Overdrukventiel van de boiler: plaatsen, lekkage en de juiste druk
Bekijk de informatie en links bij deze gids
Het overdrukventiel op een gesloten boiler is een veerbelaste klep die opengaat zodra de druk in het vat boven de waarde op het huis komt, meestal 7 of 8 bar. Een paar druppels tijdens het opwarmen is normaal expansiewater. Komt er ook water uit als de boiler koud is, dan ligt er vuil op de zitting of is de leidingdruk te hoog. De druk die op het ventiel staat is een bovengrens, geen belofte over de druk uit je kraan. Afdoppen mag nooit, en instellen kan niet: je stelt hooguit het drukreduceerventiel of het expansievat ervoor af.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Twee steeksleutels of een waterpomptang plus een tegenhoudsleutel
- Emmer en een paar oude handdoeken
- Manometer met slangaansluiting, of een drukmeter op de wasmachinekraan
- Bandenspanningsmeter als er een expansievat hangt
- Schroevendraaier voor de slangklem
- Zaklamp om achter in het keukenkastje te kijken
Materiaal
- Veiligheidsventiel of inlaatcombinatie in de juiste aansluitmaat en openingsdruk
- Teflontape of vlas met afdichtpasta
- Afvoerslang met een binnenmaat die op de tuit past
- Trechtersifon of losse trechter met luchtonderbreking
- Eventueel een drinkwater-expansievat van 2 tot 5 liter
- Eventueel een drukreduceerventiel met manometer
Wat het overdrukventiel op een boiler doet
Een gesloten boiler zit vol water dat onder de druk van de waterleiding staat. Zodra het element aanslaat zet dat water uit, en uitzetten in een dicht vat betekent dat de druk oploopt. Het overdrukventiel vangt dat op: een veerbelaste klep die opengaat zodra de druk boven de waarde op het huis komt en die het teveel naar buiten laat lopen. Hoe de rest van de installatie in elkaar zit, van vat tot kraan, staat in ons overzicht over boilers en warm water in huis.

Om hoeveel water het gaat is goed te berekenen. Water zet bij opwarmen van tien naar zeventig graden ongeveer twee procent uit, dus een boiler van tien liter perst er per volledige opwarmbeurt zo'n twee deciliter uit. Bij een voorraadvat van honderd liter is dat al twee liter, en dat moet dus ergens netjes heen kunnen.
Je komt het onderdeel onder verschillende namen tegen: overdrukventiel, overstortventiel en veiligheidsventiel zijn in de praktijk hetzelfde ding. Op een close-in boiler is het een klein messing ventiel dat direct op de koudwateraansluiting zit, met een tuitje en een slangetje eraan. Bij grotere vaten zit dezelfde klep verwerkt in een inlaatcombinatie, samen met een afsluiter, een terugslagklep en een aftappunt.
Zonder werkende klep loopt de druk in het vat door tot het zwakste onderdeel het begeeft. Dat is zelden het vat zelf, meestal is het een koppeling, een flexibele slang of de kraan. Het ventiel is daarmee het goedkoopste onderdeel van de hele installatie en tegelijk het enige dat er is om een ongeluk te voorkomen.
Een overdrukventiel mag je nooit afdoppen, dichtdraaien of afsluiten. Ook niet tijdelijk, ook niet met een dopje uit de la omdat het slangetje irriteert. Er mag geen kraan, geen terugslagklep en geen afsluiter tussen het ventiel en de boiler zitten, want dan kan de klep de druk in het vat niet meer wegnemen.

Lees de uitleg uit de afbeelding
In een gesloten boilerinstallatie moet het extra volume veilig kunnen worden opgevangen of afgevoerd.
Bij de tekening: Koude toevoer met passende beveiliging Boiler warmt op: water zet uit Veiligheidsventiel kan water afvoeren
- Koud water komt binnen
- De inlaatcombinatie hoort bij de voorgeschreven aansluiting aan de koude zijde. De beveiliging moet passen bij de boiler en zijn toegestane druk.
- De boiler warmt op
- Het water neemt meer ruimte in. De beveiliging kan tijdens het opwarmen water laten ontsnappen. Een beetje water op dat moment hoeft daarom geen defect te betekenen.
- Het afgevoerde water moet weg kunnen
- Houd de voorgeschreven vrije afvoer open en zichtbaar. Sluit de uitloop van een veiligheidsventiel nooit af om het druppelen te stoppen.
Blijft er buiten het opwarmen veel water lopen? Laat druk en beveiliging controleren. Verander de ingestelde veiligheid niet op eigen initiatief.
Los ventiel, inlaatcombinatie of een boiler die er geen nodig heeft
Wat er op jouw boiler hoort te zitten, hangt af van het type en van de inhoud. Een drukloze keukenboiler heeft helemaal geen overdrukventiel: dat vat staat open naar de lucht en het expansiewater druppelt tijdens het opwarmen gewoon uit de speciale lagedrukkraan met drie aansluitingen. Zie je onder het aanrecht een kraan met drie slangetjes, dan hoort daar geen ventiel op. Er toch een plaatsen is niet overbodig maar ronduit fout.
Een drukvaste boiler heeft de klep wel nodig. Bij close-in boilers van vijf tot vijftien liter, zoals de gangbare Plieger van tien liter onder het aanrecht, volstaat een los veiligheidsventiel van 7 bar op de blauwe aansluiting. Bij voorraadvaten vanaf ongeveer dertig liter werk je met een complete inlaatcombinatie met terugslagklep en aftapkraan, meestal met een openingsdruk van 8 bar.
Kijk bij twijfel op het typeplaatje van de boiler. Daar staat de maximale werkdruk van het vat, en de openingsdruk van het ventiel mag daar nooit boven liggen. Staat er 8 bar op het vat en zit er een ventiel van 10 bar op, dan beschermt dat ventiel niets meer.
| Type toestel | Wat er op de koude aansluiting hoort | Gangbare openingsdruk | Waar het expansiewater heen gaat |
|---|---|---|---|
| Drukloze keukenboiler | Geen ventiel, wel een lagedrukkraan met drie aansluitingen | Niet van toepassing | Druppelt uit de kraanuitloop tijdens het opwarmen |
| Close-in boiler 5 tot 15 liter, drukvast | Los veiligheidsventiel of een kleine inlaatcombinatie | 7 bar | Slangetje naar een open uitloop of trechter in het keukenkastje |
| Voorraadboiler 30 tot 200 liter | Complete inlaatcombinatie met afsluiter, terugslagklep en aftap | 8 bar | Vaste afvoer met luchtonderbreking naar sifon of standleiding |
| Indirect gestookt vat of zonneboilervat | Inlaatcombinatie plus een drinkwater-expansievat | 8 bar | Vaste afvoer, in de praktijk zelden nog druppels |
| Kokendwaterkraan met eigen reservoir | Ingebouwd overdrukventiel in het reservoir | Volgens de fabrikant, vaak rond 7 bar | Het zwarte slangetje in het keukenkastje |
| Boiler achter een drukverhoging of hoge leidingdruk | Ventiel blijft staan, plus een drukreduceer in de toevoer | Reduceer meestal op 3 bar | Vaste afvoer, ventiel blijft daarna vrijwel droog |
De bar op het ventiel is niet de druk uit je kraan
Op het huis van het ventiel staat 7 of 8 bar, en dat leidt tot een hardnekkig misverstand. Die waarde is de druk waarbij de klep opengaat, dus een bovengrens die je installatie in normaal bedrijf nooit haalt. Het is geen werkdruk en al helemaal geen belofte over de kracht van de straal uit je warmwaterkraan.
De druk die je werkelijk hebt komt van het waterbedrijf en ligt in de meeste Nederlandse woningen tussen de 2 en 4 bar aan de meter. Meet je aan de kraan zelf, dan valt het altijd wat lager uit door leidingweerstand en hoogteverschil. Een boiler verhoogt die druk niet, hij geeft alleen door wat erin komt.
Komt er uit de warmwaterkant een slap straaltje terwijl de koude kraan er prima uitkomt, dan zit de vernauwing dus tussen de toevoer en de uitloop. Meet eerst met een manometer op de wasmachinekraan wat je in huis hebt, dan weet je meteen of het aan de leidingdruk ligt of aan iets in de boilerlijn.
| Waarde die je tegenkomt | Waar hij op slaat | Wat je ermee doet |
|---|---|---|
| 7 of 8 bar op het ventielhuis | De druk waarbij de klep opengaat | Vergelijken met de maximale werkdruk op het typeplaatje van het vat |
| 2 tot 4 bar aan de watermeter | Wat het waterbedrijf gewoonlijk levert | Meten met een manometer op de wasmachinekraan |
| 6, 8 of 10 bar op het typeplaatje | De maximale werkdruk van de boiler zelf | Het ventiel mag daar nooit boven zitten |
| Minder dan 1 bar aan de kraan | Te weinig, er zit ergens een vernauwing of een half dichte afsluiter | Toevoer, terugslagklep, flexibele slangen en perlator nalopen |
| 3 bar op een drukreduceer | Gangbare instelling bij hoge leidingdruk of drukstoten | Instellen met de manometer op het reduceer, niet op gevoel |
| 0,2 tot 0,5 bar onder de leidingdruk | Vuistregel voor de voordruk van een drinkwater-expansievat | Meten met een bandenspanningsmeter als het vat drukloos is |
Draai bij een slap warmwaterstraaltje eerst de perlator van de kraan eraf en laat de kraan even zonder lopen. Dat kost een minuut en sluit de meest voorkomende oorzaak meteen uit: kalkgruis in het zeefje.
Het overdrukventiel plaatsen: waar het hoort te zitten
De plaats is niet vrij te kiezen. Het ventiel hoort in de koudwatertoevoer, zo dicht mogelijk op de boiler, en tussen het ventiel en het vat mag niets zitten dat de doorgang kan afsluiten. Een terugslagklep, een kraantje of een flexibele slang met een vernauwing horen daar dus niet tussen. De pijl op het huis wijst in de stroomrichting, van de leiding naar de boiler.
Zet de uitloop naar beneden, want een tuit die opzij of omhoog wijst spuit bij het afblazen tegen de kastwand. Houd het ventiel bereikbaar: je moet er met een hand bij kunnen om hem te lichten en er met een emmer onder te kunnen. Achter een dichtgeschroefde plint of ingebouwd in een kokertje is het over een paar jaar niet meer te vervangen zonder sloopwerk.
Bij het aandraaien houd je de aansluiting van de boiler tegen met een tweede sleutel. Draai je alleen aan het ventiel, dan verdraai je de kunststof aansluiting van het vat mee en scheurt die. Afdichten doe je met acht tot tien slagen teflontape of met vlas en pasta, en bij een kunststof huis stop je zodra het strak zit in plaats van er nog een halve slag bij te geven. De volgorde van de rest van de aansluiting, van de koude toevoer tot het stopcontact, staat bij het aansluiten van een boiler.
Denk aan het stopcontact terwijl je de plek bepaalt. Dat mag niet recht onder het ventiel of onder de afvoer zitten, want daar komt bij een afblazende klep water langs. De gangbare montagehoogtes voor een stopcontact in een keukenkastje vind je in onze tabel met standaardmaten in huis.
| Onderdeel | Gangbare maat | Waar je op let |
|---|---|---|
| Koudwateraansluiting close-in boiler | 1/2 inch buitendraad | Knelkoppeling 15 mm of flexibele slang met wartel |
| Aansluiting voorraadboiler 80 tot 200 liter | 3/4 inch | Inlaatcombinatie in dezelfde maat, niet verlopen naar kleiner |
| Afvoertuit van het ventiel | Slangpilaar voor 10 tot 15 mm slang | Slang met een klem vastzetten, nooit klemmend erop duwen |
| Afvoerleiding naar de sifon | 32 mm | Luchtonderbreking van minstens 2 cm boven de trechter |
| Afstand ventiel tot boiler | Zo kort mogelijk, in de praktijk onder de 50 cm | Geen afsluiter of terugslagklep in dat stuk |
| Afdichting op de draad | 8 tot 10 slagen teflontape of vlas met pasta | Kunststof aansluitingen niet natrekken met een tang |
Als het overdrukventiel van de boiler lekt
De eerste vraag bij een lekkend ventiel is wanneer het lekt. Water dat eruit komt terwijl de boiler opwarmt en dat stopt zodra de thermostaat afslaat, is expansiewater en hoort erbij. Water dat blijft komen als het vat allang op temperatuur en met rust is, betekent dat de klep niet meer sluit of dat de druk in de leiding te hoog is.
Vuil is de meest voorkomende oorzaak. Een kalkkorrel of een schilfertje soldeer op de zitting houdt de klep een haar open, en dan loopt er dag en nacht een dun straaltje. Licht het ventiel een paar keer kort bij volle druk, zodat het water het vuil meeneemt. Werkt dat na drie of vier keer niet, dan is de zitting beschadigd en is vervangen sneller dan blijven proberen.
De tweede oorzaak zie je vooral na een verbouwing. Zit er ergens een terugslagklep in de toevoer, bijvoorbeeld in een nieuwe keukenkraan of vlak achter de watermeter, dan kan het expansiewater niet meer terug de leiding in. De boiler duwt dat volume dan elke opwarmbeurt door het ventiel naar buiten. De oplossing is niet een zwaarder ventiel maar een klein drinkwater-expansievat tussen de terugslagklep en de boiler.
| Wat je ziet | Waarschijnlijke oorzaak | Wat je doet |
|---|---|---|
| Druppelt tijdens het opwarmen, daarna droog | Normaal expansiewater | Niets, of een expansievat plaatsen als het je stoort |
| Loopt ook als de boiler koud is | Kalk of vuil op de zitting | Een paar keer lichten bij volle druk, anders vervangen |
| Dun straaltje dat dag en nacht doorloopt | Leidingdruk te hoog of drukstoten in de leiding | Druk meten en een drukreduceer op 3 bar zetten |
| Begon na een nieuwe kraan of nieuwe watermeter | Terugslagklep sluit het systeem af | Drinkwater-expansievat van 2 tot 5 liter plaatsen |
| Lekt langs de draad, niet uit de uitloop | Slechte afdichting of een scheurtje in het huis | Opnieuw afdichten, bij een scheur het ventiel vervangen |
| Lekt pas sinds je hem hebt gelicht | Losgekomen kalk onder de klep | Nog een paar keer doorspoelen, blijft het: vervangen |
| Er komt kokend water of stoom uit | Thermostaat regelt niet af, het vat wordt te heet | Stekker eruit, laten afkoelen en het toestel laten nakijken |
| Trechter nat, maar het ventiel zelf droog | Expansiewater uit de inlaatcombinatie erboven | Niets, dit is de normale werking |
Kokend water of stoom uit het ventiel is geen lekkage maar een noodrem. Het betekent dat de thermostaat het vat niet meer afregelt en dat de veiligheid het overneemt. Haal de stekker eruit, laat de boiler afkoelen en gebruik hem niet totdat de thermostaat en de oververhittingsbeveiliging zijn nagekeken.
De afvoer van het ventiel en de zwarte slang in het keukenkastje
Wat er uit het ventiel komt moet zichtbaar en zonder tegendruk weg kunnen lopen. Dat betekent een slang of leiding die vanaf de tuit alleen maar daalt, en die eindigt boven een open trechter of een trechtersifon. Tussen het einde van de slang en het water in de trechter zit lucht, minstens een centimeter of twee. Die onderbreking zorgt ervoor dat er nooit rioolwater kan worden teruggezogen in je drinkwater.
Een slang die eerst een lus omhoog maakt, houdt water vast en zet het ventiel onder tegendruk. Een slang die je vast in de sifon of in de standleiding prikt, is helemaal fout: dan zit je drinkwaterinstallatie direct aan het riool. In een keukenkastje eindigt het slangetje daarom los boven een trechtertje, met een klem tegen wegschieten.
Dat zwarte slangetje achter in het keukenkastje roept vaak vragen op, zeker als er nooit iets uit lijkt te komen. Het hoort bij het overdrukventiel van de boiler of van het reservoir van een kokendwaterkraan, en dat hij droog staat is meestal goed nieuws. Hoor je ondertussen borrelende afvoeren, dan zit die oorzaak niet bij de boiler maar bij de beluchting van je afvoer, waarover meer staat in ons overzicht van sanitair en loodgieterswerk.
Leg een licht gekleurd stuk keukenpapier onder de uitloop als je wilt weten of een ventiel echt lekt. Na een dag zie je precies of er iets uit komt en hoeveel. Dat is nauwkeuriger dan af en toe met een zaklamp in het kastje kijken, want een paar druppels per uur verdampen tussendoor.
Een overdrukventiel instellen: wat kan wel en wat niet
Zoeken naar een schroefje om het overdrukventiel van de boiler in te stellen levert niets op, en dat is met opzet zo. De veer is in de fabriek afgesteld op de druk die op het huis staat en het huis zit dicht of is verzegeld. Aan de kap draaien om een druppelend ventiel stil te krijgen, drukt de klep in de zitting en beschadigt precies het vlak dat moet afdichten. Daarna lekt hij pas echt.
De hendel of de knop op het ventiel is geen stelschroef. Die zit erop om te lichten, dus om de klep even handmatig open te trekken en met water door te spoelen.
Wat je wel instelt zijn de onderdelen eromheen. Een drukreduceerventiel in de hoofdtoevoer zet je met de manometer erop op ongeveer 3 bar, en daar wordt behalve het ventiel ook je kraanwerk rustiger van. De voordruk van een drinkwater-expansievat controleer je als het vat drukloos is en zet je een halve bar onder de leidingdruk. En de thermostaat van de boiler zelf zet je op ongeveer 60 graden: warmer geeft meer expansie, meer kalkaanslag en meer kans op nadruppelen.
Lichten, onderhoud en het ventiel vervangen
Een ventiel dat jarenlang niets doet, verkalkt vast. Lichten is daarom het enige onderhoud dat er is: trek de hendel een paar seconden open zodat er met volle druk water doorstroomt en laat hem daarna helemaal terugvallen in de ruststand. Blijft hij half opgetild staan, dan loopt er permanent water weg en denk je onterecht dat het ventiel kapot is. Twee keer per jaar is genoeg, en in gebieden met hard water mag het vaker.
Er zit wel een addertje onder die aanbeveling. Een ventiel dat tien jaar nooit is gelicht, kan na de eerste keer gaan nadruppelen omdat er kalk tussen de klep en de zitting komt. Spoel dan nog drie of vier keer kort door. Houdt het aan, dan was dat ventiel toch al aan vervanging toe en heb je vooral vroeg ontdekt dat de veiligheid niet meer sloot.
Als richtlijn vervangen we een veiligheidsventiel of inlaatcombinatie om de vijf jaar, en eerder bij hard water of zichtbare kalkbaarden op het messing. Een los ventiel kost meestal tussen de tien en vijfentwintig euro, een complete inlaatcombinatie tussen de vijfentwintig en vijftig euro. Afgezet tegen een boiler die leegloopt in een keukenkastje is dat een kleine post.
Neem het oude ventiel mee naar de bouwmarkt of noteer de aansluitmaat en de openingsdruk. Een 3/4 inch inlaatcombinatie past niet op een close-in boiler, en een ventiel met een hogere openingsdruk lost het druppelen wel op maar haalt de beveiliging van je vat onderuit.
Zo vervang je het overdrukventiel van een close-in boiler
Deze volgorde geldt voor een drukvaste boiler onder het aanrecht en werkt met kleine aanpassingen ook bij een voorraadvat met inlaatcombinatie.
-
Haal de stekker eruit en laat het water afkoelen
Trek de stekker van de boiler uit het stopcontact voordat je iets anders doet. Zolang het element kan aanslaan terwijl het vat leegloopt, brandt het droog en is de boiler afgeschreven. Laat het water bovendien een uur of twee afkoelen, want zestig graden uit een losgedraaide koppeling is meteen raak op je onderarm.
-
Sluit de toevoer af en haal de druk van het systeem
Draai de afsluiter in de koude toevoer dicht, of de hoofdkraan als die er niet is. Open daarna een warmwaterkraan en laat lopen tot er niets meer komt. Zo staat het vat niet meer onder leidingdruk en spuit er straks geen straal uit de aansluiting.
-
Tap de boiler af in een emmer
Ruim het kastje leeg en leg handdoeken neer. Tap af via de aftapkraan van de inlaatcombinatie, of vang het water op terwijl je de koude aansluiting losdraait. Bij een close-in boiler onder het aanrecht loopt het vat door de zwaartekracht leeg zodra je de onderste aansluiting opent, dus houd een tweede emmer klaar.
-
Draai het oude ventiel eraf met twee sleutels
Zet één sleutel op de aansluiting van de boiler en draai met de tweede het ventiel los. Zonder die tweede sleutel vangt de kunststof aansluiting van het vat de hele kracht op en scheurt hij. Maak de draad daarna schoon en haal oude teflonresten weg.
-
Monteer het nieuwe ventiel met de uitloop naar beneden
Wikkel acht tot tien slagen teflontape in de draairichting om de draad of gebruik vlas met pasta. Draai het ventiel handvast aan en trek het met de sleutel aan tot de uitloop naar beneden wijst. Controleer of de pijl op het huis in de stroomrichting staat en of er niets afsluitbaars tussen het ventiel en de boiler zit. De rest van de aansluitvolgorde staat bij het aansluiten van een boiler onder het aanrecht.
-
Leg de afvoerslang aan met verval
Schuif de slang over de tuit en zet hem vast met een klem. De slang moet vanaf het ventiel alleen maar dalen en eindigt los boven een trechter of trechtersifon, met een luchtspleet van een paar centimeter. Geen lus omhoog, geen vaste verbinding met het riool en geen afgeknepen bocht achter de kast.
-
Vul het vat en ontlucht via de warmwaterkraan
Zet de warmwaterkraan open en draai daarna pas de toevoer langzaam open. Laat lopen tot er een gelijkmatige straal zonder gespetter komt, want dan is alle lucht eruit. Dit is de stap waar het misgaat als je het overslaat: een halfvolle boiler met de stekker erin kookt het element droog.
-
Controleer op lekkage en licht het ventiel één keer
Voel met een droge vinger langs de draad en kijk na een kwartier nog eens. Licht het ventiel daarna kort, zodat je ziet dat de afvoer het water netjes naar de trechter brengt. Pas als alles droog blijft gaat de stekker er weer in, en na een opwarmbeurt kijk je nog een keer.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen als het ventiel eenmaal zit
Uit de praktijk
Zeven bar op het ventiel, maar een dun straaltje uit de kraan
In een keuken met een elektrische boiler kwam er nauwelijks warm water uit de kraan, terwijl op het overdrukventiel en in de handleiding van de boiler 7 bar stond. De verwachting was dus een stevige straal, en de gedachte was dat de boiler die druk niet haalde.
Een manometer op de wasmachinekraan gaf 2,9 bar in rust, dus met de leidingdruk in huis was niets mis. Die 7 bar op het ventiel is de druk waarbij de klep openspringt en zegt niets over wat er uit de kraan komt. De echte oorzaak zat verderop: de afsluiter op de inlaatcombinatie stond nog voor een kwart open sinds een eerdere klus aan de kraan, en de perlator van de mengkraan zat vol kalkgruis.
Na het volledig openen van de afsluiter en een nacht weken van de perlator in schoonmaakazijn liep de warme kant weer net zo hard als de koude. Kosten: nul euro, en het ventiel was nooit het probleem geweest.
De zwarte slang achter in het keukenkastje
Onder een aanrecht liep een zwart slangetje vanaf een klein messing ventiel naar achter in het kastje, en niemand wist waar het voor was. Er kwam nooit water uit, dus de aanname was dat het een restant van een oude installatie was en dat het weg kon.
Het slangetje bleek de afvoer van het overdrukventiel van de boiler onder het aanrecht. Dat er nooit iets uit kwam betekende alleen dat het vat na elke opwarmbeurt zijn expansiewater kwijt kon via de leiding, niet dat het ventiel overbodig was. Het einde van de slang hing bovendien los in het kastje in plaats van boven een trechter, waardoor het water bij het afblazen tegen de spaanplaten bodem zou lopen.
De aanpassing was klein: een trechtersifon op de spoelbakafvoer, de slang met verval daarnaartoe en het uiteinde een paar centimeter boven de trechter met een klemmetje vastgezet. Het borrelen van de afvoer waar tegelijk over geklaagd werd, stond hier los van en kwam door de beluchting van de standleiding.
Druppelen dat begon na het vervangen van de keukenkraan
Een boiler die vier jaar droog had gestaan, begon vlak na het plaatsen van een nieuwe keukenkraan elke opwarmbeurt een halve deciliter in het trechtertje te lopen. Het ventiel was nieuw noch vies, en lichten en doorspoelen veranderden er niets aan.
De oorzaak zat in de nieuwe kraan: daar zaten terugslagkleppen in de aansluitslangen. Het expansiewater kon daardoor niet meer een klein stukje de koude leiding in wijken en had alleen nog de weg via het ventiel. Dat is geen defect maar simpele natuurkunde in een systeem dat opeens gesloten is.
Er is een expansievat van twee liter voor drinkwater tussen de terugslagklep en de boiler gezet, met de voordruk op 2,5 bar bij een gemeten leidingdruk van 3 bar. Sindsdien blijft de trechter droog. Een zwaarder ventiel erop zetten zou het druppelen ook hebben gestopt, maar dan had de boiler geen beveiliging meer gehad die bij zijn werkdruk past.
Veelgemaakte fouten
Het ventiel afdoppen omdat het blijft druppelen
Een dopje op de tuit of een kraantje ervoor maakt het gedruppel meteen stil, en dat is precies het gevaar. De boiler kan zijn expansiedruk dan nergens meer kwijt en bouwt die op tot een koppeling of een slang het begeeft. Los het druppelen op bij de oorzaak: vuil op de zitting, te hoge leidingdruk of een terugslagklep in de toevoer.
Een afsluiter of terugslagklep tussen ventiel en boiler zetten
Bij het netjes wegwerken van leidingen belandt er soms een kraantje tussen het ventiel en het vat, zodat je de boiler apart kunt afsluiten. Vanaf dat moment beschermt het ventiel niets meer zodra dat kraantje dicht staat. De afsluiter hoort altijd vóór het ventiel, aan de kant van de waterleiding.
De 7 bar op het ventiel aanzien voor werkdruk
Die waarde is de openingsdruk van de klep, niet de druk die je installatie levert. Wie op basis daarvan een sterke straal verwacht, gaat de boiler verdenken terwijl de echte oorzaak van weinig warm water bijna altijd een half dichte afsluiter, een verkalkte perlator of een vervuilde terugslagklep is.
De afvoerslang omhoog leggen of vast op het riool aansluiten
Een lus omhoog houdt water vast en zet het ventiel onder tegendruk, waardoor het niet meer schoon afblaast. Een slang die vast in de sifon of de standleiding zit, verbindt je drinkwaterinstallatie met het riool. Het uiteinde hoort los boven een trechter te hangen met een luchtspleet ertussen.
Aan de kap van het ventiel draaien om het lekken te stoppen
Er valt niets in te stellen: de veer is fabrieksmatig afgesteld op de waarde die op het huis staat. Draaien aan de kap drukt de klep in de zitting en beschadigt het afdichtvlak, waarna het ventiel pas echt gaat lopen. Vervangen is de enige nette route.
Een ventiel met een hogere openingsdruk erop zetten
Een ventiel van 10 bar op een vat dat tot 8 bar mag, blijft inderdaad droog. Het gaat alleen pas open als het vat zijn eigen grens al voorbij is, en daarmee is de beveiliging weg. Kies de openingsdruk die bij het typeplaatje van de boiler hoort, ook al betekent dat wat expansiewater.
De stekker erin laten tijdens aftappen of vullen
Een element dat aanslaat in een half leeg vat brandt binnen enkele minuten door. Dat gebeurt vaker bij het vullen dan bij het aftappen, omdat mensen de stekker er alvast in doen om tijd te winnen. De stekker gaat er pas in als er een gelijkmatige straal zonder lucht uit de warmwaterkraan komt.
Het ventiel jarenlang niet lichten
Een klep die nooit beweegt, verkalkt vast op de zitting. Je merkt daar niets van totdat de veiligheid nodig is en dan werkt hij niet. Twee keer per jaar kort doorspoelen houdt de zitting schoon en laat meteen zien of het ventiel nog netjes sluit.
Veelgestelde vragen
Waar zit het overdrukventiel van een boiler?
Altijd in de koudwatertoevoer, zo dicht mogelijk bij de boiler. Bij een close-in boiler onder het aanrecht is het een klein messing ventiel met een tuitje dat direct op de blauwe aansluiting is geschroefd. Bij grotere vaten zit dezelfde klep verwerkt in de inlaatcombinatie met afsluiter en terugslagklep. Tussen het ventiel en het vat mag niets zitten dat de doorgang kan afsluiten.
Waarom lekt het overdrukventiel van mijn boiler?
Dat hangt af van wanneer het lekt. Water tijdens het opwarmen is expansiewater en hoort erbij, want opwarmend water zet uit en moet ergens heen. Blijft het lopen als de boiler koud is, dan ligt er meestal kalk of vuil op de zitting en sluit de klep niet meer. Licht hem een paar keer kort bij volle druk. Helpt dat niet, dan is de zitting beschadigd en vervang je het ventiel.
Hoeveel bar hoort er op het overdrukventiel van een boiler te staan?
Op close-in boilers van vijf tot vijftien liter staat meestal 7 bar, op inlaatcombinaties voor grotere voorraadvaten meestal 8 bar. Bepalend is het typeplaatje van je eigen boiler: daar staat de maximale werkdruk van het vat en daar mag de openingsdruk van het ventiel nooit boven liggen. Een zwaarder ventiel om het druppelen te stoppen haalt de beveiliging onderuit.
Kun je het overdrukventiel van een boiler instellen?
Nee, de veer is in de fabriek op de waarde van het huis afgesteld en er zit geen stelschroef op. De hendel dient alleen om te lichten, dus om de klep even open te trekken en door te spoelen. Wat je wel afstelt zijn de onderdelen ervoor: een drukreduceerventiel zet je op ongeveer 3 bar, en de voordruk van een expansievat een halve bar onder de gemeten leidingdruk.
Waar moet ik het overdrukventiel van de boiler plaatsen?
In de koude toevoer, met de pijl in de stroomrichting en de uitloop naar beneden, zo kort mogelijk op de boiler. Houd het bereikbaar met een hand en zorg dat er een emmer onder past. Er mag geen kraan, terugslagklep of vernauwing tussen het ventiel en het vat zitten. Hoe de rest van de aansluiting eruitziet lees je bij het aansluiten van een boiler.
Mag ik het overdrukventiel afdoppen als het blijft druppelen?
Nooit. Ook niet tijdelijk en ook niet met een kraantje dat je zogenaamd weer opendraait. Het ventiel is de enige weg voor de druk die ontstaat als het water in het vat uitzet, en zonder die weg loopt de druk op tot een koppeling of een slang bezwijkt. Zoek de oorzaak van het druppelen op: vuil op de zitting, te hoge leidingdruk of een terugslagklep in de toevoer.
Wat is het verschil tussen een overdrukventiel en een inlaatcombinatie?
Een overdrukventiel is één onderdeel: de veerbelaste klep die opengaat bij te hoge druk. Een inlaatcombinatie is een blok waarin die klep zit samen met een afsluiter, een terugslagklep en meestal een aftappunt en een aansluiting voor de afvoer. Op kleine close-in boilers volstaat het losse ventiel, op voorraadvaten vanaf ongeveer dertig liter is de inlaatcombinatie de gebruikelijke keuze.
Er komt maar een dun straaltje warm water uit de kraan, ligt dat aan het overdrukventiel?
Vrijwel nooit. Het ventiel staat in normaal bedrijf dicht en beïnvloedt de doorstroming niet. Meet eerst met een manometer op de wasmachinekraan wat je in huis hebt: 2 tot 4 bar is normaal. Blijft alleen de warme kant achter, kijk dan naar de afsluiter op de inlaatcombinatie, de perlator van de kraan en een vervuilde terugslagklep. Bij een close-in boiler van tien liter zijn dat de drie gebruikelijke verdachten.
Waar mag de afvoerslang van het overdrukventiel naartoe?
Naar een open uitloop met een luchtonderbreking, bijvoorbeeld een trechtersifon of een losse trechter op de afvoer van de spoelbak. De slang moet over de hele lengte dalen en eindigt een paar centimeter boven de trechter, vastgezet met een klemmetje. Een vaste verbinding met de sifon of de standleiding mag niet, want dan koppel je je drinkwater aan het riool.
Hoe vaak moet ik het overdrukventiel lichten?
Twee keer per jaar is een prima ritme, en bij hard water mag het vaker. Trek de hendel een paar seconden open zodat er met volle druk water doorstroomt en laat hem daarna helemaal terugvallen in de ruststand. Blijft de hendel half opgetild staan, dan loopt er permanent water weg en lijkt het ventiel kapot terwijl er niets mis mee is.
Helpt een expansievat tegen het druppelen van het ventiel?
Ja, en het is de nette oplossing als het druppelen alleen tijdens het opwarmen optreedt. Het uitzettende water gaat dan het vat in in plaats van door de klep naar buiten. Kies een expansievat dat geschikt is voor drinkwater, twee tot vijf liter voor een keukenboiler, en plaats het tussen de terugslagklep en de boiler. Zet de voordruk ongeveer een halve bar onder de gemeten leidingdruk.
Wat kost een nieuw overdrukventiel voor een boiler?
Een los veiligheidsventiel voor een close-in boiler ligt meestal tussen de tien en vijfentwintig euro, een complete inlaatcombinatie tussen de vijfentwintig en vijftig euro. Neem het oude exemplaar mee of noteer de aansluitmaat en de openingsdruk, want 1/2 en 3/4 inch lijken op een foto sterk op elkaar. Vervangen om de vijf jaar is een redelijke vuistregel, eerder bij kalkbaarden op het messing.
Heeft een drukloze keukenboiler ook een overdrukventiel nodig?
Nee. Een drukloos of open toestel staat in verbinding met de buitenlucht en kan geen druk opbouwen. Het uitzettende water druppelt tijdens het opwarmen gewoon uit de uitloop van de bijbehorende lagedrukkraan met drie aansluitingen. Herken je dat type aan de drie slangetjes onder het aanrecht, dan hoort er geen ventiel op en mag je er ook geen gewone mengkraan op zetten.
Wanneer je beter een vakman belt
Het vervangen van een overdrukventiel of een inlaatcombinatie is werk dat je met twee sleutels en een emmer prima zelf doet. Er zijn wel situaties waarin je beter stopt en belt.
De eerste is kokend water of stoom uit het ventiel. Dan regelt de thermostaat het vat niet meer af en neemt de beveiliging het over. Haal de stekker eruit, laat afkoelen en laat de thermostaat en de oververhittingsbeveiliging nakijken voordat je het toestel weer gebruikt.
De tweede is lekkage uit het vat zelf in plaats van uit een koppeling. Een doorgeroest of doorgesleten boilervat repareer je niet, dat wordt vervangen, en dan is het meteen het moment om naar de rest van de opstelling te kijken via ons overzicht over boilers en warm water.
De derde is werk aan de leiding vóór de watermeter of aan de hoofdkraan. Dat is terrein van het waterbedrijf en daar blijf je vanaf. Datzelfde geldt voor het aanpassen van de groep in de meterkast achter de hoofdzekering: het stopcontact van de boiler mag je verplaatsen op een bestaande groep, maar de meterkast zelf is werk voor een installateur.
Hangt de boiler hoog aan de wand of op zolder, werk dan vanaf een stevige trap of een rolsteiger en nooit vanaf een keukenstoel of het aanrechtblad. Een vol vat weegt met water erin al snel meer dan je in één beweging kunt opvangen, dus doe dat werk met z'n tweeën.
Verder lezen over dit onderwerp

Boiler aansluiten

Plieger boiler 10 liter
