Palissander in de tuin: wat het is en waar je het wel en niet voor gebruikt
Palissander is een handelsnaam voor donker, olieachtig hardhout uit het geslacht Dalbergia. Het is meubel- en fineerhout en geen terrashout: het is duur, het lijmt slecht en de handel valt onder CITES. Wil je hardhout op je terras, dan kom je uit bij bangkirai, cumaru, merbau of ipé. Die vragen voorboren, roestvaste schroeven en een paar maanden geduld met looistofwater dat je bestrating bruin kleurt.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Afkort- of cirkelzaag met een hardmetalen blad met veel tanden
- Accuboormachine en een tweede accu, hardhout vraagt veel
- Houtboren van 3, 4, 5 en 6 mm en een verzinkboor
- Torxbits in voorraad, die houden het in hardhout het langst vol
- Waterpas van minstens 120 cm en een rei van 2 meter
- Afstandsblokjes of montagewiggen voor gelijke voegen
- Stofmasker klasse P3 en een veiligheidsbril
- Stevige werkhandschoenen tegen splinters
- Harde bezem en een borstel met kunststof haren
Materiaal
- Hardhouten terrasplanken, met een vochtgehalte dat de leverancier kan noemen
- Onderregels van hardhout of naaldhout in gebruiksklasse 4, minstens 45 mm dik
- Roestvaste schroeven A2, of A4 aan de kust
- Strookjes EPDM of dakleer tussen regel en tegel
- Kleurloze impregneer of kopse-kantenwas
- Hardhoutolie zonder filmvorming
- Reiniger op basis van oxaalzuur voor looistofvlekken
- Worteldoek en split of gebroken granulaat
Wat palissander is en wat er onder die naam verkocht wordt
Palissander is geen boomsoort maar een handelsnaam. Het hout komt van bomen uit het geslacht Dalbergia, waarvan tientallen soorten voorkomen in India, Zuidoost-Azië, Afrika en Zuid-Amerika. Wat ze gemeen hebben is een donkerbruine tot paarsbruine kern met bijna zwarte strepen, een hoog gewicht en een vettig aanvoelend oppervlak.
Dat vettige zegt meer over het gedrag van het hout dan de kleur. De natuurlijke oliën maken palissander van zichzelf bestand tegen schimmels en insecten, maar ze werken tegen je zodra je gaat lijmen of een laag aanbrengt. Voor een tuin komt het erop neer dat je een houtsoort in handen hebt die het buiten prima zou uithouden, terwijl vrijwel niemand hem daarvoor gebruikt.
In de winkel kom je de naam op drie manieren tegen: als massief meubelhout, als kleurnaam van een beits of een vloerdeel, en als deel van een samengestelde handelsnaam zoals Santos palissander. Alleen de eerste is echt Dalbergia. Hoe een houten vlonder zich verhoudt tot steen, grind en de opbouw eronder lees je in ons overzicht over terras en bestrating, van zandbed tot klinkers.
| Naam in de handel | Wat het botanisch is | Duurzaamheidsklasse | Waar je het tegenkomt en waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Palissander, Oost-Indisch | Dalbergia latifolia | 1 tot 2 | Meubels, tafelbladen en fineer. Zeer olieachtig, lijmt slecht en valt onder CITES |
| Rio palissander | Dalbergia nigra | 1 | Oude meubels en gitaren. Zwaarst beschermde soort, nieuwe handel is vrijwel dicht |
| Santos palissander | Machaerium, geen Dalbergia | 1 tot 2 | Vloerdelen en meubels. Lijkt er sterk op, maar valt niet onder dezelfde regels |
| Bangkirai | Shorea, ook verkocht als yellow balau | 2 | Terras- en vlonderplanken. Splintert, geeft veel looistof en krijgt haarscheurtjes |
| Cumaru | Dipteryx odorata | 1 tot 2 | Terrasplanken en regels. Erg zwaar, werkt merkbaar, voorboren is verplicht |
| Ipé | Handroanthus | 1 | Terrasplanken in het duurdere schap. Zo hard dat boren traag gaat en bits slijten |
| Merbau | Intsia bijuga | 1 tot 2 | Terrasplanken en kozijnen. Stabiel, maar geeft de sterkste looistofvlekken |
| Padoek | Pterocarpus | 1 tot 2 | Vlonders, meubels en schermen. Feloranje bij aankoop, vergrijst binnen een jaar |
| Azobé | Lophira alata | 1 tot 2 | Beschoeiing, damwand en zware balken. Splintert grof, niet voor blote voeten |
| Robinia | Robinia pseudoacacia, Europees | 1 tot 2 | Palen, palissaden en speeltoestellen. Krom gegroeid, maar houdt het in de grond uit |
Twijfel je of iets echt palissander is? Schuur een onopvallend hoekje kort op en ruik eraan. Dalbergia geeft een zoete, kruidige geur af die je niet snel verwart met de zure lucht van merbau of de neutrale geur van eiken.
Palissander of palissade: waar de verwarring vandaan komt
Wie in een tuincentrum naar palissander vraagt, bedoelt vaak palissaden. Dat zijn ronde of halfronde palen die je naast elkaar in de grond zet als borderrand, als zijkant van een trap of als lage kering tussen twee hoogtes. De woorden lijken op elkaar, het product is totaal verschillend.
Bij palissaden telt vooral hoe diep ze staan en wat er achter zit. Een rij die alleen een borderrand afboordt mag ondiep, maar zodra de palen grond tegenhouden gaat er minstens evenveel paal de grond in als er bovenuit steekt. Bij natte klei of leem wordt dat meer. Water dat achter de rij blijft staan drukt de palen in de loop van jaren naar voren, dus grind en een drainageslang achter de kering doen meer voor de standtijd dan een extra dikke paal. Hoe je zo'n rand stelt en verankert staat bij grond op hoogte houden met een keerwand.
Voor palissaden gebruik je geen tropisch meubelhout. Geïmpregneerd naaldhout in gebruiksklasse 4 is gemaakt voor permanent grondcontact, robinia houdt het zonder impregneermiddel uit, en azobé of eiken zijn ook een keuze. Palissanderhout in de grond zetten is duur en zonde, want je betaalt voor een kleur die je in de grond niet ziet.
Waarom palissander zelden op een terras ligt
Technisch zou palissander het buiten uithouden. Het hout zit in duurzaamheidsklasse 1 tot 2, het rot niet zomaar weg en insecten laten het met rust. Toch vind je er geen terrasplank van, en daar zijn drie nuchtere redenen voor.
De eerste is de handelsvorm. Palissander wordt verkocht als meubel- en fineerhout, in andere diktes en lengtes dan een vlonderplank, en per kubieke meter kost het een veelvoud van bangkirai. De tweede is de bescherming: het hele geslacht Dalbergia staat op bijlage II van CITES en Rio palissander op bijlage I. Voor invoer en doorverkoop hoort daar papierwerk bij dat niemand voor een terras gaat regelen.
De derde reden zit in het hout zelf. De oliën die het zo duurzaam maken, zorgen dat lijm slecht hecht en dat producten op oliebasis traag of onvolledig uitharden. Bij een tafelblad neem je het hechtvlak vlak voor het lijmen af met aceton en dan lukt het wel. Over dertig terrasplanken is dat geen werkbare route.
Heb je wel tuinmeubelen van palissander, behandel ze dan als binnenhout dat af en toe buiten staat. Zet ze in de winter droog weg, niet onder een strak zeil waaronder condens blijft hangen, en werk ze bij met een olie voor hardhout in plaats van met een lak. Een lakfilm op olieachtig hout laat binnen twee seizoenen los.
Het stof van palissander is niet onschuldig. De stoffen die in Dalbergia zitten kunnen huiduitslag en luchtwegklachten geven, en die gevoeligheid bouwt zich op naarmate je er vaker mee werkt. Datzelfde speelt bij padoek en ipé. Zaag en schuur buiten, gebruik een masker van klasse P3 en was je onderarmen na afloop.
Welk hout je waarvoor gebruikt in de tuin
De keuze tussen houtsoorten wordt eenvoudiger zodra je hem per toepassing maakt in plaats van per soort. Een plank waar je op blote voeten over loopt vraagt iets anders dan een paal die dertig jaar in natte grond staat. Wat een houtsoort in de ene rol goed maakt, maakt hem in de andere rol juist ongeschikt.
Twee dingen zijn daarbij vaak doorslaggevend en worden zelden genoemd. Het eerste is splintergedrag: azobé en bangkirai geven grove splinters die dwars door dun schoeisel gaan, ipé en cumaru veel minder. Het tweede is oppervlaktebewerking. Geribbeld hardhout wordt verkocht als antislip, maar de groeven vullen zich met bladresten en groene aanslag en zijn daarna moeilijk schoon te krijgen. Glad geschaafd hout dat je twee keer per jaar afborstelt blijft in de praktijk beter beloopbaar.
Zoek je vooral een betaalbaar loopvlak en niet per se hardhout, dan is een terras van steenschotten van lariks of douglas een reële optie voor een fractie van de prijs.
| Wat je wilt maken | Wat daarbij past | Waarom het andere afvalt |
|---|---|---|
| Terrasplanken waar je op blote voeten loopt | Glad geschaafd cumaru, merbau of ipé | Geribbeld en ruw hout splintert en houdt vuil vast, waardoor het juist gladder wordt |
| Vlonder op een plek in de schaduw | Hardhout met een licht geborsteld oppervlak | Groene aanslag komt daar altijd terug, dus schoonmaken moet makkelijk blijven |
| Onderregels onder een vlonder | Hardhout van 45 mm of dikker, op zijn kant gezet | Een plank die plat ligt veert door en houdt water vast over het hele contactvlak |
| Palen die permanent in de grond staan | Naaldhout in gebruiksklasse 4, robinia of azobé | Terrasplanken van hardhout zijn niet gemaakt voor blijvend grondcontact |
| Beschoeiing langs een sloot of vijver | Azobé | Blijft hard bij wisselende waterstanden, maar splintert te grof om op te lopen |
| Tuinmeubelen die het hele jaar buiten staan | Teak of iroko | Palissander is meubelhout voor binnen en te kostbaar om te laten vergrijzen |
| Borderrand of lage afboording | Halfronde palen of klinkers op hun kant | Zet ze net onder maaihoogte, dan kan het maaiwiel eroverheen |
| Vlonder rond een zwembad of vijver | Ipé of cumaru, glad geschaafd | Hout dat splintert is op natte, blote voeten de verkeerde keuze |
Hardhout vastzetten: voorboren, schroeven en maten
Hardhout vergeeft niets bij het bevestigen. Een schroef die je zonder voorboren indraait, wringt de vezels uit elkaar en geeft een scheur die vanaf de kop naar het kopse eind doorloopt. Bij ipé en cumaru draait een schroef zonder voorgeboord gat vaak gewoon zijn kop eraf.
Voorboren doe je in twee maten. In de plank boor je een doorlaatgat ter dikte van de schroef zelf, zodat de schroef daar niets meer grijpt en de plank strak op de regel wordt getrokken. In de regel eronder boor je een kleiner gat, ongeveer zeventig procent van de schroefdiameter, waarin de schroefdraad wel houvast heeft. Verzink de kop met een verzinkboor, want een kop die in het hout gedrukt moet worden splijt de plank alsnog.
Houd afstand tot de randen. Minstens twee centimeter tot het kopse eind en anderhalf tot de zijkant, en twee schroeven per kruising met een regel. Een enkele schroef in het midden laat de plank draaien zodra het hout werkt, en dat werken is bij tropisch hardhout aanzienlijk.
De voegbreedte hangt af van hoe nat het hout binnenkomt. Planken die kurkdroog uit een verwarmde loods komen zetten buiten nog uit, dus daar houd je de voeg ruimer. Planken die nat en zwaar zijn geleverd krimpen juist en mogen dichter tegen elkaar. Bij twijfel is zes millimeter een veilige middenweg.
| Onderdeel | Afstand tussen de steunpunten | Voorboren | Bevestiging en voeg |
|---|---|---|---|
| Terrasplank 19 tot 21 mm | Regel om de 40 cm | Doorlaatgat 5 mm in de plank, 3,5 mm in de regel | Roestvast 5 x 60 mm, voeg 5 tot 7 mm |
| Terrasplank 25 mm | Regel om de 50 cm | Doorlaatgat 5 mm in de plank, 3,5 mm in de regel | Roestvast 5 x 70 mm, voeg 6 tot 8 mm |
| Terrasplank 28 tot 32 mm | Regel om de 60 cm | Doorlaatgat 6 mm in de plank, 4 mm in de regel | Roestvast 6 x 80 mm, voeg 6 tot 8 mm |
| Regel 45 x 70 mm, op zijn kant | Steunpunt om de 90 cm | 4 mm in de regel | Roestvast 5 x 80 mm of een houtdraadbout |
| Balk 45 x 145 mm, op zijn kant | Steunpunt om de 1,5 m | 4 mm in de balk | Houtdraadbout, of vlakverbinders op de kruising |
| Kopse naad tussen twee planken | Altijd boven een regel of een dubbele regel | Beide planken apart voorboren | Laat 8 tot 10 mm ruimte, hier krimpt het meest |
Gebruik geen verzinkte schroeven in tropisch hardhout. Het looizuur in het hout reageert met ijzer en vormt een donkerblauwe tot zwarte vlek die vanaf elke schroefkop uitwaaiert. Die verkleuring zit in het hout en poets je er niet meer uit. Roestvast staal A2 is het minimum, aan de kust neem je A4.
Looistof: bruine strepen op je bestrating
Vers tropisch hardhout loogt uit. Regenwater trekt de looistoffen uit de bovenste vezellaag en loopt daarna langs de planken de grond in. Dat water is roodbruin en zet zich vast op alles wat licht en poreus is: betontegels, gebakken klinkers, keramiek, natuursteen en de onderste laag van je gevel.
Merbau is hierin de sterkste, bangkirai volgt op korte afstand. Het duurt meestal een paar maanden tot een seizoen voordat het hout is uitgeloogd, en juist in die periode zie je de vlekken ontstaan. Wie de vlonder in het najaar legt, kijkt de hele winter tegen bruine sluiers aan.
Voorkomen is een kwestie van planning. Leg de planken eerst een aantal weken los op schragen op een plek waar het uitspoelende water niets kan raken, bijvoorbeeld op gras of op een stuk zeil dat afwatert naar de border. Ligt de vlonder al, dek dan de aangrenzende bestrating rond het terras af zolang het hout nog kleur afgeeft, of spoel de tegels na elke bui door voordat het opdroogt.
Zitten de vlekken er eenmaal, dan werkt een reiniger op basis van oxaalzuur het beste. Dat is hetzelfde middel dat roestvlekken uit beton haalt, en het pakt de ijzer- en looistofverbinding aan in plaats van er alleen overheen te bleken. Chloor en gewone groene-aanslagreiniger doen bij looistof vrijwel niets.
Test elk reinigingsmiddel eerst op een tegel die straks onder een plantenbak ligt. Oxaalzuur en zoutzuur kunnen de cementhuid van betontegels aantasten en laten dan een lichtere, ruwe plek achter die je moeilijker wegwerkt dan de vlek zelf.
Vergrijzen of oliën, en wanneer je wat doet
Onbehandeld tropisch hardhout wordt zilvergrijs. Op een zonnige zuidkant gaat dat binnen een half jaar, in de schaduw duurt het langer en wordt de kleur eerder groenig grijs dan zilver. Die grijze laag is een dun vergrijsd vezellaagje en zegt niets over de sterkte van het hout eronder.
Wil je de warme kleur houden, dan is olie de enige route die werkt. Een filmvormende beits of lak op hout dat buiten ligt bladert binnen twee seizoenen af, en dan sta je met een schuurmachine op je knieën. Olie trekt in en slijt af zonder te bladderen, dus bijwerken is niets meer dan reinigen en opnieuw aanbrengen.
De timing luistert nauw. Nieuw hardhout zit vol eigen olie en neemt in de eerste maanden nauwelijks iets op, dus laat het eerst een aantal weken buiten liggen en oliën lukt daarna pas goed. Werk op droog hout, boven een graad of tien, en niet in de volle zon, want dan droogt de olie op het oppervlak in plaats van erin te trekken. Neem overtollige olie na een half uur af met een doek, anders blijft er een plakkerige film staan die stof vasthoudt.
Groene aanslag hoort bij een tuin en komt terug, hoe vaak je ook poetst. Borstel met een harde bezem en water in de richting van de nerf. Een hogedrukreiniger vermijd je: die blaast de zachte vezels tussen de nerven weg, waardoor het hout ruw wordt, sneller splintert en juist meer aanslag vasthoudt. Hoe dat samenhangt met de rest van je onderhoud lees je bij de klussen in en om de tuin.
Zagen, boren en schuren in tropisch hardhout
Hardhout maakt gereedschap sneller bot dan je gewend bent. Een gewoon cirkelzaagblad met twintig tanden brandt zich door ipé heen in plaats van te zagen, met schroeiplekken op de zaagsnede en een blad dat je daarna kunt weggooien. Neem een hardmetalen blad met veel tanden, het type dat ook voor aluminium en kunststof wordt verkocht, en voer langzaam aan.
Bij boren speelt hetzelfde. Draai op een laag toerental, trek de boor regelmatig terug om de spanen eruit te laten en geef de boor tijd om af te koelen. Een boor die blauw aanloopt is hard geworden aan de punt en snijdt daarna niet meer, hij wrijft alleen nog. In cumaru en ipé hoor je dat verschil meteen.
Elke verse zaagsnede is een open kopse kant, en daar zuigt hout het meeste water op. Behandel gezaagde koppen daarom nog dezelfde dag met een kleurloze impregneer of een kopse-kantenwas. Dat is bij tropisch hardhout geen kwestie van rot voorkomen, maar van scheuren beperken: kopse kanten die snel nat worden en weer droog waaien, krijgen als eerste haarscheuren.
Schuren doe je met korrel 80 tot 120 en altijd met de nerf mee. Fijner schuren heeft weinig zin, want je sluit het oppervlak dan zo dicht dat olie er niet meer in trekt. Werk met handschoenen en een masker, ook bij soorten die minder berucht zijn dan palissander.
Legaal hardhout kopen en herkennen
Bij tropisch hardhout is de papierkant net zo goed onderdeel van de klus als de maatvoering. Voor palissander geldt de zwaarste regel: het hele geslacht Dalbergia staat op bijlage II van CITES en Rio palissander op bijlage I. Er bestaan vrijstellingen voor afgewerkte producten, maar die veranderen en zijn per situatie anders. Wil je palissander invoeren, doorverkopen of meenemen over de grens, informeer dan vooraf bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wat er voor jouw geval nodig is.
Voor de soorten die je op een terras legt speelt CITES meestal niet, maar de herkomst wel. Vraag om een keurmerk als FSC of PEFC en om de botanische naam, niet alleen de handelsnaam. Handelsnamen worden namelijk breed gebruikt: onder de naam bangkirai gaan verschillende Shorea-soorten schuil die niet allemaal even duurzaam zijn, en dat verschil merk je pas na jaren.
Let ook op de dikte die je krijgt. Terrasplanken worden vaak geschaafd geleverd, dus een plank die als 21 millimeter verkocht wordt kan als 19 uit de bundel komen. Voor de afstand tussen de regels maakt dat verschil, want daar rekende je op de werkelijke dikte. Meet de eerste plank die je uit de bundel haalt na en pas je regelafstand daarop aan.
Koop de hele klus in een keer bij dezelfde leverancier en uit dezelfde partij. Kleur en dichtheid verschillen per herkomst, en een aanvulling van vijf planken die je een maand later koopt valt na het vergrijzen vaak nog steeds op.
Zo verwerk je tropisch hardhout op een terras
Deze volgorde geldt voor terrasplanken van bangkirai, cumaru, merbau of ipé, en net zo goed voor de zeldzame keer dat er palissander bij zit.
-
Laat het hout eerst wennen
Stapel de planken buiten op schragen met latjes ertussen, zodat er langs alle vier de zijden lucht komt. Reken op een week of twee. Hout dat je direct uit de vrachtwagen vastschroeft, past zich daarna alsnog aan en trekt dan aan je schroeven in plaats van aan de lucht.
-
Zet de onderconstructie op hoogte en op afstand
Leg de regels op tegels of poeren met een strookje EPDM ertussen, met de smalle kant naar boven en minstens vijf centimeter lucht onder het hout. Houd een afschot van ongeveer een centimeter per meter van de gevel af. Hout dat de grond raakt of in stilstaand water staat, verliest zijn duurzaamheidsklasse binnen een paar jaar.
-
Bepaal de voegbreedte voordat je de eerste plank vastzet
Voel of de planken droog of zwaar aanvoelen en kies daarop je voeg: ruimer bij kurkdroog hout, krapper bij nat hout. Zaag een stapeltje afstandsblokjes op die maat en gebruik ze overal. Op het oog werken geeft een vlonder waarvan de voegen naar het einde toe zichtbaar uitwaaieren.
-
Boor elk gat voor, in twee maten
Doorlaatgat in de plank ter dikte van de schroef, kleiner gat in de regel eronder, en de kop verzinken. Zonder doorlaatgat blijft de schroefdraad in de plank grijpen en komt die niet strak op de regel te liggen. Zonder verzinken splijt de kop de plank vanaf het gat.
-
Schroef met roestvast staal, twee per kruising
Gebruik A2 en aan de kust A4, en nooit verzinkt staal. Houd twee centimeter afstand tot het kopse eind en anderhalf tot de zijkant. Twee schroeven per kruising houden de plank vlak; een enkele schroef laat hem draaien zodra het hout werkt.
-
Zaag de randen in een lijn af
Leg de planken bewust een stukje te lang, span een lijn en zaag de hele rand in een keer af met de cirkelzaag langs een geleiderail. Dat is sneller en rechter dan elke plank vooraf op maat zagen, en scheelt je het meetwerk bij een niet helemaal haakse tuin.
-
Behandel de kopse kanten dezelfde dag
Strijk elke verse zaagsnede in met een kleurloze impregneer of kopse-kantenwas. Daar dringt water het snelst binnen en daar beginnen de haarscheuren. Het loopvlak laat je voorlopig met rust: dat oliet pas goed nadat het hout een aantal weken heeft gelegen en is uitgeloogd.
Voordat je de eerste plank vastzet
Uit de praktijk
Blauwzwarte kringen rond de schroefkoppen
Donkere vlekken die vanuit elke schroefkop uitwaaieren zijn geen vuil en geen schimmel, maar een reactie tussen het looizuur in het hout en ijzer uit de bevestiging. Verzinkte schroeven, gewone spijkers en zelfs een stalen klemtang die een tijdje op een natte plank ligt, geven hetzelfde beeld.
De verkleuring zit in de vezel en niet op het oppervlak, dus poetsen en bleken halen weinig uit. Een reiniger op basis van oxaalzuur haalt de verbinding grotendeels weg, maar zolang de schroef erin zit komt de vlek terug. De enige echte oplossing is roestvast staal, A2 als minimum en A4 in zoute lucht.
Bruine sluiers op de tegels rond een nieuwe vlonder
Roodbruine slierten op lichte bestrating naast vers hardhout komen van uitspoelende looistof. Het regenwater neemt die stoffen mee uit de bovenste vezellaag en zet ze af op alles wat poreus is. Merbau geeft de sterkste kleur, bangkirai volgt kort daarop.
Het verschijnsel houdt vanzelf op zodra de buitenste laag is uitgeloogd, meestal binnen een seizoen. Tot die tijd helpt naspoelen voordat het water opdroogt, want een vlek die is ingedroogd hecht veel sterker. Wat achterblijft haal je weg met oxaalzuur, niet met chloor: chloor bleekt de tegel en laat de verbinding zelf zitten.
Planken die na een zomer hol komen te staan
Een plank die aan de bovenkant in de zon droogt terwijl de onderkant vochtig blijft, krimpt aan een kant meer dan aan de andere en gaat daardoor bol of hol staan. Water blijft in die schotel liggen en de plank wordt gladder en scheurt eerder.
De oorzaak is bijna altijd de ruimte eronder. Te weinig lucht, een liggende regel die water vasthoudt of worteldoek dat op de grond plakt houden de onderkant maandenlang nat. Vijf centimeter vrije ruimte, regels op hun kant en een laagje split onder de constructie lossen dit op. Behandel bovendien beide zijden gelijk: alleen de bovenkant oliën versterkt precies het verschil dat de plank krom trekt.
Olie die na weken nog plakt
Een kleverig, stoffig oppervlak na het oliën betekent dat er meer olie op het hout stond dan erin kon trekken. Het overschot blijft dan als een halfharde film achter. Op vers tropisch hardhout gebeurt dat snel, want het hout zit nog vol eigen olie en neemt vrijwel niets op.
Neem overtollige olie een half uur na het aanbrengen af met een droge doek en werk niet in de volle zon, waar de olie op het oppervlak opdroogt in plaats van in te trekken. Zit de plakkerige laag er al, dan haal je hem weg met een doek en terpentine, waarna je het hout eerst een aantal weken laat liggen.
Leg gebruikte oliedoeken nooit op een hoop in een emmer. Drogende olie geeft warmte af en een prop doeken kan spontaan gaan smeulen. Spreid ze uit op steen of maak ze nat voordat je ze weggooit.
Veelgemaakte fouten
Verzinkte schroeven in hardhout draaien
Ze zijn goedkoper en ze zitten meestal al in de la, maar het looizuur in tropisch hardhout vreet aan de zinklaag en kleurt het hout eromheen zwart. Binnen een jaar zie je vanaf elke kop een donkere waaier. Roestvast staal kost meer en is hier geen luxe.
Zonder voorboren beginnen
Hardhout laat zich niet samendrukken zoals vuren. De schroef wringt de vezels uit elkaar en zet een scheur die van het gat naar de kop van de plank loopt. Bij ipé en cumaru breekt de schroefkop er soms eerder af dan dat hij erin gaat.
Palissander of ander meubelhout in de grond zetten
Duurzaamheidsklasse 1 gaat over aantasting door schimmels, niet over blijvend contact met natte grond. Voor palen kies je naaldhout in gebruiksklasse 4, robinia of azobé. Een dure houtsoort in de grond zetten levert geen langere standtijd op, alleen een hogere rekening.
Een hogedrukreiniger op de vlonder zetten
Het ziet er meteen schoon uit, maar de straal spoelt de zachte vezels tussen de nerven weg. Het oppervlak wordt ruw, gaat sneller splinteren en houdt daarna meer groene aanslag vast dan ervoor. Borstelen met water en een harde bezem doet hetzelfde werk zonder die schade.
Meteen na het leggen gaan oliën
Vers hardhout zit vol eigen olie en neemt er nauwelijks iets bij op. Wat je aanbrengt blijft aan de buitenkant staan en wordt een plakkerige, stoffige film. Laat het hout eerst een aantal weken liggen en spoel het uit, dan pas trekt de olie er echt in.
Een lak of dekkende beits op buitenhout
Een filmvormende laag hecht op olieachtig hardhout al slecht, en zodra er water achter komt bladdert hij aan flarden. Je zit dan vast aan schuren voordat je opnieuw kunt beginnen. Olie slijt af zonder te bladderen en is daarom de enige laag die je makkelijk bijwerkt.
Handelsnaam voor houtsoort aanzien
Santos palissander is geen Dalbergia, en onder de naam bangkirai worden verschillende soorten verkocht die niet allemaal even duurzaam zijn. Vraag de botanische naam en een keurmerk. Zonder die twee koop je een kleur en een verhaal in plaats van een specificatie.
Veelgestelde vragen
Wat is palissander voor houtsoort?
Palissander is een handelsnaam voor het hout van bomen uit het geslacht Dalbergia. De bekendste zijn Oost-Indisch palissander en Rio palissander. Het hout is zwaar, donkerbruin tot paarsbruin met bijna zwarte strepen en voelt vettig aan door de natuurlijke oliën die erin zitten. Het wordt vooral gebruikt voor meubels, fineer en muziekinstrumenten, en zelden voor iets buiten.
Is palissander geschikt voor buiten?
Technisch wel: het hout zit in duurzaamheidsklasse 1 tot 2 en is van zichzelf bestand tegen schimmels en insecten. In de praktijk gebeurt het bijna nooit, omdat palissander als meubelhout wordt verhandeld, veel duurder is dan bangkirai of cumaru en onder CITES valt. Voor een terras of vlonder kom je met cumaru, merbau of ipé op hetzelfde resultaat tegen een fractie van de moeite.
Wat is het verschil tussen palissander en een palissade?
Palissander is een houtsoort, een palissade is een constructie. Een palissade bestaat uit ronde of halfronde palen die je naast elkaar in de grond zet als borderrand, trapwang of lage kering. Die palen zijn meestal van geïmpregneerd naaldhout of robinia, niet van tropisch meubelhout. Moeten ze echt grond keren, kijk dan bij het stellen van een keerwand in de tuin, want dan bepaalt de inzetdiepte en de drainage erachter of de rij blijft staan.
Mag je palissander nog gewoon kopen?
Het hele geslacht Dalbergia staat op bijlage II van CITES en Rio palissander op bijlage I. Voor afgewerkte producten bestaan vrijstellingen, maar de precieze grenzen veranderen en verschillen per situatie. Koop je een meubel bij een Nederlandse handelaar, dan hoort die de herkomst te kunnen aantonen. Ga je zelf invoeren, doorverkopen of iets over de grens meenemen, vraag dan vooraf bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland na welke papieren je nodig hebt.
Waaraan herken je palissander?
Aan drie dingen tegelijk: het gewicht, de tekening en de geur. Palissander is duidelijk zwaarder dan eiken, heeft een donkerbruine tot paarsbruine kern met onregelmatige, bijna zwarte strepen en geeft bij het schuren een zoete, kruidige geur af. Het oppervlak voelt licht vettig aan, ook zonder olie erop. Wat als Santos palissander wordt verkocht lijkt erop, maar komt van een heel andere boom.
Is het stof van palissander schadelijk?
Het kan huiduitslag en luchtwegklachten geven, en die gevoeligheid neemt toe naarmate je er vaker mee werkt. Iemand die het eerste jaar nergens last van had, kan er later wel op reageren. Werk daarom buiten of met afzuiging, gebruik een masker van klasse P3 in plaats van een papieren stofkapje, en spoel je onderarmen na het werk af. Padoek en ipé geven vergelijkbare klachten.
Welk hardhout kun je het beste voor een terras nemen?
Voor een loopvlak waar je op blote voeten komt zijn cumaru en ipé de prettigste keuze, omdat ze veel minder splinteren dan bangkirai en azobé. Merbau is stabiel en werkt weinig, maar geeft de sterkste looistofvlekken op je bestrating. Bangkirai is de betaalbare optie en krijgt bijna altijd haarscheurtjes, wat op zich geen probleem is. Kies glad geschaafd in plaats van geribbeld, want groeven vullen zich met vuil.
Waarom worden de schroeven in mijn hardhouten vlonder zwart?
Dan zit er ijzer in het spel. Het looizuur in tropisch hardhout reageert met ijzer en vormt een donkerblauwe tot zwarte verbinding die in de vezel trekt. Verzinkte schroeven, gewone spijkers en beugels geven allemaal hetzelfde beeld. Vervang ze door roestvast staal A2, of A4 in zoute lucht. De bestaande vlekken bestrijd je met een reiniger op basis van oxaalzuur, al blijft er meestal een schaduw achter.
Hoe krijg ik bruine looistofvlekken van mijn bestrating af?
Gebruik een reiniger op basis van oxaalzuur, hetzelfde middel dat roestvlekken uit beton haalt. Maak de tegel eerst nat, laat het middel inwerken volgens de verpakking en spoel ruim na, zodat het zure water niet in de border loopt. Chloor en gewone groene-aanslagreiniger doen hier weinig. Test altijd eerst op een tegel die straks onder een plantenbak ligt, want zuur kan de cementhuid van betontegels aantasten.
Moet je hardhout oliën of kun je het laten vergrijzen?
Allebei kan, want vergrijzing is een dun laagje verkleurde vezel en zegt niets over de sterkte. Laat je het met rust, dan is het binnen een half tot een heel jaar zilvergrijs en hoef je verder niets te doen behalve borstelen. Kies je voor olie, dan zit je vast aan een of twee behandelingen per jaar, want een jaar overslaan geeft een vlekkerig resultaat dat je eruit moet schuren.
Hoe ver mogen de regels onder een hardhouten vlonder uit elkaar?
Voor planken van 19 tot 21 millimeter houd je ongeveer 40 centimeter aan, bij 25 millimeter kun je naar 50 en bij 28 millimeter en dikker naar 60. Meet de werkelijke dikte van de geleverde planken na, want geschaafd hout is vaak dunner dan de verkoopmaat. Onder een kopse naad hoort altijd een regel, liefst een dubbele, zodat beide planken hun eigen schroeven krijgen.
Kun je palissander lijmen?
Het kan, maar de natuurlijke oliën in het hout werken tegen de hechting. Neem het lijmvlak vlak voor het lijmen af met aceton of spiritus en lijm binnen een kwartier, voordat de olie weer naar het oppervlak trekt. Schuur het vlak licht op met korrel 120 en niet fijner, want een gesloten oppervlak neemt geen lijm op. Klem stevig, want het hout is te hard om zich naar de naad te voegen.
Kun je hardhout gebruiken als onderregel op een steenschottenterras?
Dat werkt goed, op voorwaarde dat je materiaal van minstens 45 millimeter dik op zijn kant zet. Een hardhouten plank die plat op de tegels ligt buigt door en houdt water vast over het hele contactvlak. Hoe je die onderbouw stelt en wat er verder bij komt kijken staat bij een terras van steenschotten dat vlak blijft. Leg tussen tegel en hout altijd een strookje EPDM.
Wanneer je beter een vakman belt
Een vlonder leggen en hardhout verwerken is werk dat je met geduld en scherp gereedschap zelf doet. Er zijn wel vier momenten waarop je iemand erbij haalt.
Het eerste is een keerwand van meer dan ongeveer een halve meter hoog. Grond weegt zwaar en de druk loopt niet recht evenredig op met de hoogte, dus vanaf die maat wil je dat een constructeur of hovenier de opbouw en de verankering bepaalt. Een keerwand die na twee jaar uitbuikt trek je niet meer recht.
Het tweede is een vlonder op een dakterras of op een uitbouw. Daar bepaalt het draagvermogen van de constructie wat er kan, niet de houtsoort, en tropisch hardhout is fors zwaarder dan naaldhout. Laat het gewicht per vierkante meter narekenen voordat je bestelt.
Het derde is beschoeiing langs een sloot of vaart. Daarvoor gelden vaak regels van het waterschap of de gemeente over de plek van de oeverlijn en de manier van verankeren. Informeer eerst en werk daarna.
Het vierde is de papierkant bij palissander. Gaat het om invoer, doorverkoop of vervoer over de grens, laat je dan voorlichten door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland of door een handelaar die dit vaker doet, want een partij zonder de juiste documenten wordt aan de grens gewoon ingenomen.