Radiator afdoppen zonder lekkage en zonder koude radiatoren
Een radiator afdoppen begint met twee vragen: op welk punt dop je af, en wat voor verbinding zit daar. Op de wartel van de kraan werk je meestal met een 3/4 duims dop, op de kale leiding met een knelkap van 15 of 22 mm of met een stalen stop op draad. Het systeem moet daarvoor drukloos zijn, en na afloop breng je het weer op druk omdat een combiketel zonder cv-druk geen warm water geeft. Bij een radiator die doorgelust is, mag je niet zomaar afdoppen.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Twee waterpomptangen of twee bahco's, zodat je kunt tegenhouden
- Steeksleutel of ringsleutel in de maat van de wartel
- Pijpsnijder voor koperen of dunwandige stalen buis
- IJzerzaagje voor waar de pijpsnijder niet bij kan
- Schuurlinnen of een fijne vijl om de zaagsnede braamvrij te maken
- Ontluchtingssleutel
- Tuinslang of vulslang die op de vulkraan past
- Emmer, teil en een oude pan of bakblik
- Waterstofzuiger of een stapel oude handdoeken
- Bandenspanningsmeter om de voordruk van het expansievat te meten
Materiaal
- Knel eindkap 15 mm of 22 mm, passend bij de leidingmaat
- Blinddop 3/4 duims voor de wartelaansluiting van de radiatorkraan
- Blinddop 1/2 duims of 3/8 duims voor op de leiding
- Blinde radiatorplug 1/2 duims voor een verdeelbalk
- Losse knelringen in de juiste maat
- Hennep en fitterskit voor draadverbindingen
- Eventueel een sok met aftapper in plaats van een gesloten dop
- Vlakke pakkingen voor messing kappen
Tijdelijk afdoppen of definitief afdoppen
Afdoppen doe je in twee heel verschillende situaties, en die vragen om ander materiaal. Tijdelijk afdoppen is de klus die je doet als de stukadoor komt, als er geschilderd wordt of als er een dakkapel geplaatst wordt en de radiator een paar dagen van de muur moet. Definitief afdoppen doe je als de radiator nooit meer terugkomt, bijvoorbeeld die ene in de hal die je toch nooit aanzet. Hoe je de radiator zelf van de beugels haalt, staat bij een radiator van de muur halen; op deze pagina gaat het om wat er daarna met de leidingen gebeurt.
Het bredere overzicht van alle klussen aan radiatoren en radiatorkranen helpt je bepalen welke stap je eerst zet.
Bij tijdelijk werk mag de oplossing praktisch zijn. Een dopje van een vulkraan op de wartel van de radiatorkraan houdt prima dicht en kost bijna niets. Het ziet er niet uit, maar het zit een week later toch weer in de la.
Bij definitief afdoppen kijk je verder vooruit. Dan wil je de kraan er meestal helemaal af hebben en een nette dop rechtstreeks op de leiding, of je zaagt het overtollige leidingwerk weg tot vlak bij de standleiding. Een halve meter dode leiding langs de muur laten hangen met een dop erop is zonde van het zicht en verzamelt lucht.
Weet je nog niet zeker of de radiator ooit terugkomt, kies dan de tijdelijke route maar koop wel een fatsoenlijke dop. Een messing of stalen blinddop op de wartel houdt jaren dicht en laat je alle opties open.
Radiator afdoppen of doorlussen
Dit is de vraag die je moet beantwoorden voordat je de eerste dop koopt, want bij een verkeerde keuze wordt de volgende radiator niet meer warm. Het antwoord hangt af van het type systeem.
Bij een tweepijpssysteem, verreweg het meest voorkomend in Nederlandse woningen, heeft elke radiator een eigen aanvoer en een eigen retour vanaf een verdeler of een standleiding. Haal je daar een radiator weg, dan dop je aanvoer en retour allebei af en is het klaar. Aanvoer en retour aan elkaar knopen mag hier juist niet: je maakt dan een kortsluiting waardoor warm water rechtstreeks terugloopt naar de ketel zonder ergens warmte af te geven.
Bij een eenpijpssysteem ligt het omgekeerd. Daar loopt één leiding langs alle radiatoren en tapt elke radiator een deel van de stroom af. Dop je daar af, dan valt het hele circuit erachter stil. Je herkent zo'n opstelling aan een onderblok of een verdeelventiel onder de radiator waar aanvoer en retour allebei in samenkomen, vaak met 50 of 1/2 op het huis gestempeld. Dat ventiel laat de helft van het water doorlopen naar de volgende radiator. Weghalen zonder doorlussen betekent dat die volgende radiator koud blijft, wat een van de eerste dingen is die we nakijken bij een radiator die niet warm wordt.
Een derde aanwijzing haal je uit de verdeler. Tel de aansluitingen en tel de radiatoren op die verdieping. Zijn er vier radiatoren en maar drie paar aansluitingen, dan is er ergens doorgelust en moet je uitzoeken welke radiator dat is voordat je iets afdopt.
| Situatie | Wat je ziet | Afdoppen of doorlussen |
|---|---|---|
| Tweepijpssysteem | Eigen aanvoer en retour per radiator, twee losse leidingen | Beide leidingen afdoppen, niet doorlussen |
| Eenpijpssysteem | Eén ronddraaiende leiding langs meerdere radiatoren | Doorlussen, anders valt het circuit erachter stil |
| Radiator met onderblok of 50%-ventiel | Aanvoer en retour in één blok onder de radiator | Doorlussen op de plek van het ventiel |
| Meer radiatoren dan verdeleraansluitingen | Vier radiatoren, drie paar aansluitingen op de verdeler | Eerst uitzoeken welke doorgelust is |
| Radiator aan het einde van een aftakking | Verloop van 22 naar 15 mm, laatste radiator van de rij | Afdoppen mag, dode leiding zo kort mogelijk houden |
| Radiator tijdelijk eraf | Radiator komt binnen enkele dagen terug | Afdoppen, doorlussen is hier niet aan de orde |
Welke maat dop je nodig hebt
In de bouwmarkt gaat het het vaakst mis op de vraag welke maat je nu eigenlijk nodig hebt. Dat komt doordat er in één radiatoraansluiting drie verschillende maten bij elkaar komen. In de radiator zelf zit een staartstuk met 1/2 duims schroefdraad. Aan de andere kant van dat staartstuk zit een wartelaansluiting van 3/4 duims, en daar wordt de kraan mee vastgezet. En aan de leidingzijde heeft diezelfde kraan vaak weer 1/2 duims of zelfs 3/8 duims draad.
Dop je af op de plek waar de kraan aan de radiator zat, dan heb je dus een 3/4 duims dop nodig, twee stuks per radiator: één voor de aanvoer en één voor de retour. Het dopje van een vulkraan heeft precies die maat en past daar prima op. Draai je de kraan er helemaal af en dop je op de leiding, dan kom je meestal uit op 1/2 duims, en soms op 3/8 duims.
Meet in twijfelgevallen de buitendiameter van de schroefdraad met een schuifmaat en vergelijk die met de tabel hieronder. Het cijfer dat op de kraan gestempeld staat, slaat namelijk lang niet altijd op de kant waar jij wilt afdoppen.
| Aansluitpunt | Gangbare maat | Buitendiameter draad | Wat je erop draait |
|---|---|---|---|
| Staartstuk in de radiator | 1/2 duims buitendraad | circa 21 mm | Blinddop 1/2 duims met hennep en fitterskit |
| Wartel tussen kraan en radiator | 3/4 duims | circa 26 mm | Blinddop 3/4 duims of een dopje van een vulkraan |
| Kraan aan de leidingzijde | 1/2 duims of 3/8 duims | circa 21 mm of 17 mm | Blinddop in dezelfde maat, of kraan eraf en dop op de leiding |
| Dunwandige cv-buis | 15 mm of 22 mm | gemeten over de buis | Knel eindkap in de buismaat |
| Dikwandige gefitte buis | 1/2 duims, buis meet 21,4 mm | 21,4 mm over de buis | Stalen eindkap op draad, geen knelkap |
| Verdeelbalk of verdeler | 1/2 duims binnendraad | meten in het gat | Blinde radiatorplug 1/2 duims |
| Afwijkende koppeling | 5/8 duims | 22,9 mm buiten, 20,5 mm kern | Verloop 5/8 naar 1/2 duims met dop, of een gietijzeren dop |
Een dop die net niet past, past niet. Loopt hij de eerste twee slagen soepel en gaat het daarna zwaar, dan snijd je de draad kapot en lekt de verbinding gegarandeerd. Draai terug, meet opnieuw en haal de goede maat.
Wat je doet als geen enkele standaarddop past
Er is een klassieke situatie waar veel mensen in vastlopen. Op de kraan staat 3/8 gestempeld, een dop van 3/8 duims is veel te klein, een dop van 1/2 duims gaat er net niet op en 3/4 duims is veel te ruim. In de bouwmarkt kijken ze je meewarig aan.
Wat er dan aan de hand is: het cijfer op de kraan slaat op de draad aan de leidingzijde, niet op de kant waar jij meet. De koppeling aan de radiatorzijde heeft een eigen maat. In een deel van de gevallen is dat 5/8 duims, een maat die tussen de twee gangbare in zit met een buitendiameter van 22,9 mm en een kern van 20,5 mm. Die vind je niet bij de gemiddelde bouwmarkt, wel bij een groothandel in verwarmingsmateriaal.
Er zijn drie praktische uitwegen, en de simpelste is meestal de beste. Voor tijdelijk werk draai je er een dopje van een vulkraan op, dat past op deze koppelingen. Voor definitief werk draai je de hele kraan van de leiding af en zet je een 3/8 duims dop rechtstreeks op de leiding, wat er bovendien netter uitziet. Zit je er echt aan vast, dan bestaat er een verloop van 5/8 naar 1/2 duims waar je een gewone dop in draait.
Een vierde optie is het staartstuk uit de radiator draaien, dat op de kraan zetten en er een 1/2 duims dop op plaatsen. Dat werkt, maar je hebt er wel een radiatorsleutel voor nodig en je moet het staartstuk opnieuw afdichten. Als je toch aan de kraan bezig bent, is het soms logischer om meteen de radiatorkraan te vervangen door een exemplaar met een gangbare maat.
Het leidingtype bepaalt welke dop op de radiatorleiding past
Voordat je een dop koopt, kijk je naar de leiding waar de radiator op aangesloten zat. Een dop die op de ene installatie goed zit, is op de andere onbruikbaar. Het verschil dat de meeste mensen over het hoofd zien, is dat tussen dunwandige en dikwandige stalen buis.
Dunwandige cv-buis van 15 of 22 mm werkt met knel- of persfittingen. Daar past een knel eindkap op, die je zonder vlam en zonder draadsnijden monteert. Dikwandige buis is zwaarder en heeft ingesneden draad met gietijzeren fittingen. Zo'n buis van 1/2 duims meet over het metaal 21,4 mm, en dat lijkt genoeg op 22 mm om de verkeerde kap te kopen. Een knelkap van 22 mm draait daar niet op vast, en met de verf eraf zie je pas hoe krap het zit.
Persfittingen zijn een verhaal apart. Daar zit geen draad in, dus er valt niets uit te draaien. Eenmaal geperst krijg je een persfitting niet meer los. De enige route is de buis eronder doorzagen en op het rechte stuk een knel- of klemdop zetten.
| Type verbinding | Hoe je het herkent | Zo dop je af | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Knelkoppeling | Wartel met zeskant, losdraaibaar met twee sleutels | Knel eindkap 15 of 22 mm | Ring vernieuwen, nooit teflon op de knelverbinding |
| Persfitting | Gladde huls met een geperste rand, geen zeskant | Buis doorzagen, knel eindkap op het rechte stuk | Niet proberen los te draaien, dat lukt niet |
| Gefitte dikwandige buis | Gietijzeren fittingen, zware buis, zichtbare draad | Stalen eindkap of stalen stop op de draad | 1/2 duims buis meet 21,4 mm, geen 22 mm knelkap |
| Gesoldeerd koper | Rode buis, gladde soldeernaden | Soldeerkap, of afzagen en knel eindkap | Buis moet kurkdroog zijn voordat je soldeert |
| Wartelaansluiting radiatorkraan | Conische wartel met zeskant tegen de radiator | Blinddop 3/4 duims of vulkraandopje | Kraan tegenhouden, anders verdraai je de leiding |
| Verdeelbalk met slangkoppeling | Vierkante buis met ingedraaide puntstukken | Puntstuk eruit, blinde radiatorplug 1/2 duims erin | Bij sommige oudere verdelers zit de aansluiting vast |
Twijfel je tussen dunwandig en dikwandig, schuur dan een centimeter verf van de buis en meet met een schuifmaat. Vind je 21,4 mm, dan is het 1/2 duims dikwandig. Vind je 22,0 mm, dan is het moderne dunwandige cv-buis en past een knelkap.
Het systeem drukloos maken voordat je losdraait
Er staat druk op je cv, meestal tussen 1,2 en 2 bar. Draai je met die druk erop een wartel los, dan komt er onder druk zwart water uit en dat gaat sneller dan je met een teiltje kunt bijhouden. Drukloos maken is dus de eerste handeling, altijd.
Begin met de stekker van de ketel eruit, zodat de pomp niet meer kan aanslaan en de ketel geen storing gaat melden terwijl jij bezig bent. Sluit daarna een slang aan op de vulkraan of op een aftapkraan, hang het uiteinde in een afvoer en zet hem open. Open vervolgens het ontluchtingskraantje bovenop de radiator die eraf moet, want zonder lucht erbij loopt er niets weg.
Je hoeft niet altijd het hele systeem leeg te laten lopen. Zit er bij de radiator een voetventiel onder de retour en sluit de radiatorkraan aan de andere kant goed, dan draai je die twee dicht en tap je alleen de radiator zelf af met een pan eronder. De rest van het circuit blijft dan gewoon in gebruik. Sluiten de kranen niet volledig, wat bij oude ventielen regelmatig het geval is, dan ontkom je niet aan verder aftappen.
Moet je wel aftappen, tap dan niet lager af dan nodig. Zit de radiator op zolder, dan is een aftappunt op de eerste verdieping genoeg. Elke meter leiding die je onnodig leeg laat lopen, moet je straks weer ontluchten.
Bij een combiketel betekent een drukloze installatie ook geen warm water. De meeste combiketels vragen cv-druk voordat ze de warmwaterfunctie vrijgeven. Plan de klus dus op een dag dat je geen douche nodig hebt, of vul en ontlucht het systeem dezelfde avond nog.
De radiatorleiding afdoppen met een knelkap of een stalen stop
Wil je de radiatorleiding helemaal weg hebben en niet alleen de kraan afsluiten, dan zaag je de buis af en dop je op het kale einde af. Dat is precies het werk waar mensen over twijfelen, terwijl het met een knelkoppeling erg overzichtelijk is.
Zaag de buis recht af, het liefst met een pijpsnijder omdat die vanzelf haaks snijdt. Zit je krap tegen een muur, dan is een ijzerzaagje de enige optie en let je extra op dat je zuiver blijft. Ontbraam de snede daarna van binnen en van buiten, want een braam beschadigt de knelring bij het aandraaien. Je hebt ongeveer twee tot drie centimeter recht buiseind nodig, en dat stuk moet echt recht zijn: een buis die in een bocht vervormd is, krijg je nooit dicht.
Monteer in deze volgorde: eerst de wartel over de buis, dan de knelring, en dan pas de dop erop. Houd de dop vast met de ene sleutel en draai de wartel aan met de andere. Zonder tegenhouden verdraai je de leiding in de muur, en dat merk je pas als er ergens anders een lekkage ontstaat. Op een knelverbinding gaat geen teflontape en ook geen kit: de ring doet het afdichten.
Zit er wel draad op, bijvoorbeeld bij een gefitte dikwandige installatie, dan draai je er een stalen stop of eindkap in met hennep en fitterskit. Een stalen kap heeft meer draadgangen dan een messing exemplaar en is daarmee steviger. Bij dit type verbinding is teflontape geen goede keuze, hennep met fitterskit houdt beter en verdraagt de warmte beter. Dezelfde afdichtregels gelden trouwens bij het afdoppen van een waterleiding, alleen ligt de hygiëne-eis daar hoger.
Een sok met aftapper in plaats van een dichte dop
Loopt de leiding vanaf jouw afdoppunt nog verder omhoog, dan blijft er water in dat stuk staan. Zet je daar een dichte dop op, dan komt die plomp water er bij de volgende klus alsnog uit, precies wanneer je het niet verwacht. Draai er in dat geval een sok met een aftapper op in plaats van een blinde kap. Je kunt het stuk dan gecontroleerd leeg laten lopen boven een emmer.
De verdeler afdoppen in plaats van de leiding
Als je toch de hele leiding naar de radiator wilt weghalen, is de verdeler het nettere afdoppunt. Je houdt dan geen dode leiding over die lucht verzamelt en je bent van het uitbikken of wegwerken van buizen af.
Op een verdeelbalk zitten de aansluitingen als losse puntstukken in de vierkante buis gedraaid. De reflex is om alleen de koppeling of de slang eraf te halen en op het restant een dop te zetten, maar dan hou je een uitstekend stuk over dat er niet uitziet en dat de doorstroming in de balk verstoort. Draai het puntstuk er in zijn geheel uit. Dat zit vaak muurvast, dus zet er een goede sleutel op en houd de balk tegen. In het 1/2 duims gat dat overblijft draai je een blinde radiatorplug, één in de bovenbalk voor de aanvoer en één in de onderbalk voor de retour.
Bij sommige oudere verdelers zijn de aansluitingen vast met de balk verbonden en valt er niets uit te draaien. Krijg je een puntstuk met redelijke kracht niet los, forceer dan niet, want een gescheurde verdeelbalk vervangen is een flink karwei. Voor dat type bestaan er merkeigen eindkappen of blindkappen die je in plaats van de bestaande koppeling monteert.
Welke leidingen naar welke radiator lopen, zoek je zo uit. Zet alle radiatoren dicht behalve die ene die weg moet, laat de ketel een half uur draaien en ga daarna met je hand langs de verdeelbalk. De twee aansluitingen die warm worden, zijn de jouwe.
Weer vullen, op druk brengen en ontluchten
Afdoppen is pas klaar als het systeem weer waterdicht op druk staat. Sluit eerst alle aftappunten en ontluchtingskraantjes, en controleer of elke dop die je gezet hebt echt aangedraaid is. Vul daarna langzaam via de vulkraan en houd de manometer in de gaten.
Nu de installatie toch drukloos is, is dit het moment om de voordruk van het expansievat te controleren. Meet die met een bandenspanningsmeter op het ventiel van het vat. De juiste waarde staat op het vat zelf gestempeld en ligt meestal tussen 0,5 en 1 bar. Meet je nul, dan is het membraan waarschijnlijk stuk en zit het vat vol water, wat je ook merkt aan het gewicht: zo'n vat weegt dan al gauw twintig kilo. Tikken tegen het vat geeft hooguit een aanwijzing, meten geeft antwoord. Hoeveel druk je daarna op de installatie zet, hangt af van de hoogte van je woning; onze hulp om de juiste cv-druk te bepalen rekent dat voor je uit.
Ontlucht daarna alle radiatoren, niet alleen die waar je aan gewerkt hebt. Werk van de laagste naar de hoogste en vul tussendoor bij, want de druk zakt terwijl je de lucht eruit laat. Zet de ketel pas terug op de stekker als er water in het systeem staat, en controleer de volgende ochtend nog een keer de druk en de doppen. Een knelverbinding die net iets te los zit, laat zich in de eerste uren zien als een vochtige rand.
Leg een vel keukenpapier onder elke nieuwe dop en laat dat een dag liggen. Een druppel per uur zie je met het blote oog niet, op wit papier wel.
Zo koppel je een radiator los en dop je de leidingen af
Deze volgorde geldt bij een gewoon tweepijpssysteem, of je nu tijdelijk of definitief afdopt.
-
Bepaal eerst of je mag afdoppen
Kijk of de radiator een eigen aanvoer en retour heeft of dat er een onderblok onder zit waar beide leidingen in samenkomen. Bij dat laatste is de radiator waarschijnlijk doorgelust en wordt de volgende radiator koud als je afdopt. Tel ook de aansluitingen op de verdeler en vergelijk dat met het aantal radiatoren op die verdieping.
-
Zet de ketel uit en haal de stekker eruit
Zo kan de pomp niet aanslaan terwijl jij een wartel openhebt. De ketel meldt anders ook nog een storing zodra de druk wegvalt, en die moet je daarna alsnog resetten. Zet de radiatorkraan en het eventuele voetventiel dicht.
-
Maak het systeem drukloos of tap alleen de radiator af
Sluiten beide kranen bij de radiator goed, dan tap je alleen de radiator zelf af met een pan eronder en blijft de rest in bedrijf. Anders sluit je een slang aan op de vulkraan, hang je die in een afvoer en open je het ontluchtingskraantje bovenop de radiator. Kies een aftappunt dat niet lager ligt dan nodig, dat scheelt straks ontluchtwerk.
-
Draai de wartels los met twee sleutels
Houd de kraan of het staartstuk tegen met de ene sleutel en draai de wartel los met de andere. Zonder tegenhouden verdraai je de leiding in de muur. Zet een teiltje onder de onderste koppeling, want daar komt bijna altijd nog een scheut zwart water uit. Til de radiator daarna van de beugels en houd hem schuin bij het verplaatsen, anders loopt hij op de trap alsnog leeg. Meer over het losnemen zelf lees je bij een radiator afkoppelen.
-
Zet de doppen erop
Op de wartel van de kraan gaat een 3/4 duims dop of een dopje van een vulkraan. Dop je op de kale leiding af, zaag die dan recht af, ontbraam hem en monteer een knel eindkap in de juiste maat: eerst de wartel over de buis, dan de ring, dan de kap. Gebruik op draadverbindingen hennep met fitterskit en op knelverbindingen niets.
-
Controleer het expansievat nu het drukloos is
Meet de voordruk met een bandenspanningsmeter op het ventiel van het vat en vergelijk die met de waarde op het typeplaatje. Dit is het enige moment waarop je dat betrouwbaar kunt doen, dus grijp het aan als je hier toch staat.
-
Vul, breng op druk en ontlucht
Sluit alle aftappunten en vul langzaam via de vulkraan tot de druk op peil is. Ontlucht daarna alle radiatoren van laag naar hoog en vul tussendoor bij. Steek de stekker van de ketel er pas weer in als het systeem gevuld is.
-
Controleer de doppen na een dag
Voel met je vinger langs elke nieuwe verbinding en kijk of de manometer op dezelfde waarde staat als gisteren. Een druk die langzaam zakt, wijst op een dop die nog een kwartslag nodig heeft. Een knelverbinding die net iets te los zit, druppelt in het begin zo weinig dat je het alleen op wit papier ziet.
Storingzoeker
Kies het merk, vul de code in en zie wat er aan de hand is, wat je zelf kunt doen en wanneer je moet bellen. Bekijk alle gegevens
| Merk | Code | Wat er aan de hand is | Wat je zelf kunt doen | Bellen of niet |
|---|---|---|---|---|
| Intergas | 1 | De ketel wordt te warm, de aanvoertemperatuur loopt te hoog op | Controleer de waterdruk en ontlucht de radiatoren. Te weinig water of lucht in de installatie is de gewone oorzaak. | Blijft hij terugkomen: monteur |
| Intergas | 2 | Storing in de aanvoer- of retoursensor | Reset de ketel een keer. Herhaalt de code zich, dan is de sensor of de bedrading het probleem. | Monteur |
| Intergas | 3 | De maximaalthermostaat heeft ingegrepen | Controleer druk en doorstroming, ontlucht de installatie. | Blijft het: monteur |
| Intergas | 4 | Geen vlamsignaal, de ketel krijgt het vuur niet aan | Kijk of de gaskraan open staat en of andere gastoestellen het doen. Reset daarna een keer. | Doet gas het wel: monteur |
| Intergas | 5 | Slecht of wegvallend vlamsignaal | Reset een keer. Vaak vervuilde ionisatiepen of ontsteking. | Monteur |
| Intergas | 6 | Fout in de vlamdetectie | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 7 | Probleem met de rookgasafvoer of de uitlaatgassensor | Kijk of de afvoer buiten vrij is en niet verstopt zit door een vogelnest of blad. | Monteur, dit raakt de veiligheid |
| Intergas | 8 | Het ventilatortoerental klopt niet | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 10 tot en met 14 | Sensorfout of storing in de installatie, bijvoorbeeld een defecte stromingsschakelaar, draadbreuk of lucht in de installatie | Controleer de waterdruk en ontlucht grondig, van laag naar hoog. | Blijft het: monteur |
| Nefit | A01 | Geen vlam of vlam valt weg | Controleer of de gaskraan open staat en of de druk goed is, reset daarna een keer. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | C6 | De ventilator draait niet op het juiste toerental | Reset een keer. | Monteur |
| Nefit | D1 | Te weinig waterdruk in de installatie | Bijvullen tot de juiste druk voor jouw bouwhoogte, daarna ontluchten. | Zelf te doen |
| Nefit | EA | Vlam wordt niet waargenomen | Reset een keer. Kijk of andere gastoestellen werken. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | F0 of F7 | Interne storing in de besturing | Reset een keer, haal eventueel kort de stroom eraf. | Monteur |
| Remeha | Reset knop | Vergrendelde storing | Houd de resetknop ingedrukt tot het display reageert. Noteer eerst de code voordat je reset. | Afhankelijk van de code |
| Remeha | E00 | Aanvoersensor defect of niet aangesloten | Reset een keer. | Monteur |
| Remeha | E01 | Te weinig waterdruk of geen doorstroming | Bijvullen en ontluchten. | Zelf te doen |
| Remeha | E04 | Geen vlam bij het opstarten | Gaskraan controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.22 | Te weinig water in de ketel, droogkookbeveiliging | Bijvullen tot de juiste druk en ontluchten. | Zelf te doen |
| Vaillant | F.28 | Ontsteking mislukt bij het opstarten | Gastoevoer controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.75 | Drukverschil niet herkend, vaak de pomp of het expansievat | Controleer of de druk sterk schommelt bij het opstarten. | Monteur, meestal het expansievat |
| AWB | Vlamstoring | Geen ontsteking | Gaskraan open, druk controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Bosch vaatwasser | E15 | Water in de lekbak onderin, de vlotterbeveiliging staat aan | Kantel het apparaat voorzichtig naar achteren zodat het water uit de bak loopt, zet hem terug en start opnieuw. Zoek daarna waar het water vandaan kwam. | Blijft het terugkomen: monteur |
| Bosch vaatwasser | E24 of E25 | Water loopt niet weg, afvoer verstopt | Maak het zeef en de pompfilter schoon, controleer de afvoerslang op een knik en de sifonaansluiting op een dop die er nog in zit. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E22 | Filters verstopt | Zeven eruit en schoonmaken. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E09 | Verwarmingselement defect, water wordt niet warm | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Siemens vaatwasser | E15 | Water in de lekbak, vlotterbeveiliging actief | Zelfde aanpak als bij Bosch: voorzichtig kantelen, water eruit, terugzetten en opnieuw starten. | Blijft het: monteur |
| Siemens vaatwasser | E24 | Afvoer geblokkeerd | Zeven en pompfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| Siemens vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de startknop ongeveer drie tot vijf seconden ingedrukt tot het programma terugspringt, of haal de stekker er een minuut uit. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i20 of 20 | Afvoerprobleem, water loopt niet weg | Filters en pomp schoonmaken, afvoer controleren. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i30 of 30 | Water in de bodembak, lekkage gedetecteerd | Kantelen om het water eruit te laten en de oorzaak zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de programmaknop en de startknop samen enkele seconden ingedrukt. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F11 | Water loopt niet weg | Filters en afvoerpomp schoonmaken. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F70 | Vlotter of niveaubeveiliging | Controleer op lekkage onderin. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E18 of F18 | Water loopt niet weg | Pluizenzeef vooronder schoonmaken en de afvoerslang controleren. | Zelf te doen |
| Bosch wasmachine | F21 | Motorstoring, trommel draait niet | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E23 | Water in de lekbak | Machine kantelen om het water eruit te laten, daarna de lekkage zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG wasmachine | E20 | Afvoerprobleem | Pluizenfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| AEG wasmachine | E40 | Deur niet goed dicht | Deur opnieuw sluiten, controleer of er was tussen zit. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 1 keer | Reservoir warmt op of komt uit een stroomonderbreking | Wacht ongeveer tien minuten tot hij op temperatuur is. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 2 keer | Reservoir bereikt de temperatuur niet | Haal de stekker er een minuut uit en zet hem terug. Blijft het knipperen, dan is er meestal een onderdeel defect. | Blijft het: monteur |
| Quooker | Knippert 3 keer | Storing in de temperatuursensor | Een keer stroomloos maken. | Monteur |
| Quooker | Geen kokend water, wel gewoon water | Reservoir uit of niet op temperatuur | Controleer of de stekker in het stopcontact zit en of de groep niet is uitgevallen. | Zelf te doen |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de ketel weer aanzet
Uit de praktijk
Drie radiatoren eraf voor de stukadoor, ketel op zolder
Twee radiatoren op de eerste verdieping en één beneden moesten een week van de muur voor de stukadoor. Op geen van die radiatoren zat een aftapper, alleen een ontluchtingskraantje. Het idee dat je per radiator kunt aftappen, klopte hier dus niet.
De oplossing zat op de begane grond: daar bleek links onder een radiator een vulkraan te zitten waar een slang op paste. Met de stekker van de ketel eruit, die kraan open, de slang in de afvoer en de ontluchters van de drie radiatoren open, liep het systeem in een half uur leeg. De radiatoren gingen er met een 3/4 duims dop per aansluiting af, twee per radiator.
Wat vooraf onderschat werd: bij een combiketel valt met de cv-druk ook het warme water weg, en de ketel meldt een storing zodra de druk te ver zakt. Het systeem is daarom dezelfde middag weer gevuld en op druk gebracht, met de afgedopte leidingen gewoon in het circuit. Douchen kon die avond gewoon.
Een dop die tussen twee maten in viel
Op de kraan stond 3/8 gestempeld, maar een 3/8 duims dop was veel te klein voor de aansluiting waar de radiator had gezeten. Een standaard 1/2 duims dop ging er net niet op en 3/4 duims was ruim te groot. Bij de bouwmarkt kwamen ze er ook niet uit.
De verklaring: het cijfer sloeg op de draad aan de leidingzijde van de kraan, niet op de radiatorzijde. De koppeling waar gemeten werd, bleek 5/8 duims, met 22,9 mm buitendiameter en een kern van 20,5 mm. Die maat ligt niet in het schap bij een bouwmarkt.
Voor de tussenliggende weken is er een dopje van een vulkraan op gedraaid, dat paste zonder gedoe. Bij de definitieve afwerking is de kraan van de leiding gedraaid en is er een 3/8 duims dop rechtstreeks op de leiding gezet. Dat werkt beter en het ziet er ook nog eens netter uit dan een uitstekende kraan met een kap erop.
Een knelkap van 22 mm die niet op een gefitte leiding paste
Voor een radiator die eraf moest voor een dakkapel was een knel eindstop van 22 mm gekocht. De leiding zag eruit als 22 mm cv-buis, dus dat leek te kloppen. De kap ging er niet op.
Bij het schuren van de verf bleek de buis 21,4 mm te meten en de kraan gefit te zijn, dus dikwandig met ingesneden draad. Voor dat type is een knelkap ongeschikt; daar hoort een stalen eindkap op de draad, met hennep en fitterskit. Een stalen kap heeft ook meer draadgangen dan een messing exemplaar en pakt daardoor steviger.
Nog een les uit dezelfde klus: er liep vanaf het afdoppunt nog leidingwerk verder omhoog. Met een dichte kap blijft daar water in staan. Een sok met een aftapper op dezelfde plek was de betere keuze geweest, dan had het stuk gecontroleerd leeg gekund in plaats van over de vloer.
Afgedopt en toen bleef de volgende radiator koud
Aan het einde van een aftakking waar 22 mm overging in 15 mm was een radiator weggehaald en netjes afgedopt. Daarna viel op dat de doorstroming in dat deel van het circuit slechter werd en dat een andere radiator maar half warm werd.
Twee dingen speelden mee. In het afgedopte stuk leiding bleef lucht hangen die je er met ontluchten aan de radiator niet meer uit krijgt, want er komt geen stroming meer langs. En bij de verdeler bleek er één paar aansluitingen minder te zijn dan er radiatoren op die verdieping hingen, wat erop wees dat er ergens werd doorgelust.
De aanpak: het dode stuk leiding is teruggebracht tot een paar centimeter door zo dicht mogelijk bij de standleiding af te doppen. Bij de doorgeluste radiator is de aansluiting wel doorverbonden in plaats van afgedopt. Bij een tweepijpssysteem had dat juist niet gemogen, dus die vraag beantwoord je voordat je gaat zagen.
Veelgemaakte fouten
Een leidingeind afplakken met teflontape
Teflontape is bedoeld om draad af te dichten waar een fitting overheen gaat, niet om zelf een afsluiting te vormen. Een leiding die je met tape omwikkelt, houdt geen 1,5 bar tegen en begint zodra het systeem op druk komt te lekken. Er hoort een dop of kap op die de druk opneemt.
Een knelkap kopen op basis van hoe de buis eruitziet
Dikwandige 1/2 duims buis meet 21,4 mm en lijkt daarmee sprekend op 22 mm cv-buis. De knelkap gaat er net niet op en je staat met de verkeerde onderdelen in een leeg systeem. Schuur een stukje verf weg en meet met een schuifmaat voordat je naar de winkel gaat.
Proberen een persfitting los te draaien
In een persfitting zit geen schroefdraad, dus er valt niets uit te draaien. Wie het met een tang toch probeert, vervormt de fitting en soms ook de buis eronder. De enige route is de buis doorzagen op een recht stuk en daar een knel- of klemdop op zetten.
Teflon of kit op een knelverbinding gebruiken
Bij een knelkoppeling doet de messing ring het afdichten, doordat hij vervormt tussen wartel en buis. Tape of kit ertussen houdt de ring juist tegen en veroorzaakt daarmee de lekkage die je wilde voorkomen. Gebruik een schone, ontbraamde buis en een nieuwe ring.
Losdraaien terwijl er nog druk op het systeem staat
Anderhalve bar lijkt weinig, maar het duwt een flinke straal zwart water door een open wartel. Naast de rotzooi loopt het systeem ongecontroleerd leeg en zakt de druk zo ver weg dat de ketel in storing gaat. Ketel uit, stekker eruit, drukloos maken en dan pas een sleutel pakken.
Aanvoer en retour aan elkaar knopen bij een tweepijpssysteem
Het klinkt logisch om de leidingen door te lussen zodat er geen dood einde ontstaat, maar bij een tweepijpssysteem maak je zo een kortsluiting. Warm water loopt dan rechtstreeks terug naar de ketel zonder ergens warmte af te geven, en de radiatoren verderop in het circuit worden slechter warm. Doorlussen hoort alleen bij een eenpijpssysteem of een doorgeluste radiator met onderblok.
Een lang stuk dode leiding laten zitten
Dop je af op een halve meter afstand van de standleiding, dan staat dat stuk stil. Lucht die daarin komt, krijg je er met ontluchten niet meer uit omdat er geen stroming langs komt. Zaag zo dicht mogelijk bij het aftakpunt af, of dop af op de verdeler.
De ketel al inschakelen voordat het systeem gevuld is
Een ketel die droog wordt ingeschakeld, meldt een storing en in het slechtste geval draait de pomp zonder water. Vul eerst, ontlucht alle radiatoren van laag naar hoog, vul opnieuw bij tot de juiste druk en steek dan pas de stekker erin.
Veelgestelde vragen
Radiator afdoppen: welke maat heb ik nodig?
Dat hangt af van het punt waar je afdopt. Op de wartel waar de kraan aan de radiator zat, is het 3/4 duims en past ook een dopje van een vulkraan. Draai je de kraan van de leiding en dop je daar af, dan is het meestal 1/2 duims en soms 3/8 duims. Bij dunwandige cv-buis meet je de buis zelf: 15 of 22 mm, met een knel eindkap in diezelfde maat. Reken op twee doppen per radiator, één voor de aanvoer en één voor de retour.
Hoe kan ik een radiator tijdelijk afdoppen als de stukadoor komt?
Maak het systeem drukloos, draai de wartels los en zet op elke kraan een 3/4 duims blinddop of een dopje van een vulkraan. Vul het systeem daarna gewoon weer en breng het op druk, dan houd je verwarming en warm water gewoon in bedrijf terwijl de radiatoren beneden staan. Zorg wel dat je die doppen echt aandraait, want ze staan straks weken onder dezelfde druk als de rest van de installatie. Leg de eerste dag keukenpapier eronder zodat je een druppel meteen ziet.
Moet ik het hele systeem leeg laten lopen om af te doppen?
Niet altijd. Zit er onder de retour een voetventiel en sluit de kraan aan de aanvoerzijde goed, dan draai je die twee dicht en tap je alleen de radiator zelf af boven een pan. De rest van het circuit blijft in gebruik. Sluiten de kranen niet volledig, of zit er helemaal geen voetventiel, dan moet je verder aftappen. Kies dan een aftappunt dat net onder de betreffende radiator ligt in plaats van het laagste punt in huis, want dat scheelt veel ontluchtwerk achteraf.
Kan ik een radiator afkoppelen en afdoppen zonder mijn warm water te verliezen?
Bij een combiketel niet tijdens de klus zelf, want de meeste combiketels vragen cv-druk voordat ze warm water leveren. Zodra je het systeem drukloos maakt, valt de douche dus ook uit. Wat je wel kunt doen, is de klus binnen een dagdeel afronden en het systeem daarna meteen weer vullen en op druk brengen met de doppen erop. Heb je een aparte boiler, dan speelt dit niet en houd je gewoon warm water.
Moet ik de radiator afdoppen of doorlussen?
Bij een tweepijpssysteem, waar elke radiator een eigen aanvoer en retour heeft, dop je beide leidingen af en lus je juist niet door. Bij een eenpijpssysteem loopt één leiding langs alle radiatoren en moet je wel doorlussen, anders wordt alles achter dat punt koud. Zit er onder de radiator een onderblok waar aanvoer en retour samenkomen, vaak met 50 of 1/2 op het huis, dan is de radiator doorgelust en geldt hetzelfde. Tel bij twijfel de aansluitingen op de verdeler en vergelijk dat met het aantal radiatoren.
Hoe kan ik een radiatorbuis afdoppen van 15 of 22 mm?
Zaag de buis haaks af, het liefst met een pijpsnijder, en ontbraam de snede van binnen en van buiten. Je hebt twee tot drie centimeter recht buiseind nodig; een stuk dat in een bocht vervormd is, krijg je niet dicht. Schuif eerst de wartel over de buis, dan de knelring, en draai daarna de knel eindkap aan terwijl je de kap met een tweede sleutel tegenhoudt. Op deze verbinding gaat geen teflontape, want de ring doet het werk.
Wat als de dop tussen 1/2 en 3/4 duims in valt?
Dan zit je waarschijnlijk op een 5/8 duims koppeling, met 22,9 mm buitendiameter en 20,5 mm kern. Die maat ligt zelden bij een bouwmarkt. Voor tijdelijk werk draai je er een dopje van een vulkraan op, dat past op dit soort aansluitingen. Voor definitief werk is de nettere route om de kraan van de leiding te draaien en een dop rechtstreeks op de leiding te zetten. Wil je toch op de bestaande koppeling blijven, dan bestaat er een verloop van 5/8 naar 1/2 duims waar een gewone dop in gaat.
Kan ik een thermostaatkraan afdoppen zonder hem eraf te halen?
Dat kan als de kraan goed sluit, maar het is geen echte afdichting. Een thermostaatkraan is gemaakt om te regelen, niet om jarenlang als afsluiter te dienen, en het binnenwerk kan na een tijd stilstaan gaan lekken of vastzitten. Voor werk van een paar uur volstaat het dichtdraaien, met de knop eraf en het pennetje ingedrukt. Voor alles wat langer duurt, draai je de wartel los en zet je er een echte dop op. Bij merken als een Danfoss thermostaatkraan of een Heimeier thermostaatkraan zit er bovendien vaak een instelbaar voetstuk onder dat je apart kunt sluiten.
Hoe kan ik de radiator verdeler afdoppen?
Draai het puntstuk waar de leiding op zat in zijn geheel uit de vierkante verdeelbalk. Dat is meer dan de koppeling: het deel dat in de balk gedraaid zit, moet er ook uit. Dat zit meestal muurvast, dus gebruik een goede sleutel en houd de balk tegen. In het 1/2 duims gat dat overblijft draai je een blinde radiatorplug, één in de bovenbalk en één in de onderbalk. Zit de aansluiting vast aan de balk, wat bij sommige oudere verdelers zo is, forceer dan niet maar zoek een merkeigen blindkap.
Waarom valt mijn ketel in storing nadat ik heb afgedopt?
Vrijwel elke cv-ketel bewaakt de waterdruk en schakelt uit zodra die te ver zakt. Heb je afgetapt en het systeem nog niet bijgevuld, dan is dat de verklaring. Vul via de vulkraan tot de juiste druk, ontlucht alle radiatoren van laag naar hoog en vul daarna nog eens bij, want de druk zakt tijdens het ontluchten. Blijft de druk daarna zakken zonder zichtbare lekkage, kijk dan bij de bepaling van de juiste cv-druk en controleer het expansievat.
Kan ik dezelfde doppen gebruiken voor een waterleiding of een gasleiding?
Voor koud- en warmwaterleidingen gelden vergelijkbare maten en verbindingstypen, al let je daar meer op materiaal dat geschikt is voor drinkwater; hoe dat werkt lees je bij het afdoppen van een waterleiding. Voor gas ligt het volstrekt anders. Daar gelden eigen voorschriften, eigen materialen en een verplichte dichtheidsproef, en dat is werk voor een erkende installateur. Wat er bij gasleidingen afdoppen komt kijken, staat op die pagina uitgelegd.
Wat doe ik met het zwarte water dat eruit komt?
Dat donkere water is normaal en komt van magnetiet, het slib dat in elke stalen cv-installatie ontstaat. Het vlekt op tapijt en op onbehandeld hout, dus leg er zeil onder en houd een teil of een waterstofzuiger bij de hand. Bij het verplaatsen van een losgekoppelde radiator komt er vrijwel altijd nog een scheut uit, ook als je hem hebt laten leeglopen. Ga je de radiator hergebruiken, spoel hem dan buiten met de tuinslang door tot er schoon water uitkomt.
Wanneer je beter een vakman belt
Een radiator afdoppen is werk dat je met twee sleutels en een teiltje prima zelf doet, mits je het systeem eerst drukloos maakt. Er zijn wel een paar situaties waarin je beter belt.
Alles wat met gas te maken heeft, hoort bij een erkende installateur. Een gasleiding afdoppen vraagt om ander materiaal en om een dichtheidsproef, en een fout heeft daar onmiddellijk gevolgen. Datzelfde geldt voor werk aan de ketel zelf: de aansluitingen op de ketel laat je met rust.
Bel ook als een puntstuk in een verdeelbalk niet los wil komen. Een verdeler die scheurt, betekent dat de hele balk vervangen moet worden, en dat is een dure les voor een halve slag te veel kracht. Hetzelfde geldt voor persfittingen op een lastige plek, waar het weghalen van één fitting betekent dat er een stuk leiding opnieuw gemaakt moet worden.
Zit de radiator op zolder of bij een dakkapel en moet je met een gevulde radiator van een steile trap af, laat dat dan niet op je eentje aankomen. Een radiator van anderhalve meter weegt met restwater meer dan je denkt, en werken op hoogte met een zware last in je handen is de manier waarop deze klus daadwerkelijk misgaat. Een tweede paar handen lost dat op.