Waar het getal in deze rekenhulp vandaan komt
De som achter de rekenhulp is simpeler dan het woord Rc-waarde doet vermoeden. Per laag wordt de dikte in meters gedeeld door de lambda-waarde van het materiaal, en dat levert de warmteweerstand R van die ene laag op. Alle laagwaarden bij elkaar, plus een vaste opslag voor de overgang naar de lucht binnen en buiten, vormen de Rc van de hele constructie. Andere hulpen die op dezelfde manier van invoer naar een bruikbaar getal rekenen, vind je bij onze rekenhulpen en opzoektabellen.
Die vaste opslag is 0,13 aan de binnenkant en 0,04 aan de buitenkant, samen 0,17. Beide getallen komen uit NEN 1068 en staan voor het dunne laagje stilstaande lucht dat tegen elk oppervlak hangt. Ze staan in de uitkomst apart vermeld, zodat zichtbaar blijft dat een stukje van je Rc niet uit materiaal komt.
Hoe lager de lambda, hoe beter een materiaal isoleert bij dezelfde dikte. PIR zit op 0,023 W/mK en glaswol op 0,035, en dat verschil zie je direct terug in de uitkomst: 100 mm PIR geeft R 4,35, dezelfde 100 mm glaswol geeft R 2,86. Beton staat op 1,700 en komt per 100 mm niet eens aan 0,06.
De lambda-waarden waarmee gerekend wordt
De hulp werkt met vijftien materialen en een vaste rekenwaarde per materiaal. Dat zijn gangbare waarden voor het soort product dat in Nederland in het schap ligt, geen productwaarden van één fabrikant. Wil je weten waarom het ene materiaal beter scoort dan het andere en wat dat betekent voor de plek waar je het toepast, dan helpt ons overzicht van isolatiemateriaal en de eigenschappen per soort je verder.
De laatste kolom in de tabel hieronder is de snelste manier om materialen te vergelijken: de R-waarde die je krijgt bij precies 100 mm. Zo zie je in één oogopslag dat je van steenwol ongeveer anderhalf keer zoveel dikte nodig hebt als van PIR voor hetzelfde resultaat. Bij een spouw of een dakbeschot met beperkte ruimte is dat vaak de doorslaggevende afweging.
Staat op jouw verpakking een andere lambda, houd die dan aan en pas de dikte in de hulp iets aan om hetzelfde effect te krijgen. Glaswol loopt in de praktijk van ongeveer 0,032 voor de betere platen tot 0,040 voor losse rollen, en PIR met een folielaag zakt soms naar 0,022. Op een pakket van 140 mm scheelt dat al snel een halve punt Rc.
| Materiaal | Lambda in W/mK | R bij 100 mm | Waar je het meestal tegenkomt |
|---|---|---|---|
| PIR (pur-plaat) | 0,023 | 4,35 | Dak, vloer en gevel waar de ruimte beperkt is |
| Purschuim gespoten | 0,028 | 3,57 | Kruipruimte, onregelmatige ondergrond |
| XPS | 0,034 | 2,94 | Onder de dekvloer, kelderwand, vochtige plekken |
| Glaswol | 0,035 | 2,86 | Tussen regelwerk, zolder, tussenwand |
| Steenwol | 0,037 | 2,70 | Tussen regelwerk, brandwerende en akoestische toepassing |
| EPS (piepschuim) | 0,038 | 2,63 | Onder de vloer, spouw als parels, gevelisolatie |
| Cellulose | 0,039 | 2,56 | Ingeblazen in vloeren en dakvlakken |
| Houtvezel | 0,040 | 2,50 | Dampopen dakopbouw, biobased renovatie |
| Hout (vuren) | 0,130 | 0,77 | Regelwerk, vloerdelen, dakbeschot |
| Multiplex | 0,170 | 0,59 | Dakbeschot, onderlaag, plaatmateriaal |
| Gipsplaat | 0,250 | 0,40 | Afwerking van wand en plafond |
| Baksteen | 0,800 | 0,13 | Buitenblad van de spouwmuur, binnenmuur |
| Kalkzandsteen | 1,000 | 0,10 | Binnenblad van de gevel, dragende wand |
| Cementdekvloer | 1,400 | 0,07 | Afwerkvloer boven de isolatie |
| Beton | 1,700 | 0,06 | Begane grondvloer, kanaalplaat, wand |
Wat een gipsplaat en andere afwerklagen bijdragen
De vraag naar de Rc-waarde van gipsplaat komt vaak van mensen die hun voorzetwand aan het opbouwen zijn en hopen dat de afwerking nog een duwtje geeft. Dat duwtje is er, maar het is klein. Een standaard gipsplaat van 12,5 mm heeft een lambda van 0,25 en levert dus 0,0125 gedeeld door 0,25, oftewel R 0,05.
Twee lagen gipsplaat over elkaar komen samen op 0,10, en dat is nog altijd minder dan vier millimeter glaswol. De reden om dubbel te beplaten is dan ook geluid en brandwerendheid, niet warmte. Welke plaatdikte waar hoort, staat in onze uitleg over de juiste dikte gipsplaat per toepassing.
Voor de andere bouwkundige lagen geldt hetzelfde. Een betonvloer van 200 mm haalt 0,12, een kalkzandsteen binnenblad van 100 mm haalt 0,10 en een dekvloer van 60 mm blijft op 0,04 steken. Vul ze gerust in, want ze horen bij je constructie, maar verwacht er geen sprong van.
Praktisch gevolg: een ongeïsoleerde spouwmuur uit de jaren zeventig komt met binnenblad, buitenblad en overgangsweerstanden nauwelijks boven Rc 0,4 uit. Alles wat je daarna toevoegt aan isolatie is winst die je bijna één op één terugziet in de uitkomst.
| Laag in gangbare dikte | R-waarde | Wat dat betekent |
|---|---|---|
| Gipsplaat 9,5 mm | 0,04 | Verwaarloosbaar voor de warmte, wel voor de afwerking |
| Gipsplaat 12,5 mm | 0,05 | De meest gestelde vraag, en het antwoord is: bijna niets |
| Twee lagen gipsplaat 25 mm | 0,10 | Gelijk aan vier millimeter glaswol |
| Multiplex dakbeschot 18 mm | 0,11 | Telt mee, maar valt weg tegen het isolatiepakket |
| Vurenhouten vloerdelen 22 mm | 0,17 | Evenveel als de overgangsweerstanden samen |
| Cementdekvloer 60 mm | 0,04 | Draagt niets bij, ligt er voor de sterkte |
| Betonvloer 200 mm | 0,12 | Massa is geen isolatie |
| Kalkzandsteen binnenblad 100 mm | 0,10 | Idem, hoe dik de muur ook is |
| Baksteen buitenblad 100 mm | 0,13 | Samen met het binnenblad blijft de spouwmuur onder Rc 0,5 |
Welke Rc-waarde je wilt halen per constructiedeel
De hulp geeft onder je uitkomst een oordeel, en dat oordeel is gekoppeld aan de nieuwbouweisen. Vanaf Rc 3,7 meldt hij dat je aan de vloereis voldoet, vanaf 4,7 aan de geveleis en vanaf 6,3 aan de dakeis. Blijf je onder 2,5, dan krijg je te lezen dat er veel te winnen valt.
Die eisen gelden voor nieuwbouw. Verbouw je een bestaande woning uit eigen beweging, dan hoef je er wettelijk niet aan te voldoen, al is het een verstandige richtwaarde om naar te mikken. Bij een aanbouw, een dakopbouw of een vergunningplichtige verbouwing kijkt de gemeente er wel naar, dus check dan wat er voor jouw plan geldt voordat je materiaal bestelt.
De laatste twee kolommen laten zien wat dat in dikte betekent. Voor een gevel op Rc 4,7 kom je met ongeveer 100 mm PIR uit, terwijl je van steenwol richting 160 mm gaat. Voor een dak op 6,3 praat je over 140 mm PIR of ruim 220 mm steenwol, en dat past lang niet in elk sporenvlak. Wie van binnenuit werkt, loopt daar het snelst tegenaan, zoals te lezen valt bij een dak isoleren aan de binnenzijde.
Bij vloeren speelt dat probleem veel minder, omdat de ruimte onder de vloer meestal niet schaars is. Wat daar wel telt is bereikbaarheid en vocht, en die afweging staat uitgewerkt bij de manieren om een vloer te isoleren.
| Constructiedeel | Eis bij nieuwbouw | Wat de hulp meldt | Ongeveer nodig aan PIR | Ongeveer nodig aan steenwol |
|---|---|---|---|---|
| Vloer boven kruipruimte | Rc 3,7 | Voldoet aan de vloereis | 80 mm | 130 mm |
| Gevel | Rc 4,7 | Voldoet aan de geveleis | 100 mm | 160 mm |
| Dak | Rc 6,3 | Voldoet aan de dakeis | 140 mm | 225 mm |
| Na-isolatie bestaande woning | Geen wettelijke eis | Redelijke na-isolatie vanaf 2,5 | 60 mm | 95 mm |
| Gevulde spouw van 60 mm | Geen wettelijke eis | Redelijke na-isolatie | Niet van toepassing | 60 mm parels of wol |
| Ongeïsoleerde spouwmuur | Geen wettelijke eis | Te weinig, hier valt veel te winnen | Nog niets aanwezig | Nog niets aanwezig |
De aannames die in de uitkomst zitten
Elke rekenhulp maakt keuzes, en het is eerlijker om die te benoemen dan om te doen alsof het getal absoluut is. De eerste keuze zijn de overgangsweerstanden van 0,13 en 0,04. Die horen bij een gevel met horizontale warmtestroom en bij een dak, en ze staan hier vast.
Voor een vloer boven een kruipruimte hanteert de norm andere waarden, omdat de warmte naar beneden gaat en de kruipruimte geen buitenlucht is. Het verschil is een paar honderdsten tot ongeveer een tiende op je Rc, en dat valt weg tegen een pakket van 3 of meer. Reken er dus niet mee bij een subsidieaanvraag, maar laat het je keuze voor de dikte niet bepalen.
De tweede aanname zijn de lambda-waarden zelf. Het zijn rekenwaarden voor de gemiddelde variant van dat materiaal, en niet de gedeclareerde waarde van jouw specifieke product. Op de verpakking staat wat er echt in zit, en dat getal wint altijd.
De derde aanname is de belangrijkste: de hulp rekent één rechte doorsnede zonder onderbrekingen. Regelwerk, ankers, doorvoeren, luchtspouwen en aansluitdetails zitten er niet in. Wil je die effecten wel doorrekenen, dan is een volledig bouwfysisch rekenprogramma op zijn plaats, en wat zo'n programma extra laat zien staat in onze uitleg over rekenen met een bouwfysisch programma.
Wanneer je van de uitkomst afwijkt
Er zijn een paar situaties waarin het getal op je scherm netter is dan de werkelijkheid, en die kun je maar beter herkennen voordat je materiaal koopt. De grootste is het regelwerk waar je isolatie tussen zit. Houten regels van 45 mm hart op hart 600 vullen ongeveer zeven procent van het vlak, en hout isoleert vier keer slechter dan de wol ernaast.
Reken maar mee: 140 mm glaswol tussen die regels haalt op papier ruim Rc 4,2, maar door de houten stroken zakt dat richting 3,5. Bij metalen stijlprofielen die van binnen naar buiten doorlopen is het verlies nog groter, omdat staal warmte razendsnel geleidt. De oplossing is bekend en simpel: leg een doorlopende isolatielaag over het regelwerk heen in plaats van alles ertussen te proppen.
Een tweede afwijking is de luchtspouw. Die staat niet in de materiaallijst, en dat is bewust: een stilstaande spouw levert volgens de norm rond de 0,18, maar zodra hij open verbinding met buiten heeft, telt hij niet mee en telt het buitenblad ook niet meer mee. Bij een enkelsteens muur die je van binnen isoleert speelt dat direct, want daar maak je vaak juist bewust een geventileerde ruimte.
De derde is de kruipruimte. Isoleer je met gespoten purschuim tegen de vloer, dan is de dikte zelden overal gelijk en meet je het beste op een paar plekken. Hoe dat werk in de praktijk uitpakt, staat bij een kruipruimte isoleren met pur.
Rd op de verpakking, Rc van de constructie en de U-waarde
Op een pak isolatie staat bijna altijd Rd en niet Rc. Rd is de gedeclareerde warmteweerstand van dat ene product bij die dikte, dus dikte gedeeld door lambda en verder niets. Rc is de weerstand van de hele opbouw, inclusief alle andere lagen en de overgangsweerstanden.
Het gevolg is dat je Rc altijd wat hoger uitkomt dan de Rd op de zak, en dat is geen truc maar een ander begrip. Twee platen PIR van Rd 3,5 en Rd 1,5 samen geven een pakket-Rd van 5,0, en met beschot, gipsplaat en de 0,17 erbij een Rc van ongeveer 5,3. Bij subsidieregelingen wordt meestal naar de Rd van het aangebrachte materiaal gekeken en niet naar je totale Rc, dus houd de productbladen bij de hand.
De U-waarde is het spiegelbeeld: die zegt hoeveel warmte er per vierkante meter per graad verschil doorheen gaat, en is grofweg 1 gedeeld door de Rc. Een dak met Rc 6,3 zit dus rond U 0,16. Voor glas en kozijnen is U de gebruikelijke maat, voor dichte constructies Rc.
Bij een plat dak komt er nog een keuze bij, namelijk of de isolatie boven of onder het dakbeschot ligt. Dat verandert de volgorde van je lagen en daarmee het vochtgedrag, en de gevolgen daarvan lees je bij het isoleren van een plat dak.
Fouten die we bij het invullen zien
De meest gemaakte fout is de eenheid. Het diktevakje vraagt millimeters, en wie er 14 invult in plaats van 140 krijgt een Rc die tien keer te laag is en denkt dat zijn pakket niets voorstelt. Komt je uitkomst verrassend laag uit, kijk dan eerst naar dat vakje.
De tweede fout is een spouw of een luchtlaag opvoeren als materiaal, meestal door er piepschuim van te maken omdat er niets anders in de lijst staat. Daarmee schrijf je jezelf een isolatiewaarde toe die er niet is. Laat lucht gewoon weg en accepteer dat je uitkomst dan aan de veilige kant zit.
De derde is isolatiefolie meerekenen alsof het een dikke plaat is. Een reflecterende folie werkt tegen straling en heeft alleen effect als er een stilstaande luchtlaag naast zit; als materiaallaag van een halve millimeter stelt hij niets voor. Wat folies en membranen wel doen, namelijk lucht en vocht sturen, staat bij de rol van een dampremmend membraan.
De vierde is een laag dubbel invoeren omdat hij aan twee kanten zit, bijvoorbeeld gipsplaat op een voorzetwand die je ook al bij de wand had geteld. Loop je opbouw daarom één keer van binnen naar buiten door en voer hem in die volgorde in. Voor de gangbare diktes van vloeren, wanden en platen die je daarbij tegenkomt is er ons overzicht met standaardmaten in huis.
Veelgestelde vragen
Wat is de Rc-waarde van een gipsplaat?
Een gewone gipsplaat van 12,5 mm heeft een lambda van ongeveer 0,25 W/mK en komt daarmee op R 0,05. Bij 9,5 mm is dat 0,04 en bij twee lagen over elkaar kom je op 0,10. Streng genomen levert een gipsplaat dus wel iets, maar het is te weinig om een keuze op te baseren. Beplaat dubbel voor geluid of brandwerendheid, niet voor de isolatiewaarde.
Hoe bereken je de Rc-waarde zelf, zonder rekenhulp?
Neem per laag de dikte in meters en deel die door de lambda-waarde van het materiaal. Een pakket van 120 mm steenwol met lambda 0,037 geeft 0,12 gedeeld door 0,037, dus R 3,24. Tel alle lagen bij elkaar op en doe daar 0,17 bij voor de overgang naar binnen- en buitenlucht. Die 0,17 is opgebouwd uit 0,13 binnen en 0,04 buiten.
Waarom telt de hulp 0,17 op bij mijn lagen?
Tegen elk oppervlak hangt een dun laagje lucht dat nauwelijks beweegt, en dat laagje isoleert een klein beetje. In NEN 1068 is dat vastgelegd op 0,13 aan de binnenzijde en 0,04 aan de buitenzijde, omdat buiten de wind dat laagje voortdurend wegblaast. Samen is dat 0,17, en de hulp zet die post apart in de uitkomstlijst zodat je ziet dat het niet uit jouw materiaal komt.
Welke Rc-waarde heb ik nodig voor mijn dak?
Bij nieuwbouw geldt Rc 6,3 voor een dak, en daar meet de hulp jouw uitkomst ook tegen af. Voor een bestaand dak dat je uit eigen beweging na-isoleert bestaat die verplichting niet, maar het is wel de waarde om naar te streven als de ruimte het toelaat. In een sporenvlak van 150 mm haal je dat alleen met PIR, en dan nog moet je vaak een extra laag over de sporen leggen. Bij een schuin dak isoleren is die extra doorlopende laag meteen de beste manier om koudebruggen weg te werken.
Wat is het verschil tussen Rc, Rd en de U-waarde?
Rd staat op de verpakking en geldt voor dat ene product bij die dikte. Rc geldt voor de hele constructie: alle lagen bij elkaar plus de overgangsweerstanden, en die komt dus hoger uit. De U-waarde is de omgekeerde van Rc en geeft aan hoeveel warmte er doorheen gaat, dus een lage U is goed en een hoge Rc is goed. Voor glas en kozijnen wordt U gebruikt, voor dichte vlakken Rc.
Mag ik de luchtspouw meerekenen in de Rc-waarde?
Alleen als het een stilstaande spouw is, en dan met een vaste waarde van rond de 0,18 in plaats van een berekening met dikte. Heeft de spouw open stootvoegen of roosters die hem met buitenlucht verbinden, dan telt hij niet mee en telt het buitenblad ook niet meer mee. In de materiaallijst van deze hulp staat lucht bewust niet, zodat je uitkomst aan de veilige kant blijft.
Telt isolatiefolie mee in de berekening?
Als materiaallaag niet, want een folie is een halve millimeter dik en levert een R die je in de derde decimaal terugziet. Reflecterende folie werkt tegen warmtestraling en doet alleen iets als er een stilstaande luchtlaag naast zit, en dan nog is de winst bescheiden vergeleken met een paar centimeter extra isolatie. De echte functie van folies en membranen is het sturen van lucht en vocht.
Waarom komt mijn uitkomst hoger uit dan wat de aannemer opgeeft?
Waarschijnlijk omdat een adviseur de koudebruggen wel meerekent en deze hulp niet. Houten regels waar de isolatie tussen zit, doorlopende metalen profielen, spouwankers en aansluitingen bij dak, vloer en kozijn verlagen de effectieve waarde. Bij een houten regelwerk met de isolatie ertussen scheelt dat al gauw tien tot twintig procent. Een doorlopende laag over het regelwerk heen brengt de twee getallen weer dicht bij elkaar.
Hoeveel isolatie heb ik nodig voor Rc 4,7 in een gevel?
Met een bestaand binnen- en buitenblad erbij kom je uit op ongeveer 100 mm PIR, 150 mm glaswol of 160 mm steenwol. Dat lijkt veel, maar het verschil met 80 mm is in de uitkomst goed te zien, dus vul beide diktes in en vergelijk ze. Zit je aan de binnenkant met een voorzetwand, houd dan rekening met de ruimte die je in de kamer kwijtraakt, en met het feit dat het regelwerk je effectieve waarde nog iets omlaag haalt.
Klopt de lambda-waarde van glaswol in de lijst met die op mijn pak?
Niet per se. De hulp rekent met 0,035 als gangbare waarde, terwijl glaswol in de handel loopt van ongeveer 0,032 voor de dichtere platen tot 0,040 voor losse rollen. Staat er op jouw pak een andere waarde, deel dan zelf je dikte door dat getal en vergelijk het met wat de hulp meldt. Op een pakket van 140 mm scheelt het verschil tussen 0,032 en 0,040 ruim een halve punt Rc.
Rekent de hulp met koudebruggen door het regelwerk?
Nee, de berekening gaat uit van één rechte doorsnede zonder onderbrekingen. Het regelwerk, de ankers en de aansluitdetails zitten er niet in, en dat is precies waar de praktijk van het papier afwijkt. Wil je dat effect ruw meenemen, trek dan tien tot twintig procent van je uitkomst af bij isolatie tussen houten regels. Bij een doorlopende laag isolatie over het regelwerk heen is de aftrek veel kleiner.
Wat is een goede Rc-waarde bij het na-isoleren van een bestaande woning?
Alles boven 2,5 noemt de hulp een redelijke na-isolatie, en dat is in een woning uit de jaren zestig al een enorme sprong ten opzichte van de 0,4 die je nu hebt. Haal je 3,5 tot 4, dan zit je op een niveau waar de kosten en de opbrengst nog goed in verhouding staan. Ga je hoger, let dan extra op ventilatie en vochtafvoer, want een goed dichtgemaakte woning heeft die nodig. Wat er misgaat als dat niet klopt, staat bij onze pagina's over vocht en schimmel in huis.
Kan ik met deze hulp ook een houten vloer doorrekenen?
Ja, en dat is een van de nuttigste toepassingen, omdat mensen de vloerdelen zelf vaak overschatten. Vurenhouten delen van 22 mm leveren R 0,17, evenveel als de overgangsweerstanden samen. De winst zit volledig in wat je eronder aanbrengt. Hoe je dat praktisch aanpakt zonder de vloer te slopen, lees je bij een houten vloer isoleren.
Gidsen waarbij je deze rekenhulp gebruikt
Isolatiemateriaal
Isolatiemateriaal kies je bij een plek en een opbouw, niet los daarvan. Hardschuim als PIR of XPS isoleert het meest…
Ventilatie
Ventileren gaat over twee dingen die altijd samen horen: lucht die ergens naar binnen kan en lucht die er ergens…
Kruipruimte ventilatie
Kruipruimte ventilatie werkt alleen als er lucht dwars door de ruimte kan stromen, en daarvoor heb je openingen nodig aan…
Vloer isoleren
Hoe je een vloer isoleert hangt af van wat er ligt en of je eronder kunt komen. Bij een houten…
Vocht & schimmel
Vocht en schimmel los je op door eerst de oorzaak vast te stellen: condens, optrekkend vocht, doorslaand vocht of een…
Membraan
Een membraan is een dun, buigzaam vlies dat twee ruimtes scheidt. In de bouw is dat een folie die waterdamp…
Klimaatfolie
Klimaatfolie is een damprem waarvan de dampdichtheid meebeweegt met de luchtvochtigheid: in de winter dicht, in de zomer open genoeg…
Muur isoleren
Hoe je een muur isoleert hangt af van wat er staat. Een massieve steens muur zonder spouw isoleer je van…