Trespa zagen zonder uitgescheurde randen
Trespa zaag je het netst met een cirkelzaag of invalzaag op een geleiderail, met een hardmetalen blad met veel tanden en een vlaktand-trapeziumprofiel, hetzelfde blad dat voor aluminium en kunststof wordt gebruikt. Houd het toerental hoog en blijf doorvoeren: stilstaan in de snede geeft warmte, en warmte geeft bruine randen en een dichtgeslagen blad. Een decoupeerzaag is er voor uitsparingen en rondingen, niet voor lange rechte sneden. Een slijptol pak je alleen voor het laatste stukje dat je machine niet meer kan bereiken.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Invalzaag of handcirkelzaag met geleiderail
- Hardmetalen zaagblad voor aluminium en kunststof, vlaktand-trapeziumtand
- Decoupeerzaag met bladen voor gelamineerd plaatmateriaal, omgekeerde tanding
- Bovenfrees met rechte hardmetalen frees voor uitsparingen
- Multitool met hardmetalen segmentblad voor de laatste centimeters
- Stofzuiger van klasse M met slangaansluiting op de zaag
- Twee schragen en een offerplaat of stuk isolatieplaat als onderlegger
- Vier lijmtangen
- Rolmaat, potlood en een lange rei of winkelhaak
- Stofmasker FFP2 of FFP3, veiligheidsbril en handschoenen
Materiaal
- Compacte HPL-plaat in de gewenste dikte
- Schilderstape voor de zaaglijn bij decoupeerwerk
- Schuurpapier korrel 180 en 240 of een fijne vijl
- Kantenlak of edge sealer in de plaatkleur, als je de kern niet wilt zien
- Roestvaste schroeven of nagels met gekleurde kop
- Ontvetter en een schone doek
Waarom trespa anders zaagt dan hout of multiplex
Trespa is een merknaam die in de praktijk voor elke compacte HPL-plaat wordt gebruikt. Het zijn lagen papier en houtvezel die met kunsthars onder hoge druk en hoge temperatuur tot één massieve plaat zijn geperst. Er zit dus geen zachte kern in zoals bij multiplex, de plaat is over de volle dikte hard en dicht.
Dat maakt het gedrag onder de zaag anders dan bij hout. De uitgeharde hars schuurt de snijkant van je tanden af als fijn schuurpapier, en tegelijk is die hars thermohardend. Hij smelt niet terug maar verkleurt en verbrandt zodra je te veel warmte in de snede brengt. Het gereedschap dat je bij de andere klussen op onze pagina over zagen en boren in huis gebruikt, komt hier dus meestal tekort.
Reken bij het aftekenen ook op beweging in de plaat. Compacte HPL werkt met de luchtvochtigheid, ongeveer twee tot tweeënhalve millimeter per strekkende meter tussen een droge winter en een natte herfst. Bij een paneel van twee meter breed is dat vijf millimeter, en dat moet ergens naartoe kunnen. Zaag daarom niet passend tot op de millimeter tegen een dakrand of een kozijn aan, maar houd bewust een naad aan.
| Plaatdikte | Waar je hem meestal tegenkomt | Machine die daar bij past | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| 2 tot 4 mm dun HPL | Wandpanelen binnen, meubelfronten, kastdeurtjes | Invalzaag op rail, of bovenfrees met sjabloon | Legt zich snel bol, over de volle lengte ondersteunen |
| 6 mm | Boeiboorden, kleine gevelstroken, schuurdeurtjes | Handcirkelzaag op rail met fijngetand hardmetalen blad | Blad maximaal een tandhoogte plus 3 mm door de plaat |
| 8 mm | Dakkapelbekleding, gevelstroken, borstwering | Invalzaag op rail, afkortzaag voor korte stukken | Meest gebruikte dikte buiten, ruime gaten voor de bevestiging |
| 10 mm | Grotere gevelvlakken, balkonpanelen, buitentafelbladen | Invalzaag op rail, tafelzaag met langsgeleiding | Doorvoersnelheid laag houden, de snede wordt snel warm |
| 13 mm | Werkbladen, laboratoriumbladen, vensterbanken | Paneelzaag of tafelzaag, afkortzaag met negatieve spaanhoek | Zwaar en stug, in je eentje niet meer te sturen |
| Restplaat of oude rijplaat | Onderleggers, stroken onder een funderingsbalk | Handcirkelzaag met een blad dat je mag opofferen | Vaak grind en zand in het oppervlak, blad gaat er snel aan |
Werk aan een dakkapel of gevel is werk op hoogte. Zaag panelen beneden op maat op schragen en ga alleen omhoog om te passen en te bevestigen. Een plaat van acht millimeter vangt op een ladder wind als een zeil.
Het zaagblad bepaalt het resultaat, niet de machine
De machine die je hebt is meestal goed genoeg. Het blad erin bepaalt of je een strakke snede krijgt of een rafelige rand met bruine plekken. Voor trespa zoek je een hardmetalen blad dat verkocht wordt voor aluminium en kunststof: veel tanden, een afwisselend profiel van vlaktand en trapeziumtand, en een kleine of negatieve spaanhoek.
Dat profiel doet twee dingen tegelijk. De trapeziumtand voorruimt de snede en de vlaktand erachter maakt hem vlak en op maat. Doordat de tand het materiaal schrapend in plaats van happend aanpakt, trekt hij de toplaag niet omhoog en scheurt de decorlaag niet uit. Een gewoon houtblad met dertig tanden hakt juist stukjes uit die toplaag.
Een fijngetand afkortblad voor hout werkt in noodgevallen ook, maar reken erop dat het na een paar meter merkbaar bot is. Dat is geen ramp bij één snede in een restplaat. Ga je een hele dakkapel bekleden, dan is een apart blad goedkoper dan het verpesten van een plaat van tweehonderd euro. Een diamantblad is hier geen upgrade: dat wrijft meer dan het snijdt en verbrandt de hars in de snede juist.
| Machine | Blad of accessoire | Waar hij goed in is | Waar hij niet voor is |
|---|---|---|---|
| Invalzaag op geleiderail | Hardmetaal 160 tot 165 mm, 48 tot 56 tanden | Lange kaarsrechte sneden, netjes aan beide zijden | Uitsparingen midden in de plaat afmaken |
| Handcirkelzaag met rail | Hardmetaal 190 mm, 56 tot 64 tanden, alu- en kunststofprofiel | Panelen op maat zagen op schragen | Korte stukjes en smalle stroken, die klemmen |
| Afkortzaag met trekfunctie | Hardmetaal 254 mm, 80 tot 96 tanden, negatieve spaanhoek | Stroken op lengte, verstek, herhaalwerk met aanslag | Platen breder dan de zaagcapaciteit |
| Tafelzaag | Hardmetaal fijngetand, spouwmes gemonteerd | Smalle stroken op exact dezelfde breedte | Grote panelen alleen, je hebt een tweede persoon nodig |
| Decoupeerzaag | Blad voor gelamineerd plaatmateriaal, omgekeerde tanding | Uitsparingen, rondingen, doorvoeren | Lange rechte sneden, het blad loopt scheef weg |
| Bovenfrees | Rechte hardmetalen frees met kopse snijkant, of kopieerfrees | De schoonste kant die je kunt krijgen, sjabloonwerk | Vrije hand zonder geleiding, dan brandt hij in |
| Multitool | Hardmetalen segmentblad of blad met diamantkorrel | De laatste centimeters in een binnenhoek | Meer dan tien centimeter, dan duurt het eindeloos |
| Haakse slijper | Dunne doorslijpschijf of diamantschijf | Noodgeval, ruwe snede die je later wegwerkt | Zichtwerk, de snede verbrandt en de rand smelt dicht |
Koop het blad in de tandsteek die bij je machine past en leg het na de klus apart. Een blad dat je alleen voor harde platen gebruikt, blijft veel langer scherp dan een blad waarmee je tussendoor ook geschroefd hout zaagt.
Welke kant naar boven en hoe je de plaat ondersteunt
Uitscheuren gebeurt in trespa altijd aan de kant waar de tand het materiaal verlaat. Bij een handcirkelzaag draait het blad van onder naar boven door de plaat, dus de bovenkant is de risicokant. Leg de zichtzijde daarom naar beneden als je zonder rail of zonder anti-splinterstrip werkt.
Werk je met een invalzaag op een geleiderail, dan draai je het juist om. De rubberen splinterstrip op de rail drukt de vezels aan de bovenkant vast op het moment dat de tand eruit komt. De zichtzijde ligt dan naar boven, direct onder de rail, en dat geeft de scherpste rand die je met een zaag kunt maken.
Ondersteuning is minstens zo belangrijk. Een plaat die tussen twee schragen doorveert, trilt in de snede en dat zie je terug als een rafelig randje en een golvende lijn. Leg de plaat over de volle lengte op een offerplaat, een vlak stuk isolatieplaat of een raamwerk van latten, en klem hem vast. Zet de zaagdiepte zo dat het blad ongeveer drie millimeter voorbij de plaat komt en verder de onderlegger in. Een blad dat vijf centimeter onder de plaat uitsteekt, snijdt niet beter en scheurt bij het uitlopen wel meer uit. Hoe je de zaaglijn haaks uitzet voordat je de rail neerlegt, staat bij het maken van een haakse hoek zonder winkelhaak.
Waarom langzaam zagen juist brandplekken geeft
De meeste mislukte sneden in trespa komen niet door het verkeerde blad maar door het verkeerde tempo. Wie voorzichtig doet en de zaag langzaam door de plaat duwt, laat elke tand meerdere keren over hetzelfde plekje wrijven. Die wrijving maakt warmte, en warmte geeft eerst een bruine verkleuring langs de snede en daarna een laagje hars dat zich aan de tanden vastzet.
De praktijk die werkt: toerental hoog, doorvoer gelijkmatig en zonder aarzelen, en in één beweging van begin tot eind. Hoor je de motor zakken, dan duw je te hard. Ruik je het materiaal, dan ga je te langzaam. Bij dikke platen van tien of dertien millimeter kun je beter twee gangen maken, eerst een voorsnede van drie millimeter diep en daarna in één keer door.
Op een afkortzaag ligt het net iets anders. Daar kom je met vol toerental en een rustige, gelijkmatige zaagbeweging het verst, en laat je de zaag door het materiaal zakken in plaats van hem erin te drukken. Til het blad na de snede pas op als het stilstaat, want een uitlopend blad tikt bij het optillen de achterkant van de snede stuk. Dezelfde discipline heb je nodig bij het verstek zagen van plinten, waar een tikje bij het optillen ook meteen zichtbaar is.
Nat zagen doe je niet met een cirkelzaag of een slijptol. Water bij het stof lijkt aantrekkelijk, maar deze machines zijn er niet voor geïsoleerd en je staat er zelf met natte handen bij. Alleen zaagmachines die uitdrukkelijk voor natzagen gebouwd zijn, met de bijbehorende aardlekbeveiliging, mag je zo gebruiken.
Trespa zagen met een decoupeerzaag
Bij trespa heeft een decoupeerzaag een duidelijke rol: uitsparingen, rondingen, doorvoeren voor een ventilatierooster en de binnenhoek die je met de cirkelzaag niet afmaakt. Voor een lange rechte snede is hij ongeschikt, want in acht tot tien millimeter hard materiaal buigt het blad zijwaarts weg. Je krijgt dan een snede die aan de onderkant een paar millimeter naast je lijn uitkomt en die niet haaks is.
Neem een blad dat voor gelamineerd plaatmateriaal is bedoeld, bij voorkeur met omgekeerde tanding. Zo'n blad snijdt op de neerwaartse slag, waardoor de decorlaag aan de bovenkant heel blijft. Zet de pendelslag helemaal uit en zaag op een lager toerental dan je bij hout zou kiezen. Pendel plus vol gas geeft precies de klap waarmee de toplaag eruit springt.
Plak de zaaglijn af met schilderstape en teken daarop af. De tape houdt de vezels tegen en de zool van de zaag glijdt er soepeler overheen zonder krassen te maken. Werk met een lage aanzet en laat het blad zijn werk doen: duwen maakt het blad krom en dan loopt de snede scheef. Blijft er een licht schuine kant over, dan haal je die er met een fijne vijl of een blok met korrel 180 recht af.
Een uitsparing midden in de plaat
Boor in elke binnenhoek eerst een gat van acht tot tien millimeter, precies rakend aan de lijnen. Sla dat boren niet over. Een scherpe binnenhoek is de plek waar de plaat later scheurt, zeker in een gevel die uitzet en krimpt. Zaag daarna van gat naar gat en laat de hoeken rond.
Wil je de mooiste kant, dan maak je de uitsparing ruw voor met de decoupeerzaag en freest hem daarna op maat met een kopieerfrees langs een sjabloon van multiplex. Dat kost een half uur extra en levert een kant op die je niet meer hoeft te schuren.
Trespa zagen met een slijptol
Een haakse slijper kan door trespa heen, maar hij snijdt niet, hij slijpt. De schijf wrijft het materiaal weg en brengt daarbij zoveel warmte in de snede dat de hars verkleurt en de rand dichtsmeert tot een harde bruine bramrand. Voor zichtwerk is dat geen goede weg.
Er is één situatie waarin de slijptol gewoon de juiste keuze is: het laatste stuk van een snede dat je met de cirkelzaag niet kunt bereiken, bijvoorbeeld in een uitsparing of tegen een muur aan. Dan zaag je met de cirkelzaag tot waar het kan, en maak je de laatste centimeters af met een dunne schijf of met een multitool met een hardmetalen segmentblad. Die multitool is trager maar veel beter te sturen.
Kies je toch voor de slijptol, gebruik dan een dunne schijf, houd hem loodrecht en beweeg gelijkmatig door in plaats van op één plek te drukken. Zaag een paar millimeter naast je lijn en werk het laatste stukje af met schuurpapier of een frees. Een diamantschijf is hier geen verbetering ten opzichte van een dunne doorslijpschijf, want het probleem is niet de hardheid maar de warmte. Zet de kap goed en werk buiten: het stof komt met kracht uit de machine en vliegt door de hele ruimte.
De beschermkap blijft erop. Een plaat die tijdens het slijpen klemt, kan de machine terug laten slaan. Klem de plaat aan beide zijden van de snede vast, zodat het afgezaagde deel niet kan kantelen en de schijf niet ingeklemd raakt.
Hoe je jezelf beschermt tegen het stof
Het stof dat bij het zagen van trespa vrijkomt, is fijn en scherp en bestaat uit uitgeharde hars met houtvezel. Het prikt op de huid, het jeukt in je nek en het komt diep in je luchtwegen. Een papieren snuitje uit de bouwmarkt is hier te weinig. Werk met een masker van klasse FFP2, en bij langer werk of binnen liever FFP3.
Sluit je zaag aan op een stofzuiger, bij voorkeur een bouwstofzuiger van klasse M. Dat scheelt zo veel dat het werken in een schuur of garage überhaupt mogelijk wordt. Zonder afzuiging zaag je buiten, met de wind in je rug, en niet vlak naast een geopende achterdeur.
Draag een bril, ook onder een gelaatsscherm. De spaanders zijn hard en licht en komen met snelheid uit de snede. Trek na afloop je werkkleding uit voordat je naar binnen gaat en klop hem buiten uit. Vegen met een bezem is de slechtste manier om op te ruimen, want dan hangt alles opnieuw in de lucht. Zuig het op, of maak de vloer licht vochtig en schuif het stof bijeen.
Een strook schilderstape over de rand van de zool van je zaag en over het zaagvlak van de plaat vangt splinters op. Het stof dat via de zool langs je hand omhoogkomt, houd je er ook wat mee tegen.
Van zaagsnede naar afgewerkte kant
Na het zagen zie je op de zaagkant de kern van de plaat, meestal donkerbruin of zwart. Bij een gevelplaat is dat normaal en technisch geen probleem: de kern is dicht en neemt nauwelijks vocht op. Of je de kant afwerkt is dus vooral een kwestie van uiterlijk, en dat verschilt per plaatserie. Lees op de verwerkingsvoorschriften van jouw plaat wat de fabrikant erover zegt voordat je gaat lakken.
Wat wel altijd helpt is ontbramen. Ga met korrel 180 in één beweging over de scherpe hoek van de snede, zodat je een klein afrondinkje krijgt van nog geen millimeter. Dat voorkomt dat de kant later afsplintert bij een tik en het staat rustiger in het zicht. Schuur niet over het zichtvlak zelf, want de decorlaag is dun en een doffe veeg krijg je er niet meer uit.
Wil je de kant in de kleur van de plaat wegwerken, dan zijn er kantenlakken en edge sealers in de gangbare kleuren. Breng die aan op een schone, ontvette kant en in een dun laagje. Ga je de plaat in een andere kleur zetten, dan vraagt de gladde toplaag een eigen aanpak, en die vind je bij trespa schilderen met de juiste hechtprimer. Voor de kopse kanten van het houten regelwerk erachter geldt de aanpak uit onze uitleg over een kopse kant goed afwerken.
Boren en bevestigen nadat de plaat op maat is
Zagen is het halve werk, bevestigen bepaalt of het over drie jaar nog strak zit. Boor met een scherpe hardmetalen of goede metaalboor op een laag toerental, zonder klopstand, en leg een stuk hout onder de plaat zodat de boor niet uitbreekt aan de achterkant. Een houtspiraalboor met een lange centerpunt trekt zich in het harde materiaal vast en scheurt de toplaag op.
Hier komt de uitzetting terug. Kies één vast punt per paneel, meestal in het midden, en boor daar het gat passend om de schroef. Alle andere gaten boor je ruimer, met een paar millimeter speling rondom, zodat de plaat kan bewegen. Draai de schroeven aan tot ze de plaat raken en geef ze dan geen kwartslag extra: een strak aangedraaide schroef in een ruim gat maakt de speling nutteloos. Welke maat gat de fabrikant voorschrijft, staat in de verwerkingsvoorschriften bij de plaat.
Schroef je de plaat met een regelwerk aan metselwerk, dan gaat het mis bij de plug en niet bij de plaat. Welke plug en welke boormaat bij jouw ondergrond horen, zoek je op met de plug- en boorkiezer per ondergrond. Voor doorgaande bouten door regels heen gelden gewoon de maten uit onze tabel voor voorboren voor een M8-draadeind.
| Bevestiging | Boorgat in de plaat | Waar je hem gebruikt | Aandachtspunt |
|---|---|---|---|
| Vast punt, één per paneel | Gelijk aan de schroefdiameter | Midden van het paneel of midden boven | Vanaf dit punt zet de plaat naar beide kanten uit |
| Glijpunt | Schroefdiameter plus circa 3 mm speling | Alle overige bevestigingspunten | Schroef niet vastdraaien tot in het materiaal |
| Gelakte nagel op houten regel | Voorboren, gat ruimer dan de nagelschacht | Gevelstroken en dakkapelbekleding | Nagelkop niet verzinken, dat scheurt de toplaag |
| Blinde bevestiging met tapbus | Gat volgens de opgave van de tapbus | Zichtvlakken zonder schroefkoppen | Vraagt een exacte boordiepte, boorstop gebruiken |
| Verlijming op regelwerk | Geen gat, wel voorbehandeling | Vlakken zonder zichtbare bevestiging | Alleen met het lijmsysteem van de leverancier, inclusief primer |
Een hoek stomp aansluiten of in verstek zagen
Een buitenhoek in trespa kun je op twee manieren maken. De simpele manier is stomp aansluiten en de kopse kant van het ene paneel achter het andere laten verdwijnen, waarbij je de naad in de schaduw legt. Dat werkt goed en is bij gevelwerk het meest gebruikt, omdat er altijd wat beweging in de constructie zit.
De nettere manier is verstek, waarbij je beide panelen op halve hoek afzaagt. Dat vraagt een zaag die je betrouwbaar op hoek kunt zetten, en het vraagt geduld met het instellen. Controleer je zaag op een reststuk voordat je in de echte plaat gaat, want een afwijking van een halve graad zie je bij een gevelhoek van twee meter meteen. Hoe je die hoek uitzet en controleert, staat bij het maken van een nette hoek van 45 graden.
Verstek in trespa heeft één zwak punt: de dunne punt van het verstek is bros en breekt bij het monteren makkelijk af. Laat daarom een klein vlakje van een halve millimeter staan in plaats van de punt helemaal scherp uit te zagen. Bij een dakkapel is de aansluiting op de zijwangen het lastigste stuk, en daarover lees je meer bij het bekleden van een dakkapel met trespa. Houd bij elke aansluiting een open naad aan van zes tot tien millimeter en dicht die niet met kit, want ook die naad moet kunnen bewegen en moet ventileren.
Zo zaag je een paneel op maat
Deze volgorde geldt voor een gevel- of dakkapelpaneel dat je met een invalzaag of handcirkelzaag op een geleiderail op maat brengt.
-
Meet de opening en trek er speling van af
Meet de breedte op drie hoogtes en de hoogte op drie plaatsen, want oude dakkapellen zijn zelden haaks. Neem de kleinste maat en trek daar de bewegingsnaad van af, gangbaar zes tot tien millimeter per aansluiting. Een plaat die precies past, staat bij de eerste natte week te klemmen en bolt op.
-
Leg de plaat vlak en volledig ondersteund
Leg twee schragen neer en daarop een offerplaat of een vlak stuk isolatieplaat. De hele plaat moet dragen, ook het stuk dat eraf gaat. Een afgezaagd deel dat gaat kantelen, klemt het blad in en dat is precies het moment waarop de zaag terugslaat.
-
Teken af en leg de rail op de lijn
Teken met een fijn potlood op de rugzijde als je zonder rail werkt, en op de zichtzijde als je met een rail en splinterstrip zaagt. Leg de rail zo dat de rubberstrip precies op je lijn valt, en klem hem aan beide uiteinden vast. Controleer aan het eind of de rail nog op de lijn ligt voordat je de zaag start.
-
Stel zaagdiepte en toerental in
Zet de zaagdiepte op de plaatdikte plus ongeveer drie millimeter. Een blad dat verder uitsteekt, scheurt bij het uitlopen meer uit en maakt de kans op terugslag groter. Zet het toerental hoog en sluit de stofzuiger aan voordat je het blad in het materiaal laat zakken.
-
Zaag in één doorgaande beweging
Start de zaag naast de plaat, laat het toerental op gang komen en voer dan gelijkmatig door tot je er aan de andere kant uit bent. Stop niet halverwege om te kijken, want op elke stopplek krijg je een brandplek en een zichtbaar streepje in de kant. Bij tien millimeter of dikker maak je eerst een ondiepe voorsnede en daarna de doorgaande snede.
-
Maak uitsparingen en binnenhoeken af
Boor de binnenhoeken van een uitsparing rond voor met een boor van acht tot tien millimeter en zaag daarna van gat naar gat met de decoupeerzaag, pendelslag uit. Wat de cirkelzaag in een hoek niet af kan maken, doe je met een multitool of, als het snel moet, met een dunne schijf op de haakse slijper.
-
Ontbraam de kant en pas droog
Ga met korrel 180 langs de scherpe hoek van de zaagsnede en veeg het stof weg. Houd de plaat daarna eerst droog op zijn plek voordat je gaat boren. Bijzagen kan altijd nog, een gat op de verkeerde plek niet.
-
Boor de bevestigingsgaten met speling
Boor het vaste punt passend en alle andere gaten met een paar millimeter speling rondom, met een houtje onder de plaat tegen uitbreken. Draai de schroeven aan tot ze net contact maken. De plaat moet onder de kop kunnen schuiven, anders trekt hij bij de eerste seizoenswisseling krom.
Plug- en boorkiezer
Kies je muursoort en het gewicht dat eraan moet hangen, en zie welke plug, schroef en boormaat je nodig hebt. Bekijk alle gegevens
| Muursoort | Zo herken je hem | Plug die past | Boor en maat | Wat je eraan kunt hangen |
|---|---|---|---|---|
| Beton | Grijs, keihard, boorstof is grijs en fijn, de boor loopt zwaar | Nylon plug of, bij zwaar werk, een keilbout | Steenboor met hamerfunctie, 6, 8 of 10 mm | Alles, ook een hangend toilet of een boiler, mits de plug diep genoeg zit |
| Kalkzandsteen | Lichtgrijs tot wit, glad breukvlak, boorstof is wit en zanderig | Nylon plug, boren zonder klopstand | Steenboor zonder hamerfunctie, 6 of 8 mm | Keukenkasten, wastafels, radiatoren |
| Baksteen | Rood tot bruin, boorstof is rood, harder dan voeg | Nylon plug, altijd in de steen en niet in de voeg | Steenboor met hamerfunctie, 6 of 8 mm | Zware kasten en wandbeugels, mits je de steen raakt en niet de voeg |
| Gipsplaat | Klinkt hol, boort weg als boter, boorstof is wit poeder | Hollewandplug met vleugels, tuimelplug of gipsplaatanker | Houtboor of steenboor, maat volgens de plug | Schilderij, spiegel en lichte kast tot ongeveer 10 kg per plug |
| Gasbeton | Lichtgrijs, heel licht van gewicht, kruimelt makkelijk | Speciale gasbetonplug of een lange schroef zonder plug | Houtboor, geen hamerfunctie, plug bepaalt de maat | Lichte tot middelzware last, verdeel over meer punten |
| Gipsblok | Wit tot lichtgeel, zacht, boorstof is wit gips | Gipsblokplug of chemisch anker bij zwaar werk | Houtboor zonder klopstand | Middelzware last, geen hangend toilet zonder voorzetframe |
| Holle steen | Klinkt hol, de boor zakt ineens door in de holte | Hollewandplug of chemisch anker met zeefhuls | Steenboor zonder hamerfunctie zodat de wand niet uitbreekt | Middelzwaar, met een chemisch anker ook zwaar |
| Hout | Herkenbaar, boorstof is krullend | Geen plug nodig, houtschroef volstaat | Houtboor, voorboren op ongeveer 70 procent van de schroefkerndiameter | Alles, mits je in het hart van de regel schroeft |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de eerste snede zet
Uit de praktijk
Een gewoon afkortblad in een kunststofgebonden blad
Bij het inkorten van een kunststofgebonden werkblad was er alleen een fijngetand afkortblad voorhanden, gemonteerd op een pendelkapzaag met geleiding. De snede zelf viel mee: strak, zonder uitscheuren, en netjes op maat. Wat opviel was hoe hard het blad achteruitging, binnen een paar meter merkbaar botter dan ervoor.
Wie hetzelfde blad daarna ook nog voor een tweede blad wilde gebruiken, liep tegen brandranden aan, precies het gevolg van een tand die niet meer snijdt maar wrijft. Bij het volgende blad werd een zaagblad voor aluminium en trespa gebruikt, met de afwisselende vlaktand en trapeziumtand. Dat gaf een gelijkwaardige snede en het blad bleef scherp. De les uit deze klus: één snede kun je met een houtblad wel maken, meerdere sneden niet.
Een diamantschijf die het juist slechter maakte
Bij het inzagen van een spoelbakuitsparing was het idee dat een diamantschijf op de haakse slijper het beste resultaat zou geven, omdat het materiaal zo hard is. In de praktijk werd de rand bruin en kwam er een zoete brandlucht vrij, terwijl de snede breed en onregelmatig uitpakte.
De verklaring zit in het bindmiddel. Kunststofgebonden platen kunnen veel minder warmte hebben dan mineraal gebonden materiaal als beton of keramiek, en een diamantschijf werkt juist door wrijving. Een hardmetalen zaagtand snijdt en houdt de snede daarmee veel koeler. De uitsparing werd uiteindelijk met de cirkelzaag ingezaagd tot vlak bij de hoeken, en de vier hoeken werden afgemaakt met een multitool. Die combinatie leverde een rechte, schone kant op zonder verkleuring.
Stroken uit een oude rijplaat onder een tuinhuis
Bij een tuinhuis waarvan de funderingsbalken direct op tegels lagen, moesten er kunststofstroken onder de balken komen om het optrekkend vocht te breken. Restplaten en oude rijplaten zijn daar goedkoop voor te krijgen, maar ze zagen anders dan een schone gevelplaat: er zit zand en grind in het oppervlak, en dat vreet een zaagblad in een paar meter op.
Wat hier werkte: eerst de plaat afspoelen en met een borstel schoonmaken, daarna zagen met een blad dat mocht sneuvelen. De stroken werden een centimeter breder dan de balk gemaakt, zodat er niets uitsteekt waar water op blijft staan. Het schuurtje ging met een autokrik omhoog, de stroken en een compressieband gingen eronder, en daarna zakte het geheel terug. Verwacht hier geen wonderen van: poreuze tegels blijven bij langdurige regen vocht doorgeven.
Veelgemaakte fouten
Langzaam en voorzichtig door de plaat kruipen
Het voelt zorgvuldig, maar het is de belangrijkste oorzaak van bruine randen. Elke tand wrijft dan meerdere keren over hetzelfde punt en de warmte kan nergens heen. Hoog toerental met een gelijkmatige doorvoer geeft een koelere en veel schonere snede.
Een houtblad met dertig tanden gebruiken
Zo'n blad hapt in plaats van te schrapen en tilt de decorlaag op, waardoor de bovenkant uitscheurt. Bij één noodsnede kom je ermee weg, bij een hele gevel niet. Een blad met veel tanden en een vlaktand-trapeziumprofiel kost minder dan de plaat die je anders verpest.
De decoupeerzaag pakken voor een lange rechte snede
In acht of tien millimeter hard materiaal buigt het decoupeerzaagblad zijwaarts weg. De snede komt aan de onderkant een paar millimeter naast de lijn uit en staat niet haaks. Gebruik de decoupeerzaag voor uitsparingen en rondingen, en leg voor rechte sneden een rail neer.
Pendelslag aan laten staan
De pendelbeweging is bedoeld om in hout sneller te zagen door het blad naar voren te laten happen. In een harde toplaag is dat precies de klap waarmee het decor eruit springt. Zet de pendel op nul en neem het toerental een stand lager dan bij hout.
De plaat maar aan twee kanten ondersteunen
Een plaat die tussen schragen doorveert, trilt in de snede en dat geeft een golvende, rafelige kant. Erger is het afgezaagde deel dat gaat kantelen en het blad inklemt: dat is de klassieke oorzaak van terugslag. Leg er een offerplaat onder en klem beide delen vast.
Passend zagen tot op de millimeter
Compacte HPL werkt met de luchtvochtigheid, ongeveer twee tot tweeënhalve millimeter per meter. Een paneel dat je strak tussen twee dagkanten klemt, bolt bij de eerste natte periode op of drukt de aansluiting open. Houd per aansluiting zes tot tien millimeter naad aan.
Alle schroeven in een passend gat en strak aandraaien
Als elk gat de schroef precies omsluit, kan de plaat nergens heen en bouwt de spanning zich op tot er een scheur ontstaat, meestal vanuit een gat of een scherpe binnenhoek. Werk met één vast punt en verder met ruime gaten, en draai de schroeven niet verder aan dan tot contact.
Zonder masker zagen omdat het maar één snede is
Het stof is fijn, hard en prikkelend, en een enkele snede in een gesloten garage geeft al een wolk die uren blijft hangen. Een FFP2-masker en een aangesloten stofzuiger horen bij dit materiaal net zo goed bij het gereedschap als het zaagblad zelf.
Veelgestelde vragen
Welk zaagblad heb ik nodig om trespa te zagen?
Een hardmetalen blad dat verkocht wordt voor aluminium en kunststof, met veel tanden en een afwisselend profiel van vlaktand en trapeziumtand. De spaanhoek is daarbij klein of negatief, waardoor de tand het materiaal schraapt in plaats van erin hapt. Voor een 165 mm invalzaag zit je goed rond 48 tanden, voor een 190 mm handcirkelzaag rond 56 tot 64, en voor een 254 mm afkortzaag rond 80 tot 96 tanden.
Kun je trespa zagen met een decoupeerzaag?
Voor uitsparingen, rondingen en doorvoeren is dat prima, voor lange rechte sneden niet. Het blad buigt in acht tot tien millimeter hard materiaal zijwaarts weg, waardoor de snede aan de onderkant naast de lijn uitkomt en niet haaks staat. Gebruik een blad voor gelamineerd plaatmateriaal met omgekeerde tanding, zet de pendelslag uit, kies een lager toerental en plak de zaaglijn af met schilderstape.
Kun je trespa zagen met een slijptol?
Het kan, maar de haakse slijper snijdt niet, hij slijpt het materiaal weg. De warmte die daarbij vrijkomt verkleurt de hars en smeert de rand dicht tot een bruine bramrand, dus voor zichtwerk is het geen goede keuze. Waar hij wel op zijn plaats is: het laatste stukje van een snede dat je met de cirkelzaag niet kunt bereiken. Gebruik dan een dunne schijf, houd hem loodrecht en zaag een paar millimeter naast je lijn.
Is een diamantschijf beter dan een hardmetalen zaagblad?
Nee, meestal juist slechter. Diamant is gemaakt voor mineraal gebonden materiaal als beton en keramiek, en het werkt door wrijving. Compacte HPL is kunststofgebonden en kan veel minder warmte hebben, waardoor de snede verbrandt en de rand dichtsmelt. Een hardmetalen zaagtand snijdt en houdt de snede daarmee koeler. Alleen als je niets anders hebt en het om een ruwe snede gaat die je later wegwerkt, is een diamantschijf verdedigbaar.
Welke kant van de plaat moet naar boven liggen?
Dat hangt af van je machine. Bij een handcirkelzaag zonder rail draait het blad van onder naar boven door de plaat, dus scheurt de bovenkant uit: leg de zichtzijde dan naar beneden. Werk je met een invalzaag op een geleiderail met rubberen splinterstrip, dan drukt die strip de vezels aan de bovenkant vast en leg je de zichtzijde juist naar boven. Op een afkortzaag of tafelzaag zaagt het blad aan de bovenkant naar beneden, en ligt de zichtzijde ook naar boven.
Waarom wordt mijn zaagsnede bruin en waarom ruik ik het materiaal?
Dat is warmte, en warmte komt bijna altijd door te langzaam doorvoeren of door een bot blad. De kunsthars in de plaat is thermohardend, dus hij smelt niet terug maar verkleurt en verbrandt. Voer het toerental op, houd een gelijkmatig tempo aan en stop niet halverwege de snede. Blijft het gebeuren met een nieuw blad erin, dan duw je te hard en zakt de motor terug in toeren.
Hoe zaag ik een uitsparing midden in een plaat?
Boor eerst in elke binnenhoek een gat van acht tot tien millimeter dat de beide lijnen net raakt. Die ronding voorkomt dat de plaat later vanuit de scherpe hoek scheurt, want een gevelplaat werkt met het weer. Zaag daarna van gat naar gat met de decoupeerzaag zonder pendelslag. Wil je een echt strakke kant, maak de uitsparing dan ruw voor en frees hem op maat met een kopieerfrees langs een sjabloon van multiplex.
Moet ik de zaagkant van trespa afwerken of lakken?
Technisch hoeft dat bij de meeste compacte gevelplaten niet, want de kern is dicht en neemt nauwelijks vocht op. De zichtbare kern is vooral een kwestie van uiterlijk, en daarvoor bestaan kantenlakken in de gangbare kleuren. Wat wel altijd verstandig is: de scherpe hoek van de snede licht ontbramen met korrel 180, zodat er bij een tik geen splintertje afspringt. Kijk in de verwerkingsvoorschriften van jouw plaatserie wat de fabrikant erover schrijft.
Hoeveel speling moet ik aanhouden bij het op maat zagen?
Reken op ongeveer twee tot tweeënhalve millimeter beweging per strekkende meter tussen een droge en een natte periode. Bij een paneel van twee meter is dat vijf millimeter, en die ruimte moet je bij het zagen al inplannen. In de praktijk houden we per aansluiting zes tot tien millimeter open naad aan. Dicht die naad niet met kit, want hij moet kunnen bewegen en achter de plaat moet lucht kunnen circuleren.
Kan ik trespa met een handzaag of een schrobzaag zagen?
Met een fijne handzaag lukt een korte snede in dun materiaal, maar het is zwaar werk en de zaag wordt snel bot. Een reciprozaag of schrobzaag raden we af: het blad slaat en de plaat trilt mee, waardoor de kant uitbreekt en de snede alle kanten op loopt. Heb je geen machine, laat de plaat dan op maat zagen bij de leverancier en houd zelf alleen het passwerk over.
Kan de bouwmarkt of leverancier de platen op maat zagen?
Veel leveranciers van gevelplaten zagen op maat met een paneelzaag, en dat levert een kant op die je met handgereedschap niet haalt. Voor een dakkapel of gevel is dat vaak de slimste route: je bestelt de grote vlakken op maat en zaagt zelf alleen de aansluitingen en uitsparingen. Geef dan wel je opgemeten maten inclusief de bewegingsnaad door, want de zagerij houdt zelf geen speling voor je aan.
Is het stof van trespa schadelijk?
Het stof bestaat uit uitgeharde kunsthars met houtvezel en is fijn en scherp. Het prikt op de huid en in de ogen en het komt diep in de luchtwegen, dus een masker van klasse FFP2 is het minimum en binnen werk je liever met FFP3. Sluit je zaag aan op een bouwstofzuiger van klasse M. Ruim achteraf niet op met een bezem, want dan breng je alles opnieuw in de lucht: zuigen of licht bevochtigen werkt beter.
Wanneer je beter een vakman belt
Trespa op maat zagen is met de juiste zaag goed zelf te doen. Er zijn wel een paar momenten waarop het verstandiger is om het uit handen te geven.
Het eerste is werk op hoogte. Een dakkapel of een gevelvlak op de eerste verdieping bekleed je niet vanaf een ladder met een plaat in je handen. Daar hoort een rolsteiger of een steiger bij, en als die er niet is, is dat een reden om te stoppen en te bellen. Zaag panelen altijd beneden op maat en ga alleen omhoog om te passen en te bevestigen.
Het tweede is de bestaande bekleding die eraf moet. In woningen van voor 1994 kunnen achterliggende beplating, dakbeschot of een oude gevelplaat asbesthoudend zijn. Ga daar niet zelf in zagen of boren: laat het onderzoeken en door een gecertificeerd bedrijf verwijderen.
Het derde is het constructieve deel. Moet er een regelwerk of een draagbalk gewijzigd worden om de nieuwe platen kwijt te kunnen, dan is dat geen zaagklus meer. Laat een aannemer of constructeur meekijken voordat je iets weghaalt. Meer over het houtwerk erachter vind je bij onze pagina's over hout en timmerwerk.