Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Gipsplaat en binnenwanden: kiezen, monteren en afwerken

16 gidsen 40 minuten lezen
diy-gids.nl WANDEN & PLAFOND Gipsplaat en binnenwanden plaatsen

Een binnenwand bestaat uit drie beslissingen: waar hij van gemaakt wordt, hoe hij vastzit en hoe je hem afwerkt. Voor lichte wanden en voorzetwanden is dat een frame van metal stud of hout met gipsplaat erop, voor zwaardere wanden een gelijmd blok van kalkzandsteen, gasbeton of gips. Het meeste gedoe zit niet in het bouwen maar in de afwerking: de naden, de kopse kanten en de plek waar later iets aan moet hangen. Wie het achterhout, de plaatmaat en de randafwerking vooraf bepaalt, houdt daarna een vlakke wand over in plaats van een reeks scheurtjes.

Alle gidsen over gipsplaat & wanden

Gipsplaten afwerken

Gipsplaten afwerken staat of valt bij twee dingen: er hoort band in elke naad en de vuller gaat er in…

Gipsblokken

Gipsblokken zijn massieve blokken gips met tand en groef die je zonder frame en zonder specie stapelt, alleen met een…

Gipsplaat afwerken

Gipsplaat afwerken begint met een keuze: zet je alleen de naden dicht, of pleister je de hele plaat vlak. Voor…

Dikte gipsplaat

Voor de meeste wanden en plafonds pak je gipsplaat van 12,5 millimeter. De dunnere 9,5 millimeter is bedoeld voor regelwerk…

Latei plaatsen

Een latei plaatsen valt uiteen in drie dingen die allemaal moeten kloppen: de juiste soort latei, het metselwerk erboven tijdelijk…

Regelwerk gipsplaten plafond

Regelwerk voor een gipsplaten plafond zet je in de regel op 30 tot 40 centimeter hart op hart, met latten…

Gibo blokken

Gibo blokken zijn massieve gipsblokken met messing en groef die je met gipslijm in verband stapelt tot een niet-dragende binnenwand.…

Rollaag

Een rollaag is een laag stenen die op zijn kant of rechtop staat, meestal boven een raam- of deuropening, als…

Tussenwand plaatsen

Een tussenwand plaatsen is voor het grootste deel voorbereiding: uitzoeken of de vloer het gewicht aankan, de wand haaks en…

Binnenmuur isoleren

Een binnenmuur isoleren doe je aan de warme kant, en daarmee wordt het metselwerk erachter kouder en natter dan het…

Spouwlat

Een spouwlat is een verduurzaamde lat in de spouw, langs de zijkant van een gevelopening, waar het kozijn tegenaan geschroefd…

Spouwmes

Een spouwmes is de gebogen stalen plaat vlak achter het zaagblad die de zaagsnede openhoudt. Zo kan het hout zich…

Trasraam

Het trasraam is het onderste deel van een buitenmuur, van de fundering tot twintig a dertig centimeter boven het maaiveld,…

Groene gipsplaat

Groene gipsplaat is een gipsplaat waarvan de kern en het karton waterafstotend zijn gemaakt. Hij houdt vocht uit de lucht…

Stalton latei

Een stalton latei is een dunne latei van gebakken klei met voorgespannen beton erin, en hij draagt niet alleen: de…

Scheidingswand slaapkamer

Een scheidingswand in de slaapkamer bouw je het makkelijkst als metalstudframe met gipsplaat: licht genoeg voor een houten verdiepingsvloer, dun…

Welke wand past bij jouw klus

Een binnenwand kun je op een handvol manieren maken, en die keuze bepaalt bijna alles daarna: de dikte, het gewicht, wat je eraan kunt ophangen en hoeveel geluid erdoorheen komt. Hoe wanden, plafonds en afwerking bij elkaar passen, staat op onze verzamelpagina over wanden en plafond. Hier gaat het over de wand zelf: het frame, de plaat, het blok en wat ertussen zit.

De lichtste variant is een frame van metal stud of hout met gipsplaat aan weerszijden. Zo'n wand weegt rond de 25 kilo per vierkante meter, staat in een dag en je kunt er leidingen in wegwerken. De zwaarste variant is een gelijmde of gemetselde wand van kalkzandsteen, die je nodig hebt als er echt iets aan moet hangen of als er iets op moet steunen.

Daartussen zitten gipsblokken en gasbeton. Die lijm je droog op elkaar, ze hebben geen frame nodig en ze zijn met een handzaag op maat te maken. Voor een zolderkamer is een metal stud wand bijna altijd de logische keuze, want die is licht genoeg voor een houten verdiepingsvloer en je krijgt de onderdelen gewoon de trap op. Hoe je zo'n wand van vloer tot plafond opbouwt lees je bij het plaatsen van een tussenwand, en de maatvoering rond bed, deur en kastruimte bij een scheidingswand in een slaapkamer.

Een verplaatsbare of dunne scheidingswand is een apart geval. Wil je later kunnen terugdraaien, dan klem je een frame tussen vloer en plafond zonder in de vloer te schroeven, en zet je de wand alleen op de zijmuren vast. Zo'n wand is merkbaar minder stijf, dus wij houden hem liever bij hooguit tweeënhalve meter hoog en hangen er niets zwaars aan.

WandsoortDikte compleetGewicht per m2Waar hij voor bedoeld isWaar je op let
Metal stud met enkele beplating75 tot 125 mm25 tot 30 kgLichte scheidingswand, voorzetwand, zolderkamerOphangen kan alleen in de stijl of in achterhout
Metal stud met dubbele beplating100 tot 150 mm45 tot 55 kgGeluid, tegelwerk, hoge wandNaden van beide lagen laten verspringen
Houten regelwerk met gipsplaat90 tot 140 mm30 tot 35 kgSchuine kap, knieschot, aftimmeringDroog en recht hout, anders scheuren de naden
Gipsblokken of gibo blokken70 tot 100 mm65 tot 100 kgRechte binnenwand zonder frameNiet in een doucheruimte, ook de waterbestendige niet zomaar
Gasbeton of cellenbeton70 tot 200 mm35 tot 110 kgBinnenwand die je wilt betegelen of stucenZacht materiaal, dus speciale pluggen
Kalkzandsteen lijmblokken100 tot 214 mm180 tot 385 kgZware wand, geluid, dragend werkAlleen op een vloer die dat gewicht aankan
Voorzetwand tegen een bestaande muur40 tot 150 mm15 tot 30 kgIsoleren, leidingen wegwerken, muur vlak makenDamprem hoort aan de warme kant

Gipsplaat kiezen: dikte, soort en randafwerking

Gipsplaat komt in een paar diktes en die zijn niet inwisselbaar. De standaard is 12,5 millimeter en daar kun je binnen vrijwel alles mee, van wand tot plafond. Een plaat van 9,5 millimeter is bedoeld als drager voor stucwerk en voor plafonds op dicht regelwerk, en 15 millimeter neem je als je meer massa wilt voor geluid of brand. Welke dikte waar hoort en wat het scheelt in draagkracht en geluidsreductie, staat per situatie bij de dikte van gipsplaat.

Naast de dikte is er de soort. De gewone witte plaat is voor droge ruimtes. De vochtwerende variant is groen van kleur en heeft een geïmpregneerde kern en karton, en die hoort in een toilet, een keuken en de droge delen van een badkamer. Wat die plaat wel en niet aankan lees je bij de groene gipsplaat. Vochtwerend is niet waterdicht, dus achter tegelwerk in een douche hoort een cementgebonden bouwplaat.

Verder zijn er brandwerende platen met glasvezel in de kern, herkenbaar aan de roze of rode kleur, geluidswerende platen met een hogere dichtheid, en buigbaar gipsplaat van 6,5 millimeter waarmee je een toog of een ronde koof maakt. Zo'n plaat buig je in twee lagen over elkaar, of je buigt hem licht bevochtigd over een mal. De isolatiewaarde van gipsplaat zelf stelt niets voor: een plaat van 12,5 millimeter komt op ongeveer 0,05 vierkante meter kelvin per watt, en dat verdwijnt in het niet bij de isolatie erachter.

PlaatGewicht per m2Waar je hem voor gebruiktWaar je op let
6,5 mm buigplaat5 kgToog, ronde koof, gebogen wandTwee lagen over elkaar, of licht bevochtigen en over een mal buigen
9,5 mm stucplaat7 tot 8 kgPlafond op dicht regelwerk, ondergrond voor stucwerkMeestal ronde of vierkante kant, dus niet bedoeld om alleen te sauzen
12,5 mm standaardplaat9 tot 10 kgWand, plafond, vrijwel alles binnenDe maat die in elke bouwmarkt ligt, ook in 4AK
15 mm plaat12 tot 13 kgGeluid, brand, wand waar iets aan moet hangenZwaarder en stugger, dus met twee man
12,5 mm vochtwerend, groen9 tot 10 kgToilet, keuken, badkamer buiten de douchezoneVochtwerend is niet waterdicht
12,5 mm brandwerend10 tot 11 kgMeterkast, cv-ruimte, koker rond een stalen balkRoze of rode kern met glasvezel, altijd in de voorgeschreven opbouw
12,5 mm geluidswerend12 tot 14 kgSlaapkamer, werkkamer, wand naar de burenWerkt alleen samen met isolatie en dichte aansluitingen
12,5 mm gipsvezelplaat15 kgWand, vloer, plek waar iets zwaars aan hangtGeen karton, dus stugger snijden en meer stof

Het frame erachter: metal stud of hout

Metal stud, ook wel als metalstud geschreven, is een systeem van U-vormige rails aan vloer en plafond met C-vormige stijlen ertussen, in de maten 50, 75 en 100 millimeter. Het gaat sneller dan hout, blijft kaarsrecht, werkt niet mee met vocht en is per strekkende meter meestal goedkoper dan geschaafd hout. Hout heeft één voordeel dat zwaar telt: gipsplaten bevestigen op hout kan overal, met schroeven of nieten, en dat is prettig bij een schuine kap waar niets haaks is. Vervang je een systeemplafond door gipsplaten, dan hangt de keuze af van wat er boven zit: op een houten balklaag schroef je rachels, bij een betonvloer werk je met verende klemveren en profielen.

Standaard staan de stijlen hart op hart 60 centimeter, want dan valt de naad van een plaat van 120 centimeter precies op een stijl en heb je halverwege ook steun. Komt er tegelwerk op de wand, dan ga je naar 40 centimeter plus een dubbele plaatlaag. Op een plafond hangt de afstand van het regelwerk af van de plaatdikte: bij 9,5 millimeter houden wij 40 centimeter aan en bij 12,5 millimeter 50 centimeter. Welke maat een fabrikant precies toestaat verschilt per plaatsoort en per systeem, dus kijk het na op het verwerkingsblad dat bij de platen hoort. De platen leg je haaks op de rachels van het rachelwerk, zodat je zo min mogelijk naad op hout krijgt. Hoe je zo'n plafondframe uitzet en waterpas hangt, staat bij het regelwerk voor gipsplaten aan het plafond.

Een paar details maken het verschil tussen een stevige wand en een zwabberwand. Onder de vloerrail en tegen de aansluitende muren hoort zelfklevend afdichtingsband, dat geluid en trillingen tegenhoudt en de aansluiting luchtdicht maakt. De stijlen maak je ongeveer een centimeter korter dan de dagmaat en je zet ze niet vast in de rails, behalve rond een kozijnopening, zodat de wand kan meebewegen als de vloer erboven doorbuigt. De maximale wandhoogtes in de tabel hieronder zijn richtwaarden: wat een profiel echt mag overspannen hangt af van de staaldikte, de hart-op-hartmaat en het aantal plaatlagen, en dat staat in de tabellen van de systeemleverancier.

Achterhout is het onderdeel dat mensen vergeten en later het meest missen. Op elke plek waar iets zwaars komt te hangen zet je vooraf een houten lat of een strook multiplex van 18 millimeter tussen de stijlen: bij de wastafel, de televisie, de keukenkastjes, de radiator en de gordijnrails. Schrijf de hoogtes op of maak een foto voordat je dichtplaat. Profielen onderling verbind je met teksschroeven van 9,5 millimeter of met een profielentang, en horizontale versteviging tussen de stijlen maak je met stukken profiel of met hout in het profiel geklemd.

Profiel of regelWanddikte met plaat aan twee kantenMaximale hoogte bij enkele beplatingWaarvoor je hem neemt
Metal stud 50 mm75 mmongeveer 2,6 mKastwand, koker, kleine scheidingswand
Metal stud 75 mm100 mmongeveer 3 mStandaard scheidingswand, wand met een deurkozijn
Metal stud 100 mm125 mmongeveer 3,5 mHoge wand, dikke isolatie, brede leidingen
Houten regel 45 x 70 mm95 mmongeveer 3 mSchuine kap, knieschot, wand waar veel aan moet
Houten regel 45 x 95 mm120 mmongeveer 3,5 mZwaardere wand, dikkere isolatie
Plafondrachel 22 x 50 mm op klemverenn.v.t.n.v.t.Verlaagd plafond, ontkoppeld van de vloer erboven
Metal stud 75 mm met dubbele beplating125 mmongeveer 4 mHoge zolderwand, geluidswand, wand met tegels

Platen aanbrengen: volgorde, schroeven en verspringen

De volgorde is eerst het plafond en dan de wanden, waarbij de plaatrichting volgt uit de ligging van de rachels boven je hoofd. De wandplaat klemt de plafondplaat dan tegen het regelwerk aan en je krijgt een nette, dichte hoek. Draai je het om, dan zie je die naad later terug.

Op een wand zet je de platen bij voorkeur staand, zodat je helemaal geen kopse naad hebt. Wordt de wand hoger dan de plaatlengte, dan werk je liggend en laat je de kopse naden minstens 30 centimeter verspringen ten opzichte van de rij eronder. Aan de andere kant van de wand laat je alle naden een halve plaat verspringen ten opzichte van de eerste kant, want dan loopt er nergens een doorgaande zwakke lijn door de hele wand.

Houd de platen los van alles wat beweegt. Onderaan blijf je ongeveer 10 millimeter van de vloer, aan de zijkanten 5 millimeter van de aansluitende muur, en die kieren vul je aan het eind met acrylaatkit. Kopse kanten laat je 2 tot 3 millimeter open zodat er vuller in kan. Elke kopse naad hoort op een stijl of een rachel te beginnen en te eindigen. Reststukken korter dan 30 centimeter verwerken wij liever niet: zo'n stukje heeft aan twee kanten een naad en zit vaak maar op één stijl vast.

Schroeven zet je van het midden van de plaat naar de randen toe, niet van twee kanten naar elkaar toe, anders bolt de plaat op. Blijf minstens 10 millimeter van een fabriekskant en 15 millimeter van een kant die je zelf hebt gesneden. De kop draai je net onder het oppervlak, zodat het karton een kuiltje krijgt maar niet scheurt. Waarom gipsplaatschroeven en geen gewone schroeven: de trompetkop drukt zichzelf in het karton zonder het te scheuren, en de fosfaatlaag houdt roest uit het gips. Nieten met een tacker kan op houten regelwerk en scheelt tijd, maar alleen bij de eerste laag van een dubbele beplating en altijd met gecoate of roestvaste nieten.

SituatieSchroeftype en lengteSchroefafstandWaar je op let
9,5 mm plaat op stalen profielFijne draad 3,5 x 20 mm25 cm op de wandEen te lange schroef draait door in het dunne staal
12,5 mm plaat op stalen profielFijne draad 3,5 x 25 mm25 cm op de wand, 17 cm op het plafondSnijpunt, geen boorpunt, bij profielen van 0,6 mm
12,5 mm plaat op houten regelGrove draad 3,5 x 35 mm25 cm op de wand, 20 cm op het plafondMinstens 20 mm in het hout, anders trekt hij los
15 mm plaat op houtGrove draad 3,5 x 45 mm25 cmZwaardere plaat, dus meteen een tweede man erbij
Eerste laag van een dubbele beplatingZelfde als enkele laag75 cm op de wand, 50 cm op het plafondDeze laag hoeft alleen te fixeren
Tweede laag van een dubbele beplating3,5 x 45 tot 55 mm25 cm, tussen de schroeven van de eerste laag doorNaden minstens een halve plaat laten verspringen
12,5 mm gipsvezelplaatZelfborende gipsvezelschroef 3,9 x 30 mm25 cmVoorboren bij de rand, anders breekt de plaat uit
Gipsplaat buiten onder een overkappingNiet doenn.v.t.Gefosfateerde schroeven roesten en gips valt uit elkaar

Gipsplaat lijmen tegen een bestaande muur

Heb je geen ruimte voor een frame, dan kun je gipsplaten bevestigen op een stenen muur zonder regelwerk, door ze direct tegen de muur te lijmen. Dat scheelt zo'n zeven centimeter aan wanddikte, wat in een krappe badkamer of een smalle gang het verschil kan maken. De voorwaarde is een muur die droog is, redelijk vlak en niet doorslaat.

Het gangbare middel is kleefgips, ook wel plakgips of gipslijm. Je maakt het aan in een emmer, zet dotten op de plaat in drie rijen om de 30 tot 35 centimeter, en drukt de plaat aan tegen de muur. Met een lange rei en een waterpas stel je hem vlak, terwijl de plaat op wiggen staat zodat er onderaan 10 millimeter vrij blijft. Werk in porties, want een emmer kleefgips is binnen een half uur onbruikbaar. Zuigt de muur hard, zoals kalkzandsteen of oud metselwerk, dan strijk je hem eerst voor.

Cementmortel gebruik je hier niet. Cement hecht slecht op het karton van een gipsplaat en is zo stijf dat de plaat scheurt zodra er iets beweegt. Tegellijm hecht wel, maar heeft datzelfde bezwaar en is zwaarder en duurder dan nodig. Montagekit en high tack werken prima voor een los stuk plaat, een plint of een strook achterhout, maar over een heel wandvlak zijn ze onbetaalbaar en niet vlak te stellen.

Op isolatie ligt het net anders. Lijm je gipsplaat op PIR of EPS, dan gebruik je een PU-plaatlijm uit een bus of een speciaal purschuim. Dat zet uit, dus je hebt hooguit tien minuten om te stellen, en daarna fixeer je de plaat op een paar plekken mechanisch. Kant en klare isolatieplaten met een gipsplaat er al opgeplakt bestaan ook en zijn vaak minder duur dan zelf verlijmen. Een plaat rechtstreeks op een oude gipsplaat schroeven of lijmen kan, mits die onderste laag overal goed vastzit en er geen vocht achter zit.

LijmWaar hij voor isVerwerkingWaar je op let
Kleefgips of plakgipsGipsplaat op een vlakke stenen of betonnen muurDotten in drie rijen om de 30 tot 35 cmEmmer binnen een half uur op, dus in porties aanmaken
Fix en finishKleine vlakken, reparaties, een plaatje bijzettenMet de spaan of in dottenFijn en glad, maar duur zodra het om vierkante meters gaat
PU-plaatlijm uit een busGipsplaat op PIR, op EPS en op een vlakke muurRupsen om de 20 cmZet uit, dus binnen tien minuten stellen en fixeren
Purschuim voor isolatieplatenPIR of EPS op de muurRupsen langs de randen en kruislings over het vlakNaden en kieren daarna dichtpurren of tapen
Montagekit of high tackLos stuk plaat, plint, achterhout, dagkantDotten of rupsenTe duur en te stijf voor een heel wandvlak
GipsblokkenlijmGipsblokken en gibo blokken onderlingMet de lijmkam uit de speciale bakBlok bij warm weer licht bevochtigen, anders trekt de lijm te snel aan
TegellijmTegels, niet plaatwerkn.v.t.Hecht wel, maar stijf en zwaar en niet bedoeld voor gips
CementmortelMetselwerkn.v.t.Hecht onvoldoende op karton en scheurt de plaat

Naden vullen en de wand schilderklaar maken

Het afsmeren van de naden doe je in drie gangen en niet in één, want een dikke laag vuller krimpt, scheurt en droogt onvlak op. Hoe die opbouw er per laag uitziet en hoeveel je per keer aanbrengt, staat stap voor stap bij het afwerken van gipsplaten.

De eerste laag is een sneldrogende voegenvuller die je in de verjonging aanbrengt. Daar druk je meteen de wapeningsband in, met een plamuurmes van 10 centimeter, en je smeert de band strak af zodat er geen lucht onder zit. Voor kopse naden en voor naden zonder band neem je een vezelversterkte vuller, want die houdt de naad bij elkaar zonder band. Laat de laag echt drogen voordat je verder gaat: een uur bij sneldrogende vuller, en een luchtdrogende vuller uit de emmer heeft er bij een koude ruimte een dag voor nodig. In onze tabel met droogtijden per materiaal zie je waar je op kunt rekenen.

De tweede laag maak je 25 tot 30 centimeter breed met een groter mes, en de derde laag is een dunne finisher over ongeveer 40 centimeter. Tussen de lagen schuur je licht met korrel 120 op een schuurklos, en na de laatste laag met korrel 180 tot 220. Schuur niet door tot op het karton, want dan ruw je het papier op en dat pluis komt door je verf heen. Het dichtsmeren van schroefgaten doe je in dezelfde gangen mee, twee keer, want vuller zakt in een gaatje altijd terug.

Buitenhoeken en dagkanten vragen om een hoekbeschermer of hoekband, anders stoot de hoek binnen een jaar kapot. Op een aansluiting die kan bewegen, zoals de overgang naar een muur, een plafond of een kozijn, gebruik je geen vuller maar acrylaatkit. Die blijft flexibel en scheurt niet mee. Welke afwerklaag je daarna op de plaat kunt zetten en welk afwerkniveau daarbij hoort, staat bij stucwerk, behang en verf op gipsplaat.

Band of profielWaarvoorVoordeelNadeel
Papieren wapeningsbandLangsnaden en binnenhoekenDe sterkste verbinding, scheurt nietMoet in natte vuller, dus even oefenen
Zelfklevende glasvezelgaasbandLangsnaden, snel doorwerkenPlakt vanzelf, vergevingsgezindAlleen met sneldrogende vuller, anders scheurt de naad alsnog
Papier met metalen stripBuitenhoeken en dagkantenKaarsrecht en stootvastKan deuken bij een harde klap
Aluminium of kunststof hoekprofielBuitenhoek van een dagkant of een kokerZeer stootvastVraagt drie lagen vuller om weg te werken
Eindprofiel of J-profielVrije plaatkant tegen een kozijn of een raamdagNette afsluiting zonder afwerkwerkMoet op de millimeter op maat
Vezelversterkte vuller zonder bandKopse naden en vierkante kantenGeen band nodig, houdt goedSlijpt zwaarder, dus rustig opbouwen
AcrylaatkitAansluiting op muur, plafond en kozijnNeemt beweging op en scheurt nietBlijft licht zichtbaar en is niet schuurbaar
Zelfklevende hoekband van kunststofBinnenhoek bij een schuine kapBuigt mee met een afwijkende hoekDuurder per meter dan papierband

Voorstrijken, sauzen, behangen en andere afwerkingen

Gipskarton is glad en zwak zuigend, de vuller in de naden zuigt juist wel. Dat verschil is de reden dat je voorstrijkt. Doe je het niet, dan trekt de verf op de naden anders in dan op de plaat en zie je bij strijklicht doffe of glanzende banen door je latex heen, hoe strak je de naad ook hebt afgewerkt.

Voor stucwerk neem je een kwartshoudende voorstrijk. Die maakt het gladde oppervlak ruw genoeg voor hechting, en dat is de eigenlijke reden, niet het zuiggedrag. Een stucplaat hoef je in principe niet voor te strijken, maar een laag grondering of stucprimer geeft wel wat meer verwerkingstijd. Of een gipssoort rechtstreeks op schone gipsplaat mag, staat op de verpakking.

Wil je behangen, dan is voorstrijken geen extra maar het verschil tussen een muur die je later opnieuw kunt behangen en een muur die je moet vervangen. Zonder voorstrijk hecht de behanglijm rechtstreeks op het karton, en bij het verwijderen scheur je de toplaag mee. Met een laag voorstrijk komt hetzelfde behang er jaren later gewoon af. Renovlies of vliesbehang is op gipsplaat een prettige keuze: het overbrugt kleine oneffenheden in de naden en is later droog af te trekken.

Afbladderende verf op een binnenmuur komt bijna altijd door latex op een niet voorgestreken ondergrond, door verf op een vette of stoffige muur, of door vocht dat van achteren duwt. Krab alles wat loszit eraf, schuur de rand weg, strijk voor en zet er pas dan nieuwe verf op. Zit er vocht achter, dan is schilderen zinloos tot de oorzaak weg is; warmte-isolerende verf helpt daar niet bij, want de isolatiewaarde van zo'n laagje is verwaarloosbaar naast een paar centimeter echte isolatie.

AfwerkingDirect op gipsplaatVoorbehandelingWaar je op let
Latex of muurverfJaVoorstrijk voor zwak zuigende ondergrondNaden eerst in drie gangen afwerken, anders zie je banen
StucwerkJaKwartshoudende voorstrijk op witte platenOp stucplaat mag het meestal zonder voorstrijk
Behang met papieren rugJaVoorstrijk, anders trekt het karton later meeNaden en schroefgaten vlak, anders tekenen ze door
Renovlies of vliesbehangJaVoorstrijkVerbergt kleine naadverschillen en gaat er droog weer af
GlasvezelbehangJaVoorstrijkZit met vezellijm en is nauwelijks te verwijderen zonder schade
Spachtelputz of granolKanVoorstrijk en een vlakke naadafwerkingEen dunne stuclaag als tussenlaag geeft een rustiger vlak
Beton cireLiever niet directDubbele beplating of een stuclaag eronderDe laag is dun en hard, dus elke beweging tekent zich af
SteenstripsNee, niet op enkele beplatingGipsvezelplaat of dubbele beplatingReken op 20 tot 40 kg per vierkante meter aan gewicht
TegelsAlleen op vochtwerende plaat buiten de douchePrimer volgens de tegellijmStijlen hart op hart 40 cm en dubbele beplating
Cementeren, dus een cementgebonden pleisterlaagNeeHoort op metselwerk of betonPrima op een garage- of keldermuur, op gipsplaat hecht het slecht en scheurt het

Zagen, gaten maken en iets ophangen

Gipsplaat zaag je niet, je snijdt hem. Leg een rei aan, snijd het karton door met een gipsplaatmes, breek de plaat over de snede en snijd het achterkarton door. Dat gaat sneller dan zagen, geeft nauwelijks stof en levert een rechtere kant op. De ruwe rand haal je weg met een schaafje of met het mes onder een hoek. Alleen voor uitsparingen midden in een plaat pak je een steekzaag met een fijn blad of een gipsplaatfrees.

Voor inbouwdozen neem je een gatenzaag van 68 millimeter op lage toeren en zonder klopstand. Boren doe je met een gewone houtboor of een steenboor, ook zonder klop, want klopstand slaat het gips gewoon aan gruzelementen. Moet je een hoek uitnemen voor een dagkant of een kozijn, snijd de plaat dan in een L-vorm uit een heel stuk in plaats van er twee stukken tegen elkaar te zetten. Een naad die precies op de hoek van een opening uitkomt, scheurt vroeg of laat.

Ophangen is waar gipsplaat zijn slechte naam vandaan heeft, en meestal onterecht. Een lichte plug in de kale plaat houdt weinig, maar een schroef in de stalen stijl of in achterhout houdt gewoon tientallen kilo's. Zoek een stijl terug met een magneet, die blijft aan de schroeven van de plaat hangen, of met een leidingzoeker in metaalstand. De gewichten in de tabel hieronder zijn richtwaarden voor één plug in een gave plaat van 12,5 millimeter; wat een plug echt draagt verschilt per merk en per plaatdikte en staat op de verpakking. Aan een plafond ligt het anders: daar trekt de belasting recht aan de plaat en houdt vrijwel geen enkele plug iets. Wij hangen daar niets zwaarders dan een rookmelder aan de plaat zelf en zetten de rest vast aan het regelwerk of aan de balklaag erboven.

Wil je een televisiewand of cinewall maken, zet dan over de volle breedte een strook multiplex van 18 millimeter achter de platen en gebruik dubbele beplating. Leg meteen een lege buis mee voor de kabels. Een deuropening dichtmaken met gipsplaat werkt hetzelfde: kozijn eruit, een frame in de sparing, en de plaatnaden laten verspringen ten opzichte van de oude opening. Een inspectieluik in een gipsplaten plafond kun je zelf maken van een uitgezaagd stuk plaat op een lijst van latten, maar een kant en klaar luik met magneetsluiting valt minder op.

BevestigingHoudt in 12,5 mm plaat aan de wandWaarvoorWaar je op let
Kunststof gipsplaatplug, spiraalvormig5 tot 10 kgSchilderij, haakje, klein plankjeDraait uit zodra je hem overbelast
Metalen indraaiplug10 tot 15 kgSpiegel, klein kastjeAlleen in een gave plaat, niet naast een naad
Hollewandplug of gipsplaat anker met paraplu15 tot 25 kgWandkastje, lichte tv-beugel, wastafelspiegelGat van 8 tot 12 mm en een hollewandtang nodig
Tuimelplug of vlinderplug20 tot 30 kgZwaar plankje, wandrekGroot gat en genoeg ruimte achter de plaat
Schroef in de stalen stijl25 tot 40 kgAlles wat je vooraf kunt inmetenStijl terugvinden met een magneet
Schroef in achterhout of multiplex50 kg en meerTv-beugel, keukenkastjes, wastafel, radiatorMoet vooraf geplaatst zijn, achteraf lukt het niet
Plug in een gipsvezelplaatongeveer het dubbele van gipskartonZwaarder ophangwerk zonder achterhoutVoorboren, anders breekt de rand uit
Plug in een gipsplaten plafondVrijwel nietsHooguit een rookmelderZwaardere zaken aan het regelwerk of de balklaag

Voorzetwand tegen een koude of vochtige buitenmuur

Bij een voorzetwand tegen een buitenmuur komen steeds dezelfde twee vragen terug: moet er een spouw tussen, en welke folie hoort waar. Het antwoord op de eerste hangt volledig af van de gevel. Slaat de muur door bij slagregen, en dat speelt bij een halfsteense of enkelsteens muur met slechte voegen, dan houd je een geventileerde luchtspouw van 20 tot 40 millimeter vrij en zorg je onderin en bovenin voor open stootvoegen. Is de gevel gestuct, geschilderd of gewoon een echte spouwmuur die niet doorslaat, dan mag de isolatie direct tegen de muur.

De damprem aan de warme zijde is belangrijker dan dat spouwtje. Zonder damprem loopt vochtige binnenlucht de constructie in en condenseert tegen de koude steen, en dan heb je binnen een winter natte isolatie. Aan de koude zijde hoort juist een dampopen folie of niets. Twee dampdichte lagen om je isolatie heen is de zekerste manier om vocht op te sluiten. Welke opbouw bij welk muurtype hoort en hoeveel je er daadwerkelijk mee wint, staat bij het isoleren van een binnenmuur.

Voor het materiaal geldt: bij vochtrisico neem je gesloten cel, dus PIR, EPS of XPS. PIR staat in het schap vaak onder de merknaam Kingspan, en een kingspan voorzetwand is niets anders dan een frame met die platen ertussen of erachter. Steenwol is goedkoper en makkelijker te verwerken, maar zuigt water op als het misgaat en zakt dan in. Werk je met PIR, zaag de platen dan precies passend en pur of tape de kieren dicht. De cachering vormt dan zelf de damprem, mits de naden echt dicht zitten. Isolatieplaten snijd je netjes op maat met een lang gekarteld mes, en hoe je daarmee strak werkt staat bij het gebruik van een spouwmes voor isolatiemateriaal.

Een zwevende voorzetwand, ook wel een buigslappe voorzetwand genoemd, is een variant die de bestaande muur nergens raakt. Die kies je als geluid het doel is, want elke harde verbinding tussen de twee wanden brengt trillingen over. In houtskeletbouw is dat gebruikelijk: een hsb voorzetwand bestaat uit een compleet houten stijl- en regelwerk dat op zichzelf staat. Bij een houten frame zetten wij de onderregel op een strook DPC-folie of in de loodmenie, zodat er geen vocht in het hout trekt. Niet het dampopen scherm met roestvaste nietjes op de achterkant van het frame, laat het overlappen en plak de randen af met polymeerkit. Zet het frame op 20 millimeter van de muur en ondersabel de onderkant met mortel, zodat er geen holle ruimte onder blijft. Metal stud laat zich niet nieten, dus daar klem of plak je de folie vast.

Situatie van de muurOpbouw van binnen naar buitenIsolatieFolie
Halfsteense muur die doorslaat bij slagregenPlaat, damprem, frame met isolatie, luchtspouw 20 tot 40 mm, muurPIR of steenwolDamprem binnen, dampopen folie aan de spouwzijde
Steensmuur zonder spouw, droog van binnenPlaat, damprem, frame met isolatie tegen de muurPIR 60 tot 100 mm of steenwol 70 mmDamprem binnen, niets aan de koude kant
Spouwmuur waarvan de spouw al gevuld isPlaat, damprem, frame met isolatie tegen de muurSteenwol 45 tot 70 mmDamprem binnen
Muur met condensplekken aan de binnenkantPlaat, PIR direct gelijmd, naden gepurd en getapetPIR 60 tot 100 mmCachering plus tape doet het werk
Muur met optrekkend vocht onderinEerst de oorzaak aanpakkenNog niets aanbrengenNog niets aanbrengen
Geluid van de buren tegenhoudenLos frame dat de bestaande muur nergens raaktSteenwol losjes tussen de stijlenDamprem alleen als het ook een buitenmuur is
Bijkeuken of garage, alleen netjes afwerkenPlaat op een frame met isolatieSteenwol 45 mmDamprem binnen als de ruimte verwarmd wordt

Spouwmuur isoleren en wat er misgaat

Voordat er iets de spouw in gaat, hoort er iemand in te kijken. Boor een gat in een stootvoeg, steek er een endoscoop in en beoordeel de breedte van de spouw, de hoeveelheid specieresten op de muurankers, het vuil onderin en of het binnenblad ergens nat is. In een jaren dertig woning is die spouw vaak maar drie tot vijf centimeter breed, zit hij vol met specie-baarden en kruisen er stenen dwars doorheen. Dat kan nog steeds, maar de vulling wordt onregelmatig en het risico op vochtdoorslag naar het binnenblad is groter dan bij een naoorlogse woning.

Zelf spouwmuurisolatie aanbrengen door de spouw van bovenaf vol te gieten met losse isolatiekorrels klinkt aantrekkelijk en werkt niet. De zwaartekracht vult de rechte stukken, maar onder elke raamdorpel blijft een omgekeerde driehoek leeg, en achter elke specie-baard ontstaat een holte. Een isolatiebedrijf boort niet voor niets om de meter een gat: alleen zo kun je per vak controleren of het vol zit en het materiaal met een slang op druk verdelen. Bij een professionele vulling krijgen de parels ook een beetje lijm mee, waardoor de spouw niet leegloopt zodra er ooit een kozijn uit gaat. Losse korrels lopen dan letterlijk de tuin in.

De bovenkant van de spouw moet dicht, maar niet met steen. Een liggend blok of een gemetselde afsluiting maakt een koudebrug en een vochtbrug tussen buitenblad en binnenblad. Gebruik in plaats daarvan een in folie verpakt stuk isolatie of een afsluiting die geen steenachtige verbinding maakt. Onderin doe je juist het omgekeerde: de open stootvoegen blijven open, want die voeren water af dat in de spouw komt. Bij het metselen van een nieuwe spouwmuur houd je de spouw schoon met een spouwlat op de muurankers, die je laag voor laag omhoogtrekt.

Bij spouwmuur schoonmaken gaat het bijna altijd om puin en specie-baarden onderin, die je via een uitgenomen steen uit de spouw schept voordat er isolatie in gaat. De gaten die na het inblazen overblijven worden dichtgezet met een voegmortel in de kleur van de bestaande voeg, en dat gaten dichten hoort bij de opdracht. Water in de spouw heeft meestal een aanwijsbare route: specie-baarden die het buitenblad met het binnenblad verbinden, een lateislabbe die ontbreekt of verkeerd om boven een kozijn ligt, verstopte stootvoegen, of een open verbinding met de kruipruimte waardoor vochtige lucht in de spouw condenseert. Optrekkend vocht komt zelden hoger dan ongeveer 1,2 meter, dus zit het vocht hoger of over de hele gevel, dan zoek je in een andere richting. Het onderste deel van de gevel hoort waterbestendig uitgevoerd te zijn, en hoe dat trasraam is opgebouwd bepaalt of vocht daar wordt gestopt.

Een warmtebeeldcamera is een aardig hulpmiddel maar geen bewijs. Meet vroeg in de ochtend na een nacht flink stoken en bij een groot temperatuurverschil, en hang geen oordeel op aan een halve graad verschil: meubels tegen de muur, een vochtige gevel die verdampt en een vloer die kouder is dan het plafond vertekenen het beeld. Wil je zekerheid over verzakte isolatie, tik dan op een verdachte plek een steen uit de gevel en kijk. Die steen kan er daarna gewoon weer in.

MateriaalLambdaRd bij een spouw van 5 cmSterk puntZwak punt
EPS-parels met lijm0,033 tot 0,035ongeveer 1,45Vult onregelmatige spouwen goed en is betaalbaarParels lopen weg zodra er later een kozijn uit gaat
Minerale wolvlokken, ingeblazen vlokken van steenwol0,035 tot 0,040ongeveer 1,3Onbrandbaar en dampopenKan verzakken in een vuile spouw en neemt water op
PUR-schuim ter plaatse gespoten0,026 tot 0,030ongeveer 1,8Hoogste waarde, hecht en zakt nietOnomkeerbaar, en fouten in de verdeling zie je niet
Glaswolvlokken0,036 tot 0,040ongeveer 1,3Licht en goedkoopZelfde bezwaren als steenwolvlokken
Thermofoam, spouwmuurisolatie met foam0,030 tot 0,035ongeveer 1,5Vult ook smalle spouwen van drie centimeterVraagt een gelijkmatige spouw en vakwerk
Losse korrels zonder lijm0,035ongeveer 1,4Alleen op papier goedkoperZakt weg, loopt eruit, doe dit niet

Kalkzandsteen, gasbeton en gipsblokken

Bij een steenachtige binnenwand kies je tussen lijmen en metselen. Lijmblokken gaan in een dunbedlijm van twee tot drie millimeter en die wand komt veel rechter en sneller omhoog dan metselwerk in twaalf millimeter mortel. De eerste laag stel je altijd in een bed metselmortel, kaarsrecht en waterpas, want daarop bouw je alles verder op. Een scheve eerste laag krijg je met lijm van drie millimeter nooit meer recht.

Kalkzandsteen is het zwaarste en sterkste materiaal in deze rij, met ongeveer 1800 kilo per kubieke meter. Een lijmblok van 120 bij 300 bij 900 millimeter weegt daarmee bijna zestig kilo, dus dat gaat met een steenklem of met twee man. Je krijgt er een stille, sterke wand voor terug waar je met een gewone slagplug van alles aan hangt. Op maat maken is het lastige deel. Een alligatorzaag is bedoeld voor gasbeton en gipsblokken en kalkzandsteen is daar te hard voor. Wat wel werkt: nat zagen op een steenzaagtafel, knippen met een gehuurde steenknipper, een reciprozaag met een hardmetalen steenblad, of gewoon hamer en beitel voor werk dat je toch stuct.

Gasbeton, ook wel cellenbeton of Ytong, zit aan de andere kant van het spectrum. Met 500 tot 600 kilo per kubieke meter is het licht genoeg om alleen te tillen, je zaagt het met een handzaag of een alligatorzaag, en het isoleert een stuk beter dan kalkzandsteen. De blokken hebben een tand-en-groefprofiel op de kopse kanten, en het lijmen van gasbetonblokken gaat met gasbetonlijm uit een lijmkam. Fix en finish is daar geen vervanger voor: dat is een fijne reparatiepasta en geen blokkenlijm. Boren doe je zonder klopstand, en voor bevestigingen neem je speciale gasbetonpluggen of schroeven die zich in het zachte materiaal vastvreten. Gasbeton storten is iets anders dan blokken stapelen: schuimbeton wordt vloeibaar aangevoerd en als isolerende laag in een kruipruimte of onder een vloer gestort.

Gipsblokken en gibo blokken zitten daartussenin. Ze zijn 70, 80 of 100 millimeter dik, hebben tand en groef, en worden gelijmd met gipsblokkenlijm. Voor een rechte binnenwand die je daarna stuct is dat het snelste dat er is. Ze horen alleen niet in een doucheruimte, ook de waterbestendige variant niet zomaar, en voor ophangen gebruik je lange kunststof pluggen of speciale gibo pluggen, want gips is zacht en een korte plug trekt zo uit. Hoe je die wand opzet en waar je op moet letten bij deuropeningen staat bij het werken met gipsblokken, en de merkspecifieke maten en pluggen bij gibo blokken.

Nog een paar praktische punten. Kalkzandsteen zuigt hard, dus voor je stuct of verft strijk je voor met een verdunde voorstrijk. Bij warm weer maak je de blokken licht nat voordat je metselt, anders trekt de mortel te snel op. En kalkzandsteen hoort binnen: de standaardvariant is niet vorstbestand en zuigt water, dus niet als buitenblad zonder bescherming, niet in een plantenbak en niet onder het maaiveld. Daar hoort beton of een harde gebakken steen.

BlokGangbare dikteGewicht per m2Op maat makenOphangen
Kalkzandsteen lijmblok100, 120, 150, 214 mm180 tot 385 kgNat zagen, knippen, reciprozaag met steenbladGewone slagplug, houdt veel
Gasbeton of cellenbeton70 tot 200 mm35 tot 110 kgHandzaag of alligatorzaagGasbetonplug of gasbetonschroef zonder plug
Gipsblok of gibo blok70, 80, 100 mm65 tot 100 kgHandzaag of alligatorzaagLange kunststof plug of gibo plug
Poriso of keramisch blok100 tot 150 mm90 tot 140 kgNat zagen of tafelzaagLange plug die door de holle kamers heen grijpt
Baksteen, halfsteens gemetseld100 mmongeveer 180 kgTroffel en beitel of nat zagenGewone slagplug
Betonnen binnenwand70 tot 100 mm170 tot 240 kgNiet, dat is gietwerkBetonplug of betonschroef, boren met klop

Lateien, draagmuren en scheuren in de wand

Boven elke opening in een gemetselde wand moet iets de last opvangen. In een niet-dragende binnenwand volstaat vaak een lichte betonlatei, een gasbetonlatei van zeven centimeter of wapening in de lijmvoegen boven de opening, waardoor het metselwerk zelf als gewapende balk werkt. Zodra er vloerbalken, een muurplaat of een verdiepingsvloer op de muur rusten, hoort er een berekening bij. Welke soort waar hoort en hoe je hem stelt, staat bij het plaatsen van een latei, en de prefab uitvoering in de volle wanddikte bij de stalton latei.

Opleglengte is het getal waar het meestal op vastloopt. Wij rekenen bij een kleine overspanning op minimaal 100 millimeter per zijde en op meer zodra de overspanning groter wordt of er een vloer op rust. Wat een fabrikant voorschrijft verschilt per type en staat op het productblad van de latei, en bij dragend werk bepaalt de constructeur het. Een latei van 135 centimeter boven een kozijn van 110 centimeter houdt maar 12,5 centimeter per kant over, en dat is krap als er balken op die muur liggen. Leg de latei in een bed krimpvrije mortel zodat hij over de volle lengte draagt. Schroeven in de zijkanten hebben geen functie: de mortel doet het werk. In een buitengevel neem je een verzinkte of roestvaste latei, want blank staal roest, zet daarbij uit en drukt het metselwerk erboven kapot.

In oude panden zit boven een kozijn vaak geen latei maar een rollaag of een flauwe toog, en soms draagt het kozijn zelf een deel mee. Haal je dat kozijn eruit, dan valt die opsluiting weg en moet er alsnog iets in. Hoe zo'n staande laag stenen zich gedraagt en wanneer hij zelf draagt, lees je bij de rollaag. Boven de latei in een spouwmuur hoort een lateislabbe die water naar de open stootvoegen leidt. Ontbreekt die of ligt hij verkeerd om, dan loopt regenwater rechtstreeks op het binnenblad en zie je binnen een natte plek boven het kozijn.

Een draagmuur herkennen doe je aan een combinatie van kenmerken, nooit aan één. Kijk naar de richting van de vloerbalken, want een muur die haaks onder de balklaag staat is verdacht, en kijk of de wand op elke verdieping op dezelfde plek staat, doorloopt tot in de kap en op de fundering rust. Dikte alleen zegt weinig: een halfsteense muur van negen of tien centimeter kan in een oud huis wel degelijk dragen, terwijl een dikke wand soms nergens voor dient.

Zit er eenmaal een stalen balk in, dan moet die brandwerend worden ingepakt. Een stalen balk bekleden met gipsplaat doe je met brandwerende platen op een koker van U-profielen eromheen, niet door de plaat rechtstreeks op het staal te schroeven. Scheuren in de wand vertellen je pas iets als je ze een tijd in de gaten houdt: zet met potlood een streepje met de datum op de uiteinden en meet de breedte. Een haarscheur op de aansluiting met plafond of vloer is meestal krimp of zetting en cosmetisch, terwijl een horizontale scheur midden in een binnenmuur of een diagonale scheur vanuit een deurhoek op verplaatsing wijst.

Type lateiWaar hij hoortOverspanningWaar je op let
Stalen L-profielBuitengevel, steensmuur, opening in metselwerktot ongeveer 2,5 m, daarboven berekenenVerzinkt of roestvast, in krimpvrije mortel leggen
Dubbele stalen lateiSpouwmuur waar binnen- en buitenblad allebei dragentot ongeveer 3 mPer blad een profiel, met een slabbe ertussen
BetonlateiBinnenwand en buitengevel1 tot 3 mMet de gemarkeerde kant boven, en nooit inkorten
Gasbetonlatei van 7 cmNiet-dragende binnenwand van cellenbetontot ongeveer 1,2 mAlleen als er niets op de muur rust
Stalton of prefab voorgespannen lateiBinnenwand in de volle wanddikte1 tot 3,5 mOp maat bestellen, niet zagen, wapening ligt voorgespannen
Houten lateiBinnenwand in een oud pandtot ongeveer 1,2 mAlleen bij bestaand werk, niet meer nieuw toepassen
Wapening in de lijmvoegenKleine opening in een niet-dragende lijmblokwandtot ongeveer 1,5 mWapening minstens 50 cm doorlopen aan weerszijden
Rollaag als samenwerkende lateiHistorisch metselwerk boven een kozijntot ongeveer 1,2 mDraagt alleen als het metselwerk erboven intact is

Droogtijden

Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens

Soort werkMateriaalStofdroogOverschilderbaar of belastbaarVolledig uitgehardWaar het misgaat
KitAcrylaatkit20 tot 40 minutenna 6 tot 12 uur overschilderbaar24 tot 48 uurTe vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt.
KitSiliconenkit (sanitair)10 tot 20 minutenniet overschilderbaar24 uur per 2 mm dikteEen dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig.
KitHybride kit (MS-polymeer)15 tot 30 minutenna 24 uur overschilderbaar24 tot 72 uurHardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer.
KitPolyurethaankit30 tot 60 minutenna 24 uur3 tot 5 dagenBlijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is.
KitMontagekit30 minuten voorgripna 24 uur belastbaar3 tot 7 dagen op volle sterkteZwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt.
StucwerkStucpasta of finishpasta2 tot 4 uurna 12 tot 24 uur schuren24 tot 48 uurOp een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij.
StucwerkGips (raaplaag)12 uur per laagna 24 uur verder werken1 week per centimeter dikteVerven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf.
StucwerkCementgebonden pleister24 uurna 3 dagen2 tot 4 wekenEen dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven.
StucwerkVulmiddel voor gaatjes20 tot 60 minutenna 1 tot 2 uur schuren4 tot 8 uurDiepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen.
VerfMuurverf op waterbasis (latex)30 tot 60 minutenna 4 tot 6 uur tweede laag2 tot 4 wekenDe verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast.
VerfGrondverf op waterbasis1 uurna 4 tot 6 uur schuren en aflakken24 uurOnvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak.
VerfGrondverf op terpentinebasis4 tot 6 uurna 16 tot 24 uur3 tot 5 dagenBij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door.
VerfLak op waterbasis1 tot 2 uurna 6 uur tweede laag5 tot 7 dagenDeuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken.
VerfLak op terpentinebasis4 tot 8 uurna 24 uur1 tot 2 wekenBlijft in een vochtige ruimte dagen kleverig.
VerfVoorstrijkmiddel1 tot 2 uurna 2 tot 4 uur verder12 uurDoorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in.
VloerEgaliseermiddel3 tot 6 uur beloopbaarna 24 uur vloer leggen1 dag per millimeterEen laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc.
VloerCementdekvloer24 tot 48 uur beloopbaarna 3 weken belastbaar1 week per centimeter, daarna langzamerEen dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag.
VloerAnhydriet gietvloer24 tot 48 uurna 5 tot 7 dagen3 tot 6 wekenDe zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden.
VloerBetonvloer gestort24 uur ontkistenna 7 dagen licht belastbaar28 dagen op sterkteTe snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig.
TegelwerkTegellijm (standaard)niet belopenna 24 uur voegen7 dagenVoegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting.
TegelwerkTegellijm (sneldrogend)niet belopenna 4 tot 6 uur voegen24 uurHandig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd.
TegelwerkVoegmortel2 tot 3 uur nawassenna 24 uur licht belastbaar7 dagen voor douchegebruikTe snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen.
TegelwerkSmeerbare afdichting (kimband en pasta)3 tot 4 uur per laagna 12 tot 24 uur tegelen24 uurTwee dunne lagen werken beter dan een dikke.
BehangBehangplaksel op vliesbehangdirect hangenna 24 uur droog48 uurVerwarming vol aanzetten laat de naden openstaan.
BehangGlasweefsel met muurverf gelijmd6 uurna 24 uur overschilderen48 uurTe vroeg de tweede laag geeft blaasjes.
HoutHoutlijm (pva)20 tot 30 minuten klemmenna 1 uur voorzichtig hanteren24 uur op volle sterkteTe weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt.
HoutConstructielijm (polyurethaan)40 minuten klemmenna 3 uur24 uurSchuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk.
HoutHoutvuller op waterbasis30 minutenna 1 uur schuren4 uurDiepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm.
HoutEpoxy houtreparatie30 tot 90 minutenna 4 tot 6 uur schuren24 uurOnder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig.
HoutBeits op waterbasis1 uurna 4 uur tweede laag24 tot 48 uurIn de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen.

Samengesteld uit fabrikantenvoorschriften en uit wat mensen in de praktijk tegenkomen. Alle tijden gelden bij ongeveer 20 graden en 60 procent luchtvochtigheid. Kouder of vochtiger betekent langer wachten: reken bij 10 graden ruwweg op een verdubbeling. Houd bij twijfel de verpakking van jouw product aan.

Veelgestelde vragen

Hoe dik is een gipsplaat en welke dikte kies je waar?

De standaardmaat is 12,5 millimeter en daar kun je binnen bijna alles mee doen: wanden, plafonds en voorzetwanden. Platen van 9,5 millimeter zijn er ook, maar die zijn bedoeld als drager voor stucwerk of voor een plafond op dicht regelwerk. Voor meer massa, bijvoorbeeld tegen geluid of voor een wand waar iets aan moet hangen, ga je naar 15 millimeter. Buigplaten van 6,5 millimeter gebruik je alleen voor rondingen, in twee lagen over elkaar. Voor een plafond neem je 12,5 millimeter met verjongde kanten als je gaat sauzen, en 9,5 millimeter als er nog een stukadoor overheen gaat.

Hoe breed en hoe lang zijn gipsplaten, en wat wegen ze?

De standaard wandplaat is 1200 millimeter breed en 2600 millimeter lang. Verder zijn er lengtes van 2000, 2400, 2500, 2800, 3000 en 3600 millimeter, en voor plafonds smalle platen van 600 millimeter breed. Bij een bouwmaterialenhandel gaan ze door tot 4800 millimeter. Reken op ongeveer 9,5 kilo per vierkante meter bij 12,5 millimeter dikte. Een plaat van 260 bij 60 centimeter komt daarmee op ongeveer 15 kilo, een plaat van 260 bij 120 op ongeveer 30 kilo, en een plafondplaat van 360 bij 120 op ruim 40 kilo. Boven de 25 kilo werk je met twee man of met een lift.

Moet je gipsplaten voorstrijken voordat je saust of behangt?

Ja, en om twee redenen. Gipskarton is glad en zwak zuigend terwijl de vuller in de naden juist wel zuigt, en dat verschil zie je terug als doffe of glanzende banen door je latex. Daarnaast hecht behanglijm zonder voorstrijk rechtstreeks op het karton, waardoor je bij het verwijderen de toplaag meetrekt. Voor stucwerk neem je een kwartshoudende voorstrijk, want die maakt het gladde oppervlak ruw genoeg voor hechting. Voor verf en behang volstaat een voorstrijk voor zwak zuigende ondergrond. Op een stucplaat mag het meestal zonder, al geeft een grondering wat meer verwerkingstijd.

Kun je gipsplaten behangen of moet er eerst gestuct worden?

Behangen kan prima, mits de naden goed zijn afgewerkt. Vul ze met wapeningsband en vuller, schuur ze vlak en strijk daarna het hele vlak voor. Doe je dat niet zorgvuldig, dan zie je bij glad of dun behang de band als een lijn door het behang heen lopen. Renovlies of vliesbehang is op gipsplaat de prettigste keuze, want dat overbrugt kleine oneffenheden en laat zich later droog aftrekken. Verven mag ook direct, maar dan moet de naadafwerking beter zijn dan bij behang, want verf vergeeft niets.

Hoe haal je behang van een gipsplaat af zonder de plaat te slopen?

Dat hangt af van wat er onder het behang zit. Is de plaat destijds voorgestreken of geverfd, dan komt gewoon behang er met warm water met wat behangafweker prima af. Zit het behang rechtstreeks op het karton, dan trek je de toplaag mee en is repareren onvermijdelijk. Werk dan zo droog mogelijk: alleen de bovenlaag aftrekken en de papieren rug laten zitten, die kun je overschilderen na een hechtprimer. Glasvezelbehang is het lastigste geval, want dat zit met vezellijm en trekt vrijwel altijd karton mee. Overschilderen is daar meestal verstandiger dan verwijderen.

Moet er wapeningsband over de naden van gipsplaten?

Bij een gewone wand of plafond op een stabiele ondergrond wel. Band houdt de twee platen bij elkaar en voorkomt dat kleine beweging als een haarscheur in de vuller uitkomt. Papierband is het sterkst maar moet in natte vuller. Zelfklevende glasvezelgaasband is makkelijker, maar werkt alleen goed in combinatie met een sneldrogende vuller, want luchtdrogende vuller is daar te slap voor. Er bestaan speciale vullers voor platen met ronde kanten waarbij geen band nodig is, en die werken op een plafond dat niet werkt. Op een constructie die wel beweegt, zoals een dakbeschot, houdt geen enkele starre naad het.

Hoeveel ruimte laat je tussen gipsplaten?

Op de lange zijden met een verjongde kant zet je de platen gewoon tegen elkaar aan, want de verjonging is de ruimte voor je vuller. Kopse kanten laat je twee tot drie millimeter open, zodat er materiaal in de naad komt in plaats van er alleen overheen. Rondom houd je afstand: ongeveer tien millimeter tot de vloer, vijf millimeter tot de aansluitende muur en vijf millimeter onder het plafond. Die kieren vul je aan het eind met acrylaatkit, niet met vuller, omdat die aansluitingen bewegen en vuller daar altijd scheurt.

Welke schroeven gebruik je voor gipsplaat en hoe ver zet je ze uit elkaar?

Gipsplaatschroeven hebben een trompetvormige kop die zichzelf in het karton drukt zonder het te scheuren, en ze zijn gefosfateerd zodat ze niet roesten in het gips. Fijne draad is voor stalen profielen, grove draad voor hout. De lengte reken je uit: plaatdikte plus minstens tien millimeter in staal en twintig in hout. Voor 9,5 millimeter op staal zijn gipsplaatschroeven van 20mm genoeg, voor 12,5 millimeter neem je 25 millimeter, en op hout 35 millimeter. De onderlinge afstand is 25 centimeter op een wand en 17 tot 20 centimeter op een plafond. Nieten met een tacker kan alleen op hout en alleen voor de eerste laag van een dubbele beplating.

Kun je gipsplaten tegen een muur lijmen?

Ja, en dat scheelt zo'n zeven centimeter aan wanddikte ten opzichte van een frame. Het gebruikelijke middel is kleefgips, dat je in dotten om de dertig tot vijfendertig centimeter op de plaat zet en waarmee je de plaat met een rei vlak stelt. Zuigt de muur hard, strijk hem dan eerst voor. Voor gipsplaat op PIR of EPS gebruik je een PU-plaatlijm of speciaal purschuim, en fixeer je de plaat daarna op een paar punten mechanisch. Cementmortel hecht onvoldoende op karton en tegellijm is te stijf en te zwaar. Op een muur waar vocht doorheen komt lijm je helemaal niet, daar hoort een losse voorzetwand.

Metal stud of hout: wat is beter en wat is goedkoper?

In de vergelijking metal stud vs hout wint metal stud op prijs: per strekkende meter is het meestal goedkoper dan geschaafd hout, gaat sneller, blijft kaarsrecht en werkt niet mee met vocht. Ook voor geluid is het gunstiger, omdat een stalen profiel veerkrachtiger is en trillingen minder stijf doorgeeft dan een houten stijl. Bij de keuze hout of metalstud wint hout op één punt: je kunt er overal in schroeven en nieten, en dat is prettig onder een schuine kap waar niets haaks staat. Bij een hoge wand haal je drie meter met gewone profielen van 75 millimeter, en in bedrijfsruimtes worden er met zwaardere profielen wanden van acht meter en meer mee gebouwd; welke hoogte bij welk profiel hoort staat in de tabel van de systeemleverancier.

Metal stud 50 of 75: welk profiel neem je?

Een profiel van 50 millimeter geeft met plaat aan twee kanten een wand van 75 millimeter en is voldoende voor een kastwand, een koker of een korte scheidingswand tot ongeveer 2,6 meter hoog. Zodra de wand hoger wordt, er een deurkozijn in komt of er meer isolatie in moet, neem je 75 millimeter. Dat profiel is merkbaar stijver, haalt met enkele beplating ongeveer drie meter en past beter bij de standaardmaat van een deurkozijn. Moet er dikke isolatie of leidingwerk in, dan ga je naar 100 millimeter. Voor een kozijn verzwaar je de stijlen aan weerszijden met hout in het profiel of met twee profielen rug aan rug.

Hoe hang je zware dingen aan een gipsplaat wand of plafond?

Aan een wand haalt een kunststof gipsplaatplug vijf tot tien kilo en een hollewandplug met paraplu vijftien tot vijfentwintig kilo per stuk. Hoeveel een plug houdt hangt sterk af van de plaatdikte waarin hij grijpt. Alles daarboven schroef je in de stalen stijl of in achterhout, en dan houdt het gewoon vijftig kilo of meer. Zoek de stijl terug met een magneet: die blijft aan de schroeven van de plaat hangen. Aan een plafond ligt het compleet anders, want daar trekt de last recht aan de plaat en houdt vrijwel geen plug iets. Alles wat zwaarder is dan een rookmelder hangt aan het regelwerk of aan de balklaag erboven. Datzelfde geldt voor gordijnrails: die schroef je in de stijl of in vooraf geplaatst achterhout.

Hoe zaag, boor en frees je in gipsplaat?

Zagen doe je zo min mogelijk. Snijd het karton door langs een rei met een gipsplaatmes, breek de plaat over de snede en snijd het achterkarton door. Dat is sneller, rechter en veel schoner dan zagen. Voor uitsparingen midden in een plaat gebruik je een steekzaag met een fijn blad of een gipsplaatfrees. Inbouwdozen maak je met een gatenzaag van 68 millimeter op lage toeren. Boren gaat met een gewone hout- of steenboor en altijd zonder klopstand, want klopstand slaat het gips kapot. Moet je een hoek uitnemen bij een deur of een raamdag, snijd die dan als L-vorm uit één plaat in plaats van er twee stukken tegen elkaar te zetten.

Welke gipsplaat gebruik je in een badkamer?

De groene, vochtwerende plaat hoort in de droge delen van een badkamer, bij een wastafel en in een toilet. In een doucheruimte is hij niet de juiste keuze, ook al wordt hij daar vaak toegepast. Wat de vochtwerende plaat precies aankan is beperkter dan de kleur suggereert: vochtwerend betekent dat de plaat minder snel vocht opneemt, niet dat hij waterdicht is, en bij een sloop zie je zo'n plaat achter de tegels regelmatig zacht en beschimmeld terugkomen. Voor de natte zone neem je een cementgebonden bouwplaat, die je met tegellijm bevestigt en die zich prima op maat laat maken. Werk je toch met gipsplaat, gebruik dan in elk geval een afdichtingssysteem met kimband en afdichtingspasta onder de tegels.

Kun je gipsplaat buiten gebruiken?

Nee. Gips neemt vocht op en valt bij herhaalde bevochtiging uiteen, en het karton laat los. Ook onder een overkapping of in een onverwarmde schuur waar condens optreedt, houdt een gewone of vochtwerende plaat het niet. Voor buiten neem je een cementgebonden bouwplaat, een vezelcementplaat of underlayment. Denk daarbij ook aan de schroeven: gefosfateerde gipsplaatschroeven zijn niet weerbestendig en roesten buiten binnen een seizoen door, dus daar gebruik je roestvaste bevestiging. Voor een overdekte buitenruimte die je binnenwerks wilt afwerken is een vezelcementplaat met een buitenpleister de gangbare route.

Wat is het verschil tussen Fermacell en gipsplaat?

Fermacell is een gipsvezelplaat: gips gemengd met papiervezel, door en door hetzelfde materiaal en zonder karton. Rigidur is een vergelijkbaar product. Met ongeveer 15 kilo per vierkante meter bij 12,5 millimeter weegt de plaat anderhalf keer zo veel als gipskarton, en dat vertaalt zich in meer sterkte, betere geluidsdemping en een hogere plugbelasting. De naden lijm je met voegenlijm terwijl de platen strak tegen elkaar staan, in plaats van ze te vullen met band. Schroeven doe je met zelfborende gipsvezelschroeven en bij de randen boor je voor. Voor verf of behang moet de plaat wel voorgestreken worden, want gipsvezel zuigt duidelijk sterker.

Hoe leg je Fermacell vloerplaten op een houten vloer en moet je egaliseren?

Vloerelementen van gipsvezel hebben een sponning langs de randen die je lijmt en daarna schroeft of niet, en ze worden zwevend gelegd op een vlakke ondergrond. Ligt de houten vloer niet vlak, dan egaliseer je eerst met droge egalisatiekorrels tot ongeveer zes centimeter, en pas daarna komen de platen erop. Een laag egaline over de platen is meestal niet nodig: de platen zijn de egalisatie. Komt er vloerverwarming in, dan bestaan er voorgefreesde Fermacell platen met groeven waar de buizen precies in vallen. Wil je er een gietvloer of click pvc op, dan kan een dunne vezelversterkte egaline van twee tot drie millimeter helpen, na voorstrijken. Qua gewicht is dat geen bezwaar, want twee millimeter is ongeveer drie kilo per vierkante meter tegenover 25 tot 30 kilo voor de vloerelementen zelf. Houd er wel rekening mee dat zo'n dunne laag lastig vlak te gieten is als je het niet vaker hebt gedaan.

Hoe maak je een tussenwand geluiddicht?

Geluid houd je tegen met massa, ontkoppeling en absorptie, en je hebt ze alle drie nodig. Neem dubbele beplating aan beide zijden, liefst een laag van 12,5 en een van 15 millimeter zodat de lagen niet dezelfde resonantie hebben. Vul de spouw losjes met steenwol, niet propvol, want de wol moet lucht kunnen dempen. Zet afdichtingsband onder alle rails en kit de aansluiting op vloer, plafond en zijmuren af. Laat de naden van beide plaatlagen en van beide zijden verspringen. Plaats stopcontacten nooit rug aan rug in hetzelfde vak, want dan heb je een gat door je hele wand. De zwaarste variant is een dubbele stijlrij: twee losse frames die elkaar nergens raken.

Hoe herken je een draagmuur op een plattegrond?

Een draagmuur herkennen op een plattegrond doe je aan een combinatie van kenmerken en nooit aan één. Op een bouwtekening is een dragende wand meestal met een dikkere lijn getekend en staat hij op elke verdiepingsplattegrond op dezelfde plek. Verder let je op de richting van de vloerbalken, want een muur die haaks onder de balklaag staat draagt waarschijnlijk mee. Loopt de wand door tot in de kap of staat hij precies boven een funderingsbalk, dan is dat een sterk signaal. Dikte alleen zegt weinig: een halfsteense muur van negen of tien centimeter kan in een oud huis wel degelijk dragend zijn. Bij twijfel laat je het door een constructeur bekijken, zeker als je er een deuropening in wilt of horizontaal wilt frezen.

Wat betekent een horizontale of verticale scheur in een binnenmuur?

Een haarscheur op de aansluiting met plafond of vloer is meestal krimp of zetting van de balklaag en zit alleen in de afwerklaag. Een verticale scheur op de plek waar twee wanden samenkomen is vaak hetzelfde verhaal. Zorgelijker is een horizontale scheur midden in een muur die openstaat, of een diagonale scheur die vanuit de hoek van een deur- of raamopening loopt, want die duidt op verplaatsing. Meet het: zet met potlood streepjes met de datum op de uiteinden en noteer de breedte. Staat de scheur na een half jaar stil, dan kun je hem uithakken in een V, vullen met een flexibele reparatievuller en zo nodig scheurvlies over de wand aanbrengen. Groeit hij, bel dan eerst een constructeur.

Hoe maak je een bovenlicht boven een binnendeur dicht met gipsplaat?

Haal eerst het glas eruit en zaag de glaslatten en de roede weg, zodat je een schone sparing overhoudt. Zet daarin een frametje van metal stud profiel of houten latjes, vastgeschroefd in het kozijn en tegen het metselwerk, en precies zo diep dat de gipsplaat straks gelijk komt met het pleisterwerk. Meet dat aan beide kanten apart, want oude muren zijn zelden aan weerszijden even dik.

Snijd de platen een paar millimeter kleiner dan de sparing, schroef ze op het frame en werk de kier af met vuller en band. Steenwol in de holte houdt geluid tussen de twee ruimtes tegen, en dat is meestal juist de reden dat zo'n bovenlicht dichtgaat. De naad langs het kozijn kit je af met acrylaat in plaats van hem te vullen, omdat hout en gips los van elkaar werken.

Kun je de gipsplaatvuller van de Action gebruiken?

Voor schroefgaatjes, kleine beschadigingen en een plintnaad is een goedkope vuller van de Action prima: het is een fijne pasta die hard wordt en die je kunt schuren. Voor naadwerk is hij minder geschikt, en dat zit niet in de prijs maar in het type. Een naad vraagt om een vuller die in een dikkere laag niet krimpt en die je in één gang breed kunt uitstrijken, en daar is een sneldrogende poedervuller of een echte finisher uit de emmer beter in.

Reken ook op het verbruik. Voor drie gangen over de naden van één kamer ben je al gauw vijf tot tien kilo kwijt, en dan zijn kleine potjes per kilo duurder dan een zak van vijfentwintig kilo bij de bouwmarkt.

Wat levert een geluidsisolerende voorzetwand in de praktijk op?

De ervaringen lopen uiteen van teleurstellend tot verrassend goed, en het verschil zit bijna altijd in de details en niet in het materiaal. Een geluidsisolerende voorzetwand werkt alleen als hij de bestaande muur nergens raakt: eigen rails op afdichtingsband, stijlen die niet tegen de muur klemmen en isolatie die los in de spouw hangt. Eén schroef door het frame in de muur brengt de trillingen alsnog over.

Verwacht een duidelijke demping van stemmen, muziek en televisie, en veel minder winst bij lage tonen en contactgeluid: een subwoofer en een dreunende trap hoor je nog. De grootste winst zit in het dichten van gaten. Een stopcontact dat in de bestaande muur is uitgehakt, een leidingdoorvoer of een open rand langs het plafond doet meer kwaad dan een centimeter isolatie minder.

Wat doe je als er per ongeluk een draagmuur is verwijderd?

Stop met werken en haal iedereen weg onder en boven de opening. Zet de vloer erboven daarna tijdelijk op stempels: verstelbare bouwstempels onder een verdeelbalk, aan weerszijden van de weggehaalde muur en met de voet op een plek die de last verder kan afdragen. Laat er geen bouwmateriaal of zware meubels op de verdieping erboven staan.

Bel vervolgens een constructeur en niet een aannemer die het even oplost. Er moet berekend worden welke balk erin hoort, hoe de last wordt afgedragen en hoeveel opleg nodig is, en bij een dragende wand hoort ook een vergunning voor het herstel. Let ondertussen op de signalen dat er iets beweegt: deuren die gaan klemmen, nieuwe scheuren boven de opening en een vloer die zichtbaar veert.

Wat bepaalt de kosten van een deuropening maken in een binnenmuur?

De kosten worden bijna helemaal bepaald door één vraag: draagt de muur of niet. Een opening in een lichte scheidingswand is sloopwerk plus een kozijn en wat afwerking, en dat blijft bij een paar honderd euro aan materiaal als je het zelf doet. Zodra de muur draagt komen er posten bij die je niet kunt overslaan: een constructieberekening, een stalen balk of een prefab latei op maat, tijdelijke stempels tijdens het uitbreken en een vergunning bij de gemeente.

Reken erop dat de berekening en de vergunning samen al snel het grootste vaste deel vormen, ongeacht hoe breed de opening wordt. Daarna schalen de kosten mee met de overspanning, het gewicht van de balk en de vraag of er leidingen of een schoorsteenkanaal in de muur zitten. Vraag twee of drie offertes op en laat daarin apart benoemen wie het puin afvoert en wie de wand naderhand afwerkt, want juist daar lopen offertes uiteen.