Hout en plaatmateriaal kiezen, bewerken en afwerken
Bij hout en plaatmateriaal draait vrijwel elke keuze om drie dingen: hoeveel het moet dragen, hoeveel vocht eraan komt en of je het straks nog ziet. Multiplex, underlayment, osb, mdf en spaanplaat lijken uitwisselbaar, maar ze reageren totaal verschillend op water en op een schroef in de kopse kant. Hieronder staat per materiaal wat het aankan, welk zaagblad en welke boor erbij horen, hoe je randen dichtzet en hoe je eiken of grenen meubels van kleur verandert.
Alle gidsen over hout & plaatmateriaal
Hardhout boren
Boren in hardhout mislukt zelden door de boor en bijna altijd door de manier van boren. Zet de klopstand uit,…
Donker eiken tafel opknappen
Bij een donker eiken tafel bepaalt de vraag waar de kleur zit hoeveel werk je hebt. Ligt de kleur bovenop…
Mdf lijmen
Mdf lijmt op het vlak uitstekend en op de kopse kant slecht, want de zaagkant zuigt de lijm binnen een…
Waar de keuze van hout en plaatmateriaal echt op vastloopt
Een verkeerde houtsoort is zelden het probleem. Het gaat bijna altijd mis op de plek waar het materiaal terechtkomt: een plaat die in een droge kast dertig jaar meegaat, ligt in een bijkeuken na twee winters te bollen. Dezelfde afweging kom je bij vrijwel elk onderdeel van ons timmerwerk en houtbewerking tegen.
Drie vragen bepalen de keuze. Hoeveel gewicht moet het dragen en over welke afstand, hoeveel vocht komt eraan, en blijft het in het zicht of verdwijnt het achter een afwerking?
De vierde vraag is de maat. Plaatmateriaal komt standaard als plaat van 244 bij 122 cm, en bijna elke bouwmarkt of platenhandel zaagt dat voor je op maat. Koop je ruw hout, dan staat de ongeschaafde maat op het etiket: een ruwe regel van 50 bij 75 mm meet na schaven ongeveer 44 bij 69 mm.
Prijs en kwaliteit hangen sterker samen met de leverancier dan met de soort. Bij een platenhandel kies je een kwaliteitsklasse en liggen de platen vlak. In het rek van een bouwmarkt staan platen die al krom zijn getrokken doordat ze maandenlang rechtop hebben gestaan.
| Materiaal | Waar het goed in is | Waar het misgaat | Waarvoor je het meestal gebruikt |
|---|---|---|---|
| Multiplex (berken, okoumé, meranti) | Sterk en stijf bij weinig dikte, strakke rand | Meranti splintert bij het zagen, de prijs loopt snel op | Kasten, lades, keukendeurtjes, werkbladen |
| Underlayment | Goedkoop, watervast verlijmd, messing en groef | Grove toplaag met plekken en scheurtjes, wisselende kwaliteit | Ondervloer, dakbeschot, beplating, robuuste kasten |
| Osb/3 | Stijf, vochtbestendig verlijmd, in grote maten leverbaar | Grove structuur, naden blijven zichtbaar, kops zuigt water | Vloerplaat, dakbeschot, beplating achter gipsplaat |
| Spaanplaat | Vlak, goedkoop, prima onder een melamine toplaag | Zwelt onherstelbaar op door water, kops houdt geen schroef | Kastbodems en achterwanden in droge ruimten |
| Gefineerd spaanplaat of meubelplaat | Ziet eruit als massief en blijft vlak | Je schuurt zo door het dunne fineer heen | Kastdeuren en planken die in het zicht komen |
| Mdf | Freest en zaagt strak, laat zich perfect lakken | Zuigt water op als een spons, zwaar, veel fijnstof | Paneeldeuren, schroten, sierlijsten, gelakte fronten |
| Vochtwerend mdf | Beter bestand tegen damp en spatwater | Niet geschikt waar water blijft staan | Badkamerbetimmering en keukenfronten |
| Hardboard | Dun, buigzaam en goedkoop | Trekt hol zodra één kant nat of gelijmd wordt | Achterwanden, ladebodems, ondergrond voor een puzzel |
| Vuren en grenen | Goedkoop, licht en makkelijk te bewerken | Werkt en draait, kwasten harsen door de verf heen | Regelwerk, latten, eenvoudige meubels |
| Douglas | Van zichzelf redelijk duurzaam, mooie tekening | Vers gezaagd krimpt het fors, harsuitslag | Overkappingen, pergola's, tuinmeubels |
| Hardhout (meranti, azobe) | Zeer sterk en duurzaam in de buitenlucht | Zwaar, duur, voorboren is verplicht | Kozijnen, damwanden, tuinpoorten |
| Steigerhout | Goedkoop en meteen doorleefd van uiterlijk | Gebruikt vuren, splintert, werkt sterk na | Tv-meubel, kledingkast, vlonder onder een afdak |
Multiplex, triplex, underlayment en osb uit elkaar houden
Multiplex is de verzamelnaam voor plaat die is opgebouwd uit dunne fineerlagen, kruislings op elkaar gelijmd. Triplex is daarvan de uitvoering met drie lagen, meer niet. Beide namen zijn vrij te gebruiken en horen bij geen enkel merk.
Underlayment is technisch gezien ook multiplex, alleen de goedkoopste en grofste soort, meestal van vuren of okoumé. Je herkent hem aan de messing en groef op de lange zijden, terwijl gewoon multiplex rechte kanten heeft. In de toplaag mogen plekken, scheurtjes en ontbrekende stukjes van tussenlagen zitten, en juist daarin verschilt de ene plaat sterk van de andere.
Toch is het prima meubelhout. Een kast van underlayment met geschuurde en gesealde randen ziet er strak uit voor een fractie van de prijs van berken multiplex. Bestel je bij een platenhandel, dan kies je een kwaliteitsklasse voor het oppervlak en weet je vooraf wat er komt.
Osb bestaat uit grote, geperste houtspanen. Osb/2 is voor droge ruimten, osb/3 is vochtbestendig verlijmd en is wat je als vloerplaat, dakbeschot of beplating achter gipsplaat toepast. Bij het opnieuw beplanken van een bestaande houten vloer is 18 mm osb/3 of underlayment de gebruikelijke keuze, en wil je er een dekvloer op, lees dan eerst wat er komt kijken bij beton op een houten vloer.
Over draagkracht wordt gepraat alsof een plaatdikte één getal heeft. Wat 18 mm aankan hangt af van de afstand tussen de dragers, van de belasting en van de manier van bevestigen. Op balken hart op hart 40 tot 60 cm is 18 mm osb/3 of underlayment gangbaar voor een woonvloer, terwijl een legplank van 18 mm multiplex vanaf ongeveer 70 cm vrije overspanning zichtbaar gaat doorhangen.
Watervast verlijmd betekent dat de lijm tegen water kan, niet het hout. Underlayment doorstaat een paar weken bouwvocht en een regenbui prima, maar een winter onafgedekt buiten laat de toplaag openscheuren en schimmelen. Underlayment als topvloer kan wel, mits je hem strak schuurt en lakt en accepteert dat de naden zichtbaar blijven.
| Plaat | Opbouw | Rand | Vocht | Waar hij thuishoort |
|---|---|---|---|---|
| Triplex | Drie kruislings verlijmde fineerlagen | Recht | Hangt van de lijm en de houtsoort af | Dunne achterwanden en beplating |
| Multiplex berken | Veel dunne lagen, dichte structuur | Recht, met een gestreepte kop | Binnen prima, buiten alleen volledig gesloten afgewerkt | Meubels, lades, werkbanken |
| Multiplex okoumé of hardhout | Watervast verlijmd, lichte kern | Recht | Buiten toepasbaar mits rondom gesealed en gelakt | Boeidelen, dakkapelbekleding, tuinkasten |
| Underlayment | Grove vurenlagen, goedkoopste multiplex | Messing en groef op de lange zijden | Watervast verlijmd, het hout zelf niet duurzaam | Ondervloer, dakbeschot, beplating, kasten |
| Osb/2 | Geperste houtspanen, binnenkwaliteit | Recht of messing en groef | Alleen droge ruimten | Binnenwanden en meubelwerk in het zicht |
| Osb/3 | Geperste houtspanen, vochtbestendige lijm | Recht of messing en groef | Bouwvocht ja, permanent nat nee | Vloerplaat, dakbeschot, osb of underlayment achter gipsplaat |
Mdf, spaanplaat en hardboard: waar ze voor deugen
Mdf bestaat uit fijngemalen houtvezel met lijm, geperst tot een plaat zonder nerf en zonder richting. Dat maakt hem de beste keuze voor alles wat strak gelakt moet worden: paneeldeuren, schroten, sierlijsten en fronten. De keerzijde is dat mdf water opzuigt als een spons en dan onherstelbaar opzwelt.
Spaanplaat is grover en goedkoper, en de kopse kant is het zwakke punt, want daar houdt een gewone schroef nauwelijks. Gefineerd of gemelamineerd spaanplaat is prima kastmateriaal, maar een zaagsnede door de toplaag legt de kern bloot en die moet dicht voordat er water bij komt.
Hardboard is de dunne, harde plaat met één gladde en één ruwe kant, meestal 3 mm dik. Als achterwand van een kast of als ladebodem is dat genoeg, maar zodra één kant nat wordt trekt hij hol. Lijm je er een puzzel op, breng dan ook op de achterkant een laag lijm of lak aan en laat het geheel onder gewicht drogen.
Mdf schaven werkt maar matig, want de vezel is stomp voor je beitel en het oppervlak wordt pluizig. Vorm geef je aan mdf met een bovenfrees of met schuurpapier.
Zagen: het zaagblad doet meer dan de machine
De meeste mislukte zaagsneden komen niet door te weinig vermogen, maar door drukken. Een blad dat je door het hout duwt loopt heet, buigt weg en komt aan de onderkant scheef uit. Laat de machine zijn snelheid houden en voer het werkstuk rustig aan.
Door hardhout van drie centimeter dik komt een goede decoupeerzaag prima heen, met een bimetaalblad voor hout en de pendelstand op 1 of 2. Zet het toerental hoog, want hout mag snel gezaagd worden; het is de druk die de tanden sloopt. Zaagjes voor een multitool zijn hier ongeschikt, die branden zich vast.
Voor een handvol planken afkorten is een handzaag vaak sneller dan het opzoeken van de juiste machine. Wil je strakke, rechte sneden in dik hardhout, dan werkt een cirkelzaag met hardmetalen tanden het netst. Een reciprozaag hoort bij het grovere werk, en in azobe worden de tanden binnen een paar planken rond.
Bij plaatmateriaal bepaalt de richting waarin de tanden het hout verlaten waar het uitscheurt. Bij een handcirkelzaag komen de tanden aan de bovenzijde naar buiten, dus daar leg je de kant die straks niet in het zicht komt. Tape over de zaaglijn houdt de vezels op hun plaats, wat vooral bij eikenhout en bij gefineerde platen scheelt.
| Wat je zaagt | Machine en blad | Instelling | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Hardhout tot 3 cm, bijvoorbeeld azobe | Decoupeerzaag met bimetaalblad voor hout | Pendelstand 1 of 2, hoog toerental, geen druk | Duwen laat het blad heet lopen, wegbuigen en scheef uitkomen |
| Hardhout afkorten, meerdere palen of planken | Handcirkelzaag met hardmetalen tanden, of gewoon een handzaag | Rustig doorzagen, de zaagsnede vrijhouden | Een stomp blad brandt het hout en de snede wordt scheef |
| Hardhout slopen of ruw afkorten | Reciprozaag met een grof houtblad | Lange slag, blad regelmatig controleren | De tanden worden snel rond en dan zaagt hij alleen nog warmte |
| Ruw hout in de tuin op lengte | Kettingzaag | Alleen voor ruw afkorten, nooit voor maatwerk | Geen strakke snede en een groot risico bij dun materiaal |
| Multiplex en underlayment op maat | Invalzaag op geleiderail of handcirkelzaag met fijn blad | Zaagdiepte ongeveer 5 mm onder de plaatdikte | Uitscheuren aan de zijde waar de tanden uitkomen |
| Mdf op maat | Fijn blad met veel tanden, afzuiging aan | Rustig doorvoeren | Fijnstof, dus buiten werken of met afzuiging en masker |
| Cirkel in mdf | Bovenfrees met cirkelmal, of decoupeerzaag en daarna schuren | Frezen in twee of drie gangen | In één gang frezen brandt de rand en trekt de mal scheef |
| Hardboard zagen of snijden | Stanleymes langs een rei, of een fijn decoupeerblad | Het mes meerdere keren langstrekken, dan breken | Te snel doorbreken laat de plaat uitscheuren |
Boren, voorboren en schroeven
De meeste kapotte boortjes in hardhout zijn met drie oorzaken te verklaren: de machine stond op kloppen, er werd op geduwd, en het boorsel kon niet weg. Zet de klopstand uit, boor op een laag toerental en trek de boor elke paar millimeter helemaal terug zodat de spiraal zich leegt. Blijft het boorsel zitten, dan wordt de boor gloeiend, verliest het staal zijn hardheid en breekt hij af.
Een korte boor breekt minder snel dan een lange, en een houtboor met een centerpunt loopt netter aan dan een metaalboor. Een hardhoutboor met een ruime spiraal voert het boorsel beter af, wat in meranti en azobe echt scheelt. Hoe je dat aanpakt zonder boortjes op te offeren staat bij boren in hardhout.
Voorboren doe je met een boor die maar iets dunner is dan de schroef: voor een schroef van 4,0 mm werkt 3,0 tot 3,5 mm in hardhout. Boor het bovenste deel iets ruimer, zodat de schroef daar geen grip pakt en de twee delen echt op elkaar getrokken worden.
In eikenhout gebruik je roestvast staal. Het looizuur in eiken tast gewoon verzinkt staal aan, en dat geeft binnen een seizoen zwarte kringen rond elke schroefkop.
Voor een plaatvloer op een balklaag werken schroeven van 4x45 of 4x50 mm met deeldraad het best, want deeldraad trekt de plaat strak op de balk. Houd op elke balk een onderlinge afstand van 25 tot 30 cm aan. Spijkeren mag ook, maar dan minimaal drie keer de plaatdikte lang en per paar tegengesteld schuin ingeslagen, anders werken de spijkers zich los.
Boor je in een kozijn om iets op te hangen, dan wil je eerst weten waar de schroef in landt. Zit er metselwerk of gipsplaat achter, dan bepaalt dat de plug en de boormaat, en die zoek je op in onze plug- en boorkiezer. Staat het kozijn zelf op de nominatie, dan lees je bij houten kozijnen vervangen wat daarbij komt kijken.
| Materiaal | Voorboren | Schroef die past | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Hardhout: meranti, azobe, eiken | Altijd, 3,0 tot 3,5 mm voor een schroef van 4,0 mm | Roestvast staal met deeldraad, kop verzinken | Blijf minstens vijf keer de schroefdiameter uit het kopse eind |
| Eikenhout | Altijd voorboren | Roestvast staal, geen verzinkt staal | Looizuur geeft zwarte kringen rond gewone schroeven |
| Osb en underlayment op een balklaag | Niet nodig, kop wel verzinken | 4x45 of 4x50 mm met deeldraad | Hart op hart 25 tot 30 cm langs elke balk |
| Multiplex in het vlak | Niet nodig, dicht bij de kant wel | 4,0 of 4,5 mm met deeldraad | Blijf 2 cm uit de rand, anders splijt de toplaag |
| Multiplex in de kopse kant | Altijd, ongeveer 3 mm | Corpusschroef of deuvel met lijm | Minstens 3 cm uit de hoek blijven |
| Mdf in het vlak | 3 mm, kop verzinken | Schroef met kleine verzonken kop | Niet te ver doordraaien, de kop zakt zo weg in de plaat |
| Mdf in de kopse kant | Altijd, 3 mm en dieper dan de schroef lang is | Corpusschroef, liever nog deuvels of lamellen met lijm | Zonder voorboren splijt de kop vrijwel zeker open |
| Spaanplaat in het vlak | Niet nodig | Spaanplaatschroef met doorlopende grove draad | Kops schroeven werkt niet, gebruik daar deuvels of lamellen |
| Steigerhout | Bij de kopse kant en bij oude, droge planken | Roestvast of verzinkt, 5x60 of 5x70 mm | Het hout werkt na, dus per drager twee schroeven en niet meer |
Platen aan elkaar: lijm, deuvels en haakse hoeken
Een schroef door het vlak van de ene plaat in de kopse kant van de andere is de zwakste verbinding die je kunt maken, en bij spaanplaat en mdf is hij vrijwel waardeloos. De kopse kant bestaat uit losse vezels die om de schroefdraad heen kruimelen. Werk daar met deuvels, met lamellen of met corpusschroeven, altijd in combinatie met houtlijm.
Mdf verlijmen vraagt één extra handeling, want de kopse kant zuigt de lijm weg. Smeer eerst een dun laagje lijm op de kop, laat dat een paar minuten intrekken en breng dan pas de echte lijmlaag aan. Zet het geheel daarna onder klemdruk, want lijm hecht op druk en niet op hoeveelheid.
Welke lijm je kiest hangt van de plek af. Binnen voldoet gewone witte houtlijm in klasse D2, in een vochtige ruimte gebruik je D3 en buiten een D4-lijm of polyurethaanlijm. Hardhout lijmen buiten lukt alleen op een vers geschuurd en ontvet lijmvlak, want de natuurlijke oliën in meranti en teak houden lijm tegen.
Voor haakse verbindingen in multiplex is een ingelaten rug de goedkoopste stijfheid die er bestaat. Frees een groef van vijf millimeter diep in beide zijwangen, schuif er een plaat van 6 mm in en de kast staat haaks en blijft haaks. Wil je multiplex onzichtbaar bevestigen, dan schroef je vanaf de achterkant door die rug of hang je het paneel aan een haaklat.
Op een vochtige plek, bijvoorbeeld onderaan een wand in een bijkeuken, kun je in plaats van een houten regel een kunststof regel gebruiken. Die rot niet weg, maar hij is niet constructief, dus laat het dragende werk bij hout of staal. Met welke lijm en welke vulling je mdf-platen naadloos aan elkaar krijgt, staat bij mdf lijmen en verbinden.
Kopse kanten, dagkanten en naden dichtzetten
Kops hout zuigt water op als een rietje, en bij plaatmateriaal loopt het ook nog eens tussen de lagen door. Buiten is dat de plek waar de ellende altijd begint: de onderkant van een boeideel of van een dakkapelbekleding, waar het water afloopt en de druppels blijven hangen.
Verf alleen is daar niet genoeg. Voor plaatranden buiten bestaat randsealer, en die breng je aan vóór de montage, want daarna kom je er niet meer bij. Schuin de onderrand van een verticale plaat af, zodat het water eraf loopt in plaats van blijft staan.
Is er al schade, dan haal je eerst al het zachte hout weg. Wat overblijft schuur je op, de rand seal je, en het gat vul je met een tweecomponenten houtreparatiepasta in twee of drie gangen met tussendoor schuren. In één keer een hoek met drie vlakken vormen lukt niet; een kartonnen malletje met plastic aan de binnenkant houdt de pasta op zijn plek.
Binnen is het simpeler. Een strijkband van abs of fineer op de kopse kant van multiplex of spaanplaat werkt snel, en een opgelijmd massief latje van 5 tot 8 mm is netter en beschermt de rand bij stoten. Kopse kanten van mdf en dagkanten rond een raam vul je met een fijne plamuur, schuur je met korrel 180 tot 240 en grond je twee keer, want ze blijven zuigen.
Naden tussen platen vragen ruimte. Osb en multiplex werken met het seizoen mee en de naden bewegen het meest, dus een naad die je hard dichtvult scheurt open. Laat een paar millimeter en vul die met een blijvend elastische kit, of maak van de naad juist een strakke v-groef die er met opzet uitziet.
| Materiaal | Binnen afwerken | Buiten of in een vochtige ruimte | Wat je niet doet |
|---|---|---|---|
| Multiplex | Strijkband, massief latje of vullen en lakken | Randsealer vóór montage, daarna gronden en twee keer aflakken | De kopse kant alleen met gewone grondverf dichtzetten |
| Underlayment | Schuren en vullen, of een latje eroverheen | Sealen en schilderen, kops nooit onafgewerkt naar boven | De messing-en-groefrand kaal in het zicht laten |
| Osb | Rand schuren en met een plaatprimer sluiten | Alleen onder een afdak, kops altijd gesealed | Osb kops op een plek waar water langs loopt |
| Spaanplaat | Strijkband of latje, altijd volledig gesloten | Niet toepassen | In de kopse kant schroeven |
| Mdf | Plamuur, schuren met korrel 180 tot 240, twee keer gronden | Vochtwerend mdf met een volledig gesloten laksysteem | Onbehandeld mdf in een badkamer of bijkeuken |
| Hardboard | Het randje wegwerken achter een lijst | Niet toepassen | Eenzijdig lijmen of lakken, dan trekt hij hol |
| Massief hout, kopse kant | Twee lagen grondverf of primer | Drie lagen, of een koplat eroverheen | De kop kaal laten op een plek waar water op blijft staan |
Osb, spaanplaat en mdf in het zicht afwerken
Osb-wandafwerking is lastiger dan het lijkt, want glad krijg je die structuur niet zomaar. Rechtstreeks stucen op osb houdt niet, want de plaat werkt met het seizoen mee en de stuclaag scheurt. Glasweefselbehang loopt tegen hetzelfde probleem aan, en juist op de naden zit de meeste beweging.
De eerlijke keuze is dus: gipsplaat ertegen zetten en die stucen of behangen, of de structuur accepteren. Dat tweede pakt beter uit dan de meeste mensen verwachten. Rol de wand met een acryl grondverf en daarna twee lagen acryllak in mat of zijdeglans, en de naden zie je nog wel, maar het geheel oogt rustig.
Bij mdf staat of valt het lakwerk met de voorbereiding. Stof is hier de grotere vijand dan vet: zuig de plaat af, neem hem na met een licht vochtige doek of een ontvetter en laat hem drogen. Gebruik daarna een grondverf die voor mdf bedoeld is: mdf sauzen met latex zonder grondlaag zuigt in de kop weg en geeft een vlekkerig resultaat. Een aparte mdf-reiniger heb je zelden nodig, een gewone ontvetter doet hetzelfde werk.
Mdf koop je onbehandeld, gegrond of met een lakdraagfolie. Gegrond mdf heeft nog steeds een schuurbeurt en een volledige grondlaag nodig; een plaat met lakdraagfolie lakt strakker, maar door die folie heen schuren maakt het voordeel meteen ongedaan. Spaanplaat sauzen gaat net zo: bij een gefineerde of gemelamineerde plaat begin je met licht opschuren en een hechtprimer, anders laat de verf los. Welke verf op welke houtachtige ondergrond hoort, staat bij verf kiezen voor houten ondergronden.
Mdf een houtlook geven lukt niet met verf alleen. Wat wel werkt is fineer opplakken of een decorfolie met houtnerf aanbrengen, en allebei vragen ze een kaarsvlakke ondergrond, omdat elke oneffenheid zich aftekent.
Volledig waterbestendig maak je deze platen nooit. Een gesloten laksysteem op alle zes de zijden houdt spatwater tegen en multiplex of spaanplaat impregneren vertraagt de opname, maar bij water dat blijft staan zwelt de plaat alsnog op. Een keuken- of werkblad van spaanplaat met een kunststof toplaag is daarom vooral een kwestie van de zaagsneden rond de spoelbak goed dichtzetten.
Latten: welke lat waarvoor bedoeld is
De namen in het lattenschap lijken willekeurig, maar bijna elke lat is voor één taak gemaakt. Weet je welke, dan koop je niet drie keer verkeerd.
Opdeklatten of opdekglaslatten liggen over de sponning heen en houden de ruit vast. Buiten gebruik je roestvast stalen schroeven met deeldraad, verzonken in een voorgeboord gat, en je houdt aan dat de schroef minstens 20 mm in het achterliggende hout grijpt. De onderste, liggende lat breng je ventilerend aan met een groefje in de lat of in de sponning, zodat condens onder het glas weg kan.
Een haaklat is een plank die je onder 45 graden in de lengte doorzaagt: het ene deel schroef je op de muur, het andere op de kast, en ze haken in elkaar. Neem voor een kast van 110 cm breed één doorlopende lat en geen twee losse stukken, want die krijg je nooit precies op één lijn en dan draagt er maar één. Schroef onder de kast een blokje van dezelfde dikte, anders hangt hij voorover.
Welke schroef en welke plug daarbij horen hangt van de muur af. In gipsblokken of gasbeton heb je iets heel anders nodig dan in metselwerk, en dat zoek je op met de plug- en boorkiezer.
Isolatielatten zijn de regels waartussen of waaronder de isolatie komt te liggen, bijvoorbeeld bij het isoleren van een houten vloer. Rei-latten leg je waterpas als geleider wanneer je een vloer afreit, wat aan de orde komt bij een houten vloer egaliseren. Spijkerlatten of tengels zijn de dunne latten waarop je beplating spijkert en die tegelijk een luchtspouw maken.
Een lattenbodem in een bed rust op oplegrichels aan de binnenzijde van het frame. Bij een bed vanaf 140 cm breed hoort daar een middensteun met een poot bij, anders zakt de bodem in het midden door. Zet de richels op een hoogte waarbij de matras net boven de framerand uitkomt en schroef ze om de 20 tot 25 cm vast.
Een lattenwand met akoestische latten op vilt draagt geen televisie. Schroef de beugel door de latten heen in de onderliggende muur of in een extra regel die je vooraf achter het paneel plaatst, en gebruik afstandhouders zodat de bevestiging het vilt en de latten niet plat trekt.
Kraaklat of antikraaklat is geen vaste vakterm. In de praktijk gaat het om gewone ruwe vurenlatten waarmee ramen en deuren van een leegstaand pand worden dichtgezet, dus je koopt er simpelweg ongeschaafd vuren voor.
| Lat | Wat het is | Gangbare maat | Waarvoor je hem gebruikt |
|---|---|---|---|
| Opdeklat of opdekglaslat | Lat die over de sponning heen ligt en het glas vastzet | 15 tot 20 mm dik | Beglazing van kozijnen en deuren aan de buitenzijde afwerken |
| Raamlat of glaslat binnen | Smal latje in de sponning tegen het glas | 12 x 12 tot 15 x 20 mm | Vervangen bij nieuwe beglazing of bij rotte latten |
| Haaklat, ook french cleat genoemd | Plank onder 45 graden doorgezaagd, twee delen die in elkaar haken | Vuren 18 x 94 mm | Kasten, panelen en zware mdf-platen aan de muur hangen |
| Neuslat | Lat met één afgeronde zijde | 9 x 27 tot 18 x 44 mm | Randen van schappen, treden en betimmering afdekken |
| Koplat | Lat die de kopse kant van beschot of plaat afdekt | 18 x 44 mm | Water uit het kops hout houden bij een schutting of boeiboord |
| Keeplat | Lat met op vaste afstand ingefreesde kepen | 18 x 44 mm | Legplanken verstelbaar ophangen in een kast |
| Spijkerlat of tengel | Dunne ruwe lat waarop beplating wordt gespijkerd | 22 x 50 mm ruw | Beplating dragen en een luchtspouw maken |
| Isolatielat | Regel tussen of onder isolatieplaten | 22 x 50 tot 45 x 70 mm | Isolatie op zijn plek houden onder een vloer of dak |
| Rei-lat | Rechte lat die waterpas als geleider ligt | 22 x 45 mm | Specie of egalisatie afreien tot een vlak oppervlak |
| Oplegrichel | Lat aan de binnenzijde van een bedframe | 22 x 45 mm | Een lattenbodem dragen |
| Ongeschaafde of ruwe lat | Fijnbezaagd, ruwe maat, niet vlak | 22 x 100 ruw wordt geschaafd ongeveer 18 x 94 | Regelwerk dat niet in het zicht komt |
Eiken en grenen meubels van kleur veranderen
Voordat je een middel koopt, wil je weten hoe het meubel op kleur is gebracht. Glimt het en parelt water op het blad, dan zit er lak op. Vlekt het en voelt het droog aan, dan is het geolied of gewassen. Komt er bij schuren nauwelijks licht hout tevoorschijn, dan is het geloogd.
Dat onderscheid bepaalt alles. Lak en beits schuur je eraf, geloogde kleur niet: die zit millimeters diep in de vezel en komt er alleen chemisch uit.
Donkerder maken gaat het netst met een kleurbeits op waterbasis en daarna blanke lak. De verleiding om gekleurde lak in steeds meer lagen op te bouwen tot het donker genoeg is, moet je weerstaan, want dat geeft een streperig blad dat eruitziet als een geschilderde tuinschutting.
De werkwijze die het meest egaal uitpakt gaat zo. Schuur af tot korrel 180, maak het blad nat met een spons en laat het drogen, zodat de vezels omhoog komen. Schuur die opgekomen vezels licht terug met korrel 240 tot 320, gooi dan een flinke plens beits midden op het blad en verdeel die snel met een doek of een oude sok over het hele vlak, randen inbegrepen.
Werk niet met een kwast, want elke aanzet blijft zichtbaar. Neem het overschot direct af met een droge doek en laat het goed drogen. Daarna komen er drie dunne lagen blanke lak op met een rollertje, en tussen die lagen schuur je alleen heel licht, omdat je door de kleur heen schuren niet meer wegwerkt.
Een geloogd grenen tafel, het meubel dat je nog kent als mexicaans grenen, is een geval apart. De oranjegele gloed komt vooral van de vergeelde blanke lak erover. Schuur je alleen het bovenblad kaal, dan wijkt de kleur van de poten er zichtbaar van af, dus reken op het hele meubel of kies bewust voor contrast.
Massief hout blijft werken, ook na het opknappen. Een eiken tafel trekt krom als je alleen de bovenkant behandelt of als het blad strak op het onderstel is geschroefd. Behandel beide zijden gelijk en bevestig het blad met langgaten of tafelbladveren, zodat het kan uitzetten en krimpen. Het hele traject van schuren tot opnieuw afwerken staat bij een donker eiken tafel opknappen.
| Wat je wilt bereiken | Middel | Hoe het uitpakt | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Eikenhout donkerder maken | Kleurbeits op waterbasis, daarna blanke lak | De nerf blijft zichtbaar en de kleur wordt egaal | In één keer aanbrengen en naveegen, anders krijg je strepen |
| Eiken verouderen of logen | Ammoniak of natronloog | Het looizuur reageert, de kleur zit diep in het hout | Bijtend werk: bril, handschoenen en goede ventilatie |
| Eikenhout lichter maken | Kaal schuren, als de kleur van lak of beits komt | De nerf komt terug, poten kunnen afwijken in kleur | Schuren haalt geloogde kleur er niet uit |
| Geloogd eiken ontkleuren | Oxaalzuur in warm water, naspoelen en neutraliseren met azijn | Het hout wordt merkbaar lichter, de vezels komen omhoog | Giftig, en draag ook tijdens het naschuren een masker |
| Eiken bleken | Oplossing van waterstofperoxide, daarna naspoelen | De sterkste ingreep, met kans op een vlekkerig resultaat | Nooit twee middelen door elkaar mengen |
| White wash of grey wash op eiken | Witte of grijze pigmentbeits die je direct terugveegt | Het pigment blijft in de open poriën hangen, kalkachtig effect | Op grenen wordt het eerder melkig dan kalkig |
| Grenen hout donkerder maken | Waterbeits, eventueel na een voorstrijk tegen vlekken | Grenen zuigt ongelijk, vandaar de wolkerige plekken | Test eerst op de onderkant van het blad |
| Blank houden of alleen beschermen | Blanke lak of harde wasolie | Olie verdiept de kleur altijd iets, lak nauwelijks | Grenen lak vergeelt in de loop van de jaren |
Hout dat buiten staat: tuinmeubels, douglas en steigerhout
De wens is bijna altijd dezelfde: het hout beschermen en tegelijk de naturelkleur houden. Precies die combinatie bestaat niet, want elke olie verdiept de kleur en laat het hout permanent nat-ogend achter.
Er zijn drie routes. Een blanke tweecomponenten- of PU-lak verandert de kleur nauwelijks, maar geeft een filmlaag die op een ruw geschuurd blad hard uitpakt en die na een paar zomers scheurt, waarna alles eraf moet. Een olie verdiept de kleur en vraagt één of twee onderhoudsbeurten per jaar, maar is altijd bij te werken zonder afschuren.
De derde route is niets doen en het hout laten vergrijzen. Eiken doet dat gelijkmatig en gaat lang mee, acacia vergrijst ook maar scheurt sneller en gaat onbehandeld duidelijk harder achteruit.
Wil je de verdieping van olie compenseren, breng dan eerst een lichte whitewash of een licht grijze beits aan en zet de olie daaroverheen. Een veelgehoorde tip is om met wat slaolie te testen hoe het hout wordt, maar dat is geen goed idee: zonnebloem- en olijfolie drogen niet en worden ranzig. Wil je alleen zien hoe de kleur verdiept, veeg dan een natte doek over het hout.
Douglas heeft van zichzelf een redelijke duurzaamheid en wordt vaak met lijnolie behandeld. Pure gekookte lijnolie trekt diep in, maar vergeelt en voedt op noordkanten de aanslag; een lijnolieverf of een douglasolie met uv-pigment houdt het langer vol.
Constructief wordt douglas gesorteerd in sterkteklassen als C18 of C24, en die aanduiding hoort op de stempel of de pakbon te staan. Het ongesorteerde tuinhout uit de bouwmarkt heeft die klasse niet, dus daar reken je geen overspanning mee.
Vers gezaagd douglas krimpt fors in het eerste seizoen. Een plank van 20 cm breed kan een halve centimeter smaller worden, dus monteer planken niet strak tegen elkaar en zet ze per drager met één schroef per zijde vast, zodat ze kunnen werken.
Steigerhout is gebruikt vuren en dat is buiten niet duurzaam. Een vlonder van steigerhout ligt er hooguit een paar jaar goed bij, tenzij je verduurzaamd materiaal koopt; leg de planken met vijf millimeter naad op regels die vrij van de grond liggen. Een wand van steigerhout tegen metselwerk zet je altijd op een regelwerk met een luchtspouw erachter, want direct tegen de muur blijft vocht staan en dan rot de achterkant weg.
Vers hardhout stinkt vaak, scherp of een beetje zurig. Dat zijn de natuurlijke stoffen in het hout in combinatie met vocht, en die geur trekt in een paar weken weg als de ruimte goed geventileerd wordt.
Welke plaat je voor welk project pakt
De meeste projecten vragen geen exotisch materiaal, maar de juiste dikte en de juiste rug. Een kast staat of valt bij een ingelaten achterwand, een plank bij de overspanning en een werkblad bij het gewicht eronder.
Voor een boekenkast is 18 mm het minimum, en bij planken langer dan 70 cm lijm je een massief latje van 30 mm hoog onder de voorkant. Dat latje maakt de plank vele malen stijver zonder dat je dikker materiaal nodig hebt.
Buigen lukt niet met multiplex van 18 mm. Voor een ronde vorm lijm je twee of drie lagen van 4 tot 6 mm over een mal, of je gebruikt buigplaat waarin aan één zijde kerven zijn gefreesd.
Een werktekening hoeft niet ingewikkeld te zijn. Teken de aanzichten met alle maten, zet daar een zaaglijst bij en tel per snede 3 tot 4 mm zaagverlies mee. Bij steigerhouten meubels is dat extra nuttig, omdat de plankdikte per partij verschilt en je de maten dus op je eigen materiaal moet baseren.
| Project | Wat werkt | Dikte | Waarom |
|---|---|---|---|
| Boekenkast | Multiplex berken of gefineerde meubelplaat | 18 mm | Blijft vlak en geeft een nette, strakke rand |
| Legplank langer dan 70 cm | Multiplex met een opgelijmde massieve voorlijst | 18 mm plus een lijst van 30 mm | De lijst haalt het doorbuigen eruit |
| Lade | Multiplex voor de wangen, hardboard of dun multiplex als bodem | 12 mm wangen, 6 mm bodem | Licht en toch stijf, en de bodem valt in een groef |
| Werkbank | Twee lagen osb of underlayment op elkaar gelijmd, mdf als offerblad | 2 x 18 mm | Zwaar en trillingsarm, en het offerblad vervang je gewoon |
| Bureaublad | Gelakt mdf, of multiplex met een massieve voorlijst | 18 mm | Mdf lakt spiegelglad, multiplex is sterker bij een grote overspanning |
| Achterwand van een kast | Hardboard of dun multiplex in een ingefreesde groef | 3 tot 6 mm | Een ingelaten rug maakt de kast haaks en houdt hem haaks |
| Keukendeurtjes | Multiplex berken met massief randje, of mdf voor gelakte fronten | 18 mm | Multiplex laat de nerf zien, mdf geeft de strakste lak |
| Keukenblad | Spaanplaat met een kunststof toplaag, of massief hout | 38 mm | Osb en kaal mdf zijn hier ongeschikt; seal de zaagsnede bij de spoelbak |
| Kast van underlayment | Underlayment met geschuurde en gesealde randen | 18 mm | Goedkoop, robuust en verrassend netjes in het zicht |
| Poppenhuis of maquette | Mdf | 6 tot 9 mm | Snijdt strak, blijft haaks en lakt goed |
| Foto of puzzel op plaat | Mdf, of hardboard met een lijst eromheen | 6 mm | Eenzijdig lijmen trekt hardboard hol, mdf blijft eerder vlak |
| Tv-meubel of kledingkast van steigerhout | Gebruikt steigerhout op een vuren frame | 30 mm planken | Het frame draagt, de planken zijn er voor het uiterlijk |
| Vlonder | Vlonderplanken van hardhout of douglas op regels | 28 mm | Steigerhout gaat hier maar een paar jaar mee |
Plug- en boorkiezer
Kies je muursoort en het gewicht dat eraan moet hangen, en zie welke plug, schroef en boormaat je nodig hebt. Bekijk alle gegevens
| Muursoort | Zo herken je hem | Plug die past | Boor en maat | Wat je eraan kunt hangen |
|---|---|---|---|---|
| Beton | Grijs, keihard, boorstof is grijs en fijn, de boor loopt zwaar | Nylon plug of, bij zwaar werk, een keilbout | Steenboor met hamerfunctie, 6, 8 of 10 mm | Alles, ook een hangend toilet of een boiler, mits de plug diep genoeg zit |
| Kalkzandsteen | Lichtgrijs tot wit, glad breukvlak, boorstof is wit en zanderig | Nylon plug, boren zonder klopstand | Steenboor zonder hamerfunctie, 6 of 8 mm | Keukenkasten, wastafels, radiatoren |
| Baksteen | Rood tot bruin, boorstof is rood, harder dan voeg | Nylon plug, altijd in de steen en niet in de voeg | Steenboor met hamerfunctie, 6 of 8 mm | Zware kasten en wandbeugels, mits je de steen raakt en niet de voeg |
| Gipsplaat | Klinkt hol, boort weg als boter, boorstof is wit poeder | Hollewandplug met vleugels, tuimelplug of gipsplaatanker | Houtboor of steenboor, maat volgens de plug | Schilderij, spiegel en lichte kast tot ongeveer 10 kg per plug |
| Gasbeton | Lichtgrijs, heel licht van gewicht, kruimelt makkelijk | Speciale gasbetonplug of een lange schroef zonder plug | Houtboor, geen hamerfunctie, plug bepaalt de maat | Lichte tot middelzware last, verdeel over meer punten |
| Gipsblok | Wit tot lichtgeel, zacht, boorstof is wit gips | Gipsblokplug of chemisch anker bij zwaar werk | Houtboor zonder klopstand | Middelzware last, geen hangend toilet zonder voorzetframe |
| Holle steen | Klinkt hol, de boor zakt ineens door in de holte | Hollewandplug of chemisch anker met zeefhuls | Steenboor zonder hamerfunctie zodat de wand niet uitbreekt | Middelzwaar, met een chemisch anker ook zwaar |
| Hout | Herkenbaar, boorstof is krullend | Geen plug nodig, houtschroef volstaat | Houtboor, voorboren op ongeveer 70 procent van de schroefkerndiameter | Alles, mits je in het hart van de regel schroeft |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen underlayment en multiplex?
Technisch is er geen scherpe grens, want underlayment is een soort multiplex. Het is de goedkoopste en grofste variant, meestal van vuren of okoumé, met messing en groef op de lange zijden. Gewoon multiplex heeft rechte kanten, een fijnere opbouw en een nettere toplaag, en is er in meer houtsoorten en diktes. Voor werk in het zicht kies je multiplex; voor ondervloeren, dakbeschot en beplating is underlayment prima, en met gesealde randen maak je er ook goede kasten van.
Is underlayment watervast en kan het tegen regen?
Underlayment is meestal watervast verlijmd, en dat gaat over de lijm tussen de lagen, niet over het hout zelf. De vuren toplagen blijven gewoon vuren. Een paar weken bouwvocht of een regenbui tijdens de bouw doorstaat de plaat prima, maar een winter onafgedekt buiten laat de toplaag openscheuren en geeft schimmel. Is een plaat nat geworden, laat hem dan volledig drogen, controleer of de lagen nergens loslaten en werk hem daarna pas af.
Welke sterkteklasse heeft douglas hout en hoeveel zet het uit?
Gesorteerd douglas komt meestal als C18 of C24 uit de sortering, maar dat geldt alleen voor hout dat ook echt visueel of machinaal gesorteerd is, en dan staat het op de stempel of de pakbon. Het ongesorteerde tuinhout uit de bouwmarkt heeft die aanduiding niet en gebruik je dus niet om een overspanning mee te berekenen. Vers gezaagd douglas krimpt in het eerste seizoen flink: bij een plank van 20 cm breed loopt dat op tot ongeveer een halve centimeter, dus monteer nooit strak tegen elkaar.
Hoeveel draagt multiplex of osb van 18 mm?
Er hoort geen vast getal bij een plaatdikte, want de draagkracht hangt af van de afstand tussen de dragers, de belasting en de bevestiging. Als vloerplaat op balken hart op hart 40 tot 60 cm is 18 mm osb/3 of underlayment gangbaar voor een woonvloer. Als legplank gaat 18 mm multiplex tot ongeveer 70 cm vrije overspanning goed, en daarna zie je hem doorhangen onder een rij boeken. Lijm een massief latje van 30 mm onder de voorkant en dat probleem is weg. Bij constructieve toepassingen laat je de maat door de leverancier of een constructeur bepalen.
Moet je mdf voorboren?
Ja, vrijwel altijd. In het vlak scheurt mdf niet snel, maar in de kopse kant splijt hij bij een schroef zonder voorgeboord gat bijna zeker open. Boor met ongeveer 3 mm voor een schroef van 4,0 mm en boor in de kop dieper dan de schroef lang is. Voor echt sterke hoekverbindingen zijn deuvels of lamellen met houtlijm beter dan schroeven, omdat de kopse kant van mdf weinig grip biedt.
Waarom trekt mdf krom?
Kromtrekken komt bijna altijd doordat de twee zijden zich verschillend gedragen. Wordt één kant gelakt en blijft de andere kaal, dan neemt die kale kant vocht op en trekt de plaat hol. Hetzelfde gebeurt bij een plaat die plat op een koude vloer ligt terwijl de bovenkant in een warme kamer staat. Behandel beide zijden gelijk, sla platen plat en volledig ondersteund op en laat ze een dag of twee wennen in de ruimte waar ze komen te hangen.
Wat is een spaanplaatschroef?
Een spaanplaatschroef heeft een dunne kern met een grove, doorlopende draad en een verzonken kop, waardoor hij zich in korrelig en zacht materiaal vastzet zonder het te doen splijten. Voor het vlak van spaanplaat, osb en zacht hout is dat de standaardschroef. Moeten twee delen strak op elkaar getrokken worden, dan werkt een schroef met deeldraad beter, want een doorlopende draad houdt het bovenste deel juist op afstand.
Kun je in hardhout schroeven zonder voorboren?
Bij dunne schroeven in het vlak van een zachtere hardhoutsoort lukt dat soms, maar het is geen werkwijze om op te bouwen. Hardhout splijt, en de schroefkop breekt af zodra de weerstand te hoog wordt. Voorboren is hier de regel: 3,0 tot 3,5 mm voor een schroef van 4,0 mm, met het bovenste deel iets ruimer zodat de delen echt op elkaar getrokken worden. In eiken gebruik je bovendien roestvast staal, omdat het looizuur gewoon staal aantast en zwarte kringen geeft.
Welke boor gebruik je voor hardhout?
Een houtboor met een centerpunt loopt het netst aan en blijft op zijn plek, en een hardhoutboor met een ruime spiraal voert het boorsel beter af, wat in meranti en azobe echt scheelt. Metaalboren boren ook prima in hout, alleen lopen ze bij het aanzetten makkelijker weg. Neem een kort model, want dat breekt minder snel dan een lange boor. Belangrijker dan het merk is de bediening: klopstand uit, laag toerental, niet drukken en om de paar millimeter lossen. Meer daarover staat bij boren in hardhout zonder je boortjes te slopen.
Hoeveel schroeven gaan er in een osb-plaat en hoe lang moeten ze zijn?
Voor osb of underlayment van 18 mm op een balklaag werken schroeven van 4x45 of 4x50 mm met deeldraad goed. Verdeel ze op elke balk om de 25 tot 30 cm, dus bij balken hart op hart 45 cm kom je op ongeveer acht schroeven per vierkante meter en op ruim twintig per hele plaat. Deeldraad is hier het belangrijkste detail, want die trekt de plaat echt strak op de balk en dat scheelt gekraak. Spijkeren mag ook, maar dan minimaal drie keer de plaatdikte lang en per paar tegengesteld schuin ingeslagen.
Kun je hardhout zagen met een decoupeerzaag?
Ja, ook azobe van drie centimeter dik. Gebruik een bimetaalblad dat voor hout bedoeld is, zet de pendelstand op 1 of 2 en het toerental hoog, en duw niet. Duwen is precies wat het blad heet laat lopen, laat wegbuigen en scheef laat uitkomen. Zaagjes voor een multitool zijn hier ongeschikt. Voor rechte, strakke sneden in dik hardhout blijft een cirkelzaag met hardmetalen tanden beter, en voor een handvol planken afkorten is een handzaag vaak sneller dan gedacht.
Hoe maak je een eiken tafel donkerder?
Ontvet het blad, schuur licht op tot korrel 180 en breng daarna een kleurbeits op waterbasis aan met een doek, niet met een kwast. Verdeel de beits snel over het hele vlak inclusief de randen en veeg het overschot direct af met een droge doek, anders krijg je strepen. Is de kleur droog, dan komen er drie dunne lagen blanke lak of een harde wasolie overheen. Wil je die diepe, verouderde kleur, dan is logen met ammoniak de traditionele route, maar dat is bijtend werk dat je alleen met bril, handschoenen en goede ventilatie doet.
Hoe krijg ik donker eiken weer licht, of white wash?
Komt de donkere kleur van lak of beits, dan schuur je hem eraf en kun je opnieuw beginnen. Is het meubel geloogd, dan zit de kleur diep in de vezel en helpt schuren niet: dan is ontkleuren met oxaalzuur of bleken met een waterstofperoxide-oplossing de enige route, met naspoelen en neutraliseren erachteraan. Voor een white wash of grey wash breng je daarna een witte of grijze pigmentbeits aan die je meteen terugveegt, zodat het pigment in de open poriën van het eiken blijft hangen. Op grenen pakt dat melkiger uit, omdat grenen die poriën niet heeft.
Hoe knap je een geloogd grenen tafel op?
Schuur het bovenblad met een bandschuurmachine kaal en bouw daarna af naar korrel 180. Maak het hout dan nat met een spons, laat het drogen en schuur de opgekomen vezels licht terug met korrel 240 tot 320. Breng de kleur aan met een waterbeits die je met een doek verdeelt en direct naveegt, en lak af met drie dunne lagen blanke lak. Doe je alleen het blad, houd er dan rekening mee dat de poten hun oude, vergeelde kleur houden en dat je dus een zichtbaar kleurverschil krijgt.
Waarmee behandel je een eiken of grenen tuintafel voor buiten?
Beschermen en tegelijk de naturelkleur houden lukt maar half. Elke olie verdiept de kleur, omdat het hout er permanent nat-ogend van wordt. Een blanke tweecomponenten- of PU-lak verandert de kleur nauwelijks, maar vraagt een strak geschuurde ondergrond en geeft een filmlaag die na een paar zomers scheurt en dan volledig afgeschuurd moet worden. Olie houdt de kleur minder goed maar is altijd bij te werken. Wil je de verdieping compenseren, breng dan eerst een lichte whitewash aan en zet de olie daaroverheen. Grenen is buiten sowieso niet duurzaam en vraagt jaarlijks onderhoud.
Hoe bescherm je de kopse kant van een multiplexplaat buiten?
Met randsealer, en vóór de montage. Kops plaatmateriaal zuigt water tussen de lagen door en gewone grondverf sluit dat onvoldoende af, ook als de plaat als watervast verlijmd verkocht is. Sealen doe je op de kale, geschuurde rand en daarna gaat het normale verfsysteem eroverheen. Schuin de onderrand van een verticale plaat af zodat het water eraf loopt, en controleer die onderkant elk jaar, want daar begint de schade altijd.
Hoe werk je een osb-wand glad af?
Rechtstreeks stucen op osb houdt niet, want de plaat werkt en de stuclaag scheurt open, vooral op de naden. Glasweefselbehang heeft hetzelfde probleem. Wil je echt glad, dan zet je er gipsplaat tegen en stuct of behangt die, wat meteen wat geluidsisolatie oplevert. Zoek je een goedkopere weg, rol de wand dan met een acryl grondverf en twee lagen acryllak: de structuur en de naden blijven zichtbaar, maar het geheel oogt rustiger dan de meeste mensen verwachten. Vul de naden niet hard dicht, want die beweging moet ergens heen.
Wat zijn neuslatten, koplatten en keeplatten?
Een neuslat is een lat met één afgeronde zijde, bedoeld om een rand af te dekken: de voorkant van een schap, de neus van een trede of de overgang van een betimmering. Je vindt ze in elke bouwmarkt bij de afwerklijsten. Een koplat dekt de kopse kant van beschot of plaatmateriaal af zodat er geen water in het kops hout trekt, bijvoorbeeld bij een schutting of een boeiboord. Een keeplat heeft op vaste afstand ingefreesde kepen waarin legplanken vallen, zodat je de planken in een kast kunt verhangen.
Hoe maak je haaklatten om een kast op te hangen?
Neem een vuren plank van 18 bij 94 mm en zaag die in de lengte doormidden onder 45 graden, langs een geleider met de cirkelzaag. Je houdt twee latten over: de ene schroef je met de schuine kant omhoog en naar de muur toe vast, de andere komt omgekeerd op de kast. Neem voor een kast van 110 cm breed één doorlopende lat en geen twee losse stukken, want die krijg je nooit precies op één lijn en dan draagt er maar één. Schroef onder de kast een blokje van dezelfde dikte, anders hangt hij voorover.
Wat doe je met mdf of spaanplaat dat nat is geworden?
Opgezwollen mdf en spaanplaat komen niet meer terug in hun oude vorm, want de vezels zijn uitgezet en de lijmbinding is verbroken. Bij een klein plekje dat straks onder lak verdwijnt, kun je het laten drogen, terugschuren en vullen. Bij een opgebolde rand of een doorgezakte kastbodem is vervangen de enige nette route. Zoek ook uit waar het water vandaan kwam, want anders gebeurt het na de reparatie gewoon opnieuw.
Kun je douglas hout behandelen met lijnolie?
Dat kan, en het is de traditionele manier, maar er zitten haken aan. Gekookte lijnolie trekt diep in en beschermt van binnenuit, alleen vergeelt hij, hardt hij traag uit en voedt hij op noord- en schaduwkanten de zwarte aanslag. Een lijnolieverf of een douglasolie met uv-pigment houdt het buiten langer vol en blijft egaler van kleur.
Doe je het met pure lijnolie, verdun dan de eerste laag ongeveer half om half met terpentine zodat hij echt intrekt, en breng de volgende lagen onverdund aan met een dag of twee ertussen. Veeg elk overschot af, want olie die blijft staan wordt kleverig. Het hout moet droog zijn: op vers gezaagd, nat douglas sluit je het vocht juist op. Leg gebruikte doeken uitgespreid buiten te drogen, want lijnolie in een propje kan spontaan ontbranden.
Hoe krijg je een grey wash op een eiken eettafel?
Grey wash werkt op eiken omdat de open poriën het grijze pigment vasthouden terwijl het vlak eromheen licht blijft. Schuur het blad kaal tot korrel 150, maak het nat met een spons zodat de vezels opkomen en schuur die licht terug met korrel 240. Breng dan een grijze pigmentbeits aan met een doek en veeg hem binnen een minuut terug in de nerfrichting, baan voor baan.
Op een eiken eettafel komt daar een beschermlaag overheen, want de pigmentlaag zelf kan niet tegen een natte doek. Een matte watergedragen lak in drie dunne lagen houdt de kleur het zuiverst. Een hardwaxolie kan ook, maar die verdiept de grijstint iets, en een blanke lak op oliebasis vergeelt en maakt van grijs op termijn beige.
Wat zijn kraaklatten?
Kraaklatten of antikraaklatten zijn geen houtsoort en ook geen vaste vakterm. In de praktijk gaat het om ongeschaafde vurenlatten en ruwe planken waarmee ramen en deuren van een leegstaand pand worden dichtgezet, meestal in combinatie met plaatmateriaal ervoor.
Je koopt er dus gewoon fijnbezaagd vuren voor, bijvoorbeeld 22 bij 100 mm ruw, met osb of underlayment als beplating. Moet het pand later weer in gebruik, schroef dan niet in het kozijnhout maar werk met stijlen die tegen de dagkanten klemmen, dan blijft het kozijn heel en hoef je achteraf geen gaten te vullen.