Fundering voor een tuinhuis van betonbanden
Een fundering van betonbanden onder een tuinhuis werkt goed zolang je twee dingen serieus neemt: de teelaarde gaat er onder de stroken helemaal uit, en het zandbed wordt in dunne lagen verdicht. De banden leg je plat op hun breedste kant, waterpas ten opzichte van elkaar en met de bovenkant enkele centimeters boven het maaiveld. Tussen de band en de houten draagbalk hoort een strook rubber of dakleer, anders zuigt het hout vocht uit het beton en rot de vloer van onderaf weg.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Schop, spade en een grondhark
- Kruiwagen
- Trilplaat, te huur bij het verhuurbedrijf
- Lange rei van minstens 2 meter
- Waterpas van 120 cm en een slangwaterpas of laser voor de lange maten
- Rolmaat van 8 meter en een timmermanspotlood
- Rubberen hamer van minstens 1 kilo
- Piketpaaltjes en metseldraad
- Betonschaar of haakse slijper met diamantschijf om banden af te korten
- Boorhamer met steenboor van 10 mm voor de verankering
Materiaal
- Betonbanden van 100 cm lang, meestal 6 of 8 cm dik
- Ophoogzand of menggranulaat 0 tot 31,5 mm
- Cement voor een halfdroog stelbed
- Worteldoek
- Split of grind voor de ruimte tussen de banden
- EPDM-strook, dakleer of rubber stelplaatjes
- Geïmpregneerde draagbalken
- Betonschroeven en stalen hoekprofielen of grondankers
Wanneer betonbanden onder een tuinhuis genoeg zijn
Betonbanden zijn de goedkoopste onderbouw waarop een houten tuinhuis jaren recht blijft staan. Ze verdelen het gewicht over een doorlopende strook in plaats van over losse punten, en ze tillen de vloer boven de natte grond uit. Welke zwaardere varianten er zijn en wanneer je die nodig hebt, lees je in ons overzicht over een fundering maken onder een bijgebouw.
De grens ligt niet bij de oppervlakte alleen, maar bij wat het bouwwerk verdraagt aan beweging. Een houten tuinhuis kan een paar millimeter zakking hebben zonder dat je het ziet, want de verbindingen zijn scharnierend. Metselwerk kan dat niet: daar zet zich elke millimeter verschilzetting om in een scheur door de voeg.
De tweede vraag is of het gebouw verwarmd wordt. Zodra er een kachel in gaat en de wand dubbel wordt uitgevoerd, krijg je te maken met condens tegen de koude vloer en met een aansluiting die luchtdicht moet zijn. Dan is een gewapende plaat met een vorstrand het betere antwoord.
| Wat je neerzet | Wat eronder past | Waar je op moet letten |
|---|---|---|
| Houten tuinhuis tot ongeveer 15 m², onverwarmd | Betonbanden onder de draagbalken, plat op een verdicht bed | Houd de vloer minstens 5 cm vrij van de grond |
| Houten tuinhuis van 15 tot 30 m² | Betonbanden met een of twee extra rijen in het midden | Zonder middenrij gaat de vloer merkbaar veren |
| Tuinhuis met dubbele wand en verwarming | Gewapende betonplaat met een vorstrand van ongeveer 60 cm | Verwarmd betekent condens tegen een koude vloer |
| Blokhut van dikke stapelbalken | Betonbanden of poeren, maar wel volkomen vlak gesteld | Stapelbouw zakt zelf al in, een scheve start telt daarbij op |
| Gemetselde schuur of stenen berging | Doorgaande gewapende strook, tot onder de vorstgrens | Metselwerk scheurt bij de eerste verschilzetting |
| Tuinhuis op klei-, leem- of veengrond | Banden op een dik pakket granulaat, of losse betonpoeren | Zetting gaat na de bouw jaren door |
| Tuinhuis op een bestaand terras | Alleen banden als het tegelwerk op een verdicht bed ligt | Onder terrastegels zit vaak maar een paar centimeter los zand |
| Fietsenkast of kleine berging tot ongeveer 4 m² | Losse betontegels van 30 bij 30 cm op zand | Banden zijn hier meer werk dan het oplevert |
Koop de banden pas nadat je de plattegrond hebt uitgezet met piketten en draad. Je ziet dan pas of je de maat van het tuinhuis netjes in hele meters kunt opdelen, en dat scheelt zagen.
Welke betonbanden je koopt en welke maten er zijn
Wat in de bouwmarkt en bij de bestratingshandel als betonband of opsluitband ligt, is bijna altijd 100 cm lang. Het verschil zit in de dikte en de hoogte. Voor een tuinhuis kijk je vooral naar de breedte van het vlak waarop de band komt te liggen, want dat is je draagvlak.
Leg de band plat, met de breedste kant op de ondergrond. Een band van 6 bij 20 cm die je plat legt, heeft een voet van 20 cm breed. Dezelfde band op zijn kant staat op een strook van 6 cm en kan onder een puntlast kantelen of wegzakken. Op zijn kant zetten heeft alleen zin als je de band als opsluiting van bestrating gebruikt, niet als drager.
De gewichten hieronder zijn gerekend met de gebruikelijke dichtheid van beton en ze verschillen per fabrikant een paar kilo. Ze zijn vooral bedoeld om te bepalen of je alleen kunt tillen. Alles boven de veertig kilo wil je met twee man of met een steekwagen verplaatsen, zeker over een zachte tuin.
| Maat, dikte bij hoogte bij lengte | Gewicht per band | Waar hij goed voor is |
|---|---|---|
| 5 x 15 x 100 cm | ongeveer 18 kg | Lichte tuinkast op een vlakke, goed verdichte ondergrond |
| 6 x 20 x 100 cm | ongeveer 29 kg | De gangbaarste maat onder een houten tuinhuis |
| 8 x 20 x 100 cm | ongeveer 38 kg | Zelfde draagvlak, minder kans op breuk bij het inkloppen |
| 6 x 30 x 100 cm | ongeveer 43 kg | Plat gelegd een voet van 30 cm, prettig op zwakke grond |
| 8 x 30 x 100 cm | ongeveer 58 kg | Alleen met twee man te leggen, wel het stevigst |
| Trottoirband 13/15 x 25 x 100 cm | ongeveer 85 kg | Te zwaar en te smal van boven, kies liever een opsluitband |
| Betontegel 30 x 30 x 4,5 cm | ongeveer 10 kg | Losse steunpunten onder een klein huisje, niet doorlopend |
| Stelconplaat 200 x 100 x 12 cm | ruim 500 kg | Alleen met machine te plaatsen, wel meteen een hele vloer |
Til een band nooit met gestrekte rug uit de pallet. Een band van dertig kilo die je verkeerd oppakt, is de meest voorkomende reden dat deze klus halverwege stilvalt. Kantel hem eerst rechtop, zak door je knieën en houd hem tegen je lichaam.
De grond onder de banden bepaalt of het huisje recht blijft
Bijna alle verzakkingen onder een tuinhuis komen niet door het gewicht, maar door wat er onder de band is blijven zitten. Een tuinhuis van drie bij vier meter drukt op een strook banden met een spanning die de grond met gemak aankan. Wat wel gebeurt, is dat wortels, gras en zwarte teelaarde onder de band verteren en inklinken, en dan zakt de band mee.
Graaf de stroken daarom uit tot je in de vaste ondergrond zit, meestal 25 tot 30 cm onder het maaiveld. Maak de sleuf een decimeter breder dan de band, zodat je er nog met een aanstamper langs kunt. Vul terug met ophoogzand of met menggranulaat 0 tot 31,5 mm, en breng dat in lagen van hooguit 10 cm aan.
Verdicht elke laag apart met een trilplaat. Een pakket van 20 cm dat je in één keer aanbrengt en dan platwalst, is bovenin hard en onderin nog los. Dat merk je pas na de eerste natte winter. Hoeveel zand of granulaat je nodig hebt voor de sleuven reken je snel uit met onze rekenhulp voor kuubs en kruiwagens, want een kruiwagen gaat op ongeveer 65 liter en dan weet je meteen hoeveel ritjes het worden.
| Grondsoort | Wat je eronder aanbrengt | Waarom dat hier nodig is |
|---|---|---|
| Zandgrond | 15 cm ophoogzand, in twee lagen verdicht | Zand houdt geen water vast en is daardoor niet vorstgevoelig |
| Kleigrond | 20 cm menggranulaat, de klei onder de strook helemaal weg | Klei zwelt op met vocht en krimpt in droogte, dat wil je niet dragend hebben |
| Leem | 20 cm granulaat en een afvoer zodat water weg kan | Leem houdt water vast en vriest op, met opdrukken tot gevolg |
| Veen | Granulaat helpt beperkt, overweeg poeren tot in de vaste laag | Veen klinkt jarenlang in, ook zonder dat je er iets op zet |
| Recent opgehoogd terrein | Uitgraven tot de oude vaste grond of een jaar wachten | Verse ophoging zakt in de eerste jaren het meest |
| Bestaand tegelterras | Tegels eruit, straatzand verdichten, dan pas de band | Onder tegelwerk zit vaak maar drie centimeter los stelzand |
| Naast een sloot of talud | Minstens een meter uit de kant blijven | Grond langs een kant kan zijdelings wegdrukken |
| Onder of naast een grote boom | Wortels niet doorhakken, band ernaast leggen | Dikke wortels groeien door en tillen de band op |
Banden stellen: haaks uitzetten, waterpas leggen en vastzetten
Zet eerst de plattegrond uit met piketpaaltjes en strak metseldraad, ruim buiten de sleuven zodat de draden blijven staan terwijl je graaft. Controleer of het haaks staat door de twee diagonalen te meten: die moeten tot op een halve centimeter gelijk zijn. Werk je liever met de driehoek van 3, 4 en 5 meter, dan komt dat op hetzelfde neer.
Op het verdichte pakket komt een stelbed van 3 tot 5 cm. Je hebt twee keuzes, en die maken uit voor later. Halfdroog zand-cement, ongeveer een deel cement op acht delen brekerzand, geeft een bed dat na een dag hard is en niet meer verschuift. Alleen afgereid zand laat zich later nog naregelen als er toch iets zakt, wat op klei of veen een reden kan zijn om ervoor te kiezen.
Leg de banden in het bed en klop ze op hoogte met een rubberen hamer, altijd op het beton en niet op de kop. Controleer met een lange rei of alle banden onderling gelijk liggen, want de hoogte van één band zegt niets. Voor de langste maten gebruik je een slangwaterpas of een rotatielaser: een waterpas van 120 cm die je stapsgewijs verschuift, telt zijn eigen kleine afwijking bij elke stap op.
Zet de banden aan weerszijden vast met een schep specie tegen de zijkant, aangedrukt tot halverwege de hoogte. Dat heet een rugsteun en die voorkomt dat de band opzij schuift terwijl je de vloer erop stelt. Bij een enkele band onder een middenbalk kun je die rugsteun aan één zijde weglaten als je daar toch nog wilt kunnen bijstellen.
Span een draad van de eerste naar de laatste band op de exacte bovenhoogte en leg de banden ertussen daarop uit. Je ziet dan met het blote oog welke band een millimeter te hoog ligt, sneller dan je met een waterpas kunt meten.
De draagbalken op de banden en het scheiden van hout en beton
Beton neemt water op en geeft dat af aan alles wat ertegenaan ligt. Een geïmpregneerde balk die plat op een betonband ligt, blijft aan de onderkant maanden achtereen vochtig, en juist dat vlak kan niet drogen. Daar begint de rot, niet aan de bovenkant die je wel ziet.
Leg daarom een strook EPDM, dakleer of een rubber stelplaatje tussen de band en de balk. Maak die strook iets smaller dan de balk, zodat er geen randje uitsteekt waar water op blijft staan. Bitumen dat je warm aanbrengt heeft hier geen voordeel boven een losse strook, en een strook is over tien jaar zo vervangen.
De afstand tussen de banden volgt uit de maat van je draagbalken. De waarden hieronder zijn de vuistregels waar wij mee werken bij een tuinhuis met normale inboedel, geen berekening en geen norm. Komt er iets zwaars in, bijvoorbeeld een werkbank met een machine, dan ga je een maat dikker of zet je de banden dichter bij elkaar. Hoe een houten wand netjes op de fundering landt, staat in ons stuk over de aansluiting van een houtskeletbouwwand op de fundering.
| Maat van de draagbalk | Grootste afstand tussen de banden als vuistregel | Waar dat vanaf hangt |
|---|---|---|
| 45 x 70 mm | 60 cm hart op hart | Alleen met een vloerplaat van 18 mm of dikker erop |
| 45 x 95 mm | 90 cm hart op hart | De maat die in de meeste tuinhuispakketten zit |
| 45 x 145 mm | 120 cm hart op hart | Geeft ook meteen meer luchtruimte onder de vloer |
| 63 x 175 mm | 150 cm hart op hart | Voor een zwaardere vloer of een berging met een machine |
| Twee balken van 45 x 95 mm naast elkaar | 120 cm hart op hart | Handig als je de dikkere maat niet kunt krijgen |
Boor niet vlak bij de kop van een band. Een betonschroef die je binnen vijf centimeter van het uiteinde zet, splijt de band vaak over de volle dikte. Houd minstens tien centimeter aan, of veranker het huisje met grondankers naast de band in plaats van erin.
Vorst, zetting en waarom een tuinhuis op banden meebeweegt
In Nederland reken je met een vorstgrens van ongeveer 60 cm. Een fundering van betonbanden ligt op 25 tot 30 cm en is dus niet vorstvrij. Dat is geen fout, het is een keuze: de constructie mag meebewegen, en een houten tuinhuis kan dat hebben.
Opvriezen gebeurt alleen als er drie dingen samenkomen: vorstgevoelige grond, water en vorst. Zand en menggranulaat houden nauwelijks water vast en zetten daardoor niet uit. Klei en leem doen dat wel. Door de grond onder de strook te vervangen door zand of granulaat neem je de tweede voorwaarde weg, en met een goede afvoer van regenwater ook de derde.
Het probleem is nooit zetting op zich, maar verschil in zetting. Zakt de hele fundering twee millimeter, dan merk je daar niets van. Zakt één hoek twee millimeter terwijl de rest blijft liggen, dan trekt het hele frame scheef en klemt de deur. Dat is de reden dat je overal dezelfde opbouw aanhoudt, ook op het stuk waar het toevallig al hard aanvoelde.
Een tuinhuis op banden kun je bijstellen en dat is een echt voordeel. Til de hoek met een autokrik of een koevoet op een blokje een paar millimeter op, schuif een kunststof stelplaatje of wat zand-cement onder de band, en laat hem weer zakken. Bij een gestorte plaat is diezelfde correctie een sloopklus, wat je terugziet bij het storten van een fundering met vorstrand.
Betonbanden naast tegels, poeren en een gestorte plaat
Er zijn vier manieren om een tuinhuis van de grond te houden, en ze verschillen vooral in hoeveel werk je vooraf doet en hoeveel je later nog kunt corrigeren. Betonbanden zitten daar precies tussenin: meer werk dan losse tegels, veel minder dan een plaat, en achteraf nog naregelbaar.
Losse betontegels lijken aantrekkelijk omdat je ze zo neerlegt, maar elke tegel is een eigen steunpunt dat zelfstandig kan zakken. Bij tien steunpunten heb je tien kansen op verschilzetting. Een doorlopende band koppelt die punten aan elkaar en verdeelt de last, en dat scheelt in de praktijk het meest.
Betonpoeren van een pvc-buis vol beton gaan dieper en zijn wel vorstvrij te maken. Ze kosten meer graafwerk en meer beton, en de kop van elke poer moet op de millimeter op hoogte staan omdat je hem later niet meer kunt bijstellen. Voor een zwaar tuinhuis of een slappe ondergrond is dat de moeite waard, voor een standaardhuisje op zandgrond zelden.
| Onderbouw | Werk vooraf | Achteraf bijstellen | Wanneer je hem kiest |
|---|---|---|---|
| Betonbanden op een verdicht bed | Sleuven graven, verdichten, stellen | Ja, met een krik en stelplaatjes | Standaard houten tuinhuis tot ongeveer 30 m² |
| Losse betontegels op zand | Weinig, per tegel een kuiltje | Ja, per tegel | Kleine berging of fietsenkast |
| Betonpoeren in een pvc-buis | Diep graven en beton storten | Nauwelijks | Slappe grond of een zwaar bouwwerk |
| Stelconplaten | Machine nodig, bed moet vlak zijn | Alleen met dezelfde machine | Als je meteen een verharde vloer wilt |
| Gewapende betonplaat met vorstrand | Het meeste werk van allemaal | Nee | Verwarmd, gemetseld of met een auto erop |
| Schroefpalen | Weinig grondwerk, wel gereedschap huren | Ja, de kop is instelbaar | Boomwortels of een terrein waar je niet mag graven |
Water, ventilatie en onkruid onder het tuinhuis
De bovenkant van de banden hoort enkele centimeters boven het maaiveld te liggen, en het maaiveld eromheen loopt licht van het huisje af. Ligt de band gelijk met de grond, dan staat er bij elke bui water tegen het hout van de draagbalk en blijft de onderkant van de vloer nat. Een paar centimeter hoogteverschil doet hier meer dan welk houtverduurzamingsmiddel ook.
Onder de vloer wil je lucht kunnen laten stromen. Met banden van 20 cm hoog en balken van 45 bij 95 mm heb je een kruipruimte van een decimeter, en dat is genoeg zolang de lucht aan twee tegenoverliggende zijden weg kan. Sluit die ruimte niet dicht met plinten of met een aangeaarde border. Wil je muizen buiten houden, span dan fijnmazig gaas voor de opening in plaats van hem te sluiten.
Leg tussen en rond de banden worteldoek en daarop een laag split of grind. Gras dat onder een tuinhuis doorgroeit haal je er nooit meer weg, en een groeiende wortel kan een band echt optillen. Zorg er ook voor dat het dakwater via een goot naar één punt gaat en daar de grond in of naar de riolering, want water dat langs de wand naar beneden spat verzadigt precies de grond die je zorgvuldig hebt verdicht. Meer over de opbouw van het huisje zelf staat bij tuinhuizen en schuren, en het bouwen ervan behandelen we bij een tuinhuis zelf in elkaar zetten.
Aarde nooit aan tegen de houten wand. Een border die je later tegen het tuinhuis aanlegt, brengt de grond weer boven de bovenkant van de band. Het hout staat dan permanent in vochtige aarde en dat is binnen enkele jaren te zien aan de onderste plank.
Zo leg je een fundering van betonbanden onder een tuinhuis
Deze volgorde geldt voor een houten tuinhuis van ongeveer drie bij vier meter op normale zandgrond.
-
Zet de plattegrond uit en meet de diagonalen na
Sla piketpaaltjes ruim buiten de latere sleuven en span metseldraad op de buitenmaat van het tuinhuis. Meet daarna de twee diagonalen: gelijk betekent haaks. Doe dit voordat je graaft, want een schuine plattegrond corrigeer je later alleen nog door alles opnieuw te leggen.
-
Graaf de stroken uit tot in de vaste grond
Steek de zoden weg en graaf per strook 25 tot 30 cm diep, iets breder dan de band. Alle zwarte teelaarde en alle wortels gaan eruit. Wat je hier laat zitten, verteert de komende jaren en dat is precies de plek waar je fundering later een millimeter zakt.
-
Breng zand of granulaat aan en verdicht in dunne lagen
Vul de sleuf in lagen van hooguit 10 cm met ophoogzand of menggranulaat en ga over elke laag apart met de trilplaat. Twee lagen van 10 cm worden veel harder dan één laag van 20. Bevochtig het zand licht als het kurkdroog is, dan pakt het beter aan.
-
Reid een stelbed af op de juiste hoogte
Breng 3 tot 5 cm halfdroog zand-cement aan, ongeveer een deel cement op acht delen brekerzand, en trek dat vlak af met een rei. Reken vanaf de gewenste bovenkant van de band terug: de banddikte plus het bed bepaalt hoe diep je bed moet liggen.
-
Leg de banden plat en klop ze op hoogte
Leg elke band met de breedste zijde onder, tegen het gespannen draad aan, en klop hem met een rubberen hamer op hoogte. Sla op het vlak, nooit op de kop, anders schilfert het beton. Controleer met een lange rei of de banden onderling gelijk liggen en niet alleen elk voor zich.
-
Zet de banden opzij vast en vul de ruimte ertussen
Druk aan weerszijden een schep specie tegen de band aan tot halverwege de hoogte. Leg daarna worteldoek tussen en rond de banden en breng daarop split of grind aan. Laat het grind minstens een centimeter onder de bovenkant van de band blijven, zodat er geen vuil tegen het hout komt.
-
Leg de rubberstroken en stel de draagbalken
Leg op elke band een strook EPDM of dakleer, net iets smaller dan de balk, en leg de geïmpregneerde draagbalken erop. Controleer de vloer nog één keer waterpas voordat je de wanden gaat stellen. Een vloer die nu een millimeter uit het lood staat, zie je straks terug in een deur die niet sluit.
-
Veranker het huisje tegen wind
Een leeg tuinhuis is lichter dan je denkt en een lang dakvlak vangt veel wind. Zet de draagbalken vast met stalen hoekprofielen en betonschroeven, minstens tien centimeter van de kop van de band, of gebruik grondankers naast de banden. Bij een groot dakvlak of een open zijde is dit geen bijzaak.
Betoncalculator
Van kuub naar zakken, kruiwagens en emmers, met de mengverhouding erbij. Open de volledige betoncalculator
Voordat het tuinhuis erop gaat
Uit de praktijk
Een vloer die in het midden meeveert bij elke stap
Veren in het midden van de vloer terwijl de randen strak aanvoelen, komt bijna altijd doordat er alleen langs de omtrek banden liggen. De draagbalken overspannen dan de volle breedte van het tuinhuis, en een balk van 45 bij 95 mm haalt die overspanning niet zonder doorbuiging.
De oplossing is een extra rij banden onder het midden, haaks op de balken. Dat kan ook achteraf: je tilt de vloer aan één zijde iets op met een koevoet op een blok, graaft de strook uit, verdicht en legt de banden op de juiste hoogte met stelplaatjes eronder. Vul het gat niet met los zand onder de balk, want dat draagt niet en zuigt vocht naar het hout.
Een deur die alleen in de winter klemt
Een deur die 's zomers soepel loopt en in januari aanloopt, wijst op een fundering die opvriest. Dat gebeurt niet op zand, maar wel wanneer er onder één of twee banden nog klei of leem zit die water vasthoudt. Bevriezend water zet uit en drukt die banden een paar millimeter omhoog, waarna het frame scheeftrekt.
Kijk eerst waar het water vandaan komt. Een dakvlak zonder goot dat op één hoek afwatert, verzadigt precies daar de grond. Een goot met een afvoer die van het huisje wegloopt haalt de oorzaak weg. Blijft het terugkomen, dan graaf je de betreffende strook opnieuw uit en vervang je de grond over de volle diepte door granulaat.
Rot in de draagbalken terwijl het hout geïmpregneerd was
Geïmpregneerd hout is beschermd tegen schimmel, niet tegen permanent vocht. Een balk die met zijn volle vlak op beton ligt, kan aan die zijde nooit drogen, want het beton voert vocht aan uit de grond en de balk sluit het vlak af. De aantasting begint dan aan het contactvlak en is van bovenaf niet te zien.
Een strook EPDM of dakleer tussen band en balk breekt die vochtbrug. Maak de strook smaller dan de balk, zodat er geen rand ontstaat waar regenwater op blijft staan. Een tweede oorzaak is een maaiveld dat na de aanleg is opgehoogd met tuinaarde of grind tot boven de band, waardoor het hout alsnog in de nattigheid staat.
Veelgemaakte fouten
De zoden en de teelaarde laten zitten
Een band die je op gras of op zwarte grond legt, ligt de eerste maanden prima. Daarna verteert het organische materiaal eronder en verliest het volume, en dat gaat per plek verschillend. Precies dat verschil trekt het tuinhuis scheef.
Het zandbed in één dikke laag verdichten
Een trilplaat werkt maar zo'n tien centimeter diep door. Breng je twintig centimeter zand in één keer aan, dan is de bovenlaag hard en de onderlaag los. Het inzakken daarvan merk je pas na de eerste natte periode, als het huisje er al op staat.
De banden op hun kant zetten
Rechtop staat een band op een strook van zes of acht centimeter breed. Dat geeft een hoge druk op de ondergrond en de band kan bij een puntlast kantelen. Plat gelegd heeft dezelfde band een voet van twintig of dertig centimeter, met veel minder kans op wegzakken.
De houten balk direct op het beton leggen
Beton trekt water uit de grond en geeft dat af aan het hout dat erop ligt. Het contactvlak kan niet drogen, dus daar begint de rot. Een strook rubber of dakleer kost een paar minuten werk en scheelt jaren levensduur.
De bovenkant van de band gelijk met het maaiveld leggen
Het oogt netjes, maar bij elke bui staat het water dan tegen de draagbalk. Ook spatwater van het dak komt zo tot aan het hout. Een paar centimeter hoogteverschil en een maaiveld dat van het huisje af loopt, lossen dat op.
Elke band apart waterpas leggen
Een korte waterpas op één band zegt alleen iets over die band. Je wilt weten of alle banden onderling in hetzelfde vlak liggen. Meet daarom met een lange rei over twee banden tegelijk, of gebruik een slangwaterpas voor de volle lengte.
Boren binnen een handbreedte van de kop van de band
Beton is sterk op druk en zwak op trek. Een betonschroef vlak bij het uiteinde wringt het materiaal uit elkaar en splijt de band vaak over de volle dikte. Houd afstand tot de kop of veranker naast de band in de grond.
Grind of aarde tot boven de bovenkant van de band aanvullen
Het gat tussen de banden verdwijnt onder een laag split, en later komt daar nog een border bij. De onderste plank en de draagbalk staan dan in vochtig materiaal. Houd de aanvulling altijd onder de bovenkant van de band.
Veelgestelde vragen
Hoeveel betonbanden heb ik nodig voor een tuinhuis van 3 bij 4 meter?
Bij banden van een meter lang leg je onder beide lange zijden vier banden, dus acht stuks, plus een middenrij van vier onder de balken. Dat komt op twaalf banden. Wil je de kopse zijden ook doorlopend ondersteunen, dan komen daar nog twee keer drie banden bij. Reken altijd één band extra voor breuk of een verkeerde maat, want nabestellen betekent een tweede rit.
Moeten de betonbanden plat liggen of op hun kant staan?
Plat, met de breedste kant op de ondergrond. Een band van 6 bij 20 cm geeft dan een draagvlak van 20 cm breed in plaats van 6 cm. De hoge druk van een rechtop staande band op zacht zand is de reden dat zo'n band scheefzakt of kantelt. Op zijn kant zetten hoort bij bestrating opsluiten, niet bij dragen.
Hoe diep moet ik graven voor een fundering van betonbanden?
Meestal 25 tot 30 cm onder het maaiveld, maar de diepte volgt uit de grond en niet uit een getal. Je graaft tot je onder alle teelaarde en wortels zit en op vaste grond staat. Daarin komt 15 tot 20 cm ophoogzand of granulaat en daarop het stelbed van 3 tot 5 cm. Op klei of leem ga je dieper omdat je meer grond wilt vervangen.
Is een fundering van betonbanden onder een tuinhuis vorstvrij?
Nee. De vorstgrens ligt in Nederland op ongeveer 60 cm en betonbanden liggen daar ruim boven. Dat hoeft geen probleem te zijn: opvriezen gebeurt alleen bij grond die water vasthoudt, en zand en menggranulaat doen dat nauwelijks. Vervang de grond onder de strook en voer regenwater af, dan blijft de beweging beperkt tot iets wat een houten tuinhuis makkelijk opvangt. Voor gemetseld werk of een verwarmde ruimte kies je wel een vorstvrije oplossing.
Mag het hout van de vloer direct op de betonband liggen?
Liever niet, ook niet bij geïmpregneerd hout. Het contactvlak tussen beton en hout blijft vochtig omdat het niet kan drogen, en beton voert vocht aan uit de grond. Leg er een strook EPDM, dakleer of een rubber stelplaatje tussen, iets smaller dan de balk zodat er geen randje uitsteekt waarop water blijft staan.
Wat leg ik onder de betonbanden: zand, split of menggranulaat?
Ophoogzand voldoet op zandgrond en is het goedkoopst. Menggranulaat 0 tot 31,5 mm verdicht beter en zakt minder na, en dat is de betere keuze op klei, leem of een terrein dat pas is opgehoogd. Split en grind zonder fijne fractie verdichten juist slecht, want de korrels blijven over elkaar rollen. Split gebruik je wel als sierlaag tussen de banden.
Hoe krijg ik de banden precies waterpas en haaks?
Haaks controleer je door de diagonalen van de plattegrond te meten: die moeten gelijk zijn tot op een halve centimeter. Waterpas werk je met een draad op de exacte bovenhoogte tussen de eerste en de laatste band, en met een rei van twee meter over telkens twee banden tegelijk. Voor lengtes boven de drie meter is een slangwaterpas of een rotatielaser nauwkeuriger, omdat een korte waterpas die je verschuift zijn eigen afwijking bij elke stap optelt.
Kan ik een tuinhuis op betonbanden ook op klei of veen zetten?
Op klei kan het, mits je de klei onder de stroken over de volle breedte weggraaft en vervangt door een pakket menggranulaat van ongeveer 20 cm. Klei zwelt en krimpt met het weer, en dat wil je niet onder je draagvlak hebben. Op veen wordt het lastiger, want veen klinkt jarenlang in ongeacht wat erop staat. Kies daar liever betonpoeren of schroefpalen die tot in een vastere laag reiken, en hou er rekening mee dat het maaiveld eromheen zakt terwijl het huisje blijft staan.
Hoe zet ik het tuinhuis vast op de betonbanden tegen wind?
Een leeg tuinhuis met een groot dakvlak vangt meer wind dan zijn eigen gewicht compenseert. Schroef de draagbalken met stalen hoekprofielen en betonschroeven aan de banden vast, en houd daarbij minstens tien centimeter afstand tot de kop van de band, anders splijt het beton. Een alternatief zijn grondankers die je naast de banden de grond in draait en met een strip aan de balk verbindt.
Kan ik betonbanden op een bestaand terras leggen?
Alleen als je weet wat eronder zit. Onder terrastegels ligt vaak niet meer dan drie centimeter los stelzand op ongeroerde grond, en dat draagt een puntlast slecht. Haal de tegels op de plek van de stroken weg, verdicht het straatzand of vervang het door granulaat, en leg de banden daarin. De banden komen dan iets hoger te liggen dan het tegelwerk, en dat is precies wat je wilt voor de afwatering.
Wat doe ik als het tuinhuis na een paar jaar scheef staat?
Zoek eerst uit welke hoek gezakt is door een lange rei over de vloer te leggen, en kijk waar het water naartoe loopt. Til die hoek daarna een paar millimeter op met een autokrik of een koevoet op een stevig blok, en schuif kunststof stelplaatjes of halfdroog zand-cement onder de band. Werk in kleine stappen en houd de deur in de gaten, want die vertelt je wanneer het frame weer recht staat. Is de oorzaak een goot die ontbreekt of een border tegen de wand, los dat dan eerst op.
Heb ik een vergunning nodig voor een tuinhuis op een fundering van betonbanden?
De fundering zelf bepaalt dat niet, het bouwwerk erop wel. Of een tuinhuis vergunningvrij mag, hangt af van de oppervlakte, de hoogte en de plek op je perceel, en daarnaast van wat het omgevingsplan van je gemeente toestaat. Vraag het na bij je gemeente of via het landelijke omgevingsloket voordat je gaat graven. Bouw je tegen de woning aan, dan is het geen tuinhuis meer maar een aanbouw, en gelden er andere eisen aan de constructie en de fundering.
Wanneer je beter een vakman belt
Een fundering van betonbanden onder een houten tuinhuis is werk dat je zelf kunt doen. Het is graven, verdichten en geduldig stellen, en er komt geen berekening aan te pas zolang je binnen de gebruikelijke maten blijft. Er zijn wel vier situaties waarin je iemand erbij wilt halen.
De eerste is een slappe ondergrond: veen, een pas opgehoogd terrein of grond waar in de buurt al panden zichtbaar zijn verzakt. Daar bepaalt de grond wat kan, en een grondonderzoek of het advies van een funderingsbedrijf voorkomt dat je twee keer bouwt.
De tweede is een gemetselde of gestapelde stenen berging. Metselwerk verdraagt geen verschilzetting en vraagt om een doorgaande gewapende strook tot onder de vorstgrens, met een wapening die op de belasting is afgestemd.
De derde is een bouwwerk dat tegen de woning aan komt of dat je later wilt verwarmen. Dan gaat het niet meer om een tuinhuis maar om een aanbouw, met eisen aan de fundering, de isolatie en de aansluiting op het bestaande werk, en meestal met een vergunning.
De vierde is een tuinhuis vlak bij een grote boom, een sloot of een talud. Wortels, wegdrukkende grond en een instabiele kant zijn geen dingen die je met een dikker zandpakket oplost, en een hovenier of grondwerker ziet vaak in één keer wat daar wel kan.