Ventilatie: roosters, kanalen en ventilatoren op een rij
Ventileren gaat over twee dingen die altijd samen horen: lucht die ergens naar binnen kan en lucht die er ergens uit gaat. Zit een van de twee dicht, dan levert een zwaardere ventilator alleen meer geluid en meer tocht op. Hieronder staat per systeem wat de maten, de luchthoeveelheden en de bedieningen zijn, plus waar je moet zoeken bij vocht, kou, geluid of een rooster dat niet meer wil.
Alle gidsen over ventilatie
Kruipruimte ventilatie
Kruipruimte ventilatie werkt alleen als er lucht dwars door de ruimte kan stromen, en daarvoor heb je openingen nodig aan…
Mechanische ventilatie aanleggen
Mechanische ventilatie aanleggen is voor negentig procent rekenwerk en routewerk, en pas daarna monteren. Je bepaalt eerst hoeveel lucht elke…
Duco ventilatierooster open/dicht
Aan een Duco-rooster zie je van een afstand nauwelijks of hij open of dicht staat, want de klep zit aan…
Welk ventilatiesysteem heb je en waar zoek je je probleem
Ventileren draait om één regel: er moet net zoveel lucht ergens naar binnen kunnen als er ergens uit gaat. Wie alleen een afzuiging plaatst en de toevoer vergeet, krijgt een ventilator die staat te brommen zonder dat er veel lucht beweegt. Die regel geldt in een jaren 30 woning met klepraampjes net zo hard als in een nieuwbouwhuis met balansventilatie.
Ventileren en isoleren hangen daarbij aan elkaar vast. Hoe beter je een huis dichtmaakt, hoe meer je zelf moet bepalen waar de verse lucht binnenkomt, dus loop naast deze pagina ook het overzicht over isoleren en ventileren door voordat je een rooster dichtzet. Een huis dat na een isolatieklus muf gaat ruiken heeft vrijwel altijd te weinig toevoer gekregen.
De eerste vraag is dus welk systeem je hebt. Dat bepaalt waar je moet zoeken en of je met een schroevendraaier of met een meetinstrument aan de slag gaat.
| Systeem | Waaraan je het herkent | Waar de verse lucht binnenkomt | Waar het meestal misgaat |
|---|---|---|---|
| Natuurlijke ventilatie | Roosters boven de ramen, klepraampjes, oude kanalen in de schoorsteen | Door de roosters en de kieren | De roosters staan dicht tegen de tocht en de kou |
| Mechanische afzuiging, systeem C | Een box op zolder, ventielen in wc, badkamer en keuken, drie standen aan de muur | Door de roosters in de gevel | Roosters dichtgezet, dus de box trekt zijn lucht uit een kier of uit de brievenbus |
| Balansventilatie met wtw, systeem D | Een unit met vier kanalen, inblaasventielen in woonkamer en slaapkamers | Via de unit, voorverwarmd door de afgezogen lucht | Nooit ingeregeld, vieze filters, geluid in de slaapkamer |
| Decentrale wtw per ruimte | Een kleine unit in de buitenmuur, meestal per twee kamers geplaatst | Door de unit zelf | Het tikken van de keerklep en tegenvallend rendement bij harde wind |
| Losse ventilator of afzuigkap | Werkt alleen in die ene ruimte, vaak geschakeld met het licht | Uit de rest van het huis | Geen toevoer, dus hij draait tegen een dichte deur aan |
| Windgedreven dakventilator | Een draaiende kap op het dak van schuur, garage of stal | Door roosters of stootvoegen laag in de wand | Bij windstil weer gebeurt er weinig |
Ventilatieroosters, muurdoorvoeren en dakdoorvoeren
Een ventilatierooster is de goedkoopste toevoer die er bestaat, en meteen het onderdeel waar de meeste vragen over gaan. Er zijn roosters die in het glas zitten, roosters die in een profiel boven het kozijn zitten, en er is de gewone ventilatierooster in muur die uit een doorvoerbuis met een binnen- en een buitenrooster bestaat. Welke je nodig hebt, hangt vooral af van de plek en van hoeveel lucht er doorheen moet.
Een ventilatierooster installeren in een gevel begint met boren: met een lange steenboor of een dozenboor maak je een gat van 100 tot 150 mm door de muur. Boor daarbij met een paar millimeter afschot naar buiten, zodat regenwater terugloopt en niet langs de buis je spouw in zakt. Aan de buitenkant komt een kap of een rooster met gaas, aan de binnenkant een schuifrooster dat je kunt regelen.
Bij het vervangen van een raamrooster ligt het lastiger. Een rooster dat boven de ruit in de sponning zit, is op maat van dat glas gemaakt, dus bij een ruit met ventilatierooster laat je de glasmaat opnieuw bepalen voordat je bestelt. Wil je van een klapraam af, dan is een renovatierooster dat het klapraam vervangt vaak de nettere oplossing dan het raam dichtzetten en verder niets doen.
| Plek | Wat er meestal in gaat | Maat of uitvoering | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Boven het glas in een raam | Glasrooster of zelfregelend rooster | Op de breedte van de ruit gemaakt | Bij vervanging de glasmaat opnieuw laten bepalen |
| Boven een schuifpui | Rooster in de bovenste glassponning | Uitneembaar, met een nippel aan beide uiteinden | Meet de nippel op voordat je een bedieningsstang koopt |
| Buitendeur | Rooster in het bovenpaneel of in de deurruit | Meestal 15 tot 40 cm breed | Een ventilatierooster buitendeur tocht minder naarmate het hoger zit |
| Gevelmuur | Muurrooster of geveldoorvoer met buitenkap | Doorvoer van 100 tot 150 mm | Afschot naar buiten, anders loopt regenwater naar binnen |
| Garagedeur of kanteldeur | Twee roosters laag aan de voorzijde | Kunststof of aluminium met gaas erachter | Zonder een opening hoog aan de overzijde gebeurt er niets |
| Schuur, berging of schutting | Ventilatiestenen, open stootvoegen of ventilatierachels | Ongeveer 8 cm doorlaat per opening | Minstens twee openingen, op tegenover elkaar liggende wanden |
| Kelderraam | Kelderraam met ventilatie of een rooster in het kozijn | Klein en afsluitbaar | Alleen openzetten als de buitenlucht droger is dan de kelderlucht |
| Dak | Ventilatiepan of dakdoorvoer met kap | Passend bij het pantype, ook als lage universele uitvoering | Werken op hoogte, dus met steiger of dakhaken |
| Binnendeur | Geen rooster maar ruimte onder de deur | Ongeveer 2 cm spleet | Zonder die spleet komt de afzuiging in de natte ruimte niet op gang |
| Vloerconvector | Een rooster voor de verwarming, geen ventilatierooster | Op maat van de put | Verwar de twee niet, een convectorrooster voert geen lucht af |
De bediening van een rooster: hendel, koord en stangbediening
Een rooster dat je niet kunt bedienen, staat vroeg of laat verkeerd. Bij de meeste merken zit aan het uiteinde van de klep een nippel of een oogje waar een hendel, een koord of een bedieningsstang in valt.
Zit het rooster hoog boven een schuifpui, dan is een stangbediening ventilatierooster de enige manier om er zonder trapje bij te kunnen. Andere roosters hebben een draaiknop, een koord of een touwtje.
Het merk achterhalen is het halve werk. Duco, Alusta, Buva en Buvalux gebruiken elk hun eigen nippelmaat, en oudere roosters uit de jaren negentig komen soms van fabrikanten die niet meer bestaan. Neem de nippel op met een schuifmaat en fotografeer het uiteinde, want met die twee gegevens komt een leverancier er meestal wel uit.
Een universele stok voor een ventilatierooster, ook wel bedieningsstok of trekstang, ligt bij Praxis en Hornbach in het schap, in lengtes van ongeveer een halve tot anderhalve meter. Ze hebben een haakje of een klemmetje dat over de nippel valt. Past dat niet, dan is een stang van de fabrikant zelf de zekere route, en die haal je via een raamleverancier of rechtstreeks bij het merk.
Tocht, kou en geluid door een ventilatierooster
Kou door ventilatierooster is de meestgehoorde klacht van het hele onderwerp, en de reflex is altijd dezelfde: dichtplakken. Dat werkt tegen je, want de afzuiging in de badkamer haalt zijn lucht dan uit de brievenbus, de trapkast of het kanaal van de wasdroger. Het tocht daarna nog steeds, alleen op een plek waar je het niet verwacht.
Wat wel helpt, is de koude lucht anders binnenlaten. Een zelfregelend rooster knijpt zichzelf dicht als de wind aantrekt, waardoor de luchtstroom gelijkmatiger blijft. Een geïsoleerd rooster heeft een thermische onderbreking in het profiel, wat de koudeval langs het raam merkbaar vermindert.
En een rooster dat hoger zit, blaast over je hoofd heen in plaats van in je nek. Een rooster tochtvrij maken betekent dus de luchtstroom sturen, niet de opening afdichten.
Voor geluid van buiten bestaat de suskast: een rooster met een gedempte kamer erachter die het verkeerslawaai eruit haalt zonder de doorlaat te blokkeren. Een gewoon rooster vervangen door een suskast is in de praktijk de manier om een ventilatierooster geluidsdicht te maken zonder de ventilatie op te offeren. Dichtschuimen of afplakken maakt het stil en maakt tegelijk je binnenlucht slecht.
Mechanische ventilatie: standen, schakelaars en verbruik
Een systeem met mechanische ventilatie 3 standen werkt eenvoudiger dan mensen denken. Stand 1 is de stand voor als er niemand thuis is, stand 2 is de gewone leefstand en stand 3 zet je aan bij koken, douchen, was drogen en veel bezoek. Wie het systeem permanent op stand 1 laat staan omdat het scheelt in het geluid, ventileert structureel te weinig.
Het idee dat mechanische ventilatie uitzetten geld bespaart, klopt niet. Wat je in tien weken uitspaart, verstook je in de eerste dagen daarna dubbel, want vochtige lucht warmt slechter op dan droge lucht. Bovendien trekt dat vocht in gordijnen, matrassen en houtwerk.
De uitzondering is een vakantie van een paar weken in de zomer. Er is dan geen vochtproductie in huis, dus de stekker eruit kan, mits je de roosters wel openzet. Doe dat niet in de winter, want dan koelen de gevels af en slaat het vocht neer op de koudste plek in huis.
| Stand | Wanneer je hem gebruikt | Wat de box ongeveer doet | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Stand 1 | Niemand thuis, of 's nachts bij een systeem zonder sensor | Ongeveer een derde van de capaciteit | Te laag ingeregeld betekent beslagen ramen in de ochtend |
| Stand 2 | De gewone leefstand met mensen in huis | Ongeveer twee derde | Hierop regel je het systeem in, niet op de hoogste stand |
| Stand 3 | Koken, douchen, was drogen, veel bezoek | Alles wat de box kan leveren | Terugzetten na gebruik, anders draait hij dag en nacht op vol vermogen |
| Piek- of timerstand | Een halfuur na douchen of koken | Stand 3 met naloop | Achteraf in te bouwen met een nalooprelais bij de schakelaar |
| Automatisch op vocht of CO2 | Standaard bij nieuwere boxen | Regelt zichzelf tussen de standen | Een vervuilde sensor houdt de box onnodig hoog |
| Helemaal uit | Alleen bij onderhoud of langdurige leegstand | Niets | Roosters openzetten, anders slaat het vocht neer op de koudste plek |
Hoeveel lucht er door een woning hoort te gaan
De eisen staan tegenwoordig in het Besluit bouwwerken leefomgeving, in de wandelgangen nog altijd het Bouwbesluit. Ze zijn opgeschreven in liters per seconde, terwijl ventilatieboxen en ventilatoren in kubieke meters per uur worden verkocht. Vermenigvuldig liters per seconde met 3,6 en je hebt m3 per uur.
Wie zich afvraagt hoeveel m3 ventilatie bouwbesluit voorschrijft, moet één ding scherp hebben: het gaat over de capaciteit die de installatie moet kunnen halen, niet over wat hij dag en nacht moet draaien. Je mag de eis op de hoogste stand aantonen. Verstandiger is om op de middenstand in te regelen, zodat je capaciteit overhoudt voor een verjaardag of een pan gebakken vis, en de box in het dagelijks gebruik minder geluid maakt.
Naast de vloeroppervlakte telt het aantal mensen. Een vuistregel die in de praktijk goed uitpakt, is 30 m3 per uur aan verse lucht per persoon. Een slaapkamer waar twee mensen slapen, wil je dus rond de 60 m3 per uur zien halen, ongeacht wat de oppervlakte oplevert.
| Ruimte | Wat de regels vragen | In m3 per uur | Hoe je dat leest |
|---|---|---|---|
| Keuken | 21 liter per seconde | Ongeveer 75 | Geldt voor de ruimte, ook als er twee afzuigpunten hangen |
| Badkamer | 14 liter per seconde | Ongeveer 50 | Met een ligbad en een douche in één ruimte wordt het snel krap |
| Toilet | 7 liter per seconde | Ongeveer 25 | Eén ventiel op een kanaal van 100 mm haalt dat prima |
| Woonkamer en slaapkamers | 0,9 liter per seconde per m2 | 3,24 per m2 | Een slaapkamer van 12 m2 komt op ongeveer 39 |
| Inpandige berging of wasruimte | Geen aparte waarde in de regels | In opleverrapporten vaak 50 | Waar een droger of wasmachine staat, wil je zeker afzuiging |
| Aangebouwde garage | 3 liter per seconde per m2 | Ongeveer 11 per m2 | Bedoeld tegen uitlaatgassen, dus toevoer laag en afvoer hoog |
| Per persoon als vuistregel | Ongeveer 8 liter per seconde | 30 per persoon | Handig om te toetsen of een slaapkamer genoeg krijgt |
Ventilatiekanalen: rond, plat of rechthoekig
Rond is bouwkundig gezien altijd de beste vorm, want daar is de weerstand per vierkante centimeter doorsnede het laagst. Een plat of rechthoekig ventilatiekanaal kies je niet omdat het beter werkt, maar omdat het tussen een vloer en een verlaagd plafond past of uit het zicht blijft. Platte ventilatiekanalen en vierkante kanalen zijn met de juiste verloopstukken gewoon aan rond werk te koppelen.
In betonvloeren wordt om diezelfde reden bijna altijd een rechthoekig luchtkanaal ingestort. De diameter van het ventilatiekanaal bepaal je dus niet op het oog, maar op het aantal ventielen dat eraan hangt.
Wat mensen daarbij misrekenen, is dat de oppervlakte niet de doorslag geeft. De maat die telt is de hydraulische diameter, en die reken je uit met 2 keer a keer b, gedeeld door a plus b. Een plat kanaal van 220 bij 55 mm heeft met 121 cm2 vrijwel dezelfde doorsnede als een rond kanaal van 125 mm, maar de hydraulische diameter komt uit op 88 mm, dus de weerstand ligt fors hoger.
De praktische regel die wij aanhouden voor een woonhuisbox: op een kanaal met één ventiel volstaat 100 mm rond of een plat kanaal van 110 bij 55 mm. Hangen er twee ventielen op één kanaal, dan wil je 125 mm rond of een plat kanaal van 220 bij 55 mm. Vervang je alleen het zichtbare stuk naar het toilet door een platte buis en laat je de rest op 125 mm, dan merk je daar in de praktijk weinig van.
| Kanaal | Doorsnede in cm2 | Hydraulische diameter | Waar het voor deugt |
|---|---|---|---|
| Rond 80 mm | 50 | 80 mm | Kort kanaal naar één klein ventiel |
| Rond 100 mm | 79 | 100 mm | Eén afzuigventiel per kanaal, wc of badkamer |
| Rond 125 mm | 123 | 125 mm | Twee ventielen op één kanaal, of het hoofdkanaal van een woonhuisbox |
| Rond 150 mm | 177 | 150 mm | Kookafzuiging naar buiten en zwaardere ventilatoren |
| Plat 110 x 55 mm | 61 | 73 mm | Alleen een kort stuk achter één ventiel, nooit als hoofdkanaal |
| Plat 220 x 55 mm | 121 | 88 mm | Zelfde doorsnede als rond 125, maar duidelijk meer weerstand |
| Rechthoekig 220 x 80 mm | 176 | 117 mm | Komt dicht bij rond 125 en past tussen vloer en plafond |
| Vierkant 150 x 150 mm | 225 | 150 mm | Ingestorte kanalen en schachten, gunstiger dan een platte vorm |
| Flexibele slang 125 mm | 123 op papier | In de praktijk fors lager | Alleen strak getrokken en zo kort mogelijk |
Buisventilatoren, timers en hygrostaten
Een buisventilator installeren gaat vaker mis op de bedrading dan op het monteren zelf. De motor heeft een bruine en een blauwe draad voor de voeding en drie genummerde draden voor de standen, en die drie horen op de klemmen 1, 2 en 3 van de schakelaar. De bruine draad van de motor gaat naar L van de schakelaar, niet naar de aardklem, ook al staat er PE bij en lijkt bruin op geel-groen.
Werk de voeding uit de stekker met Wago-klemmen weg. Vanaf die klemmen voed je zowel de motor als de schakelaar, en de aarde uit de stekker gaat naar PE. Zo houd je één punt waar de fase binnenkomt en zie je in één oogopslag wat waarheen gaat.
Kom je er met het bijgeleverde aansluitschema niet uit, zoek dan de handleiding van jouw model op. Merken als Nedco, Renson, Rotheigner, Plieger en Cata leveren hun gebruiksaanwijzing als pdf, van de kleine Cata B10 tot een inline model, en bij een Silent-100 of Silent-200 staat daar ook in hoe je het front eraf klikt om hem te demonteren en schoon te maken.
Ophangen doe je trillingsvrij. Een ventilator die strak tegen een gipsplaat of tegen een houten balk zit, maakt van dat vlak een klankkast en dan hoor je hem twee kamers verder. Hang de behuizing op rubberen bussen of zet er een kort stuk flexibele slang tussen om de trillingen te breken.
| Type ventilator | Aansluitmaat | Ongeveer m3 per uur | Waar hij op zijn plek zit |
|---|---|---|---|
| Kleine buisventilator | 75 of 80 mm | 50 tot 90 | Kast, meterkast of een kleine bergruimte |
| Wandventilator badkamer of toilet | 100 mm | 90 tot 100 | Korte doorvoer naar buiten, met terugslagklep |
| Buisventilator in het kanaal | 100 of 110 mm | 150 tot 190 | Wc of doucheruimte met een paar meter kanaal |
| Buisventilator | 125 mm | 190 tot 280 | Garage, kelder of een lang kanaal |
| Buisventilator | 150 mm | 300 tot 450 | Werkplaats, ruime garage, kookafzuiging |
| Uitvoering met nalooptijd | Alle maten | Gelijk aan het basismodel | Loopt na uitschakelen nog 3 tot 30 minuten door |
| Uitvoering met hygrostaat | Alle maten | Gelijk aan het basismodel | Schakelt zelf in boven een ingestelde luchtvochtigheid |
| Windgedreven dakventilator | Op de dakdoorvoer | Hangt van de wind af | Schuur of garage zonder stroomaansluiting |
Vocht in kelder, garage, schuur en berging
Bij een koude ruimte gaat het bijna nooit om te weinig ventilatie, maar om ventileren op het verkeerde moment. De relatieve luchtvochtigheid zegt namelijk niets over het aantal grammen water in de lucht. Buitenlucht van 20 graden met 70 procent bevat veel meer water dan kelderlucht van 14 graden met 80 procent, dus wie op een warme zomerdag zijn kelder openzet, pompt vocht naar binnen dat vervolgens tegen de koude wand neerslaat.
Voor ventilatie kelder betekent dat: meten voordat je een raam openzet. Hang een hygrometer met thermometer binnen en een tweede buiten, en ventileer alleen als de buitenlucht in absolute zin droger is. In de zomer is dat vooral 's nachts en in de vroege ochtend, en dan nog het liefst met lucht die je zo hoog mogelijk boven het maaiveld aanzuigt, want vlak boven de grond is de lucht vochtiger.
Datzelfde geldt voor een bijkeuken of een wasruimte die tegen een koude gevel ligt. Loop je in de zomermaanden structureel tegen 70 tot 80 procent aan in een betonnen kelder, dan lost extra luchten dat niet meer op en kom je uit bij een ontvochtiger met een hygrostaat.
Ingesteld op ongeveer 60 procent draait hij alleen als het nodig is, en voor zo'n toestel ben je rond de driehonderd euro kwijt.
| Ruimte | Wat er meestal speelt | Wat werkt | Wat juist niet werkt |
|---|---|---|---|
| Betonnen kelder zonder ramen | Warme zomerlucht slaat neer op koude wanden | Ontvochtiger met hygrostaat, 's nachts ventileren, hoog aanzuigen | Overdag in de zomer luchten, dat brengt juist vocht binnen |
| Kelder die woonruimte wordt | De vloer is het koudste vlak van de hele ruimte | Isoleren én verwarmen, anders verplaats je het condens | Een voorzetwand plaatsen en de vloer laten zoals hij is |
| Aangebouwde garage | Koude wanden, een natte auto en geen toevoer | Roosters laag in de deur en een opening hoog aan de overzijde | Alleen afzuigen zonder een toevoer te maken |
| Vrijstaande schuur of tuinhuis | Condens tegen dakbeschot en osb-platen | Twee openingen op tegenover elkaar liggende wanden, laag en hoog | Eén rooster, want dan staat de lucht stil |
| Berging met wasmachine of droger | Waterdamp van de was | Mechanische afzuiging of een droger met afvoer naar buiten | De deur dichthouden en verder niets doen |
| Kruipruimte | Optrekkend vocht en dichtgezette muurroosters | De doorstroming van gevel naar gevel weer op gang brengen | Alle roosters dichtmaken tegen de kou |
| Natte muur na een lekkage | Bouwvocht of lekwater in het metselwerk | Eerst de oorzaak weg, daarna lucht langs het oppervlak bewegen | Een muur drogen met ventilator terwijl het nog lekt |
Wtw en balansventilatie inregelen
Zelf ventilatie inregelen begint met de tekening of het opleverrapport van de installatie, want daar staat per ruimte welk debiet erbij hoort. Vervolgens meet je per ventiel, met gesloten binnendeuren, en tel je de punten in dezelfde ruimte bij elkaar op. Wat je niet doet, is alle ventielen eerst helemaal opendraaien: dan verlies je de fabrieksinstelling en begin je bij nul.
Ventielen afstellen doe je per kanaal, waarbij je van het verste punt naar de unit toe werkt. Elke keer dat je een ventiel dichter zet, verandert de druk op de andere ventielen van datzelfde kanaal, dus je gaat twee tot drie rondes langs alle punten voordat het klopt. Draai een ventiel nooit zo ver dicht dat er een fluittoon ontstaat, want dat is het geluid van lucht die door een te kleine spleet wordt geperst.
Bij balansventilatie hoort de ingeblazen hoeveelheid ongeveer gelijk te zijn aan de afgezogen hoeveelheid. Meet je fors meer afzuiging dan inblaas, dan zuigt de woning het verschil door kieren naar binnen en is kierdichting en de rest van de isolatieschil de eerstvolgende klus. Meet je meer dan de unit volgens het typeplaatje kan leveren, dan meet je verkeerd, want een meetconus wijkt makkelijk 30 procent af.
| Klacht | Wat het meestal is | Wat je zelf kunt doen |
|---|---|---|
| De wtw blaast koude lucht in | De bypass staat open of de wisselaar is vervuild | Zomerstand nakijken, filters vervangen en de wisselaar spoelen |
| Fluittoon uit een ventiel | Het ventiel staat te ver dichtgedraaid | Iets opendraaien en het debiet opnieuw meten |
| Zoemen dat door de vloer trekt | De unit hangt star tegen de constructie | Ophangen op trillingsdempers en een geluiddemper in het kanaal zetten |
| Water onder de unit | Verstopte condensafvoer of een leeggelopen sifon | Afvoerslang doorspuiten en de sifon met water vullen |
| Droge lucht in de winter | Het systeem draait hoger dan het aantal bewoners vraagt | Terug naar de leefstand en laten regelen op vocht of CO2 |
| Kooklucht of rookgeur van de buren | Een gedeeld kanaal of een lekke schacht | Terugslagklep plaatsen en de schacht laten nakijken |
| De box gaat uit zichzelf hoger draaien | Vervuilde vochtsensor of hij ziet echt vocht | Sensor schoonmaken en het gedrag daarna een week volgen |
| Suizen bij het ventiel in de slaapkamer | Te hoge luchtsnelheid door een krap kanaal | Debiet verlagen en het ventiel vervangen door een stiller type |
Afzuigen wat je zelf maakt: kooklucht, stof en slijpsel
Een kookplaat met een geïntegreerd afzuigsysteem naar buiten, zoals een Bora, vraagt een kanaal van 150 mm, zo recht mogelijk en met zo min mogelijk bochten. In de muur komt een doorvoer met een terugslagklep, zodat er bij stilstand geen koude lucht en geen regen naar binnen kan. Zo'n klep bestaat als los onderdeel voor in een kanaal van 150 mm, met twee helften die bij de geringste druk opengaan, en die kost tussen de 15 en 20 euro.
Fabrikanten stellen ook eisen aan de doorvoer, bijvoorbeeld een uitvoering met thermische onderbreking. Dat heeft een reden: koude buitenlucht tegen een warme kap geeft condens en op termijn roest.
Wijk je van het installatievoorschrift af, dan kan de fabrikant garantie weigeren, ook als de afzuiging technisch prima werkt. Vraag daarom altijd na waarom een voorschrift er staat voordat je een duur onderdeel afwijst of accepteert.
Voor een buitenkeuken geldt vooral dat je de dampen niet naar een gevel of naar een raam van de buren blaast. Een randafzuiging of een plenumafzuiging vlak achter de pannen werkt daar beter dan een kap hoog boven de kookplaat, omdat de wind een hoge kap zo leeg trekt.
Rc-calculator
Stapel de lagen van je vloer, muur of dak en zie welke Rc-waarde je haalt met welke diktes. Open de volledige rc-calculator
Veelgestelde vragen
Hoeveel m3 ventilatie schrijft het Bouwbesluit voor?
De regels vragen per keuken ongeveer 75 m3 per uur, per badkamer ongeveer 50, per toilet ongeveer 25 en voor woon- en slaapkamers 3,24 m3 per uur per vierkante meter vloeroppervlak. Voor een woning tel je die waarden bij elkaar op. Daarnaast is 30 m3 per uur verse lucht per persoon een bruikbare toets, want een slaapkamer van 10 m2 waar twee mensen slapen heeft meer nodig dan de oppervlakte suggereert. De eis gaat over de capaciteit die het systeem moet kunnen halen, niet over wat het dag en nacht moet draaien.
Mag ik de mechanische ventilatie uitzetten in de winter of 's nachts?
Doe dat niet. In de winter produceer je juist het meeste vocht binnen, en die waterdamp slaat neer op de koudste plek in huis, meestal een buitenhoek of de achterkant van een kast. Ook een ventilatiesysteem 's nachts uitzetten pakt slecht uit, want in een slaapkamer met twee mensen loopt de CO2 dan hard op en zijn de ramen 's ochtends beslagen. Zet de box in plaats daarvan naar de laagste stand terug en houd de roosters open. Dat scheelt geluid en stroom zonder dat het vocht zich ophoopt.
Kan ik mechanische ventilatie uitzetten in de zomer of tijdens vakantie?
Bij een leeg huis in de zomer is dat te verdedigen, want zonder bewoners is er geen vochtproductie. Zet dan wel de natuurlijke roosters open, zodat er iets van doorstroming blijft. Een wtw uitzetten in de zomer heeft minder zin dan mensen denken: de zomerstand of de bypass zorgt er al voor dat de warmtewisselaar wordt omzeild, waardoor je koelere nachtlucht gewoon binnenhaalt. Wie de unit helemaal uitschakelt, verliest die nachtkoeling en krijgt muffe lucht bij thuiskomst. Er bestaan adiabatische koelers, zoals de HomeVap, die de toevoerlucht met verdampend water een paar graden koelen. In elke review daarover komt hetzelfde terug: het scheelt merkbaar op een warme dag, maar het is geen airco en het vraagt water en onderhoud.
Waarom blijft mijn mechanische ventilatie draaien en gaat hij niet meer uit?
In de meeste gevallen hoort dat zo: een woonhuisbox is gemaakt om continu te draaien en heeft geen uit-stand. Gaat hij vanzelf hoger draaien, dan zit er een vocht- of CO2-sensor in die iets waarneemt, en een vervuilde sensor blijft hangen op een hoge stand. Draait hij altijd op vol vermogen, kijk dan achter de schakelaar of achter een afdekplaatje: bij verbouwde keukens zijn de standdraden geregeld vastgezet op stand 3. Bij een ventilator met nalooptijd kan de instelling op dertig minuten staan, en dat kun je op het toestel zelf terugzetten.
Wat is het stroomverbruik van mechanische ventilatie?
Een moderne gelijkstroombox trekt in de leefstand vaak 8 tot 20 watt, en dat komt neer op ongeveer 70 tot 175 kilowattuur per jaar. Een oudere wisselstroombox zit op de middenstand al snel op 40 tot 70 watt, dus 350 tot 600 kilowattuur per jaar. Het verschil tussen die twee is groter dan alles wat je met uitzetten kunt besparen, dus een oude box vervangen levert meer op dan hem uitschakelen. Draait een oud model permanent op stand 3, dan verdient een nieuwe box zich verrassend snel terug.
Hoe vaak moet ik de filters van mechanische ventilatie vervangen?
Reken op elke drie tot zes maanden, en in het pollenseizoen aan de korte kant. Een dichtgeslibd filter kost debiet, laat de ventilatoren harder werken en maakt de installatie hoorbaar. Bij een wtw zitten er meestal twee filters in, een op de toevoer en een op de afvoer, en die vervang je altijd samen. Zet de datum met een stift op de rand van het nieuwe filter, dan zie je bij de volgende controle meteen hoe lang het erin zit.
Mijn mechanische ventilatie piept, zoemt of geeft een fluittoon: wat nu?
Een fluittoon komt bijna altijd uit een ventiel dat te ver is dichtgedraaid: de lucht wordt door een te kleine spleet geperst. Draai dat ventiel een slag open en meet het debiet opnieuw. Een zoemend geluid dat door de vloer trekt, komt van de unit zelf die star tegen de constructie hangt, en dat los je op met trillingsdempers en een flexibele koppeling naar het kanaal. Piepen of een ventilator die traag draait, wijst op een versleten lager of een vervuild waaierhuis, en dan is schoonmaken of vervangen de route.
Waarom stinkt mijn mechanische ventilatie?
Kijk eerst naar de eigen installatie: vervuilde filters, een uitgedroogde sifon onder de unit of vet in de kanalen van een motorloze afzuigkap geven allemaal een muffe of ranzige lucht. Ruik je kooklucht of rookgeur die niet van jezelf komt, dan deel je waarschijnlijk een kanaal of een schacht met de buren. Een terugslagklep in het eigen kanaal houdt die lucht tegen. In een appartement laat je daarnaast de schacht nakijken, want een lekke of dichtgemetselde schacht verplaatst geuren tussen woningen.
Kan ik mechanische ventilatie draadloos maken of vervangen met een afstandsbediening?
Dat kan bij vrijwel elk systeem. Je klemt een draadloze ontvanger in de box en gebruikt daarna een wandzender of een handzender, zonder dat je nieuwe leidingen hoeft te trekken. De standdraden 1, 2 en 3 blijven daarbij gewoon zitten. Werkt een bestaande afstandsbediening niet meer, begin dan bij de batterij en meld de zender daarna opnieuw aan op de ontvanger, want die koppeling gaat bij een spanningsonderbreking soms verloren. Ook losse buisventilatoren zijn er in uitvoeringen met een draadloze afstandsbediening.
Waarom blaast mijn wtw koude lucht naar binnen?
Meestal staat de bypass open, waardoor de lucht om de warmtewisselaar heen wordt geleid. In de zomer is dat gewenst, in de winter niet, dus controleer eerst de zomerstand en de instelling van de bypasstemperatuur. Een tweede oorzaak is een vervuilde of verstopte wisselaar: die haalt de warmte niet meer uit de afgezogen lucht. Trek het blok eruit, spoel het volgens de handleiding en vervang de filters. Blijft de inblaas koud, dan kan de vorstbeveiliging actief zijn en draait de toevoerventilator tijdelijk terug.
Hoe krijg ik het geluid van een wtw of ventilatiesysteem omlaag?
De grootste winst zit in een geluiddemper van ongeveer een meter in het kanaal, direct achter de unit, plus een flexibele koppeling zodat trillingen niet doorlopen naar het vaste kanaal. Hang de unit zelf op rubberen trillingsdempers en niet strak tegen een houten wand, want dat vlak werkt als klankkast. Suist het bij een ventiel in de slaapkamer, dan is het debiet daar te hoog voor de kanaalmaat. Overlast die uit de woning van de buren komt, los je niet met een demper op, daarvoor moet de gedeelde schacht of het gedeelde kanaal worden nagekeken.
Hoe vervang ik de hendel van een Duco-ventilatierooster?
De hendel zit alleen geklemd, zonder schroef. Steek een kleine schroevendraaier door het oogje aan het uiteinde, trek daar recht aan en beweeg de hendel tegelijk een klein stukje van links naar rechts. Je moet er meer kracht op zetten dan je verwacht, maar de beweging blijft recht uit het profiel. Wrik nooit met een schroevendraaier langs het aluminium, want een gedeukte klep sluit daarna niet meer. Een nieuwe hendel bestel je op merk en type, en bij de bediening van een Duco-rooster staat welke klepstanden erbij horen.
Welke stangbediening past op mijn ventilatierooster en waar koop ik die?
Meet eerst de nippel of het oogje aan het uiteinde van de klep op met een schuifmaat en maak er een foto van. Universele bedieningsstokken van ongeveer een halve tot anderhalve meter liggen bij de grotere bouwmarkten en hebben een haakje of klemmetje dat over die nippel valt. Past dat niet, dan is een stang van de fabrikant zelf de zekere route, en die haal je via een raamleverancier. Weet je het merk niet, trek dan het rooster uit de sponning en kijk van binnenuit naar de bediening, want daar staat vaak een typenummer op het profiel.
Mag ik een ventilatierooster in de muur dichtmaken?
Alleen als de opening zijn functie echt kwijt is. Roosters die op de spouw of op de kruipruimte uitkomen laat je altijd open, net als elk rooster in een ruimte met een open verbrandingstoestel. Gaat het om oude muurroosters in een garage die op een dichtgezette spouw uitkomen, dan vul je de holte met isolatiemateriaal en metsel je de opening dicht met een paar stukken baksteen, waarna je het vlak afsmeert met cement. Wil je het omkeerbaar houden, zet er dan een plaat multiplex met isolatie erachter in en laat de open stootvoegen met gaas erachter gewoon doorluchten.
Moet je een ventilatierooster hoog of laag plaatsen?
In een woonruimte plaats je de toevoer hoog, boven het raam of boven ooghoogte, zodat de koude lucht zich met de kamerlucht mengt voordat hij bij je hoofd of je nek komt. De afvoer hoort in de natte ruimtes en zit daar juist hoog bij het plafond, waar de warme vochtige lucht naartoe stijgt. In een schuur, garage of kelder werkt het andersom: daar wil je een opening laag aan de ene kant en een opening hoog aan de tegenoverliggende kant, want dat verschil in hoogte brengt de doorstroming op gang.
Welke platte ventilatiebuis vervangt een rond kanaal van 125 mm?
Qua doorsnede komt een plat kanaal van 220 bij 55 mm met 121 cm2 vrijwel exact overeen met de 123 cm2 van een rond kanaal van 125 mm. De hydraulische diameter is met 88 mm wel lager, dus de weerstand ligt hoger en de ventilator moet harder werken. Een rechthoekig ventilatiekanaal van 220 bij 80 mm komt met 117 mm hydraulische diameter een stuk dichter in de buurt. De kleine platte buis van 110 bij 55 mm heeft maar de helft van de doorsnede en is alleen geschikt voor een kort stuk achter één ventiel.
Kan ik een buisventilator van 100 mm op een kanaal van 75 mm aansluiten?
Met een verloopstuk past het, maar je houdt er weinig van over. De doorlaat wordt bijna gehalveerd, de tegendruk loopt op en een ventilator die tegen een te nauw kanaal in blaast, maakt meer lawaai en verplaatst minder lucht dan een model dat wél voor die maat is gemaakt. Zit je vast aan een buis van 75 mm, kies dan een kleine ventilator voor die aansluitmaat en reken op ongeveer 30 m3 per uur. Andersom is het wel winst: verloop je vlak voor de uitmonding van 75 naar 100 mm, dan neemt de weerstand in dat laatste stuk juist af.
Mag ik flexibele slang gebruiken voor ventilatie of afzuiging?
Alleen voor de laatste meter en voor een bocht die je met vaste delen niet mooi krijgt. De ribbels aan de binnenkant remmen de lucht af, en een slang die slap hangt of doorzakt kost al snel de helft van je capaciteit. Trek hem strak, houd hem zo kort mogelijk en zet hem vast met een klemband en aluminium tape. Voor het vaste werk neem je spirobuis of glad pvc, en loopt het kanaal door een onverwarmde ruimte, dan isoleer je het tegen condens.
Hoe sluit ik een ventilator met timer of nalooptijd aan?
Een uitvoering met naloop heeft drie aders nodig: een blijvende fase, de nul en een geschakelde draad vanaf de lichtschakelaar. De blijvende fase houdt de elektronica actief, de geschakelde draad start de ventilator en de naloop begint te tellen zodra het licht uitgaat. Zit er maar één schakeldraad in de doos, dan zet je er een nalooprelais bij de schakelaar tussen. Kijk in het schema van jouw model welke klem de geschakelde draad is, want die is per merk anders gemarkeerd. Schakel de groep uit en controleer met een tweepolige spanningstester voordat je begint.
Bestaat er een ventilator op batterijen of op een accu?
Ze bestaan, maar de rekensom valt tegen. Een buisventilator van enige betekenis gebruikt al gauw 10 watt, en een accu van 12 volt met 2 ampère-uur levert 24 wattuur. Daarmee draait zo'n ventilator ongeveer 2,4 uur en daarna is de accu leeg. Wie continu wil ventileren, komt dus uit bij een auto-accu of een accu met zonnepaneel, en dan is een kabeltje trekken meestal eenvoudiger en goedkoper. Voor een plek zonder stroom is een windgedreven dakventilator of een tweede opening in de wand de praktischere keuze.
Hoe ventileer ik een schuur of tuinhuis zonder stroom?
Maak twee openingen op tegenover elkaar liggende wanden, een laag en een hoog, allebei ongeveer 8 cm in doorsnede of groter. Ventilatiestenen in de kopgevels onder het boeiboord doen hetzelfde werk en zijn bij metselwerk de nettere oplossing. Zit er een houten wand of een schutting, dan gebruik je ventilatierachels met roestvast gaas erachter. Ventileer wel op het goede moment: is de lucht buiten vochtiger dan binnen, dan haal je vocht binnen in plaats van dat je het kwijtraakt. Blijft het klam, dan is een buisventilator met hygrostaat de volgende stap.