Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Stucwerk en stucen: welke stuc, welke ondergrond en hoe dik

31 gidsen 47 minuten lezen
diy-gids.nl WANDEN & PLAFOND Stucwerk: pasta, band en glad afwerken

Stucwerk begint bij drie vragen: welke afwerking je wilt zien, wat voor ondergrond eronder zit en hoe dik de laag mag worden. Binnen op droge muren werk je vrijwel altijd met een gipsgebonden pleister, buiten en in natte ruimtes met een cementgebonden mortel, en een kant-en-klare pasta is alleen bedoeld voor lagen van een of twee millimeter. Bijna alles wat misgaat, gaat mis in de voorbereiding: niet voorgestreken, te vet aangemaakt, te dik in een keer, of geschilderd voordat het droog was.

Alle gidsen over stucwerk

Granol

Granol is een korrelige sierpleister die je op drie manieren kunt aanpakken: laten zitten en overschilderen, egaliseren met stucpasta of…

Renoband

Renoband is een kant-en-klare afwerkpleister van Knauf die je uit de emmer schept en in dunne lagen aanbrengt. Het is…

Gestuct

Een gestucte muur is na oplevering nog niet klaar om te schilderen. Eerst moet de pleisterlaag echt droog zijn, daarna…

Stucpasta

Stucpasta is een dunpleister uit de emmer waarmee je een muur schilderklaar maakt, niet een middel om een scheve wand…

Glasband

Glasband is het zelfklevende schuimband tussen de ruit en het hout. Het houdt het glas op afstand van het hout,…

Knauf stucpasta

Knauf stucpasta is een kant-en-klare pleister voor een dunne afwerklaag van één tot twee millimeter, bedoeld om een al redelijk…

Roodband

Roodband is een gipsgebonden hechtpleister voor binnen waarmee je een ruwe wand in één laag glad maakt, vanaf ongeveer 5…

Knauf fix en finish

Fix en Finish is een gipspleister voor een dunne, gladde afwerklaag op een ondergrond die al vlak is. Het lukt…

Hoe lang moet stucwerk drogen

Reken bij binnenstucwerk op ongeveer een millimeter per dag, gemeten op de dikste plek van de wand en bij een…

Stucen muur

Of een stuclaag blijft zitten, wordt bijna volledig bepaald voordat je de eerste emmer aanmaakt. Zoek uit hoe sterk je…

Wit vlak

Een wit vlak oogt pas strak als het vlak eronder klopt, want verf verbergt veel minder dan mensen hopen. Leg…

Strijklicht

Strijklicht is licht dat vlak langs een wand of plafond scheert, waardoor elk bultje een lange schaduw werpt en elke…

Stucwerk schuren

Vers stucwerk schuur je pas als het volledig droog is, met schuurgaas of schuurnet op een pad met steel en…

Spachtelputz verwijderen

Spachtelputz eraf halen lukt alleen goed als je weet wat eronder zit. Ligt hij op een glad gestukte muur, dan…

Spachtelputz glad maken

Spachtelputz glad maken gaat in de praktijk langs twee routes: je steekt de structuur van de gladde wand eronder af,…

Knauf finishpasta

Knauf Finishpasta is een kant-en-klare afwerkpasta voor de laatste dunne laag op een wand of plafond, niet voor het vullen…

Structuurverf grof

Structuurverf grof is dikke muurverf met korrel erin, bedoeld om een wand reliëf te geven en kleine putjes en haarscheurtjes…

Knauf up 210 w

Knauf UP 210 W is een waterafstotende cementpleister die je buiten op een gevel en binnen in een natte ruimte…

Stucken

Stucken lukt zelf, maar het staat of valt bij twee dingen: de juiste voorbehandeling van de ondergrond en werken binnen…

Schuurbord

Een schuurbord is een vlak blad met een handvat waar je schuurgaas omheen spant of waar een spons op zit.…

Spachtelputz verven

Spachtelputz verf je met matte muurverf, een roller met lange vacht en een eerste laag die je met vijf tot…

Spachtelputz repareren

Spachtelputz repareren mislukt zelden op de hechting en bijna altijd op het uiterlijk: een reparatie die een halve millimeter te…

Texen

Texen is het oprollen van een heel dunne structuurlaag, zodat een wand of plafond rustig oogt zonder dat het vlak…

Structuurverf aanbrengen

Structuurverf aanbrengen valt of staat bij twee dingen: een ondergrond die overal even hard zuigt, en per wand doorwerken met…

Goldband stuc

Goldband is de gipspleister waarmee je een ruwe of scheve wand van steen in dikke laag vlak zet, vanaf ongeveer…

Spachtelputz aanbrengen

Spachtelputz aanbrengen draait om twee dingen: de laag precies zo dik maken als de korrel groot is, en de structuur…

Stuc pasta

Stuc pasta is een kant-en-klare dunpleister uit een emmer, bedoeld voor lagen van ongeveer een tot twee millimeter op een…

Sausklaar stucen

Sausklaar stucen betekent dat de wand zo glad wordt opgeleverd dat er alleen nog een voorstrijk en muurverf op hoeft,…

Kroonband

Kroonband is een zelfklevende band van celrubber die je in de sponning van een kozijn plakt voordat het glas erin…

Eerst bepalen welke afwerking je wilt zien

Een wand laten stucen is twee keuzes tegelijk: welk materiaal er op de muur gaat en welke structuur je er daarna in ziet. Die twee staan los van elkaar, en juist daar loopt het gesprek met een stukadoor het vaakst spaak.

Je ziet het woord met een en met twee keer een c geschreven, stucen en stuccen, en daar wordt hetzelfde mee bedoeld. Alles wat verder met wanden, plafonds en voorzetwanden te maken heeft staat bij wanden en plafond.

Glad stucwerk, ook wel glad pleisterwerk genoemd, is een gladgetrokken laag zonder korrel. Er is niets waar het oog op afgeleid wordt, dus elke golving komt tevoorschijn zodra er licht langs het vlak strijkt. Dat effect is zo bepalend voor het eindoordeel dat we het apart behandelen bij het beoordelen van een muur in strijklicht.

Schuurwerk heeft wel korrel. In fijn schuurwerk zit een fijne korrel die kleine oneffenheden opvangt, in grof schuurwerk zie en voel je de korrel duidelijk. Beide worden met een schuurbord in ronddraaiende beweging opgehaald, en dat geeft een gelijkmatig oppervlak zonder veegpatroon.

Dan is er de familie sierpleisters, in de winkel ook wel sierstuc genoemd. Spachtelputz en korrelpleister zijn kunststofgebonden en behoorlijk stootvast, granol is de gespoten variant die je in veel trappenhuizen en portieken tegenkomt. Wat granol is en waarom het na dertig jaar los kan komen, lees je bij granol op wanden en plafonds.

Structuurverf hoort er strikt genomen niet bij, want dat is verf met vulstof en geen pleister. Toch wordt het in een adem genoemd, omdat het hetzelfde probleem oplost: een niet helemaal vlakke ondergrond aan het zicht onttrekken. Hoe je die laag opzet staat bij structuurverf aanbrengen met een vloedrol en een structuurroller, en de zwaardere korrels bij grove structuurverf.

De lichtste tussenoplossing is texen, en een zo behandelde muur heet getext. Je zet dan een heel dunne structuurlaag op met een rol, waardoor de muur egaal oogt zonder dat je hem spiegelglad hoeft te krijgen. Wanneer dat verstandiger is dan doorschuren leggen we uit bij texen als afwerking.

AfwerkingHoe het eruitzietWaar je het meestal vindtWat er daarna nog moet gebeuren
Glad stucwerkVlak en korrelloos, weerkaatst lichtWoonkamer, slaapkamer, strak interieurLicht schuren, voorstrijken en sauzen
Fijn schuurwerkZeer fijne korrel, geen veegpatroonWanden en plafonds in nieuwbouwSauzen, schuren is meestal niet nodig
Grof schuurwerkDuidelijk voelbare korrelGangen, bergingen, garage, schuurSauzen of onbehandeld laten
SpachtelputzKorrelige sierpleister, stootvastTrappenhuis, hal, keukenwandNiets, of later overschilderen
KorrelpleisterSierpleister met een vaste korrelmaatBinnenwanden en gevelsVerven, of meteen op kleur bestellen
GranolGespoten korrelige laagPortieken, trappenhuizen, oudere hallenVerven, of eraf halen als het loszit
StructuurverfVerf met vulstof, rolstructuurPlafonds op gipsplaatDekkend maken, vaak twee lagen
SpuitpleisterMachinaal gespoten korrelPlafonds uit de jaren zeventig tot negentigGlad maken kost meerdere lagen
BetonstucDunne minerale toplaag, wolkerigBadkamerwand, keukenwand, vloerVerzegelen met een coating
Kalkstuc en leemstucMat, dampopen, levend van kleurOude huizen, dampopen renovatieNiets, wel minder krasvast
BlauwpleisterwerkGladde grijsblauwe afwerklaagVooroorlogse woningenDirect te sauzen
Mediterraan, spaans of boerenstucZichtbare spaanslag, levendig vlakAccentwand, schouw, nisWaxen of verzegelen

Welke stuc kies je: gips, cement, kalk of kant-en-klaar

Welke zak of emmer je nodig hebt, hangt vooral af van waar het stucwerk komt te zitten. Binnen, op een droge muur, werk je vrijwel altijd met een gipsgebonden pleister: gips is licht, hardt uit door kristalvorming en laat zich makkelijk glad trekken. Buiten en in de spatzone van een badkamer heeft gips niets te zoeken, want het blijft gevoelig voor water.

Binnen die gipsfamilie zit het verschil vooral in de ondergrond waarvoor een zak bedoeld is. Roodband als handpleister op gladde en zwak zuigende ondergronden is een andere keuze dan Goldband op sterk zuigend metselwerk. Namen als Geelband, Oranjeband en Kroonband horen bij dezelfde reeks, en het technisch blad op de zak vertelt je per type welke ondergrond en welke laagdikte erbij horen.

MP 75 is de machinepleister die je bij vrijwel elke stukadoor in de silo ziet. Hij heeft een langere open tijd dan Roodband, waardoor je meer ruimte hebt om na te werken, en juist daarom wordt hij ook met de hand gesmeerd. Roodband bindt sneller af en mag dunner, doordat er lijmstoffen in zitten die een deel van de hechting voor hun rekening nemen.

Voor de laatste millimeter bestaan aparte producten. Een dunne afwerkpleister zoals de finishpasta van Knauf of Gyproc MultiStuc, in de winkel ook multi stuc genoemd, maakt een al vlakke wand schilderklaar en lost geen oneffenheden op. Voor naden, sleuven en schroefgaten pak je Fix en Finish voor naden en dunne reparaties, dat sneller schuurbaar is dan gewoon gips.

Kant-en-klare stuc uit een emmer is populair omdat je niets hoeft aan te maken. De beperking zit in de laagdikte: stucpasta in dunne lagen aanbrengen werkt goed, dikke lagen krijg je er niet vlak mee.

Dun stucen met een pasta is dus iets anders dan een muur vlak maken, want een dun laagje stucen volgt de vorm die er al zit. Op de emmer staat vaak drie millimeter als maximum, maar wij houden liever een of twee millimeter per laag aan, omdat je een dikkere laag niet meer vlak getrokken krijgt voordat hij aantrekt. Dat geldt net zo voor de stucpasta van Knauf.

Voor gaten, hoeken en beschadigingen gebruik je reparatiegips in plaats van pleister. Snelgips zet inbouwdozen en ankers vast, en een langzamer reparatiemiddel als Renoband voor het aanhelen van gaten geeft je de tijd om af te reien.

Buiten en in de kelder ga je naar een cementgebonden mortel, in de winkel cement stuc of cementstuc genoemd, omdat die zijn sterkte niet verliest als hij nat wordt. Stucen met cement vraagt wel een andere voorbereiding dan gips, want die mortel hecht juist doordat de ondergrond water opneemt.

Soort stucWaar hij voor bedoeld isGebruikelijke laagdikteWaar je op let
Gipsgebonden handpleisterBinnenwanden en plafonds in droge ruimtes5 tot 20 mmNiet buiten en niet in de douche
Machinepleister MP 75Grote vlakken, machinaal of met de handVanaf 10 mm volgens het bladLange open tijd, dikke laag weegt mee op een plafond
Dunpleister voor spuitwerkMachinaal gespoten dunne laagVanaf circa 2 mmKunststofgemodificeerd, niet bedoeld voor handsmeerwerk
Kant-en-klare stucpastaWanden schilderklaar maken1 tot 2 mm per laagMeerdere dunne lagen, nooit een dikke
Finishpasta of topfinishLaatste laag over stuc of gipsplaatMinder dan 1 mmAlleen op een al vlakke ondergrond
Naden- en reparatievullerNaden, sleuven, schroefgatenEnkele millimetersSneller en makkelijker schuurbaar dan gips
Snelgips of montagegipsInbouwdozen, leidingsleuven, ankersVullendHardt binnen enkele minuten uit
Renovatie- en reparatiegipsGaten en beschadigingen aanhelen5 tot 30 mmLangere verwerkingstijd dan snelgips
Cementgebonden pleisterGevel, kelder, spatzone, natte ruimte10 tot 20 mmHecht door wateronttrekking, niet te vet mengen
Kalk- en kalkcementmortelOude, dampopen muren en monumenten10 tot 20 mmTrager, zachter, goed dampopen
LeemstucBinnen, vochtregulerend5 tot 20 mmNiet bestand tegen spatwater
Hittebestendige stucSchouw, rookkanaal, rond een haardVolgens fabrikantGewone gips scheurt door de warmte

De ondergrond bepaalt of het blijft zitten

Verreweg de meeste mislukte stucklussen zijn geen smeerprobleem maar een hechtprobleem. De vraag die je per muur moet beantwoorden is simpel: zuigt deze ondergrond water op, en is hij ruw of glad? Uit die twee antwoorden volgt welke voorstrijk erop moet.

Een gladde, niet of nauwelijks zuigende ondergrond zoals beton of een witte gipsplaat behandel je met een kwartshoudende voorstrijk. Die is meestal roze of rood gepigmenteerd, zodat je ziet waar je geweest bent, en bij Knauf komt daar naast de stucprimer ook Knauf diepgrond voor sterk zuigend werk bij. Zo'n voorstrijk stucwerk roze van kleur is dus geen kwestie van smaak maar een controlemiddel.

De kwartskorrels vergroten het oppervlak en geven de pleister iets om zich aan vast te zetten. Een sterk zuigende ondergrond zoals kalkzandsteen of gasbeton krijgt juist een primer die de zuiging afremt, want anders trekt het aanmaakwater in de steen voordat de gips heeft kunnen uitharden.

Een beton plafond stucen of een kanaalplaat plafond stucen valt in dezelfde categorie: vlak genoeg, maar zo glad en dicht dat de pleister er zonder hechtprimer vanaf zakt.

Gipsplaat en stucplaat worden vaak door elkaar gehaald. Een witte gipsplaat is zwak zuigend en glad en gaat dus in de kwartshoudende voorstrijk, terwijl een stucplaat geïmpregneerd is en speciaal bedoeld om op te stucen.

Stucen zonder voorstrijk kan dus, maar alleen waar het productblad van de pleister en van de plaat dat allebei toestaan. Wij strijken een stucplaat toch liever voor, omdat zo'n plaat de pleister snel aantrekt en je met een laag stucprimer merkbaar langer verwerkingstijd houdt. Datzelfde helpt op een warme dag of bij een groot vlak dat je in een keer wilt afreien.

Bij cementgebonden pleister draait het precies om. Die mortel hecht doordat de ondergrond water onttrekt, dus een dichte voorstrijk werkt daar tegen je. Op sterk zuigend metselwerk bevochtig je de muur licht vlak voor het opzetten, op een gladde betonblokkenmuur breng je juist een hechtlaag of een kant-en-klare mortel met hechtharsen aan.

Hout, mdf, osb en spaanplaat zijn geen stucondergrond. Ze werken met het vocht mee, en elke beweging komt in de gipslaag terug als scheur. Wil je het toch, dan komt er wapeningsgaas of een plaat tussen, en dat werkt hetzelfde als bij een muur stucen van voorstrijk tot afwerklaag.

Weet je niet wat er al op zit, dan geeft een natte vinger je binnen een minuut antwoord. Wordt je vinger wit en krijtachtig, dan zit je op een oude kalkhoudende laag en moet er meer gebeuren dan alleen voorstrijken. Bij herkennen of en waarmee een muur gestuct is staan de andere tests op een rij.

OndergrondZuigt hij?VoorbehandelingWaar je op let
Witte gipsplaatZwak zuigend en gladKwartshoudende voorstrijkNaden en schroefgaten eerst vullen en banden
StucplaatZuigt vlot aanHoeft niet, grondering geeft meer werktijdSnel na montage pleisteren, anders gaat de plaat doorhangen
Groene vochtwerende gipsplaatZwak zuigendVoorstrijken zoals witte plaatNiet in de spatzone van de douche gebruiken
GipsvezelplaatZuigendPrimer volgens de plaatfabrikantNaden vullen met de bijbehorende vuller
KalkzandsteenSterk zuigendStucprimer of licht bevochtigenBij gips altijd primer, anders verbrandt de laag
Baksteen metselwerkSterk zuigendGruis wegborstelen, dan stucprimerDiepe voegen eerst uitvullen
Beton en kanaalplaatNiet zuigend en gladKwartshoudende betoncontactOntkistingsolie eerst ontvetten
Gasbeton en cellenbetonZeer sterk zuigendPrimer, verdund voorstrijkenSpeciaal geschikte pleister gebruiken
GipsblokkenMatig zuigendLicht voorstrijkenLijmnaden eerst vlak afsteken
Hout, mdf, osb, spaanplaatWerkt met vocht meeGaas of plaat ertussenRechtstreeks stucen geeft scheuren
Purschuim, pir, eps en xpsNiet zuigendWapeningsmortel met glasvezelgaasAlleen met een systeem dat daarvoor bedoeld is
Bestaand stucwerkWisselendKloptest, dan stucprimerHolle plekken royaal wegkappen
Latex of muurverfNiet zuigendMatteren en hechtprimerLoslatende verf eerst helemaal eraf
Behang of glasvezelbehangNiet geschiktVolledig verwijderenLijmresten afwassen, anders gaan ze bollen

Hoe dik een stuclaag hoort te zijn

Op elke zak staat een minimale laagdikte, en dat getal verwart veel mensen. Bij MP 75 wordt tien millimeter aangehouden, bij Roodband vijf, terwijl je in de praktijk plafonds ziet met nauwelijks meer dan twee millimeter erop. Beide kloppen, maar ze gaan over iets anders.

Die minimale dikte staat er om twee redenen. Gips hardt uit doordat het water kristallen vormt die zich aan elkaar en aan de ondergrond vastzetten, en dat proces heeft volume nodig om de opgegeven hechtsterkte te halen. En de fabrikant dekt zich ermee in: wie dunner smeert dan voorgeschreven, kan later geen claim neerleggen als de laag loslaat.

Houd die opgegeven dikte dus aan waar je op het productblad wilt kunnen terugvallen. Op een vlakke plaatondergrond en bij een pleister met lijmstoffen erin smeren stukadoors in de praktijk geregeld dunner, en dat blijft doorgaans zitten. Op een gladde, niet-zuigende ondergrond of bij een pleister die zijn hechting vooral uit laagdikte haalt, is te dun smeren juist het eerste wat misgaat.

Dikker is trouwens niet automatisch zwaarder. Roodband bevat andere vul- en bindmiddelen dan MP 75, dus vijf millimeter van het een en tien millimeter van het ander schelen minder in gewicht dan je zou denken. Op een plafond aan een houten balklaag is dat een reëel argument om de dunnere opbouw te kiezen.

Voor het inkopen reken je met ongeveer een kilo droge gipspleister per vierkante meter per millimeter laagdikte. Vijf millimeter op twintig vierkante meter is dus ruwweg honderd kilo, oftewel vier zakken van vijfentwintig. Tel er tien procent bij op voor de hoeken, de bak en wat je op de vloer verliest.

Welke stuc voor dunne laag geschikt is, staat op de zak: alles wat je onder de vijf millimeter wilt aanbrengen moet daar met zoveel woorden voor bedoeld zijn. Moet er meer dan twintig millimeter op omdat de muur scheef staat, dan werk je in twee gangen.

De eerste laag is de raaplaag: die breng je aan, rei je af en krab je licht op met een raaplat of een spijkerlat, zodat de tweede laag zich eraan vastzet. Hoe lang je tussen die lagen moet wachten hangt af van de dikte, en dat staat per materiaal in de droogtijden van stucwerk.

SituatieGebruikelijke dikteWaarom die dikte
Stucplaat of gipsplaat binnen3 tot 6 mmDe ondergrond is al vlak, je vult alleen naden en schroefgaten weg
Plafond op gipsplaat of stucplaat3 tot 5 mmZo licht mogelijk houden, het hangt aan de balklaag
Beton of kanaalplaatvloer3 tot 8 mmVlak maar glad, dus hechtprimer belangrijker dan dikte
Vlak metselwerk of kalkzandsteen10 tot 15 mmVoegen en oneffenheden moeten mee weggewerkt worden
Scheef of onvlak metselwerkRaaplaag 10 tot 20 mm plus afwerklaagIn twee lagen, anders zakt de verse mortel weg
Stucpasta over spuitwerk of gipsplaat1 tot 2 mm per laagDikker trek je niet vlak, je haalt gaten in de pasta
Finishpasta als sluitlaagOnder 1 mmBedoeld om te egaliseren, niet om te vullen
Buitengevel in cementpleister15 tot 20 mm in twee lagenMoet regen en vorst aankunnen
Reparatie van een gatGelijk aan de bestaande laagAanhelen met dezelfde dikte voorkomt een afgetekende rand
Maximale dikte in een gangOngeveer 20 mmDikker zakt weg voordat de laag bindt, dus twee lagen

Stucplaten en gipsplaten monteren zonder scheuren

Beplating waar stucwerk op komt, in de handel ook wel stucco beplating genoemd, is er in een handvol soorten. Let op dat Knauf Brio en de vloerelementen van Fermacell droge dekvloeren zijn en geen wandplaten: de vraag Knauf Brio of Fermacell hoort bij de vloer en niet bij het stucwerk.

Scheuren in een gestuct plafond ontstaan zelden in de stuclaag zelf, maar in de constructie eronder, en de gips laat alleen zien wat daar gebeurt. Een balklaag die doorbuigt als er iemand boven loopt, brengt elk plafond vroeg of laat aan het scheuren.

Begin daarom bij het regelwerk. Rachels of metalstuds op dertig tot veertig centimeter hart op hart is gebruikelijk, maar de maat die je moet aanhouden staat in het montagevoorschrift van de plaat en hangt af van de plaatdikte. Stel het regelwerk waterpas af met een lange rei of een laser en ondersteun elke plaatnaad, of leg hem juist bewust naast het hout. Platen leg je verspringend, zodat er nergens een kruisnaad ontstaat.

Over de richting van de platen bestaan twee scholen. Fabrikanten van gipsplaten adviseren voor plafonds meestal haaks op het regelwerk, terwijl bij stucplaten vaak in de lengterichting wordt gewerkt zodat de lange naden op een rachel liggen. Kies een systeem en houd het over de hele ruimte aan, want het mengen van beide is wat naden zichtbaar maakt.

Wij houden op een plafond ongeveer vijftien centimeter schroefafstand aan en op een wand twintig tot vijfentwintig, omdat een plafondplaat zijn eigen gewicht draagt. De kop moet net onder het oppervlak liggen zonder dat de kartonlaag scheurt, want een doorgedraaide schroef heeft geen houvast meer.

Over de naad gaat altijd band, ook als je een gipsvoeg maakt. Sommige stukadoors houden de lange kanten vijf tot tien millimeter uit elkaar en drukken daar de pleister doorheen, wat een stevige verbinding geeft. Welk type band waar hoort staat bij glasband over de naden van gipsplaten.

De aansluiting tussen plafond en wand krijgt geen band maar juist een snede. Door daar met een mes een spleetje in te snijden, laat je beide vlakken los van elkaar bewegen. Sla je dat over, dan verschijnt er binnen een paar weken een haarscheur over de volle lengte van de langste wand.

Wil je helemaal niet stucen, dan kan een plafond ook met naadvuller en verf strak worden. Dat vraagt wel andere platen en meer schuurwerk, en het is precies het onderwerp van gipsplaten afwerken zonder te stucen.

PlaatsoortDikteWaar je hem voor gebruiktRegelafstand hart op hart
Witte gipsplaat9,5 en 12,5 mmWand en plafond, afwerken met vuller of pleister40 cm bij 12,5 mm, 30 cm bij 9,5 mm
Stucplaat9,5 en 12,5 mmSpeciaal om op te stucen30 tot 40 cm
Plafondplaat met ronde lange kant9,5 en 12,5 mmLange naden netjes uitvullenNaad op de regel houden
Groene vochtwerende plaat12,5 mmKeuken en badkamer buiten de spatzoneGelijk aan de witte plaat
Gipsvezelplaat10 en 12,5 mmStootvaste wand, ook achter tegelwerkVolgens de plaatfabrikant
Cementgebonden bouwplaat8 tot 12,5 mmNatte ruimte en buiten onder een overkappingMet wapeningsmortel en gaas
Dunne renovatieplaat6 mmLijmen op een bestaande wandDoorlopend ondersteund

Profielen, smeerlatten en de aansluiting op kozijn en plint

Smeerlatten zijn geen latjes die je zelf maakt. Het zijn L-vormige metalen of kunststof profielen die je op de plaat of tegen het kozijn zet, precies zo hoog als de stuclaag dik wordt. Je smeert er tegenaan en houdt daardoor een kaarsrechte, scherpe overgang.

In de bouwmarkt liggen ze meestal bij de gipsplaten en heten ze stucstop, stuclat of stucprofiel. Je hebt stuclatten in verschillende hoogtes, en je kiest de hoogte die overeenkomt met je laagdikte.

De meeste blijven gewoon zitten en verdwijnen op de zichtbare rand na volledig in de pleister. Er bestaan ook varianten met een afscheurstrook, waarmee je na het drogen een strakke kier langs een aluminium of kunststof kozijn overhoudt.

Zet zo'n profiel altijd op iets vasts, dus op de plaat of op het kozijnhout, en nooit half zwevend in de verse gips. Vastzetten doe je met klodders snelgips om de dertig centimeter, met nietjes op hout, of met schroeven bij een zwaar hoekprofiel. Controleer voor het uitharden met een rei of het profiel in het vlak staat, want daar reken je later je hele wand op af.

Een buitenhoek krijgt een hoekbeschermprofiel. Voor een hoek van negentig graden koop je gewoon een standaardprofiel, en voor een schuine dagkant zijn er varianten van vijfenveertig graden of buigbare profielen. Twee profielen die elkaar kruisen zaag je in verstek.

Een hoekprofiel buigen doe je door de flens van een kunststof profiel om de twee centimeter in te knippen, zodat hij de bocht kan volgen. Bij een binnenhoek stucen heb je geen profiel nodig: een inwendige hoek stucen doe je met een hoekspaan, of je zet er een strook gaasband in die je met vuller wegwerkt.

Een hoek stucen zonder profiel vraagt vooral geduld. Wie geen hoekspaan heeft, werkt beide vlakken los af en snijdt de hoek daarna recht met een mes.

Onderaan de wand bepaalt de plint hoe je afwerkt. Wil je een plint gelijk met het stucwerk, dan zet je een stucstop op plinthoogte en stuc je daar tegenaan. De onderkant trap stucen doe je met stucanetgaas, een stevig metaalgaas dat als drager dient waar de ondergrond zelf niets kan houden.

Het woord hoekprofiel wordt ook buiten het stucwerk gebruikt. Een aluminium hoekprofiel voor laminaat op een trap heet net zo, maar dat is een afwerkprofiel en geen stucprofiel. Voor het echte werk kijk je bij stucken van muur tot afwerking.

Profiel of hulpstukWaar het zitHoe je het vastzet
Stucstop of smeerlatAansluiting op kozijn, plafond of plintKlodders snelgips of nieten, uitlijnen met een rei
Hoekbeschermprofiel 90 gradenElke buitenhoek van een wandIn gips zetten, verstek zagen op kruisingen
Hoekprofiel 45 gradenSchuine dagkant of erkerZelfde methode, maar eerst het vlak uitmeten
Buigbaar kunststof profielRonde hoeken en bogenFlens om de 2 cm inknippen
Geleideprofiel of reiprofielDikke lagen op een scheve muurOp klodders stellen, na het afreien laten zitten
Glasband of gaasbandAlle plaatnaden en scheurgevoelige overgangenZelfklevend of in de eerste laag vuller drukken
StucanetgaasOnderkant trap, houten ondergrond, overgangenNieten of schroeven, dan in twee lagen dichtsmeren
StucdopjesInbouwdozen voor schakelaars en stopcontactenIn de doos klikken, na het schuren eruit

Zelf stucen: gereedschap, techniek en waar het misgaat

Het gereedschap waarmee je begint bepaalt het resultaat meer dan het merk stuc. Een plamuurmes van vijftien centimeter is prima voor een gat, maar op een hele wand volgt daar onvermijdelijk een golvend vlak uit. Je hebt een spackmes van veertig tot zestig centimeter nodig, met licht opstaande en afgeronde hoeken zodat je geen randen intrekt.

De volgorde is opzetten en dan direct afhalen. Je brengt de stuc op met een plakspaan of een vachtroller op een steel, en trekt hem daarna in een beweging vlak met het spackmes onder een lichte hoek. Blijf niet op dezelfde plek doorwerken, want gips en pasta gaan al binden terwijl je bezig bent en dan trek je gaten in het materiaal.

Werk in banen. Doe eerst de onderste meter vanaf de vloer omhoog in een haal, strijk daarna van het plafond naar beneden, en overlap elke volgende baan ongeveer dertig procent met de vorige. Zet daarbij iets meer druk op de kant die nog glad moet worden, zodat je het al afgestreken deel niet weer indrukt.

Houd je gereedschap schoon. Een half opgedroogd korreltje op de rand van je spackmes trekt een spoor door de hele baan, en dat kost meer tijd om te herstellen dan het tussendoor omspoelen kost. Datzelfde geldt voor de emmer: resten van een vorige batch versnellen het afbinden van de nieuwe.

Poederstuc maak je aan met afgemeten water in plaats van op gevoel. Strooi het poeder in het water, laat het een paar minuten rijpen, meng het door met een mortelmixer en voeg daarna geen water meer toe. Twee emmers met verschillende hoeveelheden water in dezelfde wand geven zichtbaar verschil in hardheid en kleur, en kant-en-klare stuc uit een pot leng je hooguit licht aan voordat je goed doorroert.

Bij poederstuc hoort sponzen, bij dunne pasta niet. Sponzen doe je als de laag zover is aangetrokken dat er geen vinger meer in wegzakt maar er nog wel iets beweegt onder je spons, en dat moment duurt kort. Bij schuurwerk haal je de korrel juist op met een schuurbord in een ronddraaiende beweging.

Glad stucwerk wordt afgemaakt met schuren in plaats van sponzen. Doe dat machinaal met afzuiging, want met de hand blijf je over de bulten heen werken en maak je nieuwe ribbels.

Welke korrel op welk moment hoort, staat bij stucwerk schuren zonder er doorheen te gaan. Wil je de wand daarna direct kunnen sauzen, dan werk je toe naar sausklaar stucwerk.

Verwacht van jezelf niet meer dan van een vakman. Wat als vlak genoeg geldt, hangt af van de vlakheidsklasse die je afspreekt: bij gewoon glad stucwerk gaat het om marges in de orde van vier millimeter over twee meter, en dat zie je in strijklicht gewoon terug. Wie een spiegel wil, huurt iemand in of kiest een fijne structuurafwerking.

KorrelWaarvoor je hem gebruiktWaar je op let
Schuurgaas 80Bulten en ribbels van spuitwerk of een grove laagGaas slibt minder dicht dan papier op gips
Korrel 80 tot 120Tussenschuren na elke laag pasta of gipsMachinaal met afzuiging, anders ligt het stof overal
Korrel 120 tot 180Eindschuren van glad stucwerkLicht blijven bewegen, niet op een plek blijven staan
Korrel 240Laatste keer voor latexAlleen bij een al vlakke wand, dit vult niets
Fijne schuursponsHoeken, randen en rond profielenVoorkomt dat je de hoek rond schuurt
Vochtige sponsSchuurwerk ophalen en gips afsponzenAlleen zolang de laag nog niet hard is

Oud stucwerk: laten zitten of eraf halen

Voordat je iets nieuws op een oude muur zet, moet je weten wat eronder zit. Dat kost tien minuten en het bespaart je de situatie waarin je verse pleister met oude laag en al van de muur ziet komen. Twee tests geven vrijwel altijd uitsluitsel.

De eerste is de kloptest. Ga met het handvat van een schroevendraaier systematisch over de muur en luister naar het verschil. Waar het hol klinkt, zit de laag los van de steen, ook als er niets aan te zien is.

De tweede is de natte vinger. Wrijf met een vochtige vinger over het stucwerk en kijk of hij wit en krijtachtig wordt. Dat wijst op een kalkgebonden specie zoals je die in vooroorlogse huizen vindt, en daar hecht moderne gips slecht op.

Klinkt het hol, dan kap je die plek royaal vrij tot je aan alle kanten op vast werk uitkomt. Hakken heeft wel een vervelende bijwerking: elke klap maakt er weer een stuk omheen los, zeker bij kalkspecie. Zit een plamuurmes er makkelijk achter, dan gaat het zonder machine sneller en met minder schade.

Stucwerk verwijderen is stoffig en zwaar werk, dus de vraag is altijd eerst of het echt moet. Stucen over bestaand stucwerk mag alleen als de oude laag overal vast zit en niet krijt. Bij een muur waar op meerdere plekken hol geluid zit, is pleisterwerk verwijderen en opnieuw beginnen vaak de goedkopere keuze.

In huizen met houten binnenwanden kom je stuc op riet tegen: dat haal je in zijn geheel weg en je vervangt het door stucplaat of gipsvezelplaat op een regelwerk. Een plafond opnieuw stucen begint in zo'n huis dus met slopen.

Is de muur kaal, dan hoeft hij niet klinisch schoon te zijn. Wat stucwerk in de voegen achterblijft is geen probleem, gruis wel. Ga er met een harde bezem overheen, zuig de vloer en de plinten na, en zet de muur daarna in de stucprimer.

Een lokale reparatie in een verder gave wand vraagt iets anders. Vul het gat in dezelfde dikte als de bestaande laag en werk de rand uit over een breed vlak, want een strak afgesneden reparatie tekent zich later af als een wit vlak dat door de verf heen komt.

Wat je aantreftWat het betekentWat je doet
Hol geluid bij aankloppenDe laag zit los van de ondergrondRoyaal vrijkappen tot op vast werk
Natte vinger wordt wit en krijtachtigKalkgebonden oude specieIn de regel alles eraf halen
Bros en kruimelig, valt bij aanrakenBindmiddel is uitgewerkt of het is nat geweestVerwijderen en de oorzaak van het vocht zoeken
Rechte scheur precies op een plaatnaadNaad zonder band of platen die werkenOpenkrabben, band aanbrengen, in twee lagen vullen
Diagonale scheur vanuit een kozijnhoekSpanning in de constructieEerst laten beoordelen, dan pas repareren
Haarscheur tussen plafond en wandAansluiting niet ingesnedenUitsnijden en met een blijvend elastische kit afwerken
Bruine of gele vlekken die terugkomenVocht, roest of nicotine dat doorslaatIsolerende voorstrijk, anders blijft het doorkomen
Bobbels en blaasjes in een verse laagLucht of te snel dichtgesmeerdOpensnijden, uitvullen en opnieuw afwerken
De laag staat bol maar zit nog vastOndergrond werkt of vocht zit erachterNiet overstucen, eerst de oorzaak oplossen

Sierpleister en structuurverf: aanbrengen, bijwerken en eraf halen

Sierpleister is een ander vak dan glad stucwerk. De korrel doet het werk, dus je hoeft niet vlak te trekken, maar je moet wel in een keer door een wand heen kunnen. Stop je halverwege, dan zie je de aanzet er jaren later nog in staan.

Spachtelputz breng je op met een rvs spaan en daarna structureer je hem met een kunststof spaan of een rol. Werk met twee mensen als de wand groter is dan een paar vierkante meter, zodat de een opzet terwijl de ander structureert. De volledige werkwijze staat bij spachtelputz aanbrengen op wand en plafond.

Voorstrijken is bij sierpleister geen optie maar onderdeel van het systeem. Een gepigmenteerde grondlaag maakt de zuiging gelijk en voorkomt dat de korrel op de ene plek dieper wegzakt dan op de andere. Op een gladde, geverfde wand gebruik je een kwartshoudende primer, want anders laat de laag na een jaar los.

Beschadigingen zijn bij te werken, alleen zie je de reparatie altijd een beetje. Hoe je zo'n plek zo onopvallend mogelijk dichtwerkt, staat bij spachtelputz repareren en bijwerken. Zit er een oude, vergrijsde laag op, dan is verven vaak logischer dan repareren, en dat vraagt een dikke verf met een vachtrol zoals bij spachtelputz verven.

Wil je van de korrel af, dan zijn er twee wegen. Overzetten met een egaliserende laag houdt de troep binnen de perken en werkt bij een fijne structuur prima, zie spachtelputz glad maken. Bij een grove korrel of een laag die al loszit kom je er niet onderuit en moet hij eraf, wat we behandelen bij spachtelputz verwijderen.

Structuurverf zit dunner op de muur en laat zich daarom makkelijker aanpakken. Op een gipsplaat werkt stomen goed, mits je voorzichtig blijft met de kartonlaag eronder. Op stucwerk gaat een muurschuurmachine met afzuiging sneller, en dan schuur je terug tot je overal dezelfde ondergrond ziet.

Behangen over structuurverf kan, maar dan wel over renovlies en niet met dun papier. De korrel tekent zich anders door elke behangsoort heen, ook na twee lagen. Schuur eerst de scherpe punten weg, stof af en zet de wand in een voorstrijk voor zuigende ondergronden.

Wat je eraf wilt halenMethode die werktWaar je op let
Structuurverf op gipsplaatStomen en met een breed plamuurmes afstekenNiet te lang op een plek, anders week je het karton
Structuurverf op stucwerkMuurschuurmachine met afzuiging, korrel 40 tot 80Stofmasker en alles afdekken, het stuift enorm
Grove structuurverf op een plafondEerst afsteken, dan schurenZwaar bovenhands werk, plan er dagen voor
Spachtelputz op steenAfsteken met een aanbouwbeitel op de boorhamerVlak aanzetten, anders hak je in de steen
Spachtelputz op gipsplaatVerwarmen met een hittepistool en afstekenKunststofgebonden pleister wordt zacht, plaat niet verbranden
Granol die loszitAfkrabben en de rest afstekenControleer eerst op asbest bij oude sierlagen
Latexlagen op stucwerkMeestal niet verwijderen maar matteren en grondenAlleen loszittende delen weghalen
Oude stuclaag op baksteenPlamuurmes erachter of beitelenGruis wegborstelen en voegen laten zitten
Dubbelzijdige tape of lijmrestenWarm maken en langzaam lostrekkenRukken haalt de toplaag van het stucwerk mee

Buiten stucen en pleisteren

Buiten gelden andere spelregels dan binnen. Gips heeft er niets te zoeken, want die neemt water op en verliest daarmee zijn sterkte. Je werkt met een cementgebonden of kalkcementgebonden pleister, en bij een systeem van een fabrikant houd je de bijbehorende primer en wapening aan, zoals bij de buitenpleister UP 210 W van Knauf.

Zelf buitenmuur stucen is te doen op een garage, een schuurtje of een tuinmuur, maar op een hoge gevel loop je vast op steigerwerk en op het feit dat je een vlak in een keer af moet hebben. De opbouw is vrijwel altijd tweelaags.

Eerst een raaplaag die de muur vlak maakt en die je opruwt, daarna de afwerklaag met de structuur die je wilt zien. Reken samen op vijftien tot twintig millimeter en breng die nooit in een keer aan, want dan zakt de verse mortel onderaan weg.

Het weer bepaalt of het lukt. Niet pleisteren bij vorst of bij vorst in de nacht, niet in de volle zon en niet in harde wind, want dan droogt het oppervlak sneller uit dan de mortel kan binden. Op een warme dag bevochtig je een sterk zuigende muur vooraf en houd je het verse werk de eerste dagen nog een keer nat.

Op isolatie werkt het anders dan op steen. Daar komt een wapeningsmortel op met glasvezelgaas erin, met de banen overlappend en extra diagonale stroken bij de hoeken van ramen en deuren. Zonder die wapening loopt er vroeg of laat een scheur vanuit elke kozijnhoek, en dat is het meest voorkomende schadebeeld op gestucte gevels.

Onderaan de gevel houdt het stucwerk op boven het maaiveld. Ga niet met pleister de grond in, want dat zuigt vocht op en vriest kapot. Werk het onderste stuk af met een gevelplint of een trasraam en houd een duidelijke waterkerende overgang aan.

Een dichte muurcoating over een gevel die van binnenuit vocht kwijt moet, laat de laag op termijn bol staan en loskomen. Verf daarom alleen met een dampopen gevelverf. Datzelfde geldt voor een gestucte overkapping of een gemetselde bloembak: die kunnen twee kanten op nat worden, dus daar hoort een dampopen systeem.

Buitenmuren van betonblokken, cellenbeton of pir-platen vragen elk hun eigen hechtlaag. Betonblokken nemen geen water op, cellenbeton juist heel veel, en isolatieplaten houden alleen via wapeningsmortel iets vast. Kies daarom eerst het systeem en dan pas de zak.

BuitenondergrondVoorbehandelingPleistersysteem
Baksteen metselwerkVoegen aanhelen, gruis wegborstelen, licht bevochtigenKalkcement raaplaag plus afwerklaag
Betonblokken en betonHechtlaag of mortel met hechtharsenCementgebonden pleister, niet te vet
CellenbetonVerdunde primer tegen de sterke zuigingSpeciaal geschikte lichte pleister
Isolatieplaten van eps of pirPluggen en wapeningsmortelGaas in de mortel, daarna sierpleister
Cementgebonden buitenplaatNaden band en primer volgens fabrikantWapeningslaag met gaas plus afwerking
Bestaand gestuct gevelwerkKloptest, losse delen weg, hechtprimerAanhelen in dezelfde dikte en structuur

Drogen, schilderen en behangen na het stucen

Vers stucwerk is natter dan het aanvoelt. Het water zit tot in de volle dikte van de laag en moet er via het oppervlak uit. Als vuistregel reken je op ongeveer een dag per millimeter bij een normale kamertemperatuur en gewone ventilatie.

Ventileren helpt, maar dan zonder tocht en zonder de ruimte af te koelen. Een raam op een kier en de deur open werkt beter dan alles wijd open, want een koude luchtstroom over een wand geeft plaatselijk sneller drogen en dus kleurverschillen en scheurtjes. Wat de beste stand is per seizoen staat bij ramen open of dicht tijdens het drogen van stucwerk.

Een bouwdroger direct op verse gips zetten is een klassieke fout. Het oppervlak sluit dan dicht terwijl er onder de huid nog water zit, en dat komt er later alsnog uit met vlekken of loslatende verf als resultaat. Zet zo'n droger pas in als de laag oppervlaktedroog is, en richt hem nooit rechtstreeks op de muur.

Of het droog genoeg is, meet je in plaats van te schatten. Een vochtmeter voor bouwmaterialen geeft een indicatie op de dikste plek, en de verffabrikant noemt in het verwerkingsvoorschrift het percentage dat hij aanhoudt. Een tweede controle is de folietest: plak een stuk plastic van een halve meter luchtdicht op de muur en kijk na een etmaal of er condens onder staat.

Is de wand droog, dan komt er eerst een voorstrijk voor zuigende ondergronden op. De eerste laag latex breng je daarna tien procent verdund aan, zodat hij in plaats van op het oppervlak te blijven staan echt in de poriën trekt. Daarna volgen een of twee onverdunde lagen.

Laat verf op vers stucwerk toch los, dan is er meestal een van drie dingen aan de hand. Er zat nog vocht in de laag, er lag schuurstof op, of er is op een gladgeschuurde sinterlaag geschilderd zonder te ontstoffen en te gronden. Stof je daarom altijd na met een brede kwast of een stofzuiger met borstelmond.

Behangen kan pas als het stucwerk volledig droog is, en dan met een voorstrijk ertussen. Op verse kant-en-klare pasta gaat dat regelmatig mis, omdat behanglijm de pasta weer week maakt en je een witte plakkerige laag onder je behang krijgt. Wil je een egale ondergrond zonder spiegelglad te stucen, dan is renovlies over een gegronde wand de veiligste route.

Wat je wilt doenWanneer het magWat je eerst doet
Licht naschurenZodra de laag hard aanvoeltMachinaal met afzuiging, korrel 120 of hoger
Sauzen of latexenAls de laag door en door droog isOntstoffen, voorstrijken, eerste laag 10 procent verdund
Structuurverf aanbrengenNa de eerste dekkende laag verfVloedrol vol opzetten en narollen naar het licht toe
BehangenLater dan schilderen, echt volledig droogVoorstrijken, bij twijfel eerst renovlies
Tegelen op vers stucwerkNiet, hierop hoort geen tegelwerkStuc weghalen of op de kale ondergrond tegelen
Keuken of kasten monterenPas als het droog is achter de kastAnders sluit je vocht op en komt er schimmel

Volgorde in de verbouwing, tempo en kosten

Stucwerk zit vroeg in de planning. Kozijnen, leidingen, inbouwdozen en het regelwerk zijn klaar voordat de stukadoor begint, en de vloer komt er na.

Op de vraag eerst stucen of eerst vloer is het antwoord dus vrijwel altijd eerst stucen. Wie eerst een pvc-vloer of laminaat legt, ligt een week later met gipsspetters en een muurschuurmachine op een nieuwe vloer te werken.

Bij een keuken is de volgorde net anders. Laat de wanden stucen voordat de keuken erin gaat, want anders kun je nooit meer strak achter de kasten komen. Meet de nis wel op nadat het stucwerk erop zit, of trek bij een inmeting vooraf twee keer de laagdikte van je maat af, want tien millimeter per wand betekent twee centimeter minder ruimte.

De achterwand keuken stucen vraagt een aparte afweging. Een gestucte wand achter een kookplaat wordt vet, vlekt en is lastig schoon te maken, dus daar is een tegel, een glazen plaat of een verzegelde betonstuclaag praktischer. Verder langs het aanrecht kun je gewoon stucwerk aanhouden, mits je er een goed wasbare latex op zet.

Voor het tempo geldt: een ervaren stukadoor haalt vlot dertig tot vijftig vierkante meter glad werk per dag, inclusief opzetten en nawerken. Zelf reken je daar rustig drie keer zoveel tijd voor, plus de tijd voor schuren en opruimen. Voor een gemiddelde slaapkamer betekent dat een weekend en niet een avond.

Op de factuur van een stukadoor staat vrijwel altijd een prijs per vierkante meter wand en plafond, met een minimumafname, plus materiaal en voorrijkosten. Bij woningen die ouder zijn dan twee jaar valt het arbeidsdeel van stukadoorswerk onder het lage btw-tarief, dus controleer of dat op de offerte is toegepast. Vraag ook vooraf wat de afgesproken afwerking is: glad, fijn schuurwerk of sausklaar scheelt in prijs en in wat je achteraf nog moet doen.

Na afloop is er nog het boorwerk. Boor door een stuclaag zonder klopstand, want kloppen laat de laag rond het gat afbrokkelen, en zet de klop pas aan zodra je in de steen zit. Kies de plug lang genoeg zodat hij helemaal in het metselwerk valt, want de stuclaag zelf draagt niets.

Plinten lijmen op vers stucwerk kan, maar bedenk dat je bij het verwijderen de toplaag meetrekt. Een stucstop op plinthoogte, waarbij het stucwerk gelijk uitkomt met de plint, geeft een strakkere en beter te demonteren aansluiting. Wil je helemaal geen houten plint, dan bestaat er een stucplint: een profiel dat je meestuct.

Aan het plafond werkt dat net zo: een platte plint scheidt plafond en wand, en een meegestucte stucplint maakt de overgang van plafond naar wand strak. Wil je van de kale muur af beginnen, dan vind je de complete werkwijze bij een muur stucen stap voor stap.

WerkVoor of na het stucenWaarom
Kozijnen plaatsenVoorJe stuct met een stucstop tegen het kozijn aan
Elektra en leidingen wegwerkenVoorSleuven vullen met snelgips, dozen afdoppen
Regelwerk en platen monterenVoorStucplaten liefst kort na montage pleisteren
VensterbankenMeestal naZo houd je de aansluiting strak, met een smeerlat langs de dag
Keuken plaatsenNaAchter de kasten kom je later niet meer
Vloer leggenNaStucwerk geeft stof, water en gipsspetters
Kozijnen schilderenNaBijwerken na het stucen is minder werk dan andersom
Plinten monterenNaTenzij je met een stucstop gelijk afwerkt

Droogtijden

Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens

Soort werkMateriaalStofdroogOverschilderbaar of belastbaarVolledig uitgehardWaar het misgaat
KitAcrylaatkit20 tot 40 minutenna 6 tot 12 uur overschilderbaar24 tot 48 uurTe vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt.
KitSiliconenkit (sanitair)10 tot 20 minutenniet overschilderbaar24 uur per 2 mm dikteEen dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig.
KitHybride kit (MS-polymeer)15 tot 30 minutenna 24 uur overschilderbaar24 tot 72 uurHardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer.
KitPolyurethaankit30 tot 60 minutenna 24 uur3 tot 5 dagenBlijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is.
KitMontagekit30 minuten voorgripna 24 uur belastbaar3 tot 7 dagen op volle sterkteZwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt.
StucwerkStucpasta of finishpasta2 tot 4 uurna 12 tot 24 uur schuren24 tot 48 uurOp een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij.
StucwerkGips (raaplaag)12 uur per laagna 24 uur verder werken1 week per centimeter dikteVerven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf.
StucwerkCementgebonden pleister24 uurna 3 dagen2 tot 4 wekenEen dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven.
StucwerkVulmiddel voor gaatjes20 tot 60 minutenna 1 tot 2 uur schuren4 tot 8 uurDiepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen.
VerfMuurverf op waterbasis (latex)30 tot 60 minutenna 4 tot 6 uur tweede laag2 tot 4 wekenDe verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast.
VerfGrondverf op waterbasis1 uurna 4 tot 6 uur schuren en aflakken24 uurOnvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak.
VerfGrondverf op terpentinebasis4 tot 6 uurna 16 tot 24 uur3 tot 5 dagenBij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door.
VerfLak op waterbasis1 tot 2 uurna 6 uur tweede laag5 tot 7 dagenDeuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken.
VerfLak op terpentinebasis4 tot 8 uurna 24 uur1 tot 2 wekenBlijft in een vochtige ruimte dagen kleverig.
VerfVoorstrijkmiddel1 tot 2 uurna 2 tot 4 uur verder12 uurDoorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in.
VloerEgaliseermiddel3 tot 6 uur beloopbaarna 24 uur vloer leggen1 dag per millimeterEen laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc.
VloerCementdekvloer24 tot 48 uur beloopbaarna 3 weken belastbaar1 week per centimeter, daarna langzamerEen dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag.
VloerAnhydriet gietvloer24 tot 48 uurna 5 tot 7 dagen3 tot 6 wekenDe zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden.
VloerBetonvloer gestort24 uur ontkistenna 7 dagen licht belastbaar28 dagen op sterkteTe snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig.
TegelwerkTegellijm (standaard)niet belopenna 24 uur voegen7 dagenVoegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting.
TegelwerkTegellijm (sneldrogend)niet belopenna 4 tot 6 uur voegen24 uurHandig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd.
TegelwerkVoegmortel2 tot 3 uur nawassenna 24 uur licht belastbaar7 dagen voor douchegebruikTe snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen.
TegelwerkSmeerbare afdichting (kimband en pasta)3 tot 4 uur per laagna 12 tot 24 uur tegelen24 uurTwee dunne lagen werken beter dan een dikke.
BehangBehangplaksel op vliesbehangdirect hangenna 24 uur droog48 uurVerwarming vol aanzetten laat de naden openstaan.
BehangGlasweefsel met muurverf gelijmd6 uurna 24 uur overschilderen48 uurTe vroeg de tweede laag geeft blaasjes.
HoutHoutlijm (pva)20 tot 30 minuten klemmenna 1 uur voorzichtig hanteren24 uur op volle sterkteTe weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt.
HoutConstructielijm (polyurethaan)40 minuten klemmenna 3 uur24 uurSchuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk.
HoutHoutvuller op waterbasis30 minutenna 1 uur schuren4 uurDiepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm.
HoutEpoxy houtreparatie30 tot 90 minutenna 4 tot 6 uur schuren24 uurOnder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig.
HoutBeits op waterbasis1 uurna 4 uur tweede laag24 tot 48 uurIn de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen.

Samengesteld uit fabrikantenvoorschriften en uit wat mensen in de praktijk tegenkomen. Alle tijden gelden bij ongeveer 20 graden en 60 procent luchtvochtigheid. Kouder of vochtiger betekent langer wachten: reken bij 10 graden ruwweg op een verdubbeling. Houd bij twijfel de verpakking van jouw product aan.

Veelgestelde vragen

Is stucen moeilijk om zelf te doen?

Is zelf stucen moeilijk? Voor een berging niet, voor een woonkamer die spiegelglad moet worden wel. Het komt neer op een enkele handeling.

Stuc op de muur krijgen is niet moeilijk, hem vlak krijgen wel. De handeling die je moet leren is het afreien: in een vloeiende beweging met een breed mes een baan vlak trekken zonder halverwege te stoppen. Dat lukt de meeste mensen na een paar vierkante meter redelijk en na een hele wand behoorlijk, maar spiegelglad blijft echt vakwerk.

Begin daarom in een berging, een kast of een zolderkamer en niet in de woonkamer, en kies voor je eerste keer een fijne structuurafwerking in plaats van glad stucwerk.

Hoe lang duurt stucen per m2 en hoeveel stuc heb je nodig?

Een ervaren stukadoor doet dertig tot vijftig vierkante meter glad werk op een dag, inclusief opzetten en nawerken. Zelf reken je daar gerust drie keer zo lang voor, dus een gemiddelde slaapkamer is een weekend en geen avond.

Voor het materiaal houd je ongeveer een kilo droge gipspleister aan per vierkante meter per millimeter laagdikte: vijf millimeter op twintig vierkante meter is dus zo'n honderd kilo, oftewel vier zakken van vijfentwintig. Tel er tien procent bij voor verlies in de bak, op de vloer en in de hoeken.

Wat zijn smeerlatten en heb je ze nodig bij een kozijn?

Smeerlatten zijn geen zelfgemaakte latjes maar L-vormige profielen van metaal of kunststof, ook wel stucstop of stucprofiel genoemd. Je zet ze op de plaat of tegen het kozijn, precies zo hoog als de stuclaag dik wordt, en je smeert er tegenaan. Ze blijven zitten en verdwijnen op de zichtbare rand na in de pleister.

Bij een aluminium of kunststof kozijn zijn ze bijna onmisbaar, omdat je daarmee een scherpe kier houdt in plaats van gips tegen het kozijn te smeren dat later scheurt. Zet ze wel op iets vasts en lijn ze uit met een rei, want jij reit je hele wand er straks op af.

Hoe dik is stucwerk normaal en wat is de minimale dikte?

Op gipsplaat of stucplaat zit meestal drie tot zes millimeter, op vlak metselwerk tien tot vijftien, en op een scheve muur ga je in twee lagen met een raaplaag eronder. Fabrikanten geven minimumdiktes op, bijvoorbeeld tien millimeter voor machinepleister en vijf voor een handpleister als Roodband, en die getallen staan er voor de opgegeven hechtsterkte en voor hun eigen garantie.

Houd die diktes aan waar je op die garantie wilt kunnen terugvallen. Dunner smeren gebeurt in de praktijk veel en gaat bij producten met lijmstoffen erin meestal goed, maar dan is het jouw afweging en niet meer die van de fabrikant. Meer dan twintig millimeter breng je niet in een keer aan, want dan zakt de verse laag weg.

Moet je gipsplaten voorstrijken voor het stucen?

Witte gipsplaten wel, stucplaten niet. Een witte plaat is glad en zwak zuigend, en met een kwartshoudende voorstrijk vergroot je het oppervlak zodat de pleister houvast krijgt. Een stucplaat is geïmpregneerd en speciaal gemaakt om op te stucen, dus die hoeft in principe niet behandeld te worden.

Toch grondeert een minder ervaren klusser ook een stucplaat beter wel, want die trekt vlot aan en met een laag stucprimer houd je merkbaar langer verwerkingstijd. Groene vochtwerende platen behandel je hetzelfde als witte, en sommige pleisters mogen volgens hun productblad zonder voorstrijk direct op schone gipsplaat.

Kun je over behang stucen?

Stucen over behang lijkt tijdwinst, maar doe het niet. Behang is met lijm op de muur bevestigd, en zodra er vocht uit de verse stuc in trekt laat het los, met bollen en scheuren als gevolg. Dat geldt ook voor vliesbehang, en glasvezelbehang verwijderen voor stucen is helemaal niet te omzeilen omdat de weefselstructuur overal doorheen komt.

Haal het behang eraf, was de lijmresten af met warm water en laat de muur goed drogen voordat je voorstrijkt. Blijkt onder het behang een losse pleisterlaag te zitten, dan is dat meteen het moment om ook die weg te halen in plaats van er nieuwe stuc op te zetten.

Kun je op hout, mdf of osb stucen?

Rechtstreeks niet. Hout, mdf, osb en spaanplaat werken met wisselend vocht mee, en elke beweging komt in een harde gipslaag terug als scheur. Wil je zo'n wand toch gestuct hebben, dan schroef je er stucplaat of gipsvezelplaat overheen, of je brengt stucanetgaas aan als drager en werkt dat in twee lagen dicht.

Buiten geldt hetzelfde, met het verschil dat je daar met een cementgebonden systeem en wapeningsgaas werkt. Voor kleine vlakken zoals een schuine trapwang of de onderkant van een trap is gaas de gebruikelijke oplossing.

Plafond stucen of niet, en kan een plafond afwerken zonder stucen?

Het kan zonder, maar dan moet je meer aan de platen doen. Een gipsplaat afwerken zonder stucen, of een gipsplaat verven zonder stucen, staat of valt bij het naadwerk. Vul de naden in twee gangen met naadvuller over een brede strook, schuur met korrel 120, grond de plekken en zet het hele plafond over met een dunne afwerklaag zodat de zuiging overal gelijk is.

Werk daarna af met latex en eventueel structuurverf, aangebracht met een vloedrol en nagerold naar het licht toe. Houd er wel rekening mee dat strijklicht van een raam elke naad blootlegt, dus platen die de volle breedte overspannen schelen meer dan welke vuller ook. Wil je juist een korrelloos vlak, dan blijft een gestuct plafond de betrouwbaardere keuze.

Hoe droog moet stucwerk zijn voordat je gaat schilderen, en welk vochtpercentage hoort daarbij?

Afgaan op het gevoel werkt niet, want stucwerk droogt van buiten naar binnen. Als vuistregel reken je op een dag per millimeter laagdikte bij kamertemperatuur en normale ventilatie, maar meten is betrouwbaarder dan rekenen.

Een vochtpercentage dat voor alle verf en alle pleisters geldt bestaat niet. De verffabrikant noemt in zijn verwerkingsvoorschrift het percentage dat hij aanhoudt, en dat ligt voor gipspleister laag, in de orde van een tot twee gewichtsprocent. Houd dat getal aan en niet een vuistregel van internet.

Een vochtmeter voor bouwmaterialen met pennetjes meet geleidbaarheid en geeft dus een indicatie, geen laboratoriumwaarde. Gebruik hem vergelijkend: meet op de dikste plek, in een hoek en midden op de wand, en kijk of de waarden over een paar dagen naar elkaar toe lopen.

Doe er de folietest naast: plak een stuk plastic van ongeveer een halve meter luchtdicht op de muur en kijk na een etmaal of er condens onder staat. Zie je druppels of een donkere plek, dan zit er nog water in, wat de meter ook zegt. Wat je per materiaal moet aanhouden staat in onze tabel met droogtijden.

Moeten de ramen open of dicht terwijl het stucwerk droogt?

Ventileren moet, maar dan zonder tocht en zonder de ruimte af te koelen. Een raam op een kier en de binnendeur open geeft een gelijkmatige luchtverversing, terwijl alles wijd open juist plaatselijk sneller drogen veroorzaakt en daarmee kleurverschil en haarscheurtjes. Houd de verwarming laag en constant in plaats van hem hoog te zetten.

Een bouwdroger richt je nooit rechtstreeks op een verse wand, want dan sluit het oppervlak dicht terwijl het water daaronder blijft zitten. Meer per seizoen staat bij ramen open of dicht na het stucen.

Wanneer kun je behangen na het stucen?

Later dan je kunt schilderen. Behanglijm brengt opnieuw water in de wand, dus het stucwerk moet door en door droog zijn voordat je begint. Strijk daarna altijd voor met een primer voor zuigende ondergronden, anders trekt de muur de lijm zo hard weg dat de banen niet meer te schuiven zijn.

Op verse kant-en-klare pasta gaat het regelmatig mis, omdat de lijm die laag weer week maakt en je een witte plakkerige massa onder je behang krijgt. Wil je zekerheid, dan is renovlies over een gegronde wand de veiligste route.

Kun je stucen in kleur, en blijft stucwerk op kleur egaal?

Stucen met kleur kan, maar het luistert nauw. Bij poederstuc meng je droge kleurstof door het droge poeder en maak je het daarna pas aan, en elke volgende bak moet exact hetzelfde recept krijgen. Wordt er ook maar iets afgeweken in kleurstof of water, dan zie je dat als vlek in de wand.

Stucen op kleur blijft daarom bij pasteltinten, omdat wit het basisproduct is, en het afpleisteren moet heel gelijkmatig gebeuren om kleurverschil te voorkomen. Sierpleisters zoals spachtelputz zijn eenvoudiger: die zijn bij veel leveranciers in vrijwel elke RAL-kleur te bestellen. Voordeel van stucwerk in kleur blijft dat een beschadiging niet meteen als witte plek opvalt.

Hoe repareer je een gat of een scheur in stucwerk?

Maak het gat eerst groter dan het is. Kap of krab alles weg wat hol klinkt tot je aan alle kanten op vast werk zit, stof af en strijk de plek voor. Vul daarna in twee gangen met reparatiegips en niet in een keer, want een dikke prop krimpt en tekent zich af.

Leg over een scheur die op een naad of overgang zit altijd gaasband, anders komt hij op precies dezelfde plaats terug. Werk de rand ver uit over de bestaande laag in plaats van hem strak af te snijden, en schuur de overgang vlak voordat je grondt en schildert.

Waarom laat de stuclaag of de toplaag los?

Stucwerk laat los bij verven zodra er nog vocht in de laag zit, en verder komt het bijna altijd door hechting. Niet voorgestreken op een gladde of sterk zuigende ondergrond, gestuct op stof of op oude kalkspecie, of gewerkt op een muur waar van achteren vocht in trekt. Laat alleen de toplaag los, dan is er vaak op een te gladde of nog vochtige onderlaag doorgewerkt.

Bij een buitenmuur speelt daarnaast vorst mee: water dat achter de pleister zit, drukt de laag bij het bevriezen los. Overstucen heeft dan geen zin, want je legt nieuw werk op iets dat al niet vastzit. Haal het los zittende deel weg, zoek eerst de vochtbron en herstel daarna in dezelfde dikte.

Hoe haal je structuurverf van de muur?

Dat hangt af van wat eronder zit. Op gipsplaat werkt een behangafstomer goed: laat de stoom inwerken en steek de zachte laag af met een breed plamuurmes, maar blijf niet te lang op een plek staan want dan week je de kartonlaag. Op stucwerk gaat een muurschuurmachine met afzuiging sneller, met korrel 40 tot 80, en dan schuur je terug tot je overal dezelfde ondergrond ziet.

Reken op veel stof, dek de ruimte af en draag een stofmasker. Zit er een grove structuur op een plafond, dan is eerst afsteken en daarna schuren de minst zware route. Overzetten met een egaliserende laag is soms sneller dan verwijderen.

Zit er asbest in stucwerk?

In het stucwerk zelf zit zelden asbest. In huizen van voor 1994 kom je het wel tegen in de omgeving ervan: in bepaalde oude sierpleisters en spuitlagen, in board- en plaatmateriaal achter de pleisterlaag, in schoorsteen- en rookkanalen en in oude lijmen. Het gevaar zit in bewerken: droog schuren, slijpen, boren of branden maakt vezels vrij, terwijl een ongestoorde laag weinig risico geeft.

Twijfel je, laat dan een monster nemen door een gecertificeerd bureau voordat je begint, en meld het bij je gemeente. Verwijderen laat je over aan een gecertificeerd bedrijf.

Kun je in stucwerk boren en er iets aan ophangen?

Ja, maar de stuclaag zelf draagt niets. Boor eerst zonder klopstand door de pleister, want kloppen laat de laag rond het gat afbrokkelen, en zet de klop pas aan als de boor in de steen zit. Kies de plug zo lang dat hij volledig in het metselwerk of beton valt en niet half in de stuclaag blijft steken.

Zit er een voorzetwand met gipsplaat, dan gebruik je hollewandpluggen of je schroeft in het regelwerk, en voor zware kasten monteer je vooraf een houten regel achter de plaat. Plak over de boorplek een stukje tape, dan scheurt de rand minder uit.

Wanneer moet je stucwerk sponzen en wanneer schuren?

Sponzen hoort bij poederstuc en bij schuurwerk, schuren bij glad stucwerk en bij dunne pasta. Het moment om te sponzen herken je aan de druktest: er blijft geen putje meer staan als je erin duwt, maar het oppervlak geeft nog net mee onder je spons. Dat moment duurt kort en verschilt per product en per temperatuur, dus test op een onopvallende plek.

Kom je te vroeg, dan trek je de korrel helemaal los, kom je te laat, dan gebeurt er niets meer. Dunne pastalagen spons je juist niet, daar is de laag te dun voor en dan schuur je hem na het drogen vlak.

Wat is snelgips en hoe voorkom je dat het te snel uithardt?

Snelgips of montagegips is bedoeld om inbouwdozen, ankers en leidingsleuven vast te zetten, niet om mee te pleisteren. Het bindt binnen een paar minuten af, en wie de verpakking letterlijk volgt houdt soms nauwelijks een minuut smeertijd over. Wij rekken die tijd op drie manieren: in droge toestand een deel snelgips met een deel gewone gipspleister mengen en pas daarna water toevoegen, koud water gebruiken, en kleine porties aanmaken per inbouwdoos in plaats van een hele emmer.

Werk daarbij met een schone bak, want resten van een vorige batch versnellen het afbinden merkbaar. Kom je dicht bij het zichtbare oppervlak, neem dan meer gipspleister en minder snelgips.

Wat zijn de ervaringen met Knauf Fill & Finish Light?

Wat ons bevalt is het schuren. De lichte vulling gaat er met korrel 150 zo af, waar je met gewone gipspleister flink staat te duwen, en dat scheelt op een plafond vol naden een uur werk. Het stof dat vrijkomt is wel bijzonder fijn, dus werk met afzuiging en lees hoe je dat aanpakt bij stucwerk schuren zonder het hele huis onder het stof te zetten.

De keerzijde is de hardheid. De laag blijft zacht, dus op een buitenhoek, langs een trapgat of achter een deurkruk kies je liever een hoekprofiel of een hardere vuller. Vul je een naad in een keer dik, dan blijft het midden nog dagen klam en tekent de rand zich later af. Twee tot drie dunne lagen met licht schuren tussendoor geeft een rustiger vlak. Voor het vlak maken van een golvende muur is het niet bedoeld, daar hoort poederstuc bij.

Hoe maak je stucwerk waterdicht of hittebestendig?

Waterdicht wordt stucwerk niet, waterbestendig wel. In een badkamer buiten de douche werkt een cementgebonden pleister of een daarvoor bedoeld vochtbestendig stucsysteem met een goed wasbare verf. In de douche zelf en achter tegels hoort een echte waterkerende laag, dus een kimband en een afdichtingssysteem op de kale ondergrond en niet op gips.

Een kelder pak je van buitenaf of met een kelderdichtingssysteem aan, want een laagje stuc houdt drukkend vocht niet tegen. Rond een schouw of rookkanaal gebruik je hittebestendige stuc, omdat gewone gips daar door de warmte gaat scheuren en loskomt.

Waar komen luchtbellen en bubbels in stucwerk vandaan?

Luchtbellen ontstaan bijna altijd voor je aan de muur begint. Met een mixer op hoog toerental sla je lucht in de massa, en die lucht komt er in de laag weer uit als kleine bubbels. Meng dus langzaam, laat het mengsel een paar minuten rijpen en roer daarna nog een keer rustig door.

De tweede oorzaak zit in de ondergrond. Op een zuigende, niet voorgestreken muur duwt de ontsnappende lucht uit de poriën blaasjes in een dunne pastalaag. Voorstrijken lost dat op. Zitten de bellen er eenmaal in, snijd ze dan open zodra de laag hard is, vul de kraters en werk de plek breed uit in plaats van hem strak af te snijden.

Hoe maak je stucwerk stofvrij na het schuren?

Schuurstof is de meest voorkomende reden dat verf op nieuw stucwerk loslaat, want je schildert dan op een laagje poeder in plaats van op de wand. Zuig de hele wand af met een stofzuiger met borstelmond, van boven naar beneden, en doe daarna ook de vloer, de plinten en de vensterbank.

Neem de wand vervolgens na met een licht vochtige spons of doek, spoel die vaak uit en laat de muur weer drogen. Droog afvegen met een doek verplaatst het stof alleen. De voorstrijk pakt het laatste restje op; hoe ver je moet schuren voordat het zover is, staat bij stucwerk schuren zonder er doorheen te gaan.

Zijn scheuren in stucwerk gevaarlijk?

Haarscheurtjes in de afwerking zijn vervelend maar ongevaarlijk: die horen bij krimp, bij een naad zonder band of bij een aansluiting die niet is ingesneden. Je krabt ze open, legt er gaasband over en vult in twee lagen.

Een scheur die over de constructie gaat, ziet er anders uit. Alarmerend zijn scheuren die diagonaal uit een kozijnhoek lopen, die trapsgewijs door de voegen gaan, die aan beide zijden van dezelfde muur op dezelfde plek zitten, die breder zijn dan een paar millimeter of die in de loop van maanden groeien. Laat die door een constructeur beoordelen voordat je iets dichtsmeert, zeker bij een dragende muur of na een verbouwing waarbij er iets is weggehaald.

Wat doe je als het stucwerk afbrokkelt?

Stucwerk dat afbrokkelt heeft zijn bindmiddel verloren of is nooit goed uitgehard. Dat gebeurt bij oude kalkspecie, bij gips die op een sterk zuigende muur zonder primer is aangebracht en daardoor zijn aanmaakwater kwijtraakte voordat hij kon binden, en bij elke laag die langdurig nat is geweest.

Klop de wand eerst systematisch af en kap alles weg wat hol klinkt of kruimelt, tot je aan alle kanten op vast werk zit. Zoek daarna de oorzaak: is de muur vochtig, dan komt de nieuwe laag net zo hard weer los. Pas als de ondergrond droog en vast is, strijk je voor en herstel je in dezelfde dikte als de bestaande laag.

Hoe repareer je gaatjes in stucwerk, en kan dat met Alabastine?

Voor gaatjes van schroeven, pluggen en spijkers is een kant-en-klare muurvuller het handigst. Vulmiddelen van Alabastine en vergelijkbare merken zijn precies daarvoor gemaakt: ze schuren makkelijk en krimpen weinig in kleine hoeveelheden. Voor iets dat dieper is dan een centimeter pak je reparatiegips, want een dikke prop vuller krimpt en tekent zich af.

Boor of krab het gat eerst iets uit zodat er geen losse randen blijven staan, blaas het stof eruit en maak de plek licht vochtig. Vul in twee gangen, laat de tweede laag net boven het vlak staan en schuur hem pas na het drogen vlak. Grond de plek voordat je verft, anders zie je hem als doffe vlek terug.

Moet je een keuken inmeten voor of na het stucen?

Het zekerst is inmeten nadat het stucwerk erop zit en droog is. Een pleisterlaag van tien millimeter per wand kost je twee centimeter in de breedte van een nis, en dat is precies het verschil tussen een kast die past en een kast die je moet afzagen.

Lukt dat niet omdat de levertijd van de keuken lang is, meet dan vooraf en trek twee keer de afgesproken laagdikte van je maat af. Leg die dikte schriftelijk vast met de stukadoor, en meet ook de hoogte tot een verlaagd plafond op dezelfde manier. Stucen doe je hoe dan ook voordat de keuken erin gaat, want achter de kasten kom je later niet meer.

Wat is blauwpleisteren?

Blauwpleisteren is de oude naam voor het aanbrengen van een dunne, gladde afwerklaag over een raaplaag, met een gips- en kalkgebonden specie die grijsblauw uitslaat. Je vindt die laag in vooroorlogse woningen, waar hij met de spaan werd dichtgezet en daarna direct kon worden gesausd.

Voor de klusser is vooral van belang hoe je ermee omgaat. Zo'n laag krijt vaak en is gevoelig voor vocht, en moderne gipspleister hecht er slecht op. Doe de natte vinger: wordt hij wit en krijtachtig, dan gaat er geen nieuwe pleister overheen zonder dat je eerst de oude laag verwijdert of de wand met een daarvoor bedoelde hechtprimer behandelt.

Wat zijn de belangrijkste tips als je voor het eerst zelf gaat stucen?

Vier dingen schelen het meest. Meet je water af in plaats van het op gevoel bij te gieten, want dat bepaalt hardheid, kleur en werktijd. Werk met een mes van minstens veertig centimeter, anders volg je de golving die er al zit. Leg een werklamp op de vloer, zodat je in strijklicht ziet wat je doet in plaats van na het schilderen. En schuur tussen de lagen, want dan haal je alleen de bulten weg en hoef je nog maar te vullen.

Begin daarnaast in een berging of een kast en niet in de woonkamer, en zorg dat je genoeg materiaal in huis hebt om een hele wand in een keer af te maken. De complete volgorde staat bij een muur stucen van voorstrijk tot afwerklaag.