Vloer isoleren met pir platen: onder of tussen de balken
Bekijk de informatie en links bij deze gids
Pir haalt de hoogste isolatiewaarde per centimeter van alle plaatmaterialen, dus in een lage kruipruimte win je er ruimte mee. De grootste winst zit niet in de dikte maar in de plaats: een doorlopende laag onder de balken isoleert merkbaar beter dan dezelfde platen tussen de balken, omdat het hout dan geen koudebrug meer vormt. Dat pir dampdicht is, is onder de balken geen bezwaar maar juist het sterke punt, mits je de naden dicht maakt en de bodem afdekt met folie.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Accu-werklamp of bouwlamp met aardlekbeveiliging in de kruipruimte
- Stofmasker van klasse FFP2 en een veiligheidsbril
- Overall, kniebeschermers en een plank of kruipslee voor op de bodem
- Rolmaat, lange rei en een timmerpotlood
- Isolatiemes of een lang broodmes met kartelsnede
- Fijngetande handzaag of een cirkelzaag met een fijne tand, buiten gebruiken
- Accuschroefmachine met een korte kop voor krappe plekken
- Handnietmachine of een tacker voor het montageband
- Purpistool voor schuim in een pistoolbus
Materiaal
- Pir platen met aluminium cachering, tand en groef of recht gesneden
- Aluminiumtape van 75 millimeter breed
- Purschuim in een pistoolbus, lage expansie
- Geïmpregneerde panlatten van ongeveer 22 bij 50 millimeter
- Gegalvaniseerde nagels of isolatieschroeven met een drukverdeelplaatje
- Nylon montageband op rol
- Bodemfolie voor de kruipruimte, plus tape om de banen te verbinden
Waarom mensen bij een lage kruipruimte bij pir uitkomen
Pir is hard schuim met een aluminium laagje aan beide kanten en een lambdawaarde rond 0,022 W/mK. Dat is de laagste waarde van alles wat je in plaatvorm kunt kopen, en het betekent dat je met acht centimeter pir dezelfde isolatiewaarde haalt als met ruim twaalf centimeter minerale wol. In een kruipruimte van dertig centimeter hoog is dat het verschil tussen wel en niet meer kunnen kruipen. Welke andere routes er zijn en wanneer ze beter passen, staat in het overzicht over een vloer isoleren.

De isolatiewaarde van het materiaal zelf heet de Rd-waarde, en die reken je uit door de dikte in meters te delen door de lambdawaarde. Honderd millimeter pir komt daarmee op ongeveer 4,5. De Rc-waarde van je hele vloer ligt daar altijd onder, want de balken, de vloerdelen en de overgangen tellen mee.
Let bij het bestellen op de opgegeven lambdawaarde in plaats van op de merknaam. Platen met een aluminium cachering zitten meestal op 0,022, ongecacheerde platen en platen met een vlies eerder op 0,025 tot 0,027. Op een vloer van veertig vierkante meter scheelt dat een halve punt Rd, en dat merk je in de eindwaarde die je met de Rc-waarde van je vloeropbouw uitrekent.
| Dikte pir | Rd bij lambda 0,022 | Waar het meestal voor gekozen wordt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|
| 40 mm | Ongeveer 1,8 | Aanvullende laag over een bestaande isolatie heen | Als enige laag te weinig voor een subsidieaanvraag |
| 60 mm | Ongeveer 2,7 | Kruipruimtes waar echt geen hoogte over is | Levert bij een oude vloer al een duidelijk warmere vloer op |
| 80 mm | Ongeveer 3,6 | De meest gekozen dikte onder de balken | Past nog net in een kruipruimte van 40 cm |
| 100 mm | Ongeveer 4,5 | Tussen balken van 12 cm, met wat lucht eronder | Kost onder de balken tien centimeter kruiphoogte |
| 120 mm | Ongeveer 5,4 | Vloeren waar vloerverwarming op komt | Alleen zinvol als de rest van de opbouw ook klopt |
| 2 x 60 mm | Ongeveer 5,4 | Twee lagen met verspringende naden | Naden van de tweede laag over die van de eerste heen leggen |
Reken je dikte terug vanaf de hoogte die je overhoudt. Trek van de vrije kruiphoogte af wat je nodig hebt om er zelf nog doorheen te komen, ongeveer dertig centimeter, en wat overblijft is je maximale plaatdikte onder de balken.
Onder de balken of ertussen: hier zit de echte winst
Dit is de keuze die de uitkomst bepaalt, meer nog dan de dikte van de plaat. Leg je de platen tussen de balken, dan blijft het hout onbedekt en dat hout isoleert veel slechter dan de plaat ernaast. Zo'n balk is een koudebrug over de volle lengte van je vloer, en die eet een flink stuk van je winst op.
Het verschil is goed in cijfers te vangen. Bij honderd millimeter gecacheerd pir tussen de balken kom je op een warmtedoorgang rond 0,345 W/m²K voor de hele vloer. Diezelfde platen doorlopend onder de balken brengen dat naar ongeveer 0,215 W/m²K. Dat is bijna veertig procent minder warmteverlies met precies hetzelfde materiaal, alleen op een andere plek gelegd.
Er is nog een tweede voordeel dat je pas jaren later merkt. Zit de isolatie eronder, dan liggen de balken aan de warme kant en blijven ze droger. Droog hout is minder aantrekkelijk voor houtworm en gaat langer mee. Isoleer je ertussen, dan houdt de balk contact met de koude kruipruimtelucht.
De praktijk gooit hier vaak roet in het eten. Bij een kruipruimte van dertig tot veertig centimeter kost een plaat van tien centimeter je de helft van je werkruimte, en dan kom je er niet meer bij om hem te bevestigen. Meer manieren om een vloer op balken aan te pakken staan bij het isoleren van een houten vloer.
| Manier van aanbrengen | Wat het doet met de isolatiewaarde | Voordeel | Nadeel |
|---|---|---|---|
| Doorlopend onder de balken | Beste resultaat, geen koudebrug | Balken blijven warm en droog, geen dampscherm nodig | Kost de volle plaatdikte aan kruiphoogte |
| Tussen de balken, strak tegen de vloerdelen | Goed, maar de balken blijven koudebrug | Je houdt alle kruipruimte over | Passend zagen per vak, veel snijafval bij ongelijke afstanden |
| Tussen de balken plus dunne laag eronder | Bijna gelijk aan doorlopend onder de balken | Koudebrug weg, tweede laag mag dun blijven | Twee werkgangen en twee keer bevestigen |
| Rechtop tegen de buitenmuren | Vangt de rand af waar de vloer op het muurwerk ligt | Voorkomt een koude strook langs de wanden | Alleen zinvol als het aansluit op de vloerisolatie |
| Los op de bodem van de kruipruimte | Isoleert de bodem, niet de vloer | Snel aan te brengen zonder bevestiging | De vloer zelf blijft koud, platen kunnen gaan drijven |
| Op een betonvloer, onder een dekvloer | Hoge waarde bij weinig opbouwhoogte | Pir kan de belasting van een dekvloer aan | De vloer komt hoger te liggen, deuren moeten korter |
Dampdicht materiaal onder een houten vloer: waarom dat goed gaat
De meestgestelde vraag bij dit materiaal is of je een dampdichte plaat wel onder een houten vloer mag hangen. Bij webwinkels lees je vaak dat een houten vloer om dampopen isolatie vraagt. Dat advies klopt niet als algemene regel, want het gaat niet om het materiaal maar om de plek waar de dampdichte laag zit.
Hang je de platen doorlopend onder de balken, dan zit de dampdichte aluminiumlaag aan de warme kant van de isolatie. Die laag houdt daarmee ongeveer de binnentemperatuur, en dus ruim boven het dauwpunt. Waterdamp uit de woning komt de isolatie helemaal niet in en kan er dus ook niet condenseren. De balken en de vloerdelen zitten in dat geval aan de warme kant van het pakket, net als een kast die tegen een binnenmuur staat.
Leg je de platen tussen de balken, dan verandert het beeld. De onderkant van de plaat is dan de koude kant, en aan die kant hangt de vochtige lucht van de kruipruimte. Op de onderste millimeters van het pir kan dan condens ontstaan. Het hout blijft daarbij meestal droog, maar je maakt de opbouw wel gevoeliger voor een natte bodem en slechte ventilatie.
Waar je echt vanaf moet blijven is een sandwich met de verkeerde volgorde: dampopen wol met daaronder een dampdichte plaat. Het vocht komt dan makkelijk de wol in en stopt op de koude plaat eronder. Kies dus of een volledig dampopen opbouw, of pir als doorlopende laag.
Ligt er al vloerbedekking of zeil op de vloer dat je gaat vervangen, en is het huis van voor 1994? Onderlagen en oude vinylzeilen bevatten regelmatig asbest. Laat dat onderzoeken voordat je gaat slopen, zie ook wat er speelt bij het onderhoud en de opbouw van vloeren.

Lees de uitleg uit de afbeelding
Een gesloten naad voorkomt luchtstroming. De eigenschappen van een materiaal bepalen hoeveel waterdamp er doorheen kan bewegen.
Bij de tekening: Lucht stroomt door een kier Waterdamp beweegt door materiaal
- Door een kier kan vochtige lucht stromen
- Een opening langs een balk, leiding of folienaad kan lucht de constructie in laten gaan. De dampremmende waarde van de folie helpt niet tegen zo’n open luchtlek.
- Door een materiaal kan waterdamp bewegen
- Dat gebeurt zonder een zichtbare opening. De dampweerstand van alle lagen samen bepaalt hoe de constructie kan bevochtigen en drogen.
- De hele aansluiting moet bij de opbouw passen
- Maak naden, randen en doorvoeren volgens één geschikt systeem. Bepaal de juiste folie en positie op basis van de volledige wand- of dakopbouw, inclusief bestaande buitenlagen.
Een klimaatfolie maakt een onbekende of natte constructie niet vanzelf veilig. Controleer eerst de bestaande lagen en de mogelijke droogrichting.
De kruipruimte in: toegang, hoogte en veiligheid
Het zware deel van deze klus zit niet in het isoleren maar in het werken op je rug in een ruimte van dertig centimeter. Ga eerst kijken met een goede lamp en meet op drie plekken de vrije hoogte tussen de bodem en de onderkant van de balken. Kruipruimtes lopen vaak af, en het laagste punt bepaalt wat je kunt.
Kijk daarna naar de toegang. Een luik van vijftig bij vijftig centimeter is genoeg voor jezelf, maar niet voor een plaat van 1200 bij 2400 millimeter. Zaag de platen daarom altijd boven de grond op maat en geef ze schuin door het gat. Zit er geen bruikbaar luik, dan is een uitgenomen convectorput of een opgenomen vloerdeel vaak de snelste ingang.
Zorg voor doorstroming van lucht terwijl je bezig bent. Zet de roosters in de gevel vrij, laat het luik open en houd het bij warm weer kort. In een slecht geventileerde kruipruimte kan zich gas verzamelen dat je niet ruikt, en dat is de reden dat je hier nooit alleen in gaat. Laat iemand boven blijven die je hoort.
Staat er water op de bodem of voel je een natte klei, dan begint de klus daar. Isoleren boven een plas water heeft weinig zin en maakt de kruipruimte alleen maar vochtiger, omdat de bodem na het isoleren kouder wordt.
Kom niet aan gasleidingen in de kruipruimte. Oude gasleidingen liggen soms los over de bodem of net onder de vloer. Raakt er een beschadigd door een schroef of een plaat, dan draai je de hoofdkraan in de meterkast dicht, ga je naar buiten en bel je het landelijke storingsnummer. Werk aan de gasleiding zelf is voorbehouden aan een erkende installateur.
Platen zagen, passend maken en bevestigen
Pir zaag je het snelst met een fijngetande handzaag of met een lang kartelmes. Doe dat buiten en met een masker op, want het stof is fijn en blijft in een kruipruimte hangen. De aluminiumlaag snij je vooraf in met een mes, dan rafelt de rand niet.
Voor platen tussen de balken meet je elk vak apart. In oudere woningen liggen balken zelden precies zestig centimeter uit elkaar, zeventig of vijfenzestig komt net zo vaak voor. Zaag elke plaat twee tot drie millimeter ruimer dan het gemeten vak en duw hem klem. Wat je overhoudt aan kleine kieren vul je met purschuim uit een pistoolbus, in een dunne rups en niet in dikke klodders.
Onder de balken werk je met doorlopende banen. Houd de platen op hun plaats met geïmpregneerde panlatten die je haaks of in de lengte tegen de balken nagelt of schroeft. Die latten zijn behandeld tegen zwam en insecten en kosten weinig. Werk je met dun materiaal of met folie, dan voorkomt een strook nylon montageband dat de nietjes er dwars doorheen trekken.
Plak alle naden af met aluminiumtape van vijfenzeventig millimeter breed, ook de aansluiting op de muren. Die tape maakt van losse platen een doorlopende laag, en juist die luchtdichtheid levert in de praktijk meer op dan een centimeter extra dikte. Pir wordt op dezelfde manier verwerkt op een plat dak dat geïsoleerd wordt, met hetzelfde belang van dichte naden.
Purschuim gebruiken zonder er spijt van te krijgen
Purschuim is bedoeld om kieren van een paar millimeter tot ongeveer drie centimeter te vullen, niet om slecht passende platen goed te praten. In een dikke laag hardt het midden slecht uit en blijft het jarenlang zacht. Spuit de bus daarom in dunne lagen en geef het schuim tussendoor de tijd. Hoe lang bouwschuim en andere middelen nodig hebben, vind je in de tabel met droogtijden per product.
Snijd overtollig schuim pas af als het volledig hard is. Doe je dat te vroeg, dan zakt de kern in en houd je een open kier over precies op de plek die je wilde dichten.
Snijd van een restplaat een mal ter breedte van je meest voorkomende balkafstand. Aftekenen gaat daarmee in de kruipruimte vier keer zo snel als met een rolmaat, en je hebt maar één hand nodig.
Bodemfolie, ventilatie en de leidingen die onder de vloer liggen
Een kruipruimte wordt na het isoleren kouder, want de warmte van boven bereikt hem niet meer. Damp uit de bodem slaat daardoor eerder neer tegen het metselwerk en tegen de onderkant van je isolatie. Bodemfolie is daarom geen extraatje maar hoort bij deze klus.
Leg de folie over de hele bodem, met overlap van ongeveer twintig centimeter tussen de banen, en werk hem op tot tegen de fundering. Verzwaar de randen met een schone straatklinker of een lat, anders bolt de folie op zodra er lucht onder komt. Tape de banen aan elkaar, dan houdt het geheel het grondvocht tegen als één vlak.
Laat de ventilatieroosters in de gevel open. De verleiding is groot om ze na het isoleren dicht te stoppen tegen de tocht, maar dan blijft het vocht in de kruipruimte hangen en krijgt het hout het zwaar. Zijn de roosters verstopt met blad of zand, maak ze dan juist vrij.
Kijk daarna naar de water- en cv-leidingen. Liggen die onder je nieuwe isolatie, dan komen ze aan de koude kant te liggen en kunnen ze bij vorst bevriezen. Haal ze omhoog tot tegen de vloer en isoleer ze mee, of leg je isolatie eromheen zodat de leiding aan de warme kant blijft.
| Situatie in de kruipruimte | Wat je eerst doet | Waarom |
|---|---|---|
| Droge zandbodem, roosters vrij | Bodemfolie leggen en meteen isoleren | Weinig risico, de folie houdt de restdamp tegen |
| Vochtige kleibodem | Bodemfolie met ruime overlap, opzetten tegen de muren | Zonder folie blijft de damp in de ruimte hangen |
| Water op de bodem na regen | Oorzaak opzoeken voordat je iets isoleert | Een lek of hoge grondwaterstand los je niet op met isolatie |
| Roosters dichtgemetseld of verstopt | Roosters openmaken of terugplaatsen | Zonder doorstroming stijgt de vochtigheid na het isoleren |
| Waterleiding los over de bodem | Leiding omhoog beugelen tegen de vloer | Onder de isolatie loopt de leiding kans op bevriezen |
| Houtworm in de balken | Eerst vaststellen of hij nog actief is | Na het isoleren kom je er niet meer bij om te behandelen |
Pir naast de andere manieren om je vloer te isoleren
Platen zijn niet de enige route, en soms niet de handigste. In een kruipruimte waar je nauwelijks in kunt of die vol ligt met leidingen, is inblazen of spuiten praktischer. De keuze gaat vooral over hoeveel isolatiewaarde je per centimeter nodig hebt en hoe goed je bij het werk kunt.
Gespoten schuim tegen de onderkant van de vloer vult elke onregelmatigheid en sluit rond leidingen netjes aan, iets wat met stijve platen lastig blijft. Wat dat in de praktijk betekent, staat bij een kruipruimte isoleren met pur. Losse korrels op de bodem zijn weer een heel ander principe, want die isoleren de bodem in plaats van de vloer, met alle voors en tegens die je terugleest in de ervaringen met eps parels in de kruipruimte.
Minerale wol blijft een verstandige keuze wanneer je twijfelt over vocht en er hoogte genoeg is. Het is dampopen, het is soepel en je snijdt de stukken een centimeter breder dan het vak zodat er nergens een kier overblijft. De prijs die je betaalt is dikte: voor dezelfde waarde heb je ongeveer de helft meer nodig.
| Materiaal | Lambda | Rd bij 100 mm | Damp | Waar het past |
|---|---|---|---|---|
| Pir met aluminium cachering | Ongeveer 0,022 | Ongeveer 4,5 | Dampdicht | Lage kruipruimtes, doorlopend onder de balken |
| Pur, gespoten tegen de vloer | 0,026 tot 0,028 | 3,6 tot 3,8 | Vrijwel dampdicht | Onregelmatige vloeren en veel leidingwerk |
| Xps | 0,033 tot 0,035 | 2,9 tot 3,0 | Sterk dampremmend | Vochtige plekken en dragende toepassingen |
| Eps, witte platen | Ongeveer 0,036 | Ongeveer 2,8 | Dampremmend | Goedkope oplossing waar hoogte genoeg is |
| Glaswol of steenwol | 0,032 tot 0,040 | 2,5 tot 3,1 | Dampopen | Tussen balken bij twijfel over de vochthuishouding |
| Eps-parels los op de bodem | 0,034 tot 0,040 | Hangt af van de laagdikte | Dampopen als laag | Kruipruimtes waar je zelf niet in kunt |
| Isolatiefolie met meerdere lagen | Wisselt sterk per merk | Vaak lager dan de folder belooft | Meestal dampdicht | Alleen bij weinig beschikbare hoogte, waarde vooraf nakijken |
Wat het kost en wanneer je het terugverdient
Pir platen zijn per vierkante meter duurder dan wol of eps, maar je koopt er ruimte mee. Reken voor tachtig millimeter op grofweg twaalf tot achttien euro per vierkante meter, en voor honderd millimeter op zo'n vijftien tot vijfentwintig euro. Daar komt nog tape, schuim, latwerk en bodemfolie bij, samen meestal een paar euro per vierkante meter.
De winst zit in twee dingen. Je stookkosten gaan omlaag, en je vloer voelt anders aan. Dat tweede is bij een oude houten vloer vaak de reden dat mensen het uiteindelijk doen: de trek langs de plinten verdwijnt en je kunt weer op sokken lopen. Bij een niet-geïsoleerde vloer uit de jaren dertig is dat verschil binnen een dag na de klus te voelen.
Wil je subsidie aanvragen, kijk dan naar de voorwaarde die op het materiaal slaat en niet op de hele vloer. Regelingen stellen een minimum aan de Rd-waarde en meestal ook aan het aantal vierkante meters dat je in één keer isoleert. Die grenzen veranderen per jaar, dus lees de voorwaarden na op het moment dat je de aanvraag doet en bewaar je facturen en foto's.
Zit je eenmaal in de kruipruimte, dan is het verstandig meteen naar de rest van je schil te kijken. Warmte die niet meer door de vloer weglekt, zoekt de weg van de minste weerstand, meestal omhoog. Een woning waar het schuine dak nog niet geïsoleerd is, verliest daar veruit het meest.
Vloerverwarming, een ondervloer en een vloer die toch opengaat
Gaat de vloer eruit voor leidingwerk of voor vloerverwarming, dan verandert de klus van karakter. Je werkt dan van bovenaf, je kunt de vakken precies opmeten en je hoeft niet op je rug te liggen. Dat is meteen het moment om de oude glaswol, het puin en de losse leidingen uit de kruipruimte te halen, want daarna kom je er slecht bij.
Komt er droogbouw vloerverwarming op een plaatvloer van osb, houd dan in de gaten hoeveel dampdichte lagen je boven elkaar krijgt. Met pir eronder en een dampdichte opbouw erboven zit het plaatmateriaal ertussen opgesloten. Dat gaat goed zolang alles droog wordt ingebouwd, dus laat de platen eerst een paar dagen in de ruimte acclimatiseren en meet het vochtgehalte voordat je dichtlegt.
Ligt er straks een dekvloer met vloerverwarming in plaats van droogbouw, dan kan pir ook boven op de bestaande vloer. Het materiaal is drukvast genoeg om een dekvloer te dragen, en je wint isolatiewaarde bij weinig opbouwhoogte. Je vloer komt dan wel hoger te liggen, wat betekent dat deuren korter moeten en drempels aangepast worden.
Blijft de bestaande houten vloer liggen, dan is dat prima. Meer over de opbouw en het onderhoud daarvan staat bij houten vloeren, en de bredere keuzes per vloertype vind je terug in het overzicht met alles over vloeren.
Zo isoleer je de vloer met pir platen vanuit de kruipruimte
Deze volgorde gaat uit van een doorlopende laag onder de balken, de opbouw die het meeste oplevert.
-
Meet de kruipruimte op en bepaal je plaatdikte
Meet op minstens drie plekken de hoogte tussen bodem en onderkant balk, en meet de balkafstanden. Trek van de laagste hoogte af wat je nodig hebt om er zelf nog doorheen te komen. Wat overblijft is je maximale dikte, en dat getal bepaalt alles wat daarna komt.
-
Ruim de kruipruimte leeg en leg bodemfolie
Haal puin, oude isolatie en losse leidingen weg. Leg daarna de bodemfolie met twintig centimeter overlap tot tegen de fundering en tape de banen aan elkaar. Doe dit vóór het isoleren, want daarna kun je er niet meer goed bij en wordt de bodem juist kouder.
-
Breng leidingen naar de warme kant
Beugel water- en cv-leidingen omhoog tegen de vloer, zodat ze straks boven de isolatie liggen. Een leiding die onder de plaat blijft hangen, komt in de vrieskou te liggen. Controleer meteen of er ergens een druppel of een groene aanslag zit, want een lek repareer je nu makkelijker dan later.
-
Zaag de platen boven de grond op maat
Werk buiten met een fijngetande zaag en een stofmasker. Snijd de aluminiumlaag vooraf in met een mes, dan blijft de rand strak. Zaag telkens een paar platen vooruit in plaats van alles in één keer, zodat je kunt bijsturen als de balkafstanden onderweg veranderen.
-
Hang de eerste baan tegen de balken en zet hem vast
Begin in een hoek en werk in banen dwars op de balken. Druk de plaat strak tegen het hout en nagel of schroef er een geïmpregneerde panlat tegenaan, ongeveer om de halve meter. Bij dun materiaal legt een strook nylon montageband onder de nietjes de druk beter over de breedte.
-
Sluit de randen langs de muren af
Zet losse stukken rechtop tegen de buitenmuren zodat de vloerrand niet koud blijft, en vul de laatste kieren met purschuim in dunne lagen. Juist bij de opleg van de vloer op het muurwerk gaat anders veel warmte verloren, en dat is precies de plek waar je later de tocht voelt.
-
Tape alle naden dicht en controleer met een lamp
Plak elke naad en elke aansluiting af met aluminiumtape. Loop daarna de hele vloer nog eens na met een lamp die je langs het vlak houdt: waar licht doorschijnt of waar je lucht voelt, zit een gat. Deze laatste controle bepaalt of je isolatie doet wat je ervan verwacht.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de kruipruimte weer dichtdoet
Uit de praktijk
Balken van 12 centimeter en een kruipruimte waar niets bij kon
Een woning met een oude grenen plankenvloer die er helemaal uit ging: leidingen vervangen, oude glaswol weg, troep eruit. Daarna kwam er een osb-plaatvloer terug met droogbouw vloerverwarming, dus de isolatiewaarde moest zo hoog mogelijk. De balken waren maar twaalf centimeter hoog en lagen op sommige plekken zeventig centimeter uit elkaar, waardoor rollen wol niet pasten en er alleen dwarse stroken van zestig centimeter in te leggen waren. Met de dikste wol die erin paste bleef de waarde steken rond Rd 3,75.
Honderd millimeter pir tussen de balken bracht dat naar ongeveer 4,5, met twee centimeter lucht onder de plaat. Het betere alternatief, de platen doorlopend onder de balken, viel af: de kruipruimte was op het diepste punt veertig en op de ondiepe delen dertig centimeter, en met tien centimeter isolatie eronder kon niemand er meer bij. De rekensom werd daarmee bewust geaccepteerd: tussen de balken kom je op ongeveer 0,345 W/m²K, eronder was 0,215 haalbaar geweest. Omdat de vloer toch open lag, is elk vak apart opgemeten en zijn alle randen afgepurd. Zonder die zorg om de naden was het verschil nog groter geweest.
Een vloer uit 1935 zonder dampscherm en met houtworm in de balken
Hier lag lamelparket op een viltlaag, daaronder de originele grenen vloerdelen met messing en groef. Nergens een dampscherm, en in enkele balken zaten wormgaatjes. Het advies uit de bouwmarkt luidde dat het dan wel dampopen wol moest worden, maar dat sloot juist de beste opbouw uit.
De redenering die hier klopt: hang je dampdichte platen doorlopend tegen de onderkant van de balken, dan zit de dampdichte laag aan de warme kant en blijft die boven het dauwpunt. Damp uit de woning komt de isolatie niet in en de balken worden droger dan ze waren. Juist dat helpt tegen houtworm, want die zit vooral in licht vochtig hout. Voordat er iets dicht ging, is eerst gecontroleerd of de worm nog actief was door donker papier onder de balken te leggen en te kijken of er houtstof uit de gaten viel. Dat is de volgorde die telt, want na het isoleren kom je bij die balken niet meer.
Een slim ogende sandwich die damptechnisch niet uitkwam
Het idee was aantrekkelijk: onder de balken een dichte bak maken van drie centimeter xps met tand en groef, en daar van bovenaf losse glaswol in laten zakken. Geen regelwerk nodig, geen gepriegel met klemmende stukken, en de balken zouden er warmer bij liggen.
Het probleem zit in de volgorde van de lagen. Glaswol laat damp vrijwel ongehinderd door, xps houdt damp juist sterk tegen. Vocht komt dan makkelijk de wol in en loopt vast tegen de koude plaat eronder, precies op de plek waar je het niet wilt hebben. Een berekening van de opbouw liet zien dat het alleen droog blijft met een damprem bovenop de vloer, en dat betekende de hele vloer eruit. De les die overblijft: kies één principe. Of alles dampopen, of een doorlopende dampdichte laag aan de warme kant.
Een kruipruimte zonder bruikbaar luik
Bij een woning met alleen een klein luik in de gangkast paste geen enkele plaat naar binnen. Grote platen zijn juist prettig omdat je er minder naden mee krijgt, maar ze moeten wel door de opening.
De oplossing kwam van een oude convectorput in de woonkamer. Die is opengemaakt, waarmee er een opening van ruim een meter ontstond. De platen zijn boven de grond op breedte gezaagd per balkvak, genummerd met een stift en daarna door het gat naar binnen gegeven. Iemand boven gaf aan, iemand beneden legde. Wat achteraf het meeste tijd scheelde, was het maken van een houten mal op de meest voorkomende balkafstand: aftekenen ging daarmee met één hand en zonder rolmaat.
Veelgemaakte fouten
De platen keurig leggen en de kieren laten zitten
Een kier van vijf millimeter langs een balk lijkt niets, maar er stroomt koude kruipruimtelucht doorheen tot tegen je vloerdelen. Die luchtstroom haalt een flink deel van de winst weg en zorgt voor koude banen in de vloer. Vullen met schuim en aftapen kost een uur en levert meer op dan een dikkere plaat.
Alleen tussen de balken isoleren en de koudebrug wegwuiven
Het hout tussen je platen isoleert veel slechter dan het pir ernaast en loopt over de volle lengte van de vloer. Dat kost in de praktijk tot ongeveer veertig procent van het verschil met een doorlopende laag eronder. Kun je er niet onder, doe het dan bewust en niet uit onwetendheid.
De ventilatieroosters dichtstoppen tegen de tocht
Na het isoleren wordt de kruipruimte kouder en dus vochtiger. Zet je dan ook de roosters dicht, dan blijft het vocht hangen en krijgen de balken, de leidingen en het metselwerk het te verduren. De roosters horen open, ook in de winter.
Waterleidingen onder de isolatie laten liggen
Alles wat onder je nieuwe isolatie hangt, ligt vanaf nu in de kou. Een leiding die vroeger nog wat warmte van de vloer meekreeg, kan bij een strenge vorstperiode bevriezen en scheuren. Beugel leidingen omhoog tegen de vloer voordat je de platen aanbrengt.
Grote gaten volspuiten met purschuim
Schuim is voor kieren van een paar millimeter tot enkele centimeters. In een dikke laag hardt de kern slecht uit en blijft die zacht en zuigend. Zaag liever een passend stuk plaat bij en gebruik het schuim alleen voor de laatste naad eromheen.
Isoleren boven een natte bodem
Staat er water in de kruipruimte, dan wordt het probleem na het isoleren erger in plaats van beter, want de ruimte koelt af. Zoek eerst uit waar het water vandaan komt: een lekkende leiding, een verstopte afvoer of een hoge grondwaterstand vragen elk om een andere aanpak.
Aannemen dat de aluminiumlaag vanzelf dampdicht werkt
Een plaat is dampdicht, een vloer vol ongetapete naden niet. Damp en lucht zoeken de zwakke plek op, en dat is altijd de naad of de aansluiting op de muur. De cachering doet pas zijn werk als de platen samen één doorlopend vlak vormen.
Binnen zagen zonder afzuiging of masker
Pir geeft een fijn, licht stof dat blijft zweven in een afgesloten kruipruimte en dat je uren later nog inademt. Zaag buiten, houd de zaagsnede laag bij de grond en draag een masker van klasse FFP2. Werk ook nooit met open vuur in de buurt van het materiaal, want hard schuim is brandbaar.
Veelgestelde vragen
Kun je zelf je vloer isoleren met pir platen?
Ja, dit is werk dat je zelf kunt doen als je in de kruipruimte kunt komen en er minstens ongeveer vijfendertig centimeter vrije hoogte is. Je hebt geen bijzonder gereedschap nodig: meten, zagen, klemmen, vastzetten en tapen. Wat het zwaar maakt is de houding en het stof, niet de techniek. Wie zelf de kruipruimte wil isoleren met pir platen doet dat met zijn tweeën, waarbij iemand boven blijft en aangeeft.
Hoeveel pir heb ik nodig voor een Rd van 3,5?
Met gecacheerde platen van lambda 0,022 kom je met tachtig millimeter op ongeveer 3,6, dus dat is de gebruikelijke keuze. Heb je platen met een vlies of een andere kern, kijk dan naar de opgegeven lambdawaarde en deel de dikte in meters daardoor. Bij lambda 0,026 heb je al negentig tot honderd millimeter nodig voor dezelfde waarde, en dat scheelt in een lage kruipruimte een centimeter of twee werkruimte.
Is pir isolatie in de kruipruimte niet te dampdicht voor een houten vloer?
Niet als je hem op de juiste plaats aanbrengt. Hang je de platen doorlopend onder de balken, dan zit de dampdichte laag aan de warme kant en blijft die ruim boven het dauwpunt. Damp uit de woning komt de isolatie dan helemaal niet in en het hout ligt aan de warme, droge kant. Leg je de platen tussen de balken, dan is de onderkant koud en kan daar wel condens ontstaan. Bodemfolie en open ventilatieroosters houden dat binnen de perken.
Kan ik de kruipruimte isoleren met pir platen als hij maar dertig centimeter hoog is?
Tussen de balken wel, doorlopend eronder niet. Bij dertig centimeter kost een plaat van acht of tien centimeter je alle bewegingsruimte, en dan kun je hem niet meer bevestigen. Blijft de vloer dicht, dan zijn ingeblazen korrels of gespoten schuim in zo'n ruimte praktischer. Gaat de vloer toch open voor leidingwerk, dan werk je gewoon van bovenaf en is de hoogte geen probleem meer.
Hoe bevestig ik kruipruimte isolatie platen aan de onderkant van de balken?
De simpelste manier is met geïmpregneerde panlatten van ongeveer 22 bij 50 millimeter, die je met gegalvaniseerde nagels of schroeven tegen de onderkant van de balken zet, om de halve meter. Die latten zijn behandeld tegen zwam en insecten, wat in een vochtige ruimte scheelt. Ook goed werken isolatieschroeven met een kunststof drukverdeelplaatje. Werk je met folie of dun materiaal, leg dan nylon montageband onder de nietjes zodat ze er niet doorheen trekken.
Wat kost het om zelf kruipruimte isolatie met pir platen aan te brengen?
Reken op twaalf tot achttien euro per vierkante meter voor tachtig millimeter en op vijftien tot vijfentwintig euro voor honderd millimeter. Tape, purschuim, panlatten en bodemfolie tellen daar nog een paar euro per vierkante meter bij op. Voor een vloer van veertig vierkante meter zit je daarmee grofweg tussen de zeshonderd en twaalfhonderd euro aan materiaal, plus twee dagen van je eigen tijd.
Moet er bodemfolie in de kruipruimte als ik met platen isoleer?
Ja, en juist dan. Na het isoleren bereikt de warmte van de woning de kruipruimte niet meer, waardoor de ruimte kouder wordt en damp uit de grond eerder neerslaat. Folie over de hele bodem, met ongeveer twintig centimeter overlap tussen de banen, opgezet tot tegen de fundering en aan elkaar getapet, houdt dat grondvocht tegen. Verzwaar de randen, anders bolt de folie op.
Mag ik de ventilatieroosters dichtmaken nadat ik geïsoleerd heb?
Nee. De roosters zorgen ervoor dat vocht uit de kruipruimte weg kan, en die functie wordt na het isoleren belangrijker in plaats van minder. Zet je ze dicht, dan stijgt de luchtvochtigheid onder je vloer en krijgen balken, leidingen en metselwerk het zwaar. Voel je nog tocht binnen, dan zit dat lek in de vloer of langs de plinten en niet in de gevelroosters.
Wat doe ik met leidingen die onder de nieuwe isolatie komen te liggen?
Haal ze naar de warme kant. Beugel water- en cv-leidingen omhoog tot tegen de onderkant van de vloer, zodat de isolatie eronder langsloopt in plaats van erboven. Lukt dat niet, isoleer de leiding dan apart met leidingisolatie over de volle lengte, inclusief de bochten. Een leiding die onder een geïsoleerde vloer blijft hangen, kan bij vorst bevriezen en scheuren.
Is pir beter dan pur spuiten of eps parels?
Pir isoleert per centimeter het beste en je houdt zelf de regie over het werk. Gespoten schuim sluit dan weer beter aan rond leidingen en oneffenheden, en korrels op de bodem zijn de enige optie in een ruimte waar je zelf niet in kunt. De keuze gaat vooral over toegankelijkheid: kun je erbij en wil je het zelf doen, dan zijn platen de goedkoopste route naar een hoge waarde.
Kan ik pir platen ook op een betonnen vloer leggen in plaats van eronder?
Dat kan, en het is een gebruikelijke oplossing als er geen bruikbare kruipruimte is. Pir is drukvast genoeg om een dekvloer of een plaatvloer te dragen. Je vloer komt dan wel omhoog met de dikte van de platen plus de afwerking, dus deuren moeten korter, drempels aangepast en de aansluiting op de trap moet kloppen. Leg de naden strak tegen elkaar en tape ze af voordat de dekvloer erop gaat.
Krijg ik houtworm in de balken als ik met dampdicht materiaal isoleer?
Het risico wordt kleiner in plaats van groter, tenminste als de platen doorlopend onder de balken zitten. Houtworm heeft licht vochtig hout nodig, en balken aan de warme kant van de isolatie drogen juist op. Zitten er al wormgaatjes, controleer dan eerst of het nog actief is door donker papier onder de balk te leggen en te kijken of er houtstof uit valt. Na het isoleren kom je er niet meer bij.
Wanneer je beter een vakman belt
Isoleren met platen is werk dat je zelf kunt doen, maar er zijn situaties waarin je beter niet zelf de kruipruimte in gaat.
Staat er water op de bodem of ruik je een riool- of gaslucht, blijf er dan uit en laat eerst uitzoeken waar dat vandaan komt. In een slecht geventileerde kruipruimte kan zich gas verzamelen dat je niet ruikt en dat je bij het minste inspanning omver haalt. Ga hier nooit alleen naar binnen en laat altijd iemand boven blijven die je hoort.
Werk aan gasleidingen onder de vloer is voorbehouden aan een erkende installateur. Beschadig je een leiding, sluit dan de hoofdkraan in de meterkast, ga naar buiten en bel het landelijke storingsnummer. Ga zelf niet aan de leiding sleutelen om het te herstellen.
Vermoed je asbest in oud zeil, in een oude onderlaag of in beplating rond leidingen, laat dat dan onderzoeken voordat er iets losgetrokken wordt. Datzelfde geldt bij een houten paalfundering waar de koppen van de palen zichtbaar zijn: die vraagt om een deskundig oordeel voordat je de vochthuishouding van de kruipruimte verandert. Is de kruipruimte lager dan ongeveer dertig centimeter of ligt hij vol met leidingwerk, dan kom je met inblazen of spuiten door een gespecialiseerd bedrijf verder dan met platen.
Verder lezen over dit onderwerp

Kruipruimte isoleren met pur

Eps parels kruipruimte ervaring

Plat dak isoleren
