Trapboom maken en afwerken zonder gekraak achteraf
De trapboom is de schuine draagbalk aan de zijkant van een trap waarin of waarop de treden rusten. Bij een gesloten trap zitten de treden in gefreesde sleuven van twaalf tot vijftien millimeter diep, vastgezet met gelijmde wiggen, en die wiggen bepalen of de trap over vijf jaar nog stil is. Voor een woningtrap werk je meestal met bomen van veertig millimeter dik; buiten telt vooral of de kopse kant droog blijft. Een boom die de trap draagt, haal je nooit weg om ergens ruimte te winnen.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Bovenfrees met kopieerring en een groeffrees van 20 mm
- Trapboommal of een zelfgemaakte mal van multiplex
- Lange waterpas van 180 cm en een rolmaat
- Timmermanswinkelhaak met twee stelblokjes, of een aftekendriehoek
- Handcirkelzaag en een trekzaag voor de aanzetten
- Lijmtangen of spanbanden om de trap te trekken
- Schuurmachine met korrel 80, 120 en 180
- Beitel van 26 mm en een houten hamer
- Schroefmachine met voorboor
- Stofzuiger, want frezen in hout geeft veel spanen
Materiaal
- Trapboom van 40 mm dik, breedte 27 tot 32 cm
- Treden van 30 tot 40 mm bij een open trap, 20 tot 22 mm bij een dichte trap
- Stootborden van 18 mm
- Hardhouten wiggen, of zelf gezaagde wiggen met een verjonging van ongeveer 1 op 10
- Houtlijm D3 voor binnen, D4 voor buiten
- Houtplamuur voor de nietgaten en kleine uitbrekingen
- Grondverf en lak, of hardwasolie bij eiken
- Schellak of knoestlak voor vurenhout
- Rvs schroeven bij eiken en hardhout
Wat een trapboom is en waar hij op steunt
De trapboom is de schuine plank aan de zijkant van een trap die alle treden draagt. Een rechte woningtrap heeft er twee. De muurboom zit tegen de wand, vaak zonder dat hij aan die wand vastzit: hij hangt gewoon in de trap. De vrije boom staat aan de open kant, met de leuning of de balusters erop, en dat is de boom die je elke dag ziet. Alles wat je op de trap zet, van je eigen gewicht tot een verhuisdoos, komt via de treden in die twee bomen terecht en gaat van daar naar de vloer.
De boom steunt onderaan op de vloer en hangt bovenaan aan de balk rond het trapgat. In veel huizen is de bovenkant van de boom ingelaten in een kolom of in de travee, wat betekent dat er een uitsparing in het hout is gemaakt waar de boom precies in valt. Staat de trap buiten, naar een verhoogd terras of een talud, dan hoort hij bij het gewone onderhoud van je tuin en groen, want daar bepaalt vocht hoe lang het hout meegaat.
Het verschil tussen een gesloten en een open trap zit in de manier waarop de treden aan de boom vastzitten. Bij een gesloten trap liggen trede en stootbord in een gefreesde sleuf en zie je van opzij alleen een gladde plank. Bij een open trap is de boom uitgezaagd in een zaagtandvorm en liggen de treden er bovenop.
| Term | Wat het is | Waar je op let |
|---|---|---|
| Aantrede | De diepte van een trede, gemeten van neus tot neus | Bij een woningtrap gebruikelijk 220 tot 240 mm |
| Optrede | Het hoogteverschil tussen twee treden | Alle optreden gelijk, ook de eerste en de laatste |
| Stootbord | Het staande plankje tussen twee treden | Valt bij een gesloten trap in dezelfde sleuf als de trede |
| Wig of spie | Het houten pennetje dat de trede in de sleuf klemt | Wordt van onderaf ingedreven, in de lijm, en daarna afgezaagd |
| Trapgatbalk | De balk aan de bovenkant van het trapgat | Hier hangt de trap aan, dus hier nooit zomaar in zagen |
| Nest of inkeping | De uitsparing waarin de boom in een kolom of balk valt | Zit die er, dan is de boom onderdeel van de constructie |
Een trapboom is een dragend onderdeel. Wie de zijkant van een trap open wil maken of een boom wil inkorten, moet eerst weten waar de boom op steunt en of hij ergens is ingelaten. Een boom die aan de bovenkant in een kolom valt en onderaan op de vloer staat, houdt de hele trap op zijn plek.
Welk hout je kiest en hoe dik de trapboom moet zijn
Voor een trapboom binnenshuis is vuren de standaard, en dat is niet uit armoede. Vuren is licht, blijft goed recht en laat zich prettig frezen, en omdat de meeste bomen toch dekkend geschilderd worden zie je de houtsoort niet terug. Wil je een blanke of geoliede trap, dan kom je bij eiken of beuken uit.
De dikte doet meer dan de houtsoort. Veertig millimeter is de gangbare maat voor een woningtrap, en daar zit een reden achter. Je freest er sleuven van twaalf tot vijftien millimeter in, en wat overblijft moet nog stijf genoeg zijn om niet te gaan veren. Met een plank van dertig millimeter houd je te weinig over. De breedte ligt meestal tussen 27 en 32 centimeter, want de sleuf loopt schuin door de plank en vraagt dus meer hoogte dan de optrede zelf.
Buiten gelden andere regels. Onverduurzaamd vuren dat regelmatig nat wordt, gaat er binnen een paar jaar aan, en het begint altijd bij de kopse kant onderaan. Kies daar verduurzaamd hout in duurzaamheidsklasse 4 of hoger, of een hardhoutsoort. Dezelfde afweging speelt bij het hout voor een verhoogde border die je goedkoop wilt maken. Niet de plank begeeft het, maar de plek waar water in het kopse hout kan trekken.
| Houtsoort | Gebruikelijke dikte boom | Waar hij past | Aandachtspunt |
|---|---|---|---|
| Vuren | 40 mm | Binnentrap die geschilderd wordt | Knoesten eerst isoleren, anders bloeden ze door de witte lak |
| Meranti | 40 mm | Binnentrap die blank of gebeitst blijft | Boor voor bij schroeven, het hout splijt makkelijk |
| Eiken | 40 tot 50 mm | Zichttrap, blank of geolied | Rvs schroeven gebruiken, gewoon staal geeft zwarte kringen |
| Beuken | 40 mm | Treden en bomen van een strakke binnentrap | Werkt sterk bij wisselend vocht, niet in een natte ruimte |
| Verduurzaamd vuren klasse 4 | 45 mm | Buitentrap in de tuin | Zaagsneden bijwerken met een eindkapmiddel |
| Douglas of lariks | 45 tot 50 mm | Buitentrap met een grove uitstraling | Harsuitslag bij zon, en zeker zwaarder dan vuren |
| Hardhout zoals bangkirai | 40 mm | Buitentrap die tientallen jaren mee moet | Voorboren is verplicht en het hout is loeizwaar |
De trap uitrekenen voordat je de trapboom aftekent
Het rekenwerk gaat vooraf aan de eerste lijn op de trapboom, want een fout van drie millimeter per trede wordt over veertien treden een verschil van ruim vier centimeter. Meet eerst de verdiepingshoogte: van de bovenkant van de begane grondvloer tot de bovenkant van de verdiepingsvloer, inclusief de dekvloer die er nog op komt. Deel die hoogte door het aantal optreden dat je wilt, tot je op een optrede uitkomt die klopt.
Het aantal aantreden is er altijd één minder dan het aantal optreden, omdat de laatste stap op de bovenvloer zelf uitkomt. De lengte die de trap in beslag neemt is dus het aantal aantreden maal de aantrede. Loop je vast omdat de trap niet past, dan verhoog je het aantal optreden en verklein je de aantrede, met de kanttekening dat de trap dan steiler wordt.
Wij toetsen de uitkomst altijd aan de loopregel: twee keer de optrede plus de aantrede hoort tussen ongeveer 57 en 65 centimeter uit te komen. Dat is een vuistregel uit de praktijk en geen norm, maar hij voorspelt verrassend goed of een trap prettig loopt. Voor een nieuwe woningtrap gelden daarnaast maten uit de bouwregelgeving voor aantrede, optrede, breedte en vrije hoogte, en die zijn bij bestaande bouw ruimer dan bij nieuwbouw. Zoek die actuele eisen op voordat je hout bestelt.
| Verdiepingshoogte | Aantal optreden | Optrede | Aantrede | Lengte in het gat | Loopregel |
|---|---|---|---|---|---|
| 2400 mm | 13 | 184,6 mm | 220 mm | 2640 mm | 589 mm |
| 2500 mm | 14 | 178,6 mm | 220 mm | 2860 mm | 577 mm |
| 2600 mm | 14 | 185,7 mm | 220 mm | 2860 mm | 591 mm |
| 2700 mm | 15 | 180,0 mm | 230 mm | 3220 mm | 590 mm |
| 2800 mm | 15 | 186,7 mm | 230 mm | 3220 mm | 603 mm |
| 3000 mm | 16 | 187,5 mm | 240 mm | 3600 mm | 615 mm |
Teken de eerste trede pas af als je weet hoe dik de vloerafwerking wordt. Komt er nog een laminaatvloer van tien millimeter op de begane grond, dan wordt de onderste optrede tien millimeter lager dan de rest en voelt die eerste stap raar aan. Reken de afwerking van beide vloeren mee.
Een trapboom maken met de bovenfrees
Een gesloten trap maken draait om de mal. Je freest in beide bomen dezelfde sleuven, in spiegelbeeld, en de enige manier om dat exact gelijk te krijgen is met een sjabloon dat je één keer goed maakt. Er zijn kant en klare trapboommallen te koop met verstelbare zijkanten, maar zelf een mal van twaalf millimeter multiplex zagen kan ook, mits je hem met de kopieerring en de freesdiameter doorrekent.
De sleuf voor trede en stootbord loopt aan de achterzijde iets breder uit, met een verjonging van ongeveer één op tien. Dat is de ruimte waar de wig in gaat. De trede schuif je van achteren in de sleuf, je smeert de wig in met lijm en drijft hem erachter, waardoor de trede naar voren tegen de zichtkant van de sleuf wordt getrokken. Aan de voorkant zie je dan een naadloze aansluiting, terwijl alle speling naar achteren is verdwenen.
Frees nooit de volle diepte in één keer. Zet de frees op vier of vijf millimeter en doe er drie gangen over, anders brandt het hout en loopt de frees uit de mal. Werk met een scherpe groeffrees en houd de stofzuiger erop, want spanen die in de mal blijven liggen tillen de frees op en maken de sleuf te ondiep.
Bij een open trap vervalt het freeswerk en zaag je de boom uit. Teken de zaagtandvorm af met een winkelhaak waar twee stelblokjes op zitten, één op de optrede en één op de aantrede, zodat je de driehoek steeds identiek verschuift. Zaag met de cirkelzaag tot vlak voor het snijpunt en maak de hoek af met een trekzaag. Doorzagen met de cirkelzaag geeft aan de achterkant een snede die je later terugziet als een scheurlijn in het hout.
Zaag de bomen pas op lengte als de trap droog is gepast. Zet de trap eerst zonder lijm in elkaar, plaats hem in het trapgat en controleer of de bovenste trede gelijk ligt met de verdiepingsvloer. Pas dan zaag je de bovenkant en de voet af. Een boom die twee centimeter te kort is, gooi je weg.
Een trapboom afwerken zonder dat je het schuurwerk terugziet
De afwerking van de vrije boom is het meest bekeken stuk van een trap, want je loopt er elke dag langs op ooghoogte. Begin met de schade: nietgaten van oude vloerbedekking, uitbrekinkjes langs de treden en de sponning waar de plint zat. Vul die met houtplamuur in twee dunne lagen in plaats van in één dikke, want dikke plamuur krimpt en tekent zich af onder de lak.
Schuur daarna op in stappen van 80 naar 120 en als laatste 180. Sla je de tussenkorrel over, dan blijven de krassen van de grove korrel zichtbaar zodra de eerste laklaag erop staat. Bij vurenhout gaan de knoesten voor het gronden in de schellak, anders trekt de hars binnen een half jaar bruin door je witte verf heen. Dat is de meest voorkomende reden dat een net geschilderde trapboom er na een winter vlekkerig uitziet.
Voor eiken en beuken is olie meestal mooier dan lak. Een beschadiging in een geoliede boom werk je bij met een doek en wat olie, terwijl beschadigde lak alleen met schuren en overlakken weg te krijgen is. Schuur voor olie niet fijner dan korrel 150: bij een te glad oppervlak sluiten de poriën zich en trekt de olie niet meer in.
Zit de boom tegen stucwerk aan, dan krijg je vroeg of laat een haarscheurtje in de aansluiting, want hout en stuc werken niet gelijk. De nette oplossing is een smalle wangplint langs de boom, waardoor de naad achter een lijstje verdwijnt. Kit je de naad in plaats daarvan, gebruik dan een overschilderbare acrylaatkit en werk hem strak af.
| Situatie | Afwerking | Voorbereiding | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Vuren boom binnen, dekkend geschilderd | Grondverf plus twee lagen lak | Plamuren, schuren 80 tot 180, knoesten in de schellak | Knoesten die na een half jaar bruin doorbloeden |
| Eiken of beuken zichtboom | Hardwasolie in twee dunne lagen | Schuren tot korrel 150, daarna ontstoffen | Te fijn schuren, waardoor de olie er bovenop blijft liggen |
| Boom bij een traprenovatie | Overzetstrook of wangbekleding op de bestaande boom | Oud lakwerk opruwen en grondig ontvetten | Lijmen op een stoffige boom, de strook laat aan de bovenkant los |
| Aansluiting boom op stucwerk | Wangplint van 12 tot 18 mm langs de boom | Stuc uit laten harden voordat het lijstje erop gaat | Vaste kit in een bewegende naad, die scheurt binnen een jaar |
| Treden zelf | Slijtvaste traplak of vloerlak | Ontvetten, want handzweet en boenwas houden lak tegen | Gewone muurlak op treden, die loopt binnen een seizoen kaal |
| Buitenboom in verduurzaamd hout | Transparante beits of buitenolie, jaarlijks bijwerken | Kopse kanten twee keer extra verzadigen | Dekkende verf die opblaast zodra er vocht achter komt |
| Boom vol nietgaten na vloerbedekking | Houtplamuur, daarna gronden en lakken | Nieten er echt uittrekken met een nijptang | Plamuren over een half ingeslagen niet heen |
Lak de onderkant van de treden en de binnenzijde van de boom voordat je de trap in elkaar zet, als je hem nieuw maakt. Daarna kom je er met een kwast nooit meer fatsoenlijk bij, en juist daar trekt hout vocht op.
De zijkant van een open trap dichtmaken
Een trap met een open zijkant waar je onderdoor kijkt, wordt vaak dichtgezet om er een kast van te maken of om de hal rustiger te laten ogen. Dat kan, maar niet zonder eerst uit te zoeken wat er dragend is. De trapboom moet blijven staan en moet aan de onderkant steun op de vloer houden. Zit hij bovenaan ingelaten in een kolom, dan blijft ook die kolom staan.
Wat er tussen de boom en de vloer zit, is meestal wel weg te halen. Meestal is dat een dun regelwerk met een plaatje ervoor, of een balusterrij die er alleen als afscheiding zat. Controleer voordat je begint waar de boom precies rust en of er ergens gewicht via die tussenwand naar beneden gaat.
Voor het dichtmaken zelf zijn er twee routes. Een licht regelwerk met gipsplaat is het snelst en het lichtst, en past goed als er een kastdeur in komt. Wil je een strak gestuct vlak dat aanvoelt als een muur, dan zetten wij liever gipsblokken of gasbeton, want daar kan de stukadoor met een dikkere laag overheen en je krijgt geen aftekenende plaatnaden. Op gipsplaat kan stucwerk ook, maar dan met wapeningsgaas over de naden.
Reken erop dat de hal na het dichtzetten een stuk donkerder wordt, want het licht dat nu onder de trap door valt verdwijnt. Neem de verlichting mee in het plan voordat de wand dichtgaat. Een spotje boven de trap en een bewegingsmelder in de kast schelen je een schakelaar die je met je armen vol niet kunt bedienen. De leiding leg je aan terwijl het regelwerk nog open is.
Sloop nooit iets weg voordat je de trapboom hebt gevolgd van boven naar beneden. Ga na waar hij op steunt en of er een nest in een kolom of balk zit. Twijfel je of een stijl of kolom meedraagt, laat het dan beoordelen voordat de zaag erin gaat.
Waar een houten buitentrap in de tuin het eerst kapotgaat
Buiten is de trapboom niet het probleem, maar de plek waar hij de grond raakt. Een boom die met zijn kopse kant op een tegel staat, zuigt het water dat op die tegel blijft staan zo naar binnen op. Binnen twee winters is dat stuk zacht. Zet de voet daarom op een rvs voetplaat of een kunststof afstandhouder, met een paar millimeter lucht eronder, en behandel de zaagkant met een eindkapmiddel voordat je hem plaatst.
De treden van een buitentrap liggen bij voorkeur met een klein afschot van een paar millimeter naar voren, zodat regenwater eraf loopt in plaats van tegen de boom te blijven staan. Werk met rvs schroeven, zeker in eiken en hardhout, want het looizuur in die houtsoorten reageert met gewoon staal en geeft zwarte uitgelopen vlekken rond elke schroefkop.
Wat een buitentrap glad maakt, is niet het hout maar de groene aanslag erop. Een trap onder een boom of naast een schutting droogt slecht en wordt daardoor sneller spekglad. Bomen die de hele dag schaduw geven pak je bij het snoeien mee: hoe je dat doet zonder de kroon te verpesten staat bij het snoeien van een dakplataan. Kom je met natte schoenen van het gazon af na het maaien van nat gras, dan merk je meteen hoe glad een onbehandelde trede is. Antislipstrips of een lak met antislipkorrel lossen dat op.
Kijk onder een buitentrap ook naar de grond zelf: de droge, losse zandgrond onder een trap of terras is precies waar grondwespen graag een nest bouwen. Neem de onderste trede mee als je de rest van je tuin en buitenruimte nakijkt.
Schroef de treden van een buitentrap van bovenaf vast en niet vanuit de boom door de zijkant. Verticale schroeven kun je later losdraaien om een rotte trede te vervangen, terwijl je bij een zijdelingse bevestiging de hele trap uit elkaar moet halen.
Kraken, losse wiggen en herstel van een bestaande trapboom
Een krakende trap is bijna nooit een probleem van de trapboom zelf, maar van de verbinding tussen trede en boom. De wig die de trede in de sleuf klemt is losgekomen of gebroken, en daardoor kan de trede een fractie bewegen zodra je erop stapt. Dat piepje hoor je meestal steeds op dezelfde tree.
De reparatie doe je van onderaf, in de trapkast. Kijk bij welke trede de wig loszit: je kunt hem vaak met de hand heen en weer bewegen. Trek de oude wig eruit, maak de sleuf schoon, smeer een nieuwe hardhouten wig in met houtlijm en drijf hem er met een hamer strak achter. Zaag hem daarna gelijk af. Zit de trapkast dicht en kun je er niet bij, dan is de tweede optie een schroef van bovenaf door de trede in de boom, voorgeboord en verzonken, met een propje of plamuur eroverheen.
Een scheur in de lengterichting van de boom hoeft niet ernstig te zijn. Krimpscheuren in vuren en douglas lopen met het hout mee en dragen gewoon door. Loopt de scheur schuin over de vezel, of zit hij precies door een sleuf heen, dan is dat een ander verhaal en verdient de trap een beoordeling ter plaatse. Datzelfde geldt als de boom aan de onderkant zacht aanvoelt bij het inprikken met een schroevendraaier.
Bij een traprenovatie wordt de bestaande boom meestal niet vervangen maar overgezet met een strook die je erop lijmt. Dat werkt goed, mits de oude lak is opgeruwd en volledig ontvet. Blijft er was of stof achter, dan laat de strook aan de bovenkant los en zie je een spleet die je met geen enkele kit meer netjes krijgt.
Zo maak je een gesloten trapboom
Deze volgorde geldt voor een rechte woningtrap met treden en stootborden in gefreesde sleuven.
-
Meet de verdiepingshoogte en bepaal de optrede
Meet van bovenkant vloer tot bovenkant vloer, met de vloerafwerking die er nog op komt meegerekend. Deel die hoogte door het aantal optreden tot je op een maat uitkomt die past. Alle optreden worden gelijk, ook de eerste en de laatste, want een afwijkende tree is precies de tree waar mensen over struikelen.
-
Toets de maten aan de loopregel en aan de beschikbare lengte
Vermenigvuldig het aantal aantreden met de aantrede en kijk of de trap in het gat past. Controleer daarna of twee keer de optrede plus de aantrede tussen 57 en 65 centimeter uitkomt. Klopt dat niet, dan schuif je met het aantal optreden voordat er ook maar één plank gezaagd is.
-
Maak of stel de mal in
Zet de trapboommal op de gevonden trede- en stootborddikte, inclusief de verjonging voor de wig. Frees een proefsleuf in een restplank en schuif de trede erin. Klemt hij netjes met de wig erachter, dan is de mal goed. Deze test kost tien minuten en voorkomt dat je twee bomen verkeerd freest.
-
Teken beide bomen in spiegelbeeld af
Leg de bomen naast elkaar met de goede kant naar boven en teken linksom en rechtsom af, niet twee keer hetzelfde. Houd aan de bovenkant en de onderkant genoeg overlengte, want de aansluiting op de vloer en de trapgatbalk zaag je pas later op maat.
-
Frees de sleuven in meerdere gangen
Klem de mal vast, zet de frees op vier tot vijf millimeter diepte en werk in drie gangen naar de eindmaat van twaalf tot vijftien millimeter. Zuig de spanen elke gang weg. In één keer volle diepte frezen brandt het hout, belast de frees en laat de sleuf uitlopen aan het einde.
-
Zet de trap droog in elkaar en pas hem in het gat
Schuif alle treden en stootborden zonder lijm in de sleuven en trek de bomen met spanbanden aan. Zet de trap in het gat en controleer of de bovenste trede gelijk komt met de verdiepingsvloer en of de boom vlak op de vloer staat. Nu pas zaag je de voet en de bovenkant af.
-
Lijm de trap en drijf de wiggen in
Haal de trap weer uit elkaar, breng lijm aan in de sleuven en zet hem opnieuw met spanbanden vast. Sla daarna elke wig ingesmeerd met lijm van achteren in, zodat de trede naar de zichtkant van de sleuf wordt getrokken. Zaag de wiggen af zodra de lijm hard is.
-
Stel de trap en zet hem vast
Plaats de trap, stel hem waterpas in de breedte en schroef hem bovenaan vast aan de trapgatbalk of laat hem in het nest vallen. Onderaan komt de boom op de vloer te staan, eventueel met een klos ertegen. Werk pas daarna af met plamuur, grondverf en lak.
Voordat je de trap definitief vastzet
Uit de praktijk
Een open trapzijde die dicht moest, met de boom in de kolom
In een woning met een open trapzijde was het plan om de hele onderkant weg te halen en er een gesloten wand van te maken. Bij het naspeuren bleek de trapboom aan de bovenkant ingelaten in de voorste kolom en onderaan gewoon op de vloer te steunen. Alles wat daartussen zat, was invulwerk en mocht weg, maar de boom en de kolom moesten blijven.
De wand is uiteindelijk in gipsblokken gezet en strak gestuct in plaats van met hout bekleed, omdat de hal daar rustiger van werd. Wat vooraf werd onderschat, was het licht: onder de trap door viel meer daglicht de hal in dan iedereen dacht, en na het dichtzetten werd het merkbaar donkerder. De leiding voor een spot en een bewegingsmelder is nog net op tijd meegenomen toen het regelwerk open lag.
Een trap die op de vierde tree bleef kraken
Een trap van een jaar of vijftien oud gaf op één tree een duidelijke piep, altijd op dezelfde plek. Van bovenaf was er niets te zien en de trede voelde volkomen vast aan. Onderin de trapkast bleek de wig achter die trede los te zitten: hij was met de hand heen en weer te bewegen.
De oude wig ging eruit, de sleuf werd schoongekrabd en er ging een nieuwe hardhouten wig in met houtlijm, van achteren stevig ingedreven. Het piepen was meteen weg. Bij twee andere treden zat de wig er nog wel in maar was hij losgetrild, en die zijn preventief opnieuw gelijmd. Zonder die kleine ingreep was het schroeven van bovenaf de enige optie geweest, en dan zie je de schroefkoppen door de lak heen.
Een buitentrap die onderaan wegrotte terwijl de rest nog goed was
Een houten trapje van drie treden naar een verhoogd terras zag er na vier jaar bovenin nog prima uit, maar de bomen waren onderaan zacht geworden. Met een schroevendraaier prikte je zo tien millimeter het hout in. De rest van de plank was kurkdroog en hard.
De oorzaak zat in de voet: de bomen stonden kaal op een tegel waar bij regen water op bleef staan, en dat trok via de kopse kant het hout in. Bij het herstel zijn de bomen twintig centimeter ingekort, is de nieuwe zaagkant behandeld met een eindkapmiddel, en staan ze nu op rvs voetplaatjes met een paar millimeter lucht eronder. Dezelfde trap staat er jaren later nog.
Veelgemaakte fouten
De bomen op lengte zagen voordat de trap is gepast
De verleiding is groot om alles in één werkgang af te zagen. Maar de aansluiting op de vloer en op de trapgatbalk klopt pas als de trap droog in het gat heeft gestaan. Een boom die twee centimeter te kort is, is niet te redden en kost je de hele plank.
In één keer op volle diepte frezen
Twaalf tot vijftien millimeter in één gang vraagt te veel van de frees. Het hout brandt, de frees loopt uit de mal en aan het einde van de sleuf krijg je uitloop die je later terugziet als een spleetje naast de trede. Drie gangen van vier of vijf millimeter kosten twintig minuten extra.
De wiggen droog inslaan of ze vergeten
Een wig zonder lijm houdt een paar jaar en trilt daarna los. Dat is de reden dat oude trappen op één of twee treden gaan kraken. Smeer elke wig in, drijf hem strak in en zaag hem pas af als de lijm hard is.
Een trapboom weghalen om ruimte te winnen
Onder een trap lijkt de boom soms een balk die in de weg zit bij het maken van een kast. Hij draagt echter alle treden en geeft die last door aan de vloer. Is hij bovenaan in een kolom of balk ingelaten, dan hoort daar ook de kolom bij het geheel.
Vurenhout gronden zonder de knoesten te isoleren
De verf ziet er de eerste maanden onberispelijk uit en kleurt daarna op elke knoest bruin. Hars uit de knoest trekt door de grondlaag en de lak heen. Een laagje schellak of knoestlak op elke knoest voorkomt dat, en overschilderen achteraf zonder isoleren helpt niet.
Een buitentrapboom kaal op de bestrating zetten
Kops hout zuigt water op als een rietje. Een boom die op een tegel staat waar plassen op blijven staan, is binnen twee winters onderaan zacht terwijl de rest van de plank nog gaaf is. Een voetplaat en een paar millimeter lucht schelen jaren.
Wangbekleding lijmen op een boom die niet ontvet is
Bij een traprenovatie wordt de overzetstrook op de bestaande boom gelijmd. Zit er nog boenwas, stof of glanzende lak op, dan hecht de montagekit onvoldoende en laat de strook aan de bovenrand los. Die spleet krijg je daarna met geen enkele kit meer netjes dicht.
Veelgestelde vragen
Wat is een trapboom precies?
De trapboom is de schuine draagbalk aan de zijkant van een trap waarin of waarop de treden rusten. Een rechte trap heeft er twee: een muurboom langs de wand en een vrije boom aan de open kant. Bij een gesloten trap zitten de treden in gefreesde sleuven in de boom, bij een open trap liggen ze op een uitgezaagde boom die van opzij een zaagtandvorm heeft.
Hoe kun je zelf een trapboom maken?
Reken eerst de trap uit: verdiepingshoogte delen door het aantal optreden, aantal aantreden is er één minder. Teken beide bomen in spiegelbeeld af en frees de sleuven met een bovenfrees en een trapboommal, in drie gangen tot twaalf à vijftien millimeter diep. Zet de trap daarna droog in elkaar, pas hem in het trapgat en zaag pas dan de voet en de bovenkant af. Lijmen en wiggen indrijven doe je als laatste.
Hoe dik moet een trapboom zijn?
Voor een woningtrap is veertig millimeter de gebruikelijke dikte, met een breedte van 27 tot 32 centimeter. Die dikte is nodig omdat er sleuven van twaalf tot vijftien millimeter in gefreesd worden en er genoeg materiaal moet overblijven om stijf te blijven. Buiten wordt vaak 45 millimeter aangehouden, deels vanwege de overspanning en deels omdat een zwaardere plank minder snel gaat kromtrekken in weer en wind.
Hoe kun je een trapboom afwerken als hij vol nietgaten zit?
Trek eerst alle nieten er echt uit met een nijptang, want plamuren over een half ingeslagen niet levert altijd een bult op. Vul de gaatjes daarna met houtplamuur in twee dunne lagen en laat elke laag hard worden voordat je schuurt. Schuur op van korrel 80 naar 120 naar 180. Bij vurenhout gaan de knoesten daarna in de schellak, en pas dan komt de grondverf erop.
Kun je een trapboom beter schilderen of beitsen?
Dat hangt af van het hout. Vuren met veel knoesten wordt zelden mooi in een transparante afwerking, dus daar is dekkend schilderen de logische keuze. Eiken, beuken en meranti komen juist tot hun recht met olie of een transparante beits, en zo'n afwerking heeft het voordeel dat je een beschadiging met een doek en wat olie kunt bijwerken. Beschadigde lak vraagt schuren en overlakken van de hele boom.
Mag je een trapboom weghalen of doorzagen?
Nee, niet zonder dat een bouwkundige naar de constructie heeft gekeken. De boom draagt alle treden en brengt die last naar de vloer en naar de balk rond het trapgat. Is hij bovenaan in een kolom of balk ingelaten, dan zit die kolom er ook niet voor de sier. Wat er tussen de boom en de vloer als invulwerk zit, mag meestal wel weg, maar dat stel je eerst vast.
Hoe maak ik de zijkant van de trap dicht?
Laat de trapboom en de kolom staan en vul alleen de ruimte ertussen op. Een regelwerk met gipsplaat is het lichtst en snelst, en past goed als er een kastdeur in komt. Wil je een strak gestuct vlak, dan werken gipsblokken of gasbeton beter, want die geven geen aftekenende plaatnaden. Trek de leiding voor verlichting terwijl het werk nog open is, want de hal wordt donkerder dan je verwacht.
Waarom kraakt mijn trap op steeds dezelfde tree?
Bijna altijd door een losgetrilde of gebroken wig achter die trede. De trede kan dan een fractie bewegen in de sleuf en dat geeft het piepje. In de trapkast kun je de wig vaak met de hand voelen bewegen. Trek hem eruit, maak de sleuf schoon en drijf er een nieuwe hardhouten wig in met houtlijm. Kun je er niet bij, dan is een voorgeboorde schroef van bovenaf door de trede in de boom de alternatieve oplossing.
Welke houtsoort kies ik voor een buitentrap?
Neem verduurzaamd hout in duurzaamheidsklasse 4 of hoger, of een hardhoutsoort zoals bangkirai. Douglas en lariks kunnen ook, maar geven bij zon harsuitslag. Bewerk elke zaagsnede met een eindkapmiddel, want daar begint de rot. Gebruik rvs schroeven in eiken en hardhout: het looizuur in die soorten reageert met gewoon staal en geeft zwarte vlekken rond elke schroefkop. Kijk voor de houtkeuze ook naar wat je bij een verhoogde border gebruikt, want daar speelt hetzelfde vochtprobleem.
Hoe voorkom ik dat een houten buitentrap glad wordt?
Gladheid komt van de groene aanslag op het hout en niet van het hout zelf. Zorg dat de trap kan drogen: snoei overhangend groen weg en houd de treden vrij van bladeren. Leg de treden met een paar millimeter afschot naar voren zodat er geen water blijft staan. Blijft het glad, dan helpen rubberen antislipstrips of een lak met antislipkorrel. Borstel de aanslag er in het voorjaar af met een harde bezem en groene zeep.
Hoe diep moeten de sleuven in de trapboom zijn?
Twaalf tot vijftien millimeter is gebruikelijk bij een boom van veertig millimeter dik. Dieper frezen verzwakt de boom, ondieper geeft te weinig houvast voor de trede en de wig. De sleuf loopt aan de achterkant iets breder uit, ongeveer één op tien, zodat de wig de trede naar de zichtkant kan trekken. Test de maat altijd eerst in een restplank voordat je de echte boom onder de frees legt.
Kan ik een oude trapboom overzetten in plaats van vervangen?
Ja, dat is bij een traprenovatie de gebruikelijke werkwijze. Er komt een overzetstrook of wangbekleding op de bestaande boom, gelijmd met montagekit. Het staat of valt met de voorbereiding: ruw de oude lak op met schuurpapier en ontvet de hele boom grondig. Blijft er was of stof achter, dan laat de strook aan de bovenrand los en zie je een spleet die met kit niet meer netjes te krijgen is.
Wanneer je beter een vakman belt
Het maken en afwerken van een trapboom is werk dat je met een bovenfrees en geduld zelf kunt doen. Er zijn wel vier momenten waarop je beter stopt en iemand laat kijken.
Het eerste is elke ingreep waarbij een boom, een kolom of de balk rond het trapgat weg zou moeten. Dat is dragend werk, en de gevolgen zie je niet meteen maar wel op termijn. Laat een bouwkundige of constructeur beoordelen wat er weg mag voordat de zaag erin gaat.
Het tweede is een trap die zichtbaar zakt, waar de bomen aan de onderkant zacht zijn of waar een scheur schuin over de vezel loopt. Dan is de vraag niet hoe je hem afwerkt maar of hij nog draagt, en dat beoordeel je ter plaatse.
Het derde is werken boven de trap zelf. Een trapgat is een van de lastigste plekken in huis om veilig op hoogte te staan, want je hebt geen vlakke ondergrond. Gebruik een trapgatsteiger of een verstelbare kamersteiger en niet een ladder die je op een tree zet.
Het vierde speelt bij oudere woningen. Onder een trap of in een trapkast van voor 1994 kan een plaat zitten die asbest bevat. Boor of zaag daar niet in voordat je weet wat het is: laat het onderzoeken en, als het inderdaad asbest is, door een gecertificeerd bedrijf weghalen.