Regenpijp vervangen van de uitloop tot in de grond
Een regenpijp vervangen is op zichzelf overzichtelijk werk: beugels los, oude pijp eraf, nieuwe op maat zagen en loodrecht ophangen. Het lastige zit aan de twee uiteinden. Bovenin moet de pijp goed onder de uitloop van de goot vallen, onderin bepaalt de aansluiting op de grond of je over een jaar opnieuw staat te graven. Komt het water bij hevige regen juist bovenaan de pijp naar buiten, vervang dan nog niets: dan zit het probleem vrijwel altijd onder de grond.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Rolsteiger of een ladder met stabilisatiebalk
- IJzerzaag met fijne vertanding, of een decoupeerzaag met metaalblad
- Boormachine met steenboor van 8 mm en een stofzuiger erbij
- Schroefbit set en een dopsleutel voor vastgeroeste beugelschroeven
- Schietlood of een kruislijnlaser
- Vijl of schuurpapier om zaagbramen weg te halen
- Rolmaat, potlood en een watervaste stift voor de insteekdiepte
- Schep en een emmer voor de aansluiting in de grond
- Werkhandschoenen en een veiligheidsbril
Materiaal
- Regenpijp in zink of pvc, in de maat van de bestaande uitloop
- Beugels met pen of met schroef en plug, roestvast
- Bochten of een zwanenhals voor de aansluiting onderaan
- Rubber manchet of overschuifmof voor de overgang naar de grondleiding
- Pvc-lijm en reiniger, alleen voor pvc op pvc
- Bladvanger of een rooster in de uitloop
- Stankafsluiter of een hemelwaterput met waterslot
- Lood of loodvervanger voor de doorvoer door het metselwerk
- Zand voor het bed onder de grondleiding
Wanneer een regenpijp echt aan vervanging toe is
Lang niet elke natte gevel komt door de pijp zelf. Voordat je een regenpijp gaat vervangen, wil je weten of het water eruit lekt of er juist niet in komt. Op die twee vragen past een heel ander antwoord, en de pijp is maar een schakel in de goot en de hemelwaterafvoer als geheel.
Kijk eerst tijdens een flinke bui met een paraplu naar boven. Loopt er water over de rand van de goot naast de uitloop, dan zit de goot vol blad of hangt hij verkeerd afgeschoten. Spuit het water bij de bovenste verbinding naar buiten, dan is de overlap daar te klein of de uitloop verstopt. Komt het water juist bovenaan de pijp weer omhoog en langs de buitenkant naar beneden, dan is de leiding onder de grond dicht en duwt het water zichzelf terug naar buiten.
Vaak zie je pas bij droog weer waar de sporen zitten: een groene baan achter de pijp, een uitgespoeld kuiltje in de grond, of een donkere plint op de gevel. Loopt er ook water over de dakrand of langs een dakkapel, dan ligt de oorzaak hoger en kijk je verder op het dak zelf.
Repareren in plaats van vervangen bij zink
Een zinken pijp die verder gaaf is en alleen op een naad of bij een beugel lekt, hoeft er niet af. Solderen is de nette oplossing: zink schoonschuren tot het blank is, vloeimiddel aanbrengen, en met een zware soldeerbout of een gaskolf zachtsoldeer laten vloeien. Dat vraagt wel wat oefening en het is geen werk dat je op een ladder wilt doen, dus haal het stuk er liever af en soldeer het beneden.
Voor wie niet soldeert, werkt een tweecomponenten koudlasmiddel op epoxybasis met staalvezel verrassend goed. Ontvet en schuur het zink rondom de scheur, meng het spul en druk het met een plamuurmes over de naad en een paar centimeter aan weerszijden. Zo'n reparatie op een zinken goot en pijp zit na zes jaar weer en wind nog steeds muurvast en dicht. Wat niet werkt is een tape of een kwastlaag op een vochtig, vuil oppervlak: die laat binnen een winter aan de randen los en het water kruipt eronder.
De grens ligt bij de staat van het zink zelf. Voel je met een schroevendraaier dat het blik rond de scheur meegeeft, of zie je meerdere putjes van binnenuit, dan is de hele pijp op. Dan is repareren zonde van de moeite en zaag je hem eraf.
| Wat je ziet | Wat er meestal aan de hand is | Vervangen of eerst iets anders doen |
|---|---|---|
| Natte streep op de gevel achter de pijp | Scheur in de langsnaad van zink of een mof die openstaat | Zink is soms te repareren, een mof zet je gewoon opnieuw |
| Water komt bij hevige regen bovenaan de pijp naar buiten | De leiding onder de grond zit dicht of is gebroken | De pijp is niet het probleem, eerst ondergronds kijken |
| Groene aanslag en mos over de hele lengte | Er loopt continu water langs de buitenkant, meestal vanaf de uitloop | Alleen de bovenste verbinding en de uitloop aanpakken |
| Roestbruine putjes en papierdunne plekken in zink | Het zink is aan het einde van zijn levensduur, vaak na veertig jaar | Vervangen, een pleister houdt hier maar kort stand |
| De pijp tikt en klappert bij wind | Beugels zitten los of hangen te ver uit elkaar | Alleen de beugels vervangen en bijzetten |
| Bolstaand of gescheurd stuk vlak boven de grond | Er bleef water in staan dat is bevroren | Onderste stuk vernieuwen en de afvoer eronder vrijmaken |
| De grond rond de voet is weggezakt | Water spoelt naast de leiding weg door een breuk of een open verbinding | De ondergrondse aansluiting vernieuwen, niet alleen de pijp |
| Rioollucht uit de pijp bij warm weer | Er zit geen waterslot tussen de pijp en het riool | Onderin een stankafsluiter aanbrengen |
Heb je geen zin om in de regen te staan? Leg een tuinslang in de goot bij de uitloop en zet hem een kwartier aan. Je ziet dan rustig waar het water uit komt, en je kunt tegelijk iemand beneden laten kijken.
Zink, pvc of aluminium: welk materiaal je voor de nieuwe regenpijp kiest
Een regenpijp hangt in Nederland meestal in zink of pvc, soms in aluminium, gietijzer of koper, en wat er al aan het huis zit maakt de keuze vaak voor je. Zit er zink aan de rest van de gevel, dan valt een grijze pvc-pijp aan de voorgevel onmiddellijk op. Aan een achtergevel of een schuur ziet niemand dat verschil en is pvc de goedkoopste en makkelijkste weg.
Zink werkt met overlappende verbindingen en soms met soldeerwerk, is stevig, en gaat bij normaal gebruik veertig tot zestig jaar mee. Pvc is lichter, zaag je met een gewone zaag en lijm je waterdicht, maar zet flink uit bij zon en wordt na jaren uv-licht bros aan de zonzijde. Aluminium hangt vaak aan nieuwbouw met kunststof goten en is niet te solderen: die verbindingen zijn steek- of klemverbindingen.
Gietijzer zie je bij oudere panden en binnen in het trappenhuis van gestapelde bouw. Dat is zwaar, vaak ingemetseld en niet iets om even zelf uit te wisselen. Wat er ook hangt: meng geen koper boven zink. Water dat van koper afloopt, vreet een zinken pijp in een paar jaar door.
| Materiaal | Gangbare maten | Hoe het zich houdt | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Zink | Rond 80 mm, ook 70 en 100 mm; vierkant 70x70 en 80x80; lengtes van 2 en 3 meter | Veertig tot zestig jaar, kan plaatselijk gesoldeerd worden | Dikte 14 of 16 nemen, dunner blik deukt bij de eerste fietstrapper |
| Pvc, grijs | 70, 80 en 100 mm, lange lengtes die je zelf inkort | Dertig jaar of meer, verkleurt en wordt bros aan de zonzijde | Ruimte houden voor uitzetting, anders drukt de pijp zijn beugels los |
| Aluminium | Rond 80 mm en rechthoekige profielen bij kunststof gootsystemen | Lang houdbaar, gecoat oppervlak beschadigt wel snel | Niet te solderen, dus alleen werken met de moffen van het systeem |
| Gietijzer | 80 en 100 mm, korte stukken met bolle mof | Zeer lang, maar breekt bij een klap en roest van binnenuit dicht | Zwaar en meestal ingemetseld, laat dit aan een dakdekker |
| Koper | 80 mm, vooral bij monumenten en kappen met koperen goten | Langste levensduur van allemaal, prijzig | Nooit boven zink plaatsen, het afstromende water tast zink aan |
De juiste maat kiezen en goed opmeten
Bijna altijd neem je de maat over die er al hangt, want de uitloop in de goot bepaalt waar je aan vastzit. Meet die uitloop eerst op: de pijp schuift eroverheen of erin, en tien millimeter naast de maat betekent dat de overlap niet sluit en de bovenkant gaat lekken. Meet aan de buitenkant met een rolmaat om de pijp heen als je er niet bij kunt met een schuifmaat, en deel de omtrek door drie.
Wil je opschalen omdat de pijp het bij een hoosbui niet trekt, houd dan een vuistregel aan. Één ronde pijp van 80 millimeter neemt in de praktijk het water van ongeveer zestig tot honderd vierkante meter dakvlak. Dat is een praktijkgetal en geen norm, want de echte capaciteit hangt af van de uitloop in de goot, het aantal bochten en de regenintensiteit waarmee gerekend wordt. De uitloop is meestal de smalste plek, dus een dikkere pijp onder een kleine tuit levert weinig op.
Meet daarna de lengte in stukken: van de uitloop tot de eerste bocht, het schuine deel langs het overstek, en het rechte stuk tot vlak boven de grond. Tel bij elke verbinding de insteekdiepte op, want die verdwijnt in de mof. Reken bij zink op ongeveer vijf centimeter overlap per verbinding.
| Dakvlak dat op deze pijp afwatert | Wat er gangbaar hangt | Waar je op let |
|---|---|---|
| Tot ongeveer 30 m², een schuur of een aanbouw | 60 of 70 mm | Snel dicht door blad, dus een rooster in de uitloop |
| 30 tot 80 m², de helft van een rijtjeshuis | 80 mm rond of 70x70 vierkant | De meest voorkomende maat, ook het ruimst verkrijgbaar |
| 80 tot 150 m², een vrijstaand dakvlak | 100 mm, of twee pijpen van 80 mm | Twee pijpen verdelen ook het risico bij een verstopping |
| Plat dak of een dakterras | Afvoer volgens de berekening van het dak, plus een noodoverstort | De noodoverstort moet zichtbaar naar buiten lozen, nooit op dezelfde pijp |
| Een schuine bak of een verholen goot | Volgt de maat van de bestaande tuit | Hier zit vrijwel altijd een gesoldeerde uitloop die je moet ontzien |
Loopt de pijp binnendoor, door een berging of een trappenhuis? Dan is een lekkage veel schadelijker en gelden er andere eisen aan de verbindingen. Binnenpijpen worden niet los ingestoken maar volledig verlijmd of gesoldeerd, met beugels op elke verdiepingsvloer.
De oude pijp eraf halen zonder de gevel te slopen
Werk van boven naar beneden en zaag de pijp onderweg in stukken van ongeveer een meter. Een hele pijp van zes meter die aan één kant loskomt, gaat zwaaien en neemt beugels en voegen mee. Kortere stukken laat je gewoon vallen op een oude deken.
De beugels zijn het echte werk. Oude zinken beugels hebben een pen die in het metselwerk is gemetseld: die krijg je er alleen uit door hem af te zagen of eromheen de voeg uit te hakken. Moderne beugels zitten met een schroef in een plug. Zit die schroef vast van de roest, geef hem dan een tik met een hamer op de schroevendraaier voordat je gaat draaien, want een rondgedraaide kop betekent boren.
Wrik nooit met een koevoet tegen het metselwerk. De voeg breekt uit en je hebt er een reparatie bij. Kom je er niet uit, zaag de beugel dan door met een multitool of een ijzerzaagblad in de hand en laat het restje in de muur zitten. Achter een regenpijp loopt vaker dan je denkt een kabel van een gevellamp of een deurbel, netjes weggewerkt in de schaduw van de pijp. Kom je die tegen, werk er dan omheen; moet de lamp er toch af, schakel dan eerst de groep uit, net als bij het vervangen van een buitenlamp.
Op een ladder heb je één hand vrij, en zagen kost er twee. Tot ongeveer gootrandhoogte van een begane grond kun je met een ladder met stabilisatiebalk uit de voeten. Daarboven hoort een rolsteiger of een hoogwerker, met de wielen op de rem en een stabilisator uit. Een ladder die wegglijdt op natte tegels is de meest voorkomende ernstige klusongeval bij goten en pijpen.
De nieuwe regenpijp ophangen: mof, beugels en uitzetting
Begin bovenaan bij de uitloop en werk naar beneden. Het bovenste stuk schuift over de tuit van de goot, met een overlap van ongeveer vijf centimeter. Elke volgende verbinding gaat dezelfde kant op: het bovenste deel steekt ín het onderste deel, zodat het water aan de binnenkant blijft. Een mof die verkeerd om zit, ziet er even netjes uit en lekt bij elke bui bij die naad naar buiten.
Hang de pijp loodrecht met een schietlood of een laser. Een regenpijp die twee centimeter uit het lood staat, zie je vanaf de straat meteen. Zet een beugel direct onder elke verbinding en verder om de anderhalve meter, met de onderste beugel ongeveer tien centimeter boven het einde. Boor in de voeg en niet in de baksteen: een voeg herstel je later met wat mortel, een gespleten steen niet. Houd de pijp met de beugel een paar centimeter vrij van de gevel, zodat de muur erachter kan drogen.
Bij pvc is er één punt dat mensen overslaan. Een pvc-pijp van zes meter in de volle zon wordt zomers tientallen graden warmer dan in de winter en zet daarbij ruim een centimeter uit. Schuif de pijp daarom tot de aanslag in de mof, trek hem er dan een centimeter uit en zet daar een streepje. Alleen de beugel direct onder de mof zet je vast, de rest laat je de pijp glijdend vasthouden.
Vijl na het zagen een lichte afschuining aan de buitenkant van het pijpuiteinde. Zonder die afschuining schraapt de zaagbraam de rubberring uit de mof en heb je precies daar over twee jaar een lekkage.
De onderkant: zwanenhals, put en de overgang naar de grond
Onder de pijp gebeurt het echte werk. In de meeste Nederlandse tuinen gaat de pijp met een bocht de grond in, meteen daarna in een zwanenhals of een put, en van daaruit naar de hoofdafvoer. Alles wat daar beweegt of verzakt, komt uiteindelijk terug als een natte gevel of een uitgespoeld gat naast de tegels.
De belangrijkste keuze is de verbinding. Pvc op pvc kun je lijmen en dat is waterdicht, maar een gelijmde reeks is star: bij een tuin die nog zakt scheurt hij op het zwakste punt. Wij maken de laatste verbinding voor de grond daarom liever met een rubber manchet of een overschuifmof. Die vangt een paar millimeter zetting op en je kunt de pijp er later uithalen om te spoelen zonder een zaag te pakken. Onder de grond zelf mag alles gelijmd zijn, mits het op een bed van zand ligt en niet op puin of op een uitstekend stuk fundering.
Laat geen bestrating op de pijp rusten. Tegels die op de bocht liggen, drukken hem bij elke stap verder in elkaar en de scheur komt jaren later precies daar. Leg er een tegel overheen op een laag zand of, bij een pad waar zwaarder verkeer overheen gaat, een stoeptegel als brug. Vervang je meteen een groter stuk van de leiding in de tuin, dan gelden dezelfde regels als bij het vervangen van riolering in de tuin: voldoende verval, zand eronder en geen scherpe bochten.
| Verbinding | Waar hij op zijn plaats is | Waar het misgaat |
|---|---|---|
| Gelijmde pvc-mof | Onder de grond en op vaste ondergrond | Scheurt bij zetting, en je krijgt hem nooit meer los zonder zaag |
| Rubber manchet of overschuifmof | De laatste verbinding boven het maaiveld | Schuift weg als hij niet met een klemband wordt vastgezet |
| Krimpmof met rubberring | Pvc op oud gres of op beton, waar de diameters verschillen | Verkeerde maat kiezen, meet de buitendiameter van het gres eerst |
| Zinken pijp in een pvc-mof geschoven | De overgang van zink naar de grondleiding | Pvc-lijm hecht niet op zink, dus altijd met een rubberring werken |
| Gesoldeerde zinkverbinding | Zichtbaar werk aan de voorgevel | Vraagt een zware bout en vloeimiddel, niet te doen op een ladder |
| Losse insteek met alleen overlap | Boven de grond bij zink, waar het water toch naar beneden loopt | Te weinig overlap, waardoor de wind het water eruit blaast |
Rioollucht uit de pijp en de stankafsluiter onderin
Bij een gemengd rioolstelsel gaat het hemelwater dezelfde buis in als het afvalwater. Zit er dan geen waterslot tussen, dan heb je een open verbinding van het riool naar je gevel en ruik je dat vooral bij warm, windstil weer. Dat is geen kapotte pijp: er ontbreekt een stankafsluiter.
De verleiding is groot om halverwege de pijp een sifon in te lijmen. Doe dat niet. Een waterslot hoog aan de gevel loopt in een droge periode leeg, en dan is de stank terug.
In de eerste vorstnacht vriest zo'n bocht kapot, en blad dat uit de goot meekomt blijft erin hangen tot de hele pijp overloopt. Bij een hoosbui werkt hij ook nog als een rem waar het water niet snel genoeg langs kan.
De plek voor het waterslot is onderin, in de grond. Dat kan een gietijzeren of kunststof stankafsluiter direct onder de pijp zijn, of een hemelwaterput waarin permanent water staat. Zo'n put heeft nog een tweede functie: het zand en het gruis van de dakpannen zakken erin naar de bodem in plaats van in de hoofdleiding. Een put met een deksel dat je kunt openen, kun je één keer per jaar leeghalen. Loost je pijp op een gescheiden stelsel, op een infiltratiekoffer of op een sloot, dan is er geen rioollucht en heb je ook geen waterslot nodig.
Sluit nooit de afvoer van een wasmachine of vaatwasser aan op de regenpijp. Dat komt in oudere huizen voor en het gaat op twee manieren mis: bij vorst bevriest het water in de verticale pijp en de zeepresten vervuilen de leiding tot hij dichtslibt. Bovendien loopt het waswater dan bij een gescheiden stelsel rechtstreeks het oppervlaktewater in.
Water dat bovenaan naar buiten komt: het probleem zit onder de grond
Er is één beeld dat mensen op het verkeerde been zet: bij flinke regen loopt het water van bovenaf langs de buitenkant van de pijp naar beneden, terwijl de goot zelf schoon is. De reflex is dan de goot of de pijp aanpakken, maar dat helpt niet. Een verticale pijp die vol water komt te staan, duwt het water bij de bovenste verbinding weer naar buiten, en dat gebeurt alleen als de leiding eronder het niet kwijt kan.
Test het van beneden af. Haal de pijp los boven de grond en zet er water in met de tuinslang. Loopt het weg, dan zit de verstopping hoger. Loopt het niet weg of borrelt het terug, dan weet je genoeg. Voor die test staat de buitenkraan een tijd open; lekt die zelf langs de steel mee, dan heb je daar een kraan die aan vervanging toe is en een klus voor een andere dag.
Ga niet meteen graven. Een camera-inspectie kost een dagdeel en wijst de plek en de aard van het probleem aan: een verzakking, een wortel, een gebroken mof of gewoon jarenlang bezonken zand. Anders graaf je een tuin open op de plek waar het probleem niet zit, wat vooral vervelend is als de bestrating er net opnieuw in ligt. Is de grondleiding gebroken, dan komt daar een stuk vervanging bij dat verder gaat dan de pijp aan de gevel.
Weet je niet waar de leiding naartoe loopt? Kijk in de kruipruimte. Bij veel rijtjeshuizen komt de hemelwaterafvoer daar samen met de hoofdafvoer, en je ziet in één blik welke kant het uit gaat en of er een ontstoppingsstuk zit.
Bladvanger, overstort en wat er bij een hoosbui gebeurt
Bij een echte plensbui kan het gemeenteriool het soms niet aan. Het water stijgt dan in de leiding en de regenpijp loopt van onderaf vol. Een dichte pijp perst dat water bovenaan naar buiten, precies langs de gevel. Zit er op ongeveer een meter hoogte een opening in, dan loopt het overtollige water daar rustig uit, op een plek waar het geen schade doet.
Dat is meteen de tweede functie van een bladvanger, het kastje in de pijp met een uitneembaar korfje. Het vangt blad en mos af, en de opening werkt bij een volle leiding als overstort. Hetzelfde geldt voor de kleine overstorten van drie centimeter die je in een gedeelde goot tussen twee huizen ziet: die zijn er om te voorkomen dat de goot bij vollopen naar binnen loopt. Maak zulke openingen nooit dicht omdat er soms wat water uit komt.
Werkt de pijp op een gescheiden stelsel of op de tuin, dan is er nog een prettige mogelijkheid. Je kunt de pijp afkoppelen naar een regenton, een verzonken krat of gewoon een grindstrook. Bij een aanbouw of een tuinhuis kan het water ook zichtbaar naar beneden lopen langs een regenketting in plaats van een dichte pijp, met een put of een grindbak eronder.
Lood vervangen rond de goot, de doorvoer en de pijp
Bij het vervangen van een regenpijp kom je bijna altijd lood tegen: onder de gootbak, langs de muuraansluiting, of als kraag rond een doorvoer waar de pijp door het metselwerk gaat. Zit dat lood los, is het gescheurd of hangt het als een golfplaat te klapperen, dan is het lood vervangen onderdeel van dezelfde klus. Het heeft weinig zin om een nieuwe pijp onder een lekkend loodstuk te hangen.
Lood zet met warmte fors uit en trekt in de nacht weer samen. Zit een strook over een lengte van twee meter aan beide einden vast, dan scheurt hij binnen een paar jaar in het midden. De regel die je aanhoudt is stukken van ongeveer een meter, met tien centimeter overlap, en per stuk maar aan één zijde bevestigd. Voor slabben en muuraansluitingen wordt meestal code 15 gebruikt, ingehakt in de voeg over ongeveer twee centimeter diep, met loodproppen vastgezet en daarna afgevoegd. Nieuw lood behandel je aan de bovenkant met patineerolie, anders spoelt het witte oxide eraf en trekken er grijze strepen over je gevel.
Er is één combinatie waar je op moet letten: laat water dat over lood loopt niet direct op een zinken goot of pijp uitkomen. Zink is onedeler en wordt daardoor aangetast, met putjes en uiteindelijk gaatjes op de plek waar de druppels vallen. Loop je tegen groter loodwerk aan bij een dakkapel of een schoorsteen, dan vind je de werkwijze bij het vervangen van een loodslab. Lood in een oud raam is iets heel anders: daar gaat het om de profielen tussen het glas. Wie daar tocht en kou wil aanpakken, komt eerder uit bij een voorzetraam voor glas in lood.
Loodstof en loodresten hoor je niet in huis of in de tuin. Werk met handschoenen, zaag of vijl lood niet droog in de wind, en was je handen voordat je iets eet. Restanten lever je in bij de milieustraat, ze horen niet bij het bouwafval en zeker niet in de grond.
Zo vervang je een regenpijp van de goot tot in de grond
Deze volgorde werkt voor een gewone gevelpijp in zink of pvc, van de uitloop tot aan de aansluiting op het maaiveld.
-
Stel eerst vast waar het water blijft
Zet een kwartier water in de goot met een tuinslang en kijk waar het uit komt: bij de uitloop, bij een verbinding, of bovenaan terug omhoog. Komt het bovenaan terug, stop dan hier en pak eerst de leiding onder de grond aan. Een nieuwe pijp aan een verstopte afvoer lekt op precies dezelfde plek.
-
Meet de uitloop en de lengtes op
Meet de diameter van de tuit in de goot, en daarna de lengtes per stuk: van uitloop tot bocht, het schuine deel, en het rechte deel tot boven de grond. Tel per verbinding de overlap erbij, bij zink ongeveer vijf centimeter. Zo koop je in één keer het juiste aantal meters en bochten.
-
Zet een veilige werkplek neer
Tot gootrandhoogte van een begane grond werk je met een ladder met stabilisatiebalk op een vlakke ondergrond. Moet je hoger, dan komt er een rolsteiger of hoogwerker, met de wielen op de rem. Zagen kost twee handen, en die heb je op een ladder niet vrij.
-
Haal de oude pijp van boven naar beneden weg
Zaag de pijp in stukken van ongeveer een meter en werk naar beneden. Draai de beugelschroeven eruit of zaag de beugel door. Wrik niet met een koevoet tegen de voeg, want dan hak je het metselwerk kapot en heb je een extra reparatie. Kom je een kabel achter de pijp tegen, werk daar dan omheen.
-
Hang het bovenste stuk onder de uitloop
Schuif het bovenste deel over de tuit van de goot met een ruime overlap en zet daar meteen een beugel onder. Van hieruit werk je naar beneden, waarbij elk volgend stuk ín het onderliggende deel steekt. Het water blijft dan bij elke verbinding aan de binnenkant.
-
Beugel de pijp loodrecht en met speling
Hang een schietlood langs de gevel en zet de beugels om ongeveer anderhalve meter, met er altijd één onder een verbinding. Boor in de voeg, niet in de steen. Bij pvc schuif je elke pijp tot de aanslag en trek je hem daarna een centimeter terug voor de uitzetting, waarbij alleen de beugel bij de mof echt klemt.
-
Maak de aansluiting op de grond los verwisselbaar
Zet de laatste verbinding boven het maaiveld met een rubber manchet of een overschuifmof met klemband, zodat zetting wordt opgevangen en je de pijp later kunt uitnemen om te spoelen. Zit er geen waterslot in de leiding en loost hij op een gemengd riool, breng dan onderin een stankafsluiter of een hemelwaterput aan. Voor het deel dat verder de tuin in loopt gelden de regels van een grondleiding vervangen: zandbed, verval en ruime bochten.
-
Zet er water op en kijk de hele lijn na
Laat de tuinslang tien minuten in de goot lopen en loop de pijp van boven naar beneden na met een droge hand langs elke verbinding. Kijk ook naar de voet: blijft de grond daar droog, of spoelt er zand weg? Plaats daarna de bladvanger terug en leg de bestrating zo terug dat er geen tegel op de pijp rust.
Nakijken voordat je opruimt
Uit de praktijk
Water dat bij elke bui bovenaan langs de pijp naar beneden liep
Bij hevige regen liep het water van bovenaf aan de buitenkant van de pijp naar beneden. Er was al een loodgieter geweest die een klein gat in de goot had geboord, maar dat loste niets op. Rond de voet van de pijp was de aarde over een halve meter weggeslagen en weggezakt, en de vorige eigenaar bleek er ook al eens iemand naar te hebben laten kijken.
Dat beeld wijst niet naar de goot maar naar de leiding eronder. Een verticale pijp die vol water komt te staan, drukt het water bij de bovenste naad weer naar buiten. Na wat graven bleek de pijp met een bocht omhoog te gaan en dan weer omlaag de hoofdafvoer op, richting de kruipruimte. Alles zat verlijmd, dus er viel met de hand niets los te maken.
Wat hier de doorbraak bracht was een camera-inspectie in plaats van nog meer graafwerk. Die wijst de plek en de aard van het probleem aan, waarna je gericht één stuk bestrating opneemt. Achteraf was dat goedkoper dan het halve terras eruit halen op goed geluk.
Stank uit de regenpijp en het plan om er een sifon in te lijmen
Eén van de pijpen aan de gevel stonk behoorlijk, vooral bij warm weer. Het plan was om de pijp op ongeveer een kwart van de hoogte door te zagen en daar een sifon in te lijmen. Het onderste deel zou dan een paar centimeter opschuiven om de extra breedte op te vangen.
Technisch kan dat, maar het lost het probleem niet duurzaam op. Een waterslot hoog aan de gevel droogt in een regenloze periode uit en dan is de stank terug. In de eerste vorstnacht vriest het staande water kapot, en blad en mos uit de goot blijven in die bocht hangen tot de pijp overloopt.
De oorzaak zat elders: de pijp loosde op een gemengd riool zonder waterslot in de grond. Daar hoort onderin een stankafsluiter of een put met permanent water in. Loost een pijp op een gescheiden stelsel, een infiltratiekrat of open water, dan is er geen rioollucht en heb je dat waterslot ook niet nodig.
Een dertig jaar oude aansluiting waar de tegels op rustten
Bij graafwerk in de tuin kwam een aansluiting van ruim dertig jaar oud tevoorschijn: een zwanenhals met een stankafsluiter, waarvan het onderste deel op een uitstekend stuk fundering rustte. Dieper leggen kon dus niet. Erger was dat de bestratingstegels rechtstreeks op de pijp lagen te drukken.
De vraag was of de nieuwe verbindingen gelijmd moesten worden of met rubber moffen, met het oog op verzakking. Wij kiezen daar voor een combinatie: onder de grond gelijmd op een bed van zand, en de laatste verbinding vlak boven het maaiveld met een rubber manchet en een klemband. Die vangt de zetting op en je kunt de pijp er later uitnemen om te spoelen.
Voor de tegels is de oplossing simpel maar wordt hij zelden toegepast. Leg een laagje zand over de pijp en daar bovenop een stoeptegel als brug, zodat de last op de grond ernaast rust en niet op de bocht. Zo hoefde de aansluiting niet dieper en droeg hij toch niets.
Een lekkende naad in zink die geen soldeerbout nodig had
Een zinken goot met bijbehorende pijp lekte op de lasnaden. De keuze leek te gaan tussen opnieuw laten solderen of er een rubberachtige coating overheen smeren, en dat laatste was al eens geprobeerd op een ander huis met matig resultaat.
Wat hier werkte was een tweecomponenten koudlasmiddel op epoxybasis, versterkt met staalvezel. Het zink werd rondom de naad blank geschuurd en ontvet, waarna het middel met een plamuurmes een paar centimeter aan weerszijden werd uitgestreken. Zes jaar later, na alle weer en wind die daarbij hoort, zit het nog steeds muurvast en volledig dicht.
De voorwaarde zit hem in de voorbereiding. Op een vuil of vochtig oppervlak hecht dit spul net zo slecht als tape, en dan kruipt het water er binnen een winter onder. En is het zink rondom de scheur al zo dun dat het meegeeft onder een schroevendraaier, dan is repareren zonde van de moeite.
Veelgemaakte fouten
De pijp vervangen terwijl het probleem onder de grond zit
Water dat bovenaan naar buiten komt, betekent bijna altijd dat de leiding eronder vol staat. Een nieuwe pijp lekt dan op precies dezelfde plek, alleen glimmender. Test eerst vanaf de onderkant met een tuinslang voordat je materiaal koopt.
De mof de verkeerde kant op monteren
Het bovenste deel hoort ín het onderste te steken, zodat het water aan de binnenkant blijft. Andersom ziet er van een afstand hetzelfde uit, maar bij elke bui loopt er water uit de naad en krijg je een natte streep op de gevel die je aan de pijp niet ziet.
Pvc strak in de mof duwen en alle beugels vastzetten
Een pvc-pijp in de zon zet over zes meter ruim een centimeter uit. Zit hij aan beide einden klem, dan drukt hij zijn beugels los of gaat hij bol staan. Trek elke pijp een centimeter terug uit de aanslag en klem alleen de beugel direct onder de mof.
Een sifon halverwege de pijp inbouwen tegen de stank
Een waterslot aan de gevel loopt in droge weken leeg, vriest in de winter kapot en vangt al het blad uit de goot op. Het waterslot hoort onderin de grond, in een stankafsluiter of een put waar altijd water in staat.
Bestrating op de bocht of op de grondleiding laten rusten
Tegels die direct op de pijp liggen, drukken hem bij elke stap verder in elkaar. De scheur ontstaat jaren later precies op dat punt, meestal net onder de tegel die je het lastigst kunt opnemen. Leg zand ertussen en een tegel als brug op de grond ernaast.
Zink met pvc-lijm aan een grondleiding plakken
Pvc-lijm werkt door het oplossen van het kunststof en hecht dus niet op zink. Zo'n verbinding lijkt een dag lang goed en laat daarna los, vaak ongemerkt onder het maaiveld. Gebruik hier een rubber manchet of een overschuifmof met ring.
Water van lood direct op zink laten druppelen
Zink is onedeler dan lood en koper. Waar het afstromende water van een loodslab of een koperen detail steeds op dezelfde plek van een zinken goot of pijp valt, ontstaan putjes en uiteindelijk gaatjes. Leid dat water om of gebruik daar een ander materiaal.
Op een ladder gaan zagen
Zagen kost twee handen en een ladder vraagt er één. Werken op gootrandhoogte van een verdieping hoort vanaf een rolsteiger of een hoogwerker te gebeuren. Een ladder die op natte tegels wegglijdt, is de meest voorkomende ernstige val bij werk aan goten.
Veelgestelde vragen
Wat kost het om een regenpijp te vervangen?
Aan materiaal ben je voor een gewone gevelpijp van gootrand tot grond meestal veertig tot honderdvijftig euro kwijt, waarbij pvc onderaan die reeks zit en zink er ruim boven. Beugels, bochten en een bladvanger tellen daarbij op. Laat je het uitbesteden, dan is de steiger of hoogwerker vaak de grootste post, zeker als de pijp langs een tweede verdieping loopt. Moet er ook ondergronds gegraven of gespoeld worden, dan loopt het snel op en is een camera-inspectie vooraf goedkoper dan graven op goed geluk.
Kan ik een zinken regenpijp vervangen door pvc?
Technisch kan dat prima, en het is goedkoper en makkelijker te verwerken. Er zijn twee dingen die je meeneemt. Een grijze pvc-pijp aan een verder zinken gevel valt op, dus aan de voorkant van een woning is dat vaak geen prettig gezicht en soms zelfs niet toegestaan in een beschermd stadsgezicht. Verder kun je pvc niet aan zink lijmen: op de plek waar de zinken uitloop van de goot in de pvc-pijp valt, werk je met een rubberring of een manchet en niet met lijm.
Hoe krijg ik de rioollucht uit mijn regenpijp weg?
Die lucht betekent dat de pijp op een gemengd riool loost zonder waterslot ertussen. De oplossing zit onderin, in de grond: een stankafsluiter direct onder de pijp of een hemelwaterput waarin permanent water staat. Bouw geen sifon halverwege de pijp in, want die loopt in droge periodes leeg, vriest kapot en raakt verstopt met blad. Loost je pijp op een gescheiden stelsel, op een infiltratiekrat of op open water, dan is er geen verbinding met het riool en ontstaat er ook geen stank.
Waarom loopt het water bij hevige regen bovenaan langs de regenpijp?
Omdat de leiding onder de pijp het water niet kwijt kan. De pijp loopt van onderaf vol, en zodra hij tot boven toe onder water staat, wordt het overschot bij de bovenste verbinding naar buiten geduwd. Meestal is er ondergronds een verstopping van bezonken zand, een wortel of een verzakte mof. Soms is het gemeenteriool bij een piekbui zelf de beperking en gebeurt het alleen bij extreem weer. Zakt de grond rond de voet van de pijp weg, dan wijst dat op een breuk in de leiding.
Moet ik de verbindingen onder de grond lijmen of met rubber moffen maken?
Onder de grond mag alles gelijmd zijn, mits het geheel op een bed van zand ligt en niet op puin of op een stuk fundering. Zo'n gelijmde reeks is star, dus wij maken de laatste verbinding vlak boven het maaiveld liever met een rubber manchet of een overschuifmof met klemband. Die vangt een paar millimeter zetting op en je kunt de pijp er later uithalen om te spoelen zonder te zagen. In een tuin die nog aan het zakken is, spoel je later gewoon door in plaats van opnieuw te graven.
Hoeveel beugels heb ik nodig en op welke afstand?
Wij houden ongeveer anderhalve meter aan tussen de beugels, met altijd één beugel direct onder een verbinding en één op ongeveer tien centimeter boven het onderste einde. Voor een gewone gevelpijp van zes meter kom je zo op vier tot vijf beugels. Boor in de voeg en niet in de baksteen, want een voeg herstel je later met wat mortel. Houd de pijp een paar centimeter vrij van de gevel zodat het metselwerk erachter kan drogen.
Mag ik de afvoer van de wasmachine op de regenpijp aansluiten?
Doe dat niet, ook al kom je het in oudere huizen tegen. In een verticale buitenpijp bevriest het achterblijvende water bij vorst, en de zeep en het vet uit het waswater slaan neer op de wand tot de leiding dichtslibt. Loost de regenpijp op een gescheiden stelsel, dan komt het waswater rechtstreeks in het oppervlaktewater terecht, en dat is niet toegestaan. Zit er echt geen afvoer in de buurt, dan is een nieuwe afvoerleiding naar de bestaande riolering de juiste weg.
Welke diameter regenpijp heb ik nodig?
In woningbouw is 80 millimeter rond of 70 bij 70 vierkant de standaardmaat, en die neemt als vuistregel het water van ongeveer zestig tot honderd vierkante meter dakvlak. Bij een groter dakvlak zie je 100 millimeter of twee pijpen van 80. Dat zijn praktijkgetallen en geen norm: de werkelijke capaciteit hangt af van de uitloop in de goot, het aantal bochten en de regenintensiteit waarmee gerekend wordt. Omdat de tuit in de goot vaak de smalste plek is, levert alleen een dikkere pijp eronder weinig extra op.
Kan ik een lekkende zinken regenpijp repareren in plaats van vervangen?
Als het zink verder gaaf is en het alleen bij een naad lekt, kan dat. Solderen is de nette manier: blank schuren, vloeimiddel aanbrengen en met een zware bout of gaskolf zachtsoldeer laten vloeien, bij voorkeur met het stuk beneden op een werkbank. Wie niet soldeert, komt ver met een tweecomponenten koudlasmiddel op epoxybasis met staalvezel, uitgestreken over een geschuurde en ontvette naad. Geeft het zink rond de scheur mee onder een schroevendraaier, dan is de pijp op en heeft plakken geen zin.
Wanneer moet ik het lood rond de goot en de pijp vervangen?
Lood vervangen is aan de orde zodra je scheuren in het midden van een strook ziet, het lood klappert in de wind, of het uit de voeg is gezakt. Scheuren ontstaan vrijwel altijd doordat een te lang stuk aan beide zijden vastzit en niet kan werken. Nieuw lood leg je in stukken van ongeveer een meter met tien centimeter overlap, per stuk aan één zijde bevestigd, ingehakt in de voeg en daarna afgevoegd. Behandel de bovenkant met patineerolie, anders spoelt er witte uitslag over je gevel.
Hoe voorkom ik dat de regenpijp in de winter kapotvriest?
Bevriezen gebeurt alleen waar water blijft staan, dus onderin bij een verstopping of in een bocht die niet leegloopt. Houd de goot en de bladvanger schoon zodat het water doorloopt, en bouw geen waterslot in het verticale deel. Ligt de aansluiting onder de grond ondiep, dan helpt het om de bocht in zand te leggen in plaats van tegen een tegel aan. Staat er in de vorst toch water in, tik dan niet met een hamer op de pijp: bevroren zink en pvc scheuren daar direct van.
Moet ik iets regelen met de buren of de gemeente?
Voor het vervangen van een pijp aan je eigen gevel heb je geen vergunning nodig, tenzij het pand een monument is of in een beschermd stadsgezicht staat: dan is het materiaal en soms de kleur voorgeschreven. Deel je een goot of een afvoer met de buren, overleg dan vooraf, want de kosten en het onderhoud van een gedeelde leiding zijn ook gedeeld. Ga je graven in de tuin, meld dat dan volgens de graafmeldingsprocedure, zeker als er gas of kabels langs het huis lopen.
Wanneer je beter een vakman belt
Een regenpijp aan een begane grond of een lage aanbouw kun je met een beetje handigheid prima zelf vervangen. Er zijn vier situaties waarin wij het werk uit handen geven.
De eerste is hoogte. Loopt de pijp langs een tweede of derde verdieping, dan is een rolsteiger niet altijd te plaatsen en werk je met een hoogwerker of een echte steiger. Dat is geen materiaal om improviserend mee om te gaan, en een val van gootrandhoogte loopt zelden goed af.
De tweede is de leiding onder de grond. Vermoed je een breuk of een verzakking, laat dan eerst een camera-inspectie doen. Loopt er langs de gevel ook een gasleiding of een kabelbundel, dan graaf je daar niet zelf met een schep tussen; laat de ligging aanwijzen en laat het graafwerk over aan iemand die daarvoor is uitgerust.
De derde is een gedeelde goot of afvoer tussen twee woningen, of een pijp die binnendoor loopt door een trappenhuis of berging. Daar hangt de schade bij een fout niet aan jouw gevel maar bij de buren aan het plafond.
De vierde is gietijzer en groot loodwerk aan een monument. Ingemetselde gietijzeren pijpen zijn zwaar en breken bij een verkeerde beweging. Aan een monument gelden ook eisen aan materiaal en uitvoering; daar wil je een dakdekker of loodgieter die zulke panden kent.