Trespa op een dakkapel: bekleden, vervangen en wat het kost
Trespa op een dakkapel is een compacte kunstharsplaat die je droog en geventileerd op regelwerk monteert, met een spouw van minstens twintig millimeter die onder en boven open blijft. De plaat zelf is niet het gevoelige onderdeel: het houtwerk erachter en de bevestiging zijn dat wel, want de plaat werkt ongeveer twee millimeter per meter. Reken voor een gemiddelde dakkapel op 400 tot 900 euro aan plaatmateriaal, of op 1500 tot 3500 euro als je het inclusief steiger laat doen.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Rolsteiger of steiger met leuning, geen ladder
- Invalcirkelzaag met geleiderail en een hardmetalen blad met veel tanden
- Bovenfrees met een hardmetalen kantenfrees voor de zichtranden
- Accuboormachine met scherpe metaalboren van 5 en 8 mm
- Diepteaanslag of boorstop, zodat je niet door de regel heen boort
- Waterpas van minstens 120 cm en een lange rei
- Vochtmeter of een priem om verdacht houtwerk te testen
- Stofmasker P3 en een gehoorbeschermer
- Kitpistool en een stevige schaar voor gaas
Materiaal
- Compacte gevelplaat van 6, 8 of 10 mm in de gekozen kleur
- Geïmpregneerd of gemodificeerd houten regelwerk van 22 x 45 mm of dikker
- Gevelschroeven met gelakte kop in de plaatkleur, meestal 4,8 x 38 mm
- EPDM-band of nokkenband onder het regelwerk
- Insectengaas of geperforeerd ventilatieprofiel voor de onder- en bovenrand
- Dampremmende folie en tape voor de binnenzijde
- Kleurstift of retouchelak van de plaatleverancier voor de zaagranden
- Hybride kit of gevellijm voor de aansluiting op kozijn en zinkwerk
Waarom trespa zo vaak op een dakkapel zit
Trespa is een merknaam voor een compacte plaat van geperste papiervezels en kunsthars, met een ingebrande toplaag. In de praktijk noemt vrijwel iedereen elke compacte gevelplaat zo, ook die van andere fabrikanten. Wat er verder bij de kap komt kijken lees je in ons overzicht over dakramen en dakkapellen.
De reden dat de plaat op dakkapellen terechtkomt is bijna altijd hetzelfde: het geschilderde multiplex dat er eerst zat, hield het niet vol. Vooral de kopse kanten aan de onderzijde krijgen het zwaar, want daar loopt water af en blijven druppels hangen. Zit daar te weinig verf op, dan zuigt de plaat water op en gaan de lagen na een jaar of vijf uit elkaar staan.
Een compacte plaat heeft dat probleem niet, want er zit geen laagopbouw in die kan opzwellen. Je hoeft hem niet te schilderen en hij is bestand tegen regen, uv en vorst. Dat scheelt een schildersbeurt per vijf jaar op een plek waar je alleen met een steiger komt.
Onderhoudsvrij is een te groot woord. De platen vangen op de noordzijde groene aanslag en op stadslocaties een vuilfilm, dus eens per twee jaar afnemen met water en een zachte borstel hoort erbij. Waar het echt misgaat, is achter de plaat: bij een dichtgetimmerde spouw of verrot regelwerk merk je pas iets als de schade al groot is.
Op een dakkapel zit de plaat meestal op drie plekken: de twee zijwangen, het boeiboord langs de dakrand, en het paneel onder de kozijnen. Bij een brede of dubbele dakkapel komt daar een verticale voeg tussen twee platen bij, want zo lang worden ze niet geleverd.
Dakkapel met trespa of keralit: waar het verschil zit
De vraag of je een dakkapel met trespa of keralit bekleedt, komt bij vrijwel elke renovatie langs. Het zijn twee verschillende dingen: een compacte kunstharsplaat tegenover een kunststof systeem van pvc-delen die je in elkaar klikt, met eigen hoek- en aansluitprofielen.
Keralit is goedkoper, lichter en veel vergevingsgezinder in de montage. De delen zijn 143 of 167 millimeter breed, ze klikken in elkaar en de profielen dekken de aansluitingen af, dus je hoeft niet te passen en te meten op de millimeter. Nadeel is het beeld: je ziet de sponningnaden en de profielen, en op een jaren dertig woning valt dat op.
Een compacte plaat geeft één vlak, strak vlak zonder zichtbare naden, in de kleur die je kiest. Daar staat tegenover dat je nauwkeurig moet werken, dat de plaat zwaar is en dat een verkeerd geboord gat niet te herstellen valt. Ook de prijs ligt twee tot drie keer hoger.
Er is nog een derde weg die vaak vergeten wordt: het bestaande multiplex houden en het schilderwerk fatsoenlijk aanpakken, met een tweecomponenten epoxyprimer in de kopse kanten. Bij een woning waar een vlakke plaat detonerend zou staan, is dat de nettere keuze. Het kost alleen elke vijf jaar opnieuw een steiger, dus plan het samen met de rest van het onderhoud aan dak en zolder.
| Bekleding | Beeld | Montage | Onderhoud | Indicatie per m2 |
|---|---|---|---|---|
| Compacte gevelplaat (trespa-type) | Eén strak vlak, naden alleen waar je ze plant | Nauwkeurig passen, voorboren, geen correctie mogelijk | Afnemen met water, geen schilderwerk | 70 tot 120 euro plaatmateriaal |
| Keralit of vergelijkbaar pvc-systeem | Zichtbare sponningnaden en afdekprofielen | Klikkend, profielen dekken maatafwijking af | Afnemen, let op dilatatie van de delen | 30 tot 55 euro inclusief profielen |
| Watervast verlijmd multiplex, geschilderd | Klassiek en vlak, past bij oudere gevels | Eenvoudig te bewerken, kopse kanten vragen aandacht | Bijwerken elke 4 tot 6 jaar, volledig om de 10 jaar | 35 tot 60 euro plus verf |
| Steenwolgebonden gevelplaat | Vlak, mat, laat zich net als hout bewerken | Zaagt en freest lichter, kan overgeschilderd worden | Afnemen, kleur is een gespoten laag | 55 tot 95 euro plaatmateriaal |
| Rabatdelen of potdeksel in gemodificeerd hout | Horizontale lijnen, warm beeld | Ventilerend op regelwerk, veel bevestigingspunten | Beitsen of laten vergrijzen | 45 tot 90 euro |
Twijfel je over het beeld, tape dan een monsterplaat van A4-formaat op de bestaande dakkapel en bekijk het vanaf de overkant van de straat. Van dichtbij op de steiger ziet elke kleur er anders uit dan vanaf de stoep, en dat is de plek waar je hem straks altijd ziet.
Plaatdikte, plaatmaat en de kleur die je nodig hebt
Compacte gevelplaten worden geleverd in 6, 8, 10 en 13 millimeter. Voor een dakkapel is 8 millimeter de gangbare keuze, omdat je daarmee tot ongeveer 600 millimeter hart op hart regelafstand uit de voeten kunt. Ga je naar 6 millimeter, dan moet het regelwerk dichter op elkaar, meestal rond 400 millimeter.
De standaard plaatmaten zijn 3050 bij 1530 en 2550 bij 1860 millimeter. Een dakkapel van drie meter breed valt daar net binnen, maar reken je zaagverlies mee en wil je ook nog een boeiboord uit dezelfde plaat halen, dan kom je vaak toch op twee platen uit. Teken je zaagplan uit voordat je bestelt, want een halve plaat te weinig is een week wachten.
De kleur is een verhaal apart. Deze platen komen uit een eigen kleurenprogramma van de fabrikant en niet uit de RAL-waaier, dus je kiest de dichtstbijzijnde uni-kleur en niet een exacte match met je kozijnen. Een kleurcode van een houtverf zegt de leverancier helemaal niets, want dat is een andere fabrikant met een ander pigment.
Vraag daarom altijd een fysiek monster aan en houd dat buiten naast je kozijn, bij bewolkt weer en bij zon. Een beeldscherm liegt bij dit soort gebroken tinten standaard. Wil je echt een bestaande kleur volgen, dan is een plaat overschilderen een reële route, mits je weet hoe je trespa schildert en voorbehandelt.
| Toepassing op de dakkapel | Gangbare dikte | Maximale regelafstand | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Zijwang tot 1200 mm hoog | 8 mm | Ongeveer 600 mm hart op hart | Verticale regels, zodat water erlangs naar beneden kan |
| Zijwang hoger dan 1200 mm | 8 of 10 mm | Ongeveer 500 mm hart op hart | Extra regel bij de hoek en langs elke plaatrand |
| Boeiboord of dakrand, smalle strook | 8 mm | 600 mm, met een regel op elk uiteinde | Onderkant vrij laten afdruipen, geen dichte afsluiting |
| Paneel onder het kozijn | 6 of 8 mm | 400 tot 600 mm | Aansluiting op de onderdorpel met een open voeg en kit |
| Kleine invulstukken en neuslijsten | 6 mm | Volledig ondersteund | Zaagranden aflakken of met een kleurstift bijwerken |
Volg de montagetabel van de fabrikant en niet de vuistregel uit deze tabel als de twee elkaar tegenspreken. Maximale regelafstanden verschillen per merk, per dikte en per windgebied, en aan de kust of op een hoog dak gelden strengere waarden. De opgave van de leverancier is leidend.
Het regelwerk en de spouw erachter
De plaat is niet het kwetsbare deel van deze constructie, het regelwerk erachter is dat. Compacte platen worden droog gemonteerd op verticale regels, met een luchtspouw ertussen van minstens twintig millimeter. Die spouw moet onder en boven open blijven, anders staat de vochtige lucht er stil.
Verticale regels zijn geen willekeurige keuze. Water dat achter de plaat komt, en dat komt er altijd een beetje, moet langs de regels naar beneden kunnen lopen tot het bij de onderrand naar buiten valt. Leg je de regels horizontaal, dan bouw je dammetjes waar het water blijft staan tegen het houtwerk.
Leg onder elke regel een strook EPDM of nokkenband. Die voorkomt dat de schroefgaten in de onderliggende beplating vollopen en houdt de regel zelf droog aan de achterkant. Het is een rol van twintig euro die je de halve constructie scheelt.
De onder- en bovenrand krijgen insectengaas of een geperforeerd profiel. Zonder gaas is de spouw binnen een jaar een nestplek voor wespen en vogels, met gaas blijft de lucht wel doorlopen. Sluit de spouw nooit af met kit of met een dichte lat: dan zit het vocht erin gevangen.
Aan de binnenkant hoort het spiegelbeeld hiervan: een luchtdichte dampremmende folie aan de warme zijde, met doorgeplakte naden en aansluitingen. Hoe je dat opbouwt in combinatie met de isolatie tussen de stijlen, staat bij het afwerken en isoleren van de binnenkant van een dakkapel. Isolatie zonder dampremmer achter een dichte gevelplaat is de snelste manier om je zijwangen van binnenuit te laten rotten.
Een gesloten spouw achter een compacte plaat is de klassieke bouwfout. De plaat is volledig dampdicht, dus alles wat er van binnenuit doorheen lekt, blijft in de spouw hangen en slaat neer op het koude plaatvlak. Twintig millimeter open spouw onder en boven is het minimum, dertig is beter.
Bevestigen: schroeven, nagels of blind lijmen
Een compacte plaat werkt met de temperatuur en met de luchtvochtigheid, ongeveer twee millimeter per strekkende meter. Op een zijwang van drie meter is dat zes millimeter beweging. Schroef je hem op twintig punten strak vast, dan kan die beweging nergens heen en scheurt de plaat vanaf een schroefgat.
De oplossing is per plaat één vast punt en verder allemaal glijdende punten. Het vaste punt zit in het midden van de plaat en daar boor je het gat net om de schroef heen. Alle andere gaten boor je ruim, meestal acht millimeter bij een schroef van 4,8 millimeter, zodat de plaat om de schroef heen kan bewegen.
Draai de schroeven aan tot ze de plaat net raken en niet verder. Een schroefkop die zich in het materiaal drukt, klemt de plaat alsnog vast. Gebruik schroeven met een gelakte kop in de plaatkleur en een vlakke, brede kop, geen verzonken kop met een frees eromheen.
Houd minstens twintig millimeter afstand van elke plaatrand en van de hoeken, anders breekt er een stukje uit tijdens het boren of later bij vorst. Tussen twee platen laat je een open voeg van tien millimeter, en dezelfde tien millimeter houd je aan bij kozijnen, zinkwerk en de dakrand. Die voeg maak je niet dicht met kit als hij bedoeld is om te ventileren.
Blind lijmen op een aluminium onderconstructie kan ook en levert een gevel zonder zichtbare schroefkoppen op. Dat systeem vraagt een primer, een dubbelzijdige montagetape voor de fixatie en een lijmrups die de beweging opneemt, allemaal van dezelfde fabrikant. Op een dakkapel op tien meter hoogte kies je die route alleen als je met dat systeem bekend bent.
| Bevestiging | Onderconstructie | Voorboren | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|
| Gevelschroef met gelakte kop | Houten regel van minimaal 22 x 45 mm | 8 mm glijdend, 5 mm op het vaste punt | Te vast aandraaien of te dicht op de rand boren |
| Gevelnagel met gelakte kop | Houten regel, dunnere platen | Voorboren volgens opgave, kop vrij laten | Doorslaan met de hamer en het oppervlak beschadigen |
| Blinde lijmverbinding | Aluminium profiel, gereinigd en geprimerd | Niet van toepassing | Primer overslaan of monteren onder 5 graden |
| Blinde achterconstructie met tapbouten | Aluminium of stalen frame | Frezen in de achterzijde, werk voor een leverancier | Zelf frezen zonder mal, plaatdikte te klein |
| Doorgeschroefd op bestaand multiplex | Alleen als het multiplex droog en gaaf is | 8 mm glijdend, EPDM-band ertussen | Geen spouw, dus vocht in het multiplex opgesloten |
Boor de gaten in de plaat op de grond, met de plaat vlak ondersteund en met een boormal van een stuk multiplex. Boren op de steiger boven je hoofd levert scheve gaten op, en een scheef gat betekent dat de schroefkop de plaat straks toch klemt.
Zagen, frezen en de zaagranden afwerken
Compacte platen zijn hard en slijten je gereedschap sneller dan hout. Zaag met een hardmetalen blad met veel tanden en een vlakke tandvorm, op een geleiderail en met een matige aanvoersnelheid. Ga je te snel, dan smelt de hars langs de snede en krijg je een bruine, ruwe rand die je niet meer glad krijgt.
Leg de plaat volledig ondersteund op een vlak werkblad met piepschuim of latten eronder, en zaag met de decorzijde naar boven bij een invalzaag. De volledige aanpak met bladkeuze en toerental staat bij het zagen van trespa en andere compacte platen. Het stof dat vrijkomt is fijn en hardnekkig, dus werk met afzuiging en een P3-masker.
De kern van de plaat is donkerbruin tot zwart, ook als de toplaag lichtgrijs of crème is. Elke zaagsnede laat die kern zien. Bij een donkere plaat valt dat niet op, bij een lichte kleur zie je op elke hoek een donkere lijn.
Technisch hoeft die rand niet afgedicht te worden, want het materiaal zuigt geen water op. Esthetisch wil je hem wel bijwerken met de kleurstift of retouchelak van de leverancier. Werk de rand eerst met een fijne schuurstrook of een kantenfrees licht af, zodat je een strakke lijn hebt om op te lakken.
Plan je zaagsnedes zo dat de fabrieksranden op de zichtbare hoeken komen. Die zijn scherp en machinaal recht, en dat haal je zelf op een steiger nooit. Zaagverlies naar de kant die tegen het dakvlak of achter een profiel wegvalt is verlies dat niemand ziet.
Wat een trespa dakkapel kost
De kosten lopen sterk uiteen, en dat komt vooral door de kleur en het decor van de plaat. Een uni lichtgrijs of antraciet zit aan de onderkant van het bereik, een houtdecor of een dubbelzijdig afgewerkte plaat een stuk daarboven. Reken op 70 tot 120 euro per vierkante meter voor het plaatmateriaal in 8 millimeter.
Een gemiddelde dakkapel van drie meter breed vraagt ruwweg vijf tot zeven vierkante meter aan zijwangen, boeiboord en onderpaneel. Met zaagverlies en de tweede plaat die je vaak toch nodig hebt, kom je op 400 tot 900 euro aan plaatmateriaal. Bij een dakkapel over de volle breedte van het dakvlak loopt dat aantal vierkante meters snel op. Regelwerk, schroeven, gaas, band en kit tellen daar 100 tot 200 euro bij op.
De grootste post die mensen vergeten is de steiger. Een rolsteiger huur je voor 100 tot 200 euro per week, een echte steiger op straat kost meer en vraagt bij een dakkapel aan de voorzijde vaak ook nog een vergunning voor het gebruik van de stoep. Vanaf een ladder werken met platen van drie meter is geen optie.
Laat je het hele werk uitvoeren, dan zit je voor een dakkapel van drie meter meestal tussen 1500 en 3500 euro inclusief steiger, demontage en afvoer. Zit er rot in het houtwerk eronder, dan loopt dat op, want dan komt er timmerwerk bij dat pas zichtbaar wordt als de oude beplating eraf is.
| Post | Indicatie | Toelichting |
|---|---|---|
| Plaatmateriaal 8 mm, uni kleur | 70 tot 120 euro per m2 | Houtdecor en speciale kleuren liggen hoger |
| Zijwangen, boeiboord en onderpaneel | 5 tot 7 m2 bij drie meter breed | Reken 15 procent zaagverlies bij |
| Regelwerk, band, gaas en schroeven | 100 tot 200 euro | Gelakte schroefkoppen zijn duurder dan gewone |
| Rolsteiger huren | 100 tot 200 euro per week | Bij een dakkapel aan de straatzijde soms een gemeentelijke vergunning |
| Afvoer oude beplating | 50 tot 150 euro | Geverfd multiplex geldt bij veel milieustraten als restafval |
| Complete uitvoering door een bedrijf | 1500 tot 3500 euro | Inclusief steiger, exclusief herstel van rot houtwerk |
Vraag bij een offerte altijd hoe herstelwerk verrekend wordt. Wat er onder de oude beplating zit, weet niemand vooraf. Een vaste prijs zonder stelpost voor houtrot betekent meestal dat het meerwerk achteraf komt, en dan sta je met een halve steiger niet sterk.
Een bestaande dakkapel opnieuw bekleden of de trespa vervangen
Bij een renovatie is het weghalen van de oude beplating het minste werk en het inspecteren ervan het belangrijkste. Neem de oude platen er in hun geheel af en leg ze op de steiger, dan zie je meteen aan de achterkant waar het vocht heeft gestaan. Donkere randen en witte uitslag op het hout wijzen de lekplekken aan.
Prik daarna met een priem of een schroevendraaier in alle hoekstijlen, de onderregel en het houtwerk rond de kozijnen. Zakt de punt zonder weerstand een centimeter weg, dan is het hout aangetast en moet dat stuk eruit. Overschilderen of afdekken van rot hout is uitstel voor een paar seizoenen.
Moet er alleen een enkele plaat vervangen worden, bijvoorbeeld na stormschade, houd er dan rekening mee dat kleuren verouderen. Een nieuwe plaat in dezelfde code is zichtbaar frisser dan de vijftien jaar oude buurplaat. Bij een zijwang valt dat mee, op een doorlopend boeiboord aan de voorkant zie je het meteen.
Ligt er nog een oude multiplex beplating onder die droog en gaaf is, dan kun je die laten zitten en er regelwerk overheen zetten. Je verliest dan wel vier tot vijf centimeter aan de buitenmaat, dus controleer of het zinkwerk en de dakrand dat aankunnen. Vaker is uitnemen de nettere keuze, zeker als het multiplex al ergens openstaat.
Verandert het uiterlijk van de dakkapel merkbaar, bijvoorbeeld doordat je van geschilderd hout naar een antraciete plaat gaat, kijk dan even bij de gemeente. Bekleding vervangen in hetzelfde beeld geldt meestal als onderhoud, maar bij een beschermd stadsgezicht of een dakkapel aan de voorzijde gelden vaak welstandsregels. Meer over het werk aan de rest van de kap staat in ons overzicht over dak en zolder.
Een dakkapel bekleden met compacte gevelplaat
Deze volgorde geldt voor een dakkapel van ongeveer drie meter breed die je van bestaande beplating ontdoet en opnieuw bekleedt.
-
Zet eerst een deugdelijke steiger
Een rolsteiger met leuningen en een gesloten werkvloer, of een steiger die door een verhuurder is opgebouwd. Je tilt platen van drie meter en werkt met twee handen boven schouderhoogte. Vanaf een ladder is dat geen kwestie van doorbijten maar van vallen, en op deze hoogte loopt dat slecht af.
-
Haal de oude beplating er heel af en inspecteer
Schroef en wrik de oude platen los in plaats van ze kapot te slaan, dan kun je de achterkant lezen. Prik daarna in alle stijlen, de onderregel en het hout rond de kozijnen. Alles wat zacht is gaat eruit voordat er ook maar één nieuwe plaat aan komt.
-
Herstel het houtwerk en maak de aansluitingen waterdicht
Vervang aangetast hout door geïmpregneerd of gemodificeerd hout van dezelfde maat. Controleer het zinkwerk bij de dakrand en de aansluiting op de dakpannen, want negen van de tien keer zit daar de bron van het vocht. Deze stap overslaan betekent dat je over acht jaar opnieuw op de steiger staat.
-
Breng de dampremmer en de isolatie aan de binnenzijde op orde
Voordat je de buitenkant dichtzet, moet de warme zijde luchtdicht zijn. Isolatie kierdicht tussen de stijlen, folie eroverheen en alle naden en aansluitingen doorgeplakt. Hoe je dat opbouwt en welke folie waar hoort, lees je bij de binnenkant van een dakkapel.
-
Zet verticaal regelwerk met een spouw van minstens 20 mm
Leg een strook EPDM onder elke regel en houd hart op hart de afstand aan die bij je plaatdikte hoort. Zet een extra regel op elke plek waar straks een plaatrand of een voeg komt. De onder- en bovenrand blijven open en krijgen insectengaas.
-
Zaag de platen op maat en boor de gaten op de grond
Werk met een geleiderail en een hardmetalen blad, en houd de fabrieksranden voor de zichtbare hoeken. Boor alle gaten met een mal terwijl de plaat vlak ligt: 8 mm voor de glijdende punten en één krap gat in het midden voor het vaste punt. De praktische kant hiervan staat bij trespa zagen.
-
Monteer de platen met open voegen
Begin bij het vaste punt in het midden en werk naar buiten. Draai elke schroef aan tot hij de plaat net raakt, niet verder. Houd tien millimeter open voeg tussen de platen en tien millimeter ten opzichte van kozijnen, zinkwerk en dakrand, en gebruik afstandsblokjes zodat die maat overal gelijk blijft.
-
Werk de randen en aansluitingen af
Lak de zichtbare zaagranden bij met de kleurstift van de leverancier. Kit alleen de aansluitingen die dicht moeten zijn, zoals langs het kozijn, en laat de ventilerende voegen open. Neem de platen daarna af met water en een zachte doek om zaagstof en vingerafdrukken weg te halen.
Voordat de laatste plaat vastgaat
Uit de praktijk
Een kunststof dakkapel in bentheimergeel bestellen
Bij een woning met kozijnen die geschilderd waren in bentheimergeel, een gebroken gele tint uit een houtverfsysteem, moest er een nieuwe dakkapel komen met een compacte plaat aan de buitenzijde. De leverancier vroeg om een kleurnummer, en het nummer van de houtverf zei hem terecht niets. Dat is een pigmentcode van een verffabrikant, geen kleur uit het plaatprogramma.
Wat hier werkte: de leverancier de twee of drie dichtstbijzijnde uni-kleuren uit zijn eigen kaart laten opgeven en van elk een fysiek monster laten sturen. Die monsters gingen buiten tegen het kozijn, één keer bij bewolkt weer en één keer met zon erop. Een van de drie viel meteen af omdat hij in de zon groenig wegtrok.
De les zit in de volgorde. Kies eerst een plaatkleur die dicht genoeg in de buurt komt en accepteer een klein verschil, of houd de plaat neutraal en pas het schilderwerk van de kozijnen bij de volgende beurt aan. Een compacte plaat op maat laten spuiten in een exacte tint kan wel, maar dan geef je de fabrieksafwerking op en heb je er een schildersonderhoud bij.
Isoleren aan de binnenkant van een dakkapel met trespa wangen
Een dakkapel was in de werkplaats opgebouwd en in zijn geheel op het dak gehesen: kunststof kozijnen met HR++ glas, OSB als binnenschil, compacte platen op de wangen en het boeiboord. De kieren waren met pur gevuld, zichtbaar in de naad boven het kozijn. De bewoner wilde er van binnenuit isolatie tegenaan zetten en vroeg zich af of er folie bij hoorde.
Het knelpunt zat in de wangen. Door de kozijnen was er geen ruimte om aan de binnenzijde nog een isolatielaag op te bouwen zonder de dagkant onmogelijk breed te maken. In het schuine dakvlak boven de dakkapel was die ruimte er wel, en daar zat de winst dan ook.
Wat we aanhielden: in het dakvlak de isolatie strak tegen het dakbeschot aan, met het rachelwerk opnieuw op de juiste diepte, en dan een dampremmende folie aan de warme zijde met alle naden en randen doorgeplakt. Een halfopen luchtlaag tussen isolatie en beschot laten zitten is alleen zinnig als die aan twee kanten echt in verbinding staat met buitenlucht. Zit hij dicht, dan is aandrukken tegen het beschot beter, en telt de luchtdichtheid van de folie zwaarder dan de laatste centimeters isolatiedikte.
Openstaande kopse kanten van multiplex rond een dakkapel
Bij een woning van vijf jaar oud stond het watervast verlijmde multiplex rond de dakkapel op meerdere plekken open. De onderzijde was de boosdoener: daar loopt het water langs, blijven druppels hangen en spat regen van onderen tegenaan. Die kopse kanten waren bij de eerste schildersbeurt slecht of helemaal niet meegenomen, en watervast verlijmd betekent niet dat een onbeschermde kopse kant geen water opzuigt.
Overschilderen alleen zou het probleem hebben afgedekt en niet opgelost. Wat hier hoorde: de open lagen eerst verzadigen met een tweecomponenten epoxyprimer, zodat de fineerlagen weer aan elkaar vastzitten en de kopse kant dicht is. Dat spul is overschilderbaar, dus daarna kon de hele boel gewoon in de grondverf en de aflak.
De vraag of het niet handiger was om er compacte platen tegenaan te zetten, kwam er meteen achteraan. Bij deze jaren dertig woning viel dat af op het beeld: een strak vlak paneel staat vloeken bij die gevel. Dat is een verdedigbare keuze, mits je accepteert dat er elke vier tot zes jaar een steiger komt te staan.
Veelgemaakte fouten
De plaat rondom strak vastschroeven
Een compacte plaat beweegt ongeveer twee millimeter per meter met temperatuur en vocht. Zit hij op alle punten klemvast, dan moet die spanning ergens heen en scheurt de plaat vanaf een schroefgat. Eén vast punt in het midden en verder ruime gaten van acht millimeter lost dat op.
De spouw achter de plaat dichtmaken
Kit aan de onderrand, een dichte lat aan de bovenkant, en de constructie ziet er netjes uit. Alleen kan het vocht dat achter de plaat komt er nu niet meer uit, want de plaat zelf is dampdicht. Binnen een paar jaar staat het houtwerk permanent nat.
Horizontaal regelwerk gebruiken
Horizontale regels lijken makkelijker uitzetten, maar ze vormen dammetjes waar het water dat achter de plaat komt op blijft staan. Precies op de plek waar het hout dat moet dragen. Verticaal regelwerk laat het water gewoon naar de onderrand lopen.
De plaat direct op oud multiplex schroeven
Zonder spouw ertussen sluit je het multiplex op tussen een dampdichte plaat en de binnenconstructie. Vocht dat er al in zit, komt er nooit meer uit. Wil je het oude vlak laten zitten, zet er dan alsnog regelwerk overheen en houd de spouw open.
Op kleur beslissen aan de hand van een foto of een scherm
Uni-kleuren van compacte platen zijn vaak gebroken tinten die op een beeldscherm totaal anders overkomen dan in daglicht. Een monster naast het kozijn, bij zon en bij bewolking, kost twee dagen wachten. Een verkeerd bestelde plaat kost een paar honderd euro.
Zagen met een gewoon zaagblad en te hoge snelheid
De hars in de plaat smelt bij te veel warmte en zet zich vast langs de snede. Je houdt een bruine, ruwe rand over die je op een zichtbare hoek niet meer wegwerkt. Een hardmetalen blad met veel tanden en een rustige aanvoer is het verschil tussen een strakke en een verpeste rand.
Rot houtwerk afdekken in plaats van vervangen
Als de oude beplating eraf is, is de verleiding groot om zacht hout gewoon achter de nieuwe plaat weg te laten verdwijnen. Het rot loopt door, ook in het donker, en de eerstvolgende keer dat je het ziet is als de schroeven geen houvast meer hebben. Uitnemen en vervangen kost een dag en scheelt de hele klus opnieuw.
Werken vanaf een ladder
Platen van drie meter tillen en met twee handen boven je hoofd schroeven vraagt een stabiele werkvloer. Op een ladder heb je geen van beide en werkt een windvlaag tegen je. Een rolsteiger voor een week is goedkoper dan de eerste dag in het ziekenhuis.
Veelgestelde vragen
Wat kost een trespa dakkapel?
Reken voor het plaatmateriaal op 70 tot 120 euro per vierkante meter in 8 millimeter, waarbij de kleur het meeste verschil maakt. Een dakkapel van drie meter breed vraagt vijf tot zeven vierkante meter, wat neerkomt op 400 tot 900 euro aan platen, plus 100 tot 200 euro aan regelwerk en bevestiging. Laat je het compleet uitvoeren, dan zit je meestal tussen 1500 en 3500 euro inclusief steiger en afvoer, met herstel van rot houtwerk als aparte post.
Wat kies je voor een dakkapel, trespa of keralit?
Dat hangt af van het beeld dat je wilt en van je budget. Keralit is een kunststof kliksysteem dat twee tot drie keer goedkoper is en veel maatafwijking wegwerkt achter zijn profielen, maar je ziet de sponningnaden. Een compacte plaat geeft één strak vlak zonder zichtbare naden en een groter kleurbereik, maar vraagt nauwkeurig zaagwerk en vergeeft geen fout. Op een moderne woning valt de keuze vaak op de vlakke plaat, op een woning uit de jaren dertig staat geschilderd multiplex of een houten rabat rustiger.
Kun je een dakkapel zelf bekleden met trespa?
Ja, mits je een deugdelijke steiger hebt en met twee personen werkt, want de platen zijn zwaar en onhandelbaar. Het echte werk zit niet in het monteren maar in het voorwerk: het houtwerk controleren en herstellen, verticaal regelwerk zetten met een open spouw, en nauwkeurig zaagwerk leveren. Wie dat rustig aanpakt, doet een dakkapel van drie meter in één tot twee dagen. Wie het lekkende zinkwerk of het zachte hout eronder overslaat, doet het over vijf jaar opnieuw.
Hoe dik moet een trespa plaat voor een dakkapel zijn?
Acht millimeter is de gangbare keuze voor zijwangen en boeiboord, omdat je daarmee tot ongeveer 600 millimeter hart op hart regelafstand aankunt. Bij 6 millimeter moet het regelwerk dichter op elkaar, meestal rond 400 millimeter, en dat kost je die besparing weer. Voor hoge wangen of een dakkapel op een winderige locatie ga je naar 10 millimeter. De montagetabel van de fabrikant is bij deze keuze leidend, want de toegestane overspanning verschilt per merk en per windgebied.
Kun je trespa op een dakkapel schilderen?
Dat kan, maar het is een bewuste keuze en geen kleine ingreep. De fabrieksmatige toplaag is glad en dicht, dus je moet hem eerst mat schuren en ontvetten en daarna werken met een hechtprimer die op kunstharsplaat gemaakt is. Vanaf dat moment heb je een geschilderde gevel met het bijbehorende onderhoud, en dat was nu juist de reden om voor een compacte plaat te kiezen. De volledige aanpak staat bij het schilderen van trespa.
Hoe moet je trespa op een dakkapel vervangen?
Neem de oude platen er heel af, zodat je de achterkant kunt lezen en meteen ziet waar het vocht heeft gestaan. Prik daarna in alle stijlen en in de onderregel en vervang wat zacht is. Zet vervolgens nieuw verticaal regelwerk met EPDM eronder en een spouw van minstens twintig millimeter die onder en boven open blijft. Vervang je één enkele plaat, houd dan rekening met kleurverschil, want vijftien jaar oude platen zijn zichtbaar doffer dan een nieuwe uit dezelfde code.
Is een dakkapel met trespa echt onderhoudsvrij?
Onderhoudsarm is de juiste term. Je hoeft niet te schilderen en de plaat verweert nauwelijks, maar op de noordzijde komt groene aanslag en in de stad zet zich een vuilfilm af. Eens per twee jaar afnemen met water en een zachte borstel houdt hem netjes; gebruik geen agressieve reiniger of hogedrukspuit, want die kan de toplaag beschadigen en water in de voegen persen. Wat je vooral moet blijven controleren is de onderrand en het zinkwerk, want daar begint het als er ergens water binnenloopt.
Kan trespa in elke RAL-kleur geleverd worden?
Nee. Deze platen komen uit een eigen kleurenprogramma van de fabrikant, met eigen codes voor uni-kleuren, metallics en houtdecors. Je kiest dus de kleur die het dichtst bij je RAL of je verfkleur ligt en accepteert een klein verschil. Vraag altijd een fysiek monster en beoordeel dat buiten naast het kozijn, bij zon en bij bewolkt weer. Een exacte match is alleen te krijgen door de plaat te laten spuiten, en dan lever je de fabrieksafwerking in.
Mag je zomaar de bekleding van je dakkapel vervangen?
Vervangen in hetzelfde beeld en met dezelfde kleur geldt doorgaans als gewoon onderhoud en daar heb je geen vergunning voor nodig. Verandert het uiterlijk merkbaar, bijvoorbeeld van wit geschilderd hout naar een antraciete plaat, dan kan de welstand er iets van vinden, zeker bij een dakkapel aan de straatzijde of in een beschermd stadsgezicht. Een telefoontje naar de gemeente kost tien minuten. Bij een appartement of een woning met een vereniging van eigenaars is toestemming van de vereniging meestal ook nodig.
Kun je trespa over het bestaande multiplex heen monteren?
Alleen als dat multiplex kurkdroog en overal hard is, en zelfs dan zet je er regelwerk overheen in plaats van de plaat er rechtstreeks op te schroeven. Zonder spouw sluit je het multiplex op tussen twee dichte lagen en droogt het nooit meer. Houd er ook rekening mee dat je vier tot vijf centimeter aan buitenmaat wint, wat gevolgen heeft voor het zinkwerk, de dakrand en de aansluiting op de pannen. Staat het multiplex ergens al open, dan is uitnemen de nettere route.
Waarom zit er vocht of condens achter de beplating van mijn dakkapel?
Meestal komt dat door warme binnenlucht die via kieren in de binnenafwerking de constructie in lekt en tegen de koude achterkant van de plaat neerslaat. De plaat is dampdicht, dus dat vocht kan er alleen langs de spouw uit. Is die spouw dichtgekit of ontbreekt hij helemaal, dan blijft het staan. Twee dingen lossen het op: een luchtdichte dampremmer aan de warme zijde en een open, geventileerde spouw achter de plaat. De opbouw aan de binnenkant staat bij het isoleren en afwerken van de binnenzijde.
Hoe lang gaat een dakkapel renovatie met trespa mee?
De plaat zelf gaat bij een geventileerde montage decennia mee en fabrikanten geven op de kleurvastheid vaak tien jaar garantie of meer; kijk wat er in de actuele voorwaarden van jouw leverancier staat. De levensduur van het geheel wordt bepaald door het houtwerk erachter en door de aansluitingen op zinkwerk en dakvlak. Een dakkapel met goed regelwerk, een open spouw en droge aansluitingen haalt makkelijk twintig jaar zonder omkijken. Een met een dichte spouw is binnen acht jaar aan de beurt.
Wanneer je beter een vakman belt
Het bekleden van een dakkapel is op zichzelf goed te doen, maar er zijn drie grenzen waar je beter stopt.
De eerste is de hoogte. Zonder deugdelijke steiger met leuningen en een gesloten werkvloer begin je er niet aan, en op een straatgevel betekent dat vaak een verhuurder en soms een gemeentelijke vergunning voor het plaatsen. Werken vanaf een ladder met platen van drie meter is een ongeluk dat op zijn moment wacht.
De tweede is de constructie zelf. Zijn de stijlen, de onderregel of de balken onder de dakkapel aangetast, dan gaat het niet meer om bekleding maar om dragend hout. Laat dat door een timmerman beoordelen voordat je er nieuwe platen tegenaan zet, want een dakkapel draagt zijn eigen gewicht plus dat van sneeuw en wind af op de kap.
De derde is het zinkwerk en de aansluiting op het dakvlak. Loodslabben, een kilgoot of de aansluiting van de dakkapelzijde op de pannen zijn het vakgebied van een dakdekker of loodgieter. Bijna elke rotte dakkapel die we tegenkomen, lekte daar en niet door de beplating. Voor de rest van het werk boven je hoofd staat het overzicht bij dakraam en dakkapel, met de aanpalende klussen aan de kap onder dak en zolder.