Schakelaars aansluiten, vervangen en kiezen
Welk type schakelaar je nodig hebt, lees je af aan het aantal klemmen: twee is enkelpolig, drie is wissel, serie of rolluik, vier is kruis of dubbelpolig. De bedrading werkt bij vrijwel alles hetzelfde, want de bruine fase gaat de schakelaar in, de zwarte schakeldraad gaat eruit naar de lamp, en de blauwe nul en de groen-gele aarde lopen er buitenom rechtstreeks naartoe. Zet je de nul wel op een schakelklem, dan sla je de zekering eruit op het moment dat je inschakelt. Voor schemerschakelaars, tijdklokken, rolluikschakelaars en werkschakelaars geldt dezelfde logica, alleen heten de klemmen daar anders.
Alle gidsen over schakelaars
Hotelschakeling
Wat vrijwel iedereen een hotelschakeling noemt, is een wisselschakeling: een lamp die je vanaf twee plekken aan en uit doet…
Lichtschakelaar aansluiten
Een gewone lichtschakelaar heeft maar twee draden nodig: bruin is de fase en gaat op de klem met L of…
Dimmer aansluiten
Een dimmer heeft in de regel maar twee aansluitingen die ertoe doen: de fase komt binnen op de klem met…
Wisselschakelaar aansluiten
Een wisselschakelaar heeft drie aansluitingen: een moedercontact en twee wisselcontacten. Zet je er twee in dezelfde schakeling, dan bedien je…
Lamp aansluiten op schakelaar
Bij een lamp met schakelaar gaat de bruine fasedraad vanuit de centraaldoos naar de schakelaar en komt er een zwarte…
Aardlekschakelaar uit
Een aardlekschakelaar die eruit klapt meldt geen overbelasting maar een lekstroom naar aarde, en daarom slaat er meestal geen enkele…
3 standen schakelaar
Met een 3 standen schakelaar voor mechanische ventilatie schakel je in de praktijk maar twee standen, want de laagstand krijgt…
Serieschakelaar
Met één serieschakelaar zet je vanaf één plaats twee lampen los van elkaar aan en uit. Er gaan drie draden…
Hoofdschakelaar meterkast
De hoofdschakelaar is de brede schakelaar zonder testknop waarmee je de hele installatie in één handeling spanningsloos maakt. Hij zit…
Dubbele schakelaar aansluiten
Een dubbele schakelaar heeft altijd dezelfde opbouw: de bruine fase komt binnen op de klem met een P of een…
Kruisschakelaar
Een kruisschakelaar is een schakelaar met vier klemmen die de twee wisseldraden onderling verwisselt. Hij werkt nooit alleen: hij hoort…
Wisselschakeling
Een wisselschakeling bedient één lamp vanaf twee plekken en bestaat uit twee wisselschakelaars met elk drie klemmen. De fase komt…
Trekkoord
Een gebroken trekkoord is bijna nooit het koord alleen: het breekt vlak bij het mechaniek en het restant verdwijnt naar…
Schakelaar aansluiten 2 draden
Een gewone lichtschakelaar heeft maar twee draden nodig: de bruine fase komt binnen en de zwarte schakeldraad gaat vanaf de…
Gira schakelaar aansluiten
Bij Gira zit de functie in het inzetstuk en het uiterlijk in het raam en de wip, dus het aansluiten…
Aardlekschakelaar valt uit
Een aardlekschakelaar die uitvalt meldt geen overbelasting maar stroom die naar aarde weglekt, en daarom blijft elke groep gewoon staan.…
Tijdschakelaar instellen
Een tijdschakelaar instellen bestaat uit twee handelingen die mensen door elkaar halen: eerst de klok op de werkelijke tijd zetten,…
Hotelschakelaar
Een hotelschakelaar bestaat niet als product: wat je nodig hebt is een wisselschakelaar met drie klemmen, en daar heb je…
Abb werkschakelaar
Een werkschakelaar aansluiten komt neer op drie dingen: de voedingskabel op de ingaande klemmen, de kabel naar het apparaat op…
Deurschakelaar
Een deurschakelaar is een drukcontact dat de lamp aanzet zodra de deur opengaat en uitzet zodra de deur weer dicht…
Ster driehoek schakeling
Een ster driehoek schakeling laat een draaistroommotor eerst aanlopen met ongeveer 230 volt over elke wikkeling in plaats van 400…
Serie schakelaar
Een serie schakelaar is één schakelaar met twee wippen, waarmee je vanaf dezelfde plek twee lichtpunten los van elkaar aan…
Enkelpolige schakelaar aansluiten
Een enkelpolige schakelaar onderbreekt één ader en dat is altijd de fase. De bruine draad komt op de klem met…
Magneetschakelaar
Een magneetschakelaar is een schakelaar die niet met je hand maar met stroom wordt bediend. Zet je spanning op de…
Welke schakelaar heb je nodig en hoe je hem herkent
Een schakelaar kiezen begint bij wat er moet gebeuren: één lamp aan en uit, twee lampen los van elkaar, hetzelfde lichtpunt vanaf de trap én vanaf de overloop, of een motor die twee kanten op moet draaien. Het type dat daarbij hoort, herken je aan de achterkant. Hoe de rest van de installatie in elkaar zit, van bedrading tot meterkast, staat bij alles over elektra in huis.
Tel daarom de klemmen voordat je iets afrekent. Twee klemmen betekent een gewone aan-uit schakelaar, drie klemmen kan wissel, serie of rolluik zijn, en vier klemmen wijst op kruis of dubbelpolig. De markering naast de klemmen maakt het verschil duidelijk: een enkele L of P met één uitgang is enkelpolig, een L met twee pijlen ernaast is een rolluikschakelaar.
De klassieke wipschakelaar die je in elke kamer tegenkomt is enkelpolig. Hij onderbreekt alleen de fase en laat de nul ongemoeid, en voor verlichting is dat genoeg. Hoe je die standaardsituatie draad voor draad aanpakt, staat bij een enkelpolige schakelaar op de juiste klem zetten.
Wat in webshops een switch heet, is gewoon een schakelaar met een Engelse naam. Let bij zo'n aanbieding vooral op de polen en op de stroomsterkte, want een schakelaar voor 10 ampère hoort niet in een kookgroep of achter een motor. Twijfel je over de eerste montage in huis, begin dan bij het aansluiten van een gewone lichtschakelaar en werk van daaruit verder.
| Type schakelaar | Aantal klemmen | Wat hij doet | Waar je hem tegenkomt |
|---|---|---|---|
| Enkelpolige schakelaar of wipschakelaar | 2 | Eén lichtpunt aan en uit vanaf één plek | Woonkamer, slaapkamer, gang |
| Wisselschakelaar | 3 | Eén lichtpunt vanaf twee plekken bedienen | Trap, overloop, doorloopkamer |
| Kruisschakelaar | 4 | Staat tussen twee wisselschakelaars voor een derde of vierde bedienplek | Lange gang, slaapkamer met twee deuren |
| Serieschakelaar | 3 | Twee lampen in dezelfde armatuur apart schakelen | Kroonluchter, spiegellamp, plafondspots |
| Dubbele schakelaar | 4 of 3 met interne brug | Twee losse lichtpunten vanaf één plaat | Keuken met eiland, hal met buitenlamp |
| Dubbelpolige schakelaar | 4 | Onderbreekt fase en nul tegelijk | Boiler, tuinhuis, vast aangesloten apparaat |
| Jaloezie- of rolluikschakelaar | 3 plus losse doorverbinding | Motor omhoog of omlaag, nooit allebei tegelijk | Rolluik, screen, zonnescherm |
| Pulsdrukker | 2 | Maakt alleen contact zolang je hem indrukt | Impulsrelais, garagedeur, slimme module |
| Trekschakelaar | 2 of 4 | Bedienen aan een koord in plaats van met natte handen | Badkamer, bijkeuken, bedlamp |
| Schakelaar met controlelampje | 3 of 4 | Gewoon schakelen, met een lampje in of naast de wip | Zolder, kelder, buitenverlichting |
| Werkschakelaar | 2, 3, 4 of 6 polen | Een machine of installatie zichtbaar spanningsloos zetten | Omvormer, ventilatiebox, werkplaats |
| Schemerschakelaar of tijdschakelaar | 3 plus een sensor- of klokaansluiting | Schakelt zelf op licht of op tijd | Tuin, oprit, buitenlamp |
| Snoerschakelaar of tussenschakelaar | 2, of 3 doorvoeren bij een geaard snoer | Onderbreekt de fase in het snoer, vlak bij het apparaat | Schemerlamp, bedlamp, verlengsnoer |
| Voetschakelaar | 2 | Zelfde werking als een snoerschakelaar, bediend met je voet | Naaimachine, werkbank, lamp achter een bank |
| Plafondschakelaar met koord | 2 of 4 | Trekschakelaar in het plafond, buiten handbereik vanuit bad of douche | Badkamer, zolder, slaapkamer |
| Klapschakelaar of oude draaischakelaar | 2 | Aan en uit met een klepje of een draaiknop, uit oud werk | Vooroorlogse woning, schuur, kelder |
| Kastschakelaar of deurschakelaar | 2 | Laat het licht met de kastdeur meegaan, in serie met de schakeldraad | Trapkast, inloopkast, meterkast |
Draadkleuren, klemmen en de volgorde die overal geldt
Bijna alle verwarring rond schakelaars komt door de draadkleuren, en de regel erachter is simpel. De bruine fase gaat de schakelaar in op de klem met L of P, de zwarte schakeldraad komt eruit en loopt naar de lamp. De blauwe nul en de groen-gele aarde gaan buiten de schakelaar om rechtstreeks naar het armatuur.
Juist bij dat laatste gaat het mis. Een schakelaar hoort alleen de fase te onderbreken, dus een blauwe draad op een schakelklem verbindt fase en nul zodra je inschakelt en dan vliegt de groep eruit. Wil je de nul en de aarde toch doorverbinden en heeft je nieuwe schakelaar daar geen klem voor, gebruik dan een lasklem naast de schakelaar in de doos.
Kom je maar twee draden tegen, een bruine en een zwarte, dan is dat geen fout maar de normale situatie in een woning met een centraaldoos in het plafond. De nul en de aarde liggen dan al bij het lichtpunt, en de schakelaar krijgt alleen de fase en de schakeldraad. Hoe je daarmee omgaat, lees je bij een schakelaar aansluiten met maar twee draden.
Vertrouw de kleur nooit blind in een oud huis. Vóór de huidige kleurafspraak lag er wit, rood, grijs en zwart, en verbouwers hebben daar vaak nog eens hun eigen draai aan gegeven. Meet daarom altijd welke draad spanning voert voordat je de schakelaar erop zet, en volg voor de lampzijde de aansluiting van de lamp op de schakeldraad.
| Draad | Functie | Waar hij hoort | Wat er gebeurt als je het omdraait |
|---|---|---|---|
| Bruin | Fase, de draad die spanning aanvoert | Op de ingangsklem, gemerkt met L, P of een enkele stip | De schakelaar schakelt niets, of hij schakelt de nul in plaats van de fase |
| Zwart | Schakeldraad van de schakelaar naar de lamp | Op de uitgangsklem, gemerkt met een pijl, een 1 of een lampsymbool | De lamp brandt altijd of nooit |
| Blauw | Nul, de retourdraad | Rechtstreeks naar de lamp, of via een lasklem langs de schakelaar | Kortsluiting op het moment dat je inschakelt, de automaat gaat eruit |
| Groen-geel | Aarde | Rechtstreeks naar het armatuur en naar de aardklem van de doos | Levensgevaarlijk, en bij een metalen armatuur staat de behuizing onder spanning |
| Grijs | Tweede schakeldraad in een vieraderige kabel | Als extra schakeldraad naar een tweede lichtpunt of sensor | Wordt verward met de nul, waardoor de groep uitvalt |
| Wit of rood in oud werk | Kan van alles zijn | Eerst meten, dan pas aansluiten | Je gokt en zet de fase op de lampdraad |
| 1,5 mm2 aderdikte | Verlichtingsgroep tot 16 ampère | Alle schakelaardraden voor licht | Te dun voor een kracht- of kookgroep |
| 2,5 mm2 aderdikte | Stopcontact- en apparatengroep | Werkschakelaars, boilers, vaste apparaten | Past vaak niet in de klem van goedkoop schakelmateriaal |
Eén lamp vanaf twee, drie of vier plekken bedienen
Zodra een lamp vanaf meer dan één plek aan moet kunnen, verandert de enkelpolige schakelaar in een wisselschakelaar. In het trapgat heet diezelfde schakeling in de volksmond een trapschakelaar, maar het is gewoon een wisselschakeling met een schakelaar boven en beneden.
Zo'n schakelaar heeft één ingang en twee wisselcontacten, en tussen twee wisselschakelaars lopen twee aders heen en weer. Welke van die twee de stroom voert, hangt af van de stand van de andere schakelaar, en dat is het hele principe achter een wisselschakelaar aansluiten met twee schakeldraden.
Vanaf ongeveer vijf bedienplekken stappen wij liever over op een pulsschakelaar, ook wel impulsrelais genoemd, omdat een rij kruisschakelaars dan onhandig veel bedradingswerk wordt. Het schema van een pulsschakelaar werkt anders: de drukkers sturen alleen een kort pulsje naar de spoelklemmen A1 en A2, en het relais in de meterkast klikt bij elke puls om. Een pulsschakelaar aansluiten betekent dus dat je twee dunne stuurdraden naar elke drukker trekt en het vermogen via het relais laat lopen, en dan kun je er later drukkers bij zetten zonder de schakeling te verbouwen.
Wil je een derde bedienplek toevoegen, dan komt daar een kruisschakelaar tussen. Die zit altijd tussen de twee wisselschakelaars in, nooit aan het uiteinde, en hij wisselt de twee aders om. Voor elke extra plek komt er weer een kruisschakelaar bij, dus een kruisschakeling met vier schakelaars bestaat uit twee wisselschakelaars en twee kruisschakelaars.
De aanduidingen door elkaar heen gebruiken is een bekende bron van verwarring. Een hotelschakeling is hetzelfde als een wisselschakeling, en met drie schakelaars praat je over een kruisschakeling. De praktische uitwerking staat bij de kruisschakelaar tussen twee wisselschakelaars en bij de hotelschakeling voor twee bedienplekken.
Eén oude besparingstruc kom je nog geregeld tegen en die deugt niet. Bij zo'n spaarschakeling wordt er met minder aders gewerkt door de nul van een ander punt of zelfs een andere groep te pakken. Het licht doet het dan wel, maar de aardlekschakelaar ziet een stroomverschil en de groep is niet meer volledig spanningsloos te maken als je hem uitzet.
| Aantal bedienplekken | Welke schakelaars | Aders tussen de schakelaars | Waar dit past |
|---|---|---|---|
| 1 plek | 1 enkelpolige schakelaar | Alleen fase en schakeldraad | Gewone kamer |
| 2 plekken | 2 wisselschakelaars | 2 aders tussen de wisselcontacten | Trap, gang, doorloopkamer |
| 3 plekken | 2 wisselschakelaars en 1 kruisschakelaar | 2 aders per traject | Slaapkamer met twee deuren, lange hal |
| 4 plekken | 2 wisselschakelaars en 2 kruisschakelaars | 2 aders per traject | Woonboerderij, kantoorgang |
| 5 plekken of meer | Impulsrelais met pulsdrukkers | 2 aders naar elke drukker | Grote gang, gedeelde ruimte, later uitbreiden |
| 2 plekken met dimmen | 1 dimmer met wisselstand en 1 wisselschakelaar | 2 aders, dimmer altijd aan één kant | Woonkamer met twee ingangen |
| 2 plekken zonder extra kabel | Bestaande schakelaar met een slimme module erachter | Geen, de tweede plek gaat draadloos | Muur die je niet open wilt hakken |
Serieschakelaar, dubbele schakelaar en een combinatie met een stopcontact
Een serieschakelaar en een dubbele schakelaar lijken op elkaar en worden constant door elkaar gehaald. Beide hebben twee wippen, maar een serieschakelaar heeft één gezamenlijke ingang en twee uitgangen, terwijl een echte dubbele schakelaar twee volledig gescheiden schakelaars in één plaat is. Voor twee lampen in dezelfde armatuur volstaat een serieschakelaar met één gedeelde fase.
Bij een dubbele uitvoering met gescheiden contacten kun je twee lichtpunten van verschillende groepen schakelen, en daar is hij voor gemaakt. Wil je ze toch van dezelfde fase voeden, dan zet je een korte brugdraad tussen de twee ingangsklemmen. Hoe je die brug maakt en welke klem waarvoor is, staat bij een dubbele schakelaar aansluiten op twee lichtpunten.
In de winkel heet zo'n plaat met twee wippen soms een duo schakelaar en soms een combischakelaar, en dat zegt niets over de interne bedrading. Een combischakelaar aansluiten begint daarom altijd met kijken wat er aan de achterkant zit. Combinaties met een stopcontact erbij vragen om één extra controle.
Kijk eerst aan de binnenkant of de fabrikant een pool van het stopcontact al met de schakelaars heeft doorverbonden, want dat is bij veel combinatieplaten zo. Zit die brug er, dan zet je de bruine fase alleen op het stopcontact en loopt hij intern door naar de P-contacten van de schakelaars.
De blauwe nul gaat in dat geval alleen op het stopcontact en verder nergens heen. Naar elk lichtpunt trek je vervolgens één zwarte schakeldraad, en bij de lamp maak je die vast op de blauwe nul die daar al ligt. Zit die interne brug er niet, dan maak je hem zelf met een stukje bruine draad van klem naar klem.
Doorlussen is bij schakelaars iets anders dan bij stopcontacten. Je lust de fase door naar de volgende schakelklem, nooit de nul, want die hoort de schakelaar niet in. Twee lichtpunten op één schakelaar is geen probleem: je verbindt de twee zwarte schakeldraden gewoon samen in de lasdoos of op dezelfde uitgangsklem, zolang je één draad per klemgat aanhoudt.
Trekschakelaars in de badkamer en de bijkeuken
In een badkamer hangt een trekschakelaar niet voor de sier. Rond de douche en het bad gelden zones waarin een gewone wandschakelaar en een stopcontact niet mogen zitten, en een koord is de nette manier om toch te kunnen schakelen zonder dat je met natte handen bij spanningvoerende delen komt. Een trekschakelaar vervangen door een gewone schakelaar mag daarom alleen als de plek buiten die zones valt.
Aansluiten gaat hetzelfde als bij een wipschakelaar: bruin naar de ingang, zwart naar de lamp of het apparaat, blauw en groen-geel er buitenom. Bij een vierpolige uitvoering, die je vaak boven een wasmachine ziet, worden fase en nul allebei onderbroken. Een plafondlamp met trekschakelaar of een fitting met een koordje eraan werkt hetzelfde, alleen zit de schakelaar dan in het armatuur zelf.
Bij een keuzetrekschakelaar schakel je met opeenvolgende rukjes langs meerdere standen, bijvoorbeeld eerst twee lampen, dan één, dan uit. In een bijkeuken zie je vaak twee koorden naast elkaar, een aparte schakelaar voor was en droog, en dan is het slim om de koorden verschillend te knopen zodat je ze in het donker uit elkaar houdt.
Het trektouw zelf is het onderdeel dat het vaakst kapotgaat. Het binnenwerk bestaat uit een langwerpig kapje, een deel met twee pennetjes en een deel met een veertje dat bij elke ruk afwisselend links en rechts inklikt. Het kapje laat zich alleen loswippen als je precies in de naad zit, en daar breekt bij veel merken net het lipje af.
Er past bij sommige types alleen een heel dun koord van ongeveer een millimeter, en dat is meteen de zwakke plek. Wij hebben er een nieuw dun draadje in geprutst dat een paar maanden later weer brak, en pas na overstappen op een merk waar een dikker koord in past was het klaar. Wat je verder aan reparatie kunt doen en wanneer vervangen sneller is, staat bij het trekkoord van een trekschakelaar vervangen.
Een wasmachine die op een trekschakelaar hangt, hoort er vast op aangesloten te zitten. Een contrastekker aan het uiteinde is geen goede oplossing, want daarmee maak je in een natte ruimte een aansluitpunt waar iemand ook een föhn of een scheerapparaat in kan steken. In veel oudere woningen loopt die trekschakelaargroep buiten de aardlekschakelaar om, en dan is een groep die niet achter de aardlekschakelaar zit het eerste dat je wilt laten aanpassen.
Buitenverlichting automatisch laten schakelen
Voor buitenlampen zijn er drie manieren om het licht zelf te laten schakelen: op licht met een schemerschakelaar, op tijd met een schakelklok, en op beweging met een melder. Ze zijn te combineren, en dan bepaalt de volgorde in de kabel wat er gebeurt. De schemerschakelaar vóór de klok betekent bijvoorbeeld dat de klok alleen kan schakelen als het al donker is.
| Wat je wilt | Wat je daarvoor plaatst | Waar je op moet letten |
|---|---|---|
| Aan bij schemer, uit bij daglicht | Schemerschakelaar met losse of ingebouwde sensor | Sensor niet onder of naast de lamp monteren, anders schakelt hij zichzelf uit |
| Aan bij schemer, uit om een vast tijdstip | Schemerschakelaar in serie vóór een schakelklok | Inschakeltijd van de klok vroeg zetten, bijvoorbeeld 16:30 |
| Altijd op het juiste moment zonder bijstellen | Astroklok | Rekent met zonsopkomst en zonsondergang, dus geen seizoenscorrectie meer nodig |
| Twee groepen apart schakelen | Tweekanaals schakelklok | Bij een type met aparte relaisingangen voed je die vanaf de schemerschakelaar |
| Alleen aan als er iemand loopt | Bewegingsmelder met eigen schemerinstelling | Nalooptijd en gevoeligheid staan af fabriek vaak veel te ruim |
| Bewegingsmelder plus de mogelijkheid om alles aan te laten | Wisselschakelaar als overbrugging naast de melder | De extra schakelaar staat parallel aan fase en schakeldraad |
| Bediening op afstand zonder nieuwe kabel | Slimme module achter de bestaande schakelaar of een tussenstekker met tijdfunctie | De module heeft een nuldraad nodig in de schakelaardoos |
| Schakelen op vochtigheid of temperatuur | Hygrostaat of een temperatuurschakelaar met voeler | De voeler hoort in de ruimte zelf, niet in het kanaal vlak bij de ventilator |
Rolluik, jaloezie en zonwering op een schakelaar
Een jaloezieschakelaar is de enige schakelaar in huis die iets mag wat de rest niet mag: hij weigert twee standen tegelijk. Dat is geen luxe maar een noodzaak, want een buismotor die tegelijk het signaal omhoog en omlaag krijgt, draait niet maar brandt door. In de schakelaar zit daarom een mechanische vergrendeling tussen de twee wippen.
Bij het vervangen van een oude opbouwschakelaar door een moderne inbouwuitvoering loop je vrijwel altijd tegen hetzelfde aan: de oude had vijf klemmen, de nieuwe heeft er drie. Dat is geen fout in het product. De oude schakelaar had extra klemmen om de nul en de aarde door te lussen, en de nieuwe verwacht dat je dat naast de schakelaar doet.
De aanpak is dan als volgt. De twee blauwe draden gaan samen op een lasklem die geschikt is voor soepele draad, de twee groen-gele draden ook. De bruine draad van de voedende kant komt op L, en de twee draden die naar de motor lopen komen op de klemmen met de pijltjes.
Welke motordraad op welk pijltje moet, is niet uit de kleur af te leiden en verschilt per motor. Sluit hem aan, test, en wissel de twee draden om als omhoog en omlaag verwisseld zijn. Wat je niet mag doen is beide motordraden op één pijltjesklem zetten of de fase op een motorklem, want dan stuur je de motor beide kanten tegelijk op.
Het aansluitschema van een rolluikschakelaar geldt precies zo voor een screen, een zonnescherm of een sleutelschakelaar buiten, alleen zit er bij een buitenopstelling een spatwaterdichte kap omheen. Bij een Somfy-motor met ingebouwde eindafstelling is het aansluitschema hetzelfde, maar stel je de eindstanden af met de knoppen op de motorkop en niet met de schakelaar. Een buitenschakelaar aansluiten gaat verder hetzelfde als binnen, alleen voer je de kabel altijd van onderaf door een wartel in de doos, zodat er geen water langs de mantel naar binnen loopt.
Loopt de kabel door de tuin, gebruik dan grondkabel en breng die met een trekontlasting binnen. Welke kabel en welke aderdikte daarbij hoort, zoek je op in de draad- en kabelkiezer per situatie.
| Klemmarkering | Wat het betekent | Welke draad hier hoort |
|---|---|---|
| L | Fase-ingang | De bruine draad van de voedende kabel |
| N | Nul, alleen bij schakelaars met eigen elektronica | De blauwe draad, anders via een lasklem ernaast |
| Pijl omhoog en pijl omlaag | De twee draairichtingen van de motor | De twee aders naar de buismotor, omwisselbaar bij verkeerde richting |
| S1 en S2 | Zelfde functie als de pijltjes bij andere merken | De twee motoraders |
| 1 en 2 met een streep ertussen | Uitgangen van een serie- of dubbele schakelaar | Twee zwarte schakeldraden naar twee lichtpunten |
| RT, SW, BL | Rood, zwart en blauw bij een schakelaar met controlelampje | Fase op de aangegeven klem, schakeldraad en nul op de andere twee |
| A1 en A2 | De spoelklemmen van een magneetschakelaar of impulsrelais | De stuurdraden vanaf de drukker of de klok, niet het vermogen |
| P of een enkele stip | Gemeenschappelijke ingang | De bruine fase, ook bij wissel- en serieschakelaars |
Ventilatie, kastverlichting en een schakelaar met controlelampje
Naast de gewone lichtschakelaars zit er in een huis een handjevol schakelaars dat iets anders doet. De driestandenschakelaar van de mechanische ventilatie, de kastschakelaar die reageert op een deur, en de schakelaar met een lampje in de wip. Alle drie hebben ze een eigen valkuil, en die zit steeds in de nuldraad of in de volgorde van de bedrading.
Hoofdschakelaar, werkschakelaar en krachtstroom
De hoofdschakelaar in de meterkast heeft één taak: de hele installatie in één beweging spanningsloos maken. Hij beveiligt niets, dus hij springt ook niet vanzelf uit. Als er in jouw kast iets naar beneden klapt, kijk dan of dat niet de aardlekschakelaar of een automaat is, want die twee worden vaak voor de hoofdschakelaar aangezien.
In oudere kasten zit vaak nog een Holec-hoofdschakelaar, in nieuwere kasten meestal een 3 fase hoofdschakelaar van Hager of ABB op DIN-rail. De maat van de hoofdschakelaar volgt de aansluiting.
Bij een gewone eenfase-aansluiting hangt er een tweepolige, bij drie fasen een vierpolige die de drie fasen en de nul samen onderbreekt. Bij 3x25 ampère is een vierpolige van 40 ampère voldoende, maar in de praktijk wordt vrijwel altijd een 63A hoofdschakelaar geplaatst omdat het prijsverschil klein is en een verzwaring dan geen nieuwe schakelaar kost.
Een vierpolige schakelaar op een eenfase-installatie zetten mag gewoon. Je gebruikt dan één fasepool en de nulpool en laat de andere twee polen leeg.
Andersom, een drie fasen aansluiting op een tweepolige schakelaar, kan uiteraard niet. Wat er verder aan omschakelen en verzwaren komt kijken, staat bij de hoofdschakelaar in de meterkast en zijn maatvoering.
Overspanningsbeveiliging hoort direct achter de hoofdschakelaar, aan het begin van de installatie. Zit hij ervoor, dan kun je hem nooit spanningsloos maken zonder de hoofdzekering te trekken, en dat is werk voor de netbeheerder. Hoeveel groepen en welke aansluitwaarde bij jouw huis passen, reken je door met de groepencalculator voor je meterkast.
| Aansluiting of situatie | Wat er hoort te hangen | Waar je op let |
|---|---|---|
| 1x25 A, gewone eenfase-aansluiting | Tweepolige hoofdschakelaar 40 A | Nul en fase samen onderbreken, niet alleen de fase |
| 1x35 A of 1x40 A | Tweepolige hoofdschakelaar 63 A | Controleer de klemmen op 10 mm2 aansluitdraad |
| 3x25 A, drie fasen | Vierpolige hoofdschakelaar 40 A, in de praktijk 63 A | Vierpolig, dus de nul gaat mee |
| 3x35 A of zwaarder | Vierpolige hoofdschakelaar 63 A of 80 A | Kastruimte en kamrails nakijken voordat je bestelt |
| Alleen één groep afschakelen | Groepsschakelaar of aardlekautomaat per groep | Handig bij een groep die je vaak uitzet, zoals de boiler |
| Zonnepanelen | Werkschakelaar bij de omvormer aan de wisselstroomzijde | Zonder die schakelaar kun je de omvormer niet veilig loskoppelen |
| Machine of ventilatiebox | Werkschakelaar twee-, drie- of vierpolig naast het toestel | Moet zichtbaar zijn vanaf de plek waar je werkt |
| Krachtstroom 400 volt | Vier- of zespolige werkschakelaar, 16, 32 of 63 A | Alle fasen en de nul in één beweging, aarde loopt door |
| Perilexaansluiting | Schakelaar vóór de contactdoos, niet in de stekker | Een perilexstekker met schakelaar is geen vervanging voor een werkschakelaar |
| Nullastschakelaar | Alleen bedienen als er geen belasting op staat | Schakel eerst de machine uit, dan pas deze schakelaar |
Merken, inbouwmaten en de hoogte waarop een schakelaar hoort
De gangbare Nederlandse schakelaars passen allemaal in dezelfde inbouwdoos, dus je kunt merken door elkaar gebruiken. Wat niet uitwisselbaar is, is de afdekplaat: een centraalplaat van het ene merk klikt niet op het sokkel van het andere. Wil je één stijl in huis, kies dan één serie en houd die aan.
Het aansluiten verschilt alleen in het soort klem. Bij de series die installateurs het meest gebruiken werk je met steekklemmen waar je de gestripte ader recht in duwt, en de volgorde daarvan staat bij een Gira-schakelaar op zijn steekklemmen aansluiten.
Merken met steekklemmen vragen om een stugge ader en een striplengte van ongeveer negen millimeter, de precieze maat staat op de achterkant van het sokkel afgedrukt. Schroefklemmen kunnen soepele draad beter aan. Strip je te lang, dan steekt er blank koper buiten de klem uit en dat is bij een volle doos vragen om kortsluiting.
Bij het demonteren van een bestaande schakelaar zoek je de sleuf onder of naast de wip. Daar zet je een smalle platte schroevendraaier in en dan wipt de knop eraf, waarna de afdekplaat en het sokkel zichtbaar worden. Bij een dimmer druk of trek je de draaiknop er meestal recht af voordat de plaat losgaat, en dat is bij alle inbouwdimmers ongeveer hetzelfde.
Naast inbouwdimmers bestaan er snoerdimmers en vloerdimmers, zoals de bekende ronde vloerdimmer van Relco die je met je voet bedient. Hoe je een dimmer bedraadt en welke belasting hij aankan, staat bij een dimmer aansluiten op ledverlichting.
Voor de plaatsing is er in Nederland een gewoonte die je overal terugziet: schakelaars op ongeveer 105 centimeter boven de vloer, stopcontacten op 30 centimeter. Het Bouwbesluit vraagt voor bedieningsvoorzieningen een hoogte tussen ongeveer 90 en 120 centimeter, dus 105 zit precies in het midden. Alle gangbare maten staan bij elkaar in de tabel met standaardmaten voor schakelaars en stopcontacten.
Bevestiging gaat met schroeven of met spreidklauwen. Zit er een moderne doos met schroefgaten in de muur, gebruik dan altijd de schroeven, want klauwen vreten zich in de doos en de schakelaar gaat na een paar jaar wiebelen. Klauwen zijn bedoeld voor oude dozen zonder schroefdraad, en dan draai je ze net zo ver aan dat de plaat vlak tegen de wand komt.
| Merk of serie | Waar je hem tegenkomt | Bijzonderheid bij monteren of aansluiten |
|---|---|---|
| Gira Standaard 55 en E2 | Nieuwbouw en renovatie, veel gebruikt door installateurs | Steekklemmen, wip laat zich met een platte schroevendraaier in de onderste sleuf lossen |
| Jung AS 500 en LS 990 | Strak vormgegeven interieurs | Sokkel en afdekraam los te bestellen, klemmen zijn schroefloos |
| Busch-Jaeger Balance SI en Reflex SI | Veel toegepast in appartementen | Dimmerknop wordt er los op gedrukt, plaat pas daarna eraf |
| Berker S.1 en Q.1 | Zichtbaar bij rolluik- en jaloeziemodules | Jaloezieversie heeft drie klemmen, nul en aarde met een lasklem doorverbinden |
| Peha en Merten System M | Oudere Nederlandse woningen en renovaties | Klemmenblok soms met Duitse markering zoals SW en BL |
| Roth Lange | Ouder Nederlands werk en opbouwmateriaal uit de groothandel | Aansluiten op de markering P en het pijltje, bij schroefklemmen een haakje in de ader buigen |
| Schneider Merten Argus | Schemerschakelaars en sensoren | Schuifje op het deksel bepaalt hoeveel licht de sensor ziet |
| Kopp Paris en Q-Link | Bouwmarkt en verhuurpanden | Prijsvriendelijk, klemmen zijn krapper bij 2,5 mm2 draad |
| Wintop en de eigen series van bouwmarkten zoals OK en Everest | Zelfbouw en snelle vervanging | Afdekramen zijn niet uitwisselbaar met de A-merken |
| Legrand | Schakelklokken en modulaire componenten in de meterkast | Op DIN-rail, dus niet in een inbouwdoos |
| Opbouwmateriaal, platte uitvoering | Schuur, garage, kelder | Vlakke opbouwschakelaar bouwt maar iets meer dan een centimeter op |
| Spatwaterdichte opbouw met klapdeksel | Tuin, carport, buitenmuur | IP44 met een wartel naar onderen, kabel altijd van onderaf invoeren |
Schakelaars en groepen die het niet doen
Voordat je gaat vervangen, zoek je eerst waar het probleem zit. Een lamp die niet aangaat, kan aan de lamp liggen, aan de schakelaar, aan de bedrading of aan de groep, en die vier zijn met een tweepolige spanningszoeker snel uit elkaar te houden. Meet altijd tussen fase en nul, want een fasetester met een lampje in de steel reageert ook op restspanning uit een naastliggende kabel.
Dat laatste verklaart de klassieke vraag waarom er nog spanning staat terwijl de schakelaar uit is. In een kabelgoot waar meerdere leidingen naast elkaar lopen, koppelt er via de isolatie een klein beetje spanning over, en dat is genoeg voor een fasetester. Een tweepolige meter belast het punt en laat dan zien dat er niets echt op staat.
Staat er wel spanning op de draad die naar de lamp gaat terwijl de schakelaar uit is, dan zit de schakelaar in de nul in plaats van in de fase. Dat is een fout die vroeger vaker gemaakt werd. Het licht werkt, maar bij het vervangen van een lamp staat de fitting nog onder spanning en dat wil je niet.
Een aardlekschakelaar die niet omhoog blijft, heeft altijd een oorzaak in de installatie en zelden in de schakelaar zelf. Vaak is het een lekstroom door vocht in een buitenlamp, een boiler of een oude wasmachine. De aanpak om die groep voor groep te vinden staat bij een aardlekschakelaar die er telkens uit valt.
| Wat je ziet | Waarschijnlijke oorzaak | Wat je doet |
|---|---|---|
| Alle schakelaars staan omhoog maar er is nergens stroom | Hoofdzekering doorgebrand of een storing bij de netbeheerder | Kijk of de buren ook zonder zitten en bel het storingsnummer van de netbeheerder |
| Eén fase is weg, sommige groepen doen het wel | Uitgevallen fase in de aansluiting | Zelf niets aan doen, dit zit vóór de meter |
| De elektriciteit valt uit terwijl de hoofdschakelaar gewoon aan staat | Een hoofdschakelaar beveiligt niets en klapt nooit vanzelf uit | Kijk eerst bij de aardlekschakelaar en de automaten, daarna pas bij de hoofdzekering en de netbeheerder |
| De hoofdschakelaar gaat niet omhoog | Het is geen hoofdschakelaar maar de aardlekschakelaar | Zet alle groepen uit, schakel de aardlek in en schakel de groepen één voor één bij |
| De aardlekschakelaar springt meteen terug | Lekstroom, meestal vocht of een defect apparaat | Groep voor groep uitsluiten, dan apparaat voor apparaat |
| Automaat klapt eruit bij het inschakelen van het licht | Nul op een schakelklem, of kortsluiting in het armatuur | Controleer of blauw echt buiten de schakelaar om loopt |
| Schakelaar klikt wel maar de lamp blijft uit | Schakeldraad los in de lasdoos, of een doorgebrande lamp | Meet de spanning op de zwarte draad bij het armatuur |
| Schakelaar staat uit maar de fasetester licht op | Capacitieve overkoppeling uit een naastliggende kabel | Meet na met een tweepolige spanningszoeker |
| Schakelaar wordt warm of knettert bij het bedienen | Slechte klemverbinding of te zware belasting | Spanning eraf, klem nakijken en de schakelaar vervangen |
| Trekschakelaar klikt maar schakelt niet meer | Versleten binnenwerk, het veertje pakt niet meer | Vervangen, het binnenwerk is los niet leverbaar |
| Draadloze schakelaar reageert niet meer | Batterij leeg of de koppeling met de ontvanger is verlopen | Batterij vervangen en opnieuw koppelen volgens de handleiding |
| Touchschakelaar reageert grillig | Geen nuldraad in de doos of te weinig belasting op de uitgang | Nul bijtrekken of een belastingsweerstand plaatsen |
Drukknoppen die geen lichtschakelaar zijn
Niet elke drukknop in huis schakelt stroom. De bedieningsplaat op een inbouwreservoir, de drukknop in een douchekraan en de knop op een zelfsluitende wastafelkraan zijn mechanische bedieningen, en die worden vaak in één adem met schakelaars genoemd. Ze delen wel dezelfde klacht: de knop blijft hangen of komt niet meer terug.
Bij een wc-bedieningsplaat zit het probleem bijna altijd in de drukstiften achter de plaat. Die stiften zijn in lengte verstelbaar en drukken op de spoelklep in het reservoir. Staan ze te lang afgesteld, dan blijft de klep open staan en blijft het toilet doorlopen, en staat er te veel speling, dan spoelt hij pas na twee keer drukken.
De plaat eraf halen verschilt per merk. Een Wisa-drukknop uit een opbouwstortbak zit vaak met schroefjes onder de knoppen vast, terwijl je bij een Sphinx-, Grohe- of Grohedal-bedieningsplaat de plaat losklikt of een kwartslag draait. Bij Plieger, Ben en Villeroy en Boch werkt het meestal ook met klemhaken aan de onderzijde.
Bij de meeste inbouwreservoirs klik je de plaat er aan de onderkant af of draai je hem een kwartslag los, en bij oudere opbouwmodellen zitten er schroefjes onder de knoppen. Een Grohe-drukknop voor de wc installeer je door eerst het montageframe in de sparing te klikken en pas daarna de plaat erop te drukken, anders staan de stiften scheef. Werk voorzichtig, want de haakjes van een kunststof plaat breken makkelijk en een losse plaat is vaak duurder dan het hele binnenwerk.
De omstelling in een inbouwdouchesysteem, bij Grohe bekend als de aquadimmer, is een cartouche met een keramische schijf die je met de knop verdraait. Gaat hij zwaar of blijft hij hangen, dan zit er kalk tussen de schijven. Uitnemen, een nacht in verdund citroenzuur leggen en opnieuw invetten met siliconenvet lost dat meestal op, en anders vervang je de cartouche.
| Waar het om gaat | Hoe je erbij komt | Wat er meestal aan de hand is |
|---|---|---|
| Bedieningsplaat op een inbouwreservoir | Plaat aan de onderzijde losklikken of een kwartslag draaien | Drukstiften verkeerd op lengte afgesteld, waardoor de knop blijft hangen |
| Oudere opbouwstortbak | Schroefjes onder of naast de knoppen | Versleten membraan of een verbogen hefboom onder de knop |
| Dubbele spoelknop, groot en klein volume | Zelfde plaat, twee stiften | De kleine spoeling werkt niet meer omdat één stift te kort staat |
| Urinoirdrukknop | Meestal een ring die je met een sleutel losdraait | Vuil in het ventiel, en soms een te lage waterdruk |
| Zelfsluitende drukknopkraan | Bovenbouw eruit draaien met een kraansleutel | Looptijd is met een stelschroef in de bovenbouw in te stellen |
| Drukknop in een douchepaneel | Rozet losdraaien, dan de cartouche uitnemen | Kalkaanslag tussen de keramische schijven |
| Omstelling of aquadimmer in een inbouwdouchesysteem | Knop eraf, borgring los, cartouche uittrekken | Zwaar draaien door kalk, na ontkalken opnieuw invetten |
| Badstop of clickwaste | Bovenkap losdraaien tegen de klok in | De veer in de plug is verzwakt of er zit haar omheen gewikkeld |
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Welke kleur draad hoort waar op een schakelaar?
De bruine draad is de fase en gaat op de klem met L of P. De zwarte draad is de schakeldraad en gaat op de uitgang naar de lamp. De blauwe nul en de groen-gele aarde komen niet op de schakelaar maar lopen er rechtstreeks langs naar het armatuur.
Ligt er een vieraderige kabel, dan is de grijze ader meestal een tweede schakeldraad. In woningen van voor de huidige kleurafspraak liggen er wit, rood en grijs door elkaar, en dan meet je met een tweepolige spanningszoeker welke draad de fase is voordat je iets aansluit.
Hoe sluit ik een schakelaar aan als er maar twee draden uit de muur komen?
Dat is de normale situatie in een woning met een centraaldoos in het plafond. De bruine fase komt binnen op L of P, de zwarte schakeldraad gaat er als uitgang weer uit, en de nul en de aarde liggen al bij het lichtpunt. Zijn beide draden dezelfde kleur, meet dan welke er spanning op staat met de schakelaar eruit: dat is de fase.
De andere is de schakeldraad. Zit er per ongeluk een blauwe draad bij, controleer dan of iemand die eerder als schakeldraad heeft gebruikt en markeer hem met een stukje tape.
Wat is het verschil tussen een serieschakelaar en een dubbele schakelaar?
Een serieschakelaar heeft één gezamenlijke ingang en twee uitgangen, dus beide wippen worden vanuit dezelfde fase gevoed. Die gebruik je voor twee lampen in één armatuur of voor twee rijen spots aan hetzelfde plafond. Meerdere spotjes aansluiten op een schakelaar doe je door ze parallel te zetten: elk spotje krijgt de zwarte schakeldraad en de blauwe nul, en je telt het vermogen bij elkaar op om te zien of de schakelaar het aankan.
Een dubbele schakelaar heeft twee volledig gescheiden schakelaars in één plaat, dus die kan twee lichtpunten van verschillende groepen bedienen. Wil je die twee toch van dezelfde fase voeden, dan leg je een korte brugdraad tussen de ingangsklemmen. Beide varianten en hun schema staan bij de serieschakelaar met een gedeelde ingang.
Hoe maak ik een kruisschakeling met 3 schakelaars?
Je hebt twee wisselschakelaars nodig aan de uiteinden en één kruisschakelaar daartussen. De fase komt binnen op de gemeenschappelijke klem van de eerste wisselschakelaar, en vanaf de twee wisselcontacten lopen twee aders naar de ingangszijde van de kruisschakelaar. Aan de uitgangszijde van de kruisschakelaar gaan weer twee aders naar de wisselcontacten van de tweede wisselschakelaar, en vanaf de gemeenschappelijke klem daarvan loopt de zwarte schakeldraad naar de lamp. Voor een vierde bedienplek zet je er nog een kruisschakelaar tussen, met opnieuw twee aders per traject.
Is een hotelschakeling hetzelfde als een wisselschakeling?
Ja, dat zijn twee namen voor dezelfde schakeling met twee wisselschakelaars, waarmee je een lamp vanaf twee plekken bedient. De naam komt uit hotels, waar het licht bij de deur en bij het bed te bedienen is. Sommige mensen bedoelen met een hotelschakeling met drie schakelaars eigenlijk een kruisschakeling, want vanaf drie plekken heb je er een kruisschakelaar bij nodig. Het volledige schema en de klemverdeling vind je bij de hotelschakelaar en zijn klemmen.
Hoe sluit ik een schemerschakelaar aan op een buitenlamp?
Zet eerst bruin, blauw en groen-geel van de voedende kabel op lasklemmen. De blauwe en de groen-gele draad van de kabel naar de buitenlamp gaan meteen op diezelfde lasklemmen, want die twee horen niet door het apparaat heen. Maak vervolgens vanuit de bruine lasklem een brugje naar L en vanuit de blauwe een brugje naar N.
De draad die naar de lamp gaat, komt op de uitgangsklem die vaak alleen met een pijl gemerkt is. Hangt er nog een gewone wandschakelaar voor, dan komt de fase daar als zwarte draad binnen, en dat is verwarrend maar niet fout.
Waarom gaan mijn buitenlampen overdag niet uit?
Kijk eerst of er een schuifje op het deksel van de schemerschakelaar zit dat het lichtvenster afdekt. Staat dat dicht, dan meet het apparaat permanent nacht en blijft de lamp branden. Verder komt het voor dat de sensor te dicht bij de lamp hangt of te veel kunstlicht van de straat vangt, waardoor hij blijft twijfelen. Blijft het licht branden terwijl de sensor zeker genoeg daglicht ziet, neem dan de zwarte schakeldraad los: gaan de lampen dan uit, dan zit de fout in de schakelaar of de instelling, blijven ze branden, dan is er ergens in een lasdoos een overbrugging gemaakt.
Hoe werkt een tijdschakelaar met pinnetjes?
De draaischijf van een mechanische schakelklok is verdeeld in tijdvakken van vijftien of dertig minuten, en elk pinnetje hoort bij één zo'n vak. De pinnetjes die je naar buiten drukt, zijn de periodes waarin de klok inschakelt. Bij een uitvoering met twee soorten pinnetjes markeert de ene kleur het aanzetten en de andere het uitzetten.
De schijf zet je bij het monteren met de hand op de huidige tijd, want zo'n klok stelt zichzelf niet in en hij loopt na een stroomstoring gewoon achter. Voor buitenverlichting is een astroklok comfortabeler, want die rekent zelf met zonsopkomst en zonsondergang.
Kan ik een schemerschakelaar en een tijdklok combineren?
Dat kan en het is de gebruikelijke manier om buitenverlichting bij schemer aan en op een vast tijdstip weer uit te laten gaan. Je zet de schemerschakelaar vóór de klok, zodat de klok pas iets kan doen als het al donker is. De inschakeltijd van de klok zet je dan vroeg, bijvoorbeeld op 16:30, zodat de lampen in de winter via de klok aangaan en in de zomer pas als de schemerschakelaar overgaat. Heeft je klok twee kanalen met aparte relaisingangen, voed die ingangen dan allebei vanaf de uitgang van de schemerschakelaar, dan heb je geen extra relais nodig.
Hoe sluit ik een jaloezieschakelaar of rolluikschakelaar aan?
De bruine draad van de voedende kabel gaat op L. De twee aders die naar de buismotor lopen komen elk op een van de klemmen met de pijltjes. De blauwe nullen en de groen-gele aarden van beide kabels verbind je met een lasklem naast de schakelaar door, want een moderne inbouwuitvoering heeft daar geen klem meer voor.
Klopt de draairichting niet, dan wissel je de twee motoraders om. Zet ze nooit samen op één klem en zet de fase nooit op een motorklem, want dan krijgt de motor beide richtingen tegelijk.
Hoe sluit ik een schakelaar met controlelampje aan zonder nuldraad?
Zonder nul kun je alleen de oriëntatievariant maken, waarbij het lampje brandt als de schakelaar uit staat. Bij een klemmenblok met de aanduidingen RT, SW en BL zet je daarvoor de bruine fase op SW, de zwarte schakeldraad op RT en leg je een korte brug tussen RT en N. Wil je juist signalering, dus een lampje dat brandt terwijl het licht aan is, dan heb je wel een nul nodig en die moet uit dezelfde groep komen.
Een nul van een andere groep laat de aardlekschakelaar uitvallen. Bij ledlampen kan de oriëntatievariant er bovendien voor zorgen dat de lamp zachtjes nagloeit.
Hoe krijg ik een bewegingsmelder die ik ook kan overbruggen?
Gebruik een wisselschakelaar met de bruine fase op de gemeenschappelijke klem. Op het ene wisselcontact zet je een zwarte draad die rechtstreeks naar de verlichting loopt, op het andere wisselcontact een zwarte draad die via de bewegingsmelder naar dezelfde verlichting gaat. In de ene stand schakelt de melder, in de andere brandt het licht continu.
Er komt daarbij spanning te staan op de uitgang van de melder, maar daar gaat een modern exemplaar niet van kapot omdat de uitgang met een relaiscontact is uitgevoerd. Wil je helemaal geen kabel trekken, dan kan een draadloze melder met een ontvangermodule achter de bestaande schakelaar.
Hoe vervang ik het touwtje van een trekschakelaar?
Haal eerst de spanning eraf en neem de kap van de schakelaar. Onder het langwerpige kapje zitten twee deeltjes: een groter deel met twee pennetjes en een kleiner deel met een veertje dat bij elke ruk afwisselend links en rechts inklikt. Het koord loopt daar tussendoor en om de pennetjes heen.
Bij veel typen past er alleen een koord van ongeveer een millimeter dik, en juist dat breekt na verloop van tijd opnieuw. Breekt er iets van het middelste deel af, dan is repareren geen optie meer, en dan is een nieuwe schakelaar van een merk met een ruimer koordgat de betere keuze.
Mag ik een trekschakelaar vervangen door een gewone schakelaar?
Dat hangt af van de plek. Rond bad en douche gelden zones waarin een gewone wandschakelaar en een contactdoos niet zijn toegestaan, en daar is een trekschakelaar juist de oplossing omdat je met natte handen alleen een koord aanraakt. Zit de schakelaar buiten die zones, bijvoorbeeld naast de deur van een ruime badkamer, dan mag een wandschakelaar wel. Zit hij boven de wasmachine binnen de zone, laat hem dan zitten en sluit de machine vast aan in plaats van met een contrastekker.
Welke hoofdschakelaar hoort bij 3x25A?
Bij een aansluiting van 3x25 ampère hoort een vierpolige hoofdschakelaar, dus drie fasen plus de nul. Qua stroomsterkte volstaat 40 ampère, maar in de praktijk wordt bijna altijd 63 ampère geplaatst omdat het prijsverschil klein is en je bij een latere verzwaring geen nieuwe schakelaar nodig hebt. Let op dat een hoofdschakelaar niets beveiligt: hij maakt alleen alles in één keer spanningsloos. Het vervangen ervan betekent dat de hoofdzekering eruit moet, en die is verzegeld, dus dat is werk voor iemand met zegelrecht.
Mijn hoofdschakelaar gaat niet omhoog, wat nu?
Een echte hoofdschakelaar heeft geen uitschakelmechanisme, dus als er iets terugveert is dat vrijwel altijd de aardlekschakelaar. Zet alle groepen uit, schakel de aardlek in en schakel daarna de groepen één voor één bij tot hij weer valt: die laatste groep bevat het probleem. Blijft hij ook zonder groepen vallen, dan zit de lekstroom in de bedrading vóór de groepen of is de aardlekschakelaar zelf defect. Blijft de schakelaar wel staan maar is er nergens stroom, dan is de hoofdzekering doorgebrand of is er een storing in het net, en dan bel je de netbeheerder.
Waarom staat er nog spanning op als de schakelaar uit staat?
Meestal is dat schijn. Een fasetester met een lampje in de steel reageert al op een paar volt die via de isolatie overkoppelt van een kabel die er vlak naast ligt. Meet na met een tweepolige spanningszoeker die het punt belast, en dan blijkt er niets echt op te staan.
Meet je met dat instrument wel spanning, dan zit de schakelaar in de nuldraad in plaats van in de fase. Dat komt in oud werk voor, en het is de moeite waard om te herstellen, want anders staat de fitting nog onder spanning terwijl je een lamp verwisselt.
Op welke hoogte hoort een lichtschakelaar?
In Nederland is 105 centimeter boven de vloer de gangbare hoogte voor een lichtschakelaar, gemeten tot het hart van de schakelaar. Stopcontacten in de woonruimte zitten meestal op 30 centimeter, boven een aanrecht op ongeveer 115 centimeter. Het Bouwbesluit stelt voor bedieningsvoorzieningen een bereik tussen ongeveer 90 en 120 centimeter, dus 105 valt daar netjes binnen en is ook voor iemand in een rolstoel te bedienen. Komen er meerdere schakelaars naast elkaar, houd dan 71 millimeter hart op hart aan tussen de inbouwdozen.
Hoe sluit ik een werkschakelaar voor krachtstroom aan?
Krachtstroom wordt in de volksmond nog vaak 380 volt genoemd terwijl het tegenwoordig 400 volt is, dus een schakelaar voor 380 volt en een schakelaar voor 400 volt zijn hetzelfde ding. Bij 400 volt neem je een vier- of zespolige werkschakelaar, zodat de drie fasen en de nul in één beweging worden onderbroken. De aarde loopt er ononderbroken doorheen en gaat dus niet over een schakelpool.
De ingaande kabel komt op de bovenste klemmenrij, de kabel naar de machine op de onderste, en de schakelaar hoort zichtbaar te hangen vanaf de plek waar iemand aan de machine werkt. Bij een omvormer voor zonnepanelen komt de werkschakelaar aan de wisselstroomzijde, zodat je het toestel kunt afkoppelen zonder de hele groep uit te zetten.
Kan ik een 4-polige schakelaar gebruiken op één fase?
Dat kan zonder bezwaar. Je gebruikt één fasepool en de nulpool en laat de overige twee polen leeg. Dat is een gebruikelijke tussenoplossing als je nu nog eenfase hebt maar binnenkort verzwaart naar drie fasen, want dan hoef je de schakelaar niet opnieuw te vervangen.
Andersom werkt het niet: drie fasen op een tweepolige schakelaar kan niet, want er blijven dan fasen onder spanning staan als je hem uitzet. Let er bij het uitzoeken op dat de klemmen groot genoeg zijn voor de aansluitdraad die je gebruikt.
Hoe stel ik de drukschakelaar van een compressor af?
Onder de kap van de drukschakelaar zitten twee schroeven. De grote schroef stelt de uitschakeldruk in, de kleine bepaalt het verschil waarbij hij weer inschakelt. Draai er hooguit een halve slag per keer aan, laat de compressor telkens een cyclus draaien en lees de manometer af.
Het korte sisje na het uitschakelen is het ontlastventiel dat de leiding tussen pomp en ketel leegblaast, en dat hoort erbij. Blijft het sissen doorgaan, dan lekt de terugslagklep in de ketel. Bij een 400 volt uitvoering stel je de thermische beveiliging in op de nominale stroom die op het motorplaatje staat.
Kan ik een slimme module achter mijn bestaande schakelaar zetten?
Dat kan, en het is de gebruikelijke manier om een lamp slim te maken zonder nieuwe kabels. De module heeft in de meeste gevallen een nuldraad in de schakelaardoos nodig, en juist die ontbreekt vaak in Nederlandse woningen omdat de nul bij het lichtpunt ligt. Zit er geen nul, dan blijft de module in de centraaldoos bij het armatuur de betere plek. Bij een module als de Shelly 1 aansluiten zonder schakelaar is geen probleem: de schakelingang mag onbedraad blijven als je alleen via de app bedient, maar wil je de wandschakelaar houden, kies dan in de instellingen voor bediening met een puls in plaats van vast aan of uit, en zet er een pulsdrukker op.
Waarom blijft de drukknop van mijn toilet hangen?
Achter de bedieningsplaat zitten drukstiften die op de spoelklep in het reservoir duwen, en die zijn in lengte verstelbaar. Staan ze te lang afgesteld, dan duwt de knop de klep permanent open en blijft het water lopen. Haal de plaat eraf, meestal door hem aan de onderzijde los te klikken of een kwartslag te draaien, en draai de stiften een slag korter.
Zit er speling en spoelt hij pas na twee keer drukken, dan draai je ze juist iets langer. Neem bij vervanging de oude plaat mee naar de winkel, want fabrikanten hebben onder dezelfde naam verschillende maten gebruikt.
Hoe sluit ik een ledstrip op een schakelaar aan?
Een ledstrip werkt op 12 of 24 volt gelijkspanning en hangt achter een driver. De schakelaar zet je aan de 230 volt kant vóór die driver, precies zoals bij een gewone lamp: bruin de schakelaar in, zwart eruit naar de driver, blauw en groen-geel er langs. Zo schakel je de driver mee uit en staat er in ruststand niets meer op.
Schakelen aan de lage kant mag ook, maar dan heb je een schakelaar nodig die voor gelijkspanning is opgegeven en zie je bij een lange strip spanningsverlies. Dimmen kan alleen met een driver die als dimbaar op de verpakking staat, samen met het bijbehorende type dimmer, en dat lees je na bij het aansluiten van een dimmer op ledverlichting.
Kan ik een elektrische boiler op een tijdschakelaar zetten?
Dat kan, en bij een grote voorraadboiler valt er iets te besparen door hem alleen buiten de piekuren op te laten warmen. Zit het toestel op een gewone 230 volt groep, dan neem je een inbouw- of railklok in de meterkast die de hele groep schakelt. Een tussenstekker met een klok erin is voor een boiler te licht.
Bij een kleine keukenboiler, bijvoorbeeld een close-in van Inventum, valt de winst tegen. Zo'n toestel houdt maar een paar liter warm en verliest per etmaal weinig warmte, terwijl je 's ochtends wel op warm water staat te wachten. Werkt het toestel op krachtstroom, dan schakelt de klok niet zelf maar stuurt hij een magneetschakelaar aan.
Hoeveel ampere moet een hoofdschakelaar zijn, 40A of 63A?
De hoofdschakelaar moet minstens zoveel ampere kunnen doorlaten als je aansluiting levert. Bij 1x25A en bij 3x25A is een 40A uitvoering ruim genoeg, bij 1x35A, 1x40A of 3x35A hoort 63A. In de praktijk hangt er bijna overal een 63A hoofdschakelaar, omdat het prijsverschil klein is en je bij een latere verzwaring niets hoeft te vervangen.
Zwaarder kiezen is niet onveilig, want de hoofdschakelaar beveiligt zelf niets: dat doen de hoofdzekering van de netbeheerder en de automaten van je groepen. Let bij het uitzoeken vooral op de klemmen, want de aansluitdraad naar de meter is al gauw 10 mm2 en die past niet in elk model.
Staat de hoogte van een lichtschakelaar in NEN 1010?
Nee. NEN 1010 gaat over de veiligheid van de installatie: welke beveiliging waar hoort, welke aderdikte bij welke stroom past en welke onderdelen wel of niet in een natte zone mogen zitten. Een montagehoogte voor lichtschakelaars staat er niet in.
De 105 centimeter die iedereen aanhoudt komt uit de bouwregels voor bedieningsvoorzieningen, die een bereik tussen ongeveer 90 en 120 centimeter vragen, en verder uit gewoonte. Wat de norm voor een badkamer wel bepaalt is de plaats van een schakelaar ten opzichte van bad en douche, en daar helpt een lagere of hogere montage niets aan. De gangbare maten staan bij elkaar in de tabel met standaardmaten.
Is een hoofdschakelaar bij zonnepanelen verplicht?
Een aparte hoofdschakelaar voor de panelen is niet verplicht, maar de omvormer hoort wel los afgeschakeld te kunnen worden. In de praktijk gebeurt dat met een werkschakelaar aan de wisselstroomzijde bij de omvormer, of met een eigen automaat en aardlekschakelaar voor die groep in de meterkast.
Zonder zo'n schakelpunt kun je de omvormer niet loskoppelen zonder de hele installatie uit te zetten, en bij onderhoud wil je dat wel. Aan de gelijkstroomkant blijven de panelen bij daglicht spanning leveren, ook als binnen alles uit staat, dus daar verandert geen enkele schakelaar in de meterkast iets aan.
Wat is een verlichte schakelaar?
Een verlichte schakelaar is een gewone schakelaar met een lampje in of naast de wip, en die bestaat in twee smaken. Bij de oriëntatie-uitvoering brandt het lampje als de schakelaar uit staat, zodat je hem in het donker terugvindt. Bij de signaleringsuitvoering brandt het juist als het licht aan is, handig voor een zolder of een kelder die je vanaf de gang niet ziet.
Het verschil zit in de bedrading. De oriëntatievariant werkt zonder nuldraad in de doos en trekt zijn stroompje via de lamp, waardoor ledlampen soms zachtjes nagloeien. De signaleringsvariant heeft wel een nul nodig, en die moet uit dezelfde groep komen.