Vloerverwarming: van vloeropbouw tot het inregelen van de verdeler
Vloerverwarming werkt pas goed als drie dingen kloppen: genoeg buis in de vloer, een verdeler die de juiste temperatuur en doorstroming levert, en een regeling die rekening houdt met de traagheid van de vloer. Blijft de vloer koud, dan zit de oorzaak bijna altijd in de aanvoertemperatuur, in een dichtgedraaid ventiel of in een pomp die op de verkeerde stand staat. Doorspoelen en vervangen komen pas daarna in beeld.
Alle gidsen over vloerverwarming
Vloerverwarming ontluchten
Vloerverwarming ontlucht je groep voor groep en niet in één keer: je zet alle lussen dicht behalve één, laat die…
Vloerverwarming badkamer
Vloerverwarming in een badkamer haalt de kou uit de tegels, maar verwarmt de ruimte in de meeste gevallen niet in…
Fermacell vloerverwarming
Vloerverwarming infrezen in gipsvezelplaten werkt goed zolang je binnen de marges van de plaat blijft: reken op minimaal 25 mm…
Opstookprotocol vloerverwarming
Een opstookprotocol brengt een nieuwe dekvloer met vloerverwarming voor het eerst gecontroleerd op temperatuur, zodat hij niet scheurt en het…
Legplan vloerverwarming
Een legplan is je plattegrond met daarop elke slang ingetekend: waar de verdeler hangt, welke groep welk stuk vloer verwarmt,…
Vloerverwarming wordt niet warm
Een vloer die niet warm wordt heeft bijna altijd een van drie oorzaken: er komt te weinig warmte aan, er…
Pompschakelaar vloerverwarming
Een pompschakelaar is een thermostaatje op de aanvoerleiding dat de pomp van je vloerverwarmingsverdeler alleen laat draaien als er warm…
Flowmeter vloerverwarming
Een flowmeter laat zien hoeveel liter water er per minuut door één vloerverwarmingsgroep loopt. Je gebruikt hem om de groepen…
Honeywell evohome vloerverwarming
Honeywell evohome regelt vloerverwarming per ruimte door de thermische actuators op de verdeler open en dicht te zetten. Bij de…
Gietvloer vloerverwarming
Een gietvloer op vloerverwarming werkt goed, want de laag is maar twee tot drie millimeter dik en houdt bijna geen…
Opstartprotocol vloerverwarming
Een opstartprotocol voor vloerverwarming is de volgorde waarin je de installatie in bedrijf stelt: afpersen, groep voor groep vullen en…
Welke soorten vloerverwarming er bestaan
Vloerverwarming is een verzamelnaam voor systemen die onderling weinig met elkaar te maken hebben. Het eerste onderscheid is watervoerend of elektrisch. Bij watervoerende vloerverwarming, ook watergedragen genoemd, loopt water van een cv-ketel, warmtepomp of stadsverwarming door kunststof buis in de vloer; bij elektrische vloerverwarming ligt er een verwarmingsmat of een verwarmingskabel onder de tegels. Hoe die twee zich verhouden tot radiatoren en de rest van de installatie staat in ons overzicht van verwarming en cv in huis.
Het tweede onderscheid is even bepalend: is het bedoeld als hoofdverwarming of als bijverwarming. Bij bijverwarming liggen de buizen ver uit elkaar, vaak twintig centimeter of meer, en blijven de radiatoren het echte werk doen. Zo'n systeem krijg je achteraf ook niet opgewaardeerd tot hoofdverwarming, want de legafstand ligt vast in de dekvloer.
Er is nog een term die verwarring geeft: infrarood vloerverwarming. Elke vloer die warm wordt straalt infrarood uit, dus dat is geen apart systeem maar een verkoopnaam voor elektrische matten en folies. De ervaring met infrarood vloerverwarming in een badkamer is daarmee simpelweg de ervaring met elektrische vloerverwarming: hoe snel het warm wordt hangt af van het vermogen per vierkante meter en van hoeveel massa er boven de verwarming ligt.
Wil je in een kleine ruimte snel warmte, dan wint een straler boven de spiegel of een infraroodpaneel aan het plafond het van elke vloer. Alles wat achter massa zit heeft tijd nodig en moet dus op een klok, en niet pas aan als je de ruimte binnenloopt.
| Systeem | Waar de verwarming in ligt | Opwarmtijd | Waar het bij past |
|---|---|---|---|
| Watervoerend in de dekvloer | Buis 16 x 2 of 17 x 2 mm in cementdekvloer of anhydriet | 2 tot 6 uur | Hoofdverwarming in nieuwbouw en bij een compleet nieuwe vloer |
| Watervoerend ingefreesd | Buis 14 x 2 of 16 x 2 mm in sleuven in de bestaande dekvloer | 1 tot 3 uur | Hoofdverwarming bij renovatie waar de vloer blijft liggen |
| Droogbouw met noppenplaat | Buis geklemd in een isolerende noppenplaat | 1 tot 3 uur | Renovatie waar hoogte over is en snel gewerkt moet worden |
| Droogbouw met zwaluwstaartplaten | Buis in metalen of houten warmteverdeelplaten | 1 tot 2 uur | Houten verdiepingsvloer en zolder, weinig extra gewicht |
| Elektrische mat in de tegellijm | Verwarmingsmat van 100 tot 160 watt per m2 onder de tegel | 10 tot 30 minuten | Badkamer, toilet en kleine ruimte, meestal als bijverwarming |
| Elektrische kabel in egaline | Kabel in een laag egaline van 8 tot 12 mm | 30 tot 60 minuten | Ruimtes waar de mat te dik is of het patroon vrij moet blijven |
| Verwarmingsfolie onder laminaat of pvc | Dunne folie op de ondervloer, onder een zwevende vloer | 15 tot 30 minuten | Bijverwarming onder een klikvloer, niet onder tegels |
| Heatpipes tussen de vloerbalken | Gesloten buizen die warmte van onderaf naar de vloer brengen | 1 tot 3 uur | Houten vloeren waar je niet in de vloer wilt of kunt werken |
Hoe de vloer boven en onder de buis is opgebouwd
De opbouw van de vloer bepaalt meer over het rendement dan de dikte van de buis of het merk van de verdeler. Onder de buis hoort isolatie, anders verdwijnt een groot deel van de warmte naar de kruipruimte of naar de verdieping eronder. Vloerverwarming zonder isolatie werkt wel, maar zonder vloerisolatie stook je mee voor de zandbodem eronder en wordt de vloer traag.
Bij een opbouw van een betonvloer op zand met vloerverwarming ligt de volgorde vast: schoon zand, een pe-folie als dampscherm, isolatie van eps of pir, dan pas de buis en daarboven de dekvloer. Reflectiefolie onder de buis doet in een dichte vloerpakket weinig, want straling heeft lucht nodig om iets te betekenen. Een folie onder vloerverwarming heeft vooral zin als dampscherm en als scheidingslaag, niet als isolatie.
De buis zelf bind je met tiewraps op staalmatten of op een wapeningsnet, of je klikt hem vast in een noppenplaat. Wil je een bestaande betonvloer isoleren aan de bovenkant, dan gaat de isolatie boven het beton en komt de buis daar weer bovenop, wat je hoogte kost bij deuren en trappen. Op een nehobo vloer of op een lewisplaat werkt dat net zo, alleen let je daar extra op het gewicht dat je toevoegt.
In natte ruimtes zie je in plaats van gewone isolatieplaten vaak een xps-bouwplaat met cementcoating, zoals de platen van Wedi, als drager onder de tegels. Die isoleert, is waterdicht en geeft de mat of de buis een vlakke ondergrond.
Boven de buis wil je genoeg dekking om de warmte te spreiden en te weinig om het traag te maken. Voor een cementdekvloer met vloerverwarming is 45 mm boven de buis de gangbare minimale dikte, wat bij 16 mm buis neerkomt op een totale dekvloer van ongeveer 70 mm. Dikker dan 80 mm boven de buis maakt de vloer zo traag dat regelen bijna niet meer lukt.
Een zwevende dekvloer ligt los van de wanden en op een isolatielaag, met een randstrook langs alle opgaande delen. Vergeet je die randstrook, dan drukt de uitzettende dekvloer tegen de muren en scheurt hij. Bij ingefreesde vloerverwarming smeer je de sleuven dicht met een krimpvrije mortel of met een reparatiemortel die daarvoor bedoeld is, zoals de vulmassa's van Eurocol, en pas als dat droog is ga je egaliseren. Een smeervloer of een gietvloer als dekvloer kan ook, maar let dan op de minimale dikte die de leverancier boven de buis voorschrijft.
| Ondergrond | Zo bouw je op | Waar het misgaat |
|---|---|---|
| Betonvloer op zand, nieuwbouw | Folie, 60 tot 100 mm eps of pir, buis op netten of noppenplaat, 70 mm cementdekvloer | Isolatie te dun kiezen omdat de hoogte op is, daarna nooit meer te herstellen |
| Bestaande dekvloer, renovatie | Sleuven frezen op 10 cm hart op hart, buis erin, dichtzetten met krimpvrije mortel | Frezen in een dekvloer dunner dan 50 mm, dan freest de machine door de vloer heen |
| Broodjesvloer of kanaalplaat | Isolatie boven de vloer, dan buis en zwevende dekvloer van minimaal 70 mm | Direct op de ribben storten, waardoor de warmte in de vloerelementen verdwijnt |
| Kwaaitaalvloer of nehobovloer | Eerst laten beoordelen op betonrot, dan isolatie en zwevende dekvloer erop | Extra gewicht op een vloer waarvan de staat niet is gecontroleerd |
| Houten balklaag beneden | Isolatie tussen de balken, zwaluwstaartplaten of noppenplaat op het beschot | Een natte dekvloer op hout, die gaat werken en scheuren |
| Houten verdiepingsvloer | Droogbouwplaten met warmteverdeelprofielen, daarop een gipsvezelplaat als drukverdeling | Buis in een dunne egalisatielaag op hout, die scheurt bij de eerste stookbeurt |
| Lewisplaten of staalplaatbetonvloer | Buis op de bovenwapening en storten in een keer mee met de vloer | Buis te dicht op de staalplaat, dan gaat de warmte naar beneden |
| Grindvloer of schuimbetonvloer als ophoging | Schuimbeton als isolerende vulling, daarboven een gescheiden dekvloer met de buis | De buis in het schuimbeton leggen, waardoor je hem later nooit meer terugvindt |
| Vloer boven een onverwarmde kelder of garage | Isolatie tegen het plafond van de kelder en isolatie onder de buis, dan pas de dekvloer | Alleen bovenlangs isoleren, waarna het kelderplafond koud blijft en gaat zweten |
| Natte ruimte met xps-bouwplaten | Platen van bijvoorbeeld Wedi of Qboard volvlaks lijmen, mat of buis erop, daarna tegelen | Platen los leggen, waardoor de tegels op een verende ondergrond komen |
| Dunne droogbouwplaat van 10mm | Plaat met warmtegeleidende profielen op de bestaande vloer, buis van 10 of 12 mm erin | De dunste opbouw kiezen terwijl er hoogte genoeg is voor een systeem dat meer afgeeft |
Buismaat, legafstand en het aantal meters dat je nodig hebt
De diameter van de vloerverwarmingsbuis bepaalt hoeveel water erin gaat, hoeveel weerstand een groep geeft en hoe lang je een groep mag maken. In Nederlandse woningen zie je vooral 16 x 2 mm, met 14 x 2 mm bij infrezen en droogbouw en 17 x 2 mm in nieuwbouw met een warmtepomp. Bij een warmtepomp is de keuze tussen 14 of 16 mm vooral een keuze over drukverlies: 14 mm geeft meer weerstand, dus kortere groepen en een pomp die harder moet werken.
Voor het aantal meters buis per vierkante meter geldt een eenvoudige rekenregel: deel honderd door de hart-op-hart afstand in centimeters. Op 10 cm heb je dus ongeveer tien meter buis per vierkante meter nodig, op 15 cm nog geen zeven. Tel daar tien procent bij op voor de bochten en voor de aanloop naar de verdeler.
Het patroon dat je legt heeft ook effect. Een slakkenhuis legt aanvoer en retour steeds naast elkaar, waardoor de vloertemperatuur veel gelijkmatiger is dan bij een meanderpatroon waar de hete aanvoer aan een kant begint. Bij grote glaspartijen leg je de eerste meters in een randzone op 7,5 cm, want daar heb je last van koudeval langs het glas. Hoe je zo'n slakkenhuispatroon uittekent en de groepen verdeelt, staat in de gids over het legplan van je vloerverwarming.
Nog dichter leggen dan die 7,5 cm levert weinig meer op. Bij vloerverwarming op h.o.h. 5 cm gaat er twintig meter buis in een vierkante meter vloer, waardoor een groep van honderd meter nog geen vijf vierkante meter dekt en je dus veel groepen en een bredere verdeler nodig hebt. De afgifte loopt niet evenredig mee, want die wordt begrensd door de vloertemperatuur van maximaal 29 graden in een verblijfsruimte.
Wij gebruiken 5 cm daarom alleen voor een strook van een meter langs een pui of een koudebrug, en houden in de rest van de ruimte 10 cm aan. Wie op een lage aanvoertemperatuur wil stoken, wint meer met isolatie onder de vloer dan met nog meer buis erin.
Houd tussen de buis en de muur ongeveer tien centimeter aan, en meer bij plekken waar later geboord wordt. Leg nooit buis onder een vaste kast waar je later niet bij kunt, en fotografeer de hele vloer voordat de dekvloer erover gaat. Die foto is jaren later meer waard dan welke leidingzoeker ook.
| Buismaat | Binnendiameter | Water per 100 meter | Maximale groepslengte | Waar je hem tegenkomt |
|---|---|---|---|---|
| 14 x 2 mm | 10 mm | circa 8 liter | 80 tot 90 meter | Ingefreesd, droogbouw en kleine ruimtes |
| 16 x 2 mm | 12 mm | circa 11 liter | 100 tot 120 meter | De standaard in dekvloeren |
| 17 x 2 mm | 13 mm | circa 13 liter | 110 tot 130 meter | Nieuwbouw met warmtepomp, minder drukverlies |
| 20 x 2 mm | 16 mm | circa 20 liter | 140 meter en meer | Grote velden en de aanvoer naar de verdeler |
Hoeveel vermogen je per vierkante meter nodig hebt
Bij het bepalen van het vermogen van vloerverwarming gaat het vaak mis doordat er met twee verschillende eenheden wordt gerekend. Een vuistregel van 45 watt per kubieke meter klinkt redelijk, maar bij een plafondhoogte van 2,6 meter komt dat neer op nog geen 18 watt per vierkante meter vloer. Daar verwarm je geen woonkamer mee, en dat verklaart waarom die berekening altijd te laag uitvalt.
Reken daarom per vierkante meter vloer. Bij aanleg houden we 80 tot 100 watt per m2 aan, en in een echt goed geisoleerde woning met een Rc van 5 of hoger mag je zakken naar 60 tot 80 watt per m2. Dat is de afgifte die de vloer moet kunnen leveren, niet het verbruik.
Die afgifte haal je alleen als er genoeg buis in de vloer ligt. Een vloer met buizen op 20 cm haalt bij een aanvoer van 35 graden simpelweg de watt per m2 niet die op papier nodig is, hoe hoog je de thermostaat ook zet. Het antwoord op te weinig vermogen is dus meer buis, niet meer temperatuur.
Wil je het precies weten in plaats van met vuistregels, laat dan een warmteverlies- of transmissieberekening maken. Voor een woning kost dat vaak honderd tot tweehonderd euro en dan weet je per ruimte wat er nodig is, inclusief het effect van glas, kierdichting en ventilatie. Bij een woning met balansventilatie valt dat heel anders uit dan bij een woning met alleen mechanische afzuiging, want die trekt continu koude lucht naar binnen.
| Situatie | Reken op | Legafstand die daarbij past | Aanvoertemperatuur die je nodig hebt |
|---|---|---|---|
| Nieuwbouw, Rc 5 of hoger, drievoudig glas | 60 tot 80 watt per m2 | 10 tot 12,5 cm | 30 tot 35 graden |
| Goed nageisoleerde woning, hr++ glas | 80 tot 100 watt per m2 | 10 cm | 35 tot 40 graden |
| Jaren dertig woning met spouwisolatie en hr++ | 100 tot 120 watt per m2 | 7,5 tot 10 cm | 40 tot 45 graden, vaak met radiatoren erbij |
| Randzone langs een grote glaspui | Tel er 20 tot 30 watt per m2 bij op | 7,5 cm | Gelijk aan de rest van de ruimte |
| Badkamer | 100 tot 130 watt per m2 | 7,5 tot 10 cm | Vaak plus een radiator of elektrische mat |
| Bijverwarming in een oude vloer | 30 tot 50 watt per m2 | 15 tot 20 cm | 45 graden of meer, en dan nog nauwelijks genoeg |
De verdeler: met pomp, zonder pomp, open of gesloten
Een verdeler is niets anders dan een holle buis met kranen erop, met daarboven de aanvoerbalk en daaronder de retourbalk. Wat er verder op zit, bepaalt het type. De begrippen open verdeler en gesloten verdeler worden door leveranciers precies andersom gebruikt, dus het is verstandiger om te praten over een mengverdeler met pomp en een pomploze verdeler. Een gesloten verdeler ombouwen naar een open verdeler komt in de praktijk neer op de pompgroep eraf halen, en dat doe je alleen als de warmtebron zelf de juiste vloertemperatuur al levert.
Een mengverdeler heeft een eigen pomp en een mengventiel met thermostaatknop. Het hete water uit de cv-ketel wordt op de verdeler gemengd met water dat al door de vloer is geweest, zodat de vloer op 35 tot 45 graden blijft terwijl de ketel 70 graden levert voor de radiatoren. Op zo'n verdeler zit ook een maximaalthermostaat die de pomp uitschakelt als het water te warm wordt.
Een pomploze verdeler heeft die beveiliging niet en laat de warmtebron rechtstreeks door de vloer pompen. Dat kan alleen als de bron zelf al de goede temperatuur levert, zoals bij een warmtepomp of een lagetemperatuursysteem. Een open verdeler bij een hybride warmtepomp is prima, maar dezelfde verdeler aan een cv-ketel van 80 graden onder een pvc-vloer is vragen om schade.
Bij een mengverdeler kom je nog het onderscheid hydraulisch neutraal en hydraulisch actief tegen. Neutraal betekent dat de vloer een eigen kringloop heeft waarin af en toe vers warm water wordt binnengelaten, en dat de vloer en de radiatoren elkaar niet beïnvloeden. Actief betekent dat de verdelerpomp zelf ook water uit de ketelleiding trekt, wat helpt als de aanvoer te ver weg zit, maar wat ook stroming door je hele cv-installatie veroorzaakt.
Ligt er nog oude buis zonder zuurstofdichte laag in de vloer, dan hoort er een warmtewisselaar tussen. Zo'n platenwisselaar scheidt het vloercircuit van de rest, zodat de zuurstof die door de buiswand trekt niet bij de stalen radiatoren en de ketel komt.
| Type verdeler | Wat erop zit | Bij welke bron | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Mengverdeler met pomp | Pomp, thermostaatknop, maximaalthermostaat, afsluiters en flowmeters | Cv-ketel die ook radiatoren op hoge temperatuur voedt | De thermostaatknop begrenst de vloer, dus die moet werken |
| Pomploze verdeler | Alleen aanvoer- en retourbalk met inregelventielen | Warmtepomp, stadsverwarming en andere lagetemperatuursystemen | Geen enkele beveiliging tegen te warm water, de bron moet het regelen |
| Ltv-verdeler met instelbare menging | Pomp plus een instelbare bypass tussen aanvoer en retour | Hybride warmtepomp en gecombineerde installaties | De mengverhouding staat vaak af fabriek verkeerd voor jouw situatie |
| Verdeler met warmtewisselaar | Platenwisselaar, eigen pomp, eigen vulpunt en eigen expansievat | Oude vloerbuis die zuurstof doorlaat | Twee gescheiden systemen betekent ook twee keer druk bijhouden |
| Vloerverwarmingsunit in een kast | Complete pompgroep met regeling, kant en klaar aan de wand | Nieuwbouw en renovatie waar snel gemonteerd moet worden | Merkgebonden onderdelen, noteer het type voor je iets bestelt |
| Enkele lus met rtl-ventiel | Thermostatische retourbegrenzer in plaats van een verdeler | Kleine ruimte aan een radiatorleiding, zoals een toilet of hal | Werkt tot ongeveer vijftien vierkante meter, daarboven wordt het niets |
Waar de verdeler hangt en hoe je hem wegwerkt
De plek van de verdeler bepaalt de lengte van je groepen, dus hang hem zo centraal mogelijk in de woning. Een verdeler in een hoek van het huis kost je aan aan- en afvoer al snel tien meter buis per groep, en dat gaat af van de lengte die je in de vloer kwijt kunt. De onderkant van de retourbalk hangt bij voorkeur minimaal dertig centimeter boven de vloer, zodat je de bochten van de buis kunt maken zonder te knikken en er een emmer onder past bij het aftappen.
Vrijwel iedereen wil de verdeler daarna wegwerken. Een ombouw voor de vloerverwarmingsverdeler maak je het handigst als een halve doos: bovenkant, voorkant en een zijkant, die je in zijn geheel over de verdeler schuift. Zo'n omkasting is in een minuut weg als er iets moet gebeuren, en dat is precies wat je wilt bij het onderdeel dat je een keer per jaar moet kunnen bereiken.
Voor de plaatmaterialen geldt: mdf kan, maar multiplex is steviger, is vanaf 18 mm watervast verlijmd en heeft randen die je netjes afwerkt. Mdf-randen blijven pluizig tenzij je ze een paar keer in de primer zet en tussendoor schuurt. Werk je met mdf, kies dan minimaal 12 mm en zet de panelen in verstek zodat je geen kopse kanten in het zicht hebt.
Maak de ombouw een paar centimeter ruimer dan nodig. Wordt de pomp of de hele verdeler ooit vervangen, dan past het nieuwe exemplaar er nog omheen. Aftimmeren met een plaat die je vastschroeft in plaats van vastlijmt houdt die ruimte bereikbaar. En zit de kast klem tegen de plinten, zaag die plinten dan in met een multitool in plaats van de kast smaller te maken.
Inregelen met flowmeters, retourventiel en thermostaatknop
Inregelen betekent dat elke groep de doorstroming krijgt die bij zijn lengte hoort. Zonder die stap loopt bijna al het water door de kortste groep en blijft de langste koud, want water kiest altijd de weg van de minste weerstand. Dat is ook de reden dat vloerverwarming niet overal warm wordt terwijl de aanvoer gewoon heet is.
De flowmeters, ook wel debietmeter of inregelventiel genoemd, zitten meestal op de aanvoerbalk en laten zien hoeveel liter per minuut er door die groep gaat. Een vuistregel: reken op ongeveer 0,25 liter per minuut per tien meter buis bij een temperatuurverschil van tien graden. Een groep van honderd meter komt dan uit rond 2,5 liter per minuut, en een korte groep van veertig meter op ongeveer 1 liter per minuut. Hoe je die ringen afleest en verdraait, staat in de gids over de flowmeter op de verdeler.
Naregeling is precies hetzelfde werk, alleen dan nadat de woning is opgeleverd en je merkt dat de ene ruimte warmer wordt dan de andere. Bij het afstellen van de verdeler geldt dat elke kraan van een groep die je gebruikt gewoon open hoort te staan: de verdeling maak je met de flowmeters en niet door een kraan half dicht te zetten.
Heeft je verdeler geen flowmeters, dan regel je in op temperatuur. Zet alle groepen open, stook het systeem warm en voel of meet de retourbuizen: die horen ongeveer even warm te zijn. Knijp de groepen die het warmst terugkomen met een kwartslag dicht zodat hun debiet daalt, wacht een dag en meet opnieuw. Zonder wachttijd meet je alleen de vorige aanpassing.
Op de retourbalk zit bij veel verdelers een retourventiel of voetventiel onder een zeskantige beschermkap. Daaronder zit een inbuskegel, vaak inbus 8 of 10 in plaats van de 4 of 6 die je verwacht. Draai die eerst dicht en tel je slagen, dan weet je wat de vorige instelling was en kun je altijd terug.
De thermostaatknop op de aanvoerbalk, ook wel de thermostatische regelknop, begrenst de temperatuur van het water dat door de vloer gaat, en bij sommige uitvoeringen zit daar een losse voeler aan die je in de aanvoerbuis klemt. Staat de knop te laag, dan wordt de vloer nooit warm, hoe goed je verder inregelt. Wil je weten of de knop de boosdoener is, haal hem er dan af: de klep gaat dan meestal volledig open. Blijft het pinnetje ingedrukt staan, dan is de klep vastgezet en tik je hem voorzichtig los.
Neem je een installatie voor het eerst in bedrijf, dan hoort daar een vaste volgorde bij van vullen, ontluchten, drukproef en inregelen. Die volgorde staat in de gids over het opstarten van een nieuwe vloerverwarming.
| Groepslengte | Flow om op in te stellen | Retourtemperatuur die daarbij hoort | Ruimte waar dat meestal bij past |
|---|---|---|---|
| 30 tot 40 meter | 0,8 tot 1,0 liter per minuut | 5 tot 8 graden onder de aanvoer | Toilet, hal, kleine badkamer |
| 50 tot 60 meter | 1,2 tot 1,5 liter per minuut | 6 tot 10 graden onder de aanvoer | Slaapkamer of werkkamer |
| 70 tot 80 meter | 1,7 tot 2,0 liter per minuut | 8 tot 12 graden onder de aanvoer | Keuken of een halve woonkamer |
| 90 tot 100 meter | 2,2 tot 2,5 liter per minuut | 10 tot 15 graden onder de aanvoer | Woonkamer, groep in een open ruimte |
| 110 tot 120 meter | 2,7 tot 3,0 liter per minuut | 10 tot 15 graden onder de aanvoer | Grote woonkamer, alleen bij 16 of 17 mm buis |
| Warmtepomp, elke lengte | Hoger instellen dan hierboven | 4 tot 6 graden onder de aanvoer | Elke ruimte in een lagetemperatuursysteem |
De pomp en de stand waarop hij hoort te staan
De vloerverwarmingspomp op de verdeler stuurt het water door de vloer, en de circulatiepomp in de cv-ketel stuurt het water naar de verdeler toe. Die twee zitten elkaar niet in de weg, want een pomp is geen afsluiter: water dat wordt aangeboden gaat er gewoon doorheen. Wordt je aanvoer niet warm, dan zit het probleem dus in het circuit naar de verdeler toe en niet in de vloer.
Moderne pompen met een A-label regelen zichzelf en verbruiken bij vloerverwarming vaak minder dan tien watt. Bij zo'n pomp is een pompschakelaar niet nodig en zelfs onhandig, want die haalt de pomp uit op het moment dat je hem het hardst nodig hebt. Bij een oudere pomp met vaste standen is een schakelaar wel zinvol: die zet de pomp aan zodra de aanvoer ongeveer 28 graden wordt. Hoe je zo'n schakelaar aansluit en instelt, lees je bij de pompschakelaar van de vloerverwarming.
Bij een regelbare pomp kies je tussen constant drukverschil en constant toerental. Voor vloerverwarming is constant drukverschil de stand die de fabrikant aanbeveelt, omdat het buizennet verandert zodra stelmotoren dichtgaan. Zet je hem op constant toerental, dan blijft de pomp doorknallen op een systeem waarvan de helft dicht staat, met stromingsgeluid als gevolg.
Welke van de drie standen je pakt, hangt af van je langste groep. Bij een Wilo Para 25/6 staat het gewoon in de handleiding. Op constant drukverschil is stand I 2 meter opvoerhoogte, stand II 3 meter en daarmee geschikt voor groepen tot ongeveer 90 meter, en stand III 4,5 meter en geschikt tot ongeveer 120 meter. Bij een oudere Grundfos met alleen de standen 1, 2 en 3 kies je een vast toerental, en dan is stand 1 of 2 voor een gemiddelde woning genoeg.
Kijk dus eerst in de handleiding van jouw pomp voordat je een stand van een monteur overneemt. In grotere installaties zit soms nog een aparte drukverschilregelaar in de aanvoer, die hetzelfde doet als de regeling in de pomp: de druk over het net constant houden zodra er groepen dichtgaan. Zit die erin, dan hoef je de pomp zelf niet hoog te zetten.
In de zomer mag de pomp uit. Zet hem dan wel een keer per maand kort aan, of controleer of je pomp een blokkeerbeveiliging heeft die dat zelf doet, want een as die maanden stilstaat kan vastlopen door kalk. Een pomp gaat gemiddeld tien tot twintig jaar mee en het vervangen is een klus van een uur zodra het water eruit is.
| Pompinstelling | Wat hij doet | Wanneer je hem kiest | Waar je aan merkt of het klopt |
|---|---|---|---|
| Constant drukverschil, stand I | Houdt 2 meter opvoerhoogte aan | Kleine installatie, groepen tot 60 meter | Langste groep haalt zijn flow niet |
| Constant drukverschil, stand II | Houdt 3 meter opvoerhoogte aan | Groepen tot ongeveer 90 meter | Meestal de stand die gewoon klopt |
| Constant drukverschil, stand III | Houdt 4,5 meter opvoerhoogte aan | Groepen tot ongeveer 120 meter | Ruisen en fluiten in de leidingen |
| Constant toerental | Draait op een vaste snelheid | Alleen bij een installatie zonder stelmotoren | Stromingsgeluid zodra ruimtes op temperatuur zijn |
| Automatisch of proportioneel | Regelt zelf mee met de vraag | A-label pomp op een moderne verdeler | Zelden mis, laat hem gewoon staan |
| Pomp uit in de zomer | Bespaart een handvol watt | Van mei tot september | Vastgelopen as in het najaar als je hem nooit draait |
Regelen en stoken: thermostaat, zoneklep en traagheid
Vloerverwarming is traag, en dat is de kern van elk regelprobleem. Een vloer met zeventig millimeter dekvloer erboven heeft uren nodig om op te warmen en net zo lang om af te koelen. Nachtverlaging van vier graden werkt daarom averechts: 's ochtends staat de ketel op vol vermogen de vloer in te halen en heb je tot de middag koude voeten.
Zet de thermostaat daarom op een constante temperatuur en verlaag hooguit een halve tot een hele graad. Een weersafhankelijke regeling past nog beter bij vloerverwarming: de aanvoertemperatuur loopt dan mee met de buitentemperatuur en de vloer krijgt vrijwel continu een kleine hoeveelheid warmte, in plaats van korte harde stookmomenten.
Heb je vloerverwarming in een deel van het huis en radiatoren in de rest, dan moet de vloer een eigen warmtevraag kunnen aanmelden. Dat doe je met een zoneklep in de aanvoer naar de verdeler, aangestuurd door de thermostaat van die zone. Zo'n zoneklep is meestal een tweewegklep die alleen open of dicht kan.
Een uitvoering van 230 volt is doorgaans praktischer dan een van 24 volt, want dan heb je geen trafo aan de muur nodig. Zit er een eindschakelaar op de klep, dan kun je daarmee tegelijk de ketel of de pomp een startsignaal geven, zodat de warmte al onderweg is als de klep opengaat. Bij een verdeler die tien meter van de ketel af hangt scheelt dat merkbaar in reactietijd.
Zoneregeling achteraf toevoegen kan ook zonder de vloer open te breken: per groep een stelmotor op de retourbalk en een ruimtethermostaat of slimme knop erbij. Dat werkt met de gangbare systemen van Tado, Honeywell, Nest en Bosch EasyControl, en per ruimte regelen met Honeywell evohome op vloerverwarming is daar een veelgebruikte uitvoering van. Let er wel op dat je nooit alle groepen tegelijk dicht laat gaan.
Gaan alle zones dicht terwijl de ketel of de pomp doorloopt, dan heb je een bypass nodig. Dat is een overstroomventiel tussen aanvoer en retour, dat opengaat zodra de druk te hoog wordt. Plaats hem bij de verdeler of vlak bij de ketel en stel hem net boven de werkdruk van de installatie in. Zonder bypass hoor je de ketel pendelen: aan, snel op temperatuur, uit, en een minuut later weer aan.
Staat er in dezelfde ruimte een houtkachel of een gaskachel, dan wordt regelen lastig. Zo'n kachel warmt de lucht snel op, de kamerthermostaat is tevreden en de vloer krijgt de kans niet om op temperatuur te komen. Een houtkachel aansluiten op de vloerverwarming zelf kan alleen met een kachel met waterreservoir en een buffervat, en dat is installatiewerk.
Zuinig stoken met vloerverwarming komt neer op drie dingen: een lage aanvoertemperatuur, een constante ruimtetemperatuur en groepen die netjes zijn ingeregeld. Elke graad die je van de aanvoer af kunt halen scheelt rendement op de ketel of een betere prestatie van de warmtepomp.
Pendelt je ketel toch nog, dan zit het vaak in de instelling van de ketel zelf. Zet de maximale aanvoertemperatuur voor cv laag genoeg, schakel modulatie in en kijk of de pompnadraaitijd niet op nul staat. De bediening van de thermostaat resetten helpt hier zelden, want de instelling zit in de ketel en niet in de thermostaat. Geeft de ketel daarbij een foutcode, zoek die dan op in onze storingzoeker voor foutcodes voordat je aan de verdeler gaat draaien.
De vloerafwerking die boven de verwarming komt
Alles wat je op de vloer legt werkt als isolatie tussen de buis en de kamer. De gangbare grens is een warmteweerstand van 0,15 m2K/W voor het hele pakket, inclusief ondervloer en lijm. Blijf je daaronder, dan haalt de vloer zijn vermogen; ga je erboven, dan moet de aanvoer omhoog en verlies je precies wat vloerverwarming aantrekkelijk maakt.
Tegels en plavuizen zijn de beste afwerking die er is: ze geleiden goed en houden warmte vast. Gebruik wel een flexibele tegellijm van klasse C2 S1 en verlijm op een ontkoppelingsmat als de dekvloer nieuw is of als er freessleuven in zitten. Tegels die loskomen op vloerverwarming zijn bijna altijd tegels die met standaardlijm rechtstreeks op een werkende dekvloer zijn gezet.
Bij pvc geldt het onderscheid plakken of klikken. Plak-pvc geeft de beste warmteoverdracht en is goedkoper in aanschaf, maar vraagt een vloer die je eerst egaliseert. Klik-pvc is dikker, duurder in de uitvoering die geschikt is voor vloerverwarming, en vraagt nog steeds een vlakke vloer, want anders krijg je de delen niet goed in elkaar en breken de klikverbindingen.
Een tweede ondervloer onder klik-pvc leggen om oneffenheden weg te werken helpt niet en werkt averechts. De ondervloer onder klik-pvc mag niet verend zijn, anders bewegen de delen ten opzichte van elkaar en gaan de kliksloten stuk. Heeft je klikvloer al een geintegreerde ondervloer, laat het daar dan bij en sla ook de dampremmende folie over.
Laminaat, linoleum en houten vloeren kunnen op vloerverwarming, mits de fabrikant het toestaat en de vloertemperatuur onder de 27 graden blijft. Leg laminaat of pvc nooit zomaar over bestaande plavuizen met vloerverwarming zonder na te rekenen wat je aan warmteweerstand toevoegt: twee lagen boven op elkaar tikken snel over de grens heen. Voor een naadloze afwerking is een gietvloer op vloerverwarming geschikt, en ook beton cire kan, zolang de vloer is opgestookt en gedilateerd voordat de coating erop gaat.
Vloerverwarming infrezen in een tegelvloer die blijft liggen kan niet, want er wordt gefreesd in de dekvloer en de tegels moeten er dus eerst af. Wel kun je daarna weer tegelen over de dichtgezette sleuven, zolang je die eerst egaliseert.
Bij elke nieuwe dekvloer geldt: eerst opstoken volgens protocol en pas daarna de afwerking erop. Bij cementdekvloer wacht je ongeveer drie weken en bij anhydriet vaak een week, en daarna voer je de temperatuur trapsgewijs op en weer af. Hoe dat schema er precies uitziet lees je in de gids over het opstookprotocol voor een nieuwe dekvloer.
| Vloerafwerking | Warmteweerstand ongeveer | Geschikt | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Keramische tegel of plavuis | 0,01 tot 0,02 | Ja, de beste keuze | Flexlijm C2 S1 en een ontkoppelingsmat bij een jonge dekvloer |
| Natuursteen | 0,02 tot 0,04 | Ja | Dikkere plakken reageren trager, dus de regeling wat ruimer instellen |
| Gietvloer of beton cire | 0,01 tot 0,03 | Ja | Pas aanbrengen na het opstookprotocol, anders scheurt de coating |
| Plak-pvc van 2 tot 3 mm | 0,01 tot 0,03 | Ja | Vloer moet vlak zijn, dus egaliseren hoort erbij |
| Klik-pvc met geintegreerde ondervloer | 0,04 tot 0,09 | Ja, mits geschikt verklaard | Geen tweede ondervloer, geen verende ondervloer |
| Laminaat 8 mm met ondervloer | 0,08 tot 0,15 | Vaak net, controleer de opgave | Randvoegen aanhouden, de vloer werkt met de temperatuur mee |
| Linoleum op een egale ondergrond | 0,02 tot 0,05 | Ja | Volledig verlijmen, niet zwevend leggen |
| Massief hout of parket | 0,05 tot 0,15 | Alleen als de fabrikant het toestaat | Vloertemperatuur onder 27 graden houden, anders krimpnaden |
| Tapijt of vinyl met vilt | 0,15 en hoger | Meestal niet | Boven de grens, de vloer haalt het vermogen niet meer |
| Granito of gegoten terrazzo | 0,01 tot 0,03 | Ja, bij een nieuw aangebrachte vloer | Dilatatievoegen uit de dekvloer overnemen, anders scheurt het veld |
| Marmoleum van 2 tot 2,5 mm | 0,02 tot 0,03 | Ja | Volledig verlijmen op een geegaliseerde ondergrond, niet zwevend leggen |
| Vinylzeil op rol zonder viltrug | 0,02 tot 0,05 | Ja | Zeil met een schuim- of viltrug valt af, dat isoleert te veel |
Onderhoud, storingen en hoe lang een vloerverwarming meegaat
De buis in de vloer is meestal het onderdeel dat het langst meegaat. Kunststof vloerverwarmingsbuis met een zuurstofdichte laag houdt het bij normale temperaturen decennia vol, en installaties van dertig jaar oud die nog gewoon werken zijn geen uitzondering. Wat eerder opgeeft zijn de pomp, de stelmotoren en de kunststof koppelingen op de verdeler.
Bij oudere systemen is de vraag niet zozeer of de buis lekt, maar of hij zuurstof doorlaat. Grijze of zwarte slang uit de jaren tachtig en negentig heeft die zuurstofdichte laag vaak niet. Tap dan eens een emmer af: is het water bruin, dan lost er ijzer op in je installatie en tast dat op termijn de ketel, de pomp en de radiatoren aan. De oplossing is niet de vloer eruit, maar het vloercircuit scheiden met een platenwisselaar.
Doorspoelen van vloerverwarming is populair als eerste stap, maar het is bijna altijd de laatste. Kijk eerst de thermostaatknop na, dan de stelmotoren, dan de retourventielen en dan de pomp. Pas als die allemaal in orde zijn en er nog steeds groepen koud blijven, is vuil in de buis een aannemelijke verklaring. Wat je bij een koude vloer stap voor stap nagaat, staat in de gids over vloerverwarming die niet warm wordt.
Ga je toch spoelen, doe het dan per groep en niet via de aanvoer en retour van de verdeler. Spoel je via de hoofdaansluiting, dan loopt het water via de balken meteen weer naar buiten en komt het nooit in de vloer. Sluit een tuinslang aan op de vulkraan van een balk, zet alle groepen dicht, open er een en laat het water via de aftapkraan van de andere balk in een emmer lopen tot het schoon is.
Is een groep kapot of lek, dan kun je die groep afsluiten en afdoppen op de verdeler en met de rest gewoon doorstoken. Zet de groepsafsluiter op beide balken dicht en draai er een blindkap op, zodat je hem bij het inregelen niet per ongeluk weer opent.
Is een groep echt verstopt en komt er ook met een tuinslang niets doorheen, dan helpt een spoelmachine die met water en perslucht pulseert wel. Die huur je of laat je komen, want zelf een compressor op je vloerverwarming zetten loopt zelden goed af.
Haal daarbij de flexibele slangen niet zomaar van de verdeler af. Die krimpen zodra je ze loskoppelt en dan krijg je ze niet meer op hun plek terug. Bijvullen doe je via het vulpunt van de cv-installatie, tot de druk koud tussen 1,5 en 2,0 bar staat. Wat die druk voor jouw woning precies moet zijn, reken je uit met onze hulp om de juiste cv-druk te bepalen.
Blijft de druk zakken zonder zichtbare lek, kijk dan eerst naar het expansievat en het overdrukventiel voordat je aan de vloer denkt. Loopt de druk juist steeds op, dan is het expansievat vaak vol water gelopen en blaast het overstortventiel af. Wil je een nieuwe vloer testen op lekkage, zet hem dan met een drukmeter een dag op druk voordat de dekvloer erover gaat. De temperatuurmeter op de verdeler vertelt je ondertussen meer dan wat je met je hand voelt.
Zit er lucht in het systeem, dan hoor je dat als klotsen of ruisen in de verdeler en zie je het aan een ontluchtingsventiel dat blijft sissen. Hoe je die lucht eruit krijgt, staat bij het ontluchten van de vloerverwarming.
| Wat je merkt | Waar de oorzaak meestal zit | Wat je eerst doet |
|---|---|---|
| Aanvoer op de verdeler wordt niet warm | Zoneklep, cv-instelling of te weinig stroming vanuit de ketel | Meet de leiding boven de thermostaatknop, is die heet dan zit het in de verdeler |
| Aanvoer warm, retour blijft lauw | Retour- of voetventiel te ver dichtgedraaid | Zeskantkap eraf, inbuskegel tellend dichtdraaien en dan gedoseerd openen |
| Een groep blijft koud, de rest werkt | Stelmotor die niet opent, of die groep is niet ingeregeld | Stelmotor eraf halen, ventielpen indrukken en kijken of hij terugveert |
| De verste delen van de vloer blijven koud | Te lage flow, te veel drukverlies of vuil in die groep | Flow verhogen, pas daarna spoelen |
| Ruisen, fluiten of piepen in de vloer | Lucht in het systeem of een pomp die te hoog staat | Ontluchten en de pomp op constant drukverschil zetten |
| Kloppend geluid bij het opwarmen | Buis of dekvloer die klem zit tegen een muur of leiding | Randstrook controleren op de plek waar het geluid vandaan komt |
| Druk zakt elke week | Expansievat leeg, overstortventiel lekt of er is een lek | Voordruk van het expansievat meten met de installatie drukloos |
| Bruin water bij het aftappen | Zuurstofdiffusie door oude buis, het ijzer in de installatie lost op | Vloercircuit scheiden met een warmtewisselaar |
| Extreem hoog gasverbruik | Buizen te ver uit elkaar, aanvoer te hoog of nachtverlaging op een traag systeem | Aanvoertemperatuur verlagen en de nachtverlaging eruit halen |
| Vloerverwarming blijft verwarmen terwijl de thermostaat uit staat | Stelmotor die open blijft hangen of een zoneklep die niet dichtvalt | Stroom eraf halen en kijken of het ventiel binnen vijf minuten sluit |
Storingzoeker
Kies het merk, vul de code in en zie wat er aan de hand is, wat je zelf kunt doen en wanneer je moet bellen. Bekijk alle gegevens
| Merk | Code | Wat er aan de hand is | Wat je zelf kunt doen | Bellen of niet |
|---|---|---|---|---|
| Intergas | 1 | De ketel wordt te warm, de aanvoertemperatuur loopt te hoog op | Controleer de waterdruk en ontlucht de radiatoren. Te weinig water of lucht in de installatie is de gewone oorzaak. | Blijft hij terugkomen: monteur |
| Intergas | 2 | Storing in de aanvoer- of retoursensor | Reset de ketel een keer. Herhaalt de code zich, dan is de sensor of de bedrading het probleem. | Monteur |
| Intergas | 3 | De maximaalthermostaat heeft ingegrepen | Controleer druk en doorstroming, ontlucht de installatie. | Blijft het: monteur |
| Intergas | 4 | Geen vlamsignaal, de ketel krijgt het vuur niet aan | Kijk of de gaskraan open staat en of andere gastoestellen het doen. Reset daarna een keer. | Doet gas het wel: monteur |
| Intergas | 5 | Slecht of wegvallend vlamsignaal | Reset een keer. Vaak vervuilde ionisatiepen of ontsteking. | Monteur |
| Intergas | 6 | Fout in de vlamdetectie | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 7 | Probleem met de rookgasafvoer of de uitlaatgassensor | Kijk of de afvoer buiten vrij is en niet verstopt zit door een vogelnest of blad. | Monteur, dit raakt de veiligheid |
| Intergas | 8 | Het ventilatortoerental klopt niet | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 10 tot en met 14 | Sensorfout of storing in de installatie, bijvoorbeeld een defecte stromingsschakelaar, draadbreuk of lucht in de installatie | Controleer de waterdruk en ontlucht grondig, van laag naar hoog. | Blijft het: monteur |
| Nefit | A01 | Geen vlam of vlam valt weg | Controleer of de gaskraan open staat en of de druk goed is, reset daarna een keer. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | C6 | De ventilator draait niet op het juiste toerental | Reset een keer. | Monteur |
| Nefit | D1 | Te weinig waterdruk in de installatie | Bijvullen tot de juiste druk voor jouw bouwhoogte, daarna ontluchten. | Zelf te doen |
| Nefit | EA | Vlam wordt niet waargenomen | Reset een keer. Kijk of andere gastoestellen werken. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | F0 of F7 | Interne storing in de besturing | Reset een keer, haal eventueel kort de stroom eraf. | Monteur |
| Remeha | Reset knop | Vergrendelde storing | Houd de resetknop ingedrukt tot het display reageert. Noteer eerst de code voordat je reset. | Afhankelijk van de code |
| Remeha | E00 | Aanvoersensor defect of niet aangesloten | Reset een keer. | Monteur |
| Remeha | E01 | Te weinig waterdruk of geen doorstroming | Bijvullen en ontluchten. | Zelf te doen |
| Remeha | E04 | Geen vlam bij het opstarten | Gaskraan controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.22 | Te weinig water in de ketel, droogkookbeveiliging | Bijvullen tot de juiste druk en ontluchten. | Zelf te doen |
| Vaillant | F.28 | Ontsteking mislukt bij het opstarten | Gastoevoer controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.75 | Drukverschil niet herkend, vaak de pomp of het expansievat | Controleer of de druk sterk schommelt bij het opstarten. | Monteur, meestal het expansievat |
| AWB | Vlamstoring | Geen ontsteking | Gaskraan open, druk controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Bosch vaatwasser | E15 | Water in de lekbak onderin, de vlotterbeveiliging staat aan | Kantel het apparaat voorzichtig naar achteren zodat het water uit de bak loopt, zet hem terug en start opnieuw. Zoek daarna waar het water vandaan kwam. | Blijft het terugkomen: monteur |
| Bosch vaatwasser | E24 of E25 | Water loopt niet weg, afvoer verstopt | Maak het zeef en de pompfilter schoon, controleer de afvoerslang op een knik en de sifonaansluiting op een dop die er nog in zit. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E22 | Filters verstopt | Zeven eruit en schoonmaken. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E09 | Verwarmingselement defect, water wordt niet warm | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Siemens vaatwasser | E15 | Water in de lekbak, vlotterbeveiliging actief | Zelfde aanpak als bij Bosch: voorzichtig kantelen, water eruit, terugzetten en opnieuw starten. | Blijft het: monteur |
| Siemens vaatwasser | E24 | Afvoer geblokkeerd | Zeven en pompfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| Siemens vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de startknop ongeveer drie tot vijf seconden ingedrukt tot het programma terugspringt, of haal de stekker er een minuut uit. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i20 of 20 | Afvoerprobleem, water loopt niet weg | Filters en pomp schoonmaken, afvoer controleren. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i30 of 30 | Water in de bodembak, lekkage gedetecteerd | Kantelen om het water eruit te laten en de oorzaak zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de programmaknop en de startknop samen enkele seconden ingedrukt. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F11 | Water loopt niet weg | Filters en afvoerpomp schoonmaken. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F70 | Vlotter of niveaubeveiliging | Controleer op lekkage onderin. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E18 of F18 | Water loopt niet weg | Pluizenzeef vooronder schoonmaken en de afvoerslang controleren. | Zelf te doen |
| Bosch wasmachine | F21 | Motorstoring, trommel draait niet | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E23 | Water in de lekbak | Machine kantelen om het water eruit te laten, daarna de lekkage zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG wasmachine | E20 | Afvoerprobleem | Pluizenfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| AEG wasmachine | E40 | Deur niet goed dicht | Deur opnieuw sluiten, controleer of er was tussen zit. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 1 keer | Reservoir warmt op of komt uit een stroomonderbreking | Wacht ongeveer tien minuten tot hij op temperatuur is. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 2 keer | Reservoir bereikt de temperatuur niet | Haal de stekker er een minuut uit en zet hem terug. Blijft het knipperen, dan is er meestal een onderdeel defect. | Blijft het: monteur |
| Quooker | Knippert 3 keer | Storing in de temperatuursensor | Een keer stroomloos maken. | Monteur |
| Quooker | Geen kokend water, wel gewoon water | Reservoir uit of niet op temperatuur | Controleer of de stekker in het stopcontact zit en of de groep niet is uitgevallen. | Zelf te doen |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Hoe lang gaat vloerverwarming mee?
Hoelang vloerverwarming meegaat, hangt af van welk onderdeel je bedoelt. De buis in de vloer gaat het langst mee. Kunststof vloerverwarmingsbuis met een zuurstofdichte laag houdt bij normale aanvoertemperaturen decennia stand, en installaties van dertig jaar oud die nog probleemloos werken kom je regelmatig tegen. De levensduur van de slangen is dus zelden de reden om te vervangen. Wat eerder opgeeft is de techniek op de verdeler: een pomp gaat tien tot twintig jaar mee, stelmotoren vaak tien tot vijftien jaar en kunststof koppelingen worden na twintig jaar bros.
Wanneer moet je vloerverwarming vervangen?
Vervangen is aan de orde als het systeem principieel niet kan leveren wat je wilt, niet als het oud is. Ligt de buis op twintig centimeter hart op hart omdat het als bijverwarming is aangelegd, dan maak je daar met geen enkele instelling hoofdverwarming van. In dat geval is een nieuwe vloerverwarming infrezen in de bestaande dekvloer op tien centimeter meestal goedkoper dan de hele vloer eruit halen, en de oude buizen kunnen gewoon blijven liggen. Lekt er een buis, dan is vervangen zonder breken soms mogelijk door die ene groep af te doppen en de rest te blijven gebruiken.
Hoeveel watt per m2 heeft vloerverwarming nodig?
Reken bij aanleg op 80 tot 100 watt per m2 als afgifte van de vloer. In een woning met een Rc van vijf of hoger, drievoudig glas en goede kierdichting kun je zakken naar 60 tot 80 watt per m2. In een jaren dertig woning die alleen spouwisolatie en dubbel glas heeft, kom je eerder op 100 tot 120 watt per m2 uit en heb je vaak radiatoren erbij nodig. Voor de badkamer wordt vaak 100 tot 130 watt per m2 aangehouden, omdat je daar hogere comforttemperaturen wilt.
Hoeveel liter water zit er in vloerverwarming?
Dat reken je uit met de binnendiameter van de buis en het aantal meters. Bij 14 x 2 mm buis zit er ongeveer 8 liter in honderd meter, bij 16 x 2 mm ongeveer 11 liter en bij 20 x 2 mm rond de 20 liter. Bij een legafstand van tien centimeter ligt er tien meter buis per vierkante meter, dus met 16 mm buis komt dat neer op ongeveer een liter water per vierkante meter vloer. Voor tachtig vierkante meter zit er dan zo'n tachtig liter alleen al in de vloer, wat meteen verklaart waarom opwarmen uren duurt.
Welke stand moet de pomp van de vloerverwarming hebben?
Kies bij een regelbare pomp constant drukverschil en niet constant toerental, want het buizennet verandert steeds doordat stelmotoren open en dicht gaan. De stand hangt af van je langste groep. Bij een veelgebruikte regelpomp geldt: stand I is 2 meter opvoerhoogte, stand II is 3 meter en past bij groepen tot ongeveer negentig meter en stand III is 4,5 meter en past bij groepen tot ongeveer honderdtwintig meter. Bij een oudere pomp met de standen 1, 2 en 3 zonder regeling is stand 1 of 2 voor een gemiddelde woning genoeg, en fluiten in de leidingen betekent dat je te hoog zit.
Moet de pomp van de vloerverwarming altijd draaien?
Nee, maar het onderscheid zit in het type pomp. Een moderne pomp met A-label regelt zichzelf en verbruikt bij vloerverwarming vaak minder dan tien watt, en die laat je gewoon meelopen met de warmtevraag. Bij zo'n pomp is een pompschakelaar niet nodig en zelfs onhandig. Bij een oudere pomp met vaste standen is een schakelaar wel zinvol: die zet de pomp aan zodra de aanvoerleiding ongeveer 28 graden wordt. In de zomer mag de pomp uit, maar draai hem dan een keer per maand kort aan zodat de as niet vastloopt.
Moet het retourventiel van de vloerverwarming open of dicht staan?
Het retourventiel of voetventiel hoort in een tussenstand te staan, niet vol open en niet dicht. Het regelt hoeveel water er vanuit de warmtebron door de verdeler stroomt en daarmee de temperatuur die je op de vloer haalt. Draai hem eerst helemaal dicht en tel de slagen, zodat je weet hoe hij stond, en open hem daarna met halve slagen. Te ver open geeft een ongewenste stroming door je hele cv-installatie en bij sommige verdelers loopt de kegel er dan zelfs uit.
Hoe stel ik de flowmeters van de vloerverwarming in?
Stel per groep de flow in die bij de lengte van die groep hoort, want een korte groep heeft minder nodig dan een lange. Als vuistregel reken je op ongeveer 0,25 liter per minuut per tien meter buis, dus een groep van honderd meter komt uit rond 2,5 liter per minuut en een groep van veertig meter op ongeveer 1 liter per minuut. Bij een warmtepomp zet je alles hoger in, want daar werk je met een temperatuurverschil van vier tot zes graden in plaats van tien. Heb je geen flowmeters, regel dan in op retourtemperatuur en geef het systeem na elke aanpassing een dag om zich in te stellen.
Moet er folie onder vloerverwarming?
Een folie onder vloerverwarming heeft zin als dampscherm en als scheidingslaag tussen de isolatie en de dekvloer, niet als isolatie op zichzelf. Reflectiefolie doet in een dicht vloerpakket vrijwel niets, want straling heeft een luchtspouw nodig om iets te betekenen. Wat wel telt is de isolatielaag eronder: zonder eps of pir van zestig tot honderd millimeter zakt een groot deel van de warmte naar de kruipruimte in plaats van naar je kamer. Vloerverwarming zonder isolatie werkt wel, maar je stookt dan mee voor de bodem eronder en de vloer wordt traag.
Hoe diep moet vloerverwarming liggen?
Bij een cementdekvloer wordt meestal 45 millimeter dekking boven de buis aangehouden, wat met 16 mm buis neerkomt op een dekvloer van ongeveer zeventig millimeter. Minder dekking geeft strepen in de vloer en het risico dat je de buis raakt bij het boren, meer dan tachtig millimeter boven de buis maakt het systeem zo traag dat regelen bijna niet meer lukt. Bij ingefreesde vloerverwarming ligt de buis veel ondieper, soms nog geen centimeter onder het oppervlak, en dat maakt boren en tegels weghalen tot precisiewerk.
Hoe spoor ik vloerverwarming op voordat ik ga boren?
Stook de vloer een uur op en loop er dan overheen met een infraroodthermometer of een warmtebeeldcamera. Vloerverwarming detecteren met warmte werkt beter dan met welk apparaat ook: de banen tekenen zich duidelijk af en je ziet meteen de hart-op-hart afstand. Een leidingzoeker met een stand voor kunststof buis werkt ook, maar is minder betrouwbaar dan warmte. Markeer de banen met tape en boor er ruim tussenin. Vloerverwarming opsporen zegt overigens niets over de diepte, dus houd bij een ingefreesde vloer aan dat je hooguit tien millimeter mag boren. Heb je toch een buis geraakt, tap dan meteen af en werk met een reparatiekoppeling, en leg vast waar die koppeling zit voordat je de vloer weer dichtmaakt.
Mag er vloerverwarming onder de douche of in een inloopdouche?
Ja, en het is prettig, want je wilt warme voeten tijdens het douchen en niet alleen erna. Houd de verwarming alleen weg bij de goot of de doucheput zelf: die staat door de warmte binnen de kortste keren droog en dan gaat de sifon stinken. In de douchehoek zelf mag de verwarming gewoon doorlopen. Kalkaanslag krijg je door vloerverwarming niet meer dan zonder, het water verdampt alleen sneller, dus de vloer natrekken met een vloertrekker blijft even zinvol als altijd. Meer over de opbouw en de keuzes in een natte ruimte staat bij vloerverwarming in de badkamer.
Mag elektrische vloerverwarming in het douchegedeelte liggen?
Elektrische vloerverwarming mag in een badkamer worden toegepast, ook in de zone rond de douche, mits het systeem daarvoor geschikt is en volgens de installatievoorschriften wordt aangesloten. Dat betekent een aangesloten aardscherm rond de mat, een eigen groep en een aardlekschakelaar van 30 milliampere. De sensor die de vloertemperatuur meet leg je midden tussen twee verwarmingsdraden in een flexibele buis, zodat je hem later kunt vervangen zonder de tegels eraf te halen. Twijfel je over de aansluiting in de meterkast, laat dat deel dan door een installateur doen.
Kun je vloerverwarming uitzetten in een slaapkamer of in de zomer?
Dat kan, maar bedenk hoe traag het systeem is. Een groep helemaal dichtzetten betekent dat die ruimte een halve dag nodig heeft om weer op temperatuur te komen, dus voor een slaapkamer die je af en toe gebruikt is een paar graden lager instellen praktischer dan helemaal uit. In de zomer mag alles dicht en de pomp uit, zolang je de pomp een keer per maand even laat draaien. Zet je een groep permanent dicht, houd er dan rekening mee dat de flow door de overige groepen toeneemt en je die opnieuw wilt inregelen.
Wat is een bypass bij vloerverwarming en waar plaats je die?
Een bypass is een overstroomventiel tussen aanvoer en retour dat opengaat als alle groepen of alle zoneklepen dicht staan terwijl de pomp doorloopt. Zonder die verbinding heeft de pomp geen weg en loopt de druk op, met stromingsgeluid en een pendelende ketel als resultaat. Je plaatst hem bij de verdeler of vlak bij de ketel en stelt hem net boven de normale werkdruk van de installatie in. Bij een moderne ketel met een modulerende pomp en een verdeler waar altijd minstens een groep openstaat, is een bypass vaak niet nodig.
Wat is een rtl-ventiel en wanneer gebruik je er een?
Een rtl-ventiel is een thermostatische retourbegrenzer waarmee je een enkele lus vloerverwarming rechtstreeks op een radiatorleiding hangt, zonder verdeler. Het ventiel knijpt de doorstroming zodra het retourwater boven de ingestelde waarde komt, meestal tussen de 30 en 40 graden, zodat de vloer niet te warm wordt. Dat werkt goed in een toilet, een hal of een kleine badkamer tot ongeveer vijftien vierkante meter. Voor een woonkamer is het niets, want de doorstroming is te beperkt om er echt vermogen doorheen te krijgen.
Vloerverwarming infrezen of de dekvloer verwijderen?
Infrezen is sneller, goedkoper en je woont er meteen weer op, maar het heeft twee nadelen. Je kunt geen isolatie meer toevoegen onder de buis, en de buis ligt zo ondiep dat boren en tegels weghalen daarna riskant is. De dekvloer eruit halen en opnieuw storten is fors duurder en kost weken, maar geeft ruimte voor isolatie en een dekking van 45 millimeter boven de buis. Ligt er nog geen isolatie onder je vloer, dan weegt dat vaak zwaarder dan het prijsverschil, dus vraag beide varianten offerte-gewijs op voordat je iets sloopt.
Wat is het verschil tussen infrezen en matten of noppenplaten?
Bij infrezen zaag je sleuven in de bestaande dekvloer en gaat er niets aan hoogte verloren. Bij droogbouw met noppenplaten of zwaluwstaartplaten bouw je juist een nieuwe laag op, meestal twintig tot veertig millimeter, en dat kost hoogte bij deuren en trappen. Droogbouw heeft als voordeel dat er isolatie onder zit en dat het systeem sneller reageert, en het is de gebruikelijke keuze op een houten verdiepingsvloer. Het nadeel van noppenplaten is dat de warmteafgifte per vierkante meter iets lager ligt dan bij buis in een dekvloer, tenzij je met metalen warmteverdeelplaten werkt.
Kan er vloerverwarming op een houten vloer of op de eerste verdieping?
Dat kan, maar op de 1e verdieping meestal niet met een natte dekvloer. Op een houten balklaag of houten verdiepingsvloer werk je met droogbouwplaten, zwaluwstaartplaten of buis tussen de balken met warmteverdeelprofielen, zodat je geen tonnen gewicht en geen vocht op het hout brengt. Het nadeel van vloerverwarming op een houten vloer is dat hout isoleert en werkt: de afgifte is lager en het hout krimpt als je de vloertemperatuur boven de 27 graden laat komen. Een droogbouwsysteem met gipsvezelplaten als afdeklaag, zoals de systemen op basis van Fermacell platen voor vloerverwarming, is hier de gebruikelijke route.
Waarom pendelt mijn cv-ketel op vloerverwarming?
Pendelen betekent dat de ketel meer vermogen kan leveren dan de installatie op dat moment kan afnemen: hij komt snel op temperatuur, valt uit en start een minuut later weer. Bij vloerverwarming komt dat meestal doordat de aanvoertemperatuur van de ketel te hoog staat, doordat er te weinig groepen openstaan of doordat er geen bypass is. Zet de maximale cv-aanvoertemperatuur lager, controleer of de ketel moduleert en of de pompnadraaitijd niet op nul staat. Geeft de ketel daarbij een code, zoek die dan eerst op in onze storingzoeker voor cv-foutcodes.
Waarom is mijn gasverbruik zo hoog met vloerverwarming?
De meest voorkomende oorzaak is een legafstand die te ruim is, waardoor de massa tussen de buizen lang moet worden opgewarmd en die stooktijd energie kost. Daarnaast zie je het bij installaties waar de aanvoertemperatuur veel hoger staat dan nodig, en bij thermostaten met een flinke nachtverlaging op een traag systeem. Controleer ook of de pomp op de verdeler niet het hele jaar op maximaal toerental staat te draaien. Zet de aanvoertemperatuur zo laag als comfortabel is, haal de nachtverlaging eruit en regel de groepen fatsoenlijk in.
Airco of vloerverwarming, of allebei?
Ze doen iets anders. Vloerverwarming geeft een gelijkmatige basiswarmte met een lage aanvoertemperatuur en is traag; een lucht-luchtwarmtepomp warmt een ruimte binnen een kwartier op maar geeft luchtbeweging en een minder gelijkmatig gevoel. Verwarmen met airco en vloerverwarming naast elkaar werkt goed als je de vloer de basis laat leveren en de airco de pieken en de tussenseizoenen. Wil je met vloerverwarming ook koelen, dan kan dat via een warmtepomp met koelfunctie, maar dan heb je dauwpuntbewaking nodig, want anders slaat er condens op de vloer. De kosten van koeling via de vloer zitten vooral in die koelmodule en de regeling, niet in de vloer zelf, want de buis ligt er al.
Wat is delta T bij vloerverwarming?
Delta T is het temperatuurverschil tussen de aanvoer en de retour van een groep. Bij een installatie op een cv-ketel wordt vaak met tien graden gerekend, dus aanvoer 40 en retour 30. Bij een lagetemperatuursysteem met een warmtepomp werk je juist met vier tot zes graden verschil, want de warmtepomp draait het efficiëntst met een kleine delta T en een hogere flow. Dat verschil bepaalt direct hoeveel liter per minuut je op de flowmeters instelt: hoe kleiner de delta T, hoe meer water er rond moet.
Kan ik bestaande vloerverwarming uitbreiden of elektrisch maken?
Uitbreiden kan als je verdeler nog vrije aansluitingen heeft en de pomp de extra weerstand aankan. Zit de verdeler vol, dan is een tweede verdeler plaatsen praktischer dan een bestaande groep verlengen, want een langere groep gaat ten koste van de doorstroming. Watervoerende vloerverwarming elektrisch verwarmen kan met een doorstroomverwarmer of een elektrische unit die het vloercircuit voedt. Reken dan eerst uit wat dat aan vermogen en stroom vraagt: honderd vierkante meter vloer op tachtig watt per m2 is acht kilowatt, en dat past niet zomaar in een bestaande aansluiting.
Waarom maakt mijn vloerverwarming geluid, en waarom piept of fluit hij?
Klotsen en ruisen komen van lucht in het systeem, en dat verdwijnt na goed ontluchten bij de verdeler en bij het hoogste punt van de installatie. Fluiten of sissen komt bijna altijd van een ventiel dat te ver dichtstaat terwijl de pomp op een hoge stand draait: zet de pomp op constant drukverschil en een stand lager. Een kloppend of tikkend geluid tijdens het opwarmen is de dekvloer die uitzet en ergens klem zit, meestal langs een muur waar de randstrook ontbreekt. Dat laatste hoor je alleen bij het opstoken en niet als de vloer eenmaal op temperatuur is.
Maakt het merk van de verdeler of de vloerverwarming veel uit?
Voor de werking veel minder dan mensen denken, voor de onderdelen des te meer. Namen als WTH, Therminon, Briljant, Albrand en Warp kom je in Nederlandse woningen regelmatig tegen, en bij elektrische systemen zijn Magnum, Veria en AEG bekende namen. Verdelers en pompgroepen kom je verder tegen onder namen als Watts, Robot en Plieger, tot aan de mini verdeler voor een enkele groep toe. Zoek je een review van een bepaald systeem of ervaringen van andere bewoners, houd er dan rekening mee dat die verhalen vooral gaan over de installateur en de instellingen, en zelden over de fabrikant. Wat telt is niet de naam maar wat er op het typeplaatje staat: de buismaat, de aansluitmaat van de koppelingen, de spanning van de stelmotoren en of die normaal gesloten of normaal geopend zijn. Noteer die gegevens voordat je een onderdeel bestelt, want daar zit het verschil dat je in de winkel tegenkomt.
Kun je vloerverwarming voeden met een zonneboiler of zonnecollectoren?
Zonnecollectoren op het dak leveren water van dertig tot vijftig graden en dat past qua temperatuur precies bij vloerverwarming. Het probleem is de timing: de opbrengst is het hoogst in de zomer en je warmtevraag in de winter, dus zonder een flink buffervat haal je er in het stookseizoen weinig uit. Een zonneboiler wordt daarom vrijwel altijd op het tapwater gezet en niet op de vloer. Wil je het toch combineren, laat dan het vloercircuit via een warmtewisselaar scheiden en zorg dat de cv-ketel of de warmtepomp naadloos kan bijspringen.
Wat is een goede vloertemperatuur en op hoeveel graden zet je de thermostaat?
Voor de vloer zelf wordt in verblijfsruimtes een oppervlaktetemperatuur van maximaal 29 graden aangehouden en in de randzone langs de gevel iets meer. Onder hout, laminaat en pvc houd je 27 graden aan als bovengrens, anders krimpt en werkt de afwerking. De kamerthermostaat zet je bij vloerverwarming het beste op een vaste waarde, bijvoorbeeld 20 graden, en laat je daar staan. Constant stoken op een lage aanvoertemperatuur geeft bij dit type verwarming meer comfort en een lager verbruik dan pieken en dalen.
Waarom werkt de vloerverwarming op de bovenverdieping niet?
Kijk eerst of die groepen op dezelfde verdeler zitten als beneden of op een tweede verdeler op zolder. Bij een aparte verdeler is het vaak een eigen pomp die niet meeschakelt of een zoneklep die dicht blijft, en dan wordt de aanvoerleiding naar boven ook niet warm. Hangen de groepen aan dezelfde verdeler, dan is het meestal een inregelkwestie: het water kiest de korte weg beneden en de lange lus naar boven krijgt te weinig. Zet de groepen van de begane grond een uur dicht en kijk of het boven dan wel warm wordt, want dan weet je dat het aan de verdeling ligt en niet aan vuil in de buis. Verder zoeken doe je met de volgorde uit de gids over een vloer die koud blijft.
Kun je heteluchtverwarming vervangen door vloerverwarming?
Dat kan, en in woningen uit de jaren zestig en zeventig met luchtkanalen in de vloer is het een gebruikelijke stap. Let op drie dingen. De kanalen liggen vaak in of onder de dekvloer, dus pas na een proefsleuf weet je hoeveel massa er over is om in te frezen. De luchtverwarming verzorgde ook de luchtverversing, dus na de ombouw heb je mechanische afzuiging of balansventilatie nodig, anders wordt het vochtig in huis. En de warmtebron verandert mee: een luchtverwarmer werkt met hoge temperaturen, terwijl vloerverwarming om 35 tot 45 graden vraagt, dus er komt een ketel of warmtepomp met bijbehorende regeling bij. Grijp de verbouwing aan om de vloer meteen te isoleren, want de ruimte van de oude kanalen is daar precies geschikt voor.
Kun je vloerverwarming voeden met een doorstroomboiler of een close-in boiler?
Een close-in boiler onder het aanrecht is bedoeld voor tapwater, heeft een inhoud van vijf tot vijftien liter en een vermogen rond de twee kilowatt. Dat is te weinig voor zelfs een kleine vloerverwarmingsgroep, en het mengt drinkwater met cv-water, wat niet is toegestaan. Een elektrische doorstroomboiler die voor cv is gemaakt kan wel: die zet je in het vloercircuit met een eigen pomp en een eigen expansievat. Reken dan eerst het vermogen uit, want vijftig vierkante meter vloer op tachtig watt per vierkante meter is vier kilowatt, en dat vraagt een eigen groep en al snel krachtstroom. Voor een badkamer of een aanbouw is een elektrische mat vaak simpeler en goedkoper.
Kun je een zwembadwarmtepomp gebruiken voor vloerverwarming?
Op papier levert een zwembad warmtepomp precies de temperatuur die vloerverwarming vraagt, en dat maakt het idee aantrekkelijk. Het gaat mis bij de buitentemperatuur: zo'n unit is gemaakt voor het zwemseizoen en stopt of ontdooit slecht zodra het buiten richting nul graden loopt. Er zit geen weersafhankelijke regeling in, geen vorstbeveiliging voor het binnencircuit en meestal geen ingang voor een kamerthermostaat. In het tussenseizoen kan het als bijverwarming werken, met een warmtewisselaar tussen de zwembadunit en het vloercircuit, maar als enige warmtebron voor de winter is het geen serieuze keuze.
Waarom schakelt mijn energieverdeler steeds uit?
Een energieverdeler is de naam die Plieger gebruikt voor een mengverdeler met ingebouwde pomp, thermostatische regeling en maximaalthermostaat, en onder die naam ligt hij ook bij bouwmarkten als Gamma in het schap. Dat laatste onderdeel is meestal de reden dat het geheel uitvalt: de maximaalthermostaat klemt op de aanvoerbuis en schakelt de pomp uit zodra het water boven de ingestelde grens komt. Gaat je Plieger energieverdeler steeds uit, kijk dan eerst of de ketel niet te hoog is ingesteld en of er genoeg groepen openstaan om de warmte kwijt te kunnen. Controleer daarna of de voeler goed contact maakt met de buis en of de veer eromheen nog spant, want een losse voeler meet vooral de lucht in de kast. Blijft het gebeuren terwijl aanvoer en retour normale waarden geven, dan is de thermostaat zelf aan vervanging toe.
Mag een waterleiding in een vloer met vloerverwarming liggen?
Een koudwaterleiding die door een verwarmde vloer loopt, warmt op tot boven de twintig graden, en dat is precies het gebied waarin legionella zich vermeerdert. Houd koudwaterleidingen daarom uit de vloerverwarmingszone, of leg ze in een geisoleerde mantelbuis met minstens tien centimeter afstand tot de dichtstbijzijnde verwarmingsbuis. Warmwaterleidingen mogen er wel doorheen, al isoleer je die om warmteverlies te beperken. Het cv-water in de vloerverwarming komt zelf nooit in aanraking met je drinkwater: die circuits zijn gescheiden en dat hoort zo te blijven.
Kan er vloerverwarming onder een granito of terrazzo vloer?
Bij een nieuw aangebrachte vloer kan dat prima. Een gegoten terrazzo vloer of granito vloer geleidt warmte ongeveer even goed als tegels, dus qua afgifte is het een goede afwerking. Voorwaarde is dat de dilatatievoegen uit de dekvloer een op een worden overgenomen in de toplaag, anders scheurt het veld op de eerste stookbeurt. Bij een bestaande granitovloer uit de jaren dertig tot vijftig ligt het anders: die ligt meestal in een dik zandcementbed zonder isolatie en zonder dilataties, en infrezen betekent daar dat de vloer eerst gesloopt moet worden. Laat in dat geval eerst beoordelen wat eronder zit voordat je iets besluit.
Kan ik pvc leggen over marmer of over een stenen vloer met vloerverwarming?
Dat kan, zolang de bestaande vloer vast ligt, vlak is en de totale warmteweerstand van het pakket onder de 0,15 blijft. Klop een marmeren of stenen vloer eerst af op holle plekken, want pvc over een losse tegel gaat meebewegen en dan zie je de naden binnen een jaar terug. Ontvet en schuur het oppervlak, breng een hechtprimer aan en egaliseer met minstens drie millimeter, anders tekent elk voegje zich af in de nieuwe vloer. Plak-pvc is hier de betere keuze dan click pvc, want een kliksysteem vraagt een ondervloer en die telt op bij de weerstand die het marmer of het natuursteen al toevoegt.