Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Daktrim op een EPDM-dak monteren en waterdicht afwerken

10 minuten lezen Plat dak Bijgewerkt 14 augustus 2026
diy-gids.nl DAK & ZOLDER Epdm daktrim

Op een EPDM-dak gaat het rubber over de dakrand heen en langs de buitenzijde omlaag, en de daktrim komt daar overheen en klemt het vast. Rubber over een al gemonteerde trim leggen werkt alleen bij profielen die daarvoor gemaakt zijn, want een scherpe aluminium kant is precies de plek waar een vel op den duur inscheurt. Laat tussen de lengtes vier tot vijf millimeter ruimte en koppel ze met een verbindingsstuk, anders werkt een aluminium profiel zichzelf los. De bevestiging hoort in de verticale voorzijde, buiten de weg die het water aflegt.

10 minuten

Dit heb je nodig

Een dag voor de dakrand van een gemiddelde aanbouw Te doen, maar het is werk op hoogte Profiel per strekkende meter, plus hoeken, verbindingsstukken en schroeven

Gereedschap

  • Verstekzaag of handzaag met een fijn blad voor aluminium
  • Metaalvijl om de zaagkanten te ontbramen
  • Accuboormachine met een klein boortje om voor te boren
  • Slaglijn en een rei of waterpas van twee meter
  • Rolmaat, winkelhaak en een stift die op aluminium schrijft
  • Aandrukroller en een kleine naadroller voor het rubber
  • Blokkwast voor de contactlijm
  • Haakmes of dakleermes met reservemesjes
  • Randbeveiliging of een steiger als de dakrand vrij ligt

Materiaal

  • Aluminium daktrim in de gewenste hoogte, in lengtes van 2,5 meter
  • Verbindingsstukken voor tussen de lengtes
  • Voorgevormde buiten- en binnenhoeken, of profiel dat je zelf verstekt
  • Rvs of aluminium schroeven met platte kop, passend bij het boeideel
  • Contactlijm voor EPDM, geschikt voor verticale vlakken
  • Niet-gevulkaniseerde EPDM-band met primer voor hoeken en kopse randen
  • Butylband voor onder het profiel en onder de verbindingsstukken
  • MS-polymeerkit voor de aansluiting tegen opgaand werk
  • Reiniger en schone doeken voor het rubber voordat je lijmt

Wat een daktrim op een EPDM-dak moet doen

Een daktrim is het profiel dat de bovenkant van de dakrand afsluit. Op een EPDM-dak doet hij twee dingen tegelijk: hij klemt het rubber mechanisch vast en hij houdt water uit de kopse kant van het dakpakket. Hoe die rand samenhangt met de rest van het pakket, staat bij de opbouw van een plat dak van balklaag tot dakbedekking.

De klemfunctie weegt het zwaarst, want EPDM van 1,3 mm weegt anderhalf tot twee kilo per vierkante meter en houdt zichzelf nergens tegen. Aan de randen en vooral in de hoeken van het dak is de windzuiging een veelvoud van die op het middenvlak, omdat de luchtstroom daar om de rand heen buigt. Een dakrand die alleen op lijm rust, is dan ook de plek waar een dak als eerste begint op te wippen.

De tweede functie zit in de vorm van het profiel. Aan de onderkant van de voorzijde hoort een neus met een waterhol, zodat de druppel eraf valt in plaats van terug te lopen langs het boeideel. Valt die neus te krap over het boeideel, dan kruipt het water langs de onderzijde naar achteren en zie je dat na een paar jaar aan een zwarte streep en aan hout dat zacht wordt.

ProfielHoe het rubber eraan vastzitWaar het pastWaar je op let
Eendelige aluminium daktrimEPDM over de rand omgeslagen, geklemd onder het profielRechte dakranden op een boeideel of dakrandbalkDe schroefkoppen zitten in het zicht, dus lijnen en afstanden nameten
Tweedelig klemprofiel met afdeklijstOnderprofiel over het rubber geschroefd, lijst erover gekliktLange randen en zichtwerk aan de straatzijdeHet onderprofiel moet kaarsrecht liggen, anders klikt de lijst niet dicht
Kiezelbak of grindbakRubber over de rand, geklemd onder de achterzijde van de bakDaken met grindballast of tegels op tegeldragersDe bak moet hoger zijn dan de ballastlaag, anders spoelt het grind eroverheen
Renovatieprofiel over de bestaande randNieuw rubber over de oude rand, daarna geklemdEen dak dat na isoleren een paar centimeter dikker is gewordenDe oude rand moet vast en droog zijn en vrij van rot voordat je erover gaat
Kunststof daktrimRubber eronder doorgeslagen en geklemdTuinhuis, schuur, klein bijgebouwZet drie tot vier keer zo veel uit als aluminium en wordt na jaren bros
Zinken of stalen randafwerkingMeestal met een aparte klemstrook onder het zichtwerkAansluiten op bestaand zinkwerk aan hetzelfde huisMeng geen verzinkt staal en aluminium in de bevestiging, zeker niet aan zee

Het rubber gaat onder de trim door, niet eroverheen

Dit is de vraag waar het bij een EPDM-dak op vastloopt: leg je het vel over de gemonteerde trim, of gaat het eronder door. Het uitgangspunt is het tweede. Het rubber loopt over de opstand omhoog, over de bovenkant van de dakrandbalk en langs de buitenzijde vier tot vijf centimeter naar beneden, waar het met contactlijm vast zit. De trim komt daar overheen en klemt het geheel tegen het hout.

Wie de trim eerst monteert en het vel daarna eroverheen legt, krijgt drie problemen tegelijk. Het rubber ligt dan over een scherpe aluminium kant en die kant werkt bij elke temperatuurwisseling onder het vel door. Het vel wordt op die kant niet meer geklemd, dus juist op de plek met de hoogste windzuiging houdt alleen de lijm het tegen. En de kopse rand van het vel moet ergens op het aluminium eindigen, wat betekent dat je een geplakte naad legt op het onderdeel dat het meest beweegt.

Er zijn profielen waarbij het wel zo hoort. Een kantopsluiting met een afgeronde bovenkant is gemaakt om er rubber overheen te trekken, en bij een tweedelig klemprofiel wordt het vel juist tussen het onderprofiel en de afdeklijst geklemd. Dat staat in het verwerkingsvoorschrift van het profiel, en dat is de plek waar je het opzoekt in plaats van het te gokken. Dezelfde regel komt terug bij een doorvoer door een plat dak: elke bevestiging die door de waterdichte laag gaat, hoort buiten het water te blijven.

Een geplakte kopse naad is geen klem. Contactlijm en naadband houden het rubber tegen het aluminium, maar ze nemen geen trekkracht op van wind die aan de dakrand rukt. De mechanische bevestiging moet het vel echt vastzetten; de lijm dicht alleen af.

Uitzetting: waarom er ruimte tussen de lengtes hoort

Een aluminium daktrim zet uit met warmte, en op een dakrand loopt dat verder op dan je verwacht. Een donker profiel in de volle zon wordt zestig tot zeventig graden, in een heldere vriesnacht zakt hetzelfde profiel naar min tien. Reken dus op een verschil van zeventig tot tachtig graden over het jaar.

Aluminium rekt ongeveer 0,024 millimeter per meter per graad. Een lengte van 2,5 meter beweegt daarmee ruim vier millimeter tussen de koudste en de warmste dag. Zet je twee lengtes strak tegen elkaar, dan moet die vier millimeter ergens heen: het profiel gaat bol staan, de schroefgaten worden ovaal en het gekitte naadje scheurt open. In de winter trekt alles terug en staat de naad wagenwijd open.

De oplossing is een dilatatievoeg van vier tot vijf millimeter tussen de lengtes, met daaronder een verbindingsstuk dat de naad afdekt. Dat verbindingsstuk plak je met butylband op één van de twee lengtes vast en de andere lengte laat je erover schuiven. Schroef nooit door beide lengtes heen op dezelfde plek, want daarmee zet je de beweging juist weer vast.

MateriaalUitzetting per meter bij 10 graden verschilBeweging over 2,5 meter bij 70 graden verschilVoeg die daarbij hoort
Aluminium0,24 mmRuim 4 mm4 tot 5 mm, met een verbindingsstuk eronder
Kunststof, pvc0,7 tot 0,8 mm12 tot 14 mmAlleen volgens het voorschrift van de leverancier, met een schuifverbinding
Zink0,22 mmBijna 4 mm4 tot 5 mm, met schuifstukken in plaats van vaste naden
Verzinkt staal0,12 mmRuim 2 mm2 tot 3 mm
Rvs0,16 mmBijna 3 mm3 mm
Koper0,17 mm3 mm3 mm

Monteer bij vorst of in de volle zon niet met een krappe voeg. Werk je op een koude ochtend, houd dan de ruime kant van de maat aan, want alles wat er nog bij komt is uitzetting. Werk je op een hete middag, dan is het profiel al gerekt en mag de voeg juist krapper.

De maten die je in de praktijk aanhoudt

De precieze maten staan in het verwerkingsvoorschrift van het profiel en verschillen per leverancier. De onderstaande waarden zijn wat je op een woonhuis of aanbouw het vaakst tegenkomt, en ze geven je een grens waaraan je kunt zien of iets scheef zit.

Twee maten bepalen samen of de daktrim überhaupt past: de hoogte van de opstand boven het dakvlak en de dikte van het pakket dat eronder ligt. Ga je isoleren en daarna pas de rand afwerken, meet dan eerst hoe dik het geheel wordt. Bij het isoleren van een plat dak groeit het pakket met de isolatiedikte, en dan valt de opstand die eerst 12 centimeter was ineens terug naar 4 centimeter.

Kom je op een lage rand uit, dan is het profiel niet de plek waar je dat oplost. Een hogere trim dekt de hoogte wel af, maar het water dat over die rand naar buiten loopt vindt dan nog steeds de weg tussen het rubber en het hout. Zit je krap, verhoog dan de dakrandbalk of het boeideel voordat het rubber erop gaat.

OnderdeelGangbare maatMarge die in de praktijk werktWaar je op let
Hoogte van de dakrand boven het dakvlak120 mm bij nieuw werk60 mm als ondergrens bij een tuinhuis of overkappingMeten vanaf het hoogste punt van het dakvlak, niet bij de uitloop
Zichtbare hoogte van het profiel40 tot 100 mmTot 150 mm bij een hoge dakrandHet profiel moet het rubber en de bevestiging allebei afdekken
Rubber over de bovenkant omgeslagen en omlaag40 tot 50 mm langs de buitenzijde30 mm bij een smal boeideelTe kort omgeslagen betekent dat de klem net op de vouw valt
Neus van het profiel voorbij het boeideel20 tot 30 mmMinstens 15 mmZonder waterhol aan de onderkant loopt de druppel terug naar het hout
Schroefafstand hart op hart250 tot 300 mm200 mm bij een dakrand die vol op de wind staatAan de uiteinden dichter bij elkaar, in het midden mag het ruimer
Afstand van de schroef tot het uiteinde50 tot 80 mmNiet dichter dan 30 mm bij de kopTe dicht op de kop scheurt het aluminium in bij het aandraaien
Dilatatievoeg tussen twee lengtes4 tot 5 mm3 mm op een hete dag, 6 mm bij vorstDe voeg blijft open, hij wordt niet dichtgekit
Breedte van het verbindingsstuk80 tot 100 mmZo breed dat de voeg ruim overlaptButylband eronder, en maar aan één zijde vastzetten
Dikte van het aluminium1,5 tot 2 mmDunner alleen bij korte randenDun materiaal golft tussen de schroeven door en dat zie je vanaf de straat
Lengte per stuk profiel2,5 meterSoms 2 of 3 meterVerdeel de rand vooraf, zodat er nergens een stukje van 15 cm overblijft

De houten rand waar de trim in moet grijpen

Een daktrim is niet sterker dan het hout waar hij in geschroefd zit. De schroeven moeten in massief hout van de dakrandbalk of in een boeideel dat zelf goed vastzit. Een schroef in de kopse kant van een zachtboard, in isolatie of in een boeideel dat alleen op de balkkoppen hangt, geeft na de eerste najaarsstorm mee.

Loop de rand daarom af voordat het rubber erop gaat. Duw met een schroevendraaier in het hout op de plekken waar het water altijd langs komt: de hoeken, onder de uitloop en het stuk onder een gootaansluiting. Zakt de punt makkelijk weg, dan is dat hout op en dan vervang je het nu, want straks zit het rubber erover en is het tien keer zo veel werk. Wat er verder aan een dakrand komt kijken, van boeidelen tot goten, vind je bij onze pagina's over het dak en de zolder.

De bovenkant van de rand moet vlak en glad zijn. Uitstekende spijkerkoppen, splinters of een uitgescheurde plaatrand tekenen zich na een jaar in het rubber af en zijn de plek waar een vel het eerst doorslijt. Sla koppen dieper, schuur de scherpe kanten van een plaatnaad en rond de bovenste hoek van de rand licht af, zodat het rubber over een ronding vouwt in plaats van over een scherpe kant.

Zit de dakrandbalk niet overal op dezelfde hoogte, span dan een draad over de hele lengte voordat je gaat schaven of vullen. Het oog ziet een golf in een aluminium profiel meteen, ook als het maar drie millimeter is, en dat corrigeer je achteraf niet meer.

Bevestigen: waar de schroeven wel en niet mogen zitten

De regel die alles bepaalt: een bevestiging die door de waterdichte laag gaat, hoort buiten de weg die het water aflegt. Op een dakrand betekent dat schroeven in de verticale voorzijde van het profiel, dus in het boeideel, boven de omgeslagen rand van het rubber en onder de bovenkant van de trim. Water dat daar komt, is water dat al over de rand naar buiten valt.

Schrijft een systeem toch bevestiging door het horizontale been voor, dan zit die schroef midden op het dakvlak en moet hij worden afgedekt. Dat gebeurt met een strook niet-gevulkaniseerde EPDM-band over de kop en over de profielrand, aangebracht op een geprimerde en droge ondergrond. Onder het been zelf hoort dan butylband, zodat er onder het aluminium geen open kanaal blijft staan.

Boor aluminium van anderhalf tot twee millimeter altijd voor. Een schroef die je er zonder gat in drijft duwt het materiaal omhoog tot een braam onder de kop, en die braam drukt zich in het rubber. Draai ook niet te vast: het profiel moet klemmen, niet vervormen. Een boormachine met een koppelbegrenzing die je laag zet, geeft rustiger werk dan een slagschroevendraaier die elke kop erin trekt.

Kit is geen bevestiging en ook geen waterkering. Een kitrand langs de bovenkant van de trim gaat er binnen enkele jaren uit door uitzetting en uv. Gebruik butylband onder het profiel en losse afdekking van niet-gevulkaniseerde band boven de bevestiging, en houd kit voor de kopse eindaansluitingen. Siliconenkit hecht bovendien slecht op EPDM.

De hoeken maak je eerst, voorgevormd of zelf op verstek gezaagd

Op een rechte lengte gaat vrijwel niets mis, in de hoeken wel. Begin daarom altijd bij de hoeken en werk de rechte stukken daarna in. Voorgevormde buiten- en binnenhoeken van hetzelfde profiel schelen veel gepruts en sluiten netter aan dan zelfgezaagd verstek, zeker als het profiel een geprofileerde neus heeft.

Zaag je toch zelf, gebruik dan een fijn getand blad voor non-ferro en zaag in één rustige beweging. Een slijptol laat een blauwe rand en een braam achter en beschadigt de coating over een breedte van centimeters. Ontbraam elke snede met een vijl en controleer met je vingertop of er geen scherpe punt overblijft die door het rubber kan werken.

Onder de hoek zit het rubber zelf, en dat is een detail dat je vóór het profiel maakt. Bij een buitenhoek vouw je het vel omhoog en werk je de plooi weg met een voorgevormd hoekstuk of met niet-gevulkaniseerde band. Trek het rubber daarbij nooit strak: EPDM heeft geheugen, en een vel dat op spanning is vastgelijmd trekt langzaam terug en komt bij de hoek als eerste los. Laat het vel eerst een halfuur ontspannen, leg het los in de vouw en lijm het pas daarna.

De aansluiting op goot, gevel en overstek

Aan de gootzijde loopt het rubber niet onder een daktrim door maar over de rand de goot in. Een profiel met een neus die water op het boeideel loost heeft daar geen functie, want het water hoort in de goot te vallen. Wat je daar wel nodig hebt is een klemstrook of een smal profiel dat het rubber vasthoudt tegen opwaaien, met het vel er ruim overheen.

Waar de dakrand tegen een opgaande gevel eindigt, stopt de trim tegen de opstand. De kopse kant van het profiel sluit je af met een eindstuk of met een dichtgezette kop, want een open profielkop is een trechter voor slagregen. Daarboven hoort een waterkering die over de opstand valt, zoals een loodslab of een loodvervanger; de details van die aansluiting staan bij de opstanden en aansluitingen van een plat dak.

Bij een overstek komt er nog iets bij. De bovenkant van het overstek moet zelf afschot hebben en afgewerkt zijn, anders staat er water achter de trim tegen de kopse kant van het houtwerk. Houd de stootvoegen in de gevel eronder open: dat is de ventilatie van de spouw en die dicht je niet met een profiel of met kit.

Een dak dat dikker is geworden en een daktrim die niet meer past

Bij vervangen van dakbedekking loopt het bijna altijd op hetzelfde vast. Het nieuwe pakket is dikker dan het oude, en de trim die op de oude hoogte zat past niet meer. Isoleer je meteen mee, dan komt daar de isolatiedikte nog bij en verdwijnt de opstand helemaal.

Reken die hoogte vooraf uit. Isoleren op het moment dat de bedekking er toch af gaat, is de goedkoopste maatregel op het hele dak. Wat de opbouw met de hoogte doet, lees je bij het isoleren van een plat dak van buitenaf.

Je hebt dan drie routes. De dakrandbalk of het boeideel verhogen met een strook multiplex geeft je de oorspronkelijke opstand terug en is de nette oplossing. Een hoger profiel bestellen dekt de zichtzijde af, maar lost een te lage opstand niet op. Een renovatieprofiel over de bestaande rand werkt alleen als de oude rand droog is, overal vastzit en geen rot bevat.

De oude daktrim eraf halen valt tegen. Schroeven zitten vaak dicht met kit of zijn ingebed in bitumen, en het aluminium scheurt in als je er met een breekijzer onder gaat. Draai de schroeven één voor één uit, snijd de oude bedekking langs de rand los met een haakmes en til het profiel in zijn geheel op. Wat eronder vandaan komt vertelt je meteen hoe het hout eraan toe is.

De dakrand met EPDM en daktrim afwerken

Deze volgorde geldt voor een eendelige aluminium daktrim op een houten dakrand, de situatie op de meeste aanbouwen en garages.

  1. Meet de rand op en verdeel de lengtes

    Meet elke zijde van het dak en teken op papier uit waar de naden en de hoeken vallen. Verdeel zo dat er nergens een reststuk van minder dan een halve meter overblijft, want een kort stukje heeft twee naden en nauwelijks houvast. Tel per hoek de hoekstukken mee en reken per naad de dilatatievoeg mee in de lengte.

  2. Controleer en herstel de houten rand

    Prik het hout na op de hoeken, onder de uitloop en langs de goot. Vervang wat zacht is, sla spijkerkoppen dieper weg en rond de bovenste hoek van de rand licht af. Vlak het geheel uit met een draad over de lengte, want een golf in het hout wordt straks een zichtbare golf in het aluminium.

  3. Leg de EPDM uit en laat hem ontspannen

    Rol het vel uit, leg het ruim over de randen heen en laat het minstens een halfuur liggen. De vouwen uit de verpakking zakken er dan uit en de spanning verdwijnt. Werk niet onder de vijf graden en niet op een natte ondergrond, want dan hecht de contactlijm niet en blijven de vouwen staan.

  4. Sla het rubber over de rand en verkleef de buitenzijde

    Breng contactlijm aan op de bovenkant van de dakrand en op de buitenzijde, en op de achterkant van het rubber. Laat de lijm aftrekken tot hij bij aanraking niet meer aan je knokkel plakt, en leg het vel dan aan. Aandrukken met een roller, van het midden naar de kanten. Watergedragen plakhechtlijm is hier niet geschikt, die is voor horizontale vlakken.

  5. Werk de hoeken af voordat het profiel erop komt

    Vouw het rubber in de hoek op zonder te trekken en werk de plooi weg met een voorgevormd hoekstuk of met niet-gevulkaniseerde band op een geprimerde ondergrond. Snijd het overtollige rubber langs de buitenzijde af op de hoogte die de trim straks afdekt, en houd daar een centimeter speling.

  6. Stel de eerste lengte en schroef hem vast

    Zet een slaglijn op het boeideel zodat alle schroeven op dezelfde hoogte komen. Leg butylband onder het profiel, boor voor en schroef vanaf het midden naar de uiteinden, hart op hart 250 tot 300 millimeter. Draai aan tot het profiel klemt en niet verder, want een ingetrokken kop vervormt het aluminium.

  7. Koppel de volgende lengte met een verbindingsstuk

    Houd vier tot vijf millimeter ruimte tussen de koppen. Plak het verbindingsstuk met butylband op één van de twee lengtes en laat de andere er los overheen schuiven. Schroef nooit door beide lengtes op dezelfde plek, want dan kan het profiel niet meer werken en scheurt het bij de gaten in.

  8. Sluit de eindkanten af en test met water

    Zet de kopse kanten dicht met een eindstuk of met MS-polymeerkit tegen opgaand werk. Laat daarna een tuinslang op het dak lopen en kijk vanaf de grond mee naar de onderkant van de rand. Loopt er ergens water langs het boeideel omlaag in plaats van eraf te druppelen, dan zit de neus te krap of ligt het profiel te ver naar achteren. Kijk bij die controle ook meteen de doorvoeren na, want een dakdoorvoer op een plat dak lekt vaker dan het vlakke midden.

Voordat je de trim vastschroeft

Uit de praktijk

Wat hier misgaat

Rubber dat precies op de bovenrand van de trim inscheurt

Een scheurtje dat netjes de lijn van het profiel volgt, komt vrijwel altijd doordat het vel over een gemonteerde trim is gelegd in plaats van eronderdoor. Het aluminium schuift bij warmte enkele millimeters heen en weer, en die beweging werkt over de hele lengte precies op één lijn in het rubber.

Wat helpt is niet plakken maar herbouwen van het detail. Het vel wordt langs de rand losgesneden, de trim gaat eraf, het rubber wordt over de rand omgeslagen en verkleefd, en het profiel komt er daarna overheen. Lukt dat niet omdat het vel te krap is gesneden, dan wordt er een strook nieuw rubber met naadband aangezet, met de naad op het dakvlak en niet op de kant.

Wat hier misgaat

Een profiel dat in de zomer bol staat en in de winter klappert

Zichtbare bollingen tussen de schroeven en een naad die in de winter openstaat, wijzen op lengtes die strak tegen elkaar zijn gezet of die over een naad zijn doorgeschroefd. Het profiel kan de vier millimeter beweging per lengte dan nergens kwijt en zoekt zelf een uitweg.

Aan de schroefgaten is dat terug te zien: die zijn ovaal getrokken of ingescheurd bij de kop. Herstellen betekent de naden opnieuw maken met een dilatatievoeg en een verbindingsstuk, en de doorgeschroefde bevestiging bij de naad eruit halen. Gaten in het zichtwerk vul je niet met kit maar dek je af onder het volgende profiel of onder een eindstuk.

Wat hier misgaat

Water dat langs de bevestiging het dakpakket in loopt

Een natte plek in het plafond vlak achter de dakrand, terwijl het vlakke dak droog is, wijst op schroeven die door het horizontale been zijn gezet en midden op het dakvlak uitkomen. Bij een lichte plas of bij afschot dat verkeerd loopt staat het water dan bovenop de bevestiging.

Het mechanisme is niet de schroef zelf maar de holte eronder. Zonder butylband tussen aluminium en rubber blijft er een dun kanaal staan waar water in trekt en dat langs de schroefdraad naar het hout loopt. De bevestiging hoort in de verticale voorzijde. Kan dat niet, dan gaat er butylband onder het been en een strook niet-gevulkaniseerde band over de koppen heen.

Veelgemaakte fouten

Het rubber niet over de buitenzijde omslaan

Het vel wordt netjes tot de bovenkant van de rand gelegd en daar afgesneden, waarna de trim erover gaat. De klem valt dan op de snijkant van het rubber en niet op een vlak stuk, dus bij elke windvlaag trekt de wind aan een randje van een paar millimeter. Sla het vel altijd om en laat het minstens vier centimeter langs de buitenzijde zakken.

Twee lengtes strak tegen elkaar zetten

Het ziet er bij montage het strakst uit en het is de meest gemaakte fout. Aluminium beweegt ruim vier millimeter per lengte van 2,5 meter over het jaar, en zonder voeg gaat het profiel bol staan of scheurt het bij de schroefgaten in. Vier tot vijf millimeter ruimte met een verbindingsstuk eronder is het detail dat het jaren houdt.

De dilatatievoeg dichtkitten

De open naad tussen twee lengtes ziet er onaf uit, dus wordt er kit in gespoten. Die kit wordt in de winter uit elkaar getrokken en in de zomer plat gedrukt, en scheurt daarom binnen een paar seizoenen. Het verbindingsstuk eronder is de waterkering, de voeg mag open blijven.

Schroeven in de kopse kant van een plaat of in isolatie

Een schroef in isolatie, in zachtboard of in de kopse kant van een plaatmateriaal houdt niet. Bij de eerste najaarsstorm trekt de wind de rand van de trim omhoog en dan volgt het rubber. Alle bevestiging van de trim hoort in massief hout: de dakrandbalk, het boeideel of een aangebrachte multiplexstrook.

Het rubber op spanning onder het profiel trekken

Een vel dat je strak trekt om een plooi in een hoek weg te werken, ziet er die dag glad uit. EPDM veert daarna langzaam terug, en die trekkracht komt precies bij de hoek en bij de klemrand uit. Laat het vel eerst ontspannen, leg het los in de vouw en werk de plooi weg met een hoekstuk in plaats van met kracht.

De trim op de onderlaag zetten bij een gecombineerd dak

Bij een dak waar een onderlaag onder de bedekking ligt, wordt de trim soms al op die onderlaag geschroefd. Water dat langs het profiel komt loopt dan via de onderlaag naar de bevestigingsrondellen en verder het pakket in. De randafwerking hoort over de bovenste waterdichte laag heen.

Met een slijptol op maat maken

Het gaat snel en het scheelt een verstekzaag, maar de tol laat een verbrande rand, een beschadigde coating en een scherpe braam achter. Die braam werkt zich in het rubber en de kale zaagkant is de plek waar corrosie begint. Zaag met een fijn blad voor non-ferro en vijl elke snede na.

Veelgestelde vragen

Moet EPDM onder of over de daktrim door?

Bij een gewone aluminium daktrim gaat het rubber eronder door: over de opstand omhoog, over de bovenkant van de dakrand en vier tot vijf centimeter langs de buitenzijde omlaag, met contactlijm vastgezet. Het profiel komt daar overheen en klemt het vel mechanisch vast, en de schroeven gaan door beide heen in het hout. Alleen bij profielen die daarvoor gemaakt zijn, zoals een kantopsluiting met afgeronde bovenkant of een tweedelig klemprofiel, ligt het rubber over of tussen het profiel. Dat staat in het verwerkingsvoorschrift van dat profiel.

Hoeveel ruimte laat je tussen twee lengtes daktrim?

Bij aluminium houd je vier tot vijf millimeter aan tussen de koppen van twee lengtes van 2,5 meter. Aluminium rekt ongeveer 0,024 millimeter per meter per graad, en tussen een vriesnacht en een zomerse middag zit al gauw zeventig tot tachtig graden verschil, dus ruim vier millimeter beweging per lengte. Monteer je op een koude dag, houd dan de ruime kant aan. Bij een kunststof profiel is de beweging drie tot vier keer zo groot en volg je de maat die de leverancier voorschrijft.

Welke schroeven gebruik je voor een aluminium daktrim?

Roestvaststalen of aluminium schroeven met een platte, brede kop, lang genoeg om minstens 25 millimeter in massief hout te grijpen. Boor aluminium van anderhalf tot twee millimeter altijd voor, anders duw je een braam onder de kop omhoog die zich in het rubber drukt. Verzinkt staal in aluminium is aan de kust geen gelukkige combinatie, want dat geeft witte uitbloei en corrosie op de contactvlakken. Draai aan tot het profiel klemt, niet tot de kop erin trekt.

Hoe ver moet het rubber over de dakrand naar beneden?

Reken op veertig tot vijftig millimeter langs de buitenzijde, en op een smal boeideel minstens dertig. Het gaat erom dat de klem van het profiel op een vlak stuk rubber valt en niet op de vouw of op de snijkant. Een snijkant die net onder de trim uitkomt, is precies het randje waar de wind aan trekt. Snijd het overtollige rubber pas af als de trim proefstaand op zijn plek heeft gelegen, dan weet je hoeveel je afdekt.

Kun je een daktrim op een bestaand EPDM-dak zetten?

Dat kan, maar alleen als het rubber aan de rand nog over de dakrand heen ligt en niet vlak op de bovenkant is afgesneden. Ligt het vel te krap, dan zet je er eerst een strook nieuw rubber aan met naadband, met de naad op het dakvlak en niet op de kant van de rand. Controleer daarbij het hout eronder, want een rand waar je een profiel op schroeft moet massief zijn. Maak het rubber schoon en droog voordat je butylband aanbrengt.

Welke lijm gebruik je bij de dakrand van een EPDM-dak?

Op de bovenkant en de buitenzijde van de dakrand gebruik je contactlijm, die je op beide vlakken aanbrengt en laat aftrekken tot hij bij aanraking niet meer aan je knokkel plakt. Watergedragen plakhechtlijm is voor horizontale vlakken en houdt op een verticale kant onvoldoende, zeker als het profiel er warm bij staat. Voor hoeken en over kopse randen gebruik je niet-gevulkaniseerde EPDM-band met primer. Werk boven de vijf graden en op een kurkdroge ondergrond.

Hoe zaag je een aluminium daktrim netjes op verstek?

Met een verstekzaag of handzaag met een fijn getand blad voor non-ferro, in één rustige beweging en met het profiel goed ondersteund. Een slijptol laat een verbrande rand en een beschadigde coating achter en veroorzaakt een braam die door het rubber kan werken. Ontbraam elke snede met een vijl en voel met je vingertop na. Voorgevormde hoekstukken van dezelfde serie sluiten meestal netter aan dan zelfgezaagd verstek, zeker bij een geprofileerde neus.

Moet er kit onder een daktrim?

Onder het profiel hoort butylband, geen kit. Butyl blijft plastisch, vult het holletje tussen aluminium en rubber en beweegt mee met de uitzetting van het profiel. Kit verhardt en scheurt juist op de plek waar de beweging zit. Voor kopse aansluitingen tegen opgaand werk gebruik je wel een kitnaad, dan het liefst een MS-polymeerkit. Siliconenkit hecht slecht op EPDM en op de meeste gecoate profielen, dus die laat je hier staan.

Hoe hoog moet de dakrand bij een EPDM-dak zijn?

Bij nieuw werk wordt 120 millimeter boven het afgewerkte dakvlak aangehouden, gemeten op het hoogste punt van het dak en niet bij de uitloop. Dat is een richtlijn uit de dakenbranche en geen eis uit het Bouwbesluit. Bij een tuinhuis of overkapping kom je vaak lager uit, en onder de zestig millimeter loopt water bij een flinke bui gewoon over de rand. Zit je krap, verhoog dan de dakrandbalk voordat het rubber erop gaat.

Kan een daktrim ook op een dak met grind of tegels?

Daar gebruik je een kiezelbak of grindbak in plaats van een gewone trim. De opstaande zijde van de bak moet hoger zijn dan de ballastlaag, anders spoelt het grind bij een stortbui over de rand. Het rubber gaat ook hier over de rand en wordt onder de achterzijde van de bak geklemd. Bij tegels op tegeldragers geldt hetzelfde, met de aantekening dat het water onder de tegels naar de uitloop moet kunnen blijven lopen.

Waarom komt EPDM juist bij de dakrand als eerste los?

Omdat daar de windzuiging het hoogst is. De luchtstroom buigt om de dakrand heen en veroorzaakt aan de randen en in de hoeken een veelvoud van de zuiging op het middenvlak. Rubber van 1,3 millimeter weegt anderhalf tot twee kilo per vierkante meter en houdt zichzelf dus nergens tegen. Daarom is de rand het enige deel van een EPDM-dak waar mechanische bevestiging altijd nodig is, ook bij een dak dat verder volledig verkleefd of geballast is.

Kun je een kunststof daktrim gebruiken op een EPDM-dak?

Dat kan op een tuinhuis of een schuur, en het is goedkoop en makkelijk op maat te maken. Er zitten twee nadelen aan. Kunststof zet drie tot vier keer zo veel uit als aluminium, dus een lengte van 2,5 meter beweegt ruim een centimeter en dat vraagt een schuifverbinding in plaats van een gewone naad. En het materiaal verkleurt in de zon en wordt na jaren bros, waarna een hoekstuk bij het eerste stootje afbreekt.

Wanneer je beter een vakman belt

Het monteren van een daktrim is geen specialistenwerk, maar de plek waar je het doet maakt het risicovol. Je werkt aan de buitenrand van een dak, met je gewicht naar buiten en met een profiel van 2,5 meter in je handen. Vanaf ongeveer twee en een halve meter hoogte is een val ernstig, en aan een dakrand is er niets om je aan vast te houden. Zet randbeveiliging of een steiger neer, of laat dat deel doen door iemand die daarvoor is uitgerust.

Bel ook bij een dakrand die constructief meedoet. Een overstek is een uitkraging en die hangt aan de balklaag of aan beugels in de muur, niet aan de bovenste steenlaag. Zakt het overstek, staat het boeideel los of blijkt de balkkop rot, dan is dat werk aan de constructie en geen randafwerking.

Kom je bij het openmaken van een oude dakrand materiaal tegen dat je niet thuis kunt brengen, stop dan. In oudere dakopbouwen zit soms asbesthoudend plaatmateriaal of dakleer, en dat mag je niet zelf bewerken of afvoeren. Laat het onderzoeken voordat je verder zaagt of breekt.

Verder lezen over dit onderwerp