Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Hulpmateriaal voor klussen: tape, folie, vullers en kleine onderdelen

5 gidsen 28 minuten lezen
diy-gids.nl GEREEDSCHAP & MATERIAAL Hulpmateriaal: tape, folie en rekenen

Hulpmateriaal is alles wat een klus mogelijk maakt zonder zelf het eindresultaat te zijn: een rol tape, een baan folie, een pot vuller, een meter van tien euro of een onderdeel waarvan je de naam niet kent. Bijna alles gaat mis op hetzelfde punt, namelijk dat je koopt op de naam op de voorkant in plaats van op de specificatie op de achterkant. Een tape die 125 graden aankan doet dat vaak kortstondig en niet continu, een vuller voor gaten van twee millimeter houdt een naad van twee centimeter niet, en dampremmende folie aan de koude kant maakt een constructie natter in plaats van droger. Hieronder staat per soort wat je nodig hebt, welke maten kloppen en waar het in de praktijk fout loopt.

Alle gidsen over hulpmateriaal

Stellingkast gamma

Een stellingkast koop je op draagvermogen en op maat, niet op prijs. Bij de Gamma staan grofweg drie families in…

Bouwtekening maken

Een bouwtekening maken komt neer op drie dingen: een plattegrond of vooraanzicht op schaal, minstens één doorsnede waarop je de…

Action tape

De tape van de Action is voor het meeste klussen goed genoeg, zolang je hem kort laat zitten en niet…

Hoeveel m3 gas per dag winter

In een gemiddelde Nederlandse tussenwoning gaat er in januari ongeveer 6 tot 9 kuub gas per dag door de meter.…

Hoeveel kuub gas per dag

Een gemiddeld huishouden verstookt ongeveer duizend tot twaalfhonderd kuub gas per jaar, wat neerkomt op zo'n drie kuub per dag.…

Wat er onder hulpmateriaal valt en waar je begint

Hulpmateriaal is het verbruiksspul en het kleingoed waarmee een klus slaagt: tape, folie, vulmiddel, mortel, een goedkope meter, een rol ladderband, een onderdeel dat je per stuk zoekt. Het ligt verspreid door de bouwmarkt en heet per winkel net iets anders, waardoor het zoeken vaak langer duurt dan de handeling zelf. Een niveau hoger vind je het bredere overzicht van gereedschap en materiaal voor klussen; hier gaat het om de hulpstukken die je erbij koopt.

De meeste misgrepen komen uit dezelfde hoek. Je kiest op de naam op de voorkant, terwijl het antwoord op de achterkant staat: een temperatuur, een laagdikte, een maximale gatgrootte of een ondergrond waarop het product niet hecht.

Een tweede bron van misgrepen is de naamgeving. Hetzelfde onderdeel heet per keten anders, en de winkel die het gisteren had, voert het volgend seizoen niet meer. Meten en het oude exemplaar meenemen werkt daarom beter dan zoeken op een omschrijving.

In de tabel hieronder vind je de soort die je zoekt. Herken je je situatie in de tweede kolom, dan weet je meteen waar de valkuil zit.

Soort hulpmateriaalWaarvoor je het kooptWaar het meestal misgaat
AfplaktapeEen verfrand strak houdenTe lang laten zitten, waarna de lijm of de verf meekomt
Hittebestendige tapeNaden en kabels bij warme onderdelenDe opgegeven temperatuur geldt kortstondig, niet continu
Dubbelzijdig tapeIets ophangen zonder te borenDe lijmlaag blijft achter en de ondergrond raakt beschadigd
Dampremmende folieWoonvocht uit de constructie houdenAan de koude kant gelegd, waardoor vocht juist blijft hangen
Dampdoorlatende folieRegen en wind keren, damp doorlatenVerkeerde kant naar buiten, of dichtgetapet tot er niets meer ventileert
Dpc-folieOptrekkend vocht in metselwerk stoppenTe kort doorgezet, of geprobeerd te verlijmen
Vuller en plamuurGaten en oneffenheden dichtzettenVerkeerde soort voor de ondergrond, of te dik in één laag
Mortel in een zakOndersabelen, gieten, aanvullenVerkeerde soort, of te nat aangemaakt
Goedkope meterSnel een batterij of spanning controlerenDe meetwaarde verkeerd uitgelegd
Steiger- en ladderonderdelenVeilig bij het werk komenZelfbouw en improvisatie op hoogte
Bouwtekening en zaaglijstEen meubel of hok in één keer goed zagenMaten die niet aansluiten op de plaatdikte die je koopt

Tape kiezen: afplakken, hitte en dubbelzijdig

Bij afplaktape zit het verschil tussen huismerk en A-merk niet in de kleur van de rol maar in twee dingen: hoeveel de tape kleeft en hoe lang je hem mag laten zitten. Goedkope tape kleeft vaak juist te hard, waardoor je bij het verwijderen vers schilderwerk mee lostrekt. De TCX masking tape van de Action is bruikbaar voor gewoon binnenwerk. Voor vers schilderwerk, behang en gelakt hout pak je de sensitive-variant. Wat de tape van de Action verder wel en niet aankan, staat in ons stuk over tape van de Action en wat je ervan mag verwachten.

Er is één vuistregel die meer schade voorkomt dan welke merkkeuze ook: haal de tape binnen ongeveer een half uur na het schilderen weg, en trek hem schuin terug naar de geverfde kant. Blijft de tape er tijdens gronden en twee keer aflakken op zitten, dan droogt de lak eroverheen vast en scheurt de rand. Alleen tape die daar uitdrukkelijk voor bedoeld is, doorstaat meerdere lagen.

Tape die op de rol al een jaar in de schuur ligt, is meestal verdroogd en scheurt in reepjes. Dat is de duurste tape die er is, want je verspeelt er een middag mee. Koop kleine rollen als je maar af en toe schildert.

Bij hittebestendige tape wordt het serieuzer, omdat een verkeerde keuze kortsluiting of brand kan opleveren. Let op het verschil tussen de continu-temperatuur en de piektemperatuur: verkopers noemen vaak de piek, terwijl je de continu-waarde nodig hebt. Aluminium tape voor rookgasafvoeren koop je bij een ijzerwarenhandel of een installatiegroothandel, en die haalt in de goede uitvoering rond de 250 tot 260 graden continu.

Eén tape in dit rijtje plakt helemaal niet, en dat is ptfe-tape. Die witte band dicht schroefdraad af in leidingwerk, en aanbrengen doe je met de klok mee in de richting waarin het onderdeel indraait, in zes tot acht slagen. Heb je er vijftien slagen omheen nodig, dan is het draad te ruim of zit het onderdeel scheef, en dan lost meer tape niets op.

TapesoortWaarvoorTemperatuurWaar je op let
Papieren afplaktapeVerfranden binnenTot ongeveer 60 gradenBinnen een half uur na het schilderen verwijderen
Afplaktape voor gevoelige ondergrondenVers schilderwerk, behang, gelakt houtKamertemperatuurLagere kleefkracht, niet terugplakken op dezelfde rand
Precisietape voor scherpe kleurscheidingTwee kleuren tegen elkaarKamertemperatuurDuurder, maar blijft strak en laat schoon los
Aluminium tape voor luchtkanalenNaden in isolatie en kanalenVaak tot ongeveer 100 gradenControleer de continu-temperatuur, niet de piek
Aluminium tape voor rookgasafvoerNaden bij warme afvoerenRond 250 tot 260 graden continuNiet elke bouwmarktrol haalt dit, koop bij een ijzerwarenhandel
Glasweefsel- en keramische tapeUitlaten, kacheldelen, hete leidingenWeefsel tot 500 of zelfs 1000 gradenDe lijmlaag haalt die waarde nooit, alleen het weefsel
Dubbelzijdig schuimtapeSpiegels, lijstjes, profielenKamertemperatuurLaat bij verwijderen schuim én lijm achter
Dubbelzijdige butylbandFolienaden en aansluitingen luchtdicht koppelenBlijft plastischHecht extreem sterk, plaatsen kan maar één keer
Bouwtape voor dampremmende folieNaden en doorvoeren in een dampschermBinnenklimaatAlleen op een droge, stofvrije ondergrond
Textieltape en ducttapeTijdelijk vastzetten, bundelenTot ongeveer 80 gradenNooit als definitieve bevestiging, de lijm zakt uit
Ptfe-tapeSchroefdraad in leidingwerk afdichtenVolgt de leidingKleeft niet, zes tot acht slagen met de indraairichting mee

Dubbelzijdig tape en lijmresten weghalen

Dubbelzijdig schuimtape bestaat uit drie lagen: lijm, schuim en nog eens lijm. Zolang die schuimlaag er nog op zit, komt geen enkel middel bij de lijm, en daarom lijkt stickerverwijderaar in eerste instantie niets te doen. Dubbelzijdig tape losmaken gaat daarom in twee gangen: eerst het schuim eraf, dan pas een middel op de lijmfilm.

Van een muur haal je een strook dubbelzijdig tape het schoonst weg met een dunne vislijn of een stuk tandzijde. Zaag daarmee achter het schuim langs met een heen-en-weergaande beweging, dan blijft de verflaag heel. Wat achterblijft neem je af met wasbenzine op een doek; op stucwerk werk je met een licht vochtige doek in plaats van te weken, anders krijg je kringen.

Verwarmen helpt, maar met een gewone föhn en niet met een heteluchtpistool. Warm tape laat zich in één geheel lostrekken; te heet tape smeert uit en zachte kunststof vervormt. Trek de strook langzaam en zo vlak mogelijk langs de ondergrond terug, niet loodrecht omhoog.

Zit de lijm op zacht of geschuimd kunststof, dan vallen de meeste standaardmiddelen af. Aceton en verdunner lossen het kunststof zelf op, remmenreiniger tast lakken aan, en met je duim wrijven houd je ongeveer een meter vol. Neem dan een stickerverwijderaar in gelvorm, laat die een uur intrekken en ga er daarna overheen met een nylon borstel op de boormachine op lage toeren.

OndergrondWat werktWat je beter niet doet
Geschuimd kunststof en pvc-plaatGel-stickerverwijderaar een uur laten intrekken, dan een nylon borstel op lage toerenGeen aceton of verdunner, die lossen het kunststof op
Geschilderde muurVislijn achter het schuim langs zagen, resten met wasbenzineNiet trekken, dan komt de verflaag mee
Stucwerk zonder verfVoorzichtig afsteken, daarna licht schuren en bijwerkenNiet weken, de stuclaag zuigt het middel op
BehangMeestal niet te redden, plan een reparatie of een baan opnieuwNiet nat maken, het papier scheurt onherstelbaar
Gelakt houtFöhn op de laagste stand en een kunststof schraper, resten met wasbenzineNiet schrapen met staal, je haalt de lak eraf
Tegels en glasFöhn en daarna wasbenzine of spiritusGeen mes onder een scherpe hoek op glas
Roestvrij staal en gelakt metaalWasbenzine of een citrusreiniger op een doekGeen schuurspons, die trekt sporen
Autolak en gecoat kunststofWarmte plus een rubber radeerschijf op de boormachineGeen remmenreiniger, die tast de lak aan
Poedercoat op aluminiumWasbenzine, daarna afnemen met water en zeepGeen kruipolie, die laat een vettige film achter

Folie in een isolatieopbouw: welke soort en aan welke kant

Er is één regel waar bijna alle folievragen op terugkomen: dampdicht aan de warme kant, dampopen aan de koude kant. In Nederland is het binnen het grootste deel van het jaar warmer dan buiten, waardoor de waterdamp van douchen, koken en ademen naar buiten wil. Die damp stop je aan de binnenzijde, en wat er toch in de constructie komt moet er aan de buitenzijde weer uit kunnen drogen.

Voor een voorzetwand of de opbouw van een hsb-wand in houtskeletbouw levert dat van binnen naar buiten deze volgorde op: afwerking, dampremmende folie, regelwerk met isolatie, dampdoorlatende folie, een spouw van minstens twee centimeter, en dan het buitenblad. Bevestig het regelwerk nooit rechtstreeks tegen een vochtige buitenmuur, want dat hout is binnen een paar jaar weg.

Isolatiedekens met een aluminium cachering hebben die dampremmende laag al ingebouwd, mits je elke naad en elke aansluiting boven en onder aftapet met aluminiumtape. In de praktijk is een losse baan dampremmende folie over de staanders eenvoudiger luchtdicht te krijgen, en die kost weinig. Niet de isolatiewaarde maar de kieren bepalen wat je uiteindelijk merkt.

Reken je op reflectie van een aluminiumlaag, houd dan minstens twintig millimeter luchtlaag aan. Een gipsplaat rechtstreeks tegen de cachering geeft geen luchtspouw en dus geen straleffect. Alu-cachering is bovendien niet hetzelfde als een echte reflectiefolie, want daarvoor moet de emissiecoëfficiënt aantoonbaar laag zijn.

Ventilatie van de spouw achter een voorzetwand regel je met open stootvoegen, ruwweg één per vier strekken, onder en boven, met een roostertje tegen wespen. Boor bij de aansluiting van vloer en muur een paar gaatjes schuin naar beneden, zodat water dat er onverhoopt in komt weer weg kan. Wat zo'n isolatieslag oplevert, zie je terug in je meterstand. Hoeveel een huishouden gemiddeld verstookt staat bij het gasverbruik per dag, en hoe dat in het stookseizoen oploopt bij het verbruik in de wintermaanden.

Isoleer je een vloer vanuit de kruipruimte, dan begint het bij de bodem. Een dampremmende bodemfolie los over de bodem, met overlappende randen en een stukje omhoog tegen de muur, maakt de lucht in de kruipruimte merkbaar droger. Tussen de balken komt de dampdichte zijde van de isolatie naar de woning toe, dus naar boven, en aan de onderkant hoogstens een dampopen doek om tocht te weren en ongedierte buiten te houden.

Blijf de balken ventileren, hoe verleidelijk het ook is om alles dicht te maken. Als vuistregel voor een hele woning wordt gerekend met ongeveer drie kubieke meter verse lucht per uur per vierkante meter gebruiksoppervlak, met hogere waarden voor keuken en badkamer. Randisolatie langs de wanden hoort bij een dekvloer of een gietvloer, niet bij vloerisolatie tussen de balken.

FoliesoortWaar hij hoortWelke kantWat er misgaat
Dampremmende folieAan de warme binnenzijde, direct achter de afwerkingDe kant maakt niet uit, de luchtdichtheid welNaden niet gesloten, waardoor vocht alsnog de isolatie in trekt
Aluminium cachering op glaswol of steenwolTegen de warme zijde van de isolatieAluminium naar de woning toeWerkt alleen als dampscherm bij volledig afgeplakte naden
Dampdoorlatende folieAan de koude buitenzijde, onder de dakbedekking of tegen de spouwBedrukte zijde naar buiten, controleer de opdruk op de rolOmgekeerd gelegd, waardoor vocht juist wordt vastgehouden
NokfolieOver de nok, onder de nokvorstenVolgens de opdruk, met de kleefranden naar de pannenVolledig dichtgezet, waardoor het dak niet meer doorlucht
Bodemfolie kruipruimteLos op de bodem, randen overlappen en opzetten tegen de muurDampdichte zijde naar bovenTe weinig overlap, waardoor er alsnog damp doorkomt
Folie bij vloerisolatie tussen balkenTegen de isolatieDampdichte laag naar de woningDampdicht aan de onderkant, waardoor vocht in het hout blijft
RandisolatiestrookLangs wanden en leidingen, vóór het gieten van een dekvloerOpstaande rand pas na uitharding afsnijdenTe vroeg afgesneden, waardoor de vloer tegen de wand komt
Uv-bestendige zwarte folieBuiten, op plekken met zonlichtMatte zijde naar de zonGewone bouwfolie gebruiken, die verpoedert binnen een seizoen
Winddichte folie in houtskeletbouwAan de buitenzijde van het stijl- en regelwerkBedrukte zijde naar buitenZonder tape rond kozijnen en doorvoeren, dan waait de isolatie leeg

Dpc-folie tegen optrekkend vocht

Dpc-folie is de waterkerende laag die voorkomt dat vocht uit de fundering omhoog trekt in het metselwerk. Meestal is het polyethyleen, soms een bitumineuze slabbe. De plaats is vast: in de eerste of tweede lagen metselwerk boven het maaiveld, over de volle dikte van het blad, en aan de buitenzijde net iets doorgestoken zodat water naar buiten loopt.

Zet de folie ook nooit alleen tegen de kop van de vloer. Water loopt er dan gewoon onderdoor en je hebt niets opgelost. Bij houtskeletbouw ligt de dpc onder de onderregel van de wand, over de volle breedte van de fundering, zodat het onderste hout droog blijft.

Verlijmen is de vraag die het vaakst terugkomt, en het antwoord is dat polyethyleen zich met gewone kit of montagelijm niet laat plakken. De hechting mislukt door de lage oppervlakte-energie van het materiaal. Wat wel werkt is dubbelzijdige butylband, een hybride lijm die uitdrukkelijk voor kunststoffolies en dampremmende membranen is gemaakt, of helemaal geen lijm en een overlap van minstens tien centimeter die je onder het metselwerk klemt.

Op beton kun je niet nieten, dus houd de baan tijdelijk op zijn plaats met een lat en wat gewicht, of met een strook butylband op een droge, stofvrije betonrand. Boven op de dpc metselen mag: dat je daar geen hechting krijgt tussen beton en steen is de bedoeling. Plaats dan wel spouwankers, anders staat dat stukje metselwerk los.

Waar de folie doorbroken wordt, houdt het op. Rond ventilatiekanalen en spouwankers krijg je een pe-folie niet waterdicht aangesloten. Wie op die plekken echt vocht moet keren, komt verder met een coating op de bovenzijde van de fundering of met epdm, want dat laat zich met lijmkit wel sealen. Houd ook de hoogte van het maaiveld in de gaten: ligt de tuin later hoger dan de dpc, dan loopt vocht er gewoon overheen.

Kunststof folie op kozijnen, keukendeurtjes en plaatmateriaal

Kunststof kozijnen met een houtnerffolie uit de jaren rond 1996 tot 2002 vertonen een herkenbaar mankement: de toplaag van de folie verweert, bladdert af en laat vooral langs de randen los. In die periode kwam vrijwel alle kozijnfolie van één leverancier, waardoor je de klacht bijna altijd tegenkomt onder de naam Renolit-folie. Het is het ergst op het zuiden en zuidwesten, waar de zon er het hele jaar op staat. De oorzaak zit in de productie van die folie en werd pas na tien jaar of langer zichtbaar, waardoor er op een kozijn van zeventien jaar geen regeling meer geldt.

Er zijn twee bruikbare routes voor de reparatie. Een gespecialiseerd bedrijf haalt de oude folie eraf en brengt nieuwe folie aan, of je verwijdert de folie zelf en houdt een gaaf wit profiel over zonder houtnerf. Renolit-folie zelf aanbrengen valt af, want daar horen verwarmde rollen en een stofvrije werkplek bij.

De volgorde die een vakman aanhoudt is de moeite waard om te kennen, ook als je het zelf doet. Eerst de folie voorzichtig warm maken en aftrekken, dan de oude lijm weg met een oplosmiddel dat voor kunststof geschikt is. Daarna de laatste resten met een krabber, opschuren met fijn schuurpapier, de nieuwe folie op maat snijden en aandrukken, en als laatste de verstekhoeken bijwerken met kunststofverf. De weersomstandigheden tellen mee: boven de zestien graden, droog, weinig wind en geen stof van straat, anders zit dat straks onder de folie.

Zelf verwijderen lukt goed met een gewone föhn op ongeveer tien centimeter afstand, zodat de folie lauwwarm wordt. Gebruik geen heteluchtpistool, want het profiel wordt zacht en het glas kan springen. Met zijn tweeën gaat het beter: één houdt de föhn vast, de ander trekt. Begin met een klein plamuurmes en steek af en toe een stukje weg. De lijmresten haal je daarna weg met aceton in een emmertje, een schuurspons en een doek, met een laatste ronde schone aceton.

Bij keukendeurtjes met folie speelt hetzelfde, maar dan door stoom. De folie laat los aan de bovenrand boven de vaatwasser of de waterkoker. Een klein loslatend hoekje kun je met contactlijm en een föhn terugzetten; zit er eenmaal een bobbel of een gescheurde rand in, dan is nieuwe meubelfolie of een nieuw front verstandiger. Nieuwe folie hecht alleen op een volledig ontvette, licht opgeschuurde en kurkdroge ondergrond.

Vullers, plamuur en mortel uit het schap

De Action verkoopt onder eigen label een reeks vullers die je onder wisselende namen tegenkomt: instant filler, allesvuller, wall filler, wood filler en een gips- of gatenvuller. De namen verschillen per seizoen, de basis niet: het zijn vrijwel allemaal pasta's op waterbasis met gips of een vulstof als bindmiddel. Daarmee vul je krasjes, schroefgaten en kleine oneffenheden binnen, en verder niets. Hout opvullen doe je met de wood filler uit dezelfde reeks.

De potjes zijn Engels gelabeld en de schapkaart is Nederlands, dus woodfiller en houtvuller liggen naast elkaar en zijn hetzelfde soort product. Dat spul is bedoeld voor binnen, gaat in lagen van ongeveer twee millimeter en schuurt zacht op.

Waar het misgaat is bij naden die bewegen. De aansluiting tussen een houten kozijn en een gipsmuur werkt met de seizoenen mee, en een harde vuller scheurt daar gegarandeerd. Zo'n naad hoort dicht met acrylaatkit, en is de holte dieper dan ongeveer een centimeter, dan vul je eerst op met een rugvulling of purschuim en werk je de laatste laag af.

Laagdikte is de tweede valkuil. De meeste muurvullers gaan tot ongeveer vijf millimeter per gang, houtvuller vaak maar twee millimeter, en wie een gat van twee centimeter in één keer vol smeert houdt een gekrompen, gescheurde prop over. Werk in lagen en laat elke laag echt drogen.

Uitgeharde gipsvuller weer weghalen is stug werk, want gips is gemaakt om hard te worden en lost nergens in op. Dikke stukken hak je weg met een hamer en een steenbeitel, kleine uitsteeksels steek je af met een plamuurmes, en de rest is schuren. Wie er nog op tijd bij is, snijdt het spul eruit voordat het volledig is uitgehard.

Onder een transparante afwerking valt elke vuller op, want vuller neemt beits anders aan dan hout. Werk je een kozijn of een deur af met een glanzend transparant systeem zoals de Sikkens Cetol TGX Gloss uit het schap van de Gamma, zet dan een inzetstukje van hetzelfde houtsoort in plaats van vuller. Op dekkend geschilderd werk maakt de kleur van de vuller niets uit.

Voor buitenhout gelden andere spullen. Rot hout haal je eerst helemaal weg tot je op gezond hout uitkomt, en pas dan komt er een tweecomponenten houtreparatiepasta in. Een stopverfvervanger voor beglazing is weer iets anders: dat is een plastisch blijvende glaskit of een hybride beglazingskit, en geen vuller.

Bij de zakgoederen staan de mortels. Ondersabelingsmortel is krimparm en maak je aardvochtig aan, waarna je hem met een houten latje onder een dorpel of een voetplaat inslaat. Gietmortel is juist vloeibaar en giet je in een bekisting of onder een staalplaat waar je met een troffel niet bij komt. Wil je zelf beton aanmaken, dan staat de verhouding hieronder.

Vuller of mortelGeschikt voorLaagdikte per gangHoe je het weer weg krijgt
Instant fillerKrasjes en gaatjes in binnenmurenTot ongeveer 5 mmAfsteken en schuren
AllesvullerGips, steen en binnenhout, kleine oneffenhedenTot ongeveer 5 mmSchuren
Wall fillerGrotere vlakken egaliseren voor het schilderenDun, in meerdere gangenSchuren
Gips- of gatenvullerSchroefgaten en pluggaten dichtzettenIn twee gangen, laten inzakkenAfsteken en schuren
Houtvuller voor binnenKleine beschadigingen in binnenhoutVaak maar 2 mmUitschuren of uitsteken
Tweecomponenten houtreparatiepastaRot en grote gaten in buitenhoutIn dikke lagen, hardt snel uitAlleen mechanisch, met beitel en schuurpapier
AcrylaatkitNaden die bewegen, zoals kozijn tegen muurNaaddiepte ongeveer gelijk aan de breedteUitsnijden met een vers mesje
Stopverfvervanger of glaskitBeglazing in houten kozijnenVolgens de sponningdiepteUitsteken
OndersabelingsmortelHoltes onder dorpels, platen en voetplatenAardvochtig aanbrengen en inslaanUithakken
GietmortelHoltes waar je niet bij kuntVloeibaar, in één keer gietenUithakken
Krimpvrije snelcementPalen en beugels vastzettenIn één keerUithakken
OntkoppelingsmatTegels op een jonge of onrustige dekvloerVolgens de lijmopgave aan beide zijdenLoshakken met de tegels

Meten met een goedkope meter uit de bouwmarkt

Een multimeter of batterijtester van een paar euro is voor doe-het-zelfwerk vaak genoeg. Je wilt weten of een batterij leeg is, of er spanning staat op een laagspanningscircuit en of een draad doorverbinding heeft. Voor die drie dingen hoef je geen dure meter te kopen, en hoe zo'n meter zich verhoudt tot de rest van het meet- en handgereedschap lees je een niveau hoger.

De klassieke schrik is een nieuwe AA-batterij die 1,59 volt aangeeft in plaats van 1,5 volt. Dat is normaal en zegt niets over je meter: een verse alkaline levert onbelast rond de 1,55 tot 1,65 volt, en de 1,5 volt op het etiket is de spanning onder belasting. Een batterijtester of batterijmeter belast de cel wel even, en daarom geeft die vaak een eerlijker beeld dan een multimeter.

Wil je weten hoe nauwkeurig een goedkope meter is, vergelijk hem dan met een bekende goede meter op dezelfde bron. Een onbekende spanning meten zegt niets, want je hebt geen referentie. Twijfel je of de meetpennen contact maken in de bussen: zet de meter op weerstand en houd de pennen tegen elkaar. Bijna nul ohm betekent contact, blijft het display op OL staan dan zit het probleem in de pennen of de meter zelf.

Goedkope meters gaan ook gewoon stuk, vaak binnen een paar maanden, en dan gaan juist de weerstandsmetingen zwerven. Bewaar de bon, want binnen de garantietermijn wordt zo'n meter meestal zonder discussie omgeruild.

De stroommeter van de Action is iets anders dan een multimeter: dat is een verbruiksmeter die je tussen stekker en stopcontact zet en die vermogen en kilowatturen laat zien. Handig om te zien welk apparaat sluipverbruik heeft, maar onder ongeveer vijf watt is de aflezing onbetrouwbaar. Bij een koelkast of een cv-pomp meet je over een etmaal in plaats van op een moment. Kleine paneelmetertjes voor 12 volt zijn bedoeld voor accu's en niet voor netspanning.

Wat je meetWat je afleestWat het betekent
Nieuwe AA-alkaline, onbelast1,55 tot 1,65 VNormaal, de meter deugt en de batterij is vol
AA-alkaline in gebruikRond 1,2 VBijna leeg, vervangen
AA-alkalineOnder 1,1 VLeeg
Oplaadbare AA (NiMH)1,25 tot 1,4 VNormaal, deze cellen zijn 1,2 V en halen nooit 1,5 V
Knoopcel CR2032, nieuwRond 3,0 VGoed; onder 2,7 V vervangen
9V-blok, nieuw9,4 tot 9,6 VGoed; onder 7,5 V vervangen
Loodaccu 12 V, een uur in rust12,7 VVol
Loodaccu 12 V, een uur in rust11,9 V of lagerLeeg, en bij langdurig zo laag beschadigd
Meetpennen tegen elkaar, stand weerstandBijna 0 ohmPennen en bussen maken contact
Meetpennen tegen elkaar, stand weerstandOL of een enkele 1 in het displayGeen contact, meter of pennen defect
Verbruiksmeter in het stopcontactMinder dan 5 WAflezing onbetrouwbaar, meet over een langere periode

Kleine onderdelen en de namen waaronder ze in het schap liggen

Het lastigste aan een los onderdeel is niet de prijs maar de naam. Ondersabelingsmortel en gietmortel staan bij Praxis bij de zakgoederen, adereindhulzen liggen bij Karwei in de elektralades, koolborstels en trekveren vind je bij Gamma bij de machineonderdelen, en een pvc-klemzadel van 110 op 75 ligt bij Hornbach bij de afvoermaterialen. Zoek je op omschrijving, dan kom je er zelden uit.

Er zijn drie manieren die wel werken. Neem het oude onderdeel mee, fotografeer het typeplaatje, of meet de maat op met een schuifmaat en zoek op die maat. Voor kleine bouten liggen er in de meeste bouwmarkten assortimentsladen waar je per maat pakt, dus een M3 x 50 haal je daar los.

Soms ligt iets er juist niet. Waterstofperoxide zie je bij Praxis of Gamma zelden in het schap: lage concentraties haal je bij een drogist, en voor het opknappen van vergrijsd hout gebruik je een houtbleekmiddel in twee componenten.

De tabel hieronder is naslag voor dat probleem: je weet wat je nodig hebt, maar niet hoe het heet. Wat je verder aan machines en handgereedschap nodig hebt, staat bij het overzicht van gereedschap per klus.

OnderdeelWat het isWaarvoor je het gebruiktWaar je op let
KoolborstelsTwee koolstaafjes met een veertje in de motorEen boormachine of slijper die vonkt, hapert of niet aanslaatKopen op machinetype en op maat, niet op winkelmerk
AdereindhulzenMetalen hulsjes over het uiteinde van soepele draadSoepele draad netjes in een klem of automaat zettenMaat gelijk aan de aderdoorsnede, en persen met een krimptang
AftakklemKlem om een aftakking op bestaande draad te makenEen extra aansluiting op een bestaande groepAlleen in een doos of kast, nooit los in de constructie
AftakblokKlemmenblok met meerdere aansluitingenMeerdere aders overzichtelijk bij elkaar brengenControleer de opgegeven doorsnede en stroom
KamrailVertande rail die meerdere automaten doorverbindtEen groepenkast netjes aansluitenDit is werk in de meterkast, zie de grens verderop
TrekveerVerende band of veer die je door een buis voertKabel door een elektrabuis trekkenTape de knoop glad af, anders loopt hij vast in een bocht
TrekkousGevlochten kous die zich om de kabel klemtDe kabel aan de trekveer koppelenDe kous trekt zich vast en gaat er nauwelijks meer af
VerentrekkerHaakje met een handvatEen trekveer op spanning zetten, bijvoorbeeld bij een hordeurGebruik het gereedschap, veren schieten los
KnelringtrekkerTrekkertje dat een knelring van een buis afduwtEen vastgeklemde knelring van een koperen leiding halenIs de buis beschadigd, zaag dat stuk er dan alsnog af
Bout M3 x 50Metrische bout van 3 mm dik en 50 mm langBeugels, kleine apparaten, elektronicaKies vooraf tussen een verzonken of een cilinderkop
Pvc-klemzadel 110 x 75Zadel voor een aftakking van 75 mm op een buis van 110 mmEen extra afvoer op een bestaande standleidingZaag de opening rond en ontbraam, en houd het bereikbaar
Steekkoppeling voor waterleidingPush-fitfitting zonder solderenKunststof of koperen leiding koppelenAltijd een steunhuls in het buiseinde, en bewaar de demontagering
Bedieningspaneel inbouwreservoirDrukplaat met bevestiging op het reservoirEen gebroken of lekkende drukplaat vervangenPanelen zijn per serie, zoek op het typenummer zoals Wisa 790 of het Oli-type
BeltransformatorKleine trafo van 230 V naar 8 of 12 VEen bedrade deurbel voedenHoort op een rail in de kast, dus werk aan de installatie
Badstop met rubberAfsluitrubber van een badafvoerEen bad dat langzaam leeglooptMeet de diameter van de plug, niet van het gat
Optrekkoord voor jaloezie of rolgordijnDun koord op een rol, per meterEen gebroken koord van een luxaflex vervangenNeem de koorddikte over, te dik loopt niet door de klem
LadderbandBandjes met dwarsdraden die de lamellen dragenEen jaloezie waarvan de lamellen scheef hangenBandbreedte en steek moeten kloppen met de lamelmaat
Neuslat en neuslatblokjesAfwerklat met een afgeronde kant, plus de klosjesRanden van traptreden, vensterbanken en panelen afwerkenMeet het profiel, elke winkel noemt dit anders
HaaklatLat met haken of een schuin ophangprofielEen wandrek, kapstok of paneel dragenIn massief metselwerk pluggen, niet in gipsplaat alleen
SchaaldelenRuw gezaagde planken met schorskantSchuttingen, blokhutten en tuinwerkHet hout werkt sterk, laat ruimte bij de bevestiging
KraaienkapKap op een schoorsteen tegen inregenen en vogelsEen kanaal afdekkenBij een rookkanaal van een gastoestel niet zelf plaatsen
VloerluikLuik met een frame om in een vloer te leggenToegang tot de kruipruimteBestel op de dagmaat van de sparing, niet op de plaatmaat
AntislipmatRubberen matje op rolGereedschapslade, onder een kleed, in een keukenlaSnijd hem een halve centimeter kleiner dan de lade
TuinpadmalKunststof mal voor het gieten van een padEen pad met een steenpatroon gietenGietbeton met fijn grind, anders vult de mal niet
DuikelrekBuizenrek voor in de tuinSpelen in de tuinDe palen in beton zetten, alles hangt aan de voet

Kruiwagens, kuubs en materiaal verplaatsen

De inhoud van een kruiwagen staat op de bak vermeld, maar dat getal is de maat tot aan de rand. Een gangbare bouwkruiwagen heeft een bak van 85 liter, een lichte tuinkruiwagen 60 tot 65 liter en een zware uitvoering rond de 100 liter. In de praktijk laad je ongeveer 70 liter zand in een bak van 85 liter, want verder komt de vracht boven de honderd kilo en gaat sturen mis.

De veelgehoorde vuistregel is twaalf kruiwagens per kuub. Dat klopt alleen als je tot de rand vult; reken bij zand, grind en aarde realistisch op veertien tot zestien vrachten per kuub. Een volle kruiwagen droog ophoogzand weegt rond de 105 kilo en nat zand tot ruim 140 kilo. Betonmortel is zo zwaar dat je hooguit een halve bak vult en op twintig vrachten of meer uitkomt.

Voor een planning is de looptijd interessanter dan de bak. Met scheppen, kruien en storten kost één vracht over honderd meter ongeveer vijf minuten, dus een kuub is voor iemand die het gewend is ruim een uur werk. Vier kuub over die afstand is daarmee een lange dag en geen ochtendje, en met traptreden, een zachte grasmat of een smalle achterom loopt dat verder op.

Opbergen doe je verticaal. Een kruiwagen hang je aan twee zware haken onder de rand van de bak, of aan een beugel over het wiel, en die schroef je in een stijl of in massief metselwerk. In gipsplaat alleen houdt geen enkele plug dat gewicht. Hang de bak met de opening naar de muur, dan loopt hij niet vol regenwater, en haal in de winter de druk van de band of leg hem van de vloer. Krijgt de schuur meteen een opknapbeurt, dan wint een rek langs de wand met een bekend draagvermogen het van een stapel in de hoek.

MateriaalGewicht per kuubGewicht per volle kruiwagen
Droog ophoogzandOngeveer 1500 kgOngeveer 105 kg
Nat zand1800 tot 2000 kg125 tot 140 kg
MetselzandOngeveer 1600 kgOngeveer 110 kg
Grind 4 tot 16 mmOngeveer 1700 kgOngeveer 120 kg
TeelaardeOngeveer 1300 kgOngeveer 90 kg
Gemengd puin1400 tot 1600 kgOngeveer 105 kg
BetonmortelOngeveer 2400 kgVul hooguit 50 liter, dat is al 120 kg
Boomschors en houtsnippers250 tot 350 kg20 tot 25 kg

Steigermateriaal, ladders en zeil

Bij werken op hoogte houdt improviseren op. Een zelfgemaakte daksteiger van hout of losse buizen is nergens op berekend en niet gekeurd, en juist bij een dakrand komt de belasting op de verkeerde plek. Huur een rolsteiger met leuning en kantplank, of een dakladder met noksteun plus randbeveiliging, en laat het bij twijfel doen.

Werken in een trapgat vraagt om een steiger die per poot verstelbaar is. Bij een rechte trap kom je met stellingpoten en een plank over minstens drie treden een heel eind. Bij een draaitrap staat elke poot op een andere hoogte en op een schuine trede, en dan is huren van een trapsteiger goedkoper en veiliger dan zelf iets bouwen.

Steigerbuis is standaard 48,3 millimeter met een wanddikte van 3,2 millimeter. Die buis buig je niet koud: je verzwakt het staal en de zinklaag scheurt open. Voor een hoek gebruik je een draai- of kruiskoppeling of een fabrieksbocht. Hoeveel gewicht een buis draagt hangt af van de wanddikte en de overspanning, en de koppelingen zijn meestal het zwakke punt; een systeemsteiger is als geheel gekeurd, een zelfbedachte constructie niet.

Een balustrade van steigerbuis zet je op voetplaten met doorlopende buizen. Reken op een hoogte van minstens een meter en controleer per situatie welke openingen tussen de buizen zijn toegestaan, want daar staan eisen voor in het Bouwbesluit. Bevestig je een buis aan de muur, gebruik dan een wandbeugel met een chemisch anker in massief metselwerk; het buitenblad van een spouwmuur is een halve steen en houdt dat niet.

Een ladder verleng je niet door twee delen aan elkaar te binden. Gebruik een opsteek- of uitschuifladder en houd de overlap aan die de fabrikant opgeeft. Zet de ladder onder ongeveer vijfenzeventig graden, wat neerkomt op de voet op een kwart van de reikhoogte, en laat hem minstens een meter boven het steunpunt uitsteken.

Zeil spannen mislukt bijna altijd op hetzelfde punt: te vlak. Water dat blijft staan weegt zwaar, want een plas van tien centimeter op twee vierkante meter is al tweehonderd kilo. Span daarom altijd met een helling van vijftien tot twintig graden, maak een nokkoord over de hoogste lijn en zet de hoeken lager. Gebruik zeilogen om de vijftig centimeter en spanners met rek, want stijve touwen scheuren het zeil bij de eerste windstoot.

Pvc-zeil snijd je op een plank met een scherp afbreekmes of een haakmes, en de snijrand smelt je dicht met een hetelucht- of soldeerbout zodat hij niet rafelt. Voor een afdekzeil van een zwembad meet je het bad plus dertig centimeter overhang. Een los liggend zeil op een bad waar kinderen komen is geen afdekking maar een risico, want iemand die erop stapt zakt eronder.

SituatieWat je gebruikt of huurtWaar de grens ligt
Gevel schilderen tot drie meterRolsteiger, of een ladder met stabilisatiebalkBoven 2,5 meter alleen vanaf een stabiel platform
Werken in een trapgatKamersteiger met per poot verstelbare stellingpotenBij een draaitrap huren in plaats van zelf stellen
Werken op een schuin dakDakladder met noksteun plus randbeveiligingEen dakrand zonder beveiliging is de grens
Dakgoot of dakrand bewerkenRolsteiger met leuning en kantplankEen zelfgemaakte daksteiger is geen alternatief
Iets ophangen boven een trapVerstelbare trapsteigerNooit een ladder met een poot op een trede
Balustrade van steigerbuisVoetplaten en systeemkoppelingenHoogte en openingen volgens het Bouwbesluit
Buis aan de gevel bevestigenWandbeugel met chemisch ankerNiet in het buitenblad van een spouwmuur alleen
Zeil spannen boven een terrasZeilogen om de 50 cm, spanners met rek, helling van 15 gradenBij storm afnemen in plaats van bijspannen
Oud vloerzeil weghalenEerst laten bemonsteren als het van voor 1994 isAsbestverdacht materiaal laten saneren

Bouwtekeningen, stellingkasten en opbergrekken

Een bruikbare bouwtekening bevat vier dingen: aanzichten van voor, zij en boven, alle maten in millimeters, een materiaalstaat en een zaaglijst met de plaatindeling. Ontbreekt de zaaglijst, dan begin je met rekenwerk waar de tekening voor bedoeld was. Hoe je zoiets zelf opzet staat bij het maken van een eigen bouwtekening.

Gratis tekeningen voor een konijnenhok, een speelhuisje, een tuinbank, een bar of een wijnrek zijn er genoeg, maar de kwaliteit verschilt sterk. Controleer twee dingen voordat je gaat zagen: of de maten buitenwerks of binnenwerks zijn, en of de plaatdikte in de tekening overeenkomt met wat je koopt. Multiplex van achttien millimeter meet in werkelijkheid vaak 17,8 millimeter, en bij tien verbindingen loopt dat op tot een zichtbare afwijking.

Voor speelgoed gelden andere maten dan voor meubels. Een bouwtekening voor een houten boerderij werkt het prettigst met een grondplaat van ongeveer 60 bij 40 centimeter, een stal van multiplex van twaalf millimeter en een afneembaar dak, zodat kinderen erbij kunnen.

Rond alle kanten af, verlijm de delen in plaats van ze te schroeven en werk af met een lak die aan de speelgoednorm EN 71-3 voldoet. Losse onderdelen die kleiner zijn dan een pingpongbal horen niet in speelgoed voor kinderen onder de drie jaar.

Wil je een stellingkast zelf maken of er een op maat bouwen, dan is doorbuiging de maat die telt en niet het draagvermogen op de doos. Een vurenhouten plank van achttien millimeter hangt bij een vrije overspanning van meer dan tachtig centimeter zichtbaar door zodra er gereedschap op staat.

Houd die overspanning daaronder, of zet een verstijvingslat op zijn kant tegen de voorrand. Welke maten en draagvermogens een kant-en-klare kast uit het schap heeft, staat bij de stellingkasten van de Gamma.

Een wandrek of opbergrek hangt aan de bevestiging en niet aan het rek. In massief metselwerk gebruik je een gewone plug van voldoende lengte, in gipsplaat een hollewandplug en dan alleen voor lichte spullen. Alles boven ongeveer vijfentwintig kilo gaat in de stijl of in de steen.

ProjectGangbare maatMateriaalWaar je op let
Stellingkast voor garage of schuur180 x 90 x 45 cm, vijf legbordenVerzinkt staal of multiplex 18 mmVrije overspanning per plank onder 80 cm houden
Stellingkast op maatTot ongeveer 15 cm onder het plafondMultiplex of vuren met een verstijving aan de voorkantBovenste plank op reikhoogte, niet hoger
Wandrek of opbergrekDiepte 30 tot 40 cmStaal met wandbeugelsVerankeren in massief metselwerk, niet in gipsplaat alleen
WerkbankHoogte 85 tot 90 cmBlad van 27 tot 40 mmBlad om de 60 cm ondersteunen
TuinbankZithoogte 42 tot 45 cm, zitdiepte 45 cmLariks of douglasRoestvaste schroeven, voorboren bij hardhout
Bar voor in de tuinBladhoogte 105 tot 110 cmSteigerhout of multiplex met een waterbestendige lijmklasseVoetsteun op ongeveer 20 cm
Speelhuisje120 x 120 cm, stahoogte 130 cmGeschaafd vuren of douglasNavragen bij de gemeente of het vergunningsvrij is
KonijnenhokHok 150 x 80 cm plus een ruime renOnbehandeld hout, geen verduurzaamd houtGaas aan de binnenzijde, dak met overstek
DuiventilVlieggat op minstens 180 cm hoogteVuren met dakleer of shinglesVentilatie boven én onder aanbrengen
WijnrekVak van 10 x 10 cm per flesMultiplex 18 mmDiepte 30 cm, dan steekt de hals niet uit
KeukenkastKasthoogte 72 cm, diepte 56 cm, blad op 90 cmPlaat 18 mm met kantenbandNaad van 3 mm rondom de fronten
Deurluifel van houtDiepte 80 tot 100 cm, afschot 5 gradenDouglas met epdm of zinkBevestiging in massief metselwerk, niet in het voegwerk
KinderstoelZithoogte 50 cm, verstelbare voetsteunBeuken of multiplexBrede poten voor kantelstabiliteit
Houten stelling voor de kelderDiepte 40 cm, vier of vijf niveausVuren 22 x 100 mm op staanders 45 x 70 mmStaanders schoren tegen de wand
AanlegsteigerBreedte minstens 90 cmHardhout of verduurzaamd vurenVergunning bij gemeente of waterschap navragen
Zwembad in de tuinDiepte 120 tot 150 cmBeton met wapening en een waterdichte afwerkingGrondwerk, wapening en afscheiding laten beoordelen
SpeelgoedboerderijGrondplaat 60 x 40 cm, stalhoogte 25 cmMultiplex 12 mm, verlijmdAfgeronde kanten en een lak volgens EN 71-3
Schutting van schaaldelenHoogte 180 cm, palen om de 180 cmVuren, lariks of douglas van 18 tot 22 mmOverlap 3 cm en één schroef per plank per regel

Veelgestelde vragen

Wat is de inhoud van een kruiwagen?

Een gangbare bouwkruiwagen heeft een bak van 85 liter, een lichte tuinkruiwagen 60 tot 65 liter en een zware uitvoering ongeveer 100 liter. Dat getal geldt tot aan de rand, dus met los materiaal laad je in de praktijk ongeveer 70 liter in een bak van 85. Bij zand betekent dat al ruim honderd kilo per vracht, en meer dan dat maakt sturen zwaar en onhandig.

Hoeveel kuub is een kruiwagen?

Ongeveer 0,07 kuub per vracht, uitgaande van een bak van 85 liter die je realistisch tot 70 liter vult. De bekende vuistregel van twaalf kruiwagens per kuub klopt alleen als je tot de rand vult; met zand kom je in de praktijk op veertien tot zestien vrachten per kuub uit. Reken voor het plannen liever op vijf minuten per vracht over honderd meter, inclusief scheppen en storten, dus ruim een uur per kuub.

Hoe hang ik een kruiwagen op om hem op te bergen?

Verticaal aan de muur, met twee zware haken onder de rand van de bak of met een beugel over het wiel. Schroef die haken in een stijl of in massief metselwerk, want in gipsplaat alleen houdt geen enkele plug dit gewicht. Hang de bak met de opening naar de muur zodat er geen regenwater in blijft staan, en haal voor de winter de spanning van de band of leg de kruiwagen van de koude vloer.

Klopt het dat een nieuwe batterij 1,59 volt aangeeft in plaats van 1,5 volt?

Dat klopt en het zegt niets over je meter. Een verse alkalinecel levert onbelast rond de 1,55 tot 1,65 volt, terwijl de 1,5 volt op het etiket de spanning onder belasting is. Een batterijtester of batterijmeter van de Action belast de cel wel even en geeft daarom een eerlijker beeld dan een multimeter. Wil je weten hoe nauwkeurig een goedkope meter is, vergelijk hem dan met een bekende goede meter op dezelfde bron.

Wat kun je meten met een stroommeter van de Action?

Dat is geen multimeter maar een verbruiksmeter die je tussen stekker en stopcontact zet en die vermogen in watt en verbruik in kilowattuur laat zien. Daarmee vind je sluipverbruikers en zie je wat een apparaat echt kost. Onder ongeveer vijf watt is de aflezing onbetrouwbaar, en bij een koelkast of cv-pomp meet je over een etmaal in plaats van op één moment. De kleine paneelmetertjes voor 12 volt zijn bedoeld voor accu's en niet voor netspanning.

Bestaat er hittebestendige tape van 500 of 1000 graden?

Er bestaan weefsels die zulke temperaturen aankunnen, bijvoorbeeld glasvezel- en keramische banden voor uitlaten en kacheldelen. De lijmlaag haalt die waarde vrijwel nooit. Wat je in de praktijk koopt is dus een band die je omwikkelt en vastzet met draad of een klemband, en niet iets wat je op een muur plakt. Voor tape die echt moet blijven plakken bij hoge temperatuur zit het plafond rond de 250 tot 260 graden continu.

Welke aluminium tape is hittebestendig genoeg?

Kijk naar de opgegeven continu-temperatuur, niet naar de piek. Aluminium tape voor luchtkanalen uit het bouwmarktschap houdt het vaak bij ongeveer honderd graden op, terwijl een goede aluminium tape voor rookgasafvoeren rond de 250 tot 260 graden continu doorstaat. Die laatste koop je bij een ijzerwarenhandel of een installatiegroothandel. Verkopers noemen soms de piekwaarde, dus vraag door of het getal kortstondig of permanent geldt.

Hoe krijg je dubbelzijdig tape van de muur?

Zaag eerst met een dunne vislijn of een stuk tandzijde achter de schuimlaag langs, met een heen-en-weergaande beweging. Zolang dat schuim er nog op zit, komt geen enkel middel bij de lijm en lijkt een stickerverwijderaar niets te doen. Verwarm het geheel eventueel met een gewone föhn en trek de strook langzaam en vlak langs de wand terug in plaats van loodrecht omhoog. Wat aan lijm achterblijft neem je af met wasbenzine op een doek; op stucwerk werk je met een licht vochtige doek om kringen te voorkomen.

Is de masking tape van de Action net zo goed als een A-merk?

Voor gewoon binnenwerk is de TCX masking tape bruikbaar, en voor vers schilderwerk of behang pak je de sensitive-variant met minder kleefkracht. Het verschil met een A-merk zit vooral in hoe strak de rand blijft en hoe schoon de tape loslaat na langer zitten. Goedkope tape kleeft juist vaak te hard, waardoor je verf mee lostrekt, en een rol die een jaar in de schuur ligt is meestal verdroogd. Meer over wat je van dat schap mag verwachten staat bij de tapes uit het goedkope schap.

Welke kant van dampdoorlatende folie moet boven liggen?

De bedrukte zijde hoort naar buiten of naar boven, dus naar de weerkant. Vrijwel alle fabrikanten drukken hun naam op de kant die naar het weer gericht moet zijn, en op de rol staat het meestal ook nog in tekst vermeld. Merken als Martens en Ventifol leveren deze folies in verschillende gewichten; een zwaardere kwaliteit scheurt minder snel bij het nieten. Ligt de folie omgekeerd, dan houdt hij vocht juist vast in plaats van het door te laten.

Welke folie gebruik je bij vloerisolatie in de kruipruimte?

Begin met een dampremmende bodemfolie los over de bodem van de kruipruimte, met overlappende randen en een stuk omhoog tegen de muur. Alleen dat maakt de lucht daar al merkbaar droger. Isoleer je tussen de balken, dan komt de dampdichte zijde van de isolatie naar de woning toe, dus naar boven, bijvoorbeeld de aluminium cachering van een spijkerflensdeken. Aan de onderkant hoogstens een dampopen doek tegen tocht en ongedierte, nooit een tweede dampdichte laag, want dan blijft vocht in het hout zitten.

Waar moet dpc-folie komen en kun je het verlijmen?

De dpc-laag hoort in de eerste of tweede lagen metselwerk boven het maaiveld, over de volle dikte van het blad, en aan de buitenzijde iets doorgestoken zodat water naar buiten loopt. Alleen tegen de kop van de vloer doet hij niets, want water loopt er dan onderdoor. Verlijmen lukt niet met gewone kit: polyethyleen laat zich zo goed als niet plakken. Wat wel werkt is dubbelzijdige butylband, een hybride lijm die voor kunststoffolies en dampremmende membranen is gemaakt, of een overlap van minstens tien centimeter die je onder het metselwerk klemt. In houtskeletbouw ligt de folie onder de onderregel, over de volle breedte van de fundering.

Kun je de kunststof folie van een kozijn zelf vervangen?

Verwijderen kun je zelf, opnieuw aanbrengen is specialistenwerk. De folie haal je eraf met een gewone föhn op ongeveer tien centimeter afstand, lauwwarm en met zijn tweeën, en de lijmresten daarna met aceton en een schuurspons. Je houdt dan een gaaf wit profiel over zonder houtnerf. Nieuwe folie aanbrengen vraagt om droog weer boven de zestien graden, weinig wind, geen stof en speciaal gereedschap; offertes voor één groot kozijn lopen al snel van rond de duizend tot tweeduizend euro voor een dag werk.

Wat doe je als de toplaag van een trespaplaat afbladdert?

Die schade komt bijna altijd door vocht dat via een onafgewerkte zaagsnede in de plaat is getrokken, waarna de verlijmde lagen loslaten. Föhn de beschadiging echt droog voordat je iets aanbrengt, want achtergebleven vocht duwt een nieuwe verflaag er net zo hard weer af. Vul de kale plek daarna met een tweecomponenten epoxyvuller, breng een hechtprimer voor kunststof aan en werk af met een deklaag. Zaag je zelf zulke platen, sluit dan elke snede meteen af volgens het voorschrift van de leverancier.

Welke vuller van de Action gebruik je waarvoor?

De instant filler, allesvuller, wall filler en gatenvuller zijn pasta's op waterbasis voor krasjes, schroefgaten en kleine oneffenheden binnen, met ongeveer vijf millimeter per laag. De wood filler is voor kleine beschadigingen in binnenhout en gaat vaak maar twee millimeter per gang. Voor gaten van meer dan een centimeter werk je in lagen, en voor een naad tussen kozijn en muur gebruik je acrylaatkit, omdat een harde vuller daar scheurt. Buitenhout en rot vragen om een tweecomponenten reparatiepasta, en die koop je niet bij het goedkope schap.

Kun je bij de Gamma iets retourneren of ruilen zonder bon?

Zonder aankoopbewijs is ruilen niet vanzelfsprekend, maar vaak wel op te lossen. Heb je gepind, dan staat de transactie op je bankafschrift en kan de winkel de aankoop meestal terugvinden; met een klantenkaart of een digitale bon lukt dat nog eenvoudiger. Ongebruikte artikelen in de originele verpakking hebben de meeste kans, terwijl op maat gezaagd hout, aangemaakte verf en aangebroken verpakkingen er in de regel buiten vallen. Elke keten hanteert een eigen termijn en eigen uitzonderingen, dus vraag het na bij de servicebalie voordat je de rit maakt.

Waar vind je gratis bouwtekeningen die ook echt kloppen?

Voor een konijnenhok, een speelhuisje, een tuinbank, een bar, een duiventil of een wijnrek zijn er genoeg gratis tekeningen te vinden, maar de kwaliteit verschilt sterk. Beoordeel er twee dingen aan: staat er een zaaglijst met de plaatindeling bij, en zijn de maten buitenwerks of binnenwerks. Controleer daarnaast of de plaatdikte in de tekening klopt met wat je koopt, want multiplex van achttien millimeter meet in werkelijkheid vaak 17,8 millimeter en over tien verbindingen loopt dat zichtbaar op. Ontbreekt de zaaglijst, dan zet je hem er zelf bij volgens de opzet van een werkbare tekening.

Hoe span je een zeil tegen regen zonder dat er water op blijft staan?

Span nooit vlak. Maak een nokkoord over de hoogste lijn, hang het zeil daaroverheen en zet de hoeken zo laag dat je op vijftien tot twintig graden helling uitkomt. Gebruik zeilogen om de vijftig centimeter en spanners met rek in plaats van stijve touwen, want die scheuren het zeil bij de eerste windstoot. Een plas van tien centimeter op twee vierkante meter weegt al tweehonderd kilo, en zo bezwijken zeilen en bevestigingen. Snijden doe je op een plank met een scherp haakmes, waarna je de rand dichtsmelt zodat hij niet rafelt.

Is oud vloerzeil gevaarlijk vanwege asbest?

Vloerzeil dat voor 1994 is gelegd kan een asbesthoudende onderlaag hebben, meestal een grijs, viltachtig karton aan de achterkant. Zolang het heel is en onder een andere vloer ligt, komen er geen vezels vrij. Het risico ontstaat bij scheuren, schuren, schrapen of stofzuigen. Laat een monster nemen door een gecertificeerd bureau voordat je begint, en laat verwijdering over aan een saneerder; dit is geen klus waarbij je met een mondkapje voorzichtig te werk gaat.

Waar koop je een nieuw koord of een ladderband voor een jaloezie?

Het optrekkoord van een luxaflex koop je per meter, onder meer bij Praxis en Gamma, en bij een woninginrichter met een onderdelenlade. Neem de koorddikte over van het oude koord, want een dikker koord loopt niet meer door de klem. De ladderband, de bandjes met dwarsdraden waar de lamellen op rusten, koop je los per meter en dan moeten bandbreedte en steek kloppen met de lamelmaat. Een rolgordijn haal je eerst uit de steunen door de cassette een kwartslag te draaien of het clipje in te drukken, en werk daarna op tafel in plaats van boven je hoofd.

Hoe haal je een rolgordijn uit de steunen?

Een rolgordijn demonteren begint aan de kant van het bedieningsmechanisme. In de kunststof steunen die Praxis en de andere ketens bij hun huismerkgordijnen leveren, druk je het lipje aan de onderzijde in en kantel je de buis naar voren; zit er een cassette omheen, dan draai je die eerst een kwartslag los. Aan de andere kant zit een verende pen die je naar binnen duwt, waarna de buis vrijkomt.

Werk daarna op tafel in plaats van boven je hoofd, dat scheelt de helft van het werk. Inkorten doe je door de doppen eruit te halen, de buis met een ijzerzaag op maat te zagen, het doek met een scherp mes langs een rechte lat te snijden en de doppen terug te tikken. Meet de nieuwe maat aan de buis, want het doek is altijd een stukje smaller dan de buis zelf.