Hoeveel mm is 1/2 inch en wanneer die rekensom niet klopt
Een inch is precies 25,4 millimeter, dus 1/2 inch is 12,7 mm en dat is 1,27 cm. Die som klopt zolang het om een echte lengte gaat, bijvoorbeeld een sleutelwijdte of een plaatdikte. Bij buizen, fittingen en schroefdraad is een inchmaat alleen een naam voor een maatserie: een buis van 1/2 inch meet aan de buitenkant ruim 21 mm en een buis van 1 1/2 inch zelfs 48,3 mm. Weet je niet zeker welke van de twee je voor je hebt, dan is opmeten met een schuifmaat sneller dan doorrekenen.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Schuifmaat, digitaal of met noniusschaal, meetbereik tot 150 mm
- Rolmaat of duimstok, liefst een met zowel een centimeter- als een inchschaal
- Draadkam of gangenmeter om de steek van schroefdraad te bepalen
- Rekenmachine of telefoon voor de omrekening
- Een stukje touw of een strook papier om de omtrek van een dikke buis te meten
- Viltstift om de gemeten maat meteen op het werkstuk te zetten
Materiaal
- Een omrekentabel van inchbreuken naar millimeters
- Een maattabel van buisdiameters en gasdraad
- Eventueel een setje proeffittingen van 1/2 en 3/4 inch om op te passen
Een halve inch is precies 12,7 millimeter
De inch ligt sinds 1959 internationaal vast op 25,4 millimeter. Een halve inch is daarmee 12,7 mm, en dat is geen afronding maar een exacte waarde. Omgerekend naar centimeters is 1/2 inch dus 1,27 cm.
Wil je een andere breuk omrekenen, dan deel je 25,4 door het onderste getal van de breuk en vermenigvuldig je met het bovenste. Voor 3/8 inch levert dat 25,4 gedeeld door 8, maal 3 op, oftewel 9,525 mm. Dezelfde som geeft voor 1 1/2 inch een uitkomst van 38,1 mm.
Zo eenvoudig als dat rekenwerk is, zo vaak loopt het in de praktijk toch spaak. Dat komt doordat de aanduiding 1/2 inch in de bouw en de installatietechniek lang niet altijd een lengte is. Bij buizen, fittingen en schroefdraad is het de naam van een maatserie, en dan levert de rekensom een getal op dat nergens op je materiaal terug te vinden is. Welk meetgereedschap daarbij hoort en hoe je dat gebruikt, vind je in ons overzicht over handgereedschap en meten.
Houd dat onderscheid vanaf het begin vast. Gaat het om een echte afstand, zoals een plaatdikte of een sleutelwijdte, dan reken je gewoon om. Staat de maat op een buis, een koppeling of een aandrijfvierkant, dan zoek je hem op in een tabel of meet je hem na.
| Inchmaat | Exact in millimeters | In centimeters | Metrische maat die er dicht bij ligt |
|---|---|---|---|
| 1/16 inch | 1,5875 mm | 0,159 cm | 1,5 mm |
| 1/8 inch | 3,175 mm | 0,318 cm | 3 mm |
| 3/16 inch | 4,7625 mm | 0,476 cm | 5 mm |
| 1/4 inch | 6,35 mm | 0,635 cm | 6 mm |
| 3/8 inch | 9,525 mm | 0,953 cm | 9,5 mm |
| 1/2 inch | 12,7 mm | 1,27 cm | 12,5 of 13 mm |
| 5/8 inch | 15,875 mm | 1,588 cm | 16 mm |
| 3/4 inch | 19,05 mm | 1,905 cm | 19 mm |
| 7/8 inch | 22,225 mm | 2,223 cm | 22 mm |
| 1 inch | 25,4 mm | 2,54 cm | 25 mm |
| 1 1/4 inch | 31,75 mm | 3,175 cm | 32 mm |
| 1 1/2 inch | 38,1 mm | 3,81 cm | 38 mm |
| 2 inch | 50,8 mm | 5,08 cm | 50 mm |
Onthoud alleen 25,4 en werk vanaf daar met halveren. Een halve inch is 12,7 mm, een kwart inch 6,35 mm en een achtste 3,175 mm. Met die vier getallen in je hoofd reken je vrijwel elke inchbreuk uit het hoofd om.
Duim en inch betekenen precies hetzelfde
In Nederland en België hoor je zowel duim als inch, en beide woorden staan voor dezelfde maat van 25,4 mm. Een halve duim is dus net zo goed 12,7 mm. Er zit geen verschil tussen de twee, ook al leeft dat idee hardnekkig voort.
De verwarring heeft een oorzaak die eeuwen teruggaat. Voor de invoering van het metrieke stelsel had vrijwel elke streek zijn eigen duim, en die liepen uiteen van ruim 25 tot bijna 27 millimeter. Kom je een duimmaat tegen op een oude bestektekening of in een negentiende-eeuws handboek, dan moet je weten uit welke streek dat stuk komt voordat de maat iets betekent.
Voor klussen van nu speelt dat geen rol meer. Wie vandaag duims zegt in de timmermanswerkplaats of bij de loodgieter, bedoelt de gewone inch. Wat wel verschilt is niet het woord maar het onderwerp waar het over gaat: een duims buis en een lengte van één duim zijn twee verschillende dingen, ook al klinken ze hetzelfde.
Merk je in een gesprek dat je langs elkaar heen praat over een maat, stel dan één vraag. Gaat het over een afstand die je met een liniaal kunt narekenen, of over de aanduiding van een aansluiting? Zodra dat helder is, valt de discussie vanzelf stil.
Bij buizen en schroefdraad klopt de rekensom niet
Een buis van 1/2 inch meet aan de buitenkant geen 12,7 mm maar ongeveer 21 mm. Dat is geen fout in de fabriek, het is het gevolg van hoe die maatserie ooit is ontstaan. De aanduiding sloeg oorspronkelijk op de binnendiameter van de smeedijzeren buis, en de wanddikte kwam daar aan beide kanten bovenop.
Op zo'n buis moet ook nog draad gesneden kunnen worden, dus de wand kreeg vlees mee. Bij een buis van 1 inch komt dat neer op ruim drie millimeter aan elke kant, en zo staat er een buitendiameter van ongeveer 33,7 mm tegenover de naam 1 inch. Die maten zijn daarna genormaliseerd, waardoor een zwaardere uitvoering dezelfde buitenmaat houdt en de binnendiameter kleiner wordt.
Daar komt de aanduiding G bij, die je op fittingen en kranen ziet staan. Die letter staat voor gasdraad, in de handel ook bekend als BSP of Whitworth-pijpdraad. Het is een Europese normdraad met een flanktoppen-hoek van 55 graden, terwijl de Amerikaanse NPT-draad 60 graden gebruikt en bovendien conisch is. Die twee passen niet zomaar in elkaar, ook al lijkt de maat te kloppen.
Reken deze reeks nooit door met een vermenigvuldiging. Een buis van 2 inch is geen twee keer 33,7 mm maar 60,3 mm, en 3 inch komt uit op 88,9 mm in plaats van iets boven de honderd. Wie een buis van 1 1/2 inch wil beetpakken, zet de bek van een Zweedse tang dan ook op ruim 48 mm en niet op 38 mm.
| Nominale maat | Buitendiameter stalen draadbuis | Buitendiameter van de gasdraad (G) | Gangen per inch |
|---|---|---|---|
| 1/4 inch | 13,5 mm | 13,16 mm | 19 |
| 3/8 inch | 17,2 mm | 16,66 mm | 19 |
| 1/2 inch | 21,3 mm | 20,96 mm | 14 |
| 3/4 inch | 26,9 mm | 26,44 mm | 14 |
| 1 inch | 33,7 mm | 33,25 mm | 11 |
| 1 1/4 inch | 42,4 mm | 41,91 mm | 11 |
| 1 1/2 inch | 48,3 mm | 47,80 mm | 11 |
| 2 inch | 60,3 mm | 59,61 mm | 11 |
| 3 inch | 88,9 mm | 87,88 mm | 11 |
Gok nooit een maat bij een gasleiding. Een fitting die net niet past en toch met kracht wordt aangedraaid, snijdt de draad kapot en houdt daarna geen druk. Werk aan gasleidingen achter de meter laat je uitvoeren door een erkend installateur, die de leiding ook op dichtheid afperst.
Een buis van 1 1/2 inch: drie antwoorden die alle drie ergens kloppen
Vraag in een werkplaats hoeveel millimeter 1 1/2 inch is, en je krijgt met gemak drie verschillende getallen te horen. Alle drie zijn ze verdedigbaar, want ze gaan over iets anders. Wie dat niet doorheeft, blijft eindeloos in discussie.
Het eerste antwoord is 38,1 mm en dat is de zuivere omrekening van anderhalf keer 25,4. Dat getal klopt voor een lengte, een plaatdikte of een sleutelwijdte. Het tweede antwoord is 48,3 mm, en dat is de buitendiameter van een stalen draadbuis met de aanduiding 1 1/2 inch. Het derde antwoord is 41,8 mm, en dat is de binnendiameter van diezelfde buis in de middelzware uitvoering met een wand van 3,25 mm.
Alle drie de getallen kun je op één en dezelfde buis meten. Welke je nodig hebt, hangt af van wat je ermee gaat doen. Ga je een gat boren waar de buis doorheen moet, dan tel je met de buitenmaat. Wil je weten hoeveel water er doorheen kan, dan is de binnenmaat het getal dat telt.
Ligt er een gat voor je waarvan iemand zegt dat het 1 1/2 duim is, dan zegt dat op zichzelf nog niets. Een gat in een tankplaat is geen genormaliseerde buismaat, dus de enige zinnige stap is de schuifmaat erin zetten en de werkelijke diameter aflezen.
| Wat je precies bedoelt met 1 1/2 inch | De maat in millimeters |
|---|---|
| Rekenkundige omrekening van anderhalve inch | 38,1 mm |
| Sleutelwijdte van een bout van 1 1/2 inch | 38,1 mm |
| Buitendiameter van de gasdraad G 1 1/2 | 47,80 mm |
| Buitendiameter van de stalen draadbuis | 48,3 mm |
| Binnendiameter middelzware buis, wand 3,25 mm | 41,8 mm |
| Binnendiameter zware buis, wand 4,05 mm | 40,2 mm |
Een schuifmaat aflezen in inch
Veel schuifmaten hebben naast de millimeterschaal ook een inchschaal, en daar zit precies de plek waar het misgaat. Op een schuifmaat met nonius is de bovenste hoofdschaal meestal verdeeld in zestienden van een inch. De nonius eronder is verdeeld in acht delen, waardoor je tot op 1/128 inch kunt aflezen, ongeveer 0,198 mm.
Aflezen doe je in twee stappen. Kijk eerst waar de nul van de nonius staat op de hoofdschaal en tel de hele zestienden. Zoek daarna het noniusstreepje dat precies in lijn ligt met een streepje van de hoofdschaal, en tel die honderdachtentwintigsten erbij op. Acht zestienden betekent een halve inch, en die uitkomst zet je om naar 12,7 mm.
Een digitale schuifmaat maakt het simpeler, maar heeft een eigen valkuil. De inchstand toont meestal decimale inch met drie decimalen, dus een halve inch verschijnt als 0.500 en niet als een breuk. Wie dat als 5/8 leest, zit er ruim drie millimeter naast. Sommige modellen hebben een aparte breukstand die wel 1/2 laat zien.
Voor gewoon klussen voldoet een schuifmaat van tien tot vijftien euro prima. Net als bij een goedkope multimeter uit de Action gaat het erom waarvoor je hem gebruikt: buismaten en plaatdiktes bepalen lukt uitstekend, maar voor honderdsten in metaalwerk wil je een instrument dat je kunt ijken.
Nulstellen voordat je meet
Schuif de bekken helemaal dicht en controleer of de meter op nul staat. Een digitale schuifmaat zet je met de nulknop terug, bij een noniusmodel controleer je of het nulstreepje van de nonius samenvalt met de nul van de hoofdschaal. Een halve millimeter afwijking hier zorgt ervoor dat elke meting daarna scheef is, en juist bij het vergelijken van 12,5 en 12,7 mm merk je dat meteen.
Meet een buis altijd op twee plekken die een kwartslag uit elkaar liggen. Buizen die ooit in een bankschroef of onder een klem hebben gezeten zijn licht ovaal, en dan verschilt de gemeten diameter een halve millimeter of meer. Neem de grootste van de twee als je een doorvoergat gaat maken.
Waar je een halve inch in en om het huis tegenkomt
De maat 1/2 inch duikt op plekken op waar je hem niet meteen verwacht, en de betekenis verschilt per toepassing. Bij een doppenset slaat het op het aandrijfvierkant van 12,7 mm waar je ratel in past, en dat is een echte lengtemaat. Bij een tuinslang gaat het over de binnendiameter en is de maat bij benadering, in de praktijk ongeveer 12,5 mm.
Bij plaatmateriaal kom je hem tegen als dikte. Amerikaanse gipsplaat van 1/2 inch is 12,7 mm dik, terwijl de Nederlandse standaardplaat 12,5 mm meet. Dat verschil van twee tiende millimeter merk je zelden, maar bij het inpassen in een bestaande sponning of profiel kan het net wringen.
De fietsketting is een aardig voorbeeld van een inchmaat die iedereen dagelijks gebruikt zonder erbij stil te staan. Vrijwel elke fietsketting ter wereld heeft een steek van een halve inch tussen de pennen, dus 12,7 mm. Datzelfde geldt voor de tandkransen en kettingbladen die erop moeten passen.
Voor de rest van het gereedschap dat met dit soort maten werkt, van doppensets tot boorhouders, staat er meer in ons overzicht van gereedschap en materiaal.
Inch bij schermen, velgen en banden
Bij een televisie of monitor slaat de inchmaat op de diagonaal van het beeld. Een scherm van 26 inch meet dus 66 cm van hoek tot hoek, en niet in de breedte. Bij autovelgen werkt het net zo: een velg van 16 inch heeft een montagediameter van 40,6 cm. Deze maten zijn wel gewone lengtes, dus daar mag je de rekensom met 25,4 zonder aarzelen op loslaten.
| Waar je 1/2 inch tegenkomt | Wat de maat daar betekent | De metrische tegenhanger |
|---|---|---|
| Aandrijfvierkant van een doppenset | Vierkant van 12,7 mm op ratel en dop | Geen, dit is zelf de standaard |
| Slagmoersleutel voor autowielen | Aandrijfvierkant van 12,7 mm | Doppen van 17, 19 en 21 mm passen erop |
| Tuinslang en slangkoppelingen | Binnendiameter van ongeveer 12,5 mm | 13 mm slang |
| Boorhouder op een boormachine | Schroefdraad 1/2 inch met 20 gangen op de as | Boorhouder met bereik tot 13 mm |
| Fietsketting | Steek van 12,7 mm tussen de pennen | Geen, alle gangbare kettingen zijn zo |
| Gipsplaat | Plaatdikte van 12,7 mm | Gipsplaat van 12,5 mm |
| Multiplex uit Amerikaanse handel | Plaatdikte van 12,7 mm | Plaat van 12 mm |
| Waterleiding, kranen en fittingen | Aansluitmaat G 1/2 gasdraad | Buitendiameter draad ongeveer 21 mm |
| Ringsleutel in inchmaten | Sleutelwijdte van 12,7 mm | 13 mm sleutel, met 0,3 mm speling |
Sleutelmaten in inch omrekenen zonder een bout rond te draaien
Bij bouten en moeren is de inchmaat wel een echte lengte: de sleutelwijdte, gemeten tussen twee evenwijdige vlakken van de kop. Een sleutel van 1/2 inch is dus 12,7 mm breed. Alleen ligt daar meteen de valkuil, want een metrische sleutel van 13 mm past er ook overheen.
Die drie tiende millimeter speling lijkt niets, maar op een vastgeroeste moer is het genoeg om de hoeken af te ronden. Zodra dat gebeurd is, past geen enkele sleutel meer goed en moet je met een dopsleutel met twaalfkant of uiteindelijk met een moerensplijter aan de slag. Gebruik dus de juiste maat als je die hebt, en pak bij twijfel een dop in plaats van een steeksleutel. Grijp hier ook niet naar de getande bek van een Zweedse tang, want die is bedoeld voor ronde buis en vreet de hoeken van een moer juist af.
Er zijn een paar combinaties waarbij metrisch en inch praktisch samenvallen. Een sleutel van 19 mm op een bout van 3/4 inch is er zo een, want die maat is 19,05 mm. Ook 8 mm op 5/16 inch en 16 mm op 5/8 inch komen er dicht genoeg bij om zonder zorgen te gebruiken.
Op de plekken waar het verschil groter is, moet je oppassen. Een sleutel van 10 mm op een bout van 3/8 inch heeft bijna een halve millimeter ruimte, en dat voel je pas als de kop al rond is.
| Inchsleutel | Sleutelwijdte in mm | Dichtstbijzijnde metrische sleutel | Werkt dat in de praktijk |
|---|---|---|---|
| 1/4 inch | 6,35 mm | 6 of 7 mm | 6 mm past niet, 7 mm is te ruim |
| 5/16 inch | 7,94 mm | 8 mm | Past nagenoeg perfect |
| 3/8 inch | 9,53 mm | 10 mm | Bijna een halve mm speling, alleen bij lichte bouten |
| 7/16 inch | 11,11 mm | 11 mm | Krap maar bruikbaar |
| 1/2 inch | 12,70 mm | 13 mm | Speling van 0,3 mm, oppassen bij vastzittend werk |
| 9/16 inch | 14,29 mm | 14 mm | Gaat er niet overheen, 15 mm is te ruim |
| 5/8 inch | 15,88 mm | 16 mm | Past nagenoeg perfect |
| 3/4 inch | 19,05 mm | 19 mm | Past goed, verschil is verwaarloosbaar |
| 7/8 inch | 22,23 mm | 22 mm | Krap, alleen als de moer soepel loopt |
| 1 inch | 25,40 mm | 26 mm | Ruim, gebruik liever de inchmaat zelf |
Een metrische sleutel die net iets te ruim zit, ziet er goed uit tot je kracht zet. De sleutel draait dan een fractie mee voordat hij grijpt, en precies op dat moment schuiven de hoeken van de moer weg. Voel je speling, leg de sleutel dan weg en zoek de juiste maat op.
Opmeten is meestal sneller dan omrekenen
Zodra er twijfel is of een inchaanduiding een lengte of een nominale maat is, houdt rekenen op en begint meten. Een schuifmaat op de buitenkant van een buis geeft binnen tien seconden uitsluitsel, en dat getal kun je in elke maattabel terugvinden. Meet altijd de buitenkant, want dat is de maat die genormaliseerd is.
Bij een buis die te dik is voor je schuifmaat werkt de omtrek. Leg een strook papier of een stukje touw strak om de buis, markeer waar hij zichzelf raakt en meet die lengte. Deel dat getal door 3,14 en je hebt de buitendiameter. Bij een buis van 1 1/2 inch kom je dan uit rond de 152 mm omtrek.
Voor schroefdraad heb je aan de diameter alleen niet genoeg, want de steek bepaalt of iets past. Leg een draadkam op de draad tot er een blaadje is dat overal aansluit zonder licht ertussen. Bij gasdraad van 1/2 en 3/4 inch vind je 14 gangen per inch, vanaf 1 inch worden dat er 11.
Zet de gemeten maat meteen met een stift op het werkstuk of schrijf hem op. Terug in de bouwmarkt met een getal op papier is een stuk prettiger dan terug met een herinnering, en dat scheelt de tweede rit. Welke tang, sleutel of meter daarbij hoort, staat verder uitgelegd bij het gereedschap waarmee je meet en vastpakt.
Zo stel je vast welke maat je echt nodig hebt
Deze volgorde werkt voor elke inchaanduiding die je tegenkomt, van een boutkop tot een buiskoppeling.
-
Bepaal eerst of het een lengte of een aanduiding is
Vraag jezelf af of je de maat met een liniaal zou kunnen narekenen. Een plaatdikte, een sleutelwijdte en een schermdiagonaal zijn echte lengtes. Een buismaat, een fittingmaat en een aandrijfvierkant op een slangkoppeling zijn namen van een serie. Deze vraag scheelt je vrijwel alle misverstanden die verderop ontstaan.
-
Reken echte lengtes om met 25,4
Deel 25,4 door de noemer van de breuk en vermenigvuldig met de teller. Een halve inch wordt zo 12,7 mm en 1 1/2 inch wordt 38,1 mm. Rond pas af als je weet hoeveel speling het werk toestaat, want bij bouten telt een tiende millimeter wel degelijk mee.
-
Meet bij buizen en fittingen de buitenkant
Zet de schuifmaat over de buis heen en lees de buitendiameter af. Die maat staat in de normtabellen, de binnendiameter niet, want die verschilt per wanddikte. Een buis van 1/2 inch komt uit rond 21,3 mm en een buis van 1 1/2 inch rond 48,3 mm.
-
Tel de gangen als het om schroefdraad gaat
Leg een draadkam op de draad en zoek het blaadje dat volledig aansluit. Veertien gangen per inch wijst op gasdraad van 1/2 of 3/4 inch, elf gangen op 1 inch en groter. Voelt de draad conisch aan en loopt de diameter zichtbaar terug, dan heb je waarschijnlijk Amerikaanse NPT-draad die niet zonder meer op Europese gasdraad past.
-
Controleer je aflezing op de juiste schaal
Een schuifmaat met twee schalen laat zich makkelijk verkeerd lezen. Kijk of je op de millimeterschaal of de inchschaal zit, en zet bij een digitaal model de eenheid bewust op mm. Zie je 0.500 staan, dan is dat een halve inch en dus 12,7 mm, geen halve millimeter. Meer over het aflezen van meetgereedschap vind je bij handgereedschap en meetinstrumenten.
-
Pas de maat op het werk voordat je koopt
Neem het onderdeel of een goede maatschets mee naar de bouwmarkt en pas de fitting droog aan. Een koppeling die met de hand twee of drie slagen soepel indraait, zit goed. Loopt hij vanaf de eerste slag zwaar, dan is het de verkeerde draadsoort en forceer je alleen maar de draad kapot.
Voordat je op basis van een inchmaat materiaal bestelt
Uit de praktijk
Het gat in een olietank dat 1 1/2 duim zou zijn
Er lag een oude olietank met een aansluitgat dat volgens de eigenaar 1 1/2 duim was. Op die aanname werd een koppeling besteld, en die paste niet. Bij navraag bleek dat er drie verschillende getallen in omloop waren voor diezelfde maat: 38,1 mm uit de rekensom, 48,3 mm van de buitenkant van een draadbuis en 41,8 mm van de binnenkant van dezelfde buis in middelzware uitvoering.
Wat hier het probleem oploste, was de discussie loslaten en de schuifmaat pakken. Een gat in een tankplaat is geen genormaliseerde buismaat, dus geen van die drie getallen hoefde te kloppen. De gemeten diameter lag tussen twee tabelmaten in, wat verklaarde waarom de fitting niet wilde. Met de werkelijke maat en het getelde aantal gangen per inch was de juiste koppeling in één keer te bestellen.
Vier buizen met dezelfde naam en vier verschillende binnenmaten
Op een klus lagen vier stukken stalen buis met allemaal de aanduiding 1 1/2 inch. Ze voelden verschillend zwaar aan, en dat gaf twijfel of ze wel dezelfde maat waren. Met de schuifmaat bleek de buitendiameter bij alle vier exact 48,3 mm.
Het verschil zat in de wanddikte. De lichtste had een wand van 2,9 mm, de zwaarste van ruim 4 mm, waardoor de binnendiameters uiteenliepen van ongeveer 42,5 tot 40,2 mm. Dat is precies de bedoeling van de normering: buizen van verschillende sterkteklassen houden dezelfde buitenmaat, zodat ze op elkaar aansluiten en dezelfde fittingen passen. Wie op binnenmaat had gemeten, had vier verschillende antwoorden gekregen en had bij het bestellen zeker misgegrepen.
Een moer van 1/2 inch die met een 13 mm sleutel rondging
Bij het losmaken van een oude machineonderdeel werd een sleutel van 13 mm gepakt, omdat die er netjes overheen viel. De moer zat vast en na een halve slag met kracht rolden de hoeken zichtbaar weg. Wat er onder de roest zat, was een bout met een sleutelwijdte van 1/2 inch, oftewel 12,70 mm.
Die drie tiende millimeter speling was genoeg om de sleutel een fractie te laten meedraaien voordat hij greep. Op een moer die soepel loopt merk je daar niets van, op een vastgeroeste wel. De oplossing was een dop met twaalfkant in de juiste inchmaat, plus een nacht kruipolie. Sindsdien geldt bij ons de regel dat een sleutel die voelbaar speling heeft niet gebruikt wordt op iets wat vastzit.
Veelgemaakte fouten
Een buismaat doorrekenen met 25,4
Anderhalf keer 25,4 geeft 38,1 mm, en dat getal is bij een buis van 1 1/2 inch nergens terug te vinden. De werkelijke buitendiameter is 48,3 mm. De inchaanduiding is bij buizen een naam voor een maatserie en geen afstand, dus die zoek je op in een tabel of meet je na.
Aannemen dat de maten evenredig meelopen
Als 1 inch buis 33,7 mm meet, zou 2 inch dan 67,4 mm zijn? Nee, dat is 60,3 mm. De serie is genormaliseerd en niet lineair, want de wanddikte groeit niet mee met de nominale maat. Vermenigvuldigen levert bij elke stap omhoog een grotere afwijking op.
De binnendiameter opgeven als de maat van een buis
Wie de binnenkant meet, krijgt bij dezelfde buis een ander getal afhankelijk van de wanddikte: 42,5 mm bij een lichte uitvoering en 40,2 mm bij een zware. Verbindingen worden op de buitenkant gemaakt, dus dat is de maat waarmee je bestelt.
Decimale inch op een digitale schuifmaat lezen als een breuk
Het display toont 0.500 en dat is een halve inch, dus 12,7 mm. Wordt dat gelezen als 5/8 inch, dan zit je er ruim drie millimeter naast. Zet de schuifmaat bij twijfel gewoon op millimeters, dan is er niets om verkeerd te interpreteren.
Een metrische sleutel gebruiken met voelbare speling
Een sleutel van 13 mm past over een moer van 1/2 inch, maar met 0,3 mm ruimte. Op vastzittend werk draait de sleutel eerst een fractie mee en daarna zijn de hoeken weg. Pak in dat geval een dop met twaalfkant of de juiste inchmaat.
Amerikaanse en Europese pijpdraad door elkaar halen
Gasdraad en NPT hebben een andere flankhoek en NPT loopt bovendien conisch. Een fitting die de eerste slag nog wil, loopt daarna zwaar en snijdt de draad kapot in plaats van te dichten. Voelt een koppeling vanaf het begin stroef, draai hem er dan uit en controleer de draadsoort.
De schuifmaat niet nulstellen
Een digitale schuifmaat die na een tik of na het wisselen van de batterij niet op nul staat, meet elke keer dezelfde afwijking mee. Juist bij het onderscheid tussen 12,5 en 12,7 mm valt dat helemaal weg. Bekken dichtknijpen en nulstellen kost twee seconden.
Veelgestelde vragen
Hoeveel mm is 1/2 inch?
Een halve inch is precies 12,7 millimeter, want een hele inch staat internationaal vast op 25,4 mm. Dat is een exacte waarde en geen afronding. Let er wel op dat dit geldt voor echte lengtes, zoals een plaatdikte of een sleutelwijdte. Staat 1/2 inch op een buis, een kraan of een fitting, dan gaat het om een aansluitmaat en meet dat onderdeel aan de buitenkant ongeveer 21 mm.
Hoeveel is 1/2 inch in centimeters?
Een halve inch is 1,27 cm. Je komt daar door 2,54 cm door twee te delen. In de praktijk noteer je zo'n maat liever in millimeters, omdat 12,7 mm zich makkelijker vergelijkt met de metrische maten die je in de bouwmarkt tegenkomt, zoals platen van 12,5 mm en sleutels van 13 mm. Bij het inpassen van materiaal zijn die tienden precies waar het op aankomt.
Hoeveel mm is 1 1/2 inch?
Rekenkundig is 1 1/2 inch 38,1 mm, dus 1,5 maal 25,4. Dat getal klopt voor een lengte of een sleutelwijdte. Gaat het om een buis of een fitting met die aanduiding, dan meet je iets anders: de buitendiameter van een stalen draadbuis van 1 1/2 inch is 48,3 mm en de bijbehorende gasdraad heeft een buitendiameter van 47,80 mm. De binnendiameter hangt af van de wanddikte en ligt tussen ongeveer 40 en 42,5 mm.
Is een duim hetzelfde als een inch?
Ja, duim en inch zijn twee woorden voor dezelfde maat van 25,4 mm. Een halve duim is dus ook 12,7 mm. De verwarring komt uit de tijd voor het metrieke stelsel, toen elke streek zijn eigen duim had die van ruim 25 tot bijna 27 millimeter kon lopen. In de moderne werkplaats bedoelen timmerlieden en installateurs met duims gewoon de gangbare inch.
Waarom is een buis van 1/2 inch geen 12,7 mm?
Omdat de aanduiding oorspronkelijk sloeg op de binnendiameter van de oude smeedijzeren buis, waar de wanddikte aan beide kanten nog bovenop kwam. Op die wand moest ook nog draad gesneden kunnen worden, dus hij kreeg extra vlees mee. Zo staat er bij een buis van 1/2 inch een buitendiameter van 21,3 mm tegenover de naam. Die maten zijn later genormaliseerd, waardoor zwaardere uitvoeringen dezelfde buitenmaat houden.
Wat betekent de G op een fitting van 1/2 inch?
De G staat voor gasdraad, in de handel ook bekend als BSP of Whitworth-pijpdraad. Het is de Europese normdraad voor water- en gasleidingen, met een flankhoek van 55 graden. G 1/2 heeft een buitendiameter van 20,96 mm en 14 gangen per inch. Amerikaanse NPT-draad heeft 60 graden en loopt conisch, en die twee passen niet zonder meer in elkaar ook al lijkt de nominale maat gelijk.
Hoe werkt schuifmaat aflezen in inch?
Op een noniusschuifmaat is de inch-hoofdschaal meestal verdeeld in zestienden. Lees eerst af hoeveel hele zestienden de nul van de nonius voorbij is, en zoek daarna het noniusstreepje dat precies in lijn ligt met een streepje van de hoofdschaal. Met acht delen op de nonius kom je zo tot 1/128 inch, ongeveer 0,198 mm. Acht zestienden betekent een halve inch, dus 12,7 mm. Een digitale schuifmaat toont in de inchstand meestal decimalen, waarbij 0.500 een halve inch is.
Past een sleutel van 13 mm op een bout van 1/2 inch?
Hij past er wel overheen, maar met drie tienden millimeter speling. Op een moer die soepel loopt gaat dat goed. Zit de bout vast of zwaar onder de roest, dan draait de sleutel eerst een fractie mee en rollen de hoeken weg. Gebruik in dat geval een dop met twaalfkant in de inchmaat zelf, en geef vastzittend werk eerst een nacht kruipolie.
Hoe meet ik een buis op die te dik is voor mijn schuifmaat?
Leg een strook papier of een stuk touw strak om de buis, markeer het punt waar hij zichzelf raakt en meet die lengte met een rolmaat. Deel het getal door 3,14 en je hebt de buitendiameter. Bij een buis van 1 1/2 inch kom je zo uit op ongeveer 152 mm omtrek. Zoek die buitendiameter daarna op in een maattabel, want dat is de maat waarmee fittingen worden verkocht.
Wat is 1/2 inch bij een doppenset?
Daar slaat de maat op het aandrijfvierkant tussen de ratel en de dop, en dat is wel een echte lengte van 12,7 mm. Naast 1/2 inch bestaan er sets met 1/4 inch, oftewel 6,35 mm, en 3/8 inch, oftewel 9,5 mm. Een set van 1/2 inch is de gangbare keuze voor autowerk en zwaardere bouten, en op zo'n ratel passen doppen tot ver boven de 30 mm. Adapters maken het mogelijk om doppen van een andere serie te gebruiken.
Is een gipsplaat van 1/2 inch hetzelfde als een plaat van 12,5 mm?
Bijna. Een Amerikaanse plaat van 1/2 inch is 12,7 mm dik en de Nederlandse standaardplaat 12,5 mm. Dat verschil van twee tiende millimeter merk je bij het schroeven op een regelwerk niet. Het kan wel wringen bij het inschuiven in een bestaand profiel of een sponning die op de andere maat is gemaakt. Meet in dat geval de sleuf op voordat je de platen zaagt.
Hoeveel gangen per inch heeft gasdraad?
Dat verschilt per maat. Gasdraad van 1/4 en 3/8 inch heeft 19 gangen per inch, 1/2 en 3/4 inch hebben er 14, en vanaf 1 inch tot en met 3 inch zijn het er 11. Je stelt dat vast met een draadkam: leg de blaadjes op de draad tot er een is dat overal aansluit zonder licht ertussen. Het aantal gangen is samen met de buitendiameter genoeg om de juiste fitting te bestellen.
Wanneer je beter een vakman belt
Een maat opmeten en omrekenen doe je zelf, daar is geen vakman voor nodig. Er zijn wel drie situaties waarin het bij die maat niet blijft en je beter kunt bellen.
De eerste is werk aan een gasleiding achter de meter. Draad snijden, koppelen en afdichten is vakwerk, en de leiding hoort daarna afgeperst te worden om te controleren of hij dicht is. Dat laat je door een erkend installateur doen, ook als de fitting die je hebt gekocht op zich past.
De tweede is een olie- of mazouttank waar een aansluiting in of uit moet. Daar zitten damp en restproduct in, en het boren of snijden in zo'n plaat is werk met ontstekingsrisico. Laat de tank eerst beoordelen voordat er gereedschap in gaat.
De derde is een leiding die onder druk staat of onderdeel is van een cv-installatie die je niet kunt aftappen. Wie daar met de verkeerde draadsoort forceert, heeft een lek op een plek die vaak in de vloer of achter de wand zit. Twijfel je over de draadsoort of over de maat, laat het onderdeel dan beoordelen voordat je monteert. Voor de rest van het meetwerk kun je terecht bij ons overzicht over gereedschap en materiaal voor klussen in en om het huis.