Zit de oven op L2 samen met de wasmachine en de cv-ketel, dan is L2 de fase die je bij het aansluiten van de 2 fase kookplaat overslaat, want je gebruikt oven en kookplaat vaak tegelijk. Een fase die verder nergens voor gebruikt wordt is juist een prima kandidaat om wel aan te sluiten.
Let er bij deze combinatie op dat de nulklemmen in het aansluitblok van de plaat overbrugd moeten zijn. Op een krachtgroep heb je maar één nuldraad, dus de twee nulklemmen worden met het meegeleverde koperen bruggetje aan elkaar gezet. Die bruggetjes liggen bij veel merken los in een vakje onder het aansluitblok of onder het piepschuim in de doos.
Andersom, dus een 3 fase kookplaat aansluiten op 2 fase, ligt lastiger. Een plaat van 11 kilowatt haalt op twee fasen zijn vermogen niet en heeft bovendien vaak maar één nulklem.
Een kookplaat aansluiten op 2x230 volt vraagt namelijk om twee nulklemmen die van elkaar gescheiden zijn, en die heeft zo'n zware plaat meestal niet. Soms kun je het vermogen in het menu begrenzen, maar dan houd je zo weinig over dat één zone op vol vermogen al het maximum is.
| Wat er ligt | Wat de plaat vraagt | Kan dat | Hoe je het doet |
|---|---|---|---|
| Krachtgroep met 3 fasen | Twee fasen, vier aders | Ja | Eén pen in de stekker vrij laten, nulklemmen overbruggen |
| Krachtgroep met 3 fasen | Drie fasen, 11 kW | Ja | Alle fasen aansluiten, de bruggen uit het aansluitblok |
| Kookgroep 2x230 V | Twee fasen met twee losse nulklemmen | Ja | Twee nullen los aansluiten, brug tussen de nulklemmen eruit |
| Kookgroep 2x230 V | Plaat met maar één nulklem | Nee | Krachtgroep aanleggen of een andere plaat kiezen |
| Eén fase van 16 A | Plaat van 7,4 kW | Alleen begrensd | Vermogen in het menu terugzetten, je houdt weinig over |
| Eén fase van 16 A | Plaat van 11 kW | Nee | Zwaardere aansluiting of een andere plaat |
Aansluitschema's per merk en wat je doet als het schema ontbreekt
Het aansluitschema staat op de achterkant of de onderkant van de plaat, soms op een sticker die onder het piepschuim in de doos zit. Daarnaast staat hetzelfde schema in de installatiehandleiding, en die is bij vrijwel elk merk online te vinden op het volledige typenummer. Zoek altijd op het exacte model, want binnen één serie verschillen de schema's soms al.
Bosch en Siemens komen uit dezelfde fabriek en gebruiken daardoor dezelfde tekeningen. Bij het aansluiten van een Bosch inductie kookplaat of een Siemens kookplaat zie je vaak een schema voor één fase en voor drie fasen, met een brug tussen de nulklemmen 4 en 5. Wil je zo'n Bosch inductie kookplaat op 2 fase aansluiten, kijk dan of er een tekening met twee nulgeleiders bij zit.
Voor een Nederlandse kookgroep moet die brug er namelijk uit en gaan de twee nullen elk op hun eigen klem. Ontbreekt dat schema, dan is dat een reden om na te vragen bij de fabrikant in plaats van te gokken.
Bij het aansluiten van een AEG inductiekookplaat loopt het net weer anders. Daar kom je platen tegen waarop twee keer een L staat in plaats van L1 en L2, wat suggereert dat het om dezelfde fase gaat en dus om een kookgroep.
In de doos liggen dan wel twee koperen bruggetjes, en die zijn er niet voor niets. Bij twijfel over de vraag of de fasen in de plaat van elkaar gescheiden zijn, is een mail naar de technische dienst met het typenummer meer waard dan een antwoord van de webshop.
Wat je nooit doet, is het schema van een ander model gebruiken omdat dat er ongeveer hetzelfde uitziet. Verschijnt er na het aansluiten een foutmelding op het display, zoek die code dan op in onze storingzoeker met foutcodes per merk voordat je de plaat uit het blad tilt. De rest van onze gidsen over apparaten repareren werkt op dezelfde manier: eerst het typenummer, dan pas het gereedschap.
| Toestel | Wat het schema geeft | Zo sluit je het aan |
|---|---|---|
| AEG inductie 7,35 kW met vast snoer van vier aders | Twee fasen en één nul | Krachtgroep, één pen in de perilex stekker vrij laten |
| AEG inductie met twee L-klemmen en twee nulklemmen | Eén schema, twee koperen bruggetjes bijgeleverd | Kookgroep met losse nullen, of krachtgroep met de nulbrug erin |
| AEG inductie van 84 cm, 7,35 kW | Schema's voor één en twee fasen | Bruin op 1, zwart op 2, blauw op 4, geel en groen op de aarde |
| Bosch inductie van 11 kW | Schema's voor één en drie fasen | Alleen op een krachtgroep, niet op een kookgroep |
| Siemens inductie kookplaat van 60 cm | Schema's voor één, twee en drie fasen | Bij een Siemens kookplaat aansluiten op 3 fasen het linkerschema, nulklemmen overbrugd |
| Bora kookplaat met afzuiging, 7,6 kW | Schema's voor 400 en 230 volt | Vermogen begrenzen in het menu, nullen op een kookgroep apart houden |
| Etna inductie kookplaat of Beko elektrisch fornuis | Schema op de onderzijde, vaak zonder Nederlandse variant | Aansluitwaarde bepaalt de groep, schema opvragen bij de fabrikant |
| Vrijstaand fornuis met elektrische oven | Vaak één schema met een brug tussen 4 en 5 | Oven en plaat delen de aansluiting, brug eruit bij een kookgroep |
Bel je de klantenservice, vraag dan door naar de technische dienst. De eerste lijn leest voorgeschreven antwoorden voor en speelt liever op veilig, terwijl de technische afdeling wel weet of de twee circuits in de plaat van elkaar gescheiden zijn. Vraag om het antwoord per mail, dan heb je het zwart op wit voor de garantie.
Wat je zelf mag aansluiten en waar de grens ligt
Bij gas loopt de grens bij de kraan. Je eigen fornuis met een gekeurde slang op een bestaande gaskraan aansluiten mag je zelf doen, mits je het netjes doet en de aansluiting daarna op lekkage controleert. Alles wat aan de gasleiding zelf verandert, zoals een kraan verplaatsen, een leiding doortrekken of een aftakking maken, hoort bij een installateur die daarvoor gecertificeerd is.
Huur je de woning, kijk dan eerst in je huurvoorwaarden. Veel verhuurders willen dat werk aan gas door hun eigen installateur gebeurt, en bij schade is dat achteraf een vervelend gesprek.
Bij elektra loopt de grens in de groepenkast. Een snoer op het aansluitblok van de plaat monteren, een perilex stekker bedraden en een wandcontactdoos aansluiten mag je zelf.
Zodra je een groep bij moet plaatsen wordt het anders, en zeker als de kast geen hoofdschakelaar heeft. Dan kan de installatie niet spanningsloos gemaakt worden zonder aan de verzegelde hoofdzekering te komen, en daar mag alleen de netbeheerder aan.
Dat maakt kookgroepwerk een andere categorie dan het lichtere elektrawerk in huis. Een lichtschakelaar aansluiten of een wisselschakelaar vervangen gebeurt op een gewone lichtgroep van 16 ampère met één fase, en dat is een stuk overzichtelijker dan een groep waar 32 ampère doorheen kan.
Laat je de kookgroep aanleggen, vraag dan meteen om een vierpolige aardlekautomaat en om een volledig bedrade perilex. De meerprijs is klein en je installatie is dan voorbereid op elke kookplaat en elk fornuis tot 11 kilowatt.
Zo sluit je een nieuw fornuis of een nieuwe kookplaat aan
Deze volgorde werkt voor gas en voor elektra, met per stap het punt waar het in de praktijk misgaat.
-
Lees het typeplaatje en zoek het aansluitschema erbij
Noteer de aansluitwaarde in kilowatt en het aantal fasen, en zoek de installatiehandleiding op het volledige typenummer. Zonder die twee gegevens weet je niet welke groep je nodig hebt en welk schema geldt. Fotografeer de sticker nu meteen, want straks zit hij onbereikbaar tegen de onderkant van je werkblad.
-
Kijk in de meterkast wat er werkelijk ligt
Zoek de groep die naar de keuken loopt en kijk of het twee gekoppelde automaten op dezelfde fase zijn, of een vierpolige aardlekautomaat met drie fasen. Meet het na in plaats van af te gaan op wat er op het kaartje staat. Moet er een groep bij en heeft je kast geen hoofdschakelaar, laat dat werk dan door een installateur doen, want de hoofdzekering is verzegeld en daar mag alleen de netbeheerder aan.
-
Maak de groep spanningsloos en controleer dat ook
Schakel de kookgroep uit, zet er een briefje bij en controleer met een tweepolige spanningszoeker of er echt geen spanning meer staat. Meet tussen alle combinaties: fase op fase, fase op nul en fase op aarde. Een spanningszoeker met een lampje in de steel is hier niet betrouwbaar genoeg, want die gaat ook gloeien op een nul die via een apparaat spanning voert.
-
Zet de bruggen in het aansluitblok in de juiste stand
Ga je op een kookgroep aansluiten, haal dan de brug tussen de twee nulklemmen eruit en houd de nullen gescheiden. Sluit je op een krachtgroep aan, dan gaat die brug er juist in en volstaat één nuldraad. De koperen bruggetjes liggen meestal los in een vakje onder het aansluitblok, dus kijk daar voordat je concludeert dat ze ontbreken.
-
Monteer het snoer en bedraad de perilex stekker
Zet op elke ader een adereindhuls en gebruik een dubbele huls waar twee blauwe draden onder één klem moeten. Bedraad de stekker volgens de foto die je van de wandcontactdoos hebt gemaakt, want er is geen vaste afspraak over welk contact bij een kookgroep de tweede nul draagt. Zet het snoer daarna vast in de trekontlasting, zodat er nooit trek op de klemmen komt.
-
Draai bij gas eerst de koppeling op het toestel
Wikkel gastape in de draairichting om de schroefdraad van het fornuis en draai de verloopkoppeling erop. Sluit daarna pas de slang aan op die koppeling, zonder tape, want daar dicht de rubberen ring af. Draai de wartels met de hand aan en geef ze met een sleutel ongeveer een kwartslag na.
-
Controleer alle gaskoppelingen met zeepsop
Zet de gaskraan open en spuit water met afwasmiddel op elke koppeling, ook op de kraan zelf. Blijft het overal bellenvrij, dan zit het goed. Zie je belletjes, draai dan de hoofdkraan dicht en maak de verbinding opnieuw, en zoek nooit met een vlam of een aansteker.
-
Zet spanning erop en test elke zone apart
Schakel de groep in en zet elke kookzone kort op vol vermogen met een pan erop. Doen twee zones het niet of blijft er een half vermogen leveren, dan mist er een fase in de stekker. Schuif het toestel pas op zijn plek als alles werkt, want een plaat die eenmaal ingelijmd zit haal je er niet zomaar meer uit.
Storingzoeker
Kies het merk, vul de code in en zie wat er aan de hand is, wat je zelf kunt doen en wanneer je moet bellen. Bekijk alle gegevens
| Merk | Code | Wat er aan de hand is | Wat je zelf kunt doen | Bellen of niet |
|---|---|---|---|---|
| Intergas | 1 | De ketel wordt te warm, de aanvoertemperatuur loopt te hoog op | Controleer de waterdruk en ontlucht de radiatoren. Te weinig water of lucht in de installatie is de gewone oorzaak. | Blijft hij terugkomen: monteur |
| Intergas | 2 | Storing in de aanvoer- of retoursensor | Reset de ketel een keer. Herhaalt de code zich, dan is de sensor of de bedrading het probleem. | Monteur |
| Intergas | 3 | De maximaalthermostaat heeft ingegrepen | Controleer druk en doorstroming, ontlucht de installatie. | Blijft het: monteur |
| Intergas | 4 | Geen vlamsignaal, de ketel krijgt het vuur niet aan | Kijk of de gaskraan open staat en of andere gastoestellen het doen. Reset daarna een keer. | Doet gas het wel: monteur |
| Intergas | 5 | Slecht of wegvallend vlamsignaal | Reset een keer. Vaak vervuilde ionisatiepen of ontsteking. | Monteur |
| Intergas | 6 | Fout in de vlamdetectie | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 7 | Probleem met de rookgasafvoer of de uitlaatgassensor | Kijk of de afvoer buiten vrij is en niet verstopt zit door een vogelnest of blad. | Monteur, dit raakt de veiligheid |
| Intergas | 8 | Het ventilatortoerental klopt niet | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 10 tot en met 14 | Sensorfout of storing in de installatie, bijvoorbeeld een defecte stromingsschakelaar, draadbreuk of lucht in de installatie | Controleer de waterdruk en ontlucht grondig, van laag naar hoog. | Blijft het: monteur |
| Nefit | A01 | Geen vlam of vlam valt weg | Controleer of de gaskraan open staat en of de druk goed is, reset daarna een keer. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | C6 | De ventilator draait niet op het juiste toerental | Reset een keer. | Monteur |
| Nefit | D1 | Te weinig waterdruk in de installatie | Bijvullen tot de juiste druk voor jouw bouwhoogte, daarna ontluchten. | Zelf te doen |
| Nefit | EA | Vlam wordt niet waargenomen | Reset een keer. Kijk of andere gastoestellen werken. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | F0 of F7 | Interne storing in de besturing | Reset een keer, haal eventueel kort de stroom eraf. | Monteur |
| Remeha | Reset knop | Vergrendelde storing | Houd de resetknop ingedrukt tot het display reageert. Noteer eerst de code voordat je reset. | Afhankelijk van de code |
| Remeha | E00 | Aanvoersensor defect of niet aangesloten | Reset een keer. | Monteur |
| Remeha | E01 | Te weinig waterdruk of geen doorstroming | Bijvullen en ontluchten. | Zelf te doen |
| Remeha | E04 | Geen vlam bij het opstarten | Gaskraan controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.22 | Te weinig water in de ketel, droogkookbeveiliging | Bijvullen tot de juiste druk en ontluchten. | Zelf te doen |
| Vaillant | F.28 | Ontsteking mislukt bij het opstarten | Gastoevoer controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.75 | Drukverschil niet herkend, vaak de pomp of het expansievat | Controleer of de druk sterk schommelt bij het opstarten. | Monteur, meestal het expansievat |
| AWB | Vlamstoring | Geen ontsteking | Gaskraan open, druk controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Bosch vaatwasser | E15 | Water in de lekbak onderin, de vlotterbeveiliging staat aan | Kantel het apparaat voorzichtig naar achteren zodat het water uit de bak loopt, zet hem terug en start opnieuw. Zoek daarna waar het water vandaan kwam. | Blijft het terugkomen: monteur |
| Bosch vaatwasser | E24 of E25 | Water loopt niet weg, afvoer verstopt | Maak het zeef en de pompfilter schoon, controleer de afvoerslang op een knik en de sifonaansluiting op een dop die er nog in zit. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E22 | Filters verstopt | Zeven eruit en schoonmaken. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E09 | Verwarmingselement defect, water wordt niet warm | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Siemens vaatwasser | E15 | Water in de lekbak, vlotterbeveiliging actief | Zelfde aanpak als bij Bosch: voorzichtig kantelen, water eruit, terugzetten en opnieuw starten. | Blijft het: monteur |
| Siemens vaatwasser | E24 | Afvoer geblokkeerd | Zeven en pompfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| Siemens vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de startknop ongeveer drie tot vijf seconden ingedrukt tot het programma terugspringt, of haal de stekker er een minuut uit. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i20 of 20 | Afvoerprobleem, water loopt niet weg | Filters en pomp schoonmaken, afvoer controleren. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i30 of 30 | Water in de bodembak, lekkage gedetecteerd | Kantelen om het water eruit te laten en de oorzaak zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de programmaknop en de startknop samen enkele seconden ingedrukt. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F11 | Water loopt niet weg | Filters en afvoerpomp schoonmaken. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F70 | Vlotter of niveaubeveiliging | Controleer op lekkage onderin. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E18 of F18 | Water loopt niet weg | Pluizenzeef vooronder schoonmaken en de afvoerslang controleren. | Zelf te doen |
| Bosch wasmachine | F21 | Motorstoring, trommel draait niet | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E23 | Water in de lekbak | Machine kantelen om het water eruit te laten, daarna de lekkage zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG wasmachine | E20 | Afvoerprobleem | Pluizenfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| AEG wasmachine | E40 | Deur niet goed dicht | Deur opnieuw sluiten, controleer of er was tussen zit. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 1 keer | Reservoir warmt op of komt uit een stroomonderbreking | Wacht ongeveer tien minuten tot hij op temperatuur is. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 2 keer | Reservoir bereikt de temperatuur niet | Haal de stekker er een minuut uit en zet hem terug. Blijft het knipperen, dan is er meestal een onderdeel defect. | Blijft het: monteur |
| Quooker | Knippert 3 keer | Storing in de temperatuursensor | Een keer stroomloos maken. | Monteur |
| Quooker | Geen kokend water, wel gewoon water | Reservoir uit of niet op temperatuur | Controleer of de stekker in het stopcontact zit en of de groep niet is uitgevallen. | Zelf te doen |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Controleer dit voordat je het gas of de stroom erop zet
Uit de praktijk
Een tweefasenplaat op een driefasen perilex, en de vraag welke fase eruit mag
Een woning met een hoofdaansluiting van 3x25 ampère had een keurige krachtgroep naar de keuken met een vijfaderige kabel en een perilex. De nieuwe inductieplaat van 7,35 kilowatt kwam met een vast snoer van vier aders, dus twee fasen, een nul en aarde. De vraag was of je dan een pen in de stekker onbedraad mag laten.
Dat mag, en de plaat merkt er niets van. Interessanter was welke fase overgeslagen moest worden. Bij navraag bleek L2 al beladen met de wasmachine, de oven, de cv-ketel en een jacuzzi, terwijl L1 in het hele huis nergens voor gebruikt werd.
De plaat is uiteindelijk op L1 en L3 gezet, met de nulklemmen in het aansluitblok overbrugd. Daarmee is niet alleen de plaat aangesloten, maar ook de scheve verdeling over de fasen een stuk rechter getrokken.
Een snoer met L1, L2, L3 en N terwijl de wandcontactdoos twee keer L en twee keer N was
Bij een verbouwing was er netjes een kookgroep voorbereid: twee groepen samengevoegd en een kabel naar een perilex onder het keukenkastje. Op die wandcontactdoos stond twee keer een N en twee keer een L. De nieuwe plaat kwam met een los snoer van vijf draden waarvan de stekkerzijde gemarkeerd was met L1, L2, L3 en N, en die twee verhalen leken niet op elkaar te passen.
De installatiehandleiding van dat model gaf uitkomst met een tekening voor 2 fasen en 2 nullen. De brug tussen klem 4 en 5 ging eruit, de eerste nul kwam op 5, de tweede nul op 4, de ene fase op 2 en de andere op 3. Klem 1 bleef leeg, zonder brug naar klem 2.
Aan de stekkerzijde betekende dat, dat de ader die daar L1 heet naar een van de nulcontacten van de wandcontactdoos ging. Met een multimeter is per ader nagemeten welke kleur waar uitkwam, want de opdruk op de stekker zei niets over de functie in deze installatie.
Twee losse groepen samengevoegd tot kookgroep, waarna de aardlek eruit vloog
In een kast met drie fasen en drie aardlekschakelaars stonden twee weinig belaste groepen op verschillende fasen. Het plan was om die twee samen te voegen tot een fornuisgroep en de nullen in de plaat door te verbinden. Dat werkt niet: de retourstroom loopt dan deels via de nul van de andere aardlekschakelaar terug, en het verschil dat zo'n schakelaar meet loopt meteen op tot boven de aanspreekwaarde.
Wat er wel kwam is een krachtgroep achter één vierpolige aardlekautomaat. Om daar plek voor te maken is de beltrafo naar een apart kastje verhuisd en zijn twee weinig gebruikte groepen samengevoegd.
Bij zo'n verbouwing hoort ook een kortere kam voor de overgebleven eenfasegroepen, anders steekt de rail door tot waar nu de vierpolige automaat zit. De plaat is daarna op de twee minst belaste fasen gezet, terwijl de derde fase wel is doorgetrokken tot in de wandcontactdoos.
Een gasfornuis waarvan de slang niet op de aansluiting paste
Een nieuw gasfornuis met vier pitten en een elektrische oven werd geleverd zonder verloopkoppeling in de doos. In de gebruiksaanwijzing stond alleen dat het toestel een aansluiting volgens ISO 7-1 heeft, en de nieuw gekochte gasslang met gele ring paste daar niet op. De fabrikant kon aan de telefoon niet uitleggen welk onderdeel er ontbrak.
Wat er nodig was, is een gaskoppeling die aan de toestelzijde op die conische draad past en aan de andere kant een wartel M24 x 1,5 heeft, met de bijbehorende pakking. Op de schroefdraad tussen toestel en koppeling ging gastape, tussen koppeling en slang juist niet.
Daarbij kwam nog een tweede correctie: omdat er een oven onder zit hoort daar geen rubberen slang maar een RVS slang. De rubberslang van 60 centimeter is teruggegaan en vervangen door een RVS uitvoering, aangesloten op de gaskraan aan dezelfde kant als de aansluiting van het fornuis.
Veelgemaakte fouten
De twee nullen doorverbinden op een kookgroep
Dit is de meest gemaakte fout en de gevaarlijkste, juist omdat de plaat daarna gewoon werkt. Op een kookgroep gebruik je twee keer dezelfde fase, dus de stromen in de nul tellen op tot 32 ampère terwijl er één ader van 2,5 mm2 ligt. Een automaat bewaakt de fasen en niet de nul, dus er schakelt niets af terwijl de draad warm wordt.
De brug tussen de nulklemmen laten zitten
Veel platen worden geleverd met een koperen bruggetje tussen klem 4 en 5, omdat dat de fabrieksstand is voor één nuldraad. Sluit je aan op een Nederlandse kookgroep, dan moet die brug eruit voordat je de twee nullen aansluit. Blijft hij zitten, dan heb je alsnog één gemeenschappelijke nul met precies het probleem hierboven.
Twee bestaande keukengroepen samenvoegen tot kookgroep
Het lijkt gratis capaciteit, maar achter een kookgroep hoort alleen de perilex te hangen en niets anders. Bovendien zitten die bestaande groepen vaak achter verschillende aardlekschakelaars, en zodra je de nullen koppelt vliegt er één of vliegen ze allebei eruit. Wat je nodig hebt is één automaat met gekoppelde hendels, of een vierpolige aardlekautomaat.
Het aansluitschema van een ander model gebruiken
Twee platen van hetzelfde merk uit dezelfde serie kunnen intern verschillend bedraad zijn, waarbij de ene twee gescheiden circuits heeft en de andere niet. Een schema dat er ongeveer hetzelfde uitziet is dus geen bewijs. Ontbreekt het juiste schema, vraag het dan op bij de technische dienst en bewaar dat antwoord voor je garantie.
Gastape gebruiken op de wartel van de gasslang
Tape hoort op de schroefdraad tussen het toestel en de koppeling, en tussen de gaskraan en de leiding. Op de koppeling van de slang zit een rubberen ring die het werk doet, en tape houdt die ring van zijn zitting af. Het resultaat is een verbinding die er strak uitziet en toch lekt.
Een rubberen gasslang achter of boven een oven leggen
Rubber droogt uit door warmte en gaat daarna scheuren, en achter een oven wordt het warmer dan je denkt. Bij een fornuis met oven hoort daarom een RVS slang. Zit de gaskraan aan de andere kant dan de aansluiting van het toestel, kies dan een langere RVS slang in plaats van een rubberslang die er achterlangs kruipt.
De aansluitwaarde negeren omdat de plaat het toch wel doet
Een plaat van 11 kilowatt op een kookgroep van 7,36 kilowatt zetten gaat een tijd goed zolang je niet alle zones tegelijk gebruikt. Zodra dat wel gebeurt is het de automaat die er iedere keer uitvliegt, en dat is nog het gunstige scenario. Kijk vooraf naar de aansluitwaarde en pas de groep aan, of begrens het vermogen in het menu van het toestel.
Aders zonder adereindhuls in de klemmen duwen
Losse draadjes onder een schroefklem geven overgangsweerstand, en bij 16 ampère per fase merk je dat aan een klem die verkleurt en verbrandt. Zet op elke ader een huls in de juiste maat en gebruik een dubbele huls waar twee blauwe draden samenkomen. Zorg daarnaast dat de kabel niet aan de klemmen hangt maar in de trekontlasting zit.
Veelgestelde vragen
Mag je zelf gasfornuis aansluiten?
Je eigen toestel op een bestaande gaskraan aansluiten met een gekeurde slang mag je zelf doen. De grens ligt bij de leiding: een kraan verplaatsen, een aftakking maken of een leiding doortrekken is werk voor een gecertificeerde installateur.
Woon je in een huurwoning, kijk dan eerst in je huurvoorwaarden, want veel verhuurders willen dat hun eigen installateur dit doet. Controleer na afloop altijd elke koppeling met zeepsop.
Wat is een comfort aansluiting bij een gasfornuis?
Dat is de verloopkoppeling tussen de schroefdraad van het toestel en de wartel van de gasslang. Aan de toestelzijde past hij op de conische draad van het fornuis, aan de andere kant heeft hij de Nederlandse maat M24 x 1,5 waar de slang op past.
Normaal zit hij inclusief pakking bij het toestel in de doos. Ontbreekt hij, dan koop je hem los, maar let op dat de moer aan de toestelzijde dikker is dan die van een gewone M24-koppeling.
Kun je een gasfornuis aansluiten op gasfles?
Alleen als het toestel daarvoor geschikt is en je de inspuiters omwisselt met de ombouwset van de fabrikant. Propaan en butaan verbranden anders dan aardgas en hebben een andere druk, dus er hoort ook een drukregelaar op die bij het gas en het toestel past. Gebruik een slang die voor flessengas is goedgekeurd, zet de fles rechtop op een vlakke ondergrond en nooit in een kelder of boven een kruipruimte, want propaan is zwaarder dan lucht.
Kan een 2 fase kookplaat op een 3 fase aansluiting?
Ja, dat kan zonder bezwaar. Je bedraadt in de stekker twee fasen, de nul en de aarde, en laat één pen onbedraad. De plaat ziet alleen twee spanningen van 230 volt ten opzichte van de nul en merkt niet dat er een derde fase beschikbaar was.
Kies wel bewust welke fase je overslaat, namelijk de fase die in huis al het zwaarst belast is. Zorg dat de nulklemmen in het aansluitblok met het koperen bruggetje verbonden zijn, want je hebt maar één nuldraad.
Hoe moet ik een kookplaat aansluiten met 5 draden vanuit de perilex?
Kijk eerst welke vijf draden het zijn. Bij een krachtgroep zijn dat drie fasen, een nul en aarde, bij een kookgroep twee fasen, twee nullen en aarde. Schroef de wandcontactdoos open en noteer welke ader op welk contact zit, want er is geen landelijke afspraak over welk contact bij een kookgroep de tweede nul draagt.
Zo kun je met een perilex stekker en 5 draden de kookplaat aansluiten zonder te gokken: bedraad hem spiegelbeeldig aan die opname en houd bij een kookgroep de nulklemmen in de plaat gescheiden. Datzelfde geldt als je vanaf een perilex stopcontact met 5 draden de kookplaat wilt aansluiten.
Mijn nieuwe kookplaat heeft maar 4 draden, kan dat kloppen?
Dat klopt vaker wel dan niet. Een kookplaat aansluiten met 4 draden is normaal bij platen van rond de 7,4 kilowatt, want die worden geleverd met twee fasen, één nul en aarde voor een aansluiting op twee fasen van een krachtgroep.
Op zo'n groep hoef je maar één nul aan te sluiten en gaat het prima. Heb je thuis een kookgroep met twee keer dezelfde fase, dan is een plaat met maar één nulklem daar niet geschikt voor en heb je een plaat met twee gescheiden nulklemmen nodig.
Kan ik een inductie kookplaat aansluiten op 2 groepen?
Niet op twee willekeurige bestaande keukengroepen. Een kookplaat hoort achter een eigen kookgroep te hangen waar verder niets anders op zit, en die twee automaten moeten in één handeling uit te schakelen zijn.
Bestaande groepen die achter verschillende aardlekschakelaars zitten kun je al helemaal niet samenvoegen: zodra de nullen elkaar in de plaat raken schakelt er een aardlek af. Laat er een echte kookgroep of, bij drie fasen in huis, een krachtgroep voor aanleggen.
Hoe moet ik een AEG kookplaat aansluiten, 2 fase of 3 fase?
Bij het aansluiten van een AEG inductiekookplaat kom je vaak een aansluitblok tegen met twee L-klemmen en twee nulklemmen, plus twee losse koperen bruggetjes in het vakje eronder. Komt er een kookgroep met twee keer dezelfde fase binnen, dan gaat de AEG kookplaat aansluiten met 5 draden en blijft elke nul op zijn eigen klem. Gebruik je twee fasen van een krachtgroep, dan verbind je de nulklemmen met dat bruggetje en volstaan vier aders.
Een AEG inductiekookplaat aansluiten op 2 fase is daarmee de normale route, want de gangbare 2 fase aansluiting van een AEG inductiekookplaat gebruikt maar twee van de drie fasen. Een AEG inductiekookplaat aansluiten op 3 fase kan alleen bij de zware modellen van rond 11 kilowatt. Staat er op de plaat twee keer een L in plaats van L1 en L2, vraag dan bij AEG na of de circuits intern gescheiden zijn voordat je 400 volt tussen die klemmen zet.
Hoe kan ik een Bosch inductie kookplaat aansluiten op 2 fasen?
Bosch en Siemens komen uit dezelfde fabriek en gebruiken dezelfde tekeningen, dus voor een Siemens kookplaat aansluiten op 2 fasen geldt hetzelfde verhaal. Op de meeste platen vind je een schema voor één fase en voor drie fasen, met standaard een brug tussen de nulklemmen 4 en 5. Werk je vanaf een krachtgroep, dan houd je die brug erin, sluit je twee fasen aan en laat je in de stekker één pen leeg.
Een Siemens inductie kookplaat aansluiten op een Nederlandse kookgroep vraagt juist om het omgekeerde: de brug eruit en de nullen elk op hun eigen klem. Dat schema geeft niet elk model. Ontbreekt het, vraag het dan op bij de technische dienst en sluit niets aan op gevoel.
Hoe moet ik een Bora kookplaat aansluiten op een fornuisgroep?
Let eerst op de aansluitwaarde. Een Bora kookplaat met geïntegreerde afzuiging zit rond 7,6 kilowatt en dat is meer dan de 7,36 kilowatt die een kookgroep van twee keer 16 ampère levert. In het servicemenu kun je het vermogen begrenzen, en daarmee past hij.
Sluit hem aan met twee gescheiden nullen en niet met het bruggetje tussen de nulklemmen, want dat bruggetje hoort bij een aansluiting met echte fasen. Geeft de fabrikant geen tekening met twee nulgeleiders, kies dan voor een krachtgroep.
Kan ik een 3 fase kookplaat aansluiten op 2 fase?
Meestal niet zonder concessies. Een plaat die drie fasen vraagt heeft een aansluitwaarde rond 11 kilowatt en haalt dat vermogen op twee fasen niet, en vaak heeft zo'n plaat maar één nulklem waardoor hij helemaal niet op een Nederlandse kookgroep past.
Sommige merken laten toe dat je het vermogen in het menu begrenst, maar dan houd je zo weinig over dat één zone op vol vermogen het maximum is. Voor een 3 fase inductiekookplaat aansluiten is een krachtgroep de enige verstandige route.
Hoe moet ik een Beko elektrisch fornuis aansluiten of een Etna inductie kookplaat aansluiten?
De manier van verwarmen maakt niet uit, de aansluitwaarde wel, en dat geldt net zo goed als je een keramisch fornuis aansluiten wilt. Kijk op het typeplaatje: blijft het toestel onder ongeveer 3,5 kilowatt en levert de fabrikant een randaardestekker mee, dan kan het op een eigen geaarde groep van 16 ampère. Zit het daarboven, en dat is bij de meeste vrijstaande elektrische fornuizen zo, dan hoort er een perilex met een kookgroep of krachtgroep.
Bij een fornuis delen de oven en de kookplaat die ene aansluiting, dus tel beide vermogens bij elkaar op. Ontbreekt er een Nederlands aansluitschema, vraag dat dan op met het volledige typenummer.
Wanneer je beter een vakman belt
Voor het aansluiten van de plaat zelf en het bedraden van een stekker heb je geen installateur nodig. Er zijn vier momenten waarop je beter stopt en belt.
Het eerste is alles wat verder gaat dan de gaskraan. Een kraan verplaatsen, een leiding doortrekken of een aftakking maken hoort bij een gecertificeerd installateur, en dat geldt ook als je twijfelt of de bestaande kraan nog goed sluit. Blijft er na het aandraaien een koppeling belletjes geven met zeepsop, ga dan niet verder proberen maar draai de hoofdkraan dicht.
Het tweede is werk in de groepenkast achter de hoofdzekering. Een extra groep bijplaatsen in een kast zonder hoofdschakelaar kan niet spanningsloos, en aan de verzegelde hoofdzekering mag alleen de netbeheerder komen. Een installateur plaatst dan meteen een hoofdschakelaar, wat de rest van je toekomstige klussen een stuk eenvoudiger maakt.
Het derde is een plaat van 11 kilowatt in een woning die nu één fase heeft. Dan gaat het niet om een groep bijplaatsen maar om een zwaardere huisaansluiting aanvragen bij de netbeheerder, met een wachttijd van maanden. Zoek dat uit voordat je de plaat bestelt.
Het vierde is een aansluitschema dat er niet is. Krijg je van de fabrikant geen tekening waarop staat hoe jouw model op jouw groep hoort, laat een installateur het dan ter plekke meten en aansluiten. Voor lichter werk in huis, zoals een dimmer aansluiten, ligt die drempel een stuk lager, maar bij een groep waar 32 ampère doorheen kan is gokken geen optie.