Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Gipsblokken verwerken, zagen en er iets aan ophangen

15 minuten lezen Gipsplaat & wanden Bijgewerkt 12 augustus 2026
diy-gids.nl WANDEN & PLAFOND Gipsblokken

Gipsblokken zijn massieve blokken gips met tand en groef die je zonder frame en zonder specie stapelt, alleen met een dunne laag blokkenlijm. Je hebt er in een dag een wand mee staan die na het vullen van de naden meteen behangklaar is. De twee dingen die het vaakst misgaan zijn de eerste laag, die echt waterpas moet liggen, en het ophangen achteraf: boor zonder klopstand en neem een schroef met draad tot onder de kop, anders draait elke plug mee. Boven de dertig kilo stop je met pluggen en werk je door de wand heen.

15 minuten

Dit heb je nodig

Een dag voor een wand van acht tot tien vierkante meter Goed zelf te doen, wel zwaar tilwerk 25 tot 40 euro per vierkante meter aan materiaal

Gereedschap

  • Waterpas van 2 meter en een rei, of een kruislijnlaser
  • Rubberhamer
  • Oude handzaag met grove tanding, of een blokkenzaag met hardmetalen tanden
  • Reciprozaag met lange, grove bladen
  • Boormachine met uitschakelbare klopstand
  • HSS-boren en steenboren
  • Lijmkam of smalle spaan, plus een emmer en een roergarde
  • Plamuurmes van 20 cm en een spackmes
  • Muurfrees met stofafzuiging of een sleuvenbeitel
  • Stofzuiger, stofmasker klasse P2 en een stofdeken voor de deuropening

Materiaal

  • Gipsblokken in de juiste dikte, drie stuks per vierkante meter
  • Gipsgebonden blokkenlijm
  • Kurk- of rubberstrook voor onder de eerste laag
  • Veerankers of muurankers voor de aansluiting op bestaande wanden
  • Pur of een soepele kit voor de naad langs plafond en wanden
  • Stucvoorstrijk
  • Naadvuller en glasvezelweefsel of scheurstrip
  • Hoekprofielen voor uitwendige hoeken
  • Universele nylon pluggen van 6, 8 en 10 mm met bijpassende schroeven

Wat een gipsblok is en waar hij goed in is

Een gipsblok is een massief gegoten blok gips met een tand aan de ene kant en een groef aan de andere. Je stapelt ze zonder frame en zonder specie, alleen met een dunne laag blokkenlijm, en je houdt een wand over die na het vullen van de naden meteen behangklaar is. Dat maakt het een van de snelste manieren om een ruimte op te delen, en het is werk dat je in je eentje kunt doen. Hoe zo'n wand zich verhoudt tot de andere manieren om binnen een scheiding te bouwen, staat in ons overzicht over gipsplaat en wanden binnenshuis.

De standaardmaat is 666 bij 500 millimeter, dus je hebt precies drie blokken per vierkante meter wand. Dat rekent prettig. Een wand van vier meter breed en 2,60 hoog is ruim tien vierkante meter, en dan zit je op dertig blokken plus wat zaagverlies. De blokken hebben aan alle vier de zijden een tand-en-groefverbinding, waardoor ze tijdens het stapelen vanzelf in het gelid blijven.

In Nederland kom je ze het vaakst tegen onder de naam Gibo. Dat is een merknaam en geen aparte materiaalsoort, dus wat Gibo blokken precies zijn komt neer op hetzelfde product. Je herkent ze aan de witte tot lichtgrijze kleur en het gladde, bijna zeepachtige oppervlak. De vochtwerende variant is doorgekleurd, meestal groen of blauw, zodat je op de bouw meteen ziet welk blok waar hoort.

Let bij het bestellen op het gewicht, want dat wordt onderschat. Een blok van zeventig millimeter weegt ongeveer twintig kilo en een blok van honderd millimeter komt richting de dertig. Dertig blokken de trap op dragen is een halve ochtend werk en je rug merkt het de volgende dag nog.

DikteGewicht per blokRichtwaarde maximale hoogteWaar je hem voor gebruikt
60 mmongeveer 17 kilotot ongeveer 3 meterKastwandjes, een ombouw rond leidingen, korte scheidingswandjes
70 mmongeveer 20 kilotot ongeveer 3,5 meterDe gangbare scheidingswand tussen twee kamers
80 mmongeveer 23 kilotot ongeveer 4 meterWanden waar leidingwerk in moet of waar iets aan komt te hangen
100 mmongeveer 28 kilotot ongeveer 5 meterHoge wanden en wanden waar je zwaardere spullen aan wilt bevestigen
120 mmongeveer 34 kilotot ongeveer 6 meterHoge ruimtes en wanden waar je meer geluidwering wilt

Zet de blokken bij het lossen staand op hun lange kant tegen de muur, met de groef naar boven. Je pakt ze dan met twee handen in de groef beet en tilt met je benen in plaats van met je rug. Een stapel plat op de vloer kost je bij elk blok een extra bukbeweging.

De hoogtes hierboven zijn richtwaarden. Wat een wand echt aankan hangt af van de combinatie van hoogte en lengte, en van de manier waarop hij aan de vloer, de zijwanden en het plafond vastzit. Wordt de wand hoger dan drie meter of langer dan vijf meter, houd dan de tabel van de fabrikant aan in plaats van een vuistregel.

Gipsblokken of gipsplaten, en wanneer cellenbeton beter is

De keuze tussen een massieve blokkenwand en een frame met gipsplaten is geen kwestie van goed of fout, maar van wat je van de wand vraagt. Gipsblokken winnen op snelheid en op de vrijheid om later nog iets te veranderen: een stuk eraf zagen of er scheef een extra wandje tegenaan zetten kan gewoon, terwijl je bij een frame alles vooraf moet uitmeten en uitrekenen. Voor het bepalen van de plaatdikte bij die tweede optie hebben we een aparte pagina over welke dikte gipsplaat je waar gebruikt.

Over geluid wordt te makkelijk geoordeeld. Voor luchtgeluid, dus praten en muziek, telt vooral massa, en daarin doet een massieve gipswand het beter dan mensen denken. Waar het misgaat is contactgeluid: een blokkenwand staat stijf op de dekvloer en geeft trillingen van dichtslaande deuren en stampende voeten door aan de rest van het huis. Een metalstudwand met steenwol ertussen en dubbele, verspringende beplating aan beide zijden haalt een hogere geluidwering dan welke blokkenwand van zeventig millimeter dan ook.

Cellenbeton is iets anders dan een gipsblok, ook al lijkt het verwerken erop. Ytong is een merknaam voor cellenbeton en geen soort gipsblok, al worden Ytong en gipsblokken vaak in één adem genoemd. Cellenbeton is lichter, isoleert beter tegen warmte en kan tegen vocht, maar het is poreus en moet daarom altijd gestuukt worden voordat je gaat behangen of sausen. Een gipsblok is glad uit de mal en dat scheelt een hele werkgang.

Welke opbouw in jouw situatie logisch is, hangt ook af van wat er verder nog moet gebeuren boven je hoofd en langs de rest van de kamer. Ons overzicht van klussen aan wanden en plafond zet die keuzes naast elkaar.

WandtypeSterk inZwak inAfwerking die erbij hoort
Gipsblokken 70 mmSnel te bouwen, alleen te doen, direct behangklaarContactgeluid, vocht, zware bevestigingenNaden vullen en licht naschuren
Gipsblokken 100 mmMeer massa, dus merkbaar minder luchtgeluid en beter plughouvastBijna dertig kilo per blok tillenNaden vullen en licht naschuren
Cellenbeton 70 tot 100 mmVochtbestendig, isolerend, licht en makkelijk te zagenPoreus oppervlak, minder massa dan gipsEerst stukadoren, daarna pas behangen
Metalstud met enkele beplatingDun, licht, leidingen lopen er zo doorheenVoelt slap aan en houdt weinig geluid tegenNaden en schroefkoppen afsmeren
Metalstud met steenwol en dubbele beplatingDe beste geluidwering van dit rijtjeKost meer materiaal, meer tijd en meer ruimteNaden en schroefkoppen afsmeren
Houten regelwerk met multiplex achter het gipsOveral iets ophangen zonder over pluggen na te denkenDuurder, en je moet de plaatnaden vooraf plannenNaden en schroefkoppen afsmeren

De ondergrond en de eerste laag blokken

Een gipsblokken muur maken staat of valt bij de onderste laag. Elke afwijking die je daar laat zitten, loopt met iedere volgende laag verder op, en bovenin moet je dat dichtsmeren met een wig van lijm die vroeg of laat scheurt. Reken op een uur voor die eerste laag en op tien minuten voor elke laag daarboven.

Kijk eerst wat er onder je ligt. Is de dekvloer zwevend gelegd, dus op een laag isolatie, dan mag je daar geen wand zomaar op zetten. Die vloer draagt het gewicht niet zonder te vervormen, en dan krijg je scheuren in de wand én in de vloer. Je snijdt de dekvloer in dat geval open tot op de constructievloer, of je legt het voor aan een constructeur. Ligt de dekvloer vast op de betonvloer, dan kun je er direct op bouwen.

Vloerverwarming verandert het plan. Schroef geen voetprofiel vast in een vloer met leidingen erin, want je raakt er een. Lijm het profiel dan met een polymeerlijm, of zet de eerste laag rechtstreeks in een bed van lijm. Maak de ondergrond eerst schoon en stofvrij en ruw een gladde tegelvloer op met een betonschaaf of een diamantschijf, anders hecht er niets.

Heeft de vloer afschot, zoals in een badkamer, dan ga je dat niet met lijm opvullen. Zet de blokken van de eerste laag op hun plek, trek er met een lange waterpas of een laser een rechte lijn over, zaag ze langs die lijn af en keer ze om zodat de gezaagde kant onder komt. Zo staat je eerste laag zuiver waterpas met overal dezelfde dunne lijmvoeg eronder. Meer over het uitzetten en de aansluitingen lees je bij het plaatsen van een tussenwand.

Leg onder de eerste laag een ontkoppelingsstrook van kurk of rubber over de volle lengte. Die strook vangt de doorbuiging van de vloer op en breekt de directe overdracht van contactgeluid. Het kost je vijf minuten en het scheelt een scheur in de onderste voeg.

Controleer of je eerste laag over de volle lengte waterpas ligt, niet alleen bij het eerste en het laatste blok. Leg de waterpas op drie plekken en meet ook diagonaal in de ruimte of de wand op de goede lijn staat. Een wand die onderin twee millimeter uit het lood loopt, staat bij een hoogte van 2,60 meter merkbaar scheef tegen het plafond.

Gipsblokken lijmen en netjes in verband stapelen

Gipsblokken lijmen doe je met een gipsgebonden blokkenlijm die je in een emmer met schoon water aanmaakt tot een gladde, smeuïge pasta. Maak niet meer aan dan je in een half uur verwerkt, want daarna begint hij te binden en is hij niet meer op te frissen met extra water. Vijf liter tegelijk is voor de meeste mensen een prettige portie.

De lijm gaat in de groef en op de kopse kant, met een lijmkam of gewoon met een smalle spaan. Je zet het blok met de tand in de groef, drukt het aan en tikt het met een rubberhamer op zijn plaats tot de lijm er aan beide zijden uit puilt. Dat puilende randje is precies wat je wilt zien, want het betekent dat de voeg helemaal vol zit. Steek het meteen af met een plamuurmes en strijk het glad, dan hoef je later bijna niet te schuren.

Stapel in verband en laat de stootvoegen minstens twintig centimeter verspringen ten opzichte van de laag eronder. Een doorlopende verticale voeg is een scheurlijn en verder niets. Sluit je aan op een bestaande wand, zet dan om de twee lagen een veeranker of muuranker en laat tien tot twintig millimeter naad tussen de nieuwe en de oude wand. Die naad zet je dicht met pur of een soepele kit, zodat beide wanden onafhankelijk van elkaar kunnen werken.

Het klinkt logisch om een nieuw muurtje stomp tegen een oud gipsmuurtje te lijmen, zeker omdat het hetzelfde materiaal is. Toch houd je dan een kaarsrechte voeg over op precies de plek waar de wand het meeste beweegt, en die tekent binnen een jaar af als een haarscheur. Wil je er echt één wand van maken, dan zaag je om de twee lagen een inkeping van zo'n vijftien centimeter in de bestaande wand en vlecht je de nieuwe blokken erin. Sterk en netjes, maar reken op een middag extra werk.

Laat de wand goed doordrogen voordat je gaat vullen, stuken of tegelen. Hoe lang dat duurt hangt af van de temperatuur en de ventilatie in de ruimte, en in onze tabel met droogtijden per materiaal vind je de richttijden waar je op kunt rekenen.

Houd een emmer schoon water en een spons naast je werk. Lijmresten die je binnen een minuut van het bloktoppervlak veegt, zijn zo weg. Opgedroogde lijmbaarden moet je er later afsteken en afschuren, en juist daar kom je met een schuurblok in de gladde bloklaag en maak je het oppervlak ruwer dan het was.

Gipsblokken zagen: een sparing, een rond gat of een hele doorgang

Gipsblokken zagen gaat verrassend makkelijk, want gips is zacht. Een gewone handzaag met een grove tanding gaat er zo doorheen. Pak daar wel een oude zaag voor, want gips slijt de tanding sneller dan hout dat doet en na een middag blokken is je goede zaag bot. Er bestaan blokkenzagen met hardmetalen tanden die daar niet onder lijden. De beste zaag voor gipsblokken is dus niet je duurste zaag, maar de zaag die je met een gerust hart mag opofferen.

Voor zaagwerk in een staande wand is een reciprozaag het handigste gereedschap. Zet er een lang blad in met grove tanding, schakel de pendelslag uit en laat de zaag rustig zijn werk doen. Ga je duwen, dan loopt het blad in het zachte gips weg en zaag je aan de achterkant scheef. Voor kleine sparingen zoals een inbouwdoos of een luikje werkt een decoupeerzaag met stofafzuiging netter.

Een rond gat teken je af met een spijker en een touwtje. Boor daarna vier gaten op de cirkellijn, op gelijke afstand van elkaar, en zet je zaagblad in het eerste gat. Zaag rustig van gat naar gat en gebruik die gaten als controlepunt, dan blijft je cirkel rond in plaats van eivormig. Achteraf haal je de rand recht met een grof schuurblok. Bedenk wel dat een grote sparing in een scheidingswand ook een geluidslek is: alles wat aan de andere kant gebeurt, hoor je daarna gewoon mee.

Kom je verdiepingshoge panelen tegen in plaats van losse blokken, dan zit er transportwapening in het element. Dat is een staaldraad die het paneel tijdens transport bij elkaar houdt. Je merkt het doordat de zaag ineens niet verder wil. Wissel dan naar een blad voor hout en metaal in plaats van door te duwen, want anders verpest je het blad en loop je scheef weg.

Zaag je een doorgang, dan heb je boven de opening een draagstuk nodig. Zonder scheurt de bovenrand binnen een paar maanden, want de blokken erboven hebben hun oplegging verloren. Hoe je dat aanpakt lees je bij het plaatsen van een latei. In metselwerk zie je op dezelfde plek vaak een rollaag boven de opening zitten, die daar hetzelfde doet. Moet de doorgang over een paar jaar weer dicht, zet dan een houten kozijn met deklatten rondom in het gat: dan hoef je niet te stuken en kun je de uitgezaagde blokken bewaren om ze later precies terug te zetten.

Gipsstof is fijn en trekt door het hele huis. Hang een stofdeken voor de deuropening, houd de stofzuigermond vlak onder je zaagsnede en werk met een stofmasker van klasse P2. Een natte doek onder de snede vangt het grovere deel op voordat het de vloer bereikt.

Zoek eerst uit wat er in de wand zit. Elektriciteitsleidingen lopen meestal verticaal boven of onder een wandcontactdoos en horizontaal net onder het plafond. Gebruik een leidingzoeker, haal de groep eraf en controleer met een spanningszoeker of hij er echt af is. Zit er een gasleiding in of tegen de wand, dan houdt het hier op: die verplaats of verkort je niet zelf.

Boren in gipsblokken en de juiste plug kiezen

Boren in gipsblokken doe je zonder klopstand. Dat is de belangrijkste regel en tegelijk de fout die het vaakst gemaakt wordt. Een klopboor hakt het zachte gips rond het gat weg, waardoor je een uitgelopen gat overhoudt waarin elke plug meedraait zodra de schroef grip krijgt. Een gewone HSS-boor of een steenboor zonder slag geeft een strak gat waar de plug juist stevig in klemt.

Gipsblokken pluggen lukt met heel gewoon materiaal. Een universele nylon plug werkt prima in een gipsblok, mits je hem niet te klein neemt: liever acht of tien millimeter dan vijf of zes. Wat niet werkt is een gasbetonplug, die grote spiraalvormige plug die je in cellenbeton draait. Die is gemaakt voor de open, poreuze structuur van cellenbeton en vindt in massief gips niets om zich aan vast te zetten.

Op de schroef wordt het vaakst misgegokt. Een expansieplug werkt doordat de punt van de plug door de schroef naar achteren getrokken wordt, waardoor de plug zich zijwaarts vastknijpt in het gat. Zit er op de laatste centimeter van je schroef geen draad, dan gebeurt dat niet en draait de plug dol. Neem dus een schroef met draad over de volle lengte tot onder de kop, en neem hem dik genoeg voor de plug die je gebruikt.

Draai de laatste slagen met een schroevendraaier in plaats van met de accuboormachine. Je voelt dan precies wanneer de plug klemt en je stopt voordat het gips eromheen wegdrukt. Het moment waarop een blok het begeeft, kondigt zich altijd aan met een schroef die ineens weer makkelijker gaat lopen.

Boor niet dieper dan nodig. In een wand van zeventig millimeter kun je veilig tot ongeveer 55 millimeter, en dan houd je aan de achterkant genoeg materiaal over. Boor je er per ongeluk doorheen, dan is dat geen ramp: je zet aan de achterzijde een plaatje hout of een grote carrosseriering en bevestigt het geheel door en door met een draadeind.

Wat je ophangtBevestiging die werktBoor en schroefWaar je op moet letten
Schilderij, klok of spiegeltje tot 5 kiloUniversele nylon plug van 6 mm6 mm zonder klopstand, schroef van 4 mmEén punt is genoeg, maar de plug moet helemaal in het blok verdwijnen
Plank, kapstok of wandlamp tot 15 kiloTwee tot vier universele pluggen van 8 mm8 mm zonder klopstand, schroef van 5 mm met volle draadVerdeel de punten over minstens twee blokken, niet in één voeg
Hangkast of boekenplank van 15 tot 30 kiloPluggen van 10 mm, 50 tot 80 mm lang10 mm zonder klopstand, laatste slagen met de handHoud gewicht maal afstand tot de wand onder de 30
Tv-beugel, radiator of iets boven de 30 kiloDraadeinden door de wand met een verdeelplaat aan de achterzijdeDoorboren met 8 of 10 mmPluggen alleen zijn hier niet genoeg, hoe goed ze ook zijn
Keukenkasten over de volle wandlengteDoorgaande ophangrail of een houten regel over de wandMeerdere punten per strekkende meterReken op maximaal 15 kilo maal meter per strekkende meter wand
Hangtoilet of een zware wastafelEen inbouwframe dat op de vloer staatFrame stellen en aan de vloer verankerenDit hangt nooit aan het gips, ook niet aan een dikke wand
Iets aan een cellenbetonwandSpiraalplug voor cellenbetonKlein voorboren en de plug indraaienDeze plug houdt in een massief gipsblok helemaal niets
Iets zwaars op een plek die je vooraf kentEen houten plaat die je tijdens het bouwen in de wand lijmtAchteraf gewone houtschroevenAlleen mogelijk als je het bedenkt voordat de wand dicht is

Doop je schroeven niet in zoutzuur. Er gaat een verhaal rond dat een schroef zo in het gips vastroest en daarmee extra houvast krijgt. Roest levert geen betrouwbare bevestiging, het zet uit en drukt het blok van binnenuit kapot, en met zuur in huis werken is om meerdere redenen geen goed idee. Een plug van vijftien cent doet het beter en blijft controleerbaar.

Wat een gipsblokken wand echt kan dragen

De vraag is bijna nooit of de wand omvalt. Een gelijmde blokkenwand die goed aan de vloer, de zijwanden en het plafond zit, blijft gewoon staan. De vraag is of het gips rond je bevestigingspunt heel blijft, en dat hangt niet alleen af van het gewicht maar vooral van hoe ver dat gewicht van de wand af hangt.

Reken daarom met het moment: het gewicht in kilo's maal de afstand tot de wand in meters. Een televisie van vijftig kilo op een beugel die dertig centimeter uitsteekt geeft vijftien kilo maal meter, en daar kan een wand van zeventig millimeter mee leven. Diezelfde televisie aan een zwenkarm die volledig uitgeklapt zestig centimeter haalt, zit op dertig, en dan komt het schokje van het uitzwenken er nog bovenop. De draagkracht van gipsblokken bereken je dus altijd met de arm helemaal uit, niet ingeklapt tegen de wand.

De grenzen hieronder komen uit de verwerkingsvoorschriften van de blokkenfabrikanten en houden in de praktijk goed stand. Wat opvalt is de grens bij dertig kilo. Pluggen voor een gipsblokken muur zijn er in soorten en maten, maar daarboven houdt bevestigen met pluggen simpelweg op en ga je door de wand heen.

Een zware televisie aan een wand van zeven centimeter

Bij de grote schermen van 75 of 85 inch, die al snel vijftig kilo wegen, werkt in de praktijk maar één aanpak echt goed. Leg een plaat multiplex van achttien millimeter achter de beugel, over minstens drie blokken, zodat de belasting over een groot stuk wand verdeeld wordt. Zit aan de achterkant een kast, een berging of een trapkast, dan zet je die plaat met vier draadeinden door de wand heen vast, met een verdeelplaatje of een grote ring aan de andere zijde.

Kijk daarnaast kritisch naar de pluggen die bij de muurbeugel geleverd worden. Die zijn gekozen op beton en baksteen, want daar gaat de fabrikant standaard van uit. Vervang ze door pluggen die bij jouw wand passen, dat kost een paar euro. Controleer ook of de beugel zelf voor dit formaat bedoeld is, want veel modellen houden op bij 65 of 75 inch, ook als het scherm er fysiek op past.

BelastingWat de wand aankanHoe je het vastzet
Tot 15 kiloOngeveer 5 kilo per bevestigingspuntUniversele pluggen van 6 of 8 mm, twee tot drie punten
15 tot 30 kiloZolang gewicht maal afstand onder de 30 kilo maal meter blijftPluggen van 10 mm, verdeeld over minstens twee blokken
Doorlopende belasting zoals een keukenwandOngeveer 15 kilo maal meter per strekkende meter wandEen ophangrail of houten regel over de volle lengte
Boven 30 kiloNiet meer met pluggen alleenDoor en door met draadeind en een verdeelplaat aan de achterzijde
Televisie aan een zwenkarmRekenen met de arm volledig uitgeklaptMultiplexplaat van 18 mm over drie blokken, doorgeschroefd
Wand in een onverwarmde schuur of garageDuidelijk minder dan dezelfde wand binnenshuisAltijd doorgaande bevestiging, geen pluggen

Gipsblokken in de badkamer en in onverwarmde ruimtes

Gewone gipsblokken en langdurig vocht gaan niet samen. Gips neemt water op, wordt daar zachter van en verliest het houvast voor pluggen en schroeven. Voor natte ruimtes bestaan vochtwerende blokken die geïmpregneerd en doorgekleurd zijn, zodat je ze niet kunt verwarren met de gewone soort. Die zijn geschikt voor een badkamer, maar alleen als je ze waterdicht afwerkt.

Waterdicht afwerken betekent een kimband in alle hoeken en op de aansluiting met de vloer, en daarna een smeermembraan over de hele wand voordat de tegels erop gaan. Tegellijm en voegmiddel zijn zelf niet waterdicht, en dat wordt vaak verkeerd ingeschat. Slaat het water rechtstreeks tegen de wand, zoals bij de zijwand van een inloopdouche, dan is cellenbeton of kalkzandsteen een rustigere keuze dan gips.

Voor een vrijstaand muurtje als afscheiding van een inloopdouche is zeventig millimeter de ondergrens. Dunner wordt te slap voor een wandje dat maar aan twee kanten vastzit. Veranker de aansluiting op de bestaande wand om de twee blokken en werk de vrije kopse kant aan beide zijden af met een tegelhoekprofiel. Deel je tegelmaat vooraf in, zodat je aan die vrije kant op een hele tegel uitkomt: een gesneden tegel tegen een hoekprofiel blijf je zien en voelen, hoe netjes je ook snijdt.

Een onverwarmde schuur of garage is om dezelfde reden lastig. Daar is het jaarrond koud en vochtig, het gips neemt dat vocht op en wordt merkbaar zachter dan hetzelfde blok binnenshuis. Dat verklaart waarom bevestigingen die in de woonkamer probleemloos houden, in de schuur uitbreken zodra er kracht op komt. Wil je daar toch iets ophangen, werk dan door en door met een draadeind en een verdeelplaatje.

De wand afwerken zonder dat je hem hoeft te stuken

Gipsblokken afwerken is minder werk dan bij vrijwel elke andere wand, want de blokken komen glad uit de mal. Heb je netjes gelijmd en de uitpuilende lijm meteen afgestoken, dan hoef je alleen de naden en de kleine beschadigingen te vullen om te kunnen behangen. Voor glasvezelbehang of dik vinylbehang is dat ruim voldoende.

Wil je sausen of een spiegelglad wit vlak, dan ligt de lat hoger. In strijklicht zie je elke lijmveeg en elk hoogteverschil tussen twee blokken terug. Ga in dat geval met een dunne pleisterlaag over de hele wand, of huur een stukadoor die er in een dag een vlak van maakt waar je niet meer naar hoeft te kijken. De werkwijze lijkt op wat we beschrijven bij het afwerken van gipsplaten, met dit verschil dat je bij blokken geen schroefkoppen hoeft weg te werken.

Begin altijd met een stucvoorstrijk. Een gipsblok zuigt zo hard dat een vulmiddel of stuclaag zijn water erin verliest voordat hij goed kan binden, en dan houd je een poederige laag over die je er later met het behang weer af trekt. Voorstrijk neemt die zuiging weg en zorgt voor hechting. Laat hem drogen tot hij niet meer plakt.

De purnaad rondom vraagt aparte aandacht. Snijd het uitgeharde schuim af tot een millimeter of vijf onder het wandoppervlak, leg daar een scheurstrip of een strook glasvezelweefsel in en vul dat af in twee lagen. Pur die tot aan het oppervlak komt en gewoon overgesmeerd wordt, tekent binnen een jaar af als een haarscheur. Bedenk ook dat pur de naad wel dicht maakt maar akoestisch weinig doet, want het heeft nauwelijks massa: voor een geluidsdichte aansluiting gebruik je een soepele kit.

Uitwendige hoeken hoef je niet uit te frezen om een hoekprofiel te kunnen plaatsen. Je drukt het profiel gewoon in de eerste laag vulmiddel en werkt het in twee dunne lagen uit, waarna het onder de afwerking verdwijnt. Op een looproute is dat het verschil tussen een strakke hoek en een hoek die na een jaar rond gestoten is. Pak je het plafond ook aan, begin daar dan mee: hoe je het regelwerk voor een gipsplaten plafond opzet, bepaalt namelijk waar je wand straks tegenaan komt. Voor de laatste laag en het schuurwerk gelden verder dezelfde regels als bij het afwerken van gipsplaat.

Controleer je vulwerk met een looplamp die je vlak langs de wand houdt, in het donker. In dat strijklicht zie je oneffenheden die je bij gewoon plafondlicht volledig mist. Het scheelt je de teleurstelling van een wand die pas na het sausen zijn golven laat zien.

Zo bouw je een wand van gipsblokken op

Deze volgorde geldt voor een niet-dragende scheidingswand op een vaste dekvloer, van uitzetten tot afwerken.

  1. Zet de wand uit op vloer en plafond

    Teken de wandlijn af op de vloer met een rei en een slaglijn, en breng die lijn met een kruislijnlaser of een loodlijn over naar het plafond. Controleer met de verhouding drie, vier, vijf of de wand haaks staat op de bestaande muur, en vertrouw niet op het oog. Reken de wandlengte na op hele blokken van 666 millimeter, dan weet je vooraf waar je moet zagen en houd je al het zaagwerk aan één kant.

  2. Maak de ondergrond klaar en leg de ontkoppelingsstrook

    Veeg en zuig de vloer schoon over de volle wandbreedte en ruw een gladde tegelvloer op met een betonschaaf, anders hecht de lijm nergens aan. Controleer of de dekvloer vast ligt en niet zwevend op isolatie, want een zwevende dekvloer draagt een blokkenwand niet. Leg daarna de kurk- of rubberstrook over de hele lengte: die vangt de doorbuiging van de vloer op en houdt trillingen uit de wand.

  3. Stel de eerste laag zuiver waterpas

    Zet de blokken van de eerste laag in een bed van lijm en tik ze met een rubberhamer op hoogte, met een waterpas van twee meter erop. Loopt de vloer af, zaag de eerste laag dan op maat langs een uitgezette waterpaslijn en keer de gezaagde kant naar onderen. Neem hier de tijd voor. Elke millimeter die je nu laat zitten, zie je bovenin terug als een scheve voeg die je met lijm moet camoufleren.

  4. Lijm de blokken in verband omhoog

    Breng lijm aan in de groef en op de kopse kant, zet het volgende blok met de tand erin en klop het aan tot de lijm eruit puilt. Laat de stootvoegen minstens twintig centimeter verspringen ten opzichte van de laag eronder, want een doorlopende verticale voeg scheurt gegarandeerd open. Zet om de twee lagen een veeranker in de aansluiting met de bestaande wand. Steek de uitpuilende lijm meteen af, dat scheelt je later schuurwerk in een oppervlak dat juist glad moet blijven.

  5. Zaag de bovenste laag passend en laat speling

    Meet de resterende hoogte op meerdere plekken, want een plafond loopt zelden overal gelijk. Zaag de bovenste blokken zo dat er tien tot vijftien millimeter ruimte overblijft tot het plafond. Die ruimte is nodig omdat de verdiepingsvloer boven je doorbuigt zodra er meubels en mensen op staan. Zet je de wand strak dicht, dan gaat die vloer op je wand drukken en scheurt de bovenste laag. Vul de naad daarna met pur of een soepele kit. Werk je boven schouderhoogte, gebruik dan een rolsteiger of een stevige werkbok en geen keukentrapje, want een blok van twintig kilo corrigeer je op een ladder niet meer.

  6. Frees de leidingen in voordat je gaat afwerken

    Sleuven maak je met een muurfrees met stofafzuiging, of met een sleuvenbeitel als het om één leiding gaat. Houd de sleufdiepte onder een derde van de wanddikte en frees nooit aan beide zijden op dezelfde plek, want dan blijft er een flinterdunne kern over. Loop verticaal en horizontaal, nooit diagonaal, zodat een volgende bewoner de leidingen kan terugvinden. Maak de groep spanningsloos en controleer dat met een spanningszoeker. Het aansluiten in de meterkast achter de hoofdzekering laat je over aan een erkende installateur, dat is geen doe-het-zelfwerk.

  7. Vul de naden en werk de wand af

    Zet de wand eerst in de stucvoorstrijk om de zuiging weg te nemen. Vul daarna de naden en beschadigingen in twee dunne lagen in plaats van in één dikke, want een dikke laag krimpt en scheurt. Schuur tussendoor licht en controleer met een looplamp in strijklicht. Geef de wand daarna de tijd om helemaal droog te worden voordat je behangt of tegelt; in onze tabel met droogtijden zie je waar je op moet rekenen.

Droogtijden

Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens

Soort werkMateriaalStofdroogOverschilderbaar of belastbaarVolledig uitgehardWaar het misgaat
KitAcrylaatkit20 tot 40 minutenna 6 tot 12 uur overschilderbaar24 tot 48 uurTe vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt.
KitSiliconenkit (sanitair)10 tot 20 minutenniet overschilderbaar24 uur per 2 mm dikteEen dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig.
KitHybride kit (MS-polymeer)15 tot 30 minutenna 24 uur overschilderbaar24 tot 72 uurHardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer.
KitPolyurethaankit30 tot 60 minutenna 24 uur3 tot 5 dagenBlijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is.
KitMontagekit30 minuten voorgripna 24 uur belastbaar3 tot 7 dagen op volle sterkteZwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt.
StucwerkStucpasta of finishpasta2 tot 4 uurna 12 tot 24 uur schuren24 tot 48 uurOp een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij.
StucwerkGips (raaplaag)12 uur per laagna 24 uur verder werken1 week per centimeter dikteVerven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf.
StucwerkCementgebonden pleister24 uurna 3 dagen2 tot 4 wekenEen dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven.
StucwerkVulmiddel voor gaatjes20 tot 60 minutenna 1 tot 2 uur schuren4 tot 8 uurDiepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen.
VerfMuurverf op waterbasis (latex)30 tot 60 minutenna 4 tot 6 uur tweede laag2 tot 4 wekenDe verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast.
VerfGrondverf op waterbasis1 uurna 4 tot 6 uur schuren en aflakken24 uurOnvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak.
VerfGrondverf op terpentinebasis4 tot 6 uurna 16 tot 24 uur3 tot 5 dagenBij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door.
VerfLak op waterbasis1 tot 2 uurna 6 uur tweede laag5 tot 7 dagenDeuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken.
VerfLak op terpentinebasis4 tot 8 uurna 24 uur1 tot 2 wekenBlijft in een vochtige ruimte dagen kleverig.
VerfVoorstrijkmiddel1 tot 2 uurna 2 tot 4 uur verder12 uurDoorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in.
VloerEgaliseermiddel3 tot 6 uur beloopbaarna 24 uur vloer leggen1 dag per millimeterEen laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc.
VloerCementdekvloer24 tot 48 uur beloopbaarna 3 weken belastbaar1 week per centimeter, daarna langzamerEen dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag.
VloerAnhydriet gietvloer24 tot 48 uurna 5 tot 7 dagen3 tot 6 wekenDe zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden.
VloerBetonvloer gestort24 uur ontkistenna 7 dagen licht belastbaar28 dagen op sterkteTe snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig.
TegelwerkTegellijm (standaard)niet belopenna 24 uur voegen7 dagenVoegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting.
TegelwerkTegellijm (sneldrogend)niet belopenna 4 tot 6 uur voegen24 uurHandig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd.
TegelwerkVoegmortel2 tot 3 uur nawassenna 24 uur licht belastbaar7 dagen voor douchegebruikTe snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen.
TegelwerkSmeerbare afdichting (kimband en pasta)3 tot 4 uur per laagna 12 tot 24 uur tegelen24 uurTwee dunne lagen werken beter dan een dikke.
BehangBehangplaksel op vliesbehangdirect hangenna 24 uur droog48 uurVerwarming vol aanzetten laat de naden openstaan.
BehangGlasweefsel met muurverf gelijmd6 uurna 24 uur overschilderen48 uurTe vroeg de tweede laag geeft blaasjes.
HoutHoutlijm (pva)20 tot 30 minuten klemmenna 1 uur voorzichtig hanteren24 uur op volle sterkteTe weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt.
HoutConstructielijm (polyurethaan)40 minuten klemmenna 3 uur24 uurSchuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk.
HoutHoutvuller op waterbasis30 minutenna 1 uur schuren4 uurDiepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm.
HoutEpoxy houtreparatie30 tot 90 minutenna 4 tot 6 uur schuren24 uurOnder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig.
HoutBeits op waterbasis1 uurna 4 uur tweede laag24 tot 48 uurIn de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen.

Samengesteld uit fabrikantenvoorschriften en uit wat mensen in de praktijk tegenkomen. Alle tijden gelden bij ongeveer 20 graden en 60 procent luchtvochtigheid. Kouder of vochtiger betekent langer wachten: reken bij 10 graden ruwweg op een verdubbeling. Houd bij twijfel de verpakking van jouw product aan.

Controleer dit voordat je de eerste blokken zet

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

De plug draaide mee tot het blok uitbrak

In een schuur bij een nieuwbouwwoning moest een beugel aan een wand van Gibo blokken van honderd millimeter. De pluggen die binnenshuis altijd prima werkten, kwamen hier zo weer uit de wand zetten. Een multifunctionele plug uit de bouwmarkt maakte het erger: hij draaide mee zodra de schroef grip kreeg, de schroef liep dol en de beugel kwam nooit strak tegen de wand. Handmatig indraaien hielp niet, met de machine ook niet, en bij dikkere schroeven barstte het gips gewoon open.

Twee dingen brachten verandering. Er werd geboord met een gewone HSS-boor zonder klopstand, want de klopstand had het gat rond uitgeslagen en in zo'n uitgelopen gat klemt geen enkele plug. En er werd een langere, dikkere plug gebruikt met een schroef die draad had over de volle lengte tot onder de kop. Een expansieplug knijpt zich pas vast als de schroefdraad de punt naar achteren trekt, en dat gebeurt niet als het laatste stuk van de schroef glad is.

Wat opviel: in dezelfde woning hielden binnen alle plankjes, klokken en lijsten wel. Dat is geen toeval. Een onverwarmde schuur is jaarrond koud en vochtig, het gips neemt dat vocht op en wordt merkbaar zachter. Voor bevestigingen in zo'n ruimte kun je beter meteen door en door werken met een draadeind en een verdeelplaatje aan de achterzijde.

Dit kwamen we tegen

Een televisie van vijftig kilo aan een wand van zeven centimeter

Bij de verhuizing naar een woning uit 2007 moest een 85 inch televisie van ongeveer vijftig kilo aan een gipsblokken muur van zeventig millimeter, met daaronder een zwevend tv-meubel van vier of vijf losse kastjes. De zorg was niet of de muur zou omvallen, maar of het gips rond de pluggen het zou houden.

Rekenen maakte het scherp. Vijftig kilo op dertig centimeter uit de wand is vijftien kilo maal meter, en dat blijft binnen wat de fabrikanten voor deze wanddikte aangeven. Bij een zwenkarm die verder uitkomt verdubbelt dat getal, en de kastjes eronder tellen daar los bovenop. Met acht bevestigingspunten van vijf centimeter diep gaat het bij een vaste beugel goed, mits die punten verdeeld zijn over meerdere blokken en er niet twee vlak naast elkaar in dezelfde lijmvoeg zitten.

De oplossing die het meeste rust geeft, is een multiplexplaat van achttien millimeter achter de beugel, over minstens drie blokken, met draadeinden door de wand heen. De pluggen die bij de muurbeugel geleverd werden, gingen ongebruikt terug in de doos: die zijn gedimensioneerd op beton. En de beugel zelf bleek de aandacht ook waard, want veel modellen zijn maar tot 65 of 75 inch gekeurd terwijl een groter scherm er fysiek prima op past.

Dit kwamen we tegen

Een nieuw muurtje in het verlengde van een oud gipsmuurtje

Een bestaand gipsmuurtje was recht doorgezaagd en deels weggebroken, en er moest een nieuw stuk in het verlengde terug. De reflex is dan om de nieuwe blokken met blokkenlijm stomp tegen de oude kopse kant te zetten. Zelfde materiaal, dus dat hecht toch prima.

Dat hecht ook, maar je houdt een kaarsrechte doorgaande voeg over op precies de plek waar de wand het meeste beweegt. Zo'n voeg tekent binnen een jaar af als een haarscheur en komt daarna elk seizoen terug. Wat de fabrikanten voorschrijven is een naad van tien tot twintig millimeter laten, om de twee lagen een veeranker in de bestaande wand zetten en die naad met pur dichtspuiten. Bij het afwerken leg je er dan een scheurstrip of een strook glasvezelweefsel overheen en vul je dat in twee lagen af.

Wie er echt één geheel van wil maken, zaagt om de twee lagen een inkeping van zo'n vijftien centimeter in de bestaande wand en vlecht de nieuwe blokken daarin. Dat is sterker en netter dan lijmen op een rechte kop, maar het kost een paar uur zaag- en paswerk. Voor de uitspringende hoek die hier ontstond, een scherpe hoek van ongeveer 65 graden, is een hoekprofiel geen luxe. Dat druk je gewoon in de eerste laag vulmiddel en je hoeft er geen gips voor weg te schrapen, iets waar veel mensen tegenop zien. Omdat de wand met glasvezelbehang werd afgewerkt, verdween het profiel volledig onder de afwerking.

Dit kwamen we tegen

Een doorgang die er over twee jaar weer uit moet

Twee kleine kamers moesten tijdelijk één ruimte worden voor een gezin dat er een tweeling bij kreeg. Ertussen stond een wand van zeventig millimeter gipsblokken. Er moest een doorgang in, netjes afgewerkt, maar wel zo dat de opening er na een jaar of twee weer dicht kon.

Zagen is het probleem niet: aftekenen en met een reciprozaag met een lang, grof blad rustig door de blokken lopen. Wat mensen vergeten, is dat de blokken bóven de opening dan hun oplegging kwijt zijn. Zonder draagstuk scheurt de bovenrand, ook al is de wand niet dragend. Een stevige houten balk als latei is daarvoor voldoende, een betonnen exemplaar hoeft niet.

De slimste oplossing bleek een houten kozijn rondom in de opening, aan beide zijden afgewerkt met deklatten. Dat geeft stevigheid aan alle kanten, het staat strak zonder een greintje stucwerk, en de uitgezaagde blokken kun je bewaren om ze later precies terug te zetten. Bij een grote gebogen opening pakt het anders uit: daar frees je langs de rand een groef van ongeveer vijf centimeter breed en twee millimeter diep, drukt daar glasvezelgaas in en stuukt dat dicht. Een boog van ruim twee meter breed die zo is afgewerkt, staat jaren later nog zonder scheuren.

Veelgemaakte fouten

Boren met de klopstand aan

Een klopboor slaat het zachte gips rond het gat kapot in plaats van het weg te snijden. Je houdt een uitgelopen gat over waarin elke plug meedraait zodra je de schroef aanzet. Boor met een gewone HSS- of steenboor zonder slag, dan blijft het gat strak en klemt de plug zoals het hoort.

Een schroef gebruiken zonder draad tot onder de kop

Een expansieplug knijpt zich vast doordat de schroefdraad de punt van de plug terugtrekt. Loopt de draad niet door tot onder de kop, dan gebeurt dat op het laatste stukje niet meer en draait de plug los in het gat rond. De schroef voelt dan meteen dol aan, ook al is er nog niets belast.

Een gasbetonplug in een massief gipsblok draaien

Die grote spiraalplug is ontworpen voor de open, poreuze structuur van cellenbeton, waar hij zich in vastschroeft. Massief gips heeft die structuur niet, dus de plug maalt zich een gat en houdt niets vast. Voor gipsblokken pak je een ruim gedimensioneerde universele nylon plug.

De eerste laag niet echt waterpas zetten

Een halve centimeter afwijking onderin loopt met elke laag verder op en eindigt bovenin als een wigvormige naad die je met lijm moet dichtsmeren. Die lijmwig scheurt bij de eerste beweging van de vloer. Zaag de eerste laag liever op maat langs een uitgezette waterpaslijn, ook als dat een uur extra kost.

Een nieuw muurtje stomp tegen het bestaande lijmen

Dezelfde materialen hechten prima aan elkaar, dus het voelt logisch. Maar je maakt een kaarsrechte doorlopende voeg op de plek waar twee wanden verschillend bewegen, en die scheurt open. Werk met veerankers om de twee lagen, laat een naad, pur die dicht en leg er bij het afwerken een scheurstrip in.

De wand strak tegen het plafond dichtzetten

Het lijkt netjes om helemaal aan te sluiten, maar de vloer boven je buigt door zodra er meubels en mensen op staan. Die belasting komt dan op je wand te staan en de bovenste laag blokken scheurt. Laat tien tot vijftien millimeter speling en vul die met pur of een soepele kit.

Gewone gipsblokken in een doucheruimte gebruiken

Gips neemt water op en wordt zachter, en dan houdt op termijn ook geen enkele plug het meer. Gebruik in een badkamer de vochtwerende, doorgekleurde variant met een kimband en een smeermembraan eronder, of kies voor cellenbeton of kalkzandsteen op de plekken waar het water rechtstreeks tegen de wand slaat.

Iets zwaars aan twee pluggen in hetzelfde blok hangen

Twee bevestigingspunten dicht bij elkaar in één blok belasten steeds hetzelfde stukje gips, en dat scheurt uit als één geheel. Verdeel de punten altijd over minstens twee blokken en zet ze niet in of vlak naast een lijmvoeg. Boven de dertig kilo stap je helemaal over op een doorgaande bevestiging met een verdeelplaat.

Veelgestelde vragen

Welke plug kun je het beste gebruiken voor gipsblokken?

Voor lichte tot middelzware bevestigingen werkt een gewone universele nylon plug het beste, mits je hem ruim neemt: liever acht of tien millimeter dan vijf of zes. Fischer pluggen voor gipsblokken doen het prima, net als vergelijkbare expansiepluggen van andere merken, zolang je een schroef gebruikt met draad over de volle lengte. Gebruik geen gasbetonplug, want die spiraalvorm is bedoeld voor de poreuze structuur van cellenbeton en houdt in massief gips niets vast. Boven de dertig kilo stap je over op een doorgaande bevestiging.

Kun je schroeven in gipsblokken zonder plug?

Voor iets lichts kan het, met een grove houtschroef of spaanplaatschroef in een voorgeboord gat dat kleiner is dan de kern van de schroef. Voor een kabelklem of een lat is dat genoeg. Zodra er echte kracht op komt of er regelmatig aan getrokken wordt, gaat het los: de schroefdraad maalt zich een rondje in het zachte gips en dan is het gat op. Schroeven in gipsblokken zonder plug is een noodgreep en geen methode, dus boor voor alles wat draagt gewoon een plug in.

Hoe boor je in gipsblokken zonder dat het gat uitbreekt?

Zet de klopstand uit en gebruik een gewone HSS-boor of een steenboor zonder slag. Boren in gipsblokken met de klopfunctie geeft een uitgeslagen gat waarin geen enkele plug meer klemt. Boor rustig, houd de machine haaks op de wand en trek de boor recht terug, anders maak je het gat ovaal. In een wand van zeventig millimeter kun je tot ongeveer 55 millimeter diep zonder er aan de achterkant doorheen te komen. Zuig het boorgat leeg voordat je de plug erin duwt, want gipsstof in het gat kost je houvast.

Kun je een tv ophangen aan een gipsblokken muur?

Ja, ook een zware, maar niet met de pluggen die standaard bij de beugel zitten. Tot ongeveer dertig kilo en met de beugel vlak tegen de wand red je het met pluggen van tien millimeter die je over meerdere blokken verdeelt. Voor een tv ophangen aan een gipsblokken muur met een zwenkarm, of boven de dertig kilo, werk je door de wand heen: een multiplexplaat van achttien millimeter over minstens drie blokken, vastgezet met draadeinden en verdeelplaatjes aan de achterzijde. Reken altijd met de arm volledig uitgeklapt.

Wat is de draagkracht van een gipsblokken muur?

De fabrikanten houden drie grenzen aan. Tot vijftien kilo hang je op met haken en pluggen en reken je op ongeveer vijf kilo per bevestigingspunt. Tussen vijftien en dertig kilo moet het gewicht maal de afstand tot de wand onder de dertig kilo maal meter blijven, en bij een doorlopende belasting zoals keukenkasten onder de vijftien kilo maal meter per strekkende meter wand. Boven de dertig kilo houdt bevestigen met pluggen op en boor je de wand door om een verdeelplaat of een ingelijmd houtblok te kunnen gebruiken.

Welke zaag gebruik je voor gipsblokken?

Een gewone handzaag met grove tanding gaat er zonder moeite doorheen, maar pak een oude zaag, want gips maakt de tanding sneller bot dan hout. Er bestaan blokkenzagen met hardmetalen tanden die daar wel tegen kunnen. Voor gipsblokken zagen in een staande wand pak je een reciprozaag met een lang, grof blad en zet je de pendelslag uit, anders loopt het blad in het zachte materiaal weg en zaag je aan de achterkant scheef. Een decoupeerzaag met stofafzuiging is prettiger voor kleine sparingen. Zaag je een doorgang, dan hoort daar een latei boven de opening bij.

Kun je gipsblokken lijmen met fix en finish?

Dat kan, en op de bouw gebeurt het regelmatig, maar het is niet waar je als eerste naar grijpt. Fix en finish is een lijm- en afwerkmortel die vooral bedoeld is voor cellenbeton en lijmblokken, met als voordeel dat je uit dezelfde emmer ook de voegen en oneffenheden gladsmeert. Voor gipsblokken lijmen schrijft de fabrikant een gipsgebonden blokkenlijm voor, en die is beter afgestemd op de zuiging en de werking van gips. Gebruik je toch iets anders, houd dan dezelfde dunne voeg aan en steek de uitpuilende lijm meteen af.

Wat zijn de nadelen van gipsblokken?

De belangrijkste nadelen van gipsblokken zijn de gevoeligheid voor vocht, de beperkte draagkracht per bevestigingspunt en het gewicht bij het verwerken: een blok van zeventig millimeter til je met twintig kilo tegelijk. Daarnaast staat een massieve wand stijf op de vloer, waardoor contactgeluid van deuren en voetstappen goed doorkomt. Boven een doorgang heb je altijd een draagstuk nodig, en zagen of frezen geeft veel fijn stof dat door het hele huis trekt. Daar staat tegenover dat je in één dag een wand hebt die meteen behangklaar is.

Cellenbeton of gipsblokken, wat kun je beter nemen?

Voor een droge binnenruimte ben je met gipsblokken sneller klaar, want ze zijn glad uit de mal en na het vullen van de naden kun je behangen. Cellenbeton moet je altijd eerst stukadoren. Waar vocht in het spel is draait het om: in een badkamer, een schuur of een garage kan cellenbeton wel tegen de omstandigheden en gewoon gips niet. Cellenbeton isoleert ook beter tegen warmte, wat telt bij een wand naar een onverwarmde ruimte. Voor luchtgeluid tussen twee kamers is de massa van gips juist in het voordeel.

Gipsblokken of gipsplaten voor een scheidingswand?

Gipsblokken zijn de snelste route naar een massieve wand die je alleen kunt bouwen en achteraf nog met een zaag kunt aanpassen. Gipsplaten op een frame van hout of metalstud winnen op geluidwering, zeker met steenwol ertussen en dubbele, verspringende beplating aan beide zijden. Leidingwerk is bij een frame eenvoudiger, want je hoeft niet te frezen en dicht te smeren. Wil je later overal iets kunnen ophangen, schroef dan achter de gipsplaten eerst een laag multiplex; dan hoef je je over pluggen nooit meer druk te maken.

Wat zijn Gibo gipsblokken?

Gibo gipsblokken zijn gewone massieve gipsblokken van een bekend merk, dus alles wat over gipsblokken geldt, geldt ook voor deze. Je herkent ze aan de tand-en-groefverbinding aan alle vier de zijden en aan het gladde, witte oppervlak. Ze zijn er in diktes van zestig tot honderdtwintig millimeter en in een vochtwerende uitvoering die doorgekleurd is. Wat je specifiek moet weten over het verwerken en het bevestigen in deze blokken, staat bij het werken met Gibo blokken.

Hoe kun je een gipsblokken muur afwerken zonder te stuken?

Zet de wand eerst in de stucvoorstrijk, want een gipsblok zuigt het water zo snel uit een vulmiddel dat het niet meer bindt. Vul daarna alleen de naden, de purnaad rondom en de beschadigingen, met een scheurstrip of glasvezelweefsel in de aansluitingen en in twee dunne lagen. Schuur licht na en controleer met een looplamp in strijklicht. Voor behang, en zeker voor glasvezelbehang, is dat genoeg. Wil je sausen op een spiegelglad vlak, dan ontkom je niet aan een dunne pleisterlaag over de hele wand.

Wanneer je beter een vakman belt

Een niet-dragende wand van gipsblokken bouwen is prima doe-het-zelfwerk. Er zijn vier situaties waarin je stopt en iemand belt.

De eerste is twijfel over de vraag of een wand draagt. Een gipsblokkenwand draagt zelf nooit een vloer, maar wil je een opening maken in een wand waarvan je de opbouw niet kent, laat dan eerst een constructeur of aannemer kijken. Datzelfde geldt bij verdiepingshoge panelen met transportwapening en bij wanden hoger dan drie meter of langer dan vijf meter: laat de opbouw dan beoordelen in plaats van op een vuistregel te varen.

De tweede is alles wat met gas te maken heeft. Loopt er een gasleiding door of langs de wand, dan verplaats of verkort je die niet zelf, ook geen klein stukje. Voor elektra geldt hetzelfde zodra je in de meterkast moet zijn: alles achter de hoofdzekering is werk voor een erkende installateur.

De derde is een oude wand die eruit moet voordat de nieuwe erin kan. In woningen van voor 1994 kun je in scheidingswandjes, achter vloerzeil en rond leidingschachten asbesthoudend materiaal tegenkomen. Zit er een harde, grijze plaat in die je niet kunt thuisbrengen, sloop dan niet door maar laat het onderzoeken door een gecertificeerd bureau.

De vierde is het stukadoorswerk, als je een spiegelglad wit vlak wilt. Blokken stapelen leer je in een ochtend, een grote wand strak en vlak stuken niet. Een stukadoor doet een kamer in een dag, en dat is vaak minder pijnlijk dan een wand waar je bij elke zonnestraal naar staat te kijken.

Verder lezen over dit onderwerp

diy-gids.nl WANDEN & PLAFOND Dikte gipsplaat
Wanden & plafond

Dikte gipsplaat

diy-gids.nl WANDEN & PLAFOND Latei plaatsen
Wanden & plafond

Latei plaatsen