Flexibele waterleiding aanleggen, koppelen en wegwerken
Flexibele waterleiding is buis die je met de hand in vorm legt in plaats van soldeert, meestal meerlagenbuis van 16x2 mm in een rode of blauwe mantelbuis. De winst zit niet in de buis maar in de koppelingen: knelkoppelingen mogen alleen op plekken waar je later nog bij kunt, alles wat je wegwerkt in muur, vloer of beton moet geperst of met een schuifhuls gemaakt zijn. Koop buis en koppelingen van hetzelfde merk, want elk systeem heeft zijn eigen persbek en zijn eigen kalibreerfrees. En zet in elke kunststof buis een insert voordat je de knelmoer aandraait.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Buisschaar voor kunststof buis, of een pijpsnijder voor koper
- Kalibreerfrees in de maat van je buis, meestal 16 mm
- Perstang met de persbek van jouw systeem, vaak te huur bij de installateur
- Twee waterpomptangen of steeksleutels 22, 24 en 27 mm
- Inwendige buigveer, of een buigtang voor 15 mm koper met slede
- Schuifmaat om de maat van de bestaande koperen leiding te bepalen
- Muurfrees of haakse slijper met stofafzuiging voor de sleuven
- Drukmeter met slangaansluiting om af te persen
Materiaal
- Meerlagenbuis 16x2 mm op rol, kaal of al in mantelbuis
- Mantelbuis in rood voor warm water en blauw voor koud water
- Knelkoppelingen met de bijbehorende inserts of steunbussen
- Pers- of schuifhulskoppelingen van hetzelfde merk als de buis
- Puntstukken 1/2" x 15 mm en overgangen naar 3/8"
- Stopkranen 12 of 15 mm knel met 3/8" buitendraad
- Buisbeugels en zadels om de buis vast te zetten
- Teflontape of vlas met afdichtpasta voor de schroefdraadverbindingen
Welke soorten flexibele waterleiding er zijn
Flexibele waterleiding is de verzamelnaam voor buis die je met de hand in vorm legt in plaats van soldeert. In het schap liggen er zeker vier soorten naast elkaar en die zijn onderling niet uitwisselbaar. Hoe deze buis zich verhoudt tot de rest van je installatie lees je in ons overzicht over waterleiding in en om het huis.
De soort die je het vaakst tegenkomt is meerlagenbuis, in de handel ook alupex of Unipipe genoemd. Dat is kunststof buis met een dun aluminium laagje ertussen, meestal in de maat 16x2 mm. Het aluminium doet twee dingen: de buis houdt de vorm die je hem geeft, en hij zet bij warm water veel minder uit dan kale kunststof.
Daarnaast is er kale PEX zonder aluminium. Die is goedkoper en soepeler, maar hij veert na het buigen deels terug en heeft dus meer beugels nodig om op zijn plek te blijven. Tyleen is de derde variant, een polyethyleenslang op rol die je in lange stukken buiten en onder de grond legt, en die alleen voor koud water bedoeld is.
De vierde is geen kunststof: flexibel koper op rol, met een kunststof mantel eromheen ook wel wicu-buis genoemd. Als je al met koper werkt en de bochten zijn het probleem, dan is dit vaak de kortste route. Je gebruikt er hetzelfde gereedschap en dezelfde koppelingen voor als bij hard koper, met één toevoeging waar we verderop op terugkomen.
Van de kunststof buizen krijg je zowel kale rollen als rollen waar de mantelbuis al omheen zit. Voor alles wat onder een vloer of achter een wand verdwijnt neem je de uitvoering met mantelbuis, rood voor warm en blauw voor koud. Kale buis is voor zichtbaar werk in een meterkast of technische ruimte.
| Soort | Hoe je hem herkent | Waar hij voor bedoeld is | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| Meerlagenbuis (alupex) | Wit of grijs, met een aluminium laagje in de wand, houdt zijn vorm | Warm en koud water binnen, vloerverwarming, radiatoraansluitingen | Buismaat is de buitenmaat, dus 16x2 heeft 12 mm binnenmaat |
| PEX zonder aluminium | Soepel en veerkrachtig, komt na het buigen deels terug | Water binnen, vaak in schuifhulssystemen | Meer beugels nodig, zet bij warm water zichtbaar uit |
| Tyleen op rol | Zwart of blauw, stug, in rollen van 25 tot 100 meter | Koud water buiten, buitenkraan, tuin, lange tracés onder de grond | Niet geschikt voor warm water en niet voor binnen achter een wand |
| Flexibel koper op rol | Koper dat je met de hand buigt, soms met kunststof mantel (wicu) | Aansluitingen waar veel bochten zitten en je toch koper wilt | Bij een knelkoppeling altijd een steunbus in de buis |
| Buis in mantelbuis | Geribbelde rode of blauwe mantel om een gladde binnenbuis | Alles wat in de vloer, de wand of het beton verdwijnt | Een knik in de binnenbuis zie je van buiten niet |
| Flexibele kraanslang | Korte rvs-omvlochten slang met wartels aan beide kanten | Van stopkraan naar kraan, van muurplaat naar toiletreservoir | Bedoeld als eindstuk, niet om in een wand weg te werken |
Kies je systeem voordat je iets koopt en houd het bij één merk. Elk merk heeft zijn eigen persbek, zijn eigen kalibreerfrees en zijn eigen inserts, en die passen niet op de buis van de buurman. Twee merken door elkaar betekent twee keer gereedschap huren.
Maten en diameters, en wat er op elkaar past
De helft van het gepuzzel bij flexibele waterleiding komt door de maten. Kunststof buis wordt aangeduid met de buitenmaat en de wanddikte, dus 16x2 mm betekent 16 millimeter buitendiameter met een wand van 2 millimeter en dus 12 millimeter aan de binnenkant. Koper wordt ook op buitenmaat verkocht, in 10, 12, 15 en 22 mm.
Praktisch gezien vervangt 16x2 mm kunststof een koperen leiding van 15 mm en is 20x2 mm de maat voor een langere toevoerleiding. Voor een aftakking naar een fonteintje of een toilet is 16 mm ruim genoeg. Een hoofdleiding naar een garage of een tweede badkamer leg je in 25 mm en tak je daar met T-stukken vanaf.
Zoek je flexibele waterleiding van 12 mm, dan zoek je bijna altijd naar iets anders dan kunststof buis. 12 mm is een kopermaat en tegelijk de knelmaat waarin flexibele kraanslangen en stopkranen geleverd worden. In woningen van voor ongeveer 1980 kom je onder de wastafel ook nog 10 mm koper tegen, en 10 en 12 mm zien er met het blote oog identiek uit. Meet met een schuifmaat voordat je koppelingen bestelt.
Aan de kraankant stapt alles over naar schroefdraad in inches. De wartel van een kraanslang is meestal 3/8", een muurplaat of buitenkraan is 1/2". Welke hoogtes en afstanden gebruikelijk zijn voor aansluitpunten in een badkamer zoek je op in onze tabel met standaardmaten, zodat de leiding straks precies achter het meubel uitkomt.
| Maat | Wat het is | Waar je hem tegenkomt | Waar hij op overgaat |
|---|---|---|---|
| 16x2 mm | Kunststof buis, 12 mm binnenmaat | Standaardmaat voor tappunten binnen | Knel- of perskoppeling 16 x 15 mm koper, of 16 x 1/2" |
| 20x2 mm | Kunststof buis, 16 mm binnenmaat | Langere toevoer, aansluiting op de watermeter | 20 x 15 mm of 20 x 3/4" |
| 25x2,5 mm | Kunststof buis, 20 mm binnenmaat | Hoofdleiding naar garage, schuur of tweede verdieping | 25 x 22 mm koper, T-stuk 25 x 16 x 25 voor de aftakking |
| 10 mm koper | Oude dunne aansluitleiding | Wastafel en toilet in woningen van voor 1980 | Knelwartel 10 mm, daaronder 3/8" schroefdraad |
| 12 mm koper | Aansluitleiding onder sanitair | Stopkranen, kraanslangen, fonteintjes | Knel 12 mm naar 3/8" buitendraad |
| 15 mm koper | Standaard leidingmaat binnen | Doorgaande leidingen naar bad, douche en keuken | Puntstuk 1/2" x 15 mm, knelkoppeling 15 x 16 |
| 3/8" wartel | Schroefdraad met een rubberring in de moer | Kraanslangen, stopkranen, toiletaansluiting | Hoort op een puntstuk met vlakke rand, niet op een knelsok |
| 1/2" buitendraad | Zwaardere schroefdraad, dicht af op vlas of teflon | Muurplaten, buitenkraan, wasmachinekraan | Puntstuk 1/2" x 15 mm of overgang 16 x 1/2" |
Koppelingen: knellen, persen, schuiven of steken
De buis kost weinig, de koppelingen bepalen de prijs en het risico. Er zijn vier manieren om een koppeling voor flexibele waterleiding te maken en ze verschillen vooral in wat je met de plek van de verbinding mag doen. Welke koppeling op je flexibele buis past hangt af van het merk, maar het type bepaalt of de verbinding bereikbaar moet blijven.
Een knelkoppeling op flexibele waterleiding is de goedkoopste en de snelste. Je schuift de wartel en de knelring over de buis, drukt de insert in het uiteinde en draait de moer met twee sleutels aan. Zonder die insert of steunbus vervormt de buis onder de ring en dicht de koppeling niet af, en dat geldt net zo goed voor een knelkoppeling op flexibele koperen leiding.
Een persfitting maak je met een perstang die de huls in één beweging om de buis knijpt. Dat is de verbinding die je wél mag wegwerken, en in de praktijk kost het niet meer dan een minuut per koppeling. De tang is het probleem: nieuw kost die honderden euro's, maar bij de installateur waar je de materialen koopt is er vaak een te huur of te leen. Wat een tang per systeem kan en wat huren ongeveer kost lees je bij de perstang voor waterleiding.
Het schuifhulssysteem werkt anders: je rekt het buiseinde op met een expander, schuift het over de fitting en trekt daarna een messing huls over de verbinding. Er zit geen rubber O-ring in, dus er is niets dat op termijn kan verharden. Dit soort koppelingen mag je zelfs meestorten in beton.
Steekkoppelingen druk je zonder gereedschap op de buis. Ze werken prima, maar ze houden een rubberafdichting en een klemring, en die horen bereikbaar te blijven. Voor een aansluiting achter een badmeubel is dat prima, voor een koppeling onder een dekvloer niet.
| Type koppeling | Gereedschap | Mag je hem wegwerken | Waar hij op zijn plek is | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|
| Knelkoppeling | Twee sleutels of waterpomptangen | Nee, alleen bereikbaar monteren | Onder de wastafel, in de meterkast, bij de stopkraan | Insert vergeten, of moer te vast waardoor de ring insnijdt |
| Perskoppeling | Perstang met de bek van jouw merk | Ja | Alles in muur, vloer en plafond | Verkeerde bek, of niet gekalibreerd voor het persen |
| Schuifhulskoppeling | Expander en schuiftang van het merk | Ja, ook in beton | Vloerverwarming, verdelers, instortwerk | Buis te ver opgerekt en te snel doorgewerkt |
| Steekkoppeling | Geen | Nee | Snelle reparatie, tijdelijke aansluiting, zichtbaar werk | Buis niet haaks afgesneden of niet ver genoeg ingestoken |
| Klemkoppeling met inbus | Inbussleutel of gripsleutel | Nee | Doe-het-zelfsystemen uit de bouwmarkt | Alleen bruikbaar binnen hetzelfde merk |
| Wartel met rubberring | Steeksleutel, met de hand plus een kwartslag | Nee | Kraanslangen, stopkranen, toiletaansluiting | Op een knelsok gedraaid in plaats van op een puntstuk |
Draai een knelmoer niet vast tot hij niet meer kan. Met de hand aandraaien en er daarna ongeveer een hele slag met de sleutel bij is genoeg. Trek je door, dan snijdt de knelring de buis in en heb je precies de lekkage die je wilde voorkomen.
Flexibele waterleiding aansluiten op koperen leiding
De meeste mensen leggen geen compleet nieuwe installatie aan maar takken af van wat er ligt, en dat is meestal koper. Flexibele waterleiding aansluiten op koperen leiding is goed te doen, mits je eerst de kopermaat vaststelt. Zet er een schuifmaat op, want 10 en 12 mm zijn met het oog niet uit elkaar te houden en de koppelingen zijn niet uitwisselbaar.
Sluit de hoofdkraan, tap het laagste punt af en snijd de koperen leiding door met een pijpsnijder in plaats van met een zaag. Een snijder geeft een haakse kant zonder vijlsel in de leiding. Ontbraam de binnenkant, want de braam die achterblijft snijdt op termijn in de afdichting.
Voor de overgang zelf gebruik je een koppelstuk voor flexibele waterleiding met aan de ene kant de kopermaat en aan de andere kant de buismaat, bijvoorbeeld 15 x 16 mm. Schuif eerst de wartel en de knelring over het koper, dan pas de koppeling ertegenaan. Aan de kunststof kant gaat de insert in de buis voordat de moer erop komt.
Werk je op flexibel koper of op wicu-buis, dan hoort daar altijd een steunbus in. Zacht koper vervormt onder de knelring en dan krijg je de verbinding nooit dicht. Wil je de koperkant liever solderen, houd er dan rekening mee dat drinkwaterleiding om zachtsoldeer en een zuurvrij vloeimiddel vraagt, wat iets anders is dan het solderen van zink aan een dakgoot.
Een puntstuk en een knelsok lijken op elkaar, maar zijn het niet
Hier gaat het vaak mis. Een flexibele slang met een wartel dicht af op een rubberring, en die ring heeft een brede, vlakke rand nodig om tegenaan te drukken. Dat is precies wat een puntstuk is: een fitting met 1/2" of 3/8" buitendraad en een vlakke kop.
Een knelsok heeft óók 3/8" of 1/2" schroefdraad, dus de wartel van je slang draait er zonder moeite op. Alleen is de rand van een knelsok smal en scherp, en die snijdt de rubberring op termijn door. Het lijkt dicht en het blijft soms jaren goed, tot het op een nacht loslaat.
De juiste oplossing is dus een puntstuk 1/2" x 15 mm of 3/8" x 12 mm tussen de leiding en de slang. Heb je dat niet bij de hand, dan maakt een insert in de knelaansluiting de rand alvast vlakker. Op een puntstuk is teflontape trouwens overbodig, want daar dicht het rubber af en niet de schroefdraad. Wanneer teflon wél nodig is en hoeveel slagen je neemt lees je bij teflontape aanbrengen op schroefdraad.
Kranen met een vaste hart-op-hart maat
Bij een badkraan of een keukenmengkraan liggen de twee aansluitingen op een vaste afstand van elkaar, meestal 150 mm. Komt je nieuwe leiding daar net niet op uit, dan hoef je de buis niet te verleggen. Met een S-koppeling die het hoogteverschil opvangt corrigeer je een paar centimeter in beide richtingen.
Flexibele waterleiding buigen zonder knik
Flexibele waterleiding buigen klinkt makkelijker dan het is, want de buis knikt eerder dan je denkt. De vuistregel voor buigen met de hand is een straal van vijf keer de buitendiameter, dus bij 16 mm buis houd je minstens 80 millimeter aan. Met een buigveer kom je op ongeveer drie keer de diameter.
Een inwendige buigveer schuif je in de buis, buigt de bocht en trek je er met een draaiende beweging weer uit. Voor 16x2 mm meerlagenbuis werkt ook een gewone buigtang voor 15 mm koper prima, zeker de uitvoering met een slede in plaats van een rol. Oefen de eerste bocht op een afgeknipt stukje, dan weet je hoeveel de buis terugveert.
Bij een haakse bocht vlak achter een voorzetwand of onder een radiator loop je tegen de grens aan. Zit er minder ruimte dan de minimale buigstraal, dan buig je niet maar zet je er een knie in: een geperste bochtfitting van 90 graden neemt de hoek in een paar centimeter. Dat is netter dan een buis die je met kracht in vorm dwingt.
Kou maakt het lastiger. Buis die uit een koude schuur of uit de auto komt is stugger en scheurt eerder aan de buitenkant van de bocht. Laat de rol een paar uur binnen liggen voordat je begint, dat scheelt meer dan je zou verwachten.
Bij zware buis in een grotere maat werkt het om de buis eerst kaal te leggen en te buigen, en de mantelbuis er daarna overheen te schuiven. Dan voel je met je handen wat er gebeurt. Een knik in een buis die al in de ribbelmantel zit zie je namelijk niet, en die merk je pas als de druk erop staat.
Buig grote bochten stukje voor stukje in plaats van in één beweging, en ondersteun het al gebogen deel met je andere hand. Bij dikke buis van 25 mm helpt het om een stuk 1 inch buis als hulpstuk te gebruiken: daarmee heb je hefboom zonder dat je met je duimen een knik in de bocht drukt.
In de muur, onder de vloer en in beton storten
Flexibele waterleiding in muur en vloer wegwerken mag, maar wat er wel en niet mag gaat niet over de buis: dat gaat over de koppelingen. De regel die je zonder uitzondering aanhoudt: een knelkoppeling of een steekkoppeling komt nooit op een plek waar je er later niet meer bij kunt. Zo'n verbinding kan na jaren een klein beetje gaan huilen, en bereikbaar draai je hem een slag aan terwijl je onder een dekvloer je hele badkamer moet openbreken.
Persfittingen en schuifhulskoppelingen zijn wel bedoeld om weggewerkt te worden. Bij het schuifhulssysteem zit er geen rubber in de verbinding, en dat is precies de reden dat je die koppelingen zelfs in beton mag meestorten. Controleer bij twijfel de opdruk en de productinformatie van het merk dat je gebruikt.
Ook een kunststof leiding in de muur hoort in een mantelbuis. Die mantel houdt cement en gips van de buis af, geeft ruimte om uit te zetten bij warm water en maakt het in theorie mogelijk om de binnenbuis er ooit uit te trekken en te vervangen. Bij koper is die mantel harde noodzaak, want gips en cement tasten koper aan.
De aanpak die de minste ellende geeft is werken vanuit één punt. Zet een verdeler op een bereikbare plek, bijvoorbeeld in de meterkast of onder de cv-ketel, en leg vandaaruit naar elk tappunt één doorlopende buis zonder enige koppeling onderweg. Het kost meer meters, maar er zit dan geen enkele verbinding onder je vloer. Hoe je zo'n tracé uitzet en welke volgorde het handigst werkt staat bij waterleiding aanleggen van verdeler naar tappunt, en de rest van de badkamerklus vind je onder sanitair en loodgieterswerk.
Stort of dicht nooit voordat je hebt afgeperst. Zet de leiding onder druk, laat hem een paar uur staan en loop daarna elke koppeling na met een stukje keukenpapier. Houd de vloer of de sleuf daarna nog een paar dagen open voordat je de dekvloer stort, want een klein lek zie je pas als het even gestaan heeft.
Frezen in een muur heeft grenzen. In een dragende wand frees je geen horizontale of diagonale sleuven, want daarmee snijd je de drukboog door en dat verzwakt de muur echt. Verticaal en ondiep mag meestal wel, maar vraag het na bij twijfel. En kom je in een woning van voor 1994 plaatmateriaal of een oude wandafwerking tegen die asbest kan bevatten, leg de frees dan weg en laat het onderzoeken voordat je verder gaat.
Afdoppen, verlengen en een T-stuk plaatsen
Flexibele waterleiding afdoppen doe je met een eindstop in dezelfde techniek als de rest van je installatie: een knelstop waar je erbij kunt, een persstop waar je hem wegwerkt. Belangrijk is dat er genoeg buis over is om de koppeling op te zetten, want een fitting heeft twee tot drie centimeter schone buis nodig.
Precies daar loopt het afdoppen van flexibele waterleiding vaak vast. Je koppelt een toilet af, ziet een T-stuk waar de aftakking pal tegenaan zit en houdt geen millimeter buis over. Dan haal je het T-stuk eruit en zet je er een recht stukje buis met twee koppelingen voor terug, of je gebruikt een reparatiesok die het gat overbrugt zonder dat je de leiding uit elkaar hoeft te schuiven.
Flexibele waterleiding verlengen gaat hetzelfde: een koppelstuk tussen twee stukken buis, of een tweede flexibele slang aan de eerste. Voor een kraan die net tien centimeter te ver weg staat is een langere slang bijna altijd beter dan twee gekoppelde slangen. Kan het niet anders, koppel dan met een messing koppelstuk 3/8" x 3/8" waar aan beide kanten een rubberring tegen een vlakke rand drukt.
Bij een T-stuk in flexibele waterleiding is de plaats belangrijker dan de fitting. Tak af op een punt waar je er een stopkraan bij kunt zetten die bereikbaar blijft, zodat je later één tappunt kunt afsluiten zonder het hele huis droog te leggen. Voor een aftakking naar een buitenkraan of een tuinaansluiting hoort binnen tien centimeter na de aftakking een controleerbare keerklep, en er zijn stopkranen waar die keerklep al in zit. Welke stoppen en pluggen er per situatie bestaan staat bij een waterleiding netjes afdoppen.
Kraanslangen die te kort zijn
Krijg je een nieuwe kraan waarvan de meegeleverde slangen van 45 of 50 cm net niet reiken, dan zijn er twee nette oplossingen. De eerste is een langere losse slang met de juiste wartels, bijvoorbeeld een rvs-omvlochten slang van 35 of 50 cm met knel 15 x 10 mm. De tweede is de koperen leiding een stukje verlengen en eindigen op twee stopkranen, één voor warm en één voor koud.
Die tweede route is meestal het mooist. Een stopkraan met knel 12 of 15 mm en 3/8" buitendraad geeft je meteen een afsluiter onder de wastafel en een vlakke rand voor de wartel van de kraanslang. Zet de slang bovenin nog in een beugeltje of plaats de kraantjes iets schuin, dan kan de slang niet knikken.
Passen nieuwe slangen niet op je kraan, tel dan de draadgangen van de oude en de nieuwe wartel. Bij twee slangen die er hetzelfde uitzien kan de een acht gangen hebben en de ander zes, en dan komt de moer nooit ver genoeg. Controleer ook of twee wartels naast elkaar niet tegen elkaar aanlopen, want dan draai je hem nooit vast genoeg voor een dichte afdichting.
Warm water, buiten en de grenzen van het materiaal
Een flexibele warmwaterleiding mag, maar niet met elk materiaal. Meerlagenbuis en PEX zijn gemaakt voor warm water en gaan bij normale tapwatertemperaturen tientallen jaren mee. Op de buis staat gedrukt wat hij aankan, meestal iets als 95 graden bij 10 bar kortstondig en 70 graden continu, en die opdruk is leidend.
Tyleen hoort niet bij warm water. Die slang is voor koud water en wordt bij warmte zacht, waardoor de knelverbindingen loslaten. Gebruik hem voor de buitenkraan en voor lange tracés onder de grond, en niets anders.
Er is een tweede verschil dat je bij flexibele waterleiding voor warm water merkt: uitzetting. Kale PEX wordt bij warm water merkbaar langer en gaat daardoor slingeren tussen de beugels. Meerlagenbuis doet dat veel minder dankzij het aluminium, en een bochtje of lus in het tracé vangt de rest op.
Flexibele waterleiding buiten vraagt om twee dingen: bescherming tegen zon en bescherming tegen vorst. Uv-licht maakt kunststof buis in een paar seizoenen bros, dus laat hem nooit onbeschermd langs een gevel lopen. Onder de grond leg je hem vorstvrij, in Nederland doorgaans zestig tot tachtig centimeter diep, en binnen zet je een aftapkraan zodat je de leiding voor de winter leeg kunt laten lopen.
Let bij een lange leiding ook op de doorstroming. Een buis van 16x2 heeft 12 millimeter aan de binnenkant, en over veertien meter naar een garage kost dat merkbaar debiet. Merk je dat er te weinig uit de kraan komt, dan zit de oorzaak vaker in de diameter en in de lengte dan in de druk zelf: kijk daarvoor bij een lage waterdruk opsporen en bij de waterdruk in huis verhogen.
| Toepassing | Welk materiaal | Waar je op let |
|---|---|---|
| Koud water binnen | Meerlagenbuis 16x2 of PEX | In mantelbuis achter wand en onder vloer |
| Warm water binnen | Meerlagenbuis 16x2, rode mantel | Opdruk op de buis controleren, ruimte laten voor uitzetting |
| Buitenkraan en tuin | Tyleen op rol | Vorstvrij leggen, aftapkraan binnen, keerklep bij de aftakking |
| Leiding langs een gevel | Meerlagenbuis in mantel of isolatie | Uv-licht maakt kale kunststof bros |
| Aansluiting op de cv-ketel | Meerlagenbuis of koper | Eerste halve meter na het toestel in koper uitvoeren |
| Vloerverwarming | PEX met zuurstofdichte laag | Zuurstofdiffusie tast de pomp en de ketel aan |
| Lange leiding naar garage of schuur | 25 mm hoofdleiding met 16 mm aftakkingen | Na lang stilstaan goed doorspoelen voordat je sproeit |
Een leiding die weken stilstaat is een risico. In stilstaand, lauw water in een lange aftakking naar een garage of schuur kan legionella groeien, en die adem je in via de nevel van een tuinslang of een douchekop. Spoel zo'n leiding een paar minuten goed door voordat je hem na een lange periode weer gebruikt.
Flexibele buis voor elektra is een ander product
Zoek je op flexibele buis, dan kom je net zo vaak uit bij de geribbelde installatiebuis voor elektra. Dat is een heel ander product: die buis is er om draad in te trekken en kan geen enkele waterdruk hebben. Slagvaste flexibele buis en hittebestendige flexibele buis zijn varianten daarvan, respectievelijk voor plekken waar tegen de buis gestoten wordt en voor plaatsen waar het warm wordt, bijvoorbeeld dicht bij een inbouwspot.
Wie er weleens draad doorheen heeft getrokken weet waarom vaste pvc-pijp vaak prettiger werkt. Over een paar meter met twee bochten krijg je de draad er met de hand nauwelijks door en heb je een trekveer nodig. Trek daarom altijd eerst je draad en maak de wand pas daarna dicht.
Flexibele buis vastzetten is bij elektra geen luxe maar een voorwaarde. Over een langere lengte gaat een losse buis liggen slingeren, en bij een te scherpe bocht ontstaat tussen de ribbels aan de buitenkant een breuklijn. Wordt de buis daarna ingestreken met cement of gips, dan loopt de specie de buis in en krijg je er nooit meer een draad doorheen.
Flexibele buis buiten heeft hetzelfde uv-probleem als kunststof waterleiding: gewone installatiebuis wordt in de zon bros en scheurt. Buiten gebruik je uv-bestendige buis of je legt hem uit het licht.
Aan de installatiekant is er een grens die niet van jou is. Het aansluiten van een nieuwe groep in de meterkast, alles achter de hoofdzekering en het werk aan de hoofdaarde is werk voor een erkend installateur. Datzelfde geldt als er ergens gas in het spel is: de knelkoppelingen uit dit verhaal zijn voor water en nooit voor een gasleiding.
Kunststof waterleiding onderbreekt de aarding. In oudere woningen hangt de hoofdvereffening soms aan de metalen waterleiding. Vervang je een stuk koper door kunststof, dan is die verbinding weg en zijn de kraan en het metalen sanitair erachter spanningsloos zwevend. Je hoort ze dan niet alsnog aan een aardleiding te hangen, maar je wilt wel dat een elektricien controleert of de vereffening in de meterkast nog klopt.
Zo leg je flexibele waterleiding aan van koperen leiding tot tappunt
Deze volgorde werkt voor een aftakking in een badkamer of keuken en net zo goed voor een hele nieuwe verdeling.
-
Kies één systeem en maak een lijstje koppelingen
Teken het tracé, tel de bochten en schrijf per verbinding op wat je nodig hebt: overgangen naar koper, T-stukken, muurplaten en eindstoppen. Kies daarna pas het merk buis, op basis van welke koppelingen je in de buurt of online werkelijk kunt krijgen. Andersom loop je halverwege vast op een fitting die twee weken levertijd heeft.
-
Meet de bestaande leiding op
Zet een schuifmaat op de koperen leiding waar je op aansluit. 10, 12 en 15 mm lijken op elkaar en de koppelingen zijn niet uitwisselbaar. Noteer meteen of de aansluitingen aan de kraankant 3/8" of 1/2" zijn, want daar heb je puntstukken voor nodig.
-
Sluit af, tap af en snijd door
Draai de hoofdkraan dicht, zet het laagste tappunt open en laat de leiding leeglopen. Snijd het koper door met een pijpsnijder en ontbraam de binnenkant. Een zaagsnede geeft vijlsel in de leiding en dat komt uiteindelijk in de afdichting van een kraan terecht.
-
Frees de sleuven of bepaal het tracé onder de vloer
Frees verticaal en niet dieper dan nodig, en laat horizontale sleuven in een dragende wand achterwege. Kom je in een oudere woning plaatmateriaal tegen dat asbest kan bevatten, stop dan en laat het eerst onderzoeken. Houd de sleuf ruim genoeg voor de buis inclusief de mantelbuis eromheen.
-
Leg de buis in één stuk van verdeler naar tappunt
Rol de buis af, leg hem los in het tracé en buig de bochten met een veer of buigtang, met minstens vijf keer de diameter als straal. Vermijd elke koppeling onderweg, want elke verbinding die je niet maakt kan later ook niet gaan lekken. Zet de buis om de halve meter vast met beugels of zadels zodat hij bij warm water niet gaat slingeren.
-
Maak de overgang op het koper
Schuif wartel en knelring over het koper, druk de insert in de kunststof buis en draai de moer met twee sleutels aan: met de hand plus ongeveer een hele slag. Op flexibel koper gaat er eerst een steunbus in de buis. Deze koppeling houd je bereikbaar, dus plan hem in een kastje, een meterkast of achter een inspectieluikje.
-
Pers alles wat je wegwerkt
Kalibreer het buiseinde met de frees van het systeem, schuif de fitting erin tot je hem door het venstertje ziet zitten en pers met de juiste bek. Voor een instortkoppeling in beton gebruik je pers of schuifhuls, nooit knel. Zorg dat elke koppeling in het beton in de mantelbuis blijft liggen zodat de leiding kan werken.
-
Pers af en houd de vloer een paar dagen open
Zet de installatie onder druk, laat hem minstens een paar uur staan en controleer elke verbinding met een stuk keukenpapier. Een klein lek zie je pas als het even gestaan heeft, dus wacht met de dekvloer of het dichtzetten van de wand nog een paar dagen. Spoel daarna de hele installatie een paar minuten door voordat je hem in gebruik neemt.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je de vloer of de wand dichtmaakt
Uit de praktijk
Een halve inch slang die zo op de knelsok paste
Bij het verleggen van de leiding naar een buitenkraan was een 15 mm leiding doorgesneden en voorzien van een 15x15 knelkoppeling. Omdat er een rare bocht in moest, werd er een flexibele slang van 1/2" op gedraaid. Die paste perfect, er ging voor de zekerheid nog teflontape tussen, en het was dicht.
Toch klopte het niet. De rubberring in de wartel van de slang drukte tegen de smalle, scherpe rand van de knelsok in plaats van tegen een vlak vlak. Zo'n verbinding houdt vaak wel, maar het rubber wordt langzaam ingesneden en op een dag begeeft het.
Wat hier de nette oplossing was: een puntstuk 1/2" x 15 mm tussen de leiding en de slang. Dat heeft een brede, platte kop waar de rubberring op afdicht, en dan is teflontape ook meteen overbodig. Aan de andere kant van de slang zat een T-stuk, en dat is vervangen door een uitvoering met 2x 15 mm knel en 1x 1/2" zodat daar hetzelfde principe geldt.
Een kraanslang die tien centimeter te kort was
Na het plaatsen van een nieuw wastafelblad stond de kraan niet meer boven de oude aansluiting. De meegeleverde slangen van 50 cm kwamen net niet bij de leiding, en bovendien hadden de nieuwe slangen binnendraad terwijl de oude situatie op buitendraad was gemaakt. De eerste ingeving was twee slangen aan elkaar knopen.
Dat kan, maar er zit een valkuil in. Wie van een knelverbinding de wartel en de ring afhaalt en daar de wartel van de kraan op draait, laat het rubber tegen een scherpe rand drukken en snijdt het door.
De oplossing die het netst uitpakte was de koperen leidingen een stukje doortrekken tot onder de wastafel en daar te eindigen op twee stopkraantjes, één voor warm en één voor koud, in knel 12 of 15 mm met 3/8" buitendraad. Daarop draaien de kraanslangen zoals ze bedoeld zijn, en je hebt er meteen twee afsluiters bij. Een beugeltje bovenin voorkomt dat de slang gaat knikken.
Een T-stuk afdoppen zonder een centimeter buis over
Bij de sloop van een oude badkamer moest de aansluiting van het toilet tijdelijk dicht. De leiding bleek meerlagenbuis van 16x2 mm, en de aftakking zat pal tegen het T-stuk aan. Er was letterlijk geen stukje buis over om een stop op te zetten.
Een reparatie met knelkoppelingen leek de makkelijkste weg, maar de koppeling zou daarna achter de nieuwe wand verdwijnen en dat is precies waar knel niet hoort. Bovendien koop je buis niet per tien centimeter, dus alleen het T-stuk eruit halen werkte ook niet.
Het is opgelost met een reparatiesok over de leiding en twee perskoppelingen. Materialen kwamen van de vakhandel en de perstang is bij dezelfde zaak gehuurd. Het zoeken naar de juiste hulpstukken kostte de meeste tijd, het persen zelf was in een half uur klaar voor beide koppelingen.
PEX van 26 mm met veel korte bochten in beton
Een tracé met veel korte bochten moest in de betonvloer verdwijnen, en koper plooien was geen optie: als de bocht eenmaal goed staat, krijg je de leiding niet meer op zijn plek. Knelkoppelingen vielen af omdat er na het storten van beton, dekvloer en vloerafwerking niets meer bereikbaar zou zijn.
Het is gedaan met 26 mm PEX en geperste koppelingen, want die mogen mee de vloer in. Het buigen van zo'n dikke buis met de hand is zwaar werk en vraagt gevoel, omdat een knik zich niet altijd meteen laat zien.
Wat werkte: de kale buis eerst leggen en buigen, en de ribbelbuis er pas daarna overheen schuiven. Het plooien aan een uiteinde ging met een stuk buis van 1 inch als hefboom, stukje voor stukje, waarbij het al gebogen deel steeds werd ondersteund om een knik te voorkomen. De installatie was vanaf het eerste moment dicht en hield een proefdruk van vier bar.
Veelgemaakte fouten
Een knelkoppeling wegwerken in een muur of vloer
Een knelverbinding kan na een paar jaar een beetje gaan huilen door temperatuurwisselingen en trillingen. Zit hij open en bloot, dan draai je hem een slag aan en is het over. Zit hij onder een dekvloer, dan sloop je je vloer open. Alles wat je wegwerkt maak je geperst of met een schuifhuls.
De insert of steunbus vergeten
Zonder het metalen busje in het uiteinde wordt de buis door de knelring naar binnen gedrukt en vervormt hij. De koppeling voelt vast aan maar dicht niet af, en soms trek je de buis er zo weer uit. Bij flexibel koper geldt precies hetzelfde: geen steunbus betekent een vervormde buis.
Een wartel met rubberring op een knelsok draaien
De schroefdraad past en het voelt dicht, dus het lijkt goed. Maar de rand van een knelaansluiting is smal en scherp, terwijl een puntstuk juist een brede vlakke kop heeft voor het rubber. Op de scherpe rand wordt de ring langzaam ingesneden en op een dag laat hij los.
Twee merken door elkaar gebruiken
Kunststof leidingsystemen zijn niet gestandaardiseerd zoals koper dat was. Elk merk heeft zijn eigen persprofiel, zijn eigen kalibreerfrees en zijn eigen fittingmaten. Kom je halverwege een fitting tekort en pak je er een van een ander merk bij, dan zit je vast aan een tweede persbek en een tweede frees.
Te scherp buigen en de knik niet zien
Een buis die je met kracht in een hoek dwingt, knikt aan de buitenkant van de bocht. Zit hij al in de rode of blauwe mantelbuis, dan zie je daar niets van en merk je het pas als er te weinig water uitkomt. Buig kaal, of gebruik een buigveer, en houd minstens vijf keer de diameter aan.
Teflontape gebruiken waar rubber het werk doet
Teflontape hoort op schroefdraad die metaal op metaal afdicht, zoals 1/2" buitendraad in een muurplaat. Op een wartel met een rubberring doet tape niets, en het verleidt je bovendien om door te draaien in de hoop dat het dan dicht wordt. Zit daar een lek, dan klopt er iets aan de aansluiting zelf.
Tyleen gebruiken voor warm water
Tyleen op rol is goedkoop en legt over lange afstanden heerlijk snel, maar het is koudwaterslang. Bij warm water wordt het materiaal zacht, kruipt het onder de knelring vandaan en laat de verbinding los. Voor warm water gebruik je meerlagenbuis of PEX met de juiste opdruk.
Veelgestelde vragen
Mag je een knelkoppeling op flexibele waterleiding gebruiken?
Ja, mits je er altijd bij kunt. Een knelkoppeling op flexibele waterleiding is een prima verbinding onder een wastafel, in een meterkast of achter een inspectieluik, en je hebt er niets meer voor nodig dan twee sleutels. Zet er wel altijd de bijbehorende insert in, anders vervormt de buis onder de knelring. Voor koppelingen die achter tegelwerk, onder een dekvloer of in beton verdwijnen gebruik je pers- of schuifhulsverbindingen.
Hoe sluit je flexibele waterleiding aan op koperen leiding?
Meet eerst met een schuifmaat de kopermaat, want 10, 12 en 15 mm zijn met het oog niet te onderscheiden. Snijd de leiding met een pijpsnijder door en ontbraam de binnenkant. Gebruik daarna een overgangskoppeling met de kopermaat aan de ene en de buismaat aan de andere kant, bijvoorbeeld 15 x 16 mm. Schuif wartel en ring over het koper, druk de insert in de kunststof buis en draai aan met twee sleutels. Werk je op flexibel koper, dan gaat er ook daar een steunbus in.
Welke knelkoppeling heb ik nodig voor een 15mm leiding?
Voor een flexibele waterleiding met 15mm knelkoppeling zijn er twee smaken. Ga je van koper 15 mm naar kunststof 16x2, dan neem je een overgangskoppeling 15 x 16. Wil je vanaf 15 mm koper naar een flexibele slang met een wartel, dan hoort daar geen knelsok maar een puntstuk 1/2" x 15 mm tussen, want de rubberring van de wartel heeft een vlakke rand nodig om op af te dichten.
Bestaat flexibele waterleiding in 12 mm?
Kunststof leidingsystemen beginnen bij 16 mm buitenmaat, dus flexibele waterleiding van 12mm bestaat in die vorm niet. Wat je met 12 mm tegenkomt is bijna altijd koper of de knelmaat van een aansluiting: stopkranen en kraanslangen zijn er in knel 12 mm met 3/8" buitendraad. In woningen van voor 1980 vind je onder de wastafel ook nog 10 mm koper. Meet het na, want die twee maten lijken sterk op elkaar en de wartels zijn niet uitwisselbaar.
Hoe kun je flexibele waterleiding verlengen?
Met een rechte koppeling tussen twee stukken buis, geperst als hij weggewerkt wordt en geknel als hij bereikbaar blijft. Gaat het om een kraanaansluiting die net te kort is, dan is één langere slang beter dan twee gekoppelde slangen. Moet je toch koppelen, gebruik dan een messing koppelstuk 3/8" x 3/8" waar aan beide kanten een rubberring tegen een vlakke rand drukt. Zaag nooit een stuk van een originele kraanslang af om er iets anders op te zetten.
Hoe kun je flexibele waterleiding afdoppen?
Met een eindstop in dezelfde techniek als de rest van je installatie: knel waar je erbij kunt, pers waar hij verdwijnt. Voorwaarde is dat er twee tot drie centimeter schone buis over is om de fitting op te zetten. Is de aftakking pal tegen een T-stuk gemaakt en houd je niets over, dan haal je het T-stuk eruit en zet je een recht stukje buis terug, of je overbrugt het gat met een reparatiesok. Zet daarna de druk erop en controleer de stop met keukenpapier.
Waar plaats je het beste een T-stuk in flexibele waterleiding?
Op een plek waar je er een bereikbare stopkraan bij kunt zetten, zodat je één tappunt kunt afsluiten zonder de hoofdkraan dicht te draaien. Bij een aftakking naar een buitenkraan, een tuinaansluiting of een vulset hoort binnen tien centimeter na het T-stuk een controleerbare keerklep, en er zijn stopkranen waar die keerklep al in verwerkt zit. Zit de aftakking in de vloer, gebruik dan een T-stuk in pers of schuifhuls en leg het in de mantelbuis.
Mag je flexibele waterleiding in beton storten?
De buis zelf mag mee de vloer in, mits hij in een mantelbuis ligt zodat hij kan uitzetten en niet in aanraking komt met het beton. Voor de koppelingen ligt het strenger: alleen pers- en schuifhulsverbindingen zijn bedoeld om ingestort te worden, knel- en steekkoppelingen niet. Leg de leiding bij voorkeur in één doorlopend stuk zodat er helemaal geen koppeling in het beton zit. Pers af voordat er beton overheen gaat en houd de vloer daarna nog een paar dagen open.
Hoe ver kun je flexibele waterleiding buigen zonder knik?
Met de hand houd je een straal van ongeveer vijf keer de buitendiameter aan, dus bij 16 mm buis zo'n 80 millimeter. Met een inwendige buigveer of een buigtang voor 15 mm koper kom je op ongeveer drie keer de diameter. Moet het scherper, bijvoorbeeld achter een voorzetwand van vijf centimeter, dan buig je niet maar pers je er een knie van 90 graden in. Buig de eerste bocht op een restje om te voelen hoeveel de buis terugveert.
Is flexibele waterleiding geschikt voor warm water?
Meerlagenbuis en PEX zijn gemaakt voor flexibele waterleiding met warm water en gaan bij normale tapwatertemperaturen decennia mee. Op de buis staat gedrukt wat hij aankan, vaak 70 graden continu en kortstondig meer. Tyleen valt af, want die slang wordt bij warmte zacht en laat onder de knelring los. Houd bij kale PEX rekening met uitzetting: die wordt bij warm water langer en gaat slingeren als hij niet goed vastgezet is. De eerste halve meter na een cv-ketel voer je in koper uit.
Mag flexibele waterleiding buiten liggen?
Onder de grond wel, in de zon niet zonder bescherming. Uv-licht maakt kunststof buis in een paar seizoenen bros, dus een leiding langs een gevel leg je in een mantelbuis of onder isolatie. Voor flexibele waterleiding buiten neem je meestal tyleen, en die leg je vorstvrij op zestig tot tachtig centimeter diepte. Zet binnen een aftapkraan zodat je het buitendeel voor de winter leeg kunt laten lopen, want een bevroren leiding scheurt over de hele lengte.
Is slagvaste flexibele buis hetzelfde als flexibele waterleiding?
Nee. Slagvaste flexibele buis en hittebestendige flexibele buis zijn installatiebuizen voor elektra, bedoeld om draad in te trekken. Ze kunnen geen waterdruk hebben en zijn ook niet geschikt voor drinkwater. Wat je er wel van kunt gebruiken is de gedachte erachter: bochten niet te scherp maken, de flexibele buis vastzetten over de hele lengte en eerst de draad trekken voordat je de wand dichtmaakt. Voor water gebruik je meerlagenbuis, PEX of tyleen.
Wanneer je beter een vakman belt
Flexibele waterleiding aanleggen is goed zelf te doen, en het gereedschap dat je niet hebt kun je meestal huren bij dezelfde vakhandel waar je de materialen koopt. Er zijn wel een paar plekken waar je beter stopt.
Alles wat met gas te maken heeft is er daar een van. De knelkoppelingen en fittingen uit dit verhaal zijn voor water, en een gasleiding aanpassen is werk voor een gecertificeerde installateur. Datzelfde geldt voor de watermeter en de hoofdkraan zelf: daarvoor bel je je waterbedrijf en niet de bouwmarkt.
De tweede grens ligt in de meterkast. Vervang je een stuk metalen waterleiding door kunststof, dan kan de hoofdvereffening zijn verbinding kwijtraken. Laat een elektricien controleren of de aarde en de vereffening nog kloppen, en blijf zelf van alles achter de hoofdzekering af.
De derde is bouwkundig. Moet je voor een leidingtracé horizontaal door een dragende muur frezen of een balk aanpassen, laat dat dan beoordelen voordat je begint. Kom je bij het slopen materiaal tegen dat asbest kan bevatten, dan leg je het gereedschap neer en laat je het onderzoeken.
En als laatste een praktische: heb je één plek waar een geperste koppeling in een vloer of in beton moet komen en kun je nergens een perstang krijgen, laat dan juist die verbinding maken in plaats van er een knelkoppeling in te wegwerken. Een installateur die één koppeling perst is aanzienlijk goedkoper dan een dekvloer die er later weer uit moet.