RAL 9010 of 9001: zuiver wit of crèmewit kiezen
RAL 9010 heet zuiver wit en is neutraal en koel, RAL 9001 heet crèmewit en heeft een duidelijk warme, licht gelige ondertoon. Naast elkaar zie je het verschil meteen, in twee losse ruimtes valt het bijna niemand op. Nieuwbouw en strak binnenwerk staan doorgaans beter in 9010, oudere huizen en gevels met donkergroene of donkerrode delen bijna altijd in 9001. Beoordeel nooit op een beeldscherm of een klein waaiertje, maar op een proefvlak in de juiste glansgraad op de plek zelf.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- RAL-kleurenwaaier of losse kleurstalen in de juiste glansgraad
- Twee proefpotjes, één in 9010 en één in 9001
- Kwastje of klein rollertje voor het proefvlak
- Stukken karton of mdf-restjes van minstens A4-formaat
- Vel wit printerpapier als koude referentie
- Schuurvlies en een schone doek
- Roerstok en een lege maatbeker bij het bijtinten
Materiaal
- Kleurstaal of uitstrijkkaart van RAL 9010 en RAL 9001
- Universele mengpasta in geel, oker, rood en zwart als je zelf tint
- Ontvetter of ammoniakhoudende reiniger voor de ondergrond
- Hechtprimer die past bij het materiaal dat je schildert
- Lak in de gekozen kleur en glansgraad, uit één mengbatch
Wat het verschil is tussen RAL 9010 en RAL 9001
RAL 9010 heet zuiver wit, RAL 9001 heet crèmewit. Het zijn allebei witte tinten, maar 9001 heeft een warme, licht gelige ondertoon terwijl 9010 neutraal en koel blijft. Zet je de twee naast elkaar op hetzelfde kozijn, dan ziet iedereen het verschil onmiddellijk. Zie je ze los van elkaar in twee verschillende kamers, dan valt het bijna niemand op.
Daar zit meteen de kern van de twijfel. De vraag is niet welke van de twee mooier is, maar hoe warm of hoe koel je het huis wilt hebben. Die afweging loopt gelijk op met de rest van je keuzes bij het uitzoeken van de juiste verf voor kozijnen, deuren en plinten.
Wat veel mensen verrast: 9010 is niet het witste wit dat bestaat. RAL 9016 verkeerswit en RAL 9003 signaalwit zijn allebei feller en kouder. Ook 9010 heeft nog een minieme warme ondertoon, waardoor hij in een ruimte met veel daglicht rustiger overkomt dan die fabrieksfrisse witten.
Aan de andere kant van 9001 liggen tinten die nog een stap warmer zijn, zoals RAL 1013 parelwit en RAL 1015 licht ivoor. Wie 9001 op het staal al te geel vindt, moet dus niet die kant op zoeken maar richting 9010 bewegen.
| RAL-nummer | Naam | Hoe hij oogt | Waar je hem vooral tegenkomt |
|---|---|---|---|
| RAL 9016 | Verkeerswit | Het koudste en felste wit, bijna blauwig | Kunststof kozijnprofielen, signaleringswerk |
| RAL 9003 | Signaalwit | Fel en helder, iets minder koud dan 9016 | Machines, metaalwerk, strak binnenwerk |
| RAL 9010 | Zuiver wit | Neutraal wit met een minieme warme ondertoon | Kozijnen, binnendeuren, plinten, radiatoren |
| RAL 9002 | Grijswit | Wit met een grijze zweem, oogt vlak | Plafonds, bedrijfsruimtes, staalconstructies |
| RAL 9001 | Crèmewit | Duidelijk warm, licht gelig gebroken wit | Kozijnen van oudere woningen, luiken, gevels |
| RAL 9018 | Papyruswit | Gebroken wit met een groengrijze inslag | Kunststof profielen, plaatmateriaal |
| RAL 1013 | Parelwit | Nog een stap warmer dan 9001, zacht en romig | Klassiek binnenwerk, meubels, stucwerk |
| RAL 1015 | Licht ivoor | Duidelijk geel, geen wit meer te noemen | Oudere gevels, karakteristieke panden |
Leg een vel gewoon wit printerpapier naast beide stalen. Printerpapier bevat optische witmakers en is daardoor kouder dan elke verf. Naast dat vel zie je binnen twee seconden hoeveel geel er in 9001 zit en hoe neutraal 9010 werkelijk is.
Wanneer je voor RAL 9010 kiest en wanneer voor RAL 9001
In nieuwbouw is RAL 9010 de standaard geworden. Binnendeuren, plinten en kozijnen worden er standaard in gespoten en de tint past bij muren in koele witte en grijze kleuren. Wil je dat je kozijnen wegvallen tegen een lichte gevel of een strak stucwerk, dan is 9010 de veiligste keuze.
RAL 9001 hoort bij oudere huizen. Woningen uit de jaren twintig en dertig, boerderijen met luiken, panden in een beschermd dorpsgezicht en alles met een rieten kap staan beter in crèmewit, zeker in combinatie met donkergroen of donkerrood. Zuiver wit oogt op zo'n gevel al snel hard, alsof er een nieuw kunststof kozijn in een oude muur is gezet.
Binnen speelt precies hetzelfde. Bij een eiken vloer, warme wandkleuren en bestaand oud houtwerk sluit 9001 vanzelf aan. Bij een gietvloer, een witte keuken en veel glas doet 9010 dat beter. Twijfel je binnen, kijk dan naar je plafond: is dat in de loop van de jaren vergeeld, dan valt vers 9010 eronder op als een blauwige vlek.
Woon je in een beschermd stads- of dorpsgezicht, ga dan niet af op de kleur van de buren. Voor monumenten en panden binnen zo'n gezicht ligt de kleurstelling van de buitenkant soms vast in de vergunning of in een gemeentelijke kleurenkaart. Eén telefoontje naar de gemeente voorkomt dat je een gevel twee keer schildert. De rest van de aanpak vind je bij het schilder- en behangwerk in huis.
| Situatie | Meestal de betere keuze | Waarom dat zo uitpakt |
|---|---|---|
| Nieuwbouw met kunststof of aluminium kozijnen | RAL 9010 | Sluit aan bij het fabriekswit van de profielen en bij koele muurtinten |
| Woning uit de jaren twintig of dertig | RAL 9001 | Crèmewit past bij baksteen en oud glas, zuiver wit oogt er hard |
| Gevel met grachtengroen of donkerrode luiken | RAL 9001 | Het gele in de kleur maakt het groen dieper in plaats van grauw |
| Boerderij, rieten kap of landelijke stijl | RAL 9001 | Warm wit sluit aan bij riet, hout en gebakken materialen |
| Binnendeuren bij witte of grijze muren | RAL 9010 | Neutraal wit botst niet met de koele ondertoon van de muurverf |
| Plinten bij een warme houten vloer | RAL 9001 | Crèmewit maakt het verschil met het hout kleiner en rustiger |
| Meubels, keukenfronten en strak plaatwerk | RAL 9010 | Past bij het fabriekswit van folie en melamine, al is het zelden identiek |
| Bijwerken van bestaand, jaren oud schilderwerk | Wat er nu op zit | Vergeelde 9010 lijkt op 9001, dus eerst vaststellen, dan pas kiezen |
Waarom dezelfde kleur op je kozijn anders oogt dan op de kaart
Een kleurnummer is een recept, geen belofte over hoe iets eruitziet. Dezelfde RAL 9010 kan in een noordkamer koel en bijna blauwig ogen en in een zuidkamer aan het eind van de middag warm en romig. Noorderlicht is koud licht, en dat versterkt precies de kant waar 9010 al naartoe neigt.
Kunstlicht doet er nog een schep bovenop. Ledlampen van 2700 kelvin geven warm licht en maken 9010 's avonds bijna crèmekleurig, terwijl lampen van 4000 kelvin de gele ondertoon uit 9001 halen en de kleur vuil laten lijken. Beoordeel je stalen daarom altijd twee keer: één keer bij daglicht en één keer met de lampen aan die er echt hangen.
De glansgraad verandert de kleurbeleving net zo hard. Hoogglans reflecteert het licht dat erop valt, waardoor wit harder en koeler overkomt. Matte verf slikt licht en laat de eigen ondertoon van de kleur zwaarder meewegen, waardoor 9001 in mat duidelijk geler oogt dan in hoogglans. Een staal in de verkeerde glansgraad vergelijken is daarom net zo zinloos als geen staal gebruiken.
Ook het formaat speelt mee. Op een lapje van vier centimeter lijkt elke kleur neutraler dan op twintig meter kozijn. Een grote vlakverdeling versterkt de ondertoon, en dat is de reden dat mensen hun gevel prachtig vinden op het kaartje en te wit als het geschilderd is. Bij slijtvast werk zoals een trapleuning in de lak zetten weegt de glanskeuze ook mee voor de reinigbaarheid.
| Glansgraad | Wat het met de kleur doet | Waar je hem gebruikt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| Hoogglans | Wit oogt harder, koeler en helderder | Voordeuren, klassiek buitenwerk, meubels | Laat elke bobbel, schuurkras en stofje zien |
| Zijdeglans | Kleur komt neutraal over, dicht bij het staal | Binnendeuren, plinten, kozijnen binnen en buiten | Meest vergevingsgezind, daarom de standaardkeuze |
| Zijdemat | Wit oogt zachter en iets warmer | Wandpanelen, plafondlijsten, meubels | Vlekken laten zich minder makkelijk wegpoetsen |
| Mat | Ondertoon weegt zwaar, 9001 lijkt duidelijk geler | Muren en plafonds | Op houtwerk te kwetsbaar voor handen en schoonmaken |
Houd je stalen verticaal tegen het kozijn en niet horizontaal op de vensterbank. Een liggend staal vangt het licht van de hemel en oogt daardoor lichter en witter dan hetzelfde vlak straks rechtop op je raamkozijn.
Wit dat vergeelt en wat dat betekent voor je keuze
Een deel van de mensen die twijfelen tussen deze twee tinten heeft eigenlijk met vergeling te maken. Terpentinegedragen lak, ook wel alkydlak, vergeelt binnenshuis in de loop van jaren. Het bindmiddel is een olie die oxideert, en zonder daglicht gaat dat proces harder. Kastdeuren die dicht blijven, kozijnen achter een gordijn en de binnenkant van een berging worden daardoor merkbaar geler dan de rest.
Het gevolg is dat een deur die ooit in 9010 is gezet na tien jaar dichter bij 9001 staat dan bij het nummer op het blik. Wie dan één deur bijwerkt met vers 9010, ziet een koud, blauwig vlak tussen de rest. Dat is geen kleurfout van de verf maar de leeftijd van het bestaande werk.
Watergedragen lak op acrylaatbasis heeft dat probleem nauwelijks. Die blijft veel langer op kleur, ook op plekken zonder daglicht. Wil je dat een wit kozijn over tien jaar nog wit is, dan is de bindmiddelkeuze belangrijker dan de keuze tussen 9010 en 9001. Wat elk type wel en niet kan lees je bij het verschil tussen alkydverf en watergedragen lak.
Buiten speelt vergeling veel minder, want uv-licht bleekt de olie juist weer op. Daar krijg je met alkyd na een paar jaar een ander verschijnsel: verkrijting, een dof poederlaagje dat op je hand blijft als je erover wrijft. Dat maakt de kleur bleker en matter, wat op een gevel in 9001 vaak minder opvalt dan op een gevel in 9010.
Verf van voor 1980 kan lood bevatten. Bij oude kozijnen en oud binnenwerk is droog machinaal schuren dan een slecht idee, want de stof die vrijkomt is schadelijk. Schuur nat, gebruik een schuurmachine met afzuiging of laat de laag chemisch afhalen door iemand die dat vaker doet.
RAL 9010 bijtinten naar 9001 als je de verf al in huis hebt
Het overkomt bijna iedereen die zelf een gevel schildert: het eerste vlak is af, het ziet er strak uit, en dan blijkt het thuisfront de tint te wit te vinden. Met vier of vijf liter 9010 op de plank is weggooien zonde en opnieuw kopen duur. Bijtinten kan, maar niet zomaar.
De snelste route loopt via de verfspeciaalzaak. Veel zaken tinten tegen een kleine vergoeding ook verf bij die niet bij hen is gekocht. Hun mengmachine werkt met zestien of meer pigmenten en een recept, en dat komt onvergelijkbaar veel dichter bij 9001 uit dan wat jij met drie tubes op gevoel bereikt. Neem het blik mee, vertel of het watergedragen of terpentinegedragen is, en vraag om een uitstrijkje ter controle.
Doe je het toch zelf, koop dan universele mengpasta in geel, oker, rood en zwart. Geel en oker brengen de warmte, een spoortje rood haalt het groene eruit en een héél klein beetje zwart breekt de kleur zodat hij niet fluoresceert. Werk met druppels, niet met scheuten, en roer minstens een minuut door voordat je oordeelt. Houd de hoeveelheid pasta beperkt, want te veel kleurpasta vertraagt de droging en maakt de laag zachter.
Twee praktische randvoorwaarden. Er moet ruimte in het blik zijn om te kunnen roeren, dus giet eerst een halve liter af in een lege bus. En meng alles wat je nodig hebt in één keer, want een tweede poging komt nooit exact op dezelfde tint uit. Hoeveel liter dat is, reken je vooraf uit met de calculator voor het verfverbruik per vlak.
Stop nooit halverwege een vlak met de ene tint en ga verder met de andere. Een kleurverschil valt in het midden van een gevel of een deur direct op. Schilder altijd door tot een natuurlijke onderbreking: een hoek, een raamdorpel, een naad tussen twee delen.
Bentheimergeel, grachtengroen en kleuren zonder RAL-nummer
Bentheimergeel RAL 9001 wordt vaak in één adem genoemd, maar het zijn twee verschillende dingen. Bentheimergeel is geen RAL-kleur en heeft ook geen officieel RAL-nummer. Het is een kleur uit de authentieke lijn van Sikkens, waar hij bekendstaat onder code G0.08.84. Het bijbehorende grachtengroen draagt daar het nummer Q0.05.10.
Van de standaard RAL-witten komt 9001 het dichtst in de buurt van bentheimergeel, maar identiek zijn ze niet. Bentheimergeel trekt iets meer naar zand en oker, waar 9001 romiger is. Op een kozijn naast bestaand bentheimergeel zie je dat verschil, op een losstaand bijgebouw zal niemand erover vallen.
Dat wringt zodra een leverancier een nummer van je wil. Wie kozijnen in bentheimergeel heeft en er een dakkapel met kunststof of trespa-beplating bij wil, loopt vast omdat plaatmateriaal een eigen kleurprogramma heeft en de fabrikant niets kan met een verfnummer van een houtlak. Het kleurrecept achter zo'n merkkleur is bedrijfseigen en wordt niet aan particulieren verstrekt.
De werkwijze die wel resultaat geeft is simpel maar ouderwets. Vraag bij de leverancier van het plaatmateriaal om de stalenbak en leg je eigen kleurstaal daar fysiek naast, buiten bij daglicht. Kies de plaat die het dichtst komt en accepteer dat het benaderen is. Voor een aluminium boeiboord of dakrand geldt hetzelfde verhaal, en dan is aluminium overschilderen in de juiste tint vaak eenvoudiger dan de fabriekskleur laten matchen.
Een bestaande kleur laten scannen
Bij een verfspeciaalzaak kun je een kleur laten inmeten met een scanner. Dat levert een recept op waarmee ze verf mengen die er heel dicht bij komt. Het werkt goed op een vlak, schoon en niet te glanzend oppervlak: een losse deur, een plank, een front van een kast.
Het werkt slecht op hoogglans, op structuur en op verweerd buitenwerk, want de scanner meet dan ook de glans en het vuil mee. Neem daarom liever een klein, onopvallend onderdeel mee naar de winkel dan dat je een foto of een geveldeel laat beoordelen. Een strookje van een kozijnhoek dat toch overgeschilderd wordt is ideaal.
RAL 9010 op Ikea-meubels en ander gefolied plaatwerk
Kasten van Ikea in RAL 9010 zetten is populair, en het kan prima, maar reken niet op een naadloze aansluiting met het wit dat er al op zit. Fabriekswit op folie of melamine is geen RAL-kleur en ligt meestal kouder en gladder dan 9010. Verf je alleen de buitenkant en laat je het binnenwerk zoals het is, dan zie je bij open deuren twee verschillende witten.
Die panelen zijn zelden echt hout. Een houtnerf op zo'n kast is meestal een geprint folie op spaanplaat of mdf. Daar hecht gewone lak niet zomaar op, dus de voorbehandeling bepaalt het resultaat. Schuur het oppervlak mat met een schuurvlies zodat de glans overal weg is, ontvet daarna met een ammoniakhoudende reiniger en neem het na met een schone doek.
Dan komt een hechtprimer die geschikt is voor gladde en kunststofachtige ondergronden, in een dunne laag, en na drogen licht naschuren. Pas daarna gaat de lak erop. Goedkope watergedragen klusverf geeft op deze ondergrond vaak een dof en ruw resultaat, precies de klacht die je hoort van mensen die het in één keer met een potje uit de discountwinkel probeerden. Werk je op onbehandeld plaatmateriaal, dan helpt de aanpak bij mdf verven en de kopse kanten dichtzetten.
Kies voor een meubel dat prominent in de kamer staat liever zijdeglans dan hoogglans. Watergedragen hoogglans is lastig strak te krijgen met een roller en terpentinegedragen hoogglans vergeelt juist in kastruimtes. Haal de kast uit elkaar en rol elke plank los en liggend, met een korte schuimrubberen lakroller in dunne lagen. Wie het echt spiegelglad wil, komt uit bij verf spuiten in plaats van rollen.
Leg pas iets zwaars op de geschilderde planken als de lak echt doorgehard is. Watergedragen lak is na een dag droog maar pas na één tot drie weken hard. Een boekenstapel of een televisievoet die je te vroeg neerzet, drukt zich in het oppervlak en dat komt er niet meer uit.
Kozijnen, radiatoren en plaatwerk die al een fabriekswit hebben
Zodra er een fabriekswit in het spel is, wordt de vraag anders. Je kiest dan niet welk wit je mooi vindt, maar welk wit het minst vloekt met wat er al staat. Het standaardwit van kunststof kozijnprofielen is meestal geen RAL 9010 maar een eigen fabriekstint die kouder uitvalt, dichter tegen verkeerswit aan.
Bij gepoedercoat aluminium staat er wel een RAL-nummer op de order, maar daar hoort ook een glansgraad en soms een structuur bij. Dezelfde 9010 in fijnstructuur mat oogt duidelijk anders dan 9010 hoogglans glad. Vraag daarom om een gecoat proefplaatje van de leverancier en niet om een kleurenkaart, want papier laat de structuur niet zien.
Radiatoren zijn een verhaal apart. Gemoffeld staal komt vaak dicht bij zuiver wit uit de fabriek, maar door warmte en jaren gebruik loopt de kleur langzaam weg richting geel. Een nieuwe radiator naast een oude in dezelfde kamer laat dat pijnlijk goed zien. Overschilderen kan, maar dan wel met verf die geschikt is voor warme oppervlakken.
Gefolied plaatmateriaal, keukenfronten en kastdeuren hebben zelden een RAL-code. Daar is inmeten bij de verfspeciaalzaak de enige route naar een echte match. Ga je een gefolieerde vloer of trap aanpakken, dan gelden dezelfde eisen aan hechting als bij laminaat overschilderen: eerst matten, ontvetten en primeren, daarna pas kleur.
| Materiaal | Wat het fabriekswit meestal is | Zo krijg je het passend |
|---|---|---|
| Kunststof kozijnprofiel | Eigen fabriekswit, koeler dan RAL 9010 | Vraag de profielcode op en vergelijk met een fysiek staal |
| Gepoedercoat aluminium | Wel een RAL-nummer, plus glansgraad en structuur | Vraag om een gecoat proefplaatje, niet om een kleurenkaart |
| Hpl-gevelplaat of trespa | Eigen kleurprogramma zonder RAL-nummer | Kies uit de stalenbak van de leverancier, buiten bij daglicht |
| Gefolied meubelpaneel | Fabriekswit zonder code, vaak koud en glad | Neem een front mee en laat de kleur inmeten |
| Gemoffelde radiator | Dicht bij zuiver wit, vergeelt door warmte | Nieuw naast oud valt op, dus liever beide meenemen |
| Geschilderd houten kozijn uit de jaren negentig | Vaak ooit 9010, inmiddels richting 9001 vergeeld | Bepaal eerst de huidige tint, dan pas het nieuwe nummer |
Een proefvlak zetten voordat je twintig liter bestelt
Een kleurkeuze die op een waaiertje wordt gemaakt is een gok. Twee proefpotjes kosten samen minder dan tien euro en nemen de gok er helemaal uit. Pak dat proefvlak wel serieus aan, want een slordige vlek met één laag verf zegt evenmin iets.
Schilder niet rechtstreeks op je kozijn maar op twee stukken karton of restjes mdf van minstens A4-formaat. Zo kun je de stalen verplaatsen: naast het raam, naast de deur, boven bij de dakkapel en 's avonds in de woonkamer. Breng twee lagen aan, want de eerste laag is altijd doorschijnend en toont niet de eindkleur.
Beoordeel pas als de verf echt droog is, en dat duurt bij watergedragen lak langer dan het aanvoelt. Natte verf oogt donkerder en warmer dan droge. Hoeveel tijd je per laag moet aanhouden staat in onze tabel met droogtijden per verfsoort.
Kijk daarna op drie momenten: in de ochtend, halverwege de middag en 's avonds met de lampen aan. Hang de twee stalen naast elkaar en haal er daarna één weg, want vergelijken met alleen jezelf als referentie werkt anders dan naast elkaar. Wat naast 9001 nog fris wit is, kan alleen op de muur ineens kil overkomen.
Voor een proefvlak op de gevel klim je niet even op een ladder met een potje in je hand. Werk boven de eerste verdieping vanaf een goede steiger of rolsteiger, met beide handen vrij. Wil je alleen een kleur beoordelen, houd dan een geschilderd stuk karton vanaf de grond omhoog tegen de gevel, dat werkt net zo goed.
Zo kies je tussen RAL 9010 en RAL 9001 zonder achteraf spijt
Deze volgorde werkt voor kozijnen, deuren, plinten en meubels, binnen en buiten.
-
Bepaal eerst wat er nu op zit
Zoek een plek die uit de zon en uit het zicht ligt, bijvoorbeeld de binnenkant van een kastdeur of de onderkant van een raamdorpel. Daar is de verf het minst verkleurd. Vergelijk die plek met een staal, of neem een los onderdeel mee naar de verfspeciaalzaak om de kleur te laten inmeten. Zonder dat vertrekpunt kies je een nieuw nummer op basis van een kleur die er niet meer is.
-
Haal stalen in de juiste glansgraad
Vraag om uitstrijkkaarten of stalen van RAL 9010 en RAL 9001 in de glansgraad die je gaat gebruiken. Een hoogglans staal naast zijdeglans werk vergelijken loopt altijd verkeerd af, want de glans verandert hoe koel of warm het wit overkomt. Zit je tussen twee glansgraden in, neem er dan van beide een.
-
Beoordeel de stalen op de plek zelf
Houd de stalen verticaal tegen het kozijn, de deur of de gevel, en niet plat op tafel. Doe dat bij daglicht en nog een keer 's avonds met de verlichting aan die er echt hangt. Warm ledlicht van 2700 kelvin trekt 9010 richting crème, koeler licht maakt 9001 juist vuil. Zonder die tweede beoordeling kies je een kleur voor maar de helft van de dag.
-
Zet een proefvlak van twee lagen
Schilder twee stukken karton of mdf van minstens A4-formaat volledig af met twee lagen, in dezelfde verf die je straks gebruikt. Eén laag dekt niet en geeft een verkeerd beeld van de eindkleur. Laat het proefvlak volledig drogen voordat je oordeelt, want natte verf oogt donkerder en warmer dan droge.
-
Controleer de aansluiting met alles wat blijft
Leg het proefvlak naast de dingen die je niet gaat schilderen: de vloer, het plafond, de gevelsteen, een kunststof kozijn of een radiator die blijft zitten. Juist daar gaat het mis, want een wit dat op zichzelf mooi is kan naast een koud fabriekswit toch geel overkomen. Bij oud, vergeeld plafondwerk kiest bijna iedereen uiteindelijk voor de warmere tint.
-
Bestel in één keer genoeg uit dezelfde batch
Reken uit hoeveel liter je nodig hebt voor het aantal lagen en tel er ruim bij op voor bijwerken later. Machinaal gemengde kleuren kunnen tussen twee bestellingen minimaal verschillen, en op een groot vlak zie je dat. Vraag om alle blikken uit één menggang en meng ze bij grote klussen samen in een emmer voordat je begint.
-
Werk per vlak af tot een natuurlijke onderbreking
Schilder een kozijn, een gevelvlak of een deur helemaal af voordat je stopt. Stop je halverwege en pak je het de volgende dag met een ander blik weer op, dan tekent de overgang zich af als een streep. Bij buitenwerk boven de eerste verdieping werk je vanaf een rolsteiger, want doorwerken met een kwast op een ladder is precies hoe ongelukken ontstaan.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de verf bestelt
Uit de praktijk
Een gevel in 9010 die thuis te wit werd bevonden
Een gevel was zelf geschilderd met een terpentinegedragen buitenlak uit de Rubbol-lijn van Sikkens in RAL 9010. Het eerste vlak was af en het werk zag er strak uit, maar in huis vond men de tint te koud en te wit voor het pand. Er stond nog ruim vier liter van dezelfde verf, online gekocht, dus weggooien voelde nergens naar.
Zelf bijmengen met drie tubes mengpasta uit de bouwmarkt leek de goedkoopste weg, maar op gevoel de warmte van 9001 raken lukt vrijwel nooit. Wat hier werkte: het blik meenemen naar de verfspeciaalzaak, die tegen een kleine vergoeding ook verf bijtint die er niet gekocht is. Hun machine werkt met een recept en zestien of meer pigmenten, en dat komt veel dichter bij crèmewit uit.
Twee dingen waren daarbij bepalend. Er is eerst een halve liter afgegoten zodat er ruimte was om te roeren, en er is een staal van 9001 in dezelfde glansgraad meegenomen om het uitstrijkje tegen te houden. Het al geschilderde vlak is daarna volledig overgeschilderd tot aan de hoek, zodat er nergens een overgang midden op de gevel kwam te staan.
Bentheimergeel kozijnen en een dakkapel die geen RAL kende
Bij een woning waren de raamkozijnen geschilderd in bentheimergeel, in dit geval een kant-en-klare kleur uit de buitenlijn van Flexa met nummer 1885. Er kwam een kunststof dakkapel bij, aan de buitenzijde bekleed met trespa, en de leverancier vroeg om een RAL-nummer. Dat nummer bestaat niet, want bentheimergeel komt uit de authentieke kleurenlijn van Sikkens en staat daar als G0.08.84.
Navraag bij de verffabrikant leverde precies dat antwoord op: geen RAL-code beschikbaar. Ook het idee om het kleurrecept op te vragen liep dood, want zo'n recept is bedrijfseigen en wordt niet aan particulieren gegeven. Een verfnummer van een houtlak zegt een plaatfabrikant bovendien niets, omdat plaatmateriaal een eigen kleurprogramma heeft.
De oplossing die overbleef was ouderwets vergelijken. Met een kleurstaal van het bestaande kozijnwerk langs de leverancier gaan, de stalenbak op tafel, en buiten bij daglicht de plaat kiezen die het dichtst komt. Van de standaard RAL-witten kwam 9001 er het beste bij in de buurt, met de kanttekening dat bentheimergeel iets zandiger is. Op een dakkapel die twee meter boven de kozijnen zit, viel dat verschil niet op.
Een Ikea-wandmeubel in RAL 9010 dat dof bleef
Een tv-wandmeubel van Ikea moest in RAL 9010, glad en strak. Een eerdere poging op ander meubilair met goedkope watergedragen klusverf uit de discountwinkel had een dof en korrelig resultaat gegeven: je voelde het meteen als je er met je hand overheen ging. De panelen bleken geen echt hout maar gefolierd plaatmateriaal met een geprinte nerf.
De aanpak die wel werkte begon met de voorbehandeling. Alle delen zijn uit elkaar gehaald, mat geschuurd met een schuurvlies tot er nergens glans over was, ontvet met een ammoniakhoudende reiniger en nagenomen met een schone doek. Daarna een dunne laag hechtprimer voor gladde ondergronden, licht naschuren, en pas toen de lak.
Er is gekozen voor zijdeglans in plaats van hoogglans, omdat watergedragen hoogglans met een roller zelden vlak wordt en terpentinegedragen hoogglans in een gesloten kast juist vergeelt. Elke plank is los en liggend gerold met een korte schuimrubberen lakroller, in twee dunne lagen. Het binnenwerk was al wit en is zo gelaten, met de wetenschap dat dat fabriekswit nooit exact gelijk zou zijn aan het nieuwe 9010.
Veelgemaakte fouten
De kleur kiezen op een beeldscherm
Elke monitor geeft wit anders weer en heeft zijn eigen kleurtemperatuur. Een RAL-nummer dat je op een webshop bekijkt zegt niets over hoe de verf op je kozijn oogt. Fysieke stalen zijn de enige betrouwbare manier, en bij twijfel een proefvlak.
Stalen vergelijken in de verkeerde glansgraad
Hoogglans reflecteert licht en laat wit harder en koeler ogen, mat slikt licht en laat de gele ondertoon van 9001 zwaar meewegen. Wie een hoogglans staal naast zijdeglans werk houdt, vergelijkt twee dingen die niet vergelijkbaar zijn en kiest daardoor de verkeerde tint.
Aannemen dat het bestaande wit RAL 9010 is
Het wit van een kunststof kozijn, een Ikea-front of een oude binnendeur is zelden precies 9010. Fabriekswit heeft vaak helemaal geen RAL-code, en oud schilderwerk is vergeeld. Bijwerken zonder eerst te meten geeft een vlak dat er koud tussen ligt.
Zelf bijtinten met een paar tubes op gevoel
Met geel, rood en zwart uit de bouwmarkt kom je in de buurt, maar een mengmachine werkt met zestien of meer pigmenten en een recept. Bovendien vertraagt te veel kleurpasta de droging en maakt hij de laag zachter. Laat het bijtinten liever doen en houd de pasta voor kleine correcties.
Midden op een vlak van kleur wisselen
Een bijgetinte tweede portie komt nooit exact op dezelfde tint uit als de eerste. Zet je die aan tegen de eerste helft van een gevel of een deur, dan staat er een zichtbare streep. Werk altijd door tot een hoek, een dorpel of een naad.
Terpentinegedragen hoogglans in een donkere ruimte
Alkydlak vergeelt binnen zonder daglicht het snelst, dus juist in kasten, bergingen en achter gordijnen. Een kastdeur die je in 9010 zet, komt daar na een paar jaar dichter bij 9001 uit. Kies op zulke plekken watergedragen lak als de kleur moet blijven kloppen.
Eén laag als proefvlak beoordelen
De eerste laag dekt niet en laat de ondergrond doorschijnen, waardoor de kleur donkerder of vlekkerig oogt. Wie daarop afgaat, keurt een kleur af die met twee lagen precies goed was geweest. Zet je proefvlak altijd in twee lagen en beoordeel pas als het droog is.
Verf uit twee bestellingen door elkaar gebruiken
Machinaal gemengde kleuren kunnen tussen menggangen minimaal afwijken. Op een klein kozijn merk je dat niet, op een grote gevel of een set binnendeuren wel. Bestel in één keer genoeg en meng grote hoeveelheden vooraf samen in een emmer.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen RAL 9010 en RAL 9001?
RAL 9010 heet zuiver wit en is een neutrale, licht koele witte tint. RAL 9001 heet crèmewit en heeft een duidelijke warme, gelige ondertoon. Het verschil zie je vooral als de twee elkaar raken, bijvoorbeeld een nieuw kozijn tegen een oude gevelplint. Los van elkaar in twee ruimtes valt het bijna niemand op, en dan bepaalt vooral het licht in de kamer welke van de twee prettiger oogt.
RAL 9001 of 9010, welke kiezen de meeste mensen voor hun kozijnen?
Voor nieuwbouw en voor huizen met kunststof of aluminium kozijnen wordt in de praktijk vrijwel altijd 9010 gekozen, omdat dat het dichtst bij het fabriekswit van de profielen ligt. Bij woningen van voor de oorlog, boerderijen en panden in een beschermd dorpsgezicht is 9001 gebruikelijker. Volg niet zomaar wat het meest verkocht wordt, maar kijk naar de gevelsteen, het dak en de kleur van de luiken of de voordeur.
Is RAL 9010 hetzelfde als zuiver wit, en is het het witste wit?
Zuiver wit is inderdaad de Nederlandse naam van RAL 9010, maar het is niet het witste wit uit de RAL-reeks. RAL 9016 verkeerswit en RAL 9003 signaalwit zijn allebei feller en koeler. RAL 9010 heeft zelf nog een minieme warme ondertoon en oogt daardoor in huis rustiger. Wil je echt fel wit, dan zoek je richting 9016, met het risico dat het klinisch overkomt.
Kun je RAL 9010 zelf bijkleuren tot RAL 9001?
Dat kan met universele mengpasta in geel, oker, rood en een spoortje zwart, maar de kans dat je op gevoel precies 9001 raakt is klein. Werk met druppels in plaats van scheuten en roer minstens een minuut door voor je oordeelt. Verstandiger is het blik meenemen naar een verfspeciaalzaak, die tegen een kleine vergoeding ook elders gekochte verf bijtint met een machinerecept. Giet vooraf een halve liter af, anders kun je niet roeren.
Is bentheimergeel hetzelfde als RAL 9001?
Nee. Bentheimergeel is geen RAL-kleur maar een kleur uit de authentieke lijn van Sikkens, met code G0.08.84. Het bijbehorende grachtengroen staat daar als Q0.05.10. Van de RAL-witten komt 9001 het dichtst in de buurt, maar bentheimergeel trekt iets meer naar zand en oker. Zit het naast elkaar op hetzelfde kozijn, dan zie je dat. Zit het op een losstaand bijgebouw of een dakkapel, dan valt het niet op.
Is het wit van Ikea RAL 9010, en kun je er zelf in overschilderen?
Er is geen officieel RAL-nummer voor dat wit. Ikea gebruikt gefolierde en gelakte panelen met een fabriekswit dat meestal iets kouder en glanzender is dan RAL 9010. Wie een kast in 9010 overschildert, houdt daardoor een zichtbaar verschil met binnenwerk of losse delen die niet meegeschilderd worden. Wil je echt matchen, laat dan een los front inmeten bij een verfspeciaalzaak in plaats van een RAL-nummer te gokken.
Vergeelt RAL 9010 sneller dan RAL 9001?
Vergeling zit niet in het kleurnummer maar in het bindmiddel. Terpentinegedragen alkydlak vergeelt binnenshuis, vooral op donkere plekken zoals kastruimtes en achter gordijnen, en dat gebeurt bij 9010 net zo hard als bij 9001. Het valt bij 9010 alleen veel meer op, omdat de verkleuring die kant op gaat waar 9001 al zit. Watergedragen acrylaatlak blijft aanzienlijk langer op kleur.
Kan ik RAL 9010 en RAL 9001 in hetzelfde huis combineren?
Dat kan, zolang de twee tinten elkaar niet raken. Binnendeuren in 9010 en buitenkozijnen in 9001 zit niemand in de weg, want je ziet ze nooit tegelijk in één blik. Wat wel misgaat is een deur in de ene tint met een deurkozijn en plint in de andere. Houd de scheiding daarom bij een ruimte of een gevelzijde, niet midden in een detail.
Welke glansgraad past het beste bij deze witten?
Zijdeglans is voor kozijnen, binnendeuren en plinten de meest gebruikte keuze, omdat die glans oneffenheden vergeeft en de kleur neutraal weergeeft. Hoogglans laat wit koeler en harder ogen en toont elke bobbel en schuurkras, maar is wel het makkelijkst schoon te houden. Matte lak maakt 9001 duidelijk geler en is op houtwerk kwetsbaar voor handen en poetsen.
Kan ik muurverf in RAL 9010 op mijn kozijnen gebruiken?
Voor houtwerk dat je aanraakt, schoonmaakt of dat buiten staat is muurverf ongeschikt. De film is te zacht en te poreus, waardoor hij snel vies wordt en niet af te nemen is. Voor een enkel paneel of een decoratieve lat binnen kan het, mits je goed voorbehandelt. De voor- en nadelen staan bij muurverf op houtwerk gebruiken op een rij.
Hoeveel verf heb ik nodig voor kozijnen in 9010 of 9001?
Dat hangt af van het aantal strekkende meters, de breedte van het profiel en het aantal lagen. Ga altijd uit van minstens twee lagen, en bij een kleurwissel van licht naar donker of andersom van drie. Bereken het vooraf met de rekenhulp voor je verfverbruik en tel er een halve liter bij op om later te kunnen bijwerken uit dezelfde batch.
Hoe lang moet witte lak drogen voordat ik de tweede laag zet?
Watergedragen lak is meestal na een paar uur overschilderbaar, terpentinegedragen lak heeft doorgaans een etmaal nodig. Bij lage temperaturen en hoge luchtvochtigheid loopt dat flink op, en te vroeg overschilderen geeft een plakkerige laag die weken zacht blijft. De richttijden per verfsoort staan in ons overzicht met droogtijden per verf, en houd bij buitenwerk ook rekening met dauw in de avond.
Wanneer je beter een vakman belt
Een kleur uitzoeken en een kozijn of een kast schilderen doe je prima zelf. Er zijn wel een paar situaties waarin het verstandiger is om iemand te bellen.
De eerste is buitenschilderwerk boven de eerste verdieping. Werken op hoogte met een kwast in je hand hoort vanaf een steiger of rolsteiger te gebeuren, niet vanaf een ladder waar je op moet balanceren. Een schilder heeft dat materieel staan en is er dagelijks mee bezig.
De tweede is oude verf waar lood in kan zitten, wat bij schilderwerk van voor 1980 goed mogelijk is. Grote vlakken machinaal droogschuren geeft dan stof dat je niet in huis wilt hebben. Ook gevelbeplating uit dezelfde periode kan asbest bevatten, en die mag je niet schuren of boren. Laat dat onderzoeken voordat je begint.
De derde is een monument of een pand in een beschermd stads- of dorpsgezicht. Daar liggen kleur en glansgraad soms vast in de vergunning, en een schilder die dat werk vaker doet kent de gemeentelijke kleurenkaart. De vierde is een strak spuitresultaat op deuren, kozijnen of keukenfronten. Wie het afstellen van een spuitpistool niet in de vingers heeft, komt met een spuitbaan die de helft van de tijd goed gaat verder van huis dan met een goede roller.