Dilatatievoeg: waar hij hoort en hoe je hem maakt
Een dilatatievoeg is een bewuste onderbreking die beweging opvangt die er toch komt. Je zet hem waar twee bouwdelen los van elkaar werken en waar een vlak te groot wordt om spanningsvrij te blijven: om de zes tot twaalf meter in metselwerk, in velden van ongeveer dertig vierkante meter in een betonvloer, en overal waar een voeg in de ondervloer zit die in de afwerking moet doorlopen. De vulling is elastische kit op een rugvulling, nooit voegmortel en nooit acrylaat.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Afbreekmes met verse segmenten
- Haakse slijper met een dunne steenschijf, liefst met stofafzuiging
- Stofmasker klasse ffp3 en een veiligheidsbril
- Kitpistool, bij voorkeur met een goede terugloopstop
- Voegspaan of afstrijkspatel in de juiste radius
- Plantenspuit voor het afstrijkmiddel
- Rolmaat en een stuk krijt om de zaaglijnen af te tekenen
- Vloerzaag met diamantblad bij een betonvloer
- Stucstopprofielen bij werk in stucwerk
Materiaal
- Polyurethaankit of polysulfidekit voor buiten
- Hybride kit voor binnen en voor natte ruimtes
- Primer die bij de gekozen kit hoort
- Rugvulling van pe-rondschuim, een kwart dikker dan de voeg breed is
- Compriband voor open gevelvoegen
- Groene zeep voor het afstrijkwater
- Afplaktape voor strak werk langs stucwerk
- Overgangsprofiel bij laminaat en pvc
Wat een dilatatievoeg doet en wanneer hij nodig is
Een dilatatievoeg is een bewuste onderbreking in een vloer, muur of tegelvlak, bedoeld om beweging op te vangen die er toch komt. Materiaal zet uit bij warmte, krimpt bij droging en zakt bij zetting. Geef je die beweging nergens ruimte, dan kiest het bouwwerk zelf een plek om te scheuren, en dat is zelden een plek die je mooi vindt.
Daarin verschilt hij van al het andere voegwerk tussen tegels en metselwerk. Bij een gewone voeg wil je juist dat niets beweegt en dat alles hard en gesloten blijft. Bij een dilatatievoeg is beweging het uitgangspunt en is de vulling er om die beweging te volgen.
Er zijn twee redenen om te dilateren en ze vragen om een andere aanpak. Een bouwfysische dilatatie vangt het werken van het materiaal zelf op, zoals een lange gevel die uitzet in de zon en krimpt bij vorst. Een bouwkundige dilatatie scheidt twee delen die anders belast worden of anders zakken, zoals een aanbouw naast een bestaande woning.
Dat onderscheid heeft praktische gevolgen. Bij een bouwfysische voeg beweegt alles horizontaal en mag je de delen met glijankers aan elkaar koppelen. Bij een bouwkundige voeg speelt ook verticale zetting mee, en dan werkt zo'n koppeling juist tegen je.
Verwar een dilatatievoeg ook niet met een open stootvoeg onderin het metselwerk. Die zit er voor de ventilatie en de afwatering van de spouw en heeft niets met beweging te maken.
| Waar | Afstand die we aanhouden | Wat de voeg opvangt |
|---|---|---|
| Buitenblad van baksteen | Om de 8 tot 12 meter, plus bij elke sprong in de gevel | Uitzetting door zon en vocht |
| Binnenblad van kalkzandsteen | Om de 6 tot 8 meter | Krimp in de eerste jaren na de bouw |
| Wanden van betonsteen of gipsblokken | Om de 6 meter | Krimp tijdens uitdrogen |
| Aansluiting aanbouw op bestaande gevel | Altijd, over de volle hoogte | Verschil in zetting tussen oud en nieuw |
| Gewapende betonvloer | Velden tot ongeveer 30 vierkante meter | Krimp tijdens het uitharden |
| Dekvloer met vloerverwarming | Eén veld per verwarmingsgroep | Uitzetting bij elke opwarming |
| Tegelvloer binnen | Om de 6 tot 8 meter, plus een randvoeg langs elke wand | Beweging van de vloer eronder |
| Laminaat en click-pvc | Vanaf ongeveer 10 meter veldlengte, plus ruimte rondom | Zwellen en krimpen met de luchtvochtigheid |
| Doorgang tussen twee ruimtes | In de lijn van het deurkozijn | Ruimtes die onafhankelijk van elkaar bewegen |
Loop bij twijfel eerst je gevel of vloer af met een rolmaat en teken op papier waar de velden komen. Een dilatatievoeg die je vooraf inplant valt weg in een hoek, achter een regenpijp of in een deuropening. Een voeg die je achteraf moet inzagen, zit vrijwel altijd midden in het zicht.
Dilatatievoeg in een betonvloer: hoeveel velden en hoe diep zagen
Een vers gestorte betonvloer krimpt tijdens het uitharden. Die krimp komt er hoe dan ook, dus de vraag is niet of de vloer scheurt maar waar. Met zaagsneden stuur je de scheur naar een rechte lijn die je zelf hebt bepaald, in plaats van een grillige barst dwars door de ruimte.
Wanneer een dilatatievoeg in een betonvloer nodig is, hangt af van drie dingen: oppervlakte, verhouding en vorm. Houd velden aan van ongeveer vijfentwintig tot dertig vierkante meter, laat de langste zijde niet meer dan anderhalf keer de kortste zijn, en zaag altijd in vanuit een inspringende hoek. Een l-vormige ruimte scheurt namelijk bijna gegarandeerd vanuit die binnenhoek.
Het moment van zagen luistert nauwer dan veel mensen denken. Wacht je drie of vier dagen, dan heeft de vloer zijn eerste krimpscheuren al gevormd en zaag je achter de feiten aan. Zaag daarom binnen vierentwintig tot achtenveertig uur na het storten, zodra de vloer beloopbaar is zonder dat de zaagsnede uitbreekt. Diep hoeft de snede niet: een kwart tot een derde van de vloerdikte is genoeg om de scheur naar beneden te dwingen.
Zit er vloerverwarming in, dan wordt het een puzzel. Deel de vloer zo in dat elk veld zijn eigen verwarmingsgroep heeft en dat er nergens een slang onder een zaaglijn door loopt. De zaagsnede is er juist om de vloer daar te laten breken, en die breuk zet spanning op alles wat erdoorheen loopt. Teken de leidingen en de zaaglijnen uit op papier voordat er beton komt en zet de lijnen af op de wand, zodat je ze later terugvindt.
| Vloersituatie | Veldindeling | Uitvoering van de voeg |
|---|---|---|
| Betonvloer zonder vloerverwarming | Velden tot circa 30 vierkante meter, langste zijde hooguit 1,5 keer de kortste | Zaagsnede van een kwart tot een derde van de dikte, binnen 48 uur |
| Betonvloer met vloerverwarming | Velden van 4 bij 5 meter, één veld per verwarmingsgroep | Zagen tussen de slangen door, leidingen vooraf intekenen |
| Gewapende vloer van 16 bij 10 meter | Acht velden van 4 bij 5 meter | Bij zware wapening kan de constructeur grotere velden toestaan |
| Inspringende of l-vormige plattegrond | Altijd een snede vanuit de binnenhoek | Snede doortrekken tot de tegenoverliggende rand |
| Cementdekvloer op isolatie | Velden tot ongeveer 40 vierkante meter | Volledig doorsnijden tot op de isolatie, randstrook langs elke wand |
| Aansluiting op een deuropening | Voeg in de lijn van het kozijn | Voeg doorzetten in de vloerafwerking erboven |
| Vloer die buiten doorloopt, zoals een terras | Velden van 3 bij 3 tot 4 bij 4 meter | Doorgaande voeg met rugvulling en polyurethaankit |
De wapening doorzagen beslis je niet zelf. Of de bovenwapening ter plaatse van een dilatatie doorgezaagd mag worden, hangt af van de constructie en van wat de vloer moet dragen. Laat dat door een constructeur bepalen en zaag nooit op eigen houtje door de wapening van een vloer die iets draagt.
Dilatatievoeg in de buitenmuur en bij een aanbouw
Een dilatatievoeg in een buitenmuur zie je als een rechte, doorlopende voeg in het metselwerk, meestal weggewerkt in een hoek of achter een regenpijp. In gevelmetselwerk van baksteen houden we aan dat er om de acht tot twaalf meter een voeg hoort, en verder bij elke sprong in de gevel en bij lange hoge vlakken zonder ramen of deuren. Kalkzandsteen en betonsteen krimpen sterker dan baksteen uitzet, dus daar liggen de afstanden korter, in de orde van zes tot acht meter.
De aansluiting van een aanbouw op de bestaande gevel is een geval apart. Het oude huis is uitgezakt, de aanbouw moet dat nog doen, en dat verschil metsel je niet weg. Houd het nieuwe metselwerk daarom tien millimeter vrij van de bestaande gevel en metsel het er niet koud tegenaan.
Er is één fout die hier veel gemaakt wordt: glijankers gebruiken om de aanbouw aan de oude gevel te koppelen. Een glijanker is gemaakt voor horizontale beweging, precies wat je bij een lange rechte muur wilt. Zakt de aanbouw ten opzichte van het huis, dan kan het anker die verticale beweging niet volgen en trekt het juist scheuren in het metselwerk. Gebruik in die situatie alleen spouwankers tussen het buitenblad en het binnenblad van de aanbouw zelf.
De open voeg die overblijft kun je op drie manieren afwerken. Je laat hem open, wat bouwkundig prima is maar niet iedereen mooi vindt. Je zet er compriband in, een voorgecomprimeerd schuimband dat zich in de voeg uitzet en regenwater buiten houdt. Of je vult hem met rugvulling en kit hem af, wat het strakst oogt en het meeste onderhoud vraagt. Wat er van de rest van je gevelvoegen nog te redden valt, lees je bij het repareren van uitgesleten en losse voegen.
Vergeet het binnenblad niet. Dilateer je alleen het buitenblad en laat je het binnenblad doorlopen, dan verplaatst de spanning zich naar binnen en zie je de scheur terug in het stucwerk van de woonkamer.
De hoeken van een aanbouw
Bij een aanbouw komt vaak de vraag of ook de hoeken een dilatatievoeg moeten krijgen. Voor het buitenblad is dat verstandig zodra de gevels van de aanbouw langer worden dan een meter of zes, want een hoek is het punt waar twee vlakken in verschillende richting werken. Bij een kleine aanbouw van zes bij twee en een halve meter volstaat een voeg op de aansluiting met de bestaande gevel, aan beide zijden. Het binnenblad hoeft in de hoeken zelden gedilateerd te worden, omdat dat blad binnen blijft en veel minder temperatuurverschil te verwerken krijgt.
Boven de eerste verdieping houdt het doe-het-zelfwerk op. Een gevelvoeg uitslijpen vraagt twee handen aan de slijper en flink wat duwkracht, en dat kan niet vanaf een ladder. Vanaf ongeveer twee en een halve meter hoort er een rolsteiger te staan, en hoger op de gevel laat je dit werk over aan iemand met een goede steiger of hoogwerker.
Dilatatievoeg in een binnenmuur en achter stucwerk
Een dilatatievoeg in een binnenmuur zie je zelden, want hij zit meestal weggewerkt achter stucwerk of achter een lat. Toch hoort hij er wel te zijn waar twee bouwdelen elkaar raken die onafhankelijk bewegen: op de aansluiting van een aanbouw op de oude woning, bij de overgang van kalkzandsteen naar een betonwand, en in lange binnenmuren van gipsblokken.
De nette manier om zo'n voeg in stucwerk te maken gaat met twee stucstops. Je zet aan weerszijden van de voeg een stopprofiel, houdt daar één tot twee millimeter speling tussen en stukt tot tegen de profielen aan. Met een stuclaag van twee tot drie millimeter houd je een strakke, smalle gleuf over die je afkit in de kleur van de wand. Dat valt nauwelijks op en het is de enige uitvoering die na jaren nog dicht is.
Twee andere oplossingen kom je vaak tegen en die zijn minder goed. Een aftimmerlat over de voeg, aan één zijde vastgezet zodat hij mee kan schuiven, werkt wel maar blijft zichtbaar. Wapeningsgaas over de scheur stucken oogt in het begin perfect en scheurt na een paar jaar alsnog, omdat gaas de beweging spreidt maar niet opvangt.
Zit er al een scheur en wil je hem alsnog dilateren, krab dan eerst een stuk open voordat je aan het zagen slaat. Het gebeurt regelmatig dat er wel degelijk een dilatatievoeg achter het stucwerk zit en dat alleen de stuclaag eroverheen is doorgezet. Dan hoef je de muur helemaal niet in te zagen. Voor het uithalen van de oude harde vulling geldt dezelfde aanpak als bij het uitkrabben van oude voegen: eerst mechanisch en pas daarna schoonmaken.
Werk een kitvoeg in een binnenmuur af met afplaktape aan beide zijden. Je plakt af, spuit de kit, strijkt af en trekt de tape er meteen af terwijl de kit nog nat is. Je houdt dan twee kaarsrechte randen over, ook op stucwerk dat niet helemaal vlak is.
Welke kit in een dilatatievoeg hoort
De kit in een dilatatievoeg heeft één taak: meebewegen zonder los te laten. Dat maakt de keuze anders dan bij een kitnaad rond een wastafel. Een gevelvoeg kan per seizoen millimeters open en dicht gaan, en een kit die dat niet aankan scheurt langs de flanken los of trekt middendoor.
Voor een constructieve voeg buiten gebruiken we polyurethaankit of polysulfidekit. Beide nemen ongeveer een kwart van de voegbreedte aan beweging op, ze blijven jarenlang elastisch en ze zijn overschilderbaar. Siliconenkit is hier de verkeerde keuze, ook al wijst menig keuzehulp die kant op. Siliconen verouderen sneller onder uv en regen, ze zijn niet schimmelbestendig, en op een gevel die veel regen vangt kleurt zo'n voeg binnen een paar jaar zwart.
Acrylaatkit hoort helemaal niet in een dilatatievoeg. Die is bedoeld voor krimpscheurtjes binnen die niet meer bewegen en om overgeschilderd te worden. In een voeg die echt werkt scheurt acrylaat gewoon door. Twijfel je welke kit voor een dilatatievoeg bij jouw ondergrond past, dan zet onze kitkiezer per ondergrond en toepassing je snel op het juiste spoor.
Belangrijker dan het merk is de vorm van de voeg. De kit mag maar aan twee zijden hechten, aan de flanken, en niet aan de bodem. Hecht hij ook aan de bodem, dan kan hij bij het openrekken nergens heen en scheurt hij in het midden open. Daarom hoort er rugvulling in: pe-rondschuim dat je ongeveer een kwart dikker kiest dan de voeg breed is, zodat het klem blijft zitten. Houd verder de verhouding twee staat tot één aan, dus een voeg van twaalf millimeter breed krijgt een kitlaag van zes millimeter dik.
Primer wordt vaak overgeslagen en maakt op minerale ondergronden juist het verschil. Vraag bij de kit de bijbehorende primer, breng die alleen op de hechtvlakken aan en houd de rugvulling er schoon van. Primer op het schuim zorgt er namelijk voor dat de kit alsnog aan de bodem gaat plakken.
| Kitsoort | Bewegingsopname | Waar we hem toepassen | Waarom niet ergens anders |
|---|---|---|---|
| Polyurethaankit | Ongeveer 25 procent | Gevelvoegen, vloervoegen buiten, aansluiting aanbouw | Vergeelt in volle zon, overschilderen lost dat op |
| Polysulfidekit | Ongeveer 25 procent | Gevelvoegen en voegen die veel water te verduren krijgen | De tweecomponentvarianten vragen ervaring met mengen |
| Hybride of ms-polymeerkit | 20 tot 25 procent | Binnenvoegen, aansluiting op tegelwerk, natte ruimtes | Duurder dan polyurethaan, hecht wel vaak zonder primer |
| Neutrale siliconenkit | Ongeveer 25 procent | Sanitair, glas, aansluiting van tegel op bad | Niet in gevelvoegen: verkleurt, veroudert en schimmelt |
| Acrylaatkit | 10 tot 12 procent | Krimpscheurtjes binnen die niet meer bewegen | Scheurt door in elke voeg die echt werkt |
| Compriband | Neemt de volle voegbeweging op | Open gevelvoegen en de aansluiting achter metselwerk | Moet in de juiste breedte gekozen worden, anders sluit hij niet |
| Rubber of epdm voegprofiel | Afhankelijk van het profiel | Brede vloervoegen waar overheen gereden wordt | Vraagt een rechte, strakke voeg om in te klemmen |
Een oude dilatatievoeg vervangen
Kit in een gevelvoeg gaat niet eeuwig mee. Na tien tot vijftien jaar is hij hard en krijtachtig, laat hij aan de flanken los en loopt er regenwater achter. Een dilatatievoeg vervangen is goed zelf te doen, zolang je er zonder ladder bij kunt.
Snijd de oude kit eerst aan beide zijden los met een afbreekmes, precies langs de flanken, en trek hem er daarna zoveel mogelijk in één sliert uit. Bij een gevelvoeg van een paar centimeter breed zit de kitlaag vaak maar één tot twee centimeter diep, met daarachter oude rugvulling die er meestal ook uit moet omdat hij is ingezakt of doorweekt.
Wat dan nog aan de flanken plakt, moet weg. Een doek met een middeltje redt dat niet op metselwerk of beton. Slijp de hechtvlakken schoon met een haakse slijper en een dunne steenschijf, tot je schoon en licht ruw materiaal terugziet waar de nieuwe kit op kan hechten. Ga niet dieper dan nodig, want je wilt de voeg niet breder maken dan hij was.
Daarna ligt de volgorde vast: primer op de hechtvlakken, rugvulling op de juiste diepte drukken, kitten en meteen afstrijken. Strijk af met water waar groene zeep in zit en niet met afwasmiddel. In afwasmiddel zit citroenzuur en dat tast het oppervlak van de nog natte kit aan, wat je later terugziet als een dof, plakkerig laagje. Hoe lang de nieuwe voeg nodig heeft voordat je hem kunt overschilderen of belasten, staat in onze tabel met droog- en uithardingstijden per middel.
Uitslijpen van steen en beton geeft kwartsstof. Dat is het fijne stof waarvan je op termijn longschade oploopt, en een papieren maskertje houdt dat niet tegen. Werk met een slijper met stofafzuiging of met watertoevoer, draag een masker van klasse ffp3 en een goed sluitende bril, en werk zoveel mogelijk buiten of met de ramen dicht van wie er naast woont.
Dilatatievoegen in tegelwerk
In tegelwerk komt een dilatatievoeg op drie plekken terug. Langs elke wand hoort een randvoeg, want een tegelvloer zet uit en mag niet klem komen te zitten tegen het metselwerk. Op grote vlakken hoort om de zes tot acht meter een veldscheiding. En overal waar in de ondervloer een dilatatie zit, moet die voeg één op één doorlopen in het tegelwerk erboven.
Die laatste regel wordt het vaakst overtreden en kost het meest. Leg je tegels dwars over een dilatatie in de dekvloer, dan werkt de vloer eronder gewoon door en scheuren de tegels precies boven de voeg, meestal in een keurige rechte lijn dwars door de ruimte. Datzelfde geldt voor elk ander soort tegel-, voeg- en kitwerk dat over een beweegvoeg heen gaat: de beweging wint altijd.
De randvoeg maak je vijf tot acht millimeter breed en je vult hem niet met voegmortel. Je zet er een strook pe-schuim of isolatieband in en werkt hem af met een elastische kit, of je laat hem open en werkt hem weg onder de plint. Ook de aansluiting van vloer op wand, de binnenhoeken en de aansluiting op een deurkozijn horen elastisch te blijven in plaats van hard gevoegd.
Bij vloerverwarming is de veldindeling strenger, omdat de vloer bij elke opwarming meer beweegt dan een koude vloer. Houd velden aan van hooguit dertig vierkante meter en zet een voeg in elke deuropening. Wil je van tevoren weten hoeveel tegels je nodig hebt inclusief het snijverlies rond die voegen, reken dat dan door met de tegelcalculator voor vloer en wand.
Voor de aansluiting tussen twee vlakken bestaat kant-en-klaar materiaal. Een elastisch voegband achter het tegelwerk houdt de aansluiting waterdicht terwijl hij mee kan bewegen, en dat is precies wat een harde voeg op zo'n plek niet kan.
Teken de dilatatievoegen van de ondervloer af op de wand voordat je begint met lijmen. Zodra de eerste tegels liggen zie je ze niet meer terug, en dan wordt het gokken waar de voeg ook alweer zat. Een streepje potlood op de wand kost tien seconden en scheelt je een gescheurde vloer.
Dilatatievoeg in laminaat en in een pvc vloer
Zwevend gelegde vloeren zetten uit en krimpen met de luchtvochtigheid, en die beweging moet ergens heen. De vuistregel die werkt is één millimeter per strekkende meter, in beide richtingen. Bij een ruimte van twaalf meter lang houd je dus twaalf millimeter vrij aan de kopse kanten, en bij drie meter zestig breed zo'n vier millimeter. In de praktijk houden we overal minstens tien millimeter aan, simpelweg omdat je die ruimte toch wegwerkt achter de plint.
De meeste fabrikanten schrijven een dilatatievoeg in het veld voor zodra een vloer langer wordt dan acht tot tien meter of breder dan zes tot acht meter. Kijk daarvoor op de verpakking, want de opgave verschilt per merk en per dikte. Zo'n voeg in het veld werk je af met een overgangsprofiel dat over beide vloerdelen valt en dat maar aan één zijde vastzit, zodat de vloer eronder kan schuiven.
Wat niet werkt, en wat toch regelmatig geprobeerd wordt, zijn twee plakplinten rug aan rug over de voeg. Boven de opening hebben ze geen steun, dus je trapt ze bij de eerste keer lopen de voeg in en ze kantelen. Wil je per se dezelfde kleur als de vloer, dan is de bruikbare variant een lat die je zo laat frezen dat hij aan beide zijden over het laminaat valt en die je alleen in het midden vastzet.
Of je een dilatatievoeg in een pvc vloer nodig hebt, hangt af van de legmethode. Click-pvc ligt zwevend en volgt dezelfde regels als laminaat. Plak-pvc is aan de ondervloer gelijmd en volgt daarmee alles wat de ondervloer doet. Zit er een dilatatie in de ondervloer, dan moet die dus ook in de pvc terugkomen, met een profiel of met een elastisch gevulde voeg.
Twee losse vloervelden onder één doorgelijmde pvc vloer gaat gegarandeerd mis. De velden bewegen ten opzichte van elkaar en dat zie je binnen een jaar terug als een bobbel of een naad die openkomt, exact boven de overgang.
| Vloerafwerking | Ruimte rondom | Voeg in het veld | Afwerking van de voeg |
|---|---|---|---|
| Laminaat, zwevend gelegd | 1 mm per meter, minimaal 10 mm | Vanaf 8 tot 10 meter veldlengte | Overgangsprofiel, aan één zijde vastgezet |
| Click-pvc, zwevend gelegd | 5 tot 10 mm rondom | Vanaf ongeveer 10 meter veldlengte | Overgangsprofiel of dilatatieprofiel |
| Plak-pvc op een dekvloer | Volgt de ondervloer | Overal waar de ondervloer een voeg heeft | Voeg doorzetten en elastisch vullen, of een profiel |
| Tapijt of vinyl op rol | Nauwelijks beweging | Alleen boven een voeg in de ondervloer | Overgangsprofiel, meestal in de deuropening |
| Tegels op vloerverwarming | Randvoeg van 5 tot 8 mm | Velden tot circa 30 vierkante meter | Rugvulling met elastische kit |
| Gietvloer | Randstrook langs elke wand | Ondervloervoegen doorzetten | Elastische vulling in de kleur van de vloer |
Meet vóór het leggen op waar de dilatatievoeg gaat vallen en verschuif hem desnoods een halve meter naar een deuropening of een hoek waar weinig gelopen wordt. Een profiel midden in de looproute voel je jaren later nog bij elke stap.
Ga niet zomaar zagen in een oude vloerbedekking. Vinyltegels, zeil en de zwarte lijm eronder uit woningen van voor 1994 kunnen asbest bevatten, en zagen of schuren maakt daar vezels van. Twijfel je over de leeftijd van de laag onder je vloer, laat dan eerst een monster onderzoeken en haal die laag niet zelf weg.
Zo vervang je de kit in een bestaande dilatatievoeg
Deze volgorde werkt voor een gevelvoeg en met kleine aanpassingen ook voor een vloervoeg binnen.
-
Meet de voeg op en bepaal de materialen
Meet de breedte en de diepte van de voeg en kijk wat erin zit. De breedte bepaalt de dikte van de rugvulling, en de rugvulling kies je ongeveer een kwart dikker dan de voeg breed is zodat hij klem blijft zitten. Reken ook de lengte uit, want een koker kit vult bij een voeg van twaalf millimeter breed maar een paar meter.
-
Snijd de oude kit aan beide flanken los
Zet een vers mesje in en snijd langs beide zijden van de voeg, tussen de kit en de steen. Je snijdt de kit los van de flanken, je snijdt hem niet doormidden. Breek elke meter een segment af, want kit maakt een snijkant snel bot en met een bot mes ga je duwen in plaats van snijden. Zit er naast de kit ook harde mortel in de voeg, dan werkt de aanpak bij het uithalen van vastzittend voegwerk beter dan trekken.
-
Trek de kit en de oude rugvulling eruit
Pak een uiteinde beet en trek de kit er in een sliert uit. Haal daarna de oude rugvulling weg met een schroevendraaier of een haakje. Laat je die zitten, dan zit hij vaak vol vocht en zakt hij later in, waardoor je nieuwe kit te dik wordt en middendoor scheurt.
-
Slijp de hechtvlakken schoon
Ga met een haakse slijper met een dunne steenschijf langs beide flanken tot je schoon, licht ruw materiaal terugziet. Werk met stofafzuiging of watertoevoer en draag een ffp3-masker, want het stof dat hierbij vrijkomt is kwartsstof. Sta hierbij op een steiger en niet op een ladder: je hebt twee handen aan de machine nodig en moet kunnen duwen.
-
Breng de primer aan op de flanken
Blaas of borstel de voeg stofvrij en zet daarna de primer die bij je kit hoort op beide flanken, met een smal kwastje. Houd de bodem van de voeg vrij van primer. Respecteer de wachttijd op de verpakking: te vroeg kitten geeft slechte hechting, te laat is de primer niet meer actief.
-
Druk de rugvulling op de juiste diepte
Rol het pe-rondschuim in de voeg en duw het met een stompe lat op gelijke diepte. Mik op een kitlaag die ongeveer half zo dik is als de voeg breed. Prik het schuim niet lek, want lucht die er later uit ontsnapt geeft blaasjes in de verse kit.
-
Kit de voeg vol en strijk direct af
Snijd de tuit schuin af op de voegbreedte, houd het pistool in de bewegingsrichting en druk de kit vol tegen beide flanken aan zodat er geen lucht achter komt. Strijk direct af met een spatel en water waar groene zeep in zit. Gebruik geen afwasmiddel: het citroenzuur daarin tast het oppervlak van de nog natte kit aan.
-
Laat uitharden en controleer na een seizoen
Polyurethaan en polysulfide hebben vocht en tijd nodig en harden ongeveer twee tot drie millimeter per dag door. Belast de voeg dus niet meteen en schilder hem pas over als hij door en door hard is. Kijk na de eerste winter nog een keer langs de flanken: een voeg die daar loslaat, was te ondiep of niet goed geprimerd.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de dilatatievoeg volkit
Uit de praktijk
Een scheur van zes meter tussen uitbouw en oude gevel
Bij een woning met een uitbouw uit 2004 liep er een scheur van zes meter tussen het oude en het nieuwe deel. Aan de ene kant was destijds netjes een dilatatievoeg aangebracht, aan de andere kant kennelijk niet. De muur was afgewerkt met cementstuc over geel metselwerk, dus van buitenaf was niet te zien wat erachter zat.
De eerste reflex was de scheur uitkrabben tot een centimeter diep en vullen met een flexibel middel. Dat is verspilde moeite bij een scheur die nog jaren beweegt: hij komt binnen een seizoen terug, meestal een paar centimeter naast de oude lijn. De aanpak die wel standhoudt is de muur ter plaatse inzagen over minstens tweederde van de steendikte, compriband in de zaagsnede zetten en tot aan de voeg aanhelen.
Wat dit geval oploste was eerst kijken in plaats van meteen zagen. Bij het openkrabben bleek er in het onderste deel van de muur wel degelijk een dilatatievoeg achter het stucwerk te zitten, met halverwege een verspringing in de lijn. Alleen de stuclaag was er doorgetrokken, en die scheurde precies boven de voeg. Daarmee werd het een stukadoorsklus in plaats van een sloopklus: de hele scheur openkrabben tot op het metselwerk, de verspringing volgen, aan weerszijden een stucstop zetten en de gleuf ertussen afkitten in de kleur van de wand.
Uitgedroogde kit in de voeg tussen voorgevel en zijgevel
Tussen de voorgevel en de zijgevel van een woning zat een dilatatievoeg waarvan de kit hard en krijtachtig was geworden. Hij liet aan de flanken los en er kon water achter lopen. De vraag was vooral hoe je die oude kit eruit krijgt zonder het metselwerk te beschadigen.
Wat werkte was de kit aan beide zijden lossnijden met een mes en er in stukken uittrekken, en daarna de flanken schoonslijpen met een haakse slijper en een dunne steenschijf. De voeg bleek een paar centimeter breed, maar de kitlaag zat maar één tot twee centimeter diep. Daaronder lag rugvulling die inmiddels was ingezakt en dus ook vervangen moest worden.
De grootste valkuil zat in de kitkeuze. De keuzehulp van de fabrikant kwam uit op een siliconenkit voor de bouw, met als pluspunt dat er geen primer bij nodig zou zijn. Voor een constructieve gevelvoeg is dat de verkeerde afslag: siliconen verouderen onder uv, ze zijn niet schimmelbestendig en op een gevel die regen vangt kleurt zo'n voeg binnen een paar jaar zwart. Het werd een polyurethaankit met de bijbehorende primer, primer alleen op de flanken en niet op de rugvulling, en afstrijken met water met groene zeep in plaats van met afwasmiddel.
Een betonvloer van zestien bij tien meter met vloerverwarming
Voor een nieuwe gewapende betonvloer van zestien bij tien meter, twaalf centimeter dik, gestort op een zandlaag met isolatie en met vloerverwarming erin, was de vraag hoeveel dilataties er nodig waren en hoe je dat uitrekent.
De indeling die in de praktijk werkt is velden van vier bij vijf meter. Dat is niet toevallig ook ongeveer de maximale oppervlakte die één vloerverwarmingsgroep aankan. Door elk veld zijn eigen groep te geven en de wapening wel gewoon door te laten lopen, houd je de vloer constructief één geheel terwijl de krimp per veld wordt opgevangen.
Het punt waar het vaak misgaat is de combinatie van zagen en leidingen. Een zaagsnede is er juist om de vloer daar gecontroleerd te laten breken, en die breuk zet spanning op alles wat er doorheen loopt. De slangen moeten dus zo gelegd worden dat er nergens één onder een zaaglijn ligt. Dat teken je uit voordat het beton komt, niet erna, en de zaaglijnen zet je af op de wand.
Of de bovenwapening ter plaatse van een voeg doorgezaagd mag worden, is geen beslissing die je zelf neemt. Hier kwam een constructeur langs die de vloer in vier vlakken liet dilateren. Dat is precies de goede volgorde: eerst de berekening, dan pas de zaag.
Plak-pvc over twee vloeren die los van elkaar liggen
In een woning met een uitbouw lag in de keuken een plavuizenvloer met vloerverwarming, volledig los van de woonkamer. De woonkamervloer was opnieuw geïsoleerd, opgebouwd met osb en afgewerkt met vezelplaat, ook met verwarming, en kwam op precies dezelfde hoogte uit. Het plan was om er in één keer plak-pvc overheen te leggen, met minder dan vijf millimeter speling tussen de twee velden.
Twee wensen werkten hier tegen elkaar in. Voor een vlak resultaat wil je in één keer egaliseren over het geheel, want twee apart geëgaliseerde vlakken sluiten zelden precies op elkaar aan en dat zie je terug in het strijklicht. Voor de beweging wil je juist een scheiding, want de velden werken onafhankelijk van elkaar.
De werkbare middenweg is in één keer egaliseren en daarna ter plaatse van de overgang een ondiepe snede maken van hooguit drie millimeter, die je vult met een elastische kit. Wat je niet moet doen is de pvc als één vlak doorleggen alsof de scheiding er niet is. Dan komt de beweging terug als een bobbel of een naad die openkomt, exact boven de overgang. Een dilatatie in de ondervloer hoort altijd door te lopen in de vloerafwerking erboven, ook als dat betekent dat er een profiel in het zicht komt.
Veelgemaakte fouten
Een bewegende scheur alleen dichtsmeren
Een scheur uitkrabben en vullen met een flexibel middel voelt als een snelle oplossing, maar het pakt de oorzaak niet aan. De twee bouwdelen blijven ten opzichte van elkaar bewegen en de scheur komt binnen een seizoen terug, vaak net naast de oude lijn. Wie de beweging niet ergens ruimte geeft, blijft repareren.
Glijankers gebruiken tussen aanbouw en bestaande gevel
Een glijanker is gemaakt voor horizontale beweging in een lange rechte muur. Een aanbouw zakt echter ook verticaal ten opzichte van het bestaande huis, en die richting kan het anker niet volgen. Het gaat dan trekken en veroorzaakt precies de scheurvorming die je wilde voorkomen. Houd het nieuwe metselwerk tien millimeter vrij en gebruik alleen spouwankers binnen de aanbouw zelf.
Siliconenkit in een gevelvoeg
Siliconen nemen genoeg beweging op, dus op papier lijkt het te kunnen. In de buitenlucht is het een andere zaak: siliconen verouderen sneller onder uv, ze zijn niet schimmelbestendig en op een regengevel wordt de voeg binnen een paar jaar zwart en hard. Polyurethaan of polysulfide houdt het daar vele malen langer vol.
Kitten zonder rugvulling
Zonder rugvulling hecht de kit ook aan de bodem van de voeg. Bij het openrekken kan hij dan nergens heen en scheurt hij in het midden door, terwijl hij aan de flanken netjes blijft zitten. Bovendien vul je zo een diepe voeg met veel te veel kit, wat de voeg juist stijver maakt. Pe-rondschuim kost een paar euro en is de reden dat een voeg jaren meegaat.
Primer over de rugvulling smeren
Primer hoort op de hechtvlakken en nergens anders. Komt hij op het schuim, dan gaat de kit alsnog aan de bodem plakken en heb je de rugvulling voor niets aangebracht. Breng de primer daarom aan voordat de rugvulling erin gaat, of gebruik een smal kwastje en werk langs de flanken.
Afstrijken met afwasmiddel
Water met een scheutje afwasmiddel is de standaardtruc bij een gewone kitnaad, maar bij deze kitsoorten pakt het slecht uit. Afwasmiddel bevat citroenzuur en dat tast het oppervlak van de nog natte kit aan. Je ziet dat terug als een dof, licht plakkerig laagje dat stof vasthoudt. Gebruik water met groene zeep.
Plakplinten of een losse lat over een dilatatievoeg in laminaat
Twee plakplinten rug aan rug over de voeg lijken de kleurmatch op te lossen, maar boven de opening hebben ze geen steun. Bij de eerste keer lopen trap je ze de voeg in en kantelen ze. Wil je dezelfde kleur, laat dan een lat frezen die aan beide kanten over het laminaat valt en zet hem alleen in het midden vast.
De dilatatie niet doorzetten in de afwerkvloer
Een voeg in de dekvloer en daaroverheen een doorgelegde tegelvloer, gietvloer of gelijmde pvc: dat gaat altijd mis. De ondervloer beweegt en de afwerking scheurt of bobbelt precies boven de voeg. Elke dilatatie in de constructie hoort één op één terug te komen in de laag erboven.
Veelgestelde vragen
Wat is een dilatatievoeg precies?
Het is een bewuste onderbreking in een vloer, muur of tegelvlak die beweging opvangt. Bouwmaterialen zetten uit bij warmte, krimpen bij droging en zakken bij zetting. Zonder een plek waar die beweging heen kan, scheurt de constructie op een willekeurige plaats. Met een dilatatievoeg bepaal je zelf waar de beweging plaatsvindt, en vul je die plek met iets elastisch in plaats van met harde mortel.
Wanneer moet er een dilatatievoeg in een betonvloer?
Ga uit van velden tot ongeveer vijfentwintig à dertig vierkante meter, met de langste zijde hooguit anderhalf keer de kortste. Zaag daarnaast altijd in vanuit een inspringende hoek, want daar begint de scheur. Zit er vloerverwarming in, houd dan één veld per verwarmingsgroep aan, in de praktijk vaak vier bij vijf meter. Zaag binnen vierentwintig tot achtenveertig uur na het storten en niet pas na een paar dagen, want dan zijn de eerste krimpscheuren er al.
Welke kit voor een dilatatievoeg buiten?
Polyurethaankit of polysulfidekit. Beide nemen ongeveer een kwart van de voegbreedte aan beweging op, blijven jarenlang elastisch en zijn overschilderbaar. Gebruik hier geen siliconenkit, ook al geeft een keuzehulp die soms aan: siliconen verouderen sneller onder uv, zijn niet schimmelbestendig en kleuren op een regengevel binnen een paar jaar zwart. Acrylaatkit hoort er al helemaal niet in, die scheurt door bij de eerste beweging. Vraag altijd de primer die bij de gekozen kit hoort.
Hoe breed en hoe diep moet een dilatatievoeg zijn?
Voor een kitvoeg geldt de verhouding twee staat tot één: de kitlaag is ongeveer half zo dik als de voeg breed is. Een voeg van twaalf millimeter breed krijgt dus een kitlaag van zes millimeter, met daaronder rugvulling. Ga niet smaller dan zes millimeter, want dan is er te weinig kit om de beweging te verdelen. In gevelmetselwerk is tien tot vijftien millimeter een gangbare breedte, in tegelwerk vijf tot acht millimeter.
Kan ik alsnog een dilatatievoeg in een bestaande binnenmuur aanbrengen?
Dat kan, maar krab eerst de scheur open voordat je gaat zagen. Regelmatig blijkt er wél een dilatatievoeg achter het stucwerk te zitten en is alleen de stuclaag eroverheen doorgezet. Dan volstaat het om de scheur open te krabben, aan weerszijden een stucstop te zetten met één tot twee millimeter speling en de gleuf af te kitten. Zit er echt niets, dan moet de muur ingezaagd worden over minstens tweederde van de steendikte, met compriband in de snede.
Hoe vaak moet er een dilatatievoeg in een buitenmuur?
In gevelmetselwerk van baksteen houden we om de acht tot twaalf meter een voeg aan, plus bij elke sprong of verspringing in de gevel. Kalkzandsteen en betonsteen krimpen sterker dan baksteen uitzet, dus daar liggen de afstanden korter, ongeveer zes tot acht meter. Een lang, hoog gevelvlak zonder ramen of deuren vraagt eerder om een voeg dan een gevel die door openingen al onderbroken wordt.
Heb ik een dilatatievoeg nodig bij een aanbouw?
Ja, en op beide zijaansluitingen. Het bestaande huis is al uitgezakt en de aanbouw moet dat nog doen, dus die twee delen bewegen ten opzichte van elkaar. Houd het nieuwe metselwerk tien millimeter vrij van de bestaande gevel, gebruik geen glijankers en beperk je tot spouwankers binnen de aanbouw zelf. Dilateer ook het binnenblad, anders verplaatst de spanning zich naar binnen en scheurt het stucwerk daar.
Hoe breed moet een dilatatievoeg in laminaat zijn?
Reken op één millimeter per strekkende meter, in de lengte én in de breedte. Bij een ruimte van twaalf meter lang is dat dus twaalf millimeter aan de kopse kanten. In de praktijk houden we overal minstens tien millimeter aan, omdat je die ruimte toch wegwerkt achter de plint. Een voeg midden in het veld wordt meestal voorgeschreven vanaf acht tot tien meter lengte en werk je af met een overgangsprofiel dat maar aan één zijde vastzit.
Moet er een dilatatievoeg in een pvc vloer?
Dat hangt af van de legmethode. Click-pvc ligt zwevend en volgt dezelfde regels als laminaat: ruimte rondom en een profiel bij grote veldlengtes. Plak-pvc is gelijmd en volgt de ondervloer, dus daar geldt een andere regel: elke dilatatie die in de ondervloer zit, moet in de pvc terugkomen. Leg je gelijmde pvc als één vlak over twee vloervelden die los van elkaar liggen, dan krijg je een bobbel of een openstaande naad boven de overgang.
Hoe vervang ik de kit in een oude dilatatievoeg?
Snijd de kit aan beide flanken los met een afbreekmes en trek hem er in een sliert uit. Haal ook de oude rugvulling weg, want die is meestal ingezakt of nat. Slijp daarna de flanken schoon met een haakse slijper en een dunne steenschijf, tot je licht ruw materiaal terugziet. Dan primer op de flanken, nieuwe rugvulling op diepte drukken, kitten en direct afstrijken met water met groene zeep. Zie het stappenplan hierboven voor de volledige volgorde.
Mag ik een dilatatievoeg dichtstuccen of dichtsmeren?
Nee, want dan is het geen dilatatievoeg meer. Stuc, voegmortel en harde vulmiddelen kunnen geen beweging opnemen en scheuren binnen een seizoen open. Wapeningsgaas over de voeg stucken houdt het iets langer vol maar geeft na een paar jaar alsnog een scheur, omdat gaas de beweging spreidt en niet opvangt. Wil je de voeg niet zien, gebruik dan twee stucstops met een smalle kitvoeg ertussen in de wandkleur.
Wat is het verschil tussen een dilatatievoeg en een stootvoeg?
Een stootvoeg is de verticale voeg tussen twee bakstenen naast elkaar, en een open stootvoeg is er om de spouw te ventileren en water af te voeren. Die zit dus onderin de gevel, boven lateien en onder raamdorpels. Een dilatatievoeg loopt juist over de volle hoogte door en is er om beweging op te vangen. Ze lijken op afstand op elkaar omdat ze allebei open of elastisch gevuld zijn, maar ze hebben een heel andere taak. Meer over de rest van het voegwerk in metselwerk en tegels lees je op de overzichtspagina.
Wanneer je beter een vakman belt
Een bestaande gevelvoeg opnieuw afkitten, een randvoeg in tegelwerk maken of een profiel in laminaat zetten kun je prima zelf. Het is geduldwerk en de materialen zijn overal te koop. Er zijn wel vier momenten waarop je moet stoppen en iemand moet bellen.
Het eerste is alles wat met de constructie te maken heeft. Een dragende muur inzagen, de bovenwapening van een betonvloer doorzagen of bepalen waar de dilataties in een nieuwe vloer komen: dat hoort bij een constructeur. Die rekent uit wat de vloer of de muur moet dragen en waar de voeg zonder risico kan zitten. Zagen zonder die berekening kan een vloer verzwakken op precies de plek waar dat het meest telt.
Het tweede is werken op hoogte. Een gevelvoeg uitslijpen vraagt twee handen aan de machine en behoorlijk wat duwkracht, en dat gaat niet vanaf een ladder. Boven de eerste verdieping laat je dit werk over aan iemand met een steiger of een hoogwerker en de bijbehorende uitrusting.
Het derde is de verdenking van asbest. Zwarte lijm onder oude vinyltegels, oud zeil en sommige cementgebonden platen uit woningen van voor 1994 kunnen asbest bevatten. Zagen of schuren maakt daar losse vezels van. Laat bij twijfel eerst een monster onderzoeken en haal zo'n laag nooit zelf weg.
Het vierde is een scheur die groeit. Wordt een scheur in de loop van maanden breder, loopt hij trapsgewijs door het metselwerk of staan deuren en ramen ineens klem, dan gaat het niet om een gemiste dilatatievoeg maar om zetting van de fundering. Dat is geen kitklus, maar een reden om een bouwkundig adviseur te laten kijken voordat je er iets overheen werkt. Wat er verder aan tegel- en voeg- en kitwerk in huis komt kijken, vind je op onze overzichtspagina.