Een bokszak ophangen zonder je plafond te slopen
Een bokszak ophangen draait om twee vragen: wat zit er boven je plafond, en hoeveel kracht komt er op dat punt te staan. De zak weegt in rust dertig kilo, maar bij elke stoot piekt de belasting naar een veelvoud daarvan. Hout vraagt daarom om een doorgaande bout door het hart van een vloerbalk, beton om een keilbout of een chemisch anker, en een verlaagd plafond of een gipsplaat draagt helemaal niets.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Boormachine, en een boorhamer met SDS-opname bij beton
- Houtboren en steenboren van 6 tot 12 mm
- Balkendetector of een sterke magneet om schroefrijen te vinden
- Dunne boor van 2 mm voor een proefgat
- Steek- of ringsleutel, en een momentsleutel bij keilbouten
- Waterpas en een rolmaat
- Stofzuiger en een uitblaasbalgje om boorgaten schoon te maken
- Stevige trap of een rolsteiger
Materiaal
- Doorgaand draadeind of oogbout M10 of M12, verzinkt
- Carrosserieringen en een stalen plaatje van 5 tot 8 mm
- Schommelhaak met kogellager, of een gesmede oogbout
- Keilbouten of een chemisch anker met patroon of koker
- Draaiwartel en een stalen karabijnhaak met schroefsluiting
- Ketting met verdeelstuk, schalmen van 6 tot 8 mm
- Veer of rubberen demper voor de ophanging
- Balkhout van 45 x 145 mm voor een verdeelbalk, plus houtdraadbouten 8 x 100 mm
Het ophangpunt draagt veel meer dan het gewicht van de zak
Een bokszak van dertig kilo trekt in rust met dertig kilo aan je plafond. Zodra je erop slaat verandert dat: de zak wordt versneld en weer afgeremd, en die versnelling gaat als korte piek door de ketting naar het ophangpunt. Dezelfde rekensom maak je bij alle klussen waarbij je zelf iets draagends in elkaar zet, want een constructie faalt op de piek en niet op het gemiddelde.
Wij rekenen als vuistregel met vijf keer het zakgewicht, en bij harde trappen tegen een zware zak eerder met acht keer. Dat is geen norm en ook geen fabrieksopgave, het is een marge die in de praktijk voorkomt dat je bevestiging op de rand van zijn kunnen zit. Voor het anker of de plug houd je altijd de opgave van de fabrikant aan, en die geldt bij een bepaalde ondergrond en een bepaalde inbouwdiepte.
Die piek verklaart ook waarom een ophanging niet meteen bezwijkt maar langzaam losloopt. Elke stoot vergroot een te klein gat een fractie, en na een paar honderd stoten is de schroefdraad in het hout of de klemwerking van de plug op. Een bevestiging met marge is dus geen overdaad maar precies de bedoeling.
| Type zak en gewicht | Waar hij meestal voor wordt gebruikt | Reken op deze piek aan het ophangpunt | Wat de constructie dan moet kunnen |
|---|---|---|---|
| 15 tot 20 kg | Kinderen, techniek en snelle combinaties | Ongeveer 75 tot 100 kg | Een doorgaande bout door een vloerbalk, of een goed gezet anker in massief beton |
| 25 tot 30 kg | Volwassenen die vooral bokstechniek trainen | Ongeveer 125 tot 150 kg | M10 doorgaand door de balk, of een chemisch anker in beton |
| 35 tot 45 kg | Stevig boksen, kickboksen, lage trappen | Ongeveer 175 tot 225 kg | M12, en bij hout een verdeelbalk over twee of drie vloerbalken |
| 50 kg en meer | Zware zak, harde trappen, meerdere gebruikers | 250 kg en meer | Een eigen staalconstructie of een vrijstaand frame, niet zomaar een woonhuisplafond |
| Dubbele-eindbal, 2 tot 5 kg | Reactie en timing | Laag in gewicht, maar hoogfrequent | Twee punten, boven en in de vloer, allebei stijf en trillingsarm bevestigd |
| Speedbal met platform | Ritme en armuithoudingsvermogen | Weinig trekkracht, veel trilling | Een stijve plaat op de balken, want een slap platform gaat resoneren |
Ga bij het kopen niet op gevoel af als het om het gewicht gaat. Een lege zak van 120 cm die je zelf met textiel vult, komt op een heel ander gewicht uit dan dezelfde zak met zand onderin. Dat scheelt zo twintig kilo.
Uitzoeken wat er boven je plafond zit
De ondergrond bepaalt alles, en die zie je niet. Begin daarom altijd met vaststellen wat er achter de afwerking zit voordat je materiaal koopt. Kloppen geeft een eerste indruk: een houten balklaag met gipsplaat klinkt hol tussen de balken en dof op de balk zelf, beton klinkt overal even hard.
Preciezer wordt het met een proefgat van 2 mm en de kleur van het boorstof. Wit poeder is gips, grijs en fijn is beton, roomwit en zanderig wijst op kalkzandsteen, en houtkrullen betekenen dat je in een balk of in het beschot zit. Een balkendetector helpt, maar een sterke magneet werkt vaak beter: die vindt de schroefrij waarmee de plaat aan de balk hangt, en daarmee weet je meteen de richting en het hart van de balk.
Boor nooit blind op een plek waar bedrading kan lopen. In een plafond ligt de leiding naar het lichtpunt vaak in een rechte lijn tussen de centraaldoos en de schakelaar, en hoe dat loopt lees je bij het ophangen van een lamp aan het plafond. Hou minstens twintig centimeter afstand van een lichtpunt en van elke doos in het plafond.
| Wat er boven je plafond zit | Zo herken je het | Zo hang je de zak op | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| Houten balklaag met gipsplaat of beschot | Klinkt hol tussen de balken, boorstof eerst wit en daarna houtkrullen | Doorgaand draadeind M10 of M12 door het hart van de balk | Balken liggen meestal 40 tot 60 cm uit elkaar; je moet echt in het hart zitten |
| Massieve betonvloer | Keihard, grijs fijn boorstof, de boorhamer loopt zwaar en gelijkmatig | Keilbout of chemisch anker M10 of M12 | Boordiepte, gatdiameter en aanhaalmoment van de fabrikant aanhouden |
| Kanaalplaatvloer | Beton, maar de boor zakt na drie tot vier centimeter ineens door in een holte | Alleen met een anker dat voor holle vloeren is vrijgegeven, of via een balk tussen twee muren | De onderschil is dun en er ligt voorspanwapening in; dit is de plek waar het echt mis kan gaan |
| Breedplaatvloer | Beton met naden om de meter of anderhalve meter, soms sporen van tralieliggers | Chemisch anker met beperkte boordiepte | Vlak onder het oppervlak ligt wapening; boor niet dieper dan het anker vraagt |
| Verlaagd gipsplaten plafond | Klinkt hol, achter de plaat zitten dunne metalen profielen | Niet aan ophangen | Zo'n plafond draagt zichzelf en verder niets, ook de ophangveren niet |
| Systeemplafond met tegels | Losse platen in een zichtbaar T-raster | Niet aan ophangen | De ophangdraden van het raster zijn op enkele kilo's per punt berekend |
| Houten kapconstructie | Schuin dak, dikke gordingen of spanten achter het beschot | Aan een gording of een spant, met een doorgaande bout | Een knieschot en het dakbeschot dragen niets; belast een spantbeen niet zijwaarts |
| Stalen ligger | Een magneet blijft plakken, kloppen geeft een heldere hoge klank | Balkklem om de onderflens, in plaats van boren | De klem moet de flensdikte aankunnen en met een borging vastgezet worden |
Een plafond dat hol klinkt is geen uitnodiging. Hollewandpluggen, tuimelpluggen en gipsplaatankers zijn gemaakt voor een schilderij of een rookmelder, niet voor een last die schokt. Bij dynamische belasting wrikt de plug het gipskern rond het gat kapot en dan valt het geheel naar beneden.
Bevestigen aan een houten balklaag
Hout is de vriendelijkste ondergrond voor een bokszak, mits je in de balk zit en niet in het plafondmateriaal eronder. De sterkste oplossing is een doorgaand draadeind of een gesmede oogbout van M10 of M12, met een carrosseriering en een stalen plaatje bovenop de balk. Zo belast je het hout op druk in plaats van de schroefdraad op uittrekken, en dat scheelt een factor in levensduur.
Waar je door de balk boort maakt uit. De onderkant van een vloerbalk is de zone die op trek wordt belast, en een gat daar zwakt de balk het meest af. Boor daarom op halve hoogte, zo dicht mogelijk bij de neutrale lijn.
Houd het gat net iets ruimer dan de bout, bijvoorbeeld 11 mm voor een M10. Boor van onderaf en steek het draadeind erdoorheen. Zaag nooit een sparing in de onderkant van de balk om je moer weg te werken.
Kies ook de plek langs de balk bewust. Midden in de overspanning buigt de vloer bij elke stoot mee, en die beweging voel je in het hele huis. Wij hangen liever op ongeveer een vijfde van de overspanning vanaf een dragende muur, want daar is de doorbuiging vrijwel nul.
Is de zak zwaar, leg dan een verdeelbalk van 45 x 145 mm haaks over drie vloerbalken en schroef die per balk met twee houtdraadbouten 8 x 100 mm vast. Voor het uitzetten en vastzetten van zo'n balk gelden dezelfde verbindingen en technieken als bij ander timmerwerk.
Wanneer een schommelhaak volstaat
Een schommelhaak met kogellager is prettig, want de zak draait dan vrij en de ketting slijt nauwelijks. De uitvoering met houtdraad kun je gebruiken als er onder het gat minstens zeven tot acht centimeter massief hout overblijft en je de haak in een voorgeboord gat draait ter grootte van de kern van de draad. Zit er minder hout, of twijfel je over de kwaliteit van een oude balk, neem dan de doorgaande variant die je met een moer aan de bovenkant vastzet.
Een vloerbalk is een dragend onderdeel. Een gat van 10 of 12 mm op halve hoogte kan een gezonde balk hebben, maar inzagen, uitfrezen of meerdere gaten dicht bij elkaar maken hem echt zwakker. Twijfel je over de staat van de balklaag, laat een constructeur meekijken voordat je boort.
Bevestigen aan een betonnen vloer
Massief beton is de sterkste ondergrond waar je een bokszak thuis aan kunt hangen, en tegelijk de ondergrond waar de meeste fouten in gemaakt worden. Boor met een boorhamer met SDS-opname en een steenboor in de maat die het anker voorschrijft, dus niet een maat ruimer omdat het gat dan makkelijker gaat. Een keilbout klemt op de wand van het gat, en een ruimer gat betekent minder klemkracht.
Maak het gat daarna echt schoon. Boorstof in een gat halveert de hechting van een chemisch anker en laat een keilbout naslippen. Zuig het gat uit en blaas het na met een balgje, het liefst drie keer om en om.
Bij een chemisch anker spuit je de koker eerst een paar centimeter leeg, tot de hars gemengd uit het mengmondje komt. Vul het gat van onderaf voor ongeveer tweederde en steek het draadeind er draaiend in. De uithardtijd staat op de koker en loopt bij lage temperatuur flink op: in een onverwarmde garage in de winter kan dat een veelvoud zijn van wat er bij twintig graden staat. Hang de bokszak er dus niet dezelfde middag aan.
Twee ankers op een stalen plaatje van 5 tot 8 mm is bijna altijd beter dan één anker: de last wordt verdeeld en de plaat kan niet meedraaien. Welke boor en welk bevestigingsmiddel bij jouw ondergrond horen zoek je op in onze plug- en boorkiezer per muursoort.
Zet het boorgat af met tape op de boor of gebruik de dieptestop. Bij een kanaalplaat of een breedplaatvloer is te diep boren precies het probleem, en een streepje tape kost je vijf seconden.
Aan de muur in plaats van aan het plafond
Een muurbeugel is de uitkomst als het plafond niets kan hebben, maar hij vraagt een zwaardere muur dan de meeste mensen denken. De arm van zo'n beugel steekt veertig tot zeventig centimeter uit, en die uitsteek werkt als hefboom op de bovenste bouten.
Reken het eens door met een beugel die zestig centimeter uitsteekt en waarvan de bevestigingspunten dertig centimeter boven elkaar zitten. Het moment van de last wordt opgevangen door een koppel over die dertig centimeter, dus de bovenste bouten trekken met ongeveer twee keer de verticale kracht uit de muur. Bij een piek van 150 kilo aan de zak staat er dan zo'n 300 kilo trek op de bovenste bevestiging. Hoe hoger de beugel is en hoe korter de arm, hoe gunstiger die verhouding wordt.
De muur moet daarvoor massief zijn: beton, kalkzandsteen of baksteen. Boor in de steen en niet in de voeg, want de voeg is zachter en geeft mee. Bij een spouwmuur zit je in het binnenblad, en dat is meestal kalkzandsteen.
Gipsblokken, gasbeton en een lichte scheidingswand van gipsplaat op regels zijn geen ondergrond voor een bokszak, hoe stevig ze bij het ophangen van een kast ook lijken. Datzelfde spel van last, hefboom en ankerkeuze zie je bij een zwevend bureau dat zonder poten aan de muur hangt, alleen komt daar geen schok bij kijken. Twijfel je over je muursoort, kijk dan aan de hand van het boorstof in de tabel met muursoorten, pluggen en boormaten.
Houd de zak minstens zestig centimeter van de muur. Slaat de zak tegen de muur, dan komt de volle klap op het metselwerk terecht en gaat het stucwerk eraf. Bij een beugel met een korte arm hangt de zak vanzelf te dicht op de wand.
De ketting, de haak en wat er tussen hoort
Tussen het ophangpunt en de zak zit een rijtje onderdelen dat allemaal even sterk moet zijn. Het zwakste onderdeel bepaalt de sterkte van het geheel, en dat is bijna nooit de ketting. Meestal is het de karabijnhaak of een gebogen oog uit ronddraad dat zich onder belasting langzaam openbuigt.
Let bij het kopen op werklast, niet op de kleur of de dikte. Een gesmede oogbout is iets heel anders dan een schroefoog dat uit een stuk draad is gebogen: dat laatste heeft geen gesloten oog en trekt bij een schok recht. Een aluminium karabijn uit het kampeerschap hoort niet in een ophanging thuis, ook al voelt hij stevig aan.
| Onderdeel | Waar het voor zit | Maat die in de praktijk werkt | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Schommelhaak met kogellager | Laat de zak vrij ronddraaien zonder dat de ketting slijt | M10 of M12, met houtdraad of doorgaand | Alleen in massief hout met genoeg vlees onder het gat |
| Gesmede oogbout, doorgaand | De simpelste sterke bevestiging door een balk | M10 of M12, met ring en plaatje op de bovenkant | Geen gebogen oog uit ronddraad gebruiken, dat trekt open |
| Draaiwartel | Voorkomt dat de ketting zich opdraait | Werklast ruim boven de piek die je uitrekende | Zonder wartel gaat de zak scheef hangen en slijt één kettingpoot |
| Veer of rubberen demper | Haalt de scherpe piek uit elke klap | Passend bij het zakgewicht, met een borgketting erlangs | Verlengt de ophanging, dus meet de hoogte opnieuw |
| Karabijnhaak | Zak snel loskoppelen | Staal met schroefsluiting | Geen aluminium sleutelhangerkarabijn, die is niet voor last gemaakt |
| Ketting met verdeelstuk | Verdeelt de trekkracht over vier punten aan de zak | Schalmen van 6 tot 8 mm | Vier poten precies even lang, anders hangt de zak scheef |
| Stalen montageplaat | Verdeelt de last over twee of vier ankers | 5 tot 8 mm dik, gaten in de maat van het anker | Plat tegen de ondergrond monteren, anders wordt de plaat een hefboom |
| Borgring of zelfborgende moer | Houdt de moer op zijn plek onder trilling | Passend bij de draadmaat | Een gewone moer loopt door de trilling los, ook als je hem stevig aandraait |
Hang een dunne borgketting los langs de veer, net iets langer dan de veer zelf. Breekt de veer, dan zakt de zak een paar centimeter en blijft hij hangen in plaats van dat hij naar beneden komt.
Op welke hoogte hang je de bokszak en hoeveel ruimte kost dat
De juiste hoogte hangt af van wat je traint. Voor boksen wil je het midden van de bokszak ongeveer op borsthoogte, zodat je op het zwaarste deel raakt zonder omhoog te reiken. Ga je ook trappen, dan hangt de zak lager, want dan moet het onderste deel binnen bereik van je scheenbeen blijven.
Stel de hoogte in voordat je de zak vult of definitief afhangt. Een ketting kort je in door hem één of twee schalmen hoger in de karabijn te haken. Werk nooit met tie-wraps, touw of ijzerdraad om de lengte te regelen.
Reken de veer mee in je maatvoering. Die voegt zo tien tot vijftien centimeter toe en rekt onder gewicht nog iets verder uit.
| Gebruik | Zaklengte die daarbij past | Onderkant van de zak boven de vloer | Vrije ruimte die je nodig hebt |
|---|---|---|---|
| Kinderen en beginners | 80 tot 100 cm | 60 tot 70 cm | 1 m rondom, een plafondhoogte van 2,20 m volstaat |
| Boksen, volwassene | 100 tot 120 cm | 80 tot 100 cm, midden van de zak op borsthoogte | 1 m rondom, plus armlengte naar voren |
| Kickboksen en lage trappen | 120 tot 150 cm | 30 tot 50 cm | 1,2 m rondom, en let op de zwaai naar achteren |
| Uppercuts en bodywerk | 80 tot 100 cm, dikkere zak | 100 tot 120 cm | Iets meer ruimte opzij, want de zak zwaait breder |
| Dubbele-eindbal | Bal met twee elastieken | Bal op ooghoogte, ankerpunt recht eronder in de vloer | 1,5 m rondom, want de bal komt onvoorspelbaar terug |
Onder een plafond van 2,40 m past een zak van 150 cm zelden. Met veer, wartel en ketting ben je zo vijfentwintig centimeter kwijt, en dan hangt de onderkant te hoog om laag te kunnen trappen. Kies dan een kortere zak of een ophanging zonder veer.
Trillingen, geluid en de buren
Een bokszak maakt twee soorten geluid. De klap zelf hoor je door de lucht en die valt binnen een woning meestal mee. Het probleem is het contactgeluid: de schok gaat via de bevestiging de constructie in en loopt als een dreun door de vloer en de wanden tot ver buiten je eigen ruimte.
Hoe stijver je de zak bevestigt, hoe beter de constructie houdt en hoe verder het geluid komt. Die twee eisen werken tegen elkaar in, dus je zoekt de demping in de ophanging en niet in de bevestiging.
Een veer of een rubberen tussenstuk haalt de scherpe piek eruit en scheelt hoorbaar. Een rubbertegel of een zware mat onder de zak vangt op wat er langs de vloer weggaat.
Er zijn plekken waar geen enkele demping helpt. Een lichte scheidingswand tussen twee woningen werkt als een membraan en straalt elke tik aan de andere kant af. Datzelfde geldt voor een houten balklaag die op de woningscheidende muur oplegt.
Woon je in een appartement of in een woning met een vereniging van eigenaren, kijk dan eerst in het huishoudelijk reglement voordat je in de vloer of in een gemeenschappelijke muur boort.
Hang de zak dichter bij een dragende muur dan bij het midden van de kamer. Dat scheelt doorbuiging, en het scheelt geluid: een vloer die minder meebeweegt straalt ook minder af.
Een eigen frame maken als het plafond niets kan hebben
Is het plafond een kanaalplaat, een verlaagd systeem of een lichte constructie, dan is een eigen frame voor je bokszak de eerlijkste oplossing. De klassieke vorm is een portaal: twee staanders van 68 x 68 mm of zwaarder, een ligger van 45 x 145 mm erover, en aan beide kanten schoren onder ongeveer vijfenveertig graden. Die schoren doen het echte werk, want een portaal zonder diagonaal vervormt bij elke zwaai tot een parallellogram.
Een frame dat niet is vastgezet gaat lopen. De zak duwt bij elke stoot horizontaal, en die kracht verplaatst het frame elke keer een paar millimeter dezelfde kant op. Verankeren in de vloer met keilbouten is de nette oplossing; kan dat niet, dan werk je met brede voeten en flink wat ballast, bijvoorbeeld stoeptegels op de voetplaten.
Voor de verbindingen in het frame gelden dezelfde regels als bij het bouwen van een stevige werkbank. Doorgaande bouten met ringen zijn sterker dan schroeven in kops hout, en één diagonaal maakt meer verschil dan tien extra schroeven.
Een variant die minder ruimte kost is een balk tussen twee tegenoverliggende dragende muren, opgelegd in balkschoenen of op klossen. Daarmee verdeel je de last over twee muren en hoef je het plafond helemaal niet te belasten. Meet dan wel de exacte afstand tussen de muren en zet de balk vast, want een balk die alleen klem zit kan door de trilling opzij lopen.
Zo hang je een bokszak aan het plafond
Deze volgorde werkt voor een houten balklaag en, met een ander bevestigingsmiddel in stap vier, ook voor een betonnen vloer.
-
Bepaal het zakgewicht en reken de piek uit
Weeg de zak of neem het opgegeven gewicht, en vermenigvuldig dat met vijf. Die uitkomst is de belasting waarop je je bevestiging kiest. Bij een zak van dertig kilo zit je dus op ongeveer 150 kilo, en dat is wat de haak, de ketting, de karabijn en de ondergrond alle vier moeten kunnen.
-
Stel vast wat er boven het plafond zit
Klop het plafond af, zoek met een magneet de schroefrij van de plaat en boor een proefgat van 2 mm. De kleur van het boorstof vertelt de rest: wit is gips, grijs is beton, krullen zijn hout. Blijf minstens twintig centimeter van lichtpunten en aansluitdozen vandaan.
-
Kies het ophangpunt
Zoek een plek op ongeveer een vijfde van de overspanning vanaf een dragende muur, met minstens een meter vrije ruimte rondom en genoeg hoogte voor ketting en veer. Teken het hart van de balk af met twee kruisjes, zodat je bij het boren ziet of je nog in de balk zit.
-
Boor het gat op de juiste plek in de balk
Boor van onderaf, loodrecht op de balk, met een boor die ongeveer een millimeter ruimer is dan de bout. Richt op halve hoogte van de balk en niet naar de onderkant, want dat is de zone die op trek wordt belast. Kom je onverwacht in de holte tussen twee balken, stop dan en meet opnieuw.
-
Zet het draadeind of de haak vast
Steek het draadeind erdoor, leg op de bovenkant een carrosseriering en een stalen plaatje, en draai er een zelfborgende moer op. Bij een betonvloer zet je in plaats hiervan een keilbout of chemisch anker; laat een chemisch anker eerst volledig uitharden voordat je er iets aan hangt.
-
Hang wartel, veer, karabijn en ketting
Bouw de ophanging van boven naar beneden op: eerst de wartel, dan de veer met een borgketting erlangs, dan de karabijnhaak met schroefsluiting en onderaan de ketting met verdeelstuk. Draai elke schroefsluiting echt dicht en controleer of de vier kettingpoten even lang zijn.
-
Test met je eigen gewicht voordat de zak eraan gaat
Ga aan de ophanging hangen en veer een paar keer stevig door. Dat is een ruwe test, maar hij haalt er een fout ophangpunt vrijwel altijd uit. Hoor je kraken of zie je het plafond meebewegen, haal het dan uit elkaar en zoek een betere plek.
-
Controleer na de eerste weken opnieuw
Draai de moeren na de eerste twee weken trainen nog eens na en kijk of er scheurtjes in het plafond zitten of speling op de haak. Trilling laat verbindingen zetten, en na die eerste periode blijft het meestal stabiel. Zet daarna een controle in je agenda voor elke paar maanden.
Plug- en boorkiezer
Kies je muursoort en het gewicht dat eraan moet hangen, en zie welke plug, schroef en boormaat je nodig hebt. Bekijk alle gegevens
| Muursoort | Zo herken je hem | Plug die past | Boor en maat | Wat je eraan kunt hangen |
|---|---|---|---|---|
| Beton | Grijs, keihard, boorstof is grijs en fijn, de boor loopt zwaar | Nylon plug of, bij zwaar werk, een keilbout | Steenboor met hamerfunctie, 6, 8 of 10 mm | Alles, ook een hangend toilet of een boiler, mits de plug diep genoeg zit |
| Kalkzandsteen | Lichtgrijs tot wit, glad breukvlak, boorstof is wit en zanderig | Nylon plug, boren zonder klopstand | Steenboor zonder hamerfunctie, 6 of 8 mm | Keukenkasten, wastafels, radiatoren |
| Baksteen | Rood tot bruin, boorstof is rood, harder dan voeg | Nylon plug, altijd in de steen en niet in de voeg | Steenboor met hamerfunctie, 6 of 8 mm | Zware kasten en wandbeugels, mits je de steen raakt en niet de voeg |
| Gipsplaat | Klinkt hol, boort weg als boter, boorstof is wit poeder | Hollewandplug met vleugels, tuimelplug of gipsplaatanker | Houtboor of steenboor, maat volgens de plug | Schilderij, spiegel en lichte kast tot ongeveer 10 kg per plug |
| Gasbeton | Lichtgrijs, heel licht van gewicht, kruimelt makkelijk | Speciale gasbetonplug of een lange schroef zonder plug | Houtboor, geen hamerfunctie, plug bepaalt de maat | Lichte tot middelzware last, verdeel over meer punten |
| Gipsblok | Wit tot lichtgeel, zacht, boorstof is wit gips | Gipsblokplug of chemisch anker bij zwaar werk | Houtboor zonder klopstand | Middelzware last, geen hangend toilet zonder voorzetframe |
| Holle steen | Klinkt hol, de boor zakt ineens door in de holte | Hollewandplug of chemisch anker met zeefhuls | Steenboor zonder hamerfunctie zodat de wand niet uitbreekt | Middelzwaar, met een chemisch anker ook zwaar |
| Hout | Herkenbaar, boorstof is krullend | Geen plug nodig, houtschroef volstaat | Houtboor, voorboren op ongeveer 70 procent van de schroefkerndiameter | Alles, mits je in het hart van de regel schroeft |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de zak eraan hangt
Uit de praktijk
Een haak die na een paar weken uit het plafond komt
Een ophangpunt dat het eerste half uur prima houdt en pas weken later loskomt, zat vrijwel nooit in de balk. Een schroefhaak die twee centimeter gips en daarna twee centimeter beschot pakt, draagt het statische gewicht van de zak moeiteloos. De piek van elke stoot vergroot het gat telkens een fractie, en zodra het gat ruimer is dan de draad heeft de haak niets meer om zich aan vast te houden.
Aan het boorstof zie je dat al voordat je de haak indraait. Komt er alleen wit poeder uit het proefgat en daarna niets meer, dan zit er lucht achter de plaat. Krijg je na drie tot vier centimeter houtkrullen, dan zit je in de balk. Wat helpt is niet een dikkere schroefhaak maar een doorgaande bout met een ring aan de bovenkant, want die belast het hout op druk in plaats van de draad op uittrekken.
Haarscheuren in het plafond langs de gipsnaden
Scheurtjes die na een week of twee in een rechte lijn door het plafond lopen, komen zelden van de haak zelf. Ze komen van de doorbuiging van de vloer erboven. Een zak midden in de overspanning laat de balklaag bij elke stoot een paar tienden van een millimeter zakken en terugveren. Gipsplaat volgt die beweging niet en scheurt langs de naad of langs de schroefrij.
Het ophangpunt verplaatsen naar een plek dicht bij een dragende muur haalt de oorzaak weg, want daar is de doorbuiging vrijwel nul. Een verdeelbalk haaks over drie vloerbalken werkt ook, omdat de kracht dan niet meer op één balk staat maar op drie. Alleen de scheur dichtzetten en overschilderen heeft geen zin: hij komt op dezelfde plek terug.
Gebonk bij de buren terwijl de bevestiging goed zit
Hier zat de bevestiging goed en kwamen de klachten toch terug. Alles nog eens aandraaien hielp niet, want een stijvere verbinding geeft de trilling juist beter door aan de vloer en de wanden.
Wat wel hielp, was de demping verplaatsen naar de ophanging: een veer tussen haak en ketting, en een zware mat onder de zak. Hangt de zak aan een lichte woningscheidende wand, dan loopt ook dat spoor dood. Zo'n wand straalt elke tik aan de andere kant af, en dan blijft alleen een vrijstaand frame over.
Veelgemaakte fouten
Een plug in een gipsplaten plafond
Een hollewandplug of tuimelplug is berekend op een rustige last van een paar kilo. Bij een schokbelasting wrikt de plug de gipskern rond het gat kapot, en dat gebeurt niet ineens maar in de loop van weken. Een verlaagd plafond draagt zichzelf en verder niets.
Een schroefhaak in het plafondbeschot in plaats van in de balk
De haak voelt bij het indraaien stevig aan, want ook dun hout klemt om schroefdraad. Het draagvlak is alleen te klein voor een dynamische last. Boor een proefgat en kijk hoe diep je krullen krijgt: minder dan vier centimeter hout betekent dat je niet in een balk zit.
Boren in de onderkant van een vloerbalk
De onderzijde van een balk staat onder trek en is de plek waar een gat het meeste kwaad doet. Een sparing of een reeks gaten laag in de balk verzwakt hem meer dan de meeste mensen verwachten. Boor op halve hoogte, en houd het bij één gat per balk.
Ophangen midden in de overspanning
Het is de plek die ruimtelijk het prettigst lijkt, en de plek waar de vloer het meest meebeweegt. Dat geeft scheuren in het plafond, gerinkel in de kast en klachten van de buren. Een vijfde van de overspanning vanaf een dragende muur werkt in de praktijk veel rustiger.
Een karabijnhaak zonder werklast of een schroefoog uit draad
Een aluminium karabijn uit het kampeerschap en een oog dat uit ronddraad is gebogen zien er stevig uit, maar allebei geven ze onder een schok mee. Het oog trekt langzaam recht en de karabijn opent bij zijwaartse belasting. Neem staal met een opgegeven werklast en een schroefsluiting.
Een muurbeugel in gasbeton, gipsblokken of een lichte wand
Deze materialen dragen prima een keukenkast, maar ze kruimelen rond het anker zodra er getrokken en gewrikt wordt. Bij een beugel komt op de bovenste bouten al snel twee keer de verticale kracht te staan. Voor een bokszak wil je beton, kalkzandsteen of baksteen.
Boren in een kanaalplaat zonder de opbouw te kennen
De onderschil van zo'n vloer is dun en er ligt voorspanwapening in. Boor je door de schil heen, dan zit je in de holte en heeft het anker niets om op te klemmen. Raak je een voorspanstreng, dan beschadig je de constructie zelf. Gebruik hier een systeem dat voor holle vloeren is vrijgegeven.
Veelgestelde vragen
Hoe hang je een bokszak op aan een betonnen plafond?
Boor met een boorhamer een gat in exact de maat die het anker voorschrijft, zuig het uit en blaas het na, en zet er een keilbout of een chemisch anker M10 of M12 in. Twee ankers op een stalen plaatje van 5 tot 8 mm verdelen de last beter dan één punt. Laat een chemisch anker volledig uitharden volgens de tijd op de koker, en houd er rekening mee dat die tijd bij kou flink oploopt.
Kan ik een bokszak ophangen aan een gipsplaten plafond?
Aan de gipsplaat zelf niet. Een verlaagd plafond of een plaat op regels draagt alleen zichzelf, en elke hollewandplug bezwijkt onder een schokbelasting. Wat wel kan is door de plaat heen boren tot in de vloerbalk erboven en daar een doorgaande bout in zetten. Voel je met een proefgat eerst of er achter de plaat hout of lucht zit, en gebruik een magneet om de schroefrij van de plaat te vinden.
Hoe zwaar mag een bokszak zijn voor thuis?
Een gangbare vuistregel is ongeveer de helft van je lichaamsgewicht, dus rond de 35 kilo voor iemand van zeventig kilo. Zwaarder wordt de zak stugger en voelt hij harder aan, lichter gaat hij te veel zwaaien. Belangrijker dan de voorkeur is wat je plafond kan hebben: reken met vijf keer het zakgewicht en kijk of je bevestiging en ondergrond dat aankunnen. Bij twijfel is een lichtere zak of een vrijstaand frame de betere keuze.
Op welke hoogte hang je een bokszak?
Voor boksen hangt het midden van de zak op borsthoogte, wat bij de meeste volwassenen neerkomt op een onderkant van tachtig tot honderd centimeter boven de vloer. Train je ook lage trappen, dan zakt de onderkant naar dertig tot vijftig centimeter. Stel de hoogte in met de veer erin gehangen, want die voegt tien tot vijftien centimeter toe en rekt onder gewicht nog verder uit. Regel de lengte met de schalmen van de ketting en niet met touw of tie-wraps.
Welke plug en welke boor heb ik nodig voor een bokszak aan de muur?
Dat hangt volledig af van de muursoort, en die stel je vast met een proefgat en de kleur van het boorstof. In beton werk je met een keilbout of een chemisch anker en een steenboor met hamerfunctie, in kalkzandsteen boor je juist zonder klopstand omdat het gat anders uitbreekt. In onze opzoektabel met muursoorten, pluggen en boormaten zie je per ondergrond wat erbij hoort. Voor een bokszak neem je in alle gevallen de zwaardere kant van wat er staat.
Kan ik een bokszak aan een houten balk hangen met een schroefhaak?
Dat kan bij een lichte zak, mits de haak in het hart van de balk zit en er onder het gat nog zeven tot acht centimeter massief hout overblijft. Boor voor op de kerndiameter van de draad, anders splijt het hout of loopt de draad rond. Bij een zak van dertig kilo of meer heeft een doorgaande bout met een ring en een plaatje op de bovenkant duidelijk de voorkeur, omdat het hout dan op druk belast wordt in plaats van de schroefdraad op uittrekken.
Hoeveel ruimte heb ik nodig rondom een bokszak?
Reken op minstens een meter vrij rondom de zak, en bij kickboksen op ruim een meter twintig omdat de zak dan verder uitzwaait. Kijk ook naar wat er achter de zwaai staat: een kastdeur, een radiator of een raam op zwaaiafstand gaat een keer mis. Vergeet de hoogte niet, want bij een plafond van 2,40 meter past een zak van 150 centimeter met veer en ketting er meestal niet meer onder.
Hoe voorkom ik dat de buren de bokszak horen?
Volledig voorkomen lukt niet, maar het verschil tussen een stijve en een gedempte ophanging is goed hoorbaar. Zet een veer of een rubberen tussenstuk in de ophanging en leg een zware rubbermat onder de zak. Hang het punt dicht bij een dragende muur in plaats van midden in de kamer, want een vloer die minder doorbuigt straalt ook minder geluid af. Aan een lichte woningscheidende wand helpt geen enkele maatregel; kies daar voor een vrijstaand frame.
Waarom draait mijn bokszak steeds rond en loopt de ketting in de knoop?
Omdat er geen draaiwartel in de ophanging zit. De zak krijgt bij elke stoot een beetje rotatie mee en die kan nergens heen, dus draait de ketting zich op tot hij korter wordt en de poten scheef gaan trekken. Een wartel tussen het ophangpunt en de ketting lost dat op. Een schommelhaak met kogellager doet hetzelfde en werkt bovendien soepeler dan een simpele wartel.
Kan ik een bokszak aan een schuin dak of aan een knieschot hangen?
Aan een gording of een spant kan het, met een doorgaande bout net als bij een vloerbalk. Aan het dakbeschot en aan een knieschot niet: die dragen zichzelf en verder vrijwel niets. Let bij een spant op de richting van de belasting, want een spantbeen is gemaakt om in de lengte te dragen en niet om zijdelings getrokken te worden. Zorg ook dat de zak bij het uitzwaaien het schuine dakvlak niet raakt.
Mag ik een bokszak ophangen in een huurwoning?
Gaten boren in een plafond geldt meestal als een kleine wijziging die je bij vertrek netjes herstelt, maar boren in een betonvloer of in een woningscheidende wand ligt anders. Vraag het na bij je verhuurder of bij de vereniging van eigenaren voordat je begint. Wil je geen gaten, dan is een vrijstaand portaal met ballast de oplossing die geen sporen achterlaat.
Moet ik het plafond eerst controleren op leidingen en bedrading?
Ja, en dat kost twee minuten. Bedrading loopt in een plafond vaak in een rechte lijn tussen de centraaldoos en de schakelaar of naar het volgende lichtpunt, precies zoals beschreven bij het aansluiten van een lamp aan het plafond. Blijf minstens twintig centimeter van elk lichtpunt en elke aansluitdoos vandaan, en boor het eerste gat met een dunne boor zodat schade beperkt blijft als je toch iets raakt.
Wanneer je beter een vakman belt
Een bokszak ophangen aan een houten balklaag of aan een massieve betonvloer is werk dat je met de juiste bevestiging zelf doet. Er zijn drie situaties waarin je beter iemand laat meekijken.
De eerste is een vloer waarvan je de opbouw niet kent. Bij een kanaalplaat of een breedplaatvloer zit er wapening en soms voorspanstaal vlak onder het oppervlak, en te diep boren is daar geen schoonheidsfoutje maar schade aan de constructie. Vraag de opbouw op bij de VvE of de verhuurder, of laat een constructeur of een gespecialiseerde monteur het ankerpunt bepalen.
De tweede is een balklaag waarover je twijfelt: oude balken met scheuren, houtworm of eerdere sparingen voor leidingen. Een gat erbij kan dan net te veel zijn, en dat zie je niet aan de onderkant. Ook het doorzagen of verplaatsen van een balk om ruimte te maken is werk voor een constructeur.
De derde is de montage zelf als je op hoogte moet werken met een zwaar boorgereedschap. Een boorhamer die vastloopt in wapening geeft een flinke ruk, en op een wiebelige trap is dat de manier om te vallen. Werk vanaf een rolsteiger of een stabiele werkbok, en laat iemand meekijken bij het ophangen van de zak zelf.