Afdekplaat plafond: draden netjes wegwerken zonder gedoe
Bekijk de informatie en links bij deze gids
Een afdekplaat voor het plafond is een plat rozet dat je over een centraaldoos of lasdoos draait op de plek waar geen lamp meer komt. De plaat zelf is het laatste stapje: eerst maak je de leiding spanningsloos, werk je de draadeinden af in de doos en zet je het deksel er weer op. Meet daarna de diameter van het gat en tel er aan elke kant minstens anderhalve centimeter overlap bij op, dan weet je of je een afdekplaatje van 8 cm nodig hebt of een afdekplaat van 20 cm. Bevestigen doe je met één schroef met een sleufgat, zodat je de plaat er met een kwartslag onzichtbaar overheen draait.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Tweepolige spanningstester
- Trapje of kleine steiger die stevig staat
- Kruiskopschroevendraaier en een kleine platte schroevendraaier
- Accuboormachine met steenboor van 6 mm of een gipsplaatboor
- Leidingzoeker
- Rolmaat en een potlood
- Striptang of een goed mesje
- Oude schroevendraaier of een beitel om stucresten weg te krabben
Materiaal
- Afdekplaat of rozet in de juiste diameter, meestal wit kunststof of gelakt staal
- Blind deksel voor de centraaldoos of lasdoos
- Lasdoppen of insteekklemmen om de draadeinden af te werken
- Nylonplug van 6 mm of een hollewandplug voor gipsplaat
- Schroef van 3,5 x 30 mm
- Acrylaatkit in de kleur van het plafond voor de aansluitnaad
- Wat plafondverf om de laatste rand bij te werken
Waar een afdekplaat op het plafond voor dient
Een afdekplaat voor het plafond is een plat, meestal rond rozet dat je over een centraaldoos of lasdoos heen zet. Je gebruikt hem op de plek waar ooit een lamp hing en waar nu niets meer komt, of waar het gat in het stucwerk groter en rafeliger is dan je zou willen. Hoe zo'n afwerking zich verhoudt tot de rest van het werk boven je hoofd, lees je in ons overzicht over plafonds en de afwerking daarvan.

De plaat is puur cosmetisch. Hij houdt geen water tegen, hij isoleert niet en hij maakt een onveilige aansluiting niet veilig. Alles wat elektrisch moet kloppen, moet kloppen vóórdat de plaat erop gaat.
Dat is meteen het punt waarop het in de praktijk misgaat. Twee draden met een kroonsteentje eraan, die je met een plaatje uit het zicht duwt, blijven twee draden met een kroonsteentje eraan. Ze horen in de doos, afgewerkt en achter een deksel.
Naast de platte variant bestaat er ook een hogere kap. Zit er een dikke bundel draden of een klemmenstrook die je onmogelijk plat krijgt, dan is een afdekkap met wat opbouwhoogte de betere keuze. Een platte plaat over een propvolle doos duwen levert altijd trek op de aders op, en dat is precies de plek waar je later een storing krijgt.
| Type afdekking | Waar je hem voor gebruikt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|
| Vlakke afdekplaat of rozet | Een dichtgemaakte centraaldoos waar geen lamp meer komt | Alleen bruikbaar als de doos met een deksel vlak is afgesloten |
| Afdekkap met opbouwhoogte | Een doos met veel aders of een klemmenstrook die niet plat kan | Steekt zichtbaar uit het plafond, dus kies een vorm die je kunt hebben |
| Blind deksel van de doos zelf | Doos die netjes vlak in het stucwerk zit | Zonder plaat zie je de rand van de doos altijd terug in de verf |
| Blindplaat van je schakelmateriaal | Vierkante inbouwdoos die je in de serie van de rest wilt houden | Alleen als de doos de standaardmaat 71 mm heeft |
| Plafondkap van een armatuur | Plek waar wél een lamp komt te hangen | Hoort bij de lamp en is meestal niet los te koop |
| Zelfgemaakt plaatje van multiplex | Een gat in een deur of een luik dat je dicht wilt zetten | Watervast verlijmd multiplex, nooit mdf of spaanplaat |
Schrijf met een watervaste stift op de achterkant van de plaat wat erachter zit en wanneer je hem geplaatst hebt. Wie hier over tien jaar met een boormachine staat, weet dan meteen dat er een doos met draden achter zit.
De juiste maat kiezen, van afdekplaatje tot afdekplaat van 20 cm
De maat bepaal je niet op het oog maar met een rolmaat. Meet de grootste afstand van het gat in het plafond, dus ook de plek waar het stucwerk is uitgebroken of waar de oude plafondkap een kring in de verf heeft achtergelaten. Tel daar aan elke kant minstens vijftien millimeter bij op, want een plaat die precies past valt bij het minste scheefhangen naast de rand.
Een centraaldoos is meestal 65 tot 70 millimeter in doorsnede. Een afdekplaatje voor het plafond van 100 of 120 millimeter is daarvoor in de regel genoeg. Zit er een groter gat, is het stucwerk beschadigd of hing er eerder een armatuur met een brede voet, dan kom je al snel bij een afdekplaat voor het plafond van 20 cm uit.
Naast de maat kies je het materiaal. Wit kunststof is het goedkoopst en het lichtst, gelakt staal blijft vlakker en gaat niet krom staan bij een grotere diameter. Boven een gaskachel of een oude allesbrander, waar het plafond warm wordt, kies je staal in plaats van kunststof.
Wil je de plaat wegwerken in de kleur van het plafond, schuur hem dan licht op met fijn schuurpapier en gebruik een hechtprimer. Zonder die tussenstap laat de verf op glad kunststof binnen een jaar los. Ga je het hele plafond opnieuw doen, dan neem je de plaat gewoon mee tijdens het spuiten van het plafond, want dan valt de rand helemaal weg.
| Diameter van de plaat | Dekt af tot een gat van | Typische situatie |
|---|---|---|
| 80 mm | Ongeveer 50 mm | Klein doorvoergaatje of een enkele wandcontactdoos in een plafond |
| 100 tot 120 mm | Ongeveer 70 tot 90 mm | Standaard centraaldoos met een net uitgehakt gat |
| 150 mm | Ongeveer 120 mm | Doos met uitgebroken stucwerk eromheen |
| 200 mm | Ongeveer 170 mm | Oude armatuurvoet, verfkring of een grof uitgekapt gat |
| 250 mm en groter | Ongeveer 210 mm | Verplaatste aansluiting waar de oude plek helemaal weg moet |
| Vierkant 80 x 80 mm | Inbouwdoos van 71 mm | Plaat in dezelfde serie als de schakelaars in de rest van het huis |
De draden afwerken voordat er iets overheen gaat
Dit is het deel dat er echt toe doet. Schakel eerst de groep uit in de meterkast en controleer daarna met een tweepolige spanningstester of er ook werkelijk geen spanning meer staat. Een schroevendraaier met een lampje erin is daarvoor geen betrouwbaar meetinstrument, want die geeft ook een signaal bij een geïnduceerde spanning en soms juist niets terwijl er wel spanning staat.
Zitten de twee aders aan elkaar met een kroonsteentje, haal dat er dan af. Knip de aders op gelijke lengte, strip ze ongeveer negen millimeter en zet op elke ader afzonderlijk een lasdop of een insteekklem. Elke ader krijgt zijn eigen afwerking, want fase en nul mogen elkaar hier onder geen beding raken.
Duw de afgewerkte einden daarna terug in de doos en zet het blinde deksel erop. De aders zitten dan afgeschermd in een gesloten doos, precies zoals het hoort. Op de centraaldoos in het plafond gaan we dieper in op de opbouw van zo'n doos en op de maten van de deksels.
Wil je later toch weer een lamp op die plek, laat de aders dan gewoon zitten in plaats van ze af te knippen. Je hebt de lengte nodig zodra je aan het ophangen van een lamp aan het plafond begint, en aders die te kort zijn afgeknipt betekenen dat er een stuk leiding bij moet.
Werk nooit in de meterkast achter de hoofdzekering. Een groep uitschakelen en een groepenkast openen mag je zelf, maar alles wat vóór de hoofdzekering of in de aansluitkast van de netbeheerder zit, blijft van de installateur. Weet je niet welke groep bij dit lichtpunt hoort, schakel dan de hele installatie uit met de hoofdschakelaar in plaats van te gokken.
Een afdekplaat op het plafond bevestigen zonder zichtbare schroeven
Een afdekplaat weegt vrijwel niets, dus zware bevestiging is niet nodig. Eén schroef in een plug is genoeg, en bij de meeste platen zit aan de achterkant een sleufgat waarmee je dat onzichtbaar oplost. Je draait de schroef er niet helemaal in, hangt de plaat over de schroefkop en geeft hem een kwartslag.
Zit het deksel van de doos met twee schroefjes vast, dan kun je de plaat vaak onder een van die schroeven klemmen. Dat is de nette manier: geen extra gat in het plafond, geen plug en geen risico dat je met een boor een leiding raakt.
Moet je toch boren, houd dan minstens vijf centimeter afstand van de rand van de doos en haal er eerst een leidingzoeker overheen. Vanuit een centraaldoos lopen leidingen doorgaans radiaal weg richting de muren, dus recht boven een schakelaar of een stopcontact is de kans op raak schieten het grootst.
Op een gipsplaten plafond gebruik je geen gewone nylonplug, want die draait mee in het karton. Neem een gipsplaatplug of een tuimelplug, of schroef in het regelwerk erachter. Waar dat regelwerk zit en op welke afstanden het gebruikelijk is, staat bij het regelwerk onder gipsplaten plafonds.
Monteren op een plafond dat niet vlak is
Een gestuct plafond is zelden strak vlak, en vanaf een plaat van 150 millimeter zie je dat meteen terug. Hangt de plaat op één schroef in een holling, dan wipt hij bij de minste aanraking en blijft er aan één kant een kier van een paar millimeter open staan.
Harder aandraaien is niet het antwoord. Een kunststof plaat die je tegen een bolling trekt, scheurt vroeg of laat bij het sleufgat en dan is je bevestigingspunt weg. Zet liever een tweede schroefje aan de tegenoverliggende rand, of spuit na het monteren een dun randje acrylaatkit langs de kier en strijk dat af met een natte vinger.
Steekt het deksel van de doos een paar millimeter onder het stucwerk uit, dan rust de plaat op dat deksel in plaats van op het plafond en gaat hij tollen. Vijl de rand van het deksel af tot hij gelijk ligt, of neem een plaat met een opstaande rand van ongeveer vijf millimeter, want die valt over het deksel heen.
| Ondergrond | Zo zet je de plaat vast | Wat je hier beter niet doet |
|---|---|---|
| Stucwerk op beton | Nylonplug 6 mm met een schroef van 3,5 x 30 mm | Niet met de klopstand boren, dan breekt het stuc rondom uit |
| Gipsplaat op regelwerk | Gipsplaatplug of schroef in de regel erachter | Geen nylonplug, die draait rond in het karton |
| Houten plafond of schrootjes | Rechtstreeks een houtschroef, plug is overbodig | Niet voorboren met een te dikke boor, de schroef pakt dan niet |
| Zachtboard of oude plafondplaten | Klemmen onder een van de schroeven van het doosdeksel | Niet vertrouwen op één schroef in het board zelf |
| Vlak deksel van de doos zelf | Meegeleverde clips of een dubbelzijdige montagepad | Geen kit, dan krijg je de plaat er nooit meer heel af |
| Beton zonder stuclaag | Steenboor 6 mm en een nylonplug, gat goed uitblazen | Niet in de holle ruimte van een kanaalplaatvloer proberen te pluggen |
Draai de schroef zo ver in dat er nog ongeveer drie millimeter kop uitsteekt. Test de kwartslag eerst zonder de plaat helemaal aan te duwen: zit hij te los, dan draai je de schroef een halve slag verder, zit hij klem, dan een halve slag terug.
Afdekplaat over een lasdoos in het plafond en de vraag of die bereikbaar moet blijven
Las- en centraaldozen horen toegankelijk te blijven. Dat is geen willekeurige regel: op het moment dat er een storing is en er iemand moet meten, wil je de doos kunnen openen zonder een plafond te slopen. Een afdekplaat over een lasdoos in het plafond voldoet daaraan, want die draai je er zo weer af.
De praktijk is alleen dat in heel veel huizen een doos onder het stucwerk is verdwenen. Zit die situatie er al jaren, dan is er niets acuut mis, maar het is wel iets wat je oplost op het moment dat je er toch mee bezig bent. Krab het stuc rondom het deksel weg met een oude schroevendraaier tot je het deksel eraf kunt nemen.
Dat krabwerk ziet er even niet uit, maar de plaat komt er daarna overheen en bedekt het volledig. Je hoeft dus niet netjes te repareren tot in de laatste millimeter, je hoeft alleen binnen de diameter van de plaat te blijven.
Ga je een verlaagd plafond maken of een koof bouwen waar de doos achter verdwijnt, houd dan een inspectieluikje vrij of verplaats de doos mee naar het nieuwe vlak. Anders zit hij straks in een holle ruimte waar je alleen met een gat in de gipsplaat bij komt.
Wordt de doos definitief dichtgezet, bijvoorbeeld omdat de leiding niet meer gebruikt wordt, leg er dan een grote ijzeren moer of een stukje bandstaal in. Met een leidingzoeker vind je die plek later in tien seconden terug. Voor gewone inbouwdozen bestaan er ook deksels met een traceerbare sticker die hetzelfde doen.

Lees de uitleg uit de afbeelding
Wat later gecontroleerd of vervangen moet kunnen worden, heeft een bereikbare plek nodig.
Bij de tekening: De opening moet groot genoeg zijn om het onderdeel te bedienen én uit te nemen. Houd ook de ruimte voor de handeling vrij.
- Breng onderdelen met onderhoud in kaart
- Denk aan afsluiters, inspectiepunten, bereikbare elektrische verbindingen en apparatuur waarvoor toegang nodig is. Leg hun plaats vast voordat je beplaat.
- Maak de toegang bruikbaar
- Een luik moet groot genoeg zijn voor de bedoelde handeling en mag niet door een kast of vaste inrichting geblokkeerd worden. Houd systeemvoorschriften voor veiligheid en brandwerendheid aan.
- Controleer de benodigde ruimte erachter
- Kijk ook naar ventilatie, warmte, leidingbeweging en de voorgeschreven vrije ruimte rond apparaten. Een zichtbare opening alleen is niet altijd genoeg.
Werk een bestaande noodzakelijke inspectie- of aansluitplek niet permanent weg voor een strakker uiterlijk.
De isra afdekplaat van KPN en oude telefoonpunten in de kamer
In flats en jaren-tachtigwoningen zit vaak nog een crèmekleurige of grijze afdekplaat van KPN in de woonkamer, met daarachter een paar dunne draadjes. Dat is geen internetaansluiting maar een oud telefoonpunt uit de tijd dat toestellen met een snoer aan de muur zaten. In het contact zitten dan ook geen acht maar vier of twee vergulde pennetjes.
Dit kan het isra-punt zijn, het punt waar het netwerk van de aanbieder overgaat in je eigen bedrading. Zo'n punt is geen eigendom van de bewoner en daar hoor je van af te blijven. Check daarom eerst de meterkast: zit daar een aansluitpunt met een dikkere, vaak blauwe toevoerkabel, dan is dát het echte isra-punt en is het kastje in de kamer een doorgelust restant dat je gewoon mag weghalen.
De volgende teleurstelling is meestal het schakelmateriaal. Zo'n oude telecomdoos heeft niet de standaardmaat van 71 millimeter, dus een blindplaat uit een moderne serie past er niet zomaar op. Is het originele frame er nog, dan lukt het soms met een randje kit erlangs.
Werkt dat niet, dan zijn er twee nette routes. Je hakt het gat rond uit, zet er met gips of een snelcementje een normale inbouwdoos van 71 millimeter in en zet daar een blindplaat op. Of je dopt de draden af, stopt ze in een zakje en smeert het gat dicht, waarna je het bijwerkt met de rest van de wand.
Haal een isra-punt niet weg voordat je zeker weet waar de hoofdaansluiting zit. Knip je de verkeerde kabel door, dan is opnieuw laten aanleggen een betaalde klus van de netbeheerder. Twijfel je, laat het punt dan zitten en dek het af, dat kost je alleen een lelijk plaatje.
Een afdekplaat maken voor het gat van een kattenluik
Een afdekplaat voor een kattenluik werkt anders dan een rozet, want hier zit een gat door een hele deur en dat moet ook nog een beetje isoleren. Het uitgezaagde stuk hout is meestal allang weg, dus je bouwt het gat opnieuw op in plaats van het terug te leggen.
De opbouw die het beste standhoudt begint met vier latjes. Zet links, rechts, boven en onder in de opening een lat die smaller is dan de deur dik is, bijvoorbeeld een lat van 30 millimeter in een deur van 50 millimeter. Schroef die latten vast aan de deurdelen, zodat de planken van de deur weer aan elkaar verbonden zijn en de deur niet gaat werken.
Aan weerszijden houd je dan een sponning van tien millimeter over. Daar leg je twee plaatjes in van watervast verlijmd multiplex, en de holle ruimte ertussen vul je op met een stukje isolatiemateriaal. Gebruik geen mdf en geen spaanplaat: die zuigen vocht op en zetten uit, en in een keukendeur is dat een kwestie van tijd.
Grond de plaatjes aan beide kanten minstens twee keer en geef de kopse kanten een extra laag, want daar trekt vocht het snelst in. Ontvet het geschilderde hout van de deur met een biologische ontvetter voordat je de plaatjes in de kit legt. Hoe lang de grondverf en de kit moeten drogen voordat je verder mag, vind je in onze tabel met droogtijden per materiaal.
Reken erop dat je het verschil blijft zien. Een plaat over de volle breedte van het onderste deurpaneel valt minder op dan een plaatje precies zo groot als het gat, want dan lijkt het op een paneel in plaats van op een reparatie.
Een hele plaat watervast multiplex van 30 millimeter kost al gauw meer dan honderd euro terwijl je maar een stukje nodig hebt. Vraag bij de bouwmarkt naar de restanten- of afzaagbak, of laat een plaat van 18 millimeter op maat zagen en vul de dikte aan met een tweede laag.
Afdekplaat voor de kruipruimte: luchtdicht is belangrijker dan dik
Een afdekplaat voor de kruipruimte is een ander verhaal dan een plafondrozet, want hier gaat het om het scheiden van twee klimaten. Kruipruimtelucht is koud en zit vol vocht. Komt die lucht langs de randen van het luik omhoog, dan slaat dat vocht neer op de eerste koude plek die het tegenkomt.
Dat verklaart de klachten die na het vervangen van een oud luik ontstaan: een deurmat die steeds nat is, een muffe geur in de gang en witte uitslag op het multiplex. Een kale multiplex plaat isoleert nauwelijks en sluit zelden luchtdicht af, terwijl het oude luik dat toevallig wel deed.
De oplossing zit in twee dingen. Lijm aan de onderkant van het luik een plaat isolatiemateriaal van drie tot vijf centimeter, zodat het luik geen koud vlak meer is in je vloer. Plak daarnaast rondom een schuimband met gesloten cellen op de opleglijst, want dat is het enige wat de vochtige lucht echt tegenhoudt.
Blijft de kruipruimte zelf nat, dan is een dicht luik niet genoeg en moet je naar de ventilatie en het grondwater kijken. Hetzelfde condensmechanisme zie je terug bij schimmel op een badkamerplafond: warme vochtige lucht plus een koud oppervlak geeft altijd hetzelfde resultaat. Wie een koud vlak in huis wil aanpakken, komt bij het isoleren van een plafond dezelfde afweging tegen.
Oude kruipruimteluiken in woningen van voor 1994 bevatten regelmatig asbestcement. Zo'n plaat is grijs, hard en breekt bros. Zaag, boor of breek er niets in en haal hem niet zelf weg, maar laat het luik door een gecertificeerd bedrijf verwijderen. Zit het luik er nog en is het gaaf, dan kun je er zonder risico een isolatieplaat onderaan lijmen zolang je niet in het materiaal boort.
De afdekplaat van een deurklink verwijderen
Bij deurbeslag heet de afdekplaat het bovenschild, en dat losmaken is bij moderne krukken vaak een puzzel. Er zijn geen schroeven te zien omdat het schild met een verende clip op de rozet klikt. Wie er met kracht aan trekt, verbuigt het binnenwerk en dat is precies wat er misgaat.
Bij een clicksysteem zit er meestal een dun pennetje bij in het doosje, soms een stift ter grootte van een spijker. Die steek je in het gaatje net boven of onder de kruk, waarmee je het veertje indrukt en het schild loskomt. Kijk dus eerst goed of dat pennetje er niet nog ergens in de verpakking ligt voordat je gaat wrikken.
Is er geen pen en geen inbusbout, dan wip je het schild rondom voorzichtig los met een kleine platte schroevendraaier. Werk rondom in kleine stapjes in plaats van op één punt te forceren, en plak een strookje tape om het blad om krassen in de lak te voorkomen. Bij een deurkruk van Gamma uit het model Berlijn is dat de manier die werkt.
Heb je het binnenwerk verbogen, gooi het dan niet meteen weg. Een verbogen veerplaatje laat zich met een waterpomptang meestal rechtbuigen en zit daarna onzichtbaar onder het schild. Zit het schild na alle pogingen muurvast, dan is het beslag opofferen en er met een ijzerzaagje doorheen gaan soms de enige uitweg, maar dat is echt de laatste stap.
Zo plaats je een afdekplaat over een centraaldoos in het plafond
Deze volgorde geldt voor een lichtpunt in een gestuct plafond waar geen lamp meer komt te hangen.
-
Zet de groep uit en controleer of de spanning eraf is
Schakel de groep uit in de meterkast en meet daarna met een tweepolige spanningstester tussen de aders. Doe dat met de schakelaar van dat lichtpunt zowel aan als uit, want anders meet je alleen een uitgeschakelde fase. Weet je niet welke groep het is, gebruik dan de hoofdschakelaar.
-
Maak het deksel van de doos vrij
Zit de doos onder het stucwerk, krab de resten dan rondom weg met een oude schroevendraaier tot de rand van het deksel vrijkomt. Blijf binnen de diameter van de plaat die je gaat plaatsen, dan hoef je niets te repareren. Neem het deksel eraf en bekijk wat erin zit.
-
Werk de aders af in plaats van ze samen te knopen
Haal het kroonsteentje eraf, knip de aders op gelijke lengte en strip ze ongeveer negen millimeter. Zet op elke ader afzonderlijk een lasdop of insteekklem, dus nooit fase en nul in dezelfde klem. Duw de afgewerkte einden losjes terug de doos in zonder ze te knikken.
-
Sluit de doos met een blind deksel
Klik of schroef het deksel terug, zodat de doos weer een gesloten geheel is. Dit is het onderdeel dat de veiligheid regelt, de plaat eroverheen is alleen het uiterlijk. Zit het oude deksel te krap door verfresten, koop dan een nieuw deksel in plaats van te forceren.
-
Bepaal het bevestigingspunt en boor
Houd de plaat tegen het plafond, teken door het bevestigingsgat af en haal er een leidingzoeker overheen. Boor zonder klopstand met een 6 mm steenboor en zet er een nylonplug in. Op gipsplaat gebruik je een gipsplaatplug of schroef je in het regelwerk erachter.
-
Draai de schroef in en hang de plaat erover
Laat de schroefkop ongeveer drie millimeter uitsteken. Schuif de plaat met het sleufgat over de kop en geef hem een kwartslag, zodat het smalle deel van de sleuf onder de kop klemt. Zit hij nog los, draai de schroef dan een halve slag verder aan.
-
Werk de rand af en schakel de spanning terug in
Blijft er een kiertje tussen de plaat en een oneffen plafond, spuit er dan een dun randje acrylaatkit langs en strijk het af met een natte vinger. Zet daarna de groep weer aan en controleer of de rest van de verlichting op die groep het nog doet.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voor je het trapje opbergt
Uit de praktijk
Een centraaldoos die onder het stucwerk was verdwenen
In een woonkamer hing geen lamp meer aan het plafond, maar er staken nog twee aders uit met een kroonsteentje eraan. Het deksel van de centraaldoos was niet te pakken, want de stukadoor had het stuc er strak overheen getrokken. Het voorstel dat langskwam was om het kroonsteentje doormidden te knippen en beide helften zo plat mogelijk tegen het plafond te duwen, zodat er een afdekplaatje overheen zou passen.
Dat lost het probleem niet op, het verplaatst het. Losse klemmen achter een plaatje zitten niet in een afgeschermde ruimte en de doos blijft ontoegankelijk. Wat hier wél werkte: met een oude schroevendraaier het stuc rondom het deksel wegkrabben, wat een kwartier kostte en een cirkel van ongeveer negen centimeter aan rommel opleverde.
Daarna gingen de aders er los in met lasdoppen, ging het deksel terug en kwam er een rozet van 120 millimeter overheen. Van het krabwerk was niets meer te zien, want de plaat overlapte het ruim. De doos is nu bovendien in dertig seconden weer open als er ooit iemand moet meten.
Een KPN-afdekplaat die niet te vervangen was door modern schakelmateriaal
Bij het vervangen van al het schakelmateriaal in een flat door een moderne serie bleef er één ding over: een oude KPN-plaat midden in de woonkamer. Het plan was om daar een blindplaat uit dezelfde serie op te zetten, maar dat bleek niet te kunnen. De telecomdoos heeft niet de standaardmaat van 71 millimeter en het originele afdekframe zat er niet meer bij.
Achter de plaat zat een oude telefoonaansluiting met de aanduidingen a, b en aarde, plus een contact voor een extra bel. Dat is bedrading uit de tijd dat het toestel rechtstreeks in de kamer werd aangesloten, niet in de meterkast. Weghalen leek verleidelijk, maar dan is de vraag of het het isra-punt is en dat mag je niet zomaar opruimen.
De controle in de meterkast gaf uitsluitsel: daar zat het aansluitpunt met de binnenkomende kabel, en het kastje in de kamer was doorgelust. De aders zijn afgedopt, in een zakje gestopt en het gat is dichtgesmeerd. Er ging een grote moer bij in de doos, zodat de plek later met een leidingzoeker terug te vinden is.
Een kruipruimteluik dat na vervanging vocht in de gang gaf
In een jaren-dertigwoning was het oude asbestcement luik onder de voordeur vervangen door een plaat multiplex. Daarna was de deurmat steeds nat, zat er witte uitslag op de plaat en rook het muf in de gang. De kruipruimte zelf was niet nat, er stonden alleen wat druppels tegen het metselwerk onder het luik.
Het lag niet aan optrekkend vocht maar aan optrekkende kou. Het nieuwe luik isoleerde slechter en sloot minder goed aan dan het oude, waardoor koude vochtige kruipruimtelucht langs de randen omhoog kwam. De vloer en de onderkant van de muur in de hal koelden af en op dat koude vlak condenseerde het vocht uit de warme ganglucht.
Wat het opgelost heeft: een isolatieplaat van vier centimeter aan de onderkant van het luik en een schuimband met gesloten cellen rondom op de opleglijst. Het luik werd daarmee luchtdicht en het koude vlak in de vloer verdween. De schimmelplek op de binnenmuur is daarna apart aangepakt, want die bleek uit de spouw te komen en stond los van het luik.
Een bovenschild van een deurklink dat niet los wilde
Bij een set nieuwe deurkrukken uit de bouwmarkt stond in de handleiding niet meer dan de opdracht om het bovenschild te verwijderen. Hoe dat moest, stond er niet bij. Na wat trekken kwam het schild er wel af, maar het binnenwerk was verbogen en beschadigd.
Het bleek om een clicksysteem te gaan waarbij een verend haakje net boven de kruk het schild vasthoudt. Bij dat systeem hoort een dunne stift die los in het doosje ligt en die je in het gaatje steekt om de veer in te drukken. Die stift was over het hoofd gezien tussen het overige montagemateriaal.
Bij de rest van de deuren ging het daarna in seconden. Het beschadigde exemplaar is met een waterpomptang weer rechtgebogen en zit onzichtbaar onder het schild. Ontbreekt de stift, dan is voorzichtig rondom loswippen met een kleine platte schroevendraaier met tape eromheen de manier die het minste schade geeft.
Veelgemaakte fouten
Een los kroonsteentje achter de plaat wegstoppen
Een kroonsteen buiten de doos zit niet in een afgeschermde ruimte, hoe netjes het plaatje er ook overheen valt. Raakt zo'n klem los of komt er een schroefje bij weg, dan hangt er een blanke ader vlak achter een plaat die iedereen zomaar losdraait. Werk elke ader afzonderlijk af met een lasdop of insteekklem en sluit de doos.
De doos wegstucen omdat de plaat er toch overheen komt
Een dichtgestucte doos lijkt het strakste resultaat, maar bij de eerste storing moet er iemand met een beitel door je plafond. Een afdekplaat kost niets aan bereikbaarheid, want die draai je er met een kwartslag af. Wie de doos toch definitief dichtzet, legt er een ijzeren moer in zodat de plek met een leidingzoeker terug te vinden is.
Boren zonder te kijken wat er achter het plafond zit
Rondom een centraaldoos lopen de leidingen naar de schakelaars en de andere lichtpunten weg. Een plug van zes millimeter een paar centimeter naast de doos zit precies in dat gebied. Haal er een leidingzoeker overheen, houd minstens vijf centimeter afstand van de rand en boor zonder klopstand.
Een plaat kopen die precies zo groot is als het gat
Een plaat die exact past ligt nooit gecentreerd, want het gat is zelden mooi rond en de schroef zit zelden precies in het midden. Bij het minste scheefhangen kijk je alsnog tegen een zwarte rand aan. Meet het gat en tel er aan elke kant minstens vijftien millimeter overlap bij op.
Een vlakke plaat over een propvolle doos drukken
Zit de doos vol met aders of zit er een klemmenstrook in, dan duwt een platte plaat alles omhoog en komt er trek op de aansluitingen te staan. Dat is de reden dat zo'n punt maanden later opeens uitvalt. Kies in dat geval een kap met opbouwhoogte in plaats van te persen.
Mdf of spaanplaat gebruiken voor een afdekplaat in een deur of vloer
Beide materialen zuigen vocht op, zetten uit en komen daarna nooit meer vlak. In een keukendeur of boven een kruipruimte is dat geen kwestie van of maar van wanneer. Neem watervast verlijmd multiplex en grond de kopse kanten twee keer voordat je het monteert.
Een kruipruimteluik alleen dikker maken en niet luchtdicht
Isolatie zonder afdichting laat de vochtige kruipruimtelucht gewoon langs de randen naar binnen. Die lucht zoekt het koudste punt in de hal en slaat daar neer. Een schuimband met gesloten cellen rondom de opleglijst doet daar meer aan dan nog een centimeter isolatie erbij.
Het bovenschild van een deurklink met kracht loswrikken
Bij een clicksysteem houdt een dun verend haakje het schild vast, en dat haakje verbuigt onder trekkracht. Zoek eerst het bijgeleverde stiftje op waarmee je de veer indrukt. Lukt dat niet, wip het schild dan rondom in kleine stapjes los met een platte schroevendraaier met tape om het blad.
Veelgestelde vragen
Wat is een afdekplaat voor het plafond precies?
Het is een plat rozet, meestal rond en van wit kunststof of gelakt staal, dat je over een centraaldoos of lasdoos in het plafond draait. Hij zit er puur voor het uiterlijk en dekt het gat, de rafelige stucrand en het deksel van de doos af. De veiligheid komt van de afgewerkte aders en het gesloten deksel eronder, niet van de plaat zelf.
Mag ik een kroonsteentje aan de draden laten zitten achter het afdekplaatje?
Nee, dat is niet de manier. Een kroonsteen buiten een doos zit niet afgeschermd en kan losraken, en het plaatje eroverheen is geen beveiliging. Haal het kroonsteentje eraf, knip de aders op gelijke lengte, strip ze negen millimeter en zet op elke ader afzonderlijk een lasdop of insteekklem. Duw ze daarna terug in de doos en sluit die met een blind deksel, dan pas gaat het afdekplaatje voor het plafond eroverheen.
Hoe kan ik een afdekplaat plafond bevestigen als er alleen gipsplaat zit?
Een gewone nylonplug houdt niet in gipsplaat, want die draait mee in het kartonlaagje. Gebruik een gipsplaatplug die je met een schroevendraaier in de plaat draait, of een tuimelplug die achter de plaat openklapt. Nog beter is schroeven in het houten of metalen regelwerk erachter, dat je opspoort met een magneet of een leidingzoeker. Het gewicht is verwaarloosbaar, dus één bevestigingspunt is genoeg.
Hoe monteer ik een afdekplaat op het plafond zonder dat je schroeven ziet?
De meeste platen hebben aan de achterkant een sleufgat dat aan één kant breed is en aan de andere kant smal. Je draait de schroef zo ver in dat de kop nog ongeveer drie millimeter uitsteekt, schuift de plaat met het brede deel over de kop en geeft hem een kwartslag. De schroefkop klemt dan in het smalle deel en zit volledig uit het zicht. Zit de plaat nog los, draai de schroef dan een halve slag dieper.
Bestaat er een afdekplaat voor het plafond van 20 cm?
Ja, en die maat kom je vaker tegen dan je zou denken. Een plaat van 200 millimeter dekt een gat tot ongeveer 170 millimeter af en is bedoeld voor plekken waar het stucwerk is uitgebroken, waar een oude armatuurvoet een kring in de verf heeft achtergelaten of waar de aansluiting verplaatst is. Kies bij deze diameter liever gelakt staal dan kunststof, want een grote kunststof plaat gaat op den duur bol staan.
Welke afdekplaat past op een lasdoos in het plafond?
Meet eerst de doos zelf, want die is meestal 65 tot 70 millimeter in doorsnede terwijl het gat in het stucwerk vaak groter is uitgehakt. Een ronde plaat van 100 tot 120 millimeter is voor de meeste lasdozen genoeg. Ga je voor een vierkante blindplaat uit je schakelmateriaalserie, dan moet de doos de standaardmaat van 71 millimeter hebben, anders past het frame niet. Zorg dat de plaat er altijd afneembaar overheen zit, want de doos hoort bereikbaar te blijven.
Kloppen de video's die je op YouTube ziet over afdekplaat plafond bevestigen?
De montage van de plaat zelf gaat in vrijwel elke video hetzelfde en dat klopt ook: schroef in een plug, kop laten uitsteken, plaat erover en een kwartslag draaien. Waar veel filmpjes overheen stappen, is wat er in de doos gebeurt. Kijk kritisch naar het moment waarop de draden in beeld komen: zie je een kroonsteentje dat gewoon achter de plaat verdwijnt, dan is dat niet de manier waarop je het zelf zou moeten doen.
Mag ik de isra afdekplaat van KPN weghalen?
Alleen als het niet het echte isra-punt is. Dat punt is de overgang van het netwerk van de aanbieder naar je eigen bedrading en is geen eigendom van de bewoner. Kijk eerst in de meterkast: zit daar een aansluitpunt met een binnenkomende kabel, dan is het kastje in de kamer een doorgelust restant dat je mag afdoppen en dichtmaken. Is de meterkast leeg op dit vlak, laat het punt dan zitten en werk het netjes af met een plaat.
Hoe kan ik de afdekplaat van een deurklink verwijderen zonder schade?
Zoek eerst naar het dunne stiftje dat bij de kruk geleverd wordt en steek dat in het gaatje net boven of onder de kruk. Daarmee druk je het verende haakje in dat het bovenschild vasthoudt, en dan komt het schild zonder kracht los. Zit er een inbusboutje in de kruk, dan draai je dat eerst uit. Is er geen van beide, wip het schild dan rondom in kleine stapjes los met een kleine platte schroevendraaier waar je een strookje tape omheen hebt geplakt.
Wat gebruik ik als afdekplaat voor een kattenluik in een deur?
Zet eerst vier latjes in de opening die smaller zijn dan de deur dik is, zodat de deurdelen weer aan elkaar vastzitten. In de sponning die je aan beide kanten overhoudt, leg je plaatjes van watervast verlijmd multiplex, met isolatiemateriaal in de holle ruimte ertussen. Gebruik geen mdf of spaanplaat, grond de plaatjes twee keer inclusief de kopse kanten en leg ze volledig in de kit zodat er geen water tussen kan blijven staan.
Hoe voorkom ik vochtproblemen bij een afdekplaat voor de kruipruimte?
Zorg dat het luik twee dingen doet: isoleren en luchtdicht sluiten. Lijm aan de onderkant een isolatieplaat van drie tot vijf centimeter, zodat het luik geen koud vlak meer is in je vloer. Plak daarnaast een schuimband met gesloten cellen rondom op de opleglijst, want vochtige kruipruimtelucht die langs de randen omhoog komt is de werkelijke oorzaak van een natte deurmat en een muffe gang. Blijft het probleem, kijk dan naar de ventilatie van de kruipruimte zelf.
Kan ik een afdekplaat ook op een houten plafond of op schrootjes zetten?
Ja, en dat is zelfs eenvoudiger dan op steen, want je kunt rechtstreeks een houtschroef indraaien zonder plug. Zorg wel dat je in het hout van een schrootjesplafond of in een balk terechtkomt en niet in een naad tussen twee delen. Zit er ruimte boven het beschot, kijk dan meteen of de doos daar niet is weggewerkt, want ook daar geldt dat hij bereikbaar hoort te blijven. Bij een dakvlak schroef je bij voorkeur in het beschot en niet in de gordingen onder het dak, want daar zit vaak isolatie tussen.
Wanneer je beter een vakman belt
Een afdekplaat plaatsen is een klus van een halfuur die je prima zelf doet. Er zijn wel een paar grenzen waar je moet stoppen.
De eerste ligt bij de meterkast. Een groep uitschakelen doe je zelf, maar alles achter de hoofdzekering en in de aansluitkast van de netbeheerder is werk voor een erkende installateur. Weet je na het uitschakelen niet zeker of de leiding echt spanningsloos is, of vind je in de doos meer aders dan je kunt plaatsen, laat het dan meten door iemand die dat dagelijks doet.
De tweede grens is asbest. Oude kruipruimteluiken, oude schoorsteenplaten en sommige plafondplaten uit woningen van voor 1994 bevatten asbestcement. Zagen, boren of breken maakt vezels vrij, dus daar blijf je vanaf en dat laat je door een gecertificeerd bedrijf verwijderen.
De derde grens is de hoogte. Bij een plafond van drie meter of hoger sta je op een ladder te reiken met je armen boven je hoofd, en dat is precies de houding waarin mensen vallen. Huur een rolsteiger of laat het door twee mensen doen, één op de steiger en één eronder.
Voor het isra-punt van de telefoonaansluiting bel je geen klusbedrijf maar je provider. Die bedrading is geen eigendom van de bewoner, en zelf een kabel doorknippen betekent dat opnieuw laten aanleggen een betaalde klus wordt. En moet er echt een nieuw lichtpunt bij in plaats van een plaat eroverheen, bekijk dan eerst wat er nodig is voor het werk aan wanden en plafonds en welke leidingen daarvoor verlegd moeten worden.
Verder lezen over dit onderwerp

Plafond isoleren

Schrootjes

Gordingen

Koof maken

Centraaldoos plafond
