Trap dichtmaken, afwerken, opknappen en aanpassen
De meeste trapklussen zijn afwerkklussen: stootborden achter een open trap, de zijkant of de onderkant wegwerken, een lat langs de muur en een leuning die weer vastzit. Dat kun je vrijwel allemaal zelf, mits je overal een paar millimeter speling houdt, want een trap die ergens klemt gaat kraken. Zodra het over de maten van de trap zelf gaat, over de aantrede, de optrede of de plaats van het trapgat, houdt zelf klussen op. Die maten liggen vast in het hout en in de vloer, en een trede dieper maken lukt niet zonder een nieuwe trap.
Alle gidsen over trap
Open trap dichtmaken
Een open trap dichtmaken doe je door achter elke trede een stootbord te zetten, meestal van 12 mm multiplex, dat…
Halve maantjes trap
Halve maantjes leg je niet netjes in het midden van de trede, maar op de lijn waar je de trap…
Hoogte trapleuning
Een trapleuning in een woning hangt op ongeveer 90 centimeter, en die hoogte meet je loodrecht vanaf de voorkant van…
Trap vervangen
Een trap vervangen begint bij twee maten: de hoogte van bovenkant vloer tot bovenkant vloer, en de vrije lengte en…
Waar een trapklus meestal over gaat
Een trap is een van de weinige houten constructies in huis waar je dagelijks met je volle gewicht op staat. Daarmee hoort hij bij het constructiewerk in en om het huis, en dat verklaart waarom trapklussen zich zo slecht laten improviseren.
Wat mensen willen met hun trap valt in vijf groepen. Dichtmaken en afwerken, losse of krakende onderdelen vastzetten, het uiterlijk veranderen, de trap veiliger en bruikbaarder maken, en de trap zelf aanpassen.
Die laatste groep is de duurste en de kortste. De maten van een trap grijpen in elkaar: de hoogte van de verdieping bepaalt de optrede, de optrede bepaalt de aantrede, en de aantrede bepaalt hoeveel vloer de trap inneemt. Een trede dieper maken of een trap verbreden loopt daarom bijna altijd uit op een nieuwe trap, en dan wil je eerst weten wat er bij het vervangen van een trap komt kijken.
De eerste vier groepen zijn wel zelf te doen, en daar gaat het meeste van deze pagina over. Begin altijd bij wat je ziet en niet bij wat je van plan bent. Een trap die kraakt wordt door nieuwe verf niet stil, en een leuning die los zit heeft geen mooiere lak nodig maar een andere plug.
| Wat je wilt bereiken | Wat dat in de praktijk betekent | Waar het werk in zit |
|---|---|---|
| De trap dichtmaken | Achter elke trede een stootbord van plaatmateriaal | Passen zonder klemmen, en daarna het schilderwerk |
| De zijkant wegwerken | Aftimmeren tegen de boom of een echt wandje bouwen | De aansluiting op vloer, muur en plafond |
| De onderkant glad krijgen | Plaatmateriaal op klossen, of stucwerk op gaas | De draai in de trap, want vlak plaatmateriaal buigt niet dubbel |
| Een kier langs de muur dichten | Een krimplat op de boom of een royale kitrand | Het hout blijft werken, dus de afwerking moet meebewegen |
| Een losse leuning vastzetten | Nieuwe bevestiging, meestal een chemisch anker of een smetplank | Uitzoeken waar de muur van gemaakt is |
| De trap stil krijgen | Speling wegnemen tussen trede, stootbord en boom | Erbij kunnen, want het werk zit meestal aan de onderkant |
| Meer diepte op de trede | Lukt niet zonder een nieuwe, luiere trap | Ruimte op de vloer boven of onder de trap |
| De trap afsluiten | Deur, hek, gordijn of een luik in de zoldervloer | De doorloop en de vluchtroute houden |
| Een trap buiten | Metselwerk, stapelblokken of hout op een frame | Fundering, afschot en antislip |
Hoe de onderdelen van een trap heten
Wie bij een houthandel of trappenmaker iets bestelt, komt er niet met woorden als zijkant en plankje. Het vak heeft eigen namen, en die namen bepalen ook wat er bij welk probleem hoort. De wel, de neus en de boom zijn geen jargon om indruk mee te maken, ze wijzen naar precies dat stukje trap waar het misgaat.
De twee schuine planken aan weerszijden heten de bomen. De trede is het vlak waar je op staat, het stootbord is het verticale schot ertussen. Zit de trap tegen een muur, dan heet die kant de muurboom en de vrije kant de hoofdboom of vrije boom.
De treden zijn meestal een centimeter diep in de boom ingelaten. Zo'n uitsparing heet een nest of een inkassing, en die bepaalt de sterkte van de hele trap. Tussen het nest en de bovenrand van de boom hoort minstens een centimeter hout te blijven staan, anders scheurt de boom bij belasting uit.
De onderste tree van een trap loopt vaak breder of ronder door dan de rest. Dat is de uitlooptrede, en die zit er niet voor de sier: hij vangt de aanloop op en geeft de leuning ergens om te beginnen.
| Onderdeel | Wat het is | Waarom het meetelt |
|---|---|---|
| Boom | De schuine plank waar de treden in vallen | Draagt alles, dus hier zaag of boor je niet zomaar in |
| Trede en aantrede | Het vlak waar je op staat, en de diepte daarvan | De aantrede bepaalt of je je hele voet kwijt kunt |
| Optrede | De hoogte van de ene trede naar de volgende | Bepaalt hoe steil de trap loopt en hoeveel treden je hebt |
| Stootbord | Het verticale schot tussen twee treden | Houdt de trede in het midden op zijn plek en veroorzaakt het meeste gekraak |
| Neus | Het stukje trede dat over het stootbord uitsteekt | De plek die als eerste kapot loopt en waar bekleding het moeilijk heeft |
| Wel | De ruimte onder de neus, tussen voorkant trede en stootbord | Daar gaat je hak in als je de trap op loopt |
| Wellat of welstuk | Het opvulstuk dat bij renovatie onder de neus wordt gezet | Zonder wellat hangt een nieuw stootbord in de lucht |
| Uitlooptrede | De brede of ronde onderste tree | Vaak los van de bomen bevestigd, dus apart vastzetten |
| Nest of inkassing | De uitsparing in de boom waar de trede in valt | Circa 1 cm diep, met minstens 1 cm hout tot de rand |
| Trapgat | De opening in de verdiepingsvloer | De maat ervan legt de lengte en het type trap vast |
| Bordes of plateau | Een tussenvlak waar de trap van richting verandert | Veiliger dan verdreven treden, maar kost meer vloer |
| Verdreven treden | Taartpuntvormige treden in een kwart of halve draai | Aan de smalle kant blijft er weinig trede over |
| Balustrade en spijlen | Het hek langs het trapgat of langs de open zijde | Hier gelden hoogtes en maximale openingen |
| Smetplank | De plank tegen de muur waar de leuning op zit | Verdeelt de kracht van de leuning over meer bevestigingen |
| Trekstang of bevestigingsstang | Een stalen stang met moeren dwars onder de treden | Trekt de bomen tegen de treden aan, aan te halen als de trap openloopt |
| Scheluw | Een trap of trede die uit het vlak gedraaid staat | Merkbaar als een trede die wipt terwijl alles vastzit |
| Lepe hoek | Een hoek die scherper of stomper is dan negentig graden | Elk latje langs een trap moet in zo'n hoek passen |
Maten, aantal treden en de trap uittekenen
Voor een nieuwe trap in een woning liggen de maten vast in de bouwregels. De aantrede is minimaal 22 cm, gemeten op 30 cm vanaf de kant waar de trap het smalst is, de optrede maximaal 18,8 cm, de trap minimaal 80 cm breed en er hoort minimaal 2,30 m vrije hoogte boven te zitten. Eén trap mag hooguit vier meter hoogteverschil overbruggen.
Vervang je een trap in een bestaand huis, dan moet de nieuwe trap in hetzelfde trapgat passen en zijn de oude maten vaak leidend. Wat er in jouw geval geldt, hangt af van de ingreep, dus vraag dat na bij de gemeente voordat je een trap bestelt. Voor de gangbare maten in huis hebben we de standaardmaten van hoogtes en afmetingen op een rij gezet.
Naar de ideale aantrede en optrede wordt vaak gevraagd, en het antwoord is een vuistregel waar trappenmakers al eeuwen mee werken: twee keer de optrede plus de aantrede komt uit tussen 57 en 65 cm, met 63 cm als prettige richtwaarde. Wij gebruiken die regel vooral als controle achteraf. Kom je onder de 55 uit, dan loopt de trap gegarandeerd onprettig af, hoe netjes hij ook getekend is.
Het aantal treden volgt uit de verdiepingshoogte. Meet van bovenkant vloer tot bovenkant vloer, deel dat door 18,8 cm en rond naar boven af: dat is het aantal optreden. Het aantal losse treden ligt daar één onder, want de bovenste optrede eindigt op de verdiepingsvloer zelf.
Een verdiepingshoogte van 2,80 m in nieuwbouw levert zo 15 optreden en 14 treden op. In vooroorlogse huizen zie je vaker 13 treden bij eenzelfde hoogte, en dat is precies waarom die trappen zo steil aanvoelen.
| Maat | Nieuwe trap in een woning | Wat je in oudere huizen ziet | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Aantrede | Minimaal 22 cm | Vaak 18 tot 21 cm | Gemeten op 30 cm van de smalle kant bij een draai |
| Optrede | Maximaal 18,8 cm | Regelmatig 20 tot 22 cm | Alle optreden even hoog, ook de eerste en de laatste |
| Breedte | Minimaal 80 cm | 70 cm komt veel voor | Meet tussen de bomen, niet tussen de muren |
| Vrije hoogte boven de trap | Minimaal 2,30 m | Soms nog geen 2 m bij de bovenste treden | Meet loodrecht boven de neus van de trede |
| Hoogteverschil per trap | Maximaal 4 m | Zelden een probleem | Boven de 4 m hoort er een bordes tussen |
| Loopmaat als vuistregel | 2 x optrede + aantrede is 57 tot 65 cm | Vaak rond de 55 cm | Onder de 55 cm loopt de trap vervelend af |
| Aantal optreden | Verdiepingshoogte gedeeld door 18,8 cm, naar boven afgerond | 13 treden bij 2,60 tot 2,80 m | Aantal treden is het aantal optreden min één |
Een open trap dichtmaken met stootborden
Een open trap dichtmaken betekent achter elke trede een schot zetten. Dat schot draagt niets, maar het houdt de trede in het midden tegen doorbuigen en het scheelt tocht, stof en vallende speelgoedautootjes. Hoe je dat stap voor stap doet, staat in onze gids over een open trap dichtmaken.
De materiaalkeuze is snel gemaakt: 12 mm multiplex is het gangbaarst, omdat het stijver is dan mdf van dezelfde dikte en daardoor minder snel gaat werken. Mdf kan ook, mits je het niet in een vochtige hal zet en je de kopse kanten goed in de grondverf zet. Multiplex heeft wel een sterke en een zwakke richting: leg de buitenste vezels in de lengte van het stootbord, ook al kost dat meer zaagafval.
Wat over het resultaat beslist is niet het materiaal maar de speling. Houd het stootbord ongeveer 5 mm lager dan de ruimte tussen de treden en maak het aan de zijkanten iets smaller dan de trede breed is. Klemt het bord tussen de bomen, dan kraakt de trap bij elke stap en krijg je dat er nooit meer uit.
Achter elke trede komt een latje van 12x12 of 18x18 mm, dat je aan de onderkant van de bovenliggende trede schroeft. Dat latje hoort achter het stootbord te zitten en niet ervoor, anders trap je het bord er op termijn gewoon uit. Bij een trap met een draai moeten bijna alle stootborden en latjes op verstek, dus een afkortzaag scheelt hier een dag.
Schaaf de bovenrand van het stootbord licht bol, zodat het midden ongeveer 2 mm hoger staat dan de uiteinden. Duw je het bord dan omhoog tegen de bovenliggende trede, dan steunt die trede op één punt in plaats van over de hele breedte te wrijven. Zet het bord met een stut op spanning, spijker het aan de onderkant met koploze spijkers vast en zet er daarna schroeven in.
Schroef het stootbord aan de bovenkant niet aan het latje vast. Je introduceert dan plaatselijke spanning waardoor het latje kan splijten en de trap juist gaat kraken. Laat de bovenrand vrij tegen het latje rusten en vul de naad met overschilderbare acrylaatkit, die de spanning over de hele lengte verdeelt.
Wil je juist de andere kant op en een dichte trap open maken, houd er dan rekening mee dat de stootborden meestal in de bomen genest zitten. Dat wordt voorzichtig slopen, en de lange treden in een draai gaan daarna merkbaar meer veren.
| Materiaal voor stootborden | Dikte | Wat eraan bevalt | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Multiplex | 12 mm | Stijf, blijft recht, goed te schilderen | Plaatrichting kiezen, kopse kant schaven splintert |
| Hardhout multiplex | 12 mm | Harder oppervlak, hoge treden blijven vlak | Duurder en zwaarder te zagen |
| Mdf | 12 tot 18 mm | Spotgoedkoop en glad af te lakken | Zwelt op bij vocht, kopse kanten eerst gronden |
| Vochtwerend mdf | 12 mm | Bruikbaar bij een trap naar een koude zolder | Nog steeds geen buitenmateriaal |
| Massief vuren | 15 tot 18 mm | Past bij een oude trap die je in het zicht laat | Werkt met het seizoen mee, dus ruime speling houden |
| Buigtriplex | 2 x 4 mm | Enige optie rond een spil of een gebogen boom | In twee lagen lijmen, anders veert het terug |
| Hardboard | 3 tot 6 mm | Licht en goedkoop voor een tijdelijke oplossing | Te slap om een schop te weerstaan |
De zijkant, de onderkant en de rand langs de muur
De zijkant van een trap afwerken kan op twee niveaus. Je timmert de open zijde dicht tegen de boom aan, of je bouwt er een echt wandje voor waardoor de trap er als een gemetselde trap uitziet. Dat tweede is meer werk en verandert de hele hal.
Voor een wandje zet je een skelet van stijlen tegen vloer, muur en plafond en beplaat je dat met gipsplaat, of je metselt op met gasbeton of gipsblokken en laat het stucen. Welke van de drie je kiest, maakt voor de stukadoor weinig uit. Laat wel de voorste kolom staan waar de trapboom in genest zit, en controleer eerst of de boom onderaan echt op de vloer steunt voordat je iets sloopt.
Een trap die aan de zijkant dichtgaat wordt een stuk donkerder, want daglicht uit de hal komt er niet meer bij. Zorg voor licht op de treden voordat de wand er staat, bij voorkeur op een bewegingsmelder, want een lichtschakelaar zoeken op een donkere trap is precies het scenario dat je wilde voorkomen.
Wil je de zijkant juist in het zicht houden maar netter maken, dan werkt aftimmeren met een strook mdf of multiplex tegen de boom, of doorgezette lambrisering langs de trap die de overgang tussen muur en boom opvangt.
De onderkant van een trap is een ander verhaal. Bij een rechte trap schroef je klossen tegen de bomen en leg je daar mdf van 9 of 12 mm op, waarna je de naden vult en schildert.
Bij een spiltrap of een trap met een halve draai is dat vlakke plaatmateriaal kansloos, want de onderkant is een dubbel gebogen vlak en daar buigt geen plaat in mee. Stucwerk op gaas is dan de route, en dat is werk voor een stukadoor die dat nog kan.
Granol of een andere ruwe structuurafwerking op de onderkant van een trap raden we af. Het is nauwelijks schoon te maken, elk hoekje wordt een spinnenwebverzamelaar, en eraf halen is een veelvoud van het werk dat het aanbrengen kostte.
De kier tussen de boom en de muur is de klassieker. Hout werkt met het seizoen mee, de muur niet, en daardoor scheurt behang of stucwerk langs de trap open.
Kit die krap is aangebracht laat bij de eerste beweging los, dus snijd de oude rand eruit en breng royaal acrylaatkit aan, met een holle rand die je met een stuk elektrabuis en gewoon kraanwater afstrijkt. Zo heeft de kit meer hechtvlak en kan hij rek opvangen.
Is de kier breder dan een millimeter of vijf, dan wordt kit alleen een lapmiddel. Wil je die ruimte tussen de trap en de muur echt opvullen, spijker dan een dun krimplatje op de boom, ook wel afwerklat, afdeklat of afwerklijst genoemd, dat de kier overdekt en met de trap meebeweegt. Zulke dunne latten in de juiste maat vind je zelden in de bouwmarkt: bij een houthandel laat je ze schaven, of je maakt ze zelf uit een bredere plank.
| Plek | Wat er meestal past | Waar het misgaat |
|---|---|---|
| Kier tussen boom en muur | Royale acrylaatkit of een krimplat van 5 tot 8 mm | Te weinig kit, waardoor de rand bij de eerste beweging lostrekt |
| Zijkant van een open trap | Strook mdf of multiplex tegen de boom | Vastschroeven in de boom zonder voorboren splijt het hout |
| Zijkant volledig dicht | Stijlwerk met gipsplaat, of gasbeton en stuc | De kolom weghalen waar de boom in genest zit |
| Onderkant rechte trap | Mdf 9 tot 12 mm op klossen tegen de bomen | Naden precies onder een trede laten vallen, daar scheurt het |
| Onderkant draaiende trap | Stucwerk op gaas | Plaatmateriaal wringen in een dubbele bocht |
| Achterkant van een open trap | Stootborden, of de treden netjes in de lak | Alleen de zichtzijde afwerken en de rest laten |
| Lepe hoek bij vloer of plafond | Latje op maat gezaagd na het overnemen met een zwei | Met 45 graden aankomen bij een hoek die dat niet is |
| Aansluiting trap op verdiepingsvloer | Afdeklat over de naad, of de vloerafwerking eroverheen | De naad dichtkitten terwijl de trap daar juist beweegt |
Traptreden verbreden, verlengen of bekleden
Traptreden verbreden is de vraag die we het vaakst voorbij zien komen bij smalle naoorlogse trappen, en het antwoord is ongemakkelijk. Je kunt een trede niet dieper maken zonder de hele trap te vervangen, want de diepte van de trede volgt uit de hoek waaronder de bomen staan.
Overzettreden uit de bouwmarkt lossen het niet op. Die moeten over hun hele oppervlak ondersteund worden, dus ze liggen op de bestaande trede en steken hooguit een paar centimeter vooruit. Bij het naar boven lopen helpt die oversteek nog iets, maar naar beneden zet je je voet op dezelfde smalle trede en haak je met je hiel achter de neus.
Wat wel helpt, is de wel vergroten als die te klein is. Kom je met je enkel of kuit tegen de voorkant van de bovenliggende trede terwijl je hak nog niet op de trede staat, dan is er onder de neus te weinig ruimte. Een grotere oversteek van de neus, of een stootbord dat een centimeter naar achteren staat, geeft die ruimte terug.
De echte oplossing heet de trap luier maken: een kleinere optrede en een grotere aantrede, dus een nieuwe trap die verder de vloer op loopt. Daar heb je boven of beneden ruimte voor nodig, en soms betekent het dat het trapgat verlengd moet worden. Dat is een constructieve ingreep en geen zaterdagklus.
Bekleden is wel iets dat je zelf kunt. Oude bekleding gaat er eerst af, en dan komt de vervelendste stap: nietjes, spijkertjes en oude tapijtlijm. Trek eerst alle nietjes met een nijptang, schraap daarna de lijmlaag met een stevige plamuurmes of vloerschraper, en pak de restanten met een lijmverwijderaar op gel.
Op zacht vurenhout trekt zo'n middel in het hout en blijft het dagen ruiken, dus werk dun, ventileer en herhaal liever twee keer dan dat je er één keer flink op giet. Een trede die daarna nog vlekkerig oogt, verdwijnt toch onder verf of bekleding, dus doorpoetsen tot het hout gelijkmatig is heeft geen zin.
Wat je erna oplegt, hangt af van hoe de trap eruitziet. Zijn de treden nog vlak en heel, dan kan er hout, pvc of tapijt op. Zijn ze uitgelopen en vol gaten, dan werk je met renovatiestroken die de trede en het stootbord in één keer overdekken.
Losse matjes zijn de goedkoopste tussenweg. Ze heten halve maantjes, en je komt ze ook tegen als halve maandjes of halve manen; hoe je ze neerlegt zonder dat ze opwippen staat bij losse matjes op de treden leggen.
| Bekleding | Werkt goed op | Waar je op let |
|---|---|---|
| Renovatiestroken van hpl of eiken | Versleten treden die nog wel vlak liggen | Wellat onder de neus nodig, anders hangt het stootbord los |
| Zelf trap bekleden met hout | Rechte trappen met strakke treden | Verlijmen met elastische montagekit, niet met harde lijm |
| Pvc of laminaat stroken | Treden in een hal met veel loop | Neusprofiel apart bestellen, dat bepaalt het resultaat |
| Tapijt over de hele trede | Trappen waar het stil moet zijn | Bij een draai worden de smalle kanten lastig te trekken |
| Loper met roeden | Oude trappen die je in het zicht wilt houden | De zijkanten van de treden blijven zichtbaar, dus die eerst lakken |
| Halve maantjes en trapmatten | Elke trap, ook een trap met bocht | Op de looplijn leggen, niet netjes in het midden |
| Zeil of vinyl stroken | Kelder- en zoldertrappen | Structuur in het vinyl vult zich met kit, dus eerst afplakken |
| Grindvloer of siergrind in hars | Betonnen treden binnen en buiten | Op houten treden scheurt de hars, want die werken te veel |
| Antislipstrips of antislip in de lak | Gelakte trappen waar op sokken gelopen wordt | Strips op de neus plakken, want daar glijdt de voet weg |
De leuning vastzetten, van smetplank tot touw
Een losse trapleuning is het meest voorkomende mankement aan een trap, en bijna altijd ligt het aan de muur en niet aan de leuning. In een massieve baksteenmuur houdt een nylon plug van 8 mm met een goede schroef prima. In gasbeton, in oude zachte baksteen of in een holle snelbouwsteen sleept dezelfde plug het gat langzaam uit.
Zit er een keilbout in die rondloopt, dan is natrekken zinloos: het gat is groter geworden dan de bout. Boor over naar een ruimer gat, blaas het stofvrij, en zet er een chemisch anker met een draadeind M8 in.
In poreus of hol materiaal gebruik je daarbij een zeefhuls, zodat de hars niet in de holtes wegloopt. Laat het anker uitharden volgens de tijd op de koker voordat je de leuning terughangt.
Op een gipswand of een andere holle wand is geen enkele plug het antwoord. Zoek de metalstuds of de houten regels achter de plaat en schroef daarin, of monteer een smetplank die over meerdere stijlen ligt en hang de leuninghouders daar weer op.
Die smetplank, ook wel de plank achter de trapleuning, is sowieso de nette oplossing bij een zachte muur. Zelf maken kan: een strook vuren van 18 mm dik en ongeveer 10 cm hoog, in lengtes te koop bij de bouwmaterialenhandel. Schuur hem eerst met een bandschuurmachine en zet hem in de grondverf voordat hij aan de muur gaat.
Loopt de trap met een onderkwart of bovenkwart, dan zijn de bomen gebogen en loopt de leuning in dezelfde ronding mee. Een rechte smetplank past daar niet. Neem in dat geval de leuning van de muur en neem hem mee naar de houthandel, zodat de smetplank in model gemaakt kan worden.
Hoe hoog de leuning en de balustrade horen te zitten, en wat er bij een trapgat geldt, staat bij de juiste hoogte van een trapleuning. Die hoogte meet je loodrecht boven de neus van de treden, niet loodrecht boven de vloer.
Bij de stalen buisleuningen die je nu veel ziet, zit het verschil in de details. De houders bepalen of de leuning strak langs de muur loopt, en een eindkap in mat zwart maakt het geheel af. Ontvet de buis voordat je zo'n kap met de stelschroef vastzet, want vet onder de schroef laat de kap binnen een half jaar weer meedraaien.
Een leuning van dik touw is populair en berucht. Het touw van ongeveer 40 mm gaat door metalen of houten houders, en juist die houders zijn het probleem: een spaanplaatschroef in het schroefgat trekt bij normaal gebruik krom. Gebruik roestvast stalen schroeven van 5 of 6 mm en boor het gat voor, of tap M6 draad in de tegenoverliggende zijde van de houder en draai er van onderaf een bout in die je aan de bovenkant vlak afwerkt.
Het tweede probleem van een touwleuning is rek. Hoe strak je hem ook trekt, na een paar weken hangt er weer speling in. Wigjes tussen touw en houder helpen maanden, geen jaren.
Wie het echt strak wil houden, maakt onder het touw een houten kern die de vorm vasthoudt. En houd in gedachten dat een touw meegeeft als iemand valt, dus op een steile trap hoort er ook een echte leuning.
| Ondergrond | Bevestiging die houdt | Waar je op let |
|---|---|---|
| Massieve baksteen | Nylon plug 8 mm met een schroef van 6 mm | Niet in de voeg boren maar in de steen |
| Kalkzandsteen | Nylon plug of chemisch anker bij zware belasting | Zonder klopstand boren, anders verkruimelt het gat |
| Gasbeton of cellenbeton | Chemisch anker met draadeind, of speciale gasbetonplug | Keilbouten houden hier niet, die drukken het materiaal weg |
| Holle snelbouwsteen | Chemisch anker met zeefhuls | Hars loopt zonder huls de holtes in |
| Gipswand met metalstuds | Schroeven in de stud, of een smetplank over meerdere studs | Hollewandpluggen in enkel gipsplaat zijn hier te licht |
| Gipsblokken | Lange schroef met een plug voor poreus materiaal | Boor niet dwars door het blok heen |
| Houten wand of regelwerk | Houtschroef van minstens 60 mm in de regel | Eerst zoeken waar de regel zit, dan pas boren |
| De trapboom zelf | Doorgaande bout met ring, of een lange houtschroef | Voorboren, want de boom splijt langs de nerf |
Balustrade dichtmaken en de trap afsluiten
Spijlen langs een trap of balustrade dichtmaken doen mensen om twee redenen: kleine kinderen die er tussendoor kunnen, en spullen die naar beneden vallen. De simpelste ingreep is plexiglas achter de spijlen zetten, vastgezet met afstandsbusjes en schroeven met een verzonken kop.
Boor de gaten in plexiglas ruim, minstens een millimeter groter dan de schroef. Het materiaal zet uit bij warmte, en een schroef die klem zit veroorzaakt scheuren die vanaf het gat doorlopen. Een strak gespannen net of fijn gaas met kabelbinders is de goedkope variant en werkt bij katten net zo goed.
Wil je de treden zelf ook dicht hebben zonder het licht te verliezen, dan kan datzelfde plexiglas als stootbord dienen. Wat daarbij komt kijken staat bij stootborden van plexiglas of glas, want die vragen een andere bevestiging dan een plaat multiplex.
Een trap in de woonkamer afsluiten is meestal een warmtevraag. De warme lucht loopt de trap op en verdwijnt in de open zolder, en dat stook je mee. Een gordijn op een rail aan het plafond helpt verrassend goed en kost een middag: zet een ring vast in het midden van de rail en open het gordijn naar het midden, dan hoef je het niet elke keer helemaal te verschuiven.
Een deur onder aan de trap mag en werkt beter dan een gordijn. Zit de deur naar de hal er precies in de weg, dan zijn er twee routes: de deur een stukje opschuiven, of de hal een meter vergroten ten koste van de woonkamer. Een deur onder 45 graden plaatsen mag ook, maar houd de doorloop groot genoeg om een kast of een matras langs te krijgen.
Een luik in de zoldervloer is de derde optie, en die is verrassend elegant als je het in evenwicht ophangt: dan duw je het met je hoofd open terwijl je de trap op loopt en valt het achter je dicht. Zodra van die zolder een slaapkamer wordt gemaakt, gelden er eisen aan de toegang en de vluchtroute en is een luik niet meer voldoende. Vraag dat na bij de gemeente voordat je gaat bouwen.
Voor kinderen is een traphek boven én onder aan de trap de standaard, geschroefd en niet geklemd zolang de trap steil is. Een kat houd je met een hekje zelden tegen, want die springt eroverheen. Werkt dat niet, dan is een deur met een kattenluik erin de enige aanpak die standhoudt.
Kraken, wiebelen en de trap vastzetten
Een krakende trap is bijna altijd beweging tussen twee delen die tegen elkaar wrijven. Meestal is dat het stootbord tegen de onderkant van de trede, soms de trede die speling heeft in het nest van de boom, en af en toe een boom die onderaan niet vlak op de vloer staat.
Talkpoeder of grafietpoeder in de naad is een oude truc die echt werkt, alleen niet lang. Je haalt de wrijving weg maar niet de beweging, dus na weken tot maanden is het geluid terug. Als tijdelijke oplossing voor een logeerpartij prima, als reparatie niet.
Een open trap kraakvrij maken doe je van onderen. Lijm en schroef driehoekige klossen in de hoek tussen trede en stootbord, of drijf hardhouten wiggen met lijm in de nesten waar de trede speling heeft en zaag ze daarna af. Zit er een trekstang onder de treden, dan is die er precies voor bedoeld om de bomen tegen de treden te trekken: een halve slag aanhalen scheelt vaak al.
Kun je er alleen van boven bij, dan schroef je door de trede in het stootbord. Boor voor, verzink de kop, en vul de gaten daarna met houtplamuur in twee of drie ronden met schuren ertussen. Eén keer plamuren is nooit genoeg, want het middel krimpt terwijl het droogt.
Een scheluwe trap voelt anders dan een krakende: één trede wipt terwijl alles vastzit. Dat komt doordat de trap uit het vlak gedraaid staat, meestal omdat hij bij plaatsing tegen een bolle muur is aangeschroefd. Meet met een lange rei of twee even lange latjes over de bomen, en vul de bevestiging aan de muur op met vulplaatjes in plaats van de boom scheluw te trekken.
De trap onderaan vastzetten aan de vloer is vaak vergeten werk. Schroef een stevige lat onder de onderste tree, vast aan de trede en aan de vloer, zodat de hele trap niet meer kan verschuiven.
Bovenaan hangt de trap aan de bomen die met bouten of beugels aan de verdiepingsvloer of aan een balk zitten, en die bevestiging wil je controleren, want daar zit alle kracht. Een trap ophangen aan een houten balklaag doe je met doorgaande bouten door de balk, niet met schroeven in het kopse hout.
Loopgeluid is iets anders dan kraken en vraagt dus een andere aanpak. Een trap geluiddempend maken lukt met tapijt of een loper op de treden, met vilt onder de bekleding, en door de trap met een rubberstrip los te houden van de wand. Onder een dichte trap galmt de holle ruimte mee, dus isolatiewol in de trapkast dempt hoorbaar.
Blijft de trap onrustig aanvoelen omdat de bomen zelf verzwakt zijn, dan is een nieuwe trap laten plaatsen eerlijker dan er nog een jaar aan sleutelen.
Bij een zwevende trap ligt het anders. De treden hangen dan aan de muur of aan een centrale stalen ligger, en de belasting komt volledig op die verankering.
Een zwevende trap maken of verankeren aan een binnenwand van gipsblokken kan niet: dat vraagt beton of kalkzandsteen en een berekening. Buiten zie je hetzelfde principe met treden aan een frame van steigerbuis, en ook dan is de verbinding met de grond het punt waar het op aankomt.
Verf, lak en een oude trap opknappen
Onder de vloerbedekking van een jaren 30 trap zit vrijwel altijd vurenhout. Dat is zacht, en dat heeft gevolgen voor wat je ermee kunt. Een vuren trap strak wit lakken ziet er twee jaar prachtig uit, waarna de neuzen kapot gelopen zijn en er deuken en scheurtjes in zitten.
Wie een jaren 30 trap wil renoveren en strak wil houden, kiest daarom vaak voor een loper over de treden met gelakte zijkanten, of voor renovatiestroken op de treden. Wil je hem wel gewoon schilderen, accepteer dan dat het een oude trap blijft. Nieuwe stootborden zetten is meestal wel goed te doen en scheelt de helft van het zichtwerk.
Een gelakte trap kaal maken gaat het snelst met een excenterschuurmachine op korrel 80, daarna 120, met afzuiging. Profielen en hoeken doe je met een afbijtmiddel in pastavorm, want daar kom je met schuurpapier niet in. Reken op een dag per trap, en werk om en om zodat je de trap kunt blijven gebruiken.
Voor de afwerking van treden is een slijtvaste lak nodig en niet zomaar een muurverf-achtige aflak. Een pantserlak, zoals de Rambo pantserlak die veel op vloeren en trappen gebruikt wordt, is daarvoor gemaakt: twee tot drie lagen, tussentijds schuren met korrel 220, en per laag echt de droogtijd afwachten.
Op een trap is dat lastiger dan op een vloer, want je moet er blijven lopen. Lak daarom om de trede, laat die volledig drogen en doe daarna de andere helft.
Bij eiken is de keuze tussen olie en lak vooral een keuze over onderhoud. Lak is harder en langer schoon te houden, maar zodra er een slijtplek op de neus komt moet je de hele trede overschuren omdat je anders een rand ziet. Olie slijt sneller en is juist plaatselijk bij te werken zonder overgang, en dat is op een trap met vaste looplijn een reëel voordeel.
Hardhouten trappen van meranti, merbau of iroko zijn een hoofdstuk apart. Zo'n hardhouten trap opknappen begint met schuren tot op het kale hout en daarna ontvetten, want deze houtsoorten bevatten natuurlijke olie waar een watergedragen product slecht op hecht. Een merbau of meranti trap lichter maken kan met een white wash of een wit gepigmenteerde olie.
Bij merbau is er een addertje: het hout bevat looistof die bij contact met water geelbruin uitbloedt. Een watergedragen white wash kan daardoor verkleuren. Test dat altijd eerst op een onopvallende plek, bijvoorbeeld de bovenste trede onder de loper, of gebruik een isolerende primer voordat je begint.
Een antraciet trap of een andere donkere kleur ziet er strak uit op de foto en is in huis het minst vergevingsgezind. Stof, krassen en slijtplekken op de neuzen springen er meteen uit, en een bijgewerkt plekje in donkere lak blijft altijd zichtbaar. Kies dan mat in plaats van zijdeglans, want dat verdoezelt krassen aanzienlijk beter.
| Wat je hebt | Afwerking die past | Waar je op let |
|---|---|---|
| Vuren trap uit de jaren 30 | Grondverf en pantserlak, of een loper met gelakte zijkanten | Zacht hout, dus de neuzen lopen kapot bij strak wit |
| Meranti of iroko | White wash of gepigmenteerde olie na goed ontvetten | Natuurlijke olie in het hout remt de hechting |
| Merbau | Olie, of watergedragen alleen na een isolerende primer | Looistof bloedt geelbruin uit zodra er water bij komt |
| Eiken | Hardwasolie in twee lagen, of een harde lak | Olie is bij te werken, lak vraagt de hele trede opnieuw |
| Trap die nog in de oude lak zit | Schuren met korrel 80 en 120, of afbijten bij profielen | In huizen van voor ongeveer 1970 kan er loodhoudende verf onder zitten |
| Treden die onder tapijt zaten | Nietjes eruit, plamuren, gronden, dan pas kleur | Lijmresten eerst weg, anders tekent alles zich af in de lak |
| Antraciet of andere donkere kleur | Matte slijtvaste lak | Stof en krassen vallen op, bijwerken blijft zichtbaar |
| Trapleuning | Blanke lak op alkydbasis, twee componenten of olie | Handzweet maakt een gewone watergedragen blanke lak snel plakkerig |
Vlizotrap, luiken en een plateau in het trapgat
Een vlizotrap is een uittrekbare zoldertrap in een luik, en de meeste problemen ermee zitten in drie onderdelen: de sluiting, de trekstok en de veren.
De sluiting van een vlizotrap is meestal een pen die je met de trekstok een kwartslag draait. Sluit het luik niet meer goed, dan is het luik gaan werken of is de sluitplaat verschoven. Draai de plaat een paar millimeter bij in de slobgaten voordat je iets vervangt.
Het gamma sluitingen in de bouwmarkt past niet zomaar op elk merk luik, dus meet de hart-op-hart afstand van de bestaande schroefgaten voordat je iets koopt.
De trekstok is een haakstok waarmee je het luik opent. Trekt het oog uit het luik, dan is het hout daar te week geworden. Zet er dan geen dikkere schroef in, maar een doorgaande bout met een ring aan de bovenkant, zodat de kracht op het hele luik komt in plaats van op tien millimeter hout.
De trekveren houden het luik omhoog en verzwakken na jaren. Een luik dat hard openvalt of halverwege blijft hangen heeft nieuwe veren nodig, en die vervang je altijd per paar zodat de trekkracht links en rechts gelijk blijft.
Veren verschillen per merk en type, dus neem de oude mee of meet de lengte en de draaddikte. Sommige luiken werken met een gasveer in plaats van trekveren: dezelfde soort cilinder die je onder de zitting of achter de rugleuning van een bureaustoel vindt.
Zit je met een vlizotrap in een kleine opening, meet dan drie dingen: de luikmaat, de vrije vloerruimte waar de trap in uitklapt en de hoogte van de vloer tot de bovenkant van het gat. Een schaartrap of een drie- of vierdelige schuiftrap heeft minder luikmaat nodig dan een scharniertrap, maar vraagt vaak juist meer vloerruimte. Past er niets, dan is een vaste steektrap of een scheepstrap langs de wand de overgebleven route.
Het vlizotrapluik afwerken doe je met een omlijsting van mdf-latten in het plafond, waarbij je de kier tussen het kozijn en de plafondplaat met acrylaatkit dicht zet. Plak een tochtstrip in de sponning en lijm een plaat isolatiemateriaal op de bovenkant van het luik: een onbehandeld luik is een gat in je isolatieschil.
Een heel ander soort plateau is het werkplateau in het trapgat. Dat komt aan de orde als er boven het trapgat iets hangt waar iemand bij moet, bijvoorbeeld een afvoer of een dakraam. De opbouw is simpel: links en rechts een stevige plank van bijvoorbeeld 18x94 mm goed in de muur bevestigd, met daarop een plaat multiplex die tussen de planken opgesloten ligt.
Opklapbaar maken is de nette variant, en dan wel in deze volgorde: eerst de planken vastzetten, dan de plaat erop leggen, en pas daarna de scharnieren monteren. Zo maakt de plaat overal contact met de dragende planken en gaan de scharnieren niet het gewicht dragen.
Verwacht niet dat een zelfgebouwd plateau een monteur over de streep trekt. Een werkvloer op hoogte heeft randbeveiliging nodig: een leuning, een tussenleuning en een stootrand langs de rand zodat gereedschap er niet vanaf valt.
Multiplex van 18 mm is voor een echte werkvloer aan de dunne kant, en de toegang tot de zolder mag niet dicht komen te liggen. Voor een eenmalige klus is een rolsteiger of een trapsteiger huren goedkoper en veiliger dan een bouwwerk in je trapgat.
Trappen buiten: tuin, terras en vlonder
Buiten gelden andere maten dan binnen. Een tuintrap loopt luier: reken op een optrede van ongeveer 15 tot 17 cm en een aantrede van 30 tot 35 cm, want buiten stap je met een andere pas en vaak met natte zolen. De vuistregel van twee keer de optrede plus de aantrede houdt ook hier stand.
Een gemetselde trap in de tuin begint bij de fundering. Onder de onderste trede hoort een strook beton die vorstvrij ligt, want anders duwt de eerste strenge winter de hele trap uit het lood. Hoeveel je daarvoor moet aanmaken, reken je uit met onze rekenhulp voor beton en mortel.
Een trap maken van stapelblokken is de snelste variant en vraagt geen metselvaardigheid. De blokken lijm je met betonlijm op elkaar, laag voor laag, met de verticale voegen om en om. De ondergrond moet wel vlak en draagkrachtig zijn, dus een laag stabilisé of een betonnen plaat onder de eerste rij is geen overbodige luxe.
Kant en klare betonnen traptreden, zoals die van MBI, liggen daar tussenin: zware elementen die je op een gestabiliseerd bed legt en waterpas stelt. Ze zijn te tillen met twee personen, maar houd rekening met het gewicht als je ze over een tuinpad moet verplaatsen.
Bij een verhoogd terras met trap of een vlondertrap werk je met hout op een frame. Bouw het frame uit hetzelfde materiaal als de vlonder zelf, zet alles met roestvast stalen schroeven vast en houd de treden aan de achterkant open zodat water en blad erdoorheen kunnen. Een vlonder met trap van twee of drie treden heeft geen leuning nodig, maar zodra je boven de meter komt hoort daar wel een hek of leuning bij.
Antislip is buiten geen luxe. Gladde vlonderplanken zijn in de winter spekglad, dus leg de geribbelde zijde boven, schroef antislipstrips op de treden of werk met een grove structuurcoating. Losse split of grind op een tuintrede werkt alleen als er een opstaande rand omheen zit, anders ligt het na de eerste regenbui op het pad.
Een zwevende trap buiten, met treden in een gemetselde muur of aan een stalen ligger, ziet er licht uit maar vraagt een echte constructie. De verankering neemt alle krachten op, en dat is materie voor een constructeur en niet voor een middagje aanrommelen.
Datzelfde geldt voor een trap in een keerwand of een talud, waar de grond zelf de belasting moet dragen. Meer over funderingen en metselwerk vind je in ons overzicht van beton, metselwerk en constructies.
| Buitentrap | Opbouw | Waar je op let |
|---|---|---|
| Gemetselde trap | Vorstvrije fundering, opgemetseld en afgewerkt met tegels | Afschot naar voren, anders blijft er water op de treden staan |
| Stapelblokken | Betonlijm, verticale voegen om en om | Draagkrachtige ondergrond onder de eerste rij |
| Betonnen traptreden | Zware losse elementen op een gestabiliseerd bed | Gewicht en transport onderschat je makkelijk |
| Vlondertrap van hout | Frame van dezelfde houtsoort, roestvast stalen schroeven | Achterkant open houden voor water en blad |
| Trap aan een verhoogd terras | Aan het terrasframe bevestigd, poeren onder de onderste boom | De onderste trede zakt weg zonder eigen ondersteuning |
| Frame van steigerbuis | Buizen met koppelingen, houten treden erop | Buis wordt glad, dus antislip op de treden |
| Treden met siergrind of split | Grind in een omranding of gebonden in hars | Zonder opstaande rand ligt het grind binnen een maand op het pad |
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Veelgestelde vragen
Wat is een smetplank voor een trapleuning en hoe maak je die zelf?
Een smetplank is de plank die tegen de muur langs de trap loopt en waarop je de leuninghouders schroeft. Hij verdeelt de kracht van de leuning over meerdere bevestigingspunten, wat de oplossing is bij een muur die zelf te zacht is. Zelf maken kan met vuren van 18 mm dik en ongeveer 10 cm hoog, in lengtes te koop bij een bouwmaterialenhandel. Schuur hem eerst met een bandschuurmachine en zet hem in de grondverf voordat hij aan de muur gaat. Loopt de trap met een kwart, dan is de boom gebogen en moet de smetplank in model worden gemaakt.
Hoe bevestig ik een trapleuning aan een zachte muur of een gipswand?
In gasbeton, in oude zachte baksteen of in holle snelbouwsteen gebruik je een chemisch anker met een draadeind M8, en in hol materiaal daarbij een zeefhuls zodat de hars niet wegloopt. Blaas het boorgat eerst stofvrij en houd de uithardingstijd van de koker aan. Bij een gipswand of een andere holle wand schroef je in de metalstuds of in het regelwerk erachter, en anders monteer je een smetplank die over meerdere stijlen ligt. Hollewandpluggen in enkel gipsplaat zijn voor een leuning te licht.
Mijn trapleuning zit los en de keilbout draait rond, wat nu?
Een keilbout die rondloopt zit in een gat dat groter is geworden dan de bout, en aandraaien maakt dat alleen erger. Haal de bout eruit, boor het gat over naar een ruimere maat en blaas het schoon. Zet er dan een chemisch anker met draadeind in en laat dat volledig uitharden voordat je de leuning terughangt en belast. Is de muur op die plek helemaal versleten, verplaats de houder dan een stuk of monteer een smetplank die op andere punten houvast vindt.
Hoe zet je een touw als trapleuning solide vast?
Het probleem zit vrijwel altijd in de houders. Vervang spaanplaatschroeven door roestvast stalen schroeven van 5 of 6 mm en boor het gat voor, of tap M6 draad in de tegenoverliggende zijde van de houder en draai er van onderaf een bout in die je bovenaan vlak afwerkt. Reken erop dat een scheepstouw blijft rekken: wigjes tussen touw en houder houden maanden, geen jaren. Wie het strak wil houden, maakt een houten kern onder het touw. Op een steile trap hoort naast een touwleuning ook een vaste leuning, want een touw geeft mee bij een val.
Kun je traptreden verbreden of dieper maken?
Dieper maken lukt niet zonder een nieuwe trap, want de diepte van de trede volgt uit de hoek waaronder de bomen staan. Overzettreden geven een oversteek van een paar centimeter maar moeten volledig ondersteund worden, dus de trede zelf wordt er niet groter van, en bij het aflopen haak je achter de neus. Wat wel helpt is de wel vergroten als die te krap is: kom je met je kuit tegen de bovenliggende trede terwijl je hak nog niet staat, dan is er onder de neus te weinig ruimte. De echte oplossing is de trap luier maken, met een kleinere optrede en een grotere aantrede.
Hoeveel treden heeft een trap in nieuwbouw?
Dat volgt uit de verdiepingshoogte. Meet van bovenkant vloer tot bovenkant vloer, deel dat door de maximale optrede van 18,8 cm en rond naar boven af: dat is het aantal optreden, en het aantal losse treden ligt daar één onder. Bij een verdiepingshoogte van 2,80 m kom je zo op 15 optreden en 14 treden. In oudere woningen zie je bij dezelfde hoogte vaak 13 treden, en dat is meteen de reden dat zulke trappen zo steil aanvoelen.
Hoeveel m2 is een open trap met 13 treden?
Reken per trede met de aantrede plus de optrede, maal de breedte van de trap. Bij 13 treden van 85 cm breed met een aantrede van 22 cm en een optrede van 19 cm kom je op ongeveer 4,5 m2 aan loopvlak. Bij een open trap zonder stootborden heb je voor bekleding minder nodig, maar houd dezelfde 4 tot 5 m2 aan omdat de bekleding om de neus heen moet. Ga je de trap helemaal schilderen, tel dan grofweg het dubbele voor de onderkant van de treden en de bomen. De gangbare maten in huis staan bij onze standaardmaten per klus.
Hoe maak ik de zijkant van mijn trap dicht?
Twee routes. Je timmert een strook mdf of multiplex tegen de boom, of je bouwt een echt wandje met stijlen tegen vloer, muur en plafond dat je met gipsplaat beplaat, en anders met gasbeton of gipsblokken opmetselt en laat stucen. Laat in beide gevallen de kolom staan waar de trapboom in genest zit, en controleer eerst of de boom onderaan op de vloer steunt voordat je iets sloopt. Denk aan verlichting: een trap die aan de zijkant dicht gaat wordt fors donkerder, en een bewegingsmelder is daar de prettigste oplossing.
Hoe werk ik de onderkant van een trap af met mdf?
Bij een rechte trap schroef je klossen tegen de binnenzijde van de bomen en leg je daar mdf van 9 tot 12 mm tegenaan, waarna je de naden vult, schuurt en schildert. Laat de naden tussen de platen niet precies onder een trede vallen, want daar zit de meeste beweging. Bij een spiltrap of een trap met een halve draai werkt dit niet: de onderkant is dan dubbel gebogen en vlak plaatmateriaal volgt die vorm niet. Stucwerk op gaas is daar de oplossing, en dat is werk voor een stukadoor die dat nog beheerst. Granol of een andere ruwe structuur raden we af, want dat krijg je nooit meer schoon.
Wat is een krimplat of afwerklat langs de trap?
Dat is een dun latje dat je op de trapboom spijkert om de kier tussen de trap en de muur te overdekken. Je ziet ook de namen afdeklat en afwerklijst. De lat beweegt met de trap mee en verbergt de scheur die in behang of stucwerk ontstaat doordat hout werkt en een muur niet. Bij kieren tot ongeveer vijf millimeter kun je ook royaal afkitten met acrylaatkit en de rand hol afstrijken. Zulke dunne latten liggen zelden in de bouwmarkt, dus laat ze bij een houthandel schaven of maak ze zelf uit een bredere plank.
Welke lak gebruik je voor een trap en voor een trapleuning?
Voor traptreden heb je een slijtvaste lak nodig die voor vloeren en trappen is gemaakt, zoals een pantserlak. Breng twee tot drie lagen aan, schuur tussendoor met korrel 220 en houd de droogtijd echt aan, want een trap wordt meteen weer belopen. Voor een leuning is een blanke lak op alkydbasis of een tweecomponentenlak de betere keuze: een gewone watergedragen blanke lak wordt op de plek waar iedereen hem beetpakt snel dof en plakkerig van handzweet. Olie is het alternatief, want dat kun je plaatselijk bijwerken zonder zichtbare overgang.
Kan ik een meranti of merbau trap lichter maken met white wash?
Dat kan, maar alleen na goed voorwerk. Schuur tot op het kale hout en ontvet daarna, want hardhout bevat natuurlijke olie waar watergedragen producten slecht op hechten. Bij merbau speelt er iets extra's: dat hout bevat looistof die geelbruin uitbloedt zodra er water bij komt, waardoor een watergedragen white wash kan verkleuren. Test daarom altijd eerst op een onopvallende plek, of gebruik een isolerende primer. Een gepigmenteerde olie is bij meranti en iroko vaak rustiger in het resultaat dan een witte beits.
Hoe maak ik een krakende open trap stil?
Zoek eerst waar de beweging zit: laat iemand langzaam lopen terwijl je van onderen met je hand op de trede en op het stootbord voelt. Zit de speling tussen trede en boom, drijf dan hardhouten wiggen met lijm in het nest en zaag ze af. Zit de beweging tussen trede en stootbord, lijm en schroef dan driehoekige klossen in de hoek. Zit er een trekstang onder de treden, dan haal je die een halve slag aan om de bomen tegen de treden te trekken. Talkpoeder werkt, maar alleen tijdelijk.
Kan ik lades in mijn trap maken zonder dat hij gaat kraken?
Dat kan, mits je begrijpt wat je weghaalt. De stootborden dragen zelf weinig, maar ze houden de trede in het midden op zijn plek, en ze zitten meestal in de bomen genest, dus eruit halen is voorzichtig slopen. Bouw onder de trap een eigen kastframe waar de lades in hangen, in plaats van de geleiders aan de trap zelf te schroeven. Houd minstens 5 mm speling boven de ladefronten, want een trede buigt onder een volwassene zichtbaar door en een lade die daar tegenaan komt klemt precies als er iemand op de trap staat.
Hoe sluit ik de trap in de woonkamer af tegen warmteverlies?
De warme lucht loopt de trap op en verdwijnt in de zolder, dus je wilt de luchtstroom blokkeren en niet isoleren. Een gordijn op een rail aan het plafond is de goedkoopste ingreep: zet een ring vast in het midden van de rail en open naar het midden, dan hoef je het gordijn nooit helemaal te verschuiven. Een deur onderaan de trap mag en werkt beter, eventueel onder een hoek geplaatst zolang je er nog een kast langs krijgt. Een luik in de zoldervloer dat in evenwicht hangt werkt ook, maar zodra de zolder een slaapkamer wordt gelden er eisen aan de vluchtroute.
De sluiting van mijn vlizotrap sluit niet meer, wat kan ik doen?
Meestal is het luik gaan werken of is de sluitplaat verschoven. Draai de plaat eerst een paar millimeter bij in de slobgaten en kijk of de pen weer netjes pakt. Helpt dat niet, dan vervang je de sluiting, maar meet dan de hart-op-hart afstand van de bestaande schroefgaten, want het gamma sluitingen in de bouwmarkt past niet zomaar op elk merk luik. Trekt het oog van de trekstok uit het hout, zet er dan een doorgaande bout met een ring in plaats van een dikkere schroef.
Mijn vlizotrap valt hard open of blijft hangen, zijn dat de veren?
Bijna altijd wel. De trekveren die het luik in balans houden verzwakken na jaren, en dan valt het luik hard open of blijft het halverwege steken. Vervang ze per paar, zodat de trekkracht links en rechts gelijk blijft, en neem de oude veer mee of meet de lengte en de draaddikte, want ze verschillen per merk en type. Sommige luiken werken met een gasveer in plaats van trekveren, hetzelfde soort cilinder dat onder de zitting of achter de rugleuning van een bureaustoel zit, en die vervang je als geheel.
Past er een vlizotrap in een kleine opening?
Meet drie dingen voordat je iets bestelt: de luikopening, de vrije vloerruimte onder het gat waar de trap in uitklapt, en de hoogte van de vloer tot de bovenkant van het gat. Een schaartrap of een drie- of vierdelige schuiftrap komt met een kleinere luikmaat toe dan een scharniertrap, maar heeft vaak juist meer vloerruimte nodig. Past er niets, dan blijft een vaste steektrap of een steile scheepstrap langs de wand over. Werk het luik daarna af met een omlijsting van mdf-latten, een tochtstrip in de sponning en isolatie op de bovenkant.
Heb ik een vergunning nodig om een trap te verplaatsen?
Voor de trap zelf meestal niet, maar voor wat eromheen gebeurt vrijwel altijd wel. Een trap verplaatsen in een woning betekent een nieuw trapgat in de verdiepingsvloer, en daarmee raak je de dragende constructie: dat is vergunningplichtig en vraagt een berekening van een constructeur. Bij een monument of een beschermd stadsgezicht gelden er extra regels. Informeer bij de gemeente voordat je iets sloopt, want achteraf legaliseren is duurder dan vooraf vragen.
Wat kost een leuning voor een spiltrap of een wenteltrap?
Daar loopt de prijs sterk uiteen, want een leuning die een spiraal volgt is maatwerk en kost al snel een veelvoud van een rechte leuning. Wie het budget wil drukken, heeft drie routes: een buigzame kunststof leuning, een gelamineerde leuning die je zelf uit dunne latjes over een mal lijmt, of een leuning uit korte rechte stukken met verstekjes ertussen. Zelf een wenteltrapleuning maken door hout te buigen lukt met lamellen of met stoom, maar reken op een mal en op oefenmateriaal. Bij een rechte trapleuning aan een gebogen trap is de kromming meestal te groot om weg te werken.