Dikte gipsplaat kiezen voor wand, plafond en voorzetwand
Voor de meeste wanden en plafonds pak je gipsplaat van 12,5 millimeter. De dunnere 9,5 millimeter is bedoeld voor regelwerk dat dicht op elkaar zit en voor werk dat daarna gestuct wordt, niet om direct te sausen. De dikte kies je dus niet op zichzelf: de afstand tussen je regels, de randafwerking van de plaat en de afwerking die je wilt bepalen samen wat er op de bouwmarktkar moet.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Rolmaat en een lange rei of waterpas
- Boormachine met een dunne boor van 3 mm om de plaatdikte te peilen
- Stukje elektradraad met een haakje omgebogen
- Afbreekmes met verse segmenten en een rechte lat om langs te snijden
- Schroefmachine met dieptestop of een gipsplaatschroever
- Platenlift bij plafondwerk met grote platen
- Schuurklos en een bouwlamp voor strijklicht
Materiaal
- Gipsplaat 9,5 of 12,5 mm, met rechte of afgeschuinde kanten
- Gipsplaatschroeven van 25, 35 of 45 mm
- Gaasband of papieren voegband
- Voegenvuller en finisher
- Minerale wol of PIR in de dikte van je regelwerk
- Acrylaatkit voor de aansluiting op muur en plafond
Welke diktes gipsplaat er te koop zijn
In Nederland komen twee diktes uit vrijwel elk schap: 9,5 en 12,5 millimeter. Zwaardere platen van 15 en 18 millimeter bestaan ook, maar die zijn meestal bestelwerk bij de groothandel en bedoeld voor geluid, brand of een wand die stoten krijgt. Hoe je die platen daarna dichtzet en glad krijgt, lees je in ons overzicht over gipsplaat en het opbouwen van wanden.
Naast de dikte verschilt de plaat in kern en in randafwerking. Een groene of blauwe plaat is vochtwerend en hoort in de badkamer of achter een keukenblok. Een roze plaat heeft een brandwerende kern met vezels erin. Beide bestaan in 12,5 millimeter, waardoor je binnen één wand dezelfde opbouwdikte houdt als je halverwege van soort wisselt.
Het gewicht is de reden dat veel klussers uiteindelijk kiezen. Gipskarton weegt ruwweg 0,75 kilo per vierkante meter per millimeter dikte. Een plaat van 1200 bij 3600 millimeter in 12,5 millimeter komt daarmee ruim boven de veertig kilo uit. Dat is prima om tegen een wand te zetten en onmogelijk om alleen boven je hoofd te houden.
| Dikte | Gangbare maten | Waar je hem voor gebruikt | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| 9,5 mm | 600 x 2000 tot 600 x 4800 mm, ook 1200 x 2600 mm | Plafond met regelwerk dicht op elkaar, stucwerk, lichte beplating | Meestal met rechte kanten, dus bedoeld om te stucen en niet om direct te sausen |
| 12,5 mm | 1200 x 2600, 1200 x 3000 en 1200 x 3600 mm | Standaard voor wanden, plafonds en voorzetwanden | Een plaat van 1200 x 3600 weegt ruim veertig kilo, dat til je nooit alleen |
| 15 mm | 1200 x 2600 en 1200 x 3000 mm | Geluidwerende wanden, brandwerende beplating, wanden die klappen krijgen | Stugger bij het snijden en je hebt langere schroeven nodig |
| 18 mm | 1200 x 2600 mm | Akoestische wanden en beplating waar veel aan hangt | Zelden op voorraad in de bouwmarkt, reken op levertijd |
| Twee lagen van 12,5 mm | Zelfde platen, tweede laag met verspringende naden | Geluidsisolatie tussen kamers, wand waar zwaar aan hangt | Levert 25 mm beplating per zijde en dus een merkbaar dikkere wand |
Kijk bij het bestellen eerst naar de lengte die je nodig hebt en pas daarna naar de dikte. In de lange maten boven de drie meter is 12,5 millimeter vaak de enige beschikbare dikte met afgeschuinde kanten, en dat bepaalt je keuze meer dan de theorie.
Welke dikte gipsplaat voor een plafond
Voor een plafond hangt de dikte gipsplaat aan één getal: de hart-op-hartafstand van je regelwerk. Zit je regelwerk om de 30 tot 35 centimeter, dan kan 9,5 millimeter mee. Wordt die afstand groter, dan gaat een dunne plaat tussen de regels doorzakken en zie je dat na een jaar in strijklicht terug als golven.
Wij werken op een plafond liever met 12,5 millimeter, ook als het regelwerk dicht genoeg zit voor 9,5. De plaat is stijver, de naad is dikker en dus beter te vullen, en je krijgt er geluidsdemping en brandwerendheid bij. Het nadeel is het gewicht, en dat is bij plafondwerk geen detail. Hoe je dat regelwerk uitzet en waterpas krijgt, staat bij het maken van regelwerk voor een gipsplaten plafond.
Schroeven doe je bij voorkeur haaks op de regels. Wij houden in het veld ongeveer 25 tot 30 centimeter aan en langs de plaatranden dichter, rond de 15 centimeter. Kijk wel wat de fabrikant bij jouw plaat en systeem voorschrijft, want dat verschilt per merk en per plaatdikte. Draai de schroefkop net onder het karton zonder het papier stuk te draaien: een doorgedraaide schroef houdt niets meer vast.
| Plaatdikte | Maximale hart-op-hartafstand regelwerk | Waarvoor je dit gebruikt |
|---|---|---|
| 9,5 mm | Ongeveer 300 tot 320 mm | Plafond met dicht regelwerk, lichte beplating die daarna gestuct wordt |
| 12,5 mm | Ongeveer 400 tot 500 mm | Het meeste plafond- en wandwerk, ook op metalstud om de 400 mm |
| 15 mm | Ongeveer 500 mm | Plafonds met wijd regelwerk en wanden waar geluid telt |
| Twee lagen van 12,5 mm | Ongeveer 500 mm | Zwaar belaste plafonds en geluidwanden, tweede laag verspringend geschroefd |
Plaatwerk boven je hoofd doe je niet alleen. Een plaat van 1200 bij 3600 millimeter knapt onder zijn eigen gewicht zodra je hem in het midden ondersteunt en aan de uiteinden laat hangen. Huur een platenlift of werk met twee man en twee steunstokken. Op een ladder met een plaat in je handen ga je een keer verkeerd staan, en dat is precies het moment waarop het misgaat.
De randafwerking bepaalt of je kunt sausen
De dikte is maar de helft van het verhaal. Even zwaar weegt de rand van de plaat, want die bepaalt of je de naad onzichtbaar krijgt. Een plaat met rechte kanten heeft geen verdieping waarin de voegband kan liggen, dus je bouwt de vulling op boven het plaatvlak en dat zie je terug.
Platen van 9,5 millimeter in de lange maten zijn bijna altijd rechtkantig. Ze heten niet voor niets stucplaat: ze zijn ontworpen om er een stuclaag overheen te krijgen, waarbij de hele plaat onder een laag verdwijnt. Wil je alleen voorstrijken en sausen, dan kom je uit bij platen met afgeschuinde langskanten, en die zijn in de lengtes boven de drie meter praktisch alleen in 12,5 millimeter te krijgen.
Let daarbij op het verschil tussen afgeschuinde langskanten en vier afgeschuinde kanten. Bij gewone platen zijn alleen de twee lange zijden afgeschuind en zijn de kopse kanten recht. Loopt je ruimte langer door dan de plaat, dan krijg je dus een kopse naad die je op het vlak moet opbouwen. In een grotere ruimte is een plaat met vier afgeschuinde kanten dan de rustiger keuze. Het opbouwen van die naden staat stap voor stap bij het afwerken van naden in gipsplaten.
Speling tussen de platen bij rechte kanten
Zet je toch rechtkantige platen en ga je die dichtzetten, laat de langsnaden dan ongeveer drie millimeter open staan. Die groef vul je met een vulmiddel op gipsbasis dat met polyestervezel versterkt is, zodat er echt materiaal in de naad zit in plaats van een dun laagje eroverheen. Reken op minimaal drie keer vullen met schuren met een schuurklos tussendoor. Zelfs dan blijft de kans op aftekening groter dan bij afgeschuinde kanten.
Gebruik je gewone gipsplaat onder stucwerk in plaats van een echte stucplaat, dan wil de stukadoor er meestal eerst een voorstrijk overheen hebben. Die extra stap plus de hogere plaatprijs maakt gewone plaat onder stucwerk duurder dan een stucplaat. Wat er daarna nog aan glad maken en voorbehandelen komt kijken, staat bij het afwerken van gipsplaat.
Dikte gipsplaat voor een wand en de totale wanddikte
Bij een wand is de dikte gipsplaat zelden het probleem, want 12,5 millimeter is hier de gewone keuze. Interessanter is de optelsom: stijl plus beplating aan twee kanten geeft de dikte van je binnenmuur, en die maat moet passen bij je kozijnen en je plinten.
Een houten stijl van 70 millimeter met aan weerszijden 12,5 millimeter gips levert een wand van 95 millimeter. Metalstud van 75 millimeter komt op 100 millimeter uit. Plak je aan één zijde een tweede plaat voor geluid, dan wordt dat 107,5 respectievelijk 112,5 millimeter. Dat lijkt klein, maar een kozijn met een sponning voor 90 millimeter past er dan niet meer zomaar in. Hoe je zo'n wand van onder tot boven opbouwt, staat bij het plaatsen van een tussenwand.
Er is een variant die zich in de praktijk telkens terugbetaalt: eerst 18 millimeter underlayment of OSB op de stijlen schroeven en daar de gipsplaat overheen. Je kunt dan overal iets ophangen in plaats van alleen op de stijlen, en de wand wordt merkbaar steviger. Je wand wordt er wel 18 millimeter dikker van per beplate zijde, dus die maat neem je meteen mee als je een deurkozijn inmeet. Wil je in die wand een doorgang maken, dan lees je bij het plaatsen van een latei hoe je de opening overspant.
| Opbouw van de wand | Totale dikte | Waar dit voor bedoeld is |
|---|---|---|
| Metalstud 50 mm, 12,5 mm gips aan twee zijden | 75 mm | Lichte scheidingswand, bijvoorbeeld om een berging af te schotten |
| Houten stijl 70 mm, 12,5 mm gips aan twee zijden | 95 mm | Gewone kamerscheiding, ruimte voor leidingen en wandcontactdozen |
| Metalstud 75 mm, 12,5 mm gips aan twee zijden | 100 mm | Kamerscheiding met wol ertussen, weinig doorgeleid contactgeluid |
| Houten stijl 70 mm, 18 mm underlayment plus 12,5 mm gips aan twee zijden | 131 mm | Wand waar je overal aan wilt kunnen ophangen |
| Metalstud 100 mm, twee lagen van 12,5 mm aan twee zijden | 150 mm | Wand tussen slaapkamer en woonkamer waar geluid echt telt |
| Gipsblok 70 of 100 mm, gestuct | 80 tot 110 mm | Massieve lichte wand zonder houten of stalen skelet |
Weet je nu al waar de televisie of de wastafel komt, schroef dan voor het dichtzetten een plank van 18 millimeter multiplex tussen de stijlen op die hoogte. Dat kost tien minuten en scheelt later een middag zoeken naar iets om in te schroeven.
Dikte van een voorzetwand en de isolatie erin
Bij een voorzetwand draait de dikte niet om het gips maar om wat erachter zit. De beplating is vrijwel altijd 12,5 millimeter; de isolatiedikte bepaalt hoeveel ruimte je kwijtraakt en wat je ervoor terugkrijgt. Een voorzetwand van 70 millimeter kost je weinig kamer maar levert ook weinig op, en dat is zonde van het werk.
Reken met de Rc van de hele muuropbouw, niet met de Rd van alleen de isolatieplaat. De Rd is de waarde van dat ene materiaal, de Rc telt alle lagen van de constructie op inclusief de bestaande muur. Voor nieuwbouw geldt een gevelwaarde rond Rc 4,7, en dat is een verstandige maat om ook bij het na-isoleren van een oude gevel op te mikken. Met 120 millimeter minerale wol kom je in de buurt; met 70 millimeter blijf je er ver onder.
Wat veel mensen onderschat is het houtaandeel. Elke regel onderbreekt de isolatielaag, en hout isoleert een stuk slechter dan wol of PIR. Bij PIR is dat effect het grootst: een houtaandeel van ruwweg dertien procent kan de rekenwaarde van de laag met tientallen procenten drukken. Minerale wol heeft er minder last van, omdat de wol veerkrachtig is en zich strak tegen het hout aan drukt. Metalstudprofielen geven minder doorsnijding dan houten regels, maar dragen ook minder als je er iets aan wilt hangen.
| Opbouw van de voorzetwand | Isolatie | Dikte vanaf de bestaande muur | Waar het op neerkomt |
|---|---|---|---|
| Houten regels 45 x 70 mm | 70 mm minerale wol | Ongeveer 85 mm inclusief gips | Weinig ruimteverlies, maar de isolatiewaarde blijft laag |
| Houten regels 45 x 95 mm | 95 mm minerale wol | Ongeveer 110 mm | Redelijke stap, valt achter de meeste plinten en kozijnen nog weg |
| Houten regels 45 x 120 mm | 120 mm minerale wol | Ongeveer 135 mm | Wat je nodig hebt om richting de nieuwbouwwaarde te komen |
| Metalstudprofiel 75 mm | 75 mm wol tussen de profielen | Ongeveer 90 mm | Minder doorsnijding dan hout, minder draagkracht voor ophangen |
| PIR met gips erop, direct tegen de muur | 40 tot 90 mm PIR | Ongeveer 52 tot 102 mm | Dun voor de isolatiewaarde, maar naden en aansluitingen luisteren nauw |
| Kalkhennepblokken, gestuct | Blok van 100 tot 150 mm | 100 tot 150 mm plus stuclaag | Geen houtskelet en vochtregulerend, wel een forse materiaalprijs |
De aansluiting bij de verdiepingsvloer is het zwakke punt. Een voorzetwand loopt tot het plafond en stopt daar, terwijl de gevel achter de vloerbalken gewoon doorloopt. Op die strook tussen plafond en vloer erboven zit dan geen isolatie en die wordt kouder dan de rest, met kans op condens en schimmel. Bedenk vóór je begint hoe je die zone aanpakt, want achteraf betekent het plafond openen.
Dikte van bestaande binnenmuren en spouwmuren
Wie in een bestaande woning gaat isoleren of ophangen, wil weten wat er nu staat. De dikte van een binnenmuur en van een spouwmuur is per bouwperiode redelijk voorspelbaar, en dat helpt je bij het kiezen van pluggen, schroeflengtes en isolatiedikte. Meten blijft altijd beter dan aannemen, bijvoorbeeld in de dagkant van een raam of een deur. Welke wandopbouw in welke ruimte thuishoort, vind je terug in ons overzicht over wanden en plafonds.
Bij een jaren 30 woning kom je meestal een opbouw tegen van 110 millimeter buitenblad, 50 millimeter spouw en 110 millimeter binnenblad, samen ongeveer 270 millimeter. In de praktijk is die spouw smaller dan de tekening zegt, want het binnenblad werd vaak vertind met een laagje specie. Daarmee houd je 40 tot 45 millimeter over, met verder bouwpuin en cementbaarden erin. Bij woningen uit de jaren zestig is de spouw doorgaans wat ruimer, ongeveer 50 tot 70 millimeter tussen twee bladen van 100 millimeter.
De dikte van een binnenmuur in nieuwbouw ligt tussen de 100 en 150 millimeter als het metselwerk is. Kalkzandsteen en keramische snelbouwstenen zijn er in 100, 120, 140 en 150 millimeter. Voor een dragende wand in een woning met meerdere verdiepingen is 100 millimeter te licht, en welke steen daar wel mag bepaalt de constructeur. Een lichte scheidingswand van gipsblokken of gipsplaat komt uit tussen de 70 en 110 millimeter. Meer over die massieve variant staat bij wanden van gipsblokken en bij gibo blokken en hun maatvoering.
| Muur | Gangbare dikte | Waar je op stuit |
|---|---|---|
| Spouwmuur jaren 30 | 110 mm buitenblad, 50 mm spouw, 110 mm binnenblad, samen circa 270 mm | Het binnenblad is vaak vertind, waardoor er 40 tot 45 mm spouw overblijft |
| Spouwmuur jaren 60 | 100 mm buitenblad, 50 tot 70 mm spouw, 100 mm binnenblad, samen 250 tot 280 mm | Spouwankers uit die periode kunnen roesten, laat dat bekijken voor je isoleert |
| Binnenmuur kalkzandsteen | 100, 120 of 150 mm | Dragend werk vraagt meestal 150 mm of meer, de constructeur bepaalt dat |
| Keramische snelbouwsteen | 100, 140 of 200 mm | 100 mm is voor niet-dragend werk, voor dragend ga je naar 140 of 200 mm |
| Gipsblokken | 50, 70 of 100 mm | 70 mm valt netjes in de sponning van een kozijn van 90 mm, 50 mm is dun |
| Gipsplaten scheidingswand | 95 tot 150 mm afhankelijk van stijl en aantal lagen | Ophangen kan alleen op de stijlen of op plaatmateriaal erachter |
| Binnenmuur nieuwbouw | 100 tot 150 mm steen, of 95 tot 131 mm als lichte wand | Vraag de aannemer welke steen er komt, dat scheelt in ophangen en geluid |
Wil je weten hoe dik een muur werkelijk is, meet dan in de dagkant van een deur of raam en tel het stucwerk aan beide zijden erbij op. Bij een buitenmuur meet je vanaf de buitenkant van het kozijn tot de binnenafwerking, en trek daar de dikte van de raamdorpel af.
Hoe je meet hoe dik de gipsplaat is die er al zit
Ben je net verhuisd en zijn alle binnenmuren van gipsplaat, dan wil je voor het ophangen weten waar je in schroeft. Er zijn vier manieren om dat vast te stellen, en ze kosten alle vier minder dan tien minuten.
De eenvoudigste is de plint langs de vloer even losnemen. Een gipsplaat wordt nooit strak tegen de vloer gezet, dus daar zie je de kop van de plaat en meet je hem gewoon op. Hetzelfde geldt vaak bij de aansluiting op het plafond. Werkt dat niet, haal dan de afdekplaat van een wandcontactdoos of een schakelaar af: langs de inbouwdoos kijk je zo tegen de doorsnede aan.
Is er niets los te maken, boor dan een gaatje van drie millimeter op de plek waar je toch iets wilt ophangen. Plak een stukje tape op de boor op tien millimeter zodat je merkt wanneer je erdoorheen bent. Buig daarna een haakje aan een stukje elektradraad, steek dat door het gat, trek het tegen de achterkant aan en streep aan de voorzijde af. Het stukje draad tussen haakje en streep is de plaatdikte, en dat trucje vertelt je meteen hoeveel ruimte er achter de plaat zit.
Die laatste maat is in de praktijk belangrijker dan de plaatdikte zelf. Het verschil tussen 9,5 en 12,5 millimeter is drie millimeter en daar rekent vrijwel elke hollewandplug omheen. De ruimte achter de plaat bepaalt wel of een plug kan openklappen en welke schroeflengte je nodig hebt.
Wat de dikte betekent voor ophangen en schroeven
Gips draagt zelf vrijwel niets. Wat je aan een gipsplaat hangt, hangt aan de plug die achter de plaat klemt of aan het hout of staal erachter. De plaatdikte speelt daarbij een kleinere rol dan de meeste mensen denken, want gipsplaatpluggen en hollewandpluggen verankeren zichzelf en dekken het bereik van 9,5 tot 12,5 millimeter allebei af.
Voor lichte dingen als een schilderij of een kleine spiegel is een gipsplaatplug prima. Bij een boekenplank, een keukenkastje of een televisiebeugel gaat het mis: die belasting wil je op de stijl hebben, of op plaatmateriaal dat over meerdere stijlen doorloopt. Een enkele plaat van 12,5 millimeter scheurt onder een moment aan de wand, en twee lagen gips maken dat maar beperkt beter.
Bij het schroeven van de platen zelf geldt een simpele regel: de schroef moet minimaal 25 millimeter in het hout of tien millimeter in het metalen profiel pakken. Bij 12,5 millimeter gips op hout gebruik je dus schroeven van 35 tot 45 millimeter, bij 9,5 millimeter volstaat 25 tot 35 millimeter. Zet je een tweede laag over de eerste, dan tel je die dikte er gewoon bij op en ga je naar 55 millimeter. Bij een gemetselde binnenmuur ligt dat anders: daar bepaalt de steensoort de plug, en boven een doorgang zorgt de rollaag boven het kozijn voor de overspanning.
Zo bepaal je welke dikte je nodig hebt
Loop deze volgorde door voordat je bestelt, want de laatste stap kan de eerste nog omgooien.
-
Bepaal eerst wat je beplaat
Een plafond, een wand of een voorzetwand stellen andere eisen. Boven je hoofd telt het eigen gewicht van de plaat mee en gaat doorzakken meespelen. Bij een wand telt vooral de totale opbouwdikte en wat je eraan gaat hangen. Schrijf op wat de wand of het plafond moet doen voordat je naar diktes kijkt.
-
Meet de hart-op-hartafstand van het regelwerk
Dit is het getal dat je keuze het meest stuurt. Tot ongeveer 320 millimeter kan 9,5 millimeter mee, daarboven ga je naar 12,5 millimeter. Ligt het regelwerk er al en zit het ruimer dan je dacht, dan is een dikkere plaat goedkoper dan alles opnieuw uitzetten.
-
Kies de plaatlengte op de ruimte
Een plafond zonder kopse naad wordt altijd mooier dan een plafond met een naad in het midden. Meet de kortste overspanning van de ruimte en zoek een plaatlengte die daar overheen komt. Dat je daarmee bij 12,5 millimeter uitkomt, is geen probleem maar een gevolg.
-
Kijk naar de randafwerking bij je afwerking
Ga je stucen, dan is een rechtkantige stucplaat van 9,5 millimeter de logische keuze. Ga je voorstrijken en sausen, dan wil je afgeschuinde kanten, en bij een ruimte die langer is dan de plaat vier afgeschuinde kanten. Deze stap voorkomt dat je later alsnog een stukadoor moet bellen.
-
Tel de hele opbouw op tot één maat
Stijl plus isolatie plus beplating plus eventueel underlayment geeft de dikte van je wand. Houd die maat naast je kozijnsponning, je plint en je deurmaat. Bij een voorzetwand toets je hem ook aan de vensterbank en de radiatorplek, want die schuiven mee naar binnen.
-
Controleer het gewicht en het tilwerk
Vermenigvuldig de plaatoppervlakte met ruwweg tien kilo per vierkante meter bij 12,5 millimeter. Kom je boven de dertig kilo per plaat en gaat het om een plafond, regel dan een platenlift of een tweede paar handen. Dit is de stap waarop mensen ongelukken krijgen, niet op het schroeven.
-
Bestel met reserve en controleer de levering
Reken vijf tot tien procent extra voor pas- en reststukken, want stukken korter dan dertig centimeter gebruik je niet meer in een plafond. Meet bij aflevering één plaat na met een schuifmaat. Een lading die als 12,5 besteld is en als 9,5 geleverd wordt, gooit je hele schroef- en regelplan om.
Droogtijden
Per materiaal de droogtijd, de overschilderbaar-tijd en de volledige uithardingstijd, met de invloed van temperatuur en luchtvochtigheid. Bekijk alle gegevens
| Soort werk | Materiaal | Stofdroog | Overschilderbaar of belastbaar | Volledig uitgehard | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|---|
| Kit | Acrylaatkit | 20 tot 40 minuten | na 6 tot 12 uur overschilderbaar | 24 tot 48 uur | Te vroeg overschilderen geeft scheurtjes in de verf omdat de kit nog krimpt. |
| Kit | Siliconenkit (sanitair) | 10 tot 20 minuten | niet overschilderbaar | 24 uur per 2 mm dikte | Een dikke kitrand hardt van buiten naar binnen uit. Een rand van 8 mm heeft dus rustig drie tot vier dagen nodig. |
| Kit | Hybride kit (MS-polymeer) | 15 tot 30 minuten | na 24 uur overschilderbaar | 24 tot 72 uur | Hardt uit met luchtvochtigheid. In een droge, koude ruimte duurt het merkbaar langer. |
| Kit | Polyurethaankit | 30 tot 60 minuten | na 24 uur | 3 tot 5 dagen | Blijft lang plakkerig aanvoelen terwijl hij vanbinnen al hard is. |
| Kit | Montagekit | 30 minuten voorgrip | na 24 uur belastbaar | 3 tot 7 dagen op volle sterkte | Zwaar materiaal te snel loslaten zorgt dat het langzaam wegzakt. |
| Stucwerk | Stucpasta of finishpasta | 2 tot 4 uur | na 12 tot 24 uur schuren | 24 tot 48 uur | Op een niet-voorgestreken ondergrond droogt de pasta te snel en scheurt hij. |
| Stucwerk | Gips (raaplaag) | 12 uur per laag | na 24 uur verder werken | 1 week per centimeter dikte | Verven op nog vochtig gips geeft doffe plekken en later bladderende verf. |
| Stucwerk | Cementgebonden pleister | 24 uur | na 3 dagen | 2 tot 4 weken | Een dikke laag in een koude ruimte kan weken nat blijven. |
| Stucwerk | Vulmiddel voor gaatjes | 20 tot 60 minuten | na 1 tot 2 uur schuren | 4 tot 8 uur | Diepe gaten in een keer vullen zakt in. Vul in twee lagen. |
| Verf | Muurverf op waterbasis (latex) | 30 tot 60 minuten | na 4 tot 6 uur tweede laag | 2 tot 4 weken | De verf voelt na een dag hard aan maar is pas na weken echt schrobvast. |
| Verf | Grondverf op waterbasis | 1 uur | na 4 tot 6 uur schuren en aflakken | 24 uur | Onvoldoende schuren tussen de lagen geeft slechte hechting van de lak. |
| Verf | Grondverf op terpentinebasis | 4 tot 6 uur | na 16 tot 24 uur | 3 tot 5 dagen | Bij minder dan 10 graden droogt hij nauwelijks door. |
| Verf | Lak op waterbasis | 1 tot 2 uur | na 6 uur tweede laag | 5 tot 7 dagen | Deuren te vroeg sluiten laat de lak aan de sponning vastplakken. |
| Verf | Lak op terpentinebasis | 4 tot 8 uur | na 24 uur | 1 tot 2 weken | Blijft in een vochtige ruimte dagen kleverig. |
| Verf | Voorstrijkmiddel | 1 tot 2 uur | na 2 tot 4 uur verder | 12 uur | Doorwerken op een nog glimmend voorstrijk sluit vocht in. |
| Vloer | Egaliseermiddel | 3 tot 6 uur beloopbaar | na 24 uur vloer leggen | 1 dag per millimeter | Een laag van 10 mm is pas na ruim een week droog genoeg voor pvc. |
| Vloer | Cementdekvloer | 24 tot 48 uur beloopbaar | na 3 weken belastbaar | 1 week per centimeter, daarna langzamer | Een dekvloer van 6 cm heeft zeker 6 tot 10 weken nodig voor een dampdichte vloer erop mag. |
| Vloer | Anhydriet gietvloer | 24 tot 48 uur | na 5 tot 7 dagen | 3 tot 6 weken | De zwakke bovenlaag moet er eerst af geschuurd worden. |
| Vloer | Betonvloer gestort | 24 uur ontkisten | na 7 dagen licht belastbaar | 28 dagen op sterkte | Te snel laten uitdrogen geeft krimpscheuren. Houd hem een week vochtig. |
| Tegelwerk | Tegellijm (standaard) | niet belopen | na 24 uur voegen | 7 dagen | Voegen op nog natte lijm geeft vlekken in de voeg en slechte hechting. |
| Tegelwerk | Tegellijm (sneldrogend) | niet belopen | na 4 tot 6 uur voegen | 24 uur | Handig bij een douchevloer, maar je hebt maar 20 minuten verwerkingstijd. |
| Tegelwerk | Voegmortel | 2 tot 3 uur nawassen | na 24 uur licht belastbaar | 7 dagen voor douchegebruik | Te snel douchen spoelt de voeg uit en geeft zandende voegen. |
| Tegelwerk | Smeerbare afdichting (kimband en pasta) | 3 tot 4 uur per laag | na 12 tot 24 uur tegelen | 24 uur | Twee dunne lagen werken beter dan een dikke. |
| Behang | Behangplaksel op vliesbehang | direct hangen | na 24 uur droog | 48 uur | Verwarming vol aanzetten laat de naden openstaan. |
| Behang | Glasweefsel met muurverf gelijmd | 6 uur | na 24 uur overschilderen | 48 uur | Te vroeg de tweede laag geeft blaasjes. |
| Hout | Houtlijm (pva) | 20 tot 30 minuten klemmen | na 1 uur voorzichtig hanteren | 24 uur op volle sterkte | Te weinig klemdruk geeft een lijmnaad die later openscheurt. |
| Hout | Constructielijm (polyurethaan) | 40 minuten klemmen | na 3 uur | 24 uur | Schuimt op en drukt uit de naad. Vooraf afplakken scheelt schuurwerk. |
| Hout | Houtvuller op waterbasis | 30 minuten | na 1 uur schuren | 4 uur | Diepe gaten zakken in. Vul in lagen van maximaal 5 mm. |
| Hout | Epoxy houtreparatie | 30 tot 90 minuten | na 4 tot 6 uur schuren | 24 uur | Onder 10 graden hardt hij niet goed uit en blijft hij rubberig. |
| Hout | Beits op waterbasis | 1 uur | na 4 uur tweede laag | 24 tot 48 uur | In de volle zon droogt de beits te snel en krijg je aanzetstrepen. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de platen bestelt
Uit de praktijk
Een woonkamer van 3,4 meter breed met platen van 12,5 millimeter
Het regelwerk zat er al, hart op hart 35 centimeter, en het plan was om te sausen zonder te stucen. De boeken zeggen dat 9,5 millimeter voor een plafond volstaat, maar in die dikte zijn de platen met afgeschuinde kanten niet langer dan drie meter te krijgen. Daarmee zou er precies in het midden van de kamer een kopse naad komen.
Het werd 12,5 millimeter in 3600 bij 1200, dwars op het regelwerk geschroefd om de 30 centimeter. Voor één dag is er een platenlift gehuurd, en dat was de beslissing die de klus omdraaide: die platen wegen ruim veertig kilo en breken onder hun eigen gewicht als je ze verkeerd ondersteunt. De naden zijn met gaasband en voegenvuller twee keer gevuld, met schuren tussendoor, en daarna afgewerkt met een laag finisher die licht is opgeschuurd.
De test was een bouwlamp die vlak langs het plafond scheen. Geen hoogteverschil zichtbaar, geen voelbare randen. Na twee lagen latex was er niets meer van de banen te zien. Bij een kamer van vijf meter breed zouden we het anders doen: daar wordt de kopse naad onvermijdelijk en kies je platen met vier afgeschuinde kanten, anders krijg je op die naad haarscheurtjes.
Stucplaten van 9,5 millimeter die direct gesausd zouden worden
Om kosten te sparen zou een plafond van rechtkantige platen van 9,5 millimeter zonder stucwerk afgewerkt worden. Op papier kan dat: platen drie millimeter uit elkaar zetten, de regels haaks eronder, en de naad dichtzetten met een vezelversterkt vulmiddel op gipsbasis. In de praktijk zaten er drie vulronden met schuren tussendoor in en bleef het spannend.
Het probleem is dat er bij een rechte kant geen verdieping is waarin de band kan liggen. Je hebt dus weinig materiaal in de naad en veel materiaal erboven, en je kunt niet fatsoenlijk afgazen. Zodra er op de verdiepingsvloer erboven gestampt wordt, tekent zo'n naad zich af. Onder strijklicht is dat direct zichtbaar.
De keuze werd uiteindelijk teruggedraaid naar stucplaten van 9,5 millimeter in wildverband, met de kopse kanten strak tegen elkaar op een regel en de langsnaden met wat speling. Alle naden afgegaasd en het geheel laten stucen. Een offerte voor het stucwerk viel mee, en het resultaat is met verf alleen niet te halen.
Een voorzetwand die de isolatiewaarde niet haalde
In een gestript huis uit de jaren dertig zouden de gevels op de begane grond van binnenuit geïsoleerd worden met houten regels van 120 millimeter en minerale wol daartussen, afgewerkt met OSB en gips. Op papier gaf dat een isolatiewaarde van ongeveer 3, terwijl de nieuwbouwnorm rond 4,7 ligt.
Twee dingen kwamen daarbij naar boven. De eerste is het verschil tussen de waarde van de isolatieplaat zelf en de waarde van de hele muuropbouw: alleen de tweede zegt iets over wat je gevel doet. De tweede is het lattenframe, dat de isolatielaag doorsnijdt. Bij PIR drukt dat de waarde fors, bij minerale wol minder omdat de wol veerkrachtig tegen het hout aan blijft staan.
Er speelde ook een misverstand: het idee dat de voorzetwand de balklaag zou ondersteunen en daarmee de muurankers zou ontlasten. Dat gebeurt niet. Een voorzetwand staat op de vloer en neemt geen last van de gevel over, en de balken opkrikken is precies wat je niet moet doen. Wie kan kiezen isoleert liever aan de buitenzijde, want dan blijven de balkkoppen binnen de isolatieschil en verlies je binnen geen centimeter.
De plaatdikte zoeken voor de verkeerde vraag
Na een verhuizing bleken alle binnenmuren van gipsplaat te zijn en werd er gezocht naar de plaatdikte om de juiste pluggen te kunnen kopen. Er is met een boortje een gaatje gemaakt met tape op tien millimeter, en met een omgebogen stukje elektradraad is de dikte afgestreept. Het bleek 12,5 millimeter.
Die maat was uiteindelijk niet waar het om draaide. Het verschil tussen 9,5 en 12,5 millimeter is drie millimeter, en een hollewandplug of gipsplaatplug klemt in beide gevallen prima. Wat wel uitmaakte was de holle ruimte achter de plaat, want die bepaalt of een plug kan openklappen en hoe lang de schroef moet zijn. Datzelfde stukje draad gaf die maat in één beweging mee.
De zwaardere spullen zijn daarna op de stijlen gemonteerd, gevonden door langs de wand te tikken en de schroefkoppen te zoeken die door de verf heen aftekenen. Voor de televisiebeugel is het gips plaatselijk opengesneden en is er een strook multiplex tussen twee stijlen geschroefd.
Veelgemaakte fouten
De dikte kiezen zonder naar het regelwerk te kijken
Negen komma vijf millimeter is niet zwakker of sterker, het is bedoeld voor regels die dichter op elkaar zitten. Zet je die plaat op regelwerk om de 50 centimeter, dan zakt hij tussen de regels door en zie je golven zodra er strijklicht op valt. Meet de afstand dus eerst en kies daarna.
Rechtkantige stucplaten willen sausen
Een stucplaat heeft geen verdieping langs de rand, dus de naadvulling komt bovenop het vlak te liggen. Je krijgt hem met veel moeite en drie vulronden bijna glad, maar bij de eerste trilling van boven scheurt de naad. Deze plaat is gemaakt om onder een stuclaag te verdwijnen.
Alleen op de langskanten letten en de kopse naad vergeten
Standaardplaten hebben afgeschuinde langskanten en rechte kopse kanten. Is je ruimte langer dan de plaat, dan krijg je een kopse naad die je op het vlak moet opbouwen en die veel eerder aftekent. In grotere ruimtes zijn platen met vier afgeschuinde kanten de rustiger keuze.
Grote platen alleen boven je hoofd tillen
Een plaat van 1200 bij 3600 in 12,5 millimeter weegt ruim veertig kilo en knapt door als je hem in het midden ondersteunt. Op een ladder gaat dat een keer verkeerd. Een platenlift kost een dagdeel huur en is bij plafondwerk het verschil tussen een klus en een ongeluk.
De wanddikte pas uitrekenen als het kozijn er al is
Achttien millimeter underlayment achter je gips maakt de wand per zijde bijna twee centimeter dikker. Een kozijn met een sponning voor 90 millimeter past dan niet meer. Tel de hele opbouw op voordat je hout bestelt, dan hoef je later geen kozijn uit te vullen met latjes.
Denken dat dikker gips vanzelf geluid tegenhoudt
Massa helpt, maar geluid hangt vooral aan de combinatie van massa, een luchtdichte aansluiting en isolatiewol in de spouw van de wand. Twee lagen gips op een wand die aan de vloer niet is afgekit levert weinig op. Vul de wand met wol en kit de randen dicht.
De isolatiedikte kiezen op de waarde van alleen de plaat
De waarde die op de isolatieplaat staat, gaat over dat materiaal alleen. Wat je gevel werkelijk doet, is de opgetelde waarde van alle lagen, en daar drukken de houten regels doorheen. Reken de hele opbouw door voordat je op 70 millimeter blijft steken en te weinig overhoudt.
Zware spullen aan de plaat hangen in plaats van aan de stijl
Een gipsplaatplug houdt een schilderij, geen boekenplank. Bij een kastje of een televisiebeugel werkt er een moment op de plaat en scheurt het gips rond de plug uit. Zoek de stijl, of schroef vooraf een strook multiplex tussen de stijlen op de hoogte waar het komt te hangen.
Veelgestelde vragen
Welke dikte gipsplaat voor het plafond?
Zit je regelwerk hart op hart tot ongeveer 320 millimeter, dan kan 9,5 millimeter. Bij ruimere afstanden en bij alles wat je wilt sausen in plaats van stucen, kies je 12,5 millimeter. Wij pakken op een plafond bijna altijd 12,5, omdat de plaat stijver is, de naad meer vlees heeft en je er geluidsdemping bij krijgt. Het gewicht is dan wel iets om vooraf te regelen.
Kan een plafond met gipsplaten van 12,5 mm, of is dat te zwaar?
Dat kan prima, ook op regelwerk om de 35 centimeter. Eenmaal vastgeschroefd hangt er niets door. Het zware zit in de montage: een plaat van 1200 bij 3600 millimeter komt boven de veertig kilo uit en breekt onder zijn eigen gewicht als je hem verkeerd ondersteunt. Werk met twee man en steunstokken, of huur een platenlift voor één dag. Schroeven om de 25 tot 30 centimeter is voor deze dikte gebruikelijk.
Welke dikte gipsplaten zijn er te koop?
De gangbare diktes gipsplaat zijn 9,5 en 12,5 millimeter. Daarboven bestaan platen van 15 en 18 millimeter voor geluid, brand en stootbelasting, maar die liggen zelden in de bouwmarkt en zijn meestal bestelwerk. In 9,5 millimeter kun je bij een goede bouwmaterialenhandel lengtes tot 4800 millimeter krijgen in een breedte van 600 millimeter. In 12,5 millimeter zijn 2600, 3000 en 3600 millimeter bij 1200 breed de gewone maten.
Welke dikte gipsplaat voor een wand of muur?
Voor een wand is 12,5 millimeter de standaard, ook op stijlen om de 40 centimeter. Alleen bij beplating op regels die dicht op elkaar zitten en bij werk dat gestuct wordt, is 9,5 millimeter zinnig. Wil je geluid tegenhouden of veel aan de wand hangen, dan is een tweede laag van 12,5 millimeter met verspringende naden effectiever dan één dikkere plaat. Reken die extra dikte wel mee in je kozijnmaat.
Hoe dik moet een voorzetwand zijn?
De dikte van een voorzetwand wordt bepaald door de isolatie erin, niet door het gips. Met houten regels van 45 bij 70 millimeter kom je inclusief beplating op ongeveer 85 millimeter, met regels van 120 millimeter op ongeveer 135 millimeter. Metalstud van 75 millimeter geeft ongeveer 90 millimeter. Ga voor de dikste variant die je qua ruimte kunt missen, want een dunne voorzetwand kost bijna evenveel werk en levert veel minder op.
Welke isolatiedikte hoort er in een voorzetwand?
Veertig millimeter wol schiet niet op, dat is de dikte waar je later spijt van krijgt. Honderdtwintig millimeter minerale wol tussen regels van 45 bij 120 millimeter is de maat waarmee je richting de nieuwbouwwaarde van ongeveer 4,7 komt. Reken met de opgetelde waarde van de hele muuropbouw en houd rekening met de houten regels die de laag doorsnijden. Bij PIR is dat effect groter dan bij wol, omdat wol veerkrachtig tegen het hout aan blijft staan.
Wat is de dikte van een spouwmuur in een jaren 30 woning?
De klassieke opbouw is 110 millimeter buitenblad, 50 millimeter spouw en 110 millimeter binnenblad, samen ongeveer 270 millimeter. In werkelijkheid is de spouw vaak smaller, omdat het binnenblad vertind werd met een laagje specie. Reken dan op 40 tot 45 millimeter vrije ruimte, vaak met bouwpuin en cementbaarden erin. Bij zo'n smalle en vervuilde spouw levert na-isoleren weinig op en is een voorzetwand aan de binnenzijde meestal het verstandiger plan.
En hoe dik is de spouwmuur bij een jaren '60 woning?
Daar kom je meestal twee bladen van 100 millimeter tegen met een spouw van 50 tot 70 millimeter, samen 250 tot 280 millimeter. Die spouw is dus iets ruimer dan bij vooroorlogse woningen en daarmee interessanter om te vullen. Let bij deze bouwperiode wel op de spouwankers: die roesten in woningen uit de jaren zestig tot negentig regelmatig, en meer vocht in de spouw kan dat versnellen. Laat de spouw eerst met een camera inspecteren.
Wat is de dikte van een binnenmuur in nieuwbouw?
Bij metselwerk ligt de dikte van een binnenmuur tussen de 100 en 150 millimeter. Kalkzandsteen en keramische snelbouwstenen zijn er in 100, 120, 140 en 150 millimeter. Voor een niet-dragende wand voldoet 100 millimeter, voor dragend werk in een woning met meerdere verdiepingen ga je naar 140 millimeter of dikker en stelt de constructeur eisen aan de steen. Een lichte scheidingswand van gipsblokken of gipsplaat komt uit tussen de 70 en 110 millimeter.
Hoe kom ik erachter hoe dik mijn gipsplaten muur is?
Neem de plint langs de vloer los, want de plaat staat daar nooit strak tegenaan en je meet hem zo op. Lukt dat niet, haal dan de afdekplaat van een wandcontactdoos of schakelaar. De derde manier is een gaatje van drie millimeter boren met tape op de boor op tien millimeter, en daar een omgebogen stukje elektradraad doorheen steken dat je tegen de achterkant trekt en aan de voorzijde aftekent.
Maakt de dikte van de gipsplaat uit voor de pluggen?
Nauwelijks. Het verschil tussen 9,5 en 12,5 millimeter is drie millimeter, en gipsplaatpluggen en hollewandpluggen verankeren zichzelf binnen dat bereik. Wat wel telt is de ruimte achter de plaat, want die bepaalt of een plug kan openklappen en welke schroeflengte je nodig hebt. Voor alles wat zwaarder is dan een schilderij zoek je de stijl op of schroef je vooraf een strook multiplex tussen de stijlen.
Hoe lang moet de naadafwerking drogen voordat ik kan sausen?
Reken per laag voegenvuller op minstens een etmaal bij normale kamertemperatuur, en langer in een koude of slecht geventileerde ruimte. Schuren doe je pas als de laag helemaal licht van kleur is; een grauwe plek is nog vochtig en smeert. Voor de acrylaatkit die je in de aansluiting tussen plafond en muur zet, vind je de wachttijden in onze tabel met droogtijden per materiaal. Voorstrijken doe je daarna, over het hele vlak.
Wanneer je beter een vakman belt
Het kiezen en monteren van gipsplaat is werk dat je zelf kunt doen. Er zijn wel vier momenten waarop je stopt en iemand belt.
Het eerste is elke wand die iets draagt. Ga je een binnenmuur weghalen of een doorgang maken, dan bepaalt een constructeur welke steendikte en welke overspanning nodig zijn. Bij een woning met meerdere verdiepingen is een binnenmuur van 100 millimeter daarvoor doorgaans te licht, en dat is geen inschatting die je op de bouwplaats maakt.
Het tweede is plafondwerk op hoogte met grote platen. Boven een trapgat of bij een plafondhoogte waar je op een rolsteiger moet staan, is een tweede paar handen niet genoeg en huur je een platenlift of laat je het doen.
Het derde is het na-isoleren van de spouw. Dat is specialistisch werk waarbij de spouw eerst met een camera geïnspecteerd hoort te worden op vervuiling, cementbaarden en de staat van de spouwankers. Vraag om garantie op het resultaat, en houd er rekening mee dat bij het inbrengen van polyurethaan schadelijke stoffen vrijkomen waarvoor je de woning moet verlaten.
Het vierde is het openen van oude plafonds of wandafwerking in woningen van voor 1994. Kom je daar plaatmateriaal tegen dat op asbesthoudend board lijkt, leg dan het werk stil en laat het bemonsteren voordat je verder gaat.