Dakraam en dakkapel: problemen oplossen, afwerken en onderhouden
De meeste klachten aan een dakraam of dakkapel vallen in een van vier hoeken: het beslag van het raam zelf, de waterhuishouding van gootstukken en folie, de afwerking en isolatie aan de binnenkant, of de constructie eronder. Een klemmend Velux-raam, een losgeschoten rolgordijnkoord en een vervangen tochtstrip zijn zelf te doen. Zodra er een gording of spoor doorgezaagd moet worden, of er rookgas door het dak gaat, stopt het doe-het-zelfwerk.
Alle gidsen over dakraam & dakkapel
Dakkapel binnenkant
De binnenkant van een dakkapel afwerken is vooral een kwestie van volgorde: eerst isolatie tot in alle hoeken, dan een…
Trespa dakkapel
Trespa op een dakkapel is een compacte kunstharsplaat die je droog en geventileerd op regelwerk monteert, met een spouw van…
Dubbele dakkapel
Twee dakkapellen naast elkaar op hetzelfde dakvlak kunnen allebei vergunningvrij zijn, zolang elke dakkapel op zichzelf aan de landelijke maten…
Eerst bepalen waar je probleem zit
Wie iets aan een dakraam of dakkapel wil doen, heeft een van vier soorten klussen voor zich. De eerste is het raam zelf: beslag, sluiting, tochtstrips en het rolgordijn. De tweede is de waterhuishouding: gootstukken, folie, loodslabben en de aansluiting op het dak, het terrein waar lekkages ontstaan. Hoe die waterhuishouding in het hele dak werkt, lees je in ons overzicht van alle klussen aan dak en zolder.
De derde is de afwerking en isolatie aan de binnenzijde. Voor een dakkapel hebben we dat volledig uitgewerkt in de gids over de binnenkant van de dakkapel afwerken, van knieschot tot vensterbank. De vierde is de constructie: onderslagbalken, ravelingen en alles waar een vergunning bij komt kijken.
Die volgorde is ook de volgorde van deze pagina. Begin bij de klacht die je nu hebt, en kijk daarna pas naar wat je in dezelfde moeite kunt meenemen. Wie toch de aftimmering openmaakt voor een lekkage, kan meteen isoleren en de folie goed leggen.
Een Velux dakraam dat niet goed meer sluit of opent
Veruit de meeste Velux-problemen zitten in het beslag van het dakraam, niet in het raam zelf. Een raam dat bij de minste wind openvliegt, heeft meestal een vergrendeling die niet meer uitschuift of een vervuilde sluitkom. Controleer bij geopend raam of de schoot naar buiten komt als je de greep bedient, en maak de sluitkom in het kozijn schoon voordat je onderdelen bestelt. Slotplaten en complete sluitingen zijn per raamtype los leverbaar, dus een versleten sluiting vervangen kan zonder het raam te vervangen.
Hangt het raam scheef of sluit het aan één kant niet, kijk dan naar de scharnierpunten. Het draaiende deel rust links en rechts met een halve maan in het kozijnbeslag, geborgd met een schroef of drukpen zodat het raam er niet uit kan schieten. Zit een kant niet goed in de halve maan, dan sluit het raam nooit meer vlak. Neem het raam uit, haak het opnieuw in en controleer met een blokhaak of het kozijn zelf haaks is, want een scheef gemonteerd kozijn trekt het raam blijvend uit verband. Blijft het raam na het opnieuw inhaken scheef hangen, dan is het beslag opnieuw afstellen de volgende stap.
Wil je het raam eruit halen om het te demonteren of te vervangen, dan geldt bij de meeste typen: raam volledig kantelen, de borging bij het draaipunt losmaken en het raam recht omhoog uit de halve manen tillen. Doe dat met twee personen, want een raam van 78 bij 140 cm is zwaarder dan het lijkt.
| Klacht | Waarschijnlijke oorzaak | Wat je doet |
|---|---|---|
| Raam vliegt open bij wind, sluit niet | Vergrendeling schuift niet uit of sluitkom zit vol vuil | Sluitkom reinigen, beslag smeren, anders slotplaat of sluiting vervangen |
| Raam hangt scheef, sluit aan één kant niet | Scharnier zit niet goed in de halve maan of het kozijn staat niet haaks | Raam uitnemen en opnieuw inhaken, kozijn met blokhaak controleren |
| Raam klemt of zit vast in de sponning | Gezwollen hout, verfranden of verzakt beslag | Raam stellen, sponning bijwerken, beslag smeren |
| Raam blokkeert halverwege het kantelen | Vervuild frictiebeslag of een voorwerp in de geleiding | Beslag reinigen en smeren met siliconenspray |
| Tocht en fluitgeluiden langs de randen | Platgedrukte of gescheurde tochtstrip | Tochtstrip vervangen, te bestellen op de raamcode |
| Greep zit los of is afgebroken | Uitgesleten schroefgaten of gebroken hendel | Dakraam hendel los bestellen en vervangen |
| Raam gaat niet meer open | Raam staat nog vergrendeld of de schoot hangt in de kom | Raam van het slot halen via de greep, schoot gangbaar maken |
Het rolgordijn van een dakraam en de koordjes die stukgaan
Het verduisterende rolgordijn op een Velux dakraam, de DKL-cassette, hangt aan twee geleidekoorden die op spanning worden gehouden door veertjes in de cassette. Gaat een koord stuk of schiet het los, dan blijft het gordijn niet meer dicht, rolt het scheef op of schiet het omhoog zodra je het loslaat. Een koord dat ineens twee keer zo lang lijkt, is niet uitgerekt: de knoop of de kunststof houder van het veertje is losgekomen, en dan is de spanning weg.
De reparatie is te doen als je een setje nieuwe koorden hebt. Op de cassette staat een typenummer, bijvoorbeeld DKL met de raamcode erachter, en daarmee bestel je het juiste koordset. Haal de cassette van het raam, leg het gordijn plat en werk rustig: het is puzzelwerk met kleine onderdelen, geen kracht. Bij het terugplaatsen span je de veer door het koord een paar slagen voor te spannen voordat je het vastzet.
Rolt het gordijn niet meer op, dan is meestal de veerspanning eraf en helpt hetzelfde voorspannen. Het koord van een insectenhor vervang je op dezelfde manier, en het muggengaas of insectenfilter van de ventilatieklep is als los onderdeel leverbaar en klikt er zonder gereedschap in.
Lekkage bij een dakraam is bijna altijd de waterhuishouding
Een dakraam dat lekt bij harde regen is zelden een kapot raam. Het water hoort via de gootstukken om het raam heen te lopen, en het folie van het dak hoort dat water aan te voeren. Loopt de dakfolie niet ín de goot boven het raam maar erlangs of erboven dood, dan druppelt het bij stevige regen via de folie de constructie in. Je ziet dat als een natte plek of schimmel in een hoek van de aftimmering, vaak maanden voordat het echt gaat druppen.
Bij moderne montage zit er een waterkerend manchet om het raam dat op de folie aansluit, en boven het raam een afwateringsgoot waar de folie in afwatert. Bij oudere ramen ontbreekt dat allemaal. Lekt zo'n raam bovenaan, dan is de nette reparatie de folie boven het raam insnijden en er een strook dpc-folie onder schuiven die over het bovenste gootstuk afwatert. Houd minstens tien centimeter overlap aan onder de bestaande folie en maak de strook minimaal zo breed als de gootstukken. Controleer meteen of er geen dakpan scheef boven het raam ligt, want zonder aanleiding komt er niet zoveel water onder de pannen.
Lekt het raam onderaan, kijk dan naar het schuimrubber onder het onderste gootstuk, de ventilatiefoam. Die strip sluit de ruimte tussen gootstuk en pannen af maar moet lucht doorlaten; is hij vergaan, dan stuift er sneeuw en stuifregen onder de pannen door. Verwar lekkage niet met condens: druppels aan de binnenkant van de folie of onder op het glas zijn een vocht- en ventilatieprobleem, geen gat in het dak. Meer lekkageoorzaken elders op het dak vind je bij de andere dakonderwerpen.
Een dakraam aftimmeren en van binnen afwerken
De standaard bij het aftimmeren van een dakraam is: onderkant schuin, bovenkant haaks op het dakvlak of te lood. Dat is geen mode maar bouwfysica. Bij een goed geïsoleerd dak is het glas het koudste vlak, en een schuine aftimmering aan de onderzijde laat warme kamerlucht langs de ruit strijken. Dat scheelt condens op het glas en het geeft merkbaar meer lichtinval. Zit er direct boven het raam een gording, dan kan de bovenkant vaak niet schuin; onder schuin en boven recht is dan al veel beter dan rondom een haakse aftimmering.
In het kozijn van de meeste dakramen zit een richel waar de plaat van de dagkant precies in steekt, ook onder de schuine hoek. Zet daarachter een degelijk regelwerk, uitgelijnd op die richel, want de plaat moet op tussenliggende punten ondersteund worden. Gipsplaat of stucplaat die meegestuukt wordt geeft de strakke look zonder lijstwerk; multiplex met een lakrand is robuuster rond een raam dat vaak open gaat. Reken op meetwerk en geduld, want gordingen en sporen zijn zelden echt recht.
Eén detail bepaalt of de afwerking jaren goed blijft: de dampremmende folie van het dak moet doorlopen tot aan het dakraamkozijn en daar kierdicht aangesloten worden, met tape of met de aansluitstroken die raamfabrikanten daarvoor leveren. Trek ook de isolatie rondom door tot tegen het kozijn. Wil je het raam meteen aan de binnenzijde extra isoleren, dan is dit het moment, niet na het stucen.
Een dakraam vervangen: codes, maten en gootstukken
Wie een oud dakraam op zolder wil vervangen, zoekt eerst de maat. Velux gebruikt sinds jaren een lettercode waar vroeger een cijfercode zat: een GGL 304 vervangen betekent tegenwoordig een GGL MK04 bestellen, hetzelfde kozijn van 78 bij 98 cm. Vervang je door dezelfde maat, dan blijven het gat in het dak, de aftimmering en vaak zelfs de binnenafwerking bruikbaar. Een Roto dakraam vervangen door een Velux kan ook, maar de kozijnmaten verschillen per merk, dus dan pas je de raveling en de aftimmering aan.
De gootstukken bestel je passend bij de dakbedekking: een hoog model voor geprofileerde pannen, een vlak model voor leien of shingles. Originele gootstukken zijn prijzig, maar ze vallen exact in de richels van het raam en de schroefgaten kloppen. Huismerkgootstukken die een centimeter afwijken lijken passend te maken, maar op precies die centimeter loopt straks het water. Versleten gootstukken vervangen op een verder goed raam kan overigens prima, ook dat gaat op de raamcode. Bestel ze op de volledige code van het raam: bij een Velux GGL U04 van 134 bij 98 cm hoort een gootstukset voor maat U04, in Nederlandse webshops meestal geschreven als UK04.
Twee dakramen naast elkaar plaatsen kan met combigootstukken en een tussenafstand die de fabrikant voorschrijft. Wil je juist van een raam af, dan is een dakraam dichtmaken een kwestie van het raam uitnemen, sporen doorzetten, dakbeschot en folie aanhelen en pannen terugleggen.
| Oude Velux-code | Nieuwe code | Kozijnmaat (breedte x hoogte) |
|---|---|---|
| 102 | CK02 | 55 x 78 cm |
| 104 | CK04 | 55 x 98 cm |
| 304 | MK04 | 78 x 98 cm |
| 306 | MK06 | 78 x 118 cm |
| 308 | MK08 | 78 x 140 cm |
| 606 | SK06 | 114 x 118 cm |
| 608 | SK08 | 114 x 140 cm |
| 804 | UK04 | 134 x 98 cm |
Een dakkapel isoleren en van binnen op orde brengen
Een oude dakkapel isoleren begint met kijken wat er al zit. Veel dakkapellen van na 2000 hebben PIR-platen op het platte dakje, tussen dakbeschot en dakbedekking. Extra isolatie aan de binnenzijde heeft dan nog steeds zin, maar het glas, de kierdichting en de zijwangen leveren vaak meer op, dus pak die eerst of tegelijk mee. Bij het na-isoleren van het dakje vul je de balklaag met glaswolplaten tussen rachels.
De volgorde waarin je isoleert en de folie aanbrengt, bepaalt of het droog blijft. Onder een dampdicht dak hoort aan de warme kant een klimaatfolie, kierdicht afgeplakt en op de randen vastgezet met een daarvoor bedoelde folielijmkit. Breng die folie direct na de isolatie aan. Zit de glaswol er al in terwijl de folie nog op zich laat wachten, haal de isolatie er dan uit of zet de verwarming in die ruimte uit, want warme vochtige lucht condenseert anders in de wol. De zijwangen isoleer je op dezelfde manier: isolatie tussen het regelwerk, dampremmende folie aan de binnenzijde, gipsplaat erover.
Gipsplaat rechtstreeks op PIR-platen verlijmen kan met een gewone high tack montagekit of met isolatielijm; de lijmkracht is ruim voldoende, want als er iets loslaat is het het karton van de gipsplaat, niet de lijm. Het knieschot, de vensterbank en de verdere aankleding hebben een eigen gids: de dakkapel van binnen afwerken loopt van folie tot plint door alle lagen heen. Een vensterbank maken is daar de dankbaarste klus: een plaat op het knieschot, gelijmd en aan de kopse kanten afgewerkt.
Zijwangen en de buitenkant van de dakkapel
De zijwangen zijn het kwetsbaarste deel van een dakkapel. Wie de zijkant van een dakkapel opnieuw wil bekleden, begint bij de lagen die erin zitten. De opbouw van een zijwang is van buiten naar binnen: beplating, geventileerde spouw of folie, isolatie, dampremmende laag, binnenafwerking. Gaat het mis, dan is het bijna altijd omdat een van die lagen ontbreekt of aan de verkeerde kant zit. Een dampopen folie hoort aan de koude buitenkant, de dampremmende laag aan de warme binnenkant.
Zinken zijwangen vragen één ding dat vaak vergeten wordt: ventilatie achter de plaat. Zink dat koud op het hout of op folie ligt, krijgt aan de achterzijde condens, en juist die kant corrodeert weg terwijl de buitenkant er gaaf uitziet. Houd een spouw van één tot twee centimeter aan die aan de onderzijde open is. Wie van het gedoe af wil, kiest onderhoudsarme beplating; in de gids over een dakkapel bekleden met trespa staat hoe je oude wangen strak en rotvrij vernieuwt. Ook een kunststof kozijn in een bestaande dakkapel plaatsen combineert logisch met nieuwe wangen en boeidelen, want dan is de hele buitenkant in één keer klaar.
De aansluiting op het dak bepaalt of het droog blijft. Onderaan vangt het voetlood het water van de wangen op en leidt het over de pannen, de zijkanten sluiten met loodslabben of knevels aan op het dakvlak. Het platte dakje watert af via een uitloop: een stadsuitloop door het boeideel met een vergaarbak, of een spuwer. Houd die uitloop vrij van blad, want een verstopte afvoer zet het hele dakje blank. Een sierlijst of kroonlijst onder het boeideel is puur cosmetisch, maar wel het eerste wat rot als de afwatering hapert.
| Bekleding zijwang | Sterke punt | Waar je op let |
|---|---|---|
| Zink | Klassieke uitstraling, gaat lang mee | Geventileerde spouw van 1 tot 2 cm, anders condens en corrosie aan de binnenzijde |
| Trespa of kunststof plaat | Rotvrij, kleurvast, geen schilderwerk | Zwarte folie erachter, open voegen voor ventilatie |
| Red cedar delen | Licht en van nature rotbestendig | Dampopen folie tussen de planken en de isolatie |
| Plastisol boeibekleding | Op maat gezet in elke kleur, weinig onderhoud | Verlijmd of geschroefd op vlak en droog hout |
| Geschilderde rabatdelen | Goedkoop en zelf te verwerken | Elke vijf tot zeven jaar schilderen, kopse kanten sealen |
De constructie: onderslagbalk, raveling en wat er mag
Voor een dakkapel moet er een gat in de dakconstructie, en dat gat onderbreekt sporen of gordingen die het dak dragen. Bij een gordingenkap wordt de onderbroken gording opgevangen met een onderslagbalk die de last naar de bouwmuren of naar spanten brengt. Bij een sporenkap of een scharnierkap zonder gordingen maak je een raveling: een dwarsbalk boven en onder het gat waar de ingekorte sporen op afdragen. Hetzelfde principe geldt in het klein bij een raveling voor een dakraam dat breder is dan de sporenafstand. Welke balkmaat daarvoor nodig is, rekent een constructeur uit; dat is geen tabel die je uit een folder haalt.
Een dakkapel verbreden of een spant opvangen omdat het in de weg staat, is hetzelfde verhaal in het groot. Ook twee dakkapellen naast elkaar of aan beide kanten van het dak zijn constructief goed te doen, zolang elke opening zijn eigen opvangconstructie heeft.
Dan het papierwerk. Een standaard dakkapel aan de achterzijde is vaak vergunningsvrij, aan de voorzijde vrijwel nooit. Voor bijzondere gevallen, zoals twee dakkapellen boven elkaar, toetst de gemeente op ondergeschiktheid. Het dakvlak moet de kapel aan minstens drie zijden omringen en de kapel mag maximaal de helft van het dakvlak beslaan. De onderkant hoort minimaal 80 cm boven de verdiepingsvloer te liggen. Hoe je zo'n gestapelde of brede uitvoering aanpakt, staat in de gids over een dubbele dakkapel plaatsen. Een dakkapel met terras valt buiten alle vergunningsvrije regelingen en vraagt naast de vergunning ook een zwaardere vloerconstructie. Twijfel je hoe jouw kap in elkaar zit, begin dan bij het overzicht van dakconstructies en zolderklussen.
Lichtkoepel en lichtstraat: lekkage, tocht en verduistering
Een lichtkoepel bestaat uit een opstand op het dak en een koepel die daarop scharniert of geschroefd zit. Lekt een lichtkoepel, kijk dan eerst of het wel lekkage is: condens die tegen de koude koepel vormt en langs de opstand naar beneden loopt, geeft precies hetzelfde beeld. Echte lekkage zit meestal in de aansluiting van de dakbedekking op de opstand of in een vergane tochtstrip tussen opstand en koepel. Die strip, vaak een zelfklevend afdichtingsband of compriband, is los te koop en het vervangen is een half uurtje werk: koepel losschroeven, oude strip verwijderen, ondergrond schoonmaken, nieuwe band opplakken.
De schroeven van de koepel horen afgedekt met doppen. Verweerde of verdwenen doppen laten regenwater langs de schroef lopen, dus vervang ze bij elke schroefbeurt; ze zijn per koepelmerk als zakje los te bestellen. Bij koepels van merken als Bik lopen de schroeven door de rand van de koepel in de houten of kunststof opstand, met een afdichtring eronder en een dop erover. Draai ze handvast aan tot de ring net plat ligt: doorschroeven vervormt de koepelrand, en dan sluit hij nergens meer goed aan. Een dakopstand zelf maken voor een nieuwe koepel kan van watervast multiplex, geïsoleerd en minstens 15 cm boven de dakbedekking uitstekend, zodat opstuwend water er niet overheen komt. Bij een lichtstraat op een uitbouw geldt hetzelfde, alleen zijn de profielen en de afdichting daar van de leverancier en is een lekkage aan een lichtstraat bijna altijd een kitnaad of een verstopte condensafvoer in het profiel.
Verduisteren is bij koepels het eeuwige gebrek. Fabrikanten leveren plisségordijnen met spandraden voor liggende ramen, maar die kosten honderden euro's. Zelf een zonwering maken kan met verduisterend doek waar je dunne latjes op zet, glijdend in U-vormige geleiders langs de dagkant: het doek kan dan niet doorhangen. Een voorzetraam onder de koepel dempt naast licht ook geluid en condens. Voor een dakkapel is verduisteren eenvoudiger, want de kozijnen staan verticaal. Gewone verduisterende rolgordijnen, een inbouwrolluik of shutters passen daar allemaal, en de nette montage nemen we mee bij de aankleding aan de binnenzijde van de dakkapel.
Dakdoorvoeren: pvc, rookgas en kabels van zonnepanelen
Elke leiding die door het dak gaat, is een potentieel lek, en elke doorvoer heeft zijn eigen juiste uitvoering. Op een plat pvc-dak gebruik je een doorvoer met een aangelaste pvc-plakplaat die je met een föhn en de bij de dakbedekking horende lijm op het bestaande dakvlak verlijmt. Op bitumen wordt de plakplaat ingebrand, en dat branden op een dak laat je bij voorkeur aan een dakdekker over. Ontbreekt een passende plakplaat, dan kun je van ongewapend dakbedekkingsmateriaal een kraag maken: een cirkel ruim om de pijp, warm maken, strak om de buis trekken en de rand afsealen met pasta.
Voor de rookgasafvoer van een cv-ketel of gashaard gelden andere regels. Daar hoort een concentrische HR-dakdoorvoer, waarbij de buitenmantel de verbrandingslucht aanvoert. Verklein nooit de diameter met een verloopje omdat dat toevallig past: een nauwere afvoer verhoogt de weerstand, en de ketel valt dan in storing omdat de rookgassen niet weg kunnen. Werk aan rookgas en gas is bovendien geen doe-het-zelfwerk, dus hier plaats je hooguit de bouwkundige doorvoer en laat je het aansluiten over aan de installateur.
Kabels van zonnepanelen gaan door een kabeldoorvoer met regenkap of flexibele manchet, met de opening omlaag gericht. Prop zo'n doorvoer niet vol pur, want pur is niet uv-bestendig en niet blijvend waterdicht; de manchet doet het werk. Een doorvoer die van binnen druipt zonder dat het regent, heeft last van condens: dan is de pijp isoleren of vervangen door een geïsoleerde, dubbelwandige uitvoering de oplossing. Een oude doorvoer dichtmaken doe je zoals bij een dakraam: doorvoer eruit, gat in beschot en dakbedekking vakkundig aanhelen, niet afdoppen en hopen.
| Toepassing | Type doorvoer | Aandachtspunt |
|---|---|---|
| Rookgas cv-ketel | Concentrische HR-dakdoorvoer | Diameter nooit verkleinen met een verloop, aansluiten door installateur |
| Gashaard | Concentrische doorvoer van het haardmerk | Eigen voorschriften per toestel, gaswerk is vakmanswerk |
| Mechanische ventilatie of ontluchting riool | Pvc dakdoorvoer met regenkap | Isoleren tegen condens op de pijp in de koude zolder |
| Kabels zonnepanelen | Kabeldoorvoer met manchet of regenkap | Opening omlaag, niet dichtpurren, kabels met druiplus |
| Plat pvc-dak | Doorvoer met pvc-plakplaat | Plakplaat föhnen en verlijmen met lijm die bij de dakbedekking past |
| Bitumen dak | Doorvoer met bitumen plakplaat | Inbranden in de dakbedekking, brandwerk aan de dakdekker laten |
| Sandwichpaneel | Doorvoer met flexibele EPDM-manchet | Manchet volgt het profiel, schroeven met afdichtring vastzetten |
Veelgestelde vragen
Hoe haal je een Velux dakraam van het slot en hoe doe je het goed dicht?
Bij de meeste typen zit de bediening in de greep boven in het raam: één keer aantrekken opent het raam, terugduwen tot je een klik voelt vergrendelt het weer. Sluit het raam niet met een zwaai maar rustig, en controleer of de schoot echt in de sluitkom valt. Staat de greep in de ventilatiestand, dan lijkt het raam dicht maar staat de klep open; dat is de stand waarin een raam bij wind kan gaan klapperen.
Waarom rolt mijn Velux rolgordijn niet meer op?
Dan is de spanning van de veer in de cassette af, of een geleidekoord is van zijn loop geschoten. Haal de cassette van het raam en controleer of de koorden nog over de geleiders lopen. Is een koord of het kunststof veerhoudertje gebroken, bestel dan een koordset op het typenummer van de cassette. Bij intacte koorden helpt het om de veer een paar slagen voor te spannen voordat je de cassette terugklikt.
Waar kun je een koord voor een Velux rolgordijn bestellen?
Op de cassette van het gordijn staat een typenummer, bijvoorbeeld DKL gevolgd door de raamcode. Met dat nummer bestel je bij dakraamdealers en de grotere webshops een compleet koordset met veertjes en houders. Heb je alleen de raamcode, kijk dan op het typeplaatje achter de ventilatieklep van het raam zelf: gordijnmaten volgen de raamcode. Vervang meteen beide kanten, want het tweede koord is even oud als het gebroken exemplaar.
Hoe lang gaat een Velux dakraam mee?
Reken op enkele tientallen jaren; ramen van dertig jaar oud draaien er genoeg. De levensduur hangt vooral af van het schilderwerk of de laklaag, de tochtstrips en de gootstukken, en die zijn alle drie te vervangen. Vervangen wordt pas logisch als het glas dof of lek is, het hout rot, of je van enkel of oud dubbel glas naar beter isolerend glas wilt. Dankzij de maatcodes past een nieuw raam vaak in het bestaande gat.
Welke blanke lak gebruik je voor een Velux dakraam?
De grenen ramen hebben af fabriek een blanke acryllak op waterbasis. Bijwerken doe je met hetzelfde type: licht opschuren met korrel 220, stofvrij maken en twee dunne lagen blanke acryllak aanbrengen, mat of zijdeglans naar smaak. Gebruik geen terpentinegedragen alkydlak over de bestaande laag, want die hecht daar slecht op en vergeelt. Vooral de onderdorpel verdient elke paar jaar controle, daar condenseert het meeste vocht.
Hoe was je de buitenkant van een dakraam?
Kantel het raam volledig door, tot 180 graden, en schuif de vergrendeling onderaan in de schoonmaakstand zodat het raam vast blijft staan. De buitenruit ligt dan binnen handbereik en je hebt beide handen vrij. Was met een spons en water met een scheutje afwasmiddel en trek de ruit droog met een wisser. Neem meteen de tochtstrips en de sluitkom mee, dan blijft ook het beslag soepel.
Wat doe je met een wespennest in de dakkapel?
Wespen kruipen via een kier bij het boeideel of de zijwang naar binnen en bouwen het nest in de spouw of achter de beplating. Stop de invliegopening nooit dicht zolang het nest actief is, want dan zoeken ze een uitweg naar binnen. Laat het nest in het seizoen door een bestrijder behandelen of wacht tot na de eerste nachtvorst, dan is het nest dood. Dicht daarna de naden met compriband of kit, anders zit er volgend jaar een nieuw volk.
Kun je zelf zonwering of verduistering voor een lichtkoepel maken?
Ja, en het hoeft niet veel te kosten. Maak van verduisterend gordijndoek een paneel en zet er om de dertig centimeter een dun latje op, vastgeniet of in zoompjes geschoven. Laat de latjes glijden in U-vormige kunststof geleiders langs de dagkant, dan kan het doek niet doorhangen. Kant en klaar bestaan er plisségordijnen met spandraden voor liggende ramen, maar die kosten honderden euro's en de plooien houden altijd wat licht tegen.
Mogen er twee dakkapellen boven elkaar op één dakvlak?
Vergunningsvrij is dat nooit, dus je vraagt een omgevingsvergunning aan en de welstandscommissie kijkt mee. Gemeenten toetsen op ondergeschiktheid: het hellende dakvlak moet elke kapel aan minstens drie zijden omringen, samen mogen ze hooguit de helft van het dakvlak beslaan en de onderkant hoort minimaal 80 cm boven de verdiepingsvloer. Een ontwerp dat qua materiaal en kleur bij de woning past, maakt de kans op goedkeuring het grootst. De uitvoering zelf behandelen we bij de dubbele dakkapel.
Hoe dicht mag een dakkapel bij de buren komen?
Voor een vergunningsvrije dakkapel aan de achterkant geldt onder meer dat hij minimaal 50 cm uit de zijkanten van het dakvlak moet blijven, dus ook 50 cm van de kant van de buren bij een gedeeld dak. Kom je dichterbij, dan is het geen vergunningsvrij bouwwerk meer en beslist de gemeente. Bij twee dakkapellen naast elkaar op buurwoningen helpt afstemmen: gelijke hoogte en afwerking scheelt discussie met welstand en het staat rustiger.
Kun je een kunststof kozijn in een bestaande dakkapel plaatsen?
Ja, een houten kozijn vervangen door kunststof is een gangbare renovatie. Het oude kozijn wordt uitgezaagd, waarna het nieuwe kozijn op stelblokken in de sparing komt en rondom wordt afgepurd en afgewerkt. Meet het metselwerk of de houtconstructie op de dag zelf na, want oude dakkapellen staan zelden haaks. Combineer het met nieuwe wangen en boeidelen, bijvoorbeeld in onderhoudsarm plaatmateriaal zoals bij een met trespa beklede dakkapel, dan is de hele buitenkant in één keer op orde.
Hoe maak je een pvc dakdoorvoer waterdicht op een plat dak?
Gebruik een doorvoer met een aangelaste pvc-plakplaat en verlijm die plakplaat op de schoongemaakte dakbedekking, opgewarmd met een föhn zodat het materiaal zich zet. De lijm moet passen bij het type dakbedekking, want pvc, epdm en bitumen vragen elk hun eigen lijm. Zonder passende plakplaat maak je van ongewapend pvc een kraag: cirkel ruim om de pijp, warm maken, strak om de buis trekken en de rand afsealen met pasta.
Waarom zit er condens op mijn dakraam en wat doe je eraan?
Het glas is het koudste vlak in de kamer, dus daar slaat vocht uit de binnenlucht het eerst neer. Structurele condens betekent te veel vocht en te weinig ventilatie: zet de ventilatieklep vaker open, ventileer na het douchen en houd de aftimmering onder het raam schuin zodat warme lucht langs de ruit strijkt. Zwarte schimmelpuntjes op het houtwerk neem je weg met een schimmelreiniger, maar zonder betere ventilatie komen ze terug.
Kun je een dakraam geluidswerend maken?
Volledig stil krijg je een dakraam niet, maar er is veel te winnen. Nieuwe tochtstrips en kitstroken sluiten de kieren, en juist kieren laten het meeste geluid door. Bij vervanging kies je glas met geluidwerende, ongelijke glasdikten. Een buitenrolluik dempt regengeroffel en hagel merkbaar en verduistert meteen. Voor een lichtkoepel doet een voorzetraam onder de koepel hetzelfde werk.
Wel of geen lichtstraat op de uitbouw?
Een lichtstraat brengt meer licht diep de ruimte in dan een raam ooit doet, en dat is het argument ervoor. Daar staat tegenover: zonwarmte in de zomer, lastiger verduisteren, en een blijvend risico op lekkage bij de opstand en de kitnaden. Kies zonwerend glas aan de zonkant, een opstand van minstens 15 cm boven de dakbedekking en een uitvoering met condensafvoer in de profielen, dan houd je de nadelen klein.
Wat is de Velux KSX 100K en wanneer is die zinvol?
De KSX 100K is een opwaardeerset die van een handbediend kantelraam een elektrisch raam op zonne-energie maakt: motor, accu, zonnecel en een regensensor die het raam automatisch sluit. Er hoeft geen kabel getrokken te worden, dus het is de logische keuze voor een hoog raam boven een trapgat of vide dat je nu nooit opent. Controleer voor aanschaf of jouw raamtype en bouwjaar in de compatibiliteitslijst staan.
Zijn budgetmerken als Luxtra of Bazon een alternatief voor Velux of Roto?
De ramen zelf zijn vaak degelijk genoeg, het verschil zit in de jaren erna. Bij de grote merken bestel je twintig jaar later nog tochtstrips, scharnieren, gordijnen en gootstukken op de raamcode; bij budgetmerken is dat allerminst zeker. Maatvoering is het tweede punt: elk merk heeft eigen kozijnmaten, dus later overstappen betekent de raveling en aftimmering aanpassen. Wie lang in het huis blijft, koopt met een courant merk vooral leverbaarheid van onderdelen.
Kun je zonnepanelen op een dakkapel leggen?
Op het platte dakje van een dakkapel kan het, maar de constructie is er zelden op gerekend. Zo'n dakje is licht gebouwd, dus een ballastsysteem met tegels is meestal te zwaar; een verlijmd of geschroefd montagesysteem belast de constructie veel minder. Houd rekening met schaduw van de nok en met de kabelroute: die gaat netjes door een kabeldoorvoer met manchet, niet door een gat met pur. Laat bij twijfel het draagvermogen beoordelen.