Een utp-kabel aan de trekveer vastmaken zonder hem te breken
De beste verbinding tussen trekveer en utp is een trekkous over de mantel, omdat die de trekkracht over twintig tot dertig centimeter verdeelt in plaats van op één punt. Heb je die niet, tape de veer en de kabel dan over een halve meter strak op elkaar met isolatietape, nooit met ducttape. De kop moet het dikste punt van het geheel zijn en daarachter alleen maar dunner worden. Gebruik kabelglijmiddel op waterbasis en geen water, want water maakt van het bouwstof in de buis een schuurpasta.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Trekveer van nylon of glasvezel, 10 tot 20 meter, met een oog aan het uiteinde
- Trekkous passend bij de kabeldiameter, meestal 6 tot 9 mm
- Wartel of draaischakel tussen kous en veeroog
- Zijkniptang en een afbreekmes
- Stofzuiger met een dun zuigslangetje
- Rolmaat om het traject na te meten
- Heteluchtpistool als je met krimpkous werkt
- Trekveerpomp, alleen als je er vaker mee werkt
Materiaal
- Kabelglijmiddel op waterbasis
- Isolatietape of zelfvulkaniserende tape
- Krimpkous van 10 tot 16 mm
- Nylon trekdraad om mee te trekken voor de volgende keer
- Utp cat6 of cat6a met massieve aders
- Een stuk installatiebuis met twee sokken, voor het geval je de buis moet openen
Waarom de verbinding met de veer bepaalt of het lukt
Een utp-kabel aan een trekveer vastmaken kost tien seconden, en juist die tien seconden bepalen hoe de rest van de middag verloopt. De verbinding moet door elke bocht, langs elke mof en door elke vernauwing in de buis. Is de kop te dik, te stug of te ruw, dan loopt hij vast op een plek waar je niet bij kunt.
Utp is kwetsbaarder dan installatiedraad. De acht aders zijn dun, en de trekkracht komt niet op koper terecht maar op een gladde kunststof mantel. Trek je te hard, dan rekt die mantel uit en glijdt de kabel uit je verbinding, of de paren binnenin verschuiven zonder dat je aan de buitenkant iets ziet. Hoe je zo'n leiding daarna afmonteert en test, hoort bij het bredere verhaal over netwerkbekabeling in huis.
De meest voorkomende aanleiding is een bestaande coax die eruit moet. Je trekt dan met de oude coaxkabel eerst de veer naar binnen en met de veer daarna de nieuwe kabel terug. Die volgorde werkt goed, zolang je bedenkt dat één coax van bijna zeven millimeter ruimer in de buis lag dan twee utp-kabels samen. Wat daar verder bij komt kijken lees je bij coax vervangen door utp.
Trek altijd een nylon trekdraad mee naast de kabel die je erin brengt. De volgende keer hoef je dan geen veer meer door de buis te duwen, en dat scheelt bij een traject met vier bochten al gauw een half uur.
De trekkous is de verbinding die je wilt
Een trekkous, ook wel kabelkous of Chinese vinger genoemd, is een gevlochten kokertje dat je over het uiteinde van de kabel schuift. Zodra je eraan trekt knijpt het vlechtwerk zich vast over twintig tot dertig centimeter mantel. De kracht komt daardoor niet op één punt maar verdeeld over die hele lengte, en dat is precies wat een utp-kabel nodig heeft.
Het oog van de kous haak je aan het oog van de veer, liefst met een wartel ertussen. Die wartel laat de kabel meedraaien in de bochten in plaats van te wringen. Over een recht stuk merk je er niets van, over een traject met drie of vier bochten wel.
Koop de maat die bij je kabeldiameter past. Een te ruime kous knijpt niet aan en glijdt eraf zodra de weerstand oploopt, een te krappe krijg je er niet overheen zonder de mantel te beschadigen. Werk het achterste uiteinde van de kous af met een paar wikkels dunne isolatietape, zodat de losse vlechtdraadjes niet openstaan en achter een mofrand blijven haken.
| Manier van bevestigen | Wanneer je hem gebruikt | Wat eraan opvalt |
|---|---|---|
| Trekkous over de mantel | Standaard, en zeker bij trajecten langer dan tien meter | Verdeelt de kracht over 20 tot 30 cm, blijft dun, komt er zonder schade weer af |
| Getapete overlap van een halve meter | Als je geen kous hebt en het traject kort is | Werkt goed mits je met de trekrichting mee wikkelt en de punt glad afwerkt |
| Krimpkous over de overlap | Bij een krappe buis waar elke millimeter telt | Levert de gladste en dunste kop op, maar je knipt hem er naderhand af |
| Kunststof trekkop op het veeroog | Bij een veer die je vaak gebruikt | Neuskop maakt het uiteinde rond, kabel moet er los aan getapet worden |
| Knoop door het oog van de veer | Alleen bij massieve installatiedraad, niet bij utp | Wordt bij utp meteen twee tot drie keer de kabeldikte en drukt de aders plat |
| Ducttape om de aders gewikkeld | Nooit | Rafelt open bij de eerste mofrand en de lijm laat los zodra hij warm wordt |
Zonder trekkous: de getapete overlap
Heb je geen kous liggen, dan is een lange getapete overlap de beste vervanger. Leg het uiteinde van de veer en het uiteinde van de kabel over ongeveer een halve meter naast elkaar. Wikkel daarna in vanaf de kabelkant richting de veerkant, zodat elke wikkel als een dakpan over de vorige heen ligt in de trekrichting.
Neem isolatietape en geen ducttape. Ducttape heeft een weefsellaag die bij de eerste scherpe rand openrafelt, hij bouwt snel dikte op, en de lijm laat los zodra hij warm wordt van de wrijving. Zelfvulkaniserende tape werkt nog beter, want die vloeit in zichzelf dicht tot een gladde huls zonder plakrand.
De regel waar het om draait: de kop is het dikste punt van het geheel, en achter dat dikste punt wordt alles alleen maar dunner. Een bult halverwege waar de kabel daarna weer smaller wordt, is een haak die vroeg of laat ergens achter blijft steken. Knip het uiteinde van de veer schuin af en tape dat puntje volledig dicht, want een open oog dat langs een mofrand schraapt is de meest voorkomende oorzaak van een kabel die halverwege stilstaat.
Waarom een knoop bij utp niet opgaat
Bij installatiedraad is een knoop door het oog van de veer prima werk. Je legt dan een ruime lus die om het oog kan draaien, hangt de aders niet allemaal tegelijk maar één voor één in, en houdt de knoop als dikste punt. Diezelfde principes gelden ook bij het intrekken van een 4-aderige kabel met massieve aders.
Bij utp gaat het niet op. Een knoop in de mantel is direct twee tot drie keer de kabeldiameter, en de paren binnenin worden erdoor platgedrukt en verdraaid. Daarmee verandert de onderlinge afstand in een paar, en dat is nou net waar de kabel zijn prestatie aan ontleent. Snijd je de mantel open om alleen de aders te knopen, dan hang je met je volle gewicht aan koperdraadjes van een halve millimeter.
Laat een gemonteerde rj45-stekker nooit als trekkop dienen. De stekker is breder dan de kabel, het klipje haakt achter elke rand en de aders zitten daar op hun kwetsbaarste punt vastgeklemd. Trek de kabel er zonder stekker doorheen en monteer pas af als hij op zijn plaats ligt.
Twee kabels tegelijk aan één veer
Twee utp-kabels tegelijk intrekken lukt, alleen niet door ze allebei op hetzelfde punt aan de veer te hangen. Twee koppen naast elkaar vormen een breed, plat blok dat in de eerste de beste bocht dwars gaat staan. In een buis van 16 mm is zo'n blok al snel breder dan wat er nog door die bocht heen kan.
De werkwijze die wel loopt: bevestig de eerste kabel aan de veer en de tweede kabel ongeveer een meter daarachter aan de eerste. De twee koppen passeren de bocht dan achter elkaar in plaats van naast elkaar, en de kracht blijft in één lijn. Tape de tweede kabel over een ruime lengte strak langs de eerste, weer met de wikkelrichting mee.
Trek beide kabels ook echt in één keer in. Een tweede kabel achteraf door een buis duwen waar er al één in ligt, wringt zich langs de eerste heen en schaaft beide mantels open. Ligt er al een kabel in en moet er een bij, dan is het meestal netter om ze samen terug te trekken en daarna samen opnieuw in te brengen.
Buisdiameter en hoeveel kabel er werkelijk in past
Een flink deel van alle vastlopers is geen trekprobleem maar een rekenprobleem. Een installatiebuis vul je nooit tot de rand; wij houden als vuistregel maximaal veertig procent van de doorsnede aan, en bij een traject met meerdere bochten liever iets minder. Die veertig procent is geen wet, maar wel de grens waarboven het trekken merkbaar zwaarder wordt.
Een buis van 5/8 inch, in de handel bekend als 16 mm, houdt binnenin ongeveer 13 mm over. Een cat6-kabel is rond de 6 mm dik, een cat6a al gauw 7,5 tot 8 mm door de extra scheiding tussen de paren. Twee keer cat6a komt daarmee ruim boven die grens uit. Dat de eerste meters nog soepel lopen zegt niets: in een bocht ligt de kabel aan de buitenkant en telt de vulling zwaarder.
Zit je op de grens, kies dan liever een slankere kabelvariant dan dat je harder gaat trekken. Op welke hoogte de aansluitdoos voor data doorgaans komt en welke inbouwdoos daarbij hoort, zoek je op in onze tabel met standaardmaten in huis.
| Buis | Ruimte binnenin, bij benadering | Cat6, ongeveer 6 mm | Cat6a, ongeveer 8 mm |
|---|---|---|---|
| 16 mm (5/8 inch) | 13 mm | 1 kabel, twee alleen over een kort recht stuk | 1 kabel |
| 19 mm (3/4 inch) | 15,5 mm | 2 kabels | 1 kabel, twee wordt zwaar trekken |
| 25 mm | 20,5 mm | 3 tot 4 kabels | 2 kabels |
| 32 mm | 26,5 mm | 6 kabels | 4 kabels |
| Flexibele buis in de vloer | Wisselt sterk per merk | Reken één maat kleiner, de ribbels geven extra wrijving | Reken één maat kleiner |
Weet je de buismaat niet? Meet de coaxkabel of het draad dat er nu in zit en tel bij de omtrek op wat er aan lucht omheen zit. Een buis waar een coax van 6,8 mm los in beweegt is vrijwel altijd 16 mm, en dan weet je meteen dat twee dikke datakabels erdoorheen een gevecht wordt.
Glijmiddel dat helpt, en middelen die de kabel juist vastzetten
Kabelglijmiddel op waterbasis is het enige middel dat hier echt thuishoort. Het is een gel die je met de hand over de eerste meters kabel smeert en die tijdens het trekken de buis in meegaat. De wrijving zakt merkbaar en na een dag is de gel opgedroogd tot een dun laagje dat verder niets doet met de mantel.
Water is geen glijmiddel. In een buis die een ruwbouw heeft meegemaakt zit stof, gruis en soms cementresten. Water maakt daar een pasta van die zich gedraagt als nat schuurpapier: de eerste meter lijkt vlotter te gaan en daarna zit de kabel muurvast. Een kabel door een natte spons halen is daarmee een van de zekerste manieren om jezelf in de problemen te werken.
Loopt het traject naar beneden, dan kun je van bovenaf een flinke dot gel in de buis duwen en de zwaartekracht het werk laten doen. Bij een horizontale buis heeft dat geen zin en breng je het middel op de kabel zelf aan, telkens een stuk bij tijdens het intrekken.
| Middel | Bruikbaar | Wat er gebeurt |
|---|---|---|
| Kabelglijmiddel op waterbasis | Ja | Verlaagt de wrijving flink, droogt op tot een onschuldig laagje, tast pvc niet aan |
| Talkpoeder | Beperkt | Werkt in een droge, korte buis, maar verdwijnt in de eerste bocht |
| Siliconenspray | Liever niet | Vervliegt binnen minuten en laat een vette film achter waar stof aan blijft plakken |
| Water, met of zonder afwasmiddel | Nee | Bindt met stof en gruis tot een schuurpasta die de kabel juist vastzet |
| Vaseline, olie of vet | Nee | Blijft jaren plakkerig en kan de kunststof mantel op termijn aantasten |
| Een blok groene zeep | Nee | Droogt op tot een korrelige laag die de volgende kabel tegenhoudt |
Zuig de buis eerst schoon. Zet een dun zuigslangetje op de ene buismond en houd de andere open. Wat eruit komt is bouwstof, en dat is precies het spul dat samen met een glijmiddel op waterbasis pas echt smerig wordt. Een schone buis scheelt meer trekkracht dan welk middeltje ook.
Trekken zonder de kabel onzichtbaar te beschadigen
Utp verdraagt veel minder trekkracht dan de meeste mensen aannemen. Voor een gewone kabel met vier paren houdt de branche ongeveer 110 newton aan, omgerekend zo'n elf kilo. Dat is de kracht van één arm die stevig trekt, niet van iemand die in een lus gaat hangen. Kijk voor de zekerheid op de kabelmantel of in het datablad, want per type en per fabrikant verschilt die waarde.
Het vervelende is dat overbelasting zelden meteen zichtbaar is. De mantel rekt uit, de paren verschuiven ten opzichte van elkaar en de slaglengte van de twist verandert. Het gevolg merk je pas later: een verbinding die op honderd megabit blijft steken in plaats van een gigabit te halen, of die bij warm weer wegvalt. Aan de buitenkant ligt er een keurige kabel.
Trek daarom gelijkmatig en met twee personen. De één trekt aan de veer, de ander voert de kabel in, houdt hem recht voor de buismond en voelt meteen wanneer er iets haakt. Rukken helpt niet: het geeft korte krachtpieken die de aders belasten zonder dat de kabel opschiet. Ligt de kabel op zijn plaats, laat dan aan beide kanten een halve meter over voordat je gaat afmonteren op een keystone of wandcontactdoos.
| Wat je voelt tijdens het trekken | Wat er aan de hand is | Wat je doet |
|---|---|---|
| Zwaar maar gelijkmatig | Normaal bij meerdere bochten en een goed gevulde buis | Doortrekken, glijmiddel bijbrengen aan de invoerkant |
| Weerstand loopt op en het geheel veert terug | Je rekt de mantel uit, de kabel schiet niet meer op | Stoppen, een stukje terug, en de oorzaak opzoeken |
| Ineens licht en de veer komt leeg terug | De kop is losgeschoten van de kabel | Kabel terugtrekken en opnieuw beginnen met een trekkous |
| Stopt abrupt, steeds op dezelfde plek | Vernauwing, een dichtgeknepen prefab bocht of een verzakte buis | Meet af hoeveel kabel erin zit en open de buis op dat punt |
| Beweegt heen en weer maar niet vooruit | De kop ligt tegen een rand van een mof of sok | Een paar centimeter terug, kabel iets draaien, opnieuw invoeren |
| Krakend, schurend geluid | Gruis of cementresten in de buis | Terugtrekken, buis schoonzuigen, glijmiddel opnieuw aanbrengen |
Als de kabel halverwege blijft steken
Zit hij vast, stop dan met trekken. Elke extra ruk vergroot de schade en maakt terugtrekken lastiger. Zoek eerst uit waar het probleem zit: meet hoeveel kabel er inmiddels in de buis verdwenen is en leg die maat langs het zichtbare deel van het traject. Negen van de tien keer kom je uit bij een bocht of bij een overgang naar een verlaagd plafond.
Beweeg de kabel daarna voorzichtig een paar centimeter heen en weer, met wat glijmiddel aan de invoerkant. Komt er geen beweging in, trek hem dan terug en bekijk de kop. Opengerafelde tape, een losgeschoten oog of een platgedrukt uiteinde vertelt je in één oogopslag wat er gebeurd is.
Blijft hij echt zitten, dan is de buis openmaken de nette oplossing. Knip of zaag er op de verdachte plek een stuk uit, haal de vernauwing weg en zet er later een nieuw stukje buis met twee sokken in. Je houdt er een tussenstation aan over waar je de volgende keer opnieuw kunt invoeren, en dat maakt een lang traject in één klap een stuk vriendelijker.
Een extra inbouwdoos plaatsen en de kabel doorverbinden is de laatste optie. Het werkt, maar elke koppeling is een extra overgang waar de prestatie van de lijn iets inlevert. Doe dat dan met twee keystones in een echte doos en nooit door de aders met een lasklem of kroonsteen aan elkaar te zetten, want dan haal je de twist eruit en verlies je precies waar de kabel het van moet hebben.
Zo maak je de kabel vast en trek je hem erdoorheen
Deze volgorde werkt voor een gewone loze leiding van muur naar meterkast, met of zonder verlaagd plafond ertussen.
-
Meet het traject en reken de vulling na
Loop de buis na op de tekening of op het zicht en tel de bochten. Vergelijk daarna de buismaat met de dikte van de kabels die erin moeten. Kom je boven ongeveer veertig procent vulling, kies dan een slankere kabel of accepteer dat het één kabel wordt in plaats van twee.
-
Zuig de buis schoon
Zet een dun zuigslangetje op de ene buismond en laat de andere open. Bouwstof en gruis zijn de stille oorzaak van de meeste vastlopers, zeker in combinatie met een glijmiddel op waterbasis. Deze twee minuten leveren later de meeste winst op.
-
Voer de veer in vanaf de gunstigste kant
Begin aan de kant met de minste bochten en de meeste ruimte om te werken. Duw de veer in korte stukken door en draai hem licht mee, in plaats van hem in één beweging naar binnen te rammen. Vlak achter een buismond in een meterkast zit vaak meteen een bocht, en dat is de slechtste kant om aan te trekken.
-
Maak de kop met een trekkous
Schuif de kous over het kabeluiteinde en trek hem strak aan, zodat het vlechtwerk over twintig tot dertig centimeter grip pakt. Haak het oog aan de veer, met een wartel ertussen als je die hebt. Werk de achterrand van de kous af met wat isolatietape.
-
Werkt het zonder kous, tape dan over een halve meter
Leg veer en kabel over vijftig centimeter naast elkaar en wikkel van kabel naar veer, zodat de wikkels als dakpannen in de trekrichting liggen. Knip de punt van de veer schuin af en tape hem volledig glad in. De kop is nu het dikste punt en alles erachter is dunner.
-
Zet de tweede kabel een meter verder aan
Gaan er twee kabels door, bevestig de tweede dan ongeveer een meter achter de eerste en tape hem strak langs de eerste in. De koppen passeren de bochten daardoor achter elkaar. Twee koppen naast elkaar vormen een blok dat dwars gaat staan.
-
Breng glijmiddel aan en trek met twee personen
Smeer de eerste meters kabel in met kabelglijmiddel en breng tijdens het trekken telkens wat bij. Trek gelijkmatig aan de veer terwijl de ander de kabel recht voor de buismond invoert. Voel je de weerstand oplopen zonder dat de kabel opschiet, stop dan in plaats van harder te trekken.
-
Trek een reservedraad mee en laat speling over
Bind een nylon trekdraad naast de kabel mee, zodat de volgende kabel er zonder veer in kan. Laat aan beide kanten minstens een halve meter kabel uit de doos steken. Daarna kun je verder met het aansluiten van de utp-kabel op de doos en het patchpaneel.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Controleer dit voordat je begint te trekken
Uit de praktijk
Twee cat6a-kabels die op de laatste tien centimeter vastliepen
Een enkele coax moest plaatsmaken voor twee cat6a-kabels, door een pvc-buis van 5/8 inch die via een verlaagd plafond naar de meterkast liep. De coax trok de veer er netjes doorheen, de twee kabels werden met een knoop aan het veeroog gemaakt en met wat ducttape omwikkeld, en het ging goed tot de laatste meter. Daarna kwam er geen millimeter beweging meer in, ook niet nadat de muur aan beide kanten was opengebroken.
Er speelden drie dingen tegelijk. Twee cat6a-kabels van bijna acht millimeter halen samen ruim meer dan veertig procent vulling in een buis met dertien millimeter ruimte binnenin. De buis lag in het verlaagde plafond met te weinig beugels, waardoor hij tussen de ophangpunten doorzakte en de kabel bij elke zak extra wrijving kreeg. Als glijmiddel was er siliconenspray gebruikt en was de kabel door een natte spons gehaald, en dat water bond zich met het stof in de buis tot een schuurpasta.
De klus is opgelost met een extra inbouwdoos bovenaan de muur en een doorverbinding daar. Dat werkt, maar wij hadden liever op de vastloopplek een stuk buis uitgenomen en de kabels vanaf dat tussenstation als één geheel doorgetrokken. Dan houd je een doorlopende lijn zonder koppeling.
Een prefab bocht die aan één kant dichtgeknepen zat
Een kabel die steeds op precies dezelfde plek stopte, terwijl de trekveer er zonder haperen doorheen ging. Dat verschil is het signaal: een veer van vier millimeter glipt langs een vernauwing waar een kabel van acht millimeter tegenaan loopt.
De oorzaak zat in een partij prefab bochten waarvan een deel aan één zijde tot ongeveer zestig procent van de diameter was dichtgesnoerd, waarschijnlijk door de mal tijdens het vormen. Van buiten zie je daar niets van. Na het uitnemen van dat bochtstuk en het terugplaatsen van een nieuwe bocht met twee sokken liep de kabel er in één keer doorheen.
Sindsdien houden wij één gewoonte aan bij nieuwe bochten: even door de bocht heen kijken naar het licht voordat hij de muur in gaat. Dat kost een seconde per stuk en voorkomt precies dit soort werk achteraf.
Een trekveerpomp die de kabel losrukte
Bij een kabel die in het laatste stuk vastzat werd een trekveerpomp aangezet om meer kracht te kunnen geven. Met zo'n pomp trek je met het gemak van je hele lichaam, en dat is meteen het probleem: je voelt niet meer waar de grens ligt.
De verbinding, een knoop met tape eromheen, gaf het op voordat de kabel losliet. De veer kwam met een half afgescheurde tapeprop terug en de kabel bleef achter in de buis, nu zonder iets om aan te trekken. Terughalen kon niet meer, en het traject moest op twee plekken open.
Wat wij hieruit meenemen: een pomp of een lus om aan te hangen is een prima hulpmiddel bij installatiedraad in een ruime buis, maar bij utp is de kabel zelf de zwakste schakel. Loopt hij vast, dan is meer kracht bijna nooit het antwoord. Terugtrekken, de oorzaak zoeken en zo nodig de buis openen kost minder tijd dan een kabel die halverwege afbreekt.
Veelgemaakte fouten
Ducttape gebruiken om de kabel aan de veer te zetten
Ducttape voelt sterk aan, maar de weefsellaag rafelt open zodra hij langs een mofrand schraapt en de lijm laat los bij warmte van de wrijving. Wat overblijft is een pluizige prop die zich vastklemt in de buis. Isolatietape of zelfvulkaniserende tape blijft dun, glad en gesloten.
Een knoop leggen die dikker is dan de kabel
Een knoop in een utp-mantel wordt al snel twee tot drie keer de kabeldiameter. Bij een vulling van dertig procent past die kop niet meer door de bochten, en de aders erin worden platgedrukt. Verdeel de kracht liever over dertig centimeter mantel met een kous.
Beide kabels op hetzelfde punt aan de veer hangen
Twee koppen naast elkaar vormen een breed blok dat in de bocht dwars komt te liggen. De kabel klemt en verder trekken zet alleen maar meer kracht op het knelpunt. Zet de tweede kabel ongeveer een meter achter de eerste, dan gaan de koppen na elkaar door.
Water of afwasmiddel als glijmiddel gebruiken
Het lijkt een goedkope oplossing en de eerste meter voelt beter. Daarna bindt het water zich met het bouwstof in de buis tot een pasta die precies werkt als nat schuurpapier. Kabelglijmiddel op waterbasis kost een paar euro en is er wel voor gemaakt.
Met rukken trekken in plaats van gelijkmatig
Korte rukken geven krachtpieken die ver boven de toegestane trekkracht uitkomen, terwijl de kabel er nauwelijks door opschiet. De aders rekken en de paren verschuiven, wat je later terugziet in een verbinding die de volle snelheid niet haalt. Trek langzaam en constant.
In je eentje trekken zonder iemand aan de invoerkant
Zonder tweede persoon knikt de kabel voor de buismond, loopt hij scheef naar binnen en merk je niet wanneer er iets haakt. De hand aan de invoerkant is een sensor: die voelt weerstand eerder dan de arm aan de veer. Alleen trekken kost bijna altijd meer tijd dan met zijn tweeën.
De mantel van een kabel afpellen om ruimte te winnen
Het klinkt logisch: zonder mantel is de kabel dunner en past hij net wel. In werkelijkheid raken de losse paren beschadigd langs elke rand in de buis en verliest de kabel zijn geometrie volledig. Een buis die te krap is, blijft te krap. Kies dan een kabel minder of een andere route.
De buis te ruim beugelen in een verlaagd plafond
Boven een verlaagd plafond hangt de buis vaak op grote afstand tussen de beugels. Daar zakt hij door en ontstaan er extra bochten die je op de tekening niet ziet. Elke ongewenste bocht kost trekkracht. Beugel om de vijftig tot zestig centimeter voordat er kabel in gaat.
Veelgestelde vragen
Hoe maak je een utp-kabel aan een trekveer vast?
Met een trekkous over de mantel is het het snelst en het veiligst: schuiven, aantrekken en het oog aan de veer haken. Heb je die niet, leg dan het kabeluiteinde en het veeruiteinde over ongeveer een halve meter naast elkaar en wikkel er strak isolatietape omheen, van de kabelkant richting de veerkant. Knip de punt van de veer schuin af en tape hem volledig dicht, want een open oog haakt achter elke mofrand.
Is ducttape geschikt om de trekveer en de utp-kabel op elkaar te tapen?
Nee. Ducttape bouwt dikte op, en het weefsel erin rafelt open zodra het langs een scherpe rand in de buis schuurt. De lijm laat bovendien los zodra hij warm wordt van de wrijving, waardoor de kabel juist op het zwaarste moment loskomt. Gebruik isolatietape of zelfvulkaniserende tape, die blijven dun en gesloten. Een krimpkous over de overlap levert de gladste kop op.
Kun je met één trekveer twee utp-kabels tegelijk intrekken?
Dat kan, maar hang ze niet allebei op hetzelfde punt aan de veer. Bevestig de eerste kabel aan de veer en de tweede ongeveer een meter daarachter aan de eerste, strak ertegenaan getapet. Zo passeren de koppen elke bocht achter elkaar in plaats van als één breed blok. Reken vooraf wel na of beide kabels samen in de buis passen, want dat is vaker de beperking dan de bevestiging.
Hoeveel kracht mag je op een utp-kabel zetten bij het trekken?
Voor een gangbare kabel met vier paren wordt ongeveer 110 newton aangehouden, omgerekend zo'n elf kilo. Dat is minder dan de meeste mensen verwachten en het verschilt per type en fabrikant, dus kijk op de mantel of in het datablad van de kabel. Boven die grens rekt de mantel uit en verschuiven de paren binnenin, zonder dat je aan de buitenkant iets ziet. Het gevolg merk je pas als de verbinding de volle snelheid niet haalt.
Welk glijmiddel gebruik je voor een utp-kabel in een loze leiding?
Kabelglijmiddel op waterbasis, verkrijgbaar als gel in een pot of tube. Smeer de eerste meters kabel in en breng tijdens het intrekken telkens wat bij. Loopt de buis naar beneden, dan kun je van bovenaf een flinke dot in de buis duwen en de zwaartekracht het laten verdelen. Siliconenspray vervliegt te snel en laat een vette film achter, en water of afwasmiddel maakt van het stof in de buis een schuurpasta.
Past een cat6a-kabel door een buis van 16 mm?
Eén cat6a-kabel past prima door een 5/8-buis, twee stuks wordt een gevecht. Zo'n buis heeft binnenin ongeveer dertien millimeter ruimte en een cat6a is al gauw zeven en een halve tot acht millimeter dik door de extra scheiding tussen de paren. Twee kabels zitten daarmee ruim boven de veertig procent vulling die wij als grens aanhouden. In een traject met meerdere bochten loopt dat vrijwel zeker vast.
Waarom loopt de trekveer er wel doorheen en de utp-kabel niet?
Een veer is dun, stug en glad, en glipt langs vernauwingen waar een kabel van acht millimeter tegenaan komt. Stopt de kabel steeds op precies dezelfde plek, dan zit daar bijna altijd een obstakel: een prefab bocht die tijdens de fabricage is dichtgeknepen, een doorgezakt stuk buis boven een plafond, of een mof die niet helemaal aansluit. Meet af hoeveel kabel er in de buis zit en je weet waar je moet zoeken.
Wat doe je als de utp-kabel halverwege vastzit in de buis?
Stop met trekken, want elke ruk maakt de schade groter. Beweeg de kabel een paar centimeter heen en weer met glijmiddel aan de invoerkant. Helpt dat niet, trek hem dan terug en bekijk de kop op rafels of een losgeschoten oog. Blijft hij zitten, open de buis dan op de verdachte plek, haal het obstakel weg en zet er een nieuw stukje buis met twee sokken in. Dat tussenstation gebruik je meteen om opnieuw in te voeren.
Kun je de oude coaxkabel gebruiken om de trekveer naar binnen te trekken?
Ja, en dat is de gebruikelijke werkwijze wanneer je een coax vervangt. Tape de veer over een ruime lengte aan de coax, trek de coax eruit en de veer meteen mee naar binnen. Houd er alleen rekening mee dat een coax van bijna zeven millimeter alleen in de buis lag; twee datakabels samen zijn dikker en stugger. Wat er verder bij die vervanging komt kijken staat in ons stuk over coax vervangen door een netwerkkabel.
Moet de rj45-stekker eraf voordat je de kabel door de buis trekt?
Ja. Een gemonteerde stekker is breder dan de kabel, het klipje haakt achter elke rand en de aders zitten daar op hun kwetsbaarste plek geklemd. Trek de kabel altijd zonder connector door de buis en monteer pas af als hij op zijn plaats ligt. Wil je toch een kabel met aangegoten stekker gebruiken, kies dan een route zonder buis, want in een leiding gaat dit vrijwel altijd mis.
Helpt een trekveerpomp bij een vastgelopen utp-kabel?
Een pomp geeft je meer kracht, en dat is bij utp meestal precies wat je niet wilt. Je verliest het gevoel voor waar de grens ligt, waardoor of de verbinding met de veer losschiet of de aders in de kabel het begeven. Zit een kabel vast, dan is meer kracht bijna nooit het antwoord. Zoek eerst waar hij vastzit en los dat op, dan gaat hij er meestal met de hand alsnog doorheen.
Mag er in dezelfde buis ook een voedingskabel mee?
Doe dat niet. Een datakabel naast 230 volt in één buis pikt storing op, en het intrekken van een tweede kabel achteraf beschadigt de mantel van de eerste. Houd voor de voeding een aparte leiding aan; welke kabel daarbij hoort zoek je op in onze draad- en kabelkiezer, en wat je op één groep kwijt kunt reken je na met de groepencalculator. Meer over de opbouw van de installatie vind je bij elektra in huis.
Wanneer je beter een vakman belt
Een kabel aan een trekveer maken en door een bestaande loze leiding trekken kun je prima zelf. Er komt geen spanning aan te pas zolang je in de datakabel blijft, en het gereedschap is niet meer dan een veer, een kous en wat tape. Er zijn wel een paar momenten waarop het verstandig is om te stoppen.
Het eerste is werk in de meterkast achter de hoofdzekering. Een patchpaneel of een switch naast de kast plaatsen is geen probleem, maar zodra er in de verdeler zelf iets moet gebeuren of er een groep bij moet, is dat werk voor een installateur. Hetzelfde geldt zodra je bij het openbreken van een muur op onbekende leidingen stuit die onder spanning kunnen staan.
Het tweede is een buis die in een dragende wand of in een vloerconstructie zit en die je zou moeten openhakken om er verder mee te komen. Sleuven in een dragende wand vragen kennis van wat er wel en niet mag, en dat is een berekening en geen inschatting.
Het derde is werken op hoogte boven een trapgat of vanaf een ladder in een hoge hal. Een kabel intrekken vraagt kracht, en kracht zetten op een ladder is de klassieke manier om eraf te vallen. Huur daar een rolsteiger voor of laat het doen. Zodra de kabel binnen ligt kun je zelf verder met het aanleggen en aansluiten van je netwerk.