Schoren bij een overkapping: wanneer wel en hoe je ze vastzet
Vier staanders met liggers erop vormen een rechthoek, en een rechthoek laat zich scheeftrekken. Een schoor maakt daar een driehoek van, en daarmee staat de vorm vast. Schoren mogen alleen weg als de stabiliteit ergens anders vandaan komt: een stijve wand, een dichtgezet dakvlak of een staander die aan de voet ingeklemd staat. Verder telt vooral de verbinding, want een schoor die met een enkele schroef vastzit is nog steeds een scharnier.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Verstekzaag met voldoende zaagcapaciteit, of een handzaag met verstekbak
- Accuboormachine en een ratelsleutel of dopsleutelset
- Houtboor of slangenboor van 11 en 13 mm voor doorgaande bouten
- Waterpas van 120 cm en een lange rei
- Twee lijmklemmen om de schoor droog vast te zetten
- Timmermanspotlood, duimstok en een zwei voor de hoek
- Stevige trap of rolsteiger, geen keukentrapje
Materiaal
- Schoorhout in dezelfde houtsoort als de constructie, meestal douglas of lariks
- Doorgaande bouten M10 of M12 met moeren
- Carrosseriesluitringen, ruim in diameter
- Houtdraadbouten van 8 of 10 mm als je niet kunt doorboren
- Roestvaste schroeven in kwaliteit A2 bij douglas, lariks en eiken
- Thermisch verzinkte knieplaten of hoekverbinders als alternatief
- Houtolie of beits voor de kopse kanten van de schoor
Wat een schoor in een overkapping precies doet
Een overkapping op staanders is constructief gezien een rechthoek, en een rechthoek is de enige vorm die je zonder gereedschap kunt vervormen. Duw tegen de bovenkant en de hoeken draaien mee, want de verbinding tussen staander en ligger is in de basis een scharnier. Zet je een diagonaal in dat vlak, dan ontstaat een driehoek en die vervormt niet meer zonder dat het hout zelf rekt of breekt. Dat is het hele principe. Hoe de rest van de constructie in elkaar zit, van fundering tot dakrand, staat in ons overzicht over een overkapping bouwen en droog houden.
De kracht die op die rechthoek staat, komt vrijwel altijd van wind. Wind duwt tegen het dakvlak en tegen alles wat eronder staat, en die horizontale kracht moet via de staanders naar de grond. Zonder driehoek loopt die weg alleen via de hoekverbindingen, en een paar bouten in een houtverbinding kunnen dat moment niet opnemen.
Wind werkt trouwens twee kanten op. Aan de loefzijde duwt hij, over het dakvlak zuigt hij het dak omhoog. Een schoor krijgt daardoor de ene keer druk en de andere keer trek te verwerken, en dat is de reden dat de bevestiging aan beide einden op trek moet kunnen werken. Een schoor die er alleen tegenaan ligt, doet niets zodra de wind draait.
Wil je van een bestaande overkapping weten of hij stabiel is: zet je schouder tegen een staander en duw ritmisch mee, in de maat waarin de constructie zelf terugveert. Beweegt de kop merkbaar mee, dan mist er een driehoek in precies die richting. Doe dat in beide richtingen, want een overkapping kan in de lengte prima staan en dwars alsnog los zijn.
Wanneer een overkapping wel of geen schoren nodig heeft
De vraag is niet of je schoren mooi vindt, maar waar de horizontale kracht naartoe gaat. Elke overkapping heeft een stabiliteitssysteem, en schoren zijn daar de meest zichtbare vorm van. Is er een ander systeem dat de kracht opneemt, dan mogen de schoren weg. Is dat er niet, dan blijft er een constructie over die per windvlaag een stukje scheefstaat en zich weer terugveert, en die beweging sloopt op termijn de verbindingen.
Kijk daarbij per richting. Een overkapping die met de achterkant aan een gemetselde gevel hangt, staat in de lengte van die gevel vaak prima, terwijl hij dwars op de gevel nog volledig los is. Twee richtingen betekent dus ook twee keer de vraag beantwoorden.
Er zit ook een tijdsaspect in. Een overkapping die het eerste jaar prima staat, kan na drie zomers gaan bewegen omdat het hout gekrompen is en de verbindingen speling hebben gekregen. Wie de schoren weglaat, leunt dus op verbindingen die met de jaren juist losser worden in plaats van vaster. Een driehoek heeft dat probleem niet: die blijft werken zolang het hout heel is en de bouten op hun plek zitten.
| Situatie | Waar de stabiliteit vandaan komt | Wat er dan nodig is |
|---|---|---|
| Vrijstaande overkapping op vier staanders, rondom open | Nergens vandaan, alle vier de hoeken zijn scharnieren | Schoren in beide richtingen, symmetrisch over minstens twee assen verdeeld |
| Achterkant vast aan een gemetselde gevel | De gevel, maar alleen evenwijdig aan die muur | Schoren in de richting dwars op de gevel, plus een deugdelijke verankering in het metselwerk |
| Tegen een houten schuurwand aan gebouwd | Alleen als die wand zelf beplating heeft die rondom is vastgeschroefd | Schoren in beide richtingen, tenzij die wand aantoonbaar als stijve schijf werkt |
| Dakvlak dicht met plaatmateriaal, rondom vastgeschroefd | Het dakvlak werkt als schijf en verdeelt de kracht naar de zijkanten | Nog steeds twee geschoorde assen of een stijve wand waar die schijf zijn kracht kwijt kan |
| Losse dakplaten met een paar schroeven per plaat | Niets, losse platen kunnen ten opzichte van elkaar verschuiven | Volwaardige schoren, de dakbedekking telt hier niet mee |
| Zijwanden dicht met beplating of vaste glaspanelen | De wanden, mits ze aan alle vier de zijden vastzitten | Schoren in de richting waar geen wand zit |
| Staanders ingeklemd in een diepe betonpoer | De inklemming aan de voet, mits het beton echt onwrikbaar is | Vaak geen schoren, wel controle op rot en verzakking bij de voet |
| Carport waar je met de auto doorheen rijdt | Alleen van de dakschijf of van momentvaste kopverbindingen | Korte kniestukken hoog tegen de ligger of stalen knieplaten |
Een dakvlak telt pas mee als het echt een schijf is. Dat betekent plaatmateriaal dat langs elke rand en op elke tussenliggende gording is vastgeschroefd, met de naden op een balk. Dakplaten die alleen op de hoeken vastzitten of golfplaten die op een paar punten geschroefd zijn, kunnen ten opzichte van elkaar bewegen en dragen niets bij aan de stabiliteit.
Soorten schoren en andere manieren om een overkapping stijf te krijgen
Een schoor is de bekendste manier om een overkapping stijf te zetten, maar niet de enige. Welke vorm past, hangt af van hoeveel ruimte je wilt houden en hoeveel je van de constructie wilt zien. Alle varianten hieronder doen hetzelfde: ze zorgen dat de hoek tussen staander en ligger niet meer kan veranderen zonder dat er iets moet rekken.
Wat ze onderling onderscheidt is de arm waarmee ze werken. Hoe verder een oplossing van de hoek af grijpt, hoe kleiner de kracht in de bevestigingen. Een kniestuk van 30 cm en een lange schoor over de volle staanderhoogte doen constructief hetzelfde werk, maar in de bouten van dat korte kniestuk zit een veelvoud aan kracht.
Combineren mag, en gebeurt in de praktijk ook. Een gebruikelijke opzet is een dichte achterwand die de lengterichting opvangt, met kniestukken in de zijvlakken voor de dwarsrichting. Wat niet werkt is elke richting half oplossen: twee halve maatregelen in hetzelfde vlak leveren geen hele op, omdat de slapste schakel bepaalt hoeveel de constructie beweegt voordat er kracht wordt opgenomen.
| Oplossing | Hoe het werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|
| Kniestuk onder 45 graden | Korte diagonaal tussen staander en ligger, vlak onder de kop | Kost hoofdruimte in de hoek, en hoe korter het stuk hoe zwaarder de bevestiging belast wordt |
| Lange schoor van voet naar kop | Diagonaal over de volle hoogte van een vak | Zeer stijf, maar loopt dwars door de doorgang en past daarom zelden aan de open zijde |
| Windverband in het dakvlak | Kruislings bandstaal of houten diagonalen onder de gordingen | Bandstaal werkt alleen op trek, dus altijd twee stuks kruislings en met een spanschroef strak gezet |
| Dakvlak als schijf | Plaatmateriaal rondom geschroefd, naden op een balk | De kracht moet aan de rand ergens naar beneden kunnen, dus een stijve wand of een geschoorde as blijft nodig |
| Momentvaste kop | Twee liggerdelen aan weerszijden van de staander, doorgebout | Een enkele bout is een scharnier; het werk wordt gedaan door de afstand tussen twee of meer bouten |
| Stalen knieplaat of hoekverbinder | Verzinkte plaat over de hoek, door beide delen bevestigd | Alleen met de schroeven of bouten die de fabrikant voorschrijft, en met alle gaten gevuld |
| Ingeklemde staander | De voet in beton of diep in de grond neemt het moment op | Hout in de grond rot, ook geimpregneerd; een stalen paalanker in een poer gaat veel langer mee |
| Bestaande wand of schuur | De aangrenzende constructie neemt de kracht over | Werkt alleen in de richting van die wand, dwars erop verandert er niets |
Waar je de schoren zet en hoeveel je er nodig hebt
Twee schoren aan de voorzijde ogen netjes en doen constructief maar de helft van het werk. Een overkapping moet in beide richtingen vastliggen, dus je hebt minstens twee geschoorde assen nodig in de lengte en twee in de breedte. Bij een rechthoek op vier staanders betekent dat meestal een kniestuk in beide richtingen aan elke staander. Het alternatief is per richting twee tegenover elkaar liggende vakken schoren.
Verdeel ze symmetrisch. Zit alle stijfheid aan een kant, dan draait de constructie bij wind om dat stijve punt en dat wringen komt volledig in de losse hoeken terecht. Twee schoren links en niets rechts is daarom slechter dan een schoor links en een rechts.
Bij een overkapping die aan de gevel hangt, zit de kracht evenwijdig aan die muur al opgevangen. Dwars op de gevel is er alleen de verankering, en die neemt geen moment op als hij met een paar keilbouten in een halfsteens muur zit. Zet daar dus schoren in de zijvlakken, of maak de zijwand dicht.
Ga je later de staanders verlengen omdat het dak van de overkapping hoger moet, houd er dan rekening mee dat de hefboom groeit. Bij hogere staanders wordt de kracht in dezelfde kniestukken groter, en dan verleng je de benen van de schoor mee in plaats van de oude maat aan te houden.
Schoren die je niet of nauwelijks ziet
De meest gehoorde reden om schoren weg te laten is het uiterlijk. Dat is een reeel bezwaar, en er zijn manieren om de driehoek uit het zicht te halen zonder de stabiliteit op te geven.
Het eenvoudigst is de schoren verplaatsen naar de vakken waar niemand langsloopt, meestal de achterkant en de zijkant tegen de erfgrens. De voorzijde blijft dan open, terwijl de constructie in beide richtingen alsnog een geschoorde as heeft. Dat werkt alleen als het dakvlak stijf genoeg is om de kracht van voor naar achter te brengen.
Een tweede route is de stijfheid in de wanden stoppen. Zodra je aan het dicht maken van de overkapping begint met beplating of glas, kan een deugdelijk beplate wand het werk van de schoren overnemen. Let wel op de keerzijde: een dichte wand vangt ook veel meer wind, dus de kracht op de fundering neemt juist toe.
Blijft staal over. Een thermisch verzinkte knieplaat over de binnenhoek is korter en slanker dan een houten schoor, en er bestaan uitvoeringen die je wegwerkt in een zaagsnede in het hout. Dan blijven alleen de bouten zichtbaar. Volg daarbij de bevestigingsopgave van de fabrikant, want zo'n plaat ontleent zijn sterkte aan het aantal en de plaats van de schroeven en niet aan de plaat zelf.
Hoe lang, hoe dik en onder welke hoek de schoor komt
Voor een schoor van 45 graden meet je twee gelijke benen af, een langs de staander en een langs de ligger. Die hoek is niet heilig, maar hij verdeelt de kracht gelijkmatig over beide aansluitingen en geeft de gunstigste verhouding tussen stijfheid en de kracht in de bouten. Wijk je ervan af, houd de schoor dan liever steiler dan platter, want een vrijwel horizontale schoor is nauwelijks nog een diagonaal.
Voor de dikte houden wij de vuistregel aan dat de schoor niet meer dan een maat lichter is dan de staander. Een schoor van 45 x 70 mm tegen een staander van 150 x 150 mm ziet er mager uit. Belangrijker is dat er te weinig hout in zit om twee bouten met genoeg onderlinge afstand kwijt te kunnen. De tabel hieronder is onze werkwijze en geen norm; bij een grote overspanning of een dak vol zonnepanelen laat je de maten narekenen.
Reken de doorloophoogte onder de overkapping vooraf uit in plaats van achteraf te merken dat je erlangs moet lopen. Bij een ligger op 240 cm en een schoor met benen van 50 cm zit het laagste punt van de schoor op 190 cm boven de vloer, en dat op ongeveer een halve meter uit de staander. Bij een carport of een doorgang naar de tuin is dat vaak net te laag en verplaats je de driehoek naar een ander vak.
| Staander | Schoor die daarbij past | Beenlengte langs staander en ligger | Bevestiging per uiteinde |
|---|---|---|---|
| 70 x 70 mm | 45 x 70 of 70 x 70 mm | 30 tot 40 cm | Twee houtdraadbouten van 8 mm |
| 90 x 90 mm | 70 x 70 mm | 35 tot 45 cm | Twee houtdraadbouten van 8 of 10 mm |
| 100 x 100 mm | 70 x 70 mm | 40 tot 50 cm | Twee houtdraadbouten van 10 mm of doorgaande bouten M10 |
| 120 x 120 mm | 70 x 70 of 100 x 100 mm | 50 tot 60 cm | Doorgaande bouten M12 met carrosserieringen |
| 150 x 150 mm | 100 x 100 mm | 60 tot 70 cm | Doorgaande bouten M12, twee per aansluiting |
| Stalen kolom | Stalen knieplaat of buisschoor | Volgens de leverancier | Bouten in de door de leverancier aangegeven gaten |
Teken de schoor af op de constructie zelf in plaats van hem uit te rekenen. Klem een recht stuk hout schuin tegen staander en ligger, teken langs beide delen af en zaag op die lijnen. Een verstek dat is nagemeten op de bouwplaats sluit vrijwel altijd beter aan dan een hoek van precies 45 graden op hout dat een fractie uit het lood staat.
De verbinding is het zwakke punt, niet het hout
Schoorhout begeeft het vrijwel nooit. Wat wel bezwijkt of gaat werken, is de aansluiting. De basisregel is dat er per uiteinde twee bevestigingsmiddelen zitten, en dat die uit elkaar staan in de lengterichting van de schoor. Met een enkele bout kan de schoor om die bout draaien, en dan is het nog steeds een scharnier met een stuk hout eraan.
Schroef nooit in het kopse hout van de schoor. Schroefdraad in kopshout houdt maar een fractie van wat hij in langshout houdt, omdat de draad tussen de vezels zit in plaats van eromheen. Bevestig dus door de wang van de schoor heen, schuin door het verstek of met een doorgaande bout die het hele pakket doorboort.
Voor doorgaande bouten geldt: boor het gat een millimeter ruimer dan de bout, zodat je hem er zonder inslaan doorheen krijgt en het hout kan werken. Gebruik carrosserieringen onder kop en moer, want een gewone kleine ring zinkt in douglas weg en dan is de voorspanning binnen een jaar verdwenen. Houd bouten bij belaste einden ruim uit de kop van het hout, als vuistregel zeven keer de boutdiameter, en minstens drie keer die diameter uit de zijkant. Boor je dichterbij, dan splijt het hout langs de vezel zodra de wind echt aan de overkapping trekt.
Kies bij douglas, lariks en eiken roestvaste bevestiging in kwaliteit A2. Het looizuur in deze houtsoorten tast gewoon verzinkt staal aan, en dan krijg je zwarte strepen die vanaf elke schroefkop naar beneden lopen. Bij grenen en vuren is thermisch verzinkt buiten meestal voldoende.
Vers gezaagd douglas krimpt fors in het eerste droge seizoen. Een verbinding die in het najaar strak zat, heeft in augustus speling en dan gaat de overkapping kraken bij wind. Trek daarom alle bouten na een jaar opnieuw aan en controleer of de ringen zijn ingezakt in het hout.
Een overkapping die wiebelt, kraakt of scheef gaat staan
Bewegen en geluid maken zijn twee verschillende signalen. Zichtbare beweging betekent dat er een driehoek ontbreekt of dat een verbinding het niet meer houdt. Geluid zonder zichtbare beweging wijst meestal op speling: het hout is gekrompen, de bout heeft ruimte gekregen en de delen schuiven bij elke vlaag een fractie langs elkaar.
Loop bij twijfel eerst de bevestigingen na voordat je hout bijbestelt. Een middag alle bouten natrekken lost meer klachten op dan een extra schoor, zeker bij een constructie die een paar zomers oud is. Blijft de beweging na het natrekken bestaan, dan is de richting waarin hij beweegt precies de richting waar de driehoek mist.
Kijk daarnaast naar de voet van elke staander. Een paaldrager die op een te ondiepe poer staat, kantelt bij wind een fractie mee, en boven in de constructie voel je dat als een slappe overkapping terwijl de schoren gewoon goed zitten. Schoren toevoegen helpt dan niet: de kracht komt keurig naar beneden, maar de fundering geeft mee. Herstel in dat geval eerst de voet en beoordeel daarna pas opnieuw of er een diagonaal bij moet.
| Wat je merkt | Wat er meestal aan de hand is | Wat eraan helpt |
|---|---|---|
| De kop beweegt zichtbaar mee met de wind, steeds in dezelfde richting | In dat vlak zit geen diagonaal en geen stijve wand | Schoren of beplating toevoegen in precies dat vlak, aan twee tegenover elkaar liggende assen |
| Kraken bij wind, maar niets beweegt zichtbaar | Speling in de bouten door krimp van het hout | Alle bouten natrekken en controleren of de ringen zijn weggezakt in het hout |
| Een spleet in het verstek van de schoor die groter wordt | De schoor zit met een enkele bevestiging vast en heeft gedraaid | Tweede bout erbij op afstand van de eerste, verstek opnieuw passend zagen |
| Een staander staat uit het lood, de hele overkapping is scheef | De voet is verzakt of het paalanker heeft gewerkt | Eerst de fundering herstellen en de constructie terugstellen, daarna pas schoren |
| Zwarte strepen onder elke schroefkop | Looizuur in douglas, lariks of eiken tast verzinkt staal aan | Vervangen door roestvaste bevestiging in kwaliteit A2 |
| Klepperende dakplaten terwijl de constructie stijf aanvoelt | Losse bevestiging van de dakbedekking, geen probleem met de stabiliteit | Bevestiging van de platen nalopen en de rubberen ringen vervangen |
| De ligger komt aan het uiteinde omhoog bij harde wind | Windzuiging trekt het dak op en de kop is niet op trek verankerd | Verbinding op trek uitvoeren en de paaldragers voorzien van opwaaibeveiliging |
Zo zet je schoren in een bestaande overkapping
Deze volgorde geldt voor het toevoegen van kniestukken aan een houten overkapping die al staat.
-
Bepaal in welke richting de constructie beweegt
Duw met je schouder tegen een staander, eerst in de lengterichting en daarna dwars. Laat iemand meekijken bij de kop, want daar is de beweging het grootst. De richting waarin je merkbaar beweging krijgt, is de richting waar de driehoek ontbreekt en dus waar de eerste schoor komt.
-
Kies de vakken en de beenlengte
Neem per richting twee vakken die tegenover elkaar liggen, zodat de constructie niet om een stijf punt gaat draaien. Meet daarna de doorloophoogte onder het laagste punt van de geplande schoor. Loop je erlangs of rijd je eronder door, verplaats de schoor dan naar een vak waar dat niet speelt.
-
Zet de constructie eerst te lood
Een schoor legt de vorm vast zoals die op dat moment is. Staat de overkapping scheef, dan zet je de scheefstand vast. Stel dus eerst met een lange waterpas en tijdelijke latten de staanders te lood, en zorg dat de fundering in orde is voordat je iets definitiefs vastbout.
-
Teken de schoor af en zaag hem passend
Klem het schoorhout schuin tegen staander en ligger en teken langs beide delen af. Zaag op die lijnen en pas de schoor droog. Er mag geen spleet in het verstek zitten, want een schoor die niet aanligt begint pas te werken nadat de constructie al een centimeter heeft bewogen.
-
Boor voor en zet het eerste uiteinde losjes vast
Boor doorgaande gaten een millimeter ruimer dan de bout en houd de gaten ruim uit het kopse einde van het hout. Draai het eerste uiteinde handvast, zodat je de schoor nog kunt bijstellen. Werk hier vanaf een stevige trap of rolsteiger en niet vanaf de ligger zelf: een val van twee meter met een boormachine in je hand loopt zelden goed af.
-
Bout beide uiteinden definitief vast
Per uiteinde komen twee bevestigingen, uit elkaar in de lengterichting van de schoor. Leg carrosserieringen onder kop en moer en draai gelijkmatig aan tot de ringen net in het hout beginnen te tekenen. Doordraaien tot het hout kreukt levert geen extra sterkte op en zorgt juist voor speling zodra het hout krimpt.
-
Herhaal in de andere richting en controleer opnieuw
Doe hetzelfde in het tweede vlak en duw daarna nogmaals tegen de staanders. Beweegt er nog iets, kijk dan of het zit in de schoren zelf of in de voet van de staander. Bij een overkapping die je later met wanden dicht wilt zetten neemt de windbelasting toe, dus schoor dan aan de zwaardere kant van de tabel.
-
Werk het kopse hout af en trek na een seizoen na
Behandel de schuine kopse kanten met houtolie of beits, want daar zuigt het hout water op en daar begint de rot. Zet de klus daarna in je agenda voor over een jaar: alle bouten een keer natrekken nadat het hout een droge zomer achter de rug heeft.
Voordat je de laatste bout aandraait
Uit de praktijk
Een schoor die met een enkele bout vastzit
Een schoor met een enkele bout per uiteinde kan om die bout draaien, en dan verandert er niets aan de vervormbaarheid van de rechthoek. Het hout ligt er wel, maar constructief is het nog steeds een scharnier. Je herkent het aan een verstek dat aan een kant openstaat en waar de spleet met de seizoenen groter wordt.
Wat het oplost is een tweede bevestiging per uiteinde, geplaatst op afstand van de eerste in de lengterichting van de schoor. Die afstand doet het werk: het koppel tussen twee bouten houdt de hoek vast. Twee bouten vlak naast elkaar dwars op de schoor helpen daar dus veel minder bij dan twee bouten achter elkaar.
Schoren die alleen in een richting zitten
Vier kniestukken die allemaal in de lengterichting staan, geven een overkapping die in de lengte muurvast staat en dwars nog volledig los is. Bij wind uit de zijkant kantelt hij dan alsnog, en omdat de lengterichting wel vastligt, gaat al het wringen in de hoekverbindingen zitten.
Het symptoom is een constructie die aan een kant onwrikbaar aanvoelt en aan de andere kant meebeweegt als je ertegen duwt. Het herstel zit niet in meer schoren in de sterke richting, maar in minstens twee schoren in het zwakke vlak. Zet die aan tegenover elkaar liggende staanders, zodat de constructie niet om een stijf punt gaat draaien.
Een schoor die buiten de staander aangrijpt
Soms wordt een schoor tegen het uitstekende deel van de ligger gezet, voorbij de staander. De kracht uit de schoor komt dan op een uitkragend stuk hout terecht dat daar niet voor bedoeld is. In plaats van dat de kracht netjes de staander in loopt, wordt de ligger aan het einde omhooggeduwd of naar beneden getrokken, en dat scheurt op termijn de verbinding boven de staander open.
De schoor hoort binnen het vak te grijpen: van de staander naar het deel van de ligger dat tussen twee staanders zit. De kracht loopt dan langs de kortste weg naar de staander en van daar naar de fundering. Zit er per se geen ruimte binnen het vak, dan is een stalen knieplaat over de binnenhoek de betere oplossing.
Veelgemaakte fouten
Schroeven in het kopse hout van de schoor
In kopshout ligt de schroefdraad tussen de vezels in plaats van eromheen, en de uittrekwaarde is daardoor een fractie van wat je in langshout haalt. Een schoor die zo vastzit voelt bij montage stevig aan en komt bij de eerste stevige storm los. Bevestig door de wang, schuin door het verstek of met een doorgaande bout.
Een verstek dat niet aanligt
Een spleet van drie millimeter tussen schoor en ligger betekent dat de schoor pas kracht opneemt nadat de constructie al is gaan bewegen. Precies die beweging wil je voorkomen. Pas de schoor droog, en zaag hem opnieuw als hij niet over de volle breedte aanligt.
De bout te dicht bij het kopse einde
Hout splijt langs de vezel, en een bout vlak bij het einde van een schoor duwt precies in die richting. Bij de eerste zware windvlaag scheurt het stuk hout achter de bout eraf. Houd als vuistregel zeven keer de boutdiameter aan tot het kopse einde en drie keer die diameter tot de zijkant.
Alle schoren aan een kant vanwege het zicht
Als alle stijfheid aan de achterzijde zit, draait de constructie bij zijwind om dat stijve deel heen. De losse hoeken krijgen dan alle vervorming te verwerken. Verdeel de driehoeken symmetrisch, ook als dat betekent dat er aan een zichtzijde een schoor komt.
De dakplaten meerekenen als windverband
Golfplaten of dakplaten die met een paar schroeven per stuk vastzitten, kunnen ten opzichte van elkaar schuiven. De rechthoek eronder verandert dan gewoon van vorm, hoe stevig het dak ook aanvoelt.
Als schijf telt alleen een dakvlak dat rondom en op elke tussenliggende gording is vastgeschroefd. Ook dat vlak moet zijn kracht aan de rand naar beneden kwijt kunnen, dus een geschoorde as of een stijve wand blijft nodig.
Verzinkte schroeven in douglas of eiken
Het looizuur in deze houtsoorten reageert met zink en staal. Je krijgt zwarte uitlopers onder elke schroefkop en op termijn een aangetaste bevestiging op de plek waar het hout het langst nat blijft. Gebruik buiten roestvast staal in kwaliteit A2 voor alles wat in het zicht en in het water zit.
Nooit meer natrekken na het eerste jaar
Hout dat buiten staat werkt met de seizoenen, en vers gezaagd douglas krimpt in de eerste droge zomer merkbaar. De bouten die je strak aandraaide, hebben daarna speling en de overkapping begint te kraken bij wind. Een ronde met de dopsleutel na een jaar houdt de verbindingen op spanning.
Schoren zetten in een constructie die scheef staat
Een schoor legt de vorm vast zoals hij op dat moment is. Bout je hem in terwijl een staander uit het lood staat, dan zit die scheefstand er voorgoed in en trek je hem er later niet meer uit. Stel eerst te lood met tijdelijke latten en controleer de fundering, en zet daarna pas de driehoek vast.
Veelgestelde vragen
Wel of geen schoren bij een overkapping?
Schoren mogen alleen weg als de stabiliteit ergens anders vandaan komt. Dat kan een gemetselde gevel zijn waar de constructie aan vastzit, een wand met beplating die rondom is vastgeschroefd, een dakvlak dat als stijve schijf werkt, of staanders die aan de voet in beton zijn ingeklemd. Is geen van die vier aanwezig, dan blijft de rechthoek vervormbaar en heeft de overkapping in beide richtingen een diagonaal nodig.
Beantwoord de vraag altijd per richting. Veel overkappingen staan in de lengte prima en zijn dwars nog volledig los.
Hoe lang moet een schoor van een overkapping zijn?
Bij een schoor van 45 graden meet je twee gelijke benen af langs staander en ligger. Bij staanders van 100 x 100 mm houden wij benen van 40 tot 50 cm aan, bij zwaardere staanders van 150 x 150 mm eerder 60 tot 70 cm. Hoe langer die benen, hoe kleiner de kracht in de bouten, en hoe meer hoofdruimte je in de hoek inlevert. Dat is de afweging: reken eerst de doorloophoogte na en kies daarna de lengte.
Onder welke hoek zet je een schoor het beste?
Vijfenveertig graden verdeelt de kracht gelijk over de aansluiting op de staander en die op de ligger, en dat is voor een gewone overkapping de gunstigste verhouding. Moet je ervan afwijken omdat er ruimte in de weg zit, kies dan een steilere schoor in plaats van een plattere. Een schoor die bijna evenwijdig aan de ligger loopt, is nauwelijks nog een diagonaal en levert weinig stijfheid op.
Kan ik een overkapping zonder schoren bouwen?
Dat kan, maar dan neemt iets anders het werk over. Meestal is dat een momentvaste kopverbinding: twee liggerdelen aan weerszijden van de staander, doorgebout met meerdere bouten op afstand van elkaar. Ook stalen knieplaten in de binnenhoek, staanders die in een diepe betonpoer zijn ingeklemd en stijve wanden kunnen die rol overnemen. Een overkapping zonder schoren en zonder een van deze oplossingen beweegt bij elke windvlaag mee, en die beweging werkt de verbindingen op termijn los.
Welke dikte hout gebruik je voor de schoren?
Wij houden aan dat de schoor hooguit een maat lichter is dan de staander. Bij staanders van 100 x 100 of 120 x 120 mm is dat 70 x 70 mm, bij staanders van 150 x 150 mm wordt het 100 x 100 mm. Dat is geen norm maar een werkbare vuistregel. De onderliggende reden is niet de sterkte van het hout, maar de ruimte die je nodig hebt om twee bouten met voldoende onderlinge afstand en voldoende randafstand kwijt te kunnen.
Met welke bouten of schroeven zet je een schoor vast?
Kun je er doorheen boren, gebruik dan doorgaande bouten M10 of M12 met carrosserieringen onder kop en moer. Kun je er niet doorheen, bijvoorbeeld bij een dubbele ligger, dan zijn houtdraadbouten van 8 of 10 mm een goed alternatief. Twee per uiteinde, uit elkaar in de lengterichting van de schoor. Boor doorvoergaten een millimeter ruimer dan de bout en gebruik bij douglas, lariks en eiken roestvast staal in kwaliteit A2.
Hoeveel schoren heeft een overkapping op vier staanders nodig?
Reken op minstens twee geschoorde vlakken per richting, dus in totaal vier kniestukken bij een eenvoudige rechthoek. Zet ze aan tegenover elkaar liggende staanders in plaats van naast elkaar, anders draait de constructie bij wind om het stijve deel heen. Hangt de overkapping met de achterkant aan een gemetselde gevel, dan neemt die muur de richting evenwijdig aan de gevel over en houd je twee schoren over in de dwarsrichting.
Mijn overkapping wiebelt, wat kan ik doen?
Duw eerst in beide richtingen tegen een staander om te bepalen waar de beweging zit. Loop daarna alle bouten na met een dopsleutel, want speling door gekrompen hout is de meest voorkomende oorzaak bij een constructie van een paar jaar oud. Blijft de beweging na het natrekken, dan ontbreekt er een diagonaal in precies dat vlak en voeg je daar twee schoren toe. Controleer ook de voet: een verzakte poer geeft dezelfde klacht.
Kan ik schoren achteraf toevoegen aan een bestaande overkapping?
Ja, en dat is meestal eenvoudiger dan het lijkt. Het enige aandachtspunt is de volgorde: zet de constructie eerst te lood met tijdelijke latten en herstel een eventueel verzakte fundering, want een schoor legt vast wat er op dat moment staat. Teken de schoor daarna af op de constructie zelf in plaats van hem op maat te rekenen, want oud hout staat zelden precies haaks.
Telt het dak van de overkapping mee als windverband?
Alleen als het dakvlak echt een schijf vormt. Dat betekent plaatmateriaal dat langs elke rand en op elke tussenliggende gording is vastgeschroefd, met de naden op een balk. Losse dakplaten of golfplaten met een paar schroeven per stuk schuiven ten opzichte van elkaar en dragen niets bij. Ook een goede dakschijf moet zijn kracht aan de rand ergens kwijt kunnen, dus een geschoorde as of een stijve wand blijft nodig. Meer over de opbouw van het dakvlak staat in het overzicht over overkappingen en veranda's.
Zijn stalen knieplaten net zo goed als houten schoren?
Ze kunnen dezelfde functie vervullen en nemen minder ruimte in, maar ze zijn korter en werken dus met een kleinere arm. Daardoor zit er meer kracht in de bevestiging. Volg de opgave van de fabrikant voor het type en het aantal schroeven en vul alle gaten in de plaat, want daar ontleent de verbinding zijn sterkte aan. Een plaat die met vier in plaats van twaalf schroeven vastzit, haalt maar een deel van zijn waarde.
Zitten schoren in de weg bij een carport?
Bij een carport is de doorrijhoogte en de portierruimte het probleem, niet de schoor zelf. De oplossing is de driehoek klein en hoog te houden: korte kniestukken direct onder de ligger, of stalen knieplaten in de binnenhoek. De stabiliteit in de rijrichting haal je dan uit het dakvlak of uit de achterwand. Krijg je de doorrijhoogte niet rond, kijk dan of het verhogen van het dak een optie is voordat je de schoren wegbezuinigt.
Mag een overkapping tegen de erfgrens ook schoren aan die zijde hebben?
Constructief is dat juist de handigste plek, want daar loopt niemand langs. Blijf met de schoor en met alle bevestiging wel binnen je eigen perceel en bevestig niets aan de schutting of aan de muur van de buren zonder dat af te spreken. Een schutting is bovendien geen constructie: die staat op lichte palen en kan de horizontale kracht van een overkapping niet opnemen. Meer over aanbouwen en aansluitingen aan bestaande bouwdelen vind je in ons overzicht over werk aan dak en zolder.
Wanneer je beter een vakman belt
Schoren aanbrengen aan een bestaande houten overkapping is werk dat je met een beetje gereedschap en een tweede persoon zelf doet. Er zijn drie situaties waarin het verstandiger is om er iemand bij te halen.
De eerste is een overkapping met een grote overspanning, een zwaar dak of extra belasting zoals zonnepanelen of een sedumdak. Dan gaat het om meer dan stabiliteit: de doorbuiging en de belasting op de fundering tellen net zo goed mee. Die maten laat je narekenen door een constructeur in plaats van ze te schatten.
De tweede is een overkapping die aan de woning vastzit en waarbij de verankering in de gevel het werk moet doen. Een halfsteens buitenblad van een spouwmuur is geen constructief onderdeel, en een verankering die alleen in dat blad grijpt, komt vroeg of laat los. Welke ankers hier kunnen en of ze door de spouw naar het binnenblad moeten, hoort iemand te beoordelen die de muuropbouw kan vaststellen.
De derde is werken op hoogte. Vanaf een ladder boren met een grote slangenboor of een zware ligger op zijn plek houden gaat vaker mis dan mensen denken. Huur een rolsteiger of laat het bevestigen aan de bovenkant over aan iemand die daar de spullen voor heeft. Twijfel je over de staat van de fundering of over een staander die is gaan rotten, dan is de constructie zelf toe aan een beoordeling voordat er iets extra's aan wordt vastgeschroefd.