Mechanische ventilatie aanleggen van box tot ventiel
Mechanische ventilatie aanleggen is voor negentig procent rekenwerk en routewerk, en pas daarna monteren. Je bepaalt eerst hoeveel lucht elke natte ruimte moet afvoeren, telt dat op tot de capaciteit van de box, en kiest daar de kanaaldiameters bij die de lucht stil genoeg laten lopen. De montage zelf is niet moeilijk: spirobuis, tape, klembanden en instelbare ventielen. Het werk staat of valt bij twee dingen die mensen overslaan, namelijk verse lucht die ergens naar binnen kan en een installatie die na afloop echt is nagemeten.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Gatenzaag of dozenboor van 100 tot 160 mm, het liefst met stofafzuiging
- Klopboormachine en een lange steenboor voor een geveldoorvoer
- Decoupeerzaag of blikschaar voor het inkorten van spirobuis
- Vijl of ontbramer voor de gezaagde kanaaleinden
- Accuschroevendraaier met een magnetische bit voor plaatschroeven
- Waterpas van een meter en een lange rolmaat
- Anemometer met meetconus, of een flowmeter
- Tweepolige spanningstester
- Striptang en een set Wago-klemmen
- Ladder, en bij dakwerk dakhaken of een rolsteiger
Materiaal
- Ventilatiebox met de capaciteit die uit je berekening komt
- Spirobuis in 100, 125 en 150 mm plus bochten van 45 graden
- Verloopstukken, T-stukken en eindkappen
- Korte stukken geïsoleerde flexslang voor de aansluiting op de box
- Instelbare afzuigventielen met schuimring, in 100 en 125 mm
- Muurplaten of plafondplaten waar de ventielen in draaien
- Aluminium tape en klembanden of spanbanden
- Dakdoorvoer met kap, of een geveldoorvoer met terugslagklep
- Isolatiekous of gesloten cellenmateriaal voor kanalen op een koude zolder
- Rubberen ophangbeugels of ophangbanden voor de box
- Slang met sifon voor de condensafvoer
- Driestandenschakelaar of een draadloze bediening
Wat je precies aanlegt en waar je mee begint
Mechanische ventilatie aanleggen komt in de meeste woningen neer op vier onderdelen: een box op zolder of in een bergkast, kanalen naar de natte ruimtes, instelbare ventielen in het plafond en een doorvoer naar buiten. Die box zuigt af, meer doet hij niet. De verse lucht komt ergens anders het huis binnen en dat deel moet je zelf regelen.
Welk systeem bij je woning past, hangt af van wat er al ligt en van hoeveel ruimte je hebt boven het plafond. Loop daarvoor het overzicht van de ventilatiesystemen door voordat je een box bestelt, want een huis met bestaande kanalen in een schacht vraagt een heel andere aanpak dan een huis waar je alles nieuw trekt.
Begin niet bij de winkel maar bij een plattegrond. Teken de natte ruimtes in, teken de kortste route naar de plek waar het kanaal naar buiten gaat, en tel de bochten. Elke bocht en elke meter kanaal kost capaciteit, en dat bepaalt welke box je nodig hebt.
| Situatie in huis | Wat daarbij past | Waar je op moet letten |
|---|---|---|
| Rijtjeshuis met bestaande kanalen in een schacht | Alleen de box vervangen en de kanalen hergebruiken | Bij bouwjaar voor 1994 eerst nagaan of het kanaal van asbestcement is |
| Woning zonder kanalen, met een bruikbare zolder | Nieuwe box met spirobuis naar wc, badkamer en keuken | De route bepaalt het geluid, dus de box niet boven een slaapkamer hangen |
| Appartement zonder zolder, wel een verlaagd plafond | Box in een bergkast, plat kanaal boven het plafond | Plat kanaal geeft meer weerstand, dus een maat ruimer nemen |
| Eén natte ruimte en verder niets | Losse buisventilator met naloop of hygrostaat | Een box en kanalen zijn hier overdreven, een doorvoer volstaat |
| Ingrijpende renovatie met goede kierdichting | Balansventilatie met warmteterugwinning | Vier kanalen in plaats van twee, dus veel meer ruimte nodig |
| Aanbouw of dakkapel aansluiten op een bestaande box | Een aftakking op het hoofdkanaal met een T-stuk | Eerst nameten of de box de extra lucht nog levert |
| Kelder of bijkeuken tegen een koude gevel | Aparte ventilator met een hygrostaat | Aansluiten op de woningbox trekt vochtige lucht door het hele huis |
Staat er een open verbrandingstoestel in huis, dan stop je hier. Bij een open geiser, een open gaskachel of een oude haard zonder eigen luchttoevoer maakt een afzuigbox onderdruk in de woning. Die onderdruk kan rookgassen uit het toestel de kamer in trekken, en dat levert koolmonoxide op. Laat in die situatie eerst een erkend installateur naar het toestel kijken.
Hoeveel lucht de installatie moet kunnen verplaatsen
De hoeveelheid lucht bepaalt alles wat daarna komt: de box, de kanaaldiameters en het aantal ventielen. De eisen staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving, in de wandelgangen nog altijd het Bouwbesluit, en ze zijn opgeschreven in liters per seconde. Boxen worden verkocht in kubieke meters per uur. Vermenigvuldig liters per seconde met 3,6 en je hebt de eenheid waar je iets aan hebt.
Tel de waarden van de natte ruimtes bij elkaar op en neem daar ongeveer tien procent bij voor de weerstand van kanalen en bochten. Kom je op 150 kubieke meter per uur uit, dan koop je dus geen box die precies 150 haalt, maar eentje die dat op zijn middenstand levert. Een box die op stand 3 nog net aan de eis voldoet, moet altijd op vol vermogen draaien en dat hoor je in de hele bovenverdieping.
De eis gaat over wat de installatie moet kunnen halen, niet over wat hij dag en nacht moet draaien. Je regelt in op de middenstand en houdt de hoogste stand over voor koken, douchen en was drogen.
| Ruimte | Wat de regels vragen | In m3 per uur | Wat dat betekent voor het kanaal |
|---|---|---|---|
| Keuken | 21 liter per seconde | Ongeveer 75 | Een ventiel van 125 mm, of twee van 100 mm |
| Badkamer met douche | 14 liter per seconde | Ongeveer 50 | Eén ventiel van 100 mm haalt dit ruim |
| Badkamer met bad en douche in één ruimte | 14 liter per seconde als minimum | 60 tot 75 in de praktijk | Liever twee ventielen dan één ventiel dat gaat suizen |
| Toilet | 7 liter per seconde | Ongeveer 25 | Een kanaal van 100 mm is hier ruim bemeten |
| Inpandige wasruimte of berging | Geen aparte waarde in de regels | In opleverstaten vaak 50 | Waar een droger staat wil je zeker een afzuigpunt |
| Woonkamer en slaapkamers | 0,9 liter per seconde per m2 | 3,24 per m2 | Dit is toevoer, dus roosters en geen kanaal |
| Per persoon als vuistregel | Ongeveer 8 liter per seconde | 30 per persoon | Handig om te toetsen of een slaapkamer genoeg verse lucht krijgt |
| Optelling voor een gemiddelde eengezinswoning | Keuken, badkamer en toilet samen | 150, plus marge naar 165 | Een box die 250 tot 300 kan leveren draait dan rustig |
Schrijf de berekening op een velletje en plak dat op de zijkant van de box. Als je over vijf jaar een ventiel bijplaatst of een aanbouw aansluit, weet je meteen hoeveel ruimte je nog hebt zonder alles opnieuw te meten.
De plek van de box en de route van de kanalen
De box hangt het liefst zo dicht mogelijk bij de doorvoer naar buiten en zo ver mogelijk van een slaapkamer. Twee meter extra kanaal is goedkoop, een brommende box boven een hoofdkussen krijg je achteraf nooit meer stil. Hang hem aan rubberen beugels of aan ophangbanden en zet er een kort stuk flexslang tussen de box en het vaste kanaal, zodat de trilling van de motor niet in de spirobuis en in de balklaag doorloopt.
Zet de route eerst uit met een potlood en pas daarna met buis, dezelfde volgorde die je aanhoudt bij het uitzetten van een waterleiding: eerst de route, dan de doorvoeren, dan pas monteren. Zoek in die route naar rechte stukken en vermijd haakse hoeken. Twee bochten van 45 graden achter elkaar kosten merkbaar minder capaciteit dan één bocht van 90 graden, omdat de lucht in de scherpe hoek loslaat van de wand.
Een box maakt condens, zeker als hij vochtige douchelucht afvoert naar een koude zolder. Vrijwel elke woningbox heeft daarom een condensafvoer aan de onderkant. Sluit die aan op een slang met een sifon en voer hem af op de riolering; hoe je zo'n aftakking maakt, staat bij het aanleggen van een rioolaansluiting. Zonder sifon staat de afvoer open en zuigt de box rioollucht aan.
Kanalen die door een koude ruimte lopen
Warme, vochtige lucht in een kanaal op een onverwarmde zolder koelt af tegen de buiswand. Zodra de temperatuur van de wand onder het dauwpunt komt, slaat het vocht neer en loopt het water terug het kanaal in. Dat is de reden dat er uit een afzuigventiel in de badkamer soms een druppel komt, terwijl er nergens iets lekt.
Isoleer daarom elk kanaal dat door een koude zolder, een kruipruimte of een onverwarmde garage loopt, en doe dat dampdicht. Gesloten cellenmateriaal met de naad dichtgeplakt werkt, gewone steenwol zonder dampremmende laag niet, want dan condenseert het vocht in de isolatie zelf. Bouw je op zolder een kokerbetimmering met isolatie eromheen, dan reken je met de rekenhulp voor de Rc-waarde van een opbouw na wat die opbouw werkelijk oplevert.
Leg het kanaal naar de dakdoorvoer met een klein afschot naar buiten, ongeveer een centimeter per meter. Condens dat toch ontstaat, loopt dan naar buiten weg in plaats van terug te lopen naar het laagste punt in huis.
Kanaaldiameters, luchtsnelheid en het geluid dat daarbij hoort
De maat van een kanaal kies je niet op gevoel maar op de snelheid van de lucht erin. Bij ongeveer 2 meter per seconde hoor je een kanaal niet. Boven de 3,5 meter per seconde gaat een ventiel suizen en boven de 5 meter per seconde is het gefluit hoorbaar in de kamer ernaast. Die grenzen zijn geen voorschrift maar een praktische ondergrens en bovengrens die wij aanhouden bij het maatvoeren.
Reken de snelheid uit door de luchthoeveelheid in kubieke meters per seconde te delen door de doorsnede in vierkante meters. Voor 75 kubieke meter per uur door een buis van 100 mm kom je op ongeveer 2,7 meter per seconde, en dat is nog net rustig. Dezelfde hoeveelheid door een buis van 80 mm loopt tegen de 4 meter per seconde en dat hoor je.
Rond is bouwkundig altijd gunstiger dan plat, want bij een ronde vorm is de wrijving per vierkante centimeter doorsnede het laagst. Kies je toch plat kanaal omdat het tussen de vloer en het plafond moet passen, neem dan een maat ruimer dan de tabel voor rond aangeeft.
Werken met een verdeelbox en leidingen van 75 mm
Bij nieuwere systemen loopt er geen boomstructuur meer door de zolder, maar gaat er vanaf een verdeelbox een eigen leiding naar elke ruimte. Die leidingen zijn meestal 75 mm en soms 63 mm, en ze liggen als gladde kunststof buis in de vloer of boven het plafond. Het voordeel is dat je elke ruimte apart kunt inregelen zonder dat je aan de andere komt.
De doorlaat van een leiding van 75 mm is ongeveer 44 vierkante centimeter, tegen 79 bij een buis van 100 mm. Houd per leiding ongeveer 30 kubieke meter per uur aan als je het stil wilt hebben; daarboven begint de lucht in het ventiel te fluiten. Voor een badkamer trek je daarom liever twee leidingen naar twee ventielen dan het dubbele volume door één buis.
Vanaf drie leidingen bepaalt de verdeling het resultaat, en niet meer de box. Laat de leidingen zo veel mogelijk gelijk in lengte zijn, of accepteer dat je de korte takken straks verder dichtdraait om de lange takken hun deel te geven. Zet de verdeelbox daarom centraal in het huis en niet in een hoek.
| Diameter | Doorlaat in cm2 | Stil tot ongeveer | Grens voor gaat suizen | Waar je hem voor gebruikt |
|---|---|---|---|---|
| 80 mm | 50 | 35 m3 per uur | 60 m3 per uur | Korte aftakking naar één klein ventiel |
| 100 mm | 79 | 55 m3 per uur | 100 m3 per uur | Standaard aftakking naar wc of badkamer |
| 125 mm | 123 | 90 m3 per uur | 155 m3 per uur | Keukenpunt, of een verzamelkanaal voor twee ventielen |
| 150 mm | 177 | 125 m3 per uur | 220 m3 per uur | Hoofdkanaal van de box naar de dakdoorvoer |
| 160 mm | 201 | 145 m3 per uur | 250 m3 per uur | Hoofdkanaal bij een box met meer capaciteit |
| 180 mm | 254 | 180 m3 per uur | 320 m3 per uur | Grotere installaties en lange hoofdleidingen |
| Plat 110 x 55 mm | 61 | 25 m3 per uur | 45 m3 per uur | Alleen een kort zichtbaar stuk achter één ventiel |
| Plat 220 x 55 mm | 121 | 60 m3 per uur | 110 m3 per uur | Zelfde doorsnede als rond 125, duidelijk meer weerstand |
| Flexslang 125 mm, strak getrokken | 123 op papier | 70 m3 per uur | 120 m3 per uur | Uitsluitend het laatste halve tot hele meter |
Ventielen plaatsen en de doorvoer naar buiten maken
Een afzuigventiel hoort hoog te zitten, want warme en vochtige lucht stijgt. In een badkamer of wc betekent dat in het plafond, of anders in de wand binnen twintig centimeter van het plafond. Een ventiel laag in de wand haalt op papier dezelfde hoeveelheid lucht en laat de damp in de praktijk toch tegen het plafond hangen.
Boor het gat met een gatenzaag die een paar millimeter ruimer is dan de plaat waar het ventiel in draait, meestal 100 of 125 mm. Zet eerst de muurplaat of plafondplaat vast op het kanaal, dan pas het ventiel erin. De schuimring achter de rand is geen verpakkingsmateriaal maar de afdichting; laat je die weg, dan zuigt het ventiel lucht uit de plafondholte in plaats van uit de ruimte.
In de keuken houd je de kookafzuiging en de ventilatiebox gescheiden. Een afzuigkap die vet en damp door het ventilatiekanaal blaast, vervuilt de box en de rest van de kanalen, en de meeste fabrikanten sluiten die combinatie uit. Een recirculatiekap met een koolstoffilter mag wel, en een kap die naar buiten afvoert krijgt een eigen kanaal van 150 mm.
Door het dak of door de gevel
Door het dak is bouwfysisch de betere route, want de lucht gaat er weg op de plek waar hij toch al naartoe wil en de uitblaas zit ver van ramen en van de buren. Je kiest een dakdoorvoer die bij het pantype past, of een universele lage uitvoering met een flexibele manchet. Meet de buisdiameter op voordat je bestelt, want 110, 125 en 150 mm liggen dicht bij elkaar en een manchet die net niet past, lekt regenwater op het dakbeschot.
Door de gevel kan ook, mits je een kap met terugslagklep gebruikt. Zonder die klep blaast de wind koude lucht terug door de installatie en klappert de kap bij elke vlaag. Boor de doorvoer met een paar millimeter afschot naar buiten en dicht de ruimte rond de buis af, zodat er geen water langs de buis de spouw in zakt.
Werken op een schuin dak vraagt een steiger of dakhaken. De meeste ongelukken gebeuren bij het overstappen van de ladder op het dakvlak, niet bij het werk zelf. Ga niet op de pannen staan, werk bij droog weer en laat een doorvoer op een steil of hoog dak over aan een dakdekker.
De elektrische aansluiting en de standenschakelaar
De meeste woningboxen in Nederland worden gevoed met een vijfpolige perilexstekker. Drie van die polen zijn de standdraden, en de driestandenschakelaar aan de muur zet spanning op één van de drie. Nul en aarde blijven vast. Dat is de reden dat je zo'n schakelaar niet zomaar door een gewone dimmer vervangt: je schakelt geen vermogen, je kiest een van drie wikkelingen.
Zit er al een perilexcontactdoos op zolder, dan is de aanleg simpel: box ophangen, stekker erin, schakelaar controleren. Ontbreekt die contactdoos, dan komt er een nieuwe leiding uit de meterkast en dat is het punt waar je stopt. Het aansluiten van een nieuwe groep achter de hoofdzekering laat je aan een installateur over, want die zekering kun je zelf niet spanningsloos maken.
Schakel altijd de groep uit en controleer met een tweepolige spanningstester voordat je de kap van een schakelaar haalt. Een schakelaar die is dichtgeplakt met een blind afdekplaatje bij een verbouwing heeft er meestal nog gewoon drie standdraden achter zitten, vaak vastgezet op de hoogste stand. Daar plaats je zonder nieuw leidingwerk weer een bediening.
Naloop, sensoren en draadloze bediening
Een nalooprelais bij de badkamerschakelaar houdt de box na het douchen nog een tijd op de hoogste stand en zet hem daarna zelf terug. Dat is de goedkoopste manier om te voorkomen dat de installatie dagenlang op stand 3 blijft staan omdat niemand eraan denkt.
Vrijwel elke box is draadloos te maken met een ontvanger die je in de behuizing klemt en een zender aan de muur. Er zijn ook vochtsensoren die de box zelf laten opschakelen boven een ingestelde luchtvochtigheid. Werkt zo'n zender na plaatsing niet, begin dan bij de batterij en bij het opnieuw aanmelden van de zender op de ontvanger, en niet bij de bedrading van de box.
Zonder toevoer werkt de hele installatie niet
Dit is het deel dat het vaakst wordt overgeslagen en dat de meeste klachten oplevert. Een box kan alleen lucht afvoeren die ergens naar binnen komt. Zijn de gevelroosters dicht en zit er geen ruimte onder de binnendeuren, dan haalt de installatie zijn lucht uit de brievenbus, de trapkast of het kanaal van de wasdroger. Het toerental van de motor gaat omhoog, de luchthoeveelheid niet.
Reken op ongeveer 3,24 kubieke meter per uur per vierkante meter vloer voor de woon- en slaapkamers, en zorg dat die lucht via roosters in de gevel binnenkomt. Staan de roosters dicht omdat het tocht, dan is een zelfregelend of thermisch onderbroken rooster de oplossing en niet het afplakken; hoe de klepstanden werken en waarom ze bij wind vanzelf verspringen, staat bij het open en dicht zetten van een raamrooster.
Tussen de kamers moet de lucht ook nog kunnen doorstromen. Houd ongeveer twee centimeter ruimte onder elke binnendeur vrij, en meer bij een deur naar een badkamer met dikke vloerbedekking ervoor. Zonder die spleet komt de afzuiging in de natte ruimte pas op gang als je de deur openzet, en dan is de damp het huis al in.
Waar het vocht vandaan komt dat je afvoert
Voordat je een zwaardere box koopt, is het de moeite waard om te kijken of het vocht wel uit de leefruimte komt. Een woning met een vochtige kruipruimte en een houten vloer krijgt een deel van dat vocht via de vloernaden binnen, en dat blijf je met afzuigen achtervolgen. In dat geval haal je meer resultaat uit een bodemafsluiting en goede ventilatie van de kruipruimte dan uit een grotere ventilator.
Datzelfde geldt bij optrekkend vocht of een lekkende gevel. Mechanische ventilatie voert de damp af die in huis ontstaat door douchen, koken, wassen en ademen. Vocht dat door een constructie naar binnen komt, hoort bij het isolatie- en vochtdeel van de woning en niet bij de ventilatie.
Inregelen: de stap die de installatie afmaakt
Een installatie die niet is ingeregeld, is geen afgemaakte installatie. Alle ventielen staan bij levering ergens halverwege, en de kortste tak trekt daardoor het grootste deel van de lucht. Het gevolg is een toilet dat keihard zuigt en een badkamer waar de spiegel na het douchen twintig minuten beslagen blijft.
Inregelen doe je door de ventielen te verdraaien. De binnenkegel van een tellerventiel schroef je verder open of dichter naar de rand, en met de contramoer zet je de gevonden stand vast. Begin bij de tak die het verst van de box ligt: die zet je helemaal open en die is je referentie. Daarna knijp je de dichtstbijzijnde takken zo ver dicht tot elke ruimte zijn berekende hoeveelheid haalt.
Meet met de binnendeuren dicht en de gevelroosters open, want dat is de situatie waarin het systeem echt moet werken. Zet de box op de middenstand, houd de meetconus strak tegen het plafond rond het ventiel en wacht tien tot vijftien seconden tot de waarde stabiel is. Noteer per ruimte de stand van het ventiel en de gemeten waarde.
Reken erop dat een meting met een conus makkelijk dertig procent kan afwijken van de werkelijkheid. Dat maakt meten niet zinloos: je gebruikt het vooral om de ruimtes onderling in verhouding te brengen. Voor de absolute waarde vertrouw je op de berekening en op de capaciteitstabel van de box.
Meet één keer voordat je gaat inregelen en noteer de beginwaarden. Zonder die nulmeting weet je halverwege niet meer of je met verdraaien vooruit of achteruit bent gegaan, en dan draai je een middag in cirkels.
Zo leg je een mechanisch ventilatiesysteem aan
Deze volgorde geldt voor een afzuigsysteem met een box op zolder en ventielen in wc, badkamer en keuken.
-
Reken de luchthoeveelheden uit per ruimte
Neem 75 kubieke meter per uur voor de keuken, 50 voor de badkamer en 25 voor het toilet, tel die op en doe er tien procent bij voor de weerstand van kanalen en bochten. Die uitkomst is de capaciteit die je box op de middenstand moet halen, niet op de hoogste. Dat verschil bepaalt of je installatie straks stil is of niet.
-
Zet de route uit en bepaal de plek van de box
Teken de kortste route van elke natte ruimte naar de plek waar het kanaal naar buiten gaat. Hang de box dicht bij die doorvoer en ver van slaapkamers, en vervang elke haakse hoek in de tekening door twee bochten van 45 graden. Controleer nu ook of je overal met een gatenzaag bij kunt, want een balk op de verkeerde plek verandert je hele route.
-
Maak de doorvoer naar buiten
Begin bij het gat naar buiten, want dat is het punt waar je niet kunt schuiven. Plaats een dakdoorvoer die bij je pantype past, of een geveldoorvoer met terugslagklep en een paar millimeter afschot naar buiten. Werk op een schuin dak met dakhaken of een steiger, en laat dit bij een steil of hoog dak over aan een dakdekker.
-
Monteer de kanalen van buiten naar binnen
Werk vanaf de doorvoer terug naar de box en van de box naar de ventielen. Steek de buizen in elkaar met de stroomrichting mee, dus de mof met de luchtstroom mee, zodat er geen randje in de stroom steekt. Ontbraam elk gezaagd einde en zet elke verbinding vast met aluminium tape of een klemband. Beugel het kanaal om de anderhalve meter, want een doorhangend kanaal maakt een lage plek waar condens blijft staan.
-
Hang de box trillingsvrij op en sluit de condensafvoer aan
Gebruik rubberen beugels of ophangbanden en zet tussen de box en het vaste kanaal een kort stuk flexslang. Sluit de condensafvoer aan de onderkant aan op een slang met een sifon en voer die af op de riolering. Zonder sifon staat er een open verbinding met het riool en ruik je dat in de badkamer.
-
Plaats de ventielen en de platen
Zaag de gaten in het plafond op de plaat die je gebruikt, zet eerst de plaat vast op het kanaal en draai daarna het ventiel erin. Laat de schuimring achter de rand zitten, anders zuigt het ventiel lucht uit de plafondholte. Zet ventielen in een badkamer of wc in het plafond of binnen twintig centimeter daaronder.
-
Sluit de elektra aan of laat dat doen
Zit er een perilexcontactdoos, dan gaat de stekker erin en controleer je de drie standen aan de schakelaar. Moet er een nieuwe leiding uit de meterkast komen, dan is dat werk voor een installateur, want achter de hoofdzekering kun je zelf niet spanningsloos werken. Schakel bij elke handeling aan de schakelaar de groep uit en controleer met een tweepolige spanningstester.
-
Regel in en meet na
Zet de box op de middenstand, sluit de binnendeuren en open de gevelroosters. Meet per ventiel met een anemometer met conus, begin met de verste tak helemaal open en knijp de dichtstbijzijnde takken dicht tot elke ruimte zijn deel krijgt. Noteer de standen, want dat scheelt bij het volgende onderhoud een middag zoeken. Ontbreekt de toevoer nog, kijk dan eerst bij de roosters en de bediening ervan voordat je conclusies trekt over de box.
Rc-calculator
Stapel de lagen van je vloer, muur of dak en zie welke Rc-waarde je haalt met welke diktes. Open de volledige rc-calculator
Voordat je het zolderluik dichtdoet
Uit de praktijk
Een box die op de hoogste stand nog te weinig haalt
Een installatie die op papier ruim genoeg is en in de praktijk niets levert, verliest zijn capaciteit vrijwel altijd in het kanaalwerk en niet in de motor. De grootste verliezen zitten in slap hangende flexslang, in haakse bochten en in verloopstukken die een kanaal van 125 mm ineens terugbrengen naar 100 mm.
Flexslang is het duidelijkst aanwijsbaar. De ribbels binnenin remmen de lucht, en een slang die je een halve meter laat doorzakken over een lengte van drie meter verliest zomaar de helft van zijn doorlaat. De oplossing is niet een zwaardere box, maar de flexslang vervangen door spirobuis en alleen het laatste halve tot hele meter flexibel houden, strak getrokken.
Meet bij twijfel eerst bij de box zelf en daarna bij het ventiel. Zit er bij de box wel volume en bij het ventiel niet, dan zit het verlies in de tak. Meet je bij de box al te weinig, dan zit het probleem in het hoofdkanaal of in de toevoer van het huis.
Water dat uit een afzuigventiel druppelt
Een druppel uit het ventiel in de badkamer wijst zelden op een lekkage van boven, en bijna altijd op condens in een ongeïsoleerd kanaal. Warme douchelucht van rond de dertig graden met een hoge luchtvochtigheid koelt in een buis op een winterse zolder binnen een paar meter af tot onder het dauwpunt. Het vocht slaat neer tegen de buiswand en zoekt daarna het laagste punt.
Is dat laagste punt een doorhangend stuk kanaal boven het ventiel, dan verzamelt het water zich daar en druppelt het uiteindelijk naar binnen. Wat helpt is de combinatie van drie dingen: het kanaal dampdicht isoleren, het overal op afschot naar buiten leggen en het om de anderhalve meter beugelen zodat er geen doorhangers ontstaan.
Zit het kanaal er al en kun je er niet meer bij, dan is een condensopvang met een aftap in het laagste punt de noodgreep. Dat lost het onderliggende koudeprobleem niet op, maar het houdt het water uit het plafond.
Een brommende box die door de hele bovenverdieping hoorbaar is
Geluid uit een ventilatiebox komt in twee vormen: het suizen van de lucht en het brommen van de motor. Die twee vragen een verschillende oplossing, dus het loont om ze eerst uit elkaar te houden. Suizen verandert mee met de stand en klinkt uit het ventiel, brommen zit op één toon en klinkt uit het plafond of uit de wand.
Brommen ontstaat wanneer de behuizing star vastzit op een balklaag of tegen een gipsplaat. Het vlak werkt dan als klankkast en versterkt een trilling die je met je hand op de box nauwelijks voelt. Rubberen ophangbeugels en een kort stuk flexslang tussen de box en de spirobuis breken die overdracht.
Suizen komt van te hoge luchtsnelheid, dus van een kanaal dat te krap is voor de hoeveelheid die erdoor moet. Een ventiel dat je ver dichtdraait, fluit om dezelfde reden. Een maat ruimer kanaal of een tweede ventiel in dezelfde ruimte lost dat op, terwijl een zwaardere box het juist erger maakt.
Veelgemaakte fouten
Het hele systeem in flexibele slang uitvoeren
Flexslang is goedkoop, licht en snel te leggen, en dat maakt hem verleidelijk voor de hele route. De ribbels remmen de lucht echter fors, en een slang die doorhangt verliest nog eens extra. Gebruik spirobuis of glad pvc voor alle vaste stukken en houd flexibel materiaal voor het laatste stukje bij de box of het ventiel.
De toevoer vergeten en alleen afzuiging bouwen
Een box kan alleen verplaatsen wat er ergens naar binnen komt. Zonder open gevelroosters en zonder ruimte onder de binnendeuren draait de motor harder zonder dat er meer lucht beweegt. De installatie kost dan stroom en maakt geluid, en de badkamer blijft beslagen.
De afzuigkap op het ventilatiekanaal aansluiten
Vet en kookdamp door het ventilatiekanaal blazen vervuilt de box, de kanalen en de ventielen van de andere ruimtes. De meeste fabrikanten sluiten die combinatie uit en het schoonmaken achteraf is vrijwel niet te doen. Een kap die naar buiten afvoert krijgt een eigen kanaal van 150 mm.
Het kanaal met haakse bochten en krappe verlopen uitvoeren
In een bocht van 90 graden laat de lucht los van de binnenwand en ontstaat er een wervel die de doorlaat feitelijk verkleint. Twee bochten van 45 graden achter elkaar geven hetzelfde verloop met veel minder verlies. Een verloop van 125 naar 100 mm vlak achter de box doet hetzelfde: die knijp bepaalt vanaf dat punt de capaciteit van de hele tak.
De schuimring achter het ventiel weglaten
Die ring ziet eruit als verpakkingsmateriaal en verdwijnt daarom vaak in de afvalzak. Zonder ring zuigt het ventiel deels lucht uit de plafondholte en uit de spouw in plaats van uit de ruimte. Je meet dan keurig volume bij het ventiel terwijl de badkamer nauwelijks wordt geventileerd.
De installatie niet inregelen na de montage
Alle ventielen staan bij levering in dezelfde middenstand, en de kortste tak neemt daardoor het grootste deel van de lucht. Het toilet zuigt hard en de badkamer krijgt te weinig. Zonder inregelen heb je een installatie die op de meter voldoet en in de praktijk het vocht laat staan.
Een oud kanaal openzagen zonder te weten wat het is
Grijze, harde ventilatiekanalen in woningen van voor 1994 kunnen van asbestcement zijn, vooral in schachten en rond oude geisers. Zagen, boren of schuren maakt vezels vrij. Laat bij twijfel een asbestinventarisatie doen en het verwijderen over aan een gecertificeerd bedrijf.
Veelgestelde vragen
Mag ik zelf mechanische ventilatie aanleggen?
Het kanaalwerk, de ventielen, de doorvoer en het ophangen van de box mag je zelf doen. Voor de elektra ligt de grens bij de meterkast: een bestaande perilexcontactdoos gebruiken mag, een nieuwe groep aanleggen achter de hoofdzekering laat je aan een installateur over. Staat er een open verbrandingstoestel in huis, dan hoort een installateur sowieso eerst te kijken, want de onderdruk van een afzuigsysteem kan rookgassen de woning in trekken.
Welke capaciteit moet mijn ventilatiebox hebben?
Tel de eisen van de natte ruimtes op: ongeveer 75 kubieke meter per uur voor de keuken, 50 voor de badkamer en 25 voor het toilet. Dat komt bij een gemiddelde eengezinswoning uit rond de 150. Doe daar tien procent bij voor de weerstand van kanalen en bochten en kies een box die dat op zijn middenstand levert, dus in dit voorbeeld eentje die 250 tot 300 kan halen. Zo houd je de hoogste stand over voor douchen en koken.
Welke diameter kanaal heb ik nodig?
Dat volgt uit de luchtsnelheid, niet uit gewoonte. Reken de hoeveelheid in kubieke meters per seconde en deel die door de doorsnede van de buis. Blijf onder ongeveer 3,5 meter per seconde, dan blijft het rustig. In de praktijk komt dat neer op 100 mm naar wc en badkamer, 125 mm voor de keuken of voor twee ventielen samen, en 150 mm voor het hoofdkanaal van de box naar buiten. Plat kanaal neem je altijd een maat ruimer dan rond.
Kan ik het ventilatiekanaal beter door het dak of door de gevel laten uitkomen?
Door het dak is bouwfysisch gunstiger. De lucht gaat weg op het hoogste punt, ver van ramen en van de buren, en je hebt geen last van wind die tegen de uitblaas staat. Door de gevel kan prima, mits je een kap met terugslagklep neemt zodat de wind geen koude lucht terugblaast en de klep niet klappert. Boor de doorvoer altijd met een paar millimeter afschot naar buiten, anders loopt regenwater langs de buis de spouw in.
Waarom druppelt er water uit mijn afzuigventiel?
Dat is vrijwel altijd condens en geen lekkage. Warme, vochtige douchelucht koelt in een ongeïsoleerd kanaal op een koude zolder af tot onder het dauwpunt, waarna het vocht tegen de buiswand neerslaat en naar het laagste punt loopt. Isoleer het kanaal dampdicht, leg het op afschot naar buiten en beugel het om de anderhalve meter zodat er geen doorhangers ontstaan waar water zich verzamelt.
Hoe regel ik de ventielen in zonder dure meetapparatuur?
Volledig zonder meten kom je er niet, maar een eenvoudige anemometer met conus is genoeg om de ruimtes onderling in verhouding te brengen. Zet de verste tak helemaal open als referentie en knijp de dichtstbijzijnde takken dicht tot elke ruimte zijn deel haalt. Meet met de binnendeuren dicht en de roosters open. Een conusmeting kan makkelijk dertig procent afwijken, dus gebruik hem om te verdelen en vertrouw voor de absolute waarde op de berekening.
Mag de afzuigkap op hetzelfde kanaal als de ventilatiebox?
Nee. Vet en kookdamp vervuilen de box en de kanalen naar de andere ruimtes, en dat krijg je achteraf niet meer schoon. De meeste fabrikanten sluiten deze combinatie in hun voorschriften uit. Een kap die naar buiten afvoert krijgt een eigen kanaal van 150 mm met een eigen doorvoer, en een recirculatiekap met koolstoffilter kan zonder kanaal in de keuken hangen.
Hoe voorkom ik dat de ventilatiebox hoorbaar is in de slaapkamer?
Hang de box niet boven of naast een slaapkamer, en zet hem nooit star vast op een balklaag of tegen een gipsplaat. Zo'n vlak werkt als klankkast en versterkt een trilling die je met je hand nauwelijks voelt. Gebruik rubberen beugels of ophangbanden en zet een kort stuk flexslang tussen de box en het vaste kanaal. Suizen uit het ventiel is een ander probleem: dat komt van een te krap kanaal en lost je op met een maat ruimer of een tweede ventiel.
Wat kost het om mechanische ventilatie aan te leggen?
De box is meestal de grootste post, gevolgd door de kanalen en de doorvoer. Wat de rekening bepaalt, is niet zozeer de capaciteit als wel de route: elke extra meter kanaal, elke bocht en elke doorvoer door een vloer of een dak kost materiaal en tijd. Vraag daarom offertes op basis van je eigen plattegrond met de route erin, dan zijn ze onderling te vergelijken. Zelf doen scheelt vooral arbeidsuren, want het materiaal koop je bij dezelfde groothandel.
Kan ik een aanbouw of dakkapel op mijn bestaande ventilatie aansluiten?
Technisch is een aftakking met een T-stuk zo gemaakt, maar meet eerst wat de box nu levert. Trek je er een extra ventiel bij zonder capaciteit over te hebben, dan gaat dat rechtstreeks ten koste van de badkamer, want de nieuwe tak is meestal korter en pakt daardoor het meeste. Kom je met de optelling boven wat de box op de middenstand kan, dan is een zwaardere box of een aparte ventilator voor die ruimte de betere keuze.
Heb ik een vergunning nodig voor een dakdoorvoer of een geveldoorvoer?
Voor een gewone doorvoer in een dakvlak of een gevel is meestal geen vergunning nodig. Het ligt anders bij een monument, bij een woning in een beschermd stadsgezicht en soms bij een voorgevel die aan de openbare weg ligt. Ben je huurder of woon je in een appartement, dan heb je bovendien toestemming van de verhuurder of de vereniging van eigenaars nodig, want een gevel en een dak zijn gemeenschappelijk. Vraag het bij de gemeente na voordat je gaat boren.
Moet ik mijn oude kanalen vervangen als ik alleen de box vernieuw?
Niet per se. Bestaande gladde kanalen van voldoende diameter zijn prima te hergebruiken, mits ze schoon zijn en de verbindingen luchtdicht. Laat de kanalen eerst reinigen als er jaren stof en vet in zit, want dat kost doorlaat en het waait bij een nieuwe, sterkere box je woning in. Zit er in een woning van voor 1994 een grijs, hard kanaal, ga er dan niet in zagen of boren voordat je zeker weet dat het geen asbestcement is.
Wanneer je beter een vakman belt
Het kanaalwerk, de ventielen en het ophangen van de box zijn goed zelf te doen. Er zijn vier momenten waarop je het werk uit handen geeft.
Het eerste is de elektrische aansluiting als er geen contactdoos ligt. Een nieuwe groep aanleggen gebeurt achter de hoofdzekering en die kun je zelf niet spanningsloos maken, dus dat is werk voor een installateur.
Het tweede is een woning met een open verbrandingstoestel, zoals een open geiser of een gaskachel zonder eigen luchttoevoer. De onderdruk van een afzuigsysteem kan daar rookgassen de kamer in trekken. Laat een erkend installateur eerst beoordelen of het toestel en het ventilatiesysteem samen kunnen bestaan.
Het derde is een doorvoer in een steil of hoog dak. Werken op een dakvlak zonder steiger of dakhaken is de plek waar dit soort klussen echt misgaat, en een dakdekker heeft die spullen al staan.
Het vierde is elk oud, grijs en hard kanaal in een woning van voor 1994. Laat een asbestinventarisatie doen voordat je er een gatenzaag in zet, en laat het verwijderen over aan een gecertificeerd bedrijf.