S-koppeling kiezen, monteren en waterdicht krijgen
Een s-koppeling overbrugt het verschil tussen de muurplaten in de wand en de wartels van je kraan, in afstand en in diepte tegelijk. Draaien aan de koppeling verandert alleen de richting van de verspringing en nooit de grootte ervan, dus van 12 naar 15 centimeter kom je alleen met koppelingen die daar speciaal voor gemaakt zijn. Steekt de muurplaat te diep in de wand, dan is een langere s-koppeling bijna altijd netter dan een verlengstuk erachter. Afdichten doe je aan de muurzijde met hennep, en indraaien gaat altijd vooruit en nooit terug.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Steeksleutel of ringsleutel die om de zeskant van de s-koppeling past
- Waterpomptang met kunststof beschermbekken, of een lap om de tang
- Rolmaat en een kleine waterpas
- IJzerzaag of pijpsnijder om een koppeling in te korten
- Platte vijl en een ontbramer
- Viltstift om de stand af te tekenen
- Buizenknipper en kalibreertool als er meerlagenbuis achter zit
- Emmer, doek en keukenpapier om op lekken te controleren
Materiaal
- S-koppelingen 1/2" x 1/2" in de juiste lengte, of een set met extra verspringing
- Hennep en fitterskit
- Teflontape van 12 mm als alternatief op glad cilindrisch draad
- Rozetten die diep genoeg zijn voor de draad die overblijft
- Nieuwe fiberringen of rubberringen voor de wartels van de kraan
- Eventueel een kraanverlengstuk van 5, 10 of 15 mm
- Sanitairkit om de doorvoer in de tegel af te werken
Wat een s-koppeling doet in een kraanaansluiting
Een s-koppeling is een verchroomd tussenstuk met aan beide zijden 1/2" schroefdraad, waarbij de twee uiteinden niet in één lijn liggen. Die verspringing gebruik je om de aansluitpunten in de muur passend te maken op de wartels van je kraan. Hoe die aansluitpunten in de wand komen en wat er verder achter zit, staat in ons overzicht over waterleiding in huis.
Opbouwkranen voor bad en douche worden vrijwel allemaal gemaakt op een hart-op-hart afstand van 150 millimeter. De muurplaten in de wand zitten daar zelden precies op, staan niet altijd even diep en niet altijd waterpas. Door beide s-koppelingen te draaien corrigeer je die drie afwijkingen in één handeling.
Er zit een belangrijk verschil tussen de twee einden van zo'n koppeling. De kant die de muur in gaat dicht af op de draad zelf, met hennep of teflon als vulmiddel. De kant waar de kraan op komt dicht af tegen het vlakke kopse eind, met de fiberring of rubberring die in de wartel van de kraan zit.
Dat verschil bepaalt wat je met een koppeling wel en niet mag doen. Aan de muurzijde mag je zagen en vijlen, aan de kraanzijde nooit. Beschadig je daar het kopse vlak of de eerste draadgangen, dan krijg je de wartel niet meer dicht en helpt geen enkel middel je daaruit.
| Onderdeel | Wat het doet | Waar het op afdicht |
|---|---|---|
| Muurplaat | Vast aansluitpunt in de wand met 1/2" binnendraad | Op de draad van de koppeling die je erin draait |
| Kraanverlengstuk | Haalt het aansluitpunt 5 tot 15 mm de wand uit | Aan beide kanten op de draad |
| S-koppeling | Corrigeert hart-op-hart afstand, hoogte en diepte | Muurzijde op de draad, kraanzijde op het kopse vlak |
| Rozet | Dekt het gat in de tegel af | Dicht niets af, is puur afwerking |
| Wartel van de kraan | Trekt de kraan tegen de koppeling aan | Op de fiberring of rubberring in de wartel |
| Sanitairkit rond de doorvoer | Houdt douchewater uit de tegelnaad | Op de tegel, niet op de waterdruk |
Meet voordat je iets koopt twee dingen op: de hart-op-hart afstand van je muurplaten en hoe diep elke plaat ten opzichte van de tegel zit. Met die twee getallen weet je binnen een minuut of je een standaard set nodig hebt, een verlengde, of een set met extra verspringing.
Lengte en verspringing: kort, lang en verlengd
Bij s-koppelingen spelen twee maten die vaak door elkaar worden gehaald. De totale lengte bepaalt hoe ver de kraan van de wand af komt te staan, de verspringing bepaalt hoeveel je de aansluiting opzij of omhoog kunt verschuiven.
De standaardmaat die in de bouwmarkt ligt is ongeveer 55 millimeter lang. Wat als s-koppeling lang of als verlengde uitvoering verkocht wordt, begint rond de 60 millimeter en loopt bij de groothandel door tot een stuk of 90 millimeter. Dat verschil van vijf millimeter tussen de standaardmaat en de eerste verlengde maat klinkt weinig, maar het is precies genoeg om een rozet weer netjes tegen de tegel te krijgen in plaats van los op de draad.
In webshops staan de varianten als s-koppeling kort en s-koppeling lang naast elkaar, terwijl het verschil in werkelijkheid vaak maar één of twee centimeter is. Een korte s-koppeling pak je als de muurplaat al ruim uit de wand steekt.
De verspringing zit bij gewone s-koppelingen meestal rond de tien millimeter per stuk. Draai je beide koppelingen naar buiten, dan telt die verspringing dubbel en verschuift de hart-op-hart afstand met ongeveer twee centimeter. Draaien verandert alleen de richting waarin de verspringing wijst en nooit de grootte ervan, en dat is de reden dat je met zagen of met een andere lengte nooit een grotere verspringing koopt.
Waar de maten van sanitair verder op gebaseerd zijn, van aansluithoogtes tot standaard afstanden, staat bij elkaar in onze tabel met standaardmaten in huis. Handig als je de muurplaten nog moet plaatsen en de afstand dus zelf in de hand hebt.
| Type koppeling | Ongeveer welke lengte | Waarvoor je hem pakt |
|---|---|---|
| Korte s-koppeling | 45 tot 50 mm | Muurplaat die al ruim uit de wand steekt, kraan moet dicht op de tegel |
| Standaard s-koppeling | Ongeveer 55 mm | Nette muurplaat op 150 mm hart op hart met tegelwerk van normale dikte |
| Lange of verlengde s-koppeling | 60 tot 90 mm | Muurplaat die te diep in de wand zit, of dik tegelwerk met isolatie erachter |
| S-koppeling met extra verspringing | 55 tot 70 mm | Hart-op-hart van 120 mm die naar 150 mm moet |
| Kraanverlengstuk | 5, 10, 15 of 20 mm | Kleine correctie in de diepte, gemonteerd op de muurplaat |
| Verlengde rozet of diepe rozetkap | Dekt 10 tot 20 mm extra af | Draad wegwerken die je niet verder de muurplaat in krijgt |
Van 12 naar 15 centimeter hart op hart
De meest voorkomende reden om aan s-koppelingen te beginnen is een nieuwe kraan van 150 millimeter op oude muurplaten van 120 millimeter. Dat verschil van 30 millimeter moet volledig uit de verspringing komen, dus 15 millimeter per kant.
Met een gewone set haal je dat niet. Je draait beide koppelingen zo ver mogelijk naar buiten, komt uit rond de 130 of 140 millimeter en dan houdt het op. Voor precies deze situatie bestaan koppelingen met een grotere verspringing, die in de handel gewoon als s-koppeling 12 naar 15 verkocht worden.
Let bij het bestellen op de draadmaat aan de kraanzijde. De meeste sets zijn 1/2" aan beide kanten, maar er bestaan uitvoeringen met 3/4" aan de kraanzijde voor zwaardere thermostaatkranen. Meet dus eerst na waar je kraan om vraagt in plaats van te gokken op wat er nu in de muur zit.
Matzwarte kranen zijn de laatste jaren populair en daar is het beslag op aangepast. Een s-koppeling 12 naar 15 zwart is er met bijpassende zwarte rozetten, zodat je geen chroom meer ziet zitten onder een zwarte kraan. Reken wel op een langere levertijd dan bij de verchroomde variant.
De stand waarin je eindigt is net zo belangrijk als de afstand die je haalt. Bij het proefpassen kom je vaak uit met beide koppelingen naar buiten en een afstand van bijna 170 millimeter, en dan is de verleiding groot om er eentje een halve slag terug te draaien. Doe dat niet, want een teruggedraaide verbinding lekt.
Los een maatverschil nooit op met een verloopring die je vastzet met borgmiddel of lijm. Zo'n ring hangt aan de lijmnaad in plaats van aan schroefdraad, en er komt met een thermostaatkraan en een handdouche behoorlijk wat gewicht en trekkracht op. Een maatverschil hoort opgelost te worden met een koppeling die die maat kan overbruggen.
Een muurplaat die te diep in de wand zit
Het tweede probleem waar je tegenaan loopt is de diepte. Zit de muurplaat te ver in de wand weggewerkt, dan komt de kraan te dicht op de tegel te staan en krijg je de rozetten en de wartels niet meer netjes gemonteerd.
Er zijn drie routes. Je zet een kraanverlengstuk van 5 of 10 millimeter op de muurplaat en draait de s-koppeling daarin, je neemt een langere s-koppeling, of je gebruikt een diepere rozet die de extra draad wegwerkt. De volgorde ligt daarbij vast: het verlengstuk voor de s-koppeling hoort op de muurplaat en de koppeling gaat daar weer in, nooit andersom.
Een s-koppeling verlengd met zo'n tussenstuk lijkt de snelste route en levert in de praktijk vaak nieuw gedoe op. Het in te draaien deel van een s-koppeling is langer dan de diepte van zo'n verlengstuk, waardoor de koppeling na vier of vijf slagen al aanloopt en muurvast zit in een stand die je niet wilt. De rozet valt dan over de draad en ligt los in plaats van tegen de tegel.
Daar komt bij dat elke extra verbinding een extra plek is die kan gaan lekken, zeker omdat verlengstukken niet altijd hetzelfde draadtype hebben als de koppeling. Een lange s-koppeling heeft simpelweg één verbinding minder. Is die niet in de bouwmarkt te vinden, dan is de plaatselijke groothandel of een sanitairspeciaalzaak de plek waar de afwijkende lengtes wel liggen.
Moet je toch inkorten, dan zaag je uitsluitend van de kant die de muurplaat in gaat. Ontbraam daarna binnen en buiten en vijl een kleine schuine kant, anders schuift de hennep bij het indraaien van de draad af. Houd minimaal tien tot twaalf millimeter draad over, want minder dan dat pakt niet genoeg om de kraan te kunnen dragen.
Draai eerst alles droog in, zonder hennep en zonder teflon. Zet met een viltstift een streepje op de koppeling en op de muurplaat en tel het aantal slagen tot de stand klopt. Bij de definitieve montage weet je dan precies waar je moet uitkomen en hoef je niet meer te zoeken terwijl de hennep al meedraait.
Afdichten met hennep, teflon of fitterskit
De muurzijde van een s-koppeling dicht af op de draad en heeft dus een vulmiddel nodig. Hennep met een dun laagje fitterskit is voor deze verbinding de betrouwbaarste keuze, en dat heeft één heel praktische reden: hennep verdraagt een klein stukje terugdraaien zonder meteen te gaan lekken.
Teflontape kan dat niet. Draai je een verbinding met teflon een halve slag terug om de koppeling in de goede stand te krijgen, dan is de band opengetrokken en loopt de verbinding los. Bij een s-koppeling bepaalt de eindstand nu juist hoe je kraan staat, dus dat is een reëel bezwaar.
Werk je toch met teflon, wikkel dan met de draadrichting mee en gebruik ruim voldoende lagen. Hoe je dat netjes doet en hoeveel wikkelingen een verbinding nodig heeft staat bij het aanbrengen van teflontape. Op glad cilindrisch draad in een messing muurplaat werkt het prima, op ruw of beschadigd draad is hennep vergevingsgezinder.
Hennep aanbrengen gaat zo: maak de draad eerst iets ruw met een vijl of een zaagje, leg de vlas met de draadrichting mee in de gangen en smeer er een dun laagje fitterskit overheen. Niet te dik, want een dikke prop hennep laat de koppeling aanlopen voordat hij op stand staat. Bij een muurplaat waar de koppeling makkelijk in loopt heb je vaak al genoeg aan een paar wikkelingen.
| Verbinding | Waarmee afdichten | Waarom zo |
|---|---|---|
| S-koppeling in de muurplaat | Hennep met fitterskit | Dicht af op de draad en verdraagt het zoeken naar de juiste stand |
| Verlengstuk in de muurplaat | Hennep met fitterskit | Zelfde verbinding, maar controleer of het draad taps of cilindrisch is |
| Kraan op de s-koppeling | Niets, alleen de ring in de wartel | Band op deze draad houdt de wartel van zijn zitting en veroorzaakt lekkage |
| Knelkoppeling op koper | Niets, de knelring dicht af | Afdichtmiddel op een knelring maakt de verbinding juist onbetrouwbaar |
| Meerlagenbuis in een knelkoppeling | Niets, de zwarte o-ring in de buis dicht af | De ring moet volledig in de buis zitten om te kunnen afdichten |
| Wasmachinekraan met slangaansluiting 3/4" | De rubberring in de slangwartel | Vlakke afdichting tegen het kopse eind van de kraan |
| Gasleiding | Gasgecertificeerd materiaal, aangebracht door een erkende installateur | Materiaal voor water en gas is niet onderling uitwisselbaar |
Doe geen hennep of teflon op de draad waar de wartel van de kraan overheen gaat. Die verbinding dicht af op de fiberring tegen het kopse vlak van de koppeling. Een laagje band op die draad drukt de wartel iets van zijn zitting en zorgt precies voor de druppel die je wilde voorkomen.
Als de koppeling gaat lekken
Als de waterleiding lekt bij een koppeling, heeft dat bijna altijd een van vier oorzaken, en die zijn alle vier terug te voeren op de montage. Te weinig hennep of teflon in de draad, een verbinding die is teruggedraaid nadat hij vastzat, een ontbrekende of platgedrukte ring in de wartel, of vuil en beschadiging op het kopse vlak.
Het opsporen is lastiger dan je zou denken, want water loopt langs de koppeling en langs de leiding naar beneden. De plek waar de druppel valt is dus zelden de plek waar het lek zit. Droog alles goed af, wikkel een strook keukenpapier om elke verbinding apart en zet de druk er weer op.
Na een half uur zie je op het papier waar het vandaan komt. Zit het bij de wartel van de kraan, dan is de ring of de zitting het probleem en hoef je de koppeling niet uit de muur. Zit het bij de muurplaat, dan moet de koppeling eruit, moet alle oude hennep eraf en pak je de verbinding opnieuw op.
Wat je niet moet doen is een lekkende koppeling met kracht natrekken. Messing draad in een messing muurplaat scheurt bij doordraaien, en dan zit je met een muurplaat die vervangen moet worden en dus met hakwerk in het tegelwerk. Wil je aan één punt werken zonder het hele huis zonder water te zetten, dan is een leiding tijdelijk afdoppen de nette manier om dat te doen.
Blijft de kraan na een goede montage nadruppelen aan de uitloop in plaats van bij de koppelingen, dan zit het probleem in de kraan zelf en niet in het aansluitwerk. Dat is een andere reparatie, met andere onderdelen. Meer werk in dezelfde hoek vind je bij sanitair en loodgieterswerk.
Koppelingen op meerlagenbuis en pex
Achter de muurplaat zit tegenwoordig lang niet altijd koper meer. Meerlagenbuis en pex zijn in nieuwbouw en bij verbouwingen de norm geworden, en dat verandert niets aan de s-koppeling voorop maar wel aan de manier waarop de leiding op de muurplaat komt.
Meerlagenbuis, ook wel alupex genoemd, is kunststof buis met een dunne aluminiumlaag ertussen. Die laag zorgt dat de buis zijn vorm houdt als je hem gebogen hebt en dat er geen zuurstof doorheen diffundeert. Hij is meteen de reden dat kunststof waterleiding koppelingen er anders uitzien dan die voor koper.
Meerlagenbuis koppelingen zijn er in een handvol systemen die vooral verschillen in het gereedschap dat je ervoor nodig hebt. Een pex buis koppeling werkt in de basis hetzelfde, alleen mist die buis de aluminiumlaag en houdt hij zijn gebogen vorm dus niet vanzelf. Welke koppeling meerlagenbuis nodig heeft, hangt vooral af van de plek in het leidingwerk: mag de verbinding weggewerkt worden of moet hij bereikbaar blijven.
In een knelkoppeling voor meerlagenbuis zitten twee ringen die vaak verwisseld worden. De zwarte o-ring op het insteekdeel moet volledig in de buis, want die maakt de afdichting. De witte of grijze ring die je daarachter ziet zit er voor de scheiding tussen het aluminium van de buis en het messing van de koppeling, zodat de twee metalen elkaar niet aantasten.
Om die zwarte ring er zonder schade in te krijgen moet de buis gekalibreerd zijn. Knip de buis af met een buizenknipper en niet met een zaag of een haakse slijper, want dan druk je hem ovaal of vul je hem met slijpsel. Maak hem daarna met de kalibreertool weer rond, ontbraam de binnenkant en maak een lichte schuine kant, zodat de o-ring naar binnen glijdt in plaats van eraf geschoven te worden.
Blijf voor buis, koppelingen en gereedschap binnen één systeem. Tot 16 millimeter liggen de wanddiktes van de meeste merken dicht bij elkaar, maar vanaf 20 millimeter lopen ze uiteen en past het gereedschap van het ene merk niet meer op de buis van het andere. Bij een compleet nieuw tracé is de systeemkeuze het eerste dat je vastlegt, zie hoe je een waterleiding aanlegt.
| Koppelsysteem | Gereedschap dat je nodig hebt | Mag het weggewerkt worden | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Knelkoppeling | Buizenknipper, kalibreertool, twee steeksleutels | Nee, moet bereikbaar blijven | Zwarte o-ring in de buis, witte ring tegen het aluminium |
| Perskoppeling met pershuls | Buizenknipper, kalibreertool, perstang met het juiste profiel | Ja | Persprofiel en koppeling moeten van hetzelfde systeem zijn |
| Schuifhulskoppeling | Optrompdoorn en een axiale perstang | Ja | Buis eerst optrompen, huls daarna over de fitting schuiven |
| Koppeling met ingebouwd persmechanisme | Alleen een kalibreerdoorn | Ja | Duurder per stuk, maar je hoeft geen tang aan te schaffen |
| Knelset in een knelkoppeling voor koper | Steeksleutels en kalibreertool | Nee | Zo sluit je 16x2 meerlagenbuis aan op een bestaande knelkoppeling |
| Euroconus | Steeksleutel | Nee | Voor verdelers en radiatoren, dicht af op de o-ring in de conus |
Knelkoppelingen mogen niet onbereikbaar in vloer of wand verdwijnen. Demontabele verbindingen moeten bereikbaar blijven, want ze kunnen na verloop van tijd gaan lekken en dan wil je erbij kunnen. In de dekvloer of achter het tegelwerk horen alleen verbindingen die vast zijn, dus geperst of gesoldeerd.
Rehau, Uponor en de merkgebonden perstang
Rehau koppelingen werken met een schuifhuls en dat is iets anders dan een gewone perskoppeling. Je knipt de buis af, schuift de huls erover, trompt het uiteinde op met een optrompdoorn en steekt de fitting erin. Daarna schuif je met een axiale perstang de huls over de fitting heen, en de veerkracht van het materiaal knijpt de buis daarna zelf op de nokken vast.
Dat verklaart waarom rehau koppelingen persen niet lukt met bekken van een ander systeem. Persbekken zijn afgestemd op de lengte en de vorm van de huls en op de kracht die nodig is om hem eroverheen te schuiven. Passen ze niet precies, dan kan de bek tijdens het persen van de huls schieten, en met die krachten levert dat serieuze verwondingen op.
De koppelingen zelf zijn er in messing en in PPSU, dat harde zwarte kunststof. Beide zijn geschikt voor drinkwater en voor cv, en beide mogen in de dekvloer. PPSU is lichter en goedkoper en ligt inmiddels ruimer in de handel dan de messing uitvoering, terwijl pex en PPSU als materialen prima naast elkaar functioneren.
Er zijn ook systemen waarbij het persmechanisme in de koppeling zelf zit, zoals bij de RTM-fittingen van Uponor. Je kalibreert de buis, steekt hem erin en drukt de ring met de hand op zijn plaats. Duurder per koppeling, maar je hoeft geen tang aan te schaffen die je daarna nooit meer gebruikt.
Voordat je een systeem kiest, reken je vooral aan het gereedschap. Een elektrische axiale perstang kost al gauw meer dan het complete leidingwerk van een badkamer, en welke tang bij welk systeem hoort staat op een rij bij de perstang voor waterleiding. Wie liever in koper blijft werken, houdt het bij knellen en solderen, en die handvaardigheid lijkt sterk op wat je nodig hebt bij het solderen van zink.
Euroconus, watermeterkoppeling en half duims verloop
Rond de kraanaansluiting kom je nog een paar koppelingen tegen die op elkaar lijken maar het niet zijn. De euroconus koppeling is er daar een van. Dat is een wartelverbinding met 3/4" draad waarbij het insteekdeel schuin toeloopt en op die schuine kant een o-ring draagt, zodat de afdichting ín de tegenpartij plaatsvindt in plaats van op de draad.
Je vindt hem op cv-verdelers en op radiatoren met een genormaliseerde aansluiting, en hij is bedoeld om af en toe los te kunnen. Let op dat er koppelingen bestaan die er sprekend op lijken maar op een 15 millimeter knelkoppeling horen en dus niet op 3/4". Staat er op de kraan of verdeler DN en PN, dan gaat dat over de nominale doorlaat en de druktrap en niet over het draadtype.
Bij de watermeter zie je bijna altijd verlopende koppelingen. Een watermeter koppeling is een driedelige wartelverbinding met 3/4" aan de meterzijde, zodat de meter er los tussenuit kan als hij gewisseld moet worden. Dat hij daarna verloopt naar 1/2" komt doordat de binnenleiding traditioneel in die maat werd uitgevoerd, en 3/4" bij 3/4" is gewoon te koop als je met de dikkere maat verder wilt.
Reken er niet op dat het weghalen van dat korte stukje 1/2" je merkbaar meer druk oplevert. De weerstand van het telwerk in de meter en de lengte van de hele binnenleiding wegen zwaarder dan een paar centimeter. Wat wel helpt als je te weinig druk hebt, staat bij het verhogen van de waterdruk.
Dan blijft de half duims koppeling over, waar de meeste verwarring over bestaat. Half duims is een genormaliseerde maat, dus 1/2" buitendraad past altijd in 1/2" binnendraad, ook als het aan de ene kant om een kraan en aan de andere kant om een knelkoppeling gaat. Past het niet, dan zit je met een verschil tussen taps en cilindrisch draad, of je hebt in werkelijkheid 3/8" of 3/4" in handen.
Zo zet je twee s-koppelingen recht en waterdicht in de muurplaten
Deze volgorde werkt voor een opbouwkraan bij douche of bad, en met kleine aanpassingen ook voor een wastafelkraan op muurplaten.
-
Sluit het water af en haal de oude kraan eraf
Draai de hoofdkraan dicht en zet daarna het laagste tappunt in huis open om de leiding te legen. Draai de wartels van de oude kraan los met een steeksleutel en houd een emmer eronder. Blijf van de watermeter en van de verzegeling van de netbeheerder af, want alles vóór de meter is niet van jou en mag je niet losnemen.
-
Meet de afstand en de diepte op
Meet de hart-op-hart afstand tussen de twee muurplaten en meet per plaat hoe diep het draad achter de tegel zit. Vergelijk dat met de hart-op-hart maat van je nieuwe kraan, meestal 150 millimeter. Met dat verschil weet je of je genoeg hebt aan standaard koppelingen of dat je een verlengde of een set met extra verspringing nodig hebt.
-
Pas droog en tel het aantal slagen
Draai beide koppelingen zonder hennep in de muurplaten en schuif de rozetten erop. Zet met een viltstift een streep op de koppeling en op de plaat, zodat je terug kunt vinden bij welke stand de kraan mooi past. Controleer nu al of de rozetten tegen de tegel komen en of de wartels van de kraan zonder spanning op de koppelingen vallen.
-
Kort in wat te lang is
Loopt de koppeling in de muurplaat aan voordat de stand klopt, dan haal je een stukje van de muurzijde af met een ijzerzaag of pijpsnijder. Zaag nooit aan de kraanzijde, want daar dicht de fiberring af tegen het kopse vlak. Ontbraam na het zagen binnen en buiten en vijl een kleine schuine kant, anders schuift de hennep bij het indraaien meteen van de draad.
-
Pak de draad in met hennep en draai in
Maak de draad iets ruw, wikkel de hennep met de draadrichting mee en smeer er een dun laagje fitterskit overheen. Draai de koppeling in tot de stand van je viltstiftstreep, en stop daar. Kom je te ver, draai dan de koppeling er helemaal uit en begin opnieuw met verse hennep, want terugdraaien maakt de verbinding lek.
-
Zet de kraan erop en controleer of hij waterpas hangt
Schuif de rozetten aan, controleer of er nieuwe fiberringen in de wartels zitten en draai de kraan handvast aan. Leg een kleine waterpas op de kraan en corrigeer als het nodig is met een kwartslag aan één koppeling, in de richting waarin je toch al draaide. Trek de wartels daarna aan met een sleutel, stevig maar zonder er met je volle gewicht aan te hangen.
-
Zet de druk erop en controleer op lekken
Draai de hoofdkraan langzaam open en laat een tappunt openstaan om de lucht eruit te laten. Droog alle verbindingen af, wikkel er keukenpapier omheen en kijk na een half uur en nog eens na een dag. Pas als alles droog blijft werk je de doorvoeren in de tegel af met sanitairkit, want kit over een lek maakt het lek alleen onvindbaar.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de kraan definitief aandraait
Uit de praktijk
Tussen 55 en 60 millimeter zat het hele verschil
Bij een net afgebouwde badkamer met een regendouche zaten de muurplaten keurig op 150 millimeter hart op hart, maar ze staken te diep in de wand. Met de tegels van een centimeter erop kon de kraan niet gemonteerd worden zonder dat de rozetten scheef kwamen te staan. De eerste ingeving was een kraanverlengstuk van tien millimeter op elke muurplaat.
Daarmee verschoof het probleem alleen maar. Het in te draaien deel van de s-koppeling bleek langer dan de diepte van het verlengstuk, waardoor de koppeling na vier slagen muurvast zat en er ruim een halve centimeter uitstak. De rozetten vielen nu over de draad heen en lagen los in plaats van tegen de tegel.
Wat hier werkte was het verlengstuk helemaal weglaten. De aanwezige koppelingen waren 55 millimeter lang, en bij de plaatselijke groothandel lag een uitvoering van 60 millimeter. Die vijf millimeter waren genoeg: rozetten strak tegen de tegel, wartels zonder spanning erop, en één verbinding minder die kon gaan lekken.
Een verloopring die met borgmiddel op de koppeling zat
In een huurwoning hing een thermostaatkraan met 3/4" wartels op muurplaten die ooit voor een 1/2" kraan op 120 millimeter waren gezet. Iemand had het maatverschil overbrugd door verloopringen over de bestaande s-koppelingen te draaien en die vast te zetten met een hittebestendig borgmiddel. Bij demontage kwam er geen beweging in, en dat leek eerst op een gelijmde verbinding.
Beter kijken maakte duidelijk hoe het in elkaar zat. Het was een verloopring die over de s-koppeling geschroefd was, met aan het uiteinde een uitsparing voor een afdichtring, en het borgmiddel zat alleen in de draadgangen. Met die kennis durfde er meer kracht op, en in een badkamer die onder een schuin dak al vijfendertig graden was, kwam de ring los zonder dat er een brander aan te pas hoefde te komen.
De les eruit is dat borgmiddel geen afdichting is en al helemaal geen constructie. Een zware thermostaatkraan waar dagelijks aan getrokken wordt hoort op schroefdraad te hangen die de kracht kan opnemen. Het maatverschil van 12 naar 15 hoort te worden opgelost met koppelingen die daarvoor gemaakt zijn.
Tien millimeter verlengen zonder draad over te houden
Bij het monteren van een thermostaatkraan in een douche moest de aansluiting tien millimeter naar voren. Een verlengstuk van precies tien millimeter leverde te weinig draad over voor de s-koppeling, waardoor er nauwelijks pakking overbleef om de verbinding waterdicht te krijgen. Hennep wilde in die ondiepe verbinding niet goed blijven zitten.
De uitkomst zat in het omdraaien van de rekensom. Er ging een verlengstuk van vijftien millimeter op de muurplaat en er ging vijf millimeter van de muurzijde van de s-koppeling af. Netto dezelfde tien millimeter naar voren, maar met genoeg draadlengte in de verbinding om er fatsoenlijk teflon of hennep in kwijt te kunnen.
Voordat het tegelwerk dichtging is die verbinding apart getest. Op de s-koppeling ging een tuinslang en op het verlengstuk een eindkap, zodat er druk op één verbinding tegelijk stond. Dat kost tien minuten en scheelt het openbreken van een net afgewerkte wand.
De zwarte ring die er niet in wilde
Bij het aanleggen van een tak in 16x2 meerlagenbuis met knelkoppelingen bleef de vraag hangen of het zwarte ringetje nu in de buis moest of ertegenaan. De buis was met een buizenknipper afgekort, maar het kopse eind was niet helemaal vlak en de koppeling voelde bij het aandraaien stroef.
Het antwoord is dat de zwarte o-ring de afdichting maakt en dus volledig in de buis hoort, en dat de witte ring ervoor zit om het aluminium in de buis van het messing van de koppeling te scheiden. Met een geleende kalibreertool ging de buis weer rond, maar die tool had geen mesjes om een inwendige schuine kant te maken. Precies die schuine kant zorgt dat de o-ring naar binnen glijdt in plaats van van zijn plek geduwd te worden.
Een tool van een ander merk was hier geen bezwaar, omdat het om 16 millimeter met wanddikte 2 ging en die maat bij de meeste systemen gelijk is. Bij 20 millimeter en groter gaat dat niet meer op. Over het aandraaien bleef één regel over: handvast en daarna ongeveer een hele slag, niet meer, want doordraaien vreet de buis aan de binnenkant kapot.
Veelgemaakte fouten
De koppeling terugdraaien om hem recht te zetten
Je draait de koppeling vast, ziet dat hij een halve slag te ver zit en draait hem terug. Daarmee komt de hennep of de teflon los te zitten in de draadgangen en is de afdichting verbroken, ook al voelt de verbinding nog stevig. Draai er in dat geval helemaal uit en pak de draad opnieuw in.
Hennep of teflon op de kraanzijde aanbrengen
De wartel van de kraan dicht af op de fiberring tegen het kopse vlak, niet op de draad. Een laagje band of hennep daar houdt de wartel iets van zijn zitting, waardoor de ring niet volledig aandrukt. Het resultaat is een verbinding die er strak uitziet en toch blijft druppelen.
Inkorten aan de verkeerde kant
Zagen mag alleen aan de kant die de muurplaat in gaat. Haal je iets van de kraanzijde, dan beschadig je het vlak waar de afdichtring op moet drukken en krijg je die verbinding niet meer dicht. Ontbraam na het zagen ook altijd, want een braam schuift de hennep bij het indraaien van de draad af.
Een maatverschil overbruggen met verloopringen en lijm
Van 12 naar 15 centimeter kom je niet door iets op de bestaande koppelingen te plakken. Borgmiddel is geen afdichting en houdt op termijn het gewicht van een thermostaatkraan met handdouche niet. Koppelingen met een grotere verspringing zijn gewoon te koop en kosten minder dan een badkamerwand openbreken.
Meerlagenbuis zagen in plaats van knippen
Met een zaag of een haakse slijper wordt de buis ovaal en komen er spanen in het leidingwerk terecht. De zwarte o-ring van de koppeling glijdt dan niet netjes naar binnen maar wordt beschadigd, en dat merk je pas als de vloer dicht ligt. Knip met een buizenknipper, kalibreer en ontbraam: dan glijdt de ring onbeschadigd op zijn plek en blijft de verbinding dicht.
Een knelkoppeling in de dekvloer of achter tegelwerk wegwerken
Demontabele verbindingen kunnen gaan lekken en moeten daarom bereikbaar blijven. Verdwijnt zo'n koppeling in de vloer, dan betekent een druppel later een gehakte sleuf door een afgewerkte ruimte. Onder de vloer en in de wand horen alleen geperste of gesoldeerde verbindingen.
Persen met bekken van een ander systeem
Persbekken zijn afgestemd op de vorm en de lengte van precies één type huls en op de kracht die daarvoor nodig is. Passen ze niet, dan wordt de verbinding niet goed dichtgeknepen of schiet de bek tijdens het persen weg. Dat laatste levert bij deze krachten echte verwondingen op.
Een lekkende koppeling met kracht natrekken
Doordraaien lijkt de snelste oplossing en scheurt in de praktijk het messing van de muurplaat. Je ruilt dan een verbinding die opnieuw ingepakt moest worden in voor hakwerk in het tegelwerk. Draai de koppeling eruit, haal alle oude hennep weg en begin schoon opnieuw.
Veelgestelde vragen
Welke s-koppeling lengte heb ik nodig?
Dat volgt uit de diepte van je muurplaat ten opzichte van het afgewerkte tegelwerk. Zit de plaat netjes gelijk met de tegel, dan volstaat de standaardmaat van ongeveer 55 millimeter. Zit hij dieper weggewerkt of ligt er dik tegelwerk met isolatie achter, dan pak je een lange s-koppeling van 60 tot 90 millimeter. Meet altijd eerst en koop pas daarna, want een korte s-koppeling en een verlengde uitvoering zien er in de verpakking bijna hetzelfde uit.
Hoe kom ik met een s-koppeling van 12 naar 15 centimeter?
Alleen met koppelingen die daarvoor gemaakt zijn. Een gewone s-koppeling heeft ongeveer tien millimeter verspringing, dus zelfs met beide koppelingen maximaal naar buiten kom je meestal niet verder dan 130 tot 140 millimeter. Een set die als s-koppeling 12 naar 15 verkocht wordt heeft een grotere verspringing en overbrugt die dertig millimeter wel. Verder indraaien of stukken afzagen helpt niet, want de verspringing verandert daar niet van, alleen de lengte.
Mag ik een s-koppeling inkorten?
Ja, maar uitsluitend aan de kant die de muurplaat in gaat. De kraanzijde moet je met rust laten, want daar drukt de fiberring van de wartel tegen het kopse vlak en dat vlak moet gaaf blijven. Zaag met een ijzerzaag of snij met een pijpsnijder, ontbraam daarna binnen en buiten en vijl een kleine schuine kant. Houd minimaal tien tot twaalf millimeter draad over, anders pakt de verbinding te weinig om de kraan te dragen.
Kan ik een s-koppeling verlengen met een verlengstuk?
Dat kan, maar het is zelden de mooiste route. Een kraanverlengstuk hoort op de muurplaat en de s-koppeling gaat daar weer in, nooit andersom. Het probleem is dat het in te draaien deel van de koppeling vaak langer is dan de diepte van het verlengstuk, waardoor de koppeling na een paar slagen aanloopt en de rozet los over de draad komt te vallen. Een verlengde s-koppeling levert hetzelfde resultaat met één verbinding minder, en dus met één lekkans minder.
Moet je de s-koppeling vervangen als je een nieuwe kraan monteert?
Niet altijd, maar in de meeste gevallen is het verstandig. Zitten de koppelingen er goed in, is het chroom gaaf en is het kopse vlak onbeschadigd, dan kun je ze laten zitten en vervang je alleen de fiberringen in de wartels. Zie je putjes in het chroom, zit er kalkaanslag op de zitting of moet je toch aan de stand sleutelen, dan is een s-koppeling vervangen een kleine kostenpost tegenover het risico dat je de wand later weer open moet. Bij een andere hart-op-hart maat heb je sowieso andere koppelingen nodig.
Kan ik een douchekraan monteren zonder s-koppeling?
Dat kan als de muurplaten exact op de hart-op-hart maat van de kraan zitten, waterpas staan en op de juiste diepte in de wand liggen. Je draait dan korte nippels of de meegeleverde aansluitstukken in de muurplaten en zet de kraan er direct op. Je levert wel elke mogelijkheid tot corrigeren in, dus deze route werkt alleen als je de muurplaten zelf hebt gezet en hebt ingemeten. Bij bestaand werk is een s-koppeling douchekraan zetten praktisch altijd de snellere weg naar een strak resultaat. Bij een wastafel- of keukenkraan speelt dit trouwens niet, want die hangt met flexibele aansluitslangen aan de hoekstopkranen.
Waarom lekt mijn waterleiding bij de koppeling?
Bij een schroefverbinding komt het vrijwel altijd door te weinig hennep of teflon, door terugdraaien na het vastzetten, of door een ontbrekende of platgedrukte ring in de wartel. Droog alles af, wikkel per verbinding een strook keukenpapier eromheen en zet de druk erop, want water loopt langs de leiding en druppelt zelden op de plek van het lek. Trek een lekkende koppeling niet met kracht na, want messing draad scheurt bij doordraaien. Zit het lek dieper in de leiding, dan is het slimmer om dat deel af te doppen en de rest van het huis water te laten houden.
Zijn verlengde s-koppelingen in de bouwmarkt te koop?
Beperkt. In de schappen van bouwmarkten als Gamma en Praxis liggen vooral standaardmaten en soms één verlengde uitvoering, meestal in 1/2". De afwijkende lengtes en de sets met extra verspringing liggen bij de sanitairgroothandel of zijn daar te bestellen. Kom je er in de bouwmarkt niet uit, meet dan je situatie op en loop met die maten naar een speciaalzaak, want daar kunnen ze de juiste combinatie van lengte en verspringing er zo bij pakken.
Gebruik ik hennep of teflon bij een s-koppeling?
Hennep met een dun laagje fitterskit heeft bij deze verbinding de voorkeur. De reden is de stand: bij een s-koppeling bepaalt de eindpositie hoe je kraan hangt, en hennep verdraagt een klein beetje corrigeren zonder direct te gaan lekken. Teflon is opengetrokken zodra je terugdraait en dan loopt de verbinding los. Op glad cilindrisch draad in een messing muurplaat werkt teflon prima, mits je met de draadrichting mee wikkelt en ruim voldoende lagen gebruikt.
Hoe vast moet ik een knelkoppeling op meerlagenbuis aandraaien?
Handvast draaien en daarna met een steeksleutel ongeveer een hele slag, en dan stoppen. Verder doordraaien vervormt de buis aan de binnenkant en beschadigt juist de o-ring die de afdichting moet maken. Belangrijker dan de kracht is de voorbereiding: de buis geknipt in plaats van gezaagd, gekalibreerd, ontbraamd en met een lichte inwendige schuine kant. Zit dat goed, dan is er weinig kracht nodig en blijft de verbinding jarenlang droog.
Kan ik pex buis op een knelkoppeling voor koper aansluiten?
Bij 16x2 meerlagenbuis met aluminium inlage kan dat met een knelset, ook wel insert of NL-koppeling genoemd. Je vervangt daarmee het binnenwerk van de knelkoppeling zodat de kunststof buis erin past, zonder dat je een perstang nodig hebt. Neem die knelset van hetzelfde merk als de koppeling waar hij in gaat en controleer of de maat klopt. Voor pex zonder aluminiumlaag is dit geen veilige route, want die buis krimpt en zet uit en houdt de knelverbinding niet betrouwbaar dicht.
Waarom past mijn half duims buitendraad niet in half duims binnendraad?
Half duims is genormaliseerd, dus in principe past dat gewoon. Loopt het toch niet, zet dan eerst recht aan zonder te forceren, want vaak past het dan alsnog. Past het echt niet, dan heb je meestal een maat verkeerd ingeschat en zit je in werkelijkheid met 3/8" of 3/4", of je probeert taps draad in cilindrisch draad te forceren. Bij een lekkende koppeling in de waterleiding is een verkeerd draadtype trouwens een veel voorkomende oorzaak, want zo'n verbinding komt nooit echt op zijn plaats. Komt er daarbij nauwelijks water uit de kraan, dan is het de moeite waard om te controleren of er ergens een te lage waterdruk speelt in plaats van een verkeerde koppeling.
Wanneer je beter een vakman belt
Twee s-koppelingen indraaien en er een kraan op zetten is werk dat je prima zelf doet. Het is meetwerk en netjes afdichten, geen specialistenwerk. Er zijn wel een paar grenzen die je niet met handigheid oplost.
De eerste is gas. Gasbuis koppelingen zijn geen doe-het-zelfmateriaal en een gasleiding wijzigen laat je over aan een erkende installateur, ook als het maar om één koppeling gaat. Die perst de leiding daarna af en legt het resultaat vast, en dat is precies de zekerheid die je bij gas wilt hebben. Materiaal voor water is bovendien niet uitwisselbaar met materiaal voor gas.
De tweede grens ligt in de meterkast. De watermeter en de aansluiting daarnaartoe zijn eigendom van je waterbedrijf en zijn verzegeld. Aan de huiszijde van de hoofdkraan mag je werken, aan de meter en aan de zegels niet, dus bij lekkage op dat punt bel je de netbeheerder in plaats van er zelf een sleutel op te zetten. Datzelfde geldt achter de hoofdzekering in de elektrameterkast, waar alleen een installateur aan hoort te komen.
De derde is bouwkundig. Moet er een muurplaat verplaatst worden en zit die in een dragende wand, dan is een horizontale sleuf hakken uit den boze, want dat verzwakt de wand over de volle lengte. Laat in dat geval eerst uitzoeken wat er wel kan.
De laatste grens is asbest. In badkamers en leidingkokers uit de jaren tachtig en eerder kun je asbesthoudend plaatmateriaal of oude leidingisolatie tegenkomen. Ga daar niet in boren, zagen of hakken, maar laat het onderzoeken en zo nodig weghalen door een gecertificeerd bedrijf.