Vliering maken zonder je dakconstructie te belasten
Een vliering is timmerwerk met een constructievraag eronder: waar gaat de last naartoe. Het antwoord is nooit het dakbeschot en nooit de balk die de twee dakvlakken bij elkaar houdt. Je legt de balken op metselwerk of op een houten wand die de last netjes naar de zoldervloer afdraagt, met een balkmaat die bij je overspanning past en een hart-op-hartafstand van maximaal 60 centimeter. Ga je over de vier meter of komt er een sparing voor een vlizotrap in, dan laat je het doorrekenen voordat je hout bestelt.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Accuschroefmachine met bits voor constructieschroeven
- Klopboormachine of boorhamer met steenboren van 8 en 10 mm
- Dopsleutel of ratel voor keilbouten en houtdraadbouten
- Cirkelzaag met geleiderail voor het afzagen van platen
- Handzaag of verstekzaag voor de balken op maat
- Waterpas van twee meter en een kruislijnlaser
- Rolmaat van vijf meter en een timmerpotlood
- Werkbok, trapladder of rolsteiger met een stabiele stand
- Stofzuiger, stofmasker P3, veiligheidsbril en gehoorbescherming
Materiaal
- Constructiehout vuren C24 in de berekende balkmaat
- Stijl- en regelhout 44 x 69 mm voor de dragende wand
- Steigerplank 32 x 200 mm of tweelaags gelijmd OSB voor de muurplaat
- Balkschoenen of raveeldragers, verzinkt
- Keilbouten M8, chemische ankers of houtdraadbouten met pluggen
- Ankernagels of kortschroeven voor de balkschoenen
- Underlayment of OSB van 18 mm voor het vloervlak
- Gipsplaat 12,5 mm, waterbestendig waar het vochtig kan worden
- Houtlijm D3 en constructieschroeven van 6 x 120 mm
- Vlizotrap van 70 x 120 cm als je erop wilt kunnen lopen
Wat een vliering is en waarvoor je hem gebruikt
Een vliering is een extra vloertje hoog in de ruimte, meestal tussen de zoldervloer en de nok. Je zet er spullen op die je twee keer per jaar nodig hebt: de kerstboom en de versiering, koffers, kratten met kleding en de verf die je liever niet in de schuur laat bevriezen. Ruimte die anders leeg boven je hoofd hangt, wordt zo bergruimte.
Het timmerwerk is te overzien, de constructievraag eronder niet. Waar de last van dat vloertje naartoe gaat bepaalt of je iets bouwt dat er over dertig jaar nog net zo bij ligt, of iets dat langzaam gaat zakken. Hoe een vliering past bij de rest van wat je onder de kap kunt doen, staat in ons overzicht over de zolder en de ruimte onder het dak.
Bedenk vooraf hoeveel je er echt kwijt kunt, want dat valt vaak tegen. Een vlak van twee bij twee meter met een meter hoogte in de nok levert onder een schuin dak ongeveer twee kubieke meter op, omdat de zijkanten met het dak mee naar beneden lopen. Van dat volume gaat de ruimte boven het luik of de vlizotrap er ook nog af, want daar kun je niets neerzetten.
Er zijn meer vormen dan alleen het volle vloertje van gevel tot gevel. Een open vliering langs de wanden houdt het midden van de zolder vrij, een halve vliering vult één zijde van een zolderkamer en een vliering boven het trapgat gebruikt de holle ruimte die daar toch al is.
| Variant | Waar hij komt | Maat die we in de praktijk zien | Waar hij op rust |
|---|---|---|---|
| Volledige vliering op zolder | Over de breedte van de zolder, onder de nok | Vanaf 2,5 bij 4 meter | Twee zijmuren of een wand die de last naar de zoldervloer afdraagt |
| Halve vliering zolder | Tegen één zijde van een zolderkamer | Ongeveer 3 bij 1,5 meter | Muurplaat aan de wand, balkschoenen aan de andere zijde |
| Open vliering | Als U-vorm langs de zijkanten en de achterwand | 60 tot 120 cm diep | De omringende muren, zodat het midden ruimtelijk blijft |
| Vliering boven trapgat | Boven de trapopening op de overloop | Ongeveer 3 bij 1,2 meter | Een lengtebalk aan de muur en een voorbalk tussen de kopbalken |
| Vliering in de nok | In de punt van een hoge nieuwbouwzolder | Vanaf 1,7 bij 3,8 meter | Een tussenwand in het midden, nooit het dakbeschot |
| Vliering slaapkamer | Als opbergplafond in een kamer met hoge nok | Ongeveer 2,5 bij 2,9 meter | Steenachtige wanden of gipsbetonblokken |
| Vliering in schuur of garage | Over de helft tot twee derde van de lengte | 1,6 bij 2,6 tot 2,9 bij 3,3 meter | De gemetselde zijwanden of een stalen ligger |
Meet de vrije hoogte onder de geplande vliering voordat je iets anders doet. Blijft er minder dan twee meter over, dan stoot je er de rest van je leven je hoofd en had je hem beter tien centimeter hoger kunnen leggen.
De draagconstructie: waar de last naartoe moet
De draagconstructie van een vliering draait om één vraag: welk deel van je huis vangt het gewicht op. Reken op ongeveer 400 kilo eigen gewicht voor een houten balklaag met plaatvloer van drie bij drie meter, en op zo'n 1000 kilo zodra er spullen op staan. Dat is geen last die je zomaar ergens aan hangt.
Het dak is bijna nooit het goede antwoord. De horizontale balk die de twee dakvlakken bij elkaar houdt, het haanhout, staat op trek en is niet gemaakt om een vloer te dragen. Hang je daar de vliering aan, dan trek je de dakvlakken naar binnen in plaats van dat je iets ondersteunt.
Bij moderne woningen loop je nog tegen iets anders aan. Prefab dakelementen met een gladde binnenplaat en systeemkappen waarbij de spanten achter een volgespoten beplating verdwenen zijn, hebben geen constructieve punten die je kunt bereiken. Tegen die platen valt niets vast te maken dat gewicht draagt, hoe overtuigend de schroef ook lijkt te pakken.
Wat wel werkt is opleggen op iets steenachtigs, of op een houten wand die zelf op de zoldervloer staat. In dat laatste geval verplaats je de last naar beneden en krijg je een lijnlast op je zoldervloer. Op een betonnen vloer, zoals de vloeren van vijftien centimeter en dikker in tunnelbouw, is dat geen probleem. Ligt er een houten balklaag onder, dan verdeel je die lijnlast bij voorkeur over meerdere vloerbalken en kijk je goed waar je de wand neerzet.
De aansluiting van de kap op het metselwerk speelt hierbij ook mee. Waar de kap op de muur landt en hoe die aansluiting is opgebouwd lees je bij de muurplaat waar de dakconstructie op rust, want dat is precies de zone waar je met je vlieringbalken vaak in de buurt komt.
| Constructiedeel | Kun je hierop opleggen | Zo maak je het vast |
|---|---|---|
| Kalkzandsteen of betonnen binnenmuur | Ja, dit is de beste oplegging die je kunt krijgen | Muurplaat met keilbouten M8 of chemische ankers, ongeveer vijf stuks per drie meter |
| Bakstenen steensmuur | Ja, mits het voegwerk gezond is | Muurplaat of raveeldragers met houtdraadbouten in stevige pluggen |
| Gipsbetonblokken | Alleen voor lichte opslag | Universele pluggen rond 10 mm, of de last alsnog naar de vloer afdragen |
| Gipsplaat op stijlen | Nee, de plaat draagt niets | Zoek de stijlen erachter, of zet er een kolom onder |
| Houten scheidingswand met stijlen 44 x 69 | Ja, als er onder elke vlieringbalk een stijl staat | Eerst een regel over de stijlen leggen, daarna de balkschoenen |
| Haanhout tussen de twee dakvlakken | Nee, deze balk houdt het dak bij elkaar | Niet aan bevestigen, ook niet als tussensteun |
| Dakbeschot van prefab dakelementen | Nee | Hier zit niets constructiefs achter om in te schroeven |
| Spanten van een systeemkap | Alleen na een berekening | Laat de kap doorrekenen voordat je er belasting op zet |
| Bestaande stalen ligger of H-profiel | Alleen als hij op vloerbelasting is berekend | Weet je niet of dat zo is, dan is het antwoord nee |
| Latei boven een garagedeur | Nee | Zet er een eigen balk van wand tot wand naast |
Zodra je aan een dragend deel van de woning gaat zitten, is dit geen doe-het-zelfvraag meer. Wil je spanten aanpassen, een kap belasten die daar niet op berekend is, of ga je over een overspanning van vier meter met een gat erin, laat het dan doorrekenen door een constructeur. Bij nieuwbouw is de constructeur van het project vaak nog te achterhalen via de aannemer of de gemeente, en die kent de kap al.
Balkmaat en overspanning bepalen
De vlieringbalken worden op doorbuiging belast, en dat is waarom ze veel zwaarder uitvallen dan je op het oog zou schatten. Een balk mag over zijn overspanning niet meer zakken dan ongeveer een driehonderdste van die lengte. Bij een overspanning van 5,4 meter betekent dat maximaal 18 millimeter, en om daaronder te blijven kom je al snel op een kopmaat van 80 bij 220 millimeter uit.
Er circuleert een vuistregel die zegt: hoogte is een vijftiende tot een twintigste van de overspanning, breedte is een derde tot een vierde van de hoogte. Bij 2,40 meter kom je daarmee op 12 tot 16 centimeter hoog en 4 tot 5 centimeter breed, en dat klopt aardig. Bij vijf meter geeft dezelfde regel 33 centimeter hoogte, en dat is duidelijk te zwaar. De regel zegt bovendien niets over de hart-op-hartafstand, terwijl juist die afstand meebepaalt hoeveel elke balk te dragen krijgt.
Gebruik daarom een balkenschuif of een vergelijkbare rekentool waarin je de overspanning, de hart-op-hartafstand en de belasting invult. Het aardige is dat je met de hart-op-hartafstand kunt schuiven tot je op een kopmaat uitkomt die je houthandel gewoon op voorraad heeft. Kom je op maten die nergens te krijgen zijn, dan schuif je de balken dichter op elkaar en zakt de benodigde hoogte.
Houd 60 centimeter aan als bovengrens voor de hart-op-hartafstand. Gaat de afstand daarboven, dan gaat het plaatmateriaal tussen de balken merkbaar meeveren als je erop stapt, ook al zijn de balken zelf sterk genoeg. Precies 61 centimeter is een prettige maat, want dan valt een plaat van 122 bij 244 centimeter met de kopse kanten steeds midden op een balk.
| Overspanning | Waarvoor | Hart op hart | Balkmaat die in de praktijk voldoet |
|---|---|---|---|
| 2,60 m | Bergvliering in een schuur | 61 cm | 69 x 194 mm, drie balken en er past precies een plaat op |
| 2,60 m | Vliering op zolder waar je op loopt | 60 cm | 69 x 169 mm |
| 2,90 m | Beloopbare vliering in een garage | 60 cm | 38 x 184, 40 x 195, 45 x 170, 58 x 156 of 70 x 170 mm |
| 3,00 m | Alleen opslag, niet beloopbaar | 61 cm | 40 x 145 mm |
| 3,00 m | Lengtebalk boven een trapgat | Niet van toepassing | 75 x 120 mm |
| 3,30 m | Opslag van klusmateriaal in een garage | 60 cm | 70 x 195 mm, passend bij de hoogte van het stalen profiel |
| 5,40 m | Opslag met een unit van 50 kg in het midden | 37 cm | 80 x 220 tot 80 x 245 mm |
Reken een bergvliering gewoon door als een normale vloer in plaats van als lichte opslag. Dat is soms iets aan de zware kant, maar het verschil in houtkosten is klein en je hoeft nooit meer na te denken over wat er wel en niet op mag.
Vliering maken op zolder met een dragende wand eronder
Een vliering op zolder maken begint met de vraag waar de balken aan weerszijden op kunnen landen, en daar heb je zelden aan twee kanten een muur voor. De opzet die het vaakst werkt is een houtskeletwand onder de voorzijde van de vliering, met een muurplaat aan de achterzijde tegen de gevel. De vliering rust dan aan één kant op steen en aan de andere kant op een wand die de last via de stijlen naar de zoldervloer brengt.
Die wand hoeft niet zwaar te zijn. Stijlen van 44 bij 69 millimeter zijn ruim voldoende, want een stijl wordt belast op druk en op knik. Druk kan hout moeiteloos hebben, en knikken kan een stijl niet zodra hij aan weerszijden tussen plaatmateriaal zit opgesloten.
Zet wel onder elke vlieringbalk een stijl. Doe je dat, dan is één regel van 44 bij 69 millimeter bovenop de wand genoeg, omdat elke balk zijn last recht naar beneden doorgeeft in plaats van dat de bovenregel als ligger moet werken. Sla je stijlen over, dan moet die bovenregel overbruggen en heb je opeens een veel zwaardere balk of een dubbele, gelijmde en geschroefde regel nodig.
De muurplaat aan de gevelzijde hoeft evenmin een dikke balk te zijn. Een steigerplank van 32 bij 200 millimeter, over de lengte afgezaagd tot precies de hoogte van je vlieringbalken, doet het uitstekend en is goedkoper dan constructiehout. Twee lagen OSB van 18 millimeter die je op elkaar lijmt is een alternatief, maar een steigerplank is stijver en scheelt werk.
Steekt de vliering aan een zijde een stukje buiten je onderste steunpunt, dan is dat niet meteen een probleem. Een overstek van vijftien tot twintig centimeter draagt zichzelf prima, zeker als je daar met wat resthout een korte ondersteuning maakt. Zit er ergens een smalle strook zonder balk eronder, dan vul je die op met een kort stukje uit de reststapel.
Beplating: 9 mm, 18 mm of gipsplaat
Voor de sterkte van een houtskeletwand is OSB van 9 millimeter aan beide zijden al voldoende. Voor een vlakke wand is het dat niet, want dun plaatmateriaal volgt elke oneffenheid in de stijlen en dat zie je terug in de afwerking. Kies dus 18 millimeter als de wand strak moet worden of als je er iets zwaars aan wilt hangen.
Ga je stucen, dan is OSB nergens voor nodig en werk je met gipsplaat van 12,5 millimeter aan beide zijden. Dat is goedkoper en het levert een veel betere ondergrond voor stucwerk op. Waar het vochtig kan worden, bijvoorbeeld bij een wastafel, een bad of een plek waar je was ophangt, gebruik je de waterbestendige groene gipsplaat.
Bedenk vooraf waar je later iets aan de wand wilt hangen. Zet op die plekken een stuk OSB van 18 millimeter tussen de stijlen, dan heb je straks vlees om in te schroeven in plaats van een plug in gips. Maak vlak voor het beplaten een foto van de open wand met een rolmaat erbij, dan kun je de stijlen later terugvinden zonder te zoeken. Hoe je de aansluiting met het schuine dak daarna netjes dichtzet, staat bij het afwerken van de schuine kant van de zolder.
Vliering balken bevestigen aan muur, wand en staal
De opleggingen zijn het onderdeel waar het in de praktijk misgaat, veel vaker dan de balken zelf. Er zijn twee nette manieren om een vlieringbalk op te leggen: op een muurplaat die je over de volle lengte tegen de wand schroeft, of in balkschoenen die je rechtstreeks aan de muur bevestigt. De muurplaat is voor de meeste mensen makkelijker, omdat je de balken er gewoon op legt en de hoogte in één keer waterpas hebt.
In beton en kalkzandsteen gebruik je keilbouten M8. Voor een muurplaat van drie meter zijn vijf stuks een reële hoeveelheid, verdeeld over de lengte en om en om iets hoger en lager gezet. Heb je chemisch anker liggen, dan is dat net zo goed en hoef je geen keilbouten te kopen. Kies de lengte van de bout op de dikte van je muurplaat plus de verankeringsdiepte die de fabrikant opgeeft.
In metselwerk werkt een balkschoen met houtdraadbouten in stevige pluggen. In gipsbetonblokken kun je met een universele plug rond 10 millimeter uit de voeten, maar alleen voor lichte opslag. Achter gipsplaat zit niets waar je op mag rekenen, dus daar zoek je de stijlen erachter of zet je een kolom neer.
Balkschoenen hebben één regel die vaak vergeten wordt: alle gaatjes vullen, met ankernagels of met de kortschroeven die ervoor bedoeld zijn. Een balkschoen met vier schroeven in plaats van veertien draagt een fractie van wat hij zou moeten dragen. Werk je met een vrijhangende voorbalk, verzwak die dan nooit met een inkeping of een pen-en-gatverbinding, hoe mooi dat er ook uitziet. Balkschoenen zijn hier zowel sterker als eenvoudiger, en na het aftimmeren van de onderkant zie je ze toch niet meer.
Ligt de vliering met één zijde tegen een gording of tegen een schuin dakvlak, dan monteer je daar een lat op om op dezelfde hoogte uit te komen als de balken. Zo houd je een vlakke vloer in plaats van een vloer die naar één kant wegloopt. Waar de balken de kap raken, wil je weten hoe die aansluiting is opgebouwd: dat komt terug bij de opbouw van de muurplaat en de kapvoet.
Een bestaande stalen ligger is geen vrijbrief. Een HEA-profiel dat de verdiepingsvloer of een gevel draagt kan gerekend zijn op precies die last en niets meer. Weet je niet of het profiel op vloerbelasting is berekend, ga er dan van uit dat het antwoord nee is. Een constructeur kan dit vaak op één A4 voor je bepalen, omdat er standaardbelastingen zijn waarmee gerekend wordt.
Vliering maken in de nok van het dak
Een vliering maken in de nok is aantrekkelijk bij nieuwbouwzolders met een nokhoogte van vier meter of meer. Boven de twee meter waar je echt komt hangt dan nog twee meter lucht, en daar past een fors bergvloertje in. Alleen is dat precies het deel van het huis waar je het minst aan mag vastmaken.
Bij een vliering maken in nieuwbouw kom je bijna altijd prefab dakelementen tegen, herkenbaar aan de gladde binnenplaat. Daar zit geen constructief hout achter dat je kunt bereiken, dus daar bevestig je niets aan. Hetzelfde geldt voor systeemkappen waarbij de spanten achter een beplating verdwenen zijn die met isolatieparels is volgespoten.
Het steunpunt haal je dus uit iets anders. Een tussenwand die de zolder in tweeën deelt is vaak de sleutel: die staat op de betonnen zoldervloer en kan een vliering van bijvoorbeeld 3,78 bij 1,70 meter precies in het midden ondersteunen. Voor het restant tot aan de gevel bevestig je een balk tegen de muur boven het raamkozijn, of je zet twee stijlen aan weerszijden van het kozijn met een regel erover.
Kijk goed naar de hoogte waarop je hem legt. Boven een raamkozijn uitkomen op 2,70 meter is prettig, want dan loopt het raam gewoon door en houd je de zolder licht. Een ruimte waarin je woont of slaapt moet bij nieuwbouw 2,6 meter vrije hoogte houden en bij bestaande bouw 2,1 meter, dus daar zit je met die maat goed. Boven een berghoek of een gangetje mag het lager, maar onder de twee meter wordt het in de praktijk hinderlijk.
Wil je het ruimtelijke effect van een hoge kap houden, maak dan geen dicht vlak maar een open vliering in U-vorm. Je legt dan alleen langs de zijkanten en de achterwand een strook van zestig tot honderdtwintig centimeter diep, en het midden onder de nok blijft open. Je levert bergruimte in, maar de zolder blijft voelen als een hoge ruimte.
Vliering boven het trapgat
Boven een trapgat zit vaak drie meter lengte en ruim een meter breedte aan ruimte die niemand gebruikt. Dat is een van de eenvoudigste plekken voor een vliering, omdat er meestal aan drie kanten een muur zit. Een vloertje van drie bij 1,20 meter met vijf dwarsbalken om de zestig centimeter is een gangbare opzet.
De lengtebalk tegen de buitenmuur is het makkelijke deel. Zit die muur van beton of kalkzandsteen, dan gaat er een fatsoenlijke keilbout in en heb je een oplegging waar je niet meer over hoeft na te denken. De zijmuren zijn vaker het probleem: gipsblokken kunnen een lichte last hebben, gipsplaat draagt niets.
De voorste lengtebalk hangt in de meeste ontwerpen vrij in de lucht en wordt alleen met zijn kopse kanten gedragen. Dat kan prima, maar alleen als je die balk niet verzwakt. Gebruik hier balkschoenen in plaats van een uitgezaagde houtverbinding, want juist bij een vrijhangende balk telt elke millimeter doorsnede mee. Voor de balken in de lengte is 75 bij 120 millimeter een maat die bij deze afmetingen ruim voldoet.
Wie meer hoogte wil, kan de vliering iets schuin leggen, meelopend met het dakvlak. Dat levert aan de hoge zijde extra ruimte op, maar het maakt alle verbindingen lastiger en spullen willen schuiven. Voor de meeste mensen is een vlakke vliering die tien centimeter lager ligt praktischer dan een schuine.
Werk de onderkant af met plaatmateriaal of gipsplaat, dan verdwijnen de balkschoenen uit het zicht en heb je meteen een net plafond boven je overloop. Zet daarnaast een randje of een laag hekje langs de open zijde. Een open gat op hoogte waar je met een doos in je handen naartoe stapt, is precies het soort situatie waarin het misgaat.
Trek de balken van een vliering boven het trapgat een paar centimeter korter dan de ruimte tussen de muren. Hout werkt met de seizoenen, en een balk die precies klemzit gaat op een gegeven moment duwen tegen het metselwerk of hol trekken.
Een vlizotrap of luik in de vliering opnemen
Zodra je op de vliering wilt kunnen lopen, wil je er ook fatsoenlijk op kunnen komen. Een vlizotrap is de gebruikelijke keuze en die is meestal zestig tot zeventig centimeter breed, met een sparing van ongeveer 70 bij 120 centimeter. Dat botst met je hart-op-hartafstand, want bij zestig centimeter tussen de balken past de trap er net niet tussen.
Je hebt daardoor twee routes. De eerste is de balken bij de trap iets verder uit elkaar leggen, zodat de sparing precies tussen twee balken valt. Dat mag, want de hart-op-hartafstand hoeft niet overal exact gelijk te zijn, en je bespaart jezelf een hoop timmerwerk.
De tweede route is een raveling. Je onderbreekt dan een balk, de staartbalk, en vangt die op met een raveelhout dat dwars tussen de twee buurbalken zit. Die buurbalken worden de raveelbalken en krijgen er de last van de onderbroken balk bij, bovenop hun eigen overspanning. Kies daarom bij een raveling een balkmaat die een stap zwaarder is dan het rekenprogramma als minimum aangeeft.
Waar je de trap plaatst is ook een gebruiksvraag. Zet hem zo dat je van de laatste tree af direct op een balk of op de plaatvloer stapt en niet in het gat naast de trap. Een gordinglijn of een wandje eronder is geen bezwaar: je kunt een vlieringbalk gewoon precies over de wand laten lopen, dan draagt hij daar zelfs beter.
Loopt de sparing over meer dan één balk, bijvoorbeeld voor een luchtbehandelingsunit van een meter bij een meter, dan wordt het een ander verhaal. Twee onderbroken balken plus een tweede sparing voor de trap in dezelfde balklaag is niet meer iets wat je met een vuistregel oplost. Laat die situatie doorrekenen voordat je hout bestelt.
Vliering maken in een schuur of in de garage
Een vliering maken in schuur of garage is meestal eenvoudiger dan op zolder, omdat je vaak twee gemetselde zijwanden hebt om op te leggen. Bij een garage van 2,90 meter breed leg je de balken dwars van muur naar muur en overspan je zo de smalle richting. Dat scheelt enorm ten opzichte van in de lengte werken.
Wees streng op de balkmaat, want hier wordt het vaakst te licht gerekend. Balken van 44 bij 94 millimeter over 2,60 meter zijn te klein, ook al leg je ze om de twintig centimeter. Dichter op elkaar leggen helpt maar tot op zekere hoogte: op een gegeven moment moet de balk simpelweg hoger worden om de doorbuiging binnen de perken te houden. Ga in dat geval juist verder uit elkaar met een zwaardere balk, want dat is vaak goedkoper dan veel dunne balken.
Een misverstand dat we vaak tegenkomen is de vergelijking met dakspanten. Op een bouwplaats zie je dakelementen van tweeënhalf bij zes centimeter waar met vier man overheen gelopen wordt bij een overspanning van bijna drie meter, en dan lijkt een zware vloerbalk overdreven. Maar zo'n dakelement is doorgerekend voor tijdelijke montagebelasting en werkt in een samengestelde constructie, terwijl een vloer permanent belast wordt en aan strengere doorbuigingseisen moet voldoen.
In een garage kom je bovendien twee dingen tegen die extra aandacht vragen. De ophanging van een elektrische garagedeur wil je niet aan de vliering hangen zonder daar rekening mee te houden, en de latei boven de garagedeur kan de extra last van een vloer niet zomaar opnemen. Zet in dat geval een eigen balk van zijwand tot zijwand vlak naast de latei en laat je vlieringbalken daarop landen.
Voor het vloervlak maakt het in een garage of schuur weinig uit of je OSB of underlayment kiest. Underlayment is wat beter bestand tegen vocht, OSB is goedkoper. Ligt de ruimte droog en is er geen lekkage, dan werkt OSB van 18 millimeter prima.
De aanpak in een bijgebouw verschilt daarmee vooral op één punt van die binnenshuis: je hebt geen bewoonde ruimte eronder waar warme lucht vandaan komt. Daardoor speelt condens er nauwelijks en hoef je het vloervlak niet dampdicht op te bouwen. Ga je dezelfde constructie binnenshuis toepassen, kijk dan wat er verder nog bij het inrichten van de ruimte onder de kap komt kijken.
Werken op hoogte is bij deze klus het echte risico, niet het hout. Balken van drie tot vijf meter zijn zwaar, onhandelbaar en je tilt ze op een ladder boven je hoofd. Werk met twee personen, gebruik een stabiele werkbok of rolsteiger in plaats van een ladder, en leg de balken pas los als ze in de schoenen liggen. Balken van vijf meter lang krijg je vaak alleen door een dakraam naar binnen, en dat is een klus voor drie of vier man.
Vloerplaten, condens en isolatie boven de vliering
Op de balken gaat underlayment of OSB van 18 millimeter. Dat is de standaarddikte bij een hart-op-hartafstand tot 61 centimeter en dan veert er niets. Leg de platen in halfsteensverband, laat een paar millimeter dilatatie langs de wanden en schroef ze om de vijftien centimeter langs de randen vast.
De plaatmaat van 122 bij 244 centimeter is de reden dat 61 centimeter zo'n prettige hart-op-hartmaat is. Bij die afstand komen alle plaatnaden vanzelf op een balk uit en hoef je niet te gaan bijzagen of extra regels tussen te zetten. Bestel de platen pas als de balken liggen en je de werkelijke maten hebt gemeten.
Elektra mag door de balken heen. Boor kleine gaten in het midden van de balkhoogte en het liefst dichter bij de opleggingen dan in het midden van de overspanning, want daar zit de minste trekspanning in het hout. Boor nooit een sleuf in de onderkant van een balk, want daar zit precies de vezel die de doorbuiging tegenhoudt.
Condens is het punt dat bij een vliering in de nok het vaakst onderschat wordt. Warme, vochtige lucht uit de slaapkamers eronder trekt via het luik en via kieren omhoog, komt bij een koud dakvlak en slaat daar neer. Ventilatie in de nok helpt daartegen, en een luik dat goed sluit en met een tochtstrip is afgedicht helpt minstens zo goed.
Wat niet helpt is de isolatie uit het plafond weghalen zonder het dakvlak te isoleren en van een dampscherm te voorzien. Je houdt dan hetzelfde koude vlak, maar je laat er meer vochtige binnenlucht bij komen. Meten van de luchtvochtigheid brengt je ook niet verder, want die waarde schommelt per dagdeel en per weertype.
Isoleer je de vloer van de vliering terwijl het dakvlak slecht geïsoleerd is, dan wordt de vliering zelf koud en verplaats je het condensprobleem alleen maar. Isoleer daarom bij voorkeur het dakvlak, met een dampremmende laag aan de warme zijde. Hoe je dat vlak daarna dichtzet en afwerkt lees je bij het isoleren en afwerken van het schuine dakvlak.
| Plaatmateriaal | Dikte | Waar het goed werkt | Waar je het niet voor gebruikt |
|---|---|---|---|
| OSB | 18 mm | Droge zolder, schuur, garage, als vloervlak op de balken | Vochtige ruimtes en plekken waar je een strakke afwerking wilt |
| Underlayment | 18 mm | Vloervlak waar incidenteel vocht bij kan komen | Situaties waarin de prijs doorslaggevend is |
| OSB | 9 mm | Constructieve beplating van een houtskeletwand | Wanden die vlak moeten worden of waar je iets aan hangt |
| Gipsplaat | 12,5 mm | Wanden die gestuukt of behangen worden | Als vloervlak of als drager van gewicht |
| Waterbestendige gipsplaat | 12,5 mm | Achter een wastafel, bij een bad of in een wasruimte | Plekken waar geen vocht komt, want hij is duurder |
| Steigerplank | 32 x 200 mm | Muurplaat tegen de gevel, afgezaagd op balkhoogte | Als vloerplank op grote hart-op-hartafstand |
Zo bouw je een vliering van meten tot vloerplaat
Deze volgorde werkt voor een vliering op zolder, en met kleine aanpassingen ook in een schuur of garage.
-
Bepaal de hoogte en meet wat je overhoudt
Meet de hoogte van vloer tot nok en trek daar de hoogte af die je onder de vliering wilt houden. Zet de onderkant van de balken uit met een kruislijnlaser en teken die lijn op alle wanden af. Meet meteen hoeveel bruikbaar volume er boven overblijft, want onder een schuin dak valt dat vaak een derde lager uit dan je op papier had.
-
Zoek uit waar de last naartoe kan
Loop de ruimte langs en bepaal per zijde waar je op kunt opleggen: kalkzandsteen, beton, metselwerk, of een wand die je nog moet bouwen. Klop de wanden af en boor op een onopvallende plek een proefgaatje om te voelen of je in steen of in gips zit. Alles wat aan de kap vastzit valt af, en welke onderdelen dat precies zijn zie je terug in de opbouw van een dak en de constructie eronder.
-
Reken de balkmaat en de hart-op-hartafstand uit
Vul je overspanning, de gewenste hart-op-hartafstand en de belasting in een balkenschuif in en schuif net zo lang tot je op een kopmaat komt die je houthandel voert. Houd 60 centimeter aan als maximum, en kies 61 centimeter als je met platen van 122 bij 244 werkt. Komt er een sparing voor een trap of een unit in, tel er dan een maat bij op.
-
Zet de muurplaat en de dragende wand
Schroef de muurplaat waterpas tegen de gevel met keilbouten M8 of chemische ankers, ongeveer vijf stuks per drie meter en om en om verspringend. Bouw daarna de houtskeletwand met stijlen van 44 bij 69 millimeter en zet onder elke toekomstige vlieringbalk een stijl. De hoeken van die wand zet je vast met twee schuine schroeven per verbinding.
-
Leg de balken in en stel ze waterpas
Monteer de balkschoenen op de muurplaat en op de bovenregel van de wand, en vul daarbij alle gaatjes met ankernagels of de bijbehorende kortschroeven. Zaag de balken een paar centimeter korter dan de vrije ruimte, zodat het hout kan werken. Til ze met twee personen naar boven vanaf een werkbok of rolsteiger en leg ze pas los als ze in de schoenen zitten.
-
Maak de sparing voor de trap of het luik
Leg de balken rond de trapopening iets verder uit elkaar, of maak een raveling met een raveelhout tussen de twee buurbalken. Zorg dat je vanaf de bovenste tree op een balk of op de plaatvloer stapt en niet in het gat ernaast. Monteer de vlizotrap pas als de vloer erop ligt, dan kun je hem vanaf een stabiele ondergrond stellen.
-
Leg de vloerplaten en werk de onderkant af
Leg de platen van 18 millimeter in halfsteensverband, met een paar millimeter ruimte langs de wanden en schroeven om de vijftien centimeter langs de randen. Timmer daarna de onderkant af met plaatmateriaal of gipsplaat, dan verdwijnen de balkschoenen uit het zicht. Zet langs de open zijde een randje of een laag hekje, want daar stap je straks met een doos in je handen naartoe.
Voordat je hout bestelt
Uit de praktijk
De zolder waar de vliering aan de dakbalk zou komen te hangen
Op een zolder met een overspanning van ongeveer 2,60 meter was het plan om een vliering aan de horizontale dakbalk te bevestigen. Aan diezelfde kap zouden nog isolatie, regelwerk en gipsplaten komen te hangen, plus een dakkapel aan de ene kant en zonnepanelen aan de andere. Dat is bij elkaar te veel gewicht voor een constructie die daar niet op gerekend is.
De oplossing kwam uit een houtskeletwand die toch al gepland stond als kamerscheiding. Onder elke vlieringbalk kwam een stijl van 44 bij 69 millimeter, met daarop één regel van dezelfde maat. De vlieringbalken werden 69 bij 169 millimeter, met een hart-op-hartafstand van maximaal 60 centimeter, en aan de gevelzijde kwam een steigerplank van 32 bij 200 millimeter die over de lengte tot 169 millimeter werd afgezaagd zodat de vloer netjes tot de muur doorloopt.
De steigerplank werd met vijf keilbouten M8 in de 23 centimeter dikke betonwand gezet. Een vlizotrap van 70 bij 120 centimeter kwam er zonder raveling in, door één balk precies over de nieuwe wand te laten lopen en de buurbalk iets op te schuiven. Het aanvankelijke idee om de balk aan de gevel als tweelaags OSB uit te voeren werd losgelaten, omdat een steigerplank stijver is en minder werk kost.
Vijf meter overspannen in de nok met een airco erbij
In een nieuwbouwwoning moest een vliering van 3,30 bij 5,40 meter op 2,60 meter hoogte komen, met in het midden een sparing van een meter bij een meter voor een cassette-unit van vijftig kilo en verderop nog een gat voor een vlizotrap. Het dak bestond uit prefab elementen met gladde binnenplaten, dus daar viel niets aan te bevestigen. De enige mogelijke oplegging waren de twee kalkzandstenen muren op 5,40 meter uit elkaar.
Houthandelaren kwamen op balken van 80 bij 220 tot 80 bij 245 millimeter bij een hart-op-hartafstand van 37 centimeter, om onder een doorbuiging van een driehonderdste te blijven. Ter vergelijking: een buurman in een vergelijkbare woning had zijn vliering gemaakt met drie balken van 60 bij 155 millimeter, op 107 tot 135 centimeter uit elkaar, met hoekijzers en twee keilbouten M10 per bevestiging. Bij zitten en op en neer bewegen boog die vloer een centimeter door, en dat is bij een bergvloer die er dertig jaar moet liggen het teken dat het te licht is.
Wat deze situatie buiten het doe-het-zelfbereik bracht, waren de twee sparingen in dezelfde balklaag. Elke onderbroken balk legt zijn last via het raveelhout bij twee buurbalken neer die zelf al 5,40 meter overspannen. Hier is een berekening van een constructeur op zijn plaats, en dat is meestal een kwestie van één A4.
Balken van 44 bij 94 op twintig centimeter in een schuur
Voor een vliering in een schuur van 2,60 meter overspanning en 1,60 meter breed was het plan om balken van 44 bij 94 millimeter te gebruiken met een hart-op-hartafstand van slechts twintig centimeter, met één balk tegen de wand geschroefd waar de rest op zou liggen. De gedachte erachter is begrijpelijk: veel dunne balken dicht op elkaar voelt sterk. In de praktijk werkt het andersom, want doorbuiging hangt veel sterker samen met de hoogte van een balk dan met het aantal balken.
Het is uiteindelijk 69 bij 194 millimeter geworden bij een hart-op-hartafstand van 610 millimeter. Dat waren drie balken in plaats van dertien, er paste precies een plaat underlayment op zonder bijzagen, en de kosten vielen lager uit dan bij het oorspronkelijke plan. De maten uit een balkenschuif lijken vaak overdreven, maar ze gaan uit van een vloer en niet van een tijdelijk beloopbaar dakelement.
De garagevliering die op een latei zou landen
In een garage moest een vliering van 3,30 meter overspanning aan de ene zijde in een bestaand stalen H-profiel landen en aan de andere zijde op een bakstenen steensmuur. Het profiel was een HEA200 met een overspanning van 7,50 meter, en de aanname was dat zo'n zware ligger een vloertje er wel bij kon hebben. Die aanname klopte niet automatisch, want een ligger wordt gerekend op de last die hij moet dragen en niet op een reserve die er misschien nog bij kan.
Het tweede punt zat boven de garagedeur. Daar liep de vliering over een latei heen, en een latei is berekend op het metselwerk erboven en niet op een vloer met opslag. Er is daarom een aparte balk van zijwand tot zijwand naast de latei gekomen, waar de vlieringbalken op landen. Het totaalgewicht kwam neer op ongeveer 400 kilo aan hout en platen, plus de spullen en de ophanging van de garagedeur, samen richting de duizend kilo.
Veelgemaakte fouten
De vliering aan het dak hangen
De horizontale balk tussen de twee dakvlakken staat op trek en houdt je kap bij elkaar. Hang je daar een vloer aan, dan belast je hem in een richting waarvoor hij niet bedoeld is en trek je de dakvlakken naar binnen. Leg de vliering altijd op iets wat naar beneden afdraagt.
Schroeven in prefab dakbeschot
De gladde binnenplaat van een prefab dakelement voelt stevig en een schroef pakt er goed in. Toch zit er niets constructiefs achter dat een vloer kan dragen. Ook bij een systeemkap waarbij de spanten achter volgespoten beplating verdwenen zijn, valt er niets aan te bevestigen zonder berekening.
Dakspanten als maatstaf nemen voor vloerbalken
Op een bouwplaats loopt men over dakelementen van tweeënhalf bij zes centimeter met een overspanning van bijna drie meter, en dan lijkt een vloerbalk van bijna twintig centimeter hoog overdreven. Maar die elementen zijn berekend op tijdelijke montagebelasting en werken samen in een constructie. Een vloer wordt permanent belast en moet aan strengere doorbuigingseisen voldoen.
Veel dunne balken dicht op elkaar leggen
Balken van 44 bij 94 millimeter om de twintig centimeter voelt sterk, maar doorbuiging hangt veel sterker samen met de hoogte van een balk dan met het aantal balken. Je bent duurder uit, je hebt meer werk en de vloer veert alsnog. Ga liever verder uit elkaar met een hogere balk.
De hart-op-hartafstand boven de zestig centimeter laten uitkomen
Zelfs met balken die ruim sterk genoeg zijn, gaat het plaatmateriaal ertussen veren zodra de afstand groter wordt. Je voelt dat direct als je erop stapt en het geeft een onveilig gevoel dat er niet meer uitgaat. Houd zestig centimeter aan, of eenenzestig als je met platen van 122 bij 244 werkt.
Een vrijhangende balk verzwakken met een inkeping
Een uitgezaagde houtverbinding ziet er vakkundig uit, maar bij een balk die alleen op zijn kopse kanten gedragen wordt haal je precies daar materiaal weg waar de last binnenkomt. Balkschoenen zijn hier zowel sterker als eenvoudiger. Na het aftimmeren van de onderkant zie je ze toch niet meer.
De balkschoenen niet volledig dichtzetten
Een balkschoen ontleent zijn draagkracht aan alle gaatjes, niet aan de vier die het makkelijkst te bereiken zijn. Vier schroeven in plaats van veertien geeft een fractie van de opgegeven draagkracht. Gebruik ankernagels of de kortschroeven die ervoor bedoeld zijn en vul ze allemaal.
Vergeten dat de last op de zoldervloer terechtkomt
Een wand onder de vliering lost het probleem bij het dak op, maar verplaatst het naar beneden als lijnlast op de zoldervloer. Op een betonnen vloer van vijftien centimeter en dikker is dat prima. Ligt er een houten balklaag onder, kijk dan waar je die wand neerzet en verdeel de last over meer dan één vloerbalk.
Veelgestelde vragen
Wat is een vliering precies?
Een vliering is een extra vloertje hoog in een ruimte, meestal tussen de zoldervloer en de nok, bedoeld voor opslag in plaats van om in te wonen. Je bereikt hem via een luik of een vlizotrap. Anders dan een verdiepingsvloer draagt hij zelden mee in de constructie van het huis, maar hij moet zijn eigen gewicht en de spullen erop wel netjes afdragen naar een muur of een wand. Hoe hij past bij de rest van wat je onder de kap kunt doen, staat op onze pagina over bergruimte en inrichting op zolder.
Hoe kan ik zelf een vliering maken op zolder?
Begin met de hoogte uitzetten en bepaal daarna per zijde waar je op kunt opleggen. Aan de gevelzijde schroef je een muurplaat waterpas vast met keilbouten M8, aan de andere zijde bouw je meestal een houtskeletwand met stijlen van 44 bij 69 millimeter die de last naar de zoldervloer brengt. Daarna monteer je balkschoenen, leg je de balken erin met maximaal zestig centimeter tussenruimte, en schroef je er platen van 18 millimeter op. Reken de balkmaat door voordat je hout bestelt, want dat is het enige onderdeel dat je achteraf niet meer eenvoudig aanpast.
Welke vliering balken heb ik nodig bij mijn overspanning?
Dat hangt af van de overspanning, de hart-op-hartafstand en of je erop wilt lopen. Bij 2,90 meter en zestig centimeter tussenruimte voldoen balken als 38 bij 184, 40 bij 195, 45 bij 170 of 70 bij 170 millimeter. Bij 2,60 meter werkt 69 bij 194 op 610 millimeter goed, en bij 5,40 meter kom je op 80 bij 220 tot 80 bij 245 millimeter bij 37 centimeter tussenruimte. Vul altijd je eigen maten in een balkenschuif in en schuif met de tussenafstand tot je op een kopmaat komt die je houthandel op voorraad heeft.
Hoe kan ik vliering balken bevestigen aan de muur?
Er zijn twee nette manieren. De eerste is een muurplaat over de volle lengte tegen de wand schroeven en de balken daar met balkschoenen op leggen, en de tweede is balkschoenen of raveeldragers rechtstreeks aan de muur zetten. In beton en kalkzandsteen gebruik je keilbouten M8, ongeveer vijf stuks per drie meter, of chemische ankers als je die toch al hebt liggen. In metselwerk werken houtdraadbouten in stevige pluggen. Achter gipsplaat zit niets waar je op kunt rekenen, dus daar zoek je de stijlen erachter of zet je een kolom neer.
Kan ik een vliering maken in de nok van een nieuwbouwwoning?
Dat kan, maar niet door iets aan het dak vast te maken. Nieuwbouwzolders hebben bijna altijd prefab dakelementen met een gladde binnenplaat of een systeemkap waarvan de spanten achter beplating verdwenen zijn, en daar is niets constructiefs aan te bevestigen. Zoek je steunpunten in een tussenwand die op de betonnen zoldervloer staat, in de gevels, of in stijlen die je zelf plaatst. Wil je toch iets met de kap doen, laat die dan doorrekenen: bij nieuwbouw is de constructeur van het project vaak nog te achterhalen via de aannemer of de gemeente. Hoe de kap op het metselwerk landt, lees je bij de aansluiting van de kap op de muur.
Hoe maak ik een halve vliering of een open vliering op zolder?
Bij een halve vliering leg je een vloertje van bijvoorbeeld drie bij anderhalve meter tegen één zijde van de zolderkamer, met een muurplaat aan de wand en balkschoenen aan de andere zijde. Voor een niet-beloopbaar bergvloertje van drie meter overspanning volstaan balken van 40 bij 145 millimeter op maximaal 61 centimeter. Bij een open vliering leg je alleen een strook van zestig tot honderdtwintig centimeter langs de zijkanten en de achterwand, zodat de nok vrij blijft en de zolder ruimtelijk aanvoelt. Je levert dan bergruimte in, maar je houdt het hoge effect van de kap.
Kan ik een vliering maken boven het trapgat?
Boven een trapgat zit vaak drie meter lengte en ruim een meter breedte die niemand gebruikt, en dat is een van de eenvoudigste plekken voor een vliering. Een gangbare opzet is vijf dwarsbalken om de zestig centimeter, met lengtebalken van 75 bij 120 millimeter. De lengtebalk tegen de betonnen buitenmuur gaat met keilbouten vast, de voorste lengtebalk hangt vrij en wordt met balkschoenen op zijn kopse kanten gedragen. Verzwak die vrijhangende balk niet met een inkeping en zet langs de open zijde een randje of een laag hekje.
Hoe maak ik een vliering in een schuur?
In een schuur leg je de balken bij voorkeur dwars over de smalste richting, van gemetselde wand naar gemetselde wand. Voor een overspanning van 2,60 meter zijn balken van 69 bij 194 millimeter op 610 millimeter een beproefde combinatie: drie balken, en er past precies een plaat underlayment van 122 bij 244 centimeter op zonder bijzagen. Balken van 44 bij 94 millimeter zijn te licht, ook als je ze om de twintig centimeter legt. Reken een bergzolder gewoon door als een normale vloer, want het verschil in houtkosten is klein.
Kan ik een vliering in de garage maken boven de garagedeur?
Over de helft tot twee derde van een garage een vliering timmeren is heel goed te doen, zolang je de balken dwars van zijwand naar zijwand legt. Bij 2,90 meter breedte en zestig centimeter tussenruimte voldoen balken als 40 bij 195 of 45 bij 170 millimeter. Boven de garagedeur is er één punt van aandacht: de latei is berekend op het metselwerk erboven en niet op een vloer met opslag. Zet daar een eigen balk van zijwand tot zijwand naast waar je vlieringbalken op landen, en houd rekening met de ophanging van een elektrische deur.
Hoeveel vrije hoogte moet ik onder de vliering overhouden?
Voor een ruimte waarin je woont of slaapt geldt bij nieuwbouw een vrije hoogte van 2,6 meter en bij bestaande bouw 2,1 meter. Maak je een vliering in een slaapkamer met een hoge nok, dan is 2,70 meter een prettige onderkant omdat het raamkozijn er dan meestal net onder valt en de kamer licht blijft. Boven een berghoek of een gangetje mag het lager, maar onder de twee meter loop je jezelf in de praktijk vast met kastdeuren en met je hoofd. Meet die hoogte echt na in plaats van hem te schatten, want tien centimeter merk je elke dag.
Mag ik gaten boren door de vlieringbalken voor elektra?
Kleine gaten voor elektra mogen, maar niet zomaar overal. Boor in het midden van de balkhoogte, waar de spanning het laagst is, en het liefst dichter bij de opleggingen dan midden in de overspanning. Zaag nooit een sleuf in de onderkant van een balk, want daar zit precies de vezel die de doorbuiging tegenhoudt. Bij een vliering met een ruime balkmaat is een enkel gaatje van een paar centimeter geen probleem, maar een rij gaten op een rij of een sleuf over de lengte wel.
Wat kost het om zelf een vliering te bouwen?
Voor een vliering van drie bij drie meter reken je op ongeveer 150 tot 350 euro aan constructiehout, afhankelijk van de balkmaat, plus zo'n 60 tot 100 euro aan plaatmateriaal en 40 tot 80 euro aan balkschoenen, keilbouten en schroeven. Een vlizotrap komt daar met 150 tot 400 euro bij. Grotere overspanningen tikken hard door, want de balkhoogte loopt snel op en zwaar constructiehout is per meter duurder. Laat je de constructie doorrekenen, dan is dat vaak een beperkt bedrag voor een berekening op één A4.
Wanneer je beter een vakman belt
Een vliering bouwen is prima zelf te doen zodra je weet waar de last naartoe gaat. Het rekenwerk en de aansluiting op de bestaande constructie zijn de onderdelen waar het misgaat, en daar zijn een paar situaties waarin je beter belt dan doorzet.
De eerste is elke ingreep aan een dragende constructie. Wil je een spant aanpassen, een systeemkap belasten of een bestaande stalen ligger gebruiken waarvan je niet weet of hij op vloerbelasting is berekend, dan hoort daar een berekening bij. Een constructeur doet dit meestal op één A4, en bij nieuwbouw is de constructeur van het project vaak nog te bereiken via de aannemer of de gemeente.
De tweede is een grote overspanning met sparingen erin. Vanaf ongeveer vier meter, en zeker zodra er twee gaten in dezelfde balklaag komen voor een trap en bijvoorbeeld een installatieunit, wordt de last via raveelhout doorgegeven aan balken die zelf al vol belast zijn. Dat is geen situatie voor een vuistregel.
De derde is het werk zelf, en dan vooral de hoogte. Balken van vier of vijf meter zijn zwaar en onhandelbaar, moeten soms via een dakraam naar binnen en worden boven je hoofd op hun plek gelegd. Sta je daar alleen op een ladder, dan is dat het moment om iemand te bellen in plaats van door te zetten. Voor de rest van het werk aan de kap en de afwerking daaromheen vind je de opzet in ons overzicht over het dak en alles wat eronder zit.