Perilex aansluiten op 2 fase: eerst meten, dan bedraden
Perilex aansluiten op 2 fase begint met een multimeter, niet met een schroevendraaier. Meet je tussen de twee stroomvoerende polen ongeveer 400 volt, dan heb je twee echte fasen en is één nuldraad genoeg, met de brug tussen klem 4 en 5 op zijn plek. Meet je 0 volt, dan zit er een Nederlandse kookgroep achter van tweemaal 230 volt op dezelfde fase, en dan moeten er twee losse nuldraden op klem 4 en 5. De twee nullen samen onder één schroef persen is de fout die het vaakst gemaakt wordt.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Multimeter die wisselspanning tot minstens 600 volt aankan
- Meetpennen met een dunne punt, gekeurd voor 600 volt of hoger
- Krimptang voor adereindhulzen
- Striptang voor de aders en een mesje voor de buitenmantel
- Geïsoleerde platte schroevendraaier van 3 en 3,5 mm
- Kruiskopschroevendraaier voor de trekontlasting
- Zijkniptang
- Koplamp of zaklamp, want de aansluitkast zit onder de kookplaat
Materiaal
- Fornuissnoer met perilexstekker, 5 x 1,5 mm² of zwaarder
- Losse perilexstekker als je zelf een snoer afmonteert
- Adereindhulzen in 1,5 en 2,5 mm²
- Kabel van 5 x 2,5 mm² als er nieuwe bekabeling bij komt
- Blinde zekeringhouder voor een leeg patroongat in de meterkast
- Labeltjes om de groepen in de meterkast te merken
Wat er achter een perilexaansluiting zit
Een perilexaansluiting heeft vijf polen: drie voor de fasen, één voor de nul en één voor de aarde. Wat er in jouw meterkast achter die vijf polen hangt verschilt per woning, en dat bepaalt hoe je de stekker bedraadt. Hoe krachtstroom en perilex in een woning werken staat in ons overzicht, hier gaat het om de twee situaties die je in de keuken het vaakst tegenkomt.
In de meeste Nederlandse woningen zit er geen krachtstroom achter de kookplaat, maar een kookgroep. Dat zijn twee gekoppelde automaten van 16 ampère die allebei op dezelfde fase zitten. Er lopen dan twee fasedraden en twee nuldraden naar de perilexdoos, en tussen die twee fasedraden meet je 0 volt.
In het spraakgebruik heet dat een 2 fase aansluiting, maar elektrotechnisch is het één fase die je twee keer aftakt. Dat verschil klinkt als muggenzifterij en is het niet, want het bepaalt hoeveel nuldraden je nodig hebt.
Heb je wel drie fasen in huis, dan zitten er drie verschillende fasen op de doos en meet je tussen elk paar ongeveer 400 volt. Gebruik je daarvan twee voor de kookplaat, dan heb je een echte tweefase-aansluiting. Wat dat aan de kant van de groepenkast betekent lees je bij een 2 fase aansluiting in de groepenkast.
Eén onderscheid houdt de rest van deze pagina overeind: alles vóór de automaat is een fase, alles erna is een groep. Twee groepen op dezelfde fase blijven samen één fase, hoeveel draden er ook lopen.
| Wat er achter de doos zit | Wat er in de kabel ligt | Meting tussen de twee stroomvoerende polen | Nullen naar de kookplaat |
|---|---|---|---|
| Kookgroep van 2x230 volt | Twee fasedraden op dezelfde fase, twee nuldraden, aarde | 0 volt | Twee losse nuldraden |
| Twee echte fasen, 400 volt | L1 en L2 van verschillende fasen, één nuldraad, aarde | Ongeveer 400 volt | Eén nuldraad, brug tussen 4 en 5 |
| Volledige krachtgroep met drie fasen | L1, L2 en L3, één nuldraad, aarde | Ongeveer 400 volt tussen elk paar | Eén nuldraad, brug tussen 4 en 5 |
| Perilex op 1 fase, één groep van 16 ampère | Eén fasedraad, één nuldraad, aarde | Niet van toepassing, er is maar één fase | Eén nuldraad, maximaal 3680 watt |
Maak voordat je begint een foto van de open perilexdoos en van het klemmenblok onder de kookplaat. Ga je halverwege twijfelen over welke ader waar zat, dan scheelt dat je een halve avond terugzoeken.
Eerst meten, dan pas draden vastzetten
Een spanningzoeker brengt je hier niet ver genoeg. Bij het aansluiten van een lichtschakelaar kun je er nog mee wegkomen, maar nu wil je weten hoeveel volt er tussen twee polen staat en niet alleen of er spanning op zit. Je hebt een multimeter nodig die wisselspanning tot minstens 600 volt kan meten.
Laat de wandcontactdoos dicht en steek dunne meetpennen in de contactopeningen. Werk met één hand, houd je andere hand van de doos en van de kraan af, en zorg dat de pennen niet doorbuigen. Meet eerst elke pool ten opzichte van de aarde en daarna elke combinatie van polen onderling.
De uitkomsten vertellen je binnen een minuut waar je zit. Twee polen die allebei ongeveer 230 volt naar aarde geven en onderling 0 volt, zitten op dezelfde fase en dat is een kookgroep. Geven diezelfde twee polen onderling ongeveer 400 volt, dan zijn het twee verschillende fasen.
Verwacht in de praktijk geen ronde getallen. Metingen van 215 en 218 volt naar de nul, met 378 volt tussen de twee fasen, horen bij een volstrekt gezonde installatie. Het gaat om de orde van grootte en niet om de laatste volt.
Is dat een nul of een loos gat?
Een pool die 0 volt naar aarde geeft kan een nuldraad zijn, maar hij kan ook helemaal niet aangesloten zijn. Tegen aarde meten die twee precies hetzelfde, want de nul en de aarde komen in de meterkast bij elkaar. Het onderscheid maak je door tegen een fase te meten in plaats van tegen aarde.
Meet je tussen de verdachte pool en een pool met spanning ongeveer 230 volt, dan is het een echte nul. Meet je niets, of een waarde die tijdens het meten wegzakt, dan zit er geen draad op. Goedkope digitale multimeters pikken op een losse ader nog wel eens een spookspanning van enkele tientallen volt op, dus een lage instabiele waarde betekent bijna altijd dat de pool leeg is.
Wil je het zeker weten, schakel dan de groep uit en schroef de doos los om de aderkleuren en de klemmen te bekijken. Een nul die binnen de doos is doorverbonden komt voor, en dat zie je alleen als je erin kijkt.
| Wat de meter aanwijst | Tussen welke polen | Wat je daaruit opmaakt |
|---|---|---|
| Ongeveer 230 volt | Pool en aarde | Er staat een fase op deze pool |
| 0 volt | Pool en aarde | Een nuldraad, of een pool waar helemaal niets op zit |
| 0 volt | Twee polen die allebei 230 volt naar aarde geven | Beide op dezelfde fase, dus een kookgroep van 2x230 volt |
| Ongeveer 400 volt | Twee polen die allebei 230 volt naar aarde geven | Twee verschillende fasen, een echte tweefase-aansluiting |
| Ongeveer 400 volt tussen alle drie de paren | L1, L2 en L3 onderling | Volledige krachtgroep, je kunt twee of drie fasen gebruiken |
| Ongeveer 230 volt | De verdachte pool en een pool met spanning | De verdachte pool is een echte nuldraad |
| Niets of een waarde die alle kanten op zwerft | De verdachte pool en een pool met spanning | Er zit geen draad op deze pool aangesloten |
Dit is het enige deel van de klus waarbij er spanning op staat. Gebruik meetpennen die voor 600 volt of hoger gekeurd zijn, meet met één hand en raak met je andere hand niets aan dat geaard is. Zodra je een schroef gaat draaien, gaan beide automaten van de kookgroep eruit en controleer je met de meter dat het echt spanningsloos is.
Het verschil tussen 2 fase en 3 fase perilex
De vraag waar bijna iedereen op vastloopt: waarom heeft een aansluiting op twee fasen twee nuldraden nodig, terwijl er bij drie fasen maar één nul aan te pas komt. Alle stroom moet toch ergens terug, dus je zou eerder het omgekeerde verwachten.
Bij drie fasen liggen de spanningen 120 graden uit elkaar. De stromen komen daardoor niet op hetzelfde moment terug door de nuldraad, ze verschuiven ten opzichte van elkaar. Je telt ze niet gewoon op maar als vectoren, en het gevolg is dat de stroom door de nul nooit hoger wordt dan de stroom door de zwaarst belaste fase.
Zijn alle drie de fasen even zwaar belast, dan loopt er door de nuldraad in theorie helemaal niets. Datzelfde principe is de reden dat een driefasemotor in ster prima draait zonder nuldraad.
Bij een Nederlandse kookgroep gaat dit verhaal niet op, want daar zitten beide fasedraden op dezelfde fase. Er is geen faseverschil, dus de twee nulstromen tellen recht op elkaar. Twee groepen van 16 ampère sturen samen 32 ampère terug, en precies daarom liggen er twee nuldraden.
Bij een echte aansluiting op twee fasen ligt het weer anders. De twee stromen schelen 120 graden en heffen elkaar gedeeltelijk op, waardoor er door de nul niet meer komt dan ongeveer de stroom van één fase. Eén nuldraad volstaat dan, en de brug tussen klem 4 en 5 verbindt de twee nulkanten van de kookplaat met elkaar.
Heb je drie fasen en een kookplaat die er maar twee vraagt, gebruik dan gewoon twee van de drie en laat de derde ongebruikt. Dat is netter dan een kookgroep nabouwen en je houdt de nul licht belast.
De bruggen op het klemmenblok van de kookplaat
Onder vrijwel elke inbouwkookplaat zit een klemmenblok met vijf schroefklemmen, genummerd 1 tot en met 5, plus een aparte aardklem. Klem 1, 2 en 3 zijn de fasekanten, klem 4 en 5 de nulkanten. Bij levering zitten er meestal metalen bruggetjes tussen 1, 2 en 3 en tussen 4 en 5, want zo staat de plaat klaar voor één fase.
Welke bruggen je laat zitten en welke je eruit haalt, volgt rechtstreeks uit je meting. Het schema staat bijna altijd op een sticker naast het blok of achterin de handleiding, met aanduidingen als 1N~, 2N~ en 3N~. De nummering wijkt zelden af, maar controleer hem op je eigen plaat voordat je gaat draaien.
Het verschil tussen een kookgroep en twee echte fasen is op het blok precies één bruggetje. Sla je de brug tussen 4 en 5 over terwijl er maar één nuldraad ligt, dan krijgt de helft van de plaat geen nul en blijft die helft koud. Laat je hem juist zitten terwijl er twee losse nullen liggen, dan koppel je de nullen van twee groepen aan elkaar en kan een aardlekautomaat eruit klappen.
Een fasedraad op de plek van een nul is de duurste vergissing van allemaal. Verbind je in de stekker een pool door die later toch spanning blijkt te voeren, dan staat er 230 volt op de nulzijde van de plaat en heb je bij inschakelen een volle kortsluiting. Komen er maar vier aders uit je snoer, kijk dan bij een perilexstekker aansluiten met vier draden.
| Situatie in huis | Fasedraden | Bruggen tussen de fasekanten | Nuldraden | Brug tussen 4 en 5 |
|---|---|---|---|---|
| Perilex op 1 fase, 230 volt (1N~) | Eén fasedraad op klem 1 | Brug 1-2 en brug 2-3 blijven zitten | Eén nul op klem 4 | Blijft zitten |
| Kookgroep van 2x230 volt | Eén fasedraad op klem 1, één op klem 2 | Brug 1-2 eruit, brug 2-3 blijft | Twee losse nullen op klem 4 en klem 5 | Eruit halen |
| Twee echte fasen (2N~ 400 volt) | L1 op klem 1, L2 op klem 2 | Brug 1-2 eruit, brug 2-3 blijft | Eén nul op klem 4 of 5 | Blijft zitten |
| Drie fasen (3N~ 400 volt) | L1 op 1, L2 op 2, L3 op 3 | Alle bruggen tussen de fasekanten eruit | Eén nul op klem 4 of 5 | Blijft zitten |
Losgehaalde bruggetjes hoor je niet in de aansluitkast te laten liggen. Een metalen strip die tegen twee klemmen aan trilt maakt een verbinding die je niet hebt bedoeld. Stop ze in het zakje bij de handleiding, dan heb je ze bovendien nog als je de plaat ooit verhuist naar een woning met een andere aansluiting.
De perilexstekker bedraden en het juiste snoer kiezen
Een perilex stekker aansluiten op 2 fase is qua handelingen niet moeilijk: vijf aders, vijf klemmen en een trekontlasting. Waar het misgaat zit hem in de aders zelf. De draden van een fornuissnoer zijn fijndradig, en fijndradige aders horen niet los onder een schroefklem.
De draadjes waaieren namelijk uit zodra je de schroef aandraait. Een deel valt naast de klem, het contactvlak wordt kleiner dan de ader zelf en wat overblijft loopt warm. Bij 16 of 32 ampère is warm worden geen theoretisch risico maar het begin van een probleem.
Zet daarom op elke ader een adereindhuls van de juiste maat en knijp die met een echte krimptang. Een huls die je met een waterpomptang platslaat geeft hetzelfde slechte contact als losse draadjes, dus dat schiet niet op. Heb je geen tang en geen hulzen, koop dan een kant-en-klaar fornuissnoer bij de bouwmarkt.
Zo'n kant-en-klaar snoer heeft nog een voordeel: alle aders hebben er een eigen kleur. Dat maakt het doormeten en het uit elkaar houden van twee nullen een stuk simpeler dan bij een snoer waar twee aders dezelfde kleur hebben.
Monteer de aardedraad iets langer af dan de rest. Trekt er ooit iemand aan het snoer en schiet de trekontlasting los, dan laat de aarde als laatste los. Welk kabeltype je van de meterkast naar de doos legt en of dat xmvk of ymvk moet zijn, zoek je op in de draad- en kabelkiezer.
Als het snoer net te kort is
Een kookplaat hoort rechtstreeks op de perilexdoos te zitten. Kom je een halve meter tekort, dan is de verleiding groot om iets te bedenken met een blokje of een doorverbinding achter het keukenblok. Doe dat niet, want juist daar kun je er later niet meer bij om het na te kijken.
Beter is een langer fornuissnoer, of de doos verplaatsen. Wil je toch overbruggen, lees dan eerst wat een perilex verlengsnoer wel en niet aankan, want de doorsnede en de lengte bepalen of dat verantwoord is.
| Onderdeel | Gangbare doorsnede | Waar je op let |
|---|---|---|
| Kabel van de meterkast naar de perilexdoos | 5 x 2,5 mm² | Vijf aders, door een leiding van 19 mm is dit nog te trekken |
| Fornuissnoer met perilexstekker | 5 x 1,5 mm² | Voldoet voor de meeste platen, controleer wel het voorschrift van de fabrikant |
| Snoer bij een zware plaat of een lange lengte | 5 x 2,5 mm² | Nemen als de fabrikant het voorschrijft of als het snoer lang wordt |
| Perilexsnoer voor mechanische ventilatie | 5 x 0,75 mm² | Nooit voor een kookplaat gebruiken, dit is veel te dun |
| Adereindhulzen | 1,5 en 2,5 mm² | Eén maat per aderdoorsnede, krimpen met een krimptang |
Perilex op 1 fase: wanneer dat wel en niet kan
Een 1 fase perilex bestaat, maar hij zit er zelden. In dat geval liggen er één fasedraad, één nul en een aarde op de doos en blijven er twee polen ongebruikt. De vraag is dan vooral of je kookplaat met de 3680 watt van één groep uitkomt.
Op het typeplaatje van veel inductieplaten staat 230 volt, en dan lijkt een gewoon stopcontact te volstaan. Dat gaat mis op het vermogen. Een plaat als de ATAG HI271GUU staat op 230 volt en 5600 watt, en dat vraagt bijna 25 ampère uit één fase.
Een gewone eindgroep in Nederland is afgezekerd op 16 ampère en levert dus maximaal 3680 watt. De installatievoorschriften van dit soort platen gaan uit van een eenfasegroep van 32 ampère, en die leggen we hier niet aan. Perilex op 1 fase kan bij zo'n plaat dus wel op papier, maar niet op een fase zoals die bij jou uit de muur komt.
Wat wel werkt is een compacte inductieplaat kiezen die officieel op één groep van 16 ampère mag. Je hebt dan 3680 watt te verdelen, wat in de praktijk neerkomt op ongeveer twee zones tegelijk op vol vermogen. Reken met de groepencalculator even na wat er verder nog op die groep hangt.
Sommige platen hebben vermogensbegrenzing in het instelmenu, waarmee je het maximum terugzet naar wat één groep aankan. Dat is een functie die de fabrikant er wel of niet in heeft gezet, geen instelling die je op elke plaat vindt. Blader de installatie-instructies door voordat je erop rekent, want platen die 5600 watt of meer trekken hebben die begrenzing meestal niet.
De verkoper aan de telefoon is niet de fabrikant. Wij kwamen tegen dat een webshop zonder aarzeling zei dat een 1 fase plaat gewoon op een normale stekker kan omdat de plaat zelf het vermogen wel regelt. In de handleiding van diezelfde plaat stond een eenfase-aansluiting van 32 ampère voorgeschreven en geen woord over begrenzing. Houd de handleiding aan, niet het telefoongesprek.
De kookgroep in de meterkast en de aardlek
De perilexdoos zelf is het simpele deel van de klus. Je monteert hem net als elk ander stopcontact dat je aansluit, met dat verschil dat er vijf aders in gaan en dat de klemmen gemerkt zijn met L1, L2, L3, N en het aardsymbool. Het werk zit in de meterkast.
Een kookgroep is meer dan twee automaten naast elkaar prikken. De twee groepen moeten mechanisch gekoppeld zijn, zodat ze met één handeling tegelijk uitschakelen, en de aders horen door één leiding te lopen.
Dat is geen papieren regel. Schakelt er maar één van de twee uit, dan lijkt de kookplaat spanningsloos omdat hij niet meer aan gaat, terwijl er op de andere helft van het klemmenblok nog gewoon 230 volt staat. Wie dan de aansluitkast opent, pakt spanning beet.
Om diezelfde reden mag je niet twee bestaande vrije groepen in de keuken samenknopen tot een kookgroep. Ook niet als de stopcontacten toevallig naast elkaar zitten, en ook niet met een brug tussen de twee automaten zodat ze samen uitvallen. De losse leidingen blijven het probleem.
Reken er verder op dat de kookgroep zijn eigen bekabeling krijgt van minstens vijf aders van 2,5 mm². Een bestaande drieaderige leiding naar een stopcontact is niet om te bouwen. Voor de zwaardere keukenapparatuur eromheen geldt hetzelfde principe als bij het aansluiten van een vaatwasser: eigen groep, eigen zekering.
Als de aardlek eruit klapt
Een klassieker bij twee losse aardlekautomaten: de plaat gaat aan en de aardlek valt uit. De oorzaak zit meestal in de kookplaat, want lang niet bij elke plaat zijn de twee nulkanten intern van elkaar gescheiden. Zijn ze doorverbonden, dan loopt er stroom van de ene groep terug via de nul van de andere en ziet de aardlekautomaat een verschil dat er niet hoort te zijn.
Een kookgroep hoort daarom achter één gemeenschappelijke aardlekbeveiliging te zitten en niet achter twee losse automaten. Heb je drie fasen, dan is een driefase-aardlekautomaat een nette oplossing. Sluit daar aan de voedingszijde wel alle drie de fasen én de nul op aan, ook als de kookplaat er maar twee gebruikt, anders werkt de beveiliging niet zoals bedoeld.
Het lege zekeringgat
Gebruik je van een driefasegroep maar twee fasen, dan blijft er in de meterkast een patroonhouder leeg. Laat dat gat niet open staan. Er bestaat een blinde schroefkop voor die in de bouwmarkt onder de naam zekeringhouder in het schap ligt en die een paar euro kost.
Het gaat om meer dan vingers en voorwerpen uit het gat houden. Draait iemand er later alsnog een zekering in terwijl jij die pool in de stekker hebt doorverbonden met een nul, dan staat er in één klap een fase op de nulzijde van je kookplaat. Laat een ongebruikte pen in de perilexstekker dus altijd echt los en plak een briefje in de meterkast.
Wat er misgaat als de nullen verkeerd zitten
De nul is de plek waar deze klus het vaakst stilletjes fout gaat. Hangt er een plaat met alleen een 400 volt tweefaseschema aan een Nederlandse kookgroep, dan luidt het standaardadvies: zet de twee nuldraden samen onder klem 4. Het werkt, de plaat doet het, en daarom wordt het overal doorverteld. Goed is het niet.
Onder die ene schroef komen twee stromen van 16 ampère samen op een klem die voor één ader is ontworpen. Raakt een van de twee draden los of maakt hij door trillingen slecht contact, dan gaat alle 32 ampère door de overgebleven draad. Die ader is daar niet op berekend, en de plek waar dat misloopt is een schroefklem in een gesloten kastje onder je kookplaat.
Er is een variant die je bij oudere platen tegenkomt: de tweede nuldraad is nooit aangesloten en hangt los in de aansluitkast. De plaat werkt gewoon en blijft jarenlang werken, met een nul die al die tijd dubbel belast is. Kom je dat tegen bij het vervangen van een plaat, sluit hem dan meteen goed aan.
De nette oplossingen bestaan wel degelijk. Heb je drie fasen, gebruik er dan twee en volg het 2N~ schema met één nuldraad en de brug tussen 4 en 5. Heb je een kookgroep, kies dan een plaat waarvan de handleiding een schema met twee gescheiden nullen laat zien, want die zijn er genoeg.
Controleer dat vóór de aanschaf en niet erna. Een plaat die in de documentatie alleen 1N~, 2N~ en 3N~ kent, is niet gemaakt voor de Nederlandse kookgroep, hoe stellig een verkoper ook beweert dat de nullen wel samen mogen.
Kookzones die koud blijven
Blijven na het aansluiten één of twee zones koud terwijl de rest gewoon werkt, dan ontbreekt er vrijwel altijd een verbinding aan één kant van het klemmenblok. De helft van de plaat die niets doet, hangt aan de klem waar de fase of de nul mist. Meet dat na aan de klemmen en niet aan de zones.
Haal daarna het snoer los, zet de bruggen terug naar het schema dat bij jouw meting hoort en bedraad de stekker opnieuw. Bij een tweedehands plaat staat het blok namelijk nog ingericht op de aansluiting van de vorige eigenaar.
Zo sluit je een perilex aan op 2 fase
Deze volgorde werkt of er nu een kookgroep of een echte tweefase-aansluiting achter de doos zit, want je bepaalt onderweg welke van de twee je hebt.
-
Zoek het aansluitschema van je kookplaat op
Kijk op de sticker naast het klemmenblok en in de handleiding welke schema's de plaat kent: 1N~, 2N~, 3N~ en soms een variant met twee gescheiden nullen. Noteer ook het maximale vermogen van het typeplaatje. Zonder die twee gegevens weet je straks niet of je meting en je plaat bij elkaar passen.
-
Meet de perilexdoos door met de kap erop
Meet met dunne meetpennen elke pool naar aarde en daarna alle polen onderling. Twee polen met 230 volt naar aarde en 0 volt onderling betekent een kookgroep. Meet je daar ongeveer 400 volt, dan heb je twee verschillende fasen. Doe dit vóór je iets losschroeft, want deze meting kan alleen onder spanning.
-
Stel vast welke pool de nul is
Meet elke pool zonder spanning tegen een pool met spanning. Ongeveer 230 volt betekent een echte nuldraad, niets of een wegzakkende waarde betekent een lege pool. Sla deze stap niet over, want een pool die je voor nul aanziet terwijl er niets op zit, levert straks een halve kookplaat op die het niet doet.
-
Schakel af en controleer dat het spanningsloos is
Zet beide automaten van de kookgroep uit, of de gekoppelde driefase-automaat. Meet daarna opnieuw in de doos om te bevestigen dat er nergens meer spanning staat. Zit de kookgroep nog op twee losse automaten, controleer dan echt beide, want juist daar zit de valkuil dat de ene helft nog leeft.
-
Zet de bruggen op het klemmenblok goed
Haal de brug tussen klem 1 en 2 eruit en laat de brug tussen 2 en 3 zitten. De brug tussen 4 en 5 blijft alleen zitten als je één nuldraad hebt. Bij een kookgroep met twee nullen gaat die brug eruit en komt er op klem 4 en klem 5 elk een eigen nuldraad.
-
Bedraad de perilexstekker met adereindhulzen
Strip de aders op maat, zet op elke ader een adereindhuls en knijp die met een krimptang. Sluit de aarde aan op het aardcontact en maak die ader iets langer dan de rest. Klem de trekontlasting op de buitenmantel en niet op de aders. Heb je maar vier aders in het snoer, volg dan de aanpak bij een tweefase perilexstekker met vier draden.
-
Sluit het snoer aan op de kookplaat
Zet de fasedraden op klem 1 en klem 2, de nul of nullen op 4 en 5 en de aarde op de aardklem. Trek elke schroef stevig aan en geef daarna aan elke ader een rukje om te controleren of hij vastzit. Klem de trekontlasting van de aansluitkast op de mantel voordat je het deksel sluit.
-
Schakel in en test alle zones apart
Zet de groep aan en probeer elke kookzone los van de andere op vol vermogen, met een pan water erop. Blijft er een zone koud, dan zit er een verbinding niet goed en ga je terug naar het klemmenblok. Voel na een kwartier koken voorzichtig of de stekker warm wordt, want een warme stekker wijst op een slecht contact.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de kookplaat inschakelt
Uit de praktijk
Een kookplaat met 400V 2N op een gewone kookgroep
Een nieuwe inductieplaat had op de sticker alleen aansluitschema's voor 230 volt en voor 400 volt met twee fasen. Uit de perilexdoos kwamen twee fasedraden en twee nuldraden. De winkel gaf het standaardadvies: zet de twee nullen samen onder klem 4 en klaar.
Dat werkt, maar het klopt niet. De meting liet 0 volt tussen de twee bruine draden zien, dus beide zaten op dezelfde fase en de nul moest 32 ampère terugvoeren over één schroefklem. Raakt daar één ader los, dan krijgt de andere alles voor zijn kiezen op een plek waar niemand ooit meer kijkt.
Hier bleek er wel drie fasen naar de meterkast te lopen, alleen zaten er twee losse automaten met elk een eigen aardlek in. Die zijn vervangen door één gekoppelde driefase-automaat met ingebouwde aardlekbeveiliging, waarbij alle drie de fasen en de nul aan de voedingszijde zijn aangesloten. Daarna stond er op de perilexdoos 220 volt van elke fase naar de nul en ongeveer 380 volt tussen de fasen onderling. De plaat is volgens het 2N~ schema aangesloten op twee van de drie fasen, met één nuldraad en de brug tussen 4 en 5 erin, en de derde fase bleef ongebruikt.
Twee kookzones die koud bleven na een tweedehands fornuis
Een keramische kookplaat met oven was tweedehands gekocht met de mededeling dat hij op twee fasen had gezeten. De stekker ging er zonder nadenken in en twee zones werden niet warm. De rest deed het gewoon, wat de indruk wekte dat er iets kapot was aan de plaat.
Bij het openen van de aansluitkast bleek er iets anders aan de hand. De fijne draadjes zaten zonder adereindhuls onder de schroeven geklemd, half uitgewaaierd, en de bedrading volgde nog het schema van de vorige woning. Aan één kant van het klemmenblok kwam daardoor geen nul aan, en dat was precies de helft die koud bleef.
De oplossing was een nieuw fornuissnoer uit de bouwmarkt, waarbij elke ader een eigen kleur heeft. Daarmee is het tweede aansluitschema aangehouden, met dat verschil dat de brug tussen 4 en 5 eruit ging en er twee losse nuldraden op klem 4 en 5 zijn gezet. Er bleef wel een aandachtspunt: dit fornuis vraagt bij alles tegelijk meer dan de kookgroep levert, dus de groepsautomaat kan eruit vliegen als de oven en alle zones samen vol aan staan.
Het vergeten bruggetje tussen klem 4 en 5
Bij een woning met drie fasen was de kookplaat aangesloten op twee fasen, netjes volgens het schema dat het meest links op de sticker stond. De plaat deed het maar half en er kwam geen enkele foutmelding, wat het zoeken lastig maakte.
Bij nameten aan het klemmenblok stond er op klem 5 helemaal niets. Er lag maar één nuldraad, en die zat alleen op klem 4. Het bruggetje tussen 4 en 5 was bij het uitpakken meteen verwijderd, in de veronderstelling dat je bij twee fasen altijd twee nullen nodig hebt. Met de brug terug op zijn plek werkte de plaat meteen volledig.
Er was nog een tweede punt. Van de drie patroonhouders in de meterkast bleef er één leeg, en in de perilexstekker bleef de bijbehorende pen los. Zou iemand daar later toch een zekering indraaien terwijl die pen aan een nul geknoopt was, dan komt er een fase op de nulzijde van de plaat te staan. In het lege gat is een blinde zekeringhouder van een paar euro geschroefd.
Zestien jaar op één nuldraad gekookt
Bij het vervangen van een keramische kookplaat die niet goed meer werkte, kwam er bij het openen van de aansluitkast een losse ader tevoorschijn. Het bleek de tweede nuldraad, die er nooit op was gezet. De plaat had zestien jaar gewerkt met twee fasedraden en één nul.
Achter de doos zat een kookgroep van 2x230 volt uit een installatie met één fase, dus die ene nuldraad had al die tijd de stroom van beide groepen verwerkt. Dat het al die jaren goed is gegaan zegt niets over hoe veilig het was, want een dubbel belaste nul geeft geen signaal totdat de klem of de ader het begeeft.
Bij de nieuwe plaat is het klemmenblok ingericht op twee gescheiden nullen: brug tussen 4 en 5 eruit, op elke klem een eigen nuldraad, allebei met een adereindhuls. Kijk bij elke vervanging even in de oude aansluitkast voordat je het snoer overzet, want wat erin zat is niet per definitie wat erin hoorde.
Veelgemaakte fouten
De twee nuldraden samen onder één klem persen
Dit is het advies dat het vaakst gegeven wordt en het werkt ook, tot het misgaat. Op één schroefklem komen twee stromen van 16 ampère samen terwijl de klem voor één ader gemaakt is. Raakt er één los of gaat het contact achteruit, dan draagt de overgebleven ader 32 ampère in een gesloten kastje onder je kookplaat.
Aannemen dat 2 fase ook echt twee fasen betekent
De Nederlandse kookgroep heet in de volksmond een 2 fase aansluiting, maar het zijn twee groepen op dezelfde fase. Wie dat verwart, kiest het verkeerde schema en zet één nuldraad waar er twee horen. Eén meting tussen de twee stroomvoerende polen maakt het verschil zichtbaar: 0 volt of ongeveer 400 volt.
De brug tussen klem 4 en 5 op gevoel plaatsen
De brug hoort erin bij één nuldraad en eruit bij twee. Andersom gaat het twee kanten op fout: zonder brug bij één nul blijft de halve plaat koud, en met brug bij twee nullen koppel je de nullen van twee groepen aan elkaar waardoor een aardlekautomaat eruit kan klappen. Bepaal dit op je meting en niet op wat logisch aanvoelt.
Fijndradige aders zonder adereindhuls onder een schroef
De draadjes van een fornuissnoer waaieren uit zodra de schroef aandraait en een deel valt naast de klem. Het contactvlak wordt kleiner dan de ader zelf en die overgang loopt warm bij belasting. Een huls van een paar cent per stuk, geknepen met een krimptang, haalt dat risico er compleet uit.
Twee bestaande vrije groepen aan elkaar knopen
Twee ongebruikte groepen naast elkaar in de keuken zien er verleidelijk uit als gratis kookgroep. Het mag niet, want de groepen moeten mechanisch gekoppeld zijn en de aders horen door één leiding te lopen. Zonder dat kan iemand na het uitzetten van één automaat denken dat de plaat spanningsloos is, terwijl de andere helft nog volledig onder spanning staat.
Een perilexsnoer van 0,75 mm² gebruiken
Er bestaan perilexsnoeren van 5 x 0,75 mm², bedoeld voor mechanische ventilatie. Ze passen op dezelfde stekker en liggen soms voor een prikkie op een rommelmarkt. Voor een kookplaat zijn ze veel te dun en ze worden onder belasting warm over de volle lengte. Voor een kookplaat begint het bij 5 x 1,5 mm².
Een ongebruikte pen alvast maar doorverbinden
Bij een tweefase-aansluiting op een driefasegroep blijft er een pen over. De neiging is om die dan maar aan de nul te knopen zodat hij ergens op zit. Komt er later spanning op die pool, bijvoorbeeld doordat iemand het lege zekeringgat opvult, dan staat er een fase op de nulzijde van je plaat en heb je bij inschakelen een volle kortsluiting.
Veelgestelde vragen
Hoe sluit ik een perilex stekker aan op 2 fase?
Meet eerst wat er achter de doos zit. Twee polen met ongeveer 230 volt naar aarde en 0 volt onderling betekent een kookgroep. Er gaan dan twee fasedraden naar klem 1 en 2 en twee losse nuldraden naar klem 4 en 5, met de brug tussen 4 en 5 eruit. Meet je onderling ongeveer 400 volt, dan heb je twee echte fasen en volstaat één nuldraad met de brug tussen 4 en 5 erin. In beide gevallen haal je de brug tussen klem 1 en 2 eruit, laat je de brug tussen 2 en 3 zitten en zet je op elke ader een adereindhuls.
Wat is het verschil tussen 2 fase en 3 fase perilex?
Bij drie fasen zitten er drie verschillende fasen op de doos, onderling ongeveer 400 volt, en is er één nuldraad nodig omdat de stromen 120 graden verschoven teruglopen en elkaar grotendeels opheffen. Bij wat in Nederland een 2 fase aansluiting heet, gaat het meestal om twee groepen op dezelfde fase met 0 volt ertussen, en daar tellen de stromen recht op tot 32 ampère. Vandaar de twee nuldraden. Gebruik je twee echte fasen van een driefasenet, dan heb je aan één nul genoeg.
Hoe weet ik of ik twee echte fasen heb of een kookgroep van 2x230 volt?
Zet je multimeter op wisselspanning met een bereik tot minstens 600 volt en meet tussen de twee polen waar spanning op staat. Lees je 0 volt, dan zitten beide op dezelfde fase en heb je een kookgroep. Lees je ongeveer 400 volt, wat in de praktijk vaak rond de 378 volt uitkomt, dan zijn het twee verschillende fasen. Meet daarnaast elke pool naar aarde: ongeveer 230 volt betekent fase, bijna niets betekent nul of een lege pool.
Mag ik de twee nuldraden samen onder één klem zetten?
Beter niet, ook al krijg je dit advies aan de balie regelmatig. De klem is ontworpen voor één ader en je legt er twee stromen van 16 ampère op. Als er één ader losraakt of slecht contact maakt, gaat alles door de overgebleven draad heen op een plek die je nooit meer inspecteert. Heb je drie fasen, gebruik er dan twee met één nul. Heb je een kookgroep, kies dan een plaat waarvan de handleiding een schema met twee gescheiden nullen heeft.
Kan een kookplaat op 1 fase perilex werken?
Dat hangt volledig af van het vermogen. Een gewone groep van 16 ampère levert maximaal 3680 watt, en de meeste inductieplaten trekken meer. Een plaat als de ATAG HI271GUU staat op 230 volt en 5600 watt en heeft volgens de installatievoorschriften een eenfasegroep van 32 ampère nodig, en die kennen we in Nederland niet als standaardgroep. Perilex op 1 fase is dus alleen zinvol bij een compacte plaat die officieel op één groep van 16 ampère mag, en dan kun je in de praktijk ongeveer twee zones tegelijk vol gebruiken.
Wat doe ik als er maar vier draden uit mijn kookplaat komen?
Dat is normaal bij platen die met een vast snoer van vier aders geleverd worden: twee fasekanten, één nul en de aarde. Je moet dan uitzoeken hoe die vier aders zich verhouden tot de vijf polen van de perilexstekker, en welke pen ongebruikt blijft. De volgorde en de valkuilen staan bij het aansluiten van een tweefase perilexstekker met vier draden. Ga in ieder geval nooit een pen doorverbinden om er vijf van te maken.
Moet er een brug tussen klem 4 en 5?
Alleen als er één nuldraad naar de kookplaat gaat. De brug verbindt dan de twee nulkanten van de plaat met elkaar, zodat beide helften een nul hebben. Bij een Nederlandse kookgroep met twee nuldraden haal je de brug juist eruit en zet je op klem 4 en klem 5 elk een eigen nul. Vergeet je de brug bij één nuldraad, dan blijft de helft van de zones koud zonder dat de plaat een foutmelding geeft.
Waarom blijven er twee kookzones koud na het aansluiten?
Bijna altijd omdat er aan één kant van het klemmenblok een fase of een nul ontbreekt. De zones zijn intern in twee helften verdeeld, dus je ziet het meteen terug in welke zones het wel doen. Controleer of de brug tussen 4 en 5 klopt bij het aantal nuldraden, of alle schroeven echt vastzitten en of de pool die je als nul gebruikt daadwerkelijk een nul is. Meet dat na aan het klemmenblok, niet aan de zones zelf.
Waarom klapt de aardlekschakelaar eruit zodra de kookplaat aan gaat?
Dat gebeurt vooral als de kookgroep achter twee losse aardlekautomaten hangt. Bij veel kookplaten zijn de twee nulkanten intern doorverbonden en niet van elkaar geïsoleerd. Er loopt dan stroom van de ene groep terug via de nul van de andere, en de aardlekautomaat ziet een verschil dat er niet hoort te zijn. De oplossing is één gemeenschappelijke aardlekbeveiliging voor de hele kookgroep, of de plaat op twee echte fasen aansluiten met één nuldraad.
Mag ik twee bestaande groepen samenvoegen tot een kookgroep?
Nee, ook niet als de twee stopcontacten een meter uit elkaar zitten en de groepen verder ongebruikt zijn. De twee groepen van een kookgroep moeten mechanisch gekoppeld zijn zodat ze met één handeling uitschakelen, en de aders horen door één leiding te lopen. Een brug tussen de automaten lost dat maar half op, want de losse leidingen blijven. Wie na het uitzetten van één groep aan de plaat gaat werken, staat dan alsnog met spanning in zijn handen.
Welk aansluitsnoer heb ik nodig voor een perilexstekker?
Voor de meeste kookplaten voldoet een fornuissnoer van 5 x 1,5 mm², al kan de fabrikant in de handleiding iets zwaarders voorschrijven en dan houd je dat aan. De vaste bekabeling van de meterkast naar de perilexdoos is een ander verhaal: daar reken je op vijf aders van 2,5 mm². Wat je nooit moet gebruiken is een perilexsnoer van 5 x 0,75 mm², want dat is bedoeld voor mechanische ventilatie en veel te dun voor een kookplaat.
Op welke hoogte hoort een perilex wandcontactdoos?
Achter een keukenblok zit de doos meestal net boven de plint of achterin de onderkast, op een plek waar je er met de kookplaat nog bij kunt maar waar geen lades tegenaan lopen. Belangrijker dan een exacte maat is dat de stekker er recht in kan zonder dat het snoer een scherpe knik maakt tegen de achterwand van de kast. De gangbare maten voor stopcontacten en aansluitingen in de keuken vind je in ons overzicht van standaardmaten.
Wanneer je beter een vakman belt
Aan de kookplaat, het snoer en de perilexstekker kun je met een meter en een krimptang prima zelf werken. De grens ligt in de meterkast.
Een kookgroep bijplaatsen betekent werken op de verdeelrail achter de hoofdschakelaar. Dat deel van de kast maak je niet spanningsloos door een automaat om te zetten, want de voeding komt van vóór de hoofdzekering. Heb je daar geen ervaring mee, laat dat dan doen en houd het zelf bij het aansluitwerk in de keuken.
Bel ook als er nieuwe bekabeling van de meterkast naar de keuken moet en de bestaande leiding niet vrij is. Vijf aders van 2,5 mm² door een oude, half gevulde leiding trekken eindigt regelmatig met een vastgelopen of kapotgetrokken kabel in de muur, en dan moet er alsnog gehakt worden.
Twijfel je na het meten nog steeds wat je voor je hebt, bijvoorbeeld omdat je op één pool een waarde houdt die blijft zwerven, laat een installateur de doos dan nameten voordat je bedraadt. Wat je verder in en om het huis zelf kunt oppakken staat in ons overzicht van elektrawerk in huis.