Stopcontact doorlussen: op de klemmen of met lasklemmen
Stopcontacten doorlussen mag, en doorlussen op de klemmen van de wandcontactdoos zelf is net zo veilig als doorlassen met lasklemmen, zolang de verbindingen goed vastzitten. Houd drie doorgeluste punten achter elkaar aan als praktische grens en stap over op lasklemmen zodra er meer punten of een zware verbruiker achter hangt. De aders houden over de hele lus hun kleur: bruin naar L, blauw naar N, geelgroen naar het aardcontact en zwart alleen als schakeldraad.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Tweepolige spanningstester om te controleren of de groep echt spanningsloos is
- Striptang met instelbare aanslag voor 1,5 en 2,5 mm kwadraat
- Zijkniptang en een combinatietang
- Geisoleerde schroevendraaiers, plat 3 mm en pozidriv maat 1
- Dozenboor van 68 mm en een boormachine
- Trekveer of trekdraad om een extra ader door een bestaande buis te trekken
- Stopcontacttester om fase, nul en aarde na te lopen
- Multimeter voor het doormeten van losse aders
- Waterpas voor het uitlijnen van meervoudige dozen
Materiaal
- Installatiedraad 2,5 mm kwadraat in bruin, blauw en geelgroen
- Lasklemmen voor drie of vijf aders, geschikt voor stug draad
- Inbouwdozen van 50 mm diep met koppelstukken voor meervoudige opstellingen
- Wandcontactdozen met twee klemmen per contact
- Afdekraam voor twee, drie of vier posities
- Spatwaterdichte opbouwdoos met wartels of tules voor buiten
- Grondkabel of xmvk 3x2,5 voor de leiding naar de schuur
- Zelfklevende tule of een beetje kit voor een invoer aan de achterkant
Doorlussen of doorlassen: wat het verschil is
Doorlussen betekent dat de voedingskabel op de klemmen van het eerste stopcontact komt en dat je vanaf diezelfde klemmen een tweede setje draden naar het volgende stopcontact laat lopen. De stroom voor dat tweede punt loopt dus door de contactklemmen van het eerste. Doorlassen gaat anders: de aanvoer, de doorvoer en het staartje naar de contactdoos komen samen in een lasklem, en het stopcontact hangt daar met korte draden aan.
Allebei is toegestaan en allebei kom je in nieuwbouw tegen. Wat het handigst is, hangt af van de doos, de groep en het aantal punten dat je achter elkaar knoopt. Hoe een enkel aansluitpunt is opgebouwd en wat er verder bij hoort, staat in ons overzicht over stopcontacten plaatsen en aansluiten.
Het echte verschil zit in het aantal overgangen. Bij doorlussen heb je per ader één verbinding, bij doorlassen twee. Elke overgang is een plek waar een draad kan gaan werken, dus minder overgangen is op papier betrouwbaarder. Daar staat tegenover dat een lasklem ruimer bemeten is dan een contactklem en dat de contactdoos zelf dan geen doorvoerstroom draagt.
Vaak geeft de montage de doorslag. Zes stugge aders aan één wandcontactdoos laten zich lastig recht in een inbouwdoos duwen, en die doos springt er dan aan één kant weer uit. Wie liever drie draden vouwt dan zes, kiest voor lassen en hangt de contactdoos aan korte staartjes.
| Waar je op let | Doorlussen op de wandcontactdoos | Doorlassen met lasklemmen |
|---|---|---|
| Aantal verbindingen per ader | Eén, in de klem van de contactdoos | Twee, in de lasklem en in de klem |
| Wat de klemmen dragen | Ook de stroom van alle punten die erachter hangen | Alleen de stroom van de eigen contactdoos |
| Maximale stroom | 16 ampere, daar is de contactdoos op gemaakt | Vaak 24 ampere bij 2,5 mm kwadraat, afhankelijk van de klem |
| Ruimte in de doos | Geen extra ruimte nodig, wel zes aders aan één doos | Drie lasklemmen passen in een doos van 50 mm, in 40 mm wordt het passen |
| Gemak bij het inzetten | De doos staat onder spanning van de draden en wil terugveren | Korte staartjes, de doos gaat er soepel in |
| Storing zoeken | Een losse klem legt alles verderop stil | Je kunt per klem loskoppelen en meten |
| Aantal punten achter elkaar | Houd het bij drie | Geen vast maximum, wel de lasruimte in de doos |
Twijfel je tussen de twee, plaats de binnenwerken van de contactdozen dan even droog in de doos en kijk hoeveel ruimte er overblijft. Zie je nog plek voor twee of drie lasklemmen, dan is doorlassen de rustigste keuze. Zo niet, dan lus je gewoon op de klemmen door.
Hoeveel stopcontacten mag je doorlussen
Er staat nergens een hard getal voor het aantal keer doorlussen. In de praktijk houden installateurs drie punten achter elkaar aan, en dat is een verstandige grens. Bij doorlassen ligt dat anders: daar hangt elke contactdoos aan een lasklem in plaats van aan de klemmen van zijn buurman, en dan is er in principe geen maximum aan het aantal punten in een rij.
Wel zijn er voorwaarden voor waar die doorgeluste punten mogen zitten. De contactdozen horen op dezelfde wand in hetzelfde vertrek te zitten, of in een direct hoger of lager gelegen vertrek, of in een belendend vertrek. Vanuit een doos die in de verticale leiding is opgenomen mag je één aftakking maken. In de lasruimte van een inbouwdoos van 50 mm mag je maximaal drie lasklemmen of lasdoppen kwijt, met maximaal vier aders per klem.
Daarnaast telt het aantal aansluitpunten in de hele woning mee. Een dubbele of drievoudige wandcontactdoos met meerdere binnenwerken telt daarbij als één aansluitpunt, en meerdere stopcontacten achter één schakelaar tellen samen ook als één punt. Wil je weten wat er qua vermogen op zo'n groep past, reken dan even mee met onze calculator voor het aantal watt per groep voordat je meerdere stopcontacten doorlussen gaat combineren met een zware verbruiker.
Doorlussen naar een natte ruimte vraagt extra aandacht, want daar gelden zoneregels voor de plaats van het punt. Wat daar wel en niet mag, lees je bij het plaatsen van een stopcontact in de badkamer.
| Situatie | Vuistregel | Hoe je telt |
|---|---|---|
| Woning met drie eindgroepen | 15 aansluitpunten in eerste aanleg | Later uit te breiden tot 18 punten |
| Woning met vier of meer eindgroepen | 18 aansluitpunten in eerste aanleg | Later uit te breiden tot 21 punten |
| Dubbele, drievoudige of viervoudige contactdoos | Telt als 1 aansluitpunt | Ook als er vier binnenwerken in één afdekraam zitten |
| Stopcontacten achter één schakelaar | Tellen samen als 1 aansluitpunt | Bijvoorbeeld een geschakelde groep buitenpunten |
| Beltrafo en scheercontact | Tellen niet mee | Die vallen buiten de telling van aansluitpunten |
| Doorlussen op de klemmen | Maximaal drie punten achter elkaar | Praktijkgrens, geen normgetal |
| Doorlassen met lasklemmen | Geen vast maximum | Begrensd door de lasruimte en het vermogen op de groep |
| Wasmachine, vaatwasser of droger | Niet in de lus opnemen | Die krijgen een eigen groep met een enkele contactdoos |
Het aansluitschema: welke ader in welke klem
Bij doorlussen verandert er niets aan de kleurcodering. Bruin is de fase en gaat naar de L, blauw is de nul en gaat naar de N, geelgroen gaat naar het aardcontact. Vanaf diezelfde klemmen loopt een tweede ader van dezelfde kleur naar het volgende punt. Welke klem waar zit en hoe je een enkel punt aansluit, staat stap voor stap bij het aansluiten van een stopcontact met drie draden.
Modern schakelmateriaal is op doorlussen voorbereid. Bij merken als Gira, Busch-Jaeger, Berker, Jung en Peha zitten er per contact twee klemgaten, dus je hoeft geen twee aders in één gat te wurmen. Zit er maar één klemgat per contact, dan is dat het moment om alsnog met een lasklem te werken in plaats van er twee draden in te persen.
Zwart is de uitzondering die vaak voor verwarring zorgt. Zwart is de schakeldraad en die kleur mag je nooit in een lasdoos aan een bruine ader knopen. De kleurcodering is er om later te kunnen zien wat een ader doet, en die betekenis moet uniek blijven. Een wandcontactdoos die door een schakelaar wordt gevoed, sluit je gewoon met zwart aan op de L.
Strip de aders op de lengte die op de achterkant van het binnenwerk staat, meestal 10 tot 12 mm. Steekt er blank koper buiten de klem uit, dan is de ader te ver gestript. Trek na het insteken aan elke ader om te controleren of hij echt vastzit.
| Ader | Klem op de contactdoos | Waar hij vandaan komt | Waar de doorlus naartoe gaat |
|---|---|---|---|
| Bruin, de fase | L | Van de groep, de centraaldoos of het vorige punt | Naar de tweede L-klem en door naar het volgende stopcontact |
| Blauw, de nul | N | Van de groep, de centraaldoos of het vorige punt | Naar de tweede N-klem en door naar het volgende stopcontact |
| Geelgroen, de aarde | Aardcontact of aardbeugel | Van de aardrail of het vorige punt | Naar het aardcontact van het volgende stopcontact |
| Zwart, de schakeldraad | L, alleen bij een geschakelde contactdoos | Uit de schakelaar | Blijft zwart, gaat niet over op bruin |
| Grijs, tweede schakeldraad | L van het tweede geschakelde punt | Uit de tweede wip van een dubbele schakelaar | Naar de contactdoos die apart geschakeld wordt |
Zet de groep uit en controleer dat ook. Schakel de automaat van de groep uit, en bij twijfel ook de aardlekschakelaar, en houd daarna een tweepolige spanningstester op elke ader in de doos. Een fasezoeker die alleen oplicht is geen bewijs, want die reageert ook op inductie van een naastliggende leiding.
Dubbel stopcontact doorlussen in één inbouwdoos
Een dubbel stopcontact doorlussen is het meest voorkomende geval. Je hebt twee gekoppelde inbouwdozen, een afdekraam met twee gaten en twee binnenwerken. De aanvoer komt op het linker binnenwerk, en van daaruit loopt per kleur een kort draadje naar het rechter binnenwerk. Houd die doorlusdraadjes even dik als de aanvoer, dus 2,5 mm kwadraat op een groep van 16 ampere.
Bij drie of vier posities in één afdekraam werkt dat precies zo, alleen wordt de doos dan voller. Afdekramen zijn er tot vijf posities naast elkaar, maar bij vier binnenwerken loopt de laatste doos snel vol met draad. Dan is doorlassen prettiger: één lasklem per kleur in de ruimste doos, en vanaf daar korte staartjes naar elk binnenwerk.
Er is één maat die alles bepaalt en dat is de diepte van de doos. In een doos van 50 mm heb je een lasruimte achter het binnenwerk waar drie lasklemmen in passen. In een doos van 40 mm lukt dat ook nog wel, maar dan duwt het binnenwerk de draden zo ver terug dat de doos aan één kant losklikt. Boor je nieuwe gaten, kies dan 50 mm, tenzij de wand echt te dun is.
Zet de dozen op één lijn en op één hoogte. Onze pagina over de hoogte van een stopcontact boven de vloer geeft de gangbare maten per ruimte, en in de tabel met standaardmaten in huis vind je ook de hart-op-hart afstand van 71 mm tussen gekoppelde dozen.
| Doos | Wat er comfortabel in past | Waar je tegenaan loopt |
|---|---|---|
| Inbouwdoos 40 mm diep | Eén binnenwerk met doorlus op de klemmen | Lasklemmen passen net, het binnenwerk klikt makkelijk los |
| Inbouwdoos 50 mm diep | Binnenwerk plus maximaal drie lasklemmen | Vier aders per lasklem is het maximum |
| Gekoppelde dozen, twee tot vier posities | Doorlussen op de klemmen of lassen in de ruimste doos | Bij vier posities de aanvoer in de middelste doos brengen |
| Hollewanddoos in gipsplaat | Licht schakelmateriaal en een doorlus | Zit alleen aan de plaat, dus niet geschikt om iets aan te hangen |
| Spatwaterdichte opbouwdoos | Ruim, vaak plek voor vijf of zes lasklemmen | De kabelinvoer moet waterdicht blijven |
Lasklemmen met een hendel zijn bedoeld voor soepele draad en zijn daardoor een stuk groter. Werk je met stug installatiedraad, pak dan de gewone steeklasklemmen zonder hendel. Die zijn kleiner en daarmee win je in een volle doos precies de ruimte die je tekortkomt.
Stopcontact doorlussen naar schakelaar en andersom
Een stopcontact doorlussen naar schakelaar komt neer op één ding: de fase splitsen. De bruine ader komt binnen in de doos van de wandcontactdoos, gaat in de L-klem, en vanaf de tweede L-klem loopt een tweede bruine ader door naar de klem van de schakelaar. De blauwe en de geelgroene lopen los door naar het lichtpunt en komen niet aan de schakelaar. Uit de schakelaar vertrekt de zwarte schakeldraad naar de lamp.
Andersom kan net zo goed. Bij een schakelaar doorlussen naar stopcontact komt de fase eerst binnen in de schakelaardoos en gaat er vanaf de tweede klem een bruine ader door naar de L van het stopcontact. Die contactdoos staat dan altijd onder spanning, ook als de lamp uit is. Dat is precies wat je meestal wilt.
Wil je de contactdoos juist mee laten schakelen, bijvoorbeeld een buitenpunt dat je vanuit de schuur aan en uit zet, dan gaat de zwarte draad uit de schakelaar naar de L van dat stopcontact. Die ader blijft zwart over de hele lengte. In de lasdoos een zwarte aan een bruine knopen om de kleur te laten kloppen is geen oplossing maar een fout, want daarmee verdwijnt de betekenis van de kleur.
Bij een dubbele schakelaar voor een lamp en een buitenpunt zijn de twee wippen intern al met elkaar doorverbonden op de voedingsklem. Je hoeft dan maar één bruine ader aan te sluiten en je hebt twee schakeldraden terug, meestal zwart en grijs.
Een stopcontact hoort niet achter een dimmer
De fase aftakken vóór de dimmer mag en dat is ook de gebruikelijke volgorde. Wat niet mag, is een contactdoos voeden vanaf de uitgang van een dimmer, want daar komt een geknipte spanning uit die apparaten beschadigt. Splits de bruine ader dus met een lasklem of op de klem van de contactdoos, en laat de dimmer alleen de lamp doen.
Let ook op inbouwmodules achter schakelmateriaal. Een draadloze inbouwdimmer past niet achter een combinatie van schakelaar en contactdoos die uit één binnenwerk bestaat, simpelweg omdat de doos dan al vol zit en de module de nul niet los kan pakken. Zitten de schakelaar en de contactdoos als losse binnenwerken naast elkaar in een tweevoudig raam, dan lukt het meestal wel.
| Wat je wilt | Waar de fase binnenkomt | Welke ader gaat door | Let op |
|---|---|---|---|
| Stopcontact doorlussen naar schakelaar | Bruin in de doos van de contactdoos | Bruin van de tweede L-klem naar de schakelaar | Blauw en aarde lopen buiten de schakelaar om naar het lichtpunt |
| Schakelaar doorlussen naar stopcontact | Bruin in de schakelaardoos | Bruin van de tweede klem naar de L van de contactdoos | De contactdoos houdt altijd spanning |
| Geschakeld buitenstopcontact | Bruin in de schakelaar | Zwart uit de schakelaar naar de L van de contactdoos | Zwart blijft zwart, ook in de grondkabel |
| Dubbele schakelaar voor lamp en contactdoos | Bruin op de doorverbonden voedingsklem | Zwart naar de lamp, grijs naar de contactdoos | Vieraderige leiding nodig richting de schuur |
| Contactdoos bij een dimmer | Bruin in de doos, vóór de dimmer | Bruin door naar de L van de contactdoos | Nooit vanaf de uitgang van de dimmer voeden |
Vanuit een stopcontact doorlussen naar een lamp
Een stopcontact doorlussen naar lamp is een veelgevraagde uitbreiding, bijvoorbeeld voor een plafondlamp in een bedstee of boven een eettafel. Het kan op twee manieren: via de tweede klem van de contactdoos, of met lasklemmen in de inbouwdoos erachter. Beide keren blijft het bestaande stopcontact gewoon in gebruik.
Voer die aftakking uit met stug installatiedraad in een buis en niet met een stekker en een huishoudsnoer. Soepel snoer is niet gemaakt voor vaste installatie en een stekkerverbinding kan mechanische belasting krijgen waar stug draad niet tegen kan. Wat er in een leiding hoort en welke doorsnede erbij past, staat in onze keuzehulp voor draad en kabel.
Boven het lichtpunt hoort een doos die het gewicht van het armatuur draagt. Een centraaldoos in het plafond schroef je vast aan een balk of een regel, en daar kun je een lamp aan hangen. Een inbouwdoos in een gipsplafond zit alleen aan de plaat en is daarvoor niet bedoeld. Een verlichtingspunt moet bovendien geaard zijn, dus trek altijd drie aders mee en geen twee.
Zit er nu alleen bruin en zwart in de buis naar de schakelaar, dan moet de blauwe er nog bij. Bevestig een trekveer of een stevige trekdraad aan de bestaande aders, trek ze eruit en trek ze daarna samen met de nieuwe blauwe weer terug in dezelfde buis. Dat is sneller dan proberen om er één losse ader bij te duwen.
Opbouw stopcontact doorlussen en buiten naar de schuur
Bij een opbouw stopcontact doorlussen zit je meestal buiten, op de gevel of in een schuur. Het principe is hetzelfde als binnen, maar de behuizing en de kabelinvoer maken het verschil tussen een aansluiting die tien jaar meegaat en een die na de eerste winter groen uitslaat. Gebruik spatwaterdicht materiaal met een dichting rondom en voer de kabel in via een wartel of een tule.
Een dubbele opbouwdoos op de achtergevel met een doorvoer naar de schuur is een klassieke situatie. Je kunt de aanvoer op het eerste binnenwerk zetten, doorlussen naar het tweede en vanaf daar de leiding naar de schuur laten vertrekken. Netter is het om in de doos drie lasklemmen te zetten: één per kleur, met daarin de aanvoer, de leiding naar de schuur en het staartje naar de contactdozen. Je hebt dan één overgang minder in de weg naar de schuur en de klemmen van de contactdozen dragen alleen hun eigen stroom.
Strip de buitenmantel van de kabel zo ver af dat er nauwelijks mantel in de behuizing zit. Blijft er een stuk mantel achter het binnenwerk liggen, dan klemt de doos daarop en klikt hij aan één kant weer los. De mantel heeft in de behuizing geen functie meer, de trekontlasting zit in de wartel. Alle punten in de schuur horen daarna geaard te zijn, zie ook wat er komt kijken bij een geaard stopcontact.
Een invoer aan de achterkant is het zwakke punt. Veel spatwaterdichte dozen hebben achterop een membraan dat je doorprikt. Dat houdt water tegen zolang de kabel stil ligt, maar bij een kabel die kan bewegen gaat de dichting op den duur lekken. Zet er een tule in of leg een randje kit rond de invoer, en klem de kabel vlak achter de doos vast aan de gevel.
Wat een doorgeluste wandcontactdoos aankan
Een wandcontactdoos is gemaakt voor 16 ampere en dat geldt ook voor de doorvoer over de klemmen. Zit er een automaat van 16 ampere voor de groep, dan kan er per definitie niet meer doorheen dan de contactdoos aankan. Een groep met een zwaardere zekering dan het schakelmateriaal aankan is een fout in de meterkast, niet in de doos.
De angst voor warmte in de doos is begrijpelijk maar meestal ongegrond. Warmte ontstaat niet door de stroom zelf maar door een slechte verbinding: een klem die niet ver genoeg is doorgestoken, een schroef die niet is nagetrokken, of een ader die op de isolatie is geklemd. Een terrasheater van 2500 watt trekt bij 230 volt ongeveer 11 ampere, ruim binnen de marge, zolang elke klem goed vastzit.
Lasklemmen zitten daar nog iets boven. Veel steeklasklemmen zijn opgegeven tot 24 ampere bij 2,5 mm kwadraat, dus daar houd je meer marge over. Voor een lange doorvoer naar een schuur met een zware verbruiker is dat het argument om te lassen in plaats van te lussen.
Reken bij twijfel je gelijktijdige belasting uit met de rekenhulp voor het vermogen per groep. Verkleurde of geblakerde klemmen zijn een teken dat er een slecht contact was. Vervang zo'n binnenwerk, want het koper in de klem is dan al aangetast en het probleem komt terug.
| Apparaat | Vermogen | Stroom bij 230 volt | In de lus opnemen? |
|---|---|---|---|
| Terrasheater in de schuur | 2000 tot 2500 watt | 8,7 tot 10,9 ampere | Kan, mits alle klemmen goed vastzitten |
| Waterkoker | 2200 watt | 9,6 ampere | Kan, maar liefst niet samen met andere zware apparaten |
| Heteluchtkanon of bouwdroger | 3000 watt | 13 ampere | Alleen op een korte lus met goede verbindingen |
| Stofzuiger | 900 watt | 3,9 ampere | Geen enkel bezwaar |
| Wasmachine | 2200 watt | 9,6 ampere | Nee, eigen groep met een enkele contactdoos |
| Vaatwasser | 2000 watt | 8,7 ampere | Nee, eigen groep |
| Televisie, modem en lampen samen | 200 watt | 0,9 ampere | Prima, ook over meerdere punten |
| Lader voor een elektrische auto | 3700 watt of meer | 16 ampere of meer | Nee, aparte groep met eigen beveiliging |
Als het na het doorlussen niet werkt
Slaat de aardlekschakelaar eruit nadat je hebt doorgelust, dan zit de oorzaak zelden in de aftakking zelf. Een extra ader die aan een lasklem hangt en verderop netjes is afgedopt, kan geen aardlek laten vallen. Je mag er honderd meter draad aan hangen: zolang de isolatie tussen de aders en tussen ader en aarde in orde is, gebeurt er niets.
Wat er dan wel aan de hand is, is bijna altijd een verbinding tussen nul en aarde ergens in het nieuwe stuk. Een te ver gestripte nul die de geaarde behuizing van een inbouwspot raakt, een schroef die dwars door een buis is gedraaid, of een nul en een aarde die in de centraaldoos zijn verwisseld. Die fout meld zich pas als er stroom gaat lopen, dus vaak op het moment dat je een boormachine of stofzuiger inschakelt.
Zoek het systematisch uit. Koppel alles los, meet met een multimeter of installatietester de isolatie tussen elke ader en aarde, en sluit daarna één voor één de onderdelen weer aan. Overbrug een dimmer tijdelijk door bruin en zwart met een lasklem aan elkaar te zetten, zodat je die uit de vergelijking haalt. Kom je er niet uit, trek dan het verdachte stuk draad opnieuw en bekijk de aders op beschadiging. Hoe de rest van de elektrische installatie in huis is opgebouwd, helpt bij het bepalen waar je moet meten.
Zo lus je twee stopcontacten door
Deze volgorde geldt voor doorlussen op de klemmen en met een kleine aanpassing ook voor doorlassen met lasklemmen.
-
Zet de groep uit en controleer dat met een tester
Schakel de automaat van de groep uit en zet er een briefje bij, zodat niemand hem terugzet. Houd daarna een tweepolige spanningstester op fase en nul, en op fase en aarde. Pas als beide metingen nul aanwijzen, ga je de doos in. Werk in de meterkast blijft beperkt tot het uitschakelen van de groep, want alles achter de hoofdzekering is werk voor een installateur.
-
Bepaal of je gaat lussen of lassen
Zet de binnenwerken droog in de dozen en kijk hoeveel ruimte er achter overblijft. Is er plek voor drie lasklemmen, dan lever je met doorlassen een rustiger doos op en dragen de contactdozen geen doorvoerstroom. Is het krap, dan lus je door op de klemmen. Hangt er een zware verbruiker achterin de rij, kies dan sowieso voor lasklemmen.
-
Maak de doorlusdraden op maat
Knip per kleur een stukje installatiedraad van dezelfde doorsnede als de aanvoer, dus 2,5 mm kwadraat op een groep van 16 ampere. Houd ze ruim genoeg om de binnenwerken los in de hand te kunnen nemen, ongeveer vijftien centimeter. Te kort betekent dat je later trekt aan een klem die je juist met rust wilt laten.
-
Strip de aders op de aangegeven lengte
Op de achterkant van elk binnenwerk staat de striplengte, meestal 10 tot 12 mm. Gebruik een striptang met aanslag zodat elke ader gelijk is. Steekt er blank koper buiten de klem uit, knip de ader dan af en strip opnieuw. Blank koper naast een klem is de meest voorkomende oorzaak van kortsluiting in een volle doos.
-
Sluit de aanvoer aan en zet de doorlus erbij
Zet bruin op L, blauw op N en geelgroen op het aardcontact van het eerste binnenwerk. Steek daarna de doorlusdraadjes in de tweede klem van hetzelfde contact en breng ze naar het volgende binnenwerk, weer kleur op kleur. Bij lassen zet je in plaats daarvan per kleur één lasklem met de aanvoer, de doorvoer en het staartje erin.
-
Controleer elke verbinding met een trekproef
Trek stevig aan elke ader afzonderlijk. Een steekklem hoort niet mee te geven en bij een schroefklem draai je de schroef nog een slag na. Dit is de stap die bepaalt of de verbinding over vijf jaar nog koud is, want warmteontwikkeling in een doorgeluste doos komt vrijwel altijd door een klem die niet goed pakt.
-
Vouw de draden en zet de binnenwerken in
Leg de aders in bochten langs de wand van de doos in plaats van ze recht naar achteren te duwen. Zorg dat er geen kabelmantel achter het binnenwerk klem komt te zitten, want daar klikt de doos van los. Schroef de binnenwerken vast, controleer met een waterpas of ze recht staan en zet het afdekraam erop.
-
Zet de spanning erop en meet na
Schakel de groep in en controleer elk stopcontact met een stopcontacttester op fase, nul en aarde. Druk daarna op de testknop van de aardlekschakelaar om te zien of die nog schakelt. Werkt een punt niet, dan zit de fout bijna altijd in de laatst gemaakte klem en niet in het stuk dat het al deed.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je de afdekramen erop zet
Uit de praktijk
Dubbele opbouwdoos op de gevel met een doorvoer naar de schuur
Op een achtergevel kwam een dubbele spatwaterdichte opbouwdoos, met vanuit die doos een leiding naar de schuur waar onder meer een terrasheater op zou komen. De vraag was of de stroom voor de schuur wel over de klemmen van twee contactdozen mocht lopen. Rekenwerk gaf het antwoord: 2500 watt komt bij 230 volt neer op ongeveer 11 ampere, terwijl een contactdoos voor 16 ampere is gemaakt.
Toch is het anders opgelost. In de doos pasten drie lasklemmen: per kleur één, met daarin de aanvoer, de leiding naar de schuur en het staartje naar de contactdozen. De doorvoer naar de schuur gaat daarmee rechtstreeks van kabel op kabel, met één overgang minder, en de klemmen van de contactdozen dragen alleen hun eigen stroom. Voor de aarde was uiteindelijk geen ruimte meer, dus die is wel gewoon over de contactdozen doorgelust.
Bij het inzetten bleef het rechter binnenwerk aan één kant losklikken. De oorzaak was de kabelmantel, die te ver de behuizing in liep en waar de doos op klemde. Na het verder afstrippen van de mantel zat alles strak. De invoer aan de achterkant kreeg een tule en een randje kit, want het membraan achterop houdt water alleen tegen zolang de kabel niet beweegt.
Drie stopcontacten onder een bestaande lichtschakelaar
In een kamer zat een lichtschakelaar voor een plafondlamp en verder niets. Zeventig centimeter lager moest een drievoudig afdekraam komen met drie losse contactdozen. In de buis naar de schakelaar zaten alleen een bruine en een zwarte ader, want de nul had daar tot dan toe niets te zoeken.
De bruine ader is op de tweede klem van de schakelaar doorgelust naar beneden, zodat de contactdozen altijd spanning hebben en de schakelaar alleen de lamp doet. Voor de nul is de blauwe ader vanuit de centraaldoos door dezelfde buis meegetrokken. Dat ging het snelst door een trekdraad aan de bestaande aders te binden, ze eruit te trekken en ze daarna samen met de nieuwe blauwe weer in te trekken.
De drie nieuwe dozen zijn 50 mm diep geworden, zodat er ruimte overbleef achter de binnenwerken. In deze kamer zaten verder alleen ongeaarde contactdozen, en dat gaf de doorslag om de aarde overal alsnog mee te nemen: binnen één ruimte hoort niet de ene contactdoos wel en de andere niet geaard te zijn.
Aardlekschakelaar die eruit vloog na een aftakking bij de dimmer
Bij een badkamerrenovatie werd de bruine ader vóór een dimmer met een lasklem gesplitst en doorgelust naar een gat waar later een contactdoos zou komen. Daar hingen voorlopig drie afgedopte aders. Vanaf dat moment sloeg de aardlekschakelaar eruit, soms meteen bij het inschakelen van de groep en soms pas bij het aanzetten van een boormachine of stofzuiger.
De reflex was om de aftakking als schuldige aan te wijzen, want zonder die drie draden werkte alles. Toch kan een afgedopte ader op zichzelf geen aardlek veroorzaken, hoe lang hij ook is. Dat wijst op een verbinding tussen nul en aarde in juist dat nieuwe stuk, die zich pas meldt zodra er stroom loopt.
Het traject is doorgemeten met een multimeter, met alle aders los. Verdacht waren een te ver gestripte nul bij de inbouwspots met geaarde behuizing en een schroef door de buis naar het nieuwe gat. Uiteindelijk zijn de drie aders naar dat punt opnieuw getrokken en was het probleem weg. Wie na twee meetronden nog niets vindt, kan er beter iemand bij halen die dit dagelijks doet.
Een heel huis opnieuw bedraden met viervoudige contactdozen
Bij een woning die volledig opnieuw werd bedraad, kwamen overal inbouwdozen van 50 mm en veel twee-, drie- en viervoudige contactdozen. De vraag was of het slimmer was om per doos door te lussen of om alles op lasklemmen te zetten. Het geplaatste schakelmateriaal was van Gira, en dat merk heeft per contact twee klemgaten, dus doorlussen was daar zonder meer op voorzien.
De keuze is verdeeld uitgevallen. Bij de tweevoudige punten is doorgelust op de klemmen, want dat scheelt overgangen en de klemmen dragen daar hooguit één extra contactdoos. Bij de drie- en viervoudige punten zijn lasklemmen gebruikt, omdat zes aders aan één binnenwerk de doos zo vol maken dat je hem er niet meer recht in krijgt.
De rest van de aftakkingen gaat via centraaldozen in het plafond, met vanuit elke centraaldoos een leiding naar het aansluitpunt. Bouwmarktmateriaal was overigens geen bezwaar geweest: Busch-Jaeger, Berker, Jung en Peha liggen daar gewoon in het schap en doen qua techniek niet onder voor duurder schakelmateriaal.
Veelgemaakte fouten
Een zwarte ader aan een bruine knopen
In een lasdoos zwart en bruin aan elkaar zetten omdat de kleur in de andere kabel toevallig anders is, lijkt onschuldig. Daarmee verdwijnt alleen de betekenis van de kleur: iemand die later de doos opent, ziet zwart en denkt schakeldraad. Voed een geschakelde contactdoos gewoon met de zwarte ader op de L en laat de kleur over de hele lengte hetzelfde.
De aarde niet doorlussen of onderbreken
De aarde wordt bij drukte in de doos nog wel eens vergeten of half gedaan, zeker als er geen ruimte meer is voor een derde lasklem. Een aardleiding die halverwege de rij stopt, laat alle punten erachter ongeaard. Neem in dat geval de aarde over de contactdozen door, want die verbinding mag nergens in de lus ontbreken.
Te veel kabelmantel in de doos laten zitten
De mantel heeft binnen de behuizing geen functie meer, want de trekontlasting zit in de wartel of in de invoer. Blijft er een stuk in de doos liggen, dan klemt het binnenwerk erop en klikt de contactdoos aan één kant weer los. Strip de mantel af tot vlak binnen de invoer, dan blijft er ruimte over voor de aders.
Aders te ver strippen
Een ader waar blank koper naast de klem uitsteekt, is in een volle doos een kortsluiting die staat te wachten. Bij het terugduwen van het binnenwerk komt dat koper tegen een andere ader of tegen een geaarde beugel. Houd de striplengte aan die op de achterkant van het binnenwerk staat en knip een te lang gestripte ader gewoon opnieuw af.
Doorlussen naar een punt op een andere groep
Een contactdoos in de gang aftakken vanuit een doos die op een andere groep zit, geeft twee fasen in één inbouwdoos. Wie later de groep uitschakelt om te werken, staat dan alsnog met spanning in de doos. Houd de punten in één lus altijd op dezelfde groep en label onbekende leidingen voordat je ze in een bestaande doos opneemt.
Een vaste installatie voeden met een stekker
Een schakelaar en een lamp aansluiten met huishoudsnoer en een stekker in het stopcontact is snel gedaan, maar het snoer kan aan trek worden blootgesteld en stug installatiedraad hoort niet in een stekker. Trek de aftakking met installatiedraad in buis en verbind hem in de inbouwdoos van het stopcontact met lasklemmen aan de bestaande bedrading.
Een zware verbruiker achteraan de lus hangen
Een wasmachine of vaatwasser als laatste punt van een rij doorgeluste contactdozen zet elke klem in die rij urenlang onder volle belasting. Eén klem die niet goed pakt, wordt dan warm en verkleurt. Zware apparaten horen op een eigen groep met een enkele contactdoos, zonder doorlus.
Soepel snoer in een steekklem duwen
Steekklemmen zijn gemaakt voor stug draad. Soepele aders rafelen uit en maken maar met een deel van de draadjes contact, wat een warm punt oplevert. Moet je toch van soepel naar stug over, gebruik dan lasklemmen met een hendel of zet er adereindhulzen op met de bijbehorende tang, en steek zo'n huls niet alsnog in een steekklem.
Veelgestelde vragen
Hoeveel stopcontacten mag je doorlussen achter elkaar?
Er staat geen vast getal voor het doorlussen op de klemmen, maar drie punten achter elkaar is de grens die installateurs in de praktijk aanhouden. Ga je doorlassen met lasklemmen, dan hangt elke contactdoos aan zijn eigen klem en is er in principe geen maximum aan het aantal punten in een rij. Wel blijft het totale aantal aansluitpunten per woning en het vermogen op de groep begrensd.
Wat is het verschil tussen doorverbinden met lasklemmen en doorlussen van een stopcontact?
Bij doorlussen loopt de stroom voor de volgende punten door de klemmen van de contactdoos die ervoor zit. Bij doorverbinden met lasklemmen komen aanvoer, doorvoer en het staartje naar de contactdoos samen in een klem, en draagt de contactdoos alleen zijn eigen stroom. Lassen kost per ader een extra overgang maar geeft meer marge, want veel lasklemmen zijn opgegeven tot 24 ampere bij 2,5 mm kwadraat.
Kan ik 3 stopcontacten doorlussen in één afdekraam?
Dat kan, en bij modern schakelmateriaal met twee klemgaten per contact is het ook zo bedoeld. De praktische beperking is de ruimte: het middelste binnenwerk krijgt dan zes aders en de dozen moeten 50 mm diep zijn om dat weg te kunnen leggen. Wordt het te vol, zet dan per kleur één lasklem in de ruimste doos en hang de drie binnenwerken aan korte staartjes.
Hoe ziet het aansluitschema voor een stopcontact doorlussen naar schakelaar eruit?
De bruine ader komt binnen bij de contactdoos en gaat in de L-klem. Vanaf de tweede L-klem loopt een tweede bruine ader naar de voedingsklem van de schakelaar. Uit de schakelaar vertrekt de zwarte schakeldraad naar het lichtpunt. De blauwe en de geelgroene ader lopen buiten de schakelaar om rechtstreeks naar dat lichtpunt, want een gewone schakelaar onderbreekt alleen de fase.
Kan ik een schakelaar doorlussen naar een stopcontact?
Ja, en dat is een gebruikelijke oplossing als de fase toch al in de schakelaardoos binnenkomt. Zet de bruine ader op de voedingsklem van de schakelaar en lus vanaf de tweede klem door naar de L van het stopcontact. De contactdoos staat dan altijd onder spanning. Wil je hem juist mee laten schakelen, gebruik dan de zwarte ader uit de schakelaar en houd die kleur over de hele lengte aan.
Hoe lus ik een dubbel stopcontact door?
Sluit de aanvoer aan op het eerste binnenwerk en steek per kleur een tweede draadje in de tweede klem van hetzelfde contact. Breng die drie draadjes naar het tweede binnenwerk, bruin op L, blauw op N en geelgroen op het aardcontact. Houd de doorlusdraden even dik als de aanvoer en ongeveer vijftien centimeter lang, zodat je de binnenwerken los kunt hanteren tijdens de montage.
Hoeveel aders kan ik kwijt bij een Gira stopcontact doorlussen?
Bij dit schakelmateriaal zitten er per contact twee klemgaten, dus voor fase, nul en aarde is er telkens plek voor een binnenkomende en een uitgaande ader. Meer dan die twee per contact hoor je er niet in te persen. Heb je een derde ader nodig, bijvoorbeeld bij een viervoudige opstelling, zet dan een lasklem in de doos in plaats van twee aders in één klemgat te duwen.
Mag ik een stopcontact doorlussen naar lamp en schakelaar?
Dat mag, mits je het met stug installatiedraad in buis doet en niet met een huishoudsnoer en een stekker. Tak de fase af op de tweede klem van de contactdoos of met een lasklem in de inbouwdoos erachter. Trek altijd drie aders mee, want verlichtingspunten moeten geaard zijn, en hang het armatuur aan een centraaldoos die aan een balk of regel is geschroefd.
Kan ik een buitenstopcontact doorlussen naar de schuur?
Dat kan prima. Je kunt de aanvoer op het eerste binnenwerk zetten, doorlussen naar het tweede en vanaf daar de leiding naar de schuur laten vertrekken. Netter is het om in de opbouwdoos drie lasklemmen te zetten met de aanvoer, de leiding naar de schuur en het staartje naar de contactdozen erin. Gebruik naar buiten toe een grondkabel of xmvk en maak de invoer waterdicht met een wartel of tule.
Hoe pak ik opbouw stopcontact doorlussen aan in een schuur of garage?
Het aansluiten gaat hetzelfde als binnen, maar de behuizing bepaalt de levensduur. Kies spatwaterdicht materiaal met een dichting rondom, voer de kabel in via een wartel en strip de mantel af tot vlak binnen die invoer. Blijft er mantel achter het binnenwerk liggen, dan klemt de contactdoos daarop en klikt hij los. In een opbouwdoos is meestal ruim plek voor lasklemmen, dus daar hoef je niet op de klemmen door te lussen.
Mag ik een wandcontactdoos doorlussen met draad van 1,5 mm kwadraat?
Alleen als de hele groep en de aanvoer ook 1,5 mm kwadraat zijn en er een automaat van 16 ampere voor zit die daarbij past. Een doorlusdraad dunner maken dan de aanvoer is nooit goed, want dan is de doorlus het zwakste punt in de keten terwijl de zekering die dunnere ader niet ziet. Houd de doorsnede over de hele lus gelijk aan de voedende kabel.
Waarom slaat de aardlekschakelaar eruit nadat ik heb doorgelust?
Bijna altijd omdat er in het nieuwe stuk een verbinding tussen nul en aarde is ontstaan. Een te ver gestripte nul die de geaarde behuizing van een inbouwspot raakt, een schroef dwars door een buis of een nul en aarde die in de centraaldoos zijn verwisseld. Zo'n fout meldt zich pas als er stroom loopt, dus vaak bij het inschakelen van een boormachine. Meet de isolatie van elke ader los door en sluit daarna één voor één alles weer aan.
Kan ik meerdere stopcontacten doorlussen zonder centraaldoos?
Dat kan, zolang de punten op dezelfde wand in hetzelfde vertrek zitten of in een direct hoger, lager of belendend vertrek. Vanuit een doos in de verticale leiding mag je één aftakking maken. Zonder centraaldozen moet je alleen wel per lus terug naar de meterkast, dus in de praktijk combineren veel mensen de twee: centraaldozen in het plafond en van daaruit hooguit twee of drie punten aan elkaar.
Wanneer je beter een vakman belt
Het doorlussen van stopcontacten binnen een bestaande groep is werk dat je met basiskennis en de juiste tester zelf kunt doen. Er zijn wel duidelijke grenzen.
Alles in de meterkast achter de hoofdzekering laat je aan een installateur. Een groep bijplaatsen, een aardlekschakelaar vervangen of de verdeler uitbreiden hoort daarbij, want daar werk je aan delen die je niet zelf spanningsloos kunt maken.
Bel ook als je woning geen aardlekschakelaar heeft of als de installatie nog zonder aarde is aangelegd. Nieuwe punten bijlussen op zo'n installatie is geen kwestie van draadjes doortrekken, want dan moet er eerst iets aan de beveiliging gebeuren.
De derde grens is een fout die je niet vindt. Blijft de aardlekschakelaar eruit vliegen nadat je het nieuwe stuk hebt doorgemeten en opnieuw hebt aangesloten, dan zit er een isolatiefout in de bedrading of in een apparaat. Een installateur meet dat met een installatietester in een half uur uit, terwijl jij anders het risico loopt dat je de beveiliging gaat overbruggen om er toch mee te kunnen werken.