Wat deze plug- en boorkiezer voor je opzoekt
Kies bovenaan een muursoort, of typ in het zoekveld waar je mee bezig bent. Je krijgt dan de regel met de plug die in dat materiaal grijpt, de boor en de boormaat die erbij horen, en het soort last dat die combinatie draagt. De hulp staat tussen onze andere rekenhulpen en opzoektabellen voor klussen, zodat je hem ook opent vanuit de gids waar je mee bezig bent.
De regels zijn samengesteld uit de montagevoorschriften van plugfabrikanten en uit wat er bij dit werk in de praktijk misgaat. Er zitten twee vaste uitgangspunten in. Het eerste is dat de plug volledig in het dragende materiaal zit en niet half in de stuclaag. Het tweede is dat het boorgat schoon is: een plug die op een laag boormeel rust, komt nooit op zijn volle diepte.
Wat de tabel bewust niet doet, is een aantal kilo's per plug noemen. De draagkracht hangt af van het plugtype, de inbouwdiepte, de afstand tot de rand van de steen en de kwaliteit van de muur. Twee identieke pluggen in twee verschillende wanden kunnen makkelijk een factor drie schelen. De laatste kolom noemt daarom een soort werk; het getal dat je echt nodig hebt staat in de belastingtabel van de fabrikant op de verpakking. Voor gangbare afmetingen van kasten, beugels en rails hebben we een aparte tabel met standaardmaten in huis.
Eerst de muur bepalen, dan pas de plug
Vrijwel elke plug die loslaat, zit in het verkeerde materiaal of is met de verkeerde stand geboord. Klop daarom eerst met je knokkel: klinkt het hol, dan zit je in gipsplaat, in een holle steen of in een voorzetwand. Klinkt het dof en massief, dan zit je in beton, kalkzandsteen, baksteen of gipsblok, en dan moet het proefgat uitsluitsel geven.
Boor dat proefgat met een scherpe steenboor van 3 of 4 mm, op een plek waar straks toch je plug komt, en zonder klopstand. De kleur van het boorstof en de weerstand vertellen je bijna altijd genoeg. Blaas het stof niet weg met je mond maar zuig het op, want het komt anders terug in je ogen.
Boor nooit blind boven of naast een stopcontact of schakelaar. Leidingen lopen daar recht omhoog en horizontaal onder het plafond, en op de hoogtes waarop schakelmateriaal wordt geplaatst kun je aardig rekenen. Wat die gangbare hoogtes zijn, staat bij de standaardhoogte van stopcontacten en schakelaars. Een leidingzoeker helpt, maar geeft in een wand met veel wapening ook vals alarm.
| Wat je merkt bij een proefgat van 4 mm | Waar je waarschijnlijk in boort | Wat dat betekent voor boor en plug |
|---|---|---|
| Grijs, poederfijn stof en de boor loopt zwaar, ook met klopstand | Beton of een betonnen latei | Steenboor met klopstand of een sds-boorhamer, nylon plug of keilbout |
| Wit, zanderig stof en het boren gaat gelijkmatig door | Kalkzandsteen | Steenboor zonder klopstand, anders wordt het gat rond geslagen en te ruim |
| Rood tot bruin stof, harde stukken afgewisseld met zachtere banen | Baksteen met voegen ertussen | Steenboor met klopstand, maar zet de plug in de steen en niet in de voeg |
| Wit poeder, de boor is er in twee seconden doorheen en draait daarna vrij | Gipsplaat op regelwerk | Houtboor zonder klopstand, hollewandplug of schroeven in de regel |
| Wit gipsstof, maar de boor houdt over de hele diepte weerstand | Gipsblok of gibo-blok | Houtboor zonder klopstand, gipsblokplug of chemisch anker |
| Lichtgrijs kruimelig stof, de boor gaat er bijna met handkracht in | Gasbeton | Houtboor zonder klopstand, gasbetonplug of een lange schroef zonder plug |
| De boor zakt na twee centimeter ineens door en loopt dan leeg | Holle steen of snelbouwsteen | Steenboor zonder klopstand, hollewandplug of chemisch anker met zeefhuls |
| Eerst een of twee centimeter zacht, daarna hard | Stuc- of pleisterlaag over metselwerk | Doorboren tot in de steen, de plug hoort volledig achter de stuclaag |
Van plugmaat naar boormaat naar schroef
Bij een gewone spreidplug is de boormaat gelijk aan de plugdiameter. Een plug van 8 mm vraagt een steenboor van 8 mm, niet van 7 en niet van 7,5. Kleiner boren voor extra grip is een hardnekkig misverstand: de plug gaat scheef of beschadigd naar binnen, de spreidzone kan niet meer bewegen en dan houdt hij juist minder.
Boor het gat 10 tot 15 mm dieper dan de plug lang is. In die extra ruimte valt het boormeel dat je er niet uit krijgt, en daar kan de punt van de schroef doorschieten. Zit de plug niet volledig verzonken, dan drukt de kraag tegen de stuclaag en scheurt die weg zodra je aandraait.
De schroef bepaalt hoeveel de plug spreidt. Te dun en er gebeurt niets, te dik en je scheurt de plug open. De schroeflengte tel je op: de lengte van de plug, plus de dikte van wat je ophangt, plus ongeveer 5 mm. Slagpluggen of nagelpluggen werken volgens dezelfde regel, alleen sla je daar de schroef met een hamer in; boor daarbij het gat door het te bevestigen deel heen, zodat plug en gat precies in lijn liggen.
| Plug | Boor | Boordiepte | Schroefdiameter | Waar je deze maat voor gebruikt |
|---|---|---|---|---|
| 5 mm | 5 mm steenboor | ongeveer 35 mm | 3,0 tot 4,0 mm | Kabelclips, lichte lijstjes, opbouwdozen |
| 6 mm | 6 mm steenboor | ongeveer 45 mm | 3,5 tot 5,0 mm | Schilderijen, gordijnrails, lichte wandplanken |
| 8 mm | 8 mm steenboor | ongeveer 55 mm | 4,5 tot 6,0 mm | Keukenkastjes, wandbeugels, wastafels |
| 10 mm | 10 mm steenboor | ongeveer 70 mm | 6,0 tot 8,0 mm | Zware kasten, boilers, houtdraadbouten |
| 12 mm | 12 mm steenboor | ongeveer 80 mm | 8,0 tot 10 mm | Consoles, zonwering, zware wandbeugels |
| 14 mm | 14 mm steenboor | ongeveer 95 mm | 10 tot 12 mm | Zwaar hangwerk, meestal beter met een chemisch anker |
| Slagplug 6 x 40 | 6 mm steenboor | ongeveer 55 mm | meegeleverde nagelschroef | Latten, kabelgoten, profielen op steen |
| Slagplug 8 x 60 | 8 mm steenboor | ongeveer 75 mm | meegeleverde nagelschroef | Regelwerk en voorzetwanden op steen |
Keilbouten en doorsteekankers: dezelfde naam, een ander gat
Bij keilbouten gaat het regelmatig mis, en dat komt doordat er twee verschillende ankers zo genoemd worden. De klassieke keilbout is een bout met een moer en een gespleten stalen huls eromheen. Die huls is dikker dan de bout, dus het gat is fors ruimer dan de draadmaat. Een keilbout M8 vraagt daarom meestal een gat van 12 mm.
Het tweede type is het doorsteekanker, ook wel segmentanker genoemd. Dat is één stuk staal met een klemring achterop, en daar is de boormaat wél gelijk aan de draadmaat: M8 gaat in een gat van 8 mm. Je boort dwars door het te bevestigen onderdeel heen, tikt het anker erin en draait de moer aan tot de ring achterin klemt.
Beide typen horen in massief materiaal: beton, massieve baksteen of een betonlatei. In gipsblok, gasbeton of holle steen breekt de huls het materiaal om zich heen weg en zit het anker binnen een dag los. Boor bij beide ankers de volle diepte, blaas of zuig het gat schoon en houd minstens tien centimeter afstand tot de rand van de constructie.
Wil je een gewone bout met metrische draad vastzetten in staal, dan boor je een tapgat en snijd je draad. Hoe dat per maat gaat, staat bij voorboren voor M8-draad en bij voorboren voor M10-draad.
| Bevestiging | Maat | Boormaat | Boordiepte |
|---|---|---|---|
| Keilbout met stalen huls | M6 | 10 mm | ankerlengte plus 10 mm |
| Keilbout met stalen huls | M8 | 12 mm | ankerlengte plus 10 mm |
| Keilbout met stalen huls | M10 | 15 mm | ankerlengte plus 10 mm |
| Keilbout met stalen huls | M12 | 18 mm | ankerlengte plus 15 mm |
| Doorsteekanker | M6 | 6 mm | volle ankerlengte |
| Doorsteekanker | M8 | 8 mm | volle ankerlengte |
| Doorsteekanker | M10 | 10 mm | volle ankerlengte |
| Doorsteekanker | M12 | 12 mm | volle ankerlengte |
| Tapgat in staal voor M6 | M6 | 5,0 mm tapgat, 6,5 mm doorlopend | materiaaldikte |
| Tapgat in staal voor M8 | M8 | 6,8 mm tapgat, 9,0 mm doorlopend | materiaaldikte |
| Tapgat in staal voor M10 | M10 | 8,5 mm tapgat, 11,0 mm doorlopend | materiaaldikte |
| Tapgat in staal voor M12 | M12 | 10,2 mm tapgat, 13,5 mm doorlopend | materiaaldikte |
Houtdraadbouten, houtschroeven en boren in hardhout
Een houtdraadbout heeft een grove houtdraad met een zeskante kop, en die draad grijpt wel in een kunststof plug. Dat is het verschil met een gewone bout: daarvoor heb je een anker nodig. De plug bij een houtdraadbout is twee maten groter dan de draadmaat, dus 8 mm gaat in een plug van 10 mm en 10 mm in een plug van 12 mm. In zachtere steen ga je nog een maat omhoog en gebruik je een langere plug.
Draai een houtdraadbout altijd met een steeksleutel of dop aan, nooit met een slagmoeraanzetter. Dat gereedschap heeft zoveel koppel dat je de plug in de muur meedraait voordat je het merkt, en dan is het gat rond en waardeloos.
In hout heb je helemaal geen plug nodig; een houtschroef grijpt zelf. Voorboren doe je in zacht hout op ongeveer zeventig procent van de kerndiameter van de schroef, en in hardhout op de volle kerndiameter. Sla dat over in eiken, merbau of azobé en de kop draait eraf of het hout splijt over de nerf. Meer over toerental, boortype en het afvoeren van spanen lees je bij boren in hardhout zonder de boor te verbranden. Voor hardhout kies je een scherpe hss-boor of een houtspiraalboor met centerpunt, een laag toerental en geen klopstand, en je trekt de boor elke centimeter even terug.
Een uitzondering is de kopse kant van spaanplaat of mdf. Daar houdt een schroef slecht en helpt een kunststof plug ook niet. Boor dan een gat van 8 of 10 mm, lijm er een houten deuvel in en schroef daarna in het hout van die deuvel.
| Bevestiging | Plug in steen | Voorboren in zacht hout | Voorboren in hardhout |
|---|---|---|---|
| Houtschroef 4 mm | 6 mm | 2,5 mm | 3,0 mm |
| Houtschroef 5 mm | 8 mm | 3,0 mm | 3,5 mm |
| Houtschroef 6 mm | 8 of 10 mm | 3,5 mm | 4,5 mm |
| Houtdraadbout M6 (6 mm draad) | 8 mm, in zachte steen 10 mm | 4,0 mm | 4,5 mm |
| Houtdraadbout M8 (8 mm draad) | 10 mm, in zachte steen 12 mm | 5,0 mm | 6,0 mm |
| Houtdraadbout M10 (10 mm draad) | 12 mm, in zachte steen 14 mm | 6,5 mm | 7,5 mm |
| Houtdraadbout M12 (12 mm draad) | 14 mm | 8,0 mm | 9,0 mm |
Zachte muren: gipsblokken, gasbeton en poreuze steen
Een gipsblok is massief, maar het is gips en dus zacht. Zet je de klopstand aan, dan hak je in plaats van een rond gat een kratertje uit waarin geen enkele plug meer grijpt. Boor er daarom met een houtboor in, langzaam en zonder slag, en houd de machine recht. Hoe zo'n wand is opgebouwd en wat hij aankan, staat bij een wand van gipsblokken; de merkvariant kom je vaak tegen als gibo-blokken.
Welke pluggen voor gipsblokken werken, hangt af van het gewicht. Voor een schilderij of een lichte plank volstaat een universele plug van 6 of 8 mm die in het gat een knoop legt in plaats van alleen te spreiden. Voor een keukenkast of een wastafel gaat de voorkeur naar een gipsblokplug met een lange spreidzone, verdeeld over meer punten dan je in beton zou gebruiken. Wordt het echt zwaar, dan is een chemisch anker met injectiemortel de betrouwbaarste weg: de mortel vult de poriën en de last komt over de hele gatwand.
Een hangend toilet, een boiler of een bokszak hoort niet aan een gipsblok. Zulke lasten hebben een frame nodig dat naar de vloer of naar een dragende wand doorgaat. Bij een dynamische last speelt daar nog iets bovenop mee, want die trekt met stoten in plaats van constant; wat dat vraagt lees je bij het ophangen van een bokszak.
Gasbeton gedraagt zich vergelijkbaar maar is nog lichter. Daar werkt een gasbetonplug met een grove buitendraad, of een lange spaanplaatschroef die je zonder plug rechtstreeks indraait. Oude baksteen met kalkmortel en poreuze snelbouwsteen zijn het lastigst: het gat wordt tijdens het boren vanzelf ruimer dan je boor. Ga daar een plugmaat omhoog, kies een langere plug, en pak bij twijfel het chemisch anker met een zeefhuls.
Gipsplaat, holle wanden en plafonds
Bij een gipsplaten wand is de eerste vraag niet welke plug, maar of je de regel kunt raken. Een schroef in het houten of metalen regelwerk draagt meer dan welke hollewandplug ook. Regels staan meestal op 40 of 60 cm hart op hart, en met een simpele magneet vind je de schroefkoppen die het regelwerk verraden. Hoeveel de plaat zelf aankan, hangt sterk af van de dikte en van het aantal lagen; dat verschil staat uitgelegd bij de dikte van gipsplaat.
Welke boor voor gipsplaat je pakt is minder kritisch dan de stand van de machine. Een houtboor of een gewone hss-boor geeft het netste gat, een steenboor werkt ook maar scheurt sneller de kartonlaag. De klopstand blijft uit, altijd. Datzelfde geldt voor een gipswand met een voorzetlaag: druk niet, laat de boor het werk doen en stop zodra je erdoorheen bent.
Boor je in een plafond, kijk dan eerst wat er boven zit. Een betonnen plafond vraagt een sds-boorhamer en een nylon plug of keilbout. Een gipsplaten plafond hangt aan regelwerk, en daar wil je vrijwel altijd in schroeven in plaats van in de plaat hangen; hoe dat regelwerk loopt staat bij regelwerk voor gipsplaten aan het plafond. Voor een armatuur aan een verlaagd plafond geldt hetzelfde, zie een lamp ophangen aan het plafond. Steek een papieren bekertje over de boor als stofvanger, dan houd je het gipsstof uit je ogen.
Voor gordijnrails geldt een aparte overweging. De rail zelf weegt niets, maar de gordijnen hangen er aan de voorkant aan en dat werkt als hefboom die de bovenkant van elke plug naar buiten trekt. Zet daarom steunen om de 50 tot 60 cm en niet alleen bij de uiteinden. Boven een kozijn zit vaak een betonlatei of een stalen latei: bij staal boor je met een metaalboor en gebruik je zelfborende schroeven, bij beton een steenboor van 6 mm met een nylon plug.
| Bevestiging in een holle wand | Boormaat | Wat één punt ongeveer draagt | Waar hij goed in is |
|---|---|---|---|
| Kunststof spiraalanker om in te draaien | geen voorboren of 6 mm | tot ongeveer 5 kg | Lijstjes en haakjes, in enkele seconden geplaatst |
| Kunststof gipsplaatanker met vleugels | 10 mm | tot ongeveer 8 kg | Lichte kastjes en wandhouders |
| Metalen hollewandplug M4 | 8 mm | tot ongeveer 10 kg | Spiegels, blijft zitten als je de schroef eruit haalt |
| Metalen hollewandplug M5 | 10 mm | tot ongeveer 15 kg | Keukenkastjes op een dubbel beplate wand |
| Metalen hollewandplug M6 | 12 mm | tot ongeveer 20 kg | Wandbeugels en zwaardere consoles |
| Tuimelplug of klapanker M6 | 14 mm | hoge trekbelasting, plaat is de zwakke schakel | Plafonds en holle ruimtes achter de plaat |
| Schroef rechtstreeks in de regel | 3 mm voorboren in hout | meer dan elke plug in de plaat | Alles wat zwaarder is dan een lijstje |
Welke boormachine, welke boor en welke gatenmaat
Welke boormachine voor muur je nodig hebt, volgt uit de hardheid van het materiaal. Een accuschroefboormachine komt door hout, gipsplaat, gipsblok en gasbeton. Voor baksteen en kalkzandsteen wil je een klopboormachine, die met hoge frequentie en weinig energie tikt. In gewapend beton schiet dat tekort: daar sla je met een klopboor je boren stuk, terwijl een sds-plus boorhamer van twee kilo er pneumatisch doorheen gaat. Zo'n hamer huren voor een dag kost minder dan de boren die je anders opoffert.
Het boortype telt net zo zwaar. Een steenboor heeft een hardmetalen punt die het materiaal verbrijzelt, een houtspiraalboor heeft een centerpunt die het gat netjes aansnijdt, en een hss-metaalboor snijdt spanen. Boor je met een versleten steenboor, dan wordt het gat kegelvormig in plaats van cilindrisch en spreidt de plug maar over een deel van zijn lengte.
Voor een inbouwdoos werk je niet met een gewone boor maar met een gatenzaag of een dozenboor. In gipsplaat en andere holle wanden is de boormaat inbouwdoos 68 mm, en de doos klemt zich daarna met veren achter de plaat. In steen en beton gebruik je een dozenboor van 82 mm, want daar zet je de doos in gips en heb je ruimte om hem recht te stellen. Boor ongeveer 55 tot 60 mm diep en houd bij twee of meer dozen naast elkaar 71 mm hart op hart aan. Bij een plafonddoos gelden andere eisen aan de bevestiging, zie een inbouwdoos in het plafond en de centraaldoos boven een armatuur.
Twee gewoontes schelen veel mislukte gaten. Zuig het boorgat uit met een stofzuigermondje voordat de plug erin gaat, en zet met tape een dieptemarkering op je boor als je machine geen aanslag heeft. Een gat dat vijf millimeter te ondiep is, laat de plug net uitsteken, en dan trekt de schroef bij het aandraaien de hele plug naar buiten.
| Machine | Waar hij voor bedoeld is | Waar hij tekortschiet |
|---|---|---|
| Accuschroefboormachine | Hout, gipsplaat, gipsblok, gasbeton, kunststof | Beton en harde baksteen, de boor loopt heet en wordt bot |
| Klopboormachine op netstroom | Baksteen, kalkzandsteen, dunne betonvloeren | Gewapend beton en gaten boven ongeveer 12 mm |
| Accuklopboormachine | Losse gaten in metselwerk, werk zonder stopcontact in de buurt | Doorlopend werk in beton, de accu is eerder leeg dan het gat klaar |
| Sds-plus boorhamer van twee kilo | Beton, betonlatei, gaten tot 16 mm, dozenboren tot 82 mm | Gipsblok en gasbeton, hij slaat het gat daar veel te ruim |
| Boorhamer met beitelstand | Sleuven hakken en doorvoeren maken in beton | Fijn werk, en niet te gebruiken in een dragende wand zonder overleg |
Veelgestelde vragen
Welke pluggen voor gipsblokken gebruik je?
Voor lichte dingen werkt een universele plug van 6 of 8 mm die zich in het gat opknoopt in plaats van alleen te spreiden. Voor een kast, een wastafel of een radiator kies je een gipsblokplug met een lange spreidzone en verdeel je de last over meer bevestigingspunten. Wordt het zwaarder, dan is een chemisch anker met injectiemortel de veiligste keuze, omdat de mortel de poriën van het gips vult en de last over de hele gatwand verdeelt. Boor in alle gevallen zonder klopstand.
Keilbout M8: welke boor heb je nodig?
Dat hangt af van het type. Een klassieke keilbout M8 met stalen huls vraagt een gat van 12 mm, omdat de huls om de bout heen zit. Een doorsteekanker of segmentanker M8 gaat juist in een gat van 8 mm, want daar is de boormaat gelijk aan de draadmaat. Kijk dus op de verpakking of op de huls zelf, want daar staat de boormaat vrijwel altijd op gestempeld. Voor M6 hoort bij het hulstype meestal 10 mm en voor M10 15 mm.
Welke boor voor gipsplaat, en mag de klopstand aan?
De klopstand blijft uit. Een houtboor of een gewone hss-boor geeft het netste gat in gipsplaat; een steenboor kan ook, maar die scheurt eerder de kartonlaag open en dan verliest de plug zijn houvast. Boor met weinig druk en stop zodra je door de plaat bent, want doorschieten beschadigt wat erachter zit. Voor een gipswand met dubbele beplating geldt hetzelfde, alleen kun je daar een maat zwaardere hollewandplug kwijt.
Welke plug voor een houtdraadbout M8 of M10?
Een houtdraadbout M8 gaat in een nylon plug van 10 mm, een houtdraadbout M10 in een plug van 12 mm. In zachte of poreuze steen ga je een maat omhoog, dus 12 respectievelijk 14 mm, en kies je meteen een langere plug. Wie houtdraadbout M6 gebruikt, zit met een plug van 8 mm meestal goed. Draai altijd met een steeksleutel of dop aan en niet met een slagmoeraanzetter, want die draait de plug in de muur mee.
Welke boor en welke schroef horen bij een 8mm plug?
Een 8mm plug vraagt een steenboor van 8 mm en een gat dat ongeveer 55 mm diep is, dus zo'n tien millimeter dieper dan de plug lang is. De schroef mag 4,5 tot 6 mm dik zijn: dunner en de plug spreidt niet, dikker en hij scheurt open. De lengte van de schroef bereken je als de pluglengte plus de dikte van wat je ophangt plus vijf millimeter. Kleiner boren voor extra grip werkt niet en beschadigt de plug bij het inslaan.
Welke plug voor een M8 bout die ik in beton wil zetten?
Een gewone bout met metrische draad grijpt niet in een kunststof plug, want die draad is te fijn en te glad. Je hebt daarvoor een anker nodig: een doorsteekanker M8 in een gat van 8 mm, een keilbout M8 in een gat van 12 mm, of een chemisch anker met een draadeind M8. Wil je toch met een plug werken, kies dan een houtdraadbout in plaats van een bout. Voor een tapgat in staal boor je 6,8 mm en snijd je daarna zelf M8-draad.
Welke boormachine voor muur is genoeg in een gewoon huis?
Voor gipsplaat, gipsblok, gasbeton en hout volstaat een accuschroefboormachine. Heb je baksteen of kalkzandsteen, dan wil je een klopboormachine erbij. Bestaan je binnenmuren of je plafond uit beton, dan is een sds-plus boorhamer van rond de twee kilo het verschil tussen tien seconden en tien minuten per gat. Zo'n hamer huur je voor een dag voor minder dan de steenboren die je met een klopboor in beton opstookt.
Welke boor voor hardhout, en waarom verbrandt mijn boor?
Gebruik een scherpe hss-boor of een houtspiraalboor met centerpunt en zet je machine op een laag toerental. Hardhout als merbau, eiken en azobé is dicht, dus de spanen kunnen slecht weg en de wrijving loopt op. Trek de boor daarom elke centimeter even terug om de spanen af te voeren. Verbrande boren zijn bijna altijd het gevolg van een te hoog toerental in combinatie met te veel druk. Voorboren doe je hier op de volle kerndiameter van de schroef.
Welke pluggen voor gordijnrails in een gipsplaten plafond?
Schroef bij voorkeur in het regelwerk boven de plaat, want dat draagt veel meer dan de plaat zelf. Lukt dat niet op elke steun, gebruik dan tuimelpluggen of metalen hollewandpluggen M4 en zet steunen om de 50 tot 60 cm. De gordijnen hangen aan de voorkant van de rail en werken als hefboom, waardoor elke plug aan de bovenkant naar buiten wordt getrokken. Meer bevestigingspunten helpen daar sterker tegen dan een zwaardere plug op twee plekken.
Boormaat inbouwdoos: is dat 68 of 82 mm?
Allebei, maar niet in hetzelfde materiaal. In gipsplaat en andere holle wanden hoort een gatenzaag van 68 mm, waarna de hollewanddoos zichzelf met veren achter de plaat klemt. In steen en beton gebruik je een dozenboor van 82 mm, omdat je de doos daar met gips inzet en ruimte nodig hebt om hem recht en op diepte te stellen. Boor 55 tot 60 mm diep en houd bij meerdere dozen naast elkaar 71 mm hart op hart aan.
Welke boor voor slagpluggen, en hoe diep moet het gat?
De boormaat is gelijk aan de plugdiameter, dus een slagplug van 6 mm gaat in een gat van 6 mm. Boor het gat 10 tot 15 mm dieper dan de plug lang is, zodat het boormeel ergens naartoe kan. Boor bij voorkeur dwars door het te bevestigen deel heen, zodat het gat in de lat en het gat in de muur precies in lijn liggen. Sla de nagelschroef er daarna met korte, rechte tikken in en niet met volle kracht.
Zet je een plug in de steen of in de voeg?
In de steen. Een voeg is dunner dan hij lijkt, en de mortel erachter is vaak zachter dan de steen zelf, zeker bij oud metselwerk met kalkmortel. Een plug in de voeg spreidt tegen materiaal dat meegeeft en die trekt er na een half jaar zo uit. Boren in baksteen mag met klopstand, maar zet die uit als de steen begint te kruimelen. Zit je gat toch in de voeg, boor dan een nieuw gat een paar centimeter ernaast.
Wat doe je als het boorgat te groot is geworden?
Prop het niet vol met papier, lucifers of houtjes, want daarmee verplaats je het probleem alleen. De nette oplossing is een plug een maat groter met een gat dat je iets dieper boort, of een chemisch anker waarmee je het gat volledig vult en het draadeind erin zet. Bij een te ruim gat in gips of zachte steen kun je het ook opvullen met snelcement, dat laten uitharden en daarna opnieuw boren. Is er een schroef in afgebroken, kijk dan bij een afgebroken schroef verwijderen.
Heb ik een plug voor hout nodig?
Nee. Een houtschroef snijdt zijn eigen draad in het hout en houdt daar beter dan in welke plug ook. Voorboren doe je in zacht hout op ongeveer zeventig procent van de kerndiameter en in hardhout op de volle kerndiameter. Alleen in de kopse kant van spaanplaat of mdf houdt een schroef slecht; lijm daar een houten deuvel van 8 of 10 mm in en schroef in die deuvel. Voor een tapgat in metaal geldt een andere maatvoering, zie voorboren voor M6-draad.
Gidsen waarbij je deze rekenhulp gebruikt
Muur repareren
Een muur herstellen begint bij de oorzaak en niet bij het potje vuller: een natte plek, een verzande pleisterlaag of…
Zagen & boren
Bij zagen en boren komt het steeds op twee dingen neer: het blad of de boor moet bij het materiaal…
Bevestigen & lijmen
Een bevestiging houdt of faalt op drie dingen: de ondergrond, de richting van de belasting en de kwaliteit van het…
Zelf maken
Zelf iets van hout maken loopt bijna altijd vast op twee punten: de vrije lengte van een plank en de…
Hout & plaatmateriaal
Bij hout en plaatmateriaal draait vrijwel elke keuze om drie dingen: hoeveel het moet dragen, hoeveel vocht eraan komt en…
Alabastine muurglad
Alabastine Muurglad is een kant-en-klare, gipsgebonden pasta waarmee je een ruwe of licht beschadigde binnenmuur vlak maakt zonder te gaan…
Fix en finish
Fix en finish is een gipsgebonden dunpleister die je in een laag van één tot drie millimeter opzet om een…
Muur glad maken
Een muur glad maken lukt op twee manieren: de structuur eraf schuren, of er een nieuwe laag overheen zetten. Welke…