Wat de rekenhulp uitrekent en wat je er zelf bij doet
Je vult zes dingen in: het te betegelen oppervlak, de lengte en de breedte van de tegel, de voegbreedte, het legpatroon en de maat van je lijmkam. Daar komt een aantal tegels inclusief snijverlies uit, het aantal tegels zonder verlies, het aantal kilo tegellijm met het aantal zakken van 25 kilo erbij, en het aantal kilo voegmiddel. De rest van onze rekensommen en opzoektabellen staat bij elkaar in het overzicht met rekentools en opzoekhulpen.
Wat de hulp niet doet, is nadenken over de vorm van je ruimte. Hij kent alleen een getal in vierkante meters. Twaalf vierkante meter in een rechthoekige woonkamer vraagt veel minder gesneden tegels dan twaalf vierkante meter badkamervloer met een douchehoek, een wc-voet en drie leidingdoorvoeren.
De uitkomst is daarom een startgetal en geen bestellijst. Je rondt zelf af op hele dozen, je telt zelf een paar reservetegels erbij en je verhoogt zelf het percentage als je ruimte veel randen heeft. Welke voorbereiding er voor het rekenwerk uit komt, lees je bij tegels zetten van ondergrond tot laatste rij.
| Invoerveld | Wat het beïnvloedt | Waar je op let |
|---|---|---|
| Te betegelen oppervlak in m² | Alle uitkomsten tegelijk | Wand en vloer apart doorrekenen, want ze hebben zelden dezelfde tegel |
| Tegellengte en tegelbreedte in cm | Het aantal tegels en het voegmiddel | Neem de maat die op de doos staat, niet de nagemeten maat |
| Voegbreedte in mm | Alleen de kilo's voegmiddel | Twee millimeter bij gekalibreerde tegels, drie tot vijf bij natuursteen en handvorm |
| Legpatroon | Alleen het snijverliespercentage | Recht 5, halfsteens 8, diagonaal 15 en visgraat 18 procent |
| Lijmkam in mm | Alleen het lijmverbruik | Kies op tegelmaat en ondergrond, niet op de kam die toevallig in je kist ligt |
Waar de snijverliespercentages vandaan komen
Het snijverlies is in deze rekenhulp een vaste opslag per legpatroon. Hij deelt eerst je oppervlak door het oppervlak van één tegel, vermenigvuldigt dat met 1,05 tot 1,18 en rondt daarna naar boven af op hele tegels. Bij twaalf vierkante meter met tegels van 60 bij 60 komt dat neer op 34 tegels zonder verlies en 36 tegels als je recht legt.
Waarom diagonaal duurder is dan recht, zie je zodra je de eerste rij snijdt. Bij recht tegelwerk snijd je een tegel door en gebruik je het afgesneden stuk vaak aan de overkant van de ruimte weer op. Bij diagonaal krijg je twee driehoeken waarvan er meestal maar één bruikbaar is, en dat gebeurt langs elke wand.
Visgraat zit nog hoger, omdat elke baan aan beide uiteinden schuin eindigt en die schuine stukken zelden ergens anders passen. Leg je in wildverband met verschillende tegelmaten, dan klopt geen van de vier keuzes precies. Reken dat per tegelmaat apart door en houd de zwaarste maat op acht procent.
| Legpatroon | Opslag in de rekenhulp | Waarom dit percentage | Wanneer het te laag is |
|---|---|---|---|
| Recht | 5 procent | Restanten van randtegels zijn aan de tegenoverliggende wand vaak nog bruikbaar | Kleine ruimtes en tegels groter dan 60 cm |
| Halfsteens | 8 procent | Elke rij begint met een halve tegel, waardoor de restanten minder vaak passen | Bij een verspringing van een derde in plaats van de helft |
| Diagonaal | 15 procent | Randtegels vallen in twee driehoeken uiteen waarvan er één overblijft | Ruimtes met veel hoeken, nissen en dagkanten |
| Visgraat | 18 procent | Elke baan eindigt schuin en die schuine stukken passen nergens terug | Smalle stroken zoals 10 bij 60, met veel banen per meter |
| Mozaïek op net | Reken met de matmaat | De steentjes zelf snijd je zelden, je snijdt het net | Rond een douchegoot of bij een rond hoekje |
Hoeveel snijverlies reken je bij tegels in een badkamer?
De vraag hoeveel snijverlies tegels in een badkamer kosten, valt niet met één percentage te beantwoorden, want het hangt af van de verhouding tussen oppervlak en randlengte. Een badkamervloer van zes vierkante meter heeft al snel tien meter rand. Elke tegel langs die rand wordt gesneden, en dat zijn er in een kleine ruimte naar verhouding veel meer dan in een woonkamer.
Daar komt bij dat een badkamer zit vol met dingen waar je omheen moet: een douchehoek met een verlaagde vloer, een goot of een put, de voet van een hangend toilet, doorvoeren voor de thermostaatkraan en een inbouwnis. Elke doorvoer is een tegel die je boort of in twee delen zaagt, en die tweede helft is meestal niet meer bruikbaar.
Onze vuistregel voor snijverlies bij tegels in een badkamer: onder de acht vierkante meter tel je twee tot drie procentpunten op bij wat de rekenhulp aanhoudt. Dat doe je het makkelijkst door in het veld legpatroon een zwaarder patroon te kiezen dan je werkelijk legt, of door bij het oppervlak een halve meter extra in te vullen voor de nis en de dagkanten. Bij grote tegels weegt elke misgesneden tegel bovendien zwaarder: een mislukte 60 bij 60 kost je meteen 0,36 vierkante meter.
Reken wand en vloer altijd los van elkaar door. De wandtegel heeft vaak een andere maat en een ander patroon, en de onderste rij wandtegels wordt bijna altijd gesneden omdat de vloer nooit waterpas ligt. Hoe je die vloer eerst waterdicht maakt staat bij kimband in de hoeken aanbrengen, en de bredere aanpak van een badkamer vind je in ons overzicht over tegelen, voegen en kitten.
Van losse tegels naar hele dozen
De rekenhulp geeft je losse tegels, maar je koopt ze per doos. Die laatste stap zet je zelf, en dat is de plek waar de meeste bestellingen te krap uitvallen. Komt de uitkomst op 36 tegels van 60 bij 60 en gaan er vier in een doos, dan bestel je negen dozen en heb je precies genoeg. Komt er 37 uit, dan gaan er tien dozen mee en heb je er drie over.
Die drie overgebleven tegels zijn geen verspilling. Leg ze na de klus op zolder, want tegels worden per partij gebakken en tussen twee partijen zit vrijwel altijd een licht kleur- of maatverschil. Op elke doos staat een tint- of batchnummer. Controleer bij levering of alle dozen hetzelfde nummer dragen, en meng tijdens het leggen tegels uit verschillende dozen door elkaar zodat kleine tintverschillen zich onzichtbaar over het vlak verdelen.
Hoeveel tegels er in een doos gaan, verschilt per merk en per serie. De doosinhoud staat op de verpakking en in de webshop, meestal in vierkante meters. De aantallen hieronder zijn gangbaar, maar controleer ze voordat je bestelt. Welke maat prettig werkt op een vloer staat in onze uitleg over vloertegels kiezen en leggen.
| Tegelmaat | Tegels per m² | Vaak per doos | Waar je op let bij bestellen |
|---|---|---|---|
| 10 bij 10 cm | 100 | Meestal op net, per m² verkocht | Reken met het aantal matten, niet met het aantal steentjes |
| 15 bij 15 cm | 44,4 | Rond 1,0 m² | Veel voegwerk, houd extra voegmiddel aan |
| 30 bij 30 cm | 11,1 | Rond 1,0 m² | Snel gelegd, maar veel voegen op een grote vloer |
| 30 bij 60 cm | 5,6 | Rond 1,4 m² | Halfsteens leggen kost 8 procent, niet 5 |
| 60 bij 60 cm | 2,8 | Rond 1,4 m², vaak 4 stuks | Elke misgesneden tegel kost 0,36 m² |
| 20 bij 120 cm | 4,2 | Rond 1,2 m² | Lange stroken kammen krom, controleer de tegel op de doos |
| 120 bij 120 cm | 0,7 | Vaak 2 stuks | Dubbelzijdig lijmen, dus reken het lijmverbruik dubbel |
Tegellijm: de lijmkam bepaalt het verbruik
Het lijmgetal in de rekenhulp hangt maar aan één keuze, en dat is de maat van je lijmkam. Een kam van 6 millimeter rekent 2,6 kilo per vierkante meter, 8 millimeter rekent 3,4 kilo, 10 millimeter 4,2 kilo en 12 millimeter 5,0 kilo. Je tegelmaat en je legpatroon veranderen daar niets aan, ook al staan die er wel in het invulscherm boven.
Er zit één aanname onder die je moet kennen: de rekenhulp gaat uit van enkelzijdig lijmen op een vlakke ondergrond. Bij vloertegels groter dan 60 centimeter smeer je ook de achterkant van de tegel in, en dan verdubbelt het verbruik ongeveer. Datzelfde geldt buiten en overal waar geen holtes onder de tegel mogen zitten. De rekenhulp doet die verdubbeling niet automatisch, dus die telling maak je zelf.
Een ondergrond die niet vlak is, eet ook lijm. Wie een bolle vloer met dikkere lijm probeert glad te trekken, komt op het dubbele uit en krijgt er holtes en scheuren bij. Zit er meer dan een paar millimeter verschil onder je rei, dan hoort daar egaliseren van de vloer voor het tegelwerk bij, en niet meer lijm.
| Lijmkam | Verbruik in de rekenhulp | Zakken van 25 kg per 12 m² | Waar je deze kam voor gebruikt |
|---|---|---|---|
| 6 mm | 2,6 kg per m² | 2 zakken | Wandtegels tot 30 bij 30 en mozaïek |
| 8 mm | 3,4 kg per m² | 2 zakken | De standaardkeuze voor 30 bij 60 op wand en vloer |
| 10 mm | 4,2 kg per m² | 3 zakken | Vloertegels van 60 bij 60 en zwaardere formaten |
| 12 mm | 5,0 kg per m² | 3 zakken | Grote formaten en een ondergrond met lichte oneffenheden |
| Dubbelzijdig lijmen | Reken het verbruik maal twee | Tel de zakken dubbel | Tegels boven 60 cm, buitenwerk en vloerverwarming |
Voegmiddel beweegt mee met de tegelmaat, niet met het oppervlak
Bij voegmiddel is de tegelmaat de bepalende factor. De rekenhulp telt hoeveel meter voeg er in een vierkante meter zit, en dat is voor kleine tegels veel meer dan voor grote. In een vierkante meter met tegels van 60 bij 60 zit ruim drie meter voeg, in een vierkante meter met tegels van 15 bij 15 zit meer dan dertien meter. Vandaar dat een mozaïekvloer een veelvoud kost van een vloer met grootformaat tegels op hetzelfde aantal meters.
De voegbreedte werkt daar recht evenredig in door. Ga je van 3 naar 5 millimeter, dan gaat het aantal kilo's met ruim de helft omhoog. Voor twaalf vierkante meter met tegels van 60 bij 60 en een voeg van 3 millimeter komt de hulp op 10 kilo uit, bij tegels van 30 bij 60 op 15 kilo.
Die getallen zijn ruim genomen. De rekenhulp houdt rekening met een royale voegdiepte en met wat er in de emmer en op de spons achterblijft, dus hij komt eerder te hoog dan te laag uit. Staat op de zak van jouw merk een lager verbruik bij dezelfde tegelmaat, dan is dat verschil je reserve en geen rekenfout. Welke soort voegmiddel bij welke plek hoort en hoe breed je voeg mag zijn, lees je in ons overzicht over voegen en voegmiddel.
| Tegelmaat | Meter voeg per m² | Kilo per m² bij 3 mm voeg | Kilo per m² bij 5 mm voeg |
|---|---|---|---|
| 10 bij 10 cm | 20,0 | 4,8 | 8,0 |
| 15 bij 15 cm | 13,3 | 3,2 | 5,3 |
| 20 bij 20 cm | 10,0 | 2,4 | 4,0 |
| 30 bij 30 cm | 6,7 | 1,6 | 2,7 |
| 30 bij 60 cm | 5,0 | 1,2 | 2,0 |
| 20 bij 120 cm | 5,8 | 1,4 | 2,3 |
| 60 bij 60 cm | 3,3 | 0,8 | 1,3 |
| 120 bij 120 cm | 1,7 | 0,4 | 0,7 |
Wanneer je van de uitkomst afwijkt
De rekenhulp gaat uit van een gewone gekalibreerde keramische tegel op een vlakke, droge ondergrond binnen. Zodra een van die aannames niet klopt, verschuift de uitkomst. Dat is geen reden om de hulp niet te gebruiken, wel om het getal met een correctie in je hoofd te lezen.
Natuursteen is de duidelijkste afwijking. Leisteen, marmer en travertin verschillen per tegel in dikte, kleur en tekening, en je legt ze pas nadat je een paar exemplaren hebt afgekeurd. Houd daar minstens vijftien procent aan, ook als je recht legt. Buiten speelt iets anders: op een terras werk je met een dikker lijmbed en met tegellijm die tegen vorst en water kan, en dan is het lijmgetal van de rekenhulp aan de lage kant.
Nog een punt dat de hulp niet meeneemt: dilatatie. In een vloer van meer dan ongeveer acht meter of over een deurdorpel hoort een beweegbare voeg, en bij vloerverwarming ook rond het veld. Dat kost geen extra tegels maar wel extra materiaal en denkwerk, en het staat uitgelegd bij een dilatatievoeg maken en afwerken.
| Situatie | Wat de rekenhulp doet | Wat je zelf aanpast |
|---|---|---|
| Natuursteen | Rekent met het gekozen legpatroon | Minstens 15 procent aanhouden, ook bij recht leggen |
| Tegels groter dan 60 cm | Rekent enkelzijdig lijmen | Het lijmverbruik verdubbelen voor het insmeren van de achterkant |
| Wildverband met meerdere maten | Kent maar één tegelmaat | Per maat een aparte som maken en de uitkomsten optellen |
| Terras of gevel buiten | Rekent met binnenlijm | Dikker lijmbed en een vorstbestendige lijm, dus meer kilo's |
| Vloerverwarming | Houdt hier geen rekening mee | Ongeveer tien procent extra lijm en dilatatie rond het veld |
| Ondergrond niet vlak | Gaat uit van een vlakke vloer | Eerst egaliseren, niet compenseren met een dikkere lijmlaag |
| Restpartij of uitlopende serie | Rekent alsof je onbeperkt kunt bijkopen | Eerst tellen wat er ligt, daarna pas het patroon kiezen |
Rekenfouten die je bij de kassa terugziet
De meest voorkomende misser is het oppervlak in de verkeerde eenheid invullen. Het veld vraagt vierkante meters, niet centimeters en niet de lengte maal de breedte van de kamer in losse getallen. Een badkamer van 2,4 bij 2,5 meter vul je in als 6 vierkante meter.
Daarna komt de standaardstand van het veld legpatroon. Dat staat op recht, met vijf procent verlies, en dat getal blijft staan terwijl je in gedachten al halfsteens of visgraat legt. Wie de tegelmaat wel aanpast maar het patroon vergeet, bestelt drie tot dertien procent te weinig, en dat merk je pas bij de laatste rij.
Het derde punt zit bij de lijmkam. Die blijft op 8 millimeter staan omdat dat de standaard is, terwijl er 60 bij 60 op de vloer gaat en er dus een kam van 10 of 12 millimeter bij hoort. Het verschil is anderhalve zak lijm op twaalf vierkante meter. Kom je halverwege zonder lijm te staan, dan krijg je een zichtbare naadovergang tussen twee aanmaakbeurten.
En dan de simpelste: rond het aantal zakken nooit naar beneden af. Lijm en voegmiddel die je ongeopend overhoudt, kun je meestal retourneren; een halve zak tekort betekent stoppen met een vloer die half ligt. Wie voor dezelfde klus ook nog wanden schildert, rekent dat door met de verfcalculator voor liters en lagen.
Veelgestelde vragen
Hoeveel snijverlies moet je rekenen bij tegels in een badkamer?
Voor snijverlies bij tegels in een badkamer houden wij tien tot twaalf procent aan bij recht leggen, dus meer dan de vijf procent die de rekenhulp standaard neemt. Dat komt door de verhouding tussen oppervlak en randlengte: een vloer van zes vierkante meter heeft al gauw tien meter rand, en daar komen de douchehoek, de wc-voet, de nis en de leidingdoorvoeren nog bij. Leg je diagonaal of in visgraat, dan zit je eerder op achttien tot twintig procent. Vul het zwaardere patroon in of tel een halve vierkante meter bij het oppervlak op.
Waarom rekent de tegelcalculator bij visgraat achttien procent snijverlies?
Bij visgraat eindigt elke baan aan beide uiteinden schuin tegen de wand. Die schuin gesneden stukken hebben zelden een tweede plek in het vlak, omdat de hoek aan de andere kant precies de verkeerde kant op wijst. Bij recht tegelwerk gebruik je het afgesneden stuk aan de tegenoverliggende muur vaak nog op, en dat scheelt het grootste deel van het verlies. Achttien procent is een werkbare vuistregel voor een normale kamer; in een smalle gang met veel banen per meter reken je hoger.
Hoeveel tegellijm heb je nodig per vierkante meter?
Dat hangt van je lijmkam af, niet van je tegelmaat. De rekenhulp gebruikt 2,6 kilo per vierkante meter bij een kam van 6 millimeter, 3,4 kilo bij 8 millimeter, 4,2 kilo bij 10 millimeter en 5,0 kilo bij 12 millimeter. Voor twaalf vierkante meter met een kam van 8 millimeter komt dat op 41 kilo, dus twee zakken van 25 kilo. Ligt er in jouw winkel een zak van 20 kilo, dan reken je het aantal zakken zelf om.
Hoeveel kilo voegmiddel gaat er in een badkamervloer?
Voor twaalf vierkante meter met tegels van 60 bij 60 en een voeg van 3 millimeter komt de rekenhulp op 10 kilo uit. Met tegels van 30 bij 60 wordt dat 15 kilo, want kleine tegels betekenen meer meters voeg per vierkante meter. Die getallen zijn ruim genomen, met verlies in de emmer en op de spons meegeteld. De verbruikstabel op de zak van jouw merk noemt vaak een lager getal bij dezelfde tegelmaat, en dat verschil is je reserve.
Moet ik de deuropening en de inbouwnis van het oppervlak aftrekken?
Trek een deuropening of een raamopening niet af, want juist rond die openingen ontstaan de meeste gesneden tegels. Bij een inbouwnis werkt het andersom: de bodem, de zijkanten en de bovenkant van de nis worden ook betegeld, dus daar telt oppervlak bij in plaats van eraf. Meet de dagkanten van de nis op en tel die vierkante meters bij je invoer. Bij twijfel is een halve meter extra invullen goedkoper dan een tweede rit naar de bouwmarkt.
Welke lijmkam hoort bij tegels van 60 bij 60?
Voor vloertegels van 60 bij 60 werk je met een kam van 10 millimeter, en bij een ondergrond met lichte oneffenheden met 12 millimeter. De rekenhulp rekent dan 4,2 of 5,0 kilo lijm per vierkante meter. Belangrijker dan de kam is dat het lijmbed volledig gevuld is: til na de eerste paar tegels er eentje op en kijk of de achterkant helemaal bedekt is. Zie je nog kale plekken, ga dan een kammaat omhoog of smeer de achterkant mee in.
Waarom komt de uitkomst niet uit op hele dozen?
De rekenhulp telt losse tegels, omdat de doosinhoud per merk en per serie verschilt en soms zelfs per kleur binnen dezelfde serie. Op de verpakking en in de webshop staat hoeveel vierkante meter er in een doos gaat. Deel je uitkomst daardoor en rond naar boven af. Bestel liever een doos meer dan een doos minder: overgebleven tegels uit dezelfde partij zijn later je enige kans op een onzichtbare reparatie.
Klopt de rekenhulp ook voor wandtegels?
Ja, het rekenwerk is voor wand en vloer hetzelfde. Reken de wand wel als een aparte som door, want de tegelmaat, het legpatroon en de lijmkam verschillen bijna altijd van de vloer. Meet per wand de hoogte maal de breedte en tel de wanden op. Houd er rekening mee dat de onderste rij wandtegels vrijwel altijd gesneden wordt, omdat de vloer nooit precies waterpas ligt, en dat de bovenste rij tegen het plafond ook zelden vol uitkomt.
Wat als ik grote tegels dubbelzijdig moet lijmen?
Dan verdubbel je het lijmgetal met de hand. De rekenhulp gaat uit van enkelzijdig lijmen, dus alleen kammen op de ondergrond. Bij vloertegels boven de 60 centimeter, bij buitenwerk en bij zwaar belaste vloeren smeer je ook de achterkant van de tegel dun in, zodat er geen holtes onder blijven. Holtes onder een grootformaat tegel zijn de reden dat er later een barst in komt zodra er een zware kast op staat of iemand iets laat vallen.
Kan ik tegels later bijbestellen als ik er te weinig heb?
Meestal wel, maar dan bijna zeker uit een andere bakpartij. Op elke doos staat een tint- of batchnummer, en tussen twee partijen zit een klein kleur- en maatverschil dat je in het gelegde vlak wel degelijk ziet, vooral bij een egale kleur. Bestel daarom alles in één keer, controleer bij levering of alle dozen hetzelfde nummer hebben en meng tijdens het leggen tegels uit meerdere dozen door elkaar.
Hoeveel tegels van 30 bij 60 gaan er in een vierkante meter?
Een tegel van 30 bij 60 centimeter is 0,18 vierkante meter, dus er gaan er 5,6 in een vierkante meter. Voor twaalf vierkante meter betekent dat 67 tegels zonder snijverlies. Leg je halfsteens, dan rekent de hulp acht procent op en kom je op 73 tegels uit. Voor 60 bij 60 is het 2,8 tegels per vierkante meter, voor 30 bij 30 zijn het er 11,1 en voor 15 bij 15 loopt het op naar 44,4.
Reken ik met de nominale tegelmaat of met de nagemeten maat?
Vul de maat in die op de doos staat. Een tegel die als 60 bij 60 verkocht wordt, meet in werkelijkheid vaak 59,7 bij 59,7 centimeter, omdat de voeg in de nominale maat is meegerekend. Reken je met de nagemeten maat, dan komt er een handvol tegels te veel uit en klopt je voegberekening niet meer. Bij natuursteen en handvormtegels ligt dat anders: die zijn niet gekalibreerd, en daar meet je een stuk of vijf tegels op en werk je met het gemiddelde.
Gidsen waarbij je deze rekenhulp gebruikt
Tegels zetten
Goed tegelwerk wordt bepaald voordat de eerste tegel de muur raakt: een vlakke, droge en draagkrachtige ondergrond, de juiste lijm…
Kitten
Een kitrand die blijft zitten hangt af van drie dingen: de juiste kitsoort, een naad die schoon en vetvrij is,…
Voegen
Een voeg vult de naad tussen tegels, stenen of klinkers en bepaalt of water buiten blijft. Binnen kies je tussen…
Tegels verwijderen
Tegels verwijderen begint altijd bij de voeg en bij de vraag of de tegels gelijmd zijn of in cement liggen.…
Kit verwijderen
Kit verwijderen valt of staat bij twee dingen: weten welke kit er zit en de rand eerst mechanisch weghalen voordat…
Hoe lang moet kit drogen
Op de koker staat meestal alleen de huidvormingstijd van een kwartier, en dat is niet het moment waarop je weer…
Dilatatievoeg
Een dilatatievoeg is een bewuste onderbreking die beweging opvangt die er toch komt. Je zet hem waar twee bouwdelen los…
Tegellijm verwijderen
Tegellijm verwijderen begint met twee vragen: welke lijm zit er, en hoe vlak moet het straks worden. Cementgebonden poederlijm is…