Vloerisolatie met pur: wanneer het werkt en wanneer niet
Gespoten pur tegen de onderkant van de begane grondvloer isoleert per centimeter beter dan bijna alles wat je in platen koopt, en het sluit naadloos aan rond leidingen en balkkoppen. De keerzijde is dat het schuim vrijwel dampdicht is: onder een betonnen vloer is dat zelden een probleem, onder een houten vloer wel. Ligt er hout, kies dan een dampopen materiaal en zorg eerst dat de kruipruimte droog en geventileerd is. Zonder bodemfolie en werkende ventilatieroosters is elke vloerisolatie een pleister op een vochtprobleem.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Werklamp op accu en een tweede lamp als reserve
- Kruipoverall, stofmasker, handschoenen en kniebeschermers
- Handveger, schep en bouwemmers om puin af te voeren
- Duimstok, rolmaat en een lange lat om de balkafstand te meten
- Broodmes of isolatiemes voor het op maat snijden van platen
- Accuschroevendraaier met korte kop voor werk boven je hoofd
- Tafelzaag of cirkelzaag met geleider voor het zagen van steunlatten
- Tacker of nietapparaat voor folie
Materiaal
- Isolatieplaten in EPS, minerale wol of PIR, afhankelijk van de vloer
- Bodemfolie voor de kruipruimtebodem, met overlap
- Latten van ongeveer 3 cm breed als onderslag tegen wegzakken
- Rvs of verzinkte schroeven en ringen
- Purschuim in een handbus voor kleine aansluitnaden
- Tape die geschikt is voor de gekozen folie
- Roosterkorven of gaas om ventilatieopeningen open te houden
Wat vloerisolatie met pur precies is
Gespoten pur is een tweecomponentenschuim dat een isolatiebedrijf vanuit de kruipruimte tegen de onderkant van de begane grondvloer spuit. Het schuim zet uit, hecht direct aan de vloer en volgt elke vorm die het tegenkomt. Rond leidingen, balkkoppen en de aansluiting op de fundering blijven daardoor nauwelijks naden over.
Precies dat naadloze is de kracht ervan. Bij platen tussen of tegen de balken houd je altijd wat kieren over, en daar zakt koude lucht langs. Een koude vloer voelt trouwens vaak als tocht terwijl het dat niet is: het is straling naar een koud oppervlak plus koude lucht die over de vloer schuift. Wie eerst de kieren en naden in huis aanpakt, merkt soms al genoeg verschil om de vloer nog even te laten liggen.
Let op het verschil met de bus purschuim uit de bouwmarkt. Dat is montageschuim, bedoeld voor het vastzetten van kozijnen en het vullen van kleine gaten. Het is niet geschikt om er een isolatielaag van vijftig vierkante meter mee op te bouwen, want je krijgt het nooit gelijkmatig van dikte en het is per liter veel duurder.
| Vorm | Wie brengt het aan | Waar het goed in is | Waar het op vastloopt |
|---|---|---|---|
| Gespoten pur tegen de vloer | Isolatiebedrijf met spuitinstallatie | Naadloos, hoge isolatiewaarde per centimeter, snel gedaan | Vrijwel dampdicht, niet meer te inspecteren, niet omkeerbaar |
| Pir-platen tegen de vloer | Bedrijf of handige doe-het-zelver | Dun pakket bij een hoge isolatiewaarde | Dampdicht, naden moeten dicht, lastig passen rond balken |
| Eps-platen tussen of tegen de balken | Goed zelf te doen | Goedkoop, redelijk dampopen, licht te hanteren | Dikker pakket nodig, zakt weg zonder steunlatten |
| Minerale wol tussen de balken | Goed zelf te doen | Dampopen, sluit aan tegen onregelmatig hout | Moet strak vastgehouden worden, kan doorzakken bij vocht |
| Thermokussens of bodemisolatie | Goed zelf te doen | Werkt ook bij een lage kruipruimte, snel aan te brengen | Lagere isolatiewaarde dan een pakket tegen de vloer |
| Isolatie bovenop de bestaande vloer | Goed zelf te doen | Enige optie zonder kruipruimte, ook plaatselijk toe te passen | Kost hoogte, deuren en dorpels moeten mee |
Pur en vocht: hier gaat het mis
Gesloten pur laat vrijwel geen waterdamp door. Onder een betonnen vloer geeft dat zelden problemen, want beton kan tegen vocht en er zit geen materiaal in dat rot. Onder een houten vloer verandert het beeld volledig.
Warme, vochtige lucht uit de woonkamer trekt door de vloerdelen omlaag en komt bij de koude, dampdichte laag tot stilstand. Daar slaat het vocht neer, in het hout zelf, op de plek waar je er niet bij kunt. Het hout kan die vochtigheid niet meer aan de kruipruimtezijde kwijt, dus het droogt niet en dat is het begin van houtrot en schimmel.
Bij een houten vloer wil je daarom materiaal dat damp doorlaat. Minerale wol, glaswol en eps zijn dampopener dan pir, xps en gespoten pur, en dat weegt zwaarder dan de laatste tienden isolatiewaarde. Of het schuim zelf water tegenhoudt is een andere vraag dan of het damp doorlaat, en daarover lees je meer bij de vraag of pur waterdicht is.
Er is nog een tweede vochtroute die vaak vergeten wordt: de bodem van de kruipruimte. Zolang daar vochtige grond of zelfs water ligt, blijft er damp opstijgen. Isolatie tegen de vloer maakt de vloer warmer, maar de ruimte eronder juist kouder, waardoor die damp nog eerder condenseert tegen leidingen en balken.
Spuit nooit ventilatieopeningen dicht. De roosters in de gevel houden de kruipruimte droog. Raken ze bij het isoleren afgedekt of volgeschuimd, dan stijgt de vochtigheid onder de vloer en krijg je binnen een paar seizoenen last van muffe lucht en aangetast hout.
Eerst de kruipruimte beoordelen
Voordat er ook maar iets tegen de vloer gaat, wil je weten hoe het eronder gesteld is. Begin buiten, bij de ventilatieroosters in de gevel. In veel huizen zitten die vol met zand, blad en spinrag, en dan ventileert de ruimte al jaren niet meer. Blaas ze door en maak ze van binnenuit vrij: dat is de goedkoopste vochtmaatregel die er is.
Ga daarna zelf kijken, met iemand bij het luik. Wat je meestal aantreft is bouwpuin uit de bouwtijd: specieresten, kiezel, stukken steen, vergaan hout en oude piepschuimresten. Die rommel houdt vocht vast en maakt het onmogelijk om folie netjes aan te brengen, dus die gaat er in emmers uit.
Kijk vervolgens naar drie dingen. Staat er water of is de bodem donker en klam? Is de hoogte tussen bodem en vloer voldoende om te kunnen werken, ruwweg een halve meter? En hangen er leidingen, kabels of een riool waar je bij moet kunnen blijven? De aanpak per situatie werken we verder uit bij het isoleren van de kruipruimte met pur.
| Wat je aantreft | Wat het betekent | Wat je eerst doet |
|---|---|---|
| Water op de bodem, ook in droge perioden | Grondwater staat hoog of er lekt iets | Oorzaak opsporen, pas isoleren als het droog blijft |
| Klamme grond, muffe lucht, weinig luchtbeweging | Ventilatie werkt niet of is dichtgeraakt | Roosters vrijmaken en daarna bodemfolie leggen |
| Bouwpuin en oude isolatieresten | Vocht blijft in het puin hangen, folie ligt nooit vlak | Opruimen en de bovenlaag afvlakken |
| Witte uitbloeiing op metselwerk | Zouten die met vocht meekomen, dus structureel vocht | Vochtbron aanpakken voor de isolatie |
| Minder dan 35 cm werkhoogte | Spuiten en platen aanbrengen wordt lastig tot onmogelijk | Bodemisolatie of isoleren bovenop de vloer overwegen |
| Golfplaten of grijze platen langs leidingen | Mogelijk asbesthoudend materiaal | Niet aanraken, laten onderzoeken |
| Aangetaste balkkoppen bij de muur | Vocht trekt vanuit het metselwerk in het hout | Herstellen voordat er isolatie tegenaan gaat |
Een kruipruimte is een besloten ruimte. Er kan zuurstofgebrek of rioollucht staan, zeker als de ventilatie dicht zit. Ga er nooit alleen in, laat iemand bij het luik zitten, neem een geladen telefoon mee en draai de deur naar het luik op slot zodat niemand in het gat stapt.
Pur, eps, xps, pir of wol: wat kies je waar
De keuze wordt in de praktijk bepaald door twee dingen: draagt de vloer hout of beton, en hoeveel ruimte heb je onder de vloer. Pas daarna komt de isolatiewaarde in beeld.
Onder een houten vloer houd je het bij dampopen materiaal dat direct tegen de planken komt: minerale wol, glaswol of eps. Dat zijn ook meteen de materialen die niet rotten en niet als voedsel dienen voor ongedierte, wat bij natuurlijke isolatie in een vochtige kruipruimte wel speelt.
Onder een betonnen vloer heb je veel meer vrijheid. Daar draait het om drukvastheid als de isolatie onder de vloer komt te liggen, en om dikte als de kruipruimte laag is. Ligt er nat zand onder, dan is een materiaal dat geen water opneemt de veiliger keuze, ook al is het per plaat duurder.
Laat je niet verleiden door één getal op de verpakking. Een plaat met een mooie lambdawaarde die je niet strak tegen de vloer krijgt, presteert in de praktijk slechter dan een dikkere plaat die overal aansluit.
| Materiaal | Lambda in W/mK | Dampopen | Drukvast | Onder houten vloer | Onder betonvloer |
|---|---|---|---|---|---|
| Gespoten pur, gesloten cel | 0,026 tot 0,030 | Nee | Ja | Afgeraden | Geschikt |
| Pir-plaat | 0,022 tot 0,024 | Nee | Ja | Afgeraden | Geschikt |
| Xps-plaat | 0,032 tot 0,036 | Nee | Zeer goed | Afgeraden | Geschikt, ook bij nat zand |
| Eps 100 | 0,035 tot 0,038 | Beperkt | Goed | Bruikbaar | Meest gebruikt |
| Glaswol | 0,035 tot 0,040 | Ja | Nee | Geschikt | Alleen tussen balken |
| Steenwol | 0,035 tot 0,037 | Ja | Beperkt | Geschikt | Alleen tussen balken |
| Thermokussens op de bodem | Wisselt per fabrikant | Ja | Niet van toepassing | Aanvullend | Aanvullend |
Zit je te twijfelen tussen xps en pir bij een betonvloer op nat zand, kijk dan naar het graafwerk. Pir kan een paar centimeter dunner voor dezelfde waarde, maar bij een vloer die er toch uit gaat is de zandhoogte al bepaald. Dan wint het materiaal dat geen vocht opneemt.
Hoe dik moet het pakket worden
De isolatiewaarde van een pakket reken je uit door de dikte in meters te delen door de lambdawaarde van het materiaal. Tien centimeter eps met een lambda van 0,036 levert dus ongeveer 2,8 m²K/W op. Zo zie je meteen waarom die laatste twee centimeter er wel toe doen bij een dun pakket en steeds minder bij een dik pakket.
Voor een gewone begane grondvloer is 3,5 een nette waarde om op te mikken. Ligt er vloerverwarming in of komt die er, dan wordt er doorgaans een hogere waarde geadviseerd, in de buurt van 5. Je verwarmt dan immers de vloer zelf, en zonder een stevig pakket eronder stook je een deel van die warmte de kruipruimte in.
Voor de landelijke subsidie op isolatiemaatregelen geldt een minimale isolatiewaarde en die ligt rond de 3,5. De precieze eis, de hoogte van het bedrag en de regel dat je meestal twee maatregelen tegelijk moet nemen veranderen regelmatig, dus kijk de actuele voorwaarden na voordat je een offerte tekent. Doe je het zelf, dan haal je die drempel vaak makkelijk, maar geldt vaak wel een aparte set voorwaarden.
| Materiaal | Dikte voor Rd 2,5 | Dikte voor Rd 3,5 | Dikte voor Rd 5,0 |
|---|---|---|---|
| Pir, lambda 0,023 | 6 cm | 8 cm | 12 cm |
| Gespoten pur, lambda 0,028 | 7 cm | 10 cm | 14 cm |
| Xps, lambda 0,034 | 9 cm | 12 cm | 17 cm |
| Eps 100, lambda 0,036 | 9 cm | 13 cm | 18 cm |
| Steenwol, lambda 0,036 | 9 cm | 13 cm | 18 cm |
| Glaswol, lambda 0,040 | 10 cm | 14 cm | 20 cm |
Reken met de lambdawaarde die op jouw pakken staat en niet met de tabelwaarde. Tussen twee soorten eps zit zomaar 0,004 verschil, en over een pakket van dertien centimeter scheelt dat een halve punt isolatiewaarde.
Zelf platen aanbrengen onder een houten vloer
Bij een houten balklaag isoleer je tussen of direct tegen de onderkant van de vloerdelen. Het materiaal moet de planken raken, want een luchtlaag tussen isolatie en vloer werkt tegen je: daar gaat lucht in bewegen en de warmte weer meenemen.
Het praktische probleem is dat platen en wol na verloop van tijd wegzakken. De methode die zich bewijst, is een raster van dunne latten dwars onder de isolatie schroeven, ongeveer drie centimeter breed, om de veertig tot vijftig centimeter. Die latjes zaag je goedkoop zelf uit bredere planken: een plank van veertien centimeter breed en zeventien millimeter dik levert er vier op, en met een tafelzaag met geleider ben je in een uur door een flinke stapel heen.
Meet eerst de werkelijke afstand tussen de balken op een aantal plekken. In oude huizen is die hart-op-hart-maat zelden overal gelijk, en een plaat die net te krap is snijd je liever een keer bij dan dat je hem er met kracht in wringt. Snijd wol en eps ongeveer een centimeter ruimer dan de dagmaat, dan klemt het vanzelf.
Kleine naden bij leidingdoorvoeren en langs de muur vul je met purschuim uit een handbus. Werk daarbij met handschoenen, want uitgehard schuim gaat er niet zomaar af. Wat wel helpt lees je bij het verwijderen van pur van je handen.
Bodemfolie eerst, isolatie daarna
Bodemfolie op de kruipruimtebodem houdt het opstijgende vocht tegen en is de logische eerste stap. Leg de banen met ruime overlap, trek ze door tot tegen de fundering en tape de naden. Ruim daarvoor het puin op en vlak de bovenlaag af, anders prikt er van alles doorheen.
Doe dit voordat de isolatie tegen de vloer gaat. Zodra de vloer geïsoleerd is wordt de kruipruimte kouder, en dan wil je het vocht al onder folie hebben zitten in plaats van vrij in de ruimte.
Kijk uit met schroeven in de vloer van bovenaf en met boren in balken. Onder een begane grondvloer lopen gasleidingen, waterleidingen en elektra. Twijfel je waar een leiding loopt, houd dan afstand of laat het door iemand met een leidingzoeker nakijken. Werk aan de gasleiding zelf doe je niet zelf.
Een vloer zonder kruipruimte of direct op zand
Niet elk huis heeft een kruipruimte. Bij een plaatfundering ligt de vloer direct op de grond en kun je er van onderaf niets aan doen. De enige echte oplossing is dan de vloer eruit halen, afgraven, folie leggen, een isolatiepakket aanbrengen en een nieuwe dekvloer storten. Dat is een ingreep die je meestal alleen doet als de vloer er toch al uit moet.
Bij zo'n opbouw is eps de gebruikelijke keuze omdat het goedkoop is en genoeg drukvastheid heeft voor een woonvloer. Weet je dat de grond nat kan worden, bijvoorbeeld door hoger gelegen percelen in de buurt, dan is xps de veiliger keuze: het neemt geen water op en verliest zijn waarde dus niet als de bodem een tijd vochtig staat. Pir kan dunner, wat scheelt in graafwerk, maar over vocht is het minder sterk dan xps.
Weeg de meerprijs af tegen het graafwerk. Moet je voor eps evenveel zand weghalen als voor xps, dan is het prijsverschil per vierkante meter het enige dat overblijft, en dan is de vochtbestendigheid het geld meestal wel waard. Kies je pir, dan haal je dezelfde waarde met een paar centimeter minder diepte.
Wordt de ruimte gasloos verwarmd of komt er vloerverwarming in, dan is een dik isolatiepakket geen luxe. Een warmtepomp werkt met lage aanvoertemperaturen en die verliezen het van een vloer die zijn warmte naar de grond blijft afstaan.
Isoleren bovenop de vloer als het niet anders kan
Kun je er niet onder, dan blijft isoleren aan de bovenkant over. Dat kost hoogte, en die hoogte moet ergens vandaan komen: deuren korten, dorpels aanpassen, plinten opnieuw zetten en soms een drempeltje maken naar de aangrenzende ruimte. Reken bij een isolerende ondervloer met dampremmende laag op twee tot vier centimeter, bij een pakket met platen al snel op meer.
Een veelgemaakte aanname is dat egaline of een dikke ondervloer meetelt als isolatie. Egaline is een gietvloermortel en isoleert vrijwel niet, en de vilt- of schuimondervloeren onder laminaat en vinyl zijn vooral bedoeld tegen contactgeluid en voor het opvangen van kleine oneffenheden. Wil je isolerend werken, dan koop je een ondervloer die daar met een isolatiewaarde voor staat.
In een onverwarmde hal is de rekensom anders. Daar wordt het toch niet warm, dus isolatie onder de vloer levert vooral een minder koud oppervlak onder je voeten op en weinig besparing. De grootste winst zit daar bij de voordeur zelf, want de kier onder en naast het deurblad laat meer koude binnen dan de vloer. Wat je daaraan kunt doen staat bij ramen, deuren en kozijnen.
Liggen er oude plavuizen die op een paar plekken hol klinken, haal die dan eerst weg voordat je er iets overheen legt. Een vloer die onder je nieuwe vinyl gaat kraken en zakken maak je later niet meer stil zonder alles opnieuw te doen.
Zo verloopt het als je laat spuiten
Gespoten pur is geen doe-het-zelfklus. Het schuim ontstaat pas op het moment dat twee vloeistoffen in de spuitkop bij elkaar komen, en tijdens dat proces komen isocyanaten vrij. Uitvoerders werken daarom met verse luchttoevoer, en de woning moet tijdens en na het spuiten een aantal uren leeg en goed geventileerd zijn.
Vraag vooraf om een paar dingen zwart op wit. De laagdikte en de isolatiewaarde die daaruit volgt, hoe de ventilatieopeningen open blijven, hoe leidingen en het rioolputje bereikbaar blijven, en wat er met de bodem gebeurt voordat er gespoten wordt. Een offerte die alleen een prijs per vierkante meter noemt zegt weinig over wat je krijgt.
Vraag ook of ze op een houten vloer willen spuiten en waarom. Een bedrijf dat er zonder aarzelen ja op zegt zonder naar de dampopbouw en de ventilatie te kijken, kijkt niet ver genoeg vooruit. De koude en de kieren aan de bovenkant van het huis blijven ondertussen gewoon staan, dus loop ook nog even langs de plekken waar kou binnen komt voordat je alleen in de vloer investeert.
Houd er ook rekening mee dat de klus niet omkeerbaar is. Uitgehard schuim zit vast aan de vloer en is er alleen met veel hak- en schraapwerk weer af te krijgen. Wie later leidingen wil verleggen of een balk wil vervangen, komt daar niet meer zonder schade bij.
Wat er verandert nadat de vloer geïsoleerd is
Het eerste dat je merkt is dat de vloer minder koud aanvoelt en dat de kamer sneller op temperatuur komt. Hoeveel je bespaart hangt af van hoe slecht de situatie was. Bij een volledig ongeïsoleerde vloer boven een tochtige kruipruimte kan de winst richting een vijfde van het verbruik gaan, bij een huis dat al redelijk dichtzit blijft het bij een paar procent.
Onder de vloer wordt het juist kouder. Waterleidingen die daar los hangen lopen daardoor meer risico om te bevriezen bij vorst, zeker vlak bij een ventilatieopening. Isoleer die leidingen apart met leidingschelpen, en zorg dat je de hoofdkraan nog kunt bereiken.
Blijft het ondanks de isolatie koud langs de randen, kijk dan naar de aansluiting bij de buitenmuur. Daar loopt de kou vaak via de fundering door, en dat los je niet op met een dikkere plaat in het midden van het veld. Ook een niet-geïsoleerde kruipluikrand geeft een merkbare koudestraling in de gang.
Controleer na de eerste winter nog een keer de kruipruimte. Ruikt het er muf, staat er condens tegen de bodemfolie of hangen er waterdruppels aan de leidingen, dan ventileert de ruimte te weinig. Dat is het moment om roosters vrij te maken of er een extra bij te plaatsen, niet twee jaar later als het hout al is aangetast.
Van kruipruimte tot geïsoleerde vloer
Deze volgorde geldt of je nu zelf platen aanbrengt of laat spuiten, want de voorbereiding is in beide gevallen jouw werk.
-
Maak de ventilatieroosters vrij
Blaas de roosters in de gevel van buitenaf door en maak ze van binnenuit schoon. In veel woningen zitten ze na dertig jaar volledig dicht met zand en blad. Een kruipruimte die weer ventileert droogt uit, en dat wil je bereikt hebben voordat je er iets in bouwt.
-
Ruim de kruipruimte op en meet na
Ga naar binnen met iemand bij het luik, met lamp, masker en handschoenen. Haal bouwpuin, oude isolatieresten en vergaan hout er in emmers uit. Meet meteen de werkhoogte, de balkafstand op meerdere plekken en de plaats van leidingen, want die maten bepalen wat er mogelijk is.
-
Los eerst het vocht op
Staat er water of blijft de bodem klam, zoek dan eerst de oorzaak. Een lekkende leiding, een verstopte drain of een hoge grondwaterstand vragen elk om iets anders. Isolatie aanbrengen boven een natte bodem verplaatst het probleem alleen naar een plek waar je er niet meer bij kunt.
-
Leg bodemfolie met overlap
Vlak de bovenlaag af en rol de folie uit met ruime overlap, doorlopend tot tegen de fundering. Tape de naden en leg de banen zo dat je het rioolputje en de afsluiters kunt bereiken. Meer over de opbouw en de aandachtspunten staat bij het isoleren van een kruipruimte.
-
Kies het materiaal bij de vloer die je hebt
Bij een houten vloer neem je dampopen materiaal dat tegen de planken aan komt. Bij een betonnen vloer heb je vrijere keuze en kijk je vooral naar dikte en vochtbestendigheid. Bepaal de laagdikte aan de hand van de lambdawaarde op de verpakking en de waarde die je wilt halen.
-
Breng de isolatie aan en zet hem vast
Snijd platen een centimeter ruimer dan de dagmaat tussen de balken, zodat ze klemmen. Schroef daarna dunne latten dwars onder het veld, om de veertig tot vijftig centimeter, zodat er niets kan wegzakken. Werk van de verste hoek naar het luik toe, dan hoef je nooit over je eigen werk te kruipen.
-
Werk de randen en doorvoeren af
De naden langs de muur en rond leidingen vul je met purschuim uit een bus, in dunne lagen zodat het goed uithardt. Vergeet het kruipluik zelf niet: een ongeïsoleerd luik is een gat in een verder dicht pakket. Zorg dat de ventilatieopeningen nergens zijn afgedekt.
-
Controleer na de eerste winter
Kijk in het voorjaar nog een keer onder de vloer. Condens tegen de folie, druppels aan leidingen of een muffe lucht betekenen dat er te weinig lucht doorheen gaat. Dan komt er ventilatie bij, voordat het hout eronder lijdt.
Voordat je de kruipruimte weer dichtdoet
Uit de praktijk
Pir tussen de balken van een oude houten vloer
Bij een woning met een traditionele houten begane grondvloer was het plan om pir-platen tussen de balken te klemmen. De reden was begrijpelijk: pir haalt de gewenste waarde met de minste dikte, en in een lage kruipruimte telt elke centimeter. Op de vloerdelen lag geen dampremmende folie.
Dat is precies de opbouw waarin een dampdichte laag onder het hout tot problemen leidt. Vocht uit de woning trekt door de planken omlaag, komt tegen de koude plaat en kan nergens heen. Het werd uiteindelijk minerale wol direct tegen de planken, met dunne latjes eronder tegen het wegzakken. Iets dikker dus, en een halve punt lager op papier, maar het hout kan blijven ademen.
Een kruipruimte vol bouwpuin uit 1990
In een woning uit 1990 zat de kruipruimte vol met wat er tijdens de bouw naar beneden was gegooid: specieresten, kiezel, half vergaan hout, stukken piepschuim en steen. De ventilatieroosters in de gevel waren volledig dichtgeslibd, en de ruimte had daardoor jaren niet geventileerd.
De aanpak begon buiten: de roosters doorblazen zodat het vuil naar binnen viel, en ze daarna van binnenuit vrijmaken. Daarna ging al het puin er in emmers uit en werd de bovenlaag van ongeveer tien centimeter gezeefd, zodat er niets meer door de folie kon prikken. Pas toen ging de bodemfolie erin, met thermokussens als extra laag. Het schoonmaken kostte de meeste tijd, maar folie op een puinbodem ligt nooit vlak en scheurt bij het eerste bezoek.
Betonvloer op zandgrond: eps, xps of pir
Bij een bungalow uit de jaren zeventig op zandgrond ging de hele vloer eruit voor een nieuw pakket met vloerverwarming. De grond kon af en toe nat worden door hoger gelegen percelen ernaast, en dat maakte de materiaalkeuze lastiger dan het leek. Eps zou zo'n dertien centimeter dik worden voor de gewenste waarde, pir kon met acht centimeter toe.
De doorslag gaf het graafwerk in combinatie met vocht. Voor xps moest er evenveel zand weg als voor eps, dus het enige verschil was de prijs per plaat, en daar stond volledige vochtbestendigheid tegenover. Bij vloerverwarming boven een bodem die af en toe nat staat is dat het verschil tussen een pakket dat zijn waarde houdt en een pakket dat langzaam inzakt in prestatie. Extra drukvastheid was niet de reden, want die had de woonvloer niet nodig.
Honderdtwintig meter latjes uit oude planken
Voor een flink vloeroppervlak waren steunlatten nodig om te voorkomen dat de isolatie tussen de balken zou wegzakken. Het ging om zo'n honderdtwintig strekkende meter, te zagen uit gebruikte planken van veertien centimeter breed en zeventien millimeter dik, naar latjes van drie centimeter.
Met een afkortzaag lukt dat niet en met een invalzaag ben je langer bezig met uitlijnen dan met zagen. Op een tafelzaag met een geleider is het een uurtje werk met twee man. Eén punt waar het misgaat: in gebruikt hout zitten vaak nog nieten of spijkers achter. Zet er een blad in dat je niet erg vindt en loop de planken eerst na, anders staat je zaagblad na de derde plank vol met beschadigde tanden.
Veelgemaakte fouten
Dampdicht materiaal tegen een houten vloer
Gespoten pur, pir en xps laten vrijwel geen damp door. Onder een houten vloer betekent dat vocht dat niet weg kan en hout dat niet meer droogt. De schade zie je pas jaren later, en dan zit de isolatie er vast tegenaan.
Isoleren voordat het vochtprobleem opgelost is
Isolatie tegen de vloer maakt de kruipruimte kouder, waardoor de vochtige lucht daar juist eerder condenseert. Staat er water of is de bodem klam, dan verergert het isoleren de situatie. Eerst de bron opzoeken, dan folie, dan pas isolatie.
Ventilatieroosters afdekken of dichtspuiten
De roosters in de gevel houden de ruimte onder de vloer droog. Raken ze bij het isoleren dicht, dan valt de enige luchtverversing weg die er is. Controleer ze na afloop van buitenaf, want vanuit de kruipruimte zie je niet altijd of er iets tegenaan zit.
Een luchtlaag tussen isolatie en vloer laten zitten
Platen die een paar centimeter onder de vloerdelen hangen, laten lucht circuleren in de tussenruimte. Die lucht neemt de warmte gewoon mee. De isolatie moet de onderkant van de vloer raken, anders levert de helft van je materiaal niets op.
Niets doen tegen wegzakken
Wol en eps blijven niet uit zichzelf tussen de balken hangen. Zonder dunne latten dwars eronder hangt het pakket na een paar jaar door en ontstaan er kieren langs de balken. Latjes van drie centimeter breed om de veertig tot vijftig centimeter houden alles op zijn plek.
Egaline of een gewone ondervloer voor isolatie aanzien
Egaline is mortel en isoleert praktisch niet. De standaardondervloer onder laminaat of vinyl is er voor contactgeluid en kleine oneffenheden. Wil je isolerend werken aan de bovenkant, koop dan een ondervloer waarbij een isolatiewaarde vermeld staat.
Leidingen in de kruipruimte vergeten
Na het isoleren is het onder de vloer kouder dan daarvoor. Waterleidingen die daar los hangen, zeker vlak bij een ventilatieopening, bevriezen eerder dan voorheen. Leidingschelpen zijn goedkoop en voorkomen een lek op de vervelendste plek die er is.
Het kruipluik open laten in het pakket
Een keurig geïsoleerde vloer met een kaal houten luik erin geeft een merkbaar koude plek in de gang. Plak of schroef een plaat isolatie onder het luik en zorg dat het na afloop nog goed sluit.
Veelgestelde vragen
Is vloerisolatie met pur een goed idee onder een houten vloer?
Meestal niet. Gespoten pur is vrijwel dampdicht, en een houten vloer moet zijn vocht aan de kruipruimtezijde kwijt kunnen. Zit er een dichte schuimlaag tegenaan, dan condenseert het vocht in het hout zelf en droogt het niet meer, met houtrot als gevolg. Onder hout kies je materiaal dat damp doorlaat: minerale wol, glaswol of eps, direct tegen de planken aangebracht. Ligt er wel een dampremmende folie op de vloerdelen, dan verandert het verhaal, maar dat moet je zeker weten en niet aannemen.
Kan pur vloerisolatie vocht in de kruipruimte veroorzaken?
Het schuim zelf maakt geen vocht, maar het verandert wel de balans. Een geïsoleerde vloer laat minder warmte naar beneden, dus de kruipruimte wordt kouder en de lucht daar kan minder vocht vasthouden. Was de ruimte al klam of ventileerde die slecht, dan zie je na het isoleren eerder condens tegen leidingen en bodem. Daarom horen bodemfolie en werkende ventilatieroosters bij elke vorm van vloerisolatie, en niet alleen bij pur. Controleer na de eerste winter of het onder de vloer droog blijft.
Kun je vloerisolatie met pur zelf aanbrengen?
Het spuiten zelf niet. Daarvoor is een tweecomponenteninstallatie nodig en tijdens het verwerken komen isocyanaten vrij, waar je met gewone beschermingsmiddelen niet veilig mee werkt. Wat je wel zelf doet is de voorbereiding, en dat scheelt een flink deel van de rekening: roosters vrijmaken, puin afvoeren, bodemfolie leggen en de ruimte toegankelijk maken. Wil je het volledig zelf doen, kies dan platen of wol in plaats van gespoten schuim.
Wat is beter voor vloerisolatie: pur, eps, xps of pir?
Er is geen materiaal dat overal wint. Pir en gespoten pur isoleren het best per centimeter en zijn geschikt onder beton, maar zijn te dampdicht voor een houten vloer. Xps kost iets meer dikte maar neemt geen water op, wat het de veilige keuze maakt op nat zand. Eps is het goedkoopst en het meest gebruikt bij vloeren op zand, alleen heb je er de meeste dikte van nodig. Onder een houten vloer valt de keuze in de praktijk op minerale wol, glaswol of eps.
Hoe dik moet vloerisolatie zijn bij vloerverwarming?
Bij vloerverwarming wordt vaak een isolatiewaarde rond 5 m²K/W geadviseerd, tegenover ongeveer 3,5 bij een gewone vloer. De reden is dat je de vloer zelf verwarmt: zonder een stevig pakket eronder gaat een deel van die warmte naar de kruipruimte of de grond. In materiaal vertaald is dat ruwweg twaalf centimeter pir, veertien centimeter gespoten pur of achttien centimeter eps. Reken het na met de lambdawaarde die op jouw materiaal staat.
Welke isolatiewaarde heb je nodig voor subsidie?
Voor de landelijke subsidie op isolatiemaatregelen geldt een minimale isolatiewaarde die rond 3,5 m²K/W ligt, plus een minimum aan geïsoleerd oppervlak. De hoogte van het bedrag en de eis dat je meestal twee maatregelen combineert veranderen met enige regelmaat, en voor zelf uitgevoerd werk gelden vaak aparte voorwaarden. Kijk de actuele regels na voordat je een offerte tekent of materiaal bestelt, en bewaar de facturen en productgegevens waarop de waarde staat.
Hoeveel bespaar je met vloerisolatie?
Dat hangt volledig af van hoe slecht de vloer er nu voor staat. Bij een volledig ongeïsoleerde houten vloer boven een tochtige kruipruimte kan de besparing richting een vijfde van het totale verbruik gaan. Zit het huis al redelijk dicht en ligt er beton, dan blijft er een paar procent over. Wat je bijna altijd merkt is comfort: een vloer die niet meer koud aanvoelt en een kamer die sneller warm wordt. Voor de rest van de winst kijk je naar tocht en kieren in de rest van de woning.
Moet de kruipruimte geventileerd blijven na het isoleren?
Ja, en na het isoleren is dat nog belangrijker dan ervoor. De ruimte wordt kouder zodra de vloer geïsoleerd is, dus vocht slaat er eerder neer. De ventilatieroosters in de gevel moeten open blijven en mogen nergens zijn afgedekt door isolatie, folie of schuim. Zitten ze dicht met zand en blad, blaas ze dan van buitenaf door en maak ze van binnenuit schoon. Dat is de goedkoopste maatregel tegen vocht die er bestaat.
Wat doe je met een kruipruimte waar water in staat?
Niet isoleren voordat je weet waar het water vandaan komt. Een lekkende leiding, een verstopte drain, regenwater dat via de gevel naar binnen loopt en een hoge grondwaterstand vragen elk om een andere oplossing. Blijft er een laagje water staan dat er hoort te zijn omdat het grondwater hoog staat, dan is bodemfolie of een schelpenlaag de gebruikelijke aanpak om de damp tegen te houden. Isolatie tegen de vloer aanbrengen boven staand water verplaatst het probleem alleen naar een plek waar je er niet meer bij kunt.
Hoe voorkom je dat isolatieplaten tussen de balken wegzakken?
Snijd platen en wol ongeveer een centimeter ruimer dan de werkelijke afstand tussen de balken, zodat ze klemmen. Schroef daarna dunne latten dwars onder het veld, ongeveer drie centimeter breed en om de veertig tot vijftig centimeter. Die latjes zaag je goedkoop zelf uit bredere planken op een tafelzaag met geleider. Zonder onderslag hangt het pakket na een paar jaar door en ontstaan er kieren langs de balken, precies waar de koude lucht langs wil.
Kun je een vloer isoleren zonder kruipruimte?
Van onderaf niet. Ligt de vloer direct op de grond, dan is de enige volwaardige oplossing de vloer eruit halen, afgraven, folie en een isolatiepakket aanbrengen en een nieuwe dekvloer storten. Dat doe je in de praktijk alleen als de vloer er toch uit moet, bijvoorbeeld bij een verbouwing of bij het aanleggen van vloerverwarming. Het alternatief is isoleren aan de bovenkant met een isolerende ondervloer, en dan neem je het hoogteverlies bij deuren en dorpels voor lief.
Hoe krijg je gemorst purschuim weer weg?
Zolang het nat is haal je het weg met purreiniger, daarna is het een kwestie van schrapen en geduld. Op je huid werkt schrapen niet en moet je het laten slijten, al zijn er middelen die het proces versnellen. Wat wel en niet helpt hebben we uitgewerkt bij pur van je handen krijgen. Werk daarom met wegwerphandschoenen en dek af wat je niet vies wilt hebben, want voorkomen is hier veel minder werk dan verwijderen.
Is gespoten pur nog te verwijderen als het eenmaal zit?
Alleen met veel hak- en schraapwerk, en zelden zonder de vloer of de balken te beschadigen. Het schuim hecht direct aan het oppervlak en laat zich niet in banen lostrekken zoals een plaat. Houd daar rekening mee als er nog leidingen verlegd moeten worden, als er balkkoppen zijn die aandacht vragen of als je twijfelt over de vochthuishouding onder de vloer. Wat betreft water tegenhouden en vocht doorlaten: dat zijn twee verschillende eigenschappen, en het verschil leggen we uit bij de vraag of pur waterdicht is.
Wanneer je beter een vakman belt
Platen of wol aanbrengen in een kruipruimte waar je kunt zitten of liggen, is werk dat je zelf kunt doen. Het is vies en vermoeiend, maar niet ingewikkeld. Er zijn wel vier situaties waarin je het beter overlaat of eerst laat beoordelen.
De eerste is gespoten pur. Dat verwerken vraagt een spuitinstallatie en beschermingsmiddelen met verse luchttoevoer, en de woning moet tijdens en na het spuiten leeg zijn. Dit is geen klus die je met gehuurd materiaal even zelf doet.
De tweede is een kruipruimte die slecht ventileert, waar water in staat of waar het naar riool ruikt. In een besloten ruimte kan zuurstofgebrek ontstaan en dat merk je te laat. Ga er niet in zonder iemand bij het luik, en bij twijfel over de luchtkwaliteit helemaal niet.
De derde is de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Grijze golfplaten, oude leidingisolatie en board rond doorvoeren komen in huizen van voor 1994 regelmatig voor. Raak het niet aan, breek het niet en laat het onderzoeken voordat er iemand in die ruimte gaat werken.
De vierde is alles aan gas. Loopt er een gasleiding door de kruipruimte en moet die verlegd of afgekoppeld worden om te kunnen isoleren, dan is dat werk voor een erkende installateur. Datzelfde geldt voor aangetaste balkkoppen of een fundering die zichtbaar heeft gewerkt: dat is constructief werk en daar hoort eerst een deskundige naar te kijken.