Dupanel platen: waar je ze wel en niet voor gebruikt
Dupanel platen zijn isolatieplaten van hard pur- of pir-schuim met een cachering van aluminium of bitumen. Als vloerisolatie onder een dekvloer werken ze goed: de isolatiewaarde per centimeter ligt hoger dan bij eps en de drukvastheid ligt meestal net boven die van eps100. Wat je er niet mee doet, is rechtstreeks betegelen: daar hoort een dekvloer of een echte tegelbouwplaat tussen. Kies de dikte op de ruimte die je hebt en niet op wat er toevallig te koop is.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Lange rei van minstens 2 meter en een waterpas
- Rolmaat, timmerpotlood en een lang recht latje om langs te snijden
- Isolatiemes of een handzaag met fijne tand
- Cirkelzaag met een fijne tand voor grote hoeveelheden, buiten gebruiken
- Stofmasker van klasse FFP2 en een veiligheidsbril
- Kniebeschermers
- Purpistool voor schuim in een pistoolbus
- Aandrukroller of een blok hout om de tape aan te wrijven
- Rijzeef of een aftrekbalk om het zandbed vlak te maken
Materiaal
- Dupanel of vergelijkbare pur- of pir-platen in de gekozen dikte
- Pe-folie van minstens 0,2 millimeter voor onder en boven de isolatie
- Aluminiumtape van 75 millimeter breed, of ducttape bij een bitumen cachering
- Purschuim in een pistoolbus met lage expansie
- Randisolatiestrook van 8 of 10 millimeter met folielip
- Stabilisatiezand of een egaliseerlaag om de bodem vlak te krijgen
- Wapeningsnet of vezels voor de dekvloer, afhankelijk van de opbouw
Wat dupanel platen zijn en waar ze voor gemaakt zijn
Dupanel is een handelsnaam voor isolatieplaten van hard pur- of pir-schuim, aan beide zijden voorzien van een cachering van aluminiumfolie of van bitumen met glasvlies. Het is dus een isolatieproduct en geen tegelplaat. Veel mensen komen erop uit tijdens het zoeken naar een waterdichte ondergrond onder de tegels, en dat is een andere categorie materiaal met een ander doel.
Waar de platen wel voor bedoeld zijn: isoleren op plekken met weinig opbouwhoogte, waar er een harde laag overheen komt. Onder een dekvloer op de begane grond, op een plat dak onder de dakbedekking, en soms achter een voorzetwand tegen een koude buitenmuur. Het schuim haalt de hoogste isolatiewaarde per centimeter van de gangbare plaatmaterialen, en het is stevig genoeg om een dekvloer met een woonvloer erop te dragen.
In de stelling liggen ze meestal in het formaat 1200 bij 600 millimeter, in diktes vanaf ongeveer 30 tot 120 millimeter. Sommige series hebben een tand-en-groefrand, andere zijn recht gesneden. Op het etiket staan de twee getallen die de keuze bepalen: de lambdawaarde in W/mK en de drukvastheid in kilopascal. Beide verschillen per serie en per cachering, dus lees ze na op het productblad in plaats van ze over te nemen uit een advertentie.
| Plaatdikte | Rd bij lambda 0,022 | Rd bij lambda 0,026 | Waar deze dikte meestal voor gekozen wordt |
|---|---|---|---|
| 30 mm | Ongeveer 1,35 | Ongeveer 1,15 | Extra laag over bestaande isolatie, of achter een voorzetwand |
| 40 mm | Ongeveer 1,80 | Ongeveer 1,55 | De dikte die het vaakst als restpartij te koop is, meestal in meerdere lagen |
| 50 mm | Ongeveer 2,25 | Ongeveer 1,90 | Plat dak waar de opstand niet hoger kan |
| 60 mm | Ongeveer 2,70 | Ongeveer 2,30 | Renovatie waar maar zes centimeter beschikbaar is |
| 80 mm | Ongeveer 3,60 | Ongeveer 3,05 | Standaarddikte onder een dekvloer bij een normale verbouwing |
| 100 mm | Ongeveer 4,55 | Ongeveer 3,85 | Nieuwe vloeropbouw waar de hoogte vooraf is ingepland |
| 120 mm | Ongeveer 5,45 | Ongeveer 4,60 | Vloerverwarming, of een vloer die je in één keer goed doet |
| 3 x 40 mm | Ongeveer 5,45 | Ongeveer 4,60 | Wanneer je een partij dunne platen hebt en de naden laat verspringen |
Weeg een plaat niet af op zijn merknaam maar op zijn lambdawaarde. Een pir-plaat met aluminium cachering zit vaak rond 0,022, terwijl dezelfde dikte met een bitumen cachering eerder op 0,026 uitkomt. Over twaalf centimeter scheelt dat bijna een hele punt Rd, en dat merk je in de vloer.
Waarom dit geen plaat is om op te tegelen
De meest voorkomende vergissing is dat deze isolatieplaten voor tegelbouwplaten worden aangezien. Beide zijn schuimplaten met een laag eromheen, en op de foto lijken ze op elkaar. Het verschil zit in die laag. Een tegelbouwplaat heeft aan beide zijden een cementgebonden coating met glasvezelwapening, en juist daar hecht tegellijm aan. Op aluminiumfolie of bitumen hecht tegellijm niet, en op het kale schuim eronder al helemaal niet.
Dat betekent niet dat je er nooit tegels boven krijgt. Het betekent dat er een laag tussen hoort: een cement- of anhydrietdekvloer op de vloer, of een echte tegeldrager tegen de wand. De isolatie draagt, de laag erboven neemt de tegels op. Sla je die tussenstap over, dan komen de tegels los zodra iemand er met een zware pan op valt of zodra de vloer werkt.
Waar het in een badkamer op aankomt, is de opbouw als geheel. De waterkering zit in de laag onder de tegels, niet in de tegel zelf. Op een dekvloer breng je die aan met kimpasta en kimband in alle hoeken en naden. Ligt er een vloer die kan werken, bijvoorbeeld een verse dekvloer of een vloer met verwarming, dan hoort er ook een ontkoppelingsmat onder de tegels. Welke platen en systemen er verder bestaan, staat bij elkaar in ons overzicht over tegelen, voegen en kitten.
| Plaat | Wat het is | Waar hij voor bedoeld is | Kun je er rechtstreeks op tegelen |
|---|---|---|---|
| Dupanel en vergelijkbare pur- of pir-platen | Hard schuim met aluminium- of bitumencachering | Vloerisolatie onder een dekvloer, dakisolatie, achter voorzetwanden | Nee, er hoort een dekvloer of tegeldrager tussen |
| Wedi bouwplaat | Xps-kern met cementgebonden coating en glasvezel | Douchevloeren, ombouwen en natte wanden | Ja, daar is de plaat voor gemaakt |
| Qboard, Jackoboard en Marmox | Zelfde principe, vaak dunnere coating | Wanden en voorzetwanden in het bad | Ja, mits de plaat vlak en stabiel bevestigd is |
| Eps, de witte piepschuimplaat | Geëxpandeerd polystyreen zonder coating | Vloerisolatie waar hoogte genoeg is | Nee |
| Xps, de gekleurde geëxtrudeerde plaat | Dicht schuim, hoge drukvastheid | Vochtige en dragende plekken, omgekeerd dak | Nee, alleen als er een coating op zit |
| Cementgebonden bouwplaat | Vezelversterkte cementplaat | Drager op houten vloeren en skeletwanden | Ja, maar isoleert vrijwel niet |
Pur- en pir-schuim is brandbaar en hoort niet onafgedekt in een woonruimte. Onder een dekvloer of onder dakbedekking zit het ingepakt en is dat geen probleem. Laat je een wand of plafond met kale platen open staan, dan heb je een brandbaar oppervlak dat bij brand veel dichte rook geeft. Werk het af met gipsplaat, een dekvloer of een andere afdekking.
Hoeveel isolatie je terugkrijgt vergeleken met eps
De reden om deze platen te kiezen boven het goedkopere eps is bijna altijd hoogte. Pur en pir isoleren per centimeter beter, dus je haalt dezelfde Rd met een dunnere laag. Bij een lambda van 0,026 komt acht centimeter pur ongeveer overeen met elf centimeter eps. Bij een pir-plaat met aluminium cachering en een lambda van 0,022 loopt dat verschil verder op.
Reken het voor je eigen vloer even na in plaats van op een vuistregel te varen. Rd is de dikte in meters gedeeld door de lambdawaarde. Twaalf centimeter bij lambda 0,026 geeft 0,12 gedeeld door 0,026, dus ongeveer 4,6. Dezelfde 4,6 halen met eps van lambda 0,036 vraagt zestien à zeventien centimeter, en die ruimte heb je zelden.
Er zit een grens aan wat extra dikte oplevert. De eerste vier centimeter isolatie op een kale betonvloer scheelt het meest, de sprong van tien naar twaalf centimeter merk je in de praktijk nauwelijks nog. Ga je voor een subsidie of voor een label, kijk dan welke Rd er precies gevraagd wordt, want die eis kan het verschil zijn tussen tien en twaalf centimeter.
| Materiaal | Lambda | Dikte voor Rd 3,5 | Drukvastheid | Waar het past |
|---|---|---|---|---|
| Pir met aluminium cachering | Ongeveer 0,022 | Ongeveer 80 mm | Meestal 120 tot 150 kPa | Weinig hoogte, onder een dekvloer of op een dak |
| Pur met bitumen cachering | 0,025 tot 0,028 | 90 tot 100 mm | Meestal 120 tot 150 kPa | Plat dak, vloeren, vaak als restpartij te koop |
| Xps | 0,033 tot 0,035 | 115 tot 125 mm | 200 tot 500 kPa | Zware belasting en natte plekken |
| Eps 100 | Ongeveer 0,036 | Ongeveer 126 mm | 100 kPa | Vloeren met genoeg opbouwhoogte, goedkoop |
| Eps 200 | Ongeveer 0,034 | Ongeveer 119 mm | 200 kPa | Vloeren met zwaardere puntlasten |
| Drukvaste steenwolplaat | 0,036 tot 0,040 | 126 tot 140 mm | 50 tot 70 kPa | Daken waar brandklasse zwaarder weegt dan dikte |
| Schuimbeton | 0,08 tot 0,12 | Niet haalbaar in één laag | Zeer hoog | Vullaag onder de isolatie, niet als isolatie zelf |
Drukvastheid: wat er bovenop mag staan
Bij vloerisolatie is de drukvastheid de vraag die het snelst wordt overgeslagen. Op het productblad staat een waarde in kilopascal, gemeten bij tien procent vervorming. Honderd kilopascal komt neer op ongeveer tien ton per vierkante meter. Pur- en pir-platen zitten meestal tussen 120 en 150 kilopascal en liggen daarmee net boven eps100, het type dat standaard onder woningvloeren gaat.
Voor een gewone woonkamervloer met een dekvloer erop is dat ruim voldoende. Meubels, mensen en zelfs een volle boekenkast verdelen hun gewicht via de dekvloer over een groot oppervlak, dus de plaat ziet nooit een puntlast. Waar je wel even moet nadenken: een zwaar keukeneiland op poten, een vrijstaand bad met vier voetjes, een pelletkachel of een lichte scheidingswand die niet tot op de draagvloer doorloopt.
De oplossing is in die gevallen niet een dikkere isolatieplaat maar een andere krachtafdracht. Onder een puntlast zet je een uitsparing in de isolatie met een betonnen of houten drukverdeler die tot op de draagvloer komt, of je kiest lokaal een plaat van 200 kilopascal. Een lichte scheidingswand op een zwevende dekvloer laat je dragen door een verstevigde strook in de dekvloer, met wapening ter plaatse.
| Wat er op de vloer komt | Wat dat betekent voor de isolatie | Wat je doet |
|---|---|---|
| Woonkamer met normale inrichting | Geen bijzondere eis | Plaat van 120 kPa of meer, dekvloer van minstens 50 mm |
| Keuken met een eiland op poten | Puntlast op een klein oppervlak | Drukverdeler tot op de draagvloer, of lokaal eps 200 |
| Vrijstaand bad op vier voetjes | Zwaarste puntlast in huis als het bad vol zit | Uitsparing met een betonnen poer of een verzwaarde dekvloer |
| Lichte scheidingswand op de dekvloer | Lijnlast over de hele lengte | Wapening in de dekvloer onder de wand, of de wand op de draagvloer zetten |
| Pelletkachel of houtkachel | Puntlast plus warmtebelasting | Doorgestorte poer tot op de draagvloer, isolatie eromheen leggen |
| Garage of berging waar een auto op komt | Wiellast van honderden kilo's op een klein vlak | Hier hoort xps of eps 200 met een gewapende vloer, geen standaardplaat |
| Plat dak dat je af en toe betreedt | Loopbelasting op de dakbedekking | Tegels op tegeldragers of een looppad, niet rechtstreeks over de isolatie lopen |
Uitgraven onder een bestaande vloer heeft een grens. Wil je meer isolatie kwijt en graaf je daarvoor dieper, blijf dan ruim boven de onderkant van de fundering en van de dragende muren. Grond weghalen naast of onder een funderingsstrook kan verzakking geven, en dat merk je pas als de scheuren er staan. Twijfel je over de diepte, laat de fundering dan opgraven en beoordelen voordat je de schop erin zet.
Meerdere dunne platen in plaats van één dikke
Restpartijen bestaan bijna altijd uit één dikte, en vaak is dat veertig millimeter. Wil je naar twaalf centimeter, dan stapel je drie lagen. Dat kan prima, en het levert zelfs een iets beter resultaat op dan één plaat van 120 millimeter, mits je één regel volgt: laat de naden van elke laag verspringen ten opzichte van de laag eronder.
De reden is simpel. Een naad tussen twee platen is een spleetje waar lucht doorheen kan en waar de isolatiewaarde lokaal wegvalt. Liggen alle naden recht boven elkaar, dan heb je door de volle twaalf centimeter een doorlopend kanaaltje. Verspringen ze, dan loopt elke luchtweg dood tegen de plaat erboven. Een halve plaatbreedte verschuiven is genoeg, en per laag draai je de legrichting een kwartslag.
Tape hoeft niet tussen de lagen, alleen op de bovenste laag. Daar houdt de tape het aanmaakwater van de dekvloer uit de naden. Wat wel helpt bij een stapel: druk de lagen goed op elkaar en vul spleten breder dan vijf millimeter met purschuim uit een pistoolbus met lage expansie. Een bus met veel expansie tilt je platen op en dan ligt de vloer niet meer vlak.
Meer dan drie lagen is zelden verstandig. Het stapelt niet alleen slecht, elke extra laag geeft ook meer kans dat er ergens een plaat wipt. Kom je hoger uit dan twaalf centimeter, kies dan dikkere platen voor de onderste laag en houd de dunne voorraad voor de bovenste.
Leg de eerste laag los op de vlakke bodem, kijk er dan met een lange rei overheen en zoek de wipplekken op. Elke plaat die je nu kunt laten kantelen, blijft dat straks onder de dekvloer doen. Twee minuten zand bijvegen op de goede plek scheelt later een scheur.
De vloeropbouw eromheen: folie, dekvloer en randstrook
De platen zijn maar één laag in een opbouw die als geheel moet kloppen. Van onder naar boven ziet die er meestal zo uit: een vlakke, verdichte zandbodem of een laag schuimbeton, dan pe-folie tegen optrekkend vocht, dan de isolatieplaten, dan opnieuw folie, en daarop de dekvloer. De tegels of de houten vloer komen pas daarna.
De folie boven de isolatie heeft twee taken. Ze houdt het aanmaakwater van de dekvloer uit de naden, zodat de dekvloer aan de onderkant niet uitdroogt en zwak wordt. En ze scheidt het verse, alkalische cementmortel van een aluminium cachering, want dat aluminium kan daarin aangetast worden. Leg de banen met minstens twintig centimeter overlap en plak ze dicht.
Langs alle wanden, kolommen en deurposten komt een randisolatiestrook van acht of tien millimeter. Die laat de dekvloer uitzetten zonder tegen het muurwerk te duwen. Zonder strook drukt de dekvloer bij opwarming tegen de wanden, en dan scheurt hij op de zwakste plek. Snijd de strook pas af nadat de vloer is uitgehard, niet ervoor.
De dekvloer erop moet dik genoeg zijn om als zwevende vloer te werken. Voor een cementdekvloer op isolatie houden wij minimaal vijftig millimeter aan, en met vloerverwarming eerder vijfenzestig tot zeventig millimeter zodat er genoeg dekking boven de buizen zit. Hoe lang die dekvloer daarna moet drogen voor je erop kunt tegelen, staat per materiaal in onze tabel met droogtijden. Tegelen op een dekvloer die nog vocht afgeeft, geeft loszittende tegels en witte uitslag in de voegen.
Reken de totale opbouwhoogte uit voordat je begint. Twaalf centimeter isolatie plus zeven centimeter dekvloer plus een tegel komt op ongeveer twintig centimeter. Deuren moeten dan korter, drempels verspringen, de onderste traptrede wordt lager en radiatoraansluitingen komen te laag te zitten. Dat is allemaal op te lossen, maar niet meer als de dekvloer er ligt.
Zagen, passen maken en de naden dicht krijgen
Pur en pir zagen makkelijk, maar het stof is fijn en prikkelend. Werk buiten of met de deur open, zet een stofmasker van klasse FFP2 op en doe een bril op als je met de cirkelzaag werkt. Het schuim laadt zich statisch op, dus de snippers plakken aan alles en waaien de hele tuin door.
Voor een paar platen volstaat een lang isolatiemes: snijden langs een recht latje, in twee of drie halen door de dikte in plaats van in één keer forceren. Voor een hele vloer gaat een handzaag met fijne tand sneller, en voor tientallen platen een cirkelzaag met een fijngetand blad en de geleiderail. Snijd de cachering aan de bovenkant altijd eerst netjes door, anders scheurt de folie uit.
Pas de platen strak in. Een naad van een paar millimeter is geen ramp, een spleet van twee centimeter wel. Rond leidingen, putten en opstanden snijd je passend uit en vul je de restspleet met purschuim met lage expansie. Snijd het uitgeharde schuim daarna vlak af, want een bult schuim tilt de dekvloer plaatselijk op.
De bovenste laag tape je dicht over alle naden. Bij een aluminium cachering gebruik je aluminiumtape van vijfenzeventig millimeter, bij een bitumen cachering een tape die op bitumen hecht. Wrijf de tape aan met een roller of een blokje hout, want tape die alleen aangedrukt is met je duim laat aan de randen los zodra het koud wordt.
Zaag alle passtukken voor een hele rij in één keer voor en leg ze op volgorde klaar. Dan hoef je met een volle mond stof maar één keer naar buiten in plaats van vijftien keer, en je houdt de vloer schoon van snippers die anders onder de volgende plaat terechtkomen.
Dezelfde platen op een plat dak
Buiten de vloer is het platte dak de plek waar je deze platen het vaakst tegenkomt, en dan meestal met een bitumen cachering waar je de dakbedekking op kunt branden of kleven. De opbouw is warm dak: dampremmende laag op het dakbeschot, isolatie daarop, dakbedekking eroverheen. Hoe die lagen op elkaar aansluiten en wat er per type bedekking anders gaat, staat bij het isoleren van een plat dak.
Twee dingen verschillen wezenlijk met de vloer. Ten eerste het water: een dak moet afwateren, dus de platen liggen op afschot of er komen speciale afschotplaten met een verloop in de dikte. Blijft er water staan op de bedekking, dan gaat de naad daar op termijn open. Hoeveel verval je nodig hebt en hoe je dat opzet, lees je bij het afschot van een plat dak.
Ten tweede de doorvoeren. Elke ontluchting, hemelwaterafvoer en kabeldoorgang is een gat in je isolatielaag en in je waterkering. Die werk je af met een manchet of een aangebrande plakplaat, niet met kit. Hoe zo'n aansluiting eruitziet bij bitumen, staat bij het maken van een dakdoorvoer in bitumen. De rest van het werk aan een plat dak, van dakbedekking tot randafwerking, staat bij elkaar in ons overzicht over het platte dak.
Werken op een plat dak is werken op hoogte. Bij een dak boven de eerste verdieping, bij een dakrand zonder opstand en bij het gebruik van een gasbrander is dit geen klus die je er even alleen bij doet. Randbeveiliging, een tweede persoon en een brandwacht met blusmiddel zijn dan geen luxe. Verzekeraars kijken bij brandschade na branden op het dak scherp naar hoe er gewerkt is.
Een restpartij beoordelen voordat je hem koopt
De meeste mensen komen bij deze platen uit omdat er een partij te koop is voor de helft van de winkelprijs. Dat kan een prima koop zijn, maar loop wel drie dingen na voordat je de aanhanger volgooit.
Kijk eerst naar de randen. Platen die buiten hebben gelegen zonder afdekking hebben vaak natte randen en een cachering die begint los te laten. Nat schuim is niet meteen kapot, maar een losgelaten cachering betekent dat de tape er straks nergens op hecht. Knijp in een rand en kijk of er water uit komt.
Kijk daarna of alle platen echt dezelfde dikte en dezelfde serie zijn. Restpartijen zijn vaak samengeraapt, en een verschil van vijf millimeter tussen twee platen is precies genoeg om je dekvloer plaatselijk te dun te maken. Meet er tien op verschillende plekken in de stapel.
Reken tot slot na of je genoeg hebt, inclusief snijverlies. Bij een rechthoekige kamer haal je met tien procent extra vrijwel altijd de eindstreep, bij een vloer met veel hoeken en nissen loopt dat op naar vijftien procent. Voor de tegels die er later overheen gaan doe je dezelfde som, en dat kun je uitrekenen met de tegelcalculator. Kom je materiaal tekort en is de partij op, dan zit je met twee soorten platen in één vloer.
| Wat je ziet aan de partij | Wat het betekent | Wat je ermee doet |
|---|---|---|
| Vergeelde, brokkelige zijkanten | Lang in de zon gelegen, buitenste millimeters verzwakt | Bruikbaar in de onderste laag, randen bijsnijden |
| Cachering laat aan een hoek los | Nat geweest of onder spanning gestapeld | Alleen gebruiken waar je niet hoeft te tapen |
| Water in de plaat, zwaar aanvoelend | Het schuim heeft vocht opgenomen via een beschadiging | Niet inbouwen onder een dekvloer, drogen lukt daar niet meer |
| Diktes lopen door elkaar | Samengeraapte partij uit meerdere projecten | Sorteren per dikte en per laag één dikte aanhouden |
| Geen etiket of productblad | Lambda en drukvastheid onbekend | Alleen kopen voor niet-kritische plekken, of om een prijs vragen die dat weerspiegelt |
| Tand-en-groefrand beschadigd | Sluit niet meer aan, geeft naden | Randen recht afzagen en als rechte plaat leggen |
Zo leg je de platen als vloerisolatie onder een dekvloer
Deze volgorde geldt voor een begane grondvloer die je opnieuw opbouwt, en met kleine aanpassingen ook voor isolatie op een bestaande betonvloer.
-
Maak de bodem vlak en meet de hoogte na
Trek de bodem af met een rei tot hij vlak ligt, of stort een dunne laag schuimbeton als de ondergrond onregelmatig is. Zet daarna op de wand een streep op de hoogte waar de bovenkant van de dekvloer komt en tel terug: dekvloer, isolatie, folie. Nu zie je meteen of de deuren en drempels nog kloppen.
-
Leg leidingen weg en werk ze in
Water- en rioolleidingen die los over de bodem lopen, moeten niet tegen de isolatie aan komen te liggen. Werk ze in de zandlaag of in het schuimbeton in, zodat de platen op een vlak bed liggen. Een leiding onder een plaat geeft een wipplek en daarmee later een scheur in de dekvloer.
-
Breng de folie en de randstrook aan
Rol pe-folie over de bodem met ruime overlap en laat hem langs de wanden een stukje omhoog staan. Plak daarna de randisolatiestrook van acht of tien millimeter rond de hele ruimte, ook langs kolommen en deurposten. Die strook is wat de dekvloer straks laat werken zonder dat hij tegen de muur duwt.
-
Leg de eerste laag platen in halfsteensverband
Begin in een hoek en werk in rijen, waarbij je elke volgende rij een halve plaat verspringt. Zaag de passtukken langs de wanden op maat en houd ze strak tegen de randstrook. Kijk na elke twee rijen met de rei of alles vlak ligt, want corrigeren kan nu nog.
-
Stapel de volgende lagen met verspringende naden
Leg de tweede laag een kwartslag gedraaid en verschoven ten opzichte van de eerste, en doe hetzelfde bij een derde laag. Zo loopt geen enkele naad door de hele isolatiedikte heen. Vul spleten breder dan vijf millimeter met purschuim met lage expansie en snijd het uitgeharde schuim vlak af.
-
Tape de bovenste laag dicht
Plak alle naden van de bovenste laag af met aluminiumtape of een tape die op de cachering hecht, en wrijf de tape aan met een roller. Daarna gaat er nog een baan folie overheen met twintig centimeter overlap. Die folie houdt het aanmaakwater van de dekvloer uit de naden en scheidt de mortel van de aluminiumlaag.
-
Stort de dekvloer in de juiste dikte
Houd minimaal vijftig millimeter cementdekvloer aan boven de isolatie, en zestig tot zeventig millimeter als er vloerverwarming in ligt. Loop tijdens het storten niet rechtstreeks over de kale platen maar over een loopplank, anders druk je de naden open. Laat de vloer daarna met rust: de eerste dagen niet belasten en niet doorluchten met een ventilator.
-
Wacht met tegelen tot de vloer droog is
Een cementdekvloer geeft nog weken vocht af, en tegellijm op een te natte vloer hecht slecht. Meet het restvocht of houd de droogtijd per materiaal aan. Ligt er vloerverwarming in, dan hoort er eerst een opstookprotocol overheen voordat de tegels erop gaan. Snijd de randstrook pas af als alles klaar is.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat de dekvloer erop gaat
Uit de praktijk
Een partij van 4 cm die een plan van 2 x 6 cm eps verving
Iemand had een vloer uitgegraven op twaalf centimeter isolatieruimte en had het plan om daar twee lagen eps van zes centimeter in te leggen. Toen kon hij goedkoop aan een partij pur-platen van vier centimeter komen, en de vraag was of drie lagen daarvan een betere keuze zouden zijn.
Rekenkundig wel. Met een lambda rond 0,026 haalt twaalf centimeter van deze platen een Rd van ongeveer 4,6, terwijl twaalf centimeter eps met lambda 0,036 op ongeveer 3,3 blijft steken. Dat scheelt ruim een punt in dezelfde hoogte. De drukvastheid was hier het tweede punt van twijfel, en die ligt bij dit type meestal net boven eps100, dus voor een woonkamervloer met een normale dekvloer zit dat goed.
Wat er in dat plan nog bij hoorde en niet vanzelf spreekt: de naden van de drie lagen laten verspringen, de bovenste laag tapen, een folie ertussen en de dekvloer, en een randstrook rondom. Zonder die vier dingen levert de betere plaat in de praktijk geen betere vloer op.
Twaalf centimeter isolatie en een deur die niet meer open kon
Bij dezelfde soort verbouwing werd de vloer eerst uitgegraven en pas daarna de opbouw uitgerekend. Twaalf centimeter isolatie plus zeventig millimeter dekvloer plus een tegel van tien millimeter kwam op precies twintig centimeter, en de aansluiting op de gang lag ineens vier centimeter te hoog.
Er waren drie oplossingen mogelijk: dieper graven, de isolatie dunner maken, of de vloer accepteren en de deuren, drempels en trapaanzet aanpassen. Dieper graven viel af omdat de onderkant van de funderingsstrook al in zicht kwam, en grond weghalen naast een fundering is geen kleinigheid.
Het werd de derde route: deuren korter zagen, een nette overgangsstrip in de deuropening en de onderste traptrede opnieuw opbouwen. Wie de hoogte vooraf op de wand aftekent, ziet dit voordat er een kuub zand uit is.
Isolatieplaten gekocht om op te tegelen
Een badkamer zou worden voorzien van waterdichte bouwplaten en er was ergens een partij pur-platen aangeboden als goedkoper alternatief. Op de foto leken ze inderdaad op wat er in de bouwmarkt als tegeldrager ligt: een schuimplaat met een laagje eromheen.
Het verschil zat in dat laagje. Op een cementgebonden coating met glasvezelwapening hecht tegellijm, op aluminiumfolie niet. De platen die er lagen waren isolatieplaten, en de tegels zouden er binnen een jaar afgekomen zijn, zeker in een douche waar de wand nat wordt en werkt.
De platen zijn uiteindelijk in de vloeropbouw verwerkt, waar ze wel op hun plaats zijn, en voor de wanden zijn er echte tegeldragers gekocht. Kost meer, maar het scheelt een badkamer die je twee keer maakt.
Veelgemaakte fouten
Rechtstreeks tegelen op de isolatieplaat
Tegellijm hecht op een cementgebonden coating, niet op aluminiumfolie of bitumen en al helemaal niet op kaal schuim. Er hoort een dekvloer of een echte tegeldrager tussen. Zonder die tussenlaag komen de tegels los zodra de vloer werkt of er iets zwaars op valt.
De naden van alle lagen boven elkaar leggen
Bij een gestapelde opbouw is een doorlopende naad een kanaaltje door de volle isolatiedikte, waar lucht doorheen kan en waar de isolatiewaarde plaatselijk wegvalt. Verschuif elke laag een halve plaat en draai hem een kwartslag, dan loopt elke naad dood tegen de plaat erboven.
De platen op een golvende bodem leggen
Hard schuim buigt niet mee. Ligt er een hobbel of een leiding onder, dan wipt de plaat en beweegt de dekvloer daarboven mee. Dat geeft binnen een jaar een scheur, meestal precies boven de naad. Trek de bodem eerst af met een rei en werk de leidingen weg in de zandlaag.
De randisolatiestrook vergeten of te vroeg afsnijden
Een zwevende dekvloer moet kunnen uitzetten. Zit hij klem tegen de wanden, dan scheurt hij op zijn zwakste punt, vaak in een deuropening. Zet de strook rondom en langs elke deurpost, en snijd hem pas af als de vloerafwerking klaar is.
Een te dunne dekvloer boven de isolatie
Op een verende ondergrond heeft een cementdekvloer dikte nodig om als plaat te werken. Onder de vijftig millimeter gaat hij buigen en scheuren, en met vloerverwarming erin komt daar nog de dekking boven de buizen bij. Een paar centimeter besparen op de dekvloer is de duurste besparing van de hele opbouw.
Natte restplaten toch inbouwen
Schuim dat via een beschadiging water heeft opgenomen, droogt onder een dekvloer nooit meer op. Het isoleert slechter en het vocht blijft in de opbouw zitten. Knijp verdachte platen uit voordat je ze legt, en houd twijfelgevallen apart voor een plek waar het niet uitmaakt.
Dieper uitgraven dan de fundering toelaat
Meer isolatiedikte winnen door de vloer verder uit te graven, klinkt logisch tot je naast een funderingsstrook staat te scheppen. Grond weghalen naast of onder de fundering kan verzakking geven aan de muur die erop staat. Houd ruim afstand, of laat eerst beoordelen hoe diep de fundering zit.
Veelgestelde vragen
Wat zijn dupanel platen precies?
Het zijn isolatieplaten van hard pur- of pir-schuim met aan beide zijden een cachering van aluminiumfolie of van bitumen met glasvlies. De naam zegt iets over de handelsserie, niet over een apart soort materiaal. Voor de keuze tellen twee getallen van het productblad: de lambdawaarde, meestal tussen 0,022 en 0,028, en de drukvastheid in kilopascal. Die verschillen per serie en per cachering.
Kun je dupanel platen als vloerisolatie gebruiken?
Ja, daar zijn ze geschikt voor, mits er een dekvloer overheen komt die de belasting verdeelt. De drukvastheid ligt bij dit type meestal tussen 120 en 150 kilopascal en daarmee net boven eps100, het materiaal dat standaard onder woningvloeren gaat. Voor een normale woonkamer- of slaapkamervloer is dat ruim voldoende. Bij zware puntlasten zoals een keukeneiland of een vrijstaand bad hoort er een drukverdeler tot op de draagvloer.
Hoeveel dupanel komt overeen met 10 cm eps?
Bij een lambda van 0,026 tegen 0,036 voor eps haal je met ongeveer zeven tot zeven en een halve centimeter dezelfde Rd als met tien centimeter eps. Andersom geldt de vuistregel dat acht centimeter van dit schuim ongeveer overeenkomt met elf centimeter eps. Heb je een pir-plaat met aluminium cachering en lambda 0,022, dan is het verschil nog groter en volstaat zes centimeter al.
Kun je rechtstreeks op dupanel platen tegelen?
Nee. Tegellijm hecht aan een cementgebonden coating met glasvezelwapening, en die zit op tegelbouwplaten zoals wedi, qboard of jackoboard. Op de aluminium- of bitumencachering van een isolatieplaat hecht de lijm niet. Op de vloer bouw je er eerst een dekvloer op, tegen een wand gebruik je een echte tegeldrager. Wat de waterkering betreft is de laag onder de tegels bepalend, niet de tegel zelf.
Mag je meerdere dunne platen op elkaar leggen?
Dat mag en het werkt goed, op één voorwaarde: laat de naden per laag verspringen. Drie lagen van veertig millimeter met verschoven en gedraaide naden isoleert zelfs iets beter dan één plaat van 120 millimeter, omdat geen enkele naad meer door de hele dikte loopt. Tape hoeft alleen op de bovenste laag. Vul spleten breder dan vijf millimeter met purschuim met lage expansie.
Welke dikte isolatie heb ik nodig onder mijn vloer?
Dat hangt af van de hoogte die je hebt en van het doel. Voor een merkbaar warmere vloer is tachtig millimeter al een grote stap, voor een goede Rd bij een verbouwing zit je op honderd tot 120 millimeter. Ga je voor een subsidie of een energielabel, zoek dan op welke Rd er precies gevraagd wordt en reken terug met de dikte gedeeld door de lambdawaarde. Boven twaalf centimeter levert extra dikte weinig meer op.
Moet er folie onder en boven de isolatieplaten?
Onder de platen komt pe-folie tegen optrekkend vocht uit de bodem. Boven de platen komt opnieuw folie, met twee redenen: ze houdt het aanmaakwater van de dekvloer uit de naden zodat de dekvloer aan de onderkant niet uitdroogt, en ze scheidt de verse cementmortel van een aluminium cachering. Leg de banen met minstens twintig centimeter overlap en plak ze dicht.
Kan er vloerverwarming boven deze platen?
Ja, en dat is een gebruikelijke combinatie omdat de warmte dan naar boven gaat in plaats van de bodem in. Houd de dekvloer wel dik genoeg: zestig tot zeventig millimeter, zodat er genoeg dekking boven de buizen zit. Werk daarna het opstookprotocol af voordat je gaat tegelen, en leg bij een verwarmde vloer een ontkoppelingsmat tussen de dekvloer en de tegels.
Kun je deze platen ook op een plat dak gebruiken?
Ja, en met een bitumen cachering zijn ze daar juist voor gemaakt: de dakbedekking kan er rechtstreeks op gekleefd of gebrand worden. De opbouw is een warm dak, met een dampremmende laag onder de isolatie. Twee dingen verschillen met een vloer: het dak moet afschot hebben zodat er geen water blijft staan, en elke doorvoer moet met een manchet of een plakplaat afgewerkt worden.
Hoe zaag je pur- en pir-platen netjes?
Voor losse platen werkt een lang isolatiemes langs een recht latje, in twee of drie halen door de dikte. Voor een hele vloer gaat een handzaag met fijne tand sneller en voor tientallen platen een cirkelzaag met fijngetand blad. Snijd de cachering aan de bovenkant eerst door, anders scheurt de folie uit. Werk buiten met een stofmasker van klasse FFP2, want het stof is fijn en prikkelend.
Is een goedkope restpartij isolatieplaten een goede koop?
Vaak wel, maar loop drie dingen na. Voelen de randen nat aan of laat de cachering los, dan heeft de partij onafgedekt buiten gelegen en hecht je tape er straks niet op. Meet tien platen op verschillende plekken in de stapel, want samengeraapte partijen lopen in dikte uiteen. Ontbreekt het etiket, dan weet je lambda noch drukvastheid en koop je dus op goed vertrouwen.
Hoe lang moet de dekvloer drogen voordat ik kan tegelen?
Een cementdekvloer geeft weken vocht af en tegellijm hecht slecht op een vloer die nog nat is. De vuistregel is ongeveer een week per centimeter voor de eerste vier centimeter, en daarna loopt het sneller op. Bij vloerverwarming komt het opstookprotocol er nog overheen. In onze tabel met droogtijden per materiaal staat wat je per opbouw kunt aanhouden.
Wat doe ik met de aansluiting van de tegelvloer op de wand?
Die aansluiting krijgt geen voegmortel maar een kitnaad, zodat de vloer kan werken zonder dat de voeg scheurt. Welke kit daar hoort hangt af van de ruimte en de ondergrond, en dat zoek je op met onze hulp om de juiste kitsoort te kiezen. In een douche loopt de waterkering onder die naad door, dus de kit is de afwerking en niet de afdichting.
Wanneer je beter een vakman belt
Isolatieplaten leggen is werk dat je met wat geduld goed zelf doet. Er zijn vier momenten waarop je beter iemand erbij haalt.
Het eerste is graven onder of naast een fundering. Wil je opbouwhoogte winnen door dieper te gaan en komt de onderkant van de funderingsstrook in zicht, stop dan. Grond weghalen naast een fundering kan de muur erboven laten zakken, en dat is schade die je niet zelf herstelt. Laat een constructeur of een aannemer beoordelen hoe diep je kunt.
Het tweede is een dekvloer van enige omvang. Een kleine ruimte kun je zelf afreien, maar boven de twintig vierkante meter is een zwevende dekvloer strak en vlak krijgen echt vakwerk, zeker met vloerverwarming erin. Een dekvloerbedrijf is hier vaak niet duurder dan zelf doen en overdoen.
Het derde is het platte dak. Werken op hoogte, een dakrand zonder beveiliging en een gasbrander in de buurt van brandbaar schuim vragen om randbeveiliging, een tweede persoon en een brandwacht met blusmiddel. Bij twijfel over de dakopbouw of de bestaande dampremmende laag is een dakdekker de snellere weg.
Het vierde is de aansluiting van vloerverwarming op de installatie. Het leggen van de buizen kun je zelf, maar de verdeler, de pomp en de inregeling horen bij iemand die de hele installatie overziet.