Een steenschotten terras maken dat vlak blijft en niet glad wordt
Een terras van steenschotten is snel gelegd en goedkoop, maar het staat of valt bij twee dingen: een ondersteuning die niet verzakt en genoeg lucht onder het hout. Leg onder elke dwarsligger een stoeptegel die je in schraal zandcement stelt, houd de schotten strak tegen elkaar en laat aan twee tegenoverliggende kanten lucht door. Het bekendste nadeel is gladheid, en die komt niet van het ruwe hout maar van de groene aanslag die op traag drogend hout groeit.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Spade, schop en een kruiwagen
- Hark en een rei van 2 meter
- Waterpas van minstens 120 cm, of een slangwaterpas bij grotere maten
- Trilplaat (huur) voor het verdichten van zand of granulaat
- Rubberen hamer om de tegels te stellen
- Reciprozaag met een zaagblad voor hout met spijkers
- Accuschroefmachine en een lange bit
- Magneet aan een touwtje of een leidingzoeker met metaalstand
- Koevoet en een nijptang voor losse spijkers en kopprofielen
- Harde bezem, werkhandschoenen en kniebeschermers
Materiaal
- Steenschotten, gesorteerd op gelijke dikte
- Stoeptegels 30 x 30 cm, ongeveer drie per schot
- Ophoogzand en een zak cement voor schraal zandcement
- Split 8-16 mm of gebroken granulaat
- Worteldoek van ongeveer 100 gram per m²
- Regels van hardhout of geïmpregneerd vuren, 45 x 70 mm of zwaarder
- Strookjes EPDM of dakleer als scheiding tussen tegel en hout
- RVS schroeven A2 en RVS vlakverbinders
- Houtimpregneer voor de kopse kanten
- Groene aanslagverwijderaar en eventueel antislipstrips
Wat steenschotten zijn en waarom er terrassen van gemaakt worden
Een steenschot is de houten drager waarop een pak stenen bij de steenfabriek staat. Zo'n pak weegt al gauw anderhalve ton, dus het schot is stevig gebouwd: ruw gezaagde dekplanken op drie dwarsliggers, gespijkerd met ringnagels. Als de stenen op de bouwplaats verwerkt zijn, gaan de schotten retour en worden ze tweedehands verkocht.
Voor een terras is dat aantrekkelijk. Eén schot van 110 bij 140 cm dekt ongeveer anderhalve vierkante meter in één handeling, het hout is al dik genoeg om overheen te lopen en de prijs ligt ver onder die van vlonderplanken. Wil je vergelijken met wat een bestraat terras kost en vraagt, kijk dan eerst naar de andere manieren om een terras aan te leggen, want de keuze bepaalt hoeveel grondwerk je in het weekend hebt staan.
Er zit ook een keerzijde aan tweedehands materiaal. Schotten verschillen onderling in dikte, sommige hebben verzinkte U-profielen op de kopse kanten en de houtsoort loopt uiteen van vuren tot lariks en hardhout. Meet daarom een paar schotten na voordat je de indeling van je terras tekent, want de maat van jouw partij bepaalt de maat van je terras.
| Wat je meet | Gangbaar bij tweedehands schotten | Waarom het uitmaakt |
|---|---|---|
| Afmeting van het schot | 110 x 140 cm, soms 100 x 120 cm | Bepaalt de maat van je terras, want zagen wil je zoveel mogelijk vermijden |
| Dikte van de dekplanken | 20 tot 30 mm, ruw gezaagd | Dunne planken veren merkbaar tussen de liggers door |
| Aantal dwarsliggers | 3 stuks, aan beide koppen en in het midden | Daar komt je ondersteuning onder, niet onder de losse planken |
| Hoogte van de liggers | 45 tot 70 mm | Dat is de vrije ruimte waar de lucht onder het hout doorheen moet |
| Totale opbouwhoogte | 7 tot 10 cm | Tel dit bij de tegeldikte op als het terras op een bepaald peil moet uitkomen |
| Gewicht per schot | 25 tot 40 kilo bij vuren, meer bij lariks en hardhout | Til met zijn tweeën of gebruik een steekwagen |
| Oppervlak per schot | ongeveer 1,5 m² bij 110 x 140 cm | Je vierkante meters delen door 1,5 geeft ruwweg het aantal schotten |
| Kopprofielen | verzinkte U-profielen aan de korte kanten, niet op elk schot | Ze zijn glad bij regen en ze zitten in de weg als je moet zagen |
| Prijs tweedehands | ruwweg 5 tot 15 euro per schot | Vuren is het goedkoopst, lariks en hardhout kosten het meest |
Keer bij het uitzoeken elk schot even om en kijk naar de dwarsliggers. Een gescheurde of half vergane ligger zie je van bovenaf niet, terwijl juist die ligger het gewicht draagt.
Hoeveel schotten je nodig hebt en wat het gaat kosten
De slimste volgorde is: eerst de schotmaat, dan de terrasmaat. Wie een terras van precies 4,5 bij 2,5 meter wil, moet zagen. Wie zijn terras op 4,40 bij 2,50 meter tekent, legt acht schotten van 110 bij 140 cm zonder ook maar één keer een zaag te pakken: vier schotten met de korte kant naast elkaar geeft 4,40 meter breed, en een rij van 140 plus een rij van 110 geeft precies 2,50 meter diep.
Reken per schot op ongeveer drie stoeptegels van 30 bij 30 cm. Elk schot rust op zes punten, namelijk de beide uiteinden van de drie dwarsliggers, maar die punten deel je met de buurschotten. Alleen de schotten aan de buitenrand hebben hun eigen tegels nodig, dus in de praktijk komt het gemiddelde op drie uit.
Aan materiaal ben je het meeste kwijt aan de schotten zelf. Daar komen de tegels, een rol worteldoek, een kuub split of granulaat en een doos RVS schroeven bij. Voor een terras van rond de tien vierkante meter blijf je met vuren schotten meestal onder de tweehonderd euro, en dat is de reden dat mensen deze oplossing kiezen. De prijzen verschillen sterk per leverancier en per partij, dus vraag bij een houthandel of steenhandel altijd naar de houtsoort en de staat van de liggers voordat je een aantal afspreekt.
| Terrasmaat die uitkomt | Aantal schotten van 110 x 140 | Zo leg je ze | Stoeptegels 30 x 30 bij benadering |
|---|---|---|---|
| 2,80 x 2,20 m (ongeveer 6 m²) | 4 | Twee rijen van twee, de lange kant naast elkaar | 12 |
| 4,20 x 2,20 m (ongeveer 9 m²) | 6 | Twee rijen van drie | 18 |
| 4,40 x 2,50 m (ongeveer 11 m²) | 8 | Vier schotten met de korte kant naast elkaar, daarachter dezelfde rij gedraaid | 24 |
| 5,60 x 3,30 m (ongeveer 18 m²) | 12 | Drie rijen van vier, alle schotten dezelfde kant op | 36 |
| 2,20 x 1,40 m (ongeveer 3 m²) | 2 | Twee schotten naast elkaar, genoeg voor een tafel met vier stoelen | 8 |
De ondergrond onder een terras van steenschotten
Het hout mag nooit op de kale grond liggen en het mag ook niet in het gras verdwijnen. Steek daarom eerst de zode af, ongeveer tien tot vijftien centimeter diep, en hark de bodem vlak. Wat je met de zoden en het uitgegraven zand doet, hangt af van de rest van je tuinplannen, want een kruiwagen of tien is zo vol.
Leg daarna worteldoek over het hele oppervlak, met minstens tien centimeter overlap tussen de banen en een randje dat je onder de tegels omslaat. Gebruik echt gronddoek dat water doorlaat en geen plastic folie, want onder folie blijft het water staan en dat trekt het hout in. Over het doek gaat een laag split van vijf centimeter. Die laag houdt opspattend water tegen en zorgt dat de onderkant van het hout na een bui snel weer droog is.
Verdichten met een trilplaat heeft zin op de plekken waar je zand of granulaat hebt aangebracht, en dan in lagen van vijf tot tien centimeter tegelijk. Verdicht je een dikke laag in één keer, dan zakt de onderste helft alsnog na. Op grond die al jaren ligt en die je alleen vlak hebt geharkt, hoef je niet te trillen: daar is het belangrijker dat elke tegel apart goed op zijn plek zit.
Graaf niet blind een terras uit. Onder een gazon lopen vaker dan je denkt de tuinverlichting, een beregeningsleiding of de gasaansluiting naar de schuur. Weet je niet wat er ligt, graaf de eerste steken dan met de spade en niet met een grondboor of een minigraver.
De draagconstructie: tegels onder de hoeken of balken eronder
Er zijn twee werkende manieren, en het verschil zit in hoeveel je wilt kunnen bijstellen. De eenvoudigste is een stoeptegel onder elk uiteinde van elke dwarsligger, dus zes steunpunten per schot waarvan je er de helft met de buren deelt. De schotten liggen dan strak tegen elkaar en blijven door hun eigen gewicht liggen. Dat werkt goed, op één voorwaarde: elke tegel moet apart waterpas en onwrikbaar liggen.
De tweede manier is tegels met daarop doorlopende regels, en dat is de manier die je kiest als je tuin niet vlak is of als je schotten in dikte verschillen. Leg drie regels per schot, haaks op de dwarsliggers, en houd tussen de tegels onder een regel maximaal ongeveer 1,20 meter aan. Leg de regels met de smalle kant naar boven, want een balk op zijn kant buigt veel minder door dan dezelfde balk plat.
Precies daar gaat het vaak mis. Een hardhouten plank van 16 bij 140 mm die plat op de tegels ligt, is geen regel maar een plank: die veert onder je voeten en houdt water vast op het hele contactvlak. Neem minimaal 45 mm dik materiaal en zet het rechtop. Wil je in hardhout werken vanwege de levensduur, kijk dan ook naar wat palissander en andere tropische hardhoutsoorten in een tuin doen voordat je een keuze maakt.
Op de plek waar hout op een tegel rust werd vroeger een likje menie gestreken. Dat advies is achterhaald, want klassieke menie bevat lood en je sluit het hout er juist mee af terwijl het moet kunnen drogen. Een strookje EPDM of dakleer tussen tegel en ligger werkt beter: de tegel blijft na een bui nat, het hout niet.
| Manier | Wanneer je die kiest | Voordeel | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Tegels direct onder de dwarsliggers | Vlakke tuin, schotten van gelijke dikte | Weinig materiaal, laag terras, snel klaar | Elke tegel moet in schraal zandcement liggen, anders zakt er één weg |
| Tegels met regels erop | Oneffen tuin of schotten die in dikte verschillen | Hoogte fijn af te stellen, meer lucht onder het hout | Regels op hun kant, minstens 45 mm dik, hart op hart maximaal 1,20 m gesteund |
| Tegeldragers met rubber pad | Kleine terrassen en harde ondergrond zoals oud beton | Millimeterwerk mogelijk, hout raakt de tegel niet | Alleen op een ondergrond die zelf niet meer zakt |
| Betonnen poeren | Slappe veengrond of een terras dat jaren moet liggen | Zakt niet na, ook niet in een natte winter | Veel graafwerk, en het terras komt hoger te liggen |
| Direct op het gras of op zand | Nooit | Geen | Het hout blijft nat, de schotten zakken scheef en gras groeit door de naden |
Schotten koppelen, op maat zagen en de randen vastzetten
Als de schotten strak tegen elkaar liggen, houden ze elkaar op hun plek. Vijfendertig kilo per stuk verschuift niet zomaar. Toch merk je bij de buitenste rij dat een schot kantelt zodra je op de uiterste rand stapt, en daarom koppel je in elk geval de randschotten aan hun buren. Dat doe je van onderaf met een RVS vlakverbinder over twee naast elkaar liggende dwarsliggers, of met een klosje hardhout onder de naad met twee schroeven in elk schot.
Gebruik daarvoor RVS schroeven van kwaliteit A2. Lariks en eiken bevatten looizuur, en dat vreet aan verzinkt staal. Je ziet dat terug als zwarte strepen rond elke schroefkop, en na een paar jaar zit de schroef zelf ook los. RVS kost een paar tientjes meer voor het hele terras en dat is het waard.
Zagen doe je liever niet, en als het moet dan voorbereid. In schotten van bepaalde persen zitten stalen stangen dwars door het pakket, en aan de koppen zitten soms verzinkte U-profielen. Ga daarom eerst met een magneet over de zaaglijn en wrik de kopprofielen eraf met een koevoet. Zaag met een reciprozaag en een blad voor hout met spijkers, niet met een schoon cirkelzaagblad. En schroef vóór het zagen een nieuwe dwarsligger onder de plek waar je gaat zagen, want anders liggen de dekplanken aan de gezaagde kant volledig los.
Werk de rand daarna af zodat het split niet in het gazon spoelt en het gras niet onder de schotten door groeit. Een strook van 30 cm grind langs de rand is de makkelijkste variant, een opsluitband of een grondkering langs de terrasrand is de nettere. Bij een terras dat hoger ligt dan de tuin eromheen is die kering geen luxe maar het onderdeel dat het split op zijn plek houdt.
Ga ervan uit dat er ijzer in het schot zit tot je hebt gecontroleerd dat het er niet in zit. Een cirkelzaag die op volle toeren een stalen stang raakt, slaat terug en kan het zaagblad beschadigen. Een reciprozaag met een bimetaalblad loopt in hetzelfde geval gewoon vast.
Waarom een steenschotten terras glad wordt
Het hout zelf is niet glad. Ruw gezaagd vuren heeft droog meer grip dan een geschaafde vlonderplank. Wat glad maakt, is de groene aanslag: een dun laagje algen dat op nat hout groeit en bij regen aanvoelt als zeep. Ruw hout houdt water en vuil langer vast en droogt trager, dus daar begint die aanslag eerder.
Dat maakt de discussie over ruw of glad hout minder zwart-wit dan hij lijkt. Een gladde plank droogt sneller en groeit dus later dicht, maar is nat zelf ook glibberig. Een ruwe plank heeft grip zolang hij schoon is en wordt gevaarlijk zodra hij groen ziet. De winst zit dus niet in de plank maar in hoe snel je terras droogt en hoe vaak je het schoonmaakt.
Drie dingen maken echt verschil. Zon en wind op het terras, dus snoei overhangende takken terug. Afschot van ongeveer een centimeter per meter van het huis af, zodat er geen water op de planken blijft staan. En lucht onder de schotten, zodat het hout van twee kanten droogt in plaats van alleen van boven.
Schoonmaken doe je in maart, op droog hout. Breng een groene aanslagverwijderaar aan, laat die inwerken volgens de verpakking en borstel daarna met een harde bezem in de lengte van de planken. Gebruik de hogedrukreiniger hooguit als naspoeling, met een vlakstraal op 25 tot 30 centimeter afstand. Van dichtbij raspt de straal de vezels open, en op dat opengeraspte hout zit de aanslag het jaar erop sneller terug dan ervoor.
| Waar het glad wordt | Waarom daar | Wat helpt |
|---|---|---|
| De schaduwkant en de noordzijde | Het hout droogt daar dagenlang niet op | Snoeien voor meer zon, of die strook met antislipstrips uitrusten |
| Onder een boom of een schutting | Bladeren en pollen blijven liggen en houden vocht vast | Wekelijks aanvegen in het najaar, naden uitmaken met een dun latje |
| De verzinkte kopprofielen | Glad staal dat nat spiegelt en waar je met je zool overheen schuift | Profielen eraf wrikken, of die schotten aan de rand leggen |
| Vlak voor de achterdeur | Daar loop je het vaakst en daar ontstaan de meeste uitglijders | Een rubberen buitenmat of een strook antislipprofiel op de looproute |
| Planken zonder afschot | Water blijft in de ruwe nerf staan en droogt niet weg | De ondersteuning bijstellen tot er 1 cm per meter afschot in zit |
| Het hele terras na een vorstnacht | Rijp op algen is glad, ongeacht de houtsoort | Bij vorst niet strooien met zout maar met scherp zand of split |
Strooi geen strooizout op een houten terras. Zout tast het hout en de bevestigingen aan en het spoelt daarna je borders in. Scherp zand of fijn split geeft bij vorst dezelfde grip zonder die schade.
De nadelen van een terras van steenschotten, eerlijk op een rij
Een terras van steenschotten is een compromis en dat mag je weten voordat je acht schotten in de auto laadt. Je koopt tweedehands industrieel materiaal dat nooit voor een tuin bedoeld was. Dat betekent onbekende herkomst, verschillen in dikte, een ruwe uitstraling en een levensduur die je bij vuren in jaren telt en niet in decennia.
De meeste nadelen zijn te ondervangen als je ze vooraf kent. Gladheid pak je aan met lucht, afschot en een schoonmaakbeurt per jaar. Hoogteverschillen los je op door de schotten bij aankoop op dikte te sorteren en het verschil onder de liggers weg te vullen. Splinters zijn een kwestie van de looppaden schuren met korrel 60 of gewoon schoenen aandoen.
Waar je minder aan kunt doen, is de levensduur van goedkope vuren schotten en de uitstraling. Wie een strak terras wil dat er over vijftien jaar nog hetzelfde uitziet, is met keramische tegels of hardhouten vlonderplanken beter af. Wie een groot oppervlak snel bruikbaar wil maken voor weinig geld, en het niet erg vindt om over zes of acht jaar opnieuw schotten te kopen, zit hier goed.
| Nadeel | Hoe zwaar weegt het | Wat je eraan kunt doen |
|---|---|---|
| Wordt glad door groene aanslag | Het meest genoemde bezwaar, en het klopt | Afschot, lucht eronder, jaarlijks reinigen, antislipstrips op de looproute |
| Korte levensduur bij vuren | Vier tot zeven jaar onbehandeld | Lariks, douglas of hardhout kopen, of de vervanging inplannen |
| Splinters en een ruw oppervlak | Merkbaar op blote voeten en bij kleine kinderen | Looppaden schuren met korrel 60, randen breken met schuurpapier |
| Hoogteverschil tussen schotten | Tweedehands schotten verschillen tot een centimeter in dikte | Op dikte sorteren en bijstellen met vulplaatjes onder de liggers |
| Spijkerkoppen die omhoog komen | Na een paar seizoenen krijg je losse nagels | Jaarlijks nalopen, terugslaan of vervangen door een RVS schroef |
| Verzinkte kopprofielen | Glad, koud en scherp aan de rand | Eraf wrikken en de spijkerresten doorslaan |
| Ongedierte onder het terras | Muizen en ratten vinden er dekking | Het gras eromheen kort houden en geen voer of afval bij het terras zetten |
| Stoelpoten zakken tussen de naden | Vooral bij dunne poten en bij planken met brede naden | Plaatjes of doppen onder de poten, of een tegel onder de tafel |
| Onbekende herkomst van het hout | Je weet niet of het behandeld is en waarmee | Niet gebruiken als moestuinbak of als speelvloer voor kleine kinderen |
Houtsoort, levensduur en behandelen
Hoe lang je terras meegaat, hangt vooral af van de houtsoort en pas daarna van wat je erop smeert. Een vuren schot dat op tegels ligt en van twee kanten droogt, houdt het vier tot zeven jaar vol. Datzelfde schot op het gras is binnen drie jaar zacht bij de liggers. Lariks en douglas gaan een stuk langer mee, en hardhouten schotten overleven jou en je tuinplannen.
Behandelen doe je op het juiste moment, namelijk voordat de schotten liggen. Zet ze op twee schragen en verzadig de kopse kanten en de onderkant van de liggers met een kleurloze houtimpregneer. Daar komt het water binnen, niet door de bovenkant van de plank. Als de schotten eenmaal liggen, kom je bij de onderkant niet meer.
Voor het loopvlak zijn er twee eerlijke opties. Niets doen en het hout laten vergrijzen, wat bij ruw gezaagd hout meestal het mooiste past. Of een olie op een droge dag in het voorjaar, waarbij je moet weten dat ruw hout twee tot drie keer zoveel opneemt als geschaafd hout: reken op ongeveer een liter per vier tot zes vierkante meter per laag, en herhaal dat jaarlijks. Wat je niet moet doen is dekkende verf of een filmvormende beits, want die laag bladdert op ruw hout binnen twee seizoenen aan flarden.
Nog één ding over de oude middelen. Carbolineum op teerbasis is niet meer voor particulier gebruik toegestaan, en wat tegenwoordig onder die naam in het schap staat is een alternatief op oliebasis met een andere werking. Wie voor de levensduur gaat, kiest liever meteen een houtsoort die het van zichzelf uithoudt, zoals de tropische soorten die je bij palissander in de tuin terugvindt.
| Houtsoort | Duurzaamheidsklasse | Levensduur op tegels, goed geventileerd | Waar je rekening mee houdt |
|---|---|---|---|
| Vuren of grenen, onbehandeld | 4 tot 5 | 4 tot 7 jaar | Goedkoopst, liggers gaan het eerst, olie rekt het maar beperkt op |
| Geïmpregneerd vuren | verduurzaamd | 8 tot 12 jaar | Groenige kleur die vergrijst, zaagsneden zelf nabehandelen |
| Lariks | 3 tot 4 | 7 tot 12 jaar | Bevat looizuur, dus RVS bevestiging gebruiken tegen zwarte strepen |
| Douglas | 3 | 7 tot 12 jaar | Kan flink werken en scheuren in de eerste zomer |
| Eiken | 2 | 12 tot 20 jaar | Zwaar, en ook hier geven verzinkte schroeven zwarte uitslag |
| Azobé of ander tropisch hardhout | 1 tot 2 | 15 tot 25 jaar | Zeer zwaar te tillen, voorboren is verplicht, wordt nat wel glad |
Impregneer de kopse kanten twee keer, met een uur ertussen. Kops hout zuigt als een rietje en juist daar begint het rotten bij een steenschot bijna altijd.
Afschot, ventilatie en de aansluiting op de gevel
Water en lucht bepalen of je terras zes of twaalf jaar meegaat. Leg daarom afschot in, ongeveer een centimeter per meter, altijd van het huis af. Dat lijkt weinig maar het is genoeg om te voorkomen dat er plassen op de planken blijven staan, en plassen zijn de plek waar de aanslag begint.
Voor ventilatie geldt een regel die veel mensen over het hoofd zien: één opening maakt geen luchtstroom. Een spleet van twee centimeter langs de muur helpt alleen als aan de tegenoverliggende kant ook lucht naar binnen kan. Zijn alle andere zijden dichtgezet met een border, een opsluitband of aangeaarde grond, dan staat de lucht onder je terras gewoon stil en heb je van die spleet geen enkel profijt. Houd dus minstens twee tegenover elkaar liggende kanten open.
Bij de gevel komt er nog iets bij. Het terras hoort minstens twee centimeter onder de bovenkant van de dorpel of de loodslabbe te blijven, zodat regenwater niet tegen het metselwerk aan blijft staan. Roosters van de kruipruimte mag je nooit dichtleggen: die moeten open blijven om de vloer eronder droog te houden. Loopt er een regenpijp uit op het terras, leg dan een tegel of een grindstrook onder het uitstroompunt, want een straal water die maandenlang op dezelfde plank valt maakt daar binnen een jaar een groene plek.
Houd ook de naden schoon. Tussen de dekplanken van een steenschot zit vijf tot tien millimeter ruimte, en daar hoort water doorheen te lopen. Zit die ruimte vol met bladresten en zand, dan werkt je hele constructie als een badkuip. Eén keer per jaar met een dun latje of een oude schrobber door de naden gaan is genoeg.
Zo maak je een terras van steenschotten
Deze volgorde werkt voor een terras in het gazon en met kleine aanpassingen ook op een bestaande, verzakte tegelvloer.
-
Meet je schotten op en teken de indeling
Meet drie schotten uit je partij na en reken met de kleinste maat. Teken daarna het terras op die maat uit met piketten en een touwtje, zodat het aantal schotten precies past. Een terras van 4,40 bij 2,50 meter kost je geen enkele zaagsnede, een terras van 4,50 bij 2,50 wel twee.
-
Steek de zode af en vlak de bodem uit
Graaf tien tot vijftien centimeter uit, iets ruimer dan het terras zelf. Hark de bodem daarna vlak en haal wortels en stenen weg. Graaf de eerste steken met de spade als je niet weet welke leidingen of kabels er in het gazon liggen.
-
Leg worteldoek en een laag split
Rol het gronddoek uit met tien centimeter overlap tussen de banen en sla de randen om. Breng daarop vijf centimeter split of granulaat aan. Werk je met ophoogzand, verdicht dat dan met een trilplaat in lagen van vijf tot tien centimeter tegelijk, anders zakt de onderste laag alsnog na.
-
Stel de tegels waterpas en op afschot
Zet elke tegel in een handvol schraal zandcement, ongeveer tien delen zand op één deel cement, droog gemengd. Klop hem met een rubberen hamer aan tot hij niet meer wiebelt en leg meteen het afschot van een centimeter per meter van het huis af in. Controleer met een rei van twee meter over meerdere tegels tegelijk, niet per tegel apart.
-
Leg de regels of de rubberstrookjes
Werk je met regels, leg die dan op hun kant en haaks op de richting van de dwarsliggers, met de tegels er hart op hart maximaal 1,20 meter uit elkaar onder. Leg je de schotten direct op de tegels, leg dan op elke tegel een strookje EPDM of dakleer. Het hout raakt de natte tegel dan niet meer.
-
Leg de schotten strak tegen elkaar
Begin bij de kant die het meest in het zicht ligt en werk van daar af. Til met zijn tweeën, want een schot van 110 bij 140 weegt al gauw dertig kilo. Leg ze zonder tussenruimte tegen elkaar: de naden tussen de dekplanken voeren het water al af, en een extra spleet vult zich alleen maar met blad.
-
Koppel de schotten en zaag alleen waar het echt moet
Verbind in elk geval de buitenste rij met RVS vlakverbinders over de dwarsliggers, zodat er niets kantelt als je op de rand stapt. Moet je toch een schot inkorten, ga dan eerst met een magneet over de zaaglijn, schroef een nieuwe dwarsligger onder de zaagplek en gebruik een reciprozaag met een blad voor hout met spijkers.
-
Werk de rand af en behandel de kopse kanten
Vul de strook tussen terras en gazon met grind, een opsluitband of een kering die de grond tegenhoudt, zodat het split blijft liggen en het gras er niet onder door groeit. Verzadig daarna alle gezaagde koppen met houtimpregneer en loop het terras na op uitstekende spijkerkoppen.
Nalopen voordat je de schotten definitief laat liggen
Uit de praktijk
Schotten op losse stoeptegels die na één winter scheef lagen
Een terras van acht schotten van 110 bij 140 was gelegd op stoeptegels onder de hoeken, zonder balken ertussen. De schotten lagen strak tegen elkaar en bewogen door hun eigen gewicht inderdaad niet. Het probleem zat een laag lager: de tegels waren in los ophoogzand gelegd op een pas afgegraven gazon.
Na de eerste natte winter stonden drie tegels een centimeter of twee lager dan de rest en wipte er een schot bij elke stap. Het herstel was niet ingewikkeld maar wel opnieuw tillen: schotten eraf, tegels eruit, en alle tegels terug in een handvol droog gemengd zandcement van tien op één. Meteen is er per schot een derde steunpunt in het midden bij gekomen, onder de middelste dwarsligger. Sindsdien ligt het vlak.
Een luchtspleet van 2 cm die niets deed
Bij een terras tegen de achtergevel was aan de muurzijde bewust twee centimeter ruimte opengelaten voor de ventilatie. Alle andere zijden waren afgewerkt met een opsluitband en aangeaarde borders. Een jaar later was de onderkant van de schotten aan de gevelzijde donker en klam, terwijl de bovenkant er prima uitzag.
De oorzaak was dat er geen luchtstroom kon ontstaan. Lucht die nergens weg kan, staat stil, hoe breed de spleet aan één kant ook is. De oplossing was aan de tuinzijde over de volle breedte een strook grind van dertig centimeter te maken in plaats van een dichte border, zodat er van voor naar achter trek onder het terras kwam. Tegelijk zijn de contactpunten met de tegels voorzien van strookjes dakleer, in plaats van de menie die daar oorspronkelijk voor bedoeld was.
Een zaagblad dat op een stalen stang liep
Om een rij passend te maken moest een schot in de lengte doormidden. Halverwege de snede liep de cirkelzaag vast op een stalen stang die dwars door het pakket zat, iets wat je bij schotten van bepaalde persen tegenkomt en wat van bovenaf niet te zien is. Het zaagblad was daarna rijp voor de container.
Wat we sindsdien doen: eerst met een magneet aan een touwtje langs de hele zaaglijn, dan de verzinkte kopprofielen eraf wrikken met een koevoet, en pas daarna zagen met een reciprozaag en een bimetaalblad voor hout met spijkers. Nog belangrijker bleek het schroeven van een nieuwe dwarsligger onder de zaaglijn vóór het zagen. Zonder die ligger liggen alle dekplanken aan de afgezaagde kant los zodra de zaag erdoorheen is.
Lariks schotten die elk voorjaar opnieuw spekglad waren
Een terras van lariks schotten aan de noordkant van het huis, deels onder een grote esdoorn, was elke winter zo glad dat er niet veilig overheen te lopen was. De reflex was om er in maart met de hogedrukreiniger vol overheen te gaan. Dat gaf een schoon terras dat in september alweer groen zag, en elk jaar iets sneller.
Wat er gebeurde, is dat de straal van dichtbij de houtvezels openrafelt. Op dat opengerafelde oppervlak hecht de aanslag beter dan op het oorspronkelijke hout. De aanpak die wel hield: de laagste takken van de esdoorn eruit, in maart een groene aanslagverwijderaar laten inwerken en met een harde bezem in de lengte borstelen, en de hogedrukreiniger alleen nog als naspoeling op dertig centimeter afstand. De echte uitglijders bleken trouwens op de verzinkte kopprofielen te gebeuren, en die zijn er met een koevoet afgehaald.
Veelgemaakte fouten
De schotten direct op het gras of op zand leggen
Het is de snelste manier en het ziet er de eerste maand prima uit. Het hout staat dan alleen permanent in contact met vochtige grond, en de dwarsliggers zijn binnen twee tot drie jaar zacht. Bovendien groeit gras door de naden omhoog en zakken de schotten ongelijk weg.
De tegels in los zand stellen
Los ophoogzand spoelt uit en zakt na, zeker op een pas afgegraven gazon. Eén tegel die twee centimeter zakt, maakt een schot dat bij elke stap wipt. Een handvol droog gemengd zandcement onder elke tegel kost je een halve zak cement voor het hele terras.
Zagen zonder eerst op ijzer te controleren
Steenschotten zijn geen schoon hout. Er zitten ringnagels in, soms verzinkte kopprofielen en bij bepaalde persen stalen stangen dwars door het pakket. Een cirkelzaagblad dat daarop stuit is naar de knoppen, en de zaag zelf kan terugslaan. Ga eerst met een magneet langs de lijn.
Verzinkte schroeven gebruiken in lariks of eiken
Het looizuur in deze houtsoorten tast de zinklaag aan. Je ziet binnen een seizoen zwarte strepen rond elke schroefkop lopen, en na een paar jaar zit de bevestiging los. RVS van kwaliteit A2 kost voor een heel terras hooguit een paar tientjes extra.
Worteldoek overslaan omdat de schotten dicht tegen elkaar liggen
Het klinkt logisch dat onkruid geen kans krijgt als er geen ruimte tussen de schotten zit. Alleen zit tussen de dekplanken van elk schot vijf tot tien millimeter, en langs de randen kruipt het gras er zo onderdoor. Het doek houdt daarnaast het split gescheiden van de grond.
De hogedrukreiniger van vlakbij op het hout zetten
Een straal op tien centimeter haalt de aanslag weg en rafelt tegelijk de vezels open. Dat opengerafelde oppervlak neemt meer water op en groeit sneller weer dicht, dus elk jaar wordt het probleem groter. Houd 25 tot 30 centimeter afstand en werk in de lengterichting van de planken.
Het terras aan alle kanten dichtzetten
Een opsluitband rondom ziet er af en houdt tegelijk alle lucht tegen. Onder een dicht terras blijft het hout klam en gaat het merkbaar korter mee. Houd twee tegenover elkaar liggende zijden open, bijvoorbeeld met een strook grind.
Een dunne plank als draagbalk gebruiken
Een hardhouten plank van 16 mm dik die plat op de tegels ligt, veert onder je voeten en houdt over de volle breedte water vast. Neem materiaal van minstens 45 mm en zet het op zijn kant, want op zijn kant buigt hetzelfde stuk hout vele malen minder door.
Veelgestelde vragen
Wat zijn de nadelen van een steenschotten terras?
De vier die er echt toe doen: het wordt glad door groene aanslag, vuren schotten gaan maar vier tot zeven jaar mee, het hout is ruw en geeft splinters, en tweedehands schotten verschillen onderling in dikte waardoor je hoogteverschillen krijgt. Daar komt bij dat je niet weet waarmee het hout ooit behandeld is, dus als speelvloer voor kleine kinderen of als bodem van een moestuinbak is het geen goede keuze. De meeste nadelen zijn met een goede ondersteuning en één schoonmaakbeurt per jaar te ondervangen.
Wordt een steenschotten terras glad?
Ja, maar niet door het hout zelf. Droog ruw gezaagd hout heeft juist veel grip. Wat glad maakt is de groene aanslag die op traag drogend hout groeit, en ruw hout houdt nu eenmaal langer vocht vast. Je houdt het onder controle met afschot van een centimeter per meter, lucht onder de schotten, zon op het terras en een reinigingsbeurt in maart. Op de looproute naar de deur helpen antislipstrips echt. De verzinkte kopprofielen aan de korte kanten zijn nat het gladst van alles, dus haal die eraf of leg ze aan de rand.
Hoe maak je een terras van steenschotten op een grasveld?
Steek eerst de zode tien tot vijftien centimeter diep af en hark de bodem vlak. Leg worteldoek met overlap, breng vijf centimeter split aan en stel daarop stoeptegels van 30 bij 30 in een handvol schraal zandcement, met ongeveer een centimeter afschot per meter van het huis af. Onder elk uiteinde van elke dwarsligger hoort een steunpunt, dus reken op drie tegels per schot als je ze met de buurschotten deelt. Leg de schotten daarna strak tegen elkaar en koppel de buitenste rij met RVS verbinders.
Moet er worteldoek onder een steenschotten terras?
Ja, ook als de schotten strak tegen elkaar komen te liggen. Tussen de dekplanken van elk schot zit vijf tot tien millimeter ruimte, en daar groeit gras net zo goed doorheen als langs de randen. Het doek houdt daarbij je split gescheiden van de tuingrond, zodat de laag niet binnen twee jaar dichtslibt. Gebruik echt gronddoek dat water doorlaat en geen plastic folie, want onder folie blijft het water staan en dat is precies wat je onder hout niet wilt.
Hoeveel stoeptegels heb ik onder een steenschot nodig?
Een schot rust op zes punten: de beide uiteinden van elk van de drie dwarsliggers. Bij een terras waarin de schotten tegen elkaar liggen, deel je die punten met de buren, dus gemiddeld kom je uit op ongeveer drie tegels van 30 bij 30 per schot. Ligt een schot los, bijvoorbeeld als vlonderje onder een bank, dan heeft het wel zes eigen tegels nodig. Sla het middelste steunpunt niet over bij dunne dekplanken, want dan gaat het schot in het midden veren.
Moet ik de grond eerst verdichten met een trilplaat?
Alleen daar waar je zand of granulaat hebt aangebracht. Die lagen verdicht je in stappen van vijf tot tien centimeter, want een dikke laag in één keer trillen zakt onderin alsnog na. Op grond die al jaren onaangeroerd ligt en die je alleen hebt vlakgeharkt, voegt trillen weinig toe. Wat er bij een houten terras werkelijk toe doet, is dat elk afzonderlijk steunpunt onwrikbaar ligt, en dat bereik je met schraal zandcement onder de tegels.
Mogen steenschotten tegen elkaar aan liggen of moet er ruimte tussen?
Strak tegen elkaar is beter. De naden tussen de dekplanken voeren het water al af, dus een extra spleet is voor de afwatering niet nodig en vult zich in het najaar met blad en zand. Bovendien houden de schotten elkaar op hun plek als ze elkaar raken. Ventilatie regel je niet met spleten in het loopvlak maar met open zijkanten: houd twee tegenover elkaar liggende randen vrij, zodat er lucht onder het terras door kan stromen.
Hoe bevestig ik steenschotten aan elkaar?
Van onderaf, zodat je niets ziet. Schroef een RVS vlakverbinder over twee naast elkaar liggende dwarsliggers, of leg een klosje hardhout onder de naad en schroef dat met twee schroeven in elk schot vast. Door het eigen gewicht van dertig kilo per schot blijft het middengedeelte vanzelf liggen, dus koppelen is vooral bij de buitenste rij nodig: daar kantelt een schot als je op de uiterste rand stapt. Gebruik RVS A2, want verzinkt staal krijgt het in lariks en eiken zwaar te verduren.
Kun je steenschotten doorzagen?
Het kan, maar niet zomaar. In schotten van bepaalde persen zitten stalen stangen dwars door het pakket, en aan de koppen zitten vaak verzinkte U-profielen. Ga daarom eerst met een magneet over de zaaglijn en haal de profielen eraf. Zaag met een reciprozaag en een bimetaalblad voor hout met spijkers in plaats van met een schoon cirkelzaagblad. Schroef ook een nieuwe dwarsligger onder de zaaglijn voordat je begint, anders liggen alle dekplanken aan de afgezaagde kant los.
Hoe lang gaan lariks steenschotten mee?
Lariks valt in duurzaamheidsklasse 3 tot 4. Op tegels, met lucht eronder en zonder grondcontact, houd je zeven tot twaalf jaar aan. Ligt hetzelfde schot op de grond of in een border, dan halveert die termijn ongeveer. Het hout vergrijst in de eerste twee jaar naar zilvergrijs, wat geen aantasting is maar alleen een verkleuring van de buitenste vezels. Wie langer wil, komt uit bij eiken of tropisch hardhout, waarover je meer leest bij de eigenschappen van palissander en verwante houtsoorten.
Moet je steenschotten behandelen voordat je ze legt?
De kopse kanten en de onderkant van de dwarsliggers wel, en dat doe je voordat de schotten liggen, want daarna kom je er niet meer bij. Verzadig ze met een kleurloze houtimpregneer en herhaal dat na een uur. Het loopvlak mag je gewoon laten vergrijzen. Kies je toch voor olie, houd er dan rekening mee dat ruw hout twee tot drie keer zoveel opneemt als geschaafd hout en dat je het jaarlijks moet herhalen. Dekkende verf of een filmvormende beits bladdert op ruw hout binnen twee seizoenen.
Waar koop je steenschotten en wat kosten ze?
Bij houthandels en steenhandels die met de baksteenindustrie werken, en soms rechtstreeks bij een steenfabriek of een aannemer die veel metselwerk maakt. Prijzen lopen sterk uiteen met de houtsoort en de staat, ruwweg van een paar euro voor gebruikt vuren tot rond de vijftien euro voor lariks of hardhout per schot. Vraag altijd naar de maat en keer een paar schotten om om de liggers te controleren. Wil je toch liever een vaste vloer, vergelijk het dan met de opbouw en de kosten van een bestraat terras met tegels of klinkers.
Wanneer je beter een vakman belt
Een terras van steenschotten leggen is werk dat je zelf doet. Het is tillen, meten en geduld hebben met de tegels eronder, en er komt geen enkele constructieve berekening aan te pas.
Er zijn wel drie momenten om te stoppen en iemand te bellen. Het eerste is graafwerk waarbij je niet weet wat er in de grond ligt. Kabels en leidingen liggen in tuinen vaak ondiep en niet waar je ze verwacht, en bij de aansluiting van gas of elektra naar een schuur graaf je niet zelf verder. Zit je bij een gasleiding, laat dat over aan een erkend installateur.
Het tweede is een terras dat een hoogteverschil moet opvangen. Vanaf ongeveer een meter grondkering praat je over een keermuur die grond en waterdruk moet houden, en dat is werk waarbij een verkeerde fundering pas na twee winters zichtbaar wordt.
Het derde is een terras op een dakterras, een balkon of boven een kelder. Steenschotten met een draagconstructie erbij wegen snel vijftig kilo per vierkante meter, en of een dakvloer dat mag dragen bepaalt een constructeur, niet je onderbuikgevoel.