Kookplaat: aansluiten, storingen verhelpen en vervangen
Bij een kookplaat zit bijna alles wat misgaat in twee hoeken: de aansluiting en de bediening. Elektrisch koken vraagt in Nederland vrijwel altijd een kookgroep met een perilexaansluiting, en de aansluitschema's van de fabrikant zijn lang niet altijd op onze installatie geschreven. Bij gas draait het om de slang, de ontstekingspennen en de knoppen, en dat zijn onderdelen die je meestal zelf schoon kunt maken of kunt vervangen. Per soort kookplaat verschilt sterk wat je zelf oplost en waar de grens ligt.
Alle gidsen over kookplaat
Inductie kookplaat ikea
Een inductie kookplaat van Ikea past bijna altijd op de kookgroep die je al hebt, maar alleen als je hem…
Gasfornuis aansluiten
Een gasfornuis sluit je aan met een gekeurde slang op de gaskraan die het dichtst bij de aansluiting van het…
Gasslang gasfornuis
Voor een vrijstaand gasfornuis mag je een gekeurde zwarte rubberslang gebruiken, zolang die nergens langs een heet deel van het…
Welke kookplaat staat er en wat gaat er bij dat type mis
Onder het woord kookplaat vallen vier apparaten die inwendig nauwelijks op elkaar lijken. Een gaskookplaat heeft branders, ontstekingspennen en een gasslang. Inductie en keramisch hebben glaskeramiek, tiptoetsen en elektronica die zichzelf uitschakelt zodra er iets niet klopt. Loop je tegen een ander keukenapparaat aan, dan vind je de aanpak per toestel in ons overzicht over apparaten repareren.
Het verschil tussen keramisch en inductie is groter dan de gladde plaat doet vermoeden. Bij keramisch koken zit er een stralings- of halogeenelement onder het glas dat eerst het glas verhit, en het glas verwarmt daarna de pan. Bij inductie zit er een spoel onder het glas die de bodem van de pan zelf laat opwarmen, waarna het glas alleen nog warm wordt van de pan erop. Halogeen koken is dus niet hetzelfde als inductie, ook al zien de platen er hetzelfde uit.
Het merk maakt minder uit dan mensen verwachten. Een Zanussi kookplaat, een Miele keramische kookplaat, een keramische kookplaat van Siemens en een Scholtes kookplaat werken op hetzelfde principe en hebben grotendeels dezelfde onderdelen. Wat per merk verschilt is de betekenis van de meldingen op het display, de plek van het typeplaatje en de vraag of losse onderdelen nog leverbaar zijn.
| Soort kookplaat | Wat er onder de plaat zit | Hoe hij wordt gevoed | Wat er meestal misgaat |
|---|---|---|---|
| Gaskookplaat of vrijstaand gasfornuis | Branders, ontstekingspennen, thermokoppels, een gaskraan per pit | Gasslang op de gaskraan, plus een gewoon stopcontact voor de ontsteking | Blijft tikken, pit ontsteekt niet, vlam dooft na het loslaten van de knop |
| Keramische kookplaat | Stralings- of halogeenelementen onder glaskeramiek | Kookgroep met perilex, soms een enkele groep bij lichte modellen | Zone valt uit, plaat piept, tiptoetsen reageren niet meer |
| Inductiekookplaat | Een spoel en een vermogensmodule per kookzone | Kookgroep met perilex op een, twee of drie fasen | Foutmelding, plaat gaat aan en uit, halve plaat doet het niet |
| Kookplaat met ingebouwde afzuiging | Kookzones plus een afzuigmotor in de kast eronder | Kookgroep, bij sommige merken een aparte voeding voor de motor | Afzuiging start niet, filterdeksel sluit niet, kastruimte tegenvallend krap |
| Oude elektrische plaat met gietijzeren pitten | Massieve verwarmingsplaten met een zevenstandenschakelaar | Kookgroep of een vaste aansluiting zonder stekker | Plaat wordt niet warm, schakelaar versleten, roest rond de rand |
| Vrijstaand fornuis met oven eronder | Kookdeel en oven in een kast met een kantelbeveiliging | Gas plus stopcontact, of volledig elektrisch op een kookgroep | Klok of programmakiezer, ovendeur, ontbrekende kantelbeugel |
Stroom voor een elektrische kookplaat: fasen, groepen en perilex
Een gewone eindgroep van 16 ampere levert bij 230 volt maximaal ongeveer 3680 watt. Een volwaardige inductiekookplaat zit tussen de 6,5 en 11 kilowatt, dus die past daar niet achter. Daarom hoort er in Nederland een kookgroep: twee gekoppelde eindgroepen van 16 ampere die eindigen op een perilex wandcontactdoos bij de opstelplaats. Achter die kookgroep hangt alleen de kookplaat en verder niets.
Twee fasen betekent niet automatisch krachtstroom. Woon je in een huis met een enkelfasige hoofdaansluiting, dan bestaat de kookgroep uit twee keer dezelfde fase met twee aparte nulleiders, en dat is een volwaardige kookaansluiting. Heb je drie fasen, bijvoorbeeld na de komst van zonnepanelen of een laadpunt, dan kun je de kookgroep over twee fasen verdelen. De plaat merkt het verschil niet zolang je het schema van de fabrikant aanhoudt.
Voor de bekabeling gelden twee harde punten. Je hebt vijf aders van 2,5 mm2 nodig, en die moeten samen door één leiding lopen. In een buis van 16 mm mag dat niet vanwege de vullingsgraad, dus je hebt een buis van 19 mm nodig. In veel woningen ligt daar al een loze leiding voor, vaak dichtgekit of dichtgeplamuurd bij de meterkast. Een kabel als XMVK krijg je door zo'n buis nauwelijks getrokken, dus in de praktijk trek je losse VD-draad: twee bruine, twee blauwe en een geel-groene.
Op het onderstel van vrijwel elke plaat staan meerdere aansluitschema's naast elkaar, met bruggen tussen de klemmen. Kies het schema dat bij jouw installatie hoort en laat de meegeleverde bruggen precies zo zitten als het gekozen schema aangeeft. Fabrikanten schrijven die schema's voor heel Europa, en het schema voor één fase van 32 ampere hoort bij landen waar zo'n groep gewoon is. In Nederlandse woningen kom je die niet tegen. Wat er bij een compleet ingerichte keuken van IKEA aan aansluitwaarde nodig is, staat bij het aansluiten van een inductie kookplaat van IKEA.
| Aansluitvorm | Wat er in de groepenkast komt | Draden | Waaraan je het op de kookplaat ziet |
|---|---|---|---|
| Eén fase 230 volt, tot 3680 watt | Eén eigen eindgroep van 16 ampere | 3 x 2,5 mm2 | Alle bruggen erin, één fasedraad en één nul op het klemmenblok |
| Kookgroep, twee groepen op dezelfde fase | Twee gekoppelde automaten of een kookgroepautomaat | 5 x 2,5 mm2 door één buis van 19 mm | Schema met twee fasen en twee nullen, brug tussen L1 en L2 eruit |
| Kookplaat op 2 fase, verdeeld over twee fasen | Kookgroepautomaat of een vierpolige aardlekautomaat B16 | 5 x 2,5 mm2 naar een perilexstekker | Zelfde schema, nu met twee verschillende fasen en twee nullen |
| Kookplaat op 3 fase, 400 volt krachtstroom | Vierpolige groep met drie fasen, nul en aarde | 5 x 2,5 mm2 naar een perilexstekker | Schema uiterst rechts, alle bruggen tussen de fasen verwijderd |
| Vaste aansluiting zonder stekker | Kookgroep met een aansluitdoos achter de kast | 5 x 2,5 mm2 | Snoer rechtstreeks op het klemmenblok, geen perilexstekker |
| Losse kookplaat op het aanrecht | Bestaande wandcontactdoos, liefst een eigen groep | Meegeleverd snoer, meestal 2000 watt | Randaardestekker, één kookzone met een eigen bediening |
Inductie op een gewoon stopcontact: wanneer dat wel kan
De vraag komt vaak van mensen die net een plaat gekocht hebben en geen groep willen bijplaatsen. Het korte antwoord: alleen als de plaat zelf niet meer dan ongeveer 3680 watt vraagt, of als je het vermogen in het menu van de plaat kunt begrenzen tot die waarde. Beide staan in de handleiding en op het typeplaatje, niet in de folder van de winkel.
Wat je bij dat begrenzen inlevert, is gelijktijdigheid. Zet je een plaat van 7,4 kilowatt terug naar 3,5 kilowatt, dan kun je nog steeds vier zones gebruiken, maar niet allemaal op vol vermogen. In de praktijk komt het neer op twee zones hard en twee zones laag, en de plaat regelt zelf terug zodra je daaroverheen gaat. Voor wie snel water aan de kook wil brengen, valt dat tegen.
Er is één ingreep die je nooit moet doen, hoe verleidelijk hij ook is. Een perilexstekker eraf halen en er een gewone randaardestekker aan zetten, is levensgevaarlijk zodra de plaat meer dan 16 ampere gaat trekken. Het snoer en het stopcontact worden dan zwaarder belast dan waarvoor ze gemaakt zijn, terwijl de zekering nog niets doorheeft. Even gevaarlijk is de gedachte om twee vrije groepen in de keuken te gebruiken en per groep twee aders naar de plaat te trekken.
Een tafelmodel van 2000 watt op een gewoon stopcontact is trouwens een prima tussenoplossing als de keuken nog verbouwd moet worden. Zo'n plaat kookt echt op inductie, alleen met één of twee zones. Voor de vaste oplossing is de aansluitwaarde van je toekomstige plaat het uitgangspunt, en die zoek je op voordat je bestelt. Bij een kant-en-klare keuken helpt het overzicht van snoer en aansluiting bij een IKEA-plaat om te zien wat er meegeleverd wordt en wat je zelf moet regelen.
Een gasfornuis aansluiten, loskoppelen en afdoppen
Bij een vrijstaand gasfornuis is de zwarte rubberslang met stalen inlage gewoon toegestaan. Op de slang staat een uiterste gebruiksdatum, en bij rubberslangen ligt die doorgaans vijf jaar na de productiedatum. Een rvs slang gaat langer mee en is voorgeschreven op plekken waar de slang warm kan worden, bijvoorbeeld bij een inbouwgaskookplaat met een oven eronder. Bij een vrijstaand fornuis is de belangrijkste eis dat de slang nergens tegen de warme achterkant aan ligt en niet strak staat.
Het afdichten gaat op twee manieren en die moet je niet door elkaar halen. Schroefdraad op schroefdraad, zoals de koppeling in de gaskraan, dicht je af met teflontape of vloeibaar afdichtmiddel. De verbinding tussen de slang en het aansluitstuk dicht je nooit met tape af, want daar zit een rubberpakking of een afdichtring die het werk doet. Tape op zo'n vlakke afdichting gaat juist lekken. Hoe je de juiste slang en koppeling kiest, staat bij de gasslang voor je fornuis, en de volledige volgorde van aansluiten vind je bij een gasfornuis aansluiten.
Bij nieuwere toestellen zit er een comfortaansluiting met een M24-wartel aan het apparaat, met een pakking die bij het fornuis hoort. Die wartel raakt bij tweedehands toestellen vaak zoek. Je koopt hem los als komfooraansluiting, maar let op de uitvoering: de moer van de standaardversie is smaller dan die van de speciale aansluiting, en ze zijn niet altijd uitwisselbaar. Vraag bij twijfel het onderdeelnummer op bij de fabrikant.
Het loskoppelen of ontkoppelen van een gasfornuis is eenvoudiger dan mensen denken. Sluit de gaskraan af, draai de wartel los en haal de slang eraf. Verhuis je het fornuis en komt er dezelfde dag een nieuw toestel, dan hoef je niets af te doppen. Ga je het toestel definitief verwijderen en blijft de aansluiting langere tijd ongebruikt, dan hoort er een dop op. Het uitdraaien van de kraan zelf en het inzetten van een plug is werk aan de gasleiding, en dat laat je doen door iemand met een gasbevoegdheid.
| Verbinding | Wat je gebruikt | Afdichting | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Gaskraan naar koppeling | Knelkoppeling of slangpilaar op schroefdraad | Teflontape of vloeibaar afdichtmiddel | Te weinig tape, of tegen de draadrichting in gewikkeld |
| Koppeling naar gasslang | Wartelmoer van de slang | Rubberpakking of afdichtring, geen tape | Tape op de vlakke afdichting, waardoor de pakking niet meer sluit |
| Slang naar fornuis | M24-wartel of comfortaansluiting van het toestel | Vlakke pakking die bij het toestel hoort | Pakking vergeten of hergebruikt, of de wartel scheef aangezet |
| Bocht of verloopstuk | Haakse koppeling in de juiste maat | Afdichtring | Twee verloopjes achter elkaar, waardoor de slang gaat trekken |
| Rvs slang | Gasslang van gevlochten rvs met dezelfde wartels | Zelfde pakkingen als bij rubber | Te kort gekozen, waardoor de slang strak staat achter het toestel |
| Aansluiting afdoppen | Plug in de leiding nadat de kraan eruit is | Teflontape op de plugdraad | Zelf doen terwijl je in de leiding zit, dit is werk voor een installateur |
Het gasfornuis blijft tikken en dat komt bijna altijd van de knoppen
Een gasfornuis dat blijft tikken is een van de meest voorkomende mankementen aan gaskookplaten, en de oorzaak zit vrijwel altijd op dezelfde plek. Onder elke bedieningsknop zit een klein schakelaartje dat sluit zodra je de knop indrukt. Dat contact bedient de ontstekingsmodule, in de handel ook wel de ontsteker genoemd, en die laat alle ontstekingspennen tegelijk vonken. Blijft één schakelaartje ook maar een millimeter ingedrukt, dan blijft de ontsteker doortikken en doorvonken, ook al staan alle knoppen op nul.
Het veertje dat zo'n schakelaar terugduwt heeft weinig kracht nodig, maar wel ruimte. Een kruimel, een druppel vet of achtergebleven water na het schoonmaken is genoeg om de schakelaar net niet terug te laten komen. Daarom begint het tikken zo vaak precies na een schoonmaakbeurt, of op een moment dat er niemand in de keuken staat. Ook een gaskraan die niet soepel terugveert kan de schakelaar ingedrukt houden.
De aanpak is kort. Trek eerst de stekker eruit, dan stopt het tikken meteen en kan de module niet doorbranden. Trek daarna de knoppen er recht af, want die zitten er alleen opgestoken. Blaas de ruimte onder de knoppen schoon met perslucht of zuig hem uit, laat alles goed drogen en spuit een klein beetje contactspray of kruipolie in het schakelaartje. Zet de knoppen terug en steek de stekker er weer in.
Is het gevaarlijk? Er komt geen gas vrij zolang je geen knop indraait, dus het is geen acuut probleem. Toch laat je het niet weken lopen. De ontsteker is gemaakt voor korte periodes vonken en wordt warm als hij uren achter elkaar doorloopt, en een vonk die permanent bij een brander staat is niet wat je wilt. Trek de stekker eruit en gebruik de pitten tijdelijk met een aansteker. Blijft het fornuis tikken terwijl de stekker eruit is, dan zit er ergens een tweede voeding en is er meer aan de hand.
| Wat je merkt | Wat er aan de hand is | Wat je doet |
|---|---|---|
| Fornuis tikt zodra de stekker erin gaat | Een knopschakelaar staat permanent gesloten | Knoppen eraf, schoonblazen, schakelaar laten terugveren |
| Tikken begint direct na het schoonmaken | Vocht onder de knop of in het schakelaartje | Stekker eruit en een dag laten drogen, daarna contactspray |
| Fornuis tikt uit zichzelf, ook 's nachts | Kruimel of vet houdt de schakelaar net ingedrukt | Perslucht onder de knoppen, geen water gebruiken |
| Je hoort tikken maar ziet geen vonk bij de pen | Vuile of natte ontstekingspen, of een gebroken keramiek | Pen schoonmaken met ontvetter, bij een scheur vervangen |
| De vonk gaat naar het rooster in plaats van naar de brander | Vuil of vocht maakt een kortere weg naar massa | Brander en pen schoonmaken, branderdeksel recht terugleggen |
| Ontsteker werkt niet meer en er komt op geen enkele pit een vonk | Geen spanning op het stopcontact of een defecte ontstekingsmodule | Stopcontact controleren met een lamp, daarna pas verder zoeken |
Ontsteking, vlam en pitten die niet blijven branden
Werkt de ontsteking op geen enkele pit meer, begin dan bij de stroom en niet bij het fornuis. Een gaskookplaat heeft een gewoon stopcontact nodig voor het vonken, en dat stopcontact zit bij een inbouwplaat vaak weggewerkt in het kastje eronder. Steek er een schemerlamp in om te zien of er spanning op staat. Zit er niets op, dan zoek je verder in de groep en niet in het toestel. Is het fornuis net verplaatst of opnieuw ingebouwd, loop dan de aansluiting van het gasfornuis nog eens helemaal na.
Vonkt het wel maar ontsteekt een pit niet, dan zit het bij de brander zelf. Haal het branderdeksel en de branderkroon eraf en kijk of de gaatjes vrij zijn. Overgekookte melk of soep verstopt ze en dan komt er te weinig gas bij de vonk. Maak de gaatjes voorzichtig vrij met een spelt of een dun borsteltje en leg de kroon daarna terug in zijn nokjes. Een deksel dat een halve centimeter scheef ligt, is al genoeg om de vlam op de verkeerde plek te laten opbouwen.
Blijft een pit alleen branden zolang je de knop ingedrukt houdt, dan wijst dat op de vlambeveiliging. Het thermokoppel in de brander moet warm worden voordat het de gaskraan openhoudt, en dat duurt tien tot vijftien seconden. Houd de knop dus langer vast dan je gewend bent. Gaat de vlam daarna nog steeds uit, dan is het puntje van het thermokoppel vervuild of versleten. Schoonmaken helpt soms, vervangen op typenummer helpt bijna altijd.
De kleur van de vlam vertelt de rest. Blauw met hooguit een klein geel puntje is goed. Slierten oranje die blijven staan, wijzen op onvolledige verbranding door verstopte gaatjes, een scheef deksel of een sproeier die niet bij de gassoort past. Roetaanslag op je pannen hoort daarbij. De kleine sudderstand stel je bij met het schroefje midden in de as van de gaskraan, bereikbaar zodra de knop eraf is: draai in kleine stapjes en test steeds of de vlam blijft staan als je van hoog naar laag draait.
| Wat je ziet | Waarschijnlijke oorzaak | Wat je zelf kunt doen |
|---|---|---|
| Geen klik en geen vonk op alle pitten | Geen spanning op het stopcontact of een defecte ontstekingsmodule | Stopcontact testen met een lamp, daarna het toestel nakijken |
| Vonk aanwezig, brander ontsteekt niet | Verstopte branderopeningen of een scheef branderdeksel | Kroon en deksel eraf, gaatjes vrijmaken, recht terugleggen |
| Vlam dooft zodra je de knop loslaat | Thermokoppel te koud, vervuild of versleten | Knop vijftien seconden vasthouden, anders het thermokoppel vervangen |
| Vlam slaat over de rand of blaast zichzelf uit | Branderkroon niet in de nokjes gelegd | Kroon optillen en opnieuw laten vallen tot hij vlak ligt |
| Oranje of gele vlam met roet op de pannen | Onvolledige verbranding, vaak stof of een verkeerde sproeier | Brander reinigen, bij aanhouden het toestel laten nakijken |
| Sudderstand slaat uit bij het terugdraaien | Kleinstand te laag afgesteld | Bijstellen met het schroefje in de as van de kraan |
| Een pit werkt helemaal niet meer | Gaskraan van die pit zit vast of de sproeier is verstopt | Sproeier controleren, een vastzittende kraan is werk voor een monteur |
Meldingen en foutcodes op inductie en keramisch
Elektronische kookplaten hebben maar een klein display, dus de meldingen zijn kort. Drie families kom je steeds tegen. Een enkele letter L of de aanduiding Lo staat bij vrijwel alle merken voor de vergrendeling, dus het kinderslot of de toetsblokkering. Je heft die op door de sleuteltoets of de aan-uittoets drie tot vijf seconden vast te houden, tot het lampje dooft. Een H betekent restwarmte en verdwijnt vanzelf zodra het glas onder de vijftig graden zakt.
De derde familie zijn de echte storingen: een F of een E met cijfers erachter, zoals E6, E9 of E513. Die codes komen uit de zelftest van de elektronica en de betekenis verschilt per merk en zelfs per serie. Bij het ene merk wijst E6 op een voedingsfout, bij het andere op een sensor die buiten bereik meet. Zoek de code daarom op met het typenummer van jouw plaat erbij, bijvoorbeeld via onze storingzoeker met foutcodes per merk.
Er zijn wel drie oorzaken die achter een groot deel van die codes zitten. Oververhitting van de elektronica staat bovenaan: te weinig luchtruimte onder de plaat, een warme oven eronder of een dichtgeplakte ventilatiesleuf. Daarna komt vocht, meestal onder de tiptoetsen, waar het piepen en spontaan schakelen vandaan komt. En als derde het wegvallen van één fase in de kookgroep, waardoor precies de helft van de plaat uitvalt.
Resetten is bijna altijd hetzelfde: haal de plaat volledig spanningsloos door de perilexstekker eruit te trekken of de kookgroep uit te zetten, wacht een minuut en schakel weer in. Kom je daarna dezelfde code weer tegen, dan is het geen kortstondige hapering. Verschijnt er een demonstratiestand waarbij het display wel oplicht maar de zones niet warm worden, dan staat de plaat nog in de winkelmodus en zet je die in het servicemenu uit.
| Melding | Wat het meestal betekent | Wat je doet |
|---|---|---|
| L, Lo of een sleutelsymbool | Toetsblokkering of kinderslot staat aan | Sleuteltoets drie tot vijf seconden vasthouden |
| H of een knipperende h | Restwarmte in het glas boven ongeveer vijftig graden | Niets doen, de melding dooft vanzelf bij afkoelen |
| U, een pansymbool of een knipperende stand | Geen of te kleine pan gedetecteerd, bodem niet magnetisch | Magneettest op de pan doen, een pan met de juiste bodemmaat gebruiken |
| F of E met cijfers, zoals E6, E9, E513 | Fout uit de zelftest, betekenis verschilt per merk en serie | Plaat een minuut spanningsloos maken, daarna de code opzoeken |
| Losse letters zoals DE, FE of een cijfercode bij Miele | Servicemelding die naar een intern onderdeel verwijst | Typenummer erbij zoeken, dit is doorgaans werk voor een monteur |
| Alles licht op maar niets wordt warm | Demonstratiestand of vergrendeling na een stroomonderbreking | Demomodus uitzetten en de plaat opnieuw spanningsloos maken |
| Plaat piept en schakelt zichzelf uit | Vocht op of onder de tiptoetsen | Glas droogmaken, laten drogen, geen natte doek meer gebruiken |
Een barst of scheur in de glasplaat
Glaskeramiek is hard maar niet taai. Een pan die valt of een deksel dat op de rand terechtkomt, geeft eerst een kleine schilfer aan de zijkant. Vanuit dat beschadigde randje loopt er later, door de spanning van opwarmen en afkoelen, een barst het vlak in. Die barst blijft niet staan, hij groeit met de maanden verder. Doorkoken lijkt dan lang goed te gaan, want de zone doet het gewoon.
Toch is het niet iets om mee door te leven. Onder het glas zitten spoelen, sensoren en elektronica, en een barst is een open verbinding naar beneden. Wij zagen dat terug bij een plaat waarvan de barst dwars door een kookzone liep: zodra er bij het schoonmaken wat te veel water werd gebruikt, ging de plaat piepen en was hij een tot twee uur onbruikbaar. Dat is precies het waarschuwingssignaal dat er vocht bij de elektronica komt, en vocht op een print geeft vroeg of laat kortsluiting.
Repareren werkt niet, ook al klinken de ideeën logisch. Hittebestendige siliconenkit hecht slecht op glaskeramiek en houdt het vocht juist vast in de barst. Het injecteren van hars, zoals bij een sterretje in een autoruit, gaat om gelaagd glas met een kunststof tussenlaag en om temperaturen die niet in de buurt komen van een kookzone. Autoruitherstelbedrijven doen dit werk daarom niet, en dat is geen onwil maar het ontbreken van geschikte hars, apparatuur en garantie.
Wat wel kan is de glasplaat als onderdeel vervangen. Bij een aantal merken en series is de losse plaat leverbaar op typenummer, bij een Siemens of een Bosch is dat het E-nummer van het typeplaatje. Reken vooraf, want de plaat plus montage komt regelmatig dicht in de buurt van een nieuwe kookplaat. Kwam de schade door een val, kijk dan ook even in je inboedelpolis voordat je bestelt.
Inbouwen: uitsparing zagen, afdichten en de ruimte eronder
De inbouwmaat staat in de handleiding en is niet gelijk aan de buitenmaat van de plaat. Voor een gewone plaat van 60 cm ligt die uitsparing rond de 560 bij 490 mm, maar merken wijken daar millimeters vanaf, en juist die millimeters bepalen of de rand nog rust. Teken de uitsparing af op het keukenblad, boor in elke hoek een gat waar het zaagblad in past en zaag met een decoupeerzaag met een fijngetand blad. Plak de zaaglijn af met schilderstape, dan scheurt de toplaag van het laminaat niet uit.
Wil je de plaat vlak in het blad leggen, dan wordt het infrezen in plaats van zagen. Met een bovenfrees en een rechte mal maak je eerst een sponning ter dikte van de plaatrand en zaag je pas daarna het gat uit. Dat is de enige manier om vlakinbouw strak te krijgen, want een decoupeerzaag laat altijd een licht schuine kant achter. Zaag je in een blad naast de spoelbak, houd dan minstens vijf centimeter materiaal tussen beide uitsparingen, anders wordt het blad te slap en breekt het bij de eerste warmtebelasting.
De zaagkant zelf is kaal spaanplaat en zuigt water op. Lak of kit die randen af voordat de plaat erin gaat, zeker aan de kant van de spoelbak. Kitten van de plaat zelf hoeft meestal niet: bij vrijwel alle inbouwplaten zit er een afdichtband of een rubberrand rondom, en die doet het werk. Kit je er alsnog omheen, dan krijg je de plaat er bij een storing niet meer uit zonder het blad te beschadigen. Is er geen band meegeleverd, gebruik dan een dun laagje neutraal uithardende, zuurvrije siliconenkit.
Onder de plaat moet lucht kunnen. Een inductieplaat zuigt koellucht aan en blaast die er warm weer uit, meestal aan de voorkant of onderin. Fabrikanten schrijven daarom een vrije ruimte en soms een tussenbodem voor, vooral als er een oven onder komt. Bij een gaskookplaat boven een oven hoort bovendien een rvs slang in plaats van rubber, zoals beschreven bij de keuze van de gasslang.
| Maat of afstand | Gangbare waarde | Waarom het zo is |
|---|---|---|
| Uitsparing kookplaat 60 cm | Ongeveer 560 x 490 mm | Rand van de plaat moet rondom op het blad rusten |
| Uitsparing kookplaat 75 tot 90 cm | Ongeveer 750 tot 880 mm breed | Per merk anders, alleen de handleiding is leidend |
| Afstand uitsparing tot achterwand | Minimaal 50 tot 60 mm | Voorkomt hitteschade aan de wand en houdt het blad sterk |
| Afstand tot een zijwand of hoge kast | Minimaal 100 mm bij gas, 50 mm bij inductie | Vlammen en hete pannen komen anders tegen het kastmateriaal |
| Vrije ruimte onder een inductieplaat | Meestal 20 tot 60 mm luchtspleet | De koelventilator moet lucht kunnen aanzuigen en afvoeren |
| Bladdikte voor inbouw | 28 tot 40 mm spaanplaat of hpl | Dunner blad hangt door onder een zware plaat met pannen |
| Ruimte tussen uitsparing en spoelbak | Minimaal 50 mm materiaal | Anders scheurt het blad tussen beide gaten |
Achterwand, spatscherm en de afzuigkap erboven
Achter een kookplaat wil je een wand die tegen vet en warmte kan. Rvs is daarvoor het meest gebruikte materiaal, en zulke platen worden op maat geleverd in doorgaans 1 mm dik materiaal met de randen 10 mm omgezet, waardoor het op een dikke plaat lijkt. Het oppervlak wordt geborsteld, en het staat het rustigst als je de structuur horizontaal laat lopen. Achter zo'n dunne plaat hoort opvulling, meestal een op maat gezaagde gipsplaat, waarna je het geheel verlijmt met neutrale, zuurvrije siliconenkit.
Een glasplaat achter het gasfornuis is de andere veelgekozen optie, en daar wordt veel onzin over verteld. Gehard glas is thermisch voorgespannen: het verdraagt temperatuurverschillen veel beter dan gewoon vensterglas en valt bij breuk uiteen in kleine, stompe korrels in plaats van in scherven. Toch raden leveranciers een standaard spatscherm van gehard glas af achter een open gasfornuis, zeker bij een wokbrander. Een beschadigd randje of langdurige plaatselijke hitte kan het glas alsnog laten springen. Kies dan een plaat die de leverancier expliciet voor gas vrijgeeft, monteer hem met afstandhouders zodat de warmte weg kan, of neem tegels.
Aluminium schermen zijn goedkoper, maar het materiaal is zacht: je krijgt er sneller deuken en krassen in dan je zou willen, en een deuk achter het fornuis blijft zichtbaar. Zwart ziet er strak uit en toont tegelijk elke vetspat en waterdruppel, dus het vraagt vaker een doekje dan rvs met een borstelstructuur. Lichte krassen verwijderen uit een rvs achterwand of uit het rvs van je gasfornuis doe je met een fijn schuurvlies, altijd in de richting van de bestaande borstelstructuur en nooit in rondjes. Diepe krassen krijg je er niet meer uit. Aangebakken resten op glaskeramiek haal je weg met een glasschraper die je bijna plat houdt.
Boven de plaat hangt de afzuiging, en die hoogte is geen smaakkwestie. Boven een gasfornuis houden fabrikanten meestal 65 cm aan, boven inductie of keramisch mag het vaak 55 cm zijn omdat er geen open vlam onder staat. Een kraan boven het fornuis, bijvoorbeeld een pastavuller, ziet er handig uit maar zit precies in de opstijgende hitte en in de vetdamp. Kijk voor het onderhoud van je andere keukentoestellen bij de reparatiegidsen per apparaat.
| Materiaal achterwand | Sterke punten | Nadelen | Montage |
|---|---|---|---|
| Rvs plaat, 1 mm geborsteld | Onderhoudsvriendelijk, hittebestendig, past bij gas | Duurder, vingerafdrukken zichtbaar bij glad rvs | Op een opvulplaat verlijmen met zuurvrije siliconenkit |
| Gehard glas met coating | Strak vlak, goed schoon te maken, kleur naar keuze | Leveranciers raden het af achter een open gasbrander | Op afstandhouders of verlijmd op een volledig vlakke muur |
| Aluminium spatscherm | Licht, goedkoop, eenvoudig te boren | Zacht materiaal, deukt en krast snel | Met montagekit of schroeven en afdekdoppen |
| Tegels | Goedkoopst per vierkante meter, gaat het langst mee | Voegen worden vet en vragen onderhoud | Tegelen en afwerken met een profiel langs het schilderwerk |
| Geverfde wand met keukenverf | Snel te vernieuwen en over te schilderen | Minst bestand tegen hitte en vetspatten | Alleen buiten de directe spatzone van het fornuis |
Hoogte, verhoging en de naad naast het fornuis
Een vrijstaand fornuis is standaard ongeveer 85 cm hoog en heeft stelpoten waarmee je tot ongeveer 90 cm komt, precies de hoogte van een gangbaar werkblad. Wie langer is, wil het fornuis nog wat hoger, en dan komt een verhoging voor het fornuis in beeld. Kant-en-klaar heet zoiets een gasfornuis verhoger of een sokkel, maar je kunt er ook zelf een timmeren. In veel handleidingen staat dat het toestel direct op de vloer moet staan. Die eis is niet uit de lucht gegrepen, maar hij is ook niet absoluut.
Waar het de fabrikant om gaat, is stabiliteit. Een fornuis met een openstaande ovendeur waar een zware bakplaat op ligt, kan naar voren kantelen. Daarvoor zit er een kantelbeveiliging in de vorm van een beugel of ketting die je aan de muur schroeft. Zet je het toestel op vier klosjes of op een wankele bak, dan kan die beugel zijn werk niet doen en trekt bij gas de slang mee. Maak je in plaats daarvan een doorlopend, vlak en stevig platform over de volle breedte en diepte, met de kantelbeveiliging opnieuw op de juiste hoogte gemonteerd, dan staat het toestel net zo vast als op de vloer.
Bij het verhogen van een elektrisch of een inductiefornuis is dat het hele verhaal. Bij een gasfornuis komt er een punt bij: de slang moet ruim genoeg zijn en mag nergens strak komen te staan of langs een hete rand lopen. Vaak is een langere slang de eenvoudigste oplossing, en dan controleer je de verbindingen daarna opnieuw met zeepsop volgens de stappen bij het aansluiten van een vrijstaand gasfornuis.
Blijft er een spleet over tussen het fornuis en het aanrecht, dan verdwijnen daar kruimels en vet in. Een siliconen of aluminium spleetvuller lost dat op zonder dat je het fornuis vastzet. Is de opening juist te breed omdat er een fornuis van 50 cm in een gat van 60 cm staat, dan bestaan er vulstukken en verkleinstrips, ook wel een fornuis verkleiner genoemd, die de kier netjes overbruggen. Hetzelfde geldt voor een inbouwkookplaat die je vrijstaand wilt gebruiken: dat kan alleen op een stevige, hittebestendige onderplaat met voldoende luchtruimte eronder.
| Maat | Gangbare waarde | Waar je op let |
|---|---|---|
| Hoogte vrijstaand fornuis | 85 cm, met stelpoten tot ongeveer 90 cm | Gelijk afstellen met het werkblad ernaast |
| Breedte vrijstaand fornuis | 50, 60, 90 of 100 cm | Een 50 cm toestel in een 60 cm nis vraagt vulstrips |
| Afzuigkap boven gas | Meestal 65 cm boven de branders | Handleiding van de kap is leidend, ook voor de brandbaarheid |
| Afzuigkap boven inductie of keramisch | Meestal 55 cm boven het glas | Lager mag alleen als de fabrikant dat toestaat |
| Spleet fornuis en aanrecht | 5 tot 20 mm | Opvullen met een spleetvuller, niet dichtkitten |
| Verhoging onder een fornuis | Volledig ondersteund, geen losse klossen | Kantelbeveiliging opnieuw op de juiste hoogte schroeven |
Vervangen, ombouwen naar inductie en onderdelen bestellen
Een gaskookplaat vervangen door inductie is bouwkundig meestal het kleinste deel van de klus. De uitsparing is vaak dezelfde maat, en de oude plaat komt er na het losdraaien van de klemmen van onderaf zo uit. Het werk zit in twee andere dingen: de gasaansluiting netjes buiten bedrijf stellen en de elektrische kookgroep aanleggen. Van keramisch naar inductie is eenvoudiger, want de aansluiting is dan meestal al aanwezig en je hoeft alleen het schema van de nieuwe plaat te volgen.
Zit je kookdeel in een vrijstaand fornuis, dan kan een ombouw alsnog. Wij kwamen een Bosch Solitaire tegen waarbij het zespits gasstel uit het rvs blad werd gezaagd en er een inbouw inductieplaat in kwam, met behoud van de elektrische oven eronder. Dat kostte een middag en vroeg vooral voorbereiding: eerst alles wat met gas te maken heeft demonteren, dan kijken hoeveel materiaal er overblijft om de nieuwe plaat op te laten rusten, en pas daarna zagen. De inbouwdiepte van een inductieplaat is beperkt, dus de ruimte boven de oven is meestal geen probleem.
Een gasfornuis geschikt maken voor propaan of butagas is een ander verhaal. Daarvoor moeten de sproeiers gewisseld worden voor een set die bij die gassoort hoort en moet de kleinstand opnieuw worden afgesteld. Dat is gaswerk, dus dat laat je doen door iemand met een gasbevoegdheid. Een butagas kookplaat voor een boot of vakantiehuis heeft bovendien een eigen drukregelaar die bij het gas hoort, en aardgassproeiers passen daar niet op.
Onderdelen bestel je op typenummer en niet op modelnaam. Voor Bosch, Siemens en Neff heb je het E-nummer nodig, andere merken werken met een artikel- of servicenummer op hetzelfde plaatje. Voor een Boretti of Smeg met een digitaal klokje geldt dat de programmaklok een los onderdeel is: is dat klokje kapot, dan weigert de oven bij veel modellen te starten, terwijl de kookzones het gewoon doen. Het instellen van de klok gaat bij de meeste van die fornuizen door de kloktoets ingedrukt te houden tot de cijfers knipperen en de tijd daarna bij te stellen met plus en min. Is de plaat aan vervanging toe en zoek je een complete set, dan geeft de gids over een inductie kookplaat van IKEA een goed beeld van wat er meekomt en wat niet.
| Merk | Waar je het typenummer vindt | Wat we bij dit merk vaak tegenkomen |
|---|---|---|
| Bosch, Siemens en Neff | E-nummer op het typeplaatje onder de plaat | Foutcodes met een F of een E, glasplaat soms los leverbaar |
| Atag, Etna en Pelgrim | Typeplaatje onder de plaat of achter de onderste lade | Melding L bij vergrendeling, resetten via de kookgroep |
| Miele | Typeplaatje op de onderzijde, plus een servicenummer | Lettercodes die naar een intern onderdeel verwijzen |
| AEG, Zanussi en Electrolux | PNC-nummer op het typeplaatje | Problemen met een zone die uitvalt, foutcodes met een E, veel onderdelen leverbaar |
| Whirlpool, Bauknecht en Indesit | Typeplaatje onder de plaat, twaalfcijferig nummer | Aan- en uitschakelen door pandetectie, rvs met Ixelium-coating niet schuren |
| Boretti en Smeg | Sticker aan de achterzijde of onder de branderplaat | Digitaal klokje en knoppen als slijtdeel, per type te bestellen |
| Bora en Airforce | Typeplaatje op de motorunit of onder de plaat | Afzuiging start niet als het filterdeksel niet goed sluit |
| Fagor, Scholtes en Inventum | Typeplaatje onder de plaat | Beperkte onderdelenvoorraad, vervangen is vaak voordeliger |
Storingzoeker
Kies het merk, vul de code in en zie wat er aan de hand is, wat je zelf kunt doen en wanneer je moet bellen. Bekijk alle gegevens
| Merk | Code | Wat er aan de hand is | Wat je zelf kunt doen | Bellen of niet |
|---|---|---|---|---|
| Intergas | 1 | De ketel wordt te warm, de aanvoertemperatuur loopt te hoog op | Controleer de waterdruk en ontlucht de radiatoren. Te weinig water of lucht in de installatie is de gewone oorzaak. | Blijft hij terugkomen: monteur |
| Intergas | 2 | Storing in de aanvoer- of retoursensor | Reset de ketel een keer. Herhaalt de code zich, dan is de sensor of de bedrading het probleem. | Monteur |
| Intergas | 3 | De maximaalthermostaat heeft ingegrepen | Controleer druk en doorstroming, ontlucht de installatie. | Blijft het: monteur |
| Intergas | 4 | Geen vlamsignaal, de ketel krijgt het vuur niet aan | Kijk of de gaskraan open staat en of andere gastoestellen het doen. Reset daarna een keer. | Doet gas het wel: monteur |
| Intergas | 5 | Slecht of wegvallend vlamsignaal | Reset een keer. Vaak vervuilde ionisatiepen of ontsteking. | Monteur |
| Intergas | 6 | Fout in de vlamdetectie | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 7 | Probleem met de rookgasafvoer of de uitlaatgassensor | Kijk of de afvoer buiten vrij is en niet verstopt zit door een vogelnest of blad. | Monteur, dit raakt de veiligheid |
| Intergas | 8 | Het ventilatortoerental klopt niet | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 10 tot en met 14 | Sensorfout of storing in de installatie, bijvoorbeeld een defecte stromingsschakelaar, draadbreuk of lucht in de installatie | Controleer de waterdruk en ontlucht grondig, van laag naar hoog. | Blijft het: monteur |
| Nefit | A01 | Geen vlam of vlam valt weg | Controleer of de gaskraan open staat en of de druk goed is, reset daarna een keer. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | C6 | De ventilator draait niet op het juiste toerental | Reset een keer. | Monteur |
| Nefit | D1 | Te weinig waterdruk in de installatie | Bijvullen tot de juiste druk voor jouw bouwhoogte, daarna ontluchten. | Zelf te doen |
| Nefit | EA | Vlam wordt niet waargenomen | Reset een keer. Kijk of andere gastoestellen werken. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | F0 of F7 | Interne storing in de besturing | Reset een keer, haal eventueel kort de stroom eraf. | Monteur |
| Remeha | Reset knop | Vergrendelde storing | Houd de resetknop ingedrukt tot het display reageert. Noteer eerst de code voordat je reset. | Afhankelijk van de code |
| Remeha | E00 | Aanvoersensor defect of niet aangesloten | Reset een keer. | Monteur |
| Remeha | E01 | Te weinig waterdruk of geen doorstroming | Bijvullen en ontluchten. | Zelf te doen |
| Remeha | E04 | Geen vlam bij het opstarten | Gaskraan controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.22 | Te weinig water in de ketel, droogkookbeveiliging | Bijvullen tot de juiste druk en ontluchten. | Zelf te doen |
| Vaillant | F.28 | Ontsteking mislukt bij het opstarten | Gastoevoer controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.75 | Drukverschil niet herkend, vaak de pomp of het expansievat | Controleer of de druk sterk schommelt bij het opstarten. | Monteur, meestal het expansievat |
| AWB | Vlamstoring | Geen ontsteking | Gaskraan open, druk controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Bosch vaatwasser | E15 | Water in de lekbak onderin, de vlotterbeveiliging staat aan | Kantel het apparaat voorzichtig naar achteren zodat het water uit de bak loopt, zet hem terug en start opnieuw. Zoek daarna waar het water vandaan kwam. | Blijft het terugkomen: monteur |
| Bosch vaatwasser | E24 of E25 | Water loopt niet weg, afvoer verstopt | Maak het zeef en de pompfilter schoon, controleer de afvoerslang op een knik en de sifonaansluiting op een dop die er nog in zit. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E22 | Filters verstopt | Zeven eruit en schoonmaken. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E09 | Verwarmingselement defect, water wordt niet warm | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Siemens vaatwasser | E15 | Water in de lekbak, vlotterbeveiliging actief | Zelfde aanpak als bij Bosch: voorzichtig kantelen, water eruit, terugzetten en opnieuw starten. | Blijft het: monteur |
| Siemens vaatwasser | E24 | Afvoer geblokkeerd | Zeven en pompfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| Siemens vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de startknop ongeveer drie tot vijf seconden ingedrukt tot het programma terugspringt, of haal de stekker er een minuut uit. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i20 of 20 | Afvoerprobleem, water loopt niet weg | Filters en pomp schoonmaken, afvoer controleren. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i30 of 30 | Water in de bodembak, lekkage gedetecteerd | Kantelen om het water eruit te laten en de oorzaak zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de programmaknop en de startknop samen enkele seconden ingedrukt. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F11 | Water loopt niet weg | Filters en afvoerpomp schoonmaken. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F70 | Vlotter of niveaubeveiliging | Controleer op lekkage onderin. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E18 of F18 | Water loopt niet weg | Pluizenzeef vooronder schoonmaken en de afvoerslang controleren. | Zelf te doen |
| Bosch wasmachine | F21 | Motorstoring, trommel draait niet | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E23 | Water in de lekbak | Machine kantelen om het water eruit te laten, daarna de lekkage zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG wasmachine | E20 | Afvoerprobleem | Pluizenfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| AEG wasmachine | E40 | Deur niet goed dicht | Deur opnieuw sluiten, controleer of er was tussen zit. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 1 keer | Reservoir warmt op of komt uit een stroomonderbreking | Wacht ongeveer tien minuten tot hij op temperatuur is. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 2 keer | Reservoir bereikt de temperatuur niet | Haal de stekker er een minuut uit en zet hem terug. Blijft het knipperen, dan is er meestal een onderdeel defect. | Blijft het: monteur |
| Quooker | Knippert 3 keer | Storing in de temperatuursensor | Een keer stroomloos maken. | Monteur |
| Quooker | Geen kokend water, wel gewoon water | Reservoir uit of niet op temperatuur | Controleer of de stekker in het stopcontact zit en of de groep niet is uitgevallen. | Zelf te doen |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Heb je krachtstroom nodig voor inductie?
Niet per se. Krachtstroom betekent drie fasen met 400 volt ertussen, vroeger aangeduid als 380 volt, en dat heeft vrijwel geen enkele huishoudelijke kookplaat nodig. Wat je wel nodig hebt is een kookgroep: twee gekoppelde eindgroepen van 16 ampere die uitkomen op een perilex wandcontactdoos. In een woning met één fase zijn dat twee groepen op dezelfde fase met twee nullen, en dat werkt prima. Heb je drie fasen in huis, dan mag de kookgroep over twee of drie fasen verdeeld worden volgens het schema op de plaat. Een eigen groep is in alle gevallen nodig, want achter de kookgroep hoort alleen de kookplaat.
Wat is het verschil tussen een 2 fase en een 3 fase inductiekookplaat?
Het verschil zit in hoe het vermogen over de aansluiting wordt verdeeld, niet in wat de plaat kan. Een plaat die op twee fasen wordt aangesloten gebruikt twee fasedraden en twee nullen; bij drie fasen komt er een derde fasedraad bij en verdwijnen er bruggen tussen de klemmen. Een plaat die voor twee fasen is bedoeld, kun je in een woning met drie fasen gewoon aansluiten: je gebruikt L1 en L2 en laat L3 ongebruikt, volgens het schema dat op het toestel staat. Andersom werkt het ook, zolang het toestel dat schema aanbiedt en de groep erbij past. Bepalend is altijd het klemmenblok en niet wat er in de meterkast beschikbaar is.
Welke dikte kabel voor een inductiekookplaat?
Voor een kookgroep reken je op vijf aders van 2,5 mm2: twee fasedraden, twee nulleiders en een aarde. Dunner mag niet, want elke helft van de plaat kan tot 16 ampere trekken. Die vijf aders horen samen door één leiding te lopen, en dat betekent in de praktijk een buis van 19 mm. In een buis van 16 mm mogen vijf draden van 2,5 mm2 niet vanwege de vullingsgraad. Een kabel zoals XMVK krijg je door een bestaande buis nauwelijks getrokken, dus trek je losse VD-draad in vijf kleuren. Bij een enkelfasige woning zijn dat twee bruine, twee blauwe en een geel-groene.
Kan een inductie kookplaat op een gewoon stopcontact?
Alleen als de plaat niet meer dan ongeveer 3680 watt vraagt, of als je het vermogen in de instellingen kunt begrenzen tot die waarde. Een normale groep van 16 ampere kan niet meer leveren. Veel platen zitten tussen de 6,5 en 11 kilowatt en horen daarom op een kookgroep met een perilexaansluiting. Let op de aansluitschema's: staat er bij één fase een aansluiting van 32 ampere, dan is dat schema geschreven voor landen waar zo'n groep gewoon is, en niet voor Nederlandse woningen. De perilexstekker eraf halen en er een randaardestekker op zetten is in geen geval een oplossing.
Wat betekent L op een inductiekookplaat?
Een L, een Lo of een sleutelsymbool staat bij vrijwel alle merken voor de vergrendeling: het kinderslot of de toetsblokkering staat aan. Je haalt hem eraf door de sleuteltoets of de toets met het slotje drie tot vijf seconden ingedrukt te houden tot het lampje dooft. Bij sommige series moet de plaat daarvoor eerst met de aan-uittoets worden ingeschakeld. Komt de melding meteen terug, dan zit er meestal vocht of vet op het bedieningsveld waardoor de plaat een lange druk registreert. Veeg het glas droog en neem de strook af met een beetje spiritus.
Wat betekent H op een inductiekookplaat?
De H staat voor restwarmte. Zolang het glas boven ongeveer vijftig graden is, blijft die letter branden of knipperen als waarschuwing dat je de zone niet moet aanraken. Bij inductie komt die warmte niet uit de plaat zelf maar uit de pan die erop stond, en daarom kan de H na kort koken alweer verdwenen zijn terwijl hij na een uur stoven lang blijft staan. Blijft de H staan terwijl het glas koud aanvoelt, dan meet de temperatuursensor niet goed. Maak de plaat een minuut spanningsloos via de kookgroep en kijk of de melding daarna weg is.
Wat betekent een foutmelding met een F of een E op de kookplaat?
Die codes komen uit de zelftest van de elektronica en de betekenis verschilt per merk en per serie. Dezelfde code kan bij het ene merk op een voedingsfout wijzen en bij het andere op een sensor die buiten bereik meet, dus vertalen zonder typenummer heeft weinig zin. De drie oorzaken die het vaakst achter zulke meldingen zitten, zijn oververhitting van de elektronica door te weinig luchtruimte, vocht onder de tiptoetsen en het wegvallen van één fase in de kookgroep. Maak de plaat eerst een minuut helemaal spanningsloos en zoek de code daarna op in onze storingzoeker per merk en model.
Hoe reset ik een Etna inductie kookplaat?
Er zit geen resetknop op, dus je maakt de plaat volledig spanningsloos. Trek de perilexstekker eruit of zet de kookgroep uit, wacht een minuut zodat de condensatoren leeglopen en schakel weer in. Dat wist tijdelijke meldingen en zet de bediening terug in de normale stand. Gaat de plaat daarna nog steeds niet aan, controleer dan eerst of de vergrendeling uit staat en of er wel spanning op beide fasen van de kookgroep staat. Valt er één fase weg, dan doet vaak de helft van de plaat het nog en lijkt het op een defect toestel.
Waarom gaat mijn inductie kookplaat aan en uit?
Bij een plaat die kort aanslaat en zichzelf weer uitschakelt, kijk je eerst naar de pan. Is de bodem niet magnetisch of te klein voor de zone, dan meldt de plaat dat en schakelt hij na een paar seconden terug. Houd een magneet tegen de bodem: blijft die niet plakken, dan werkt de pan niet op inductie. De tweede oorzaak is oververhitting van de elektronica, meestal door te weinig luchtruimte onder de plaat of door een warme oven eronder. En als derde: een vermogensbegrenzing die is ingesteld, waardoor de plaat terugregelt zodra je meerdere zones hoog zet.
Waarom werkt de helft van mijn inductieplaat niet?
Werkt de plaat nog maar half en vallen precies twee zones uit terwijl de andere twee blijven werken, dan wijst dat bijna altijd op de voeding en niet op de plaat zelf. Een inductiekookplaat heeft per helft een eigen fase en een eigen nul, en valt er één weg, dan doet die helft niets meer. Controleer de kookgroep: is er een automaat afgeschakeld, zit er een aansluiting los in de perilexdoos of is er bij het aansluiten een brug blijven zitten die eruit had gemoeten. Werken beide fasen wel en blijft de helft dood, dan is de vermogensmodule van dat deel defect en is het een kwestie van repareren tegen kostprijs of vervangen.
Is een barst in een inductiekookplaat gevaarlijk?
Een scheur in het glas is geen cosmetisch probleem. Onder het glas zitten spoelen, sensoren en elektronica, en door de barst kan vocht daarbij komen. Piept de plaat na het schoonmaken of valt hij daarna een uur uit, dan is dat precies wat er gebeurt. Bovendien groeit een barst door de spanning van opwarmen en afkoelen langzaam verder. Loopt de scheur tot aan de rand of kan er water in, stop dan met koken op die plaat en maak hem spanningsloos via de kookgroep. Tot die tijd alleen droog schoonmaken en geen natte pannenbodem op die zone zetten.
Kun je de glasplaat van een Siemens inductie kookplaat vervangen?
Bij een aantal merken en series is de glasplaat als los onderdeel leverbaar, en bij Siemens, Bosch en Neff bestel je dat op het E-nummer van het typeplaatje. Reken wel vooraf: de plaat zelf plus het uurloon om de bediening, de spoelen en de sensoren over te zetten, komt regelmatig in de buurt van een nieuwe kookplaat. Is jouw serie uit productie, dan is het onderdeel vaak niet meer te krijgen. Laat bij oudere toestellen een onderdelenwinkel op typenummer zoeken voordat je een nieuw apparaat bestelt, en bij schade door een val is een blik in de inboedelpolis de moeite waard.
Waarom blijft mijn gasfornuis tikken, ook na het schoonmaken?
Juist na het schoonmaken begint het vaak, en dat is geen toeval. Onder elke bedieningsknop zit een schakelaartje dat de ontstekingsmodule aanzet, en dat contact moet door een veertje terugkomen. Een kruimel, wat vet of achtergebleven water houdt zo'n schakelaar net ingedrukt, en dan blijft de module doortikken op alle pitten tegelijk. Trek de stekker eruit, haal de knoppen er recht af, blaas de ruimte eronder schoon met perslucht en laat alles goed drogen voordat je alles terugzet. Gevaarlijk is het niet, want er komt geen gas vrij zolang je geen knop indraait, maar de module wordt warm van dat urenlange vonken en gaat er uiteindelijk aan.
Ik ruik gas bij mijn gasfornuis, wat moet ik doen?
Draai de gaskraan of de hoofdkraan dicht, zet ramen en deuren open en bedien geen enkele schakelaar of stekker in die ruimte, ook je telefoon niet. Ga naar buiten en bel daarvandaan het landelijke gasstoringsnummer 0800 9009. Blijf niet zelf zoeken zolang het duidelijk naar gas ruikt. Ruik je alleen heel kort iets bij het aanzetten van een pit, dan komt dat vaak van de seconde tussen gas geven en ontsteken. Wil je een verbinding controleren, doe dat dan met zeepsop uit een plantenspuit en nooit met een vlammetje: bij een lek zie je binnen enkele seconden nieuwe belletjes ontstaan. Welke slang en koppeling er horen, staat bij de gasslang en de aansluiting van je fornuis.
Waarom blijft de pit van mijn gasfornuis niet branden?
Als de vlam dooft zodra je de knop loslaat, is de vlambeveiliging de oorzaak. Het thermokoppel in de brander moet eerst warm worden voordat het de gastoevoer openhoudt, en dat duurt tien tot vijftien seconden. Houd de knop dus langer ingedrukt dan je gewend bent. Blijft de vlam daarna nog uitgaan, dan is het puntje van het thermokoppel vervuild of versleten; schoonmaken helpt soms, vervangen op typenummer bijna altijd. Slaat de vlam over de rand of blaast hij zichzelf uit, dan ligt de branderkroon niet goed in de nokjes.
Moet je een kookplaat afkitten of niet?
Meestal niet. Vrijwel elke inbouwkookplaat wordt geleverd met een afdichtband of een rubberrand die je onder de opstaande rand legt, en dat houdt overkokend water tegen. Kit je er alsnog omheen, dan zit de plaat vast in het blad en krijg je hem bij een reparatie niet meer los zonder het werkblad te beschadigen. Ontbreekt de afdichting, gebruik dan een dunne rups neutraal uithardende, zuurvrije siliconenkit; zure kit kan roestvlekken op rvs en aantasting van sommige bladen geven. Werk in beide gevallen de kale zaagkanten van het blad af met lak of kit, want daar zuigt spaanplaat water op.
Wordt een inductiekookplaat warm aan de onderkant en mag er een besteklade onder?
Ja, de onderkant wordt warm. De spoelen en de vermogensmodules produceren warmte en een ventilator blaast die weg, meestal aan de voorzijde of onderin. Daarom schrijven fabrikanten een vrije luchtruimte voor, vaak twee tot zes centimeter, en soms een tussenbodem. Een besteklade eronder kan bij veel modellen wel, mits er een plank of tussenschot op de voorgeschreven afstand onder de kookplaat zit en de lade niet tegen de onderkant aan komt. Leg er geen spuitbussen, metalen bakjes of theedoeken in, en plak nooit een ventilatiesleuf dicht om een lade passend te maken. Dat een nieuwe plaat de eerste keren licht stinkt en behoorlijk heet wordt, hoort erbij: de bescherming op de onderdelen gloeit uit en die geur trekt binnen een paar kookbeurten weg.
Op welke hoogte hangt de afzuigkap boven een gasfornuis?
Boven een gasfornuis houden fabrikanten meestal 65 cm aan tussen de branders en de onderkant van de kap, boven inductie of keramisch vaak 55 cm. Die afstand is er niet voor de afzuiging maar voor de warmte: bij gas gaat er een hete pluim omhoog die de kap en het vetfilter aantast. Hangt de kap te hoog, dan vangt hij minder damp en moet hij harder draaien. Houd altijd de handleiding van jouw kap aan, want bij modellen met kunststof onderdelen of met een glazen scherm kan de voorgeschreven afstand groter zijn.
Wat zijn de ervaringen met een kookplaat met afzuiging?
Het afzuigen zelf bevalt de meeste mensen goed, want de damp wordt weggetrokken voordat hij in het zicht komt en er hangt geen kap in de looplijn. De aandachtspunten zitten eronder. De motor vraagt een flink deel van de kast, waardoor een lade of een deel van de kastruimte vervalt. Voert de plaat af naar buiten, dan loopt het kanaal door de plint of door de vloer en moet je condens kunnen aftappen; bij recirculatie werk je met koolfilters die je periodiek vervangt. Start de afzuiging niet, kijk dan eerst of het filterdeksel goed dichtzit, want bij veel modellen zit daar een contactje dat de boel blokkeert.
Hoe lang gaat een gasfornuis mee?
Een gasfornuis is mechanisch eenvoudig en haalt bij normaal gebruik vaak vijftien tot twintig jaar. Wat eerder opgeeft, zijn de slijtdelen: ontstekingspennen, thermokoppels, knoppen en de ontstekingsmodule, en die zijn los te bestellen op typenummer. Ook bij oudere modellen van bijvoorbeeld Etna of Atag zijn onderdelen vaak nog verkrijgbaar via onderdelenwinkels. De gasslang volgt zijn eigen termijn en vervang je op de datum die erop staat. Wil je weten wat er bij je andere keukentoestellen aan levensduur en onderhoud te verwachten valt, kijk dan bij onze gidsen per huishoudelijk apparaat.
Hoe sluit ik een gasfornuis af als ik het niet meer gebruik?
Draai de gaskraan naast of achter het toestel dicht: de hendel dwars op de leiding betekent gesloten. Steek daarna nog een keer een pit aan om te controleren dat er niets meer doorkomt, en zet alle knoppen op nul. Blijft het fornuis gewoon staan, dan kan de slang aangesloten blijven. Gaat het toestel weg, draai de wartel dan los en neem de slang eraf in de volgorde die bij het aan- en afkoppelen van een gasfornuis staat. Blijft de aansluiting langere tijd ongebruikt, dan hoort er een dop op de kraan; de kraan zelf eruit draaien en de leiding afpluggen laat je doen door iemand met een gasbevoegdheid.
Waar let je op bij een review van een Airforce kookplaat met afzuiging?
Een review van een kookplaat met ingebouwde afzuiging gaat bijna altijd over de eerste weken: hoe stil het apparaat is en hoe goed de damp wordt weggetrokken. De vragen die later opspelen, moet je er zelf bij zoeken. Kijk hoeveel kastruimte de motor inneemt, of het model naar buiten afvoert of recirculeert met koolfilters, wat die filters kosten en hoe vaak ze eruit moeten. Vraag ook na of de vetfilters in de vaatwasser mogen en of losse onderdelen op typenummer leverbaar zijn. Over de inbouw in jouw kast zegt zo'n review niets, en daar loopt het bij Airforce en andere merken juist vast.