Overstek maken aan dak, aanbouw of dakkapel
Een overstek staat of valt bij twee dingen: het hout dat naar binnen doorloopt en de lucht die er onderdoor kan. Houd het verankerde deel minstens twee keer zo lang als het deel dat vrij hangt, en laat de onderbetimmering rondom acht tot tien millimeter vrij zodat vocht weg kan. Ga je andersom te werk, dan zakt de rand door of rot de onderplaat binnen tien jaar weg.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Rolsteiger of een steiger op maat, geen ladder voor het echte werk
- Cirkelzaag met een fijn getand blad voor plaatmateriaal
- Reciprozaag of multitool voor de sparingen en het pasmaken
- Boorhamer met beitel om de sparingen in binnen- en buitenblad te maken
- Waterpas van twee meter, een lange rei en een slaglijn
- Accuschroefmachine met torxbits en een voorboor met verzinker
- Schaafje of een bovenfrees voor de sponning in de kopse kant
- Kitpistool, kwast en roller
Materiaal
- Vurenhout in sporenmaat voor de klossen, bijvoorbeeld 44 x 145 mm
- Watervast verlijmd multiplex 18 mm voor het doorlopende dakbeschot
- Voorgegrond plaatmateriaal van 10 mm voor de onderbetimmering
- Ventilatielatten of geperforeerde ventilatieprofielen
- Boeideel van 20 mm western red cedar of een plaatmateriaal naar keuze
- Rvs schroeven, en bij cedar uitsluitend rvs
- Aluminium of zinken kraal, of een enkeltrim bij een plat dak
- Gootbeugels, goot en een hemelwaterafvoer
- Loodslab of muuraansluitprofiel
- Grondverf en aflak, plus kit voor de aansluitingen
Wat een overstek doet en welke maat bij je huis past
Een overstek is het deel van het dak dat voorbij de gevel steekt. Het houdt slagregen van de muur en de kozijnen af, geeft in de zomer schaduw op de ramen en bepaalt voor een flink deel het aanzicht van een huis. Hoe de dakvoet, de muurplaat en de pannen daar samenkomen, staat in ons overzicht over het schuine dak en de pannen erop.
De maat is niet alleen een kwestie van smaak. Onder de 30 centimeter merk je van de bescherming weinig, want slagregen waait er gewoon onderdoor tegen de gevel aan. Vanaf ongeveer 50 centimeter blijft de bovenste helft van de gevel bij normale regen droog, en dat zie je terug in hoe lang verf, voegwerk en kozijnen meegaan.
Naar boven toe zit de grens bij wat de constructie draagt. Een uitkraging van een meter is geen timmerwerk meer maar rekenwerk, zeker als er sneeuw op kan blijven liggen. Tot ongeveer een halve meter kom je met de vuistregels op deze pagina een heel eind.
Kijk voordat je een maat kiest ook naar wat de rest van het huis doet. Een aanbouw met een overstek van 40 centimeter naast een hoofddak met 20 centimeter oogt als twee losse gebouwen. Meet het bestaande overstek altijd vanaf het buitenblad van de gevel tot aan de neus van de pan of de voorkant van het boeiboord, dan vergelijk je gelijke maten.
Loopt er meer werk aan het dak, bepaal dan nu wat je in één steigerbeurt meeneemt. In het overzicht van klussen aan dak en zolder zie je welke dat kunnen zijn.
| Situatie | Gangbare diepte | Waar je op let |
|---|---|---|
| Dakvoet van een schuin dak met goot | 20 tot 40 cm buiten het buitenblad | De goot moet vrij hangen en de pan steekt 3 tot 5 cm over de gootrand |
| Kopgevel met windveer | 15 tot 40 cm | Gevelpan en windveer maken de rand af, alles mechanisch bevestigen |
| Plat dak van een aanbouw of uitbouw | 20 tot 50 cm | De boeiboordhoogte loopt snel op, balken schuin afzagen scheelt beeld |
| Dakkapel | 5 tot 20 cm voorbij het kozijn | Genoeg diepte om een rolluikkast in weg te werken |
| Schuur of overkapping met staander eronder | 50 tot 100 cm | De staander neemt de discussie over sneeuwlast weg |
| Zwevende overstek zonder staander | tot ongeveer 60 cm | Daarboven laten narekenen, zeker als twee overstekken in een hoek samenkomen |
| Vensterbank boven een radiator | 1,5 tot 2 cm | Elke centimeter meer kost radiatorvermogen |
| Keukenblad als bargedeelte | 25 tot 30 cm | Verder alleen met een stalen strip of consoles eronder |
Fotografeer de gevel recht van opzij en teken je nieuwe overstek er met een liniaal overheen. Een verschil van tien centimeter dat op papier niets lijkt, is op de gevel meteen zichtbaar. Zo voorkom je dat je pas na het timmeren ziet dat het niet in verhouding staat.
Het detail van een overstek aan een schuin dak
Bij een schuin dak komt het overstek uit de kap zelf. De sporen of de gordingen steken door over de muur en dragen daarbuiten het dakbeschot, het boeiboord en de goot. Dat is het detail waar je naar zoekt: geen los bakje tegen de gevel, maar hout dat aan de binnenkant net zo ver doorloopt als het aan de buitenkant uitsteekt.
Zoek je het detail van een overstek aan een schuin dak op tekening, dan zie je altijd dezelfde doorsnede terug. De spoor of de gording, de muurplaat, het doorlopende dakbeschot, de gootklos en het boeiboord staan daar in één lijn getekend. Een detail dat klopt, laat zien waar het hout aan de binnenkant wordt vastgehouden en niet alleen hoe de buitenkant eruitziet.
Houd als vuistregel aan dat het verankerde deel minstens twee keer zo lang is als het vrijhangende deel. Steekt het overstek 25 centimeter uit, dan ligt de klos of de balk minimaal 50 centimeter naar binnen en zit hij daar op twee punten vast. Bij 20 centimeter vrij op 40 centimeter oplegging voelt het geheel muurvast zodra het dakbeschot erover ligt.
Bij oudere huizen lopen de gordingen vaak wel tot in de spouw maar niet over de buitenmuur heen. Je verlengt ze dan door er een balk van 50 bij 120 millimeter zijdelings tegenaan te schroeven of te bouten, met een overlap van minstens twee keer de uitkraging. Wil je die gordingen niet in het zicht hebben, dan timmer je er later een plafondje onder.
Waar het het vaakst misgaat, is de bevestiging aan het metselwerk. De bovenste laag stenen van het binnenblad ligt zelden echt vast, en wie daar met een lange schroef in gaat, boort die stenen juist los. Leg in plaats daarvan een bredere muurregel over meerdere lagen, of bevestig de klossen haaks tegen de eerste spoor en laat die spoor een stukje naar binnen liggen.
Overstek op de kopgevel en de gevelpan
Op de kopgevel steekt er geen spoor of gording vanzelf naar buiten, dus daar maak je het overstek met klossen die haaks op de buitenste spoor staan. Je zaagt sparingen in het binnen- en buitenblad, schuift de klossen erdoor en verankert ze haaks aan die spoor. De gaten vul je daarna weer aan met cement, en de uiteinden van de klossen koppel je met een randbalk zodat ze niet kunnen kantelen.
De rand van het dakvlak sluit je af met een windveer, en de laatste rij pannen wordt een gevelpan met een opstaande zijkant. Zo'n gevelpan hoort ongeveer drie tot vijf centimeter voorbij de windveer te steken, zodat het water er vrij vanaf druppelt. Schroef of haak elke gevelpan vast, want juist aan de rand van het dak zijn de windkrachten het grootst, net als bij het mechanisch vastzetten van nokvorsten.
Het dakbeschot doorzetten over de klossen
Ligt er dakbeschot op de kap, dan zet je dat door tot over de klossen heen. In watervast verlijmd multiplex van 18 millimeter loopt dat vanaf ongeveer halverwege de buitenste spoor tot aan het uiteinde van de klossen. De naad valt dan op hout en niet in het luchtledige, en van losse klossen maak je zo één schijf die niet meer kan wringen.
Is het bestaande beschot vermolmd of te dun om iets te dragen, pak dat dan in dezelfde beurt mee. Hoe je dat aanpakt en welke plaatdikte waar hoort, staat bij het vervangen van dakbeschot.
| Bestaande constructie | Zo maak je er een overstek aan | Waar het misgaat |
|---|---|---|
| Sporenkap, sporen eindigen op de muurplaat | Klossen haaks tegen de eerste spoor, door de muur naar buiten | Klossen alleen in de bovenste steenlaag boren, die trek je los |
| Gordingkap, gordingen tot in de spouw | Gording verlengen met een 50 x 120 mm die je zijdelings aanbout | Te korte overlap, reken op minstens twee keer de uitkraging |
| Gordingkap, gordingen lopen door naar buiten | Uiteinde verjongen of profileren, betimmeren of in het zicht laten | De kopse kant onbehandeld laten, daar begint de rot |
| Kopgevel zonder doorlopende balken | Klossen door sparingen in beide muurbladen, verankerd aan de buitenste spoor | Aanhaken aan alleen het buitenblad, dat is geen constructief blad |
| Metselwerk dat tot boven de spanten door moet | Dak boven de muur laten eindigen en de goot breder uittimmeren | Een puntje op de kopgevel dat je niet meer kunt metselen |
| Uitbouw met een klein sporenkapje | Balkjes in sporenmaat haaks aan de buitenste spoor, koppelen met een randbalk | Koudebrug als je de isolatie niet om het doorlopende hout heen zet |
Balken verlengen of doorzagen is werk aan de draagconstructie. Zolang je klossen tussen bestaande sporen hangt en de kap zelf niet verzwakt, blijf je aan de veilige kant. Ga je gordingen inkorten, spanten aanpassen of metselwerk weghalen om ruimte te maken, laat een constructeur er dan eerst naar kijken.
Een overstek maken aan een aanbouw of uitbouw met plat dak
Een aanbouw met overstek werkt anders dan een schuin dak, want hier steekt niet de kap maar de balklaag naar buiten. Je hangt de dakbalken in balkschoenen tegen de gevel van het huis, laat ze aan de andere kant op de binnenmuur rusten en door de buitenmuur steken. Dat doorstekende deel is je overstek.
De valkuil bij een uitbouw met overstek is de hoogte van het boeiboord. Tel maar op: een balk van 150 millimeter, een dakvloer van 18 millimeter, honderd millimeter pir-isolatie en een opstand van honderd millimeter maken samen bijna veertig centimeter. Op een garage of een uitbouw oogt zo'n boeiboord log.
Er zijn twee manieren om dat terug te brengen. Je kunt het deel van de balk dat voorbij de binnenmuur steekt inzagen tot ongeveer de helft van de hoogte, waarbij de volle hoogte blijft zitten op de plek waar de balk draagt. Of je zaagt de balk vanaf het steunpunt schuin af richting het boeiboord, wat het slankste beeld geeft en het meeste zaagwerk kost.
Waar je niet op moet bezuinigen, is de breedte van de bovenkant van het boeiboord. Die moet minstens net zo breed zijn als de oplegging van de daktrim of de kraal die erop komt, anders krijg je de rand nooit betrouwbaar dicht. Ligt het dak op afschot, dan liggen je doorstekende balken ook niet meer waterpas, dus stel het boeiboord waterpas af en volg niet blind de balken.
Het overstek van een uitbouw is meestal maar vijf tot zeven centimeter dik aan de rand. Dat is te weinig om een boeiboord netjes op vast te zetten, dus schroef daar eerst een lat op die het schroefvlak verbreedt.
Afschot, mastiekhoek en de aansluiting op de dakbedekking
Het horizontale vlak boven op het overstek moet afschot naar binnen hebben, richting het dak. Zonder dat afschot blijft er water op de brede rand staan en zoekt dat bij de eerste naad zijn weg naar beneden. Twee tot drie millimeter per meter is genoeg, maar het moet er wel zijn.
De aansluiting op bitumen doe je het eenvoudigst met een enkeltrim die je boven op de dakbedekking monteert. Die is stijf genoeg om de rand strak te houden en geeft samen met het afschot een betrouwbare afsluiting tussen aluminium en bitumen. Meer over het aanbrengen van de banen zelf lees je bij een mastiekdak met bitumen.
Werk je met een mastiekhoek, dan moet de bovenkant daarvan rondom gelijk komen met de bovenkant van de dakrand. Bij een dak met flink afschot is dat lastiger dan het klinkt, want de hoogte van de opstand aan de binnenzijde loopt schuin af. Moderne dakbedekking kun je ook zonder mastiekhoek aanbrengen, mits je de overgang van horizontaal naar verticaal iets schuin maakt zodat de baan niet scherp gevouwen hoeft te worden.
| Opbouw van het dak | Hoogte aan de rand | Hoe het oogt |
|---|---|---|
| Balk 150 mm, dakvloer 18 mm, pir 100 mm, opstand 100 mm | 368 mm | Fors, op een garage of uitbouw echt te log |
| Zelfde opbouw, balk buiten de muur ingezaagd tot 75 mm | 293 mm | Merkbaar slanker, de draagkracht blijft op het steunpunt zitten |
| Zelfde opbouw, balk vanaf het steunpunt schuin afgezaagd | 200 tot 250 mm aan de rand | Het slankste beeld, en het meeste zaagwerk |
| Isolatie tot aan de buitenmuur, overstek onbeschoten | 268 mm | Werkt, maar vraagt een strakke aansluiting bij de dakrand |
| Goot in het dakvlak in plaats van eraan | circa 100 mm lager | Laag boeiboord, maar meer naden in de dakbedekking |
Hang een overstek nooit aan een opstaand randje van halfsteens metselwerk. Zo'n enkel steens opstand is niet gemaakt om iets uitkragends te dragen, en juist de bovenste laag stenen zit daar het slechtst vast. Is er geen doorlopende balklaag om aan te haken, dan wordt het een constructieve aanpassing en geen timmerklus.
Het overstek van een dakkapel maken of vergroten
Bij een dakkapel is het overstek klein, maar je ziet het van dichtbij. Een boeideel dat nauwelijks voor het kozijn en de aftimmering uitsteekt oogt iel, zeker als de rest net vernieuwd is en alles strak in de verf staat. Een dakkapel met overstek van tien tot vijftien centimeter geeft de hele kap meteen meer body.
Vergroten kan zonder het platte dakje open te maken. Je laat de bestaande aluminium daktrim gewoon zitten, vult het boeideel met regelwerk naar buiten uit en zet daar een nieuwe kraal helemaal overheen. Dat is prettig als er zonnepanelen op het dakje liggen of als de bitumen nog jaren mee kan, want dan hoef je niet opnieuw te plakken.
Een zinken kraal is mooier dan een aluminium trim en veroudert rustiger. Aluminium laat zich weer makkelijker combineren met kunststof boeidelen en een kunststof betimmering. Kies je kunststof, houd er dan rekening mee dat het in de zon flink uitzet, dus werk met ruime overlappingen bij de aansluitingen in plaats van met strakke stuiknaden.
Een dieper overstek is ook praktisch als er rolluiken voor de ramen komen. Een rolluik in het overstek of net eronder valt veel rustiger weg dan een kast die los boven het kozijn hangt. Reken de bouwdiepte van de rolluikkast na voordat je de diepte van het overstek vastlegt, want achteraf uitvullen wordt zelden mooi.
Zorg ook hier voor afschot naar binnen op het horizontale vlak, anders staat het water tegen de naad tussen kraal en dakbedekking aan. Voor het boeideel zelf gelden dezelfde regels als elders op het dak, en die staan bij het vervangen van boeidelen.
Een dakkapel bereik je zelden veilig vanaf een ladder. Je werkt met platen van twee meter, je hebt twee handen nodig en je staat boven de goot op vier meter of hoger. Zet een rolsteiger of laat een steiger plaatsen, of laat dit deel doen door iemand die dat materieel heeft.
Overstek bij een schuur, een tuinhuis of een overkapping
Een schuur met overstek is een van de leukste zelfbouwklussen, want je bepaalt hier alles zelf. Tegelijk is het de plek waar het het vaakst te slap wordt uitgevoerd, omdat er geen bestaande kap is die het werk voor je doet. Een overstek van een meter aan een tuinhuis, zonder palen eronder, is echt iets anders dan een overstek van 25 centimeter aan een woning.
De grootste winst zit in hoe je het hout legt. Balken van 40 bij 120 millimeter plat gelegd buigen vele malen meer door dan diezelfde balken een kwartslag gedraaid, met de 120 millimeter rechtop. Voordat je stalen profielen gaat bedenken, draai eerst je balken en koppel de uiteinden met een randbalk.
Stalen hoekprofielen tegen houten balken schroeven klinkt sterk, maar valt in de praktijk tegen. Het staal moet thermisch verzinkt zijn, het moet ver genoeg het bestaande dak in doorlopen en je bent veel tijd kwijt aan boutwerk dat je later niet meer kunt bijstellen. Met hout in de juiste maat kom je meestal verder, en het blijft betaalbaar.
Sneeuw is de belasting waar zo'n constructie op stukloopt. Een zwevende hoek van een meter in twee richtingen draagt niet alleen zichzelf maar ook een flinke laag natte sneeuw, en die belasting komt in dat ene hoekpunt samen. Vanaf ongeveer 60 centimeter uitkraging, of zodra twee overstekken in een hoek bij elkaar komen, laat je de maatvoering narekenen of zet je er een staander onder.
Een overkapping aansluiten op een bestaand overstek
Wil je een overkapping tegen een aanbouw zetten die zelf al een overstek heeft, dan is de aansluiting het lastigste deel van de klus. Vaak lopen de dakbalken van de aanbouw door in dat overstek en zit daar plaatmateriaal tegenaan, bijvoorbeeld trespa. Om er netjes op aan te sluiten haal je die beplating weg, zodat je de nieuwe constructie tegen de bestaande balken kunt bevestigen in plaats van tegen een plaatje.
Aan de zijmuur maak je een draagpunt met een muurregel die je in het binnenblad verankert, en in de tuin zetten staanders het dak op. Zo hoef je het bestaande dak niet open te breken. Een overkapping met overstek maken lukt daarmee in één keer goed, mits je de hoogte van de nieuwe balklaag vooraf op de bestaande balken afstemt.
De aansluiting van de dakbedekking werk je af met een loodslab of een muuraansluitprofiel in een uitgeslepen voeg. Werk je met shingles op het dak van de overkapping, kijk dan bij het leggen van dakshingles hoe de aansluiting bij een muur en bij de rand hoort te gaan.
| Aanpak | Werkt tot ongeveer | Waar je op let |
|---|---|---|
| Balken 40 x 120 mm plat gelegd | 30 cm uitkraging | Plat gelegd hout buigt vele malen meer door dan hout op zijn kant |
| Balken 40 x 120 mm een kwartslag gedraaid | 60 cm uitkraging | Uiteinden koppelen met een randbalk, anders kantelen ze |
| Balken doorzetten tot twee keer de uitkraging naar binnen | Elke zwevende overstek | Verankeren op twee steunpunten, niet alleen op de gevelbalk |
| Zichtbare schoor onder de uitstekende balk | 1 meter en meer | Zichtbaar, maar veruit het simpelst en het sterkst |
| Staander onder de hoek | Onbeperkt binnen redelijke maten | Poer of stelvoet, en het hout van de grond houden |
| Stalen hoekprofielen tegen de balken | Als hout echt niet past | Thermisch verzinkt, ver doorgekoppeld en veel boutwerk |
De onderkant van het overstek aftimmeren
Het overstek aftimmeren is meer dan een plaat tegen de klossen schroeven. Wat eronder zit is de plek waar vocht zich verzamelt en waar de meeste rot ontstaat. Een onderplaat die overal strak tegen de muur en de boeidelen aansluit, kan de damp die er komt nergens kwijt.
Laat daarom rondom acht tot tien millimeter vrij: langs de muur, langs de boeidelen en bij de naden tussen de platen onderling. Vervang de rachels waar de plaat op ligt door ventilatielatten, zodat de lucht ook achter de plaat langs kan. In nieuwbouw zie je dat terug als open ventilatievoegen in de onderbetimmering, en dat is geen slordigheid maar opzet.
De tweede regel is dat je buiten geen verstek gebruikt. Op een hoek in verstek loopt het hout aan het uiteinde uit tot vrijwel niets, en juist die flinterdunne punt zuigt water op en gaat als eerste kapot. En zodra het hout gaat werken, springt zo'n naad open.
Zet de platen daarom haaks tegen elkaar aan of maak een sponning. Met een sponning oogt de kopse kant dunner en kun je er met de kwast langs, wat het onderhoud een stuk simpeler maakt. Datzelfde geldt voor de hoeken van de boeidelen zelf.
Grondverf hoort op alle zes de kanten van een plaat, dus ook op de kopse kanten en in de boorgaten. Dat is het verschil tussen een betimmering die dertig jaar meegaat en een die na tien jaar in de hoeken begint. Zaag je een plaat op maat, dan gaat die zaagkant meteen weer in de grondverf voordat je hem monteert.
Wil je spotjes in de onderbetimmering, denk dan vooraf aan de bedrading. Trek de kabel voordat de platen dichtgaan en kies armaturen die voor buiten bedoeld zijn, met genoeg ruimte erboven voor de warmte. Boor de gaten pas als de platen gemonteerd en gegrond zijn, en werk de boorranden daarna bij.
Ben je liever van het schilderwerk af, dan kun je de betimmering en de boeidelen in hetzelfde materiaal uitvoeren. Wat dat betekent voor de detaillering staat bij boeidelen van Rockpanel. Zit het bestaande boeiboord er slecht bij, pak dat dan in dezelfde beurt mee, want een boeiboord vervangen is achteraf een stuk lastiger als de onderbetimmering net nieuw is.
| Materiaal | Gangbare dikte | Onderhoud | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Watervast verlijmd multiplex, okoumé | 10 tot 18 mm | Schilderen om de vijf tot zeven jaar | Kopse kanten en boorgaten meelakken, anders trekt water in de fineerlagen |
| Voorgegrond plaatmateriaal | 10 mm | Direct aflakken, scheelt een grondlaag | Zaagkanten alsnog zelf gronden |
| Underlayment of osb | 12 tot 18 mm | Niet geschikt als zichtwerk buiten | Alleen achter een volledig afgedekte constructie |
| Rockpanel | 8 mm | Vrijwel onderhoudsvrij | Werkt weinig, maar houd de voorgeschreven voegbreedte aan |
| Hpl of trespa | 6 tot 8 mm | Onderhoudsvrij | Duur, en boorgaten ruim maken zodat de plaat kan werken |
| Kunststof betimmeringsplaat | 8 tot 10 mm | Alleen schoonmaken | Zet flink uit in de zon, dus ruime overlap bij de aansluitingen |
| Western red cedar | 18 tot 20 mm | Onbehandeld vergrijst het en blijft het lang goed | Uitsluitend rvs bevestigen, verzinkt geeft zwarte strepen |
Zet de ventilatielatten verticaal en houd ze twee centimeter korter dan de plaat hoog is. Ze blijven dan uit het zicht en er kan geen vocht op de onderkant van de lat blijven staan. Behandel ze voor montage helemaal in de grondverf, ook de kopse kanten.
De dakgoot in het overstek vervangen
In een overstek hangt bijna altijd een goot, en die bepaalt hoe lang het houtwerk eromheen goed blijft. Bij vooroorlogse huizen is dat vaak een zinken bakgoot of een mastgoot op gootklossen, bij nieuwer werk een hanggoot aan beugels op het boeiboord. Voordat je nieuw zink bestelt, controleer je eerst het onderhout.
Dat onderhout is meestal de echte reden dat een goot gaat lekken. Hout zakt in de loop van de jaren, zeker bij een Franse kap, en de goot legt zich naar wat eronder ligt. Ligt het hout niet meer recht, dan krijg je een lang stuk zink er niet eens netjes in, laat staan dat het afschot dan nog klopt.
Zink werkt sterk bij temperatuurwisselingen, dus lange stukken zijn geen goed idee. Neem stukken van maximaal drie meter en dilateer daartussen. Bij een goot van negen meter aan de zonzijde hoort een broekstuk in het midden, en dan heb je twee hemelwaterafvoeren nodig in plaats van één.
Het idee dat minder soldeernaden altijd beter is, klopt hier dus niet. Meterstukken of stukken van drie meter leggen zich veel prettiger naar een dakhout dat niet meer perfect recht loopt. Houd twee tot drie millimeter afschot per meter richting de afvoer aan en zet de gootbeugels om de vijftig tot zestig centimeter.
Ligt de goot in het dakvlak van een plat dak in plaats van eraan, dan krijg je een lager boeiboord maar meer risico. Elke hoek van zo'n ingebouwde goot vraagt om extra naden in de dakbedekking, en met epdm of bitumen is een gootbocht uit één stuk niet strak te vouwen.
| Gootoplossing | Past bij | Waar je op let |
|---|---|---|
| Zinken mastgoot op gootklossen | Schuin dak met overstek aan de dakvoet | Maximaal drie meter per stuk en dilateren met een broekstuk |
| Houten bakgoot met zinken bekleding | Woningen van voor 1940 met een breed overstek | Het onderhout is de zwakke plek, herstel dat voor je nieuw zink legt |
| Hanggoot aan beugels op het boeiboord | Nieuwer werk, dakkapellen en aanbouwen | Beugels om de 50 tot 60 cm, twee tot drie millimeter afschot per meter |
| Kunststof of aluminium hanggoot | Schuur, tuinhuis en overkapping | Zet meer uit dan zink, dus de dilatatierubbers vrij laten werken |
| Goot ingebouwd in een plat dak | Aanbouw waar het boeiboord laag moet blijven | Meer naden in de dakbedekking, in de hoeken lastig strak te krijgen |
Solderen op een dak is werken met open vuur op hout. Leg een onbrandbare mat onder je werk, houd een emmer water bij de hand en controleer een half uur na afloop nog een keer of er niets nasmeult. De meeste dakbranden ontstaan niet tijdens het werk maar erna.
Isoleren en ventileren rond het overstek
Het overstek zelf isoleer je niet. Het hangt buiten de isolatieschil en hoort buitenlucht te zien. Wat je wel doet, is de isolatie netjes laten aansluiten op de plek waar de schil de gevel raakt, en dat is precies de hoek waar het bij een flink overstek vaak misgaat.
De volgorde is altijd dezelfde: de dampremmende laag zit aan de warme kant, dus aan de binnenkant. Bij glaswol met een aluminium cachering betekent dat de aluminiumzijde naar de woning toe en niet naar buiten. Draai je dat om, dan slaat de damp op die folie neer en zuigt de wol dat water op, waarna de isolatiewaarde instort en het hout eronder nat blijft.
Er trekt namelijk geen vocht van buiten naar binnen. Warmte, en daarmee ook waterdamp, gaat van warm naar koud, in ons klimaat dus vrijwel het hele jaar van binnen naar buiten. Alleen in de zomer kan een koele zolder onder warme buitenlucht die stroom kort omdraaien, en dat is te weinig om je hele opbouw op af te stemmen.
Ligt de isolatie horizontaal op de zoldervloer en loopt er ook isolatie langs het schuine dak, plak dan de dampremmende lagen van beide vlakken aan elkaar met alutape. Zonder die aansluiting stroomt warme lucht om je isolatie heen langs de overstekhoek, en die lucht neemt zijn vocht mee naar het koudste punt. Hoe je die schil verder opbouwt staat bij het isoleren van een schuin dak.
Aan de buitenzijde van de isolatie hoort een geventileerde ruimte te zitten. Bij een dakvoet met overstek voer je die lucht aan via de open onderbetimmering en via open stootvoegen in de gevel onder het overstek. Is die ventilatie echt goed geregeld, dan is een volledig dampdichte folie aan de binnenkant minder kritisch, maar met een damprem erbij zit je altijd goed.
Let bij klossen die door de spouw naar buiten steken op de koudebrug. Elk stuk hout dat van binnen naar buiten doorloopt geleidt warmte mee naar buiten. Isoleer er zo strak mogelijk omheen en laat de damprem rond het hout aansluiten, anders vind je de condens later terug op precies dat koudste punt.
Overstek bij een vensterbank en een keukenblad
Het woord overstek gebruiken we ook binnen, voor het deel van een blad dat voorbij zijn ondersteuning steekt. Bij een vensterbank speelt daar een hard argument mee: elk obstakel boven een radiator vermindert het vermogen. Een brede vensterbank vlak boven een radiator vangt de opstijgende warme lucht af en duwt die tegen het glas.
Wil je dat vermogen behouden, houd de overstek van de vensterbank dan op anderhalf tot twee centimeter voorbij de voorkant van de radiator. Wil je ruimte voor planten en spullen, dan lever je warmte in, en dat kan best een bewuste keuze zijn. Veel huizen hebben vensterbanken die ruim voorbij de radiator steken en worden nog gewoon warm, zeker met reflectiefolie achter de radiator.
Zonder radiator eronder is drie tot zes centimeter de gangbare overstek van een vensterbank. Kijk daarbij ook naar je raamdecoratie, want jaloezieën en rolgordijnen moeten langs de bank kunnen zakken zonder dat je eerst planten weg moet halen. Bij graniet of composiet komt daar het gewicht bij, dus zorg voor een oplegging over de hele lengte en niet alleen op de uiteinden.
Het overstek van een keukenblad
Bij een keukenblad heet hetzelfde ding meestal overhang. Voor een bargedeelte houden de meeste leveranciers 25 tot 30 centimeter aan als grens, en dat is niet uit overdreven voorzichtigheid. Zodra iemand op de rand gaat zitten of stevig leunt, komt er een hefboomkracht op de bevestiging die een dun blad niet aankan.
Een blad van tien tot twaalf millimeter compactmateriaal is stijf, maar stijf is niet hetzelfde als sterk op de bevestiging. Rust zo'n blad over de volle lengte op een schutbord en aan beide zijden op een zijpaneel, dan valt het in de praktijk mee. Wil je verder dan dertig centimeter, dan hoort er een stalen strip of een console onder, en dat bespreek je voordat het blad in bestelling gaat.
| Blad | Gangbare overstek | Grens en oplossing |
|---|---|---|
| Vensterbank boven een radiator | 1,5 tot 2 cm | Meer overstek dekt de convectie af en kost vermogen |
| Vensterbank zonder radiator eronder | 3 tot 6 cm | Zo diep dat raamdecoratie er nog vrij langs kan zakken |
| Granieten of composiet vensterbank | 3 tot 5 cm | Zwaar blad, oplegging over de volle lengte in de mortel |
| Keukenblad van 38 mm spaanplaat | tot 30 cm | Daarboven een stalen strip of consoles onder het blad |
| Compactblad van 10 tot 12 mm | tot 25 cm | Alleen als het over de volle lengte op een schutbord rust |
| Natuursteen keukenblad van 20 of 30 mm | 25 tot 30 cm | Stalen onderframe, want steen breekt zonder waarschuwing vooraf |
Zo maak je een overstek aan de dakvoet van een schuin dak
Deze volgorde gaat uit van een kap waarvan de sporen op de muurplaat eindigen en waar het overstek er nog bij moet.
-
Meet op en teken een doorsnede op schaal
Meet de sporenmaat, de hart-op-hartafstand, de dikte van beide muurbladen en de hoogte van het bestaande dakbeschot. Teken daarmee een doorsnede op schaal 1 op 5, met de klos, het beschot, het boeiboord en de goot erin. Op papier zie je meteen of je goot straks vrij hangt en of de onderste pan wel over de gootrand komt.
-
Bepaal de uitkraging en de verankering
Kies de diepte van het overstek en reken van daaruit terug: het deel dat naar binnen ligt is minstens twee keer zo lang als het deel dat uitsteekt. Zoek daarbij waar dat verankerde deel op twee punten vast kan, bijvoorbeeld op de eerste en de tweede spoor. Past dat niet, dan wordt je overstek kleiner en niet je verankering.
-
Zet eerst een veilige werkplek neer
Bouw een rolsteiger of laat een steiger plaatsen voordat je begint. Je tilt platen van twee meter, hebt beide handen nodig en staat boven de goot op vier meter of hoger. Dit is de stap waar de echte ongelukken zitten, en een ladder is voor dit werk geen werkplek maar hooguit een manier om ergens te komen.
-
Maak de sparingen en monteer de klossen
Zaag of hak de sparingen in het binnen- en buitenblad op de plek van de klossen en schuif ze erdoor. Verankeren doe je haaks aan de spoor of aan een bredere muurregel, nooit alleen in de bovenste laag stenen, want die trek je los. Koppel de uiteinden van de klossen met een randbalk, vul de sparingen weer aan met cement en controleer met een gespannen draad of alle klossen in één vlak liggen.
-
Zet het dakbeschot door tot over de klossen
Leg watervast verlijmd multiplex vanaf halverwege de buitenste spoor tot aan het uiteinde van de klossen, zodat elke naad op hout valt. Zo maak je van losse klossen één schijf die niet meer kan wringen. Laat het beschot aan de kopse kant een paar centimeter doorlopen, dan zaag je het straks in één keer strak op de lijn af.
-
Timmer het boeiboord en hang de goot
Zet het boeiboord waterpas af, ook als de klossen dat niet helemaal zijn, en houd de bovenkant minstens net zo breed als de oplegging van de trim of de kraal. Hang de gootbeugels op een gespannen draad met twee tot drie millimeter afschot per meter richting de afvoer. Laat de onderste pannen drie tot vijf centimeter over de gootrand steken, anders loopt het water achter de goot langs.
-
Timmer de onderkant af met ventilatie erin
Schroef ventilatielatten op de klossen en breng daar het plaatmateriaal op aan, met acht tot tien millimeter ruimte langs de muur, langs de boeidelen en tussen de platen. Werk de hoeken haaks af of met een sponning, en dus niet in verstek. Hak of boor open stootvoegen in de gevel onder het overstek, want anders staat je hele ventilatie stil bij gebrek aan aanvoer.
-
Grond en lak alles, ook de kopse kanten
Grond elke zaagkant meteen na het zagen en werk boorgaten bij voordat je schroeft. Twee lagen aflak op het zichtwerk en op de kopse kanten een laag extra, want daar zuigt het hout het hardst. Dit is het saaiste half uur van de klus en het bepaalt of je over tien jaar opnieuw begint of niet.
Controleer dit voordat je de onderbetimmering dichtmaakt
Uit de praktijk
Een overstek dat er aan de aanbouw bij zou komen, en er toch niet kwam
Bij een aanbouw stond op de oorspronkelijke tekening een overstek ingetekend, maar het was er nooit van gekomen. Wat er stond was een vlakke dakrand van halfsteens metselwerk, zonder verdere afwerking. Het plan was om aan die opstand metalen beugels of klossen te hangen en daar een overstek op te bouwen, aan de onderkant dichtgetimmerd.
Bij het uitwerken bleek het knelpunt in de constructie te zitten. Dat opstaande randje is enkel steens en is niet bedoeld om iets uitkragends te dragen, en de bovenste laag stenen zit daar bovendien het minst vast. De constructieve aanpassing die nodig zou zijn om het wel te kunnen dragen, woog niet op tegen het uiterlijk.
Het is een vlakke afwerking geworden met een boeideel tegen de gevel, en daar zat de tweede les. Dat boeideel is niet koud tegen de stenen geschroefd maar op verticale latjes van vijf millimeter, zodat er lucht achterlangs kan.
Die latjes zijn twee centimeter korter gehouden dan het boeideel hoog is, waardoor ze uit het zicht blijven en er onderaan geen vocht in blijft staan. Ze gingen vooraf helemaal in de grondverf. De hoeken zijn haaks uitgevoerd in plaats van in verstek, met een sponning zodat de kopse kant dunner oogt en de kwast er later bij kan.
Alsnog een overstek op de kopgevels van een huis uit 1920
Bij een woning uit 1920 die in fases werd herbouwd, moest er alsnog een overstek op de kopgevels komen. De gordingen liepen wel tot in de spouw maar niet over de buitenmuur heen, en bij een kleine uitbouw van anderhalve meter breed zat helemaal geen gording maar een sporenkapje. Er was dus niets om zomaar aan te verlengen.
Voor die uitbouw is het zo opgelost: balkjes in dezelfde maat als de sporen, haaks tegen de buitenste spoor bevestigd en door sparingen in het binnen- en buitenblad naar buiten gestoken. Die klossen steunen op de buitenmuur en zitten haaks verankerd aan de spoor die binnen tegen de muur ligt. De gaten in het metselwerk zijn daarna weer netjes met cement aangevuld.
Het dakbeschot is vervangen door watervast verlijmd multiplex dat vanaf halverwege de buitenste spoor over de hele lengte van de klossen doorloopt. De uiteinden van de klossen zijn met een balkje aan elkaar gekoppeld, zodat ze niet los kunnen kantelen.
De verhouding maakte het stevig: twintig centimeter hangt vrij, veertig centimeter ligt verankerd. Bij de gordingkap elders aan het huis werkt dezelfde gedachte, alleen verleng je daar de gording zelf met een balk die je zijdelings aanbout. De buitenrand is afgewerkt met een windveer.
Een onderbetimmering die na 28 jaar dicht in verstek kapot was
Aan het overstek bij de dakgoot van een woning was de onderplaat aan de zijkant weggerot, aan zowel de voor- als de achtergevel. Elders rondom het huis zat diezelfde betimmering er nog prima bij, dus de vraag was vooral wat je bij het herstel anders moet doen. De plaat was tien millimeter okoumé, rondom dicht afgewerkt, met de schuine hoeken in verstek, en had er achtentwintig jaar zo gezeten.
Twee dingen kwamen naar voren. Het verstek was de plek waar het begon, want aan het uiteinde van zo'n verstekhoek is het hout vrijwel niets meer en daar dringt vocht als eerste binnen. En de plaat kon zijn vocht nergens kwijt, omdat er alleen aan de muurzijde een kiertje zat.
Bij het herstel zijn de rachels waar de plaat op lag vervangen door ventilatielatten, zodat er lucht achter de plaat door kan. De nieuwe plaat, tien millimeter voorgegrond materiaal, is rondom acht tot tien millimeter vrijgehouden van de muur en de boeidelen. De hoeken zijn haaks uitgevoerd.
Dat dit afwijkt van de dichte hoeken elders aan het huis is een klein offer. De boeidelen van twee centimeter western red cedar waren nog uitstekend en zijn blijven zitten, waardoor het verschil in het aanzicht nauwelijks opvalt.
Een dakkapel waarvan het boeideel te iel oogde
Bij het opknappen van een dakkapel waren de kozijnen in kunststof uitgevoerd en waren de houten betimmering en de boeidelen vervangen door kunststof. Het resultaat was strak, maar het boeideel stak nauwelijks voor het kozijn en de aftimmering uit, waardoor de hele dakkapel plat oogde. Dat was voor de renovatie ook al zo, alleen viel het nu veel meer op.
Bij de dakkapel aan de andere zijde is het overstek daarom vergroot zonder het dakje open te maken. De bestaande aluminium daktrim is blijven zitten, het boeideel is met regelwerk zo'n vijftien centimeter naar buiten uitgevuld en daar is een nieuwe aluminium kraal helemaal overheen gezet. Opnieuw plakken was geen optie, want er lagen zonnepanelen op en de bitumen kon nog jaren mee.
Twee details maakten het werk. Het horizontale vlak van het nieuwe overstek kreeg afschot naar binnen, en op de dakbedekking kwam een stevige enkeltrim als overgang tussen aluminium en bitumen.
Door dat afschot loopt het water bij die overgang de goede kant op in plaats van tegen de naad aan te staan. De rolluiken die daarna voor de ramen kwamen, vallen onder het diepere overstek een stuk rustiger weg dan boven het kozijn.
Veelgemaakte fouten
De klossen vastschroeven in de bovenste laag stenen
De bovenste steenlaag van het binnenblad ligt zelden echt vast, want er drukt niets meer op. Een lange schroef of een keilbout boort die stenen los in plaats van de klos vast te zetten. Gebruik een muurregel die over meerdere lagen verdeelt, of hang de klos haaks aan de eerste spoor.
Het boeideel koud tegen het metselwerk schroeven
Hout dat direct tegen steen zit, blijft aan die kant nat en gaat als eerste rotten. Vijf millimeter ruimte op verticale latjes is genoeg om lucht achterlangs te laten. Houd die latjes iets korter dan het boeideel hoog is, dan blijven ze uit het zicht en staat er onderaan geen water op.
Buitenhoeken in verstek zetten
Een verstek ziet er op de tekentafel keurig uit, maar het hout loopt aan het uiteinde uit tot vrijwel niets. Die dunne punt zuigt water op en gaat als eerste stuk, en de naad springt open zodra het hout werkt. Haaks aanzetten of een sponning maken gaat jaren langer mee en is beter te schilderen.
De onderkant volledig dichttimmeren
Een strak dichtgetimmerde onderplaat lijkt netjes en houdt vocht juist vast. Zonder ventilatievoegen en zonder lucht achter de plaat langs blijft de damp die er hoe dan ook komt gewoon hangen. Acht tot tien millimeter rondom vrij houden is het verschil tussen dertig jaar en tien jaar.
De brede bovenkant van de dakrand vlak laten liggen
Bij een overstek aan een plat dak wordt de bovenkant van de rand al snel breed. Zonder afschot naar binnen blijft daar water op staan en zoekt dat bij de eerste naad zijn weg. Twee tot drie millimeter per meter richting het dak is genoeg, maar het moet er wel in zitten.
Balken plat leggen in plaats van op hun kant
Bij een tuinhuis of een overkapping wordt hout vaak plat gelegd omdat het beter uitkomt met de aftimmering. Een balk van 40 bij 120 millimeter plat gelegd buigt veel verder door dan diezelfde balk op zijn kant. Draai je balken een kwartslag voordat je duurder staal gaat kopen.
Alleen de zichtzijde in de verf zetten
De achterkant, de kopse kanten en de boorgaten zijn precies de plekken waar water binnenkomt. Een plaat die alleen aan de voorzijde is behandeld, trekt vanaf de zaagkant vol en zet daarna van binnenuit uit. Gronden op alle zes de kanten kost een uur en verdubbelt de levensduur.
Een zinken goot in één lange lengte leggen
Zink zet flink uit en krimpt weer, zeker aan de zonzijde. Een goot van negen meter aan één stuk scheurt bij de eindaansluitingen of trekt de beugels krom. Werk met stukken van maximaal drie meter en zet er een broekstuk in, ook al betekent dat een tweede afvoer.
Veelgestelde vragen
Hoe kan ik een overstek aan mijn dak zelf maken?
Een overstek dak zelf maken begint bij het hout dat naar binnen doorloopt, niet bij wat je aan de buitenkant ziet. Je hangt klossen haaks aan de eerste spoor of verlengt de gordingen, laat die minstens twee keer zo ver naar binnen doorlopen als ze uitsteken en zet daar het dakbeschot overheen door. Daarna volgen boeiboord, goot en onderbetimmering.
Ligt het bestaande beschot er slecht bij, neem dan het vervangen van dakbeschot meteen mee, want je bent er toch bij.
Hoeveel overstek is gebruikelijk bij een schuin dak?
Bij een overstek schuin dak zie je in Nederland meestal twintig tot veertig centimeter buiten het buitenblad, gemeten tot de voorkant van het boeiboord. Onder de dertig centimeter beschermt het de gevel nauwelijks tegen slagregen. Boven de vijftig centimeter wordt de constructie het bepalende punt en moet je de verankering echt narekenen.
Kijk daarnaast naar de rest van het huis, want een overstek dat afwijkt van het hoofddak valt altijd op.
Hoe maak ik een overstek aan een bestaande aanbouw?
Een overstek aanbouw maak je door de dakbalken door de buitenmuur te laten steken, dus die keuze maak je bij voorkeur tijdens de bouw. Bij een bestaande aanbouw met overstek als wens is de vraag altijd wat er nu draagt. Zit er alleen een opstaand randje halfsteens metselwerk, dan is dat niet geschikt om iets uitkragends aan te hangen en wordt het een constructieve aanpassing.
In dat geval is een vlakke afwerking met een goed geventileerd boeideel vaak de verstandigere keuze.
Kan ik een uitbouw met overstek maken zonder de draagconstructie aan te passen?
Bij een nieuwe uitbouw wel, want dan leg je de balklaag meteen door tot buiten de gevel. Bij een bestaand overstek uitbouw ligt het anders: alles wat je aan de buitenkant toevoegt, moet ergens binnen worden opgevangen. Kun je niet aan een doorlopende balklaag haken, dan is er geen veilige manier om er zomaar een overstek aan te hangen.
Laat het in dat geval narekenen voordat je begint te timmeren.
Hoe vergroot ik het overstek van een dakkapel?
Bij een overstek dakkapel kun je het boeideel met regelwerk tien tot vijftien centimeter naar buiten uitvullen en daar een nieuwe kraal helemaal overheen zetten. De bestaande daktrim mag blijven zitten, dus je hoeft het dakje niet opnieuw te plakken. Zorg voor afschot naar binnen op het horizontale vlak en gebruik een stevige enkeltrim boven op de dakbedekking.
Zit het boeiboord eronder niet meer goed, pak dan meteen het vervangen van het boeiboord mee.
Waarmee kan ik het overstek het beste aftimmeren?
Voor overstek aftimmeren is watervast verlijmd multiplex van tien tot achttien millimeter de klassieke keuze, en voorgegrond plaatmateriaal van tien millimeter scheelt je een grondlaag. Wil je van het schilderwerk af, dan komen Rockpanel, hpl of een kunststof betimmeringsplaat in beeld. Het materiaal is minder bepalend dan de detaillering: rondom acht tot tien millimeter vrij, ventilatielatten in plaats van dichte rachels, geen verstek op de hoeken en alle kanten gegrond.
Hoe ziet het detail van een overstek bij een overkapping eruit?
Bij een overstek overkapping detail draait alles om wat de uitstekende balk aan de andere kant tegenhoudt. De balk loopt door tot minstens twee keer de uitkraging naar binnen en ligt daar op twee punten. Aan de gevelzijde werk je met een muurregel die je in het binnenblad verankert, in de tuin met staanders.
Een overstek overkapping maken lukt daarmee in één keer goed, mits je de balken op hun kant legt en de uiteinden koppelt met een randbalk.
Hoeveel overstek kan een schuur of tuinhuis vrij dragen?
Bij een overstek schuur zonder staanders eronder is zestig centimeter een verstandige bovengrens voor balken van 40 bij 120 millimeter op hun kant, met een doorloop naar binnen van minstens het dubbele. Plat gelegd hout haalt daar bij lange na niet. Wil je een schuur met overstek van een meter, dan komt daar sneeuwbelasting bij die in de hoek samenkomt, en dan is een staander of een zichtbare schoor de eerlijke oplossing.
Stalen hoekprofielen lossen dat zelden beter op dan hout in de juiste maat.
Hoe werkt een gevelpan bij een overstek op de kopgevel?
Een gevelpan overstek maak je door de laatste rij pannen uit te voeren als gevelpan met een opstaande zijkant, die ongeveer drie tot vijf centimeter voorbij de windveer steekt. Zo druppelt het water vrij van het houtwerk af in plaats van erlangs te lopen. Bevestig elke gevelpan mechanisch met een schroef of een haak, want aan de rand van het dak zijn de windkrachten het hoogst.
Let erop dat er linkse en rechtse gevelpannen bestaan, dus bestel per zijde de juiste.
Moet ik het overstek isoleren als ik de zolder isoleer?
Nee, overstek isoleren is niet de bedoeling, want het overstek hangt buiten de isolatieschil en hoort buitenlucht te zien. Wat je wel doet, is de isolatie aan laten sluiten op de plek waar de schil de gevel raakt en de dampremmende laag aan de warme kant houden. Bij glaswol met aluminiumcachering betekent dat de aluminiumzijde naar binnen.
Plak de damprem van de zoldervloer met alutape aan die van het schuine dak, anders stroomt warme lucht er via de overstekhoek omheen.
Hoe vervang ik de dakgoot in een overstek?
Bij een dakgoot overstek controleer je eerst het onderhout, want dat is meestal de echte oorzaak van lekkage en het bepaalt of nieuw zink überhaupt strak te leggen is. Werk daarna met stukken van maximaal drie meter, want zink zet flink uit. Bij een lengte van negen meter hoort een broekstuk in het midden en dus een tweede afvoer.
Houd twee tot drie millimeter afschot per meter aan en zet de beugels om de vijftig tot zestig centimeter.
Hoeveel overstek hoort een vensterbank te hebben?
De gangbare overstek vensterbank is drie tot zes centimeter, maar boven een radiator geldt een strengere regel. Elk obstakel boven een radiator vermindert het vermogen, dus houd het daar op anderhalf tot twee centimeter voorbij de voorkant van de radiator. Wil je meer ruimte voor planten, dan lever je warmte in en dat mag een bewuste keuze zijn.
Denk ook aan je raamdecoratie, want rolgordijnen en jaloezieën moeten er nog langs kunnen zakken.
Wanneer je beter een vakman belt
Het meeste werk aan een overstek is timmerwerk dat je met geduld, een steiger en een goede doorsnede prima zelf doet. Er zijn vier momenten waarop je beter stopt en belt.
Het eerste is elke aanpassing aan de draagconstructie. Gordingen inkorten, spanten verplaatsen, een balklaag doorzagen of een uitkraging van meer dan een halve meter maken zonder tegengewicht binnen: laat dat narekenen door een constructeur. Dat geldt zeker als er sneeuw kan blijven liggen of als twee overstekken in een hoek samenkomen.
Het tweede is asbest. In boeidelen, onderbetimmeringen en dakbeschot van voor 1994 kan asbesthoudend plaatmateriaal zitten, vaak als een harde grijze cementplaat. Zagen, boren of schuren is precies wat je daar niet in moet doen, dus laat het bemonsteren en door een gecertificeerd bedrijf verwijderen.
Het derde is werken op hoogte. Een dakvoet met overstek zit bij een normale woning op vier tot zes meter, en je hebt er twee handen en lange platen nodig. Een rolsteiger of steiger is hier geen luxe, en past die niet, dan is het werk voor iemand met een hoogwerker.
Het vierde is zinkwerk dat gesoldeerd moet worden. Een bakgoot met broekstukken en hoekstukken vraagt om ervaring met de brander en om een gootbodem die klopt. Een loodgieter is er meestal binnen een dag mee klaar, terwijl één lekkende zelfgesoldeerde naad je het hele onderhout kost.