Boeiboord vervangen zonder je dakbedekking te beschadigen
Een boeiboord vervangen is minder timmerwerk dan uitzoekwerk: eerst moet je weten of de aluminium daktrim aan het boeideel vastzit of aan de dakbedekking. Zit hij aan het boeideel, dan snijd je het dakleer vlak achter de trim door of slijp je de voorkant van de trim weg. Pas als de rand vrij is, komt de keuze tussen hout, multiplex, Rockpanel, Trespa of kunststof aan de orde, en die keuze bepaalt hoe breed je de naden laat. Het waterdicht afwerken van de dakrand is het deel dat het vaakst misgaat.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Rolsteiger of een steiger, geen ladder om vanaf te werken
- Brede koevoet van ongeveer 38 cm en een gewoon breekijzer
- Stukje plank of multiplex om achter het breekijzer te leggen
- Stanleymes met haakmesjes voor het doorsnijden van dakbedekking
- Haakse slijper met een dunne doorslijpschijf voor metaal
- Accuschroefmachine, houtboren en een verzinkboor
- Nijptang en spijkerdrevel voor achtergebleven spijkers
- Lange waterpas of een strakke draad om de rand uit te lijnen
- Handcirkelzaag of invalzaag met een fijne zaag voor plaatmateriaal
- Stofmasker, veiligheidsbril en handschoenen
Materiaal
- Boeidelen in hout, multiplex, Rockpanel, Trespa of pvc
- Achterhout of stelplaatjes om de ondergrond vlak te krijgen
- RVS schroeven, bij plaatmateriaal met gekleurde kop
- Randsealer of grondverf voor zaagkanten en kopse kanten
- Epoxyvuller voor schroefgaten in geschilderd werk
- Uv-bestendige strook of dpc-folie achter de naden
- Nieuwe daktrim, zinken deklijst of opschroeftrim
- Bitumenkit voor het voorstrijken onder een opschroeftrim
- Vogelschroot of insectengaas voor de ventilatiespleet
Hoe een dakrand met een boeiboord in elkaar zit
Het boeiboord, ook boeideel genoemd, is de plank of plaat die de dakrand afsluit tussen het metselwerk en de dakbedekking. Bij een aanbouw of garage zit dat deel meestal vast op een schuin oplopend latwerk dat mastiekschroot of mastiekrib heet, en samen vormen die twee de dakopstand. Hoe die opbouw bij jouw dak precies in elkaar zit, bepaalt de hele volgorde van het werk, en dat begint bij de afwerking van het schuine dak en de dakrand.
De bevestiging zie je vrijwel nooit. Boeidelen zijn gespijkerd of geschroefd, waarna de koppen zijn dichtgeplamuurd en overgeschilderd. Wie geen enkele spijker kan ontdekken, concludeert al snel dat de delen gelijmd zitten, en dat is bijna nooit het geval.
Boven op het boeideel ligt de aluminium daktrim, en daaroverheen loopt de dakbedekking die er gebrand of geplakt is. Die stapeling is precies de reden dat een boeiboord er niet zomaar af komt. Trek je aan het boeideel terwijl de trim eraan vastzit, dan trek je de dakbedekking mee open.
Zit het dak vol met leislag, dat grindachtige laagje op bitumen, dan hecht nieuwe dakbedekking daar slecht op. Een werkwijze die snijwerk in het dak vermijdt, is op zo'n dak dus meer waard dan op een gladde laag.
| Onderdeel | Wat het is | Waar je op let bij demontage |
|---|---|---|
| Boeideel of boeiboord | De plank of plaat die de dakrand afsluit, in hout meestal 18 tot 22 mm | Zit gespijkerd of geschroefd, de koppen zitten onder de plamuur |
| Mastiekschroot of mastiekrib | Het schuine of afgeronde latwerk waar de dakbedekking op omhoog loopt | Het boeideel zit hier vaak op vastgespijkerd, probeer de rib heel te houden |
| Dakopstand | Het geheel van rib en boeideel dat de rand van het dak vormt | Blijft meestal bruikbaar, meet de breedte voordat je een trim bestelt |
| Daktrim of daklijst | Het aluminium profiel dat over de opstand valt | Vervormt bij het wrikken, reken erop dat hij niet herbruikbaar is |
| Kantstrook | De strook dakbedekking over de opstand en tot over de trim | Snijd je door bij demontage, moet later opnieuw aangebracht worden |
| Leislag | De grindachtige toplaag op bitumen dakbedekking | Hecht slecht, dus vermijd aanhelen en vermijd rubberafdichtingen erop |
| Mastiekhoek of hoekplank | Het houten hoekprofiel bovenaan tegen het boeideel | Moet straks weer ergens op vast, dus laat daar hout zitten |
Uitzoeken of de daktrim aan het boeideel vastzit
Eén vraag bepaalt hoeveel werk het vervangen van een boeiboord wordt: draagt het boeideel de daktrim, of ligt die trim los op de opstand met de dakbedekking eroverheen? Daar hangt van af of je in het dakleer moet snijden.
De test kost vijf minuten. Zet een breekijzer achter de onderkant van een boeideel met een plankje ertussen, zodat je de bakstenen niet stukwrikt, en trek voorzichtig naar je toe. Beweegt de daktrim mee, dan zit hij aan het boeideel vast en moet hij er hoe dan ook af.
Blijft de trim liggen terwijl het boeideel beweegt, dan zit hij van bovenaf op de mastiekrib geschroefd of ligt hij tussen twee lagen dakbedekking geplakt. In dat geval kun je met wat geluk de spijkers uit de rib wrikken en het oude deel onder de trim vandaan schuiven. Bij schroeven lukt dat niet en gaat de trim er alsnog af.
Doe die test op twee of drie plekken en begin bij een hoek of bij een deel dat al zichtbaar loszit. De ene gevel is soms anders afgewerkt dan de andere, zeker als er ooit een aanbouw is bijgekomen. Kijk bij die gelegenheid ook naar de staat van de dakbedekking zelf, want een mastiekdak dat al vol mos staat is een ander vertrekpunt dan een laag van vijf jaar oud.
Zet met potlood op de gevel waar de trim meebeweegt en waar niet. Als je twee weken later begint, weet je dat niet meer uit je hoofd, en dan begin je precies op de verkeerde plek te wrikken.
Eerst weghalen wat er aan de dakrand vastzit
Voordat het eerste boeideel loskomt, moet er meestal van alles af. De zichtzijde van een bakgoot zit vaak op hetzelfde hout, en dat is het moment om die meteen mee te nemen. De goot demonteren en later terugzetten kost minder tijd dan er langs proberen te werken met een koevoet.
Neem de hemelwaterafvoer los aan de bovenkant en zet de pijp met een riem vast aan de gevel, zodat hij niet halverwege de klus in de tuin ligt. Blijkt de aansluiting onderin verstopt of vergaan, dan is dit het moment om ook naar het vervangen van de riolering onder de afvoer te kijken. Zonder goot en zonder pijp kom je er nooit makkelijker bij.
Buitenlampen, bewegingsmelders en camera's aan de gevel zitten regelmatig precies op het boeideel geschroefd. Haal die er van tevoren af en maak de kabel spanningsloos in plaats van hem langs te laten hangen; hoe je een buitenlamp veilig losneemt en terugplaatst is een klus op zich. Markeer waar de kabel door de gevel komt, want in een nieuw paneel boor je dat gat op de millimeter.
Bij een dak met een overstek loopt het boeideel door tot onder de dakrand en zit er vaak een geventileerd plafondje onder. Dat vraagt om een iets andere aanpak dan een rechte gevelrand, en die staat bij ons apart beschreven onder het afwerken van een overstek.
Het oude boeiboord en de daktrim los krijgen
Zit de trim aan het boeiboord vast, dan zijn er twee werkwijzen die allebei goed uitpakken. Ze verschillen vooral in hoeveel je aan de dakbedekking zelf komt.
De eerste route: snijd het dakleer vlak achter de daktrim door met een stanleymes met een haakmesje erin. Houd het mes iets schuin langs de trim en trek in korte halen, want een haakmesje dat vastloopt schiet hard uit. Daarna wip je de trim los met een brede koevoet en wrik je het boeideel van bovenaf van de mastiekrib. Het herstel is dan wel echt werk: de kantstroken moeten opnieuw aangebracht worden, en dat is branderwerk voor een dakdekker.
De tweede route laat het dak met rust. Je slijpt met een haakse slijper de voorkant van de aluminium trim weg, precies tot aan de dakrand, waardoor de hele voorzijde van het boeideel vrijkomt. Dat deel trek je vervolgens naar je toe los, terwijl de bovenkant van de trim en de dakbedekking gewoon blijven liggen. Daarna werk je de rand af met zetwerk of een nieuwe trim over het restant.
Voor dat slijpwerk heb je een echte haakse slijper nodig. De schijfjes van een Dremel of een andere kleine multitool zijn te klein voor een hele dakrand en lopen vol met bitumen en aluminium.
| Werkwijze | Wat je nodig hebt | Voordeel | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Dakleer doorsnijden achter de trim | Haakmesje, brede koevoet van ongeveer 38 cm | Je kunt de opstand helemaal nalopen en herstellen | Aanhelen op oude leislag hecht slecht, dus vaak een hele nieuwe kantstrook |
| Voorkant van de trim wegslijpen | Haakse slijper, dunne doorslijpschijf, veiligheidsbril | De dakbedekking blijft ongemoeid en het dak blijft dicht | Vonken bij bitumen, en het restant van de trim moet wel weggewerkt worden |
| Boeideel onder de trim uitschuiven | Breekijzer, nijptang, geduld | Snelste methode, trim blijft zitten | Lukt alleen als de trim gespijkerd is en niet geschroefd |
| Alles vervangen inclusief mastiekrib | Sloopwerk plus nieuw hout, brander voor de dakbedekking | Je begint met een kaarsrechte, gezonde ondergrond | Meeste werk en meeste risico op lekkage tijdens de klus |
Slijpen naast bitumen geeft vonken. Een doorslijpschijf op aluminium spuit hete deeltjes over de dakbedekking, en droog mos vat vlam. Maak het werkvlak nat, houd een emmer water binnen handbereik en loop na afloop de rand nog een kwartier na voordat je opruimt.
Een boeiboord vervangen in hout, plaatmateriaal of kunststof
Wie een boeiboord vervangt in hout kiest meestal voor geschilderd vuren of meranti, of voor gegrond watervast multiplex. Dat is het goedkoopst en het sluit aan op wat er al zit. Je tekent er wel voor schilderwerk om de vier tot zes jaar bij, en juist de kopse kanten en de schroefgaten zijn de plekken waar het rot opnieuw begint.
Een boeiboord vervangen in kunststof of in een plaatmateriaal dat niet geschilderd hoeft te worden, kost meer aan materiaal en scheelt daarna vrijwel al het onderhoud. Rockpanel en Trespa zijn de twee die je in de bouwmarkt en bij de houthandel tegenkomt, en ze gedragen zich verschillend. Trespa werkt sterk en heeft open naden en ruime schroefgaten nodig; Rockpanel werkt weinig en mag in veel toepassingen met een gesloten naad. Wat de verwerking van Rockpanel boeidelen in jouw situatie toelaat, staat in het verwerkingsvoorschrift van de plaat zelf, en dat is de bron die telt.
Echte pvc-boeidelen met een kraalprofiel zijn een derde weg. Ze klikken op een regelwerk en vangen hun eigen uitzetting op in de klik en de overlap, maar ze zetten in de zon flink uit, dus aan de uiteinden moet ruimte blijven. De keuze tussen deze materialen werken we verder uit bij het vervangen van boeidelen per materiaalsoort.
| Materiaal | Gangbare dikte | Naad tussen de delen | Onderhoud | Waar je op let |
|---|---|---|---|---|
| Geschilderd vuren of meranti | 18 tot 22 mm | Strak met achterhout, naad kitten of afdekken | Schilderen om de 4 tot 6 jaar | Kopse kanten en schroefgaten eerst in de grondverf |
| Gegrond watervast multiplex | 18 mm | Voorschrift is meestal 7 tot 10 mm open | Afschilderen, daarna als hout | Zaagkanten sealen, anders zuigt de plaat vocht op |
| Trespa | 8 mm | Open naad verplicht, gaten ruim voorboren | Alleen schoonmaken | Werkt sterk, nooit strak tegen elkaar monteren |
| Rockpanel | 8 mm | Gesloten naad in veel gevallen toegestaan | Alleen schoonmaken | Zagen geeft veel fijn stof, masker op |
| Pvc boeidelen met kraal | Kliksysteem op regelwerk | Overlap vangt de werking op | Afnemen met water | Zet uit in de zon, ruimte laten aan de koppen |
| Gezet aluminium of zink | Maatwerk van de loodgieter | Felsnaad of overlappende stuiknaad | Geen | Duurste optie, wel de langste levensduur |
Hoeveel ruimte de naden en de schroefgaten nodig hebben
Boeidelen van plaatmateriaal krijgen in de zomer volle zon en in de winter regen tegen dezelfde vlakken. Het materiaal werkt dus, en de naad tussen twee delen is de plek waar die werking opgevangen wordt. Bij watervast multiplex staat in het verwerkingsvoorschrift meestal een opening van zeven tot tien millimeter, en bij Trespa is een open naad geen suggestie maar een voorwaarde.
Dat botst met wat mensen mooi vinden, want een kier van een centimeter om de tweeënhalve meter langs een hele gevel is niet fraai. De verleiding is dan groot om de delen strak tegen elkaar te zetten met een bolgefreesde rand en wat randsealer. Dat oogt goed op de dag van montage, maar de platen drukken elkaar bij warmte op en de naad scheurt open of de plaat gaat bol staan.
De nette tussenweg is een open naad met achterhout erachter, in dezelfde kleur geschilderd of afgedekt met een uv-bestendig strookje. Je ziet dan een schaduwlijn in plaats van een gapend gat, en het vocht komt niet bij het onderliggende hout. Voor dat achterhout heb je wel ruimte nodig achter de platen, dus dat plan je in voordat de eerste plaat op maat gezaagd wordt.
Schroefgaten in geschilderd werk vul je met een epoxyvuller en niet met gewone plamuur, want plamuur trekt water aan op precies de plek waar de schroef zit. Bij Trespa boor je de gaten juist ruimer dan de schroef, zodat de plaat kan bewegen zonder dat er spanning op de kop komt te staan.
Een strakke naad is een concessie, geen werkwijze. Wil je toch dicht tegen elkaar monteren, weet dan dat je afwijkt van het verwerkingsvoorschrift en dat je daarmee de garantie op het plaatmateriaal kwijt kunt zijn. Bespreek dat vooraf, want achteraf naden openfrezen op vier meter hoogte is geen prettig werk.
Het nieuwe boeiboord bevestigen op een gevel die niet vlak is
Zodra de oude delen eraf zijn, zie je pas hoe onvlak de ondergrond is. Metselwerk komt niet op de millimeter even ver uit de muur en de koppen van de sporen of de klossen lopen zelden precies in lijn. Schroef je het nieuwe boeiboord daar rechtstreeks op, dan krijg je een golvende rand die je vanaf de straat ziet.
Er zijn twee manieren om dat op te lossen. Een regelwerk van panlatten is de manier die bij bouwmarkten vaak geadviseerd wordt, maar je moet de latten dan wel per stuk uitvullen met kunststof stelplaatjes. Slijp of schuur nooit de bakstenen zelf af om ze in lijn te krijgen; je haalt de harde buitenlaag eraf en de steen zuigt daarna water.
De tweede manier is een doorgaande plaat underlayment of watervast multiplex als achterwerk, uitgelijnd met stelplaatjes, en daarop het afwerkpaneel. Dat kost ongeveer hetzelfde als een bos panlatten en het lost meteen een tweede probleem op: bovenaan heb je hout nodig om de mastiekhoek en straks de daktrim op vast te zetten. Met alleen latten kom je daar niet uit en staat de hoekplank een paar centimeter los van het boeideel.
Laat achter het paneel een ventilatiespleet vrij en houd die onderaan open, met vogelschroot of fijn gaas ertegen. Vocht dat er toch achter komt, moet weg kunnen. Dat principe speelt ook aan de binnenkant, waar de luchtspouw bij het isoleren van een schuin dak even bepalend is voor de levensduur van het hout.
Wat je doet als het hout erachter ook rot is
Bij het slopen komt regelmatig aan het licht dat het rot verder loopt dan het boeideel. Zachte spantkoppen, een vermolmde klos of een natte plaat achter de goot betekenen dat je eerst dat deel gezond maakt. Nieuw materiaal op rot hout schroeven ziet er een seizoen goed uit en zakt daarna alsnog los. Loopt de schade door tot in het beschot boven de sporen, dan is het vervangen van dakbeschot de volgende stap voordat je de rand dichtmaakt.
De dakrand weer waterdicht afwerken
Het afwerken van de rand is het deel waar het geld en het risico zitten. Een nieuw boeiboord houdt zelf geen water tegen; dat doet de afdekking erboven.
Meten gaat hier vóór bestellen. Het horizontale deel van de opstand, dus het vlak waar de trim of deklijst op landt, wil je tussen de 45 en 50 millimeter breed hebben. Smaller en de trim heeft geen oplegging, breder en er blijft een plasje water voor de trim staan dat er na een paar jaar onderdoor kruipt. Reken bij die maat de dikte van het nieuwe boeideel mee, want de opstand wordt breder als je van 8 mm plaat naar 18 mm multiplex gaat of andersom.
De zinken deklijst is de duurzaamste afwerking. Een loodgieter zet hem op maat, in elke gewenste vorm, ook met een kraal aan de voorkant, en hij gaat veertig jaar mee. Het grote voordeel is dat je het dak niet hoeft aan te snijden en dat de bitumen opstand uit de zon blijft. Je kunt de lijsten alvast plaatsen en het solderen later laten doen, dus je hoeft geen loodgieter te laten wachten terwijl jij nog aan het schroeven bent.
Een opschroeftrim die je over de dakbedekking heen monteert, klinkt aantrekkelijk omdat je hem zelf kunt aanbrengen. De voorwaarde is wel dat het dakvlak eronder vlak en glad is. Op leislag en op de verdikkingen bij de overlappen sluit het rubberprofiel niet af, en dan lekt het juist op de plek waar je het niet ziet.
| Afwerking | Hoe hij aansluit | Wie het doet | Aandachtspunt |
|---|---|---|---|
| Nieuwe aluminium daktrim | Wordt met nieuwe kantstroken in de dakbedekking meegenomen | Dakdekker met brander | Aanhelen op oude leislag hecht matig, vaak beter de hele strook vernieuwen |
| Zinken deklijst | Valt over de opstand heen, geen snijwerk in het dak | Loodgieter zet en soldeert, plaatsen kun je zelf | Duurder, maar veertig jaar dicht en de opstand blijft uit de zon |
| Opschroeftrim over de dakbedekking | Geschroefd door de dakbedekking, met een rubberafdichting | Zelf te doen | Alleen op glad en vlak bitumen of epdm, voorstrijken met bitumenkit |
| Gezette kap of zetwerk op maat | Sluit om het boeideel en over de opstand | Loodgieter | Handig als het oude trimrestant nog op het dak zit |
| Kunststof kraalprofiel | Klikt of schroeft op het boeideel | Zelf te doen | Alleen afwerking van de voorzijde, dicht de dakrand niet af |
Bestel de deklijst pas als het eerste stuk boeideel gemonteerd is en meet dan de werkelijke breedte van de opstand na. De maat op papier klopt zelden met de maat op het dak, en een lijst die twee millimeter te smal is, kun je niet oprekken.
Veilig werken op hoogte aan de dakrand
Dit is het onderdeel van de klus dat mensen onderschatten. Een boeiboord vervangen gaat over wrikken met een koevoet, zagen met twee handen en slijpen met een machine die terugslaat. Geen van die drie doe je op een ladder.
Een rolsteiger met een leuning en een kantplank is het minimum. Je hebt beide handen nodig, je zet kracht naar je toe, en op het moment dat een boeideel losschiet ga je een halve stap achteruit. Op een ladder is dat een val, op een steiger is het niets. Huur er een voor de dagen dat je aan de rand werkt en verplaats hem vaker dan je zin in hebt.
Werk niet met een haakse slijper of een brander boven je hoofd terwijl je met één hand vasthoudt, en werk niet door als het waait. Plaatmateriaal van tweeënhalve meter vangt wind als een zeil, en dat merk je pas als je het al boven je hebt.
Er is één situatie waarin je meteen stopt. In woningen van voor 1994 is als boeideel soms vlakke asbestcementplaat toegepast, herkenbaar als een harde, grijze, brosse plaat die je niet met een schroef kunt indrukken. Ga daar niet in zagen, boren of breken. Laat een monster onderzoeken en laat verwijderen door een gecertificeerd bedrijf; het slopen van asbesthoudend materiaal is geen doe-het-zelfwerk.
Twijfel je over de plaat, dan hou je op met wrikken. Een asbestcementplaat breekt bij het loswippen en dan komen er vezels vrij precies op ademhoogte. Een monsteranalyse kost een fractie van wat een sanering van een besmet dakvlak kost.
Zo vervang je een boeiboord van begin tot eind
Deze volgorde geldt voor een dakrand met een bitumen dakbedekking en een aluminium daktrim, de situatie die je bij garages, aanbouwen en dakkapellen het vaakst tegenkomt.
-
Bepaal hoe de rand is opgebouwd
Wrik met een breekijzer en een plankje op twee of drie plekken achter het boeideel en kijk of de daktrim meebeweegt. Beweegt hij mee, dan zit de trim op het boeideel en gaat hij eraf. Blijft hij liggen, dan zit hij op de mastiekrib of tussen de dakbedekking en kun je het oude deel er misschien onderuit schuiven.
-
Haal alles weg wat aan de rand vastzit
Demonteer de dakgoot, neem de hemelwaterafvoer bovenaan los en schroef buitenlampen en kabelgoten eraf. Maak de bijbehorende groep spanningsloos voordat je aan een armatuur begint. Werken langs een goot die er nog hangt kost je meer tijd dan het demonteren waard is.
-
Maak de daktrim vrij
Snijd het dakleer vlak achter de trim door met een haakmesje, iets schuin gehouden, of slijp de voorkant van de trim weg met een haakse slijper. De eerste methode geeft je toegang tot de hele opstand, de tweede houdt de dakbedekking heel. Maak het bitumen nat voordat je gaat slijpen.
-
Wrik het boeideel van de mastiekrib
Werk met een brede koevoet van ongeveer 38 cm en leg altijd een plankje tussen het ijzer en het metselwerk. Trek langzaam en op meerdere punten tegelijk, zodat de plank in zijn geheel loskomt in plaats van in stukken. Sla achtergebleven spijkers eruit of slijp ze vlak af, ook de spijkertjes die door de onderste laag dakbedekking heen steken.
-
Controleer en herstel de ondergrond
Voel met een schroevendraaier aan de spantkoppen, de klossen en de mastiekrib. Alles wat zacht is gaat eruit voordat er nieuw materiaal op komt. Vul de ondergrond uit met kunststof stelplaatjes tot je met een strakke draad langs de hele rand een vlakke lijn hebt.
-
Monteer het achterwerk en het afwerkpaneel
Zet eerst een doorgaande plaat of een regelwerk, en let erop dat er bovenaan hout blijft om de mastiekhoek en de trim op vast te zetten. Schroef de panelen met RVS schroeven, voorgeboord en met de naadafstand die het verwerkingsvoorschrift van dat materiaal aangeeft. Laat achter de panelen een ventilatiespleet vrij en zet er onderaan vogelschroot voor.
-
Werk de dakrand waterdicht af
Meet de werkelijke breedte van de opstand inclusief het nieuwe paneel na en bestel dan pas de trim of de deklijst. Bij een zinken lijst kun je zelf plaatsen en later laten solderen. Bij een nieuwe aluminium trim komen er kantstroken over, en dat is branderwerk dat je door een dakdekker laat doen.
-
Zet het schilderwerk en de goot terug
Vul schroefgaten in geschilderd werk met epoxyvuller, schuur ze vlak en werk kopse kanten bij met grondverf voordat je aflakt. Hang daarna pas de goot en de afvoer terug en giet er een emmer water door om de afschot te controleren.
Nalopen voordat de steiger weggaat
Uit de praktijk
Een daktrim die onder de leislag verdween
Bij een dak over een garage en berging waren de houten boeidelen half doorgerot en moesten er Trespa-panelen komen. Aan de buitenkant was geen enkele spijker te zien, dus het vermoeden was dat alles gelijmd zat. Met een breekijzer achter het onderste boeideel bleek het anders: er zat een mastiekrib achter en de boeidelen waren daarop gespijkerd.
Het lastige punt was de daktrim. Een uitsteeksel daarvan verdween onder de leislag, en zodra er aan het boeideel getrokken werd, bewoog de hele dakbedekking mee. Snijden zou betekenen dat de kantstroken over een groot dak opnieuw gebrand moesten worden, terwijl de bouwkundige inspectie had vastgesteld dat de dakbedekking zelf nog prima was.
De oplossing was de voorkant van de trim wegslijpen met een haakse slijper, tot precies aan de dakrand. Daarmee kwam de hele voorzijde van het boeideel vrij en kon de plank naar voren toe worden uitgetrokken zonder één snee in het dak. Een Dremel bleek daarvoor kansloos: het schijfje loopt binnen enkele decimeters vol met bitumen.
Een opschroeftrim die op dit dak niet paste
Op datzelfde dak leek een opschroeftrim de mooiste uitkomst: je schroeft hem over de bestaande dakbedekking heen, hij is er met een kraalprofiel aan de voorkant, en snijden in het dak is niet nodig. De opgave kwam uit op ongeveer 350 euro voor de hele rand.
Bij het nameten liep het spaak. Het horizontale deel van de trim was 55 mm, terwijl de bestaande opstand ongeveer 35 mm breed was en bovendien iets naar het dak toe afliep. En dan het echte bezwaar: dit type trim heeft een rubberafdichting die op een glad en vlak vlak moet landen. Op leislag, en zeker over de verdikkingen bij de overlappen van de banen, sluit dat rubber niet af.
Het is opgelost met een gezette zinken deklijst die over de opstand heen valt. Die stelt geen eisen aan de vlakheid van de dakbedekking, houdt het bitumen uit de zon en gaat veertig jaar mee. De les hier is simpel: meet de opstand inclusief de dikte van het nieuwe boeideel en kijk waar de afdichting landt, voordat je een trim uitkiest op het uiterlijk.
Boeidelen strak tegen elkaar, tegen het voorschrift in
Een timmerman verving bij een garage de boeidelen door gegrond multiplex. Hij had de platen op maat gezaagd, de randen bol gefreesd, de zaagkanten met randsealer behandeld en ze vervolgens strak tegen elkaar gemonteerd. De schroefgaten waren met epoxy gevuld en het zag er die dag strak uit.
Het verwerkingsvoorschrift van die plaat schrijft echter een naad van ongeveer een centimeter voor. Dat was niet aangehouden, omdat de bewoner geen brede kieren rondom het huis wilde zien. Begrijpelijk, maar zonder ruimte drukken de platen bij warmte tegen elkaar en gaat de naad open of komt de plaat bol te staan.
Wat hier had gewerkt, is de open naad wél aanhouden en er achterhout achter zetten in dezelfde kleur. Je ziet dan een smalle schaduwlijn in plaats van een gat, en de plaat kan bewegen. Naden achteraf openfrezen kan nog, maar dan moeten de nieuwe zaagkanten opnieuw geseald worden en dat is op hoogte lastig werk.
Rockpanel op panlatten, en toch niets om op te schroeven
Na het weghalen van de oude boeidelen was het advies van de leverancier om een regelwerk van panlatten te maken en daar de panelen op te monteren. Het metselwerk bleek alleen niet vlak: de stenen kwamen enkele millimeters verschillend uit de muur, waardoor de latten scheluw kwamen te liggen.
De eerste reflex was om de stenen bij te schuren. Dat is precies wat je niet doet, want dan haal je de harde buitenhuid van de baksteen weg. Uitvullen met kunststof stelplaatjes achter de latten geeft hetzelfde resultaat zonder schade.
Het tweede probleem was hardnekkiger. Bovenaan moet de mastiekhoek weer strak tegen het boeideel komen, en met alleen panlatten zit daar geen doorgaand hout. Een plaat underlayment als achterwerk loste beide punten in één keer op, en die kostte ongeveer evenveel als een bos panlatten.
Veelgemaakte fouten
Aannemen dat de boeidelen gelijmd zitten
Geen spijker te bekennen betekent bijna altijd dat de koppen dichtgeplamuurd en overgeschilderd zijn. Wie op zoek gaat naar lijm, gaat verkeerde middelen proberen en beschadigt de rand. Zet een breekijzer achter het deel en je merkt binnen een minuut waar de bevestiging zit.
Wrikken met het breekijzer direct tegen het metselwerk
Een koevoet zet enorme druk op een klein vlak. Zonder plankje ertussen druk je de voeg kapot of breek je een stukje van de baksteen af, en dat repareer je niet meer onzichtbaar. Een stukje multiplex van tien centimeter is genoeg.
Nieuwe dakbedekking aanhelen op oude leislag
Leislag is een grindachtige toplaag waar bitumen slecht op hecht. Een stukje aanhelen op de plek waar je de kantstrook hebt weggesneden, gaat er in het begin goed uitzien en na twee winters loslopen. Kies dan liever voor een afwerking die geen snijwerk vraagt, of vernieuw de hele kantstrook.
Plaatmateriaal strak tegen elkaar monteren
Trespa en multiplex werken flink onder invloed van zon en vocht. Zonder de voorgeschreven naad drukken de delen elkaar op, gaat de plaat bol staan of scheurt de naad juist open. De naad hoort erbij en met achterhout erachter valt hij nauwelijks op.
Een opschroeftrim op een oneffen dakvlak zetten
Deze profielen dichten af met een rubberprofiel dat over de volle lengte contact moet maken. Op leislag, op de verdikkingen bij de overlappen of op een opstand die naar het dak toe afloopt, sluit dat niet. Het water loopt dan onder de trim door en komt precies bij het nieuwe hout uit.
De opstand te breed of te smal maken
Onder de 45 millimeter heeft de daktrim te weinig oplegging en trekt de wind hem los. Veel breder dan 50 millimeter en er blijft een plasje water voor de trim staan dat er langzaam onderdoor kruipt. Meet altijd inclusief de dikte van het nieuwe boeideel.
Nieuw materiaal over verrotte boeidelen schroeven
Panelen over oude delen heen monteren is toegestaan zolang die delen gezond zijn en de schroeven houden. Zijn ze half doorgerot, dan trekken de schroeven op termijn los en zit het vocht ingesloten tussen twee lagen. Dan is slopen en opnieuw opbouwen goedkoper dan het twee keer doen.
Vanaf een ladder werken met een koevoet of een slijper
Beide handen aan het gereedschap en kracht naar je toe zetten gaan niet samen met een ladder. Op het moment dat een boeideel losschiet, ga je een stap achteruit. Wrik en slijp daarom vanaf een rolsteiger met een leuning.
Veelgestelde vragen
Kun je zelf een boeiboord vervangen?
Het timmerwerk zelf is goed te doen: meten, zagen, uitvullen en schroeven. Wat het lastig maakt, is de combinatie met het dak en de hoogte. Zolang de dakbedekking heel blijft en je de afwerking met zetwerk of een deklijst oplost, kun je zelf een boeiboord vervangen van het eerste tot het laatste deel. Zodra er in de dakbedekking gesneden en gebrand moet worden, huur je daar een dakdekker voor in, want een kantstrook die niet goed doorbrandt, zie je pas als het lekt.
Kun je boeiboorden vervangen zonder in het dakleer te snijden?
Ja, en dat is vaak de beste route. Slijp de voorkant van de aluminium daktrim weg met een haakse slijper tot aan de dakrand, zodat de voorzijde van het boeideel vrijkomt en je de plank naar je toe kunt uittrekken. De bovenkant van de trim en de dakbedekking blijven dan liggen. Je werkt de rand daarna af met een gezette zinken deklijst of een kap die over het restant heen valt, waarmee het dak zelf ongemoeid blijft.
Wat is beter: een boeiboord vervangen in hout of in kunststof?
Hout is goedkoper in aanschaf en makkelijker aan te passen op een gevel die niet recht is, maar je schildert het om de vier tot zes jaar op een plek waar je alleen met een steiger komt. Kunststof of een plaatmateriaal als Rockpanel of Trespa kost meer en vraagt daarna vrijwel geen onderhoud. Reken de steigerhuur voor twee schilderbeurten mee in die vergelijking, dan valt het verschil vaak anders uit dan je op de kassabon ziet.
Hoe dik moet een nieuw boeideel zijn?
Bij hout en gegrond multiplex is 18 mm de gangbare maat, en 22 mm als de afstand tussen de bevestigingspunten groot is. Rockpanel en Trespa worden meestal in 8 mm toegepast, maar die platen hebben wel een doorgaand achterwerk of een regelwerk nodig. Let erop dat je met een dunner paneel de opstand smaller maakt, en dat de daktrim daar minstens 45 millimeter horizontaal vlak voor nodig heeft.
Kan ik nieuwe panelen over de oude boeidelen monteren?
Dat mag als de oude delen nog gezond zijn, recht liggen en een schroef vasthouden. Het scheelt sloopwerk en je hebt meteen een doorgaande ondergrond. Zijn de delen op plaatsen doorgerot of zo vaak dichtgesmeerd dat ze niet meer recht zijn, dan bouw je een probleem in dat je over vijf jaar terugziet. Haal ze er dan uit en zet er nieuw plaatmateriaal achter voordat je afwerkt.
Hoeveel ruimte laat je tussen twee boeidelen?
Dat staat in het verwerkingsvoorschrift van het materiaal dat je koopt, en die voorschriften verschillen echt. Voor gegrond watervast multiplex is zeven tot tien millimeter gebruikelijk, bij Trespa is een open naad verplicht en bij Rockpanel is een gesloten naad in veel toepassingen toegestaan. Zoek het voorschrift van jouw plaat op voordat de eerste plaat op maat gezaagd wordt, want de naad bepaalt ook of je achterhout nodig hebt.
Hoe krijg ik de aluminium daktrim los en kan ik hem hergebruiken?
Snijd het dakleer eerst vlak achter de trim door met een haakmesje en wrik hem daarna los met een brede koevoet van ongeveer 38 cm. Reken erop dat de trim daarbij vervormt: aluminium van die dikte komt zelden ongeschonden van het dak. Bovendien zit er dakbedekking op gebrand die je er niet schoon af krijgt. Neem een nieuwe trim of stap over op een zinken deklijst.
Welke schroeven gebruik je voor boeidelen?
Neem RVS schroeven, want gewone verzinkte schroeven roesten op deze plek door en geven bruine strepen over je nieuwe paneel. Bij Rockpanel en Trespa zijn er schroeven met een gelakte kop in de kleur van de plaat, met een kleine kop zodat je niets wegkrijgt. Boor bij Trespa het gat ruimer dan de schroefdiameter, zodat de plaat kan werken zonder dat er spanning op de kop komt te staan.
Wanneer zijn boeiboorden aan vervanging toe?
Duw met een schroevendraaier in het hout bij de naden, de schroefgaten en de kopse kanten, want daar begint het altijd. Zakt de punt er zonder moeite in, dan is het hout aangetast. Andere signalen zijn bladderende verf die telkens terugkomt, delen die niet meer recht liggen doordat ze zo vaak zijn aangesmeerd, en groene aanslag aan de onderkant. Een bouwkundige keuring noemt dit vaak als eerste post, omdat een lekkende dakrand het hout erachter meeneemt.
Moet er ventilatie achter een kunststof of Rockpanel boeideel zitten?
Ja, laat er een spouw van een centimeter of twee achter en houd die onderaan open. Er komt altijd wat vocht achter een gevelpaneel, en dat moet weg kunnen drogen, anders tast het het achterwerk aan dat je net hebt vernieuwd. Zet er vogelschroot of fijn gaas voor, want mussen en wespen vinden zo'n opening binnen een seizoen. Bij een dichte, ongeventileerde constructie rot het hout achter een verder gaaf paneel alsnog weg.
Wat kost het vervangen van boeiboorden?
Aan materiaal ben je grofweg 15 tot 40 euro per strekkende meter kwijt, afhankelijk van hout, plaatmateriaal of kunststof, en zonder de dakrandafwerking. Een gezette zinken deklijst of een set opschroeftrimmen komt daarbovenop en loopt voor de rand van een garage al snel richting een paar honderd euro. Vraag bij twee of drie loodgieters een prijs voor het zetwerk, want de verschillen zijn groot. Reken ook de huur van een rolsteiger mee.
Wat is een mastiekschroot en heb ik die nodig?
Mastiekschroot en mastiekrib zijn twee vormen van het schuine of afgeronde latwerk waarover de dakbedekking van het dakvlak omhoog loopt naar de rand. Samen met het boeideel vormen ze de dakopstand. In de meeste gevallen kun je die rib laten zitten en hoef je alleen het boeideel te vervangen, dus probeer bij het slopen de rib zoveel mogelijk te ontzien. Is de rib zelf zacht of gescheurd, dan vervang je hem voordat je de nieuwe delen monteert.
Wanneer je beter een vakman belt
Het meeste van deze klus kun je zelf doen, maar er zijn vier momenten waarop je het beter uit handen geeft.
Het eerste is werken met een brander en bitumen. Kantstroken aanbrengen op een bestaand dak vraagt om ervaring met de temperatuur en de overlap, en een naad die niet doorbrandt zie je pas als het water binnen staat. Dat is werk voor een dakdekker.
Het tweede is het zetten en solderen van zinkwerk. Een loodgieter maakt de deklijst op maat in de vorm die je wilt, ook met een kraal. Het plaatsen kun je vaak zelf doen; het solderen van de hoeken en de naden laat je aansluitend in een uurtje doen, zodat je niet op elkaar hoeft te wachten.
Het derde is asbest. Een vlakke, harde grijze plaat als boeideel in een woning van voor 1994 laat je onderzoeken en door een gecertificeerd bedrijf verwijderen. Wrikken, zagen of breken maakt van een overzichtelijke klus een sanering.
Het vierde is de hoogte zelf. Kom je aan een dakrand die je niet vanaf een rolsteiger kunt bereiken, bijvoorbeeld boven een uitbouw of aan de straatzijde van een verdieping, dan heb je een goed opgebouwde steiger of een hoogwerker nodig. Wie daar geen ervaring mee heeft, laat dat deel doen en pakt de bereikbare gevels zelf op.