Stopcontact aansluiten, bijplaatsen en wegwerken
Bijna elk klusje met een stopcontact valt uiteen in drie vragen: welke doos zit er in de muur, welke draden komen daar uit en hoe krijg je het geheel strak en veilig vast. De maten liggen vast. Een inbouwdoos is 76 millimeter in doorsnee: in steen boor je een gat van 82 millimeter, in een holle wand 76 millimeter. Twee dozen naast elkaar staan op 71 millimeter hart op hart, en het schroefdraad in de doos is M3,5 op een afstand van 60 millimeter. Werk je aan een bestaand punt, dan gaan eerst de groep en de aardlekschakelaar eruit en controleer je met een tweepolige spanningszoeker of de doos echt spanningsloos is.
Alle gidsen over stopcontacten
Stopcontact aansluiten
Een stopcontact aansluiten is bruin op de fase, blauw op de nul en geelgroen op de aarde, met de groep…
Stopcontact doorlussen
Stopcontacten doorlussen mag, en doorlussen op de klemmen van de wandcontactdoos zelf is net zo veilig als doorlassen met lasklemmen,…
Wcd
Wcd is de vakafkorting voor wandcontactdoos, oftewel het stopcontact aan de wand. Welke je kunt plaatsen wordt bijna altijd bepaald…
Hoogte stopcontact
Voor gewone woonruimtes staat er nergens een verplichte hoogte voor een stopcontact. In de praktijk werkt vrijwel iedereen met lage…
Centraaldoos plafond
De centraaldoos is de plafonddoos waarin de voeding, de schakeldraad en soms een doorvoer bij elkaar komen, en waaraan je…
Geaard stopcontact
Een geaard stopcontact heeft naast fase en nul een derde ader, de geelgroene aardedraad, die het metalen omhulsel van een…
Stopcontact badkamer
In de badkamer bepaalt de afstand tot het bad en de douche waar een stopcontact mag komen, niet de afstand…
Inbouwdoos plafond
Een inbouwdoos in het plafond doet twee dingen: hij houdt je verbindingen bij elkaar en hij houdt ze bereikbaar. Voor…
Wandcontactdoos, inbouwdoos en centraaldoos uit elkaar houden
Een stopcontact bestaat uit twee delen die je los van elkaar koopt. In de muur zit een plastic inbouwdoos waar de buis en de draden in uitkomen, en daarop schroef je het binnenwerk met de afdekplaat. Gaat er iets mis, dan zit het probleem bijna altijd in een van die twee. Hoe dit past in de rest van de installatie, van groepenkast tot bedrading, lees je bij alles over elektra in en om het huis.
Op verpakkingen en in prijslijsten heet het stopcontact zelf een wandcontactdoos, afgekort tot wcd. Wat er precies onder die term valt en waarom een contactdoos iets anders is dan een lasdoos staat bij de betekenis van wcd in de praktijk. Aan het plafond heet dezelfde soort doos een centraaldoos: rond, met een deksel, twee draadgaten en meestal een haakje voor een lamp.
Op elk stopcontact in huis staat 230 volt tussen fase en nul. Die spanning is voor de wcd zelf niet interessant, want elke uitvoering kan het aan, maar het voltage bepaalt wel dat je een klus met een stopcontact nooit begint zonder de groep eruit te halen. De stroom is begrensd door de automaat in de meterkast, meestal 16 ampere, en dat getal bepaalt hoeveel je op een kring kunt hangen.
De keuze tussen inbouw en opbouw is de eerste die je maakt. Inbouw is netter en de standaard bij nieuw werk, maar het vraagt een gat en een sleuf. Opbouw is zichtbaar, maar je hoeft niet te hakken of te frezen, en dat scheelt in een betonwand een halve dag herstelwerk. Het verschil tussen inbouw en opbouw zit dus niet in de veiligheid en niet in het aantal draden, maar in wat je bereid bent aan de muur te doen.
| Uitvoering | Waar hij op zit | Sterke punt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| Enkelvoudig inbouw | Ronde inbouwdoos van 76 mm | Standaard maatvoering, elk merk past | De doos moet vlak met het stucwerk liggen |
| Tweevoudig inbouw in een dubbele doos | Dubbele doos zonder tussenwand | Twee stekkers netjes naast elkaar | Alleen bij nieuw werk, de doos moet er in één keer in |
| Vlakke twee in een wcd | Ovale inbouwdoos | Volledig verzonken, niets steekt uit | Er moet altijd één stekker op de kop in |
| Semi-inbouw tweevoudig | Eén gewone inbouwdoos | Van één naar twee zonder hakken | Steekt ongeveer 2,5 cm uit de wand |
| Opbouw enkel, tweevoudig of viervoudig | Op de wand, invoer aan de zij- of achterkant | Geen freeswerk, ook in beton te doen | Zichtbaar en kwetsbaar, nooit achter een inbouwapparaat |
| Ongeaarde wcd | Oude installaties zonder aardedraad | Past in de bestaande doos | Alleen gebruiken als er echt geen aarde ligt |
| Perilex, vijfpolig | Eigen diepe inbouwdoos | Fornuis, oven en doorstromer | Andere doos en andere kabel dan een gewone wcd |
| Krachtstroom met CEE-steker | Opbouw op de wand | Machines in schuur of garage | Aansluiten hoort bij de installateur |
| Scheerwandcontactdoos | Inbouwdoos in de badkamer | Gescheiden van het net door een trafo | Alleen voor een scheerapparaat of tandenborstel |
| Data-wcd voor coax, utp of rj11 | Gewone inbouwdoos, 40 mm volstaat | Netjes weggewerkt netwerk | Nooit in dezelfde buis als 230 volt |
| Stopcontact met usb | Gewone doos, maar de module bouwt diep | Laden zonder adapter | Vraagt meestal een doos van 50 mm |
| Tafelcontactdoos zonder snoer | In het werkblad of in een kastwand | Onzichtbaar tot je hem nodig hebt | Vast aansluiten, niet op een stekker |
| Plafondcontactdoos | Centraaldoos of inbouwdoos in het plafond | Voeding voor beamer of scherm | De verbinding moet bereikbaar blijven |
De maten van een inbouwdoos: diameter, diepte en hartafstand
Vrijwel alles rond stopcontacten draait om een handvol maten die al tientallen jaren hetzelfde zijn. Een gewone inbouwdoos heeft een buitendiameter van 76 millimeter. In steen boor je daarvoor een gat van 82 millimeter, want die extra ruimte heb je nodig om er gips omheen te krijgen. In een holle wand boor je juist 76 millimeter, omdat een hollewanddoos met zijn vlinderklemmen precies in dat gat klemt.
De diepte staat op de doos vermeld met een U en een getal. Een U40 is 40 millimeter diep en is bedoeld voor schakelmateriaal en verder niets. Een U50 is 50 millimeter diep en heeft achter het binnenwerk ruimte voor lasklemmen of voor draden die naar de doos ernaast lopen. In een doos van 40 millimeter hoort geen lasverbinding, simpelweg omdat je de klemmen er niet kwijt kunt zonder de draden te knikken. Heb je geen harde reden om ondiep te gaan, kies dan altijd 50 millimeter, want je weet niet wat je over vijf jaar op die plek nog wilt.
De hartafstand tussen twee dozen naast elkaar is 71 millimeter. Dat is geen vrije keuze: het afdekraam van twee eenheden is op die maat gemaakt, en een millimeter of drie ernaast betekent dat het raam niet meer over beide dozen valt. Koppelbare dozen zoals de bekende Attema-uitvoeringen klik je daarom aan elkaar voordat je ze in de muur zet, dan is de maat automatisch goed. Alle standaardmaten die je bij een verbouwing nodig hebt staan bij elkaar in onze tabel met standaardmaten en hoogtes.
De hoogte van het stopcontact zelf is geen norm maar een gewoonte. In woonkamers en slaapkamers ligt het hart meestal op 30 centimeter boven de vloer, in de keuken boven het aanrecht rond de 110 centimeter. Wat er per ruimte gebruikelijk is en waar je van die gewoonte afwijkt, staat bij de hoogte van een stopcontact per ruimte.
| Maat | Waarde | Waarom die maat zo is |
|---|---|---|
| Buitendiameter inbouwdoos | 76 mm | De standaard waar alle gatenboren en dozen op gemaakt zijn |
| Boorgat in steen, beton of kalkzandsteen | 82 mm | Ruimte rondom om de doos in het gips te zetten |
| Boorgat in gipsplaat of een houten wand | 76 mm | De hollewanddoos klemt precies in dit gat |
| Ruim boorgat als je flink wilt aansmeren | 85 mm | Handig in hard beton waar het gat nooit rond wordt |
| Hartafstand twee dozen naast elkaar | 71 mm | De maat waar elk tweevoudig afdekraam op past |
| Diepte U40 | 40 mm | Schakelmateriaal zonder lasverbinding erachter |
| Diepte U50 | 50 mm | Ruimte om te lassen en voor draden die doorlopen |
| Dubbele doos UD40 of UD50 | Zelfde diepte, geen tussenwand | Twee eenheden met vrije doorloop van draden |
| Ovale doos | Afwijkende vorm, één stuk | Alleen voor de vlakke tweevoudige wcd |
| Mini of kleine inbouwdoos | Ongeveer 25 mm diep | Achter een wandlamp of een spot in een verlaagd plafond |
| Schroefdraad in de doos | M3,5, hart op hart 60 mm | Elk merk schakelmateriaal past hierop |
| Schroefdraad in een centraaldoos | M4, hart op hart 80 mm | Voor het deksel en de beugel van een armatuur |
| Standaard hoogte stopcontact | 30 cm hart boven de vloer | Achter meubels en plinten blijft het onzichtbaar |
| Afdekplaat enkelvoudig | Ongeveer 80 bij 80 mm | Dekt het boorgat van 82 mm ruim af |
| Afdekraam tweevoudig | Ongeveer 80 bij 151 mm | Twee dozen op 71 mm plus de rand |
Een inbouwdoos voor het stopcontact plaatsen in beton, steen, gipsplaat of hout
Het gat boren voor een stopcontact is het zware deel, de doos vastzetten is het deel waar mensen de fout in gaan. In kalkzandsteen of baksteen kom je met een gatenboor met hardmetalen tanden in een boorhamer een heel eind. In beton houdt dat op. Daar wil je een diamantboor, en het liefst een met wateraanvoer, want droog boren in beton kost je de boor én je geduld.
Er is een truc voor beton dat zo hard is dat de boor niet pakt. Boor eerst een paar millimeter met de dozenboor, zodat je een gleufje hebt. Boor daarna met een dun betonboortje rondom in die gleuf een reeks gaatjes van vijftig millimeter diep. Het beton in de kern heeft dan nergens meer houvast en de dozenboor vreet zich er daarna zonder moeite doorheen. Zit je in een dunne binnenwand en wil je er niet doorheen boren, haal dan de centreerboor uit de gatenboor en geleid hem met een plankje met een gat erin.
Voor het vastzetten geldt: gips en niets anders. Een klodder stucgips of gipsmortel in het gat, de doos erin duwen tot hij vlak met de wand staat, en het teveel er met een plamuurmes langs afsteken. Vulmiddel voor kleine gaatjes is te dun opgezet voor een laag van vijf millimeter rondom, en cement is traag en hard en laat zich niet meer bijstellen.
Bouwschuim lijkt aantrekkelijk, maar het zet uit terwijl je erbij staat en duwt de doos scheef de wand uit. Wil je toch schuim gebruiken, bijvoorbeeld omdat de doos in een isolatieplaat zit, spuit dan zo min mogelijk en houd de doos met een latje op zijn plaats tot het uitgehard is. In een pir-plaat of een houtskeletbouwwand schroef je de doos liever vast aan het hout erachter en maak je de doorvoer daarna luchtdicht.
| Ondergrond | Gereedschap en gat | Zo zet je de doos vast | Valkuil |
|---|---|---|---|
| Baksteen en kalkzandsteen | Gatenboor 82 mm met hardmetalen tanden | Klodder gips, doos erin duwen, afsteken | Zonder klopstand scheurt de steen uit |
| Beton | Diamantboor 82 mm, liefst met water | Gips, en de buis apart vastleggen | Frezen tot in de wapening |
| Gipsplaat en gipswand | Gatenzaag 76 mm | Hollewanddoos met vlinderklemmen | Een gat van 82 mm, dan klemt niets meer |
| Houten wandpaneel of houten wand | Gatenzaag 76 mm | Hollewanddoos of doos met schroefoortjes | Zagen zonder te weten wat erachter loopt |
| Houtskeletbouw | Gatenzaag 76 mm tussen de stijlen | Doos aan de regel of aan de beplating schroeven | De dampremmende folie stukzagen |
| Pir-plaat en voorzetwanden met isolatie | Gatenzaag 76 mm | Schroeven in het achterliggende hout | Een gat dat rechtstreeks in de spouw uitkomt |
| Buitenmuur aan de binnenzijde | Gatenboor 82 mm, niet dieper dan het binnenblad | Gips, plus luchtdichte afwerking rond de buis | Tocht en vocht via de spouw |
| Schoonmetselwerk | Doos meteen tijdens het metselen zetten | Doos met een deksel dicht tot het afmonteren | Achteraf boren geeft nooit een strak beeld |
| Kanaalplaatvloer of breedplaatvloer | Alleen aan de onderzijde, ondiep | Opbouwdoos of een verlaagd plafond | Boren in de kanalen of in de wapening |
Het stopcontact zit te diep, zit los of de schroeven pakken niet
Dit is de meest voorkomende klacht na een verbouwing. De muur is gestuukt of getegeld en de doos ligt ineens vijf millimeter of meer achter het oppervlak. Het stopcontact zit dan te diep, de afdekplaat staat hol, en bij utp- of coaxplaatjes klikt het frontje niet meer vast, waardoor je geen signaal hebt. Bij een wcd merk je het doordat de stekker niet meer helemaal naar binnen gaat.
Dat laatste is meer dan een schoonheidsprobleem. Als de stekkerpennen maar half in de veercontacten steken, wordt het contactoppervlak kleiner en loopt de overgangsweerstand op. Precies daar ontstaat warmte, en een stopcontact dat warm wordt is de voorbode van een verbrande klem. Een te diep zittend stopcontact hoor je dus recht te zetten, niet te accepteren.
De nette oplossing zijn opvulringen, ook wel correctieringen of vulringen genoemd. Ze zijn er in 2 en 3 millimeter en je kunt ze stapelen, dus met een paar ringen overbrug je elke afwijking. Ze liggen bij de bouwmarkt en bij de elektragroothandel, vaak onder de naam correctiering in plaats van opvulring. Om ze te plaatsen moet het binnenwerk eruit, want de ring gaat tussen de doos en het frame.
Zit het stucwerk over het metalen frame heen, dan werkt geen enkele ring. Steek dan eerst het gips rondom weg tot de doosrand weer vrij ligt, haal het binnenwerk eruit, werk de beschadigingen bij en monteer daarna opnieuw met ringen op de goede dikte. Een alternatief is langere schroeven van M3,5 in 40 of zelfs 70 millimeter, zodat het frame op het stucwerk komt te liggen. Dat werkt, maar dan hangt alles aan de schroeven in plaats van op de doos, dus voor een wcd waar dagelijks aan getrokken wordt is de combinatie van ringen en schroeven beter.
| Situatie | Wat je gebruikt | Waarom dat werkt |
|---|---|---|
| Doos 2 tot 6 mm te diep na stucwerk | Opvulringen van 2 en 3 mm, gestapeld | Frame komt weer vlak met de wand |
| Doos te diep na tegelen | Ringen ter dikte van tegel plus lijm | De stekker gaat weer volledig naar binnen |
| Stucwerk over het frame heen | Gips wegsteken, dan pas ringen | Anders draagt de ring op het stucwerk |
| Schroef pakt niet, M3 valt erin | M3,5, de echte maat van de doos | M3 is te dun en M4 loopt na een halve slag vast |
| Oude doos van voor de metrische maten | Bout 1/8 of 5/32 met Engelse draad | Vooroorlogs materiaal heeft geen metrisch draad |
| Schroefdraad in de doos kapot gedraaid | M4-tap er doorheen, dan M4-bouten | Je snijdt een nieuwe draad in het kunststof |
| Gatafstand klopt helemaal niet | Plaatschroef 3,5 bij 40 mm in de doos | Laatste redmiddel als de doos geen inbouwdoos is |
| Schroef te kort | Zelfde maat, 10 mm langer | Met twee slagen draad houdt niets |
| Schroef te lang | Inkorten of een kortere pakken | Anders boor je de buis achter de doos lek |
| Doos zit los in de muur | Spreidklemmen los, doos opnieuw in gips | Aan een losse doos trek je met elke stekker |
Van opbouw naar inbouw en van inbouw naar opbouw
Een opbouw stopcontact vervangen door inbouw is het meeste werk van de twee. Je hebt een gat van 82 millimeter nodig en een sleuf voor de buis, en daarna komt het stucwerk terug. Het meevallertje zit in oudere woningen waar de leidingen al in de muur liggen en er alleen een kleine lasdoos achter het opbouwmateriaal zit. Is die doos groot genoeg, dan hoef je alleen het schakelmateriaal te vervangen en ben je in een kwartier klaar.
Past er geen normaal binnenwerk in, dan zijn er twee routes. Schakelmateriaal met uitzetklemmen, ook wel spreidklemmen, klemt zichzelf in een gat zonder schroefgaten en redt het soms nog. Zitten er lasdoppen in de doos, dan houdt het daar op en moet er echt gehakt worden om een ruimere doos te plaatsen. Reken voor een woning uit de jaren zestig op flink wat stucwerk herstellen, want de dozen die er destijds in gingen zijn nauwelijks dieper dan een deksel.
De omgekeerde weg, van inbouw naar opbouw, is verrassend elegant op te lossen. Er bestaat een kniedeksel dat je op een bestaande inbouwdoos schroeft en dat aan de zijkant of onderkant overgaat in een buisaansluiting. Vanaf dat punt werk je met opbouwbuis of met een goot verder naar het volgende punt, zonder één keer te hakken. In de inbouwdoos onder dat deksel mag je gewoon lassen, mits het een doos van 50 millimeter is en de klemmen bereikbaar blijven.
Wil je een bestaand opbouw stopcontact verplaatsen of verlengen, dan is een opbouwgoot met montageplaten voor enkele en dubbele wcd het nettste. De bekende K25- en P25-systemen hebben aansluitdozen, lasdozen, hoekstukken en eindstukken, dus je kunt een hele wand netjes aflopen. Hoe je vanaf het bestaande punt verder gaat met draden en klemmen staat bij stopcontacten doorlussen naar een volgend punt.
Meer stopcontacten op één plek maken
De vraag of er een dubbel stopcontact in een enkele doos past komt vaker voorbij dan welke andere. Het antwoord is ja, in twee uitvoeringen die allebei een nadeel hebben. De semi-inbouw schroef je op één gewone inbouwdoos en steekt daarna ongeveer 2,5 centimeter uit de wand, en de vlakke twee in een wcd zit wel volledig verzonken maar vraagt een ovale doos waar geen standaard schakelmateriaal in past. Bij allebei moet één stekker op de kop, want de contacten staan tegenover elkaar.
Wil je twee stekkers netjes naast elkaar en gewoon rechtop, dan heb je twee dozen nodig of een dubbele doos zonder tussenwand. Alle uitvoeringen hangen aan dezelfde ene set draden, dus twee stopcontacten betekent niet twee keer zoveel stroom. Wat je er in totaal op kunt aansluiten wordt bepaald door de groep, en niet door het aantal gaten in de muur.
Een viervoudig inbouw stopcontact voor één inbouwdoos bestaat niet. Wie vier aansluitingen wil in de ruimte van één doos, komt uit bij een viervoudige opbouw wcd die je over de bestaande doos heen schroeft. Dat werkt en het is in een huurhuis vaak de enige route, want je hoeft het gat niet groter te maken. Voor drie, vier of vijf stopcontacten naast elkaar in inbouw plaats je gewoon net zoveel dozen op 71 millimeter en zet je er één afdekraam overheen.
Twee dozen naast elkaar boren naast een bestaande doos is het lastigste geval, want de gaten van 82 millimeter overlappen elkaar bij een hartafstand van 71 millimeter. Een gatenboor heeft dan geen steunvlak meer. Teken in dat geval het nieuwe hart af op 71 millimeter, boor de contour uit met een dun steenboortje en kap de kern eruit met een beitel. Het alternatief is de oude doos opofferen: boor er met de dozenboor doorheen en plaats twee nieuwe gekoppelde dozen. Welke draden waar terechtkomen als je eenmaal twee eenheden hebt, staat bij een stopcontact aansluiten met de juiste draad in de juiste klem.
| Wat je wilt | Wat je nodig hebt | Uitkomst |
|---|---|---|
| Twee aansluitingen zonder te hakken | Semi-inbouw tweevoudig op de bestaande doos | Steekt 2,5 cm uit, één stekker op de kop |
| Twee aansluitingen, volledig vlak | Vlakke twee in een wcd in een ovale doos | Netjes, maar de doos moet vervangen |
| Twee stekkers rechtop naast elkaar | Dubbele doos of twee dozen op 71 mm | Standaard schakelmateriaal past gewoon |
| Vier aansluitingen op één punt | Viervoudige opbouw wcd over de doos | Vier voudig inbouw in één doos bestaat niet |
| Drie tot vijf punten naast elkaar | Evenveel gekoppelde dozen, één afdekraam | Alleen bij nieuw werk praktisch |
| Twee punten horizontaal boven het aanrecht | Twee dozen naast elkaar, raam liggend | Let op de vrije ruimte naast de plaat |
| Uitbreiden vanaf een lichtschakelaar | Nul bijtrekken vanuit de centraaldoos | Zonder nul werkt een combinatie niet |
| Een tweede doos naast een bestaande | Aftekenen op 71 mm, contour boren, beitel | Een dozenboor sloopt de oude doos |
Stopcontacten in de keuken plannen
In de keuken lopen de meeste fouten terug op één ding: de stopcontacten zijn bedacht voordat de kastenindeling vaststond. Boven het aanrecht ligt het hart van de doos meestal rond de 110 centimeter, want het blad zit op 90 centimeter en je wilt een paar centimeter tussen het blad en de onderkant van de afdekplaat. Zit er een hoge tegelrand of een achterwand van glas, dan bepaalt die de hoogte mee.
Houd stopcontacten uit de buurt van de spoelbak en van de kookplaat. Een halve meter afstand tot de kraan is een verstandige ondergrens, en recht boven een gasbrander of een inductieplaat hoort geen aansluiting. Bij een kookeiland kan er niets in een wand, dus daar komt het punt in de zijkant van het eiland of in een tafelcontactdoos die uit het blad omhoog komt. In beide gevallen moet de voeding onder de vloer liggen, en dat bedenk je voordat de dekvloer erin gaat.
Achter keukenkasten is opbouw vaak de praktische keuze, zeker in een betonwand waar frezen een dagtaak wordt. Dat mag, mits de wcd niet boven de plint uitkomt en tussen de stelpoten van de kastjes blijft. Houd het midden van een kastje aan, want daar zitten geen poten. De ruimte achter de stelpoten is meestal ongeveer 5 centimeter, en daar moeten ook de afvoer en de waterleiding doorheen, dus laat die elkaar niet kruisen op het punt waar je doos komt.
Achter een oven, een vaatwasser of een ander inbouwapparaat hoort geen stopcontact. Die apparaten schuiven strak in hun nis en drukken de stekker plat, en de warmte van een oven hoort niet bij een kunststof contactdoos. De aansluiting komt in de kast ernaast of onder het aanrecht, waar je er ook nog bij kunt als het apparaat eruit moet. Stopcontacten onder de keukenkastjes voor kleine apparatuur zet je bij voorkeur onder een overstek, zodat er niets in kan spatten.
| Plek in de keuken | Gebruikelijke hoogte of positie | Waar je op let |
|---|---|---|
| Boven het aanrecht | Hart rond 110 tot 115 cm | Minstens een paar cm boven het blad en de tegelrand |
| Onder het aanrecht voor vaatwasser en koelkast | In de kast ernaast, rond 30 cm | Bereikbaar houden zonder het apparaat te slopen |
| Achter de plint van de kasten | Opbouw op plinthoogte, binnen 15 cm | Tussen de stelpoten, midden onder een kastje |
| Onder de bovenkastjes | Onder een overstek of in een lichtlijst | Niet recht boven de spoelbak |
| Zijkant kookeiland | Rond 30 cm, of een tafelcontactdoos in het blad | Voeding via de vloer, dus vooraf plannen |
| Achterwand van glas of tegels | Doosdiepte afstemmen op de wanddikte | Anders zit het punt te diep en volgen de ringen |
| In een kast of in een lade | Kastcontactdoos op de zijwand | Snoer mag niet klem komen als de lade beweegt |
| Achter een inbouwapparaat | Niet doen | Warmte, druk op de stekker en niet bereikbaar |
| Oven, kookplaat en doorstromer | Eigen groep, vaak perilex | Andere doos, andere kabel, aparte zekering |
Stopcontacten buiten, in de schuur en in de badkamer
Zodra er water bij komt, verandert de vraag van hoe het past naar hoe het dicht blijft. Buiten is een stopcontact met IP44 het minimum onder een overkapping, en in weer en wind wil je IP55 of hoger. Die waardering geldt alleen voor de doos met het klepje dicht. Zit er permanent een stekker in, bijvoorbeeld voor kerstverlichting of een tuinpomp, dan sluit het klepje niet meer en is de opgegeven waarde geen garantie meer.
Daar is een goede oplossing voor. Vervang de platte eurostekker door een rubberen stekker die met wat kracht helemaal in de wandcontactdoos schuift. De rubberen kraag sluit dan strak in de rand van de doos en de verbinding blijft ook in een stevige bui dicht. Let er wel op dat de tule waar het snoer de stekker ingaat goed om de kabel klemt, want anders loopt het water daar naar binnen.
Wie liever iets bouwt, maakt een afdakje boven het stopcontact. Een plaatje trespa of een stukje hout op afschot, zodat het water er meteen vanaf loopt, en de onderkant altijd open, zodat vocht weg kan in plaats van te blijven hangen. Een opengesneden fles of een stuk vuilniszak met tape is een noodgreep voor één avond, geen beschermkap voor de winter. Schakel de groep uit tot de situatie echt in orde is.
Voor de schuur, de garage en de overkapping gebruik je opbouwmateriaal in dezelfde IP-klasse en trek je een grondkabel naar het gebouwtje. Welke kabel daarvoor geschikt is en waar het verschil zit tussen de gangbare types staat in de draad- en kabelkiezer. Een buitengroep hoort achter een aardlekschakelaar van 30 milliampere, en dat is niet onderhandelbaar zodra er een buitenlamp, een pomp of gereedschap op komt.
| Situatie | Minimale uitvoering | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| Onder een dichte overkapping | IP44 met klepje | Klepje sluit niet met een stekker erin |
| Vrij aan de gevel, wind en regen | IP55 of hoger | Rubberen stekker of een afdakje erboven |
| Permanent aangesloten kerstverlichting | IP55 plus rubberen stekker | Tule om de kabel moet strak sluiten |
| Regenkap of afdakje boven het punt | Kap met een open onderzijde | Een dicht kastje houdt het vocht juist vast |
| Tuinpomp of vijver | IP66 en een eigen aardlek van 30 mA | Kabel in de grond, niet los over het gazon |
| Schuur of garage | Opbouw IP44 op een grondkabel | Eigen groep vanuit de meterkast |
| Badkamer buiten de zones | Geaard, achter 30 mA aardlek | Minstens 60 cm van kraan en douche |
| Naast de wastafel of in een spiegelkast | Geaard, spatwaterdicht uitgevoerd | Niet binnen handbereik van de kraan |
| Scheerapparaat of tandenborstel | Scheerwandcontactdoos met trafo | Niet geschikt voor een föhn of kachel |
| Vochtige kelder of kruipruimte | IP44 opbouw, hoog geplaatst | Condens is net zo schadelijk als spatwater |
De centraaldoos in het plafond en wat daar mis kan gaan
In het plafond zit de tegenhanger van de inbouwdoos van een stopcontact: de centraaldoos, de ronde doos waar het lichtpunt uitkomt. Er zit een deksel op met twee draadgaten van M4 op 80 millimeter hart op hart, en in nieuwbouw steekt er een half kroonsteentje uit dat deksel. Daarop sluit je de zwarte schakeldraad en de blauwe nul van de lamp aan. De losse geelgroene draad die er naast hangt is de aarde en gaat naar het aardpunt van het armatuur.
De klacht dat er geen haakje in de centraaldoos zit klopt bijna nooit. Het haakje zit meestal opzij gedraaid en geklemd tussen twee nokjes in het deksel, en daarna is er overheen gestuukt of geverfd. Bik het deksel voorzichtig schoon en het komt tevoorschijn. Is het er echt niet, dan zijn losse haakjes te koop die in dezelfde uitsparing haken.
Het tweede probleem is het sierkapje van de lamp dat kleiner is dan de centraaldoos. Dan hangt de beugel van het armatuur in de lucht en zie je de rand van de doos eromheen uitsteken. De oplossing is een glad centraaldoosdeksel. Haal de blauwe en zwarte draad uit het kroonsteentje van het oude deksel en voer ze samen met de geelgroene door het gat van het nieuwe deksel. Boor daarna twee gaten op 80 millimeter in de beugel en schroef het deksel en de beugel in één keer vast.
Dat laatste is priegelen, want je houdt twee onderdelen tegelijk op zijn plaats terwijl je boven je hoofd werkt. Draai eerst twee veel te lange boutjes in om alles te positioneren en vervang ze daarna één voor één door boutjes met de goede lengte. Met een stukje draadeind en twee moeren gaat het ook. Een centraaldoos heeft nu eenmaal maar twee draadgaten, dus het deksel en het armatuur delen dezelfde schroeven. Meer over dit soort plafondwerk staat bij een centraaldoos in het plafond aanpakken en bij een inbouwdoos in het plafond plaatsen.
| Vraag over de centraaldoos | Wat er aan de hand is | Wat je doet |
|---|---|---|
| Ik zie maar één losse draad | De losse draad is de aarde, de rest zit in het kroonsteentje | Zwart en blauw op de kroonsteen, geelgroen op het armatuur |
| Er zit geen haakje in | Het haakje staat opzij tussen de nokjes, onder verf of stuc | Deksel schoonbikken of een los haakje kopen |
| De beugel van de lamp past niet | Het kapje is smaller dan de doos | Glad deksel plaatsen en de beugel op 80 mm boren |
| Twee lampen op één centraaldoos | Eén schakeldraad kan meerdere armaturen voeden | Lassen met klemmen in de doos, niet in het kapje |
| Spots in plaats van een hanglamp | Een centraaldoos is geen spotbehuizing | Doos als voedingspunt gebruiken, spots ernaast zetten |
| Rookmelder op de centraaldoos | Netgevoede melders hebben fase en nul nodig | Alleen als er een permanente fase aanwezig is |
| Doos zit scheef of te diep | Meegestuukt of meegestort | Opvulring, of een verlengstuk op de doos |
| Doos moet weg voor een strak plafond | Verbindingen moeten bereikbaar blijven | Blinde afdekplaat, niet dichtstucen |
| Draden zitten muurvast in de buis | Ingestorte gladde pvc-buis in de vloer | Nieuwe buis en een bereikbare doos als tussenstation |
Schakelaar en stopcontact in één behuizing
De combinatie van een lichtschakelaar met stopcontact is populair op plekken waar maar één doos zit: in de gang, op zolder en naast de keukendeur. Er is één ding dat je vooraf moet weten, want daar loopt bijna iedereen op vast. In een schakelaardoos zit meestal geen nul. Er komt een bruine fase binnen en er vertrekt een zwarte schakeldraad naar de lamp, en dat is alles.
Een stopcontact heeft fase én nul nodig, en een schakelaar heeft fase en schakeldraad nodig. Zonder een vierde ader kun je die twee dus niet tegelijk voeden. Plaats je toch een combinatie, dan is het resultaat voorspelbaar: de lamp brandt onafgebroken en er komt geen stroom uit het stopcontact. Dat is geen defect aan het schakelmateriaal maar het ontbreken van een draad.
De oplossing is een nul bijtrekken vanuit de centraaldoos. Knoop een nieuwe blauwe ader aan de bestaande zwarte schakeldraad, trek die vanuit het plafond mee door de buis naar beneden en verbind hem boven met een lasklem aan de nul. Zit de centraaldoos al vol met draden of is de buis geknikt, dan wordt het lastig en is een tweede doos naast de schakelaar soms sneller. Welke ader in welke klem gaat bij zo'n combinatie staat bij het aansluitschema van een stopcontact met schakelaar.
Kun je van een lichtschakelaar een stopcontact maken? Alleen als er een nul in de doos zit of als je er een bijtrekt. Werkte er ooit een stopcontact op die plek terwijl er nooit een lamp hing, dan is de schakeldraad boven in de centraaldoos aan de nul gelegd en fungeert hij als nul. Zodra je daar weer een lamp bij wilt, moet die verbinding er weer uit en heb je alsnog een extra ader nodig.
| Combinatie | Wat er in de doos moet zitten | Let op |
|---|---|---|
| Enkelpolige schakelaar met stopcontact | Fase, nul en schakeldraad | Zonder nul brandt de lamp constant |
| Dubbele lichtschakelaar met stopcontact | Fase, nul en twee schakeldraden | Vier aders, dus vaak een nieuwe buis |
| Hotelschakelaar met stopcontact | Fase, nul en twee correspondentiedraden | Een hotelschakeling deelt de fase, niet de nul |
| Dimmer met stopcontact, inbouw | Fase, nul en schakeldraad | Doos van 50 mm, de module bouwt diep |
| Opbouw dimmer met stopcontact | Zelfde aders, maar alles zichtbaar | Let op het minimale vermogen bij led |
| Trekschakelaar met stopcontact | Fase, nul en schakeldraad | Vaak hoog geplaatst, doos zit soms weggestuukt |
| Geschakeld stopcontact | Fase via de schakelaar naar het contact | Alleen voor verlichting, niet voor de koelkast |
| Stopcontact met eigen aan-uitknop | Fase en nul, schakelaar zit in de wcd | De handigste route als er geen nul bij kan |
| Stopcontact met zekering | Fase en nul | Beschermt het apparaat, niet de bedrading |
Een stopcontact verplaatsen, verwijderen of wegwerken
Een stopcontact verplaatsen zonder frezen kan op drie manieren. Je zet een tweede doos naast de bestaande op 71 millimeter en lust door. Je gaat vanaf de bestaande doos verder met een opbouwgoot of een plintgoot naar de nieuwe plek. Of je gaat onder de vloer langs, wat op de begane grond met een kruipruimte vaak het snelst is. Een extra stopcontact aanleggen vanuit een bestaand stopcontact is toegestaan zolang je op dezelfde kring blijft en de kabeldoorsnede klopt.
Aftakken vanaf een lichtpunt is een ander verhaal. Verlichtingsgroepen zijn vaak uitgevoerd in 1,5 millimeter kwadraat en op die kring hoort geen stopcontact waar iemand een stofzuiger of een waterkoker in prikt. Wil je een stopcontact maken vanuit een lichtpunt, controleer dan eerst de aderdikte en de zekering, en trek anders een aparte voeding. Hoe je vanuit één punt netjes verder gaat naar het volgende staat bij doorlussen vanaf een bestaand punt.
Een stopcontact verwijderen begint altijd bij de groep. Haal de afdekplaat eraf, draai het binnenwerk los, maak de draden los en dop ze elk apart af met een lasklem. Aders bij elkaar in één klem draaien is geen afdoppen maar kortsluiting maken. De doos laat je zitten en je schroeft er een blinde afdekplaat op. Zo blijft de verbinding bereikbaar en kun je het punt later weer in gebruik nemen.
Voor het stucen of tegelen haal je het binnenwerk eruit en schroef je een deksel of een stuk karton op de doos. Het binnenwerk laten zitten en er omheen werken is de garantie voor gips in de klemmen en voor een punt dat daarna te diep zit. Noteer de hoogte en de afstand tot een vast punt, want een weggestuukte doos terugvinden gaat met een magneet of een leidingzoeker, en dat kost tijd.
| Klus | Aanpak | Waarom zo |
|---|---|---|
| Stopcontact verplaatsen zonder frezen | Tweede doos ernaast, of een goot langs de wand | Geen hak- en stucwerk, wel zichtbaar |
| Stopcontact verlagen of verhogen | Nieuwe doos, oude doos afdoppen en dichtzetten | Een doos verschuiven kan nu eenmaal niet |
| Extra punt vanuit een bestaand stopcontact | Doorlussen op de klemmen of met lasklemmen | Blijft binnen dezelfde kring en zekering |
| Stopcontact losmaken om te verven | Groep eruit, afdekplaat en binnenwerk los | Verf op de contacten geeft slecht contact |
| Behangen rond een stopcontact | Afdekplaat eraf, behang eromheen snijden | Behang onder de plaat door is nooit strak |
| Ongebruikt stopcontact afdekken | Draden apart afdoppen, blinde plaat erop | Verbinding blijft bereikbaar in de doos |
| Stopcontact afplakken tijdens klussen | Tape over de plaat, binnenwerk eruit bij stucwerk | Tape houdt geen gips of tegellijm tegen |
| Stopcontact wegwerken achter een tv | Doos achter de beugel, of een vlakke wcd | Een gewone stekker duwt de tv van de muur |
| Stopcontact in de plint | Plintgoot met contactdozen, vast aangesloten | Niet met een stekker voeden |
| Doos terugvinden na het stucen | Magneet, leidingzoeker of je eigen maatvoering | De metalen beugel verraadt de plek |
| Twee stopcontacten met elkaar verbinden | Doorlussen op de klemmen of lassen in een doos van 50 mm | Beide punten blijven op dezelfde kring en zekering |
| Een stopcontact splitsen naar twee apparaten | Een tweede punt bijplaatsen, geen verdeelstekker in de doos | Splitsen verdeelt de kring, niet het beschikbare vermogen |
Als een stopcontact het niet doet, warm wordt of knettert
Doet een stopcontact het niet, begin dan bij de meterkast en niet bij de wand. Kijk of de automaat en de aardlekschakelaar erin staan en of het probleem bij meer punten speelt. Werkt een deel van de kamer wel en een deel niet, dan zit de onderbreking in de doorlusketen, meestal in de laatste doos waar het nog wel werkte. Een steekklem die de ader net niet pakt is daarbij de gebruikelijke boosdoener.
Een stopcontact dat warm wordt, verkleurt of naar verbrand ruikt, is een ander verhaal. Daar is de overgangsweerstand opgelopen doordat de veercontacten zijn uitgeleierd of doordat een aansluitklem los zit. Warmte maakt het contact slechter en een slechter contact maakt meer warmte, dus dit wordt vanzelf erger. Vervang de hele wandcontactdoos en knip het verkleurde stukje ader af, zodat je op schoon koper aansluit.
Een klein vonkje bij het insteken van een apparaat met een motor is normaal. Een knetterend geluid, een flits die je in de kamer ziet of een stopcontact dat blijft tikken is dat niet. Schakel de groep uit en vervang het punt. Hetzelfde geldt voor een stopcontact dat los in de muur zit: met elke stekker die eruit getrokken wordt beweegt de bedrading mee, en dat houdt geen enkele klem lang vol.
Slaat de aardlekschakelaar eruit zonder duidelijke aanleiding, dan is er ergens lekstroom. Koppel alle apparaten los, schakel weer in en sluit ze één voor één aan tot de aardlek weer valt. Blijft het onduidelijk, dan is meten met een lektangmeter de volgende stap, en dat is werk voor iemand met de juiste apparatuur. Krijg je een schok bij het aanraken van een apparaat of een plaat, gebruik het punt dan niet meer en laat het nakijken.
| Symptoom | Meest waarschijnlijke oorzaak | Wat je doet |
|---|---|---|
| Geen stroom op één stopcontact | Onderbreking in de doorlusketen of losse klem | Groep eruit, laatste werkende doos openen |
| Stopcontact werkt niet, andere punten wel | Ader uit de steekklem geschoten | Ader inkorten, opnieuw strippen en insteken |
| Stopcontact doet het niet na kortsluiting | Verbrande klem of doorgebrande ader | Wcd vervangen, ader tot op schoon koper knippen |
| Stopcontact wordt warm | Hoge overgangsweerstand, uitgeleierde veren | Punt vervangen, belasting nakijken |
| Ruikt verbrand of is verkleurd | Beginnende schade in de klem | Direct uit gebruik nemen en vervangen |
| Knetterend geluid of een flits | Slecht contact of vocht in de doos | Groep uit, doos openen en drogen of vervangen |
| Zit los in de muur | Spreidklemmen of doos zit los | Klemmen aandraaien of doos opnieuw in gips zetten |
| Stekker gaat stroef naar binnen | Kinderbeveiliging met draaisluiting | Beide pennen tegelijk recht insteken |
| Stekker afgebroken in het stopcontact | Broze oude stekker | Groep uit, rest met een isolerende tang eruit |
| Aardlek valt regelmatig | Lekstroom in een apparaat of in een natte doos | Apparaten één voor één aansluiten |
| Te lage spanning op het stopcontact | Spanningsval of een slechte nulverbinding | Meten met een multimeter, niet met een fasetester |
| Schok bij aanraken | Aardfout of een defect apparaat | Groep eruit en laten nakijken |
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Hoe hoog moet een stopcontact zitten?
Er is geen wettelijke hoogte, wel een gewoonte waar iedereen zich aan houdt. In woon- en slaapkamers ligt het hart van de doos op ongeveer 30 centimeter boven de vloer, boven het aanrecht op 110 tot 115 centimeter en naast een bed vaak op 70 centimeter zodat je er zittend bij kunt. Schakelaars zitten hoger, rond de 105 centimeter. Wil je afwijken, houd dan binnen een ruimte dezelfde hoogte aan, want ongelijke punten vallen meteen op. De volledige lijst per ruimte staat bij de hoogte van stopcontacten per vertrek.
Welke diameter en welke diepte inbouwdoos heb ik nodig?
De doos zelf is 76 millimeter in doorsnee. In steen of beton boor je 82 millimeter, zodat er ruimte overblijft voor gips rondom, en in gipsplaat of een houten wand boor je 76 millimeter, omdat een hollewanddoos daar precies in klemt. Voor de diepte kies je tussen 40 en 50 millimeter. Neem 50 millimeter tenzij de wand het echt niet toelaat, want alleen in die diepte kun je lassen en heb je ruimte voor draden die naar de doos ernaast doorlopen. Voor een dimmer of een usb-module is 50 millimeter eveneens prettiger, omdat die modules diep bouwen.
Wat is de hartafstand van een inbouwdoos?
De hartafstand, ook wel de hartmaat of hart op hart, is 71 millimeter. Dat is de afstand tussen het midden van twee dozen die naast elkaar zitten, en het is de maat waar elk tweevoudig afdekraam op gemaakt is. Koppelbare dozen, bijvoorbeeld de bekende Attema-uitvoeringen, klik je aan elkaar zodat de maat automatisch klopt. Boor je twee gaten van 82 millimeter op 71 millimeter, dan overlappen die gaten elkaar iets. Dat hoort zo en het is geen probleem, want de dozen vullen samen het gat en het gips doet de rest.
Kan ik een dubbel stopcontact in één enkele inbouwdoos plaatsen?
Ja, in twee uitvoeringen. De semi-inbouw variant schroef je op een gewone inbouwdoos en steekt daarna ongeveer 2,5 centimeter uit de wand. De vlakke twee in een wcd zit volledig verzonken maar vraagt een ovale doos, dus dan moet de bestaande doos eruit. Bij beide moet één stekker op de kop, omdat de contacten tegenover elkaar staan. Wil je twee stekkers rechtop naast elkaar, dan heb je een dubbele doos zonder tussenwand nodig of twee losse dozen op 71 millimeter.
Bestaat er een 4-voudig inbouw stopcontact voor één inbouwdoos?
Nee, een viervoudig inbouw stopcontact dat in één inbouwdoos past bestaat niet. Wie vier aansluitingen wil zonder het gat te vergroten, komt uit bij een viervoudige opbouw wcd die je over de bestaande doos heen schroeft. In een huurhuis is dat vaak de enige haalbare route. Wil je toch inbouw, dan plaats je vier gekoppelde dozen op 71 millimeter met één afdekraam erover, en dan moet er dus gehakt worden. Voor de groep maakt het aantal contacten niets uit, alleen wat je erop aansluit telt.
Hoe zet ik een inbouwdoos vast in beton?
Boor 82 millimeter met een diamantboor, blaas het gat schoon en zet de doos in een klodder gipsmortel of stucgips. Duw hem tot hij vlak met de wand staat, steek het teveel er langs af en laat hem met rust tot het gips aangetrokken is. Cement werkt ook, maar het gaat traag en je kunt niets meer bijstellen. Bouwschuim duwt de doos tijdens het uitharden scheef en is alleen bruikbaar als je hem met een latje op zijn plek houdt. Een schroef door de bodem van de doos is nooit de oplossing, want die doorbreekt de isolerende werking.
De schroeven van mijn inbouwdoos pakken niet, wat nu?
Het gangbare schroefdraad in een inbouwdoos is M3,5. Daarom valt een M3 er los in en loopt een M4 na een halve slag vast. Koop dus eerst de juiste maat. In vooroorlogse dozen zit soms Engelse draad, waarvoor een bout 1/8 of 5/32 nodig is. Is het draad kapotgedraaid, dan snijd je met een M4-tap een nieuwe draad. Klopt de gatafstand helemaal niet, dan is er vermoedelijk een opbouw-lasdoos als inbouwdoos gebruikt, en dan werkt een plaatschroef van 3,5 bij 40 millimeter in de doos of gewoon boren en pluggen naast de doos.
Mijn stopcontact zit te diep na het tegelen of stucen, hoe los ik dat op?
Gebruik opvulringen, die je ook tegenkomt als vulringen of correctieringen. Ze zijn er in 2 en 3 millimeter en zijn stapelbaar, dus elke afwijking is te overbruggen. Haal het binnenwerk eruit, leg de ringen tussen de doos en het frame en monteer opnieuw. Loopt het stucwerk over het metalen frame heen, steek dat dan eerst weg tot de doosrand vrij ligt. Een alternatief zijn langere schroeven van M3,5 in 40 of 70 millimeter, maar bij een stopcontact waar dagelijks aan getrokken wordt is de combinatie van ringen en langere schroeven steviger.
Kan ik een extra stopcontact aanleggen vanuit een bestaand stopcontact?
Dat mag, zolang je op dezelfde kring blijft, de aderdikte gelijk houdt en de doos groot genoeg is om de verbinding netjes te maken. Je lust door op de klemmen van het bestaande punt of je verbindt met lasklemmen in een doos van 50 millimeter. Aftakken vanaf een lichtpunt is een ander verhaal, want verlichtingsgroepen liggen vaak in 1,5 millimeter kwadraat en daar hoort geen stopcontact aan waar zware apparaten in gaan. Hoe je de aders verdeelt lees je bij doorlussen naar een volgend stopcontact.
Hoe kan ik een stopcontact verplaatsen zonder te frezen?
Er zijn drie routes. De eenvoudigste is een tweede doos naast de bestaande zetten op 71 millimeter en doorlussen, want dan hoef je alleen een gat te boren. De tweede is een opbouwgoot of plintgoot vanaf het bestaande punt naar de nieuwe plek, met montageplaten waarop je de wcd afmonteert. De derde is onder de vloer langs, wat op de begane grond met een kruipruimte vaak het snelst en het onzichtbaarst is. Een bestaande doos verschuiven kan niet, dus het oude punt dop je af en dek je af met een blinde plaat.
Kun je van een lichtschakelaar een stopcontact maken?
Alleen als er een nul in de doos zit, en dat is meestal niet zo. In een schakelaardoos komt een bruine fase binnen en vertrekt een zwarte schakeldraad naar de lamp. Een stopcontact heeft fase en nul nodig, dus zonder blauwe ader werkt het niet. Je kunt een nul bijtrekken door een nieuwe blauwe draad aan de bestaande schakeldraad te knopen en die vanuit de centraaldoos mee door de buis te trekken, en hem boven met een lasklem op de nul te zetten. Zit de centraaldoos vol, dan is een nieuwe doos naast de schakelaar vaak sneller.
Waarom brandt de lamp constant na het plaatsen van een schakelaar met stopcontact?
Dan zit er in de doos geen echte nul, maar wordt de zwarte schakeldraad als nul gebruikt. Dat komt voor op plekken waar nooit een lamp hing en waar iemand de schakeldraad boven in de centraaldoos aan de nul heeft gelegd om er een werkend stopcontact te krijgen. De combinatie geeft dan permanente spanning op de lamp en niets op het stopcontact. Trek een vierde ader bij en leg boven de nul terug waar hij hoort. Het schema per merk staat bij een stopcontact met schakelaar aansluiten.
Wat heb ik nodig voor een combinatie van een dimmer met een stopcontact?
Een dimmer met stopcontact in één afdekraam vraagt drie functies in de doos: een fase, een nul en de schakeldraad naar de lamp. In een schakelaardoos ontbreekt de nul meestal, dus houd er rekening mee dat je een blauwe ader bijtrekt vanuit de centraaldoos. Neem voor deze combinatie een inbouwdoos van 50 millimeter, want een dimmermodule bouwt diep en achter het binnenwerk moet ruimte overblijven voor de doorverbinding naar het stopcontactdeel. Kijk bij ledverlichting naar het opgegeven minimum- en maximumvermogen van de dimmer: een exemplaar dat voor 40 tot 400 watt gloeilamp is gemaakt, doet met twee ledlampen van 5 watt niets of laat ze knipperen. Het stopcontact loopt buiten de dimmer om en krijgt rechtstreeks fase en nul, zodat een aangesloten apparaat niet meedimt. Welke ader in welke klem hoort staat bij het aansluiten van fase, nul en schakeldraad in één doos.
Hoe hang ik een lamp op aan een centraaldoos zonder haakje?
Kijk eerst nog eens goed, want het haakje zit meestal opzij gedraaid en geklemd tussen twee nokjes in het deksel, verstopt onder stucwerk of verf. Bik het deksel schoon en het komt tevoorschijn. Is het echt weg, dan koop je een los haakje dat in dezelfde uitsparing haakt. Past de beugel van het plafondkapje niet over de doos, neem dan een glad centraaldoosdeksel, boor gaten in de beugel op 80 millimeter en schroef deksel en beugel samen vast. Meer hierover staat bij het werken aan een centraaldoos in het plafond.
Hoe hang ik een plafonnière op aan een centraaldoos?
Een plafonnière hangt niet aan het haakje, want hij komt vlak tegen het plafond. De montagebeugel of de grondplaat gaat daarom over het centraaldoosdeksel heen en wordt vastgezet in de twee M4-draadgaten op 80 millimeter hart op hart. Vallen de gaten in de beugel niet op die maat, boor er dan zelf twee bij op 80 millimeter. Voer de blauwe nul en de zwarte schakeldraad door de opening in de beugel, zet ze op het kroonsteentje en de geelgroene ader op het aardpunt van het armatuur, en draai pas aan als geen enkele draad klem zit. Is de plafonnière smaller dan de doos, zodat de rand eromheen uitsteekt, dan helpt het vervangen van het deksel door een glad exemplaar. Schakel de groep uit voordat je begint en controleer met een tweepolige spanningszoeker.
Mag ik een kabelgoot met stopcontacten aansluiten met een stekker?
Nee. Een plintgoot of kabelgoot met vaste contactdozen is onderdeel van de vaste installatie en hoort vast aangesloten te worden op een inbouwdoos. Een gewone randaardestekker heeft geen vergrendeling, kan half uit de doos hangen en is niet gemaakt voor de belasting van meerdere apparaten tegelijk. Er bestaan wel stekerbare gootsystemen voor kantoren, met een vergrendelde koppeling, maar die vind je bij de technische groothandel en niet in de bouwmarkt. Werk je met een goot, gebruik dan installatiedraad en lasklemmen vanaf een bestaande doos.
Hoe maak ik een buitenstopcontact waterdicht als er permanent een stekker in zit?
Vervang de platte eurostekker door een rubberen stekker die met wat kracht helemaal in de doos schuift, want dan sluit de rubberen kraag strak in de rand en blijft de verbinding ook in een hoosbui dicht. Let daarbij op de tule waar het snoer de stekker ingaat. Wil je extra zekerheid, maak dan een afdakje van trespa of hout op afschot boven het punt, met de onderkant altijd open zodat vocht weg kan. Een opengesneden fles of een vuilniszak met tape is een noodgreep, geen beschermkap voor het hele seizoen.
Hoe dek ik een ongebruikt stopcontact af of haal ik het helemaal weg?
Zet de groep uit, haal het binnenwerk eruit en dop elke ader apart af met een lasklem. Draai nooit fase en nul samen in één klem. De doos laat je in de muur zitten en je schroeft er een blinde afdekplaat op, zodat de verbinding bereikbaar blijft. Wil je het punt volledig kwijt, dan moet de ader aan de andere kant losgenomen worden, in de doos waar hij vandaan komt. Pas dan mag de doos dicht, want een losse ader in het gips is precies wat je bij een latere storing niet wilt tegenkomen.
Hoe bescherm ik stopcontacten tijdens het stucen en vind ik ze daarna terug?
Haal het binnenwerk eruit en schroef een deksel, een afdekplaat of een stuk stevig karton op de doos. Alleen afplakken met tape houdt geen gips tegen. Noteer voordat de stukadoor komt van elke doos de hoogte vanaf de vloer en de afstand tot een vast punt, en maak een foto van de wand. Is de doos toch weggestuukt, dan vind je hem terug met een magneet op het metalen frame, met een leidingzoeker of door voorzichtig af te tasten. Terugplaatsen na het stucen gaat daarna gewoon, eventueel met een opvulring als de wand dikker is geworden.
Waarom wordt mijn stopcontact warm of maakt het een knetterend geluid?
Beide wijzen op een slecht contact. Bij warmte is de overgangsweerstand opgelopen doordat de veercontacten zijn uitgeleierd of doordat een aansluitklem los zit, en dat proces versterkt zichzelf: meer warmte geeft slechter contact geeft meer warmte. Knetteren, tikken of een zichtbare flits betekent vonkoverslag. Neem het punt uit gebruik, schakel de groep uit, vervang de hele wandcontactdoos en knip verkleurde aderuiteinden af zodat je op schoon koper aansluit. Ruikt het verbrand, wacht dan niet tot het weekend.
Waarom werkt mijn stopcontact niet terwijl er wel stroom in huis is?
Kijk eerst of de automaat en de aardlekschakelaar van die groep erin staan. Doet een deel van de kamer het wel, dan is de doorlusketen onderbroken en zit het probleem in de laatste doos die nog werkt. Een ader die net uit een steekklem is geschoten is de meest voorkomende oorzaak, zeker als er kort daarvoor aan de bedrading is getrokken. Werkt het stopcontact niet meer na een kortsluiting, dan is de klem vaak doorgebrand en is vervangen de enige route. Meet altijd met een tweepolige spanningszoeker en niet met een fasetester.
Wat kost het om een ongeaard stopcontact te aarden?
De kosten van stopcontacten aarden hangen vooral af van de vraag of er een buis ligt waar je een geelgroene ader doorheen kunt trekken. Ligt die er, dan is het per punt een kwestie van minuten en betaal je vooral het uurtarief en de voorrijkosten van de installateur. Moet er gefreesd en gestuukt worden, dan loopt het per punt hard op, en is het slimmer om meerdere punten in één opdracht te laten doen. Aarden via de cv-leiding of de waterleiding is geen alternatief: zodra er een kunststof stuk in de leiding zit, is de aarding weg zonder dat iemand het merkt. Meer hierover staat bij het aarden van een bestaand stopcontact.
Waar komt de tocht of koude lucht uit mijn stopcontact vandaan?
Uit de spouw of uit de kruipruimte. De installatiebuis loopt daar doorheen en werkt als een luchtkanaal, waarna de wind langs de rand van de afdekplaat naar binnen komt. Gevaarlijk is het niet, maar je voelt het in de winter en het kost warmte. Dicht de buis in de doos af met kit of met een tochtstopje, of plaats bij een renovatie een luchtdichte inbouwdoos. Een schuimrubber ringetje achter de afdekplaat is een prima tussenoplossing. Komt er ook vocht mee naar binnen, kijk dan eerst waar de buitenzijde lekt.
Hoeveel stopcontacten mogen er op één groep?
Er is geen vast aantal stopcontacten per groep, want het gaat om het vermogen dat er tegelijk op staat. Een kring van 16 ampere levert bij 230 volt ongeveer 3600 watt, en dat is de grens. Tien punten voor lampen en laders zijn geen probleem, drie punten met een waterkoker, een oven en een föhn zijn dat wel. Getallen als 7600 watt die je bij aansluitwaardes tegenkomt gaan over zwaardere aansluitingen zoals perilex, niet over een gewone kring. Reken het na met de rekenhulp voor groepen en vermogen.
Wat is het verschil tussen een perilex en een gewoon stopcontact?
Een gewoon stopcontact is 1 fase: één fase, een nul en een aarde, samen 230 volt. Een perilex is een vijfpolig 3 fase stopcontact met drie fasen, een nul en een aarde, en levert daarmee veel meer vermogen voor een fornuis, een oven of een doorstromer. Ook de inbouwdoos verschilt: perilex vraagt een eigen, diepere doos en een vijfaderige kabel. Een perilex ombouwen naar een normaal stopcontact van 220 tot 230 volt kan alleen als de groep en de beveiliging in de meterkast worden aangepast, en dat is werk voor een installateur.
Mag ik zelf een stopcontact in de meterkast maken?
Een opbouw stopcontact in de meterkast is een gebruikelijke wens, bijvoorbeeld voor een modem, een glasvezelkastje of noodverlichting. Het punt zelf plaatsen is niet het probleem, maar de voeding wel: die komt uit de groepenkast en dat is werk achter de hoofdzekering. Daar hoort een installateur aan te komen, ook omdat de kast vaak vol zit en er dan een groep bij moet. Sluit nooit iets aan op de aansluitklemmen vóór de hoofdzekering, want daar zit geen beveiliging tussen en die kabel kun je niet spanningsloos maken.
Welke inbouwdoos heb ik nodig voor coax, utp of een isra-punt?
Voor data-aansluitingen volstaat een gewone inbouwdoos, en 40 millimeter diep is genoeg zolang er niets gelast hoeft te worden. Een gecombineerde coax- en utp-wandcontactdoos past op één doos, een rj11-plaatje voor telefonie eveneens. De harde regel is dat zwakstroom nooit samen met 230 volt door één buis gaat. Het isra-punt is het punt waar de aansluiting van de provider het huis binnenkomt, en dat is geen gewone wandcontactdoos: dat punt mag je niet zelf verplaatsen, dat doet de netbeheerder of de provider.
Kan ik een goedkoop opbouw stopcontact of een usb-stopcontact van de bouwmarkt gebruiken?
Materiaal van huismerken zoals bij de Action, Karwei of onder de naam Sencys mag gewoon gebruikt worden, mits het voor vaste installatie is bedoeld en niet alleen voor een verlengsnoer. Kijk op de verpakking of er 16 ampere en 250 volt op staat en of er een aardcontact in zit. Bij een stopcontact met usb let je op twee dingen: de module bouwt diep en vraagt dus een doos van 50 millimeter, en de laadstroom is vaak lager dan die van een losse adapter. Oude stopcontacten vervangen door nieuw materiaal kan meestal één op één, want de schroefgaten zitten al decennia op 60 millimeter.
Hoe krijg ik een stopcontact in een houten wand, gipsplaat of wandpaneel?
Zaag met een gatenzaag van 76 millimeter en gebruik een hollewanddoos die zich met vlinderklemmen achter de plaat vastzet. Controleer eerst wat er achter zit, want in houtskeletbouw loop je tegen stijlen aan en achter een gipsplaat zit soms een dampremmende folie die je niet wilt doorzagen. In een houten wandpaneel of een pir-plaat is een hollewanddoos vaak te kort en schroef je de doos beter vast aan het hout erachter. Maak de doorvoer daarna luchtdicht, anders komt de tocht via de doos naar binnen.
Kan ik een 12 volt stopcontact of een omvormer op mijn installatie aansluiten?
Een 12 volt stopcontact voor een boot of camper is een eigen wereld met eigen contactdozen, en die hoor je nooit te mengen met 230 volt materiaal: dezelfde stekker mag niet in twee verschillende spanningen passen. Gebruik daarvoor herkenbare 12 volt contactdozen op een aparte, duidelijk gemerkte kring. Een omvormer die van 12 volt naar 230 volt gaat sluit je aan op zijn eigen contactdozen en nooit op een stopcontact in de vaste installatie, want dan voed je het net terug en staat er spanning waar niemand die verwacht.
Moet de fase links of rechts op een stopcontact zitten?
Bij een geaard stopcontact van het gangbare Nederlandse type kun je de stekker twee kanten op insteken, dus voor het apparaat maakt links of rechts niets uit. Veel wandcontactdozen hebben daarom geen aanduiding bij de twee stroomklemmen. Staat er wel een L en een N op het binnenwerk, houd die dan aan, want dat is een voorschrift van de fabrikant en geen smaakkwestie. Kies verder binnen een woning één lijn, bijvoorbeeld de bruine ader altijd aan dezelfde zijde, zodat de volgende monteur meteen ziet wat hij aantreft. Waar de polariteit wel vastligt, zoals bij perilex, bij een lampfitting en bij een geschakeld punt, schakel je altijd de fase en nooit de nul.
Kan ik een inbouwdoos vastzetten met pur?
Liever niet. Pur zet uit terwijl het uithardt en duwt de doos scheef het gat uit, precies op het moment dat je er niet meer bij kunt. Gips is hier het juiste middel: het pakt snel, je kunt de doos tot het laatste moment bijstellen en het teveel steek je er met een plamuurmes langs af. Moet het toch met pur, bijvoorbeeld omdat de doos in een isolatieplaat zit en er niets is om aan te hechten, spuit dan een kleine hoeveelheid en klem de doos met een latje tegen een rechte lat tot het schuim hard is. Snijd het uitgelopen schuim daarna weg tot achter het wandvlak, anders krijg je de afdekplaat niet vlak.
Kan ik een stopcontact bij de kabeldoos van tv en internet zetten?
Met kabeldoos worden twee dingen bedoeld. In de woonkamer is het meestal de aansluitdoos van coax en internet, en dan is de vraag of het modem daar een voeding kan krijgen. Dat kan, maar het wordt een tweede doos naast de bestaande met een eigen buis, want zwakstroom en 230 volt horen niet samen in één buis of één doos. Twee gekoppelde dozen op 71 millimeter met één afdekraam geven een kabeldoos met stopcontact die er als één geheel uitziet. In de installatie zelf is een kabeldoos de naam voor een las- of aansluitdoos, en daar geldt dezelfde scheiding tussen data en netspanning.
Mag ik een fitting met stopcontact in een lamphouder draaien?
Een fitting met stopcontact, in de winkel vaak een e27-verloop met contactdoos, draai je in een bestaande lamphouder en levert daarna een aansluitpunt naast de lamp. Het mag, maar het is een noodgreep met twee beperkingen. De verlichtingsgroep ligt vaak in 1,5 millimeter kwadraat met een lichtere zekering, dus er hoort niets zwaars aan: een lader of een klokje wel, een verwarmingselement of een stofzuiger niet. Verder hangt het hele gewicht aan de fitting, en die is gemaakt om een lamp te dragen en niet om aan een snoer getrokken te worden. Zit er een schakelaar in de kring, dan valt het punt uit zodra het licht uitgaat.
Waarvoor is een scheerstopcontact bedoeld?
Een scheerstopcontact, officieel een scheerwandcontactdoos, heeft een kleine scheidingstrafo ingebouwd. Het apparaat dat erin zit staat daardoor niet rechtstreeks in verbinding met het net, waardoor er geen stroomkring via de aarde en een natte vloer kan ontstaan. Het vermogen dat zo'n trafo levert is klein: genoeg voor een scheerapparaat of een elektrische tandenborstel, en te weinig voor een föhn, een krultang of een kacheltje. In het gebied rond bad en douche waar een gewone wandcontactdoos niet mag, is dit meestal het enige toegestane punt. Buiten dat gebied plaats je gewoon een geaarde wcd achter een aardlekschakelaar van 30 milliampere.